📄 Wettekst
26 JUNI 2024. - Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van diverse bepalingen van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Wij hebben de eer ter ondertekening van Uwe Majesteit een koninklijk besluit voor te leggen betreffende de uitvoering van diverse bepalingen van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen.
Voormelde wet beoogt de bevolking en het leefmilieu tegen de risico's van met radioactieve stoffen verontreinigde bodems te beschermen en dit, hetzij door remediërings-, hetzij door beschermingsmaatregelen (beperkingen op het gebruik of toezichtsmaatregelen).
De regelgeving inzake het beheer van radioactief afval zoals vastgelegd in de
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 en de uitvoeringsbesluiten ervan blijft onverkort van toepassing.
De bepalingen die de toegang tot het informatieregister over de verontreinigde of mogelijk verontreinigde terreinen regelen, en de nadere regels betreffende de procedure voor de aflevering van de eindverklaring worden op een latere datum ingevoegd in het besluit.
Deze bepalingen zijn onder meer afhankelijk van ontwikkelingen inzake de nationale beleidsmaatregelen zoals voorzien in de hogergenoemde
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten.
Het regelgevend kader zal tot slot ook nog verder worden aangevuld met technische reglementen van het Agentschap die de criteria bepalen waarmee de saneringsplichtige rekening dient te houden.
De beslissingen van het Agentschap op zich zullen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur respecteren. Zo zullen ze met redenen omkleed moeten zijn en het proportionaliteitsbeginsel in acht moeten nemen.
Het Agentschap baseert zich tevens op wetenschappelijk gevalideerde en beproefde technieken en gebruikelijke internationale standaarden bij haar beslissingen.
De praktische modaliteiten voor projecten met een aangetoonde gemengde verontreiniging m.b.t. het afstemmen van het regionale proces (de chemische verontreiniging) en het proces dat het voorwerp uitmaakt van dit besluit worden geregeld in samenwerkingsakkoorden.
Dit besluit is van toepassing op blootstellingsituaties die het resultaat zijn van een bodemverontreiniging zoals bedoeld in de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten. Deze blootstellingsituaties worden beschouwd als bestaande blootstellingssituaties in de zin van het
koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000726
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen
sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen (ARBIS).
Indien de uitvoering van het besluit leidt tot een saneringsproject met significante blootstelling van de betrokken werknemers, kunnen deze worden beschouwd als beroepshalve blootgestelde werknemers volgens de bepalingen van het ARBIS en moeten ze binnen dat kader worden opgevolgd.
Daarnaast kan bodemverontreiniging waarvoor het Agentschap heeft vastgesteld dat het radiologisch risico geen sanering vereist, maar waarvoor de bevoegde regionale overheid beschouwt dat sanering vereist is omwille van chemische verontreiniging, eveneens leiden tot een significante blootstelling van de werknemers die vereist dat ze als beroepshalve blootgestelde werknemers worden opgevolgd.
De tekst werd op diverse plaatsen aangepast teneinde rekening te houden met de opmerkingen van de Raad van State.
Artikelsgewijze bespreking:
Artikel 1: Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikelen 2-9: Deze bepalingen beschrijven de procedure en de criteria voor de erkenning van deskundigen in de bodemverontreiniging, alsook de procedure en de modaliteiten betreffende de verlenging van deze erkenning.
Het doel van de erkenning is om de kennis m.b.t. het meten en evalueren van de radiologische component van bodemverontreiniging te valideren.
Naar aanleiding van een opmerking van de Raad van State werd de bepaling die de erkenningscriteria vastlegt verder gepreciseerd. Deze precisering leidt er toe dat er nog slechts één type van erkenning zal zijn en dat een uitbreiding van een initiële erkenning niet langer mogelijk is.
De erkenning voegt een kennisaspect toe aan een bestaande, regionale erkenning tot bodemdeskundige. De inhoudelijke en territoriale scope van de regionale erkenning wordt dus niet gewijzigd door de toepassing van dit besluit. Een erkenning als deskundige in de bodemverontreiniging zoals voorzien in dit besluit is anderzijds niet mogelijk zonder het beschikken over een regionale erkenning.
De geldigheidsduur van een erkenning mag overeenkomstig de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten niet langer zijn dan vijf jaar. Deze tijdsduur moet toelaten om opnieuw een evaluatie van de kennis en kunde van de betrokkene te maken na verloop van deze periode.
De voorwaarde inzake permanente vorming (10u/5 jaar) is coherent met de verwachte technische evolutie binnen de betrokken kennisdomeinen.
Het Agentschap zal zelf periodiek een (vrijblijvende) opleiding voorzien om te garanderen dat het aantal uren kan worden bereikt.
De erkenningsaanvraag alsook de aanvraag tot verlenging van de erkenning moet in elektronische vorm aan het Agentschap gericht worden. Het Agentschap gaat in eerste instantie over tot een onderzoek van de volledigheid van de aanvraag, waarna de beoordeling van de aanvraag volgt. Indien het Agentschap van oordeel is dat de erkenning niet, of slechts gedeeltelijk kan worden afgeleverd, heeft de aanvrager de mogelijkheid om gehoord te worden.
Ingevolge een opmerking van de Raad van State wordt verduidelijkt dat er twee te onderscheiden beoordelingen van het dossier zijn. Deze van de volledigheid van de aanvraag en deze van de aanvraag zelf.
De aanvraag wordt slechts in behandeling genomen, voor wat betreft de beoordeling van de volledigheid in eerste instantie en uiteraard ook voor wat betreft de beoordeling ten gronde indien de betaling is ontvangen. Het dossier wordt ambtshalve gesloten als de betaling niet wordt ontvangen binnen een termijn van dertig kalenderdagen na het verzenden van het betalingsverzoek door het Agentschap. Ook indien de aanvrager het dossier niet vervolledigt binnen de voorziene termijn van zestig dagen, wordt het dossier ambtshalve afgesloten.
