← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007, gesloten in het Paritair Comit

In het kort

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 algemeen verbindend, die het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor het garagebedrijf wijzigt en coördineert. Het doel is om de bijdragen voor dit pensioenstelsel te verhogen en de regels ervan vast te leggen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
2 JULI 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 2 juli 2008. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het garagebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 Wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 2 oktober 2007 onder het nummer 84960/CO/112) Uitvoering van hoofdstuk III, artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 2007 betreffende het nationaal akkoord 2007-2008 HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. § 2. Vanaf haar begindatum is deze collectieve arbeidsovereenkomst eveneens van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf en die overeenkomstig artikel 6 van het nationaal akkoord 2001-2002 er voor geopteerd hadden om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren en die hiervoor de toestemming hadden gekregen van het Paritair Comité voor het garagebedrijf. § 3. Worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze overeenkomst, de buiten België gevestigde werkgevers waarvan de werknemers in België gedetacheerd worden in de zin van de bepalingen van titel II van de verordening (EEG) nr. 1408/71 van de raad. § 4. Onder "arbeiders" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders. HOOFDSTUK II. - Voorwerp Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel om vanaf 1 januari 2008, en dit in uitvoering van artikel 7 van het nationaal akkoord 2007-2008 afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf op 24 mei 2007, de bijdragen te verhogen die worden gestort in het kader van het sociaal sectoraal pensioenstelsel dat werd ingesteld in uitvoering van artikel 6 van het nationaal akkoord 2001-2002 afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf op 3 mei 2001 en conform artikel 10 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen ( wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, ed. 2., p. 26 407, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003)) en diens uitvoeringsbesluiten. § 2. De begrippen die in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. § 3. De wet zal in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst « W.A.P. » worden genoemd. HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de inrichter Art. 3.§ 1. Overeenkomstig artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. werd het fonds voor bestaanszekerheid via de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002 door de representatieve organisaties van het voormelde paritair comité aangeduid als inrichter van onderhavig sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Deze aanduiding blijft uiteraard gelden in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsvoorwaarden Art. 4.§ 1er. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2002 met de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van arbeidsovereenkomst), worden ambtshalve aangesloten bij dit sociaal sectoraal pensioenplan. § 2. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2008 met de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 2 van deze overeenkomst verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van arbeidsovereenkomst), worden ten vroegste vanaf 1 januari 2008 ambtshalve aangesloten bij dit sociaal sectoraal pensioenplan. § 3. Worden evenwel niet aangesloten bij dit pensioenplan : - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst van studentenarbeid; - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst voor uitzendarbeid, zoals geregeld door hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/1987 pub. 13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van de werknemers ten behoeve van gebruikers; - de personen tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een speciaal met steun van de overheid gevoerd opleidings-, arbeidsinspannings-, en omscholingsprogramma. HOOFDSTUK V. - Voordeel Art. 5.§ 1. In het voordeel van de in artikel 4 bedoelde personen zullen er maandelijks door de inrichter één of meerdere bijdragen gestort worden ter financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel ter aanvulling van de wettelijke pensioenregeling. § 2. De totale jaarlijkse bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel wordt vanaf 1 januari 2008 vastgesteld op 1,4 pct. van diens jaarlijkse brutoloon waarop RSZ-inhoudingen worden gedaan. § 3. Deze bijdrage wordt als volgt verdeeld : 1,34 pct. wordt aangewend ter financiering van individuele pensioenrechten in hoofde van de bij het sociaal sectoraal stelsel aangeslotenen en de overige 0,06 pct. wordt gebruikt ter financiering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in titel 2, hoofdstuk IX van de W.A.P. HOOFDSTUK VI. - Pensioentoezegging : beheer en pensioeninstelling Art. 6.§ 1. Het financieel, boekhoudkundig, actuarieel en administratief beheer van de pensioentoezegging werd door de inrichter toevertrouwd aan Sepia c.v.b.a., erkend door de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen onder nummer 1529, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Livingstonelaan 6 (hierna genoemd pensioeninstelling). Gezien binnen de juridische structuur van de pensioeninstelling het mogelijk is dat de inrichter er voor opteert om één of meerdere deelaspecten van het beheer uit te besteden aan derden, worden de werkzaamheden in het kader van het administratief beheer deels toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. § 2. De beheersregels van de pensioentoezegging zijn vastgelegd in een pensioenreglement dat wordt opgenomen als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt. Het pensioenreglement zal door de pensioeninstelling aan de aangeslotenen ter beschikking worden gesteld op hun eenvoudig verzoek. § 3. Er werd binnen de pensioeninstelling (in overeenstemming met artikel 41, § 2 van de W.A.P.) een toezichtcomité opgericht dat voor de helft is samengesteld uit werknemersvertegenwoordigers (die het personeel vertegenwoordigen aan wie de huidige pensioentoezegging wordt gedaan) en voor de andere helft uit werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2 van deze overeenkomst. Dit toezichtcomité ziet toe op de goede uitvoering van het beheer van de pensioentoezegging door de pensioeninstelling