← België

Besluit van de Interregionale Verpakkingscommissie tot erkenning van de vereniging zonder winstoogmerk Fost Plus, Olympiadenlaan 2, 1140 Evere als org

Kort samengevat

Dit besluit erkent de vereniging zonder winstoogmerk Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval en stelt de voorwaarden vast waaraan zij moet voldoen. Het regelt de inzameling en recyclage van huishoudelijk verpakkingsafval in België.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
20 DECEMBER 2018. - Besluit van de Interregionale Verpakkingscommissie tot erkenning van de vereniging zonder winstoogmerk Fost Plus, Olympiadenlaan 2, 1140 Evere als organisme voor verpakkingsafval De Interregionale Verpakkingscommissie, Gelet op de richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen; Gelet op de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad 94/62/EG van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval; Gelet op het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verder aangeduid met de term `samenwerkingsakkoord'; Gelet op de gewestelijke afvalstoffenplannen; Gelet op de beslissingen van de Interregionale Verpakkingscommissie van 1 maart 2018, houdende aanduiding van de voorzitter en de ondervoorzitters van het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie; Gelet op de erkenningsaanvraag van Fost Plus, ingediend op 29 juni 2018; gelet op de ontvankelijkheid ervan; Gelet op de aanvullingen op het dossier die via elektronische weg werden meegedeeld op datum van 10 augustus 2018 en via schrijven de dato 2 oktober 2018, ontvangen op 4 oktober 2018; Gelet op de hoorzittingen met Fost Plus op 18 oktober 2018 en op 6 december 2018; gelet op de schriftelijke consultatie van Fost Plus op 10 december 2018; Gelet op de hoorzitting met Interafval, Copidec en Go4Circle op 18 oktober 2018; gelet op de schriftelijke consultatie van Interafval, Copidec en Go4Circle op 10 december 2018; Gelet op de schriftelijke en mondelinge opmerkingen die door de verschillende partijen werden naar voren gebracht in het kader van de hoorzittingen en de consultaties; Overwegende dat de persoon van privaatrecht aan wie de uitvoering van de verplichtingen van de verpakkingsverantwoordelijken met betrekking tot huishoudelijk verpakkingsafval wordt toevertrouwd een taak als openbare dienst vervult, onder controle van de overheid; Overwegende dat Fost Plus voldoet aan alle vereisten van artikel 9 van het samenwerkingsakkoord; Overwegende dat krachtens de statuten van Fost Plus, gecoördineerd op 25 juni 2018 en opgestuurd voor publicatie in het Belgisch Staatsblad, Fost Plus is opgericht als vereniging zonder winstgevend doel en als uitsluitend statutair doel heeft het voor rekening van de leden ten laste nemen van de terugnameplicht krachtens artikel 6 van het samenwerkingsakkoord; Overwegende dat de beheerders van Fost Plus en de personen die Fost Plus kunnen verbinden, hun burgerlijke en politieke rechten bezitten en niet zijn veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie; Overwegende dat Fost Plus over de nodige middelen beschikt om de terugnameplicht te vervullen; Overwegende dat huidige erkenning de voorwaarden bepaalt waaraan het erkende organisme zich moet houden; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie het werkingsgebied van het erkende organisme bepaalt; Overwegende dat het noodzakelijk is om een voorbeeldenlijst op te stellen om te bepalen welke verpakkingen doorgaans bestemd zijn voor gebruik door de huishoudens; Overwegende dat deze lijst moet kunnen aangepast worden aan de technologische vooruitgang en de wijzigende verpakkingstechnieken, waarbij evenwel moet opgelet worden geen rechtsonzekerheid te creëren; Overwegende dat artikel 13, § 1, 1° en 3°, van het samenwerkingsakkoord bepaalt dat het erkende organisme voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong het gehele grondgebied op homogene wijze moet bestrijken en dat het in elk gewest een gelijkwaardig percentage van de bevolking moet bedienen; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie door middel van haar besluit van 4 mei 2017 de vorige erkenning van Fost Plus, de dato 19 december 2013, tussentijds gewijzigd heeft; dat deze wijziging in de eerste plaats tot doel had om aan Fost Plus de opdracht te geven om tegen 1 januari 2018 bij de Interregionale Verpakkingscommissie een implementatieplan in te dienen, teneinde tegen 31 december 2019 te komen tot een verruiming van de selectieve inzameling van huishoudelijk plastic verpakkingen; Overwegende dat Fost Plus dit implementatieplan heeft ingediend en dat hierover een ruime dialoog heeft plaatsgevonden tussen Fost Plus en de Interregionale Verpakkingscommissie, die geleid heeft tot de goedkeuring door de Interregionale Verpakkingscommissie van een bijgestuurd implementatieplan op 7 juni 2018; Overwegende dat het bijgestuurde implementatieplan en de goedkeuring door de Interregionale Verpakkingscommissie integraal werden opgenomen in de erkenningsaanvraag van Fost Plus, maar dat het, omwille van de duidelijkheid, aangewezen is om de timing en sommige essentiële bestanddelen van het implementatieplan in de erkenning op te nemen; Overwegende dat de verruiming van de selectieve inzameling van huishoudelijk plastic verpakkingen, zoals opgenomen in het goedgekeurde implementatieplan, ook inhoudt dat er een nieuwe sorteerboodschap moet ontwikkeld worden voor de consument; dat dit van groot maatschappelijk belang is en dat er daarom een zo ruim mogelijke consensus over moet worden gezocht tussen de betrokken partijen; Overwegende dat de sorteerboodschap zo eenvoudig en eenduidig mogelijk moet zijn, om het maatschappelijk draagvlak te maximaliseren en om een efficiënte nationale communicatie mogelijk te maken; dat in dat kader ook de toevoeging van beperkte hoeveelheden niet-verpakkingsafval moet onderzocht worden; Overwegende dat het erkende organisme voor elk van de materialen die in de berekening van het globale recyclagepercentage worden meegerekend en die een relevant deel uitmaken van het huishoudelijke verpakkingsafval, het in het samenwerkingsakkoord bepaalde minimum recyclagepercentage moet bereiken; Overwegende dat het, rekening houdend met de grote diversiteit van samengestelde verpakkingen, moeilijk is om voor de `samengestelde verpakkingen' specifieke percentages te voorzien; dat men de "drankkartons" evenwel kan identificeren als een apart verpakkingsmateriaal vanwege de grote omvang van deze fractie, haar homogeniteit en het bestaan van een specifieke recyclageketen; Overwegende dat de Europese Richtlijn 2018/852 van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval een aparte doelstelling opneemt voor aluminium (of non-ferro-metalen) en voor ferro-metalen; dat deze Richtlijn nog moet omgezet worden in Belgisch recht door een wijziging van het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten; dat het aangewezen is om te anticiperen op deze wijziging, die reeds in voorbereiding is; Overwegende dat de geplande wijziging van het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten ook een nieuwe doelstelling zal bevatten inzake inzameling en recyclage van drankverpakkingen; dat het aangewezen is ook hierop te anticiperen; Overwegende dat, overeenkomstig het samenwerkingsakkoord, de Interregionale Verpakkingscommissie binnen de grenzen van het Europees recht autonoom de berekeningsmethodes van de