📄 Wettekst
19 APRIL 2014. - Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit waarvan ik de eer heb het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen beoogt de uitvoering de artikelen 106, 207 en 224, tweede lid, van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten betreffende de civiele veiligheid.
Wat de formaliteit van de betrekking van de gewesten betreft, werden op 26 november 2013 en 13 januari 2014 brieven uitgewisseld met het Vlaams Gewest, op 26 november 2013 en 24 januari 2014 met het Waals Gewest en op 26 november 2013 en 24 januari 2014 met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Bovendien hebben vertegenwoordigers van deze gewesten deelgenomen aan de vergaderingen van 17, 18 en 19 december 2013 en 15 januari 2014.
Naar aanleiding van het advies 55.166/2 en het advies 55.524/2 van de afdeling wetgeving van de Raad van State van 6 februari en 16 maart 2014, werden verschillende aanpassingen gedaan om tegemoet te komen aan de geformuleerde opmerkingen en om de gestelde vragen te beantwoorden.
Algemeen, wat de zonecommandant betreft, is deze onderworpen aan de bepalingen van dit geldelijk statuut. Zijn wedde hangt af van de graad die hij heeft. De specifieke modaliteiten inzake zijn mandaattoelage worden geregeld in een ander besluit dat ook de vergoeding van de bijzondere rekenplichtige zal vastleggen.
Voor de volgende artikelen werd het advies van de Raad van State niet of slechts gedeeltelijk gevolgd. Artikel 3.De delegatie van bevoegdheid aan de zoneraad heeft geen betrekking op het principe van de terugbetaling van de reis- en verblijfskosten van het personeelslid in het kader van een opdracht.
Deze delegatie heeft enkel betrekking op de bepaling, binnen de vastgelegde grenzen, van de geldende weddeschaal en op de vastlegging van de praktische modaliteiten. De zoneraad is het best geplaatst om een reglement goed te keuren dat naargelang de omstandigheden die eigen zijn aan de zone - openbaar vervoer nabij de kazerne bijvoorbeeld - de regels bepaalt die gevolgd moeten worden bij dienstverplaatsingen. Een zone kan bijvoorbeeld, wanneer meerdere personeelsleden naar eenzelfde plaats moeten gaan, kiezen om een dienstvoertuig ter beschikking te stellen van deze personeelsleden in plaats van de kosten te vergoeden die verbonden zijn aan het gebruik van een persoonlijk voertuig. Artikel 6.Er werd beslist om uitdrukkelijk in de tekst van het administratief statuut te behouden dat de vrijwillige brandweerlieden zich in een statutaire situatie sui generis bevinden. Het is immers belangrijk te onderstrepen dat hun statutaire relatie andere gevolgen inhoudt dan die van een gewone statutaire relatie, zoals die van de beroepsbrandweerman.
Dit verschil tussen de beroepsbrandweerman en de vrijwillige brandweerman op het vlak van de aard van hun statutaire relatie rechtvaardigt dat er verschillende voordelen toegekend worden aan deze twee personeelscategorieën.
Enerzijds geniet de vrijwillige brandweerman niet van het vakantiegeld en de toelagen die dit artikel toekent aan de beroepsbrandweerman.
Anderzijds geniet de beroepsbrandweerman niet van de fiscale vrijstelling en het bijzonder stelsel van de sociale bijdragen die toegekend zijn aan de vrijwillige brandweerman omwille van zijn burgerengagement.
Artikel 21, § 3. De Raad van State suggereerde om de geldelijke anciënniteit die voortvloeit uit eerdere gepresteerde diensten in bepaalde overheidsdiensten te beperken naar de maatstaf van de bepalingen die van toepassing zijn op het operationeel personeel van de zone. Een dergelijke suggestie is moeilijk uitvoerbaar. Bij wijze van voorbeeld geniet het operationeel personeel zeer weinig mogelijkheden inzake deeltijds verlof, wat een vergelijking onmogelijk maakt met de veelheid aan verloven en maatregelen voor de inrichting van de arbeidstijd die mogelijk zijn in administratieve functies.
De gekozen oplossing bestaat erin, voor bepaalde bijzondere situaties, om de geldelijke anciënniteit die in aanmerking genomen wordt in de oorspronkelijke overheidsdienst als verworven te beschouwen. Artikel 24.§ 1. De bepaling voorziet dat het beroepspersoneelslid diensten presteert die gevaloriseerd kunnen worden voor zijn geldelijke anciënniteit wanneer hij niet de vermelding « onvoldoende » gekregen heeft bij zijn laatste evaluatie.
Deze bepaling is geen overlapping met de bepalingen voorzien in 2° van de artikelen 12 tot 19 die voorzien dat een van de vereiste voorwaarden voor de bevordering door verhoging in graad, « De vermelding voldoende gekregen hebben bij de laatste evaluatie » is.
