← België

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten

Kort samengevat

Dit besluit regelt de uitvoering van het decreet van 8 juli 2022 over werk- en zorgtrajecten, met een focus op de deelname aan activeringstrajecten en de afbakening van werkingsgebieden. Het beschrijft de procedure en voorwaarden voor personen met belemmeringen om deel te nemen aan trajecten die hen naar betaalde arbeid moeten leiden.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
18 NOVEMBER 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 8 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten6 over de werk- en zorgtrajecten Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; - het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » type decreet prom. 07/05/2004 pub. 11/06/2004 numac 2004035909 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap sluiten tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", artikel 4/1, ingevoegd bij het decreet van 8 juni 2018 en gewijzigd bij het decreet van 29 mei 2020, artikel 5, § 1/1, 5°, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2013 en 4 maart 2016, 6°, gewijzigd bij het decreet van 24 april 2015 en vernummerd bij het decreet van 29 mei 2020, 7°, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015 en vernummerd bij het decreet van 29 mei 2020, en 12°, ingevoegd bij het decreet van 29 mei 2020; - het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » type decreet prom. 07/05/2004 pub. 11/06/2004 numac 2004035909 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 8, 3°, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1; - het decreet van 8 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten6 over de werk- en zorgtrajecten, artikel 3, artikel 7, tweede lid, artikel 9, eerste lid, artikel 10, artikel 11, tweede lid, artikel 12, artikel 13, § 2 en § 3, artikel 14, § 2, tweede lid, artikel 16, tweede lid, artikel 17, artikel 18, tweede lid, artikel 20, artikel 26, artikel 27, tweede lid, artikel 28, artikel 29, tweede en derde lid, artikel 30, artikel 32, eerste lid, artikel 35, artikel 38, artikel 39 en artikel 40. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 7 juli 2022. - De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen heeft advies gegeven op 9 september 2022. - De Strategische Raad WVG heeft advies gegeven op 5 september 2022. - De Vlaamse advies- en participatieraad van personen met een handicap Niet Over Ons Zonder Ons NOOZO heeft advies gegeven op 9 september 2022. - De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegeven heeft advies nr. 2022/74 gegeven op 6 september 2022. - De Raad van State heeft advies 72.295/1 gegeven op 7 november 2022, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Initiatiefnemers Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° besluit van 5 juni 2009: het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;2° besluit van 2 februari 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende de uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten;3° centrum voor geestelijke gezondheidszorg: het centrum voor geestelijke gezondheidszorg dat erkend is conform het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg sluiten betreffende de centra voor geestelijke gezondheidszorg;4° decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1: het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende de werk- en zorgtrajecten;5° decreet werk- en zorgtrajecten: het decreet van 8 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten6 over de werk- en zorgtrajecten;6° Departement WSE: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten8 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;7° Departement WVG: het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten8 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;8° dienstverleners: organisaties die een actie als vermeld in artikel 10 van het decreet werk- en zorgtrajecten, in het kader van het activeringstraject uitvoeren;9° International Classification of Functioning, Disability and Health, afgekort ICF: een referentieclassificatie van de Wereldgezondheidsorganisatie, die het menselijk functioneren omschrijft;10° ICF-instrument: het indiceringsinstrument dat de VDAB ontwikkeld heeft op basis van de ICF, dat het menselijk functioneren in kaart brengt met betrekking tot tewerkstelling en dat de eventuele behoefte aan ondersteuning vaststelt;11° VAPH: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » type decreet prom. 07/05/2004 pub. 11/06/2004 numac 2004035909 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap sluiten tot oprichting van het verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;12° werkpost: de rechtspersoon, de zelfstandige natuurlijke persoon, de feitelijke vereniging of de overheidsinstelling waar een persoon arbeidsmatige activiteiten verricht. HOOFDSTUK 2. - Activeringstrajecten Afdeling 1. - Deelname aan de activeringstrajecten Art. 2.Bij de beslissing tot deelname aan een activeringstraject houdt de VDAB rekening met al de volgende elementen: 1° de aanwezigheid van ernstige belemmeringen van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale aard die de persoon tijdelijk verhinderen om betaalde beroepsarbeid te verrichten.Die belemmeringen zijn prominent aanwezig en onvoldoende onder controle; 2° de inschatting van de competenties en de beperkingen op basis van het functioneren van de persoon op de arbeidsmarkt aan de hand van het ICF-instrument;3° de verwachting dat de persoon door deelname aan een activeringstraject in staat is om door te stromen naar betaalde beroepsarbeid;4° het engagement van de persoon om actief deel te nemen aan het activeringstraject. Art. 3.De kandidaat-deelnemer dient zijn verzoek tot deelname aan een activeringstraject in bij de VDAB. De volgende organisaties kunnen voor rekening van de kandidaat-deelnemer een verzoek tot deelname aan een activeringstraject registreren of indienen: 1° de VDAB;2° een werkactor;3° een welzijns- en zorgvoorziening. De organisaties, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, bezorgen het verzoek tot deelname aan de VDAB. Art. 4.De VDAB voorziet in een aanmeldingsprocedure voor het verzoek tot deelname aan het activeringstraject. Het verzoek tot deelname aan een activeringstraject, vermeld in artikel 3, bevat al de volgende gegevens: 1° de identiteitsgegevens van de kandidaat-deelnemer;2° de identiteitsgegevens van