← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2021, gesloten in het Paritair Subco

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) algemeen verbindend, die het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor de edele metalen sector wijzigt en coördineert, en de overgang van de solidariteitsinstelling regelt.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
15 JUNI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van het solidariteitsfonds (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van het solidariteitsfonds. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 15 juni 2023. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de edele metalen Collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1 Wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van het solidariteitsfonds (Overeenkomst geregistreerd op 14 juni 2021 onder het nummer 173404/CO/149.03) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Subcomité 149.03 voor de edele metalen. § 2. Worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze overeenkomst, de buiten België gevestigde werkgevers waarvan de werknemers in België gedetacheerd worden in de zin van de bepalingen van de verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad of de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad. § 3. Onder "arbeiders" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders. HOOFDSTUK II. - Voorwerp Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel om vanaf 31 december 2021 de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, geregistreerd onder het nummer 154765/CO/149.03, aan te passen. § 2. De begrippen die in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals bepaald in de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, ed. 2, p. 26407, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003) en haar uitvoeringsbesluiten. Deze wet zal in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst "W.A.P." worden genoemd. HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de inrichter Art. 3.§ 1. Overeenkomstig artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. werd het fonds voor bestaanszekerheid, via de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014 (122030/CO/149.03), door de representatieve organisaties van het voormelde paritair subcomité aangeduid als inrichter van dit sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Deze aanduiding blijft uiteraard gelden in het kader van deze collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van het solidariteitsfonds. HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsvoorwaarden Art. 4.§ 1. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2015 met de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van arbeidsovereenkomst), worden ambtshalve aangesloten bij dit sociaal sectoraal pensioenplan. In de praktijk gaat het om de werklieden aangegeven onder de werknemerskengetallen 015, 024 en 027. § 2. Worden echter niet aangesloten bij dit pensioenplan : - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst van studentenarbeid; - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst voor uitzendarbeid, zoals geregeld door hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/1987 pub. 13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van de werknemers ten behoeve van gebruikers; - de leerlingen; - de personen tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een speciaal met steun van de overheid gevoerd opleidings-, arbeidsinspannings-, en omscholingsprogramma; - de personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vanaf 1 januari 2016, maar vervolgens als gepensioneerde verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met hun werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst. HOOFDSTUK V. - Bijdrage Art. 5.§ 1. In het voordeel van de in artikel 4 bedoelde personen zullen er maandelijks door de inrichter één of meerdere bijdragen gestort worden ter financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel ter aanvulling van de wettelijke pensioenregeling. § 2. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel bedraagt sinds 1 januari 2018 1,05 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 3. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel wordt verminderd met 4,5 pct. beheerskosten, aangerekend door de inrichter, wat resulteert in een totale jaarlijkse netto bijdrage per aangeslotene van 1,00 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 4. Deze netto bijdrage wordt als volgt verdeeld : 0,96 pct. wordt aangewend ter financiering van individuele pensioenrechten in hoofde van de bij het sociaal sectoraal stelsel aangeslotenen en de overige 0,04 pct. wordt gebruikt ter financiering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in titel II, hoofdstuk IX van de W.A.P. § 5. Dit resulteert, na vermeerdering van de netto bijdrage met 0,09 pct. ter dekking van de verschuldigde, bijzondere bijdrage van 8,86 pct., in een globale bijdrage van 1,14 pct. § 6. Voor bepaalde aangeslotenen bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel, stort de inrichter tijdens het derde kwartaal van 2019, vanuit haar reserves opgebouwd door bijdragen die in het verleden werden geïnd in het kader van de aanvullende sociale voordelen die door de inrichter worden toegekend, een forfaitair bedrag van 300 EUR voor elke arbeider die actief was tijdens het eerste kwartaal van 2019, overeenkomstig artikel 2.23. van het pensioenreglement, én die op 1 oktober 2019 verworven reserves heeft op zijn individuele rekening bij de pensioeninstelling. Dit forfaitair bedrag wordt op datum van 1 oktober 2019 ingeschreven op de individuele rekening van de in aanmerking komende arbeider. § 7. De inrichter stort, vanaf 2022, een jaarlijkse, bijkomende bijdrage uit zijn reserves aan Sefoplus OFP in het Afzonderlijk Vermogen Solidariteit Sefocam-sectoren om mogelijke tekorten te dekken in de financiering van de solidariteitsprestaties op basis van de hoger in § 4 vermelde 0,04 pct. van de netto bijdrage. De hoogte van deze jaarlijkse bijkomende bijdrage wordt berekend door Sefoplus OFP op basis van inschattingen die enerzijds rekening houden met de effectieve solidariteitsprestaties van de voorgaande jaren (statistieken) en anderzijds met mogelijke toekomstige evoluties en/of fluctuaties. § 8. De beheerskosten van 4,5 pct. evenals de bijzondere R.S.Z-bijdrage van 8,86 pct., verschuldigd door de inrichter ingevolge de toepassing van artikel 5, § 6 en § 7, zullen door de inrichter worden voldaan ten aanzien van respectievelijk de pensioeninstelling en de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid. HOOFDSTUK VI. - Pensioentoezegging : overgang van pensioeninstelling met collectieve overdracht van verworven reserves Art. 6.