De nadruk wordt gelegd op het feit dat indien de deskundige de vergunning op regionaal niveau komt te vervallen, geschorst, opgeheven of ingetrokken wordt, de deskundige het Agentschap hiervan onmiddellijk op de hoogte dient te brengen.
Het Agentschap zal op zijn website een lijst publiceren met de namen van de erkende deskundigen. Deze personen kunnen echter maar de opdrachten opgenomen in de regelgeving uitvoeren als ze ook nog beschikken over een geldige erkenning op regionaal niveau.
Indien het Agentschap vaststelt dat een erkend deskundige in de bodemverontreiniging zijn taken, of zijn verplichtingen niet naar behoren vervult, kan het Agentschap: 1° de betrokken deskundige aanmanen om zijn situatie te regulariseren;2° de erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen;3° de erkenning geheel of gedeeltelijk opheffen. Op deze manier wordt gegarandeerd dat de analyses van de erkend deskundige in de bodemsanering steeds op een kwaliteitsvolle manier gebeuren. Ook de mogelijkheid tot schorsing van de erkenning op initiatief van de deskundige in de bodemverontreiniging wordt voorzien.
Artikel 10:
Artikel 6 § 1 van de Wet voorziet dat de saneringsplichtige is vrijgesteld om tot het saneringsproces over te gaan wanneer hij het bewijs levert dat hij op cumulatieve wijze aan de volgende voorwaarden voldoet: hij heeft de verontreiniging niet zelf veroorzaakt; hij was niet op de hoogte of behoort niet op de hoogte te zijn van de verontreiniging; de verontreiniging is ontstaan vooraleer hij de hoedanigheid van eigenaar, exploitant of gebruiker kreeg.
De saneringsplichtige zal hiervoor een dossier indienen bij het Agentschap dat de gehele of gedeeltelijke vrijstelling zal beoordelen.
Een aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht schorst de termijn bepaald in artikel 11 van het besluit voor het uitvoeren van een oriënterend onderzoek niet. Tegen de beslissing van het Agentschap is enkel beroep mogelijk bij de Raad van State.
Artikelen 11-14: Het oriënterend onderzoek moet door de saneringsplichtige uitgevoerd worden binnen een termijn van een jaar nadat hij werd aangeduid als saneringsplichtige. Het verslag van het beschrijvend onderzoek moet worden ingediend binnen een termijn van twee jaar na de kennisgeving door het Agentschap dat een beschrijvend onderzoek moet worden uitgevoerd. Deze termijnen zijn verlengbaar. Er kan door de saneringsplichtige geopteerd worden voor een gecombineerd oriënterend en beschrijvend onderzoek.
De procedure die voorzien wordt is gelijklopend aan deze in de regionale bodemwetgeving, met een oriënterend bodemonderzoek dat verontreiniging aantoont, en een beschrijvend bodemonderzoek dat deze verontreiniging afbakent en de risico's ervan bepaalt. Op basis van het beschrijvend bodemonderzoek kan vervolgens worden bepaald of een sanering nodig is.
Elk onderzoek wordt beoordeeld door het Agentschap, en deze beoordeling wordt kenbaar gemaakt aan de saneringsplichtige.
Tegen de beslissing van het Agentschap betreffende de beoordeling van het verslag van het beschrijvend en oriënterend onderzoek staat administratief beroep open bij het Agentschap zelf. Rekening houdende met een opmerking van de Raad van State, verwijzend naar artikel 9, lid 3 van het Verdrag van Aarhus wordt de beroepsmogelijkheid niet enkel voorzien voor de saneringsplichtige, maar ook voor derde-belanghebbenden.
Artikelen 15 - 19 De procedure die voorzien wordt voor wat betreft het overlegproces is gelijklopend aan deze in de regionale bodemwetgeving.
De verschillende remediëringsopties of beschermingsmaatregelen worden in de meeste gevallen geïdentificeerd door de erkend deskundige in de bodemverontreiniging, maar kunnen ook worden aangereikt door het Agentschap. De uiteindelijke keuze van de optie is niet enkel afhankelijk van het risico op radiologisch vlak, maar ook andere aspecten kunnen meespelen, vandaar het belang van het overlegproces.
De totale duur van het overlegproces mag niet meer dan een jaar bedragen, behoudens indien uit het overlegproces blijkt dat verder onderzoek of verdere studie noodzakelijk is en het Agentschap akkoord gaat met de verlenging van de duur van het overlegproces.
Voorbeelden van elementen die een verlenging van de raadplegingsperiode kunnen rechtvaardigen zijn: - Significante wijzigingen aan het project: wanneer er significante wijzigingen aan het project moeten worden aangebracht (wijziging in het ontwerp van de technische oplossing, wijziging in de omvang van het project....) naar aanleiding van opmerkingen/ aanbevelingen/ adviezen van de stakeholders, kan de ontwikkeling van het project vertraging oplopen door de tijd die nodig is om nieuwe studies/ analyses/ gegevensverzamelingen uit te voeren en/of nieuwe goedkeuringen van de stakeholders te verkrijgen. - Lokale bezwaren: wanneer het project leidt tot bezorgdheid, controverse of verzet bij de lokale bevolking, kan de ontwikkeling ervan vertragen omdat er moet worden gereageerd op de bezorgdheden van deze lokale bevolking. - Complexiteit van het project: in het geval van een complex project, bijvoorbeeld een project met verschillende soorten verontreinigende stoffen (radiologische, chemische, enz.) die over een uitgestrekt continu/ discontinu geografisch gebied verspreid zijn, kan de ontwikkeling van het project vertraging oplopen door de vele analyses, studies en gegevensverzamelingen die nodig zijn. Ook als er vanwege de complexiteit van het project aanvullende raadplegingen en/of adviezen nodig zijn om specifieke expertise in te winnen, kan de ontwikkeling van het project ook vertraging oplopen door de tijd die nodig is om deze aanvullende raadplegingen/ adviezen in te winnen. - Geschillen: de raadplegingsfase kan worden verlengd ingeval er een juridische beslissing wordt verwacht na het ontstaan van een geschil tijdens de ontwikkeling van het project.