recyclagepercentages bepaalt, met inbegrip van de modaliteiten betreffende eventuele correcties, en dat zij moet kunnen verifiëren hoe de recyclagepercentages in de praktijk worden bereikt; Overwegende dat het in de berekening van het voor recyclage ingezameld huishoudelijk verpakkingsafval mogelijk moet zijn om ook niet selectieve en/of niet-huishoudelijke afvalstromen in rekening te brengen, voor zover het afval dat niet van huishoudelijke verpakkingen afkomstig is of dat verloren gaat voor de recyclage, volledig kan worden uitgesloten, dit alles met het doel het systeem zo dicht mogelijk met de realiteit op het terrein te doen overeenstemmen; Overwegende dat vele niet-huishoudens de facto gebruik maken van de huishoudelijke inzamelingen; dat het voor de rechtspersonen van publiekrecht en de privé-operatoren die instaan voor de huishoudelijke afvalophalingen, niet altijd gemakkelijk is om de lijn te trekken tussen wat huishoudelijk en wat bedrijfsmatig is, bijvoorbeeld in het geval van een broodjeszaak die in aaneengesloten bebouwing tussen privé-woningen staat; Overwegende dat de afvalstoffen die bij de binnenscheepvaart ingezameld worden, onder de noemer "huishoudelijke afval" vallen, aangezien de binnenschippers in de regel op hun boten wonen; Overwegende dat de Europese Richtlijn 2018/852 van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval toelaat om metalen die gerecupereerd worden uit verbrandingsassen in rekening te brengen voor het recyclageresultaat, maar dat dit in verhouding moet staan tot het aandeel verbrand verpakkingsafval; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie bij de berekening van de werkelijk gerecycleerde hoeveelheden de Europese beslissingen zal opvolgen omtrent de materiaalverliezen die zich in de loop van elk recyclageproces voordoen en omtrent de in het verpakkingsafval aanwezige onzuiverheden en vocht; Overwegende dat de sorteerresidu's van de nieuwe P+MD-zak, waarbij de P staat voor alle huishoudelijke plastic verpakkingen, in de regel niet zullen bestaan uit huishoudelijk verpakkingsafval; Overwegende dat lidstaten volgens het Europese recht de verplichting hebben een circulaire economie te promoten; dat in het kader van circulariteit niet enkel de rendementen van recyclage van belang zijn, maar ook de kwaliteit van de recyclage; dat Fost Plus een belangrijke rol kan en moet spelen door via de modelbestekken circulaire toepassingen te promoten, zoals de recyclage van PET-flessen tot nieuwe PET-flessen; Overwegende dat de Europese Richtlijn 2018/852 van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval zeer duidelijk stelt dat, wanneer het gewicht van het gerecycleerde verpakkingsafval aan de output van een sorteerproces worden gemeten, enkel mag rekening gehouden worden met de stromen die effectief worden gerecycleerd en dat dus niet mag rekening gehouden worden met het gewicht van materialen of stoffen die worden verwijderd bij verdere processen voorafgaand aan het recyclageproces en die daarna niet worden gerecycleerd; Overwegende dat de vergoeding van de kosten van inzameling en sortering van verpakkingsafval met het oog op recyclage moet gebeuren volgens modaliteiten die zijn geïnspireerd op het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van de vergoeding aan de reële en volledige kosten, zoals uitgedrukt in de artikelen 3, 10 en 13 van het samenwerkingsakkoord; Overwegende dat het erkende organisme moet streven naar optimalisatie door een zo efficiënt mogelijke dienstverlening, teneinde de kosten te minimaliseren die voor de consument voortvloeien uit de terugnameplicht, hierbij rekening houdend met de maatschappelijke behoeften; Overwegende dat voor de rechtspersonen van publiekrecht die in regie werken, dit wil zeggen met eigen personeel en materieel, een kostenvergoeding zich opdringt die in overstemming is met de totale en reële kosten van de rechtspersonen; dat gedurende de onderhandelingen omtrent de vernieuwing van het contract met Fost Plus de rechtspersoon van publiekrecht niet zonder betaling kan blijven voor de aangetoonde kosten; dat het logisch is om de in het verleden overeengekomen tarieven voor een beperkte periode voort te zetten, aangezien deze tarieven bij het sluiten van het vorige contract een ontegensprekelijke weerspiegeling van de totale en reële kost waren; dat evenwel de mogelijkheden tot indexering van deze prijzen moeten beperkt worden in de tijd; Overwegende dat de verruiming van de selectieve inzameling van huishoudelijk plastic verpakkingen, zoals opgenomen in het goedgekeurde implementatieplan, belangrijke investeringen in de sorteerinfrastructuur noodzakelijk maakt; dat het op voorhand moeilijk in te schatten is wat de eigenlijke sorteerkosten in de nieuwe of vernieuwde sorteercentra zullen zijn, omdat het gaat om een nieuw type sortering, dat fundamenteel anders is dan de klassieke PMD-sortering en dat ook sterk afwijkt van de sorteerprocessen voor gemengde plastics die in de buurlanden bestaan; Overwegende dat voor de private sorteercentra deze onduidelijkheid kan weggenomen worden door het gebruik van een nieuw modelbestek voor de sortering van het P+MD, waarin de nodige flexibiliteit en met name prijsherzieningen worden opgenomen; dat dit modelbestek zich nog niet in de erkenningsaanvraag bevond, waardoor een procedure voor de goedkeuring ervan door de Interregionale Verpakkingscommissie in de erkenning moet voorzien worden; Overwegende dat de territoriaal bevoegde rechtspersonen van publiekrecht de mogelijkheid hebben om zelf een nieuwe sorteerinstallatie te bouwen en te exploiteren of om hun bestaande installatie aan te passen; dat voor deze sortering in regie bijzondere bepalingen moeten opgenomen worden in de erkenning; dat het daarbij van belang is om de principes inzake de kostendekking door Fost Plus vast te leggen, maar dat de concrete modaliteiten in het contract tussen Fost Plus en elke rechtspersoon van publiekrecht moeten worden bepaald; Overwegende dat de eigenlijke sorteerkosten in de erkenning voorlopig worden vastgelegd, maar dat de partijen hiervan contractueel kunnen afwijken; dat deze kosten jaarlijks moeten geëvalueerd worden, teneinde ze met de totale en reële kost te laten overeenstemmen; Overwegende dat door de gedetailleerde beschrijving in de erkenning van een basisscenario dat vergoed wordt aan de reële en volledige kosten, tevens de referentie wordt bepaald op het vlak van de kostenvergoeding, voor wanneer het erkende organisme de inzamel- en sorteerkosten vergoedt van de rechtspersonen van publiekrecht die andere en duurdere scenario's hebben opgezet; dat in deze gevallen een vergoeding aan de referentiekost zich opdringt; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie instaat voor de objectiviteit van de jaarlijks berekende referentiekosten en -waarden; dat zij zich hiervoor baseert op de concrete voorstellen die Fost Plus uitwerkt; dat ook de rechtspersonen van publiekrecht hun inbreng moeten kunnen doen; Overwegende dat aan het begin van de nieuwe erkenningsperiode een grondig debat moet kunnen plaatsvinden tussen de betrokken partijen over de methode voor het bepalen van de referentiekosten, waarbij de basisgegevens in alle transparantie worden gedeeld; Overwegende dat huidige erkenning tot doel heeft om te komen tot een zo hoog mogelijk inzamel- en recyclagepercentage, door middel van efficiënte en effectieve