← België

Koninklijk besluit betreffende vervoerbare drukapparatuur

In het kort

Dit Koninklijk besluit zet een Europese Richtlijn om in Belgisch recht en regelt de veiligheid van vervoerbare drukapparatuur die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke goederen over de weg en het spoor. Het zorgt ervoor dat deze apparatuur voldoet aan specifieke technische eisen en conformiteitsbeoordelingsprocedures.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
14 MAART 2002. - Koninklijk besluit betreffende vervoerbare drukapparatuur ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Richtlijn nr. 99/36/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende vervoerbare drukapparatuur; Gelet op de wet van 11 juli 1961 betreffende de waarborgen welke de machines, de onderdelen van machines, het materieel, de werktuigen, de toestellen, de recipiënten en de beschermingsmiddelen inzake veiligheid en gezondheid moeten bieden, inzonderheid op artikel 1, § 1, dat vervangen werd bij de wet van 7 juli 1994; Gelet op de wet van 18 februari 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/02/1969 pub. 25/04/2012 numac 2012000279 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd door de wetten van 21 juni 1985 en 28 juli 1987 en op artikel 3; Gelet op de wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/1985 pub. 15/02/2012 numac 2012000076 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, inzonderheid op artikel 1 § 2, gewijzigd door de wetten van 18 juli 1990, 5 april 1995, 4 augustus 1996 en 27 november 1996; Gelet op het koninklijk besluit van 6 september 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/09/1993 pub. 22/11/2006 numac 2006000609 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar. - Duitse vertaling sluiten tot oprichting van een accreditatiesysteem van certificatie-instellingen en tot vaststelling van de accreditatieprocedures overeenkomstig de criteria van de normen van de reeks NBN-EN-45000; Gelet op het koninklijk besluit van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 08/10/1999 numac 1999012367 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van de richtlijn van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende drukapparatuur type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 08/10/1999 numac 1999012366 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 1995 betreffende de erkenning van de instanties die aangemeld worden bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van bepaalde conformiteitsbeoordelingsprocedures van machines, drukvaten van eenvoudige vorm, liften en persoonlijke beschermingsmiddelen type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999012516 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 03/07/1999 numac 1999012495 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van een model van de PWA-arbeidsovereenkomst en tot uitvoering van artikel 17, 3° van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst sluiten tot uitvoering van de richtlijn van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten betreffende drukapparatuur; Gelet op het advies van de raadgevende Commissie Administratie en Industrie; Gelet op de deelname van de Gewestregeringen aan het ontwerp van dit besluit; Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën; Gelet op het advies van de Europese Commissie; Rekening houdend met het koninklijk besluit van 12 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/1998 pub. 24/12/1998 numac 1998014323 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen sluiten betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen; Rekening houdend met het koninklijk besluit van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/12/1998 pub. 24/12/1998 numac 1998014336 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van de radio-actieve stoffen sluiten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van radioactieve stoffen; Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, van Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer en van Onze Minister van Consumentenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit besluit zet de Richtlijn 1999/36/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende vervoerbare drukapparatuur om in Belgisch recht. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « Minister » : de Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer behoort; 2° « A.D.R. » : het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en zijn bijlagen, ondertekend in Genève op 30 september 1957 en goedgekeurd door de wet van 10 augustus 1960, met inbegrip van zijn latere wijzingen; 3° « R.I.D. » : het reglement betreffende het internationaal spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen dat voorkomt in bijlage 1 van aanhangsel B van de conventie betreffende het internationaal spoorvervoer (COTIF), goedgekeurd door de wet van 25 april 1983, met inbegrip van zijn latere wijzingen; 4° « Richtlijn 99/36/EG » : de richtlijn 96/36/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende vervoerbare drukapparatuur; 5° « gevaarlijke goederen » : de stoffen en voorwerpen als dusdanig beschouwd in het A.D.R. en het R.I.D. en ingedeeld in de klasse 2 alsook gestabiliseerd cyaanwaterstof, watervrij fluorwaterstof en fluorwaterstofzuur met meer dan 85 % fluorwaterstof; 6° « klassen » : de klassen van gevaarlijke goederen, zoals gedefinieerd in het A.D.R. en het R.I.D; 7° « UN-nummers » : de nummers die een gevaarlijk goed of een groep van gevaarlijke goederen identificeren zoals vastgelegd in hoofdstuk 3 van de « Recommendations on the Transport of Dangerous Goods - Model Regulations », gepubliceerd door de Verenigde Naties, in zijn meest recente uitgave; 8°« recipiënt » : de flessen, de cilinders, de cryogene recipiënten, de drukvaten en de flessenbatterijen zoals gedefinieerd in het A.D.R. en het R.I.D.; 9° « tank » : de tanks zoals gedefinieerd in het A.D.R. en het R.I.D.; 10° « drukapparatuur » : de recipiënten en tanks, die gebruikt worden voor het vervoer van de gevaarlijke goederen met inbegrip van kranen en ander toebehoren gebruikt voor het vervoer;11° « nieuwe drukapparatuur » : de drukapparatuur in de handel gebracht vanaf 1 juli 2001;12° « bestaande drukapparatuur » : de drukapparatuur in de handel gebracht vóór 1 juli 2001;13° « flessen voorzien van de markering (zie beeld) » : gasflessen bedoeld in artikel 3, § 2, en § 3, van het ministerieel besluit van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 18/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999014160 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Ministerieel besluit betreffende de erkenning van controle-instellingen voor de nazichten en de periodieke keuringen genomen ter uitvoering van artikel 4, § 1 van het koninklijk besluit van 12 november 1998 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen sluiten betreffende de erkenning van controle-instellingen voor de nazichten en de periodieke keuringen genomen ter uitvoering van artikel 4, § 1 van het koninklijk besluit van 12 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/1998 pub. 24/12/1998 numac 1998014323 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen sluiten betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen;14° « aangemelde instantie » : keuringsinstantie die voldoet aan de criteria bepaald in artikel 11, § 1, en bijlage I van dit besluit;15° « erkende instantie » : keuringsinstantie die voldoet aan de criteria bepaald in artikel 11, § 1, en bijlage II van dit besluit;16° « instantie » : aangemelde instantie of erkende instantie;17° « machtiging » : erkenning of aanmelding. Toepassingsgebied Art. 3.