📄 Wettekst
12 JUNI 1998. - Wet houdende instemming met volgende internationale akten : a) de Overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol Overeenkomst), Bijlagen en Verklaringen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995; b) het Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst en Verklaringen, gedaan te Brussel op 24 juli 1996; c) en het Protocol, opgesteld op basis van artikel 41, lid 3, van de Europese Overeenkomst betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden, gedaan te Brussel op 19 juni 1997
a) de Overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol Overeenkomst), Bijlagen en Verklaringen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995; b) het Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst en Verklaringen, gedaan te Brussel op 24 juli 1996; c) en het Protocol, opgesteld op basis van artikel 41, lid 3 van de Europese Overeenkomst betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden, gedaan te Brussel op 19 juni 1997 (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De volgende Internationale Akten zullen volkomen gevolg hebben : a) de Overeenkomst op grond van artikel K3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol Overeenkomst) Bijlagen en Verklaringen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995; b) het Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst tot Oprichting van een Europese Politiedienst en Verklaringen, gedaan te Brussel op 24 juli 1996; c) en het Protocol, opgesteld op basis van artikel K.3, van het Verdrag van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 41, lid 3, van de Europol-Overeenkomst betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden, gedaan te Brussel op 19 juni 1997.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 juni 1998.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DERYCKE De Minister van Binnenlandse Zaken, L. TOBBACK De Minister van Justitie, T. VAN PARYS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS
Nota (1) Parlementaire verwijzingen : Zitting 1997-1998. Senaat.
Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 31 maart 1998 nr. 1-938/1. - Verslag, nr. 1-398/2. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 1-273/3.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 3 juni 1998.- Stemming. Vergadering van 4 juni 1998.
Kamer.
Documenten. - Tekst overgezonden door de Senaat, nr. 1584/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 1584/2.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 11 juni 1998 - Stemming. Vergadering van 11 juni 1998.
Overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst) De Hoge Overeenkomstsluitende Partijen, Lid-Staten van de Europese Unie, Gelet op de akte van de Raad van de zesentwintigste juli negentienhonderd vijfennegentig, Zich bewust van de dringende problemen die zich voordoen ten gevolge van terrorisme, illegale drughandel en andere ernstige vormen van internationale criminaliteit;
Overwegende dat meer solidariteit en samenwerking tussen de Lid-Staten van de Europese Unie vereist is, in het bijzonder door verbetering van de politiële samenwerking tussen de Lid-Staten;
Overwegende dat door vooruitgang op die gebieden de bescherming van de openbare veiligheid en orde nog verbeterd moet kunnen worden;
Overwegende dat het Verdrag betreffende de Europese Unie van 7 februari 1992 voorziet in de oprichting van een Europese Politiedienst (Europol);
Gezien het besluit van de Europese Raad van 29 oktober 1993 om Europol in Nederland te vestigen, met Den Haag als zetel;
Herinnerend aan de gemeenschappelijke doelstelling van een betere politiële samenwerking op het gebied van terrorisme, illegale drughandel en andere ernstige vormen van internationale criminaliteit door middel van een voortdurende, vertrouwelijke en intensieve uitwisseling van gegevens tussen Europol en de nationale eenheden van de Lid-Staten;
Ervan uitgaande dat de in deze Overeenkomst vastgelegde vormen van samenwerking geen afbreuk mogen doen aan andere vormen van multilaterale of bilaterale samenwerking;
Ervan overtuigd dat ook op het gebied van de politiële samenwerking scherp moet worden toegezien op het beschermen van de rechten van het individu, in het bijzonder op de bescherming van zijn persoonsgegevens;
Overwegende dat de werkzaamheden van Europol op grond van deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de Europese Gemeenschappen, en overwegende dat Europol en de Europese Gemeenschappen er in het kader van de Europese Unie wederzijds belang bij hebben te komen tot samenwerkingsvormen die aan beide de mogelijkheid bieden hun respectieve taken zo efficiënt mogelijk uit te voeren, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen : Inhoudsopgave : Titel I Oprichting en taakomschrijving Artikel 1 Oprichting Artikel 2 Doelstelling Artikel 3 Taken Artikel 4 Nationale eenheden Artikel 5 Verbindingsofficieren Artikel 6 Geautomatiseerde gegevensbestanden Titel II Informatiesysteem Artikel 7 Het aanleggen van het informatiesysteem Artikel 8 Inhoud van het informatiesysteem Artikel 9 Recht van toegang tot het informatiesysteem Titel III Werkbestanden voor analyse Artikel 10 Verzameling, verwerking en gebruik van persoonsgegevens Artikel 11 Indexsysteem Artikel 12 Bestandsreglement Titel IV Gemeenschappelijke voorwaarden voor informatieverwerking Artikel 13 Mededelingsplicht Artikel 14 Niveau van gegevensbescherming Artikel 15 Verantwoordelijkheid voor de gegevensbescherming Artikel 16 Vastlegging van de verstrekking Artikel 17 Regeling van het gebruik van de gegevens Artikel 18 Verstrekking van gegevens aan derde Staten en instanties Artikel 19 Recht op kennisneming Artikel 20 Verbetering en verwijdering van gegevens Artikel 21 Termijnen voor het opslaan en verwijderen van gegevens in bestanden Artikel 22 Het bewaren en verbeteren van gegevens in dossiers Artikel 23 Nationaal controle-orgaan Artikel 24 Gemeenschappelijk controle-orgaan Artikel 25 Beveiliging van de gegevens Titel V Rechtspositie, organisatie en financiële bepalingen Artikel 26 Handelingsbevoegdheid Artikel 27 Organen van Europol Artikel 28 Raad van Bestuur Artikel 29 Directeur Artikel 30 Personeel Artikel 31 Geheimhouding Artikel 32 Zwijg- en geheimhoudingsplicht Artikel 33 Talen Artikel 34 Informatie aan het Europees Parlement Artikel 35 Begroting Artikel 36 Controle van de rekeningen Artikel 37 Zetelovereenkomst Titel VI Aansprakelijkheid en rechtsbescherming Artikel 38 Aansprakelijkheid voor onrechtmatige of onjuiste verwerking van gegevens Artikel 39 Overige aansprakelijkheid Artikel 40 Regeling van geschillen Artikel 41 Voorrechten en immuniteiten Titel VII Slotbepalingen Artikel 42 Betrekkingen met derde Staten en instanties Artikel 43 Wijziging van de Overeenkomst Artikel 44 Voorbehouden Artikel 45 Inwerkingtreding Artikel 46 Toetreding door nieuwe Lid-Staten Artikel 47 Depositaris Bijlage In artikel 2 bedoelde bijlage Verklaringen TITEL I. - Oprichting en taakomschrijving Artikel 1 Oprichting 1. De Lid-Staten van de Europese Unie, hierna Lid-Staten te noemen, richten bij deze Overeenkomst een Europese politiedienst op, hierna Europol te noemen.2. Europol is in elke Lid-Staat verbonden met één overeenkomstig artikel 4 op te richten of aan te wijzen nationale eenheid. Artikel 2 Doelstelling 1. Europol heeft ten doel, in het kader van de samenwerking tussen de Lid-Staten overeenkomstig artikel K.1, punt 9, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, door de in deze Overeenkomst genoemde maatregelen het optreden van en de samenwerking tussen de bevoegde instanties van de Lid-Staten met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van terrorisme, de illegale handel in verdovende middelen en andere ernstige vormen van internationale criminaliteit, doeltreffender te maken voor zover er concrete aanwijzingen zijn voor het bestaan van een criminele structuur of organisatie en twee of meer Lid-Staten betrokken zijn bij de genoemde vormen van criminaliteit op een wijze die, gelet op de omvang, de ernst en de gevolgen van de strafbare feiten, een gemeenschappelijk optreden van de Lid-Staten noodzakelijk maakt. 2. Om het in lid 1 genoemde doel geleidelijk te verwezenlijken houdt Europol zich vooreerst bezig met de voorkoming en bestrijding van illegale handel in verdovende middelen, nucleaire en radioactieve stoffen, alsmede van illegale immigratie, mensenhandel en handel in gestolen voertuigen. Tevens behandelt Europol, uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, strafbare feiten die zijn gepleegd of wellicht zullen worden gepleegd in het kader van terroristische activiteiten die gericht zijn tegen het leven, de lichamelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid, alsmede tegen goederen. De Raad kan, volgens de procedure van artikel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met eenparigheid van stemmen besluiten om Europol vóór het verstrijken van de termijn met de behandeling van deze terroristische activiteiten te belasten.