basisscenario's, gelet op het maatschappelijk belang om de kosten te minimaliseren die voor de consument voortvloeien uit de terugnameplicht; Overwegende dat de basisscenario's naar redelijkheid moeten kunnen worden aangepast aan bepaalde plaatselijke bijzonderheden; Overwegende dat in het kader van het goedgekeurde implementatieplan betreffende de verruiming van de selectieve inzameling van huishoudelijk plastic verpakkingen, ook overgangsscenario's waren afgesproken; dat hiervoor de vergoedingsmodaliteiten moeten vastgelegd worden; Overwegende dat, wanneer de inzamelfrequentie "om de 4 weken", respectievelijk "om de 2 weken" vergoed wordt aan de totale en reële kost, dit impliceert dat ook de inzameling "maandelijks", respectievelijk "2 keer per maand" is toegelaten en vergoed wordt aan de totale en reële kost; Overwegende dat de huis-aan-huis inzameling van papier/karton in de meeste gevallen zonder containers gebeurt; dat de burgers hun papier/karton bijeengebonden of in een kartonnen doos aanbieden; dat evenwel deze inzamelmethode fysiek belastend is voor de ophalers en niet toelaat om de inzameling effectief te beperken tot de huisgezinnen; dat daarom sommige rechtspersonen van publiekrecht kiezen voor een inzameling door middel van individuele containers; dat deze keuze principieel moet aanvaard worden en dat deze inzameling dus moet vergoed worden aan de totale en reële kost; Overwegende dat de kosten voor de aankoop van de individuele papier/karton-containers principieel ook onder de plicht tot vergoeding van de totale en reële kosten vallen, voor wat het gedeelte verpakkingen in de gemengde stroom betreft; dat het aangewezen is om de vergoedingsplicht voor de containers in de erkenning te begrenzen, teneinde aan Fost Plus budgetmatige stabiliteit te bieden; dat de Gewesten een uitbreiding tot maximum 20% van het deel van de bevolking dat het papier/karton aanbiedt voor huis-aan-huis inzameling in individuele containers, aanvaardbaar achten; dat moet gewaakt worden over de gelijke behandeling van de verschillende rechtspersonen van publiekrecht; Overwegende dat een duo-inzameling van papier/karton en P(+)MD vanuit economisch, ecologisch en maatschappelijk oogpunt gelijkwaardig kan zijn aan een afzonderlijke inzameling van deze fracties; Overwegende dat de densiteit van het (bovengrondse) glasbollennetwerk aangepast moet zijn aan de bevolkingsdichtheid en de geografische omstandigheden; dat ook met de kwaliteit van het netwerk rekening moet worden gehouden; Overwegende dat "deelgemeente" in de laatste zin van artikel 6, G verwijst naar de gemeenten voor de fusies van 1976; Overwegende dat ingegraven glasbollen soms de meest geschikte oplossing zijn voor een bepaalde omgeving en dat men in dat geval een billijke vergoeding hiervoor moet voorzien, waarbij met name rekening wordt gehouden met de hoge investeringskosten; dat ingegraven glasbollen kaderen binnen de optimalisering van het glasbollennetwerk, die van prioritair belang is; Overwegende dat de Gewesten tegen het einde van de erkenningsperiode willen komen tot een verhoging van het aantal ingegraven glasbollen in het totale glasbollennetwerk; dat de Gewesten het billijk achten dat de investeringskosten verbonden aan de ingegraven glasbollen voor de helft door Fost Plus en voor de andere helft door de rechtspersonen van publiekrecht gedragen worden; dat deze laatsten hiervoor mogen gebruik maken van de 0,12 EUR per inwoner die Fost Plus als aanvullende tussenkomst voor glas betaalt, maar dat de bijdrage van Fost Plus niet uit deze aanvullende tussenkomst kan genomen worden; Overwegende dat het aangewezen is om de vergoedingsplicht voor Fost Plus in de erkenning te begrenzen, teneinde aan Fost Plus budgetmatige stabiliteit te bieden; dat de Gewesten een uitbreiding met maximum 600 bijkomende ondergrondse glasbolsites aanvaardbaar achten; Overwegende dat ingegraven glasbollen in het gebruik niet noodzakelijk veel duurder zijn dan bovengrondse glasbollen; dat de ingegraven glasbollen zo goed als mogelijk moeten geïntegreerd worden in het normale ledigingsschema van het glasbollennetwerk; Overwegende dat bijzondere maatregelen inzake de frequentie van de selectieve inzamelingen wenselijk zijn voor de grootsteden en dichtbevolkte gebieden; dat de financiering door Fost Plus van deze verhoging van de inzamelfrequentie moet verantwoord worden door redenen van verbeteren van de selectieve inzameling of door redenen van openbare netheid, waarbij de selectieve inzameling op hetzelfde niveau blijft; Overwegende dat in sommige toeristische zones, waarbij met name wordt gedacht aan de Belgische Kust, de bevolkingsdichtheid tijdens het toeristische seizoen stijgt tot boven de drempel die werd bepaald voor de dichtbevolkte gebieden, namelijk 1.000 inwoners per km2; dat dit niet noodzakelijk in de hele gemeente het geval zal zijn; dat in deze delen van gemeenten tijdens het toeristische seizoen eenzelfde verhoging van inzamelfrequentie moet kunnen voorzien worden als voor de dichtbevolkte gebieden; Overwegende dat verschillende rechtspersonen van publiekrecht ervoor gekozen hebben om diverse brengsystemen op korte afstand in te stellen; dat deze door Fost Plus moeten vergoed worden aan de totale en reële kost, voor zover deze brengsystemen in de plaats komen van de basisinzameling huis-aan-huis; Overwegende dat in sommige grote steden en toeristische zones er ernstige problemen van mobiliteit zijn; dat deze problemen de huis-aan-huis inzameling van het verpakkingsafval sterk kunnen hinderen; dat avond- of weekendinzamelingen in bepaalde gevallen de aangewezen oplossing zijn, maar dat de noodzaak hiervan moet kunnen aangetoond worden door de rechtspersonen van publiekrecht; Overwegende dat, wanneer een rechtspersoon van publiekrecht aantoont dat avond- of weekendinzamelingen nodig zijn om ernstige problemen van mobiliteit te vermijden, Fost Plus de eventuele meerkosten die hieraan verbonden zijn, niet principieel mag weigeren op grond van een vergelijking met gemiddelde inzamelkosten; dat de Gewesten van oordeel zijn dat Fost Plus en de rechtspersoon van publiekrecht elk hun deel van de verantwoordelijkheid moeten dragen voor de eventuele meerkosten; Overwegende dat het basisscenario voor de inzameling van de stromen huishoudelijk verpakkingsafval de huis-aan-huis inzameling is, behoudens uitzondering; dat Fost Plus daarvoor de totale en reële kosten moet betalen; dat Fost Plus voorstelt in zijn erkenningsaanvraag om de inzameling op de recyclageparken van de stromen huishoudelijk verpakkingsafval stop te zetten, hetgeen niet aanvaardbaar is, maar dat de inzameling op de recyclageparken aanvullend is; Overwegende dat voor de aanvullende inzameling op de recyclageparken Fost Plus moet instaan voor de directe kosten van huur en lediging van de containers, omdat de ingezamelde hoeveelheden door Fost Plus worden uitgesorteerd, gerecycleerd en in rekening gebracht; Overwegende dat voor de indirecte kosten verbonden aan het gebruik van de recyclageparken Fost Plus moet verantwoordelijk gesteld worden, wanneer op de recyclageparken een significant deel van de afvalstroom (bijvoorbeeld 25%) wordt ingezameld; dat het hier in de praktijk enkel gaat over de stromen P(+)MD en papier/karton; Overwegende dat de inzamelgraden van verpakkingsafval op de containerparken sterk verschillen van de ene tot de andere rechtspersoon van publiekrecht; Overwegende