Het personeelslid dat de vermelding « te verbeteren » gekregen heeft, presteert immers diensten die gevaloriseerd kunnen worden voor zijn geldelijke anciënniteit, ook al kan hij niet genieten van een bevordering door verhoging in weddeschaal. Artikel 25.Het is niet nodig om een definitie te geven van onregelmatige prestaties voor zover de beroepsbrandweerman een premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties krijgt voor elke daadwerkelijk gepresteerde periode, ongeacht het moment waarop deze gepresteerd wordt. Artikel 33.Momenteel genieten de beroepsbrandweerman en de beroepskorporaal dezelfde weddeschalen. Een bevordering in de graad van korporaal heeft als enig gevolg een snellere overgang van de ene weddeschaal naar de andere.
In het kader van de bepaling van de schalen voor de prestatievergoeding van de vrijwillige brandweerlieden, werd dit principe behouden.
De schalen voor de prestatievergoeding vanaf de graad van sergeant overlappen niet. Het bedrag bij anciënniteit « nul » in de graad van adjudant bijvoorbeeld, is hoger dan het laatste bedrag van de schaal van sergeant.
De bedragen van de schalen van brandweerman en van korporaal overlappen echter wel.
Het is dus om een discriminatie te vermijden voor de korporaal dat de tekst voorziet dat de geldelijke anciënniteit in de graad van korporaal ook de geldelijke anciënniteit omvat die verworven werd in de graad van brandweerman. Artikel 45.De delegatie van bevoegdheid aan de zoneraad is van zeer beperkte omvang. Ze heeft noch betrekking op de wedde, noch op de operationaliteitspremie, noch op de toelage voor de uitoefening van een hogere functie.
Het komt er gewoon op aan dat de zoneraad de mogelijkheid krijgt om een toelage of een vergoeding (bijvoorbeeld fietsvergoeding) of een sociaal voordeel (bijvoorbeeld hospitalisatieverzekering of sinterklaasgeschenk) toe te kennen waarvan de minieme budgettaire impact en de anekdotische aard of het feit tot de lokale traditie te behoren, niet in tegenstrijd zijn met de doelstelling van een statutaire harmonisatie. Artikel 46.Het verschil tussen de beroepsbrandweerman en de vrijwillige brandweerman op het vlak van de aard van hun statutaire relatie rechtvaardigt verschillende statutaire of wettelijke bepalingen. De beroepsbrandweerman kan, na zijn loopbaan, genieten van een rustpensioen. De vrijwillige brandweerman kan, na zijn burgerengagement, genieten van een erkentelijkheidstoelage waarvan het bedrag en de toekenningsmodaliteiten overgelaten worden aan het oordeel van de zoneraad. Artikel 55.De inwerkingtredingsbepaling werd verduidelijkt na de opmerking van de Raad van State.
Bijlage 1. De Raad van State stelt zich vragen over het doel van de uitdovende weddeschaal van luitenant. Het is wel degelijk de weddeschaal die uitdooft en niet de graad van luitenant. Bijlage 1 omvat ook een gewone weddeschaal voor de graad van luitenant.
Het lezen van artikel 50, § 2, van het ontwerp laat toe om te begrijpen dat de uitdovende weddeschaal bestemd is voor de officiers die opgenomen zullen worden in de graad van luitenant. De nieuwe gewone weddeschaal van luitenant zal van toepassing zijn voor de onderofficieren die binnenkort toegang hebben tot de graad van luitenant via bevordering. De nieuwe gewone weddeschaal van luitenant is lager dan de weddeschalen die momenteel van toepassing zijn voor deze graad.
Het doel van de uitdovende weddeschaal is dus om de officieren die opgenomen zullen worden in de graad van luitenant, toe te laten om te blijven genieten van een geldelijke vooruitgang.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit de zeer eerbiedige en getrouwe dienaar.
De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET
Raad van State afdeling Wetgeving Advies 55.166/2 van 6 februari 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones' Op 27 januari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 6 februari 2014. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, staatsraad, voorzitter, Martine Baguet en Luc Detroux, staatsraden, en Bernadette Vigneron, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Claudine Mertes, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 februari 2014.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Voorafgaande vormvereisten 1. Op de vraag of de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een advies heeft uitgebracht over het ontwerp houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones, heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende geantwoord : "Dans la mesure où la Région de Bruxelles-Capitale n'entre pas dans le champ d'application du statut pécuniaire, celle-ci n'a pas rendu d'avis à ce sujet". Paragraaf 1 van artikel 17 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten `betreffende de civiele veiligheid' luidt als volgt : "Deze wet is van toepassing op het orgaan, dat werd ingericht door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met toepassing van artikel 5 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, met uitzondering van de volgende bepalingen : (...) 7° artikel 106 (1), behalve voor wat betreft de algemene principes van het administratief statuut dat van toepassing is op het operationeel personeel bedoeld in dit artikel". Het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering lijkt op basis van die bepaling weliswaar niet vereist te zijn.
Uit artikel 6, § 4, 6°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten `tot hervorming der instellingen' vloeit evenwel voort dat de gewesten bij de uitwerking van het ontwerp moeten worden betrokken. Die bepaling luidt als volgt : " § 4. De Regeringen worden betrokken bij : (...) 6° het ontwerpen van de federale algemene bepalingen bedoeld in artikel 9, § 1, tweede lid, van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming (...)". (2) Krachtens artikel 201 van de voornoemde
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten, wordt de voornoemde wet van 31 december 1963 weliswaar opgeheven tien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit waarin de Koning vaststelt dat voor alle hulpverleningszones voldaan is aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 220.