de organisaties die voor de kandidaat-deelnemer een verzoek tot deelname registreren of indienen als vermeld in artikel 3, tweede lid;3° het medisch-diagnostische materiaal dat de belemmeringen en sterktes van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale aard die de kandidaat-deelnemer verhinderen om betaalde beroepsarbeid uit te voeren, bevat en dat de deelname aan het activeringstraject ondersteunt;4° een beschrijving van het functioneren van de kandidaat-deelnemer en de drempels tot de arbeidsmarkt volgens de richtlijnen die de VDAB opstelt;5° de toestemming van de kandidaat-deelnemer om gegevens te verwerken en uit te wisselen met welzijns- en zorgvoorzieningen en werkactoren met het oog op een mogelijke deelname aan een activeringstraject. Art. 5.Binnen het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de VDAB, na de ontvangst van het verzoek tot deelname aan het werk- en zorgtraject, vermeld in artikel 4, een screening uitvoeren van de cognitieve, medische, psychische, psychiatrische, of sociale factoren die de kandidaat-deelnemer verhinderen om betaalde beroepsarbeid uit te voeren en die de deelname aan een activeringstraject kunnen ondersteunen. De VDAB neemt de resultaten van de screening op in het persoonlijke bestand van de kandidaat-deelnemer op het elektronische platform. Art. 6.Na de beslissing tot niet-deelname aan een activeringstraject kunnen de kandidaat-deelnemers of de organisaties, vermeld in artikel 3, tweede lid, een nieuw verzoek tot deelname indienen na afloop van een termijn van drie maanden na de voormelde beslissing als er nieuwe feiten zijn die een nieuw verzoek kunnen onderbouwen. Afdeling 2. - Werkingsgebied Art. 7.§ 1. Ter uitvoering van artikel 13, § 2, derde lid, en artikel 17, § 1, tweede lid, van het decreet werk- en zorgtrajecten wordt onder werkingsgebied de afbakening in een of meer aan elkaar grenzende werk- en zorgregio's verstaan. § 2. Ter uitvoering van artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet werk- en zorgtrajecten wordt onder werkingsgebied de afbakening van een werk- en zorgregio verstaan. In afwijking van het eerste lid kan een gemandateerd samenwerkingsverband Zorg werken in een werkingsgebied dat bestaat uit een of meer aan elkaar grenzende werk- en zorgregio's. In dat geval voldoet het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg niet alleen aan de voorwaarden op het niveau van de werk- en zorgregio, maar ook aan dezelfde voorwaarden op het niveau van de combinatie van de werk- en zorgregio's. § 3. De indeling in werk- en zorgregio's, vermeld in paragraaf 1 en 2, en de toewijzing van gemeenten aan een werk- en zorgregio is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. Afdeling 3. - Werkingsprincipes van activeringstrajecten Art. 8.De begeleiding naar en op een werkvloer die deel uitmaakt van een activeringstraject als vermeld in artikel 10, eerste lid, 1°, van het decreet werk- en zorgtrajecten bestaat minimaal uit een werkervaringsstage als vermeld in artikel 111/0/1 tot en met artikel 111/0/12 van het besluit van 5 juni 2009. De werkervaringsstage, vermeld in het eerste lid, kan bij verschillende werkgevers dan wel in verschillende functies bij dezelfde werkgever georganiseerd worden. Art. 9.De zorg die deel uitmaakt van een activeringstraject als vermeld in artikel 10, eerste lid, 2°, van het decreet werk- en zorgtrajecten, betreft het verlenen van specifieke herstelgerichte zorg, expliciet met het oog op de uitvoering van een stage op een werkvloer tijdens het activeringstraject en met het oog op het kunnen uitvoeren van betaalde beroepsarbeid met of zonder ondersteuning na afloop van het activeringstraject. Met behoud van de toepassing van het eerste lid bestaat de zorg onder meer uit: 1° het verkennen van de zorgbehoeften en de cognitieve, medische, psychische, psychiatrische en sociale problemen van de deelnemer die de uitvoering van een stage op een werkvloer of de uitvoering van betaalde arbeid met of zonder ondersteuning verhinderen;2° het verlenen van inzicht aan de deelnemer in zijn zorgbehoeften en zijn cognitieve, medische, psychische, psychiatrische en sociale problemen die de uitvoering van een stage op een werkvloer of de uitvoering van betaalde arbeid met of zonder ondersteuning verhinderen;3° het leren omgaan van de deelnemer met zijn zorgbehoeften en zijn cognitieve, medische, psychische, psychiatrische en sociale problemen die de uitvoering van een stage op een werkvloer of de uitvoering van betaalde arbeid met of zonder ondersteuning verhinderen;4° het verhogen van de psychische draagkracht van de deelnemer om een stage op een werkvloer uit te voeren of betaalde arbeid met of zonder ondersteuning uit te voeren;5° het mee helpen creëren van een ondersteunend zorgnetwerk in de private en werkomgeving van de deelnemer met het oog op voldoende zelfredzaamheid van de deelnemer na afloop van het activeringstraject;6° het versterken van de competenties van de deelnemer, waaronder assertiviteit, communicatie, conflictbeheersing, het voorzien in basishygiëne, leren omgaan met faalervaringen en motivatie, met het oog op voldoende zelfredzaamheid van de deelnemer na afloop van het activeringstraject. Art. 10.Het casemanagementteam bepaalt de vermoedelijke duur van het activeringstraject op basis van de behoeften en de competenties van de deelnemer, met een minimum van drie maanden en een maximum van achttien maanden, vermeld in artikel 11 van het decreet werk- en zorgtrajecten. De VDAB kan, op advies van het casemanagementteam, het activeringstraject verlengen tot maximaal 24 maanden als de deelnemer door ziekte, moederschapsverlof, ongeval of overmacht tijdelijk niet kan deelnemen, op voorwaarde dat een verlenging noodzakelijk is om de doelstelling van het activeringstraject te bereiken. Een verlenging van het geïntegreerde trajectplan wordt geregistreerd in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform. De beslissing tot verlenging van het activeringstraject van de deelnemer leidt niet tot een nieuwe of aanvullende compensatievergoeding voor de casemanager Werk, het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg of de netwerkcoördinator. Art. 11.De VDAB kan, na advies van het casemanagementteam, het activeringstraject voortijdig beëindigen als: 1° de deelnemer ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen of in de uitvoering van de acties die met hem in het kader van zijn activeringstraject