§ 1. Tot 31 december 2018 werd het financieel, boekhoudkundig, actuarieel en administratief beheer van de pensioentoezegging door de inrichter toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen nv, erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Karel Rogierplein 11, die 50 pct. van haar risico herverzekerde via KBC Verzekeringen nv, erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 14, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2. Met ingang van 1 januari 2019 werd het financieel, boekhoudkundige, actuarieel en administratief beheer overgedragen aan Sefoplus OFP, de multi-sectorale instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP), toegelaten door de FSMA op 19 november 2018 met identificatienummer 50.624, met maatschappelijke zetel te 1200 Brussel, Woluwedal 46, bus 7. De raad van bestuur van Sefoplus OFP is in overeenstemming met artikel 41, § 1, 1° van de W.A.P. paritair samengesteld. § 2. De overgang van pensioeninstelling van Belfius Verzekeringen nv naar Sefoplus OFP ging gepaard met een collectieve overdracht van de reserves in de zin van artikel 34 van de W.A.P. Deze collectieve overdracht werd geregeld in de overdrachtsovereenkomst tussen de deelnemende sectorale inrichters, Sefoplus OFP en Belfius Verzekeringen nv. In het kader van deze collectieve overdracht werd geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen ten laste gelegd van de aangeslotenen, of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves afgetrokken. § 3. De regels van de pensioentoezegging zijn vastgelegd in een pensioenreglement, dat wordt opgenomen als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt. Het pensioenreglement zal door Sefoplus OFP, via de v.z.w. Sefocam, aan de aangeslotenen ter beschikking worden gesteld op hun eenvoudig verzoek. § 4. Onder de naam "transparantieverslag" stelt Sefoplus OFP jaarlijks een verslag op over het door haar gevoerde beheer van de pensioentoezegging. HOOFDSTUK VII. - Uitbetaling van de voordelen Art. 7.De procedure, de modaliteiten en de vorm van de uitbetaling van de voordelen worden beschreven in artikel 7 tot en met artikel 14 van het bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK VIII. - Solidariteitstoezegging - Overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van solidariteitsfonds Art. 8.§ 1. Vanaf 1 januari 2015 wordt een gedeelte van de globale netto bijdrage, zoals vastgelegd in artikel 5 van deze overeenkomst (in overeenstemming met artikel 43 van de W.A.P.), aangewend ter financiering van de solidariteitstoezegging die deel uitmaakt van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Deze bijdrage wordt aangewend ter financiering van de solidariteitsprestaties, waaronder in het bijzonder de financiering van de opbouw van de pensioentoezegging gedurende bepaalde periodes van inactiviteit en de vergoeding van inkomstenverlies in bepaalde gevallen. De exacte inhoud van deze solidariteitstoezegging, alsook de financieringswijze ervan, werd uitgewerkt in een solidariteitsreglement (zie hierna in artikel 9). § 3. Het beheer van de solidariteitstoezegging werd door de inrichter tot en met 31 december 2021 toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen n.v., afgekort "Belins n.v.", erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Karel Rogierplein 11. Met ingang van 1 januari 2022 wordt het beheer van de solidariteitstoezegging door de inrichter toevertrouwd aan Sefoplus OFP, de multi-sectorale instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP), toegelaten door de FSMA op 19 november 2018 met identificatienummer 50.624, met maatschappelijke zetel te 1200 Brussel, Woluwedal 46, bus 7, die reeds sinds 1 januari 2019 optreedt als pensioeninstelling. § 4. De overgang van solidariteitsinstelling van Belfius Verzekeringen n.v. naar Sefoplus OFP gaat gepaard met de overdracht, uiterlijk op 31 december 2021, van het Sefocam solidariteitsfonds (collectieve solidariteitsreserves) van Belfius Verzekeringen n.v. naar SEFOPLUS OFP. Deze overdracht van het Sefocam solidariteitsfonds wordt geregeld in de overdrachtsovereenkomst tussen de deelnemende sectorale inrichters, Sefoplus OFP, v.z.w. Sefocam en Belfius Verzekeringen n.v. § 5. De aangeslotenen zijn voorafgaand geïnformeerd over deze overgang van solidariteitsinstelling en de overdracht van het Sefocam solidariteitsfonds, via het jaarlijks pensioenoverzicht van 2021. Daarenboven kan de informatie over deze overgang van solidariteitsinstelling, met overdracht van de collectieve solidariteitsreserves, eveneens worden geconsulteerd op de website van v.z.w. Sefocam/Sefoplus OFP. § 6. Sefoplus OFP zal een "transparantieverslag" opstellen en zal dit op haar website ter beschikking stellen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de W.A.P. HOOFDSTUK IX. - Solidariteitsreglement Art. 9.§ 1. Het solidariteitsreglement expliciteert de modaliteiten van de solidariteitstoezegging en werd als bijlage opgenomen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, waarvan het integraal deel uitmaakt. § 2. Het solidariteitsreglement zal door de inrichter, via de v.z.w. Sefocam, op hun eenvoudig verzoek ter beschikking worden gesteld aan de bij dit pensioenstelsel aangesloten werknemers. HOOFDSTUK X. - Procedure in geval van uittreding van een arbeider Art. 10.De procedure van uittreding uit het sectoraal pensioenstelsel wordt geregeld door artikel 18 van het hierna bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK XI. - Inningsmodaliteiten Art. 11.