Betreffende de vraag of een dergelijke opheffing als gevolg heeft dat de verplichting om de gewestregeringen erbij te betrekken, die uit de bijzondere wet voortvloeit, vervalt, heeft de afdeling Wetgeving reeds het volgende gesteld in advies 41.963/2, op 17 januari 2007 over het voorontwerp dat ontstaan heeft gegeven aan de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten `betreffende de civiele veiligheid' : "(...) 3.3. Bij de artikelen 94, eerste lid, en 98 van het voorontwerp van wet wordt de Koning ertoe gemachtigd om bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het algemeen minimaal kader en het administratief en geldelijk statuut te bepalen van het administratief en operationeel personeel van de hulpverleningszones.
Bij artikel 190 van het voorontwerp van wet wordt de voormelde wet van 31 december 1963 opgeheven, waarvan artikel 9, § 1, tweede lid, het vormvereiste van het betrekken van de gewesten bij het ontwerpen van de federale algemene bepalingen oplegt.
Het vormvereiste van het erbij betrekken van de gewesten, waarin artikel 6, § 4, 6°, van de voornoemde bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten voorziet, wordt aldus bij het voorontwerp geschrapt.
In verband met een soortgelijke situatie, namelijk het betrekken van de gewesten bij het ontwerpen van federale bepalingen bedoeld in artikel 189 van de nieuwe gemeentewet, welk vormvereiste vervat is in artikel 6, § 4, 7°, van de voormelde bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, heeft de afdeling Wetgeving op het volgende gewezen(3) : `(...) in de mate dat aan de Koning bevoegdheid zou worden verleend om algemene statutaire bepalingen vast te stellen voor de lokale politie, (rijst) de vraag of de gewesten daarbij niet betrokken moeten worden.
Uit de combinatie van artikel 189 van de nieuwe gemeentewet met artikel 6, § 4, 7°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen blijkt immers dat de gewestregeringen betrokken moeten worden bij de algemene bepalingen die de Koning vaststelt om de grenzen te bepalen waarbinnen de gemeenteraad de formatie, de bezoldigingsregeling, het administratief statuut, de weddeschalen, de toelagen of vergoedingen, alsmede de wervings-, benoembaarheids- en bevorderingsvereisten vaststelt van de leden van het gemeentelijk politiekorps.
Artikel 205 van het voorstel heft weliswaar artikel 189 van de nieuwe gemeentewet op, maar het is de vraag of het vervangen van een regeling waarbij de gemeenteraad onderdelen van het statuut van de gemeentepolitie bepaalt binnen de algemene grenzen vastgesteld door de Koning door een regeling waarbij de Koning het statuut zelf vaststelt, en het formeel vervangen van de gemeentepolitie door de lokale politie, de genoemde bepaling van de bijzondere wet buiten werking kan stellen.
Gelet op de ratio legis van die bijzondere-wetsbepaling, die rekening wil houden met de bevoegdheden welke aan de gewesten met betrekking tot de gemeenten zijn toegekend, lijkt die vraag ontkennend te moeten worden beantwoord'".
Op grond hiervan moet de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nog bij de aanneming van het voorontwerp worden betrokken. 2. Voorts blijkt uit de documenten die aan de Raad van State zijn overgezonden dat de Vlaamse en de Waalse Regering in hun bespreking van respectievelijk 10 en 23 januari 2014 ten aanzien van het voorliggende ontwerp opmerkingen en bezwaren hebben gemaakt. Er wordt op gewezen dat het niet voldoende is om het advies van de gewestregeringen te verzoeken opdat het vormvereiste dat die regeringen erbij moeten worden betrokken, als vervuld kan worden beschouwd. Indien die regeringen bezwaren of opmerkingen uiten, wordt het vormvereiste dat de gewestregeringen erbij moeten worden betrokken eerst als vervuld beschouwd indien op die opmerkingen is ingegaan of indien er nadien, op regeringsniveau, bijvoorbeeld in het kader van het overlegcomité of van een interministeriële conferentie, daadwerkelijk over van gedachten is gewisseld.
De steller van het ontwerp moet ervoor zorgen dat dit vormvereiste naar behoren wordt vervuld. 3. Het overleg met de vakorganisaties heeft op 17, 18 en 19 december 2013 en op 15 januari 2014 plaatsgevonden.Die organisaties hebben het protocol van niet-akkoord getekend op 20 januari 2014. 4. Uit de documenten die bij de adviesaanvraag zijn gevoegd, blijkt dat de Ministerraad op 13 december 2013 heeft overlegd, dat wil zeggen voordat de voornoemde vormvereisten waren vervuld.De hierna volgende opmerkingen worden dus gemaakt onder het voorbehoud dat, mochten de aan de Raad van State voorgelegde teksten ten gevolge van de voornoemde vormvereisten, waaruit de Ministerraad nog geen conclusies heeft getrokken, nog wijzigingen ondergaan, de bepalingen die op andere dan louter formele punten worden gewijzigd voor een nieuw onderzoek aan de Raad van State worden voorgelegd.