zijn overeengekomen;2° de onderbreking van de uitvoering van het geïntegreerde trajectplan door ziekte, moederschapsverlof, ongeval of overmacht de re-integratie van de deelnemer in het activeringstraject ernstig verhindert;3° de VDAB of het casemanagementteam van oordeel is dat de deelnemer het beoogde doel van een activeringstraject niet zal halen als vermeld in artikel 10 van het decreet werk- en zorgtrajecten;4° de deelnemer aan het werk is. Elke stopzetting van de uitvoering van het geïntegreerde trajectplan in het kader van het activeringstraject wordt geregistreerd in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform. Afdeling 4. - Mandatering van de samenwerkingsverbanden Zorg Onderafdeling 1. - Procedure tot mandatering Art. 12.De professionele deskundigheid, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet werk- en zorgtrajecten houdt in dat elke welzijns- en zorgvoorziening van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg een of meer medewerkers in dienst heeft, die instaan voor de uitvoering van de opdrachten van de casemanager Zorg, vermeld in artikel 12 van het voormelde decreet, en die voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1° beschikken over minimaal een medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch of pedagogisch diploma op bachelorniveau of beschikken over minimaal twee jaar ervaring in het verlenen van zorg aan de doelgroep, vermeld in artikel 3, eerste lid, van het voormelde decreet en artikel 2 van dit besluit;2° beschikken over kennis van het aanbod van welzijns- en zorgvoorzieningen. Art. 13.Het samenwerkingsverband Zorg voldoet aan de volgende aanvullende mandaatvoorwaarde, ter uitvoering van artikel 12, § 1, vijfde lid, van het decreet werk- en zorgtrajecten: het samenwerkingsverband Zorg wordt door één rechtspersoon vertegenwoordigd, die als administratief aanspreekpunt optreedt ten opzichte van het Departement WVG. De compensatievergoeding voor het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg, vermeld in artikel 16, eerste lid, van het voormelde decreet, wordt betaald aan het administratieve aanspreekpunt, dat instaat voor de verdeling ervan onder de partners van het samenwerkingsverband Zorg. Art. 14.Een aanvraag tot mandatering van het samenwerkingsverband Zorg wordt binnen de indieningstermijn die in de oproep vermeld is, ingediend bij het Departement WVG via een elektronisch systeem dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld. De aanvraag die is opgemaakt via het sjabloon dat het Departement WVG ter beschikking stelt, bevat al de volgende gegevens: 1° de identificatiegegevens van de drie welzijns- en zorgvoorzieningen, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, 1°, van het decreet werk- en zorgtrajecten, die zich engageren om samen als samenwerkingsverband Zorg op te treden;2° de identificatiegegevens van het administratieve aanspreekpunt dat het samenwerkingsverband Zorg zal vertegenwoordigen, overeenkomstig artikel 13;3° het werkingsgebied, vermeld in artikel 7, § 2, waarvoor de mandatering wordt aangevraagd.Als de mandatering wordt aangevraagd voor verschillende werk- en zorgregio's, dan wordt duidelijk aangegeven of de aanvraag zowel geldt voor de werk- en zorgregio's apart als voor de combinatie van werk- en zorgregio's; 4° het bewijs dat de welzijns- en zorgvoorzieningen beschikken over professionele deskundigheid als vermeld in artikel 12;5° het bewijs dat het samenwerkingsverband Zorg opdrachten kan opnemen in het volledige werkingsgebied, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, 3°, van het voormelde decreet.Als de mandatering wordt aangevraagd voor een werkingsgebied dat bestaat uit verschillende werk- en zorgregio's, overeenkomstig artikel 7, § 2, tweede lid, levert de aanvrager het bewijs zowel voor elke werk- en zorgregio apart als voor de combinatie van werk- en zorgregio's; 6° de beschrijving van de wijze waarop de continuïteit van de dienstverlening verzekerd wordt, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, 4°, van het voormelde decreet;7° de beschrijving van de mate waarin elke partner in het samenwerkingsverband Zorg de opdrachten kan opnemen binnen de volledige werk- en zorgregio, vermeld in artikel 16, § 2, eerste lid, 1°, van dit besluit;8° de beschrijving van de mate waarin het samenwerkingsverband Zorg de opdrachten laagdrempelig en toegankelijk kan opnemen, vermeld in artikel 16, § 2, eerste lid, 2° ;9° het plan van aanpak met een beschrijving van de gedeelde visie op de samenwerking en de taakverdeling, vermeld in artikel 16, § 2, eerste lid, 3°. Art. 15.Het Departement WVG onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag. De aanvraag is ontvankelijk als ze voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° ze is via het elektronische systeem, vermeld in artikel 14, eerste lid, ingediend binnen de indieningstermijn die in de oproep is vermeld;2° ze bevat al de elementen, vermeld in artikel 14, tweede lid. Het Departement WVG brengt de aanvrager uiterlijk één maand na de in indieningstermijn die in de oproep vermeld is, op de hoogte of de aanvraag ontvankelijk is. Art. 16.§ 1. Het Departement WVG onderzoekt de gegrondheid van de aanvraag. De aanvraag is gegrond als ze voldoet aan de mandaatvoorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, van het decreet werk- en zorgtrajecten en artikel 12 en 13 van dit besluit. § 2. Er is één gemandateerd samenwerkingsverband Zorg per werk- en zorgregio. Als er verschillende ontvankelijke en gegronde aanvragen zijn voor dezelfde werk- en zorgregio, beoordeelt het Departement WVG de aanvragen op basis van de volgende criteria, die elk een gelijk gewicht krijgen binnen het puntentotaal: 1° de mate waarin elke partner in het samenwerkingsverband Zorg opdrachten kan opnemen binnen de volledige werk- en zorgregio;2° de mate waarin het samenwerkingsverband Zorg de opdrachten laagdrempelig en toegankelijk kan opnemen;3° het plan van aanpak met een beschrijving van de gedeelde visie op de samenwerking en de taakverdeling.Dit heeft zowel betrekking op de samenwerking en taakverdeling tussen de drie welzijns- en zorgvoorzieningen van het samenwerkingsverband Zorg als op de samenwerking en taakverdeling tussen het samenwerkingsverband Zorg en de casemanager Werk binnen het casemanagementteam; 4° de wijze waarop de continuïteit van de dienstverlening verzekerd wordt door het samenwerkingsverband Zorg. Het