📄 Wettekst
9 DECEMBER 2020. - Programmadecreet houdende diverse maatregelen om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de Coronaviruscrisis inzake Schoolgebouwen, Begrotingsfondsen, het Fonds Ecureuil, WBE, Gezondheid, Media, Permanente Opvoeding, Studiebeurzen, het Wetenschappelijk Onderzoek en het Leerplichtonderwijs
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I. - Bepalingen voor de aanpak van de gevolgen van de coronaviruscrisis HOOFDSTUK I. - De oprichting van een administratieve dienst met een autonome boekhouding voor noodgevallen en de herschikking van de bevoegdheden van de Federatie Wallonië-Brussel Artikel 1.De Cel noodgevallen en herschikking van het Secretariaat-generaal is een administratieve dienst met een autonome boekhouding in de zin van artikel 2, 5°, van het
decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten2 houdende regeling van de begroting en de boekhouding van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap. Deze dienst staat onder rechtstreeks gezag van de Minister van Begroting en heeft tot opdracht het toezicht op de financiële aspecten van de nood- en herschikkingsmaatregelen waartoe in de Franse Gemeenschap is besloten. Art. 2.De Cel noodgevallen en herschikking van het Secretariaat-generaal beschikt over de volgende middelen: 1° de aan het einde van het begrotingsjaar 2020 vastgestelde saldi van de vastleggings- en vereffeningskredieten van het nood- en steunfonds dat is opgenomen in begrotingsartikel 01.05-02 van de organisatie-afdeling 11 van de uitgavenbegroting 2020; 2° elke door de Regering vastgestelde dotatie uit de uitgavenbegroting;3° de middelen die door de Europese Unie worden betaald in het kader van het Herstelplan voor Europa;4° overdrachten uit andere entiteiten. HOOFDSTUK II. - Steun voor Cultuur Art. 3.§ 1. In het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van bijzondere machten nr. 4 van 23 april 2020 betreffende de steun aan de culturele sector in het kader van de gezondheidscrisis van COVID-19, bekrachtigd bij het
decreet van 12 november 2020Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten2, wordt een artikel 6/1 ingevoegd, dat als volgt luidt: "Artikel 6/1.§ 1. De Regering kan subsidies verlenen ter ondersteuning van de culturele sector in het kader van de herschikking ten gevolge van de COVID-19-crisis. Deze subsidies zijn eenmalige subsidies.
De volgende personen kunnen in aanmerking komen voor deze subsidies: 1° kunstenaars;2° operatoren die activiteiten uitoefenen met een direct of indirect doel van algemeen belang die onder de culturele bevoegdheden van de Franse Gemeenschap vallen. § 2. Deze subsidies worden toegekend op basis van oproepen tot het indienen van projecten, creatiesteunregelingen, projectsteun, culturele verspreiding en mediatie, alsook met het oog op de versteviging van de boekenketen, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden.". § 2 In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden " De financiële vergoedingen bedoeld in dit besluit" vervangen door de woorden " De financiële vergoedingen en subsidies bedoeld in dit besluit ". HOOFDSTUK III. - Steun voor Hulpverlening aan de Jeugd Art. 4.§ 1. De Regering kan besluiten een uitzonderlijke subsidie toe te kennen aan de erkende diensten voor Hulpverlening aan de Jeugd om hen in staat te stellen extra personeel in dienst te nemen om, naargelang het geval, de opvang, de huisvesting en de begeleiding van minderjarigen in moeilijkheden, minderjarigen in gevaar en minderjarigen die een als misdrijf gekwalificeerd feit hebben gepleegd, te garanderen. § 2. De erkende diensten die in aanmerking komen voor een uitzonderlijke subsidie zijn: 1° de algemene residentiële diensten bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en subsidiëring van de algemene residentiële diensten;2° de gespecialiseerde residentiële diensten die vallen onder het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de goedkeuring en de toekenning van subsidies voor gespecialiseerde residentiële diensten;3° de residentiële nooddiensten bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de goedkeuring en de toekenning van subsidies voor residentiële nooddiensten;4° de residentiële observatie- en oriëntatiediensten bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de goedkeuring en de toekenning van subsidies voor residentiële observatie- en oriëntatiediensten;5° de begeleidingsdiensten voor pleegzorg bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de begeleidingsdiensten voor pleegzorg;6° de begeleidingsdiensten als bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de goedkeuring en de toekenning van subsidies voor begeleidingsdiensten;7° de actiediensten in open milieu bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de actiediensten in open milieu;8° de diensten die de plaatsvervangende voogden begeleiden als bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten die de plaatsvervangende voogden begeleiden;9° de diensten voor herstelgerichte en opvoedkundige prestaties bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor herstelgerichte en opvoedkundige prestaties;10° diensten die bijzondere onderwijsprojecten organiseren, zoals bedoeld in het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 juni 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten4 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de goedkeuring en de toekenning van subsidies voor diensten die een bijzonder onderwijsproject uitvoeren;11° de begeleidingsdiensten voor sponsoring als bedoeld in het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 maart 2019 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de goedkeuring en de toekenning van subsidies voor begeleidingsdiensten voor sponsoring;12° de diensten "Maisons de l'Adolescent" bedoeld in het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 3 april 2019 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de toekenning van subsidies voor de diensten "Maisons de l'Adolescent";13° de diensten voor schoolherinschakeling bedoeld in het
decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten4 tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie. Art. 5.§ 1. De in artikel 4 bedoelde uitzonderlijke subsidie wordt toegekend op voorwaarde dat de gedane uitgaven aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° het aanwerven van personeel is uitsluitend bestemd voor de opvang, de huisvesting en het toezicht, naargelang het geval, van minderjarigen in moeilijkheden, minderjarigen die gevaar lopen en minderjarigen die een als misdrijf gekwalificeerd feit hebben verricht;2° de aanwerving van personeel geschiedt door middel van een overeenkomst voor bepaalde duur voor maximaal zes maanden, die eenmaal kan worden verlengd;3° het personeel moet uiterlijk op de dag van de ondertekening van zijn overeenkomst het uittreksel uit het strafregister, bedoeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overleggen. § 2. De uitzonderlijke subsidie kan alleen in de jaren 2020 en 2021 worden toegekend. HOOFDSTUK IV. - Steun voor Sport Art. 6.§ 1. 4. De Regering kan uitzonderlijke subsidies verlenen aan de in lid 3 bedoelde operatoren die financiële moeilijkheden ondervinden als gevolg van de gezondheidscrisis van COVID-19. § 2 Deze uitzonderlijke subsidie kan alleen worden toegekend in de jaren 2020 en 2021 en onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden. § 3 De operatoren die in aanmerking komen voor een uitzonderlijke subsidie zijn: 1° de sportfederaties en -verenigingen die door de Franse Gemeenschap erkend zijn krachtens de artikelen 30 tot 37 van het
decreet van 8 december 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/12/2006
pub.
20/02/2007
numac
2007029009
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie en subsidiëring van de sport in de Franse Gemeenschap
sluiten betreffende de organisatie en de subsidiëring van sport in de Franse Gemeenschap;2° kringen die gedurende ten minste één voltooid kalenderjaar zijn aangesloten bij een door de Franse Gemeenschap erkende sportfederatie of -vereniging. HOOFDSTUK V. - Steun aan de Jeugd Art. 7.§ 1. 4. De Regering kan uitzonderlijke subsidies toekennen aan de in lid 3 bedoelde operatoren die financiële moeilijkheden ondervinden als gevolg van de gezondheidscrisis van COVID-19. § 2 Deze uitzonderlijke subsidie kan alleen worden toegekend in de jaren 2020 en 2021 en onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden. § 3 De operatoren die in aanmerking komen voor een uitzonderlijke subsidie zijn: 1° de jeugdorganisaties die erkend zijn overeenkomstig het
decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de toekenning van subsidies aan jeugdorganisaties;2° de jeugdcentra die erkend zijn overeenkomstig het
decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/07/2000
pub.
26/08/2000
numac
2000029296
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties
sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, jeugd- en verblijfscentra en de informatiecentra voor jongeren en hun federaties. Art. 8.De jeugdorganisaties die in 2021 een erkenning aanvragen, houden rekening met het jaar 2019 om aan te tonen dat ze voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 5 tot 10 van het
decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdorganisaties.
In afwijking van het eerste lid en wanneer jeugdorganisaties 2019 niet als referentiejaar kunnen nemen, verwijzen zij naar de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 5 tot en met 10 van voornoemd decreet.
Jeugdorganisaties vermelden in hun erkenningsaanvraag uitdrukkelijk de redenen waarom het jaar 2019 niet als referentiejaar wordt genomen. Art. 9.De jeugdorganisaties die in 2021 een aanvraag tot toelating tot de bijzondere regelingen indienen, houden rekening met 2019 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 15 tot 32 van voormeld decreet.
In afwijking van het eerste lid en wanneer jeugdorganisaties 2019 niet als referentiejaar kunnen nemen, verwijzen zij naar de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 15 tot en met 32 van voornoemd decreet. Jeugdorganisaties vermelden in hun aanvraagdossier uitdrukkelijk de redenen waarom 2019 niet als referentiejaar wordt genomen. Art. 10.Jeugdorganisaties die in 2021 een aanvraag tot wijziging van de indeling binnen de in de artikelen 7 tot en met 9 genoemde categorieën van jeugdorganisaties indienen, houden rekening met 2019 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 14 van voornoemd decreet.
In afwijking van het eerste lid en wanneer jeugdorganisaties 2019 niet als referentiejaar kunnen nemen, verwijzen zij naar de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 14 van bovengenoemd decreet.