en wordt door voormelde jaarlijks in het bezit gesteld van een zogenaamd "transparantieverslag" alvorens de pensioeninstelling dit ter beschikking stelt van de inrichter van het pensioenstelsel, evenals "the statement of principles". § 4. Onder de naam "transparantieverslag" stelt de pensioeninstelling of, in voorkomend geval, de derde aan wie een deelaspect van het beheer werd uitbesteed, jaarlijks een verslag op over het door haar gevoerde (deelaspect van het) beheer van de pensioentoezegging. Na raadpleging van het toezichtcomité stelt de pensioeninstelling het transparantieverslag ter beschikking van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de W.A.P. § 5. De raad voor aanvullende pensioenen kan de uitvoering van het pensioenstelsel onderzoeken op voorwaarde dat 10 pct. van de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2 van deze overeenkomst of van de aangeslotenen zulks vraagt. Indien het rendement ondermaats zou zijn, kan de raad aanbevelen van pensioeninstelling te veranderen of het beheer geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan andere beheerders. HOOFDSTUK VII. - Opting-out Art. 7.§ 1. De werkgevers die op 1 januari 2002 nog niet werkzaam waren onder het ressort van het Paritair Comité voor het garagebedrijf, kunnen in afwijking van artikel 6 van deze overeenkomst, gedurende een in de tijd beperkte periode er voor opteren om de uitvoering van de pensioentoezegging zelf te organiseren. Deze mogelijkheid staat enkel open voor de werkgevers binnen wiens onderneming er reeds een collectieve arbeidsovereenkomst of collectief akkoord bestond vóór 31 december 2000 betreffende een ondernemingspensioenstelsel. In dit geval zal de in artikel 5 van deze overeenkomst voorziene bijdrage voor de financiering van de individuele pensioenrechten van de betrokken arbeiders worden aangewend tot uitbreiding van het bewuste ondernemingspensioenstelsel. De in artikel 5 van deze overeenkomst voorziene bijdrage voor de solidariteitstoezegging blijft daarentegen verschuldigd op sectorvlak. § 2. Indien voormelde ondernemingsregeling om de één of andere reden wordt stopgezet, dan zijn de werkgever en zijn arbeiders verplicht om vanaf het tijdstip van de stopzetting, aan te sluiten bij de sectorale pensioentoezegging. § 3. De minimale voorwaarden waaraan een "opting-outplan" dient te voldoen en de te volgen procedure, zijn opgenomen als bijlage aan deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan ze integraal deel uitmaken. HOOFDSTUK VIII. - Uitbetaling van de voordelen Art. 8.De procedure, de modaliteiten en de vorm van de uitbetaling van de voordelen worden beschreven in artikel 7 tot en met artikel 13 van het bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK IX. - Solidariteitstoezegging Art. 9.§ 1. Vanaf 1 januari 2004 wordt een gedeelte van de in artikel 5 van deze overeenkomst bepaalde bijdrage (in overeenstemming met artikel 43 van de W.A.P.) aangewend ter financiering van de solidariteitstoezegging die deel uitmaakt van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Het deel van de globale bijdrage dat hiertoe wordt aangewend, wordt vastgesteld op 0,06 procent. § 2. Deze bijdrage wordt aangewend ter financiering van de solidariteitsprestaties, waaronder met name de financiering van de opbouw van de pensioentoezegging gedurende bepaalde periodes van inactiviteit en de vergoeding van inkomstenverlies in bepaalde gevallen. De exacte inhoud van deze solidariteitstoezegging alsook de financieringswijze ervan, werd uitgewerkt in een solidariteitsreglement (zie hierna in artikel 10). § 3. In tegenstelling tot de pensioentoezegging, hebben de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, §§ 1 en 2 van deze overeenkomst, inzake de solidariteitstoezegging niet de mogelijkheid om deze geheel of gedeeltelijk zelf te organiseren. § 4. Het beheer van de solidariteitstoezegging werd door de inrichter toevertrouwd aan Sepia c.v.b.a., erkend door de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen onder het nummer 1529, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Livingstonelaan 6 (hierna genoemd solidariteitsinstelling). Gezien binnen de juridische structuur van de solidariteitsinstelling het mogelijk is dat de inrichter er voor opteert om enig deelaspect van het beheer uit te besteden aan derden, worden de werkzaamheden in het kader van het administratief beheer deels toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. § 5. Ook inzake de solidariteitstoezegging zal de solidariteitsinstelling een "transparantieverslag" opstellen betreffende het door haar gevoerde beheer van de solidariteitstoezegging. Na raadpleging van het toezichtcomité zal de solidariteitsinstelling dit transparantieverslag ter beschikking stellen van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de W.A.P.. HOOFDSTUK X. - Solidariteitsreglement Art. 10.§ 1. Het solidariteitsreglement expliciteert de modaliteiten van de solidariteitstoezegging en werd als bijlage opgenomen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt. § 2. Het solidariteitsreglement zal door de solidariteitsinstelling op hun eenvoudig verzoek ter beschikking worden gesteld aan de bij het huidige pensioenstelsel aangesloten werknemers. HOOFDSTUK XI. - Procedure ingeval van uittreding van een arbeider Art. 11.De procedure van uittreding uit het sectoraal pensioenstelsel wordt geregeld door artikel 17 van het hierna bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK XII. - Inningsmodaliteiten Art. 12.§ 1. Teneinde de bijdragen zoals voorzien in artikel 5 van deze overeenkomst in te vorderen zal door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid een voorlopige bijdrage worden geïnd. Deze voorlopige bijdrage zal na de terbeschikkingstelling ervan aan de inrichter door laatstgenoemde worden doorgestort aan de pensioeninstelling. § 2. Van zodra de pensioeninstelling over definitieve loongegevens beschikt, zal de voorlopige bijdrage worden vergeleken met de effectief verschuldigde bijdrage. Indien de voorlopige bijdrage groter is dan de effectief verschuldigde bijdrage, wordt de reserve die voortvloeit uit het verschil, in mindering gebracht van de eerstvolgende voorschotbijdrage. In het omgekeerde geval, zal het reservetekort ten laste gelegd worden van de inrichter. § 3. Gezien de inrichter ervoor wist te opteren om voor wat betreft de inhouding van deze bijdragen geen onderscheid te maken tussen de werkgevers die overeenkomstig artikel 7 van deze overeenkomst voor de opting-out hebben gekozen en de werkgevers waarvoor dit niet het geval is, stort hij de bijdragen ingehouden bij de werkgevers die, overeenkomstig artikel 7 van deze overeenkomst, er voor geopteerd hebben om de uitvoering van dit pensioenstelsel zelf te organiseren, aan hen terug na inhouding (en doorstorting ervan aan de solidariteitsinstelling) van de bijdrage ter financiering van de solidariteitsprestaties zoals voorzien in artikel 9 van deze overeenkomst. § 4. De in het vorige lid bedoelde terugstortingen zullen gebeuren binnen een tijdsspanne van één maand te rekenen vanaf de dag waarop de inrichter hiertoe de nodige gegevens ter beschikking heeft, dan wel vanaf de dag waarop de stortingen aan de inrichter ter beschikking zouden worden gesteld door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid indien deze datum zich na de terbeschikkingstelling van de gegevens zou situeren. Op de terugstortingen worden geen verwijlintresten toegekend. HOOFDSTUK XIII. - Algemeen verbindend verklaring Art. 13.Ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief de bijlagen, zo vlug mogelijk bij koninklijk besluit algemeen verbindend wordt verklaard. HOOFDSTUK XIV. - Inwerkingtreding en opzeggingsmogelijkheden Art. 14.§ 1. De collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2007 (Belgisch Staatsblad van 9 maart 2007) en gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2006, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 december 2006 (Belgisch Staatsblad van 15 februari 2007) worden opgeheven vanaf 1 januari 2008. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. § 3. Zij kan worden beëindigd mits opzegging van zes maanden en wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het voormelde paritair comité. Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair comité de beslissing nemen om het sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij wordt genomen in overeenstemming met de bepalingen in artikel 10, § 1, 3° van de W.A.P. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 juli 2008. De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage 1 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007, betreffende de wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel Aanvullend pensioenplan ten gunste van de arbeiders van het Paritair Comité voor het garagebedrijf Sectoraal pensioenreglement afgesloten in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 Inhoudstafel Hoofdstukken 1. Voorwerp 2.Begripsomschrijvingen 3. Aansluiting 4.Rechten en plichten van de inrichter 5. Rechten en plichten van de aangeslotenen 6.Gewaarborgde prestaties 7. Uitbetaling van de aanvullende pensioenen 8.Modaliteiten voor de uitbetaling 9. Uitbetalingsvorm 10.Verzekeringscombinatie 11. Bijdragen 12.Verworven reserves en verworven prestaties 13. Procedure in geval van uittreding 14.Beëindiging van het pensioenstelsel 15. Financieringsfonds 16.Toezichtcomité 17. Transparantieverslag 18.Jaarlijkse informatie aan de aangeslotenen : de pensioenfiche 19. Fiscale bepaling (80 procent-regel) 20.Wijzigingsrecht 21. Niet-betaling van de premies 22.De bescherming op de persoonlijke levensfeer 23. Aanvang HOOFDSTUK I.- Voorwerp Artikel 1.§ 1. Dit sectoraal pensioenreglement wordt opgemaakt in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Dit pensioenreglement beoogt het pensioen-reglement dat als bijlage opgenomen was bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 aan te passen enerzijds aan de verhoging van de bijdragen waartoe besloten werd in uitvoering van hoofdstuk III, artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 2007 betreffende het nationaal akkoord 2007-2008 en aan de reglementaire evoluties die sindsdien plaatsgrepen anderzijds. § 3. Dit pensioenreglement bepaalt de rechten en de plichten van de inrichter, de pensioeninstelling, de werkgevers die behoren tot het ressort van het voormelde paritair comité, de aangeslotenen en hun rechtverkrijgenden. Tevens worden de aansluitingsvoorwaarden alsook de regels inzake de uitvoering van de pensioentoezegging vastgelegd. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.1. Het aanvullend pensioen Het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene (vóór of na pensionering), of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in dit pensioenreglement bepaalde verplichte stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen. 2. De pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen gedaan door de inrichter aan de aangeslotenen en/of hun rechtverkrijgende(n) in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel.3. Het pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging. 4. W.A.P. Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten (betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, aangevuld met haar uitvoeringsbesluiten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, erratum Belgisch Staatsblad 26 mei 2003). De begrippen die in het vervolg van dit reglement opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. De wet zal in het vervolg van dit pensioenreglement "W.A.P. » worden genoemd. 5. De inrichter Conform artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. werd door de representatieve organisaties vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, het "Fonds voor bestaanszekerheid van het garagebedrijf" aangeduid als inrichter van het sectoraal aanvullende pensioenstelsel en dit via de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002. 6. De werkgevers De werkgevers zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, die niet geopteerd hebben voor opting-out zoals bedoeld in artikel 6 ervan. 7. De arbeider De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst tot het hoofdzakelijk verrichten van handenarbeid is tewerkgesteld door een werkgever als bedoeld in artikel 2.6. 8. De aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van personeel waarvoor de inrichter dit pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig dit pensioenreglement. 9. De uittreding De beëindiging van een arbeidsovereenkomst (anders dan door overlijden of pensionering) voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die eveneens behoort tot het ressort van het Paritair Comité voor het garagebedrijf (P.C. 112) die daarenboven niet geopteerd heeft voor opting-out. 10. De pensioeninstelling Sepia c.v.b.a., erkend door de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen onder nr. 1529, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Livingstonelaan 6. 