De Raad kan volgens de procedure van Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie met eenparigheid van stemmen Europol opdragen zich ook te belasten met andere in de bijlage bij deze Overeenkomst vermelde vormen van criminaliteit of specifieke uitingsvormen daarvan. Alvorens een besluit te nemen, geeft de Raad aan de Raad van Bestuur opdracht zijn besluit voor te bereiden en met name de volgen daarvan voor de begroting en het personeel van Europol uiteen te zetten. 3. De bevoegdheid van Europol met betrekking tot een vorm van criminaliteit of met betrekking tot specifieke aspecten van een vorm van criminaliteit omvat tevens : 1) Het witwassen van geld in verband met deze vormen van criminaliteit of specifieke aspecten ervan.2) De daarmee samenhangende strafbare feiten. Als samenhangend worden beschouwd en als zodanig overeenkomstig de nadere bepalingen van de artikelen 8 en 10 in aanmerking genomen : - strafbare feiten die zijn gepleegd om zich de middelen te verschaffen om daden te plegen die onder de werkingssfeer van Europol vallen; - strafbare feiten die zijn gepleegd om daden die onder de werkingssfeer van Europol vallen, te vergemakkelijken of uit te voeren; - strafbare feiten die zijn gepleegd om ervoor te zorgen dat daden die onder de werkingssfeer van Europol vallen, ongestraft blijven. 4. Bevoegde autoriteiten in de zin van deze Overeenkomst zijn alle in de Lid-Staten bestaande overheidsinstanties die krachtens het nationaal recht bevoegd zijn op het gebied van het voorkomen en bestrijden van strafbare feiten.5. Onder illegale handel in verdovende middelen als bedoeld in de leden 1 en 2 wordt verstaan de in artikel 3, lid 1, van het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 december 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en de bepalingen ter wijziging of aanvulling van dit Verdrag genoemde strafbare feiten. Artikel 3 Taken 1. Europol heeft binnen het kader van zijn in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling primair de volgende taken : 1) de uitwisseling van informatie tussen de Lid-Staten te vergemakkelijken;2) informatie en inlichtingen te verzamelen, te compileren en te analyseren;3) de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten, via de nationale eenheden als omschreven in artikel 4, onverwijld te voorzien van informatie die voor hen van belang is, en hen onmiddellijk informatie te geven over de verbanden tussen strafbare feiten die aan het licht zijn gekomen;4) het opsporingsonderzoek in de Lid-Staten te ondersteunen door de nationale eenheden alle relevante informatie te verstrekken;5) geautomatiseerde gegevensbestanden bij te houden waarin gegevens als bedoeld in de artikelen 8, 10 en 11 zijn opgeslagen.2. Ten einde via de nationale eenheden de samenwerking tussen en de doeltreffendheid van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten in het kader van de in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling te verbeteren, vervult Europol voorts nog de volgende taken : 1) de vakkennis die in het kader van de onderzoeksactiviteiten van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten wordt gebruikt, te vergroten en ten behoeve van opsporingsonderzoekers van advies te dienen;2) strategische inlichtingen te verstrekken om een doeltreffende en rationele besteding op nationaal niveau van de voor operationele taken beschikbare middelen te vergemakkelijken en te bevorderen;3) algemene verslagen over de verrichte werkzaamheden op te stellen.3. Europol kan voorts in het kader van zijn in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling, afhankelijk van de personele en budgettaire mogelijkheden en binnen de door de Raad van Bestuur bepaalde grenzen, de Lid-Staten met raad en onderzoek bijstaan op de volgende gebieden : 1) opleiding van de leden van hun bevoegde autoriteiten, 2) organisatie en uitrusting van deze autoriteiten, 3) methoden van misdaadpreventie, 4) methoden van criminalistiek en forensische technologie en methoden van opsporingsonderzoek. Artikel 4 Nationale eenheden 1. Door elke Lid-Staat wordt een nationale eenheid opgericht of aangewezen, die belast is met de in dit artikel opgesomde taken.2. De nationale eenheid vormt het enige contact tussen Europol en de bevoegde nationale autoriteiten.De betrekkingen tussen de nationale eenheid en de bevoegde autoriteiten worden beheerst door het nationale recht, en met name de grondwettelijke bepalingen ervan. 3. De Lid-Staten treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat hun nationale eenheid haar taken kan uitvoeren en in het bijzonder om de toegang van deze eenheid tot de betrokken nationale gegevens te verzekeren.4. De nationale eenheid heeft de volgende taken : 1) Europol uit eigen beweging te voorzien van informatie en inlichtingen die Europol nodig heeft voor zijn taakvervulling;2) in te gaan op verzoeken van Europol om informatie, inlichtingen en adviezen;3) informatie en inlichtingen te actualiseren;4) informatie en inlichtingen overeenkomstig het nationale recht ten behoeve van de bevoegde autoriteiten te evalueren en onder deze autoriteiten te verspreiden;5) verzoeken om adviezen, informatie, inlichtingen en analyses aan Europol voor te leggen;6) informatie voor invoering in de geautomatiseerde bestanden aan Europol te verstrekken;7) zorg te dragen voor de rechtmatigheid van elke uitwisseling van informatie met Europol. 5. Onverminderd de uitoefening van de in artikel K.2, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde verantwoordelijkheden van de Lid-Staten is een nationale eenheid in afzonderlijke gevallen niet verplicht de in lid 4, punten 1, 2 en 6, alsmede de in de artikelen 8 en 10 bedoelde informatie en inlichtingen te verstrekken indien : 1) wezenlijke nationale veiligheidsbelangen daardoor worden geschaad, of 2) het welslagen van lopende opsporingsonderzoeken of de veiligheid van een persoon daardoor in gevaar wordt gebracht, of 3) het informatie betreft die afkomstig is van specifieke inlichtingendiensten of -activiteiten op het gebied van de Staatsveiligheid.6. De kosten die de nationale eenheid maakt voor communicatie met Europol zijn nationale kosten en worden, met uitzondering van de verbindingskosten, niet aan Europol doorberekend.7. Indien nodig komen de hoofden en de nationale eenheden bijeen om Europol van advies te dienen. Artikel 5 Verbindingsofficieren 1. Elke nationale eenheid vaardigt ten minste één verbindingsofficier naar Europol af.Het aantal verbindingsofficieren dat de Lid-Staten kunnen afvaardigen, wordt met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur vastgesteld. Dit besluit kan te allen tijde met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur worden gewijzigd.
