← België

Preventie en bestrijding van geluidshinder en trillingen in een stedelijke omgeving in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. - Plan 2008-2013

Kort samengevat

Dit plan, geldig van 2008 tot 2013, beschrijft de strategie en acties van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om geluidshinder en trillingen in de stad te voorkomen en te bestrijden. Het bouwt voort op eerdere plannen en is bindend voor alle administratieve entiteiten van het Gewest.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 14 MEI 2009. - Preventie en bestrijding van geluidshinder en trillingen in een stedelijke omgeving in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. - Plan 2008-2013 INLEIDING Gelet op het belang van de geluidshinder in een stedelijke omgeving keurde het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 17 juli 1997 een ordonnantie goed ter bestrijding van de geluidshinder in een stedelijke omgeving. Deze ordonnantie bepaalde dat de Regering een Programma voor de bestrijding van de geluidshinder moet goedkeuren en uitvoering. Op 21 juni 2000 werd door de Gewestregering voor de eerste keer een plan goedgekeurd voor "De strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest". Het werd twee keer geëvalueerd, één keer in juni 2003 en een tweede keer in mei 2007. Het opmaken van een nieuw plan voor de preventie en bestrijding van het stadslawaai wordt verantwoord door : -het resultaat van de evaluaties van het plan 2000-2005; - de omzetting, in 2004, van de Richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en het beheer van het omgevingslawaai, in Brussels Recht; die verandert de juridische context waarin vandaag de bestrijding van de geluidshinder moet worden gepland (1); - de evolutie van bepaalde projecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GEN-projecten, ontwerpplan IRIS II); - de toenemende bewustwording van de burgers ten aanzien van hun omgeving. Het plan vormt een akte van de Regering die, zonder de ordonnantie uit het oog te verliezen, de strategie, de prioriteiten en de acties beschrijft die ze gespreid over de komende vijf jaren zal ondernemen. Het plan is bindend voor alle administratieve entiteiten die afhankelijk zijn van het Gewest. Het hier voorliggend document is het plan voor de preventie en bestrijding van de geluidshinder in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de jaren 2008-2013. Zijn inhoud is gebaseerd op een aantal vaststellingen en op de analyse van de maatregelen van het huidige plan (cf. Balans 2007 van het Plan). Als hulpmiddel bij het opstellen van dit voorontwerpplan werden technische fiches gepubliceerd door Leefmilieu Brussel - BIM (bijlage 1). Die worden in een duidelijke en synthetische vorm verzameld en voorgesteld op de internetsite van Leefmilieu Brussel (Documentatiecentrum - Wetenschappelijke en technische documentatie over de staat van het leefmilieu - Geluid - Factsheets). Volgens de geluidsordonnantie moet er voor de goedkeuring van een dergelijk plan een procedure bestaande uit verschillende stappen doorlopen worden en daaraan werd als volgt gevolg gegeven : - In de loop van 2007 : fase waarin door de twee vermelde instanties, nl. Leefmilieu Brussel - BIM en Mobiel Brussel - BUV, voorstellen werden uitgewerkt. Deze fase verliep samen met de opstelling van een balans van het eerste plan (versie mei 2007); - Tijdens de 1e helft van 2008 : fase waarin de andere betrokken administraties geraadpleegd werden; - 11 september 2008 : fase waarin het plan in eerste lezing door de Regering werd goedgekeurd; - Van 15 oktober tot 31 december 2008 : fase waarin de bevolking, de gemeenten en de andere Gewesten geraadpleegd werden door de organisatie van een openbaar onderzoek van twee maanden. Daarnaast