← België

Koninklijk besluit betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de invulling van beleidsorganen binnen federale overheidsdiensten en de aanstelling van personeel voor kabinetten van regeringsleden, met als doel de geleidelijke afschaffing van ministeriële kabinetten en de installatie van nieuwe gemeenschappelijke organen. Het moderniseert de federale overheidsdiensten door de politieke en technische rollen te scheiden en te herstructureren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
19 JULI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen heeft tot doel, in het kader van de modernisering van de federale overheidsdiensten, beter gekend onder de naam "Copernicushervorming", enerzijds, over te gaan tot de geleidelijke afschaffing van de federale ministeriële kabinetten en, anderzijds, tot de installatie van de gemeenschappelijke organen bedoeld in het koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst, alsook van de secretariaten, de cel algemene beleidscoördinatie en de cellen algemeen beleid van de regeringsleden. Historisch gezien vervulden de ministeriële kabinetten vooral een politieke rol. Deze rol werd geleidelijk verruimd, enerzijds, ingevolge een zeker wantrouwen ten aanzien van het bestuur en, anderzijds, bij gebrek aan voldoende capaciteit binnen datzelfde bestuur. De ministeriële kabinetten stonden ook meer en meer in voor opdrachten van technische aard. Wat zal nu met deze beide rollen gebeuren ? Wat de technisch/inhoudelijke rol betreft die verwijst naar de beleidsvoorbereidende capaciteit waarmee elk regeringslid zich voor de duur van de legislatuur (of voor een kortere periode) omringt, wordt die capaciteit momenteel ingevuld via detachering van ambtenaren of indienstneming van externen. Een dergelijke expertfunctie is absoluut noodzakelijk voor de motivering van de politieke keuzes. In het kader van de toekomstige structuur van de federale overheidsdiensten (FOD) en federale programmatorische overheidsdiensten (POD) moet die dus behouden blijven onder vorm van een cel beleidsvoorbereiding zoals bedoeld in genoemd koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten. Deze cel zal bestaan uit interne en/of externe experten die worden aangewezen voor de duur van de legislatuur (telkens verlengd met maximaal drie bijkomende maanden ter overlapping met het oog op een goede overgang). Hetzelfde besluit voorziet ook in de aanwijzing van externe experten binnen de beleidsraad en het auditcomité. De politieke rol is eveneens absoluut noodzakelijk voor de regeringsleden in het kader van hun politieke contacten. De politieke ondersteuningsfunctie ten aanzien van de minister zal niet meer worden verward met de technische functie. Zij zal blijven bestaan als persoonlijk instrument, maar als een in omvang beperkt secretariaat. Voor de huidige ministeriële kabinetten van de Eerste Minister en de Vice-Eerste Ministers is eveneens een belangrijke horizontale rol weggelegd wat de follow-up van het beleid betreft. Om die reden wordt een cel algemene beleidscoördinatie opgericht binnen de federale overheidsdienst « Kanselarij en algemene diensten ». De Vice-Eerste Ministers beschikken elk over een cel algemeen beleid. In antwoord op de algemene bemerkingen van de Raad van State dient gepreciseerd te worden dat artikel 2 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel gewijzigd door het ontwerp van besluit om betrekking te hebben op het personeel van de cel algemene beleidscoördinatie, de cellen algemeen beleid en de secretariaten. Bijgevolg zijn de algemene principes op hen niet van toepassing. Betreffende het verschil in behandeling tussen leden van verschillende cellen dient gepreciseerd te worden dat de cellen beleidsvoorbereiding worden opgericht binnen een FOD of een POD, overeenkomstig het genoemde koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten. Daarom wordt met betrekking tot de leden van deze cellen een selectieprocedure voorzien en de regels van het statuut van rijksambtenaren die op hen van toepassing zijn. Zo zal ook het stelsel van de uitvoerende personeelsleden ter beschikking gesteld van deze cellen, verschillend zijn, vermits het gaat om personeel van de FOD of van de betrokken instelling van openbaar nut. Voor de andere cellen is er geen selectieprocedure. Het betreft een voorrecht van het betrokken regeringslid, zoals dat momenteel het geval is voor de aanwijzing van het personeel van ministeriële kabinetten. Met betrekking tot het statuut, in het bijzonder de bezoldiging, wordt het systeem uitgebreid dat van toepassing is op de experten van ministeriële kabinetten sinds het begin van de legislatuur, wat hun aanwijzing mogelijk maakt binnen de grenzen van een daartoe voorziene budgettaire enveloppe (artikel 6, tweede lid, tweede streepje, en derde lid, van het koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999021246 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 28/07/1999 numac 1999000419 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 