📄 Wettekst
2 APRIL 2021. - Wet houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL I. - ALGEMENE BEPALING Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - DIVERSE DRINGENDE FISCALE BEPALINGEN HOOFDSTUK 1. - VERLENGING VAN DE MAATREGELEN VAN DE
WET VAN 20 DECEMBER 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7 HOUDENDE TIJDELIJKE ONDERSTEUNINGSMAATREGELEN TEN GEVOLGE VAN DE COVID-19-PANDEMIE Art. 2.In artikel 1ter van koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van goederen en diensten bij die tarieven, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 december 1995, hersteld bij het koninklijk besluit van 5 mei 2020 en gewijzigd bij de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7, worden de woorden "31 maart 2021" vervangen door de woorden "30 juni 2021". Art. 3.In artikel 15, eerste en tweede lid, van de
wet van 29 mei 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten5 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7, worden de woorden "31 maart 2021" telkens vervangen door de woorden "30 juni 2021". Art. 4.In artikel 9 van de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° het is: - ofwel de eerste en enige wijziging van de raamovereenkomst met het oog op de aanduiding van een ander in aanmerking komend werk; - ofwel de tweede wijziging van de raamovereenkomst met het oog op de aanduiding van een ander in aanmerking komend werk, waarvoor de eerste wijziging ten laatste op 31 januari 2021 werd uitgevoerd en op voorwaarde dat het nieuw in aanmerking komend werk door dezelfde productievennootschap wordt uitgevoerd;". Art. 5.In artikel 14 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "Artikelen 9 en 10" vervangen door de woorden "Artikelen 9, 1°, en 10"; 2° een lid wordt ingevoegd tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, luidende: "Artikel 9, 2°, is van toepassing op de raamovereenkomsten die ten laatste op 31 januari 2021 zijn ondertekend."; 3° de woorden "31 maart 2021" worden telkens vervangen door de woorden "30 juni 2021". Art. 6.In artikel 15, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "de artikelen 43 en 44 van deze wet" worden telkens vervangen door de woorden "de artikelen 51 en 52 van deze wet";2° de woorden "artikel 32, 6°, van deze wet" worden telkens vervangen door de woorden "artikel 40, 6°, van deze wet";3° de woorden "31 maart 2021" worden vervangen door de woorden "30 juni 2021". Art. 7.In artikel 16, § 3, tweede lid, van de
wet van 29 mei 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten5 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, ingevoegd bij de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7, worden de woorden "in het eerste kwartaal van 2021" vervangen door de woorden "in het eerste en tweede kwartaal van 2021" en worden de woorden "of artikel 33 van de wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie" ingevoegd tussen de woorden "artikel 10 van de wet van 4 november 2020 inzake verschillende sociale maatregelen ingevolge de COVID-19-pandemie" en de woorden ", niet in aanmerking". Art. 8.In afwijking van artikel 11, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten zijn de notariële volmachten verleden van 1 april 2021 tot 30 juni 2021 vrijgesteld van het registratierecht, wanneer de instrumenterende ambtenaar ervoor geen ereloon, vacaties of kosten vraagt en voor zover deze volmacht uitsluitend effect sorteert tot 30 juni 2021.
In afwijking van artikel 23 van de
wet van 29 mei 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten5 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, van artikel 22 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), en van artikel 18 van de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, blijft het voordeel van de vrijstelling behouden voor de volmachten verleden van 13 maart 2020 tot 31 maart 2021 wanneer de volmacht ten laatste op 30 juni 2021 wordt gebruikt. Art. 9.In afwijking van artikel 3 van het Wetboek diverse rechten en taksen zijn de notariële volmachten verleden van 1 april 2021 tot 30 juni 2021 vrijgesteld van het recht op geschriften wanneer de instrumenterende ambtenaar ervoor geen ereloon, vacaties of kosten vraagt en voor zover deze volmacht uitsluitend effect sorteert tot 30 juni 2021.