Behoudens bijzondere bepalingen van deze Overeenkomst zijn de verbindingsofficieren onderworpen aan het nationale recht van de Lid-Staat die hen heeft afgevaardigd. 2. De verbindingsofficieren worden door hun nationale eenheid gemachtigd om, overeenkomstig het nationale recht van de Lid-Staat en met inachtneming van de op Europol van toepassing zijnde voorschriften, binnen Europol de belangen van de nationale eenheid te vertegenwoordigen.3. Onverminderd artikel 4, leden 4 en 5, ondersteunen de verbindingsofficieren in het kader van de in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling de uitwisseling van informatie tussen hun nationale eenheid en Europol, met name door : 1) informatie van hun nationale eenheid aan Europol door te geven, 2) de van Europol afkomstige informatie aan hun nationale eenheid door te geven, en 3) met de Europol-ambtenaren samen te werken door middel van het doorgeven van informatie en het geven van advies bij de analyse van de informatie die de afvaardigende Lid-Staat aangaat.4. De verbindingsofficieren ondersteunen overeenkomstig hun nationale recht in het kader van de in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling voorts de uitwisseling van informatie, afkomstig van de nationale eenheden, alsmede de coördinatie van de daaruit voortvloeiende maatregelen.5. Voor zover dit voor de taakvervulling ingevolge lid 3 nodig is, hebben de verbindingsofficieren toegang tot de diverse bestanden, overeenkomstig de specifieke bepalingen in de desbetreffende artikelen.6. Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing op de werkzaamheden van de verbindingsofficieren.7. Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst worden de rechten en verplichtingen van de verbindingsofficieren jegens Europol met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur vastgesteld.8. De verbindingsofficieren genieten overeenkomstig artikel 41, lid 2, de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor hun taakvervulling.9. Europol stelt de Lid-Staten voor de werkzaamheden van hun verbindingsofficieren de nodige werkruimten in het Europol-gebouw vrij van kosten ter beschikking.Alle overige kosten die verband houden met het afvaardigen van de verbindingsofficieren zijn voor rekening van de afvaardigende Lid-Staat. Hetzelfde geldt voor de kosten voor de uitrusting van de verbindingsofficieren, voor zover de Raad van Bestuur in speciale gevallen niet met eenparigheid van stemmen andersluidende regelingen aanbeveelt in het kader van de opstelling van de Europolbegroting.
Artikel 6 Geautomatiseerde gegevensbestanden 1. Europol beheert geautomatiseerde gegevensbestanden, die uit de volgende bestanddelen bestaan : 1) het in artikel 7 bedoelde informatiesysteem met een beperkte, nauwkeurig vastgelegde inhoud waarmee snel kan worden nagegaan welke gegevens bij de Lid-Staten en Europol voorhanden zijn, 2) de in artikel 10 bedoelde werkbestanden met uitgebreide informatie, die zijn aangelegd voor een variabele tijd met het oog op analyse en 3) een indexsysteem dat uitsluitend elementen uit de onder 2) bedoelde bestanden bevat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11.2. De door Europol beheerde geautomatiseerde gegevensbestanden mogen onder geen beding worden verbonden met andere systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking, met uitzondering van het systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking van de nationale eenheden. TITEL II. - Informatiesysteem Artikel 7 Het aanleggen van het informatiesysteem 1. Om zijn taken te vervullen, wordt door Europol een geautomatiseerd informatiesysteem aangelegd en beheerd, waarin de Lid-Staten, vertegenwoordigd door de nationale eenheden en de verbindingsofficieren, met inachtneming van hun nationale procedures, rechtstreeks gegevens invoeren, en Europol de door derde Staten en instanties verstrekte gegevens alsmede de uit analyses voortvloeiende gegevens invoert.Het informatiesysteem kan rechtstreeks worden geraadpleegd door de nationale eenheden, de verbindingsofficieren, de directeur, de adjunct-directeuren en de daartoe gemachtigde personeelsleden van Europol.
De directe toegang van de nationale eenheden tot het informatiesysteem wordt voor de in artikel 8, lid 1, punt 2, vermelde categorie van personen beperkt tot de in artikel 8, lid 2, bedoelde persoonsgegevens. Op verzoek krijgen de nationale eenheden via de verbindingsofficieren toegang tot alle gegevens indien dat voor een bepaald onderzoek noodzakelijk is. 2. Europol 1) heeft tot taak de naleving van de bepalingen inzake samenwerking en het beheer van het informatiesysteem te verzekeren, en 2) is verantwoordelijk voor de goede werking van het informatiesysteem in technisch en operationeel opzicht.Europol treft met name alle nodige maatregelen om te garanderen dat de in de artikelen 21 en 25 genoemde maatregelen met betrekking tot het informatiesysteem in overeenstemming met de regels worden uitgevoerd. 3. In de Lid-Staten is de nationale eenheid verantwoordelijk voor de communicatie met het informatiesysteem.De eenheid is met name bevoegd met betrekking tot de veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 25 ten aanzien van de op het grondgebied van de betrokken Lid-Staat gebruikte gegevensverwerkingsapparatuur, met betrekking tot de controle uit hoofde van artikel 21 en - voor zover dit op grond van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en procedures van deze Lid-Staat noodzakelijk is - anderszins met betrekking tot de goede uitvoering van deze Overeenkomst.
Artikel 8 Inhoud van het informatiesysteem 1. In het informatiesysteem mogen uitsluitend worden opgeslagen, gewijzigd en gebruikt de voor de taakvervulling van Europol benodigde gegevens, met uitzondering van de gegevens betreffende samenhangende strafbare feiten overeenkomstig artikel 2, lid 3, tweede alinea, met betrekking tot : 1) personen die, gelet op het nationale recht van de betrokken Lid-Staat, verdacht worden van het plegen van of deelnemen aan een strafbaar feit ten aanzien waarvan Europol ingevolge artikel 2 bevoegd is, of die veroordeeld zijn voor een dergelijk strafbaar feit, 2) personen ten aanzien van wie bepaalde ernstige feiten gelet op het nationale recht het vermoeden rechtvaardigen dat zij een strafbaar feit zullen begaan ten aanzien waarvan Europol ingevolge artikel 2 bevoegd is.2. De gegevens over de in lid 1 bedoelde personen mogen slechts betrekking hebben op : 1) achternaam, meisjesnaam, voornamen en eventuele bijnamen of valse namen, 2) geboortedatum en -plaats, 3) nationaliteit, 4) geslacht, 5) voor zover nodig, andere voor identificering geschikte kenmerken, in het bijzonder niet aan verandering onderhevige objectieve lichamelijke kenmerken.3. Behalve de in lid 2 genoemde gegevens en de vermelding van Europol of de nationale eenheid die de gegevens heeft ingevoerd, mogen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde personen de volgende bijkomende gegevens in het informatiesysteem worden opgeslagen, gewijzigd en gebruikt : 1) strafbare feiten, belastende feiten, tijd en plaats van het strafbare feit, 2) middelen waarmee het strafbare feit (vermoedelijk) is begaan, 3) de diensten die het dossier hebben aangelegd en de dossiernummers, 4) de verdenking deel uit te maken van een misdaadorganisatie, 5) veroordelingen, voor zover deze betrekking hebben op strafbare feiten ten aanzien waarvan Europol ingevolge artikel 2 bevoegd is. Deze gegevens mogen ook worden ingevoerd wanneer er nog geen verband met een bepaalde persoon wordt gelegd. Indien Europol de gegevens zelf invoert, voegt het aan het dossiernummer een extra aantekening toe om aan te geven of de gegevens door derden zijn verstrekt dan wel het resultaat zijn van een eigen analyse. 4. De door de nationale eenheden en door Europol verkregen aanvullende informatie over de in lid 1 bedoelde personen kan op verzoek worden verstrekt aan elke nationale eenheid en aan Europol.Wat de nationale eenheden betreft, geschiedt dit met inachtneming van hun nationale recht.
