← België

Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op in de diamantsector

In het kort

Dit Koninklijk Besluit regelt het toezicht op de diamantsector in België om witwassen van geld en financiering van terrorisme tegen te gaan. Het vervangt een ouder besluit en actualiseert de regels om de internationale standaarden en aanbevelingen te volgen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
20 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op in de diamantsector VERSLAG AAN DE KONING Sire, België bekleedt zowel binnen de Europese Unie, als daarbuiten, een unieke plaats, met Antwerpen als wereldhandelscentrum voor diamant met 36 miljard euro aan zakencijfer en 1.600 diamantfirma's. Diamant vertegenwoordigt 4 % van de totale Belgische export, 15% van de Belgische export buiten de Europese Unie. Het bestaande Belgische toezichtsysteem op de diamantsector is vervat in het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten, houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector (hierna " koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten"), gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 augustus 2010, ter uitvoering van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten, en meer bepaald de artikelen 168, 169 en 170. Dit Belgisch toezichtsysteem kan, zowel nationaal als internationaal, rekenen op algemene waardering en wordt beschouwd als een "beste praktijk". Echter in het kader van een verhoogde aandacht in de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme zijn aanpassingen aan de wetgeving nodig om het systeem performant te houden en om een internationale voortrekkersrol te blijven vervullen. De autoriteiten, maar ook de Belgische diamantsector zelf, zijn er zich van bewust dat de diamantsector gevoelig is voor witwaspraktijken. Een degelijk reglementair kader is dus van essentieel belang. Voor de leesbaarheid en duidelijkheid werd geopteerd voor een nieuw koninklijk besluit ter vervanging van het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten. Het ontwerp van het koninklijk besluit houdt rekening met de aanbevelingen in het rapport "Anti-money laundering and counter-terrorist financing measures - Belgium - mutual evaluation report" van de Financial Action Task Force (FATF) van 23 april 2015, met het Kimberleyproces en de (EG) Verordening nr. 2368/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant waarmee bijgedragen wordt tot het bannen van conflictdiamant, en tot slot ook met de Belgische risicoanalyse 2017 "Witwaspraktijken in de Belgische diamantsector". De Belgische risicoanalyse 2017 "Witwaspraktijken in de Belgische diamantsector" werd opgesteld in het kader van bovenvermeld FATF-rapport en van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme van toepassing op de geregistreerde diamanthandelaren (de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten werd ondertussen vervangen door een nieuwe wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten - wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten). Deze risicoanalyse bevat enkele aanbevelingen voor maatregelen ter verbetering van het toezicht in de diamantsector om een aantal risico's beter te kunnen beheersen. Deze aanbevelingen betreffen o.a. het opleggen van strengere voorwaarden voor de registratie van diamanthandelaren, het uitvoeren van meer gerichte en diepgaande controles bij de invoer en uitvoer van diamant in het Diamond Office te Antwerpen, een herziening van het statuut van de erkende diamantdeskundigen, het verzekeren van de onafhankelijkheid en integriteit van deze deskundigen, een herziening van de selectie- en evaluatieprocedure van de deskundigen. Algemene opmerkingen: Aanhef Op dit ogenblik is het koninklijk besluit van 7 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten1 tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de wet van 11 september 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor de handelaren in diamant geregistreerd onder toepassing van artikel 163, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten nog van toepassing. In overeenstemming met de nieuwe wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot de beperking van het gebruik van contanten voor de handelaren in diamant zal het koninklijk besluit van 7 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten1 aangepast worden. Artikel 1 Ten opzichte van het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten worden een aantal definities toegevoegd en/of verduidelijkt. De verwijzingen naar andere wetteksten worden geactualiseerd. Bepaalde termen werden in het vorige koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten onvoldoende of niet nader omschreven, nieuwe terminologie dient toegevoegd te worden. Om duidelijk te maken dat alle soorten diamant geviseerd worden, wordt meer aandacht besteed aan een duidelijke definitie van diamant, met verwijzing naar de wetenschappelijke kenmerken. Om in te spelen op de groeiende bekommernissen en ontwikkelingen inzake de handel in synthetische diamant, wordt gespecifieerd wat bedoeld wordt met synthetische diamant. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen natuurlijke en synthetische diamanten. Het toezicht wordt uitgeoefend op beide categorieën. De definities van diamant en synthetische diamant werden overgenomen uit de ISO-norm 18323. Deze zijn volledig of quasi-volledig in overeenstemming met nagenoeg alle andere bestaande (inter)nationale omschrijvingen. De term "handelaar in diamant en/of synthetische diamant" wordt verkozen boven de korte term "handelaar". Dit is helderder en consistenter met andere definities (o.m. diamantsector). Bovendien heeft de term `handelaar' een algemene juridische connotatie, waardoor een afzonderlijk gebruik, zelfs louter voor doeleinden van dit koninklijke besluit, beter vermeden wordt. Ook makelaars in diamant en/of synthetische diamant worden beschouwd als "handelaar" en zij moeten bijgevolg ook geregistreerd worden en aan dezelfde voorwaarden voldoen. Uit de risicoanalyse bleek immers dat niet-geregistreerde makelaars die actief zijn in de diamantsector een verhoogd risico vormen. Bij de definitie van "uiteindelijke begunstigde" wordt geopteerd om enkel de algemene definitie van artikel 3, 27° van de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten- weliswaar licht aangepast aan de specifieke omstandigheden - over te nemen, en voor de rest te verwijzen naar datzelfde artikel 3, 27, van deze wet. Het "toezicht" wordt ter verduidelijking aangevuld met "toezicht op de diamantsector". De term "toezicht" kwam ook op andere plaatsen in een andere betekenis aan bod. Bij "kwalificatie" wordt enkel verwezen naar de goederencodes (HS-codes = geharmoniseerd systeem, dat internationaal van toepassing is). In plaats van te verwijzen naar de goederencodes met de volledige omschrijving worden de termen "indeling én omschrijving toegevoegd". De volledige omschrijving toevoegen zou de tekst onoverzichtelijk en te uitgebreid maken. Bovendien is alles al reglementair bepaald in de HS-codes. Bij de term "waarde" wordt verduidelijkt dat het om de transactiewaarde gaat. Er wordt bovendien een verwijzing gemaakt naar de algemeen geldende principes van de Algemene overeenkomst betreffende tarieven en handel (General Agreement on Tarriffs and Trade-GATT) van 1994, naar de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van het GATT, én naar de artikelen 70 tot en met 74 van Verordening nr. 952/2013. De verwijzing naar de bevoegde dienst van de FOD Economie voor het toezicht op de diamantsector wordt algemeen gehouden om eventuele toekomstige naamswijzigingen van die dienst op te vangen. Zo wordt vermeden dat het koninklijk besluit eventueel zou moeten aangepast worden. De termen "douaneaangifte" en "aangifte" worden gedefinieerd om het verschil duidelijk te maken tussen beide aangiftes. Artikel 2 In dit artikel worden de voorwaarden tot registratie als handelaar in diamant en/of synthetische diamant bij de Dienst van de FOD Economie toegelicht alsook de procedure tot schorsing en intrekking van de registratie. Deze registratie (alsook intrekking en schorsing van de registratie) van diamanthandelaren is een essentieel instrument in de strijd tegen witwassen van geld en de financiering van terrorisme. De verplichte registratie van diamanthandelaars vormt een eerste controle om transacties die verband houden met witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen, op te sporen en te verhinderen. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de FOD Economie, als toezichthoudende overheid van de Belgische diamantsector. Hij dient bij de aanvraag tot registratie over te gaan tot een eerste deskundigheids- en betrouwbaarheidscontrole (fit & proper-screening). De verplichte registratie vormt tegelijkertijd ook een instrument om cliënten te identificeren in het kader van de Belgische antiwitwaswetgeving. De geregistreerde diamanthandelaars kunnen immers geraadpleegd worden via www.registereddiamondcompanies.be. Indien een cliënt/leverancier een Belgisch geregistreerde diamanthandelaar is, kan een diamanthandelaar de identificatie en verificatie doen door een eenvoudige opzoeking te doen via de voormelde website. Het volstaat dan om een kopie van de resultatenpagina van de opzoeking van de firma waar de identificatiegegevens op staan, bij te houden, zonder dat het nodig is om zelf die gegevens te verzamelen. In het advies 64.906/1 van 7 januari 2019 stelt de afdeling wetgeving van de Raad van State dat de regeling inzake de registratieplicht voor diamanthandelaars, als bedoeld in de artikelen 2 tot 4, prima facie lijkt te moeten worden beschouwd als een vestigingsvoorwaarde in de zin van artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 6°, BWHI, waarvoor enkel de gewesten bevoegd zijn, nu de ontworpen regeling haar wettelijke grondslag zou vinden in artikel 169, §§ 3 en 4 van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten. De afdeling wetgeving heeft echter niet willen uitsluiten dat de federale overheid bevoegd is om een registratieplicht voor diamanthandelaars in te voeren. Volgens de afdeling wetgeving van de Raad van State kan echter géén duidelijk aanwijsbare federale materiële bevoegdheid worden gevonden in artikel 169, §§ 3 en 4 van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten, die zou toelaten dat de ontworpen artikelen 2 tot 4 van het koninklijke besluit (in ongewijzigde vorm) zouden aangenomen worden. Om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de afdeling wetgeving van de Raad van State werd de ontworpen regeling op een aantal punten aangepast. Zo wordt verduidelijkt dat de registratieplicht, als bedoeld in de artikelen 2 tot 4, zijn wettelijke grondslag vindt in artikel 169, §§ 1 en 2 van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten inzake het toezicht op de transacties van diamanten en niet in artikel 169, §§ 3 en 4. Die wettelijke grondslag sluit aan bij de eigenlijke ratio legis van de registratieplicht. De registratie als diamanthandelaar, als bedoeld in de ontworpen artikelen 2 tot 4, is immers niet opgevat als een vereiste inzake de toegang tot het beroep, maar kadert binnen het toezicht dat door de FOD Economie wordt uitgeoefend om potentiële transacties van diamanten die verband houden met witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen, op te sporen en te verhinderen. In het kader daarvan is het noodzakelijk dat de FOD Economie over een aantal gegevens beschikt van de diamanthandelaar. Een aantal registratievoorwaarden worden opnieuw overgenomen uit het vorige koninklijk besluit omdat deze noodzakelijk blijven in het kader van het toezicht dat door de FOD Economie wordt uitgeoefend. Teneinde de FOD Economie toe te laten de handelaar