§ 1. Teneinde de bijdrage zoals voorzien in artikel 5, § 2 van deze overeenkomst in te vorderen zal door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, een voorlopige bijdrage worden geïnd. Deze voorlopige bijdrage zal, na de terbeschikkingstelling ervan aan de inrichter, door laatstgenoemde worden doorgestort aan : - de pensioeninstelling : het gedeelte van de netto bijdrage die wordt aangewend ter financiering van de individuele pensioenrechten, alsook een gedeelte van de ingehouden beheerskosten overeenkomstig artikel 5 van deze overeenkomst; en - de solidariteitsinstelling : het gedeelte van de netto bijdrage die wordt aangewend ter financiering van de solidariteitstoezegging, alsook een gedeelte van de ingehouden beheerskosten overeenkomstig artikel 5 van deze overeenkomst. § 2. Van zodra de inrichter, via de v.z.w. Sefocam, over definitieve loongegevens beschikt, zal de voorlopige bijdrage worden vergeleken met de effectief verschuldigde bijdrage. Jaarlijks wordt een vergelijking gemaakt van de voorlopige bijdragen en de definitieve bijdragen voor alle voorafgaande jaren. Indien het totaal van de voorlopige bijdragen groter is dan het totaal van de effectief verschuldigde, definitieve bijdragen, wordt dit verschil op het eind van het jaar overgemaakt aan de inrichter. In het omgekeerde geval, stort de inrichter het bijdragetekort aan Sefoplus OFP. § 3. Vanaf 1 januari 2016 wordt er gebruik gemaakt van de gedifferentieerde R.S.Z.-inningstechniek waardoor de bijdrage voor het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt afgescheiden van de basisbijdrage bestemd voor het fonds voor bestaanszekerheid. De bijzondere R.S.Z.-bijdrage van 8,86 pct. verschuldigd op de netto bijdrage zoals weergegeven in artikel 5, § 4, wordt voldaan ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid bij wijze van verhoging van deze netto bijdrage voor de pensioentoezegging zoals weergegeven in artikel 5, § 4 en wordt door de R.S.Z. afgehouden aan de bron. Bijgevolg dient de bijzondere bijdrage van 8,86 pct. niet apart te worden aangegeven daar de globale bijdrage zoals weergegeven in artikel 5, § 5, aangegeven moet worden onder bijdragecode 825 type "0". § 4. Het forfaitair bedrag in uitvoering van artikel 5, § 6, evenals de beheerskosten vermeld onder artikel 5, § 7, zal door de inrichter rechtstreeks overgemaakt worden aan de pensioeninstelling, zonder een beroep te doen op enig inningsmechanisme. Deze doorstorting geschiedt met valutadatum 1 oktober 2019. De bijzondere R.S.Z.-bijdrage van 8,86 pct. verschuldigd door de inrichter ingevolge de toepassing van artikel 5, § 7, zal door de inrichter rechtstreeks worden voldaan ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Art. 12.Ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief de bijlagen, zo vlug mogelijk bij koninklijk besluit algemeen verbindend wordt verklaard. HOOFDSTUK XII. - Tijdelijke werkloosheid corona Art. 13.§ 1. In het kader van de COVID-19-pandemie werd de wet van 7 mei 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2020 pub. 18/05/2020 numac 2020020937 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere voordelen inzake sociale zekerheid ingevoerd (hierna "de wet van 7 mei 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2020 pub. 18/05/2020 numac 2020020937 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten"). Deze wet voorziet dat de pensioenopbouw en de overlijdensdekking van werknemers in een situatie van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of wegens economische redenen in het kader van de crisis van het coronavirus COVID-19 (hierna kortweg "tijdelijke werkloosheid corona") automatisch voortgezet worden gedurende de hele periode van tijdelijke werkloosheid corona, behoudens wanneer er wordt gekozen voor de opting-out mogelijkheid. § 2. Zoals voorzien in artikel 9, § 4 en § 5 van de wet van 7 mei 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2020 pub. 18/05/2020 numac 2020020937 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten heeft de inrichter gekozen voor deze opt-out mogelijkheid. Hierdoor bouwen de aangeslotenen in tijdelijke werkloosheid corona geen pensioenrechten op onder dit sociaal sectoraal pensioenstelsel voor deze periode van tijdelijke werkloosheid corona, maar genieten zij tijdens deze periode wel verder van de overlijdensdekking. § 3. Overeenkomstig de wet van 7 mei 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2020 pub. 18/05/2020 numac 2020020937 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten wordt artikel 7 van het solidariteitsreglement (bijlage 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst) overeenkomstig aangepast. HOOFDSTUK XIII. - Inwerkingtreding en opzeggingsmogelijkheden Art. 14.§ 1. De collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, geregistreerd onder het nummer 154765/CO/149.03, wordt vervangen vanaf 31 december 2021. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 31 december 2021 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. § 3. Zij kan worden beëindigd mits opzegging van zes maanden en wordt betekend per ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het voormelde paritair subcomité. Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair subcomité de beslissing nemen om het sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij wordt genomen in overeenstemming met de bepalingen in artikel 10, § 1, 3° van de W.A.P. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juni 2023. De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE Bijlage 1 bij de collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van het solidariteitsfonds Aanvullend pensioenplan ten gunste van de arbeiders van het Paritair Subcomité voor de edele metalen Sectoraal pensioenreglement afgesloten in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1. HOOFDSTUK I. - Voorwerp Artikel 1.