In afwijking van artikel 26, 1°, van de
wet van 29 mei 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten5 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, van artikel 25 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), en van artikel 19 van de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, blijft het voordeel van de vrijstelling behouden voor de volmachten verleden van 13 maart 2020 tot 31 maart 2021 wanneer de volmacht ten laatste op 30 juni 2021 wordt gebruikt. Art. 10.In hoofdstuk 5 van de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende: "Art. 15/1.Artikel 15 heeft uitwerking op de bezoldigingen die vanaf 1 oktober 2020 worden betaald of toegekend.". HOOFDSTUK 2. - VERLENGING VAN DE VRIJSTELLING VAN VERGOEDINGEN IN HET KADER VAN STEUNMAATREGELEN DIE WORDEN GENOMEN DOOR DE GEWESTEN, GEMEENSCHAPPEN, PROVINCIES OF GEMEENTEN Art. 11.In artikel 6, tweede lid, derde streepje, van de
wet van 29 mei 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten5 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7, worden de woorden "31 maart 2021" vervangen door de woorden "31 december 2021". HOOFDSTUK 3. - BELASTINGVERMINDERING VOOR DE VERWERVING VAN NIEUWE AANDELEN VAN ONDERNEMINGEN DIE HUN OMZET INGEVOLGE DE COVID-19-PANDEMIE STERK HEBBEN ZIEN DALEN Art. 12.§ 1. Aan Rijksinwoners wordt een belastingvermindering verleend voor de betalingen voor nieuwe aandelen op naam verworven met inbrengen in geld die een fractie vertegenwoordigen van het in artikel 2, § 1, 6°, a, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bedoelde kapitaal van een in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde vennootschap en waarop de belastingplichtige rechtstreeks heeft ingeschreven naar aanleiding van een kapitaalverhoging tussen 1 januari 2021 en 31 augustus 2021 en die hij uiterlijk op 31 augustus 2021 volledig heeft volstort. § 2. Dit artikel is van toepassing op de aandelen van een vennootschap die tezelfdertijd aan alle onderstaande voorwaarden voldoet: 1° de vennootschap is een binnenlandse vennootschap of een vennootschap waarvan de voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die over een in artikel 229 van hetzelfde Wetboek bedoelde Belgische inrichting beschikt;2° de omzet van de vennootschap is voor de periode van 2 november 2020 tot 31 december 2020 met minstens 30 pct.gedaald ten opzichte van dezelfde periode van 2019; 3° de vennootschap wordt op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen als kleine vennootschap aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de inbreng wordt gedaan;4° de vennootschap is geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap;5° de vennootschap is geen vennootschap met als statutair hoofddoel of voornaamste activiteit de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur van vastgoed voor eigen rekening of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel, noch een vennootschap waarin onroerende goederen of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen zijn ondergebracht, waarvan natuurlijke personen die in de vennootschap een opdracht of functies als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 uitoefenen, hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, het gebruik hebben;6° de vennootschap is geen vennootschap die is opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of die haar voornaamste bron van inkomsten haalt uit management- of bestuurdersovereenkomsten;7° de vennootschap is een niet-beursgenoteerde vennootschap;8° de vennootschap kan niet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden als omschreven in artikel 2, § 1, 4° /2, van hetzelfde Wetboek;9° de vennootschap gebruikt de ontvangen sommen niet voor de uitkering van dividenden als bedoeld in artikel 18 van hetzelfde Wetboek, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves als bedoeld in de artikelen 184quater en 541 van hetzelfde Wetboek, voor een kapitaalvermindering met inbegrip van de kapitaalvermindering als bedoeld in artikel 537 van hetzelfde Wetboek of enige andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen of voor de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen;10° de vennootschap: - houdt geen rechtstreekse deelneming aan in een vennootschap die gevestigd is in een Staat die is opgenomen op één van de lijsten waarnaar wordt verwezen in artikel 307, § 1/2, van hetzelfde Wetboek of een Staat die is opgenomen in de lijst in artikel 179 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992; - doet geen betalingen aan vennootschappen die gevestigd zijn in één van de in het eerste streepje bedoelde Staten waarvan niet kan worden aangetoond dat ze werden verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften en die samengenomen meer bedragen dan 100 000 euro per belastbaar tijdperk; 11° de vennootschap heeft na de betaling van de in paragraaf 1 bedoelde sommen door de belastingplichtige niet meer dan 250 000 euro ontvangen via de toepassing van dit artikel. Voor vennootschappen die na 2 november 2019 werden opgericht anders dan in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen, wordt voor de toepassing van het eerste lid, 2°, de in de periode van 2 november 2020 tot 31 december 2020 gerealiseerde omzet vergeleken met de in het financieel plan vooropgestelde omzet voor diezelfde periode.
Aan de in het eerste lid, 4° tot 6°, 9° en 10°, vermelde voorwaarden moet door de vennootschap worden voldaan gedurende de 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap.