11. De verworven prestaties Wanneer de aangeslotene ingeval van uittreding ervoor kiest om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten, dan is de verworven prestatie de prestatie waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op zijn pensioenleeftijd.12. De verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig dit pensioenreglement.Deze reserves zijn het resultaat van de sommatie van 1) de persoonlijke rekening (nettobijdragen gestort door de inrichter), 2) de prestaties toegewezen in het kader van de solidariteitstoezegging en 3) in voorkomend geval, de deelname in de winst. De hierboven vermelde bedragen worden opgerent aan het gewaarborgd minimum-rendement, zoals bepaald in de W.A.P. 13. De jaarbezoldiging Het jaarlijkse brutoloon waarop de inhoudingen voor de sociale zekerheid worden gedaan (dus verhoogd met 8 pct.). 14. De pensioenleeftijd Met de pensioenleeftijd wordt de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld.1) Deze pensioenleeftijd bedraagt in principe 65 jaar.2) Voor specifieke beroepsgroepen (ex-mijnwerkers) zal de uitbetaling van het aanvullend pensioen kunnen gebeuren van zodra de aangeslotene de wettelijke pensionering kan aantonen en dit zonder enige beperking qua leeftijd.15. De vervroegde pensioenleeftijd Leeftijd waarop iemand met brugpensioen gaat in overeenstemming met de wettelijke of conventionele bepalingen terzake of de leeftijd ingeval van vervroegd pensioen (wettelijke pensionering voor de leeftijd van 65 jaar).16. De einddatum De einddatum wordt vastgesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de 65ste verjaardag van de aangeslotene.17. De tarieven De door de pensioeninstelling gebruikte technische grondslagen neergelegd bij de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen.18. Het verzekeringsjaar De vervaldag van dit pensioenreglement wordt vastgesteld op 1 januari. Een verzekeringsjaar valt dan ook steeds samen met de tijdsspanne gelegen tussen 1 januari en de daaropvolgende 31 december. 19. Het financieringsfonds Het collectieve tak 21-fonds dat bij de pensioeninstelling in het kader van dit pensioenstelsel wordt gevormd.20. Het kind Elk wettig geboren of verwekt kind van de aangeslotene alsook elk erkend natuurlijk kind of elk geadopteerd kind van de aangeslotene evenals elk kind van de echtgeno(o)t(e) of partner van de gehuwde, respectievelijk wettelijk samenwonende aangeslotene dat gedomicilieerd is op het adres van de aangeslotene.21. Het premievrij contract Dit is de waarde van het verzekeringscontract waarvoor de aangeslotenen verzekerd blijven zonder enige verdere premiebetaling.22. De onthaalstructuur § 1.Dit pensioenstelsel voorziet in een onthaalstructuur in de zin van de W.A.P.. De verzekeringsovereenkomst onderschreven in het kader van deze onthaalstructuur gaat uit van een verzekeringscombinatie uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserves met een gewaarborgde intrestvoet verhoogd met winstdeelname. In dit kader waarborgt de pensioeninstelling een intrestvoet gelijk aan het gewaarborgd minimumrendement zoals bepaald in de W.A.P.. De door de pensioeninstelling in dit kader gebruikte tarieven zijn opgemaakt conform de technische basissen die door de pensioeninstelling krachtens het van kracht zijnde uitvoeringsbesluit Leven bij de C.B.F.A. werden neergelegd. § 2. In de onthaalstructuur kunnen volgende reserves worden ondergebracht : enerzijds verworven reserves (in voorkomend geval aangevuld tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van de minimumrendementsgarantie zoals voorzien in de W.A.P.) die toebehoren aan uittreders en anderzijds overgedragen reserves van nieuwe aangeslotenen. § 3. De volgende reserves kunnen hierin aldus gestort worden : 1) de reserves van de "intreders" die ervoor gekozen hebben om hun opgebouwde reserves in het pensioenplan van hun vorige werkgever of sectorale inrichter over te dragen naar het sectoraal pensioenstelsel voor het garagebedrijf; 2) de reserves van de uittreders gevormd door bijdragen gefinancierd door afhoudingen van het loon verworven bij hun nieuwe werkgever, uiteraard overeenkomstig de voorwaarden en de grenzen bepaald in de W.A.P. 23. Het afgezonderd fonds Dit zijn activa op de balans van de pensioeninstelling die van haar andere activa worden afgezonderd en aldus een afgescheiden fonds vormen.De winstdelingsresultaten in dit pensioenstelsel hangen af van de opbrengst van de contracten verbonden aan het afgezonderd fonds. 24. De wettelijk samenwonende De persoon die samen met zijn of haar samenwonende partner een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek. 25. De v.z.w. SEFOCAM Het administratief en logistiek coördinatiecentrum van de sociale sectorale pensioenstelsels voor de arbeiders uit het garagebedrijf, het koetswerk, de metaalhandel en de terugwinning van metalen. De maatschappelijke zetel van de v.z.w. SEFOCAM is gevestigd op het Woluwedal 46/7 te 1200 Brussel. De v.z.w. SEFOCAM is telefonisch bereikbaar op het nummer 00.32.2.761.00.70. en per mail op het adres helpdesk@sefocam.be. De v.z.w. SEFOCAM beschikt evenzeer over een website met name www.sefocam.be. HOOFDSTUK III. - Aansluiting Art. 3.§ 1. Het pensioenreglement is verplicht van toepassing op alle arbeiders die op of na 1 januari 2002 met de werkgevers zoals vermeld in 2.6. verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst, ongeacht de aard van deze arbeidsovereenkomst. § 2. Onverminderd de toepassing van het eerste lid, is het pensioenreglement pas vanaf 1 januari 2008 van toepassing op de arbeiders die tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die overeenkomstig artikel 6 van het nationaal akkoord 2001-2002 ervoor wist te opteren om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren en hiervoor de toestemming wist te verwerven vanuit het Paritair Comité voor het garagebedrijf. § 3. Voormelde personen worden onmiddellijk aangesloten bij dit pensioenstelsel, dat wil zeggen vanaf de datum dat zij voldoen aan de hiervoor vermelde aansluitingsvoorwaarden. § 4. In afwijking van de 1ste paragraaf van dit artikel, is het pensioenreglement niet van toepassing op de arbeiders vermeld onder artikel 4, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst ter wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel van 4 september 2007. HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de inrichter Art. 4.