§ 1. Dit sectoraal pensioenreglement wordt opgemaakt in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van het solidariteitsfonds. § 2. Dit pensioenreglement beoogt het pensioenreglement dat als bijlage opgenomen was bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019, aan te passen naar aanleiding van het akkoord van de sociale partners omtrent de eenmalige storting van een forfaitair bedrag vanuit het overschot van de reserves van de inrichter, opgebouwd door bijdragen die in het verleden werden geïnd in het kader van de aanvullende sociale voordelen die door de inrichter worden toegekend. § 3. Dit pensioenreglement bepaalt de rechten en de plichten van de inrichter, de pensioeninstelling, de werkgevers die behoren tot het ressort van het voormelde paritair subcomité, de aangeslotenen en hun begunstigde(n). Tevens worden de aansluitingsvoorwaarden alsook de regels betreffende de uitvoering van de pensioentoezegging erin vastgelegd. De rechten van de aangeslotenen die gewezen werknemers zijn die na hun uittreding nog steeds actuele of uitgestelde rechten genieten, worden in de regel bepaald door het pensioenreglement zoals van toepassing op het ogenblik van hun uittreding, behoudens in geval van andersluidende wettelijke bepalingen. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.1. Het aanvullend pensioen De kapitaalswaarde van het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene (vóór of na de pensionering), of de omzetting van deze in een levenslange lijfrente, toegekend op basis van de in dit pensioenreglement bepaalde verplichte stortingen, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke socialezekerheidsregeling vastgesteld pensioen. Deze zal niet lager zijn dan de verworven reserves per 31 december 2018, op het moment van overgang van pensioeninstelling. 2. De pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen gedaan door de inrichter aan de aangeslotenen en/of hun begunstigde(n) in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. De toezegging die de inrichter hier doet, betreft een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder gewaarborgd rendement. De inrichter garandeert dus enkel de betaling van de vaste bijdrage, maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De inrichter zal weliswaar voldoen aan de verplichtingen inzake de minimum rendementsgarantie conform de bepalingen van artikel 24 van de W.A.P. Sefoplus OFP gaat op haar beurt, als pensioeninstelling, een middelenverbintenis aan. Dit houdt in dat Sefoplus OFP er zich toe verbindt om de vaste bijdragen die door de inrichter worden gestort, zo goed en zo zorgvuldig mogelijk te beheren (als een goede huisvader) met het oog op de verwezenlijking van haar doel, zonder dat zij zich verbindt tot een resultaat. De bijdragen gestort door de inrichter zullen worden gekapitaliseerd aan het netto financieel rendement zoals gedefinieerd in artikel 2.4. van dit pensioenreglement. 3. Het pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging. 4. Het netto financieel rendement (NFR) Het netto financieel rendement (afgekort als "NFR") van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 wordt voor het afgelopen boekjaar berekend per 31 december van het boekjaar. Hiertoe worden de investeringskosten in mindering gebracht van het financieel rendement van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03. Vervolgens wordt, voor de vaststelling van het netto financieel rendement dat wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen, rekening gehouden met de beschikbare vrije reserve van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 die dient als buffer. Deze vrije reserve of buffer is gelijk aan het bedrag van de activa van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 die volgend bedrag overstijgen : - de reserves ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen, in overeenstemming met dit pensioenreglement; hierbij wordt voor de berekening van deze reserves voor de periode gelegen tussen 1 januari en 31 december van het berekeningsjaar uitgegaan van een netto financieel rendement dat gelijk is aan de rentevoet van toepassing voor de berekening van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P.; - desgevallend verhoogd met de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. Bij de toekenning van het netto financieel rendement geldt als basisprincipe dat de inrichter ernaar streeft, vanuit de doelstelling van een veilig en prudent beheer van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, om steeds een buffer te hebben die gelijk is aan 10 pct. teneinde eventuele, toekomstige negatieve schommelingen in de beleggingen te kunnen opvangen. Echter, zelfs indien de buffer lager is dan 10 pct. en er een positief netto financieel rendement is, dan zal dit tot aan de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. toch worden toegekend, zoals hierna bepaald. Indien deze vrije reserve of buffer van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 hoger is dan of gelijk aan 10 pct. : - in geval van een positief netto financieel rendement wordt dit volledig netto financieel rendement, evenwel verminderd met het bedrag nodig om ervoor te zorgen dat ook na de toekenning van het netto financieel rendement de vrije reserve of buffer van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 gelijk is aan 10 pct., ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen; - in geval van een negatief netto financieel rendement wordt dit volledig netto financieel rendement ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen. Indien deze vrije reserve of buffer van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 lager is dan 10 pct. dan wordt het volledig negatief netto financieel rendement ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen. Het positief netto financieel rendement dat wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen wordt dan beperkt tot de rentevoet van toepassing voor de berekening van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. (per 31 december 2021 gelijk aan 1,75 pct.). Het overstijgend gedeelte wordt toegekend aan de vrije reserve van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 ter verhoging van de buffer. Schematisch kan dit als volgt worden voorgesteld : Vrije reserve (buffer)/ Réserve libre (tampon) NFR ingeschreven op de individuele rekeningen/ RFN inscrit sur les comptes individuels Negatief/Négatif Positief/Positif NFR/RFN NFR/RFN (max. 1,75 pct.*/p.c.*) ? 