werden ook de Raad voor het Leefmilieu, de Economische en Sociale Raad en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie geraadpleegd. Naar aanleiding van de omzetting in de geluidsordonnantie van Europese Richtlijn 2001/42/EG van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en in overeenstemming met de Ordonnantie van 18 maart 2004 werden verder ook de volgende stappen ondernomen : - In de loop van 2007 : fase waarin het bestek van een milieueffectenrapport werd opgesteld dat begin 2008 aan de Raad voor het Leefmilieu, de Economische en Sociale Raad en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie werd voorgelegd; - 17 april 2008 : goedkeuring door de Regering van het bestek; - In juin 2008 : opstelling op basis van voormeld bestek van een milieueffectenrapport (kortweg ook MER' genoemd) met als voornamelijk doel, het identificeren, beschrijven en evalueren van de aanzienlijke milieueffecten van de implementatie van het plan. Het werd op hetzelfde ogenblik als het ontwerpplan aan een openbaar onderzoek onderworpen. De laatste fase in de hele procedure is de goedkeuring van het plan door de Regering na analyse en inaanmerkingneming van de diverse geformuleerde adviezen (o.a. degene die werden uitgebracht naar aanleiding van het milieueffectenrapport over het ontwerpplan). INHOUDSOPGAVE Lijst van gebruikte afkortingen en termen DEEL I : ACTIEPRINCIPES EN STRATEGIEEN 1. Inleiding 2.Doelstellingen van de strijd tegen geluidshinder 3. De gewestelijke strategie 3.1. Een strijd opgesplitst per doelwit 3.2. Hiërarchie van de actieprincipes 3.3. De verscheidenheid van de werkgebieden 4. Het plan voor de preventie en de bestrijding van het stadslawaai 2008-2013 4.1. Inhoud van het plan 4.2. De 10 krachtlijnen 4.3. De actoren van het plan 4.4. Beoordeling van de uitvoering van het plan DEEL II : INHOUD VAN HET PLAN Een steeds nauwkeuriger referentiekader Voorschrift 1. Indicatoren omschrijven voor elke geluidsbron Voorschrift 1.a. Indicatoren omschrijven voor de bescherming van de omwonenden binnenin de gebouwen Voorschrift 1.b. 'Stille zones' definiëren Voorschrift 2. Permanent de geluidsomgeving opvolgen Voorschrift 3. De geluidskaarten opstellen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Voorschrift 3.a. Het kadaster van het wegverkeer opmaken Voorschrift 3.b. Het kadaster van het spoorwegverkeer opmaken Voorschrift 3.c. Het kadaster van het tram- en metroverkeer opmaken Voorschrift 3.d. Het kadaster van het luchtverkeer opmaken Voorschrift 3.e. Het kadaster van de industrieterreinen opmaken Voorschrift 4. De gegevens verspreiden Voorschrift 5. Een samenwerking met de Europese steden in stand houden Een aangepaste en gecoördineerde behandeling van de klachten Voorschrift 6. Een observatorium voor de opvolging van klachten instellen Voorschrift 7. Een bemiddelingsdienst ontwikkelen voor buurtlawaai Voorschrift 7.a. De samenwerking met de gemeenten versterken Voorschrift 7.b. Vrijwillige acties bevorderen Voorschrift 8. Ondersteuning verlenen voor procedures die klachten groeperen Voorschrift 9. Het oplossen van klachten afkomstig van de beheerders van vervoersinfrastructuren, bevorderen Voorschrift 10. De betrokkenheid van de burger bij de globale projecten van stedenbouw en infrastructuur, bevorderen Voorschrift 11. Informatiedragers ontwikkelen gewijd aan de behandeling van klachten Een beschermd grondgebied Voorschrift 12. De opname van het geluid in het GBP evalueren Voorschrift 13. Rekening houden met het geluid bij het uitwerken van de plannen en van de stedenbouwkundige vergunningen Voorschrift 14. De stille zones instellen en beschermen Voorschrift 15. Opnieuw rustige zones inrichten in lawaaierige parken en groene zones Een gematigd wegverkeer Voorschrift 