Het overlegproces mondt uit in een verslag waarin de verschillende saneringsopties worden beschreven. Deze voorziene procedure heeft als voordeel dat alle betrokken partijen reeds tijdens het overleg hun inbreng hebben gehad in het proces dat leidt tot het uitwerken van de saneringsopties. Er wordt hen ook expliciet gevraagd om een advies uit te brengen. Indien er geen advies of bezwaar wordt bezorgd aan het Agentschap door een betrokken partij, dan wordt er van uitgegaan dat de procedure voor wat deze partij kan verdergezet worden.
Tegen de beslissing van het Agentschap staat ook hier beroep open bij het Agentschap. Het beroep werkt niet schorsend.
De saneringsplichtige maakt uiterlijk een jaar nadat de beslissing betreffende de saneringsoptie definitief is geworden of in voorkomend geval, na afloop van de beroepsprocedure tegen deze beslissing, een gedetailleerd remediëringsproject aan het Agentschap. Deze termijn kan na gemotiveerd verzoek van de saneringsplichtige door het Agentschap verlengd worden tot een maximale duurtijd van twee jaar.
De redenen die een verlenging van deze termijn van een jaar kunnen rechtvaardigen zijn bijvoorbeeld: - Complexiteit van het project en technische moeilijkheden: het ontwerp van de technische oplossing kan langer duren dan verwacht wanneer het project technisch complex blijkt te zijn. Ook wanneer er extra raadplegingen en/of adviezen nodig zijn om specifieke expertise te vragen omwille van de complexiteit van het project, kan de ontwikkeling van dit laatste ook vertraging oplopen door de tijd die nodig is om deze extra raadplegingen/ adviezen in te winnen. - Landconflicten: in geval van complicaties of geschillen over de verwerving van de terreinen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het project, kunnen er vertragingen optreden. - Financiering: de ontwikkeling van het project kan ook een achterstand oplopen door vertragingen die zich voordoen bij het verkrijgen van een financiering. - Weersomstandigheden: weersomstandigheden kunnen de uitvoering van bepaalde werken (uitvoering van metingen, verzameling van gegevens ....) vertragen, wat een impact kan hebben op de planning van het project. - Regelgevingsproblemen: de aanpassingen die nodig zijn om aan de verschillende regelgevingen te voldoen (zoals bijvoorbeeld de noodzaak om de bestemming van bepaalde percelen te wijzigen) kunnen ook de ontwikkeling van het project vertragen.
Artikel 14 van de Wet bevat de minimale inhoud van het remediëringsproject. Het FANC kan hier nog zaken aan toevoegen rekening houdend met de concrete omstandigheden. Bij kennisgave van de beslissing zal ook de minimale inhoud meegedeeld worden.
Artikelen 20 - 23 De artikelen hebben betrekking op het verloop van het remediëringsproject.
Het Agentschap organiseert het openbaar onderzoek en centraliseert de klachten en opmerkingen betreffende het remediëringsproject en vat deze samen. Het dossier wordt vervolgens overgemaakt aan de regionale overheden en aan NIRAS, behoudens wanneer NIRAS ook de saneringsplichtige is, voor advies. Wanneer een partij binnen de voorziene termijn geen advies verleent, wordt aangenomen dat het dossier voor deze partij geen aanleiding geeft tot opmerkingen en kan de procedure worden verdergezet, met het oog op de goedkeuring van het remediëringsproject.
De goedkeuring van het Agentschap kan gepaard gaan met het opleggen van beschermings- en beheersmaatregelen aanvullend op deze beschreven in het remediëringsproject. Bij wijze van voorbeeld kan hier verwezen worden naar de sanering van de Winterbeek van Tessenderlo Chemie.
Tevens omvat de goedkeuring van het Agentschap een vermelding van de activiteiten en installaties die deel uitmaken van het remediëringsproject waarvoor de saneringsplichtige een aparte vergunningsaanvraag moet indienen bij het Agentschap of een andere overheid, zo deze dit heeft meegedeeld aan het Agentschap, met de voorziene timing hiervoor en met verwijzing naar de toepasselijke regelgeving.
Deze werkwijze moet de saneringsplichtige helpen om de nodige administratieve stappen te zetten, ook bij de regionale of lokale bevoegde overheden.
Indien het Agentschap niet akkoord gaat met het voorgestelde remediëringsproject, zendt het Agentschap zijn opmerkingen aan de saneringsplichtige over. De saneringsplichtige is dan verplicht om aan het Agentschap een aangepaste versie van het remediëringsproject binnen een termijn van zes maanden voor te leggen. Indien beroep werd ingesteld tegen het standpunt van het Agentschap, wordt deze termijn van zes maanden geschorst.
Het in artikel 24 bedoelde beroep kan slaan zowel (i) op een beslissing van FANC tot oplegging van bijkomende beschermings- en beheersmaatregelen als (ii) op een beslissing krachtens artikel 16, § 3, van de Wet, en verder ook (iii) op het deel van de beslissing tot goedkeuring van het remediëringsproject dat overeenkomstig artikel 27, eerste lid, 1°, van het ontwerp de modaliteiten bepaalt voor de aanpassing van het bedrag van de financiële zekerheid.