§ 1. Onderhavig besluit is van toepassing op : 1° de nieuwe drukapparatuur; 2° de bestaande drukapparatuur die voldoet aan de technische voorschriften van het A.D.R. of van het R.I.D. van kracht op 1 juli 2001; 3° bestaande flessen voorzien van de markering (zie beeld). § 2. Onderhavig besluit is niet van toepassing op : 1° de bestaande drukapparatuur die niet voldoet aan de technische voorschriften van het R.I.D. en het A.D.R. van kracht op 1 juli 2001; 2° de drukapparatuur die uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer van gevaarlijke goederen tussen het grondgebied van de Europese Unie en het grondgebied van derde landen; 3° de aërosolen (UN-nummer 1950), de gasflessen voor ademhalingstoestellen en de drukapparatuur met gevaarlijke goederen waarvan het vervoer vrijgesteld is van de voorschriften van het A.D.R. en het R.I.D. Art. 4.§ 1. De drukapparatuur, die voldoet aan de voorschriften van dit besluit, moet voorzien zijn van de markering als bedoeld in bijlage III. § 2. Elke drukapparatuur die, in uitvoering van de richtlijn 99/36/EG, door een aangemelde of erkende instantie in een Lidstaat van de Europese Unie voorzien werd van de markering bedoeld in bijlage III, geniet van het vrije verkeer op het Belgisch grondgebied. Ze kan in de handel gebracht worden, herhaaldelijk in bedrijf gesteld en gebruikt worden voor elk transport over de weg en het spoor (met inbegrip van het vullen, opslaan, legen en hervullen) en een periodieke keuring ondergaan zonder een bijkomende beoordeling te ondergaan of te voldoen aan andere technische eisen. HOOFDSTUK II. - Bijzondere voorschriften Afdeling 1. - Overeenstemmingsbeoordeling Art. 5.De nieuwe drukapparatuur moet aan de voorschriften van het A.D.R. en het R.I.D. voldoen. Zij wordt in categorieën ingedeeld overeenkomstig bijlage IV van dit besluit. Art. 6.§ 1. Alvorens nieuwe drukapparatuur in de handel te brengen moet ze, naar keuze van de fabrikant, onderworpen worden aan een van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures die overeenkomstig bijlage IV van dit besluit gelden voor de categorie waarin zij is ingedeeld. De in bijlage IV opgegeven modules worden in bijlage V van dit besluit beschreven. De fabrikant mag ook een procedure volgen die bestemd is voor een hogere categorie, voor zover een dergelijke categorie bestaat. § 2. Kranen en ander toebehoren rechtstreeks dienend voor de veiligheid van nieuwe drukapparatuur, in het bijzonder veiligheidskleppen, kranen voor het vullen en het legen, en kranen op flessen, moeten worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure van een niveau dat gelijk is aan of hoger dan het niveau voor de recipiënt of de tank waarop zij zijn gemonteerd. Deze kranen en ander toebehoren gebruikt voor het vervoer, kunnen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure worden onderworpen die losstaat van de procedure voor de recipiënt of de tank. § 3. Wanneer het A.D.R. en het R.I.D. geen uitvoerige technische bepalingen bevatten voor de kranen en toebehoren als bedoeld in § 2 van dit artikel, moeten deze kranen en toebehoren voldoen aan de eisen van het koninklijk besluit van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 08/10/1999 numac 1999012367 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van de richtlijn van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende drukapparatuur type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 08/10/1999 numac 1999012366 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 1995 betreffende de erkenning van de instanties die aangemeld worden bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van bepaalde conformiteitsbeoordelingsprocedures van machines, drukvaten van eenvoudige vorm, liften en persoonlijke beschermingsmiddelen type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999012516 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 03/07/1999 numac 1999012495 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van een model van de PWA-arbeidsovereenkomst en tot uitvoering van artikel 17, 3° van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst sluiten en onderworpen worden aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure van categorie II, III of IV, zoals bedoeld in artikel 6, § 3, van voornoemd besluit van 13 juni 1999, afhankelijk van de vraag of de recipiënt of de tank valt onder categorie 1, 2 of 3, zoals bedoeld in bijlage IV bij dit besluit. § 4. De overeenstemming van de nieuwe drukapparatuur met de bepalingen van het A.D.R. en het R.I.D. wordt vastgesteld door een aangemelde instantie. § 5. In het kader van de kwaliteitsborgingsprocedures, neemt de aangemelde instantie bij een onaangekondigd bezoek een monster van de apparatuur uit de fabricage- of opslagruimten om het voldoen aan de drukproef te controleren of te doen controleren. Daartoe stelt de fabrikant de aangemelde instantie in kennis van het beoogde productieschema. De aangemelde instantie legt in het eerste productiejaar ten minste twee bezoeken af. De frequentie van latere bezoeken wordt door de aangemelde instantie bepaald op basis van de criteria, vermeld in punt 4.4 van de betrokken modules van bijlage V bij dit besluit. Afdeling 2. - Hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling Art. 7.§ 1. De hernieuwde beoordeling van de overeenstemming van bestaande drukapparatuur met de bepalingen van het A.D.R. en het R.I.D. wordt vastgesteld door een aangemelde instantie volgens de procedure beschreven in bijlage VI van dit besluit. § 2. In afwijking van § 1 kan, wanneer de bestaande drukapparatuur in serie is gefabriceerd, de hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling van recipiënten, met inbegrip van hun kranen en ander toebehoren gebruikt voor het vervoer, uitgevoerd worden op het Belgisch grondgebied door een daartoe erkende instantie. Dit op voorwaarde dat de hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling van het type vooraf door een aangemelde instantie wordt uitgevoerd. De erkende instantie oefent de individuele keuring van de drukapparatuur uit door er zich van te vergewissen dat deze voldoet aan de technische voorschriften van het A.D.R. en het R.I.D. van kracht op 1 juli 2001. § 3. Wanneer de resultaten van de in § 1 en § 2 van dit artikel vernoemde keuringen bevredigend zijn, moet de drukapparatuur, vooraleer opnieuw in bedrijf gesteld te worden, de periodieke keuring als omschreven in artikel 8 ondergaan. Afdeling 3. - Periodieke keuring Art. 8.