die wenst toe te treden tot de diamantsector in België correct te identificeren en de identiteit ervan te verifiëren om het risico op het gebied van witwaspraktijken en terrorismefinanciering te kunnen inschatten, is het noodzakelijk dat hij over een aantal identiteitsgegevens beschikt. Daarom heeft hij het identiteitsbewijs van de zaakvoerder(s) nodig en een vermelding van de rijksregisternummer(s), een beroepskaart, een ondernemingsnummer of een uittreksel van de oprichtingsakte uit het Belgisch Staatsblad. Die vereisten liggen in lijn met de identificatie en verificatieverplichtingen opgenomen in het antiwitwasreglement voor de diamantsector van 7 oktober 2013. Naar aanleiding van de bevindingen en aanbevelingen van het FATF-rapport (MER België 2015) en de risicoanalyse witwassen in de diamantsector (2017) dienen de voorwaarden tot registratie van handelaren in diamant en/of synthetische diamant verstrengd te worden. De registratievoorwaarden uit het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten bleken immers onvoldoende in het kader van de strijd tegen witwaspraktijken en terrorismefinanciering. De Belgische diamantsector blijft immers erg gevoelig voor witwaspraktijken en diamantsmokkel. Een streng en efficiënt toezichtsysteem is in dat opzicht van essentieel belang. Om aan de hierboven vermelde bekommernissen tegemoet te komen worden de voorwaarden tot registratie in de hoedanigheid van handelaar in diamant en/of synthetische diamant, zowel als zelfstandige natuurlijke persoon ( § 1, 1° ) en als rechtspersoon ( § 1, 2° ), aangevuld met het voorleggen van : * een bewijs van beroepservaring in de diamantsector. Deze voorwaarde doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de gewesten om voorwaarden inzake vakbekwaamheid vast te stellen. Het betreft evenmin een voorwaarde die betrekking heeft op de toegang tot het beroep. Deze voorwaarde heeft louter tot doel het risico op het gebied van witwaspraktijken en terrorismefinanciering te kunnen inschatten. Het risico op witwassen zal hoog zijn indien de handelaar bijvoorbeeld nevenactiviteiten of vorige activiteiten in hoge risico sectoren heeft/had of zaakvoerder was in een onderneming die een voorafgaandelijk (frauduleus) faillissement onderging. Deze voorwaarde vloeit rechtstreeks voort uit de aanbevelingen van FATF (MER België 2015) en de `risicoanalyse witwaspraktijken in de Belgische diamantsector' van maart 2017.De beroepservaring in de diamantsector kan aangetoond worden door onder meer: o een document uitgereikt door een gemmologisch instituut of gelijkwaardige instelling waaruit blijkt dat de handelaar een diamantopleiding volgde; o bewijs van lidmaatschap bij een van de 32 beurzen die aangesloten zijn bij de World Federation of Diamond Bourses; o beroepservaring die (omstandig) blijkt uit eerdere loopbaan. Het is aan de Dienst van de FOD Economie te verduidelijken wanneer een handelaar volgens hem over de nodige beroepservaring beschikt. * een uittreksel uit het strafregister dat uiterlijk drie maanden oud is op het moment van de aanvraag door de zaakvoerder. Eventuele eerdere strafrechtelijke veroordelingen geven een belangrijke indicatie van de betrouwbaarheid van de aanvrager. Dit moet de FOD Economie toelaten in te schatten of er een verhoogd risico is op het vlak van witwassen of de financiering van terrorisme; * een deelnamecertificaat op naam van de zaakvoerder aan een door de Dienst van de FOD Economie goedgekeurde antiwitwasopleiding waarbij de verplichtingen van handelaren in diamant en/of synthetische diamant worden toegelicht overeenkomstig het koninklijk besluit van 7 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten1, "tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor de handelaren in diamant geregistreerd onder toepassing van artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten" maar ook andere beste handelspraktijken in de diamantsector worden toegelicht en de laatste nieuwe relevante regelgeving voor de diamanthandelaren wordt uitgelegd. De oprichtingsakte bedoeld in § 1, 2°, d), kan zowel een authentieke als onderhandse akte zijn. Voor het deelnamecertificaat van een anti-witwasopleiding zoals bepaald in § 1, 1°, f) en in § 1, 2°, h), bepaalt de FOD Economie welke opleidingen hiervoor in aanmerking komen op basis van in de opleiding te behandelen onderwerpen en desgevallend andere criteria. Het kan gaan om een structurele opleiding of om een ad hoc opleiding. Het is aan de Dienst van de FOD Economie om deze lijst bekend te maken via een omzendbrief bijvoorbeeld of via zijn website. Bij de registratie van een rechtspersoon in de hoedanigheid van handelaar in diamant en/of synthetische diamant, zowel naar Belgisch recht als deze naar buitenlands recht dient tevens een weergave van de aandeelhoudersstructuur van de rechtspersoon alsook de namen van de uiteindelijke begunstigden van de rechtspersoon overgemaakt te worden aan de Dienst van de FOD Economie ( § 1, 2° b). De Dienst van de FOD Economie kan deze gegevens opvragen in het UBO-register. Het kennen van de aandeelhoudersstructuur en de namen van de uiteindelijke begunstigde is essentieel voor de FOD Economie om te onderzoeken wie de uiteindelijke begunstigden zijn van de rechtspersoon en of er witwasrisico's verbonden zijn aan deze eigenaren. § 2. Er wordt een bepaling ingelast dat iedere diamanthandelaar om de 3 jaar nieuwe versies van de stukken vermeld in artikel 2 § 1, 1° en 2° moet bezorgen.Dit is noodzakelijk omdat er door de Dienst van de FOD Economie vastgesteld werd dat niet elke wijziging in de administratieve toestand van de onderneming systematisch werd doorgegeven door de diamanthandelaar. Het pakt ook het probleem van o.a. de slapende vennootschappen aan. Indien er binnen die drie jaar een veroordeling zou zijn, kan dit ook gemakkelijker vastgesteld en opgevolgd worden. Wijzigingen moeten onverwijld en