De belastingvermindering is niet van toepassing op: 1° uitgaven die in aanmerking zijn genomen voor de toepassing van artikel 1451, 4°, 14526, 14527 of 14532 van hetzelfde Wetboek of voor de toepassing van een gewestelijke belastingvermindering of een gewestelijk belastingkrediet;2° betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap met betrekking tot het gedeelte van die aandelen waardoor de belastingplichtige een vertegenwoordiging van meer dan 30 pct.van het eigen vermogen van die vennootschap bekomt; 3° betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap, onder de vorm van een quasi-inbreng als bedoeld in artikel 7:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;4° betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks worden gefinancierd met een afname van een vordering op die vennootschap of met een schuld aan die vennootschap. § 3. De betalingen die voor de in paragraaf 1, bedoelde aandelen gedaan worden tussen 1 januari 2021 en 31 augustus 2021 komen voor een totaalbedrag tot 100 000 euro in aanmerking voor de belastingvermindering.
De belastingvermindering is gelijk aan 20 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag, na aftrek van de eventuele verbonden kosten. § 4. De betalingen voor in paragraaf 1 bedoelde aandelen komen voor de belastingvermindering in aanmerking op voorwaarde dat de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde vennootschap aan de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting van het belastbare tijdperk waarin de betaling is gedaan, het bewijs verstrekt waaruit blijkt dat: - voldaan is aan de in paragrafen 1 en 2 gestelde voorwaarden; - de belastingplichtige de aandelen in het belastbare tijdperk heeft aangeschaft en deze op het einde van dat belastbare tijdperk nog in zijn bezit heeft. § 5. De in paragraaf 1 bedoelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de vennootschap de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de personenbelasting van de vijf belastbare tijdperken volgend op het belastbare tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, het bewijs verstrekt dat hij de betrokken in paragraaf 1, bedoelde aandelen nog in zijn bezit heeft.
Aan deze voorwaarde moet niet meer worden voldaan met ingang van het belastbare tijdperk waarin de belastingplichtige is overleden.
Wanneer de betrokken aandelen bedoeld in paragraaf 1, anders dan bij overlijden worden overgedragen binnen de 60 maanden na de aanschaffing ervan, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk van de vervreemding vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig paragraaf 1 voor die aandelen werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden.
Onder het in het tweede lid bedoelde woord "overgedragen" dient eveneens te worden verstaan, de sluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd.
Wanneer de sluiting van de vereffening het gevolg is van de faillietverklaring van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, moet niet meer worden voldaan aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde met ingang van het belastbare tijdperk waarin die sluiting van de vereffening ten gevolge van faillietverklaring heeft plaats gevonden.
De in paragraaf 1 vermelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de in paragraaf 2, derde lid, gestelde voorwaarden worden nageleefd.
Wanneer de in paragraaf 2, derde lid, vermelde voorwaarden niet worden nageleefd gedurende de 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk waarin wordt vastgesteld dat die voorwaarde niet wordt nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig paragraaf 1 voor die aandelen werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet wordt nageleefd tot het einde van de termijn van 60 maanden. § 6. De belastingvermindering wordt aangerekend overeenkomstig artikel 178/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vóór de belastingverminderingen die in een belastingkrediet kunnen worden omgezet.
Het gedeelte van de overeenkomstig dit artikel verleende belastingvermindering dat na toepassing van artikel 178/1 van hetzelfde Wetboek niet is aangerekend, wordt achtereenvolgens overgedragen naar elk van de drie belastbare tijdperken volgend op het belastbare tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.
De belastingvermindering wordt evenwel niet overgedragen naar het belastbare tijdperk waarin overeenkomstig paragraaf 5 de totale belasting met een deel van de reeds verleende belastingvermindering wordt verhoogd.
De belastingvermindering die niet meer kan worden overdragen, wordt aangerekend vóór de belastingverminderingen die nog naar volgende belastbare tijdperken kunnen worden overgedragen. Wanneer de overdraagbare belastingverminderingen betrekking hebben op uitgaven die in verschillende belastbare tijdperken werden gedaan, worden de belastingverminderingen voor de oudste uitgaven eerst aangerekend. § 7. De belastingvermindering wordt in rekening gebracht om de in artikel 171, 5° en 6°, van hetzelfde Wetboek bedoelde gemiddelde aanslagvoeten te bepalen.
Voor de toepassing van de artikelen 175 en 290, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt de totale belasting ook verhoogd met de in paragraaf 5 bedoelde vermeerdering. § 8. Dit artikel is eveneens van toepassing voor de niet-inwoners als bedoeld in artikel 227, 1°, van hetzelfde Wetboek voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 of 244 van hetzelfde Wetboek wordt berekend.