16. De geluidsimpact van de maatregelen van het IRIS-plan opvolgen Voorschrift 17. In de projecten van heraanleg en de mobiliteitsplannen, een beleid bevorderen dat leidt tot een vermindering van het lawaai Voorschrift 17.a. Gemeenschappelijke principes aanhangen op het vlak van de beheersing van het wegverkeerslawaai Voorschrift 17.b. De sanering van de zwarte punten voortzetten Voorschrift 17.c. Ervoor zorgen dat rekening wordt gehouden met de geluidsimpact van de gewestelijke wegenprojecten Voorschrift 17.d. Rekening houden met het geluid bij de politiecontroles Voorschrift 18. Een structureel mechanisme voor overheidssteun invoeren Voorschrift 19. Rekening houden met het geluidsprobleem van de zware vrachtwagens Voorschrift 19.a. Bij het ophalen van afval Voorschrift 19.b. Bij leveringen Voorschrift 20. Specifieke voorlichtings- en sensibiliseringscampagnes voeren rond wegverkeerslawaai Een stiller openbaar vervoer Voorschrift 21. Het handhaven van beleidslijnen met betrekking tot het lawaai en de trillingen veroorzaakt door het stedelijk openbaar vervoer Voorschrift 21.a. De overeenkomsten met de beheersmaatschappijen opvolgen en verder ontwikkelen Voorschrift 21.b. Ervoor zorgen dat rekening wordt gehouden met de geluids- en trillingsimpact van de gewestelijke projecten voor stedelijk vervoer Voorschrift 22. Het handhaven van beleidslijnen met betrekking tot het lawaai en de trillingen veroorzaakt door het treinverkeer Voorschrift 23. De geluids- en trillingsimpact opvolgen van de spoorweg-infrastructuurprojecten Luchtverkeer onder toezicht Voorschrift 24. Het aantal personen dat hinder ondervindt, verminderen en een samenwerkingsakkoord uitwerken Voorschrift 25. De Brusselse normen toepassen en controleren Voorschrift 26. De kennis over het beheer van het luchtverkeer vergroten Beter toezicht op de puntbronnen Voorschrift 27. Rekening houden met het geluid bij de toekenning van milieuvergunningen Voorschrift 28. Informatie verstrekken over de beste technologieën voor HVAC-installaties Voorschrift 29. De controle van de HVAC-installaties opvoeren Voorschrift 30. De geluidshinder op bouwplaatsen reglementeren Voorschrift 31. Het geluid van versterkte muziek reglementeren Voorschrift 32. Sensibiliseren met het oog op een aangepast gebruik van de sirenes van prioritaire voertuigen Verhoogde individuele verantwoordelijkheid Voorschrift 33. Het jonge publiek informeren over de effecten van het lawaai op de gezondheid Voorschrift 34. Het publiek voorlichten en sensibiliseren Bevorderen van nieuwe technologieën Voorschrift 35. Informatie verstrekken over de technieken en materialen, waaronder de duurzame materialen voor geluidsbescherming Voorschrift 36. Informatie verstrekken over de geluidsprestaties van voertuigen Voorschrift 37. Het gebruik van de nieuwe technologieën voor openbaar vervoer aanmoedigen Voorschrift 38. Herzien van het belastingssysteem op lawaaierige uitrusting of installaties Instrumentarium voor het isoleren van gebouwen Voorschrift 39. Een stand van zaken opmaken over de geluidssituatie van de gebouwen Voorschrift 40. Een evaluatie opmaken van de wijze waarop de normen inzake geluidsisolatie voor woningen werden omgezet in de gewestelijke wetgeving Voorschrift 41. Een systeem van individueel advies handhaven ten behoeve van particulieren, over de bestaande technieken Voorschrift 42. Het subsidiemechanisme voor de geluidsisolatie van woningen bevorderen Voorschrift 43. Toezien op het geluidscomfort in de sociale woningen Voorschrift 44. Het geluidscomfort van kantines, klaslokalen en kinderdagverblijven verbeteren BIJLAGEN Bijlage 1 : Lijst van factsheets ter ondersteuning van het plan Bijlage 2 : Lijst van sites met wegverkeer en openbaar vervoer die prioritair moeten worden onderzocht