Indien deze aanvullende informatie betrekking heeft op een of meer samenhangende strafbare feiten in de zin van artikel 2, lid 3, tweede alinea, worden de in het informatiesysteem opgeslagen gegevens voorzien van een aantekening om het bestaan van samenhangende strafbare feiten te signaleren, opdat de nationale eenheden en Europol de informatie over de daarmee samenhangende strafbare feiten kunnen uitwisselen. 5. Wanneer een procedure tegen de betrokkene definitief wordt beëindigd of wanneer de betrokkene wordt vrijgesproken, dienen alle gegevens die op deze beslissing betrekking hadden, te worden verwijderd. Artikel 9 Recht van toegang tot het informatiesysteem 1. Alleen de nationale eenheden, de verbindingsofficieren, de directeur, de adjunct-directeuren en de daartoe gemachtigde personeelsleden van Europol hebben het recht om rechtstreeks gegevens in het informatiesysteem in te voeren en daaruit op te vragen.Het opvragen van gegevens is toegestaan voor zover dit noodzakelijk is voor de vervulling van een bepaalde taak en vindt plaats in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en procedures van de opvragende eenheid, voor zover deze Overeenkomst geen stringentere bepalingen bevat. 2. Alleen de eenheid die de gegevens heeft ingevoerd, is bevoegd deze te wijzigen, te verbeteren of te verwijderen.Indien een eenheid aanwijzingen heeft dat de in artikel 8, lid 2, bedoelde gegevens onjuist zijn of indien zij deze gegevens wil aanvullen, deelt zij dit onverwijld mee aan de invoerende eenheid, die de plicht heeft om deze mededeling onmiddellijk te toetsen en om de gegevens indien nodig onmiddellijk te wijzigen, aan te vullen, te verbeteren of te verwijderen. Indien in artikel 8, lid 3, bedoelde gegevens over personen zijn opgeslagen, kan elke eenheid nadere gegevens als bedoeld in artikel 8, lid 3, bij wijze van aanvulling invoeren. Indien deze gegevens elkaar duidelijk tegenspreken, plegen de betrokken eenheden overleg. Indien een eenheid voornemens is de door haar ingevoerde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 8, lid 2, volledig te verwijderen en indien er door andere eenheden met betrekking tot deze persoon gegevens als bedoeld in artikel 8, lid 3, zijn ingevoerd, gaan de wettelijke aansprakelijkheid voor de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 15, lid 1, en het recht om gegevens te wijzigen, aan te vullen, te verbeteren en te verwijderen als bedoeld in artikel 8, lid 2, over op de eenheid die als eerstvolgende gegevens over deze persoon als bedoeld in artikel 8, lid 3, heeft ingevoerd. De eenheid die gegevens wil verwijderen, stelt de eenheid die de wettelijke aansprakelijkheid voor de gegevensbescherming overneemt, daarvan in kennis. 3. De verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van het opvragen uit en het invoeren en wijzigen van gegevens in het informatiesysteem ligt bij de eenheid die de gegevens opvraagt, invoert of wijzigt;er moet kunnen worden vastgesteld welke eenheid deze handeling verricht. De uitwisseling van informatie tussen de nationale eenheden en de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten vindt plaats overeenkomstig het nationale recht.
TITEL III. - Werkbestanden voor analyse Artikel 10 Verzameling, verwerking en gebruik van persoonsgegevens 1. Voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling, kan Europol, naast niet-persoonsgebonden gegevens, in andere bestanden gegevens opslaan, wijzigen en gebruiken in verband met strafbare feiten ten aanzien waarvan Europol ingevolge artikel 2, lid 2, bevoegd is, met inbegrip van de gegevens betreffende de in artikel 2, lid 3, tweede alinea, bedoelde samenhangende strafbare feiten ten behoeve van specifieke analysewerkzaamheden, welke gegevens betrekking hebben op : 1) personen als bedoeld in artikel 8, lid 1;2) personen die wellicht als getuige moeten optreden bij onderzoeken naar de betrokken strafbare feiten of bij daaropvolgende strafvervolgingen;3) personen die het slachtoffer zijn geworden van een van de betrokken strafbare feiten of ten aanzien van wie zich bepaalde omstandigheden voordoen die doen vermoeden dat zij het slachtoffer van een dergelijk strafbaar feit kunnen worden;4) contact- en begeleidende personen alsmede 5) personen die informatie kunnen verschaffen over de betrokken strafbare feiten. Het verzamelen, de opslag en de verwerking van de gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste zin, van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens is slechts toegestaan voor zover dit absoluut noodzakelijk is voor het met het betrokken bestand beoogde doel en voor zover deze gegevens een aanvulling vormen op andere in hetzelfde bestand opgeslagen persoonsgegevens. Het is verboden om in strijd met bovengenoemde voorwaarden een specifieke categorie personen te selecteren uitsluitend aan de hand van de gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste zin, van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981.
De Raad stelt met eenparigheid van stemmen volgens de procedure van titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie de door de Raad van Bestuur voorbereide regels vast voor het gebruik van de bestanden vast waarin met name de aanwijzingen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde persoonsgegevens, alsmede de voorschriften inzake de beveiliging van deze gegevens en de interne controle op het gebruik ervan, nader worden omschreven. 2. Deze bestanden worden aangelegd voor analysedoeleinden omschreven als het compileren, verwerken of gebruiken van gegevens ter ondersteuning van het strafrechtelijk onderzoek.Voor elk analyseproject wordt een analysegroep ingesteld waarin de volgende deelnemers overeenkomstig de in artikel 3, lid 1 en 2, en in artikel 5, lid 3, omschreven taken en opdrachten nauw met elkaar samenwerken : 1) de door de directie van Europol aangewezen analisten en andere personeelsleden van Europol;uitsluitend de analisten zijn gemachtigd in het betrokken bestand gegevens in te voeren en op te zoeken; 2) de verbindingsofficieren of de deskundigen van de Lid-Staten die de informatie hebben verstrekt of die als partij bij de analyse betrokken zijn in de zin van lid 6.3. Op verzoek van Europol of uit eigen beweging verstrekken de nationale eenheden, onverminderd artikel 4, lid 5, alle informatie aan Europol die noodzakelijk is voor de vervulling van zijn taken als omschreven in artikel 3, lid 1, onder 2).De Lid-Staten verstrekken deze gegevens slechts wanneer zij ook volgens het desbetreffende nationale recht verwerkt mogen worden met het oog op het voorkomen, bestrijden of analyseren van strafbare feiten.