dat, om praktische redenen en teneinde betwistingen en het risico op onbillijke behandeling tussen rechtspersonen van publiekrecht te vermijden, het gepast is om in de erkenning deze vergoedingsplicht om te zetten naar een forfaitaire vergoeding per recyclagepark; Overwegende dat overeenkomstig artikel 10, § 2, 6°, van het samenwerkingsakkoord, de financiële verantwoordelijkheid van het erkende organisme zich eveneens uitstrekt tot andere materiaalstromen dan deze voorzien in de basisscenario's, die soms via een huis-aan-huis inzameling, soms via de recyclageparken, ingezameld worden door de rechtspersonen van publiekrecht, voor zover het afval afkomstig is van huishoudelijke verpakkingen en de recyclage ervan kan aangetoond worden; Overwegende dat het hier in het verleden ging over niet onbelangrijke hoeveelheden, hoofdzakelijk van huishoudelijke plastic verpakkingen; dat het grootste deel van deze hoeveelheden in de toekomst ingezameld zullen worden in de uitgebreide P+MD-fractie, die alle huishoudelijke plastic verpakkingsafvalstoffen zal omvatten, met slechts beperkte uitzonderingen; Overwegende evenwel dat in de voorziene overgangsfase, in aanloop naar de uitgebreide P+MD-fractie, sommige huishoudelijke plastic verpakkingen nog steeds selectief ingezameld worden op een andere wijze; dat bijvoorbeeld verschillende rechtspersonen van publiekrecht in het verleden gekozen hebben voor een inzameling van restplastics als aanvulling op de klassieke PMD-zak, hetzij op de recyclageparken, hetzij huis-aan-huis; dat hiervoor in de erkenning de modaliteiten van vergoeding van de totale en reële kosten door Fost Plus moeten bepaald worden; Overwegende dat de kosten die Fost Plus voor deze stromen betaalt, in het kader van het door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurde implementatieplan, niet enkel de kosten van inzameling, maar ook deze van verwerking moeten dekken; dat het gepast is deze vergoedingen forfaitair vast te leggen in de erkenning, teneinde betwistingen te vermijden; Overwegende dat het aangewezen is om eenzelfde forfaitair tarief te voorzien voor de inzameling op de recyclageparken van restplastics, plastic folies, bloempotjes en marginale stromen, zoals kurken van wijnflessen; dat evenwel dit tarief vanaf het jaar 2021 niet van toepassing zal zijn voor de KGA-stroom, waarvoor in deze erkenning vanaf dat jaar een ander regime van vergoedingen wordt voorzien; Overwegende dat pilootprojecten wenselijk zijn, om op zoek te gaan naar alternatieve scenario's die efficiënt zijn inzake kosten en inzake resultaten; dat alle partijen hierbij gebaat zijn; dat de pilootprojecten ook tot doel kunnen hebben om een beter evenwicht te vinden tussen de preventie en het beheer van verpakkingsafval; Overwegende dat het noodzakelijk is om de pilootprojecten en hun evaluatie te omgeven met randvoorwaarden die garanties geven inzake de budgettaire stabiliteit van het erkende organisme en de principiële gelijke behandeling van de rechtspersonen van publiekrecht; Overwegende dat de pilootprojecten moeten begeleid en geëvalueerd worden; dat de evaluatie op een objectieve en tegenstelbare wijze moet verlopen; Overwegende dat de keuze door de rechtspersoon van publiekrecht van het inzamelscenario de verkoopwaarde van de materialen, die in principe aan Fost Plus toekomt, op ongunstige wijze kan beïnvloeden; dat moet worden vermeden dat de aan de rechtspersonen van publiekrecht gelaten vrijheid Fost Plus onverantwoorde financiële schade zou toebrengen; Overwegende dat het erkende organisme, samen met de rechtspersoon van publiekrecht, de huis-aan-huisinzameling van de gemengde fractie papier/karton organiseert; dat bijgevolg het aandeel verpakkingsafval in deze stroom moet vastgelegd worden, waarbij voor de vergoeding van deze stroom, naast het gewicht, ook rekening moet gehouden worden met het densiteitverschil tussen papier en karton; Overwegende dat in het recente verleden door de Interregionale Verpakkingscommissie studies werden uitgevoerd betreffende de samenstelling van de gemengde fractie papier/karton; dat de Interregionale Verpakkingscommissie in de loop van 2018 een aanvullende studie heeft uitgevoerd inzake de kostentoewijzing aan het deel verpakkingen van de stroom papier/karton; dat in het kader van deze studie ook de samenstelling van de stroom opnieuw geanalyseerd werd; dat Fost Plus bij de opvolging van deze studie betrokken werd; dat deze studie de resultaten van de voorgaande studies in grote lijnen bevestigt; Overwegende dat de studie van de Interregionale Verpakkingscommissie van 2018 het aandeel in gewicht van de verpakkingen in de stroom papier/karton voor een exclusief huishoudelijk staal bevestigt en het te vergoeden kostenaandeel, in relatie tot dit exclusief huishoudelijk staal, rekening houdend met het gewicht van respectievelijk de huis-aan-huis inzameling en de inzameling op de recyclageparken van papier/karton en in gelijke mate rekening houdend met de beide in de studie onderzochte methodes voor het bepalen van de niet-gecompacteerde volumes van de fracties verpakkingen en niet-verpakkingen, vastlegt op 44 percent; Overwegende dat het noodzakelijk is om nader te bepalen welke stromen verpakkingsafval in de eerste plaats in rekening worden gebracht voor het bereiken door het erkende organisme van het in het samenwerkingsakkoord voorziene percentage van nuttige toepassing, en dit op een wijze die ertoe strekt de verschillende partijen te responsabiliseren; Overwegende, in het geval Fost Plus de bijkomende tonnages verpakkingsafval verbrand via restafval nodig heeft voor het halen van de doelstelling voor nuttige toepassing, dat het op basis van artikel 13, § 1, 1° en 3°, van het samenwerkingsakkoord noodzakelijk is dat het erkende organisme op het vlak van de kosten voor de inzameling, het transport en de verbranding met energierecuperatie van niet-selectieve stromen voor elk gewest op dezelfde manier in de kosten bijdraagt; dat hiertoe een vaste verdeelsleutel tussen de gewesten noodzakelijk is; dat de hoogte van de vergoedingen bepaald worden op basis van het geheel van de gegevens waarover de Interregionale Verpakkingscommissie beschikt; Overwegende, voor de vergoeding van metalen verpakkingsafval uit schroot, dat het op basis van artikel 13, § 1, 1° en 3°, van het samenwerkingsakkoord noodzakelijk is dat het erkende organisme op het vlak van de kosten voor de inzameling, het transport en de verbranding met energierecuperatie van niet-selectieve stromen voor elke rechtspersoon van publiekrecht op dezelfde manier in de kosten bijdraagt; dat hiertoe een vaste verdeelsleutel noodzakelijk is; dat de hoogte van de vergoedingen bepaald worden op basis van het geheel van de gegevens waarover de Interregionale Verpakkingscommissie beschikt; Overwegende dat de quasi onvermijdelijke vervuiling van bovengrondse glasbolsites met achtergelaten zwerfvuil een maatschappelijk storend fenomeen is; dat Fost Plus kan meehelpen aan de oplossing van dit fenomeen, door bijzondere acties ter preventie van zwerfvuil, door het plaatsen van ingegraven bollen te ondersteunen, door een strenge controle op de naleving van de contracten en bestekken en door een beperkte financiële tussenkomst in de kosten van de aanvullende reinigingen van de bovengrondse glasbolsites door de rechtspersonen van publiekrecht; Overwegende dat in functie van de lokale omstandigheden