Algemene opmerkingen 1. Meerdere bepalingen brengen de delegatie van verordenende bevoegdheid aan de zoneraden mee. In dat verband wordt de steller van het ontwerp in het algemeen gewezen op het feit dat het verlenen van verordenende bevoegdheid aan de raden niet in overeenstemming is met de algemene publiekrechtelijke beginselen omdat erdoor geraakt wordt aan het beginsel van de eenheid van de verordenende macht. Bovendien ontbreken de waarborgen waarmee de klassieke regelgeving gepaard gaat, zoals die inzake de bekendmaking en de preventieve controle van de Raad van State. Een dergelijke delegatie kan enkel worden gebillijkt om praktische redenen en in de mate dat ze een zeer beperkte of een hoofdzakelijk technische draagwijdte heeft, en er mag worden van uitgegaan dat de instellingen die de betrokken reglementering moeten toepassen of er toezicht moeten op uitoefenen, ook het best geplaatst zijn om deze met kennis van zaken uit te werken.
Ten aanzien van dergelijke delegaties moet dus telkens de vraag gesteld worden of de beoogde delegatie aan al die voorwaarden voldoet.
Het werken met talrijke delegaties op basis waarvan de raden vergoedingen, premies en bijkomende toelagen kunnen vaststellen, blijkt bovendien in tegenstelling te staan tot de doelstelling van harmonisering die wordt nagestreefd door de vaststelling van een door de Koning uitgewerkte enige bezoldigingsregeling voor de operationele leden van de hulpverleningszones.
Deze opmerking geldt voor de ontworpen artikelen 3, 39 en 40. 2. Verschillende bepalingen kunnen ook moeilijkheden opleveren ten aanzien van het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie, doordat ze een onderscheid invoeren tussen bijvoorbeeld bepaalde categorieën graden of bepaalde categorieën vrijwillige personeelsleden (bijvoorbeeld : artikel 9, titel 4, titel 5, artikelen 33, tweede lid, 40 en 47). De steller van het ontwerp moet dit onderscheid kunnen rechtvaardigen ten aanzien van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie. 3. Daar de zonecommandant noodzakelijkerwijze een lid is van het operationeel personeel, valt hij onder de toepassing van het voorliggende ontwerp.Uit geen enkele bepaling kan evenwel worden opgemaakt welke bezoldiging zal worden toegekend aan het personeelslid dat is aangewezen om de functie van zonecommandant uit te oefenen. Het ontwerp moet op dat punt worden aangevuld. 4. Met toepassing van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, neemt de afdeling Wetgeving alleen kennis van ontwerpbesluiten van reglementaire aard. Bepalingen van een besluit die weddeschalen vaststellen, zijn niet van reglementaire aard. Hetzelfde geldt voor bepalingen die toelagen of vergoedingen vaststellen.
Over de onderdelen van het ontwerp die alleen daarop betrekking hebben, behoren dus geen opmerkingen te worden gemaakt, met uitzondering van de volgende vaststelling : bijlage 1 vermeldt een weddeschaal voor de graad van luitenant (uitdovend), maar uit het onderzoek van het voorliggende ontwerp en van het ontwerp van administratief statuut valt niet op te maken in welke situaties die weddeschaal geldt.
Bijzondere opmerkingen Dispositief Artikel 5 Aangezien de artikelen 41, § 2, en 42 van het ontworpen statuut gelden voor het personeelslid dat gebruikmaakt van de mogelijkheid die wordt bedoeld in artikel 207 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten, moet in het ontworpen artikel 5 het volgende worden gepreciseerd : "Met uitzondering van de artikelen 41, § 2, en 42, is dit statuut van toepassing...".
Boek 2, titel 1 - Bepalingen voor het beroepspersoneelslid Titel 1 zou beter het opschrift "Wedde" dragen.
Artikel 7 Dit artikel regelt de toekenning van de weddeschaal in geval van bevordering door verhoging in graad(4) en zou in een specifieke titel moeten worden ondergebracht.
Artikel 9 1. De verwijzingen zijn onnauwkeurig.Het zou beter zijn om naar analogie met de termen die worden gebezigd in bijvoorbeeld artikel 84 van het
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0 `betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt' het volgende te schrijven : "Het beroepspersoneelslid ontvangt : 1° een haard- of standplaatstoelage onder de voorwaarden vastgesteld in het
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt;2° een eindejaarstoelage onder de voorwaarden bepaald in het
koninklijk besluit van 28 november 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
28/11/2008
pub.
03/12/2008
numac
2008002136
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Koninklijk besluit tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt
sluiten tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt;3° een vakantiegeld onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de rijksambtenaren zijn vastgesteld". Bovendien kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de redenen waarom de vrijwillige personeelsleden, die in werkelijkheid tijdelijke statutaire personeelsleden zijn, die toelagen en dat vakantiegeld ook niet naar rato van hun prestaties zouden kunnen krijgen. Dat geldt des te meer daar het
koninklijk besluit van 2 december 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
02/12/2003
pub.