Afhankelijk van de mate van gevoeligheid, kunnen de van de nationale eenheden afkomstige gegevens rechtstreeks en met alle passende middelen, al dan niet via de betrokken verbindingsofficieren, aan de analysegroepen worden verstrekt. 4. Indien het gerechtvaardigd blijkt dat Europol, behalve de in lid 3 bedoelde informatie, nadere inlichtingen nodig heeft voor zijn taakvervulling ingevolge artikel 3, lid 1, onder 2), kan Europol : 1) de Europese Gemeenschappen en de publiekrechtelijke instellingen die op grond van de Gemeenschapsverdragen zijn opgericht, 2) andere publiekrechtelijke instellingen die in het kader van de Europese Unie zijn opgericht, 3) instellingen die zijn opgericht op grond van een overeenkomst tussen twee of meer Lid-Staten van de Europese Unie, 4) Staten die geen lid zijn van de Europese Unie, 5) internationale organisaties en de daaronder ressorterende publiekrechtelijke instellingen, 6) andere publiekrechtelijke instellingen die zijn opgericht op grond van een overeenkomst tussen twee of meer Staten, evenals 7) de Internationale Criminele Politie-Organisatie, verzoeken om deze informatie met alle passende middelen te verstrekken.Europol kan eveneens, onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde middelen, gegevens ontvangen die deze instanties uit eigen beweging verstrekken. De Raad stelt hiervoor volgens de procedure van Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie, na advies van de Raad van Bestuur, met eenparigheid van stemmen de door Europol op dit gebied te volgen regels vast. 5. Indien Europol in het kader van andere overeenkomsten het recht heeft verkregen om andere informatiesystemen geautomatiseerd te raadplegen, kan Europol op deze wijze persoonsgegevens opzoeken indien dat noodzakelijk is voor zijn taakvervulling ingevolge artikel 3, lid 1, onder 2).6. Indien het om een algemene strategische analyse gaat, delen alle Lid-Staten via verbindingsofficieren of deskundigen volledig in het resultaat van de werkzaamheden, in het bijzonder door toezending van de door Europol opgestelde verslagen. Indien de analyse betrekking heeft op bijzondere gevallen die niet alle Lid-Staten aangaan en een rechtstreekse operationele bedoeling heeft, nemen de vertegenwoordigers van de volgende Lid-Staten daaraan deel : 1) de Lid-Staten van wie de informatie afkomstig is die geleid heeft tot het besluit om het analysebestand aan te leggen of die daarbij rechtstreeks betrokken zijn, alsmede de Lid-Staten welke de analysegroep in een later stadium uitnodigt mee te werken omdat zij eveneens daarbij betrokken raken;2) de Lid-Staten die op grond van raadpleging van het indexsysteem weten dat zij kennis moeten kunnen nemen van bedoelde gegevens en die dit overeenkomstig de voorwaarden van lid 7 hebben medegedeeld.7. De gemachtigde verbindingsofficieren delen deze noodzaak tot kennisneming mee.Elke Lid-Staat benoemt en machtigt daartoe een beperkt aantal verbindingsofficieren en doet de lijst van die verbindingsofficieren aan de Raad van Bestuur toekomen.
De verbindingsofficier moet de noodzaak tot kennisneming in de zin van lid 6 motiveren in een schriftelijke mededeling die getekend is door het bevoegd gezag waaronder hij in zijn Lid-Staat ressorteert; hij legt deze mededeling aan alle deelnemers van de analyse voor, waarna hij van rechtswege als deelnemer bij de desbetreffende analyse wordt ingeschakeld.
Indien de analysegroep daartegen bezwaar maakt, wordt deze inschakeling van rechtswege als volwaardig deelnemer uitgesteld voor de duur van een arbitrageprocedure die uit drie achtereenvolgende fasen kan bestaan : 1) de deelnemers aan de analyse trachten tot overeenstemming te komen met de verbindingsofficier die heeft medegedeeld, het noodzakelijk te achten er kennis van te nemen;zij beslissen binnen een termijn van ten hoogste acht dagen; 2) indien de onenigheid blijft bestaan, wordt binnen drie dagen een vergadering van de hoofden van de betrokken nationale eenheden met de directie van Europol belegd;3) indien nog steeds geen overeenstemming is bereikt, beleggen de vertegenwoordigers van de betrokken partijen in de Raad van Bestuur van Europol binnen acht dagen een vergadering.Indien de Lid-Staat bij zijn standpunt blijft dat hij ervan kennis moet nemen, wordt met algemene stemmen besloten of hij als volwaardig deelnemer bij de analyse ingeschakeld wordt. 8. De Lid-Staat die informatie verstrekt aan Europol, kan als enige oordelen over de mate van en de verandering in de gevoeligheid van die informatie.Over elke verstrekking en elk operationeel gebruik van analysegegevens vindt tussen de deelnemers aan de analyse overleg plaats. Elke Lid-Staat die als deelnemer wordt ingeschakeld bij een analyse die al gaande is, mag de gegevens met name niet verspreiden of gebruiken zonder voorafgaande toestemming van de Lid-Staten die reeds daarbij betrokken waren.
Artikel 11 Indexsysteem 1. Europol legt van de overeenkomstig artikel 10, lid 1, in bestanden opgeslagen gegevens een indexsysteem aan.2. De directeur, de adjunct-directeuren en de gemachtigde personeelsleden van Europol alsmede de verbindingsofficieren zijn bevoegd het indexsysteem te raadplegen.Uit het indexsysteem moet de raadplegende verbindingsofficier, aan de hand van de geraadpleegde gegevens, duidelijk kunnen opmaken of in de in artikel 6, lid 1, punt 2, en artikel 10, lid 1, bedoelde bestanden gegevens zijn opgeslagen die van belang zijn voor de Lid-Staat die hem heeft afgevaardigd.
De toegang tot het indexsysteem is zodanig geregeld dat de verbindingsofficieren kunnen vaststellen of bepaalde gegevens al dan niet opgeslagen zijn; er mogen geen verbanden gelegd of conclusies getrokken kunnen worden met betrekking tot de inhoud van de bestanden. 3. De regels betreffende de inrichting van het indexsysteem worden met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur vastgesteld. Artikel 12 Bestandsreglement 1. Voor elk bij Europol voor zijn taakvervulling overeenkomstig artikel 10 bijgehouden geautomatiseerd bestand met persoonsgegevens dient Europol in een door de Raad van Bestuur goedgekeurd reglement vast te leggen : 1) de omschrijving van het bestand, 2) het doel van het bestand, 3) categorieën personen over wie gegevens worden opgeslagen, 4) de aard van de op te slagen gegevens en eventueel de absoluut noodzakelijke gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste zin, van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981, 5) de aard van de persoonsgegevens die ertoe dienen om het bestand toegankelijk te maken, 6) het aanleveren of invoeren van de voor opslag bestemde gegevens, 7) de voorwaarden waaronder de in het bestand opgeslagen persoonsgegevens mogen worden verstrekt, aan welke ontvangers en volgens welke procedure, 8) de controletermijnen en de duur van de opslag, 9) de vastlegging van de verstrekking. Het in artikel 24 bedoelde gemeenschappelijk controle-orgaan wordt door de directeur van Europol onmiddellijk op de hoogte gebracht van het ontwerp-reglement voor een dergelijk bestand en ontvangt het dossier, opdat het de opmerkingen die het noodzakelijk acht onder de aandacht van de Raad van Bestuur kan brengen. 2. Wanneer het, in spoedeisende gevallen, niet mogelijk is de in lid 1 bedoelde toestemming van de Raad van Bestuur te verkrijgen, kan de Directeur, uit eigen beweging of op verzoek van de betrokken Lid-Staten, in een met redenen omkleed besluit opdracht geven een bestand aan te leggen.Hij stelt de leden van de Raad van Bestuur hiervan onmiddellijk in kennis. De procedure van lid 1 dient dan onmiddellijk in gang te worden gezet en zo spoedig mogelijk te worden voltooid.