10 pct./p.c. NFR/RFN NFR/RFN** * per 7 december 2021. ** met behoud van vrije reserve (buffer) binnen het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 van 10 pct. na toekenning NFR. Wanneer prestaties verschuldigd zijn alvorens het netto financieel rendement is berekend voor een gegeven jaar, dan zal het netto financieel rendement dat wordt ingeschreven voor het betrokken jaar, gelijk zijn aan de rentevoet die wordt gebruikt voor de vaststelling van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. 5. W.A.P. Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten (betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, aangevuld met haar uitvoeringsbesluiten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003). De begrippen die in het vervolg van dit reglement opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. 6. De inrichter Conform artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. werd door de representatieve organisaties vertegenwoordigd in het Paritair Subcomité voor de edele metalen 149.03, het "Fonds voor bestaanszekerheid van de edele metalen" aangeduid als inrichter van het sectoraal aanvullende pensioenstelsel en dit via de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014. 7. De werkgevers De werkgevers zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. 8. De arbeider De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst tot het hoofdzakelijk verrichten van handenarbeid, is tewerkgesteld door een werkgever als bedoeld in artikel 2.7. 9. De aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van personeel waarvoor de inrichter dit pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet, en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig dit pensioenreglement.In de praktijk gaat het meer bepaald om de werklieden aangegeven onder werknemerskengetallen 015, 024 en 027. 10. De uittreding Onder "uittreding" moet worden begrepen : - hetzij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst (anders dan door overlijden of pensionering), voor zover die niet wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die eveneens behoort tot het ressort van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, in geval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het ressort van het Paritair Subcomité voor de edele metalen. 11. Sefoplus OFP : de pensioen- en de solidariteitsinstelling Sefoplus OFP is de multi-sectorale instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP), toegelaten door de FSMA op 19 november 2018 met identificatienummer 50.624, met maatschappelijke zetel te 1200 Brussel, Woluwedal 46, bus 7, die initieel is opgericht door de Sefocam-sectoren voor het beheer en de uitvoering van hun respectievelijke sectorale pensioenstelsels. Volgens de statuten van Sefoplus OFP kunnen ook andere sectorale inrichters het beheer en de uitvoering van hun sectorale pensioen- en/of desgevallend solidariteitstoezegging toevertrouwen aan Sefoplus OFP. 12. De verworven prestaties Wanneer de aangeslotene in geval van uittreding ervoor kiest om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten, dan is de verworven prestatie de prestatie waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op het moment van pensionering.13. De verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig dit pensioenreglement.Deze reserves zijn gelijk aan : 1. de individuele rekening (nettobijdragen gestort door de inrichter, desgevallend verhoogd met de reserves die door de betrokken aangeslotene werden overgedragen vanuit een andere pensioeninstelling, overeenkomstig artikel 18);plus 2. de prestaties inzake de financiering van het pensioenluik toegewezen in het kader van de solidariteitstoezegging;3. in voorkomend geval, de deelname in de winst; 4. gekapitaliseerd aan het netto financieel rendement van Sefoplus OFP, zoals gedefinieerd in artikel 2.4. De verworven reserves worden desgevallend verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, zoals bepaald in artikel 24 van de W.A.P. In geval van een wijziging van de rentevoet voor de berekening van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P., wordt de verticale methode toegepast. Dit betekent dat de oude rentevoet(en) van toepassing was (waren) tot op het moment van de wijziging, op de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement vóór de wijziging, en de nieuwe rentevoet wordt toegepast op de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement vanaf de wijziging en op het bedrag resulterend uit de kapitalisatie tegen de oude rentevoet(en) van de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement tot op het moment van de wijziging. 14. De jaarbezoldiging Het jaarlijkse brutoloon waarop de inhoudingen voor de sociale zekerheid worden gedaan (dus verhoogd met 8 pct.). 15. De pensioenleeftijd Met de "pensioenleeftijd" wordt de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld, volgens artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten0 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenen. Deze pensioenleeftijd bedraagt in principe 65 jaar tot 31 januari 2025, 66 jaar vanaf 1 februari 2025 tot 31 januari 2030 en 67 jaar vanaf 1 februari 2030. 16. Pensionering De effectieve ingang van het vervroegd rustpensioen of van het rustpensioen op de wettelijke pensioenleeftijd met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van de prestaties, zijnde in dit geval het wettelijk rustpensioen als werknemer. Voor de doeleinden van dit pensioenreglement wordt de opname van het aanvullend pensioen onder de volgende wettelijke overgangsmaatregelen gelijkgesteld met pensionering : - De aangeslotenen die op werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zijn gesteld, kunnen overeenkomstig de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P., het aanvullend pensioen opnemen vanaf de leeftijd van 60 jaar indien hun arbeidsovereenkomst ten vroegste op de leeftijd van 55 jaar werd beëindigd met het oog op de aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) in het kader van een herstructureringsplan opgemaakt en gecommuniceerd aan de regionale en federale ministers van Werk vóór 1 oktober 2015; - Indien de aangeslotenen die op werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zijn gesteld, niet voldoen aan de voorwaarden van de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P. zoals hierboven omschreven, kunnen zij overeenkomstig de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/2 van de W.A.P., het aanvullend pensioen opnemen : - vanaf de leeftijd van 60 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1959; - vanaf de leeftijd van 61 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1960; - vanaf de leeftijd van 62 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1961; - vanaf de leeftijd van 63 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1962. 