329bis van de nieuwe gemeentewet en van artikel 144 van de provinciewet type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000433 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000375 bron diensten van de eerste minister, ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien Koninklijk besluit tot bepaling van de wijze van verdeling onder de Gewesten en de Gemeenschappen van de quotiteit die hen ten laste valt in bepaalde verkiezingsuitgaven, in de verschillende gevallen van gelijktijdige verkiezingen, voorzien in artikel 4 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999012377 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingen bedoeld in artikel 148decies 2.5.9.3.4 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003344 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 13 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken). In antwoord op de bemerking van de Raad van State zullen de bijzondere bepalingen betreffende de samenstelling van de cel beleidsvoorbereiding wanneer meerdere regeringsleden bevoegd zijn voor eenzelfde FOD (artikel 2, § 2, eerste lid en tweede lid, 1ste zin) rechtstreeks geïntegreerd worden in het genoemde koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten, via het ontwerp van koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingtreding van de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten. De bepalingen die betrekking hebben op de wijze van aanwijzing en op het statuut worden daarentegen behouden in dit ontwerp. HOOFDSTUK I. - Beleidsondersteuning voor de Federale Regering Afdeling 1. - Experten van de beleidsraden en de auditcomités Dit hoofdstuk verduidelijkt de aanwijzingmanier van de experten van de beleidsraden bedoeld in genoemd koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten. Deze experten worden aangewezen door het betrokken regeringslid binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen, d.w.z. van de budgettaire enveloppes waarin de Regering voorziet. De experten van de auditcomités worden aangewezen door de beleidsraad. Overeenkomstig hetzelfde besluit wordt het aantal experten van de beleidsraden immers vastgelegd door de Regering bij de aanvang van de legislatuur, onverminderd de herziening ervan tijdens deze legislatuur, en wordt het aantal leden van het auditcomité (waaronder de experten) beperkt tot zes. Voor deze legislatuur wordt een budgettaire enveloppe uitgetrokken van 9 miljoen frank (223 104,18 euro) per FOD voor de experten van de beleidsraad. Deze enveloppe bedraagt 4,5 miljoen frank (111 552,09 euro) per POD. Het betreft hier ofwel vaste experten, d.w.z. experten die permanent zetelen binnen de beleidsraad en het auditcomité, ofwel experten belast met een bijzondere opdracht. Deze laatste categorie van experten kan worden aangewezen om advies te verstrekken over bijzondere politieke materies, als uitbreiding van de adviesfunctie van de beleidsraad, of om een tijdelijk tekort aan expertise aan te vullen binnen de cel beleidsvoorbereiding. Afdeling 2. - Leden van de cellen beleidsvoorbereiding Dit hoofdstuk regelt de aanwijzingsmanier van de leden van de cellen beleidsvoorbereiding. Zij worden aangewezen door de regeringsleden, binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen, voor de duur van de legislatuur (verlengd met een bijkomende termijn die eindigt op het ogenblik van de aanwijzing van hun plaatsvervanger en maximaal drie maanden bedraagt). Deze maximale termijn biedt een antwoord op de bemerking van de Raad van State volgens dewelke een redelijke termijn bepaald moet worden om het verloop van de selectie- en aanwijzingsprocedure mogelijk te maken. SELOR zal er moeten op toezien dat deze selectieprocedures onverwijld plaatsvinden. Hun aanwijzing loopt normaal op dat ogenblik af, maar vanzelfsprekend kan het regeringslid op elk ogenblik een einde stellen aan hun aanwijzing vóór die datum. Het ontwerp van besluit voorziet verder bijzondere bepalingen betreffende de aanwijzingsmanier van leden en hoofden wanneer de cel beleidsvoorbereiding onderverdeeld is in kernen wanneer meerdere leden van de Regering bevoegd zijn voor eenzelfde FOD. Het hoofd van de kern die afhangt van de minister onder wiens gezag de FOD is opgericht, wordt het hoofd van de cel beleidsvoorbereiding in zijn geheel en zit de vergaderingen van de cel voor. SELOR staat in voor de selectieprocedure uitgaande van de competentieprofielen die worden opgesteld door de regeringsleden, nadat zij het advies van de voorzitter van het directiecomité of van de voorzitter van de federale programmatorische overheidsdienst (POD) hebben ingewonnen. De kandidaten moeten houder zijn van een functie van niveau 1 of 2+ of voldoen aan de voorwaarden die toegang bieden tot dergelijke functies. SELOR staat in voor de selectie op basis van de competenties vermeld in hun curricula vitae. Deze selectie heeft enkel tot doel de niet-competente personen af te wijzen en de minister een ruime keuze te laten. Bovendien, moet ten