Departement WVG brengt de aanvrager uiterlijk drie maanden na de indieningstermijn die in de oproep vermeld is, op de hoogte van zijn beslissing. Art. 17.Het Departement WVG kan aanvullende informatie vragen aan de aanvrager van een ontvankelijke aanvraag. Tijdens die periode wordt de beslissingstermijn geschorst. De aanvrager bezorgt de gevraagde aanvullende informatie aan het Departement WVG binnen vijftien dagen. Als de aanvrager dat niet doet, neemt het Departement WVG een beslissing zonder aanvullende informatie. Art. 18.Het Departement WVG brengt de aanvrager met een aangetekende zending of op digitale wijze op de hoogte van de beslissing tot mandatering of tot weigering van mandatering. Die kennisgeving vermeldt minstens: 1° de identiteit en de contactgegevens van de aanvrager;2° de beslissing;3° de motivering van de beslissing;4° het werkingsgebied in geval van beslissing tot mandatering;5° de omschrijving van de opdrachten van het samenwerkingsverband Zorg en de casemanagers Zorg in geval van een beslissing tot mandatering;6° de compensatievergoeding in geval van een beslissing tot mandatering;7° de duurtijd van het mandaat in geval van een beslissing tot mandatering;8° de bezwaarmogelijkheden in geval van een beslissing tot mandatering of tot weigering van mandatering. Art. 19.De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, bepalen samen dezelfde start- en einddatum voor alle mandaten van het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg. Als een van de welzijns- of zorgvoorzieningen binnen een samenwerkingsverband Zorg op het moment van de einddatum, vermeld in het eerste lid, aangewezen is als casemanager Zorg van een deelnemer van wie het activeringstraject nog loopt, blijft de welzijns- en zorgvoorziening haar functie als casemanager Zorg uitoefenen tot het einde van dat activeringstraject. Het administratieve aanspreekpunt kan een vervanging van een partner van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg ter goedkeuring voorleggen aan het Departement WVG als de continuïteit van de dienstverlening in het gedrang komt. Het administratieve aanspreekpunt toont daarbij aan dat het nieuw samengestelde samenwerkingsverband Zorg aan de mandaatvoorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, van het decreet werk- en zorgtrajecten en artikel 12 en 13 van dit besluit, voldoet. Het mandaat van het nieuw samengestelde samenwerkingsverband eindigt op de einddatum, vermeld in het eerste lid. Onderafdeling 2. - Compensatievergoeding voor de gemandateerde samenwerkingsverbanden Zorg Art. 20.Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet ontvangt het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg van het Departement WVG per afgerond activeringstraject en overeenkomstig het bepaalde in artikel 21 van dit besluit een compensatievergoeding van 883,27 euro voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 14, 15, 22 en 23 van het decreet werk- en zorgtrajecten en artikel 26, 27, 28 en 30 van dit besluit. De compensatievergoeding, vermeld in het eerste lid, is uitgedrukt tegen 100 % van de spilindex die van toepassing is op 1 april 2022. Dat bedrag wordt, binnen de beschikbare begrotingskredieten, geïndexeerd overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Die koppeling aan het indexcijfer wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. Art. 21.Het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg ontvangt de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20, op basis van het aantal afgeronde trajecten. Twee keer per jaar worden de afgeronde trajecten uitbetaald. Het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg ontvangt de volledige compensatievergoeding voor het aantal trajecten waarbij aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° samen met de casemanager Werk is in het kader van het traject een volledig eindverslag geregistreerd in het elektronische dossier van de deelnemer, waarin de verschillende elementen, vermeld in artikel 22, tweede lid, van het decreet werk- en zorgtrajecten, zijn opgenomen;2° samen met de casemanager Werk is in het kader van het traject een gemotiveerd eindadvies geregistreerd in het elektronische dossier van de deelnemer als vermeld in artikel 14, § 2, 8°, van het voormelde decreet;3° het traject heeft een duurtijd van minimaal drie maanden als vermeld in artikel 11 van het voormelde decreet. Het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg ontvangt 60% van de compensatievergoeding voor het aantal trajecten waarbij aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het traject is stopgezet overeenkomstig artikel 11 van dit besluit;2° het traject heeft een duurtijd van minimaal drie maanden als vermeld in artikel 11 van het voormelde decreet. Afdeling 5. - Mandatering van de casemanager Werk Art. 22.De professionele deskundigheid, vermeld in artikel 13, § 2, tweede lid, 2°, van het decreet werk- en zorgtrajecten, houdt in dat de werkactor een of meer medewerkers per werkingsgebied in dienst heeft, die instaan voor de uitvoering van de opdrachten van de casemanager Werk, vermeld in artikel 14 van het voormelde decreet, en die voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1° ze beschikken over een bachelordiploma sociaal werk of bezitten minimaal twee jaar ervaring in begeleiding van de doelgroep naar werk en in bemiddeling naar werk;2° ze bezitten gecertificeerde kennis over ICF;3° ze beschikken over de kennis van het aanbod aan bemiddeling, opleiding, begeleiding en tewerkstellingsondersteunende maatregelen die ze kunnen inzetten voor de doelgroep tijdens en na het activeringstraject. Art. 23.De aanvullende mandaatvoorwaarden voor werkactoren, vermeld in artikel 13, § 2, vijfde lid, van het decreet werk- en zorgtrajecten zijn: 1° de werkactor heeft minimaal twee ICF-trainers in dienst die door de Wereldgezondheidsorganisatie gecertificeerd zijn;2° de werkactor heeft minstens twee jaar ervaring in arbeidsbemiddeling van werkzoekenden met cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale problemen. Art. 24.Om de functie van casemanager Werk, vermeld in artikel 13, § 2, van het decreet werk- en zorgtrajecten, te kunnen bekleden, dient de werkactor na de oproep een mandaataanvraag in bij de VDAB. De VDAB stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, bepaalt de procedure en het model van het aanvraagformulier. De VDAB kan om de opdrachten, vermeld in artikel 14 van het