§ 1. De periodieke keuring van de recipiënten, met inbegrip van kranen en ander voor het vervoer gebruikt toebehoren, wordt uitgevoerd : 1° hetzij door een aangemelde instantie volgens de procedure beschreven in bijlage VII of VIII;2° hetzij door een erkende instantie volgens de procedure beschreven in bijlage VII. § 2. De periodieke keuring van de tanks, met inbegrip van kranen en ander voor het vervoer gebruikt toebehoren, wordt uitgevoerd door een aangemelde instantie volgens de procedure beschreven in bijlage VII. § 3. In afwijking van § 2, kan de periodieke keuring van tanks, met inbegrip van kranen en ander voor het vervoer gebruikt toebehoren, uitgevoerd worden op het Belgisch grondgebied door een daartoe erkende instantie, onder toezicht van een aangemelde instantie en dit volgens de procedure beschreven in bijlage IX. § 4. Ter gelegenheid van de eerste periodieke keuring van flessen voorzien van de markering (zie beeld), moet de instantie de merken nagaan die overeenkomstig de voorschriften van het A.D.R. en het R.I.D. vereist zijn. Afdeling 4. - Nationale bepalingen Art. 9.§ 1. In afwijking van artikel 6, § 4, mag de beoordeling van de overeenstemming van nieuwe recipiënten met het A.D.R. en het R.I.D. uitgevoerd worden door een daartoe erkende instantie. § 2. De erkende instantie werkt uitsluitend voor de organisatie waarvan zij deel uitmaakt en past voor de overeenstemmingsbeoordeling de modules A1, C1, F en G van bijlage V toe. § 3. Recipiënten waarvan de overeenstemming door een erkende instantie is beoordeeld, mogen de markering bedoeld in bijlage III niet dragen. § 4. De recipiënten bedoeld in § 3 mogen enkel op het Belgisch grondgebied in de handel gebracht, vervoerd en in bedrijf gesteld worden. Art. 10.De artikels 359 B en 359 D van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming betreffende de aansluiting met andere uitrustingen en betreffende de kleurcodes blijven van toepassing tot er Europese normen met andere bepalingen in het A.D.R. en R.I.D. zijn opgenomen. Afdeling 5. - Machtigingsvoorwaarden. Art. 11.§ 1. Om aangemeld of erkend te kunnen worden, moet een instantie voldoen aan de voorwaarden van bijlagen I of II. Bovendien moet zij : 1° behoren tot één van volgende categorieën : - een instelling zijn van de Staat, de Gewesten of de Gemeenschappen; - ofwel een wetenschappelijk en technisch centrum zijn, opgericht in toepassing van de besluitwet van 30 januari 1947 tot vaststelling van het statuut van oprichting en werking van centra die door wetenschappelijk onderzoek de technische vooruitgang van de verschillende takken van het nationale bedrijfsleven dienen te bevorderen en te coördineren; - ofwel een andere rechtspersoon zijn die een exploitatiezetel heeft in België. 2° het bewijs leveren dat zij voldoet, voor de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure waarvoor zij de machtiging vraagt, aan de vereisten van de betrokken normen van de serie NBN-EN-45000 tot bepaling van de algemene criteria inzake beproevingslaboratoria, inspectie- en certificatieinstellingen of aan de vereisten van gelijkwaardige normen of normalisatiedocumenten. Hiertoe moet de instantie een document kunnen voorleggen waaruit blijkt dat ze werd geaccrediteerd overeenkomstig deze normen door het accreditatiesysteem dat opgericht werd in toepassing van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen evenals van beproevingslaboratoria, of door een gelijkwaardig accreditatiesysteem gevestigd in een Lidstaat van de Europese Gemeenschap. § 2. De instanties dienen de instructies na te leven welke hun door de Minister of zijn gemachtigde worden gegeven. § 3. De instanties melden onverwijld aan de Minister of aan zijn gemachtigde : 1° elke wijziging van de statuten van de instantie;2° elke wijziging van organisatorische of technische aard die de naleving van de machtigingsvoorwaarden kunnen beïnvloeden;3° elke intrekking of wijziging van de in § 1, 2° bedoelde accreditatie;4° elke aanvraag tot uitbreiding van de in § 1, 2° bedoelde accreditatie; § 4. De instanties dienen, op aanvraag van de Minister of van zijn gemachtigde, onverwijld alle informatie te verstrekken die betrekking heeft op de activiteiten en de werking van de instantie, of die van belang is voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit besluit. Afdeling 6. - Machtigingsprocedure Art. 12.§ 1. De machtigingsaanvraag wordt gericht aan de Minister. § 2. De machtigingsaanvraag bevat een gedetailleerde opsomming van de types van de keuringen en van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures waarvoor de machtiging wordt aangevraagd. § 3. De aanvraag dient vergezeld te zijn van : - de stukken waaruit blijkt dat de instantie voldoet aan de bepalingen van artikel 11, § 1 en van bijlage I of II en beschikt over een voldoende technische bekwaamheid in het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft; - een verklaring waarbij de instantie de verbintenis aangaat de bepalingen van artikel 11, § 2, § 3 en § 4 na te leven; - een kopij van de verslagen van de door de accreditatieinstelling uitgevoerde audits. § 4. Er wordt verondersteld dat de instantie over voldoende technische bekwaamheid beschikt in het domein waarop de aanvraag betrekking heeft, wanneer de in artikel 11, § 1, 2°, vermelde accreditatie expliciet verwijst naar het toepassingsgebied van het huidig besluit of wanneer uit het voorwerp van deze accreditatie duidelijk blijkt dat de accreditatie dit toepassingsgebied dekt. Art. 13.§ 1. De Minister meldt de instanties aan die bevoegd zijn om de keuringen uit te voeren waarvan sprake is in artikels 6, 7, § 1 en 8, § 1, 1° en § 2. De Minister deelt aan de Europese Commissie, evenals aan de andere Lidstaten van de Europese Unie, de lijst mee van de aangemelde instanties, hun identificatienummers en eventueel de taken waarvoor zij werden aangemeld. § 2. De Minister erkent de instanties die bevoegd zijn om de keuringen waarvan sprake in de artikels 7, § 2, 8, § 1, 2° en § 3 en 9 uit te voeren. De Minister deelt aan de Europese Commissie, evenals aan de andere Lidstaten van de Europese Unie, de lijst mee van de in het kader van de artikelen 7, § 2 en 8, § 1, 2° en § 3, erkende instanties en hun identificatienummers. Art. 14.De Minister kan het aantal instanties beperken, rekening houdend onder meer met de behoeften van de markt en met de noodzaak om over instanties te beschikken waarvan het volume van de activiteiten volstaat om een optimale ontplooiing van de verworven ervaring en van de uitrusting toe te laten. De Minister kan eveneens de machtiging beperken tot een bepaalde periode, tot bepaalde in bijlage IV opgegeven modules of tot een categorie van apparatuur. Afdeling 7. - Markeringen Art. 15.