minste één lid van de de cel tot een verschillende taalrol behoren. Overeenkomstig bovenvermeld koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten, wordt de omvang van de cellen beleidsvoorbereiding bepaald door de Regering en de samenstelling door het regeringslid, bij de aanvang van de legislatuur, onverminderd de herziening ervan tijdens deze legislatuur. Voor deze legislatuur is de omvang van de cellen beleidsvoorbereiding vastgelegd als volgt (maximum aantal leden) : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Concreet worden budgettaire enveloppes uitgetrokken. Er wordt dus verduidelijkt dat de leden van de cellen beleidsvoorbereiding worden aangewezen binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen. De leden van het uitvoerend personeel worden over het algemeen aangeduid door de voorzitter van het directiecomité of de voorzitter van de POD en ter beschikking gesteld van de cel beleidsvoorbereiding, op voorstel van het hoofd van deze cel. Zij staan derhalve onder zijn functioneel gezag en hij kan hun geschiktheid beoordelen. In tegenstelling tot de suggestie van de Raad van State, wordt de notie van functioneel gezag behouden, vermits het blijft staan onder het hiërarchisch gezag van de Voorzitter die ze eenvoudig ter beschikking stelt, in voorkomend geval van het hoofd van de betrokken instelling van openbaar nut of openbare instelling van sociale zekerheid. Indien het hoofd van de cel de kandidaat ongeschikt vindt, gaat de voorzitter van het directiecomité of de voorzitter van de POD over tot een andere aanduiding. Om tegemoet te komen aan een opmerking van de Raad van State hebben wij de mogelijkheid geschrapt een beroep te kunnen doen op contractuelen voor bijkomende en specifieke taken binnen de perken van de toegekende budgettaire middelen en mits het akkoord van de Eerste Minister. Bij gebrek aan geschikte kandidaten, kunnen steeds contractuelen in dienst worden genomen om te beantwoorden aan « uitzonderlijke en tijdelijke behoeften » overeenkomstig de bestaande procedure die versoepelt is (voorafgaand akkoord van de Ministers van Begroting en van Ambtenarenzaken). Afdeling 3. - Cel algemene beleidscoördinatie en cellen algemeen beleid Dit hoofdstuk creëert en verduidelijkt de hierboven benadrukte rol van deze cellen. Binnen de federale overheidsdienst Kanselarij en Algemene Diensten wordt een cel algemene beleidscoördinatie opgericht die de Regering bijstaat in het kader van de voorbereiding en evaluatie van haar beleid. De omvang van deze cel wordt bepaald door de Regering en de samenstelling ervan door de Eerste Minister bij de aanvang van de legislatuur, onverminderd de herziening ervan tijdens deze legislatuur. De woorden « onverminderd een herziening ervan » hebben zowel betrekking op de omvang als op de samenstelling, naar analogie met de bepalingen van artikel 7, eerste en tweede lid, van het genoemde koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten. Gezien het organieke karakter van deze bepalingen, is de bemerking van de Raad van State betreffende de noodzaak om de omvang en samenstelling te bepalen bij koninklijk besluit, niet gevolgd. De voorzitter van het directiecomité van bovenvermelde federale overheidsdienst is het hoofd van deze cel. Elke Vice-Eerste Minister wordt vertegenwoordigd door een lid van diens cel algemeen beleid op de vergaderingen van de cel algemene beleidscoördinatie. Er wordt eveneens voorzien dat andere ministers over een cel algemeen beleid kunnen beschikken krachtens een beslissing van de Ministerraad. Zij zullen bijgevolg ook vertegenwoordigd zijn op de vergaderingen van de cel algemene beleidscoördinatie. Het spreekt vanzelf dat de vertegenwoordigers van de functionele ministers eveneens uitgenodigd worden op de vergaderingen van deze cel in functie van de behandelde materies. Alle regeringsleden kunnen eveneens een vergadering van de cel algemene beleidscoördinatie bijeenroepen en ze leiden naar gelang van de behandelde materies. De cellen algemeen beleid van de Vice-Eerste Ministers moeten laatstgenoemden bijstaan in het kader van de voorbereiding en de evaluatie van het regeringsbeleid. De aanwijzingsmanier, de duur en de omvang van deze cellen worden vastgelegd zoals voor de cellen beleidsvoorbereiding, met uitzondering evenwel van de selectieprocedure. Concreet worden de leden van deze cellen aangewezen en ontslagen (er is sprake van een termijn van zeven dagen na het ontslag van de Regering met het oog op de overgang) respectievelijk door de Eerste Minister of de betrokken Vice-Eerste Minister binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen (budgettaire enveloppes). Bovendien kunnen de Eerste Minister en de Vice-Eerste Ministers experten aanduiden onder dezelfde voorwaarden (enveloppe van 9 miljoen frank (223 104,18 euro). Voor deze legislatuur bedraagt het maximum aantal inhoudelijke leden (niveau 1) 9 per cel. De maximale budgettaire enveloppe voor de leden van het uitvoerend personeel bedraagt 20 miljoen frank (495 787,05 