voormelde decreet, uit te voeren, een beroep doen op ten hoogste één gemandateerde werkactor per werkingsgebied. Art. 25.De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, bepaalt de einddatum van het mandaat van de casemanager Werk. Als een werkactor op het moment van de einddatum, vermeld in het eerste lid, aangewezen is als casemanager Werk van een deelnemer van wie het activeringstraject nog loopt, blijft de werkactor gemandateerd als casemanager Werk voor het uitoefenen van zijn functie tot het einde van dat activeringstraject. Afdeling 6. - De opdrachten van het casemanagementteam Art. 26.Het casemanagementteam stelt het geïntegreerde trajectplan op samen met de deelnemer, aansluitend bij de beslissing tot deelname aan een activeringstraject, vermeld in artikel 2. Bij het opstellen van het trajectplan maakt het casemanagementteam een gemotiveerde keuze op het vlak van dienstverlening en houdt daarbij rekening met het volledige aanbod in het netwerk van dienstverleners en in het werkingsgebied. Het casemanagementteam registreert het geïntegreerde trajectplan in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform. Art. 27.Het casemanagementteam waakt erover een logische volgorde van de acties, vermeld in artikel 10 van het decreet werk- en zorgtrajecten, in het activeringstraject te hanteren. Die volgorde van acties wordt opgenomen in het geïntegreerde trajectplan. Het casemanagementteam houdt daarbij rekening met al de volgende voorwaarden: 1° de acties worden ingezet met aandacht voor de ontwikkeling van de toenemende competenties van de deelnemer in de loop van het traject;2° de acties worden ingezet rekening houdend met de zorgbehoeften van de deelnemer;3° er wordt naar gestreefd om de acties zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten, zodat de periodes tussen de acties tot een minimum worden beperkt. Art. 28.Het casemanagementteam registreert het eindverslag en het gemotiveerde eindadvies, vermeld in artikel 22 van het decreet werk- en zorgtrajecten, uiterlijk vier weken na de oplevering van alle verslagen over de acties van het activeringstraject die geregistreerd zijn in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform. Art. 29.De werkactor, gemandateerd voor de opdrachten als casemanager Werk, onderzoekt in voorkomend geval: 1° het recht op bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten9 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap;2° de indicering, vermeld in artikel 7 van het decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;3° de indicering, vermeld in artikel 32 van het decreet van 14 januari 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten7 over maatwerk bij individuele inschakeling. De werkactor, die gemandateerd is voor de opdrachten als casemanager Werk, ziet erop toe dat het eindadvies dat hij samen met de casemanager Zorg motiveert, in overeenstemming is met de regelgeving, vermeld in het eerste lid, en de technische bepalingen daarover. Art. 30.Elke casemanager Zorg van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg beschikt over gecertificeerde kennis van ICF of verbindt zich ertoe die te verwerven aansluitend bij de start van het mandaat van het samenwerkingsverband Zorg. Afdeling 7. - De netwerkcoördinator en het netwerk van dienstverleners Onderafdeling 1. - Mandatering van de netwerkcoördinator Art. 31.De volgende voorwaarden zijn de aanvullende mandaatvoorwaarden voor de netwerkcoördinator, vermeld in artikel 17, § 1, van het decreet werk- en zorgtrajecten: 1° de netwerkcoördinator toont aan dat het netwerk van dienstverleners: a) een werkingsgebied omvat, zoals vermeld in artikel 7, § 1;b) de dienstverlening over het hele werkingsgebied op een laagdrempelige en toegankelijke manier kan verzekeren;c) operationeel in staat is om, uiterlijk binnen vier weken nadat de netwerkcoördinator het geïntegreerde trajectplan ontvangen heeft, te starten met de uitvoering van het geïntegreerde trajectplan;2° de netwerkcoördinator toont aan dat met betrekking tot de professionele deskundigheid van de dienstverleners: a) de dienstverleners, vermeld in artikel 17, § 1, tweede lid, 1°, van het voormelde decreet, ervaring hebben met een van de volgende diensten: 1) het verlenen van de zorg, vermeld in artikel 2, 25°, van het voormelde decreet, aan de doelgroep, vermeld in artikel 3, eerste lid, van het voormelde decreet en artikel 2 van dit besluit, in een of meer van de volgende sectoren: i) personen met een handicap; ii) geestelijke gezondheidszorg; iii) algemeen welzijnswerk, maatschappelijk en sociaal werk; 2) het begeleiden op en naar een werkvloer, vermeld in artikel 10, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet, van de doelgroep, vermeld in artikel 2 van het voormelde decreet;b) andere dienstverleners dan de dienstverleners, vermeld in artikel 17, § 1, tweede lid, 1°, van het voormelde decreet, beantwoorden aan al de volgende voorwaarden: 1) erkend of vergund zijn door het agentschap Opgroeien, door het agentschap Zorg en Gezondheid, door het VAPH, door het Departement WVG of door de federale overheid;2) ervaring hebben als vermeld in punt a), 1), of in de bijzondere jeugdzorg;3° de netwerkcoördinator toont aan dat er een gedeelde visie bestaat tussen de dienstverleners van het netwerk over het gebiedsdekkende aanbod, de taakverdeling en de samenwerking binnen het werkingsgebied. Art. 32.Er is één gemandateerde netwerkcoördinator per werkingsgebied. Ter uitvoering van artikel 17 van het decreet werk- en zorgtrajecten, voert de VDAB, in samenspraak met het Departement WVG, een overheidsopdracht voor de mandatering van de netwerkcoördinator op basis van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten inzake overheidsopdrachten. Art. 33.De netwerkcoördinatoren worden gemandateerd voor de uitvoering van de activeringstrajecten die opgestart worden over een periode van vijf jaar. Als een netwerkcoördinator op het moment van de einddatum, gemandateerd is als netwerkcoördinator van een deelnemer van wie het activeringstraject nog loopt, blijft de netwerkcoördinator gemandateerd als netwerkcoördinator voor de uitoefening van zijn functie tot het einde van dat activeringstraject. Onderafdeling 2. - Compensatievergoeding voor de netwerkcoördinator Art. 34.Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet ontvangt de gemandateerde netwerkcoördinator van de VDAB per activeringstraject en overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van dit besluit een compensatievergoeding van 3220 euro voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 20 van het decreet werk- en zorgtrajecten. De compensatievergoeding, vermeld in het eerste lid, is uitgedrukt tegen 100% van de spilindex die van toepassing is op 1 april 2022. De looncomponent van dat bedrag wordt, binnen de beschikbare begrotingskredieten, geïndexeerd overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Die koppeling aan het indexcijfer wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De gemandateerde netwerkcoördinator mag maximaal 10% van de compensatievergoeding gebruiken voor de uitvoering van zijn taken, vermeld in artikel 18 van het decreet werk- en zorgtrajecten en artikel 36 en 37 van dit besluit. De gemandateerde netwerkcoördinator kan de compensatievergoeding naar behoefte besteden binnen het netwerk van dienstverleners voor de uitvoering van de acties van de geïntegreerde trajectplannen als de netwerkcoördinator de gegevens over de aanwending van de compensatievergoeding registreert. Art. 35.De gemandateerde netwerkcoördinator verkrijgt bij de aanvang van het activeringstraject 70% van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 34 van dit besluit. De gemandateerde netwerkcoördinator verkrijgt de resterende 30% van de compensatievergoeding als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het casemanagementteam oordeelt dat de dienstverleners de acties uit het geïntegreerde trajectplan hebben uitgevoerd;2° het casemanagementteam heeft van de dienstverleners voldoende en relevante informatie ontvangen om op basis daarvan tijdig een eindverslag op te maken en een eindadvies te motiveren als vermeld in artikel 22 van het decreet werk- en zorgtrajecten, of het traject werd afgesloten na de maximumduur van het activeringstraject, bepaald door het casemanagementteam, vermeld in artikel 10 van dit besluit;3° het activeringstraject heeft een duurtijd van minimaal drie maanden als vermeld in artikel 11 van het voormelde decreet. De middelen die niet behoren tot de compensatievergoeding van de netwerkcoördinator voor de uitvoering van zijn taken, vermeld in artikel 18 van het voormelde decreet, kunnen alleen ingezet worden voor de dienstverlening aan de deelnemers. De kosten voor de zorg die verleend wordt in het activeringstraject, vermeld in artikel 10 van het decreet werk- en zorgtrajecten en artikel 9 van dit besluit, die in aanmerking komen voor terugbetaling door het RIZIV, zijn niet ten laste van de compensatievergoeding. Tijdens de duurtijd van het mandaat van de netwerkcoördinator controleert de VDAB de aanwending van de compensatievergoedingen in het kader van de overheidsopdracht, vermeld in artikel 32. De VDAB kan daarvoor alle noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen. Aan het einde van het mandaat als netwerkcoördinator worden de middelen die niet werden besteed aan de dienstverlening, weer overgemaakt aan de Vlaamse overheid. Art. 36.De gemandateerde netwerkcoördinator hanteert een boekhouding die de inkomsten en de uitgaven die verband houden met zijn opdrachten, vermeld in artikel 18 van het decreet werk- en zorgtrajecten, en de dienstverlening, vermeld in artikel 10 van het voormelde decreet en in artikel 8 tot en met 9 van dit besluit, transparant afzondert. De gemandateerde netwerkcoördinator waakt erover dat de vergoedingen die worden betaald aan de dienstverleners marktconform zijn. De Vlaamse minister, bevoegd voor het werk, de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, kunnen samen aanvullende richtlijnen uitvaardigen voor de te hanteren boekhouding en de wijze waarop ze ingediend moet worden met het oog op de rechtmatigheidscontrole van de kosten en de inkomsten. Art. 37.§ 1. De gemandateerde netwerkcoördinator kan voor de uitvoering van een specifieke actie in het geïntegreerde trajectplan in het belang van de deelnemer een beroep doen op dienstverleners buiten het netwerk. Dat gebeurt telkens onder verantwoordelijkheid van de gemandateerde netwerkcoördinator. De gemandateerde netwerkcoördinator verbindt er zich in dat geval toe om schriftelijk afspraken over de taakverdeling in de dienstverlening en de eventuele vergoeding vast te leggen met de dienstverlener buiten het netwerk. De gemandateerde netwerkcoördinator informeert, in voorkomend geval, het betrokken casemanagementteam van de deelnemer. De gemandateerde netwerkcoördinator is verantwoordelijk voor de afspraken over de registratie in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform. § 2. De gemandateerde netwerkcoördinator kan een aanvraag om een bijkomende dienstverlener toe te voegen aan zijn netwerk, ter goedkeuring voorleggen aan de VDAB als de continuïteit van de dienstverlening in het gedrang komt. De gemandateerde netwerkcoördinator toont daarbij aan dat het netwerk voldoet aan de mandaatvoorwaarden en aan de voorwaarden voor de professionele deskundigheid, vermeld in artikel 17, § 1, van het decreet werk- en zorgtrajecten en artikel 31 van dit besluit. De dienstverlener die toegevoegd wordt, registreert de acties in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform. Afdeling 8. - Handhaving en sancties Art. 38.De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, nemen samen, op basis van het advies van het Departement WVG, een voornemen van beslissing om de compensatievergoeding van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg terug te vorderen of te verminderen, vermeld in artikel 26 van het decreet werk- en zorgtrajecten, en bezorgen dit voornemen zo spoedig mogelijk met een aangetekende zending of op digitale wijze aan het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg. Het voornemen van beslissing tot terugvordering of van vermindering van de compensatievergoeding vermeldt al de volgende gegevens: 1° de identiteit en de contactgegevens van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg;2° het voornemen van beslissing, met inbegrip van het bedrag waarop het voornemen van beslissing betrekking heeft;3° de termijn waarin het voornemen van beslissing wordt uitgevoerd;4° de motivering van het voornemen van beslissing;5° de mogelijkheid om gehoord te worden. Het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg heeft de mogelijkheid om schriftelijk gehoord te worden in het kader van het voornemen van beslissing tot terugvordering of vermindering van de compensatievergoeding. De