Voor de belastingplichtigen van wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 van hetzelfde Wetboek wordt berekend: 1° wordt voor de toepassing van de bepaling onder 4°, van het voormelde artikel, de in dit artikel bedoelde belastingvermindering in mindering gebracht om de totale belasting te bepalen;2° maakt de in paragraaf 5 bedoelde belastingvermeerdering geen deel uit van de berekeningsgrondslag van de bij toepassing van artikel 245 van hetzelfde Wetboek bepaalde opcentiemen;3° wordt voor de toepassing van artikel 294, tweede lid, 2°, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, de totale belasting ook verhoogd met in de paragraaf 5 bedoelde vermeerdering. De in paragraaf 5 bedoelde belastingvermeerdering is eveneens van toepassing voor niet-inwoners als bedoeld in artikel 227, 1°, van hetzelfde Wetboek voor wie de belasting voor het belastbare tijdperk waarin de aandelen worden vervreemd, overeenkomstig artikel 243 van hetzelfde Wetboek wordt berekend. In dat geval: 1° wordt voor de toepassing van de in paragraaf 5 bedoelde belastingvermeerdering onder totale belasting verstaan de overeenkomstig de artikelen 130, 1451, 1° en 4°, 1452, 1453, 1457, § 1, 146 tot 154bis, 169 en 171 tot 178/1, van hetzelffde Wetboek bepaalde belasting;2° maakt de in paragraaf 5 bedoelde belastingvermeerdering geen deel uit van de berekeningsgrondslag van de bij toepassing van artikel 245 van hetzelfde Wetboek bepaalde opcentiemen;3° wordt voor de toepassing van artikel 294, tweede lid, 2°, eerste streepje, van hetzelfde Wetboek, de totale belasting verhoogd met de in paragraaf 5 bedoelde vermeerdering. § 9. De bedragen in euro vermeld in dit artikel worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178 van hetzelfde Wetboek. § 10. De Koning bepaalt de wijze waarop het in paragraaf 4 en paragraaf 5, eerste lid, bedoelde bewijs wordt geleverd. § 11. Voor de toepassing van dit artikel moeten de begrippen "kapitaalverhoging" en "kapitaalvermindering" begrepen worden als betrekking hebbend op kapitaal bedoeld in artikel 2, § 1, 6°, a, van hetzelfde Wetboek. HOOFDSTUK 4. - BELASTINGVOORDEEL VOOR DE KWIJTSCHELDING VAN DE HUUR Afdeling 1. - Personenbelasting en belasting
niet-inwoners /natuurlijke personen Art. 13.§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend aan Rijksinwoners en in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bedoelde niet-inwoners die een in België gelegen gebouwd onroerend goed waarvan zij eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of bezitter zijn, al dan niet in het kader van hun beroepswerkzaamheid, verhuren aan een onderneming die verplicht heeft moeten sluiten in het kader van de COVID-19-pandemie, en de huurprijs en de huurvoordelen voor het voor de ondernemingsactiviteit aangewende gedeelte van dat onroerend goed voor de maanden maart, april of mei 2021, of voor meerdere van die maanden, geheel of gedeeltelijk kwijtschelden.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een gebouwd onroerend goed gelijkgesteld met verhuur. De vergoeding wordt desgevallend gelijkgesteld met de huurprijs.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huurvoordelen verstaan, de regelmatig weerkerende geldelijke lasten waarvan in de huurovereenkomst is bepaald dat ze door de huurder ten voordele van de verhuurder moeten worden gedragen.
Wanneer de huurprijs en de huurvoordelen niet per maand worden betaald, worden de huurprijs en de huurvoordelen die betrekking hebben op de maand maart, april of mei 2021 pro rata temporis bepaald.