17. De herberekeningsdatum De herberekeningsdatum voor dit pensioenreglement wordt vastgesteld op 1 januari. 18. De vrije reserve Overeenkomstig artikel 4-8 van het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023007 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023008 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van de solidariteitstoezegging sluiten tot uitvoering van de W.A.P. wordt een vrije reserve aangelegd in het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03. Deze vrije reserve van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 wordt gefinancierd met : - het gedeelte van het netto financieel rendement dat desgevallend, overeenkomstig artikel 2.4., niet onmiddellijk wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen; - de prestaties die - om redenen die niet aan Sefoplus OFP te wijten zijn - niet kunnen worden uitbetaald door Sefoplus OFP; - en, desgevallend, een bijkomende bijdrage gestort door de inrichter in de vrije reserve. Deze vrije reserve van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 dient als buffer binnen dit afzonderlijk vermogen en wordt aangewend om een tekort ten aanzien van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. aan te zuiveren op de individuele rekeningen binnen het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03, indien noodzakelijk, en desgevallend om bijkomende rendementen of bijdragen toe te kennen. De raad van bestuur van Sefoplus OFP kan, na overleg met de sectorale inrichter, besluiten tot de toekenning van een bijkomend rendement of een bijkomende bijdrage - die wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen - ingeval de vrije reserve van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 die dient als buffer, hoger is dan 20 pct. Deze toekenning wordt bekrachtigd door een collectieve arbeidsovereenkomst. 19. Het kind Elk wettig geboren of verwekt kind van de aangeslotene, alsook elk erkend natuurlijk kind of elk geadopteerd kind van de aangeslotene.20. De wettelijk samenwonende De persoon die samen met zijn of haar samenwonende partner een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek. 21. De v.z.w. Sefocam Het administratief en logistiek coördinatiecentrum van de sociale sectorale pensioenstelsels voor de arbeiders uit het garagebedrijf, het koetswerk, de metaalhandel, de terugwinning van metalen en de edele metalen. De maatschappelijke zetel van de v.z.w. Sefocam is gevestigd op het Woluwedal 46, bus 7 te 1200 Brussel. De v.z.w. Sefocam is telefonisch bereikbaar op het nummer 00.32.2.761.00.70. en per mail op het adres helpdesk@sefocam.be. De v.z.w. Sefocam beschikt evenzeer over een website met name : www.sefocam.be. 22. Sefocam-sectoren Met de "Sefocam-sectoren" wordt bedoeld : - het Paritair Comité voor het garagebedrijf (P.C.112); - het Paritair Subcomité voor het koetswerk (P.S.C. 149.02); - het Paritair Subcomité voor de edele metalen (P.S.C. 149.03); - het Paritair Subcomité voor de metaalhandel (P.S.C. 149.04); - het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.S.C. 142.01). 23. Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03 Binnen Sefoplus OFP worden afzonderlijke vermogens ingericht in de zin van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening voor het beheer van de sectorale pensioentoezeggingen enerzijds en voor het afzonderlijk beheer van de sectorale solidariteitstoezeggingen anderzijds, in lijn met de toepasselijke regelgeving. De sectorale pensioentoezegging wordt beheerd in het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03. Concreet betekent dit dat de reserves en activa die verbonden zijn aan deze sectorale pensioentoezegging, afgescheiden zijn van de overige activa en de overige afzonderlijke vermogens binnen Sefoplus OFP, en dus niet kunnen aangewend worden in het kader van andere sectorale pensioen- en solidariteitstoezeggingen ingericht door andere sectorale inrichters, die beheerd worden door Sefoplus OFP. 24. Actief tijdens het eerste kwartaal van 2019 Een aangeslotene is actief tijdens het eerste kwartaal van 2019 indien hij, op basis van de beschikbare DMFA-gegevensstroom gedurende het eerste kwartaal van 2019, bezoldigde prestaties gekend heeft oftewel een inactiviteit of verminderde activiteit welke binnen het stelsel gelijkgesteld wordt met activiteiten.Dit is het geval bij : halftijds brugpensioen, "deeltijdse" arbeidsregeling, volledige schorsing van voltijdse of deeltijdse arbeidsregeling in het kader van het volledig tijdskrediet (conform artikel 1, 1ste streepje en 3 tot 5 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis), 1/5de loopbaanvermindering (conform artikel 1, 2de streepje en 6 tot 8 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis), vermindering van arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (artikel 1, 3de streepje en 9 tot 10 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis), wettelijk verlof of wettelijk voorziene inhaalrust, een periode van wettelijke ziekte of invaliditeit voor zover de arbeidsongeschiktheid een gevolg is van een (beroeps)ziekte of een (arbeids)ongeval en voor zover tussen 1 januari 2019 en 31 maart 2019 enig brutoloon werd toegekend waarop R.S.Z.