euro). Afdeling 4. - Secretariaten De politieke ondersteuningsfunctie ten aanzien van de regeringsleden blijft bestaan als persoonlijk instrument, als een in omvang beperkt secretariaat dat uit medewerkers bestaat, waaronder een directeur, die worden aangewezen door de regeringsleden. De omvang van deze secretariaten wordt eveneens bepaald door de Regering bij de aanvang van de legislatuur, onverminderd de herziening ervan tijdens deze legislatuur. Daartoe worden de nodige budgettaire enveloppes uitgetrokken. Het besluit verduidelijkt dat de regeringscommissarissen eveneens over een secretariaat kunnen beschikken. Gezien het koninklijk besluit van 29 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000021286 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de cellen van regeringscommissarissen en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van de cel van een regeringscommissaris deel uit te maken sluiten wordt opgeheven door het ontwerp van besluit, is verkozen niet naar dit besluit te verwijzen, zoals de Raad van State suggereert, maar wel de definitie van regeringscommissarissen bepaald in artikel 1 van dat besluit op te nemen. Voor deze legislatuur is de omvang van de secretariaten (maximum aantal medewerkers) vastgelegd als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Afdeling 5. - Weddes, zitpenningen en toelagen De leden en experten van de cellen, de uitvoerende personeelsleden van de cellen algemene coördinatie en van de cellen algemeen beleid alsook de secretariaatsmedewerkers, genieten een wedde die wordt vastgelegd door de minister of, in voorkomend geval, door de staatssecretaris, binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen. Er moet worden opgemerkt dat de reële budgettaire loonmassa nu zichtbaar wordt gemaakt. Met uitzondering van het uitvoerend personeel (inzonderheid de autobestuurders) dat ter beschikking staat van de cellen beleidsvoorbereiding en een toelage geniet, wordt immers het volledige bedrag van de budgettaire kosten voor de gedetacheerde ambtenaren vermeld (volledige wedde ten laste van de cellen en secretariaten). Toch is gepreciseerd dat voor de leden, experten, uitvoerende personeelsleden en medewerkers, die de hoedanigheid van vast benoemde ambtenaar hebben, het deel van de wedde dat de wedde in de dienst van herkomst overstijgt beschouwd wordt als een toelage, vermits de berekening van bepaalde bijdragen inzonderheid de pensioenen dient te gebeuren op de basiswedde. Wat de bovenvermelde uitvoerende personeelsleden en de chauffeurs betreft, wordt het bedrag van de toelagen vastgelegd in artikel 11. Deze bedragen kunnen worden verhoogd binnen de perken van de beschikbare budgettaire kredieten. De vaste experten van de beleidsraden en de auditcomités genieten enkel zitpenningen. De experten belast met een bijzondere opdracht kunnen op hun verzoek ofwel een wedde, ofwel een toelage bekomen, waarvan het bedrag eveneens door het betrokken regeringslid wordt bepaald, binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen. Afdeling 6. - Rechtspositie en andere bepalingen in verband met hun geldelijk statuut In dit hoofdstuk wordt verduidelijkt dat, net zoals voor de personeelsleden die niet vast benoemd zijn, de bepalingen van het administratief en geldelijk statuut van toepassing zijn op de leden van de cellen beleidsvoorbereiding, d.w.z. alle bepalingen, met uitzondering van de bepalingen inzake loopbaan, selectie, werving en stage. Hun aanwijzing is immers tijdelijk. Deze bepalingen zijn van toepassing onverminderd de afwijkende bepalingen bedoeld in voorliggend ontwerp van besluit, inzonderheid inzake wedde, en de bepalingen inzake sociale zekerheid die van toepassing zijn op de personeelsleden die niet vast benoemd zijn. Voor de toepassing van het statuut, behoren ze respectievelijk tot de niveaus 1 en 2+. Naar analogie van de bepalingen betreffende de managementfuncties, wordt eveneens verduidelijkt dat ze bepaalde verloven niet kunnen krijgen (zoals loopbaanonderbreking, behalve voor ouderschaps-verlof, palliatieve verzorging of bij ernstige ziekte). De rechtspositie van de experten die een wedde genieten, van de leden, uitvoerende personeelsleden en experten, alsook van de medewerkers van de overige cellen en secretariaten is eveneens van statutaire aard (d.w.z. dat hun aanwijzing plaatsvindt op basis van een besluit en niet via een arbeidsovereenkomst). Voor zover zij geen deel uitmaken van het personeel van de betrokken federale overheidsdienst, is het sociaal zekerheidsstatuut van de contractuele personeelsleden van de Rijksbesturen op hen van toepassing wanneer zij niet de hoedanigheid hebben van vastbenoemde ambtenaren. Om tegemoet te komen aan de voorafgaande opmerking van de Raad van State inzake artikel 13, dient gepreciseerd te worden dat hier een statuut dat reeds bestond voor het personeel van ministeriële kabinetten, ongewijzigd wordt hernomen. De noties van vaste expert en expert belast met een bijzondere opdracht werden gepreciseerd in de