uiterlijk binnen een termijn van 3 maanden meegedeeld worden, dit betekent zo snel mogelijk (onmiddellijk) én uiterlijk binnen 3 maanden. Dit moet de Dienst van de FOD Economie toelaten zijn toezichtfunctie naar behoren uit te voeren. § 5. Er wordt gekozen voor het woord "schriftelijke bevestiging" in plaats van "per brief" gezien de Dienst van de FOD Economie dan de mogelijkheid heeft om de registratie ook per mail of een andere elektronische vorm te bevestigen. § 8 geeft een overzicht van de gevallen waarin de registratie geweigerd kan worden. In het kader van zijn toezichtbevoegdheid zal de FOD Economie de registratie weigeren indien de verplichte stukken vermeld in § 1 niet worden overgemaakt. Het betreft hier niet enkel de ontbrekende stukken, maar ook de stukken die ontoereikend of onvolledig zijn, en daarom als niet-bestaand worden beschouwd. De registratie zal ook geweigerd worden indien er sprake is van een strafrechtelijke veroordeling. Tenslotte wordt ook voorzien dat de registratie kan geweigerd worden indien er redenen zijn die de betrouwbaarheid van een handelaar in diamant en/of synthetische diamant in het gedrang kunnen brengen. Het kan bijvoorbeeld gaan om: o ernstig vermoeden van witwassen van gelden, financiering van terrorisme, of andere gelijkaardige en zwaarwichtige feiten; o ernstig vermoeden dat de stukken die werden overgemaakt vervalst werden; o ernstige vragen bij drijfveren of bedoelingen/handelswijze van de kandidaat handelaar; o zeer bedenkelijke voorgeschiedenis ten tijde van of voorafgaand aan het registratieproces; o etc. In geval van weigering van de registratie door de Dienst van de FOD Economie, wordt de handelaar in diamant en/of synthetische diamant bij een ter post aangetekende zending met bericht van ontvangst in kennis gesteld van de beslissing. Artikelen 3 en 4 De FOD Economie heeft eveneens de mogelijkheid om de registratie van de handelaar te schorsen of in te trekken in het kader van zijn toezichtbevoegdheid. Het is immers de logica zelve dat een overheid die een bestuurshandeling uitvaardigt ook degene is die deze kan schorsen (of intrekken). De schorsing of intrekking van de registratie worden ondergebracht in twee aparte artikelen. De artikelen 3 en 4 zijn toegevoegd om op een meer coherente en duidelijke manier de voorwaarden en procedure van schorsing of intrekking te beschrijven. De Dienst van de FOD Economie is bevoegd voor de schorsings- en intrekkingsprocedure, maar het is de minister bevoegd voor Economie die de eindbeslissing neemt op advies van de Dienst. In geval van schorsing van de registratie wordt de handelaar in diamant en/of synthetische diamant bij een ter post aangetekende zending met bericht van ontvangst in kennis gesteld van de beslissing van schorsing. Een efficiënt toezichtsysteem vereist ook een doeltreffende handhaving. Een handelaar in diamant en/of synthetische diamant die de registratieverplichtingen opgelegd in artikel 2 van dit koninklijk besluit niet nakomt, zal zich daarom geconfronteerd zien met de schorsing of intrekking van de registratie. Een dergelijke schorsing of intrekking heeft tot gevolg dat de betrokken handelaar geen transacties van diamant en/of synthetische diamant meer mag stellen. Een handelaar in diamant en/of synthetische diamant waarvan de registratie werd geschorst of ingetrokken, heeft immers blijk gegeven van een gebrek aan de nodige professionele betrouwbaarheid voor het stellen voor het transacties van diamant en/of synthetische diamant. In geval van een intrekking van de registratie zal de betrokken handelaar pas ten vroegste zes maanden na de datum van intrekking een nieuwe registratie kunnen indienen. Art. 3, § 1, 2°. De Dienst van de FOD Economie zal in het kader van doorlopende waakzaamheid, een periodieke screening uitvoeren in de relevante bronnen, met betrekking tot strafrechtelijke veroordelingen die verband houden met de professionele activiteit van de handelaar in diamant en/of synthetische diamant. Art. 3, § 1, 3°. Indien de FOD Economie uit publieke bronnen informatie verkrijgt waaruit blijkt dat er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de zelfstandige handelaar in diamant strafbare feiten heeft gepleegd of dat gepoogd wordt of werd om strafbare feiten te plegen, in hun hoedanigheid als, of gerelateerd aan hun activiteit van zelfstandige handelaar in diamant en/of synthetische diamant, dan kan de FOD Economie beslissen om over te gaan tot een tijdelijke schorsing. Artikel 5 Dit artikel wordt toegevoegd om in te spelen op de groeiende bekommernissen en ontwikkelingen inzake de handel in synthetische diamant en houdt ook rekening met de aanbevelingen van de risicoanalyse witwaspraktijken in de Belgische diamantsector. Artikel 6 Dit artikel beschrijft de aangifteplicht van de handelaar in diamant en/of synthetische diamant bij de Dienst van de FOD Economie bij het in het vrije verkeer brengen van niet-Uniegoederen en bij de uitvoer van Uniegoederen. Deze aangifte betreft de in het vrije verkeer gebrachte of uit te voeren diamant(en) en/of synthetische diamant(en). Deze aangifte is één van de basisprincipes van het toezicht op de handelingen in de diamantsector. Het artikel bevat een verwijzing naar artikel 7 zodat duidelijk gemaakt wordt welke gegevens aan de Dienst van de FOD Economie aangegeven moeten worden (waar dit tot nu toe dit impliciet afgeleid moest worden uit controle verricht door de Dienst). Voortvloeiend uit de aanbevelingen van de risicoanalyse in de Belgische diamantsector, moet ook de aard van de transactie aangegeven worden. Dit is een extra belangrijk gegeven om het onderscheid te maken tussen definitieve transacties (aankoop-verkoop) en de consignatiezendingen. In het vorige koninklijk besluit stond "handel" met landen buiten de EU, maar het is beter om dit te verduidelijken naar "transacties". Gelet op de definities in artikel 1 kan beter