reactie van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg in het kader van de hoorprocedure is ontvankelijk als het aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° het is uiterlijk ingediend dertig dagen na de dag waarop de kennisgeving van het voornemen naar het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg is gestuurd;2° het is ingediend met een aangetekende zending of op een andere wijze die de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, kunnen samen bepalen;3° het bevat al de volgende gegevens: a) de identiteit en de contactgegevens van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg;b) de reactie van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg op het voornemen van beslissing. Als het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg een ontvankelijke reactie heeft ingediend, zullen de Vlaamse minister bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, samen het voornemen van beslissing intrekken of het voornemen omzetten in een definitieve beslissing binnen zestig dagen na de ontvangst van de ontvankelijke reactie. De definitieve beslissing wordt met een aangetekende zending of op digitale wijze aan het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg bezorgd en bevat al de volgende gegevens: 1° de identiteit en de contactgegevens van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg;2° de beslissing, met inbegrip van het bedrag waarop de beslissing betrekking heeft;3° de termijn waarin de beslissing wordt uitgevoerd;4° de motivering van de beslissing;5° de bezwaarmogelijkheden. Als het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg geen ontvankelijke reactie heeft ingediend, binnen de termijn vermeld in het tweede lid, 1°, nemen de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, samen een definitieve beslissing tot terugvordering of vermindering. De definitieve beslissing wordt met een aangetekende zending of op digitale wijze aan het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg bezorgd en bevat al de gegevens vermeld in het derde lid. Art. 39.De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, kan op basis van het verslag van de sociaalrechtelijke inspecteurs en het advies van de VDAB beslissen dat het mandaat van de casemanager Werk wordt ingetrokken of geschorst als de gemandateerde casemanager Werk: 1° de compensatievergoeding, vermeld in artikel 16 van het decreet werk- en zorgtrajecten, niet daadwerkelijk aanwendt voor de opdrachten, vermeld in artikel 12 van het voormelde decreet;2° de mandaatvoorwaarden, de professionele deskundigheid of de continuïteit, vermeld in artikel 13, § 2, van het voormelde decreet en artikel 22 en 23 van dit besluit, niet naleeft;3° bij de mandaataanvraag verklaringen heeft afgelegd die vals, onvolledig of onjuist worden bevonden;4° de inlichtingen die hij ter uitvoering van de bepalingen van dit besluit moet leveren, vervalst of niet aanreikt. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, neemt een voornemen van beslissing om het mandaat van de casemanager Werk in te trekken of te schorsen, vermeld in het eerste lid, en bezorgt dit voornemen zo snel mogelijk met een aangetekende zending of op digitale wijze aan de gemandateerde werkactor. Het voornemen van beslissing tot intrekking of schorsing vermeldt al de volgende gegevens: 1° de identiteit en de contactgegevens van de gemandateerde werkactor;2° het voornemen van beslissing;3° de termijn waarin het voornemen van beslissing wordt uitgevoerd;4° de motivering van het voornemen van beslissing;5° de mogelijkheid om gehoord te worden. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, bezorgt een afschrift van het voornemen van beslissing aan de VDAB. De gemandateerde werkactor heeft de mogelijkheid om schriftelijk gehoord te worden in het kader van het voornemen van beslissing tot intrekking of schorsing. De reactie van de gemandateerde werkactor is ontvankelijk als het aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° het is uiterlijk ingediend dertig dagen na de dag waarop de kennisgeving van het voornemen naar de gemandateerde werkactor is gestuurd;2° het is ingediend met een aangetekende zending wijze of op een andere wijze die de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, kan bepalen;3° het bevat de volgende gegevens: a) de identiteit en de contactgegevens van de gemandateerde werkactor;b) de reactie van de gemandateerde werkactor op het voornemen van beslissing. Als de gemandateerde werkactor een ontvankelijk reactie heeft ingediend, zal de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, het voornemen van beslissing binnen zestig dagen na de ontvangst van de ontvankelijke reactie intrekken of het voornemen omzetten in een definitieve beslissing. De definitieve beslissing wordt met een aangetekende zending of op digitale wijze aan de gemandateerde werkactor bezorgd en omvat al de volgende gegevens: 1° de identiteit en de contactgegevens van de gemandateerde werkactor;2° de beslissing, met inbegrip van het bedrag waarop de beslissing betrekking heeft;3° de termijn waarin de beslissing wordt uitgevoerd;4° de motivering van de beslissing;5° de bezwaarmogelijkheden. Als de gemandateerde werkactor geen ontvankelijke reactie heeft ingediend, binnen de termijn, vermeld in het derde lid, 1°, neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, een definitieve beslissing om het mandaat van de gemandateerde werkactor in te trekken of te schorsen. De definitieve beslissing wordt met een aangetekende zending of op digitale wijze aan de gemandateerde werkactor bezorgd en bevat al de gegevens vermeld in het vierde lid. Art. 40.De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, kunnen samen op basis van het verslag van Zorginspectie en het advies van het Departement WVG beslissen dat het mandaat van het samenwerkingsverband Zorg wordt ingetrokken of geschorst als het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg: 1° de compensatievergoeding, vermeld in artikel 16 van het decreet werk- en zorgtrajecten en artikel 20 van dit besluit, niet daadwerkelijk aanwendt voor de opdrachten, vermeld in het voormelde decreet en dit besluit;2° de mandaatvoorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, van het voormelde decreet en artikel 12 en 13 van dit besluit, niet naleeft;3° bij de mandaataanvraag verklaringen heeft afgelegd die vals, onvolledig of onjuist worden bevonden;4° de inlichtingen die hij