29/12/2003
numac
2003000895
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende het vakantiegeld voor de leden van de openbare brandweerdiensten
sluiten `betreffende het vakantiegeld voor de leden van de openbare brandweerdiensten' en het
koninklijk besluit van 22 december 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003000912
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de eindejaarstoelage voor de leden van de openbare brandweerdiensten
sluiten `betreffende de eindejaarstoelage voor de leden van de openbare brandweerdiensten' die bij artikel 41, § 1, worden opgeheven, de vrijwillige personeelsleden niet buiten hun werkingssfeer houden.
Artikel 10 Dat artikel bevat eigenlijk een definitie en zou in artikel 1 moeten worden ingevoegd.
Artikel 11 Het begrip "aanneembare opleidingsuren" zou moeten worden gepreciseerd : gaat het alleen om de bijscholing, bedoeld in de bepaling onder 3° van de artikelen 13 tot 20, en de erkende opleidingen, bedoeld in de bepaling onder 4° van de artikelen 13 tot 20, of gaat het ook om andere opleidingen? Bovendien wordt de steller van het ontwerp erop gewezen dat artikel 150 van het ontwerp van koninklijk besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone' (hierna : het ontwerp van administratief statuut), waarover heden advies 55.165/2 is gegeven, de term "voortgezette opleiding" bezigt.
Indien die verschillende termen naar hetzelfde begrip verwijzen, moet voor een eenvormige benaming worden geopteerd. Indien ze daarentegen op verschillende begrippen betrekking hebben, moet zulks duidelijk worden aangegeven.
Boek 2, titel 3 - Geldelijke anciënniteit Algemene opmerking Bij het lezen van deze titel blijkt dat de geldelijke anciënniteit bestaat uit : 1° de geldelijke anciënniteit die wordt erkend als verworven op het ogenblik van de indiensttreding;2° de geldelijke anciënniteit die het personeelslid na zijn indiensttreding verwerft. De artikelen van deze titel moeten dus worden gegroepeerd naargelang ze ertoe strekken de anciënniteit vast te stellen die wordt erkend als verworven op het ogenblik van de indiensttreding dan wel de anciënniteit die het personeelslid na zijn indiensttreding verwerft.
Artikel 21 Teneinde met de voorgaande opmerking rekening te houden, kan dit artikel worden geredigeerd als volgt : "De geldelijke anciënniteit bestaat uit twee delen : 1° het gedeelte dat word erkend als verworven op het ogenblik van de indiensttreding;2° het gedeelte dat het personeelslid na zijn indiensttreding verwerft. Het eerste gedeelte wordt beschreven in de artikelen xxx (te bepalen) en het tweede gedeelte in artikel xxx (te bepalen)".
Artikel 22 1. Om interpretatieproblemen te voorkomen, verdient het aanbeveling om in paragraaf 1 de definitie van `openbare diensten' nader te bepalen, naar het voorbeeld van hetgeen bepaald wordt in artikel 11, § 1, tweede lid, van het
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0 "betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt"(5).2. De vraag rijst of artikel 22, § 3, van het ontwerp geen onnodige herhaling is van de bepalingen die vervat zijn in punt 2° van de artikelen 13 tot 20 van het ontwerp, waarin bepaald wordt dat een van de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voor de bevordering door verhoging in graad is dat men "de vermelding `voldoende' gekregen (moet) hebben bij de laatste evaluatie". Aldus heeft het krijgen van de vermelding "onvoldoende" voor het personeelslid op zich reeds een negatieve impact op diens opklimming in de salarisschaal. De vraag rijst dan ook of het in dat geval nog nut heeft om in artikel 22, § 3, te bepalen dat de perioden gedurende welke hij deze vermelding gekregen heeft niet in aanmerking genomen worden als aanneembare diensten voor de berekening van de geldelijke anciënniteit. 3. In paragraaf 4, tweede lid, verdient het aanbeveling om te voorzien in een afrondingsregel teneinde de berekeningen niet te complex te maken door het gebruik van decimalen. Teneinde de rechten te waarborgen die voortvloeien uit vroegere berekeningen, verdient het eveneens aanbeveling om naar het voorbeeld van hetgeen bepaald wordt in artikel 11, § 4, van het voornoemde
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0 het volgende te bepalen : "Wanneer het personeelslid echter deeltijds gepresteerde diensten doet gelden en deze voltijds in aanmerking werden genomen voor de berekening van zijn geldelijke anciënniteit in de overheidsdienst waar ze gepresteerd werden, wordt de geldelijke anciënniteit erkend als voltijds verworven.
Ook wanneer periodes waarin het personeelslid niet daadwerkelijk diensten heeft gepresteerd in aanmerking werden genomen voor de berekening van zijn geldelijke anciënniteit in de overheidsdienst waar ze gepresteerd werden, wordt de geldelijke anciënniteit als voltijds verworven erkend." Die erkenning behoort derhalve eveneens beperkt te worden tot die welke het personeelslid zou genoten hebben mocht hij voor diezelfde periode bij voorbeeld in dienst genomen zijn door een hulpverleningszone. 4. In paragraaf 6 zou moeten worden bepaald dat in het statuut de berekeningsmethode moet worden vastgesteld die door het college moet worden toegepast om de duur van de in aanmerking komende diensten te bepalen (6). Artikel 23 De essentiële bestanddelen van de procedure voor de indiening van de erkenningsaanvraag (termijn, bevoegde overheid, enz.) zouden nader bepaald moeten worden, net als de gevolgen van een beslissing tot niet-erkenning of van het uitblijven van een beslissing binnen een bepaalde termijn.