§ 1. De inrichter gaat tegenover alle aan-geslotenen de verbintenis aan alles te doen wat voor de goede uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, vereist is. § 2. De bijdrage die de inrichter verschuldigd is ter financiering van de pensioentoezegging wordt door de inrichter zonder verwijl aan de pensioeninstelling overgemaakt. Dit geschiedt minimaal 4 maal per kwartaal. § 3. De inrichter zal via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM op regelmatige tijdstippen alle nodige gegevens overmaken aan de pensioeninstelling. § 4. De pensioeninstelling is slechts tot uitvoering van haar verplichtingen gehouden voor zover haar, tijdens de duur van dit pensioenreglement volgende gegevens meegedeeld werden : 1) de naam, de voorna(a)m(en) en de geboorte-datum van de aangeslotene alsook geslacht, taalstelsel, burgerlijke staat en identificatie-nummer in de sociale zekerheid;2) het adres van de aangeslotene;3) de benaming, de maatschappelijke zetel en het nummer van de werkgever, waarmee de aangeslotene via een arbeidsovereenkomst verbonden is, bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid / de Kruispuntbank van Ondernemingen;4) aansluitingsdatum bij het sectoraal pensioen-stelsel;5) het bruto kwartaalloon van de aangeslotene;6) enige andere terzake doende gegevens zoals gevraagd door de pensioeninstelling. Naderhand : de wijzigingen die, tijdens de duur van de aansluiting, in voormelde gegevens voorkomen. § 5. De inrichter wist ten voordele van de aangeslotenen een "helpdesk" te organiseren waarbij de coördinatie werd toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. Deze v.z.w. zal een vraag enkel doorspelen aan de pensioeninstelling indien zij de bewuste vraag niet zelf beantwoorden kan. In uitzonderlijke gevallen, wanneer zulks het proces aanzienlijk kan versnellen en vergemakkelijken, heeft de helpdesk de mogelijkheid de aangeslotene rechtstreeks contact te laten opnemen met de pensioeninstelling. HOOFDSTUK V. - Rechten en plichten van de aangeslotenen Art. 5.§ 1. De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst ter invoering van het sectoraal pensioenstelsel afgesloten op 5 juli 2002, van - in voorkomend geval - de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en van dit pensioenreglement. Deze documenten maken één geheel uit. § 2. De aangeslotene machtigt de inrichter de nodige verzekeringen op zijn leven af te sluiten. § 3. De aangeslotene machtigt de inrichter om via de v.z.w. SEFOCAM aan de pensioeninstelling alle inlichtingen en bewijsstukken over te maken die nodig zijn zodat de pensioeninstelling zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover de rechtverkrijgende(n) kan nakomen zonder uitstel. § 4. De aangeslotene maakt in voorkomend geval de ontbrekende inlichtingen en bewijsstukken over via v.z.w. SEFOCAM aan de pensioeninstelling zodat deze zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover zijn rechtverkrijgende(n) kan nakomen. § 5. Mocht de aangeslotene een hem door dit pensioenreglement of door de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, opgelegde voorwaarde niet nakomen, en mocht daardoor voor hem enig verlies van recht ontstaan, dan zullen de inrichter en de pensioeninstelling in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene in verband met het bij dit pensioenreglement geregeld aanvullend pensioen. HOOFDSTUK VI. - Gewaarborgde prestaties Art. 6.§ 1. De pensioentoezegging heeft, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen, tot doel : - een kapitaal (of een hiermee overeenstemmende rente) samen te stellen dat vanaf de pensioenleeftijd aan de "aangeslotene" wordt uitgekeerd indien hij in leven is; - een overlijdenskapitaal uit te keren aan de rechtverkrijgende(n) indien de "aangeslotene" overlijdt vóór of na de pensioenleeftijd, in dit laatste geval, zo het aanvullend pensioen nog niet werd opgevraagd door de aangeslotene zelf. § 2. De oprenting aan het wettelijk gegarandeerde minimumrendement geschiedt vanaf het ogenblik dat de bijdragen juridisch verschuldigd zijn. § 3. Deze oprenting loopt tot op de dag waarop de uitbetaling van het aanvullend pensioen gebeurt. § 4. Bovenvermelde kapitalen worden verhoogd met een winstdeling zoals beschreven in het hierna weergegeven winstdelingsreglement. Deze winstdeling wordt gekoppeld aan de resultaten van het afgezonderd fonds bij de pensioeninstelling. De winstdeling wordt jaarlijks toegekend in de vorm van een kapitaalsverhoging en is aldus definitief verworven door de aangeslotenen. Het percentage van jaarlijkse onmiddellijke toekenning wordt bepaald door het toezichtcomité. Enige winstdeling die niet onmiddellijk wordt toegekend aan de contracten, zal worden aangewend ter financiering van een collectief sectoraal winstdelingsfonds. Het winstdelingsreglement van het afgezonderd fonds "Sefocam - Pensioen" : De bijdragen worden geïnvesteerd in een afgezonderd fonds "Sefocam - Pensioen", dat hoofdzakelijk is samengesteld uit financiële activa die afkomstig zijn van de eurozone. Ieder jaar kan de pensioeninstelling aan de contracten een winstdeelneming toekennen die bepaald wordt in functie van de resultaten van dit afgezonderd fonds. Deze winstdeelneming wordt pas toegekend op voorwaarde dat de verrichtingen van het fonds rendabel zijn. De winstdeelneming is gelijk aan een bijkomend rendementspercentage dat toegekend wordt aan de contracten die op 31 december van het afgelopen boekjaar van kracht zijn. Het bijkomend rendementspercentage is gelijk aan het positieve verschil tussen het netto rendementspercentage van het afgezonderd fonds en de gewaarborgde rentevoet zoals bepaald in artikel 24, § 2, eerste lid van de W.A.P. Het netto rendementspercentage van het fonds is het in procent uitgedrukte resultaat ten opzichte van de gemiddelde waarde van het fonds in de loop van het afgelopen boekjaar, van 100 pct. van de financiële winsten die door het fonds gerealiseerd worden, vrij van financiële lasten, fiscale en parafiscale inhoudingen. De financiële winsten worden bepaald overeenkomstig de evaluatie - en waarderingsregels van de pensioeninstelling. Ten einde de financiële prestaties gerealiseerd door het afgezonderd fonds te stabiliseren, kan een quotiteit van de uitzonderlijke opbrengsten (zie hierna) elk jaar een reserve stijven waarop door de inrichter aanspraak kan gemaakt worden het jaar nadien. Een gedeelte van de uitzonderlijke opbrengsten kan dus van jaar tot jaar overgedragen worden. De uitzonderlijke opbrengsten zijn samengesteld uit de meer- en minwaarden van obligaties en aandelen, de eventuele monetaire aanpassingen op rentedragende activa, alsook de waardeverminderingen of terugnames van waardeverminderingen. De investeringspolitiek van het afgezonderd fonds heeft tot doel de veiligheid, het rendement en de liquiditeit van de beleggingen te waarborgen. Hierbij wordt rekening gehouden met een oordeelkundige diversificatie en spreiding van