TITEL IV. - Gemeenschappelijke voorwaarden voor informatieverwerking Artikel 13 Mededelingsplicht Europol doet de nationale eenheden, en, indien zij daarom verzoeken, hun verbindingsofficieren, onverwijld mededeling van op hun Lid-Staat betrekking hebbende informatie en van de vaststelling van verbanden tussen strafbare feiten ten aanzien waarvan Europol ingevolge artikel 2 bevoegd is. Informatie en inlichtingen over andere ernstige strafbare feiten waarvan Europol bij zijn taakvervulling kennis neemt, mogen eveneens worden verstrekt.
Artikel 14 Niveau van gegevensbescherming 1. Elke Lid-Staat treft uiterlijk op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in zijn nationale wetgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in bestanden in het kader van deze Overeenkomst, de nodige maatregelen ter waarborging van een niveau van gegevensbescherming dat ten minste gelijk is aan het niveau dat voortvloeit uit de toepassing van de beginselen van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981, rekening houdend met Aanbeveling R(87) 15 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 17 september 1987 tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens op politieel gebied.2. Persoonsgegevens mogen pas krachtens deze Overeenkomst worden verstrekt nadat op het grondgebied van de bij de verstrekking betrokken Lid-Staten de in lid 1 bedoelde regelingen inzake de bescherming van persoonsgegevens in werking zijn getreden.3. Europol houdt bij het verzamelen, verwerken en gebruiken van persoonsgegevens rekening met de beginselen van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 en met Aanbeveling R(87) 15 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 17 september 1987. Europol neemt deze beginselen eveneens in acht voor niet-geautomatiseerde gegevens die het bijhoudt in de vorm van handmatige bestanden, d.w.z. een gestructureerd geheel van persoonsgegevens dat volgens bepaalde criteria kan worden geraadpleegd.
Artikel 15 Verantwoordelijkheid voor de gegevensbescherming 1. Tenzij anders bepaald in deze Overeenkomst berust de verantwoordelijkheid voor de bescherming van bij Europol opgeslagen gegevens, met name voor de rechtmatigheid van het verzamelen en van de verstrekking aan Europol, alsmede voor het invoeren, de juistheid en de actualiteit van de gegevens en voor het toezicht op de bewaartermijnen : 1) bij de Lid-Staat die de gegevens heeft ingevoerd of verstrekt, 2) bij Europol wat betreft de gegevens die door derden aan Europol zijn verstrekt of die het resultaat zijn van de analysewerkzaamheden van Europol.2. Daarnaast is Europol, tenzij anders bepaald in deze Overeenkomst, verantwoordelijk voor alle door Europol ontvangen en verwerkte gegevens, ongeacht of deze zich in het in artikel 8 bedoelde informatiesysteem, in de in artikel 10 bedoelde werkbestanden, in het in artikel 11 bedoelde indexsysteem of in de in artikel 14, lid 3, bedoelde handmatige bestanden bevinden.3. Europol slaat de gegevens zodanig op dat kan worden vastgesteld welke Lid-Staat of welke derde Staat of instantie de gegevens heeft verstrekt, dan wel of zij het resultaat zijn van de analysewerkzaamheden van Europol. Artikel 16 Vastlegging van de verstrekking Europol legt gemiddeld ten minste elke tiende opvraging van persoonsgegevens vast - en elke opvraging van persoonsgegevens in het kader van het informatiesysteem als bedoeld in artikel 7 - om na te gaan of deze toelaatbaar is. De vastgelegde gegevens mogen alleen voor dit doel door Europol en de in de artikelen 23 en 24 vermelde controle-organen worden gebruikt en moeten na zes maanden worden verwijderd, tenzij zij in het kader van een lopende controle vereist blijven. Nadere regels worden door de Raad van Bestuur vastgesteld, na raadpleging van het gemeenschappelijk controle-orgaan.
Artikel 17 Regeling van het gebruik van de gegevens 1. Persoonsgegevens die worden opgevraagd uit het informatiesysteem, het indexsysteem of de voor analysedoeleinden aangelegde bestanden en de gegevens die op enige andere passende wijze zijn meegedeeld mogen door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten slechts worden verstrekt en gebruikt ter voorkoming en bestrijding van de tot de bevoegdheid van Europol behorende criminaliteit en van andere ernstige vormen van criminaliteit. Het gebruik van de in de eerste alinea bedoelde gegevens geschiedt met inachtneming van het recht van de Lid-Staat waaronder de diensten die de gegevens gebruiken, ressorteren.
Europol kan de in lid 1 bedoelde gegevens alleen maar gebruiken met het oog op de vervulling van de in artikel 3 genoemde taken. 2. Indien de verstrekkende Lid-Staat of de verstrekkende derde Staat of instantie als bedoeld in artikel 10, lid 4, voor afzonderlijke gegevens beperkingen voor het gebruik ervan meedeelt die voor deze gegevens in de betrokken Lid-Staat of derde Staat of instantie gelden, dienen deze beperkingen ook door de gebruiker te worden nageleefd, behalve in het bijzondere geval waarin het nationale recht voorschrijft dat van deze gebruiksbeperkingen moet worden afgeweken ten behoeve van de gerechtelijke autoriteiten, de wetgevende instanties of elke andere onafhankelijke bij de wet opgerichte instantie die belast is met het toezicht op de bevoegde nationale autoriteiten als bedoeld in artikel 2, lid 4.In dat geval mogen de gegevens slechts worden gebruikt na voorafgaande raadpleging van de verstrekkende Staat, met wiens belangen en standpunten zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden. 3. De gegevens kunnen slechts voor andere doeleinden of door andere dan in de artikel 2 van deze overeenkomst bedoelde autoriteiten worden gebruikt na voorafgaande toestemming van de Lid-Staat die de gegevens heeft verstrekt en voor zover het nationale recht van deze Lid-Staat dat toelaat. Artikel 18 Verstrekking van gegevens aan derde staten en instanties 1. Door Europol opgeslagen persoonsgegevens kunnen onder de voorwaarden van lid 4 aan derde Staten en instanties als bedoeld in artikel 10, lid 4, worden verstrekt indien : 1) dit in individuele gevallen nodig is voor het voorkomen of bestrijden van strafbare feiten ten aanzien waarvan Europol ingevolge artikel 2 bevoegd is, 2) in die Staat of bij die instantie een passend niveau van gegevensbescherming is gewaarborgd, 3) dit volgens de algemene regels in de zin van lid 2 toegestaan is.2. De Raad stelt, volgens de procedure van Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie en met inachtneming van de in lid 3 genoemde omstandigheden, met eenparigheid van stemmen algemene regels vast voor de verstrekking van persoonsgegevens door Europol aan derde Staten en instanties als bedoeld in artikel 10, lid 4.De Raad van Bestuur bereidt het besluit van de Raad voor en raadpleegt het in artikel 24 bedoelde gemeenschappelijk controle-orgaan. 3. De passende gegevensbescherming die geboden wordt door de derde Staten en instanties als bedoeld in artikel 10, lid 4, wordt beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden die bij de verstrekking van persoonsgegevens een rol spelen;in het bijzonder wordt acht geslagen op : 1) de aard van de gegevens, 2) de doelomschrijving, 3) de duur van de beoogde verwerking, alsook 4) de voor de derde Staten en instanties als bedoeld in artikel 10, lid 4, geldende algemene of bijzondere voorschriften.4. Indien de gegevens door een Lid-Staat aan Europol zijn verstrekt, mag Europol deze slechts met toestemming van die Lid-Staat aan derde Staten of instanties verstrekken.De Lid-Staat kan daartoe een voorafgaande, al dan niet algemene, toestemming geven, die te allen tijde kan worden ingetrokken.