Artikelen 24 - 31: Met deze artikelen wordt gewaarborgd dat de saneringsplichtige van een groot saneringsproject de nodige financiële zekerheden (in de zin van boekhoudkundige voorzieningen) stelt, zowel voor de oriënterende en de beschrijvende onderzoeken, het opstellen van het saneringsproject als voor het uitvoeren van het saneringsproject of het uitvoeren en in stand houden van de beschermingsmaatregelen opgelegd door het Agentschap. Dit heeft als doel dat ook in geval van faillissement van de saneringsplichtige de nodige financiële middelen ter beschikking zijn om de verdere uitvoering van de sanering en dus de bescherming van de bevolking en het milieu te garanderen.
Met grote saneringsprojecten worden saneringen bedoeld waarvan het reeds in een heel vroeg stadium duidelijk is dat deze in totaal, al dan niet met onderbrekingen, meer dan 5 jaar zullen duren of waarvan het duidelijk is dat de kost sowieso de 10 miljoen euro zal overschrijden.
Voor kleinere saneringsprojecten moet op basis van het besluit geen financiële zekerheid gesteld worden, ook al kan in raadzaam zijn.
Grote saneringen betreffen steeds complexe situaties waarvan de sanering niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald. Vandaar dat er voor de bepaling van de financiële zekerheden aan de saneringsplichtige gevraagd wordt een studie op te stellen de minimaal volgende elementen bevat: - een beschrijving van de minimaal vereiste saneringswerken, met inbegrip van de te saneren volumes, de gebruikte eenheidsprijzen en een referentiescenario; - een raming van de nodige kosten, alsmede een planning in de tijd van de voorziene besteding en uitgaven.
Het referentiescenario is een logische opeenvolging van acties die op een uitvoerbare en veilige wijze de sanering moet mogelijk maken. Dit referentiescenario moet naarmate het project verder ontwikkeld wordt, steeds nauwer aansluiten bij het uiteindelijk voor goedkeuring voor te leggen saneringsproject. Naarmate het referentiescenario duidelijker kan worden omschreven moeten de kosten en hun spreiding in de tijd ook meer in detail bepaald worden en moet de aanleg van de financiële zekerheden hieraan aangepast worden. Zo zal de kostenschatting evolueren van een initieel ruwe schatting voor een referentiescenario met enkel de grote stappen naar een steeds meer en meer precieze schatting die rekening houdt met een gedetailleerde omschrijving van alle activiteiten. Daar op het moment van verklaring tot saneringsplichtige niet kan verwacht worden dat de saneringsplichtige reeds alle nodige acties in het kader van de remediëring kan kennen, kan de initiële schatting van de kosten gebeuren op basis van een aanvangsstudie die enkel de activiteiten omvat die als onvermijdbaar kunnen aanzien worden bijvoorbeeld de terreinstudies, eerste veiligheidsstudies, het opgraven van de besmette bodem en de tussentijdse opslag ervan. De risicopremie wordt vastgelegd op 15% of een door de saneringsplichtige te justifiëren percentage teneinde de onzekerheden bij de uitvoering van het remediëringsproject op te vangen.
Bij de volgende bepalingen van de kosten is het mogelijk dat de beschikbare graad van detail het referentiescenario het niet mogelijk maakt om reeds een kostenschatting voor elke activiteit te maken. In dit geval dient de saneringsplichtige te justifiëren waarom de kostenschatting voor die activiteit nog niet mogelijk is en aan te duiden wanneer hij die wel gaat maken.
Bij het verder uitwerken van het referentiescenario moet de saneringsplichtige rekeninghouden met de resultaten van het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek, het overleg met de belanghebbenden en de ontwikkeling van de remediëringsopties.
Gezien het hier saneringen betreft waarvoor het jaren zal duren alvorens een voorstel van project ter goedkeuring kan worden voorgelegd en het zeker meer dan 5 jaar zal duren om het project uit te voeren kan de financiële zekerheid geleidelijk opgebouwd worden over meerdere jaren en is het een gangbare praktijk om rekening te houden met de verwachte inflatie en actualisatie van de financiële zekerheid.
Telkens er belangrijke nieuwe informatie beschikbaar is, er een belangrijke evolutie is in de uitwerking van het saneringsproject of een andere gebeurtenis met mogelijks belangrijke invloed op de kostenschatting of financiële zekerheid, dient de saneringsplichtige een nieuwe kostenschatting en bijhorende bepaling van financiële zekerheid te maken.
De studie van de saneringsplichtige dient door het Agentschap goedgekeurd te worden. Een adviesprocedure wordt in het ontwerpbesluit voorzien met betrekking tot de aanvangsstudie met de mogelijkheid voor de saneringsplichtige om de studie aan te passen aan de opmerkingen van het Agentschap. Voor de opvolgstudie is een adviesprocedure voorzien met langere termijnen gezien de complexere inhoud.
Wat betreft de financiële zekerheden bij grote saneringsprojecten, wordt aan de saneringsplichtige opgelegd financiële zekerheden te stellen voor de verwachte kosten van het saneringsproject voor de komende 5 jaar. In het eerste jaar betekent dit de kosten van jaar 1 tot en met het einde van jaar 5, in het volgende jaar van jaar 2 tot en met jaar 6 enzoverder tot het beëindigen van het saneringsproject.
De waarde van de financiële zekerheid moet steeds gebaseerd op de meest recente schatting van de kosten. Op deze wijze zijn er steeds voldoende financiële middelen om de sanering te kunnen verderzetten.
Artikel 26, § 2 van de Wet bevat geen beperking van de soort zekerheden die kan worden aangewend. Met andere woorden kan het zowel om liquide middelen (geblokkeerd op een rekening) als om eender welke andere vorm van zekerheden gaan. In het besluit is er ook geen beperking voorzien, het kan hierbij om een bankgarantie gaan maar niet uitsluitend. Het besluit laat verschillende vormen van zekerheden toe: bewijs van neerlegging bij Depositie- en Consignatiekas, bewijs van kredietinstelling (voor bankgarantie), verzekeringsmaatschappij of notaris (pand op schuldvordering).