moet kunnen geopteerd worden voor verschillende modaliteiten voor de glasinzameling, maar dat geen ongelijke behandeling van de rechtspersonen van publiekrecht kan worden aanvaard; dat een globale oplossing voor de glasinzameling zich opdringt; dat ook het plaatsen van ingegraven glasbollen past binnen deze globale oplossing; Overwegende dat het wenselijk is om tegen het einde van de erkenningsperiode te komen tot een verhoging van het aantal ingegraven glasbollen; dat de financiële verantwoordelijkheid van Fost Plus inzake het plaatsen van ingegraven glasbollen moet worden vastgelegd, zonder de rechtspersonen van publiekrecht te beperken in hun keuze van de aangewezen inzamelrecipiënten voor glas; Overwegende dat een billijke forfaitaire vergoeding, in het licht van het geheel van de financiële gegevens waarover de Interregionale Verpakkingscommissie beschikt, dit gelijkheidsbeginsel kan garanderen; dat evenwel duidelijk moet zijn dat deze vergoeding uitsluitend kan dienen voor reële investeringen; dat de Interregionale Verpakkingscommissie hierop moet toezien; Overwegende dat overeenkomstig artikel 10, § 2, 6°, van het samenwerkingsakkoord, de vergoeding van de reële en volledige kosten van de door de rechtspersoon van publiekrecht uitgevoerde activiteiten, zich uitstrekt tot de kosten die veroorzaakt worden door de opvolging van de projecten van selectieve inzameling; dat er met het oog op een volledige gelijkheid tussen de rechtspersoon van publiekrecht een gemeenschappelijke basis moet worden vastgelegd met betrekking tot de berekening van deze vergoeding; Overwegende dat de toepassing van de principes voor de berekening van de kosten van de projectopvolging, zoals die in vorige erkenningen waren opgenomen, ingevolge de invoering van de P+MD inzameling, tot een sterke toename van de vergoedingen zou leiden en dat deze toename niet in verhouding zou staan tot de werkelijke kosten van de projectopvolging; Overwegende dat de forfaitarisering van de vergoeding van de opvolgingskosten wenselijk is vanuit het gelijkheidsbeginsel; dat er immers geen direct verband is tussen de gemaakte kosten voor de opvolging van het project en kosten van het project zelf; dat evenwel een correctie dient te worden gemaakt voor de rechtspersonen van publiekrecht met een lage bevolkingsdichtheid, die in de praktijk wel met verhoogde projectopvolgingskosten geconfronteerd worden; Overwegende dat de hoogte van de forfaitaire vergoeding van de projectopvolgingskosten dient bepaald te worden op basis van de vergoedingen die in het verleden betaald werden door Fost Plus voor deze dienstverlening en die kostendekkend waren; dat noch een verhoging, noch een verlaging aan de orde is; Overwegende dat in de geest van de gelijke behandeling van de rechtspersonen van publiekrecht de berekening van de zogenaamde "winst" op de verkoop van de blauwe zakken hetzelfde moet zijn voor alle rechtspersonen van publiekrecht; dat, met het oog op een strikte gelijkheid tussen de consumenten de bestemming van deze "winst" voor elke rechtspersoon van publiekrecht op dezelfde wijze moet worden geregeld; Overwegende dat de intercommunale kan eisen dat de PMD-zakken door Fost Plus zouden worden verdeeld; Overwegende dat de communicatie op lokaal vlak, of de projectgebonden communicatie, tot doel heeft om praktische informatie ter beschikking van de burgers te stellen, die bestemd is om de kwaliteit van de inzameling, de sortering en de recyclage te garanderen en te verbeteren; dat de hiermee verband houdende kosten door het erkende organisme moeten worden gedekt; dat per rechtspersoon van publiekrecht de aangewezen acties verschillend kunnen zijn; Overwegende dat de strategie voor lokale communicatie in alle geval bepaald moet worden in een geest van dialoog en overleg tussen het erkende organisme en de rechtspersoon van publiekrecht; Overwegende dat bijzondere aandacht moet gegeven worden aan de invoering van de P+MD-inzameling, waarvoor bijzondere acties moeten voorzien worden; Overwegende dat de rechtspersonen van publiekrecht het residupercentage van de PMD-sortering op een positieve wijze kunnen beïnvloeden, dankzij diverse acties bij de burgers en bij de sorteercentra; Overwegende dat het aangewezen is dat het erkende organisme dit soort acties, die bijdragen tot het bereiken van de gewenste recyclagepercentages, aanmoedigt door middel van een financiële beloning; Overwegende dat het te vroeg is om een dergelijke regeling ook te voorzien voor de nieuwe P+MD-inzameling; Overwegende dat het Europees recht en met name de Europese richtlijn 2018/851 van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen aan de Lidstaten oplegt om aan beheersorganismen in het kader van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid minimale werkingsvoorwaarden op te leggen; dat deze minimale vereisten onder meer tot doel moeten hebben om de kosten van de verwerking van, om redenen van verontreiniging, niet recycleerbare stromen te dragen; Overwegende dat voor het jaar 2017 het totale tonnage dat wordt ingezameld in de stroom "Klein Gevaarlijk Afval (KGA)" in het Vlaamse Gewest, in de stroom "Déchets Spéciaux des Ménages (DSM)" in het Waalse Gewest en in de stroom "Huishoudelijk Chemisch Afval (HCA)" in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, na correctie voor de vergoedingen die reeds betaald worden door Fost Plus voor het gerecycleerde verpakkingsafval, ingeschat wordt op 6.145 ton; Overwegende dat de gewogen gemiddelde verwerkingskost voor deze stroom voor het jaar 2017 ingeschat wordt op 600 EUR per ton; Overwegende dat deze bijkomende kostenpost voor Fost Plus een gevoelige impact zal hebben op de berekeningswijze van de tarieven voor zijn leden en dat daarom een redelijke termijn moet worden opgelegd aan het erkende organisme om deze kosten op te nemen; dat deze termijn ook moet toelaten om tot een meer precieze inschatting van de tonnages en van de gewogen gemiddelde kosten per ton te komen; dat deze termijn daarenboven aan Fost Plus moet toelaten om de nodige voorstellen te doen om tot een kostenoptimalisatie te komen, in overleg met de rechtspersonen van publiekrecht; Overwegende dat overeenkomstig de artikelen 10, § 2, 6°, en 13, § 1, 7°, van het samenwerkingsakkoord het modelcontract zoals goedgekeurd door de Interregionale Verpakkingscommissie als model dient voor de relaties tussen het erkende organisme en elke rechtspersoon van publiekrecht; Overwegende dat het modelcontract niet op definitieve manier kan worden goedgekeurd in deze erkenningstekst, vermits de erkenning een aantal belangrijke wijzigingen aan het modelcontract oplegt; dat een navolgende goedkeuringsprocedure moet worden voorzien, die redelijke termijnen bevat; Overwegende dat het modelcontract ook de modelbestekken voor de inzameling, de sortering en de verwerving omvat, aangezien deze formeel een bijlage zijn bij het modelcontract; Overwegende dat het van het allergrootste belang is, omwille van de uniformiteit van de verschillende lopende, te sluiten of te onderhandelen overeenkomsten, dat er voorzien wordt in een procedure ter aanpassing van de overeenkomsten; dat er met name redelijke termijnen vereist zijn; Overwegende dat het noodzakelijk is om in de huidige erkenning de principes te voorzien die door het erkende organisme nageleefd moeten worden in het geval voornoemde zelf de markten voor selectieve inzameling, sortering