Jeugdorganisaties vermelden in hun aanvraag om verandering van categorie uitdrukkelijk de redenen waarom 2019 niet als referentiejaar wordt genomen. Art. 11.De verenigingen die in 2021 een erkenning aanvragen, houden rekening met 2019 om aan te tonen dat ze voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 1 tot 8 en 10 tot 14 van het
decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/07/2000
pub.
26/08/2000
numac
2000029296
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties
sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdcentra, ontmoetings- en opvangcentra en jeugdinformatiecentra en hun federaties.
In afwijking van het eerste lid en indien de verenigingen 2019 niet als referentie kunnen nemen, verwijzen zij naar de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 1 tot en met 8 en 10 tot en met 14 van voornoemd decreet. De verenigingen vermelden in hun erkenningsaanvraag uitdrukkelijk de redenen waarom 2019 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. Art. 12.De verenigingen die een aanvraag tot verlenging van de erkenning voor de jaren 2022 tot 2025 indienen, houden rekening met 2019 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 1 tot en met 8 en 10 tot en met 14 van voornoemd decreet, op voorwaarde dat hun aanvraag uiterlijk op 30 april 2021 wordt ingediend.
In afwijking van het eerste lid en wanneer verenigingen 2019 niet als referentiejaar kunnen nemen, verwijzen zij naar de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 1 tot en met 8 en 10 tot en met 14 van bovengenoemd decreet.
Voor verenigingen die een verlenging van de erkenning voor de jaren 2022 tot 2025 aanvragen, heeft de in de artikelen 10 tot en met 14 van bovengenoemd decreet bedoelde vierjaarlijkse beoordeling betrekking op de jaren 2018, 2019 en 2021. Art. 13.Verenigingen die een verandering van categorie aanvragen, houden rekening met het jaar 2019 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 15, § 1 van voornoemd decreet, op voorwaarde dat hun aanvraag uiterlijk op 30 juni 2021 wordt ingediend.
Aanvragen om vernieuwing van de erkenning vallen niet onder dit artikel.
In afwijking van het eerste lid en wanneer verenigingen 2019 niet als referentiejaar kunnen nemen, verwijzen zij naar de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 15 van bovengenoemd decreet. De verenigingen vermelden in hun erkenningsaanvraag uitdrukkelijk de redenen waarom 2019 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. Art. 14.Verenigingen die een nieuwe aanvraag voor toelating tot een bepaalde regeling indienen, houden rekening met 2019 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 16 tot 20 van voornoemd decreet, op voorwaarde dat hun aanvraag uiterlijk op 30 juni 2021 wordt ingediend. Aanvragen om verlenging van de erkenning vallen niet onder dit artikel.
In afwijking van het eerste lid en wanneer verenigingen 2019 niet als referentiejaar kunnen nemen, verwijzen zij naar de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 maart 2021 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 16 tot en met 20 van bovengenoemd decreet. De verenigingen vermelden in hun erkenningsaanvraag uitdrukkelijk de redenen waarom 2019 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. HOOFDSTUK VI. - Steun aan het Hoger Onderwijs Art. 15.In artikel 29 van de wet van 27 juli 1971 betreffende de financiering van en het toezicht op de universitaire instellingen worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in § 1 wordt een lid toegevoegd, dat als volgt luidt: "In 2020 of in 2021 wordt een uitzonderlijk bedrag van 1.875.000 euro toegevoegd aan het op grond van de voorgaande leden verkregen bedrag."; 2° in § 2 wordt een lid toegevoegd, dat als volgt luidt: "In 2020 of in 2021 wordt een uitzonderlijk bedrag van 4.375.000 euro toegevoegd aan het op grond van de voorgaande leden verkregen bedrag.". Art. 16.Aan artikel 9 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen wordt een lid toegevoegd dat als volgt luidt: "In 2020 of 2021 wordt eenmalig een uitzonderlijk bedrag van 3.250.000 euro toegevoegd aan het op grond van de voorgaande leden verkregen bedrag.". Art. 17.In het
decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/12/2001
pub.
03/10/2002
numac
2002029435
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002
type
decreet
prom.
20/12/2001
pub.
23/04/2002
numac
2002027225
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2002
type
decreet
prom.
20/12/2001
pub.
03/05/2002
numac
2002029138
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1)
sluiten tot vaststelling van de specifieke regels voor het hoger kunstonderwijs in de kunstscholen (organisatie, financiering, toezicht, statuut van het personeel, rechten en plichten van de studenten) wordt in deel III een titel V ingevoegd, die luidt als volgt: "TITEL V - Werking van de Hogere kunstscholen Artikel 60sexies.- In 2020 of 2021 wordt een eenmalige en uitzonderlijke toelage, of aanvullende financiering, voor exploitatiekosten aan de Hogere kunstscholen toegewezen als bijdrage aan de financiering van hun exploitatiekosten. Deze toewijzing wordt vastgesteld op 500.000 euro.