de beleggingen. De beleggingsportefeuille is voor minimaal 75 pct. belegd in obligaties waarvan de emitthenten van uitstekende kwaliteit zijn. Het gaat hoofdzakelijk om staatsobligaties van de eurozone. Het fonds investeert ook een minderheidsaandeel ten belope van maximaal 25 pct. van de waarde van het fonds in aandelen van de euro-zone en van diverse sectoren van de economie om op gemiddelde termijn een financiële winst te realiseren die hoger ligt dan deze die enkel zou gebaseerd zijn op investeringen met vaste opbrengst. Het fonds beschikt tevens over een veranderlijk bedrag aan liquiditeiten voor maximum 20 pct. van de waarde van het fonds. HOOFDSTUK VII. - Uitbetaling van de aanvullende pensioenen Art. 7.Al de in dit hoofdstuk vermelde formulieren kunnen bekomen worden via de helpdesk van de v.z.w. SEFOCAM, Woluwedal 46/7 te 1200 Brussel, telefoonnummer 02/761.00.70. of kunnen worden gedownload via de website www.sefocam.be. Afdeling 1. - Uitbetaling bij wettelijk (of vervroegd pensioen) Art. 8.§ 1. Elke aangeslotene kan zijn aanvullend pensioen opvragen vanaf dat hij het statuut van gepensioneerde geniet. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform de wet op de landsverzekeringsovereenkomsten, na 30 jaar in geval van leven. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. Twee maanden vóór het bereiken van de pensioenleeftijd ontvangt de aangeslotene via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM, een schrijven van de inrichter waarin deze wordt herinnerd aan het bedrag van zijn thans verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel en de te vervullen formaliteiten teneinde de uitbetaling van het aanvullend pensioen te concretiseren. § 4. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S1 volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de kennisgeving van de beslissing inzake het toekennen van de pensioendatum (uitgereikt door de Rijksdienst voor Pensioenen); - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene; - een attest welke de activiteit weergeeft die de aangeslotene kende tijdens een referteperiode van 3 jaar voorafgaand aan de wettelijke pensioenleeftijd : - ofwel een tewerkstellingsattest al dan niet met vermelding van verminderde prestaties ingevolge de opname van tijdskrediet; - ofwel een werkloosheidsattest met vermelding dat het gaat om een onvrijwillige werkloze die geen werk en/of opleiding wist te weigeren en dat de werkloosheid niet valt binnen de brugpensioenregeling; - ofwel een invaliditeitsattestering. § 5. Mocht de aangeslotene in aanvulling op zijn pensioen nog prestaties leveren bij een werkgever zoals vermeld onder artikel 2.6 en geschiedt er op dat ogenblik nog een verdere premiebetaling voor het aanvullend pensioen, dan kan deze aangeslotene pas zijn aanvullend pensioen opvragen vanaf het ogenblik van stopzetting van de werkzaamheden bij die werkgever. § 6. Het voordeel bij leven dat wordt uitgekeerd vóór het bereiken van de einddatum is gelijk aan de theoretische afkoopwaarde van het contract, dit is de reserve die bij de pensioeninstelling gevormd werd door de kapitalisatie van de in het voordeel van de aangeslotene gestorte bijdragen en toegekende winstdeling, rekening houdend met de verbruikte sommen. Afdeling 2. - Uitbetaling bij brugpensioen Art. 9.§ 1. Indien de aangeslotene op brugpensioen wordt gesteld, in overeenstemming met de afspraken hieromtrent gemaakt in het voormelde paritair comité, kan hij zijn aanvullend pensioen opvragen, conform de wetgeving terzake. - In toepassing van artikel 61, § 1 van de W.A.P. kan een aangeslotene tot 31 december 2009 zijn aanvullend pensioen opvragen op het moment van zijn brugpensionering, ook onder de leeftijd van 60 jaar. - Vanaf 1 januari 2010 kan de aangeslotene zijn aanvullend pensioen, ook in geval van brugpensionering (op vroegere leeftijd), slechts opvragen vanaf de leeftijd van 60 jaar. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform de wet op de landsverzekeringsovereenkomsten, na 30 jaar in geval van leven. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. De inrichter informeert maandelijks de v.z.w. SEFOCAM over de nieuwe brugpensioendossiers in haar sector. De v.z.w. SEFOCAM schrijft desgevallend de betrokken aangeslotenen aan met vermelding van de mogelijkheid tot opvraging van het aanvullend pensioen in het kader van zijn brugpensionering. § 4. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S2 volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de C4-Voltijds Brugpensioen of de C4ASR- Voltijds Brugpensioen (uitgereikt door de werkgever); - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene. § 5. Het voordeel bij leven dat wordt uitgekeerd vóór het bereiken van de einddatum is gelijk aan de theoretische afkoopwaarde van het contract, dit is de reserve die bij de pensioeninstelling gevormd werd door de kapitalisatie van de in het voordeel van de aangeslotene gestorte bijdragen en toegekende winstdeling, rekening houdend met de verbruikte sommen. Afdeling 3. - Uitbetaling bij overlijden Art. 10.§ 1. Indien de aangeslotene overlijdt en mocht hij zijn aanvullend pensioen nog niet of onvolledig hebben uitgekeerd gekregen, wordt het aanvullend pensioen uitgekeerd aan zijn rechtverkrijgende(n), volgens onderstaande volgorde : 1) ten bate van zijn of haar echtgeno(o)t(e) op voorwaarde dat de betrokkenen : - niet uit de echt gescheiden zijn (alsook niet in aanleg tot echtscheiding); - niet gerechtelijk gescheiden van tafel en bed (alsook niet in aanleg tot gerechtelijke scheiding van tafel en bed); 2) bij ontstentenis, ten bate van de wettelijk samenwonende partner (in de zin van artikels 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek);3) bij ontstentenis, ten bate van (een) andere natuurlijke perso(o)n(en) die door de aangeslotene door middel van een aangetekend schrijven kenbaar werd gemaakt aan de pensioeninstelling.Het bewuste aangetekend schrijven dient zowel voor de pensioeninstelling als voor de aangeslotene als bewijs van de aanduiding. De aangeslotene kan ten alle tijden deze aanduiding herroepen door middel van een nieuw aangetekend schrijven. Indien de aangeslotene na deze aanduiding zou huwen of hij samen met zijn /haar partner een wettelijk samenlevingscontract zou onderschrijven, en er dus een persoon is zoals beschreven in punt 1) hiervoor, wordt deze aanduiding geacht definitief herroepen te zijn; 4) bij ontstentenis, ten bate van zijn kinderen of van hun rechtverkrijgenden, bij plaatsvervulling;5) bij ontstentenis, ten bate van zijn ascendenten, voor gelijke delen;6) bij ontstentenis, ten bate van zijn broers en zusters;7) bij ontstentenis aan de andere wettelijke erfgena(a)m(en) met uitzondering van de Staat;8) bij ontstentenis van de hiervoor vermelde begunstigden wordt het voordeel aan het financieringsfonds gestort. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform de wet op de landsverzekeringsovereenkomsten, na 3 jaar in geval van overlijden (dus datum overlijden + 3 jaar). Deze termijn kan verlengd worden tot maximum 5 jaar conform de bepalingen van artikel 34, § 1 van diezelfde wet. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn(en) wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. De inrichter zal, nadat hij op de hoogte is van een overlijdensdatum, via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM een schrijven richten op het domicilie van de overleden aangeslotene waarbij hij de rechtverkrijgende(n) oproept tot het vervullen van de nodige formaliteiten met het oog op de uitbetaling van het aanvullend pensioen. § 4. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen dient/dienen de rechtverkrijgende(n) het aanmeldingsformulier S3 volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : 1. De rechtverkrijgende is de weduwe(naar) van de aangeslotene : - een kopie van de overlijdensakte van de aangeslotene; - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de rechtverkrijgende. 2. De rechtverkrijgende is niet de weduwe(naar) van de aangeslotene : - een kopie van de overlijdensakte van de aangeslotene; - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de rechtverkrijgende; - een kopie van de akte van bekendheid of van de erfrechtverklaring of van de akte van erfopvolging; - het bewijs van geblokkeerde bankrekening (enkel in het geval dat de rechtverkrijgende minderjarig is). § 5. Elke rechtverkrijgende dient een aanmeldingsformulier S3 over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM. HOOFDSTUK VIII. - Modaliteiten van de uitbetaling Art. 11.§ 1. Opdat de pensioeninstelling tot de effectieve betaling van het aanvullend pensioen kan overgaan, dient ze te beschikken over de loongegevens van de ganse aansluitingsduur bij het sectoraal pensioenstelsel. § 2. De aangeslotene, respectievelijk de rechtverkrijgende, zal een voorschot ontvangen binnen de 5 werkdagen nadat de pensioeninstelling de nodige stukken en de keuzemodaliteit van opname, zoals bepaald in respectievelijk artikel 8 of 9 of 10 en artikel 12 en 13, heeft ontvangen en dit op basis van de beschikbare loongegevens op het ogenblik van de aanvraag. § 3. Het eventueel resterende saldo van het aanvullend pensioen zal uitbetaald worden in de maand september van het jaar volgend op de datum waarop de aanmelding wist te geschieden. HOOFDSTUK IX. - Uitbetalingsvorm Art. 12.De aangeslotene of in voorkomend geval diens rechtverkrijgende(n) kan / kunnen kiezen voor : 1) hetzij een éénmalige uitbetaling in kapitaal, 2) hetzij een omzetting in een jaarlijks levenslange rente. Art. 13.§ 1. Een omvorming is echter niet mogelijk wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan niet meer bedraagt dan 500 EUR bruto. Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, bijdragen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. § 2. De pensioeninstelling brengt de aangeslotene of, in voorkomend geval, diens rechtverkrijgende(n) van dit recht op de hoogte twee maanden vóór de pensionering of binnen de twee weken nadat hij van de vervroegde of de brugpensionering of van het overlijden kennis wist te nemen. § 3. Indien binnen de maand te rekenen vanaf de hiervoor vermelde kennisgeving, geen aanvraag in deze zin door de aangeslotene aan de pensioeninstelling wordt betekend, wordt verondersteld dat hij geopteerd heeft voor de éénmalige kapitaalsuitkering. De rechtverkrijgende(n) van het voordeel bij overlijden zullen, in voorkomend geval, hun keuze voor een rente-uitkering kenbaar maken op de aanvraag tot uitbetaling van het voordeel, zoniet wordt (worden) hij/zij geacht te hebben geopteerd voor de éénmalige kapitaaluitkering. HOOFDSTUK X. - Verzekeringscombinatie Art. 14.De dekking van de twee risico's, zoals vermeld in artikel 6 hiervoor, wordt tot stand gebracht door het afsluiten van een levensverzekering van het type uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserve, die een kapitaal leven waarborgt dat op de einddatum vervalt enerzijds en een overlijdenskapitaal waarborgt dat bij overlijden van de aangeslotene onmiddellijk betaalbaar is, anderzijds. Het kapitaal overlijden dat door die verzekering gewaarborgd wordt, is gelijk aan de reserve opgebouwd op het ogenblik van overlijden verhoogd met de rendementsgarantie en in voorkomend geval de winstdeelname en dit tot op datum van de uitbetaling. HOOFDSTUK XI. - Bijdragen Art. 15.§ 1. Alle vereiste uitgaven tot het waarborgen van de voordelen vermeld in artikel 6 hiervoor vallen geheel ten laste van de inrichter. Deze bijdrage bedraagt per actieve aangeslotene 1,34 pct. van diens jaarbezoldiging. § 2. Deze bijdrage wordt bepaald door artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 3. De inrichter zal de globale bijdrage maandelijks aan de pensioeninstelling storten. HOOFDSTUK XII. - Verworven reserves en verworven prestaties Art. 16.§ 1. Overeenkomstig artikel 17 van de W.A.P., moet een aangeslotene minstens gedurende een al dan niet onderbroken periode van één jaar aangesloten geweest zijn bij dit pensioenstelsel, alvorens hij aanspraak kan maken op verworven reserves en verworven prestaties. § 2. Is deze minimum aansluitingstermijn niet voldaan ten tijde van de uittreding van de aangeslotene, dan worden, in voorkomend geval, de maanden aansluiting bij onderstaande sociale sectorale pensioenstelsels meegeteld teneinde uit te maken of er al dan niet sprake is van een minimum aansluitingstermijn van 12 maanden. Aansluitingen bij : - het sociaal sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Subcomité voor het koetswerk (P.S.C. 149.02); - het sociaal sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel (P.S.C. 149.04); - het sociaal sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.S.C. 142.01). § 3. Dit heeft tot gevolg voor wat betreft de verworvenheid van de reserves : - in het geval er sprake is van een totale aansluitingstermijn van minimaal 12 maanden, al dan niet onderbroken, dan worden de latente rechten die de betrokkene bezit - dit wil zeggen de rechten en de reserves die overeenstemmen met een aansluitingstermijn van minder dan 12 maanden - in het kader van de respectievelijke sectorale pensioenstelsels toch verworven voor de aangeslotene. Dit