§ 1. De markering afgebeeld in bijlage III wordt aangebracht : 1° op de nieuwe recipiënten en tanks die met succes de overeenstemmingsbeoordeling waarvan sprake in artikel 6 § 1, doorstaan hebben.2° op de bestaande recipiënten en tanks die met succes de hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling, waarvan sprake in artikel 7, doorstaan hebben. Deze markering gaat vergezeld van het in artikel 13 bedoelde identificatienummer van de aangemelde of erkende instantie. § 2. Bij een met goed gevolg uitgevoerde periodieke keuring moet het in artikel 13 bedoelde identificatienummer van de instantie die de keuring uitvoerde, op de drukapparatuur aangebracht worden. Op de bestaande flessen voorzien van de markering (zie beeld), moet bij de eerste periodieke keuring die overeenkomstig dit besluit wordt verricht, het identificatienummer worden aangebracht voorafgegaan door de markering afgebeeld in bijlage III. § 3. Op de nieuwe kranen en nieuw ander toebehoren, rechtstreeks dienend voor de veiligheid, moet ofwel de markering afgebeeld in bijlage III van dit besluit aangebracht worden, ofwel de markering bedoeld in bijlage IV van het koninklijk besluit van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 08/10/1999 numac 1999012367 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van de richtlijn van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende drukapparatuur type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 08/10/1999 numac 1999012366 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 1995 betreffende de erkenning van de instanties die aangemeld worden bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van bepaalde conformiteitsbeoordelingsprocedures van machines, drukvaten van eenvoudige vorm, liften en persoonlijke beschermingsmiddelen type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999012516 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 03/07/1999 numac 1999012495 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van een model van de PWA-arbeidsovereenkomst en tot uitvoering van artikel 17, 3° van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst sluiten. § 4. De in § 1, 2 en 3 bedoelde markeringen worden onder verantwoordelijkheid van de instantie onuitwisbaar en zichtbaar aangebracht, hetzij door de instantie zelf, hetzij door de fabrikant of zijn op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde gemachtigde, de eigenaar, zijn op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde gemachtigde of door de houder. § 5. De in § 1, 2 en 3 bedoelde markeringen worden aangebracht in de onmiddellijke nabijheid van de markering van recipiënten en tanks voorzien door het A.D.R en het R.I.D. HOOFDSTUK III. - Controlebepalingen Art. 16.De leden van het Bestuur van het Vervoer te Land en van het Bestuur van Wegverkeer en Infrastructuur, door Ons gemachtigd, zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit en van de ministeriële besluiten genomen krachtens dit besluit. Zij stellen de overtredingen van die besluiten vast door processen-verbaal die gelden tot bewijs van het tegendeel. Art. 17.Wanneer vastgesteld wordt dat behoorlijk onderhouden en voor haar gebruiksdoel gebruikte drukapparatuur die voorzien is van een markering, desondanks tijdens het vervoer en/of gebruik de gezondheid en/of veiligheid van personen en, in voorkomend geval, van huisdieren of goederen in gevaar dreigt te brengen, kan de Minister maatregelen treffen die gaan tot het vervoersverbod of tot de terugtrekking uit het verkeer. De Minister van Consumentenzaken kan maatregelen nemen die gaan tot het verbod om de apparatuur in de handel te brengen of in bedrijf te stellen, of tot het uit de handel nemen van de apparatuur. Zij brengen de Europese Commissie onmiddellijk in kennis van die maatregelen en van de redenen van hun besluit. Art. 18.Wanneer drukapparatuur die niet in overeenstemming is, de in artikel 15 bedoelde markering draagt, neemt de Minister maatregelen die gaan tot het vervoersverbod of de terugtrekking uit het verkeer. De Minister van Consumentenzaken neemt maatregelen die gaan tot het verbod om de apparatuur in de handel te brengen of in bedrijf te stellen of tot het uit de handel nemen van de apparatuur. Ze stellen de Europese Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis. Art. 19.Wanneer wordt vastgesteld dat de markering afgebeeld in bijlage III ten onrechte is aangebracht, dient de eigenaar, zijn op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde gemachtigde of de houder, de fabrikant of zijn op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde gemachtigde, de drukapparatuur in overeenstemming te brengen met de reglementering en aan de overtreding een einde te maken. Wanneer de niet-overeenstemming blijft bestaan zal de Minister, met een bij de post aangetekend schrijven, degene die de inbreuk heeft gepleegd meedelen welke nalatigheden werden vastgesteld en hem vragen zijn standpunt terzake uiteen te zetten. Indien deze zijn standpunt niet kenbaar maakt binnen de maand na de verzending van deze brief, of indien de gegeven uitleg de vaststelling van de nalatigheden niet weerlegt, kan de Minister de nodige maatregelen nemen, gaande tot het vervoersverbod of tot de terugtrekking uit het verkeer. De Minister van Consumentenzaken kan maatregelen treffen die gaan tot het verbod om de apparatuur in de handel te brengen of in gebruik te stellen of tot het uit de handel nemen van de apparatuur. Zij brengen de Europese Commissie onverwijld in kennis van hun beslissing met opgave van hun beweegredenen. Art. 20.§ 1. Indien een instantie niet meer voldoet aan de in artikel 11 of in bijlage I of II bedoelde voorwaarden, niet ingaat op de instructies van de Minister of zijn gemachtigde of de bepalingen van het A.D.R. en het R.I.D. niet naleeft, zal de Minister, met een bij de post aangetekend schrijven, de vastgestelde inbreuken aan de betrokken instantie meedelen en haar vragen haar standpunt terzake uiteen te zetten. Indien de betrokken instantie haar standpunt niet kenbaar maakt binnen de maand na de verzending van de brief, of indien de gegeven uitleg de vaststelling van de nalatigheden niet weerlegt, wordt de machtiging door de Minister ingetrokken. § 2. De Minister kan de machtiging intrekken indien, na een periode van drie jaar te rekenen vanaf de datum van machtiging, blijkt dat de instantie geen enkele activiteit heeft uitgeoefend in het domein waarop de machtiging betrekking heeft of dat deze activiteiten verwaarloosbaar zijn. § 3. Wanneer de in artikel 11, § 1, 2° bedoelde accreditatie door de accreditatieinstelling werd ingetrokken of niet werd hernieuwd, moet deze de Minister daarvan op de hoogte brengen die de machtiging van de desbetreffende instantie ambtshalve intrekt. De intrekking van de machtiging treedt in voege wanneer, na afloop van de procedure volgend op het beroep dat de instantie eventueel bij de accreditatieinstelling heeft ingediend, deze bevestigt dat de accreditatie wordt ingetrokken of niet wordt hernieuwd. § 4. De machtiging wordt ambtshalve ingetrokken indien de instantie weigert de bepalingen van artikel 11, § 4 na te leven. § 5. De Minister informeert de Europese Commissie en de andere Lidstaten van de Europese Unie van elke intrekking van een machtiging. Art. 21.De inbreuken op dit besluit en de besluiten genomen krachtens dit besluit worden bestraft met de straffen bepaald in artikel 2, § 1 van de wet van 18 februari 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/02/1969 pub. 25/04/2012 numac 2012000279 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg. HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen Art. 22.