Artikel 60 septies. - De toelage zoals bedoeld in artikel 60sexies wordt verdeeld over de Hogere kunstscholen op basis van de verhouding tussen het aantal financierbare studenten in het academiejaar 2019-2020 van de Hogere kunstschool en het aantal financierbare studenten in hetzelfde academiejaar van alle Hogere kunstscholen ". Art. 18.Een unieke en uitzonderlijke financiering wordt toegekend in 2020 of in 2021, aan de universiteiten voor 6.500.000 euro, aan de hogescholen voor 2.500.000 euro en aan de hogere kunstscholen voor 300.000 euro, naast de financiering voor hun werking. Art. 19.Elk van de bedragen vermeld in artikel 18 wordt verdeeld tussen de Universiteiten, tussen de Hogescholen, tussen de Hogere kunstscholen naar gelang het aantal studenten dat in aanmerking komt voor financiering door de Universiteiten, de Hogescholen, de Hogere kunstscholen, zoals goedgekeurd door de Regeringscommissarissen en -afgevaardigden voor het academiejaar 2019-2020 en zonder toepassing van paragraaf 2 van artikel 8 van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten6 tot aanpassing van de financiering van de instellingen voor hoger onderwijs aan de nieuwe organisatie van de studies.
Elke universiteit, elke hogeschool, elke hogere kunstschool ontvangt, naast de financiering voor haar werking in 2020, het resultaat van de vermenigvuldiging van het bedrag dat is toegewezen aan Universiteiten, het bedrag dat is toegewezen aan Hogescholen, het bedrag dat is toegewezen aan Hogere kunstscholen, met de verhouding tussen het aantal van haar financierbare studenten en het totale aantal financierbare studenten van de Universiteiten, Hogescholen, Hogere kunstscholen. Art. 20.De in artikel 18 bedoelde uitzonderlijke financiering mag alleen worden gebruikt voor de werkingsuitgaven van de instelling, met inbegrip van de uitgaven voor financiële bijstand aan het personeel van de instelling die het directe of indirecte gevolg is van de maatregelen ter bestrijding van de verspreiding van het coronavirus COVID-19 of voor personeelsuitgaven voor de verlenging van de ambtstermijn van de tijdelijke ambtenaren van de instelling die door deze maatregelen worden getroffen. Art. 21.Het toezicht op het gebruik van de in artikel 18 bedoelde uitzonderlijke financiering en de toewijzing ervan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 20 wordt uitgevoerd door de leden van de en de Regeringscommissarissen en -afgevaardigden.
De universiteit, de hogeschool en de hogere kunstschool doen aan de Regeringscommissaris-afgevaardigde, met een kopie aan de Algemene directie die verantwoordelijk is voor het hoger onderwijs, een specifieke rekening toekomen van de uitgaven die aangerekend worden op deze uitzonderlijke financiering, gerangschikt volgens het doel ervan, evenals het totale bedrag dat is vastgelegd en vereffend op deze financiering, en stellen alle bewijsstukken die nuttig zijn voor hun toezicht ter beschikking van de Regeringscommissaris-afgevaardigde.
In voorkomend geval wordt het bedrag of een deel van het bedrag van de uitzonderlijke financiering dat niet door de universiteit, de hogeschool, de hogere kunstschool wordt gerechtvaardigd, in mindering gebracht op de exploitatiesubsidie, de globale toelage, de dotatie of de exploitatiesubsidie van de instelling voor het jaar 2021. Art. 22.Naast de uitzonderlijke financiering die wordt toegekend krachtens het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap nr. 11 van 14 mei 2020 betreffende de steun aan het hoger onderwijs in het kader van de gezondheidscrisis van Covid-19, wordt in 2020 of in 2021 een unieke en uitzonderlijke financiering van 2.285.000 euro toegekend aan de Universiteiten, Hogescholen en Hogere kunstscholen, naast de financiering van hun sociale subsidies. Art. 23.Het in artikel 22 genoemde bedrag wordt als volgt verdeeld over de universiteiten, hogescholen en hogere kunstscholen: 1° elke universiteit, hogeschool en hogere kunstschool krijgt respectief 4, 2 en 1 punt voor beursstudenten, studenten met een bescheiden statuut en andere studenten die in het academiejaar 2019-2020 aan de universiteit, hogeschool of hogere kunstscholen zijn ingeschreven, zoals goedgekeurd door de Regeringscommissarissen en -afgevaardigden voor de toepassing van het
decreet van 19 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten1 betreffende de kosteloosheid en de democratisering van het hoger onderwijs;2° elke universiteit, elke hogeschool en elke hogere kunstschool ontvangt, naast de financiering van de sociale subsidies voor 2020, het resultaat van de vermenigvuldiging van het in artikel 23 bedoelde bedrag met de verhouding tussen het totaal van de toegekende punten en het totaal van de punten die aan alle universiteiten, hogescholen en hogere kunstscholen krachtens 1° zijn toegekend.Instellingen met maximaal 300 studenten krijgen echter een vast bedrag van 5.000 euro en instellingen met maximaal 800 studenten een vast bedrag van 10.000 euro. Art. 24.De uitzonderlijke financiering bedoeld in artikel 22 kan alleen worden gebruikt voor rechtstreekse steun aan de student. Deze steun kan door de universiteit, de Hogeschool of de Hogere kunstschool alleen aan de student worden verleend wanneer de door de student geleden verliezen en kosten het rechtstreekse of onrechtstreekse gevolg zijn van de maatregelen die zijn genomen om de verspreiding van het Covid-19-coronavirus tegen te gaan. Art. 25.Het toezicht op het gebruik van de in artikel 22 bedoelde uitzonderlijke financiering en de toewijzing ervan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 24 wordt uitgevoerd door de leden van de Regeringscommissarissen en afgevaardigden.