Indien de gegevens niet door een Lid-Staat zijn verstrekt, vergewist Europol zich ervan dat door de verstrekking 1) de behoorlijke vervulling van de onder de bevoegdheid van een Lid-Staat vallende taken niet in gevaar komt, 2) de openbare orde en veiligheid van een Lid-Staat niet in gevaar komen of diens belangen op geen enkele wijze kunnen worden geschaad.5. De verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van de verstrekking berust bij Europol.Europol houdt aantekening van de verstrekking en de redenen daarvan. Verstrekking is slechts toegestaan als de ontvanger toezegt dat de gegevens alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. Dit geldt niet voor de verstrekking van persoonsgegevens die vereist is ingevolge een verzoek van Europol. 6. Indien de in lid 1 bedoelde verstrekking betrekking heeft op informatie waarvoor geheimhouding vereist is, is deze slechts toegestaan indien Europol en de ontvanger een overeenkomst ter bescherming van geheime informatie hebben gesloten. Artikel 19 Recht op kennisneming 1. Een ieder die zijn recht op kennisneming van bij Europol opgeslagen op hem betrekking hebbende gegevens wil uitoefenen of deze wil laten controleren, kan daartoe kosteloos een verzoek indienen in de Lid-Staat van zijn keuze bij de nationale autoriteit, welke het verzoek onmiddellijk doorgeeft aan Europol en de verzoeker vervolgens laat weten dat Europol hem rechtstreeks zal antwoorden.2. Het verzoek moet door Europol volledig worden beantwoord binnen de drie maanden die volgen op de ontvangst ervan door de bevoegde nationale autoriteit van de Lid-Staat.3. Het recht van personen om kennis te nemen van op hen betrekking hebbende gegevens of deze gegevens te laten controleren wordt uitgeoefend met inachtneming van het recht van de Lid-Staat waar dit recht wordt uitgeoefend, rekening houdende met de volgende bepalingen : Indien het recht van de aangezochte Lid-Staat voorziet in een mededeling met betrekking tot de gegevens, wordt deze mededeling geweigerd indien zulks nodig is : 1) opdat Europol zijn taken naar behoren kan vervullen, 2) om de veiligheid van de Lid-Staten en de openbare orde te beschermen of strafbare feiten te bestrijden, 3) om de rechten en vrijheden van derden te beschermen, en het belang van de bij de mededeling van de informatie betrokken persoon derhalve niet kan prevaleren.4. Het recht op kennisneming wordt overeenkomstig lid 3 uitgeoefend volgens onderstaande procedures : 1) gegevens die zijn opgeslagen in het in artikel 8 omschreven informatiesysteem, mogen slechts ter kennisneming worden medegedeeld nadat de Lid-Staat die de gegevens heeft ingevoerd en de Lid-Staten die rechtstreeks bij de mededeling van deze gegevens zijn betrokken, eerst hun standpunt kenbaar hebben kunnen maken, dat in het uiterste geval een weigering tot mededeling kan inhouden.Door de Lid-Staat die de gegevens heeft ingevoerd wordt gemeld welke gegevens mogen worden meegedeeld en op welke wijze dat dient te geschieden; 2) met betrekking tot gegevens die door Europol in het informatiesysteem zijn opgeslagen, moeten de rechtstreeks betrokken Lid-Staten eerst een standpunt hebben kunnen innemen, dat in het uiterste geval een weigering tot mededeling kan inhouden;3) met betrekking tot gegevens die zijn opgeslagen in de werkbestanden voor analysedoeleinden als omschreven in artikel 10, geldt dat deze slechts mogen worden meegedeeld als daarover een consensus bestaat tussen Europol en de Lid-Staten die aan de analyse deelnemen in de zin van artikel 10, lid 2, en de rechtstreeks bij deze mededeling betrokken Lid-Staat of Lid-Staten. Indien een of meer Lid-Staten of Europol zich hebben verzet tegen de mededeling betreffende de gegevens, stelt Europol de verzoeker ervan in kennis dat het de nodige controles heeft verricht, zonder aanwijzingen te geven waaruit de betrokkene kan opmaken of hij al dan niet bekend is. 5. Ten aanzien van de uitoefening van het recht op controle gelden de volgende procedures : Indien het van toepassing zijnde nationale recht niet in de mededeling betreffende de gegevens voorziet of als het alleen een verzoek om controle betreft, verricht Europol in nauw overleg met de betrokken nationale autoriteiten de controles en laat het de verzoeker weten dat het de nodige controles heeft verricht, zonder aanwijzingen te geven waaruit de betrokkene kan opmaken of hij al dan niet bekend is.6. In zijn antwoord op een verzoek om controle of kennisneming van gegevens, laat Europol de verzoeker weten dat hij, indien hij niet tevreden is met de beslissing, beroep kan instellen bij het gemeenschappelijke controle-orgaan.De verzoeker kan zich ook tot het gemeenschappelijke controle-orgaan wenden indien binnen de in dit artikel gestelde termijn geen antwoord is gegeven op zijn verzoek. 7. Indien de verzoeker beroep instelt bij het in artikel 24 bedoelde gemeenschappelijke controle-orgaan, wordt dit beroep door dit orgaan behandeld. Indien het beroep betrekking heeft op de mededeling betreffende de gegevens die door een Lid-Staat in het informatiesysteem zijn ingevoerd, neemt het gemeenschappelijke controle-orgaan een beslissing overeenkomstig het nationale recht van de Lid-Staat bij wie het verzoek werd ingediend. Het gemeenschappelijke controle-orgaan raadpleegt eerst het nationale controle-orgaan of de bevoegde rechterlijke instantie van de Lid-Staat van wie het gegeven afkomstig is. Dit orgaan of deze instantie verricht de nodige controles om in het bijzonder na te gaan of de beslissing tot weigering overeenkomstig de bepalingen van de leden 3 en 4, eerste alinea, van dit artikel is genomen. In dat geval wordt de beslissing, die in het uiterste geval een weigering tot mededeling kan inhouden, genomen door het gemeenschappelijke controle-orgaan in nauw overleg met het nationale controle-orgaan of de bevoegde rechterlijke instantie.