laatste leden van artikel 1. Bijgevolg is het verschil in behandeling bepaald in artikel 10, tweede en derde lid, gerechtvaardigd. De vaste experten extern bij FOD en POD genieten, overeenkomstig artikel 2 van voornoemd koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten voornoemd van zitpenningen. Voor de experten belast met een bijzondere opdracht en de andere experten wordt een systeem hernomen dat identiek is aan dat voorzien in het genoemde koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999021246 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 28/07/1999 numac 1999000419 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 329bis van de nieuwe gemeentewet en van artikel 144 van de provinciewet type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000433 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000375 bron diensten van de eerste minister, ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien Koninklijk besluit tot bepaling van de wijze van verdeling onder de Gewesten en de Gemeenschappen van de quotiteit die hen ten laste valt in bepaalde verkiezingsuitgaven, in de verschillende gevallen van gelijktijdige verkiezingen, voorzien in artikel 4 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999012377 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingen bedoeld in artikel 148decies 2.5.9.3.4 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003344 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 13 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten (artikel 6, tweede lid, tweede streepje, en derde lid). Hun aanwijzing is van tijdelijke aard. In afwijking op het besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen, worden de naar de cellen beleidsvoorbereiding gedetacheerde ambtenaren en de uitvoerende personeelsleden afkomstig van een instelling van openbaar nut of een instelling van sociale zekerheid die ter beschikking worden gesteld van een cel beleidsvoorbereiding ambtshalve in verlof voor opdracht van algemeen belang geplaatst, wat betekent dat hun wedde wordt opgeschort. Dit verlof wordt evenwel gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Hun betrekking kan niet vacant worden verklaard. Voor de uitvoerende personeelsleden, bedoeld in het vorig lid, moet verduidelijkt worden dat hun terbeschikkingstelling aan een cel beleidsvoorbereiding binnen het toepassingsgebied valt van genoemd koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/1998 pub. 28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten, en meer bepaald van artikel 99, 1°, dat stelt : « Onder de opdracht moet worden verstaan : 1° de uitoefening van ambten in België ter vervulling van een door de Federale Regering of een Federaal openbaar bestuur toevertrouwde of erkende opdracht. » Voor de personeelsleden van de instellingen van openbaar nut of openbare instellingen van sociale zekerheid voorziet artikel 11, § 3, echter dat hun wedde wordt terugbetaald door de FOD aan hun dienst van herkomst. Deze bepaling is absoluut noodzakelijk om de wedden volledig ten laste te kunnen nemen. Zoals hierboven werd onderstreept, is het immers de bedoeling de reële loonmassa van de organen zichtbaar te maken. De stagedoende ambtenaren mogen onder dezelfde voorwaarden hun stage in de cel beleidsvoorbereiding van hun federale overheidsdienst vervullen. In dit geval, blijven ze onder het hiërarchisch gezag van de voorzitter van het Directiecomité wat de verplichtingen van hun stage betreft. Het bovenvermelde besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven wordt eveneens aangepast : afdeling 1 van hoofdstuk XI heeft voortaan betrekking op de verloven voor het uitoefenen van een ambt bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie of een cel algemeen beleid. Overeenkomstig genoemde doelstelling die erin bestaat de globale loonmassa zichtbaar te maken, wordt erop gewezen dat dit verlof onbezoldigd is. Het besluit vermeldt eveneens dat het verlof wegens einde van detachering voor het uitoefenen van een ambt bij een ministerieel kabinet voortaan ook van toepassing is op een detachering naar een secretariaat of genoemde cellen. Het ontwerp van besluit neemt, in het voordeel van de hoofden, leden en experten, uitvoerende personeelsleden en medewerkers van de verschillende cellen en van de secretariaten de bestaande bepalingen inzake abonnement op een openbaar transportmiddel over en inzake ambtsvoertuigen voor de leden van ministeriële kabinetten. Het besluit verduidelijkt dat de weddes, toelagen en zitpenningen worden uitbetaald na vervallen termijn. De regel van de dertigsten en de mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten (bij wijze van overgangsmaatregel, van de ministeries), worden erop toepasselijk gemaakt. Zij zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. De overgangsbepaling loopt af wanneer de bepalingen die van toepassing zijn op het personeel in de ministeries opgeheven zullen zijn en vervangen worden door de bepalingen van toepassing op het