De universiteit, de hogeschool en de Hogere kunstscholen geven aan de Regeringscommissaris-afgevaardigde, met een kopie aan de Algemene directie die belast is met het hoger onderwijs, het aantal aanvragen voor rechtstreekse steun aan studenten ten laste van deze uitzonderlijke financiering, hun doel, alsmede het totale bedrag dat voor deze aanvragen is vastgelegd en vereffend, en stellen alle bewijsstukken die nuttig zijn voor hun toezicht ter beschikking aan de Regeringscommissaris-afgevaardigde.
Indien nodig wordt het bedrag of het deel van het bedrag van de uitzonderlijke financiering dat niet gerechtvaardigd is door de Universiteit, de Hogeschool, de Hogere kunstschool in mindering gebracht op de sociale subsidies van de instelling voor het jaar 2021. Art. 26.In afwijking van artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 18 april 1967 tot vaststelling van de regels voor de berekening van het aantal opvoeders in het rijksonderwijs, wordt voor de internaten die afhankelijk zijn van het hoger onderwijs, een nieuwe berekening van de begeleiding pas op 15 oktober 2020 gemaakt als het aantal op die datum regelmatig ingeschreven leerlingen van de schoolinternaten gunstiger blijkt te zijn dan het aantal op 15 oktober 2019 regelmatig ingeschreven leerlingen van de schoolinternaten. HOOFDSTUK VII. - Steun aan het onderwijs voor sociale promotie Art. 27.Een unieke en uitzonderlijke subsidie van 2.500.000 euro wordt toegekend, in 2020 of in 2021, aan de inrichtende machten van het onderwijs voor sociale promotie, om de crisis van Covid-19 het hoofd te bieden. Art. 28.Het bedrag bedoeld in artikel 27 wordt verdeeld over de inrichtende machten van het onderwijs voor sociale promotie volgens het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen in 2018-2019. Art. 29.In het decreet van 16 april 1991 tot organisatie van het onderwijs voor sociale promotie wordt een artikel 120decies ingevoegd, dat als volgt luidt: "Artikel 120decies.Er kunnen jaarlijks oproepen tot samenwerking worden gelanceerd, gericht op het creëren van pedagogische sequenties in e-learning door leerkrachten. Deze onderwijsvolgorde zal worden gedeeld ten behoeve van alle onderwijsinstellingen voor sociale promotie.
Deze oproepen tot samenwerking zijn gericht aan alle inrichtende machten van het onderwijs voor sociale promotie.
Een jaarlijks bedrag van 300.000 euro, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, wordt besteed aan de vergoeding van de ontwerpers van de genoemde pedagogische sequenties.
De Regering stelt de voorwaarden van deze oproepen tot samenwerking vast.". HOOFDSTUK VIII. - Steun aan het leerplichtonderwijs Afdeling I. - Bepalingen over de digitale strategie in het onderwijs
Art. 30.In artikel 1.7.2-2 van het Wetboek voor basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de gemeenschappelijke kern wordt een § 3bis ingevoegd, die als volgt luidt § 3bis. In het gewone en gespecialiseerde secundair onderwijs worden de kosten die op vrijwillige basis worden gemaakt door een meerderjarige leerling, door de ouders of door de persoon die het ouderlijk gezag over een minderjarige heeft, in verband met de aankoop of de huur van aan de leerling aangeboden of aanbevolen en persoonlijke computeruitrusting, als schoolkosten beschouwd, mits deze kosten worden gemaakt in het kader en onder de voorwaarden die door de Franse Gemeenschap zijn vastgesteld met het oog op de ontwikkeling van de digitale strategie op school.