Wanneer het onroerend goed door de huurder niet uitsluitend voor zijn eigen ondernemingsactiviteit wordt aangewend en de huurprijs niet in de huurovereenkomst is opgesplitst over het voor de eigen ondernemingsactiviteit en het niet voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte, worden de huurprijs en de huurvoordelen die betrekking hebben op het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte bepaald door de huurprijs en de huurvoordelen voor het onroerend goed te vermenigvuldigen met het aandeel van de oppervlakte van het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte van het onroerend goed in de totale oppervlakte van het onroerend goed.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het gedeelte van het onroerend goed dat ter beschikking wordt gesteld van een derde niet beschouwd als een voor de eigen ondernemingsactiveit aangewend gedeelte van het onroerend goed. § 2. De in paragraaf 1 vermelde belastingvermindering kan enkel worden verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan: 1° de huurder: a) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden een zelfstandige die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofdberoep, een vennootschap die wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of een vereniging die wordt aangemerkt als kleine vereniging op grond van artikel 1:28, §§ 1 tot 5, van hetzelfde Wetboek;b) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden volgens de Kruispuntbank voor ondernemingen actief als onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed;c) heeft de vestigingseenheid van zijn onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed geheel of gedeeltelijk verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen die vanaf 12 maart 2020 zijn genomen door de federale overheid in het kader van de COVID-19-pandemie.Verplichte sluitingen die als sanctie zijn opgelegd evenals verplichte sluitingen die beperkt zijn tot bepaalde uren van de dag, worden niet in aanmerking genomen; d) had voor de betrokken huurovereenkomst geen huurachterstallen op 12 maart 2020;e) kan op het moment van de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen niet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden als omschreven in artikel 2, § 1, 4° /2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;2° de huurder is: a) wanneer het een natuurlijke persoon betreft, niet de echtgenoot in de zin van artikel 2, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek van de belastingplichtige-verhuurder of een andere persoon die deel uitmaakt van het gezin van de belastingplichtige-verhuurder, noch een kind, ascendent of zijverwant tot de tweede graad van de belastingplichtige-verhuurder, zijn echtgenoot of een andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin;b) wanneer het een vennootschap betreft, geen vennootschap: - waarin de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), rechtstreeks of onrechtstreeks een in artikel 32, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, bedoelde bedrijfsleider is; - waarin de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of een gelijksoortige functie uitoefent; - die een aannemings- of lastgevingsovereenkomst heeft gesloten met een andere vennootschap waarvan de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), aandeelhouder is, en waarbij die andere vennootschap er zich toe heeft verbonden om tegen vergoeding een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard op zich te nemen in de eerste vennootschap; - waarvan de belastingplichtige-verhuurder of een persoon bedoeld in de bepaling onder a), desgevallend samen, aandelen bezitten die 30 pct. of meer van het in artikel 2, § 1, 6°, a, van hetzelfde Wetboek, bedoelde kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen; 3° de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen is: a) gebaseerd op het opschorten van de verplichting voor de huurder tot het betalen van het geheel of een gedeelte van de huurprijs en de huurvoordelen voor de maanden maart, april of mei 2021, of voor meerdere van die maanden;b) vrijwillig en definitief toegestaan door de belastingplichtige-verhuurder;c) vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst afgesloten tussen de belastingplichtige-verhuurder en de huurder die door de belastingplichtige-verhuurder uiterlijk op 15 juli 2021 wordt bezorgd aan de dienst die wordt aangeduid door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit;4° in geval de huurprijs en de huurvoordelen voor het beroepsmatig aangewende gedeelte van het onroerend goed slechts gedeeltelijk wordt kwijtgescholden, wordt een bedrag van minstens 40 pct.van de huurprijs en de huurvoordelen met betrekking tot de betrokken maand of maanden kwijtgescholden. § 3. Het bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen waarvoor een belastingvermindering kan worden verleend, kan niet meer bedragen dan 5 000 euro per maand per huurovereenkomst, noch meer bedragen dan 45 000 euro per belastingplichtige-verhuurder.
De in het eerste lid vermelde bedragen worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178 van hetzelfde Wetboek. § 4. De belastingvermindering wordt verleend voor het belastbare tijdperk waartoe de periode behoort waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden.
Wanneer de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden, tot meer dan één belastbaar tijdperk behoort, gelden de in paragraaf 3, eerste lid, vermelde bedragen voor die belastbare tijdperken samen. § 5. De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen.
In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 van hetzelfde Wetboek belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig datzelfde artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten. § 6. De belastingvermindering wordt aangerekend overeenkomstig artikel 178/1 van hetzelfde Wetboek, vóór de belastingverminderingen die niet in een belastingkrediet kunnen worden omgezet maar wel aanleiding kunnen geven tot een latere belastingheffing.
De belastingvermindering wordt in rekening gebracht om de in artikel 171, 5° en 6°, van hetzelfde Wetboek bedoelde gemiddelde aanslagvoeten te bepalen. § 7. De Koning kan nadere modaliteiten voor de toepassing van dit artikel vastleggen, onder meer met betrekking tot het leveren van het bewijs dat aan de voorwaarden voor de toepassing van de belastingvermindering is voldaan. Afdeling 2. - Vennootschapsbelasting
en belasting niet-inwoners/vennootschappen Art. 14.§ 1. Er kan een belastingkrediet verrekend worden met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vermelde niet-inwoners, indien de belastingplichtige een in België gelegen gebouwd onroerend goed waarvan hij eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of bezitter is aan een onderneming verhuurt die verplicht heeft moeten sluiten in het kader van de COVID-19-pandemie, en de huurprijs en de huurvoordelen voor het voor de ondernemingsactiviteit aangewende gedeelte van dat onroerend goed voor de maanden maart, april of mei 2021, of voor meerdere van die maanden, geheel of gedeeltelijk kwijtscheldt.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een gebouwd onroerend goed gelijkgesteld met verhuur. De vergoeding wordt desgevallend gelijkgesteld met de huurprijs.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huurvoordelen verstaan, de regelmatig weerkerende geldelijke lasten waarvan in de huurovereenkomst is bepaald dat ze door de huurder ten voordele van de verhuurder moeten worden gedragen.