personeel van de FOD. Op het einde van de legislatuur of in geval van ontslag van een regeringslid, is een forfaitair toelagestelsel wegens ontslag of beëindiging van toepassing op de experten, leden en medewerkers bedoeld in dit besluit die geen enkel beroeps- of vervangingsinkomen genieten (met uitzondering van het gewaarborgd bestaansminimum, een overlevingspensioen of een uitkering wegens ziekte, een moederschapsuitkering of een rustpensioen). Deze forfaitaire ontslagtoelage wordt toegekend in maandelijkse schijven en vastgelegd binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen. HOOFDSTUK II. - De personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest Dit hoofdstuk herinnert niet aan de bestaande bepalingen zoals de Raad van State beklemtoont, maar herneemt de bepalingen van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999021246 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 28/07/1999 numac 1999000419 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 329bis van de nieuwe gemeentewet en van artikel 144 van de provinciewet type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000433 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000375 bron diensten van de eerste minister, ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien Koninklijk besluit tot bepaling van de wijze van verdeling onder de Gewesten en de Gemeenschappen van de quotiteit die hen ten laste valt in bepaalde verkiezingsuitgaven, in de verschillende gevallen van gelijktijdige verkiezingen, voorzien in artikel 4 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999012377 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingen bedoeld in artikel 148decies 2.5.9.3.4 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003344 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 13 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten vermits dit besluit integraal wordt opgeheven door het ontwerp van besluit en aangezien de kabinetten verder bestaan op het niveau van de betrokken regeringen. Bijgevolg dienen er verder bepalingen voorzien te worden die betrekking hebben op de personeelsleden van de FOD's aangewezen om deel uit te maken van deze kabinetten. HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding en opheffings- en overgangsbepalingen De bepalingen van dit besluit treden in werking op de datum van inwerkingtreding van de respectieve besluiten houdende ontslag van alle leden of een deel van de leden van een federaal ministerieel kabinet en, in voorkomend geval, van een cel van een regeringscommissaris en uiterlijk op de datum van het ontslag van de huidige Regering. Overeenkomstig de beslissing van de Ministerraad van 16 februari 2001, worden de ministeriële kabinetten afgeschaft zodra de horizontale federale overheidsdiensten zijn opgericht. De andere regeringsleden kunnen beslissen hun kabinet te behouden uiterlijk tot het einde van de legislatuur. Bij wijze van overgangsmaatregel blijven de bepalingen van genoemd koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999021246 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 28/07/1999 numac 1999000419 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 329bis van de nieuwe gemeentewet en van artikel 144 van de provinciewet type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000433 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000375 bron diensten van de eerste minister, ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien Koninklijk besluit tot bepaling van de wijze van verdeling onder de Gewesten en de Gemeenschappen van de quotiteit die hen ten laste valt in bepaalde verkiezingsuitgaven, in de verschillende gevallen van gelijktijdige verkiezingen, voorzien in artikel 4 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999012377 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingen bedoeld in artikel 148decies 2.5.9.3.4 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003344 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 13 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten van toepassing op de leden van het kabinet van de Minister belast met Landbouw die niet opgenomen zijn in een secretariaat of in een cel en op de institutionele cellen. Bij wijze van overgangsmaatregel is bepaald dat de bepalingen van voormelde besluit van toepassing blijven op de leden van het uitvoerend personeel die niet worden opgenomen in een secretariaat of een cel; zij worden onder het functioneel gezag geplaatst van de voorzitter van het Directiecomité. Het besluit wijst er echter op dat de bepalingen van het koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999021246 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 28/07/1999 numac 1999000419 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 329bis van de nieuwe gemeentewet en van artikel 144 van de provinciewet type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000433 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000375 bron diensten van