Voor de in het vorige lid bedoelde uitrusting kan een leverancier worden voorgesteld of aanbevolen overeenkomstig artikel 1.7.3-3 en de door de Regering vastgestelde regels. Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 29 juli 1992
betreffende de organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan Art. 31.In het decreet van 29 juli 1992 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan wordt aan artikel 20, § 1, een vierde lid toegevoegd, dat als volgt luidt: "In afwijking van de leden 1 en 2 wordt voor het schooljaar 2020-2021 de overdracht van onderwijslestijden voor de eerste graad naar de andere graden toegestaan zonder dat er een grens wordt gesteld, mits aan de drie in lid 1 genoemde voorwaarden wordt voldaan.". Art. 32.In het decreet van 29 juli 1992 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan wordt aan artikel 23 een zevende lid toegevoegd, dat als volgt luidt: "De Regering kan voor het schooljaar 2020-2021 besluiten de neerwaartse effecten van de telling op 1 oktober 2020 uit te stellen tot een latere, door haar te bepalen datum.". Afdeling III. - Bepaling betreffende de begeleiding in de internaten
van het gewone leerplichtonderwijs Art. 33.In afwijking van artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1967 tot vaststelling van de regels voor de berekening van het aantal leerlingen in het rijksonderwijs, wordt voor internaten die afhankelijk zijn van het leerplichtonderwijs, de begeleiding berekend op de 30ste dag na het begin van het schooljaar 2020-2021, niet naar beneden toe herzien indien het lager is dan de begeleiding berekend op de 30ste dag na het begin van het schooljaar 2019-2020. Afdeling IV. - Bepaling inzake behoudsnormen van internaten
Art. 34.In afwijking van de artikelen 2, § 2 en 3, § 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 456 van 10 september 1986 houdende rationalisatie en programmatie van de internaten van het door de Staat georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs, wordt de berekening van het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen van de schoolinternaten op 1 oktober 2020 slechts uitgevoerd indien dit aantal gunstiger is dan het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen van de schoolinternaten op 1 oktober 2019. In voorkomend geval wordt het nummer op 1 oktober 2019 in aanmerking genomen voor het behoud of de subsidiëring van het betrokken internaat. Afdeling V. - Bepalingen betreffende de toekenning van
werkingsmiddelen aan gewone en gespecialiseerde onderwijsinstellingen, CEFA's, internaten voor basis- en secundair onderwijs en ESAHR's Art. 35.In de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van een aantal bepalingen van de onderwijswetgeving wordt een artikel 49bis toegevoegd, dat als volgt luidt "Artikel 49bis.- Voor het begrotingsjaar 2020 wordt in het kader van de bestrijding van de COVID-19-pandemie een bedrag van 20.000.000 euro toegekend aan scholen voor gespecialiseerd onderwijs, kleuterscholen, scholen voor lager onderwijs, scholen voor basisonderwijs en gewoon secundair onderwijs, CEFA's, internaten voor basis- en secundair onderwijs, alsmede aan scholen voor secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan, om hen te ondersteunen bij de uitvoering, in het verleden of in de toekomst, van gezondheidsprotocollen.
Per school of instelling wordt een bedrag toegekend op basis van een forfaitair bedrag per leerling, dat uiterlijk op 31 december 2020 wordt betaald, een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld op basis van het aantal leerlingen dat op 15 januari 2020 regelmatig in de school of in elke samenwerkende CEFA-instelling is ingeschreven. Voor scholen of instellingen die op 1 september 2020 zijn opgericht of tot de subsidies zijn toegelaten, wordt het bedrag berekend op basis van de regelmatig op 30 september of 1 oktober 2020 ingeschreven leerlingen, afhankelijk van het niveau en de onderwijsvorm in kwestie".
TITEL II. - Bepalingen met betrekking tot schoolgebouwen HOOFDSTUK I. - Wijziging van de bepalingen van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 36.In artikel 5 van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) § 2 wordt aangevuld met een punt 22°, dat als volgt luidt: "22° vanaf 2020, de overdracht van vastgelegde middelen, ten gunste van het fonds voor schoolgebouwen van de Franse Gemeenschap, naar BA 01.05-02 van OA 11 Noodfonds, en/of ten laste van de administratieve dienst met autonome boekhouding "Nood- en herschikkingscel" en dit in het kader van de uitzonderlijke subsidies PPT COVID-19."; b) het wordt verder aangevuld met een § 5, die als volgt luidt: " § 5 - De middelen bedoeld in § 2, 22°, worden gebruikt om te voorzien in huisvesting in inrichtingen, internaten en psycho-medisch-sociale centra, in de zin van § 4, 1° van dit artikel.". Art. 37.Artikel 13bis, § 2, eerste lid, van het decreet van 5 februari 1990, wordt aangevuld met een punt 8°, dat als volgt luidt: "8° in 2020, de overdracht van: - 1.587.000,10 euro van BA 01.08.01 van OA 44 voor het officieel gesubsidieerd netwerk; - 522 599,96 EUR van BA 01.08.01 van OA 44 voor het officieel georganiseerd netwerk; - 1.537 399,94 EUR van BA 01.08.01 van OA 44 voor het gesubsidieerd vrij netwerk". HOOFDSTUK II. - Wijziging van de bepalingen van het
decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/11/2007
pub.
24/01/2008
numac
2008029008
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 38.In het
decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/11/2007
pub.