De saneringsplichtige kan tegen de beslissingen van het Agentschap in verband met de financiële zekerheid administratief beroep instellen het Agentschap overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 40.
Artikelen 32 - 34: Deze artikelen betreffen de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de Wet en werden opgesteld naar analogie met
koninklijk besluit van 27 oktober 2009Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
27/10/2009
pub.
09/11/2009
numac
2009000676
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de bescherming tegen ioniserende straling
sluiten tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de bescherming tegen ioniserende straling.
Artikelen 35 - 39: Deze artikelen geven uitvoering aan de artikelen 32 - 40 van de Wet en werden opgesteld naar analogie met de bepalingen van het koninklijk besluit van 20 december 2007 tot bepaling van de modaliteiten van de administratieve procedure van betaling van geldboetes ingesteld door de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
Artikel 40 beschrijft de beroepsprocedure die van toepassing is in de gevallen beschreven in de artikelen 14, 19, 24, 25, 26 en 27 van het besluit. Dit artikel werd herschreven naar aanleiding van het advies van de Raad van State, waardoor het administratief beroep niet dient te worden ingesteld bij de Minister, doch wel bij het Agentschap zelf.
Artikel 41 behoeft geen nadere toelichting.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing, A. VERLINDEN
Raad van state, afdeling Wetgeving Advies 76.114/16 van 8 mei 2024 over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de uitvoering van diverse bepalingen van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen' Op 9 april 2024 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de uitvoering van diverse bepalingen van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen'.
Het ontwerp is door de zestiende kamer onderzocht op 30 april 2024. De kamer was samengesteld uit Pierre LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, Toon MOONEN en Tim CORTHAUT, staatsraden, Jan VELAERS en Johan PUT, assessoren, en Wim GEURTS, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Lennart NIJS, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Tim CORTHAUT, staatsraad.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 8 mei 2024. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe gedeeltelijk uitvoering te geven aan de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten `betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen'. 2.1. Artikel 1 van het ontwerp bevat een aantal definities. Artikel 2 van het ontwerp bepaalt het toepassingsgebied ervan. 2.2. Hoofdstuk 2, bestaande uit de artikelen 3 tot 11, regelt de erkenning van deskundigen in de bodemverontreiniging. Het ontwerp bepaalt de criteria (artikelen 3, 4 en 10, § 2) en stelt de procedure vast (artikelen 5 tot 7) voor de erkenning. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de erkenning in het kader van een oriënterend onderzoek, een beschrijvend onderzoek en een saneringsproject waarbij geen radioactief afval wordt gegenereerd (artikel 3, eerste lid, 2°, a)) en de erkenning in het kader van een oriënterend onderzoek, een beschrijvend onderzoek en een saneringsproject waarbij wel radioactief afval ontstaat (artikel 3, eerste lid, 2°, b)). Artikel 8 regelt de mogelijkheid tot verlenging van de erkenning. Een bestaande erkenning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, 2°, a), kan worden uitgebreid overeenkomstig artikel 9.
Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (hierna: FANC) kan de deskundige die zijn taken of verplichtingen niet naar behoren vervult, aanmanen om de situatie te regulariseren, diens erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen of geheel of gedeeltelijk opheffen (artikel 10, § 1).
De mogelijkheid tot opheffing van de erkenning in geval van stopzetting van de activiteiten door een erkend deskundige wordt geregeld in artikel 11 van het ontwerp. 2.3. Hoofdstuk 3 bevat de regels die van toepassing zijn op het saneringsproces. Afdeling 1, bestaande uit artikel 12, regelt de procedure voor het aanvragen van een vrijstelling van saneringsplicht. Afdeling 2, bestaande uit de artikelen 13 tot 16, werkt het
oriënterend onderzoek (artikel 13) en het beschrijvend onderzoek (artikel 14) uit. Artikel 15 bepaalt de wijze waarop de verslagen van de oriënterende en beschrijvende onderzoeken moeten worden ingediend en stelt dat deze beoordeeld worden binnen een termijn van respectievelijk zestig en negentig dagen na de volledigverklaring van het dossier. Artikel 16 bevat de beroepsmogelijkheid tegen het besluit van het FANC houdende de beoordeling van het verslag. 2.4. Hoofdstuk 4, bestaande uit de artikelen 17 tot 21, bevat de nadere regels van het overlegproces dat overeenkomstig artikel 12 van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten kan worden georganiseerd indien er verschillende remediëringsopties of beschermingsmaatregelen mogelijk zijn. Daarbij wordt bepaald dat minstens de bevoegde (gewestelijke) overheden inzake bodemsanering en het gemeentebestuur waar het verontreinigd terrein gelegen is, deelnemen aan het overlegcomité (artikel 17, § 1). $Artikel 18 regelt de samenroeping en de werkwijze van het overlegcomité.
Het verslag waarin de verschillende saneringsopties worden beschreven, wordt aan het FANC overgemaakt (artikel 19), dat hiervan een afschrift aan de deelnemers aan het overlegproces om advies voorlegt (artikel 20, § 1). De saneringsplichtige wordt de mogelijkheid geboden om op de adviezen of bezwaren te reageren (artikel 20, § 2). Tegen de beslissing van het FANC om de voorgestelde optie goed te keuren of af te keuren, staat een (niet-schorsende) beroepsmogelijkheid open bij de bevoegde minister (artikel 20, § 3). In geval van weigering wordt de door de saneringsplichtige voorgestelde alternatieve optie om advies voorgelegd aan de deelnemers aan het overlegproces (artikel 20, § 4), waarna de saneringsplichtige opnieuw de mogelijkheid wordt geboden om te reageren op de adviezen of bezwaren (artikel 20, § 5) en desgevallend een nieuwe (niet-schorsende) beroepsmogelijkheid openstaat bij de bevoegde minister (artikel 20, § 6).