Wanneer de huur en de huurvoordelen niet per maand worden betaald, worden de huur en de huurvoordelen die betrekking hebben op de maand maart, april of mei 2021 pro rata temporis bepaald.
Wanneer het onroerend goed door de huurder niet uitsluitend voor zijn eigen ondernemingsactiviteit wordt aangewend en de huurprijs niet in de huurovereenkomst is opgesplitst over het voor de eigen ondernemingsactiviteit en het niet voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte, worden de huurprijs en de huurvoordelen die betrekking hebben op het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte bepaald door de huurprijs en de huurvoordelen voor het onroerend goed te vermenigvuldigen met het aandeel van de oppervlakte van het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte van het onroerend goed in de totale oppervlakte van het onroerend goed.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het gedeelte van het onroerend goed dat ter beschikking wordt gesteld van een derde niet beschouwd als een voor de eigen ondernemingsactiveit aangewend gedeelte van het onroerend goed. § 2. Het in paragraaf 1 vermelde belastingkrediet kan enkel worden verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan: 1° de huurder: a) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden een zelfstandige die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofdberoep, een vennootschap die wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of een vereniging die wordt aangemerkt als kleine vereniging op grond van artikel 1:28, §§ 1 tot 5, van hetzelfde Wetboek;b) is voor de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden volgens de Kruispuntbank voor ondernemingen actief als onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed;c) heeft de vestigingseenheid van zijn onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed geheel of gedeeltelijk verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen die vanaf 12 maart 2020 zijn genomen door de federale overheid in het kader van de COVID-19-pandemie.Verplichte sluitingen die als sanctie zijn opgelegd evenals verplichte sluitingen die beperkt zijn tot bepaalde uren van de dag, worden niet in aanmerking genomen; d) had voor de betrokken huurovereenkomst geen huurachterstallen op 12 maart 2020;e) kan op het moment van de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen niet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden als omschreven in artikel 2, § 1, 4° /2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;2° Wanneer de huurder een vennootschap is, mag het geen verbonden vennootschap zijn als bedoeld in artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen; Wanneer de huurder een natuurlijke persoon is, mag deze zelf, noch zijn echtgenoot in de zin van artikel 2, § 1, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of een andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin, noch een van zijn kinderen, ascendenten of zijverwanten tot de tweede graad, of die van zijn echtgenoot of van een andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin: a) bij de belastingplichtige-verhuurder rechtstreeks of onrechtstreeks de in artikel 32, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bedoelde functie van bedrijfsleider uitoefenen;b) bij de belastingplichtige-verhuurder als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functie uitoefenen;c) alleen of desgevallend samen aandelen bezitten die 30 pct.of meer van het in artikel 2, § 1, 6°, a, van hetzelfde Wetboek, bedoelde kapitaal van de belastingplichtige-verhuurder vertegenwoordigen; d) aandeelhouder zijn van een vennootschap waarmee de belastingplichtige-verhuurder een aannemings- of lastgevingsovereenkomst heeft gesloten om tegen vergoeding een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard op zich te nemen bij de belastingplichtige-verhuurder;3° de kwijtschelding van de huurprijs en de huurvoordelen is: a) gebaseerd op het opschorten van de verplichting voor de huurder tot het betalen van het geheel of een gedeelte van de huurprijs en de huurvoordelen voor de maanden maart, april of mei 2021, of voor meerdere van die maanden;b) vrijwillig en definitief toegestaan door de belastingplichtige-verhuurder;c) vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst afgesloten tussen de belastingplichtige-verhuurder en de huurder die door de belastingplichtige-verhuurder uiterlijk op 15 juli 2021 wordt bezorgd aan de dienst die wordt aangeduid door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit;4° in geval de huurprijs en de huurvoordelen voor het beroepsmatig aangewende gedeelte van het onroerend goed slechts gedeeltelijk wordt kwijtgescholden, wordt een bedrag van minstens 40 pct.van de huurprijs en de huurvoordelen met betrekking tot de betrokken maand of maanden kwijtgescholden. § 3. Het bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen waarvoor een belastingkrediet kan worden verleend, kan niet meer bedragen dan 5 000 euro per maand per huurovereenkomst, noch meer bedragen dan 45 000 euro per belastingplichtige-verhuurder.