dezelfde terminologie gehanteerd worden. In geval van ruwe diamant zal de Dienst van de FOD Economie de controle organiseren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de Verordening nr. 2368/2002. § 4 voorziet voor de handelaar in diamant en/of synthetische diamant, net zoals in het vorige koninklijk besluit, de mogelijkheid om op vrijwillige basis aangifte te doen van transacties met lidstaten van de Europese Unie. Artikel 7 Dit artikel verduidelijkt wat er precies bedoeld wordt met het nazicht uitgeoefend door de Dienst van de FOD Economie van de gegevens opgenomen in de aangifte. § 1. De FOD Economie wordt bijgestaan door de beëdigde diamantdeskundigen zoals bedoeld in artikel 13. Deze diamantdeskundigen werken volgens de mondelinge en schriftelijke werkinstructies van de Dienst van de FOD Economie. § 2. Iedere diamantzending wordt geopend door de beëdigde diamantdeskundige en de inhoud ervan wordt vergeleken met de gegevens vermeld op de voorgelegde documenten ter staving van de aangifte. Door het woord "gericht" toe te voegen, wordt de mogelijkheid opengehouden om eventueel steekproefsgewijs te werk te gaan. De Dienst van de FOD Economie hanteert hiervoor een risicogebaseerde benadering. De toewijzing van de te controleren zendingen aan erkende deskundigen is een taak van de Dienst van de FOD Economie en gebeurt aselect om de objectiviteit te garanderen. § 3. "Waarde" wordt gedefinieerd in artikel 1 met verwijzing naar de GATT-teksten en het douanewetboek. De handelsdocumenten die voorgelegd dienen te worden ter staving van de aangifte kunnen o.a. volgende documenten zijn: een factuur (met bepaalde vermeldingen), een proforma factuur, detaillijsten, het origineel Kimberley Process certificaat in het geval van ruwe diamant. De erkende deskundigen hanteren een op risico gebaseerde benadering op aangeven van de Dienst vergunningen. Het is aan deze Dienst om de experten op regelmatige basis te informeren over de gevallen waarin de experten verhoogde waakzaamheid aan de dag moeten leggen in functie van de risico's. § 4. Dit artikel bevat een bepaling die specifieert dat de gevalideerde documenten na de fysieke inspectie bestemd zijn voor de Dienst van de FOD Economie. Het voorziet ook de mogelijkheid om bijkomende fysieke inspecties te laten verrichten. Het is beter om te spreken van de door de erkende deskundigen "gevalideerde" documenten, in plaats van "ondertekende documenten", zoals in het koninklijk besluit 30 april 2004 vermeld. Dit kwam terminologisch informeel en beperkend over. § 7. Deze paragraaf bepaalt wie toegang heeft tot de gegevens uit de aangiften en voorziet een geheimhoudingsplicht voor de erkende deskundigen en bedienden van de Private Stichting AWDC. Uitsluitend de Dienst van de FOD Economie heeft toegang tot de gegevens vermeld in de aangiftes. Enkel macro-economische gegevens kunnen ter beschikking gesteld worden aan de Private Stichting AWDC, de Nationale Bank van België en andere overheidsdiensten die erom zouden verzoeken. Artikel 8 Dit artikel behandelt de procedure voor de behandeling van de dossiers opgesteld door de beëdigde diamantdeskundigen in geval van vaststellingen van onregelmatigheden tijdens de fysieke inspectie. Dit artikel werd toegevoegd om problemen en onduidelijkheden uit het verleden te vermijden. § 1. Hier wordt verwezen naar artikel 7, § 3 waarmee duidelijk aangegeven wordt dat de vaststelling betrekking moet hebben op waarde, gewicht en kwalificatie, en/of de gedocumenteerde oorsprong of herkomst. § 3. Deze paragraaf gaat over de behandeling van dossiers indien de expert een voorbehoud maakt bij de aangegeven transactiewaarde. Het is zijn plicht om dit te melden aan de Dienst van de FOD Economie, die deze dossiers zal onderzoeken. Meer bepaald krijgt de handelaar in diamant en/of synthetische diamant de mogelijkheid om de aangegeven transactiewaarde te staven. De Dienst van de FOD Economie neemt deze stavingselementen op in zijn onderzoek, en deze kan op basis van de uitkomst van dit onderzoek het gemaakte voorbehoud opheffen. Indien er vermoedens of tekenen zijn dat er sprake kan zijn van witwassen of financiering van terrorisme, zal dit door de Dienst van de FOD Economie conform de geldende regelgeving ter zake (AML-wetgeving) gemeld moeten worden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Dit is een algemeen principe: indien de ambtenaren uit hoofde van hun taken enig vermoeden hebben dat er sprake kan zijn van witwassen, dan hebben zij de verplichting dit te melden aan de bevoegde autoriteiten (in casu de CFI of waar nodig rechtstreeks aan Parket). De Dienst van de FOD Economie hanteert hiervoor een risico gebaseerde benadering. Artikel 9 De cijfers uit de jaarlijkse aangifte van de voorraden en de bedrijvigheid weerspiegelen de volledige boekhouding in de transacties van diamanthandelaren. Deze aangifte bevat beperkte identificatiegegevens zoals het ondernemingsnummer, het emailadres en telefoonnummer van de onderneming. De Dienst van de FOD Economie gebruikt deze cijfers om de omzet te berekenen van de geregistreerde diamanthandelaren. Deze cijfers bevatten de exacte in- en uitvoercijfers aan de hand van wat er aan- en verkocht is in het buitenland (binnen en buiten EU). De omzetcijfers zijn belangrijk in het kader van de verkiezingen van de beheersraad van de Private Stichting AWDC. De geglobaliseerde cijfers uit deze jaarlijkse aangiften worden tevens bezorgd aan de Nationale Bank van België. In het kader van controles worden de individuele cijfers ook ter beschikking gesteld aan ambtenaren van de FOD Financiën en aan de Algemene Directie Economische Inspectie van de FOD Economie. § 3. Deze paragraaf wordt toegevoegd om het onderscheid te maken met de term waarde zoals omschreven in artikel 1. Artikel 10 Dit artikel bevat een verduidelijking van de aan te geven bewerkingen door de diamantslijper. Artikel 11 De