en/of gesaneerd Bijlage 3 : Middelen die moeten worden ingezet Lijst van gebruikte afkortingen en termen BROH : Bestuur voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting BUV : Mobiel Brussel - BUV - Bestuur Uitrusting en Vervoer Belgocontrol : Autonoom overheidsbedrijf met als opdracht de veiligheid van het luchtverkeer te verzekeren in het Belgische luchtruim. Regering : Brusselse hoofdstedelijke regering HVAC : Heating, ventilation and air-conditioning of verwarming, ventilatie en airconditioning BIM : Leefmilieu Brussel - BIM - Brussels Instituut voor het Milieubeheer Infrabel : Autonoom overheidsbedrijf, dochter van de NMBS-Holding en beheerder van de spoorweginfrastructuur LAéq,t : Equivalent geluidsdrukniveau gedurende de periode t Lden : geluidsbelastingindicator voor de hinder (geluidsbelastingindicator voor een periode van 24 uur) Ln : Geluidsbelastingindicator voor slaapverstoringen (geluidsbelastingindicator voor de nachtperiode Geluidsordonnantie : Ordonnantie betreffende de strijd tegen de geluidshinder in een stedelijke omgeving van 17 juli 1997, gewijzigd bij de ordonnantie van 1 april 2004 houdende omzetting van Richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en de beheersing van het omgevingslawaai. BPA : Bijzonder Bestemmingsplan GBP : Gewestelijk Bodembestemmingsplan GewOP : Gewestelijk Ontwikkelingsplan Gewest : Brussels Hoofdstedelijk Gewest GSV : Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening BGHM : Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij NMBS : Autonoom overheidsbedrijf, dochter van de NMBS-Holding en exploitant van het net NMBS Holding : Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen Holding, koepel van de NMBS Groep MIVB : Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel DEEL I : ACTIEPRINCIPES EN STRATEGIEEN 1. Inleiding Het plan betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving 2000-2005, het eerste plan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, had betrekking op alle geluidsbronnen;het berustte op een vooruitziende en geïntegreerde benadering waarbij de technische knowhow die nodig is om de geluidsverschijnselen te beheersen, onmiskenbaar een essentiële rol speelt. Het had vooral tot doel een nauwkeurig beeld te schetsen van de bestaande situatie, beleidsinstrumenten te ontwikkelen en hun toepassing te testen. Naarmate het plan werd uitgevoerd, kregen diverse acties een terugkerend karakter, meer in het bijzonder wat de geluidshinder veroorzaakt door het verkeer betreft, andere konden moeilijker geconcretiseerd worden bij gebrek aan een duidelijk omschreven kader. Wanneer we vandaag de ervaringen van het eerste plan toetsen aan het dagelijks beheer van de geluidshinder in de stad, blijkt dat bepaalde maatregelen moeten worden versterkt. Het nieuwe plan bevestigt dan ook de actieprincipes van het vorige plan en biedt de mogelijkheid om een aantal procedures aan te passen. Het is aangepast aan de evolutie van de reglementaire bepalingen, in het bijzonder op Europees niveau. Het legt de nadruk op initiatieven die rechtstreeks kunnen worden uitgevoerd door de overheidsinstanties. Ten slotte streeft het naar de ontwikkeling van synergismen met andere gewestelijke plannen, en gaat bijzondere aandacht naar de wisselwerking tussen de vooropgestelde maatregelen en die van de andere plannen, zoals het Gewestelijk Bestemmingsplan, het Iris-vervoerplan, de milieuthematische plannen, enz. 2. Doelstellingen van de strijd tegen geluidshinder Ondanks de opgedane ervaring en de bewustwording van de bevolking is de strijd tegen de geluidshinder een moeilijk te beheersen materie gebleven sinds de goedkeuring van de gewestelijke geluidsordonnantie. Zoals bekend wordt de geluidshinder in een stedelijke omgeving