De in het eerste lid vermelde bedragen worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178 van hetzelfde Wetboek. § 4. Het belastingkrediet wordt verleend voor het belastbare tijdperk waartoe de periode behoort waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden.
Wanneer de periode waarvoor de huurprijs en de huurvoordelen worden kwijtgescholden, tot meer dan één belastbaar tijdperk behoort, gelden de in paragraaf 3, eerste lid, vermelde bedragen voor die belastbare tijdperken samen. § 5. Het belastingkrediet is gelijk aan 30 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen.
Het belastingkrediet wordt volledig met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, van hetzelfde Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vermelde niet-inwoners verrekend. § 6. De Koning kan nadere modaliteiten voor de toepassing van dit artikel vastleggen, onder meer met betrekking tot het leveren van het bewijs dat aan de voorwaarden voor de toepassing van het belastingkrediet is voldaan. Afdeling 3. - Antimisbruikbepaling
Art. 15.Artikel 344, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is van toepassing op de bepalingen vermeld in dit hoofdstuk. HOOFDSTUK 5. - AFSCHAFFING VAN HET BTW-VOORSCHOT DAT MOET WORDEN BETAALD IN DECEMBER Art. 16.In artikel 53octies, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en vervangen bij de wet van 17 december 2012, worden het derde en het vierde lid opgeheven. HOOFDSTUK 6. - AFSCHAFFING VAN HET VOORSCHOT OP DE BEDRIJFSVOORHEFFING DAT MOET WORDEN BETAALD IN DECEMBER Art. 17.In artikel 412 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 15 maart 1999, de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en de wetten van 22 december 2003, 19 december 2014 en 24 maart 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het vierde en het vijfde lid worden opgeheven;b) in het zesde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "vermeld in het eerste tot vijfde lid" vervangen door de woorden "vermeld in het eerste tot derde lid". Art. 18.Artikel 414, § 1, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 juli 1992, wordt vervangen als volgt: "Wanneer de bedrijfsvoorheffing evenwel niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, is daarenboven voor de vervalmaand een interest verschuldigd voor een halve maand in de gevallen vermeld in artikel 412, tweede en derde lid.". HOOFDSTUK 7. - VERLAGING VAN DE INTERESTEN ZOALS VASTGELEGD IN HET WETBOEK VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE, DE
WET VAN 5 MEI 1865Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1865
pub.
06/09/2011
numac
2011000565
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de lening tegen intrest
sluiten BETREFFENDE DE LENING TEGEN INTEREST, EN DE ALGEMENE
WET VAN 18 JULI 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/07/1977
pub.
31/01/2013
numac
2013000049
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoördineerd op 18 juli 1977. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten INZAKE DOUANE EN ACCIJNZEN Art. 19.In afwijking van artikel 2, § 2, eerste lid, van de
wet van 5 mei 1865Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1865
pub.
06/09/2011
numac
2011000565
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de lening tegen intrest
sluiten betreffende de lening tegen intrest, wordt voor de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen waarvan de inning en de invordering verzekerd worden door de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën, en zelfs als de fiscale bepalingen verwijzen naar de wettelijke rentevoet in burgerlijke zaken, en voor zover er niet expliciet wordt vanaf geweken in fiscale bepalingen: - de wettelijke rentevoet in fiscale zaken voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 op de in te vorderen bedragen vastgesteld op 4 pct. per jaar; - de wettelijke rentevoet in fiscale zaken voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 op de terug te betalen bedragen vastgesteld op 2 pct. per jaar. Art. 20.In afwijking van artikel 91, §§ 1 en 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 4 pct. per jaar.
In afwijking van artikel 91, § 3, van hetzelfde Wetboek, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 2 pct. per jaar.
In afwijking van artikel 91, § 2bis, van hetzelfde Wetboek, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar.
Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, opgenomen zijn in een innings- en invorderingsregister, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister.
Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91 van hetzelfde Wetboek, het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke beslissing, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Art. 21.In afwijking van artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de
wet van 26 november 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten1, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 4 pct. per jaar.
In afwijking van artikel 91, § 3, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de
wet van 26 november 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten1, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 2 pct. per jaar.
In afwijking van artikel 91, § 4, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de
wet van 26 november 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten1, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 op de in te vorderen bedragen vastgesteld op 8 pct.
Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, opgenomen zijn in een dwangbevel dat werd betekend of ter kennis gebracht, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar.
Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91 van hetzelfde Wetboek, het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke beslissing, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Art. 22.In afwijking van artikel 311, § 1, van de algemene
wet van 18 juli 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/07/1977
pub.
31/01/2013
numac
2013000049
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoördineerd op 18 juli 1977. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten inzake douane en accijnzen, wordt bij laattijdige betaling van accijnzen of van andere belastingen die worden ingevorderd door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën, de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei en juni 2021, vastgelegd op 4 pct. per jaar. HOOFDSTUK 8. - INWERKINGTREDING Art. 23.Titel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2021.
TITEL 3. - VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN ENIG HOOFDSTUK. - WIJZIGING VAN HET
KONINKLIJK BESLUIT VAN 10 NOVEMBER 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
19/07/2005
numac
2005012166
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Wet houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
29/08/2005
numac
2005022674
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de rechten van vrijwilligers
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
29/07/2005
numac
2005000427
bron
federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten
sluiten0 BETREFFENDE HEFFINGEN BEPAALD BIJ ARTIKEL 4 VAN DE WET VAN 9 DECEMBER 2004 BETREFFENDE DE FINANCIERING VAN HET FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN Art. 24.In artikel 3 van het
koninklijk besluit van 10 november 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
19/07/2005
numac
2005012166
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Wet houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
29/08/2005
numac
2005022674
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de rechten van vrijwilligers
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
29/07/2005
numac
2005000427
bron
federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten
sluiten0 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, vervangen bij de wet van 22 december 2008 en gewijzigd bij de wetten van 25 december 2017 en 27 oktober 2020, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende: "In afwijking van het eerste lid zijn de operatoren in de horecasector geen heffing verschuldigd voor het jaar 2021.". Art. 25.De Koning kan de bij dit hoofdstuk gewijzigde bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
TITEL 4. - ZELFSTANDIGEN ENIG HOOFDSTUK. - WIJZIGING VAN ARTIKEL 92TER VAN DE
WET VAN 30 DECEMBER 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/12/1992
pub.
18/06/2012
numac
2012000355
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende sociale en diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels
sluiten HOUDENDE SOCIALE EN DIVERSE BEPALINGEN, MET BETREKKING TOT DE INVOERING VAN EEN JAARLIJKSE BIJDRAGE TEN LASTE VAN DE VENNOOTSCHAPPEN BESTEMD VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN OM IN 2021 DE BETAALDATUM VAN DE VERMELDE BIJDRAGE UIT TE STELLEN NAAR 31 DECEMBER 2021 Art. 26.In artikel 92ter van de
wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/12/1992
pub.
18/06/2012
numac
2012000355
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende sociale en diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels
sluiten houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij de
wet van 29 mei 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten5, wordt aangevuld met een lid, luidende: "In afwijking van artikel 92 van de
wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/12/1992
pub.
18/06/2012
numac
2012000355
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende sociale en diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels
sluiten houdende sociale en diverse bepalingen dient de bijdrage die betrekking heeft op het jaar 2021 te worden geïnd vanaf 1 september 2021 en vereffend ten laatste op 31 december 2021 of uiterlijk de laatste dag van de derde maand volgend op de maand waarin de vennootschap werd opgericht of aan de belasting der niet-inwoners werd onderworpen, voor zover die laatste dag 31 december 2021 niet voorafgaat.". Art. 27.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021 en is van toepassing op de bijdrage die betrekking heeft op het jaar 2021.
TITEL 5. - DIVERSE ARBEIDSRECHTELIJKE MAATREGELEN HOOFDSTUK 1. - WIJZIGINGEN VAN DE
WET VAN 20 DECEMBER 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7 HOUDENDE TIJDELIJKE ONDERSTEUNINGSMAATREGELEN TEN GEVOLGE VAN DE COVID-19-PANDEMIE Art. 28.In artikel 40, 1°, van de
wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
26/11/2003
numac
2002015108
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten7 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Onder de openbare zorgsector wordt verstaan de openbare instellingen en diensten met als NACE-code 86101, 86102, 86103, 86104, 86109, 86210, 86901, 86903, 86904, 86905, 86906, 86909, 87101, 87109, 87201, 87202, 87203, 87204, 87205, 87209, 87301, 87302, 87303, 87304, 87309, 87901, 87902, 87909, 88101, 88102, 88103, 88104, 88109, 88911, 88912, 88919, 88991, 88992, 88993, 88994, 88996 en 88999.". Art. 29.Hetzelfde artikel 40, 1°, van dezelfde wet …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.