Artikel 21 bevat de voorschriften inzake het remediëringsproject. 2.5. Hoofdstuk 5, bestaande uit de artikelen 22 tot 25, bevat de bepalingen inzake de remediëring van de bodemverontreiniging met radioactieve stoffen. Overeenkomstig artikel 22 organiseert het FANC een openbaar onderzoek betreffende het remediëringsproject. Het FANC maakt het dossier houdende het remediëringsproject en een samenvatting van de klachten en opmerkingen uit het openbaar onderzoek over aan de bevoegde regionale (lees: gewestelijke) overheid en, behoudens indien zij saneringsplichtige is, aan de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (hierna: NIRAS) met de vraag hierover advies te verlenen (artikel 23). Artikel 24 bepaalt de wijze waarop het FANC het remediëringsproject kan goedkeuren. Tegen deze beslissing staat een beroep open bij de bevoegde minister (artikel 25). 2.6. Hoofdstuk 6 stelt de financiële zekerheden vast die de saneringsplichtige dient te stellen tot waarborg van de uitvoering van het remediëringsproject (artikelen 26 tot 33). Artikel 26 bepaalt de wijze waarop de kostenraming dient te worden opgemaakt en opgevolgd bij een geschatte uitvoeringstermijn van de sanering van meer dan vijf jaar of een geschatte kost van meer dan tien miljoen euro. Het FANC bepaalt het bedrag van de financiële zekerheid, waarbij het FANC rekening dient te houden met de in artikel 27 opgesomde elementen.
Tegen deze beslissing staat een (niet-schorsende) beroepsmogelijkheid open bij de bevoegde minister (artikel 27, vijfde en zesde lid). Het FANC kan het bedrag van de financiële zekerheid aanpassen. Tegen deze beslissing kan eveneens een (niet-schorsend) beroep bij de minister worden ingesteld (artikel 28). De saneringsplichtige legt het bewijs van de financiële zekerheid voor, gesteld overeenkomstig de artikelen 29 en 30. Artikel 31 regelt de uitvoering van de financiële zekerheid indien de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet nakomt. Artikel 32 regelt de vrijgave van de financiële zekerheid aan de saneringsplichtige die zijn verplichtingen geheel of ten dele is nagekomen.
Artikel 33 bepaalt de voorwaarden waaronder een terrein waarvoor nog geen eindverklaring werd afgeleverd kan worden overgedragen. 2.7. Hoofdstuk 7, bestaande uit de artikelen 34 tot 36, en bijlage 1 bij het ontwerp regelen de retributies die op grond van het ontworpen besluit verschuldigd zijn. 2.8. Hoofdstuk 8, bestaande uit de artikelen 37 tot 41, werkt de te volgen procedure bij het opleggen van een administratieve geldboete verder uit. 2.9. Hoofdstuk 9, bestaande uit artikel 42, werkt de administratieve beroepsprocedure uit die overeenkomstig verschillende bepalingen van het ontwerp openstaat tegen beslissingen van het FANC. 2.10. Hoofdstuk 10 bevat een slotbepaling (artikel 43), waarin de minister van Binnenlandse Zaken wordt belast met de tenuitvoerlegging van het te nemen besluit.
RECHTSGROND 3. Voor het ontwerp wordt rechtsgrond gezocht in artikel 108 van de Grondwet, in de artikelen 14 en 21 van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten `betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle' (hierna: FANC-wet), alsook in de artikelen 6, 8, 9, 11, 12, 13, 15, 16, 26, 35 en 38 van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten `betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen'. 3.1. Aan die bepalingen moet nog artikel 37 van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten worden toegevoegd, dat bepaalt dat de Koning de termijn en de nadere regels voor de betaling van de geldboete vaststelt. Artikel 37 van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten strekt met name de artikelen 40 en 41 van het ontwerp tot rechtsgrond. 3.2. Artikel 42 van het ontwerp voorziet in de procedure die gevolgd moet worden wanneer een administratief beroep wordt ingesteld tegen de beoordeling van het verslag van het beschrijvend en oriënterend onderzoek (artikel 16), tegen de beslissingen in navolging van het overlegproces (artikel 20, §§ 3 en 6), de weigering van het remediëringsproject (artikel 25) en de beslissingen inzake de financiële zekerheden (artikel 27, vijfde lid). Het beroep moet worden ingesteld bij de minister. Deze regeling dient te worden begrepen als een georganiseerd administratief beroep, waarbij de beroepsinstantie verplicht is te beslissen en dat door de saneringsplichtige moet worden uitgeput alvorens hij zich tot de rechter kan wenden. Dergelijk beroep raakt bijgevolg aan de toegang tot de rechter.
Op zich kan worden aangenomen dat de rechtsgronden voor de aangehaalde bepalingen volstaan voor het instellen van een administratief beroep binnen het FANC, ook al bevatten ze geen uitdrukkelijke machtiging voor het organiseren van een administratief beroep.1 De vraag rijst echter of die rechtsgronden ook volstaan voor het toekennen aan de minister van de mogelijkheid om de beslissingen van het FANC te herzien, waardoor de eindbeslissing uitgaat van de minister, veeleer dan van het FANC. Hoewel de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten niet uitdrukkelijk bepaalt dat enkel het FANC de beslissingen in kwestie kan nemen, volgt dat wel uit de algemene economie van die wet. De aanvragen moeten immers steevast worden ingediend bij het FANC, en ook de retributies voor de kosten die verbonden zijn aan die procedures moeten aan het FANC worden betaald.