veroorzaakt door een groot aantal bronnen. Die zijn van technische of structurele oorsprong, of houden verband met gedragingen. Ook het op een objectieve wijze inschatten van de geluidshinder aan de hand van geluidsmetingen zit complex in elkaar, en de correlatie tussen de geluidsmeting en de hinder die effectief door de bevolking wordt ondervonden, is zeer delicaat, aangezien ze voor een deel steunt op subjectieve factoren. Bovendien verschilt de perceptie van persoon tot persoon. Het zoeken naar aanvaardbare oplossingen voor een stedelijke omgeving ligt niet voor de hand, gelet op de veelheid aan bronnen en betrokkenen, door de technische kant van de metingen en de simulaties, door de beoordeling van de hinder enz. De hoofddoelstellingen van de beleidsopties inzake leefmilieu, stedenbouw en stadsbeheer blijven bijgevolg actueel. Zij moeten erop gericht zijn (opnieuw) steden en agglomeraties te creëren waar de geluidsomgeving verenigbaar is met vooral de woonfunctie. Om de doelstellingen te bereiken, moet de wil aanwezig zijn om te voorzien in de behoeften van de inwoners van het Gewest : - de residentiële aantrekkelijkheid bevorderen via een aantrekkelijke omgeving en een harmonieus levenskader, en door de inwoners te beschermen tegen overlast; - activiteiten ontwikkelen die voor de inwoners van het Gewest een sociale vooruitgang betekenen; - een toegankelijke mobiliteit met een zo klein mogelijke impact op het milieu, in het bijzonder op geluidsvlak, voor een zo groot mogelijk aantal ondersteunen. In zijn streven naar een verbetering van de leefomgeving voor allen die op zijn grondgebied wonen of werken, oordeelt het Gewest dat de vermindering en de beperking van de geluidshinder moet worden nagestreefd in alle domeinen waar de agressie van het geluid voelbaar is. Net zoals in het eerste plan is het uiteraard niet de bedoeling dat de realiteit van de stad met haar vele specifieke eigenschappen (verkeer, gemengde functies, rijkdom en diversiteit van culturen en gedragingen enz.) wordt genegeerd, maar er moet wel voor een nieuw evenwicht worden gezorgd tussen deze verschillende bestanddelen, teneinde een zekere levenskwaliteit te behouden voor de bevolking die in het Gewest woont. Vanaf de tenuitvoerlegging van zijn eerste plan heeft het Gewest zich ingezet voor het recht van de burger om te genieten van een gezonde geluidsomgeving, evenwel rekening houdend met een zekere technisch-economische werkelijkheid. Dit recht moest bovendien gebaseerd worden op wetenschappelijke bewijzen van de nefaste effecten van de geluidshinder op de gezondheid, en meer bepaald op de kwaliteitsdoelstellingen, aanbevolen door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Dit recht van de burger kwam tot uitdrukking in zowel normen als richtwaarden voor het geluid, die borg staan voor een zeker beschermingsniveau voor iedereen (2). Ze zijn afgestemd op het type van geluidsemissie (om de kenmerken van de geluidsbronnen in overweging te nemen), de omgevingscontext (achtergrondgeluid, typologie van de wijk enz.) en de periode van de emissie. Ze vermelden de drempels voor verplichte interventie en hebben betrekking op het weg-, spoorweg-, tram-, metro- en luchtverkeer, de ingedeelde inrichtingen, het buurtlawaai. Zij worden voorgesteld en toegelicht in factsheet 37 bij het plan Geluidsnormen en richtwaarden gebruikt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest' (zie bijlage 1). Het nieuwe plan voor de preventie en bestrijding van het stadslawaai heeft tot doel dit recht van de burgers te beschermen en bijgevolg door te gaan met het uitwerken en toepassen van deze normen of richtwaarden. Het nieuwe plan zal ook, in een streven naar een beter begrip, de bestaande indicatoren harmoniseren, de indicatoren aanbevolen door richtlijn 2002/49/EG gebruiken, en nieuwe indicatoren definiëren, meer bepaald voor stille zones. 