-inhoudingen verschuldigd zijn (code DMFA type 10, 11, 50, 60, 61), tijdelijk werkloos in de zin van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten (code DMFA type 71 in de gegevensstroom van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid), pleegzorg (code DMFA type 75), tijdelijke werkloosheid (code DMFA type 70), andere dan code DMFA types 71 en 72, geboorte- of adoptieverlof (code DMFA type 52), moederschapsbescherming (code DMFA type 51), dag van onbezoldigde volledige afwezigheid, gelijkgesteld met dienstactiviteit, eventueel opsplitsbaar (code DMFA type 31), syndicale opdracht (code DMFA type 22), dag van staking en lock-out (code DMFA type 21), sociale promotie (code DMFA type 13) en betaald educatief verlof (code DMFA type 5). Een aangeslotene zal evenwel enkel worden beschouwd als actief tijdens het eerste kwartaal van 2019 indien hij op het moment van inschrijving van het forfaitair bedrag bedoeld in artikel 5, § 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, op zijn individuele rekening (op 1 oktober 2019) (i) beschikt over verworven reserves op zijn individuele rekening bij de pensioeninstelling; en (ii) het moment van pensionering nog niet heeft bereikt, nog geen voorschot op het aanvullend pensioen heeft ontvangen, niet is overleden naar aanleiding waarvan zijn begunstigden desgevallend recht hebben op een overlijdenskapitaal en niet uitgetreden is. HOOFDSTUK III. - Aansluiting Art. 3.§ 1. Het pensioenreglement is verplicht van toepassing op alle arbeiders aangegeven onder de werknemerskengetallen 015, 024 en 027, die op of na 1 januari 2015 met de werkgevers, zoals bepaald in artikel 2.7., verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst, ongeacht de aard van deze arbeidsovereenkomst, en met uitzondering van deze vermeld onder artikel 4, § 2 van de collectieve arbeids overeenkomst van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten1 ter wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van solidariteitsinstelling met overdracht van het solidariteitsfonds. § 2. Voormelde personen worden onmiddellijk aangesloten bij deze pensioentoezegging, dit wil zeggen vanaf de datum dat zij voldoen aan de hiervoor vermelde aansluitingsvoorwaarden. Zij blijven aangesloten zolang zij in dienst zijn. Hierop bestaat evenwel een uitzondering : de personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vanaf 1 januari 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.7., blijven of worden niet aangesloten bij deze pensioentoezegging. De personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen voor 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.7., blijven aangesloten bij deze toezegging zo deze beroepsactiviteit aanvang nam vóór 1 januari 2016 en ononderbroken voortduurt. § 3. Mochten - in voorkomend geval - voormelde personen reeds beschikken over een aanvullende pensioenreserve vanuit een eerdere dienstbetrekking én zouden zij ervoor opteren om - overeenkomstig artikel 32, § 1,1°, b) van de W.A.P. - deze bewuste reserve over te dragen naar de pensioeninstelling, dan zal deze worden geïntegreerd in dit pensioenstelsel. Dit pensioenstelsel voorziet aldus niet in een zogenaamde "onthaalstructuur" zoals beschreven in artikel 32, § 2, 2de lid van de W.A.P. HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de inrichter Art. 4.§ 1. De inrichter gaat tegenover alle aangeslotenen de verbintenis aan alles te doen wat voor de goede uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, vereist is. § 2. De bijdrage die de inrichter verschuldigd is ter financiering van de pensioentoezegging, wordt door de inrichter zonder verwijl aan Sefoplus OFP overgemaakt. Dit geschiedt minstens 1 maal per maand. § 3. De inrichter zal via de v.z.w. Sefocam op regelmatige tijdstippen alle nodige gegevens overmaken aan Sefoplus OFP. § 4. Sefoplus OFP is slechts tot uitvoering van zijn verplichtingen gehouden voor zover, tijdens de duur van dit pensioenreglement, volgende gegevens meegedeeld werden : 1. de na(a)m(en), de voorna(a)m(en) en de geboortedatum van de aangeslotene alsook geslacht, taalstelsel, burgerlijke staat en identificatienummer in de sociale zekerheid;2. het adres van de aangeslotene; 3. de benaming, de maatschappelijke zetel en het K.B.O.-nummer van de werkgever, waarmee de aangeslotene via een arbeidsovereenkomst verbonden is, bij de Kruispuntbank van Ondernemingen; 4. het bruto kwartaalloon van de aangeslotene;5. in voorkomend geval, het forfaitaire bedrag gestort in uitvoering van artikel 5, § 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel;6. enige andere ter zake doende gegevens, zoals gevraagd door de pensioeninstelling. Naderhand : de wijzigingen welke, tijdens de duur van de aansluiting, in voormelde gegevens voorkomen. § 5. De inrichter organiseert ten voordele van de aangeslotenen een "helpdesk" waarvan de coördinatie is toevertrouwd aan de v.z.w. Sefocam. HOOFDSTUK V. - Rechten en plichten van de aangeslotenen Art. 5.§ 1. De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst ter invoering van het sectoraal pensioenstelsel afgesloten op 22 mei 2014, evenals van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en van dit pensioenreglement. Deze documenten maken één geheel uit met dit pensioenreglement. § 2. De aangeslotene maakt in voorkomend geval de ontbrekende inlichtingen over aan Sefoplus OFP, via de v.z.w. Sefocam, zodat Sefoplus OFP zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover zijn begunstigde(n) kan nakomen. § 3. Mocht de aangeslotene een hem door dit pensioenreglement of door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook door de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, opgelegde voorwaarde niet nakomen, en mocht daardoor voor hem enig verlies van recht ontstaan, dan zullen de inrichter en de pensioeninstelling in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene in verband met het bij dit pensioenreglement geregeld aanvullend pensioen. HOOFDSTUK VI. - Rechten en plichten van de pensioeninstelling Art. 6.§ 1. Sefoplus OFP is belast met het beheer en de uitvoering van de sectorale pensioentoezegging. § 2. Sefoplus OFP heeft in dit verband een middelenverbintenis. § 3. Sefoplus OFP beheert de activa op prudentiële wijze, in het belang van de aangeslotenen en de begunstigden. Sefoplus OFP werkt een beleggingsbeleid uit en legt dit vast in een verklaring inzake de beleggingsbeginselen of "statement of investment principles" (SIP). HOOFDSTUK VII. - Gewaarborgde prestaties Art. 7.