§ 1. De flessen, de cilinders en de cryogene recipiënten die : - niet overeenstemmen met deze voorschriften maar wel voldoen aan de Belgische regelgeving die van kracht was op 30 juni 2001; en - in de handel gebracht worden vóór 1 juli 2003; mogen in bedrijf gesteld worden, maar uitsluitend op het Belgisch grondgebied. § 2 De drukvaten, de flessenbatterijen en de tanks die : - niet overeenstemmen met deze voorschriften maar die voldoen aan de Belgische regelgeving die van kracht was op 30 juni 2003; en - in de handel gebracht worden vóór 1 juli 2005, mogen in bedrijf gesteld worden, maar uitsluitend op het Belgisch grondgebied. Art. 23.Gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit kunnen de instanties die erkend werden door het ministerieel besluit van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 18/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999014160 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Ministerieel besluit betreffende de erkenning van controle-instellingen voor de nazichten en de periodieke keuringen genomen ter uitvoering van artikel 4, § 1 van het koninklijk besluit van 12 november 1998 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen sluiten betreffende de erkenning van controle-instellingen voor de nazichten en de periodieke keuringen genomen ter uitvoering van artikel 4, § 1 van het koninklijk besluit van 12 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/1998 pub. 24/12/1998 numac 1998014323 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen sluiten betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, een voorlopige aanmelding bekomen voor de taken die hen zijn toegewezen in uitvoering van dit besluit zonder dat ze voldoen aan artikel 11, § 1, 2°. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 24.Het koninklijk besluit van 1 februari 1980, betreffende de toestellen onder druk afkomstig van of bestemd voor een der Lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap, wordt opgeheven voor wat betreft de drukapparatuur die onder het toepassingsgebied valt van dit besluit. Art. 25.Volgende voorschriften van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming worden opgeheven : - artikels 349 tot 357 en 360 tot 363, - artikel 358 met uitzondering van drukapparatuur die in artikel 3, § 2, 3° van dit besluit bedoeld is. Art. 26.Volgende voorschriften van het koninklijk besluit van 12 juni 1989 ter uitvoering van de richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende naadloze gasflessen, naadloze gasflessen van niet-gelegeerde aluminium en van een aluminiumlegering en gelaste gasflessen van ongelegeerd staal worden opgeheven : - artikels 1, 1.2 en 3 tot 16, - delen 4 tot 6 van bijlagen I, II en III. Art. 27.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2001 voor de flessen, de cilinders en de cryogene recipiënten en op 1 juli 2003 voor de drukvaten, de flessenbatterijen en de tanks. Art. 28.Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Minister van Consumentenzaken zijn, ieder wat haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 14 maart 2002. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Minister van Consumentenzaken, Mevr. M. AELVOET Bijlage I Criteria waaraan de aangemelde instanties moeten voldoen 1. Een aangemelde instantie is onafhankelijk van de betrokken partijen en verzorgt derhalve keuringsdiensten als "derde partij".Als de aangemelde instantie deel uitmaakt van een organisatie die naast keuringen nog andere taken verricht, moet de aangemelde instantie, identificeerbaar zijn binnen die organisatie. De aangemelde instantie en het voor de uitvoering van de keuring verantwoordelijke personeel mogen niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, koper, eigenaar, houder, gebruiker of de uitvoerders van het onderhoud aan de vervoerbare drukapparatuur met toebehoren zijn die door de instantie wordt gekeurd, noch de gemachtigde van één van deze partijen. Zij mogen niet rechtstreeks betrokken zijn bij het ontwerp, de constructie, het in de handel brengen of het onderhoud van de drukapparatuur met toebehoren, noch de bij deze werkzaamheden betrokken partijen vertegenwoordigen. De mogelijkheid van uitwisseling van technische informatie tussen de fabrikant van drukapparatuur en de keuringsinstantie blijft evenwel bestaan. 2. Alle belanghebbende partijen moeten toegang hebben tot de diensten van de keuringsinstantie.Er mogen geen ongepaste financiële of andere voorwaarden worden gesteld. De procedures volgens welke de keuringsinstantie werkt moeten op een niet-discriminerende manier worden toegepast. 3. De keuringsinstantie en haar personeel mogen zich niet bezighouden met activiteiten die niet verenigbaar zijn met een onafhankelijk oordeel en integriteit waar het hun keuringswerk betreft.Met name mag het personeel van de keuringsinstantie niet aan enige druk bloot staan van commerciële, financiële of andere aard die hun oordeel kan beïnvloeden, vooral niet aan de kant van personen of organisaties die buiten de keuringsinstantie staan, maar die belang hebben bij de resultaten van de keuringen. De onpartijdigheid van het personeel van de keuringsinstantie dat de keuringen verricht, moet gewaarborgd worden. 4. De keuringsinstantie moet over het nodige personeel beschikken en de nodige faciliteiten bezitten om de aan de keuringen en de controles verbonden technische en administratieve taken naar behoren te kunnen vervullen.Zij moet ook toegang hebben tot de uitrusting die nodig is voor het verrichten van speciale controles. 5. Het met de keuringen belaste personeel van de keuringsinstantie moet beschikken over geschikte kwalificaties, een degelijke technische- en beroepsopleiding, voldoende kennis van de keuringsvoorschriften en voldoende ervaring met dit soort werk.Om een hoog veiligheidsniveau te garanderen moet de keuringsinstantie deskundigheid in huis hebben op gebied van de veiligheid van vervoerbare drukapparatuur. Het personeel moet in staat zijn tot vakbekwame beoordeling van de overeenstemming met algemene eisen aan de hand van onderzoeksresultaten en hierover verslag kunnen uitbrengen. Het moet ook over de vereiste bekwaamheid beschikken voor het opstellen van certificaten, documenten en rapporten die moeten dienen als bewijs dat de keuringen hebben plaatsgevonden. 