en/of recyclage toewijst, teneinde enerzijds alle hierbij betrokken actoren te verenigen en anderzijds de naleving van de regels van transparantie, gelijkheid en vrije concurrentie te waarborgen; Overwegende dat in toepassing van het samenwerkingsakkoord het erkende organisme slechts een markt voor de selectieve inzameling of sortering zal toewijzen in het geval dat de rechtspersoon van publiekrecht hiervan afziet; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie in het kader van haar controleopdracht ten aanzien van Fost Plus geïnformeerd moet worden over de prijzen van de gegunde markten; dat de gunningsverslagen strikt genomen deel uitmaken van het contract tussen Fost Plus en de rechtspersoon van publiekrecht; Overwegende dat het systematisch overmaken van de prijzen van de nieuw toegewezen markten, alsook van een samenvattend document, noodzakelijk is om de Interregionale Verpakkingscommissie toe te laten haar taken op een efficiënte manier te vervullen; Overwegende dat, met het oog op het verenigen van alle betrokken actoren in elke fase van de gunningsprocedure van de opdrachten, voorzien moet worden in de tussenkomst van een gemengd comité, waarin ook de Interregionale Verpakkingscommissie als waarnemer aanwezig is; dat de samenstelling van dit comité kan variëren naar gelang van de taken die het gevraagd wordt uit te voeren; dat ook de aanwezigheid in het gemengd comité van een federatie die de bedrijven voor het beheer van afvalstoffen vertegenwoordigt, duidelijk een toegevoegde waarde heeft, maar dat deze federatie geen stemrecht kan hebben en dat zij niet kan deelnemen aan een vergadering, wanneer er mogelijks een belangenconflict is, zoals wanneer er kennis wordt genomen van concrete offertes; dat het huishoudelijk reglement van het gemengd comité de gevallen kan omschrijven waarin er een risico op belangenvermenging is; Overwegende dat het van groot belang is dat er een controle gebeurt van de recyclage van de ingezamelde, gesorteerde en verworven hoeveelheden, volgens regels die efficiëntie, onpartijdigheid, vertrouwelijkheid verzekeren; dat deze controle tot doel heeft een volledige en onbetwistbare opvolging van de recyclageketen te verzekeren, ook wanneer de effectieve recyclage in het buitenland plaatsvindt; Overwegende dat in toepassing van de artikelen 10, § 2, 6°, en 13, § 1, 5°, van het samenwerkingsakkoord het erkende organisme de verplichting heeft om tewerkstelling te ontwikkelen in verenigingen of vennootschappen met een sociaal oogmerk die als maatschappelijk doel de recyclage en de nuttige toepassing van verpakkingsafval hebben; Overwegende dat de reeds bestaande maatregelen voor de bevordering van de sociale tewerkstelling kunnen bestendigd worden; Overwegende dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag een gevoelige wijziging van de principes voor de berekening van de "Groene Punt"-tarieven voorstelt, met als doel de introductie van het principe van eco-modulatie; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie dit principe van eco-modulatie onderschrijft en erkent dat hiervoor de nodige tijd moet worden voorzien; dat pas vanaf de tarieven voor het jaar 2021 deze principes ten volle in uitvoering kunnen worden gebracht; Overwegende evenwel dat de Interregionale Verpakkingscommissie bijkomende principes wil opleggen, waarmee het erkende organisme dient rekening te houden bij het tot stand brengen van de nieuwe berekeningsmethode voor de "Groene Punt"-tarieven; dat deze principes gekoppeld zijn aan de geplande uitbreiding van de selectieve inzameling van de huishoudelijke plastic verpakkingsafvalstoffen en aan de mogelijke problemen die bepaalde verpakkingen zullen opleveren voor de sortering van de nieuwe P+MD-fractie; Overwegende dat het principe van eco-modulatie van de tarieven opgelegd wordt door het Europese recht en met name door de Europese richtlijn 2018/851 van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen; Overwegende dat een sterk ontradend tarief aangewezen is voor sommige zwaar problematische verpakkingstypes, maar dat tegelijk de mogelijkheid moet geboden worden aan het erkende organisme om zelf de nodige remediërende maatregelen te nemen; Overwegende dat, zonder de principes van de berekening van het "Groene Punt" uit te hollen en met respect voor de doelstelling om een zo hoog mogelijk inzamel- en recyclagepercentage te halen door middel van efficiënte en effectieve (basis)scenario's, grenzen moeten worden gesteld aan de mogelijkheden voor het erkende organisme om bepaalde specifieke kosten te mutualiseren over alle verpakkingen; Overwegende dat een ruim maatschappelijk debat aangewezen is om de problematische verpakkingstypes te identificeren en om mogelijke oplossingen te zoeken; dat het nuttig is om hiervoor een werkgroep samen te stellen, die een aantal duidelijke onderzoeksthema's kan worden meegegeven; Overwegende dat deze werkgroep een belangrijke rol speelt in de identificatie van de zwaar problematische verpakkingstypes; dat het de bedoeling is om tegen het midden van elk jaar in de schoot van deze werkgroep een oplijsting van deze verpakkingstypes te maken; Overwegende dat het noodzakelijk is dat de Interregionale Verpakkingscommissie tijdig op de hoogte wordt gesteld van de berekeningsmethode van de bijdragen van de leden en van de hoogte van de tarieven van het "Groene Punt"; Overwegende dat het Samenwerkingsakkoord in zijn artikel 10, § 2, 5° bepaalt dat de erkenningsaanvraag van een kandidaat erkend organisme een ontwerp van modelcontract met de leden dient te bevatten; dat het modelcontract in de erkenningsaanvraag een groot aantal lacunes bevat, waarvoor Fost Plus in het kader van de besprekingen in voorbereiding van de erkenning heeft aangegeven nieuwe voorstellen te willen doen; dat het daarom aangewezen is om aan Fost Plus toe te laten om binnen een bepaalde termijn een aangepast voorstel in te dienen, waarover de Interregionale Verpakkingscommissie zich vervolgens moet kunnen uitspreken; Overwegende dat het erkende organisme zich in een feitelijk monopolie bevindt; dat dit de verantwoordelijkheid van de Interregionale Verpakkingscommissie om de belangen van de leden van het organisme te beschermen, vergroot; dat de Interregionale Verpakkingscommissie daarom elke wijziging van het modelcontract tussen Fost Plus en zijn leden moet kunnen goed- of afkeuren; dat een duidelijke communicatie van de contractsvoorwaarden van essentieel belang is; Overwegende dat volgens artikel 12, 3°, van het samenwerkingsakkoord elk erkend organisme gehouden is tot het sluiten van een verzekeringscontract tot dekking van de schade die uit zijn activiteiten kan voortvloeien; dat deze bepaling hoofdzakelijk betrekking heeft op de burgerlijke aansprakelijkheid; Overwegende dat ook het risico van inkomensverlies door het verloren gaan van tonnages bij overmacht, bijvoorbeeld een brand in het sorteercentrum, moet gedekt worden; Overwegende dat de verantwoordelijkheid voor de ingezamelde afvalstoffen moet verduidelijkt worden in de contracten die Fost Plus met de rechtspersonen van publiekrecht en met derden binden, mede in het licht van de eigendom van de materialen; Overwegende dat overeenkomstig artikel 11 van het samenwerkingsakkoord het globale bedrag van de financiële zekerheid moet bepaald worden als de totale door Fost Plus geraamde kosten voor de inzameling en sortering van