§ 1. De pensioentoezegging heeft, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke socialezekerheidsregeling vastgesteld pensioen, tot doel : - een kapitaal (of een hiermee overeenstemmende rente) samen te stellen dat op het moment van pensionering aan de "aangeslotene" wordt uitgekeerd indien hij in leven is; - een overlijdenskapitaal uit te keren aan de begunstigde(n) indien de "aangeslotene" overlijdt vóór of na pensionering, in dit laatste geval zo het aanvullend pensioen nog niet werd uitbetaald aan de aangeslotene zelf. § 2. De inrichter garandeert enkel de betaling van de vaste bijdrage, maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De inrichter zal weliswaar voldoen aan de verplichtingen inzake de minimum rendementsgarantie conform de bepalingen van artikel 24 van de W.A.P. Sefoplus OFP gaat een middelenverbintenis aan en garandeert geen rendement. De bijdragen gestort door de inrichter worden gekapitaliseerd op basis van het netto financieel rendement, overeenkomstig artikel 2.4. § 3. De kapitalisatie loopt maximaal tot drie maanden na de pensionering of de datum van overlijden (indien Sefoplus OFP op dat moment nog niet kon overgaan tot betaling van het voorschot). HOOFDSTUK VIII. - Uitbetaling van de aanvullende pensioenen en de prestatie bij overlijden Art. 8.§ 1. Via de MyBenefit webtoepassing kunnen de aangeslotenen hun persoonlijk dossier bij de v.z.w. Sefocam/Sefoplus OFP opvolgen. De web-toepassing is toegankelijk met de elektronische identiteitskaart (eID) of de ITSME-app via een pc, laptop, smartphone of tablet, via de link vermeld op de website van de v.z.w. Sefocam (www.sefocam.be)/Sefoplus OFP (www.sefoplus.be) onder de rubriek "MyBenefit" of rechtstreeks via www.mybenefit.be. § 2. Enerzijds geeft MyBenefit de aangeslotenen de mogelijkheid om hun persoonlijk dossier online te raadplegen (persoonsgegevens, bijdragen, pensioenoverzichten, eventueel aangeduide begunstigde(n), eerdere correspondentie met de v.z.w. Sefocam of Sefoplus OFP,...). Anderzijds kunnen aangeslotenen op het moment van pensionering, in de hierna in § 3 omschreven gevallen, via de MyBenefit webtoepassing hun dossier tot uitbetaling van het aanvullend pensioen elektronisch indienen. § 3. Concreet betekent dit dat de aangeslotene de uitbetaling van het aanvullend pensioen op de volgende manieren kan aanvragen : - hetzij online via de MyBenefit webtoepassing (via de link vermeld op de website van de v.z.w. Sefocam (www.sefocam.be)/Sefoplus OFP (www.sefoplus.be) onder de rubriek "MyBenefit" of rechtstreeks via www.mybenefit.be, waar het aanmeldingsformulier online kan worden ingevuld en de daarin opgevraagde documenten elektronisch worden toegevoegd; dit kan enkel in geval van pensionering op de wettelijke (vervroegde) pensioenleeftijd en naar aanleiding van de uitbetaling bij stopzetting van toegelaten arbeid, maar niet bij uitbetaling bij werkloosheid met bedrijfstoeslag, noch bij uitbetaling van de prestatie bij overlijden; - hetzij door het versturen van het aanmeldingsformulier en de daarin opgevraagde documenten per e-mail aan helpdesk@sefocam.be; - hetzij door het versturen per gewone post van het aanmeldingsformulier en de daarin opgevraagde documenten aan v.z.w. Sefocam, Woluwedal 46, bus 7, 1200 Brussel. Afdeling 1. - Uitbetaling bij pensionering op de wettelijke (vervroegde) pensioenleeftijd Art. 9.§ 1. Het kapitaal (of de hiermee overeenstemmende rente) wordt uitbetaald naar aanleiding van de effectieve opname door de aangeslotene van zijn (vervroegd) wettelijk rustpensioen conform de wettelijke bepalingen ter zake, of zijn wettelijk rustpensioen ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd. § 2. Het kapitaal bij pensionering is gelijk aan het bedrag op de individuele rekening van de aangeslotene bij Sefoplus OFP op dat moment. Desgevallend wordt dit bedrag verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, conform artikel 24 van de W.A.P. § 3. Voorafgaand aan de pensionering en wanneer Sefoplus OFP in kennis gesteld wordt van de datum van pensionering via Sigedis, ontvangt de aangeslotene een schrijven van de inrichter, via de v.z.w. Sefocam, waarin het bedrag van zijn op dat moment verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel worden meegedeeld en de te vervullen formaliteiten in het kader van de uitbetaling van het aanvullend pensioen. Hierbij wordt ook de in artikel 8 vermelde MyBenefit webtoepassing toegelicht, die kan gebruikt worden voor de te vervullen formaliteiten. § 4. Om tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen over te gaan, dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier volledig en correct ingevuld over te maken aan de v.z.w. Sefocam, alsook de daarin vermelde bijlagen en attesten of bewijsstukken, op één van de wijzen vermeld in artikel 8, § 3. § 5. Desgevallend vervalt het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen, conform artikel 55 van de W.A.P., na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel gestort in de vrije reserve van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03. Ingeval het aanvullend pensioen niet kan worden uitbetaald binnen de voormelde termijn om redenen die vreemd zijn aan Sefoplus OFP, de inrichter en de v.z.w. Sefocam, wordt dit gestort in de vrije reserve van het Afzonderlijk Vermogen Pensioen PSC 149.03. Afdeling 2. - Uitbetaling bij stopzetting van elke vorm van toegelaten arbeid in de sector in aanvulling op het pensioen Art. 10.§ 1. Deze procedure is, conform de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/6 van de W.A.P., enkel nog van toepassing op de aangeslotene die vóór 2016 met (vervroegd) wettelijk rustpensioen ging en sedertdien ononderbroken arbeidsprestaties weet te leveren bij een werkgever zoals bepaald in artikel 2.7. Deze toegelaten arbeidsprestaties in aanvulling op het (vervroegd) wettelijk rustpensioen moeten een aanvang kennen vóór 2016. Het aanvullend pensioen wordt in dit geval pas uitbetaald op het moment van stopzetting van deze toegelaten arbeid. § 2. Vanaf het ogenblik dat de stopzetting van toegelaten arbeid wordt vastgesteld via de DMFA-strome …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.