Artikel 24 Er zou eveneens het volgende moeten worden bepaald : - het resultaat van de berekening van de verworven geldelijke anciënniteit kan nooit tot gevolg hebben dat er meer maanden in aanmerking worden genomen dan die waarin de diensten gepresteerd werden; - de tien maanden van het schooljaar in het onderwijs tellen echter voor een jaar (7).
Boek 2, titel 4 - Premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties Algemene opmerking Deze toelage is voorbehouden aan de leden van het beroepspersoneel. De steller van het ontwerp moet kunnen rechtvaardigen dat de vrijwilligers niet eveneens in aanmerking kunnen komen voor zo'n premie.
Artikel 25 In het tweede en derde lid wordt verwezen naar de bijlagen 2 en 3 van het ontwerp van administratief statuut. Zoals dat ontwerp ter fine van advies is voorgelegd aan de Raad van State onder het rolnummer 55.165/2, bevat het evenwel geen bijlage 3. Bijlage 2 betreft dan weer een model van medisch attest.
Boek 3, titel 5 - Toelage voor de uitoefening van een hogere functie Algemene opmerking Deze toelage is voorbehouden aan de leden van het beroepspersoneel.
Uit boek 10 van het ontworpen administratief statuut blijkt evenwel dat de hogere ambten door zowel beroepspersoneel als door vrijwilligers kunnen worden uitgeoefend. Niets rechtvaardigt dus a priori dat de vrijwilligers die dergelijke ambten uitoefenen niet eveneens in aanmerking kunnen komen voor zo'n toelage.
Artikel 28 1. In het eerste lid zijn de woorden "dan dat van de graad waarmee hij bekleed is" overbodig.2. Het lijkt aangewezen om naar analogie met artikel 147, tweede lid, van het ontworpen administratief statuut het volgende te bepalen : "Indien het personeelslid wordt bevorderd tot de graad die overeenstemt met de betrekking die hij zonder onderbreking heeft waargenomen en indien hij voor deze betrekking wordt aangewezen, neemt hij rang in, voor de bevordering in zijn weddenschaal, op de datum vanaf dewelke hij die betrekking ononderbroken waarneemt.Deze datum mag niet teruggaan tot vóór de datum waarop het personeelslid alle vereisten heeft vervuld die gesteld worden in het administratief statuut om bevorderd te worden tot de weddenschaal die verbonden is aan de huidige betrekking, noch tot vóór de datum waarop die betrekking vacant werd".
Artikel 33 Het is de Raad van State niet duidelijk waarom in het tweede lid voor de geldelijke anciënniteit van de korporalen een bijzondere berekening wordt uitgevoerd. Dit kan aanleiding geven tot problemen uit het oogpunt van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.
Artikel 37 Dit artikel, waarin bepaald wordt dat de duur van de prestaties, op grond waarvan de geldelijke anciënniteit kan worden berekend, vastgesteld wordt door onder meer rekening te houden met de wachtdiensten in de kazerne, lijkt in tegenstelling te zijn met artikel 33, eerste lid, van het ontwerp, volgens hetwelk de geldelijke anciënniteit wordt berekend ten belope van een jaar anciënniteit voor honderdtachtig prestatieuren, buiten de wachtdiensten in de kazerne.
Artikel 38 Het derde lid wijkt af van artikel 7 van het koninklijk besluit van 20 juni 1994 waarnaar verwezen wordt in het tweede lid. Het vermeldt niet op welke wijze het desbetreffende percentage wordt vastgesteld.
Die bepaling zou dus in dat opzicht moeten worden aangevuld.
Boek 4 - Facultatieve bepalingen Het opschrift van boek 4 zou gewijzigd moeten worden. Het zijn immers niet de bepalingen die facultatief zijn, maar de tenuitvoerlegging van de bevoegdheid die deze bepalingen verlenen aan de hulpverleningszone.
Artikel 41 In paragraaf 1 wordt de aandacht van de steller van het ontwerp gevestigd op het volgende : - het koninklijk besluit van 20 juni 1994 `tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de bezoldiging van het personeel van de openbare brandweerdiensten' is eveneens van toepassing op het personeel van de gemeentepolitie, inzonderheid via artikel 12.11.72 RPPol; - het koninklijk besluit van 20 juni 1994 `tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de toekenning van nacht-, zaterdag- en zondagtoelagen' is eveneens van toepassing op de politiediensten, inzonderheid via artikel 12.11.74 RPPol; - de
omzendbrief van 3 maart 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten1 `betreffende de vergoeding voor nacht-, zaterdag- en zondagprestaties en de vergoeding voor wachtprestaties aan huis' is eveneens van toepassing op bepaalde officieren van de gemeentepolitie.
De opheffing van die regels dreigt dus een verandering teweeg te brengen in de situatie van die personen.
Artikel 47 Het is de Raad van State niet duidelijk waarom het vrijwillig personeelslid dat gelijktijdig vrijwillig personeelslid was van twee of meerdere brandweerdiensten in dezelfde maand die prestaties niet mag combineren om zijn geldelijke anciënniteit te berekenen. Uit de lezing van artikel 24 blijkt in elk geval dat dit niet zo is voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van het beroepspersoneel.