3. De gewestelijke strategie De gewestelijke strategie voor de preventie en bestrijding van de geluidshinder, omschreven in het eerste plan, blijft behouden.Het lijkt evenwel nuttig te zijn de bepalingen opnieuw te preciseren. 3.1. Een strijd opgesplitst per doelwit Algemeen wordt aangenomen dat de geluidsproblemen (3) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen worden opgesplitst in twee grote categorieën, de structurele en de conjuncturele geluidshinder. Het begrip structurele geluidshinder heeft betrekking op : - het wegverkeer - personenauto's, vrachtwagens, motorfietsen, autobussen, tram en metro - afvalophaling en reiniging van de openbare weg - het spoorwegverkeer - het luchtverkeer Het begrip conjuncturele geluidshinder heeft betrekking op : - de "inrichtingen" - de ingedeelde inrichtingen (waaronder bouwterreinen, klimaatregeling, machines enz.) - de andere (horeca, concertzaal, discotheek, sportzaal, danszaal enz.) - de nabijheid - van een infrastructuur die aan de basis ligt van een verplaatsing van de bevolking (vb. school, parkeerterrein, speelruimte enz.) - in de onmiddellijke omgeving (houdt verband met het gedrag en de binnen- en buitenactiviteiten van de burgers nabij hun woning, bijvoorbeeld muziek, werk, spelactiviteiten, hond, hakken van schoenen, etc.) - de openbare weg - individuele gedragingen, - marskramers, - sirenes en alarmen, - markten, kermissen, animatie, Het gaat telkens om verschillende doelwitten die op een specifieke manier moeten worden aangepakt. Het plan voor de preventie en bestrijding van het stadslawaai zal zoals vroeger worden georganiseerd op basis van de verschillende doelwitten. Het eerste element waarmee rekening moet worden gehouden bij de verbetering van de akoestiek in de steden is zonder enige twijfel de organisatie van de steden die door de ruimtelijke ordening concreet vorm krijgt. 3.2. Hiërarchie van de actieprincipes Bij het uitwerken van oplossingen om de geluidshinder te verminderen en een optimale sanering te waarborgen, die een zo groot mogelijk aantal mensen ten goede komen, past het gewest de volgende rangorde toe voor de actieprincipes : 1. het voorkomen van geluidshinder en trillingen afkomstig van vaste of beweeglijke bronnen;2. het verminderen en beperken van de geluidshinder en van zijn verspreiding door akoestische bescherming;3. de akoestische bescherming (isolatie) van de bewoonde gebouwen en van de ruimten die toegankelijk zijn voor privé- of collectief gebruik. Die verschillende principes houden met name in dat het Gewest : - garandeert dat het in al zijn besluitvormingsmechanismen met betrekking tot het stedelijk beheer (ruimtelijke ordening, stedenbouw, beheer van wegen, vervoerbeleid, milieuvergunningen enz.) vanaf de ontwerpfase rekening houdt met de potentiële impact op de geluidsomgeving van de betrokken bevolkingsgroepen; - alles in het werk zal stellen opdat men, op plaatsen waar zich een geluidshinder voordoet die onaanvaardbaar is voor de gezondheid en het welzijn van de bevolking, deze geluidshinder zou kunnen verminderen met behulp van corrigerende maatregelen, en dat met behulp van realistische middelen; - maatregelen overweegt voor de akoestische bescherming van de ontvanger van zodra het geluidsklimaat op een bepaalde plaats schadelijk blijkt voor de gezondheid en de rust van de bevolking nadat alle andere realistische middelen om het geluid tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen in overweging werden genomen. 