24/01/2008
numac
2008029008
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat als volgt luidt: "Artikel 1/1.§ 1. De dienst belast met het prioritaire werkprogramma vormt een administratieve dienst met een autonome boekhouding in de zin van artikel 2, 5°, van het
decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten2 betreffende de organisatie van de begroting en de boekhouding van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap. Deze dienst staat onder het rechtstreekse gezag van de minister die de schoolgebouwen in zijn hoedanigheid heeft. § 2 De administratieve dienst met autonoom boekhoudkundig "prioritair werkprogramma" wordt voorzien van de volgende middelen: 1° de bedragen bedoeld in artikel 7/1 van dit decreet; 2° uitzonderlijke dotaties van de Regering uit de algemene uitgavenbegroting.". Art. 39.In artikel 7 van bovengenoemd
decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/11/2007
pub.
24/01/2008
numac
2008029008
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten wordt § 1/1 vervangen door het volgende: " § 1/1. Een jaarlijks bedrag van 4 miljoen euro wordt toegekend aan scholen met een lage bezettingsgraad en aan scholen waarvan is vastgesteld dat zij een aanzienlijke prestatieachterstand vertonen ten opzichte van het gemiddelde van de vergeleken scholen en die een aanpassingsmechanisme moeten opstellen overeenkomstig de artikelen 1.5.2-13 en 1.5.2-16 van het onderwijswetboek.
De Regering definieert het begrip "scholen met een lage bezettingsgraad", alsmede de procedures voor de toezending van gegevens over de in dit lid bedoelde scholen aan de Regering.
Dit bedrag wordt gelijkelijk verdeeld over scholen met een lage bezettingsgraad en scholen waarvan is vastgesteld dat zij een prestatieverschil vertonen ten opzichte van het gemiddelde van de vergeleken scholen. Indien echter op 1 september een deel van dit bedrag nog niet is vastgelegd door een van de in lid 1 genoemde typen schoolgebouwen of scholen, wordt dit saldo overgeheveld naar de kredieten voor het andere type schoolgebouw of school.
Het jaarlijkse bedrag van 4 miljoen euro wordt aangepast aan het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen op 1 januari van het betrokken jaar ten opzichte van het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen op 1 januari 2017.
De artikelen 5, § 2, 7, § 2, 9 en 11 van dit decreet zijn niet van toepassing.
In afwijking van artikel 8 van dit decreet met betrekking tot het tussenkomstpercentage, worden aanvragen tot betaling uit de in lid 1 bedoelde enveloppe gesubsidieerd voor 100% van het bedrag van de investering in de betrokken vestigingen, met een maximaal geïndexeerd subsidiebedrag van 575.000 euro.
Met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde bedrag, dat wordt toegewezen aan de scholen waarvan is vastgesteld dat zij een prestatieverschil vertonen ten opzichte van het gemiddelde van de scholen, worden de financiële middelen door de Regering over de scholen verdeeld volgens de criteria van artikel 6 van dit decreet en overeenkomstig de door de Regering vastgestelde nadere regels.". Art. 40.In bovengenoemd
decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/11/2007
pub.
24/01/2008
numac
2008029008
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten wordt een artikel 7/1 ingevoegd, dat als volgt luidt: "Art. 7/1.De administratieve dienst met autonome boekhouding komt ten laste van de uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap. Het bedrag van de jaarlijkse dotatie wordt bij Regeringsbesluit vastgesteld op basis van de bepalingen van artikel 7 van dit decreet en eventuele aanvullende uitzonderlijke dotaties die ook bij Regeringsbeslissing kunnen worden toegekend.". Art. 41.In bovengenoemd
decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/11/2007
pub.
24/01/2008
numac
2008029008
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten wordt een artikel 7/2 ingevoegd, dat als volgt luidt: "Art. 7/2.§ 1. In 2020 wordt een uitzonderlijk bedrag van 15.000.000 euro ingeschreven ten laste van de administratieve dienst met autonome boekhouding "Cel voor noodhulp en herschikking" om de behandeling van de ingediende dossiers mogelijk te maken die voorrang krijgen na de oproep tot het indienen van projecten die door het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van bijzondere machten nr. 19 van 4 juni 2020 is bepaald en die is bekrachtigd bij het decreet van 9 december 2020. § 2. Deze middelen zullen uitsluitend worden aangewend voor de tenlasteneming van dossiers die reeds als prioritair zijn aangemerkt, overeenkomstig de tenlastenemingsprocedures die zijn bepaald in het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van bijzondere machten nr. 19 van 4 juni 2020 en die zijn bekrachtigd bij het decreet van 9 december 2020.".