ter uitvoering van de bepalingen van dit besluit moet leveren, vervalst of niet aanreikt. De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, nemen samen een voornemen van beslissing om het mandaat van het samenwerkingsverband Zorg in te trekken of te schorsen, vermeld in het eerste lid, en bezorgen dit voornemen zo snel mogelijk met een aangetekende zending of op digitale wijze aan het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg. Het voornemen van beslissing tot intrekking of schorsing vermeldt al de volgende gegevens: 1° de identiteit en de contactgegevens van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg;2° het voornemen van beslissing;3° de termijn waarin het voornemen van beslissing wordt uitgevoerd;4° de motivering van het voornemen van beslissing;5° de mogelijkheid om gehoord te worden. Het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg heeft de mogelijkheid om schriftelijk gehoord te worden in het kader van het voornemen van beslissing tot intrekking of schorsing. De reactie van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg in het kader van de hoorprocedure is ontvankelijk als het aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° het is uiterlijk ingediend dertig dagen na de dag waarop de kennisgeving van het voornemen naar het gemandateerde samenwerkingsband Zorg is gestuurd;2° het is ingediend met een aangetekende zending of op een andere wijze die de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, kunnen samen bepalen;3° het bevat de volgende gegevens: a) de identiteit en de contactgegevens van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg;b) de reactie van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg op het voornemen van beslissing. Als het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg een ontvankelijke reactie heeft ingediend, zullen de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, samen het voornemen van beslissing binnen zestig dagen na de ontvangst van dat bezwaarschrift intrekken of omzetten of het voornemen omzetten in een definitieve beslissing binnen zestig dagen na de ontvangst van de ontvankelijke reactie. De definitieve beslissing wordt met een aangetekende zending of op digitale wijze aan het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg bezorgd en bevat al de volgende gegevens: 1° de identiteit en de contactgegevens van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg;2° de beslissing, met inbegrip van het bedrag waarop de beslissing betrekking heeft;3° de termijn waarin de beslissing wordt uitgevoerd;4° de motivering van de beslissing;5° de bezwaarmogelijkheden. Als het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg geen ontvankelijke reactie heeft ingediend, binnen de termijn vermeld in het derde lid, 1°, nemen de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, samen een definitieve beslissing om het mandaat van het samenwerkingsverband Zorg in te trekken of te schorsen. De definitieve beslissing wordt met een aangetekende zending of op digitale wijze aan het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg bezorgd en bevat al de gegevens vermeld in het vierde lid. Art. 41.De informatiegegevens die betrekking hebben op de naleving van de voorwaarden van dit besluit, worden door de gemandateerde casemanager Werk, het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg en de gemandateerde netwerkcoördinator bewaard gedurende minimaal tien jaar na afloop van de periode van de mandatering. HOOFDSTUK 3. - Arbeidsmatige activiteiten Afdeling 1. - Arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid Onderafdeling 1. - Deelname aan arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid Art. 42.Personen die ouder zijn dan 18 jaar en jonger dan de wettelijke pensioenleeftijd zoals bepaald door de geldende pensioenwetgeving, voor wie betaalde beroepsarbeid, met of zonder ondersteuning, op middellange termijn niet, nog niet of niet meer mogelijk is door een of meer belemmeringen van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale aard, kunnen deelnemen aan arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid. De deelname aan arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, vermeld in het eerste lid, kan niet gecombineerd worden met: 1° een deelname aan de arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie, vermeld in afdeling 2;2° het budget dat besteed wordt aan dagondersteuning als vermeld in artikel 4, 1°, b), van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders, of begeleid werken als vermeld in artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap. Onderafdeling 2. - Aanbod van arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid Art. 43.§ 1. De begeleiding van arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid heeft tot doel om de personen, vermeld in artikel 42, eerste lid, van de latente functies van arbeid te laten genieten met als doelstelling participatie in de maatschappij. § 2. Een deelnemer wordt begeleid door maximaal één erkende begeleider arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid. § 3. De begeleiding door de erkende begeleider arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid houdt de volgende opdrachten in: 1° een intake- en oriënteringsgesprek houden met de persoon die arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid wil verrichten, waarbij onder meer de volgende zaken worden nagegaan: a) of de persoon in aanmerking komt om deel te nemen aan arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid volgens de bepalingen van artikel 42;b) of de rechten die verbonden zijn aan het statuut van de persoon verzekerd blijven en de plichten die verbonden zijn aan het statuut van de persoon vervuld zijn bij een deelname aan arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, waarbij de begeleider arbeidsmatige activiteiten de persoon hiervoor de nodige begeleiding biedt en hierover kan overleggen met de terzake bevoegde instanties;2° zoeken naar passende arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid en een werkpost voor de deelnemer;3° een ontwerp van overeenkomst opstellen volgens het model, vermeld in artikel 44, § 2, derde lid;4° de deelnemer begeleiden bij de start op de werkpost en opvolgen tijdens de duur van de arbeidsmatige activiteiten in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid;5° de rol van aanspre …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.