de eerste minister, ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien Koninklijk besluit tot bepaling van de wijze van verdeling onder de Gewesten en de Gemeenschappen van de quotiteit die hen ten laste valt in bepaalde verkiezingsuitgaven, in de verschillende gevallen van gelijktijdige verkiezingen, voorzien in artikel 4 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999012377 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingen bedoeld in artikel 148decies 2.5.9.3.4 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003344 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 13 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten, die betrekking hebben op de indienstneming van experten op de datum van inwerkingtreding van de respectieve koninklijke besluiten houdende oprichting van de federale overheidsdiensten worden op geheven. De daartoe toegekende budgettaire middelen zijn vanaf dat ogenblik bestemd voor de experten van de beleidsraad. Het koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999021246 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 28/07/1999 numac 1999000419 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 329bis van de nieuwe gemeentewet en van artikel 144 van de provinciewet type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000433 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000375 bron diensten van de eerste minister, ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van financien Koninklijk besluit tot bepaling van de wijze van verdeling onder de Gewesten en de Gemeenschappen van de quotiteit die hen ten laste valt in bepaalde verkiezingsuitgaven, in de verschillende gevallen van gelijktijdige verkiezingen, voorzien in artikel 4 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999012377 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingen bedoeld in artikel 148decies 2.5.9.3.4 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003344 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 13 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten en het koninklijk besluit van 29 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000021286 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de cellen van regeringscommissarissen en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van de cel van een regeringscommissaris deel uit te maken sluiten betreffende de samenstelling en de werking van de cellen van de regeringscommissarissen worden in elk geval opgeheven op het einde van deze legislatuur. Op het ogenblik dat tijdens deze legislatuur de leden van de cellen beleidsvoorbereiding worden aangewezen, kunnen de regeringsleden afwijken van de selectieprocedure bedoeld in artikel 3. Zoals de Raad van State verzoekt, dient hier gepreciseerd te worden dat deze afwijkende bepaling kadert in een bezordheid voor continuïteit en voor het zo snel mogelijk creëren van gemeenschappelijke organen van bij de oprichting van de FOD en POD. Bij wijze van overgangsmaatregel, vanaf de oprichting van de federale overheidsdiensten en uiterlijk tot het einde van de legislatuur, kunnen de kabinetschefs deel uitmaken van de beleidsraad. Hier worden de gevallen bedoeld waarbij een regeringslid beslist diens ministerieel kabinet te behouden. In dat geval moet in de mogelijkheid worden voorzien om een beleidsraad samen te stellen bij ontstentenis van een hoofd van een cel beleidsvoorbereiding en een secretariaatsdirecteur die er normaal lid van zijn. Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, De Eerste Minister, G. VERHOFSTADT De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen, L. VAN DEN BOSSCHE ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 18 mei 2001 door de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en van de cellen en secretariaten van de leden van de Federale Regering, en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van de Regering van een Gemeenschap of een Gewest", heeft op 31 mei 2001 het volgende advies gegeven : Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 1. Het om advies voorgelegde ontwerpbesluit bevat hoofdzakelijk bepalingen omtrent de beleidsondersteuning voor de federale regering die onder meer de vervanging van de bestaande kabinetten door nieuwe beleidsondersteunende organen mogelijk dienen te maken. Daarnaast wordt ook de detachering geregeld van personeelsleden van de federale overheidsdiensten naar de kabinetten van de leden van de regeringen van de deelgebieden. Tot slot bevat het ontwerp inwerkingtredings-, opheffings- en overgangsbepalingen. Wat betreft de vermelde beleidsondersteuning wordt vooreerst de aanwijzing geregeld van de experten in de beleidsraden, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst en van de experten in de auditcomités bedoeld in artikel 9 van dat besluit (artikel 1). Voorts worden de samenstelling en de werking geregeld van de cellen beleidsvoorbereiding, opgericht krachtens artikel 7 van het koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten (artikelen 2 tot 4), worden een cel algemene beleidscoördinatie opgericht bij de federale overheidsdienst Kanselarij en Algemene Diensten en cellen algemeen beleid bij de vice-eerste ministers of eventueel andere ministers (artikelen 5 en 6). Ook wordt in een regeling voorzien voor de secretariaten van de ministers, staatssecretarissen of regeringscommissarissen (artikelen 8 en 9). Tot slot worden de wedden, zitpenningen en toelagen, toegekend aan de personeelsleden van de bij de beleidsondersteuning betrokken organen, nader geregeld (artikelen 10 en 11) en bevat het ontwerp bepalingen betreffende het administratief en geldelijk statuut van de betrokken personeelsleden (artikelen 10 tot 18). 