Dat kan aanleiding geven tot problemen uit het oogpunt van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.
Artikel 49 Deze bepaling is niet duidelijk. Wat gebeurt er als het koninklijk besluit waarbij wordt vastgesteld dat voldaan is aan de voorwaarden bepaald in artikel 220 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten, niet in werking kan treden op 1 januari 2015 ? Met dat voorbehoud kan op grond van het tweede deel van artikel 49, hoe dan ook niet op eenvoudige wijze worden uitgemaakt welke de datum van inwerkingtreding is die deze bepaling beoogt vast te stellen.
Zoals deze thans is gesteld, komt het immers aan de betrokkenen toe om na te gaan op welke datum de Koning toepassing gegeven heeft aan artikel 220 van de voornoemde
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten.
Het verdient aanbeveling om de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken te machtigen om in het Belgisch Staatsblad een bericht bekend te maken waarin, met toepassing van artikel 49, vermeld wordt op welke datum artikel 207 van de voornoemde
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten en het ontworpen besluit in werking treden.
De Griffier, Bernadette Vigneron De Voorzitter, Pierre Vandernoot _______ Nota's (1) Dat artikel luidt als volgt : "De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel van de zones, hierbij inbegrepen de opleiding".(2) Die paragraaf luidt als volgt : " § 1.De Koning stelt de algemene regels van de organisatie van de openbare brandweerdiensten vast.
Hij stelt de algemene bepalingen vast binnen de perken waarvan de personeelsformatie, de bezoldigingsregeling en het administratief statuut, de weddeschalen, de vergoedingen, de toelagen en met name de haard- en standplaatstoelage, het vakantiegeld en het gezinsvakantiegeld worden vastgesteld, alsook de voorwaarden van werving, benoeming en bevordering voor het personeel van de openbare brandweerdiensten". (3) Advies 28.080/1/V, gegeven op 20 augustus 1998 over een voorstel dat geleid heeft tot de
wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (Gedr.
St., Kamer, gewone zitting 1997-1998, nr. 1676/5, blz. 17). (4) Dat meer gebruikelijke begrip verdient de voorkeur boven het begrip "hiërarchische bevordering".(5) Die bepaling luidt als volgt : "De personeelsleden aangeworven door privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen die niet bedoeld zouden worden in het eerste lid, in een rechtspositie die eenzijdig bepaald is door de bevoegde overheid of krachtens een machtiging van de overheid, door hun bevoegde bestuursorgaan, worden beschouwd als behorend tot de openbare diensten".(6) Zie bij voorbeeld artikel 11, § 3, van het voornoemde
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0.(7) Zie in dat verband artikel 11, § 5, van het voornoemde
koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0. Raad van State afdeling Wetgeving Advies 55.524/2 van 26 maart 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones' Op 26 februari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 26 maart 2014. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Martine Baguet en Luc Detroux, staatsraden, Yves De Cordt en Christian Behrendt, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Claudine Mertes, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 26 maart 2014.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Algemene opmerkingen 1. In haar advies 55.166/2, op 6 februari 2014 gegeven over een vorige versie van het ontwerp van koninklijk besluit ``houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones' heeft de afdeling Wetgeving van de Raad van State opgemerkt dat uit de documenten die bij de adviesaanvraag waren gevoegd, bleek dat de Ministerraad beraadslaagd had op 13 december 2013, dat wil zeggen voordat het vormvereiste inzake het erbij betrekken van de gewesten vervuld was en voordat de onderhandelingen met de vakbonden afgerond waren. Ze heeft dan ook aangegeven dat zij haar opmerkingen maakte onder het voorbehoud dat, indien de teksten die aan de Raad van State waren voorgelegd nog gewijzigd zouden worden als gevolg van de voornoemde vormvereisten waaruit de Ministerraad nog geen conclusies had getrokken, de bepalingen die wezenlijke wijzigingen zouden ondergaan opnieuw aan de Raad van State moesten worden voorgelegd om te worden onderzocht.
In de voorliggende adviesaanvraag wordt het volgende gesteld : "A la suite notamment de l'accomplissement de la formalité de l'association des régions, les textes ont subi une série de modifications (surlignées en jaune et en rose dans le texte). Un nouvel avis est dès lors sollicité de la section de législation sur ces adaptations".
De hierna volgende opmerkingen hebben dus alleen betrekking op de aanpassingen die de steller van het ontwerp heeft gemarkeerd.
Bij het onderzoek van die wijzigingen is bovendien rekening gehouden met de vaste adviespraktijk van de afdeling Wetgeving, luidens welke de afdeling Wetgeving van de Raad van State, wanneer ze een advies heeft gegeven, haar bevoegdheid inzake de onderzochte bepalingen heeft opgebruikt zodat het haar niet toekomt om zich opnieuw over die bepalingen uit te spreken, ongeacht of ze ongewijzigd blijven dan wel of ze zijn herzien teneinde rekening te houden met de opmerkingen die in het eerste advies zijn gemaakt. In dat laatste geval spreekt de Raad van State zich niet uit over de vraag of aan die opmerkingen al dan niet een passend gevolg is gegeven.