Indien het beroep betrekking heeft op de mededeling betreffende de door Europol in het informatiesysteem opgeslagen gegevens of gegevens die voor analysedoeleinden in de bestanden zijn opgeslagen en Europol of een Lid-Staat zich blijven verzetten, kan het gemeenschappelijke controle-orgaan slechts na Europol of de Lid-Staat te hebben gehoord, en met een meerderheid van twee derden van zijn leden aan dit verzet voorbijgaan. Bij ontstentenis van deze meerderheid stelt het gemeenschappelijke controle-orgaan de verzoeker ervan in kennis dat de controles zijn verricht zonder aanwijzingen te geven waaruit deze laatste kan opmaken of hij al dan niet bekend is.
Indien het beroep betrekking heeft op de controle van door een Lid-Staat in het informatiesysteem ingevoerde gegevens, vergewist het gemeenschappelijk controle-orgaan zich ervan dat de nodige controles correct zijn uitgevoerd, een en ander in nauw overleg met het nationale controle-orgaan van de Lid-Staat dat de gegevens heeft ingevoerd. Het gemeenschappelijke controle-orgaan stelt de verzoeker ervan in kennis dat de controles zijn verricht, zonder aanwijzingen te geven waaruit deze laatste kan opmaken of hij al dan niet bekend is.
Als het beroep betrekking heeft op de controle van door Europol in het informatiesysteem ingevoerde gegevens of gegevens die voor analysedoeleinden in de bestanden zijn opgeslagen, vergewist het gemeenschappelijke controle-orgaan zich ervan dat de nodige controles correct door Europol zijn uitgevoerd. Het gemeenschappelijke controle-orgaan stelt de verzoeker ervan in kennis dat de controles zijn verricht zonder aanwijzingen te geven waaruit deze laatste kan opmaken of hij al dan niet bekend is. 8. Bovenstaande bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de niet-geautomatiseerde gegevens die Europol in de vorm van handmatige bestanden bijhoudt, d.w.z. elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens dat volgens bepaalde criteria kan worden geraadpleegd.
Artikel 20 Verbetering en verwijdering van gegevens 1. Indien blijkt dat bij Europol opgeslagen gegevens die door derde Staten of instanties zijn verstrekt of die het resultaat zijn van de analysewerkzaamheden van Europol, onjuistheden bevatten of dat de invoer of opslag van deze gegevens strijdig is met de bepalingen van deze Overeenkomst, dient Europol deze gegevens te verbeteren of te verwijderen.2. Indien onjuiste gegevens rechtstreeks door de Lid-Staten bij Europol zijn ingevoerd of deze invoer strijdig is met de bepalingen van deze Overeenkomst, dienen de Lid-Staten deze gegevens te verbeteren of te verwijderen in overleg met Europol.Indien onjuiste gegevens via een andere passende weg worden verstrekt of indien de onjuistheden in de door de Lid-Staten verstrekte gegevens te wijten zijn aan foutieve of met de bepalingen van deze Overeenkomst strijdige verstrekking of indien de onjuistheden het gevolg zijn van foutieve of met de bepalingen van deze Overeenkomst strijdige invoer, verwerking of opslag door Europol, dient Europol deze in overleg met de betrokken Lid-Staten te verbeteren of te verwijderen. 3. In de in de leden 1 en 2 bedoelde gevallen worden al degenen voor wie deze gegevens zijn bestemd, onverwijld ingelicht.Dezen dienen de desbetreffende gegevens te verbeteren of te verwijderen. 4. Een ieder kan Europol verzoeken onjuiste hem betreffende gegevens te verbeteren of te verwijderen. Europol laat de verzoeker weten dat de hem betreffende gegevens zijn verbeterd of verwijderd. Indien de verzoeker geen genoegen neemt met het antwoord van Europol of indien hij binnen een termijn van drie maanden geen antwoord heeft gekregen, kan hij zich tot het gemeenschappelijk controle-orgaan wenden.
Artikel 21 Termijnen voor het opslaan en verwijderen van gegevens in bestanden 1. Gegevens mogen niet langer bij Europol in bestanden worden opgeslagen dan voor de taakvervulling van Europol noodzakelijk is. Uiterlijk drie jaar na invoering dient de noodzaak van verdere bewaring getoetst te worden. Het toetsen en verwijderen van in het informatiesysteem opgeslagen gegevens geschiedt door de invoerende eenheid. Het toetsen en verwijderen van de in de overige bestanden bij Europol opgeslagen gegevens geschiedt door Europol. Europol stelt de Lid-Staten drie maanden van tevoren automatisch in kennis van het aflopen van de termijn waarbinnen de door hen ingevoerde gegevens moeten worden getoetst. 2. Bij de toetsing kunnen de in de derde en de vierde zin van lid 1 bedoelde instanties besluiten de opslag van de gegevens te verlengen tot de volgende toetsing indien het opslaan voor de taakvervulling van Europol nodig blijft.Blijft een besluit over verdere opslag uit, dan worden de gegevens automatisch verwijderd. 3. Het opslaan van de in artikel 10, lid 1, eerste alinea, punt 1, bedoelde persoonsgegevens mag in totaal niet langer dan drie jaar duren.Deze termijn begint telkens opnieuw op de dag dat een feit plaatsvindt dat aanleiding geeft tot het opslaan van gegevens over de betrokkene. Jaarlijks wordt getoetst of verdere opslag nodig is; deze toetsing moet schriftelijk worden vastgelegd. 4. Wanneer een Lid-Staat uit zijn nationale bestanden gegevens verwijdert die aan Europol zijn verstrekt en die in de overige bestanden van Europol opgeslagen zijn, deelt hij dit aan Europol mee. In dit geval verwijdert Europol de gegevens, tenzij Europol verder belang hecht aan deze gegevens op grond van uitvoeriger informatie over de betrokkene dan de verstrekkende Lid-Staat bezit. Europol stelt de betrokken Lid-Staat in kennis van de voortgezette opslag van deze gegevens. 5. Er wordt niet verwijderd indien dit schade zou berokkenen aan de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene.In dat geval mogen de gegevens alleen nog worden gebruikt met toestemming van de betrokkene.
Artikel 22 Het bewaren en verbeteren van gegevens in dossiers 1. Indien blijkt dat een geheel dossier of gegevens in dit dossier van Europol niet meer nodig zijn voor de taakvervulling van Europol, of indien deze inlichtingen in hun geheel strijdig zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst, moeten het dossier of de betrokken gegevens worden vernietigd.Zolang het dossier of de betrokken gegevens niet daadwerkelijk zijn vernietigd, moet een aantekening worden aangebracht waaruit blijkt dat dit dossier of deze gegevens niet mogen worden gebruikt.
Een dossier mag niet worden vernietigd indien er redenen zijn om aan te nemen dat de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene daardoor zouden worden geschaad. In dat geval moet dezelfde aantekening worden gemaakt waaruit blijkt dat dit dossier niet mag worden gebruikt. 2. Indien blijkt dat gegevens in dossiers van Europol onjuistheden bevatten, dient Europol deze gegevens te verbeteren.3. Elke bij een dossier van Europol betrokken persoon kan jegens Europol een recht op verbetering, vernietiging van het dossier of het opnemen van een aantekening uitoefenen.Artikel 20, lid 4, en artikel 24, lid 2 en lid 7, zijn van toepassing.
Artikel 23 Nationaal controle-orgaan 1. Elke Lid-Staat wijst een nationaal controle-orgaan aan, dat volgens het nationale recht onafhankelijk toeziet op de toelaatbaarheid van de invoer, de opvraging en de verstrekking op welke wijze ook van persoonsgegevens aan Europol door de betrokken Lid-Staat, en dat dient te toetsen of de r …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.