Daarbij komt nog dat het FANC overeenkomstig artikel 2 van de FANC-wet is opgericht als een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid die is ingedeeld als een instelling van categorie C in de wet van 16 maart 1954 `betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut'. Die instellingen hebben een zekere mate van autonomie, die wordt gewaarborgd doordat artikel 9, § 1, van de wet van 16 maart 1954 stelt dat de minister zijn controle op dergelijke instellingen uitoefent via een regeringscommissaris. Enkel zij kunnen op basis van artikel 10 van die wet in beroep gaan bij de minister, waarbij de minister de beslissing van het FANC weliswaar kan vernietigen, maar er niet zijn eigen beslissing voor in de plaats kan stellen.
De Raad van State meent dan ook enige twijfel te moeten uiten bij de mogelijkheid van de minister om zelf dergelijke beslissingen te nemen en adviseert om een uitdrukkelijke wettelijke basis daartoe te creëren in de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten, bijvoorbeeld door de Koning te machtigen om een administratieve beroepsprocedure uit te werken waarbij de minister desgevallend een eindbeslissing kan nemen.2 BEVOEGDHEID 4.1. In advies 71.444/3 van 24 juni 2022 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op:3 "Verschillende bepalingen van het voorontwerp hebben betrekking op de verhouding tussen het FANC en de gewestelijke overheden die bevoegd zijn voor bodembescherming en -sanering. De artikelen 12, 17 en 19 van het voorontwerp schrijven de mogelijkheid tot overleg met de andere `betrokken bevoegde overheden inzake bodemsanering' voor. Artikel 16 van het voorontwerp bepaalt dat `desgevallend' het advies van deze overheden kan worden ingewonnen vooraleer het FANC een beslissing neemt over het remediëringsproject. Artikel 22 van het voorontwerp stelt tot slot het FANC in de mogelijkheid om aan de bevoegde overheden inzake bodemsanering voorstellen te doen tot aanpassing van de gewestplannen.
Bij de toepassing van de voornoemde bepalingen dient ermee rekening te worden gehouden dat de federale overheid de gewestelijke overheden niet kan verplichten om aan een overleg deel te nemen of om adviezen te verstrekken.4 Wat de toepassing van artikel 22 van het voorontwerp betreft, dient daaraan nog te worden toegevoegd dat de bevoegde gewestelijke overheden inzake bodemsanering niet noodzakelijkerwijze over de vereiste bevoegdheid zullen beschikken om de bedoelde planologische initiatieven te nemen." 4.2.1. Artikel 17 van het ontwerp voert artikel 12 van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten uit en stelt dat de betrokken overheden die deel uitmaken van het overlegcomité "de bevoegde overheden inzake bodemsanering" zijn, alsook het gemeentebestuur van de gemeente waar het verontreinigd terrein gelegen is.
De gemachtigde lichtte deze bepaling als volgt toe: "De deelname is niet verplicht voor wat betreft niet federale overheden. Het FANC zal de bevoegde regionale overheden uitnodigen, maar kan hen niet dwingen tot deelname. Hierover zullen nadere bepalingen worden opgenomen in het samenwerkingsakkoord." Uit de tekst van het ontwerp zou duidelijker moeten blijken dat de bevoegde gewestelijke overheden niet verplicht dienen deel te nemen.5 4.2.2. Gevraagd of wordt beoogd dat alle bevoegde overheden inzake bodemsanering deel uitmaken van het overlegcomité bedoeld in artikel 17 van het ontwerp, of enkel de overheid bevoegd voor het gebied waar het verontreinigde terrein gelegen is, verduidelijkte de gemachtigde dat "[e]nkel deze overheden die bevoegd zijn voor het gebied waar het verontreinigde terrein gelegen is (...) deel [zullen] uitmaken van het overlegcomité dat wordt samengeroepen." Het verdient aanbeveling dit duidelijker in het ontwerp te expliciteren. 4.2.3. Artikel 23 van het ontwerp bepaalt dat het FANC het dossier met betrekking tot het remediëringsproject overmaakt aan de bevoegde regionale (lees: gewestelijke) overheid met de vraag hierover advies te verlenen. Wanneer de bevoegde regionale overheid of de NIRAS binnen de voorziene termijn geen advies verleent, wordt aangenomen dat het dossier wat haar betreft geen aanleiding geeft tot opmerkingen.
Het is weliswaar mogelijk om te bepalen dat als het advies van de bevoegde regionale autoriteit niet binnen de gevraagde termijn wordt gegeven aan dat advies kan worden voorbijgegaan, maar er kunnen geen inhoudelijke conclusies worden getrokken uit de afwezigheid van dat advies. Er anders over oordelen zou immers inhouden dat de regionale autoriteit de facto aan een adviesverplichting wordt onderworpen, nu ze ook bij stilzwijgen geacht wordt een standpunt te hebben ingenomen over het dossier.
De gemachtigde bevestigde dat ook hierover nadere bepalingen zullen worden opgenomen in het nog te sluiten samenwerkingsakkoord. Zonder een dergelijk samenwerkingsakkoord kan artikel 23 van het ontwerp in zijn huidige vorm geen doorgang vinden.