TITEL III. - Bepalingen met betrekking tot de begrotingsfondsen Art. 42.In de bijlage bij het
decreet van 27 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de in de volgende punten bedoelde fondsen worden geschrapt: - lijn 9 voor culturele infrastructuren, - lijn 16 voor sociaal-culturele opleidingen - lijn 53 voor de medefinanciering van activiteiten in verband met het Belgische voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa - lijn 62 voor uitgaven aan de Creative Europa-desk en Europese projecten - lijn 66 ter ondersteuning van de Franstalige cultuur - lijn 67 ter ondersteuning van de uitvoering van het Franstalige leerplichtonderwijs - lijn 75 betreffende Europese cofinanciering in de jeugdsector (bezoldiging) - lijn 76 betreffende Europese cofinanciering in de jeugdsector (uitgaven exclusief bezoldiging);2° in punt 69 wordt in de kolom "Aard bestemmingsontvangsten" een nieuwe regel toegevoegd, die luidt als volgt "Toewijzingen, subsidies en andere bedragen die van de Europese Unie of andere Europese of internationale instellingen worden ontvangen als gevolg van de deelname van NADO aan antidopingprojecten, met inbegrip van preventie, voorlichting, onderwijs, communicatie en/of bewustmaking met betrekking tot de bestrijding van doping en de waarden van eerlijke sportpraktijk". TITEL IV. - Bepalingen met betrekking tot het Fonds Ecureuil de la Communauté française Art. 43.In het
decreet van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/06/2002
pub.
19/07/2002
numac
2002029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de oprichting van het « Fonds Ecureuil » van de Franse Gemeenschap
sluiten betreffende de oprichting van het Fonds Ecureuil de la Communauté française wordt een artikel 15bis ingevoegd, dat als volgt luidt: "Artikel 15bis.§ 1. Het Fonds Ecureuil de la Communauté française vertrouwt al zijn financiële activa toe aan rekeningen die op zijn naam zijn geopend bij de kredietinstelling die de ambten van kassier van de Regeringsdiensten van de Franse Gemeenschap vervult, zoals bedoeld in het
decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten2 betreffende de organisatie van de begroting en de boekhouding van de Regeringsdiensten van de Franse Gemeenschap. § 2 Het Fonds Ecureuil de la Communauté française vertrouwt de kassier de materiële uitvoering van zijn inkomsten- en uitgavenverrichtingen en het voeren van zijn financiële boekhouding toe, met uitzondering van de technische overdrachtsrekeningen, volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in de "Kassierovereenkomst" die de Franse Gemeenschap en haar kassier bindt.
Deze technische rekeningen worden gedefinieerd als rekeningen die bij een andere bankinstelling dan de kassier zijn geopend met het oog op de tijdelijke betaling van stromen die voortvloeien uit specifieke financiële transacties die door deze instellingen worden uitgevoerd. § 3 De kassier bepaalt de globale staat, d.w.z. de nettokaspositie bepaald op basis van de totale saldi van alle financiële rekeningen van de Franse Gemeenschap en de geïntegreerde organen.
De financiële rekeningen van het Fonds Ecureuil de la Communauté française, die in het totaaloverzicht zijn opgenomen, dragen geen credit- en/of debetrente ten gunste of ten laste van hem.". Art. 44.- In bovengenoemd
decreet van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/06/2002
pub.
19/07/2002
numac
2002029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de oprichting van het « Fonds Ecureuil » van de Franse Gemeenschap
sluiten wordt artikel 22 vervangen door de volgende tekst: "Art. 22 De belegging van de reserves van het Fonds moet plaatsvinden in activa bestaande uit renteproducten, met inbegrip van afgeleide instrumenten in het kader van een financiële dekkingsstrategie.
Op 31 december van elk jaar moeten de reserves van het Fonds worden opgenomen in de rekeningen die op zijn naam zijn geopend bij de kredietinstelling die de ambten van kassier van de Regeringsdiensten van de Franse Gemeenschap uitoefent, zoals bedoeld in het
decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029373
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in het Akkoord tussen de Regering van de Franse Gemeenschap van België en de Regering van de Republiek Bolivia, ondertekend in Brussel op 11 oktober 1995
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
14/01/1998
numac
1997029380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende toestemming in de Interregionale Kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado comun del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, met inbegrip van de Bijlagen en Verklaringen van de overeenkomstsluitende partijen, gedaan te Madrid op 15 december 1995
sluiten2 betreffende de organisatie van de begroting en de boekhouding van de Regeringsdiensten van de Franse Gemeenschap.".
TITEL V. - Bepalingen met betrekking tot WBE Art. 45.In artikel 38 van het bijzonder
decreet van 7 februari 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
16/12/1997
numac
1997029410
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de Middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998
type
decreet
prom.
27/10/1997
pub.
28/01/1998
numac
1997029409
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap
sluiten0 tot oprichting van de overheidsinstelling belast met het ambt van inrichtende macht voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, zoals gewijzigd bij het decreet van 18 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt vervangen door de volgende tekst: "In 2020 wordt het in het eerste lid, 1°, bedoelde bedrag verhoogd met een bedrag van 4.274.000 euro. Vanaf 2021 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag verhoogd met 10.951.000 euro."; 2° in lid 5 worden de woorden "2020," opgeheven. Art. 46.In artikel 11, § 2, lid 2, van bovengenoemd bijzonder besluit van 7 februari 2019 worden de woorden "De WBE-Raad zal met ingang van 1 januari 2020 en uiterlijk op 31 augustus 2020 de uitoefening van de volgende organisatiebevoegdheden hebben overgedragen:" vervangen door de woorden "Op een …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.