3.3. De verscheidenheid van de werkgebieden De ontwikkeling van het milieubeleid, met name het beleid met betrekking tot de preventie en bestrijding van de geluidshinder, houdt noodzakelijkerwijze een geïntegreerde benadering in, waarbij diverse disciplines aan bod komen en een beroep wordt gedaan op een grote verscheidenheid van instrumenten. Op het vlak van de preventie en de bestrijding van de geluidshinder, wil het Gewest een beroep doen op het volgend instrumentarium : - het vergaren van gegevens, de wetenschappelijke benadering en de technische deskundigheid, die onmisbaar zijn om enerzijds het geluid in cijfers weer te geven en de ervaren hinder te identificeren, en anderzijds de oplossingen te simuleren en te evalueren; - de reglementering die nodig is om regels vast te stellen, ze effectief door te voeren en te controleren; - de aanbevelingen en goede praktijken die het mogelijk maken rekening te houden met de geluidshinder in de dagelijkse praktijken en in het beheer van de dossiers; - de economische instrumenten van de overheid, met in sommige gevallen een aanporrend effect en in andere gevallen een ontradend effect; - overheidsinvesteringen die met name tot doel hebben de bestaande situatie te saneren of te verbeteren; - de ontwikkeling van een geïntegreerde organisatie gebaseerd op zin voor verantwoordelijkheid en partnerschap en waarmee kan worden ingespeeld op de behoeften; - de informatie, de bewustmaking, de opleiding en de opvoeding, die aan de basis liggen van veranderingen op het vlak van cultuur en gedrag, factoren van verandering op korte, middellange en lange termijn. 4. Het plan voor de preventie en de bestrijding van het stadslawaai 2008-2013 4.1. Inhoud van het plan De geluidsordonnantie bepaalt dat het plan de volgende elementen bevat : 1. een geluidskadaster waardoor enerzijds de oorsprong, de oorzaken en de akoestische kenmerken van de geluiden van het stedelijk milieu van weg-, lucht- en spoorwegverkeer kunnen worden geïdentificeerd en beschreven en waardoor anderzijds de zones, de bebouwde en onbebouwde ruimten en de straten met een uitzonderlijk hoog geluidsniveau kunnen worden gelokaliseerd;2. een algemene preventie- en bestrijdingsstrategie van de geluidshinder die tevens preventieve maatregelen omvat, met inbegrip van maatregelen voor de bewustmaking van de bevolking, aanbevelingen in verband met de bouwkunst en de stedenbouw en maatregelen die corrigerend kunnen werken ten opzichte van de bestaande geluidshinder waaronder maatregelen om stille zones te beschermen tegen een toename van het lawaai;3. een beoordeling van de technische of reglementaire normen, van de financiële middelen, van de acties voor de bewustmaking en de voorlichting van de bevolking en de ondernemingen, welke nodig zijn om de doelstellingen van het plan te verwezenlijken. Het algemeen beleid voor de preventie en bestrijding van de geluidshinder en de bijbehorende maatregelen worden besproken in de delen I en II van dit document. Ze zijn gebaseerd op de ervaringen van het eerste plan betreffende de strijd tegen de geluidshinder en de opmerkingen en bijwerkingen sinds de tenuitvoerlegging ervan. De maatregelen berusten ook op de resultaten van de geluidskadasters die worden opgelegd door de geluidsordonnantie. Deze resultaten, alsook de beoordeling van de blootstelling van de bevolking aan de diverse geluidsbronnen, zijn opgenomen in de factsheets (4). Overeenkomstig de geluidsordonnantie die de verplichtingen van richtlijn 2002/49/EG bevat, werd het geluidskadaster van het luchtverkeer bijgewerkt op basis van gegevens die representatief zijn voor 2006. De kadasters van het weg- en spoorwegverkeer werden onlangs bijgewerkt op basis van gegevens die eveneens representatief zijn voor 2006. De resultaten van deze kadasters bevestigen de tendensen die werden vastgesteld tijdens het opstellen van het eerste geluidsplan en de kadasters voor 2000. Bijlage 3 van dit document bevat een evaluatie van de middelen die moeten worden ingezet. 