ALGEMENE OPMERKINGEN A. Dienstenrichtlijn 5. In hoofdstuk 2 van het ontworpen besluit wordt voorzien in een erkenningsregeling voor bodemdeskundigen die mogen optreden bij bodemverontreiniging met aanwezigheid van radioactieve stoffen.Het ontwerp bevat bijgevolg een erkenningsregeling voor een dienstverlener, die onder het toepassingsgebied valt van de dienstenrichtlijn.6
HOOFDSTUK III - van die richtlijn betreft de vrijheid van vestiging van de dienstverrichters. Artikel 9 van de dienstenrichtlijn bepaalt dat de lidstaten de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit niet afhankelijk stellen van een vergunningstelsel, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan: "a) het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter; b) de behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; c) het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn." Overeenkomstig artikel 10 van de dienstenrichtlijn moeten vergunningstelsels gebaseerd zijn op criteria die beletten dat de bevoegde instanties hun beoordelingsbevoegdheid op willekeurige wijze uitoefenen (lid 1). De criteria zijn overeenkomstig lid 2 van dat artikel: "a) niet-discriminatoir; b) gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;c) evenredig met die reden van algemeen belang;d) duidelijk en ondubbelzinnig;e) objectief;f) vooraf openbaar bekendgemaakt;g) transparant en toegankelijk". Het ontwerp vereist dat de aanvrager van een erkenning aantoont "deskundig [te] zijn in de stralingsbescherming" om een erkenning als deskundige in de bodemverontreiniging te verkrijgen. Daarbij wordt op algemene wijze opgesomd welke kennis en kunde vereist zijn (artikel 3, eerste lid, 2°, a) en b), van het ontwerp).7 Gevraagd hoe dergelijke deskundigheid wordt aangetoond, stelde de gemachtigde: "Dit kan worden aangetoond met attesten van opleidingen die werden gevolgd, specifiek met betrekking tot de radiologische aspecten van bodemsanering, dan wel een algemene opleiding inzake stralingsbescherming. Het FANC zal naar de toekomst toe ook specifieke opleidingen inzake de radiologische aspecten van bodemsanering organiseren." Het ontwerp dient te worden aangevuld met voldoende duidelijke en ondubbelzinnige criteria, aan de hand waarvan de deskundigheid in de stralingsbescherming kan worden aangetoond.
B. Administratieve beroepsmogelijkheden 6. Het ontwerp voorziet in diverse beroepsmogelijkheden, die enkel openstaan voor de saneringsplichtige.Zo wordt enkel aan de saneringsplichtige de mogelijkheid geboden om beroep in te stellen tegen de beoordeling van het verslag van het beschrijvend en oriënterend onderzoek (artikel 16, § 1, van het ontwerp), tegen beslissingen van het FANC waarbij de voorkeursoptie wordt goed- of afgekeurd, indien een overlegproces is georganiseerd overeenkomstig artikel 12 van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten wegens de mogelijkheid van verschillende remediëringsopties of beschermingsmaatregelen (artikel 20, §§ 3 en 6), tegen besluiten van het FANC tot goedkeuring of weigering van het voorgestelde remediëringsproject (artikel 25, § 1) en tegen beslissingen in verband met de financiële zekerheid (artikel 27, vijfde lid).
Derde-belanghebbenden en de bevoegde overheden8 kunnen dus geen administratief beroep instellen tegen de beslissingen van het FANC, waartegen voor de saneringsplichtige een beroepsmogelijkheid bij de minister openstaat.9 Wat dat punt betreft, heeft de Raad van State, afdeling Wetgeving in het verleden reeds opgemerkt wat volgt:10 "1. L'ouverture des recours administratifs aux seuls demandeurs de permis a pu se concevoir à une époque où l'accent était mis sur la protection du droit de propriété et de toutes ses implications.11 Tel n'est plus le cas aujourd'hui, puisqu'aussi bien, l'article 23 de la Constitution garantit le droit à la protection d'un environnement sain. (...) Certes, les tiers intéressés disposent-ils d'un recours juridictionnel leur permettant d'obtenir la suspension et l'annulation d'une autorisation délivrée illégalement. Mais ils ne peuvent, ce faisant, en contester l'opportunité. On n'aperçoit mal comment l'exclusion absolue et généralisée de tout recours administratif pour les tiers intéressés pourrait se justifier eu égard aux exigences du principe d'égalité consacré par l'article 10 de la Constitution." Mede gelet op de door artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus12 gewaarborgde toegang van het publiek (en dus niet enkel de saneringsplichtige, maar ook derde-belanghebbenden) tot bestuursrechtelijke beroepsprocedures in milieuaangelegenheden moet dezelfde opmerking worden gemaakt bij het om advies voorgelegde ontwerp.
ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef 7. In lijn met opmerking 3.1 dient in het derde lid van de aanhef een verwijzing te worden opgenomen naar artikel 37 van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten.
Artikel 1 8. De definities van de begrippen `bodem' (artikel 2, 1°, van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten) en `bodemverontreiniging' (artikel 2, 2°, van de
wet van 20 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
24/01/2023
numac
2022042932
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
05/02/2024
numac
2024000778
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
20/11/2022
pub.
30/11/2022
numac
2022034191
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
sluiten) uit de wet worden hernomen.De gemachtigde stelde dat dit het geval is om de leesbaarheid van het ontworpen besluit te verhogen.
Aangezien die termen al zijn gedefinieerd in een hogere rechtsnorm moeten de definities in artikel 1, 4° en 6°, van het ontwerp worden geschrapt. Eventueel kan gebruikgemaakt worden van een verwijsdefinitie. 9. Overeenkomstig artikel 1, 5°, is een regionale (lees: gewestelijke) erkenning als bodemdeskundige een "erkenning verleend door een bevoegde regionale overheid met als voorwerp de erkenning als bodemsaneringsdeskundige, als deskundige in de bodemverontreiniging, of de bodemsanering, of iedere andere vergelijkbare activiteit". Gevraagd wat dient te worden begrepen onder de zinsnede "iedere andere vergelijkbare activiteit", antwoordde de gemachtigde: "Deze omschrijving werd opgenomen omwille van de verscheidenheid in de benaming van de erkenningen door de bevoegde regionale overheden. Als dusdanig wordt het toepassingsgebied afgedekt." De gebruikte formulering doet echter twijfel ontstaan over de draagwijdte van de definitie,13 omdat die daardoor onbepaald en dus rechtsonzeker wordt. Het verdient aanbeveling dit begrip beter af t …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.