artikelen 10 en 11 uit het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten werden in dit artikel opgenomen. § 2. Er wordt een verduidelijking opgenomen voor de gevallen waar de boekhouding op een andere datum dan 31 december afgesloten wordt. De jaarlijkse aangifte van de voorraden en de bedrijvigheid wordt dan ingediend uiterlijk de derde maand na het afsluiten. In het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten stond "tweede" maand, maar in de praktijk was dit voor de boekhouders niet haalbaar. Artikel 12 De Dienst van de FOD Economie gaat na of de geregistreerde handelaren in diamant en/of synthetische diamant nog handelsactiviteiten verrichten waarvoor ze een registratie hebben verkregen. Dit artikel pakt het probleem van de slapende vennootschappen aan. Dit was ook al voorzien in het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten. Het tweede lid is specifiek bedoeld om de Dienst van de FOD Economie de mogelijkheid te geven om de registratie te schrappen indien de handelaar in diamant en/of synthetische diamant er zelf om verzoekt zonder de administratieve procedure voorzien in artikel 3 (schorsing) en artikel 4 (intrekking). Artikel 13 § 2, 2°, a). Bij te het vaststellen van een binding dient er zeer zorgvuldig tewerk gegaan worden en dient er een overweging gemaakt te worden of de binding een effect heeft die niet strookt met de geest van dit koninklijk besluit. § 3, 1°. Er wordt verduidelijkt (verstrenging) wat er op het uittreksel strafregister moet vermeld worden. In het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten wordt er enkel een bewijs van goed gedrag en zeden gevraagd zonder verdere specificaties. De Dienst van de FOD Economie kan zelf het strafregister raadplegen indien nodig. § 3, 2°. De vereiste beroepservaring wordt van 10 naar 5 jaar gebracht om meer potentiële kandidaten te kunnen aantrekken. De mindere beroepservaring kan opgevangen worden na de aanstelling, door bijkomende en gerichte opleidingen. § 4. De minister bevoegd voor Economie bepaalt per ministerieel besluit de organisatie van het wervingsexamen voor diamantdeskundigen. § 7. Deze paragraaf dient samen gelezen te worden met artikel 7, § 1, en waarborgt de onafhankelijkheid van en vermindert de fraudegevoeligheid van de diamantdeskundigen zoals ook opgenomen als aanbeveling in de risicoanalyse witwaspraktijken in de diamantsector. De diamantdeskundigen werken onder instructie van de Dienst van de FOD Economie. De Private Stichting AWDC kan op geen enkele wijze tussenkomen in de werkzaamheden van de diamantdeskundigen zoals bedoeld in artikel 7, § 3. Er wordt eveneens verwezen naar de deontologische code opgesteld door de Dienst van de FOD Economie na overleg met de Private Stichting AWDC. De diamantdeskundigen krijgen een opleiding rond integriteit (eveneens een aanbeveling uit de risicoanalyse). § 8. Er wordt een vormingstraject voorzien voor de beëdigde diamantdeskundigen met het oog op een meer permanente evaluatie. Om de drie jaar wordt een evaluatieproef georganiseerd om de beroepskennis en niveau van de diamantexperten te waarborgen. Dit is ook een aanbeveling uit de risicoanalyse witwaspraktijken in de diamantsector. § 9. In een aantal gevallen kan de erkenning van de diamantdeskundigen geschorst worden. Herhaaldelijk niet slagen voor de evaluatieproef of het niet volgen van het vormingsprogramma kan aanleiding geven tot een schrapping van de erkenning - herhaaldelijk betekent niet noodzakelijk twee opeenvolgende keren. § 11. Gezien de Private Stichting AWDC de werkgever is van de beëdigde deskundigen zijn de gemeenrechtelijke principes betreffende de arbeidsreglementering van toepassing. Indien de arbeidsovereenkomst met de Private Stichting AWDC zou stopgezet worden dan wordt de minister bevoegd voor Economie hiervan op de hoogte gebracht. Deze stopzetting heeft de schrapping van de beëdiging tot gevolg. § 12. Na de schrapping van de beëdiging kan de deskundige opnieuw erkend deskundige worden, maar dan dient deze de volledige erkenningsprocedure opnieuw door te lopen. Artikel 14 Ter bevordering van de transparantie, wordt er aan de Private Stichting AWDC gevraagd een jaarverslag te bezorgen aan de minister bevoegd voor Economie. Artikel 15 Dit artikel geeft verduidelijking omtrent de verantwoordelijke met betrekking tot het verwerken van de persoonsgegevens. Artikel 16 Dit artikel geeft verduidelijking omtrent de bewaringstermijn met betrekking tot de persoonsgegevens. Artikel 17 Bepaling om het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten, gewijzigd door het koninklijk besluit van 26 augustus 2010 op te heffen. Artikel 18 Inwerkingtreding en overgangsbepalingen. Artikel 19 Uitvoering. Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Financiën, A. DE CROO De Minister van Economie, N. MUYLLE Raad van State, afdeling Wetgeving, Advies 64.906/1 van 7 januari 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector' Op 6 december 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector'. Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 27 december 2018. De kamer was samengesteld uit Jo BAERT, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Peter SOURBRON, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Wim GEURTS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Kristine Bams, eerste auditeur-afdelingshoofd. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo BAERT, kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 7 januari 2019. VOORAFGAANDE OPMERKINGEN 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.2. Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken.Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van verordeningen noodzakelijk is. STREKKING VAN HET ONTWERP 3. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe het toezicht op de diamantsector nader te regelen.De geldende regeling, opgenomen in het koninklijk besluit van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004011219 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector sluiten `houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector', wordt opgeheven bij artikel 17 van het ontwerp. Met de nieuwe regeling wordt ingespeeld op de vaststellingen gedaan in het rapport van maart 2017 over een risicoanalyse die is uitgevoerd in opdracht van de minister van Economie.1 De bedoeling is om tot een meer efficiënte controle op de diamantsector te komen in het kader van de bestrijding van "misbruiken binnen de diamantsector" (zie artikel 1, 14°, van het ontwerp). BEVOEGDHEID 4. De artikelen 2 tot 4 van het ontwerp hebben betrekking op de registratieplicht bedoeld in artikel 169, §§ 3 en 4, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten.De vraag rijst of deze registratieverplichting voor handelaars in diamant geen vestigingsvoorwaarde in de zin van artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `tot hervorming der instellingen' is, waarvoor de gewesten bevoegd zijn.2 Dat artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten luidt: " § 1. De aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet zijn: (...) VI. Wat de economie betreft: (...) 6° De vestigingsvoorwaarden, met uitzondering van de voorwaarden voor toegang tot gezondheidszorgberoepen en tot dienstverlenende intellectuele beroepen; (...)." In die bepaling houdt de term `vestigingsvoorwaarden' volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, onder meer de bevoegdheid in "om regels te stellen inzake de toegang tot bepaalde beroepen, algemene regels of bekwaamheidseisen te stellen in verband met de uitoefening van sommige beroepen en beroepstitels te beschermen".3 De federale overheid is bevoegd gebleven om de voorwaarden te bepalen voor de toegang tot gezondheidszorgberoepen en tot dienstverlenende intellectuele beroepen. De gewesten zijn bevoegd om de andere vestigingsvoorwaarden te bepalen. In de parlementaire voorbereiding van de bijzondere wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014200333 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende oprichting van een Federale Deontologische Commissie type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014021007 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014200341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming sluiten `met betrekking tot de Zesde Staatshervorming' wordt ter omschrijving van "de dienstverlenende intellectuele beroepen" verwezen naar artikel 20 van de kader wet van 3 augustus 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten `betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen': "[Het gaat om] beroepen `waarvan de beoefenaars diensten verstrekken van hoofdzakelijk intellectuele aard en daarbij zowel handelen in het belang van de opdrachtgever als in het belang van de gemeenschap enerzijds en waarbij de beoefenaars beschikken over de nodige onafhankelijkheid om hun beroep uit te oefenen en om de verantwoordelijkheid op te nemen voor de beroepsdaden die ze stellen anderzijds'. Thans worden zij gereglementeerd door een koninklijk besluit genomen krachtens de kader wet van 3 augustus 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen. Zo wordt het beroep van vastgoedmakelaar gereglementeerd door het koninklijk besluit van 6 september 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten0 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar, genomen ter uitvoering van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen. Overeenkomstig artikel 16 van de kader wet van 3 augustus 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten worden bepaalde dienstverlenende intellectuele beroepen ook gereglementeerd door specifieke wetten. Deze wetten betreffen onder meer onder meer de notarissen, de bedrijfsrevisoren, de wisselagenten, de advocaten, de gerechtsdeurwaarders en de architecten."4 Artikel 169 van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten heeft betrekking op handelaars in diamanten. Die notie is als volgt verduidelijkt in de memorie van toelichting bij het voorontwerp dat tot die programmawet heeft geleid: " § 3. Het begrip `handelaar in diamanten' omvat de economische actoren (...) die in het kader van een professionele activiteit in de diamantsector actief zijn. Registratie van handelaars in diamanten geschiedt op basis van het bewijs dat de naleving van de wettelijke formaliteiten inzake het oprichten van vennootschappen, de inschrijving in het handelsregister, de toegang tot het beroep voor niet EU-ingezetenen met name de beroepskaart en andere courante formaliteiten inzake de normale uitoefening van een handelsactiviteit werden vervuld." Het beroep van handelaar in diamanten dat met het om advies voorgelegde ontwerp wordt beoogd, beantwoordt niet aan de notie `dienstverlenend intellectueel beroep' zoals bedoeld in de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. In de adviespraktijk van de afdeling Wetgeving is aanvaard dat de bevoegdheid die aan de gewesten is toegewezen om de vestigingsvoorwaarden te regelen met uitzondering van de voorwaarden voor toegang tot gezondheidszorgberoepen en tot dienstverlenende intellectuele beroepen, geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de federale overheid om te voorzien in opleidingsvereisten, erkenningsregelingen of vergunnings- of certificeringsstelsels in het kader van de uitoefening van haar eigen bevoegdheden.5 Dat betekent echter niet dat de federale overheid eender welke dergelijke regeling kan uitwerken zonder dat de gewestbevoegdheid inzake vestigingsvoorwaarden wordt betreden. Nog afgezien van de vraag naar de verenigbaarheid van de registratieplicht met de vrijheid van vestiging gewaarborgd bij onder meer artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,6 dient het opleggen ervan, teneinde ze niet