heeft eveneens tot gevolg dat ingeval van herintreding van de aangeslotene in één van de 4 sectorale pensioenstelsels, hij op dat ogenblik reeds beschikt over verworven rechten waardoor er niet wederom aan een minimum aansluitingstermijn van 12 maanden dient te worden voldaan; - in het geval er geen sprake is van een totale aansluitingstermijn van minimaal 12 maanden, al dan niet onderbroken, dan zal de tot op dit moment gevormde reserve in het financieringsfonds gestort worden. Indien de aangeslotene echter naderhand wederom zou toetreden tot dit pensioenstelsel, dan zal de ten tijde van de uittreding in hoofde van de aangeslotene gevormde reserve uit het financieringsfonds worden gehaald om opnieuw te worden toegewezen aan de bewuste aangeslotene. Indien de aangeslotene opnieuw zou uittreden, dan zal deze procedure worden herhaald indien de totale aansluitingstermijn van de betrokkene de 12 maanden nog steeds niet overschrijdt. De aangeslotene behoudt in voorkomend geval zijn latente rechten in het kader van de 4 sectorale pensioenstelsels. § 4. Indien de aangeslotene ten tijde van diens uittreding beschikt over verworven reserves in het kader van dit sectoraal pensioenstelsel, is de inrichter er op dit tijdstip toegehouden om enige tekorten aan te zuiveren. De tekorten ten opzichte van de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24, § 2 van de W.A.P., worden ten laste genomen door de pensioeninstelling. HOOFDSTUK XIII. - Procedure ingeval van uittreding Art. 17.§ 1. Ingeval van uittreding van een aangeslotene, stelt de Inrichter, via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM, de pensioeninstelling hiervan electronisch in kennis. Deze kennisgeving zal minimaal vier maal per jaar gebeuren. § 2. De pensioeninstelling zal, via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM uiterlijk binnen de 30 dagen na deze kennisgeving het bedrag van de verworven reserves en prestaties en de hierna opgesomde keuzemogelijkheden schriftelijk meedelen aan de betrokken uittreder. § 3. De betrokken aangeslotene heeft op zijn beurt 30 dagen de tijd (te rekenen vanaf de kennisgeving door de pensioeninstelling) om zijn keuze te bepalen uit de hierna volgende mogelijkheden inzake de aanwending van diens verworven pensioenreserves, desgevallend aangevuld tot de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24, § 2 van de W.A.P. : 1. de verworven reserves overdragen naar de pensioeninstelling van : a) ofwel de nieuwe werkgever met wie hij een arbeidsovereenkomst gesloten heeft, zo hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van die werkgever;b) ofwel de nieuwe inrichter van een sectoraal pensioenstelsel waaronder de werkgever ressorteert met wie hij een arbeidsovereenkomst gesloten heeft, zo hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van die inrichter;2. de verworven reserves overdragen naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning;3. de verworven reserves bij de pensioeninstelling laten en behouden zonder wijziging van de pensioentoezegging (vanzelfsprekend zonder verdere premiebetaling);4. de verworven reserves laten bij de pensioeninstelling - en via de nieuwe werkgever verder gaan met de premiebetaling; - enkel indien minstens 42 maanden aangesloten bij één of meerdere van de in artikel 16, § 2 opgesomde sociale sectorale pensioenstelsels; - enkel indien er geen pensioentoezegging bij de nieuwe werkgever bestaat; - deze premiebetalingen mogen niet meer dan 1 500 EUR per jaar bedragen (niet geïndexeerd); - indien de aangeslotene hiervoor wist te opteren, zal de inrichter de aangeslotene voor de inning van de nieuwe premies afleiden naar de onthaalstructuur opgericht binnen de pensioeninstelling waarvan sprake in artikel 2.22. van dit reglement (de pensioeninstelling zal hierbij een rechtstreekse relatie aangaan met de nieuwe werkgever van de uitgetreden werknemer). § 4. Wanneer de aangeslotene de voormelde termijn van 30 dagen laat verstrijken, wordt hij verondersteld te hebben gekozen voor de mogelijkheid bedoeld in artikel 17, § 3, 3. Na het verstrijken van deze termijn kan de aangeslotene evenwel ten allen tijde vragen om zijn reserves over te dragen naar een pensioeninstelling bedoeld in artikel 17, § 3, 1., 2. of 4. hiervoor. § 5. De pensioeninstelling zal er voor zorgen dat de door de aangeslotene gemaakte keuze binnen de 30 daaropvolgende dagen gerealiseerd wordt. De over te dragen verworven reserve van de keuze bedoeld in artikel 17, § 3, 1. en 2. zal geactualiseerd worden tot op de datum van de effectieve overdracht rekening houdend met de inventarisgrondslagen die door de pensioeninstelling bij de Commissie voor Bank, Financie- en Assurantiewezen werden neergelegd. § 6. Wanneer een gewezen deelnemer wist te opteren voor één van de keuze vermeld onder artikel 17, § 3, 1. of 2. en nadien herintreedt tot het sectorplan wordt hij als een nieuwe deelnemer beschouwd. § 7. Afkoop van het contract is enkel mogelijk conform de wettelijke bepalingen terzake. § 8. De onthaalstructuur zal worden gebruikt om de overgedragen reserves van de nieuwe aangeslotenen onder te brengen en de nieuwe premies zoals vermeld in artikel 17, § 3, 4. te beheren. HOOFDSTUK XIV. - Beëindiging van het pensioenstelsel Art. 18.Ingeval van stopzetting van het pensioenstelsel of bij liquidatie van een werkgever, verwerven de (bewuste) aangeslotenen, die minstens één jaar aangesloten waren bij dit pensioenstelsel, de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24, § 2 van de W.A.P. HOOFDSTUK XV. - Financieringsfonds Art. 19.§ 1. Door de inrichter wordt overgegaan tot de oprichting van een financieringsfonds. Het financieringsfonds wordt beheerd door de pen-sioeninstelling als een wiskundige inventarisreserve. § 2. Het fonds wordt gefinancierd door eventuele stortingen van de inrichter, alsook sommen die bij toepassing van artikels 6, 8 § 2, 10 en 16 beschikbaar komen. § 3. Ingeval van liquidatie van een werkgever zonder dat die werkgever wordt overgenomen door een andere werkgever zoals bedoeld in artikel 2, 6., zullen de gelden van het fonds die proportioneel slaan op de verplichtingen van die bepaalde werkgever, noch volledig noch gedeeltelijk worden teruggestort aan de inrichter. Het zal daarentegen onder de aangeslotenen van die bepaalde werkgever worden verdeeld in verhouding met hun wiskundige reserve, desgevallend aangevuld tot de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24, § 2 van de W.A.P. § 4. Ingeval van stopzetting van dit pensioenplan, zullen de gelden van het fonds i …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.