6. Het moet ook beschikken over voldoende kennis van de technologie die wordt gebruikt bij de vervaardiging van de vervoerbare drukapparatuur met toebehoren die het keurt, van de wijze waarop de ter keuring aangeboden apparatuur wordt gebruikt of dient te worden gebruikt, en van de defecten die tijdens gebruik of in bedrijf kunnen optreden.7. De keuringsinstantie en haar personeel moeten de beoordelingen en controles verrichten met de hoogste mate van beroepsintegriteit en technische vakbekwaamheid.De keuringsinstantie dient ervoor te zorgen dat de in de loop van de keuringswerkzaamheden verkregen informatie als vertrouwelijk wordt behandeld. De eigendomsrechten moeten worden beschermd. 8. De bezoldiging van de bij de keuringswerkzaamheden betrokken personen mag niet rechtstreeks afhangen van het aantal verrichte keuringen en in geen geval van de resultaten daarvan.9. De keuringsinstantie moet een afdoende aansprakelijkheidsverzekering hebben, tenzij haar aansprakelijkheid wordt gedekt door de Belgische staat overeenkomstig de nationale regelgeving dan wel door de organisatie waarvan zij deel uitmaakt.10. Het is gebruikelijk dat de keuringsinstantie zelf de keuringen verricht waartoe zij zich contractueel heeft verbonden.Wanneer een keuringsinstantie een deel van de keuring uitbesteedt, moet zij ervoor zorgen en kunnen aantonen dat de onderaannemer in staat is om de betreffende dienst te verrichten en de volle verantwoordelijkheid voor die uitbesteding op zich te nemen. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 14 maart 2002. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Minister van Consumentenzaken, Mevr. M. AELVOET Bijlage II Criteria waaraan de erkende instanties moeten voldoen 1. De erkende instantie moet een afzonderlijk en identificeerbaar deel vormen van een organisatie die zich bezighoudt met het ontwerp, de vervaardiging, de levering, het gebruik of het onderhoud van de apparaten die zij keurt.Als de erkende instantie deel uitmaakt van een organisatie die naast keuringen nog andere taken verricht, moet de erkende instantie identificeerbaar zijn binnen die organisatie. 2. De erkende instantie mag niet rechtstreeks betrokken raken bij het ontwerp, de fabricage, de levering of het gebruik van gekeurde vervoerbare drukapparatuur met toebehoren of van soortgelijke concurrerende apparaten.3. Er moet een duidelijke scheiding zijn tussen de verantwoordelijkheden van het keurend personeel en die van het met andere taken belaste personeel, welke moet worden bewerkstelligd door identificatie van de organisatie en de rapportagemethoden van de keuringsinstantie binnen de moederorganisatie.4. De keuringsinstantie en haar personeel mogen zich niet bezighouden met activiteiten die niet verenigbaar zijn met een onafhankelijk oordeel en integriteit waar het hun keuringswerk betreft.Met name mag het personeel van de keuringsinstantie niet aan enige druk bloot staan van commerciële, financiële of andere aard die hun oordeel kan beïnvloeden, vooral niet aan de kant van personen of organisaties die buiten de keuringsinstantie staan, maar die belang hebben bij de resultaten van de keuringen. De onpartijdigheid van het personeel van de keuringsinstantie dat de keuringen verricht, moet gewaarborgd worden. 5. De keuringsinstantie moet over het nodige personeel beschikken en de nodige faciliteiten bezitten om de aan de keuringen en de controles verbonden technische en administratieve taken naar behoren te kunnen vervullen.Zij moet ook toegang hebben tot de uitrusting die nodig is voor het verrichten van speciale controles. 6. Het met de keuringen belaste personeel van de keuringsinstantie moet beschikken over geschikte kwalificaties, een degelijke technische- en beroepsopleiding, voldoende kennis van de keuringsvoorschriften en voldoende ervaring met dit soort werk.Om een hoog veiligheidsniveau te garanderen moet de keuringsinstantie deskundigheid in huis hebben op gebied van de veiligheid van drukapparatuur. Het personeel moet in staat zijn tot vakbekwame beoordeling van de overeenstemming met algemene eisen aan de hand van onderzoeksresultaten en hierover verslag kunnen uitbrengen. Het moet ook over de vereiste bekwaamheid beschikken voor het opstellen van certificaten, documenten en rapporten die moeten dienen als bewijs dat de keuringen hebben plaatsgevonden. 7. Het moet ook beschikken over voldoende kennis van de technologie die wordt gebruikt bij de vervaardiging van de drukapparatuur met toebehoren die het keurt, van de wijze waarop de ter keuring aangeboden apparatuur wordt gebruikt of dient te worden gebruikt, en van de defecten die tijdens gebruik of in bedrijf kunnen optreden.8. De keuringsinstantie en haar personeel moeten de beoordelingen en controles verrichten met de hoogste mate van beroepsintegriteit en technische vakbekwaamheid.De keuringsinstantie dient ervoor te zorgen dat de in de loop van de keuringswerkzaamheden verkregen informatie als vertrouwelijk wordt behandeld. De eigendomsrechten moeten worden beschermd. 9. De bezoldiging van de bij de keuringswerkzaamheden betrokken personen mag niet rechtstreeks afhangen van het aantal verrichte keuringen en in geen geval van de resultaten daarvan.10. De keuringsinstantie moet een afdoende aansprakelijkheidsverzekering hebben, tenzij haar aansprakelijkheid wordt gedekt door de Belgische staat overeenkomstig de nationale regelgeving dan wel door de organisatie waarvan zij deel uitmaakt.11. Het is gebruikelijk dat de keuringsinstantie zelf de keuringen verricht waartoe zij zich contractueel heeft verbonden.Wanneer een keuringsinstantie een deel van de keuring uitbesteedt, moet zij ervoor zorgen en kunnen aantonen dat de onderaannemer in staat is om de betreffende dienst te verrichten en de volle verantwoordelijkheid voor die uitbesteding op zich te nemen. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 14 maart 2002. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Minister van Consumentenzaken, Mevr. M. AELVOET Bijlage III Markering van overeenstemming De markering van overeenstemming ziet er als volgt uit : Indien de markering wordt verkleind of vergroot moeten de verhoudingen van bovenstaande tekening in acht worden genomen. De onderscheiden onderdelen van de markering hebben nagenoeg dezelfde hoogte, welke minimaal 5 mm moet bedragen. Deze minimumhoogte geldt niet voor kleine apparaten. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 14 maart 2002. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Minister van Consumentenzaken, Mevr. M. AELVOET Bijlage IV Modules voor de overeenstemmingsbeoordeling Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 14 maart 2002. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Minister van Consumentenzaken, Mevr. M. AELVOET Bijlage V Overeenstemmingsbeoordelingsprocedures Module A (interne fabricagecontrole) 1. In deze module wordt de procedure beschreven in het kader waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde die voldoet aan de in punt 2 genoemde verplichtingen, garandeert en verklaart dat de drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van dit besluit.De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde brengt op ieder drukapparaat de (zie beeld)-markering aan en stelt een verklaring van overeenstemming op. 2. Gemeenschap gevestigde gemachtigde houdt deze gedurende tien jaar na de vervaardiging van de laatste De fabrikant stelt de in punt 3 beschreven technische documentatie samen;de fabrikant of zijn in de drukapparatuur voor controledoeleinden ter beschikking van de bevoegde nationale instanties. Indien noch de fabrikant noch zijn gemachtigde in de Gemeenschap is gevestigd, is de persoon die de drukapparatuur in de Gemeenschap in de handel brengt, degene die de technische documentatie ter beschikking moet houden. 3. Op basis van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of de drukapparatuur in overeenstemming is met de desbetreffende eisen van dit besluit.De technische documentatie dient, voorzover dat voor deze beoordeling nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking van de drukapparatuur en moet het volgende bevatten : een algemene beschrijving van de drukapparatuur; - ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema's van delen, onderdelen, leidingen enz.; - beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van genoemde tekeningen en schema's en van de werking van de drukapparatuur; - een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om aan de eisen van dit besluit te voldoen; - de resultaten van de gemaakte ontwerpberekeningen, de verrichte onderzoeken enz.; - de keuringsrapporten. 4. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde bewaart samen met de technische documentatie een afschrift van de verklaring van overeenstemming.5. De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces waarborgt dat de vervaardigde drukapparatuur in overeenstemming is met de in punt 2 bedoelde technische documentatie en met de desbetreffende eisen van dit besluit. Module A1 (interne fabricagecontrole met toezicht op de eindcontrole) Naast de voorschriften van module A zijn de volgende bepalingen van toepassing. De eindcontrole staat onder toezicht van een door de fabrikant gekozen aangemelde instantie, die daartoe onaangekondigde bezoeken aflegt. Tijdens deze bezoeken moet de aangemelde instantie : - zich ervan vergewissen dat de fabrikant de eindcontrole verricht; - op de plaats van fabricage of opslag van de drukapparatuur een controlemonster nemen. De aangemelde instantie bepaalt hoeveel drukapparaten het monster omvat en of zij op die drukapparaten de gehele eindcontrole of een deel daarvan moet verrichten of laten verrichten. Zijn een of meer gecontroleerde drukapparaten niet in overeenstemming, dan neemt de aangemelde instantie de passende maatregelen.De fabrikant brengt onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie het identificatienummer van die instantie op elk drukapparaat aan. Module B (EG-typeonderzoek) 1. In deze module wordt dat deel van de procedure beschreven in het kader waarvan een aangemelde instantie vaststelt en verklaart dat een representatief exemplaar van de betrokken productie voldoet aan de desbetreffende bepalingen van dit besluit.2. De aanvraag om een EG-typeonderzoek wordt door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde ingediend bij één aangemelde instantie van zijn keuze. De aanvraag omvat : - naam en adres van de fabrikant alsmede naam en adres van de in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde indien de aanvraag door laatstgenoemde wordt ingediend; - een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag is ingediend bij een andere aangemelde instantie; de technische documentatie als omschreven in punt 3. De aanvrager stelt een voor de betrokken productie representatief exemplaar, dat hierna "type" wordt genoemd, ter beschikking van de aangemelde instantie. De aangemelde instantie kan om meer exemplaren verzoeken indien dit nodig is voor het keuringsprogramma. Een type kan verscheidene varianten van drukapparatuur omvatten voorzover de verschillen tussen de varianten geen invloed hebben op het veiligheidsniveau. 3. Op basis van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of de drukapparatuur in overeenstemming is met de desbetreffende eisen van dit besluit.De technische documentatie dient, voorzover dat voor deze beoordeling nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking van de drukapparatuur en moet het volgende bevatten : - een algemene beschrijving van het type; - ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's van delen, onderdelen, leidingen enz.; - beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van genoemde tekeningen en schema's van de werking van de drukapparatuur; - een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om aan de eisen van dit besluit te voldoen; - de resultaten van de gemaakte ontwerpberekeningen, de verrichte onderzoeken enz.; - de keuringsrapporten; - gegevens omtrent de onderzoeken die in het fabricageproces zijn opgenomen; - gegevens omtrent de kwalificaties of goedkeuringen. 4. De aangemelde instantie : 4.1. bestudeert de technische documentatie, controleert of het type in overeenstemming daarmee vervaardigd is en identificeert de onderdelen die ontworpen zijn overeenkomstig de relevante bepalingen van dit besluit. De aangemelde instantie zal met name : - de technische documentatie bestuderen aangaande het ontwerp en de fabricageprocédés; - de gebruikte materialen beoordelen als deze niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit besluit en het door de fabrikant van het materiaal afgegeven keuringsrapport controleren; - de methoden voor de permanente verbinding van de onderdelen goedkeuren dan wel controleren of deze eerder zijn goedgekeurd; - controleren of het personeel dat belast is met de permanente verbinding van de onderdelen en de niet-destructieve proeven gekwalificeerd of goedgekeurd is; 4.2. verricht of geeft opdracht tot het verrichten van de passende onderzoeken en noodzakelijke proeven om na te gaan of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de eisen van dit besluit voldoen; 4.3. verricht of geeft opdracht tot het verrichten van de passende onderzoeken en noodzakelijke proeven om, ingeval de fabrikant heeft besloten de desbetreffende normen toe te passen, na te gaan of deze ook werkelijk zijn toegepast; 4.4. stelt in overleg met de aanvrager de plaats vast waar de noodzakelijke onderzoeken en proeven zullen worden uitgevoerd. 