als een vestigingsvoorwaarde in de zin van artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten te zien, te gebeuren in het kader van het uitoefenen van een of meer duidelijk aanwijsbare federale materiële bevoegdheden.7 Bovendien moet aannemelijk kunnen worden gemaakt dat het invoeren van die verplichting noodzakelijk is in het kader van de uitoefening van die materiële bevoegdheid of bevoegdheden en dat die invoering geen onevenredige gevolgen heeft voor de bevoegdheid van de gewesten. Enkel indien al deze horden genomen kunnen worden, is de registratieverplichting te handhaven. In het andere geval moet ervan worden afgezien. RECHTSGROND 5. Voor zover de ontworpen regeling binnen de bevoegdheden van de federale overheid kan worden gesitueerd, kan ervoor in beginsel rechtsgrond worden gevonden in artikel 169, §§ 2 en 4, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten.Krachtens artikel 169, § 2, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten, regels, procedures en bevoegdheden die nodig zijn voor de toepassing van het in artikel 169, § 1, bedoelde toezicht. Krachtens artikel 169, § 4, bepaalt de Koning de voorwaarden, procedures, regels en bevoegdheden voor de in artikel 169, § 3, bedoelde registratie die vereist is om het beroep van handelaar in diamanten te kunnen uitoefenen. 6. De artikelen 9 en 16, eerste lid, 3°, van het ontwerp hebben betrekking op particulieren (niet-handelaren).Voor deze categorie kan geen rechtsgrond worden ontleend aan artikel 169 van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 02/08/2002 pub. 29/08/2002 numac 2002003381 bron ministerie van financien Programmawet sluiten. Hetzelfde geldt voor de artikelen 10 en 16, eerste lid, 4°, van het ontwerp, in zoverre ze betrekking hebben op particulieren. Tenzij een andere, deugdelijke rechtsgrondbepaling voorhanden is,8 dienen deze artikelen uit het ontwerp te worden weggelaten. 7. In het vierde lid van de aanhef wordt ook melding gemaakt van artikel 5 van de algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoördineerd op 18 juli 1977.Dat artikel bevat een directe delegatie van de wetgever aan de minister van Financiën. Het is niet duidelijk hoe de Koning aan die bepaling rechtsgrond zou kunnen ontlenen voor het ontworpen besluit of voor een onderdeel ervan. 8. Andere opmerkingen in verband met de rechtsgrond worden gemaakt bij het onderzoek van de tekst. VORMVEREISTEN 9. Artikel 36, lid 4, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 `betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)', gelezen in samenhang met artikel 57, lid 1, c), en overweging 96 van die verordening, voorziet in een verplichting om de toezichthoudende autoriteit, in dit geval de Gegevensbeschermingsautoriteit bedoeld in de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) sluiten `tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit',9 te raadplegen bij het opstellen van een voorstel voor een door een nationaal parlement vast te stellen wetgevingsmaatregel, of een daarop gebaseerde regelgevingsmaatregel in verband met verwerking.Het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit moet bijgevolg nog worden ingewonnen vooraleer het ontwerp doorgang kan vinden. Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst ten gevolge van het vervullen van dat vormvereiste nog wijzigingen zou ondergaan, moeten de gewijzigde of toegevoegde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd. ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef 10. De aanhef dient in overeenstemming te worden gebracht met wat hiervoor is opgemerkt over de rechtsgrond van het ontworpen besluit.11. Een regelgevingsimpactanalyse ontbreekt in het aan de Raad van State voorgelegde dossier, maar is naderhand door de gemachtigde bezorgd.Er zal melding van moeten worden gemaakt in de aanhef. Artikel 1 12. In artikel 1, 16°, van het ontwerp wordt de term `kwalificatie' omschreven.Daarbij wordt verwezen naar een reeks HS-codes.10 In het verslag aan de Koning wordt gesteld dat dit een geharmoniseerd systeem is dat internationaal van toepassing is. In het verleden heeft de Raad van State al herhaaldelijk gewezen op het probleem dat technische normen waarnaar wordt verwezen in wet- en regelgeving, niet in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt, dat ze niet in het Nederlands - en soms ook niet in het Frans - zijn gesteld of vertaald en dat ze in de regel enkel beschikbaar zouden zijn tegen een bepaalde vergoeding. Het knelpunt van de ontbrekende bekendmaking van technische normen waarnaar in Belgische rechtsregels wordt verwezen, zou op een horizontale manier moeten worden onderzocht en opgelost. Mochten er voor het oplossen hiervan bijzondere redenen zijn om bij wet af te wijken van de gebruikelijke bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, dan zal erop moeten worden toegezien dat deze bekendmaking beantwoordt aan de essentiële randvoorwaarden op het gebied van toegankelijkheid en kenbaarheid van een officiële bekendmaking.11 Essentieel hierbij is de beschikbaarheid van Nederlandse en Franse versies van de betrokken normen. Daarnaast mag, indien voor het consulteren van de voornoemde normen een vergoeding wordt gevraagd, het bedrag ervan de toegankelijkheid van die normen niet op onevenredige wijze belemmeren. Zolang er geen dergelijke wettelijke regeling is tot stand gekomen, wordt in de ontworpen regeling verwezen naar een norm die niet in overeenstemming met artikel 190 van de Grondwet is bekendgemaakt en die bijgevolg in beginsel niet tegenwerpbaar is. Artikel 7 13. Artikel 7 van het ontwerp handelt over de controle die door de FOD Economie moet worden verricht naar aanleiding van een aangifte.In artikel 7, § 8, wordt bepaald dat, "[t]er uitvoering van dit artikel (...) de ministers bevoegd voor Economie en Financiën gezamenlijk …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.