Het advies beperkt zich dus tot de bepalingen van het ontwerp die nieuw zijn ten opzichte van de versie van het ontwerp waarover de Raad van State het voornoemde advies 55.166/2 heeft gegeven, of die zijn gewijzigd als gevolg van de procedure van het erbij betrekken van de gewesten en van de onderhandelingen met de vakbonden.
De louter formele wijzigingen, de wijzigingen die uit advies 55.166/2 voortvloeien en de bepalingen die identiek zijn aan de tekst waarover datzelfde advies is gegeven, ook al zijn ze gemarkeerd, worden in dit advies dus niet meer onderzocht.
De afdeling Wetgeving heeft haar onderzoek dus beperkt tot de gemarkeerde aanpassingen in de artikelen 25, 26, § 4, 36, 39 tot 41, 46, 52, §§ 2 en 3, 53 en 55. 2. De steller van het ontwerp wordt er tevens op gewezen dat over de bepalingen waarvan de strekking wezenlijk is gewijzigd ten opzichte van de versie die aan de vakorganisaties is voorgelegd, opnieuw moet worden onderhandeld teneinde te voorkomen dat op die grond eventueel een beroep wordt ingesteld (1). Bijzondere opmerkingen Dispositief Artikel 25 Anders dan de nieuwe bepalingen betreffende de toelage voor onregelmatige prestaties toegekend aan de vrijwillige personeelsleden (ontworpen artikelen 39 en 40), geeft het voorliggende artikel, wat betreft beroepspersoneelsleden, geen definitie van het begrip onregelmatige nacht-, zaterdag- en zondagprestaties. Een dergelijke definitie zou evenwel moeten worden ingevoegd, te meer daar het koninklijk besluit van 20 juni 1994 `tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de toekenning van nacht-, zaterdag- en zondagtoelagen voor het personeel van openbare brandweerdiensten en de gemeentepolitie', dat deze aangelegenheid thans regelt, bij artikel 47, § 1, van het ontwerp wordt opgeheven.
Artikel 52 Paragraaf 2 lijkt betrekking te hebben op de personeelsleden die geen gebruik maken van de mogelijkheid vermeld in artikel 207 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten.
Zulks is bevestigd door de gemachtigde, die het volgende heeft gesteld : "Les paragraphes 2 et 3 de cette disposition ne s'appliquent qu'aux membres du personnel n'ayant pas fait usage de la faculté visée à l'article 207 de la loi du 15 mai 2007" Het verdient dus aanbeveling die paragraaf in artikel 48 in te voegen, bijvoorbeeld als volgt : "Art. 48.§ 1. Voor het personeelslid dat gebruikmaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 207 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten, blijven op persoonlijke titel de reglementaire bepalingen gelden die op hem van toepassing waren wat de geldelijke bepalingen en de sociale voordelen betreft, zo lang deze situatie aanhoudt. § 2. Het personeelslid dat geen gebruik maakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 207 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten en dat voor de inwerkingtreding van dit besluit, het voordeel genoot van een hospitalisatieverzekering, maaltijdcheques, een fietsvergoeding, een erkentelijkheidstoelage of een berekeningswijze van de eindejaarspremie die gunstiger is dan die vastgesteld in artikel 6, blijft deze voordelen op persoonlijke titel genieten." Paragraaf 3 zou als volgt in artikel 48 kunnen worden ingevoegd : " § 3. Om zijn rechten op een verhoogd pensioen te behouden, kan het beroepspersoneelslid dat geen gebruik maakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 207 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten en dat voor de inwerkingtreding van dit statuut een verhoging van zijn weddenschaal voor nachtprestaties en prestaties op zon- en feestdagen genoot, op zijn verzoek, blijven vallen onder de gelding van de bepalingen die ter zake van toepassing waren. In dat geval heeft hij geen recht op de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties bedoeld in artikel 25." De Griffier, Bernadette Vigneron De Voorzitter, Pierre Vandernoot _______ Nota (1) Zie bijvoorbeeld RvS 22 september 2006, nr.162.616; 15 juli 2010, nr. 206.654.
19 APRIL 2014. - Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten betreffende de civiele veiligheid, artikelen 106, 207 et 224, tweede lid;
Gelet op de betrokkenheid van de gewesten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 december 2013 en op 19 februari 2014;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 12 december 2013 en op 19 februari 2014;
Gelet op de protocollen nr. 2014/02 en 2014/04 van 20 januari en 3 april 2014 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;
Gelet op advies 55.166/2 van de Raad van State, gegeven op 6 februari 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, zoals vervangen door de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten en advies 55.524/2 van de Raad van State, gegeven op 26 maart 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat de uitvoering van de bepalingen van boek 4 facultatief is, maakt de kost verbonden aan de eventuele uitvoering ervan door de zone geen meerkost uit van de hervorming van de civiele veiligheid en valt deze kost dus niet onder de toepassing van artikel 67, tweede lid van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
06/07/2007
numac
2007023065
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
sluiten;
Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : BOEK 1 - Algemene bepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder : 1° de minister : de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken;2° de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
…
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.