5. Indien het type voldoet aan de desbetreffende bepalingen van dit besluit, verstrekt de aangemelde instantie een verklaring van EG-typeonderzoek aan de aanvrager.De verklaring, die tien jaar geldig is en vernieuwd kan worden, bevat naam en adres van de fabrikant, de conclusies van het onderzoek en de noodzakelijke gegevens voor de identificatie van het goedgekeurde type. Een lijst van de belangrijke onderdelen van de technische documentatie wordt als bijlage bij de verklaring gevoegd en een afschrift daarvan wordt door de aangemelde instantie bewaard. Indien aan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde een verklaring van EG-typeonderzoek wordt geweigerd, geeft de aangemelde instantie de gedetailleerde redenen voor een dergelijke weigering op. Een beroepsprocedure is voorzien : de fabrikant of zijn gemachtigde kan binnen de twee maand na ontvangst van de weigering, bezwaar aantekenen door middel van een aangetekend schrijven gericht aan de Minister. 6. De aangemelde instantie die in het bezit is van de technische documentatie betreffende de verklaring van EG-typeonderzoek, wordt door de aanvrager in kennis gesteld van alle in de goedgekeurde drukapparatuur aangebrachte wijzigingen;voor de betrokken wijzigingen moet aanvullende goedkeuring worden verleend indien zij van invloed kunnen zijn op de overeenstemming van de drukapparatuur met de essentiële eisen of de voorgeschreven gebruiksomstandigheden. Deze aanvullende goedkeuring wordt gegeven in de vorm van een aanvulling op de oorspronkelijke verklaring van EG-typeonderzoek. 7. Iedere aangemelde instantie stelt de Lid-Staten in kennis van de van belang zijnde informatie over de door haar ingetrokken verklaringen van EG-typeonderzoek en, op verzoek, over de door haar afgegeven verklaringen van EG-typeonderzoek. Iedere aangemelde instantie moet voorts de andere aangemelde instanties in kennis stellen van de van belang zijnde informatie over de door haar ingetrokken of geweigerde verklaringen van EG-typeonderzoek. 8. De overige aangemelde instanties kunnen afschriften van de verklaringen van EG-typeonderzoek en/of de aanvullingen krijgen.De bijlagen bij de verklaringen worden ter beschikking van de overige aangemelde instanties gehouden. 9. Gedurende tien jaar na de vervaardiging van de laatste drukapparatuur bewaart de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde naast de technische documentatie ook een afschrift van de verklaring van EG-typeonderzoek en van de aanvullingen daarop. Indien noch de fabrikant noch zijn gemachtigde in de Gemeenschap is gevestigd, is de persoon die het product in de Gemeenschap in de handel brengt degene die de technische documentatie ter beschikking moet houden. Module B1 (EG-ontwerponderzoek) 1. In deze module wordt dat deel van de procedure beschreven in het kader waarvan een aangemelde instantie vaststelt en verklaart dat het ontwerp van een drukapparaat voldoet aan de desbetreffende bepalingen van dit besluit.2. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde dient bij één aangemelde instantie een aanvraag om een EG-ontwerponderzoek in. De aanvraag omvat : - naam en adres van de fabrikant alsmede naam en adres van de in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde indien de aanvraag door laatstgenoemde wordt ingediend; - een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag is ingediend bij een andere aangemelde instantie; - de technische documentatie als omschreven in punt 3. De aanvraag kan verscheidene varianten van drukapparatuur omvatten, voorzover de verschillen tussen de varianten geen invloed hebben op het veiligheidsniveau. 3. Op basis van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of de drukapparatuur in overeenstemming is met dit besluit. De technische documentatie dient, voorzover dat voor deze beoordeling nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking van de drukapparatuur en dient het volgende te bevatten : - een algemene beschrijving van de drukapparatuur; - ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's van delen, onderdelen, leidingen enz.; - beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van genoemde tekeningen en schema's en van de werking van de drukapparatuur; - een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om aan de eisen van dit besluit te voldoen; - het nodige bewijsmateriaal ter bevestiging van de geschiktheid van de voor het ontwerp gekozen oplossingen. Dit bewijsmateriaal moet de resultaten van de proeven omvatten die door het daarvoor in aanmerking komende laboratorium van de fabrikant of voor diens rekening zijn uitgevoerd; - de resultaten van de gemaakte ontwerpberekeningen, de verrichte onderzoeken enz.; - gegevens omtrent de kwalificaties of goedkeuringen. 4. De aangemelde instantie : 4.1. bestudeert de technische documentatie en identificeert de onderdelen die ontworpen zijn overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van dit besluit. De aangemelde instantie zal met name : - de materialen beoordelen wanneer deze niet overeenkomen met de toepasselijke bepalingen van dit besluit; - de methoden voor de permanente verbinding van de onderdelen goedkeuren dan wel controleren of deze eerder zijn goedgekeurd; - controleren of het personeel dat belast is met de permanente verbinding van de onderdelen en het niet-destructieve onderzoek gekwalificeerd of goedgekeurd is; 4.2. verricht de noodzakelijke onderzoeken om na te gaan of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de eisen van dit besluit voldoen; 4.3. verricht de noodzakelijke onderzoeken om na te gaan of de bepalingen van dit besluit ook werkelijk zijn toegepast. 5. Indien het ontwerp voldoet aan de desbetreffende bepalingen van dit besluit, verstrekt de aangemelde instantie een verklaring van EG-ontwerponderzoek aan de aanvrager.De verklaring bevat naam en adres van de aanvrager, de conclusies van het onderzoek, de voorwaarden voor de geldigheid van de verklaring, en de noodzakelijke gegevens voor de identificatie van het goedgekeurde ontwerp. Een lijst van de van belang zijnde onderdelen van de technische documentatie wordt als bijlage bij de verklaring gevoegd en een afschrift daarvan wordt door de aangemelde instantie bewaard. Indien aan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde een verklaring van EG-ontwerponderzoek wordt geweigerd, geeft de aangemelde instantie de gedetailleerde redenen voor een dergelijke weigering op. Een beroepsprocedure is voorzien : de fabrikant of zijn gemachtigde kan binnen de twee maand na ontvangst van de weigering bezwaar aantekenen door middel van een aangetekend schrijven gericht aan de Minister. 6. De aangemelde instantie die in het bezit is van de technische documentatie betreffende de verklaring van EG-ontwerponderzoek wordt door de aanvrager in kennis gesteld van alle in het goedgekeurde ontwerp aangebrachte wijzigingen;voor deze wijzigingen moet a …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.