2. Het ontwerp regelt aspecten van het statuut van het rijkspersoneel. Bijgevolg vindt het rechtsgrond in de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet. Voorafgaande vormvereisten Artikel 13 van het ontwerp regelt het socialezekerheidsstatuut van de erin opgesomde personen wanneer die niet de hoedanigheid van vast benoemd ambtenaar hebben. Krachtens artikel 15 van de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/1963 pub. 21/02/2013 numac 2013000100 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 25/04/1963 pub. 27/01/2015 numac 2015000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg dient, behoudens in spoedeisende gevallen, over zulk een bepaling het advies te worden ingewonnen van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Uit geen enkel aan de Raad van State, afdeling wetgeving, bezorgd stuk blijkt dat aan dit vormvereiste werd voldaan. Behoudens wanneer effectief een beroep zou kunnen worden gedaan op het spoedeisend karakter van het ontwerp - waarvan dan in de aanhef op de geëigende wijze melding zal dienen te worden gemaakt -, zal alsnog het advies van het zo-even vermelde beheerscomité dienen te worden ingewonnen. Mocht het vervullen van dat vormvereiste nog leiden tot een aanpassing van de betrokken bepaling, dan zal de aangepaste bepaling opnieuw aan het advies van de Raad van State, afdeling wetgeving, dienen te worden voorgelegd. Algemene opmerkingen 1. Het ontwerp bevat op verschillende plaatsen afwijkingen op regels die als algemeen principe zijn aangemerkt in het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002114 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen sluiten tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen (APKB). Alhoewel het aanmerken van een regel als algemeen principe in het APKB de federale overheid niet belet bij latere regelgeving daarvan af te wijken, moet erop worden gewezen dat de desbetreffende regel, althans in de mate van de afwijking, niet langer kan worden beschouwd als een algemeen principe waardoor de gemeenschappen en de gewesten zijn gebonden (1). 2. Het ontwerp voert een reeks verschillen in behandeling in tussen de personeelsleden van de onderscheiden cellen.Zo worden, bijvoorbeeld, de leden van de cellen beleidsvoorbereiding wel en de leden van de cel algemene beleidscoördinatie en de cellen algemeen beleid niet aan een selectieprocedure onderworpen, worden de leden van de cellen beleidsvoorbereiding, behoudens een reeks uitzonderingen, onderworpen aan het statuut van het rijkspersoneel, terwijl dit niet het geval is voor de leden van de cel algemene beleidscoördinatie en de cellen algemeen beleid en worden de uitvoerende personeelsleden van de cellen beleidsvoorbereiding op pecuniair vlak anders behandeld dan de uitvoerende personeelsleden van de cel algemene beleidscoördinatie. Het staat aan de stellers van het ontwerp om in het verslag aan de Koning aan te geven wat de verantwoording voor elk van die onderscheiden is. 3. Het ontwerp blijft in het vage over het statuut van verschillende erin bedoelde personeelsleden, zoals vaste experten of de experten belast met een bijzondere opdracht in de beleidsraden of in de auditcomités, de leden van de cel algemene beleidscoördinatie en de cellen algemeen beleid, de experten en de uitvoerende personeelsleden bij die cellen en de secretariaatsmedewerkers.Het bepalen van de basiselementen van dit statuut kan niet aan de betrokken ministers worden overgelaten, en nog minder geval per geval worden vastgesteld, maar dient in het ontworpen besluit te worden geregeld. 4. Het om advies voorgelegde ontwerp bevat een aantal bepalingen die betrekking hebben op organen opgericht bij het koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2000 pub. 18/11/2000 numac 2000002106 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst sluiten.Vraag is of, terwille van de toegankelijkheid van de regelgeving, die bepalingen niet beter zouden worden opgenomen in het zo-even genoemde besluit. 5. De stellers van het ontwerp zullen dienen na te gaan of het ontworpen besluit niet noopt tot het wijzigen van andere besluiten dan het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/1998 pub. 28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijk …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.