huishoudelijk verpakkingsafval in het laatste jaar van de erkenning, evenwel verminderd met de verkoopwaarde van de materialen in dit jaar; dat, wanneer Fost Plus zijn activiteiten zou stopzetten, de verkoopwaarde van de materialen immers opnieuw aan de rechtspersonen van publiekrecht moet toekomen; dat Fost Plus hiertoe sluitende garanties moet geven; Overwegende dat het stellen van 30 miljoen EUR aan financiële zekerheden een maximaal aanvaardbare immobilisering van financiële middelen van het erkende organisme uitmaakt; Overwegende dat, hoewel de bankgarantie in principe de meest zekere vorm van garantie biedt, ook een pand op bankrekeningen gelijkaardige gevolgen kan sorteren; dat dit veronderstelt dat de nodige contractuele bepalingen worden opgenomen, die de Interregionale Verpakkingscommissie het recht verlenen toezicht uit te oefenen over de stand van de bankrekeningen en te allen tijde haar het recht verlenen de controle over de bankrekeningen uit te oefenen, met name door de banken te verbieden nog gevolg te geven aan eventuele instructies van Fost Plus waardoor het beschikbaar saldo zou verminderen tot beneden een in de erkenning vastgelegde drempel; dat om deze reden een pand op bankrekeningen kan toegelaten worden als een alternatief voor de klassieke bankgarantie, voor zover volkomen gelijkwaardige garanties kunnen geboden worden aan de rechtspersonen van publiekrecht; dat een expliciete goedkeuring van de modaliteiten van het pandrecht door de Interregionale Verpakkingscommissie absoluut noodzakelijk is om de gelijkwaardigheid van de geboden garanties te kunnen verzekeren; Overwegende evenwel dat de Interregionale Verpakkingscommissie, gelet op de bepalingen van het samenwerkingsakkoord, slechts een financiële zekerheid van 30 miljoen EUR als voldoende kan aanvaarden, indien er waterdichte garanties zijn dat in de eerste 4 maanden na de aankondiging door Fost Plus van de stopzetting van zijn activiteiten, de betalingen door de leden zullen worden verdergezet, zonder enige praktische of juridische belemmering die zou zijn te wijten aan de ontbinding van de vzw Fost Plus; Overwegende dat Fost Plus zich wenst te engageren op het vlak van de preventie van verpakkingsafval; dat het erkende organisme een cruciale rol kan vervullen om zijn leden te motiveren en te engageren op dat vlak; Overwegende dat Fost Plus de vrijheid moet krijgen om de nodige initiatieven tot stand te brengen; dat het wel vereist is om de controlerende overheid, zijnde de Interregionale Verpakkingscommissie, van deze initiatieven op de hoogte te brengen en dat een overlegstructuur moet tot stand gebracht worden, teneinde eventuele conflicten met andere bevoegde overheden, zoals de Gewesten, te vermijden; Overwegende dat Fost Plus als enig statutair doel de terugname van verpakkingsafval heeft conform artikel 6 van het samenwerkingsakkoord en dat hij bijgevolg niet als een rechtspersoon in de zin van artikel 4, § 2 van het samenwerkingsakkoord kan aanzien worden; Overwegende dat Fost Plus volgens artikel 18 van het Samenwerkingsakkoord in naam van zijn leden een informatieplicht moet vervullen voor de herbruikbare verpakkingen die door zijn leden op de markt worden gebracht; dat Fost Plus moet instaan voor de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van deze gegevens; Overwegende dat de doelstellingen van het Samenwerkingsakkoord, zoals bepaald in het artikel 3, § 1, na de preventie van verpakkingsafval, de voorrang geven aan het waarborgen van het aandeel herbruikbare verpakkingen; dat de mogelijkheden van Fost Plus om hieraan bij te dragen, niet onbeperkt zijn, maar dat wel een duidelijk engagement kan geëist worden vanwege het erkende organisme om zijn leden te sensibiliseren en te mobiliseren; dat de resultaten van dit engagement door het erkende organisme moeten gecommuniceerd worden; Overwegende dat de eerste doelstelling van het Samenwerkingsakkoord, zoals bepaald in het artikel 3, § 1, de preventie van verpakkingsafval is; dat de mogelijkheden van Fost Plus om aan deze doelstelling bij te dragen, niet onbeperkt zijn, maar dat het erkende organisme een cruciale rol kan spelen om zijn leden te sensibiliseren en te mobiliseren; dat aan Fost Plus concreet kan gevraagd worden om een centrale rol te spelen als meldpunt voor storende gevallen van oververpakking en om als doorgeefluik van de probleemgevallen naar zijn leden te fungeren; dat het erkende organisme een proactieve rol moet spelen; Overwegende dat Fost Plus, binnen zijn normale activiteiten, de taak heeft om zo veel als mogelijk bij te dragen aan het verwezenlijken van de circulaire economie; Overwegende dat de reeds bestaande mogelijkheid voor Fost Plus om P(+)MD-afval dat vrijkomt bij bedrijven, in rekening te brengen, zal behouden blijven; dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag voorstelt om de inzameling van P(+)MD bij bedrijven verder te gaan ontwikkelen, mede in het licht van de wetgevingen van de Gewesten die de bedrijven verplichten om P(+)MD-afval gescheiden in te zamelen met het oog op recyclage; Overwegende dat Fost Plus zich in zijn erkenningsaanvraag concrete doelstellingen oplegt inzake de out-of-home inzameling van huishoudelijk verpakkingsafval; dat deze voorstellen in de erkenning worden overgenomen; dat de wijze waarop Fost Plus deze doelstellingen wenst te bereiken, in de erkenningsaanvraag wordt open gelaten; dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag voorstelt om dit samen met de Interregionale Verpakkingscommissie, met het erkende organisme Val-I-Pac en met de andere stakeholders verder te ontwikkelen; dat daarom in de erkenning wordt opgelegd aan Fost Plus om, na overleg met de stakeholders, de nodige voorstellen te doen aan de Interregionale Verpakkingscommissie; Overwegende dat in dit kader ook de modaliteiten moeten worden afgesproken voor de monitoring van de doelstellingen die Fost Plus wenst te bereiken; Overwegende dat een "out-of-home"-project een ruimer voorwerp kan hebben dan enkel de inzameling van P(+)MD-afval; dat ook bijvoorbeeld communicatieacties er kunnen van deel uitmaken; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie de jaarlijkse evolutie van de begroting van Fost Plus opvolgt; dat sinds de wijziging van het samenwerkingsakkoord in 2008 een structurele daling van sommige begrotingsposten werd vastgesteld; dat het met name ging om de begrotingsposten « horizontale projecten » en « basiscommunicatie »; Overwegende dat om deze reden een voor de drie Gewesten gemeenschappelijk basisprogramma werd opgelegd in de vorige erkenning van Fost Plus; dat dit basisprogramma in stand moet worden gehouden; Overwegende dat aan Fost Plus bijzondere aandacht wordt gevraagd voor twee specifieke onderwerpen, namelijk enerzijds voor de inzameling van verpakkingsafval van huishoudelijke verpakkingen bij bedrijven en met name de inzameling van huishoudelijke EPS-verpakkingen bij elektrozaken, en anderzijds voor communicatieacties inzake afvalpreventie gericht naar KMO's; Overwegende dat Fost Plus overeenkomstig artikel 13, § 1, 12° van het Samenwerkingsakkoord bijdraagt aan het beleid van de Gewesten en, op vrijwillige basis, een bijkomende bijdrage levert inzake het beleid van de Gewesten inzake openbare netheid; dat Fost Plus hierover moet rapporteren aan de Interregionale Verpakkingscommissie, zodat deze, als controlerende overheid, van de initiatieven van Fost Plus op de hoogte wordt gebracht; dat een overlegstructuur moet tot stand gebracht worden, teneinde eventuele conflicten met andere bevoegde overheden, zoals de Gewesten, te vermijden; Overwegende dat voor alle communicatie die niet onder voornoemd artikel van het samenwerkingsakkoord valt, maar die wel door Fost Plus wordt georganiseerd of geheel of gedeeltelijk gefinancierd, de noodzaak zich opdringt om de Interregionale Verpakkingscommissie te informeren, teneinde de controletaken van de Interregionale Verpakkingscommissie niet in het gedrang te brengen, met name inzake de naleving van het samenwerkingsakkoord en inzake de budgettaire controle; Overwegende dat het erkende organisme moet beschikken over een registratiesysteem voor de gegevens betreffende de inzameling, sortering en verwerving van het verpakkingsafval; dat dit systeem het erkende organisme in staat moet stellen om aan de Interregionale Verpakkingscommissie alle informatie voor te leggen die het gehouden is mee te delen krachtens artikel 17 van het samenwerkingsakkoord, alsook de gegevens en rapporten te verstrekken die door de Interregionale Verpakkingscommissie benodigd zijn vanuit het geheel van de taken die haar zijn toebedeeld, waaronder in het bijzonder het voorbereiden van de Belgische rapporteringen betreffende verpakkingsafval aan de Europese Commissie; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie, om haar de in de artikelen 26, § 2, en 29 van het samenwerkingsakkoord beschreven taken inzake nazicht en controle tot een goed einde te laten brengen, vrije toegang moet hebben tot de databanken van Fost Plus, zowel betreffende de aangiftes van de leden als betreffende de selectieve inzameling, de sortering en de recyclage van verpakkingsafval; Overwegende dat, teneinde de uitvoering van de aan Fost Plus opgelegde erkenningsvoorwaarden op te volgen, het noodzakelijk is een opvolgingscommissie in te stellen; Overwegende dat Fost Plus beschikt over veel informatie betreffende de verpakkingsmarkt; dat het aangewezen is om de sleutelelementen aan de Interregionale Verpakkingscommissie te bezorgen; dat in dat kader ook over andere elementen, die van belang zijn voor het beleid van de Gewesten inzake circulariteit, dient gerapporteerd te worden; Overwegende dat een rapporteringsplicht over lichte en zeer lichte plastic draagtassen moet worden ingesteld om de Gewesten toe te laten zelf aan hun rapporteringsplicht aan de Europese Commissie te voldoen; Overwegende dat een verpakkingsverantwoordelijke voor serviceverpakkingen in de regel niet individueel aan de terugnameplicht voldoet, maar dat hij de terugnameplicht via Fost Plus vervult; Overwegende dat de bedrijven die, al dan niet gratis, lichte en zeer lichte plastic draagtassen ter beschikking stellen van de consument, wanneer zij geen kleinhandelaar zijn, in overwegende mate ook verpakkingsverantwoordelijke zijn, zowel omdat zij huishoudelijke producten laten verpakken of huishoudelijke verpakte producten importeren, als omdat zij transportverpakkingen ontpakken; Overwegende dat deze verpakkingsverantwoordelijken, hoewel zij vaak niet de verpakkingsverantwoordelijkheid voor de serviceverpakkingen dragen doordat deze bij de producent of de importeur van de lege verpakkingen ligt, niettemin als enige de zeggingskracht hebben over de lichte en zeer lichte plastic draagtassen die op de markt worden gebracht; Overwegende dat het daarom aangewezen is om deze verpakkingsverantwoordelijken te confronteren met hun verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Samenwerkingsakkoord en met name van zijn eerste doelstelling, deze inzake de preventie van verpakkingsafval, die hier specifiek wordt toegepast op de lichte en zeer lichte plastic draagtassen; Overwegende dat Fost Plus ook moet rapporteren aan de Interregionale Verpakkingscommissie over elementen die een invloed kunnen hebben op het behalen van de resultaten; Overwegende dat van een erkend organisme inzake het beheer van verpakkingsafval, dat tevens een functionele openbare dienst is, een volledig respect van de taalwetgeving en een tweetaligheid van elke officiële communicatie mag verwacht worden; dat deze tweetaligheid van de officiële communicatie noodzakelijk is om de Interregionale Verpakkingscommissie toe te laten haar taken op een efficiënte wijze uit te oefenen; Overwegende dat artikel 10, § 4, van het samenwerkingsakkoord voorziet dat de normale duur van een erkenning vijf jaar bedraagt; Overwegende dat een maximale transparantie moet worden opgelegd aan het erkende organisme voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, gelet op de functie van openbaar nut die het vervult, Besluit : Afdeling 1. - Werkingsgebied Artikel 1.§ 1. Fost Plus wordt erkend als organisme zoals voorzien in artikel 9 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, onder de voorwaarden vermeld in dit besluit. § 2. Deze erkenning wordt verleend voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong. Fost Plus werkt, samen met de Interregionale Verpakkingscommissie en het bedrijfsleven, per productfamilie een gedetailleerde lijst uit van verpakkingen die doorgaans bestemd zijn voor gebruik door huishoudens. De finaal door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurde lijst wordt door Fost Plus gebruikt als enig criterium om te bepalen of voor de verpakkingen moet aangesloten worden bij Fost Plus. Wanneer de goedgekeurde lijst voor een bepaalde verpakking niet eenduidig kan worden toegepast, wordt de lijst vervolledigd. De lijst kan jaarlijks worden geactualiseerd door de Interregionale Verpakkingscommissie, in samenspraak met Fost Plus en het bedrijfsleven. De goedgekeurde lijst is in zijn officiële versie beschikbaar bij de Interregionale Verpakkingscommissie. Fost Plus stelt aan elk van zijn leden die daarom verzoekt, een kopie van de lijst ter beschikking. Art. 2.§ 1. Fost Plus moet het geheel van het Belgische grondgebied bestrijken met projecten op basis van een contract in de zin van artikel 13, § 1, 7° van het samenwerkingsakkoord. Afwijking kan worden verleend door de Interregionale Verpakkingscommissie, wanneer het niet afdekken van het Belgische grondgebied niet aan Fost Plus kan worden aangerekend. § 2. De projecten op basis van een contract in de zin van artikel 13, § 1, 7° van het samenwerkingsakkoord kunnen, voor wat betreft de verruimde inzameling van plastics, zoals beschreven in het implementatieplan dat door de Interregionale Verpakkingscommissie werd goedgekeurd op 7 juni 2018, bestaan uit de volgende scenario's: a. tot uiterlijk 31 december 2019: inzameling van "klassiek" PMD, waarbij de P staat voor "plastic flessen en flacons", zonder inzameling van restplastics van huishoudelijke verpakkingen (d.i. de som van enerzijds huishoudelijke plastic folies van verpakkingen en anderzijds harde plastics van huishoudelijke verpakkingen, andere dan flessen en flacons); b. tot 31 december 2020, maar verlengbaar, mits goedkeuring door de betrokken gewestelijke overheid na bespreking binnen de Interregionale Verpakkingscommissie: inzameling van "klassiek" PMD, waarbij de P staat voor "plastic flessen en flacons", aangevuld met een inzameling van restplastics van huishoudelijke verpakkingen (d.i. de som van enerzijds huishoudelijke plastic folies van verpakkingen en anderzijds harde plastics van huishou …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.