4.2. De 10 krachtlijnen Hoewel net als bij het eerste geluidsplan alle actiepunten aan bod komen, werden in dit nieuwe plan specifieke accenten gelegd rekening houdend met de belangrijke impact van het wegverkeerslawaai op het volledige grondgebied van het gewest en op 28 % van de bevolking, en rekening houdend met de toename van de klachten over puntbronnen, en meer in het bijzonder over HVAC-installaties. Om deze doelstellingen te bereiken, wil het Gewest het begrip stille zones' uitdiepen, overeenkomstig richtlijn 2002/49/EG, alsook het begrip milieucapaciteit van de wegen'. Terzelfder tijd wil het ook toezien op het geluidscomfort van de woningen en het bevorderen van nieuwe technologieën, meer bepaald die met een milieuvriendelijk karakter. Op het vlak van de interventie zal het Gewest een observatorium voor de opvolging van klachten openen en voorrang geven aan bemiddeling om conflicten met betrekking tot buurtlawaai op te lossen. Ten slotte stelt het Gewest zich tot doel de beschikbare gegevens permanent bij te werken, de overlast op te volgen en de bevolking zo nauwkeurig mogelijke informatie te verstrekken. Het plan is opgebouwd rond 10 krachtlijnen : - een steeds nauwkeuriger referentiekader, meer bepaald het harmoniseren en definiëren van nieuwe indicatoren, het bijwerken van de geluidskadasters, de follow-up van de meetstations; - een aangepaste en gecoördineerde behandeling van de klachten, meer bepaald het openen van een observatorium voor de opvolging van klachten en het voortzetten van de gerichte behandeling van de klachten; - een bescherming van het grondgebied, met name het doorvoeren van maatregelen met betrekking tot stedenbouw en ruimtelijke ordening, en de wisselwerking met de bestemmingsplannen, waaronder het GBP; - een gematigd wegverkeer, meer in het bijzonder door de wisselwerking met het Iris-vervoerplan en het voortzetten van de saneringsacties van de zwarte punten; - een stiller openbaar vervoer, meer in het bijzonder het voortzetten van de samenwerking met de netbeheerders; - een luchtverkeer onder toezicht, in een zeer bevolkte stad, door de uitwerking van een stabiel exploitatieschema dat tot doel heeft het aantal personen dat hinder ondervindt te beperken en door het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken federale en gewestelijke entiteiten; - beter toezicht op de puntbronnen, meer in het bijzonder een aangepaste regelgeving en opgevoerde controles; - een verhoogde individuele verantwoordelijkheid, meer in het bijzonder het voortzetten van de sensibiliseringsacties, vooral dan bij de jongeren; - de bevordering van nieuwe technologieën, meer in het bijzonder het gebruik van milieuvriendelijke materialen en technieken; - instrumenten voor de isolatie van gebouwen, meer in het bijzonder het voortzetten van de acties en maatregelen die tot doel hebben het geluidscomfort te verbeteren. Al deze krachtlijnen samen zijn representatief voor de geluidshinder in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en voor de acties die er moeten worden gevoerd. 4.3. De actoren van het plan Elk bestuursniveau (Federale overheid, Gewest en Gemeenten) alsook elke administratie, draagt een zekere verantwoordelijkheid in het openbare beheer van de geluidshinder. Het Gewest wil de responsabilisering van elke overheid voortzetten en de instanties aansporen om hun verantwoordelijkheid daadwerkelijk te dragen, in eerste instantie door onderhandeling en verzoening. Door de functies en interventieniveaus te verduidelijken, kan eerst en vooral worden vermeden dat concurrerende acties worden gevoerd. De diverse actoren moeten dus afspraken maken over de organisatie van het beheer van een zeker aantal dossiers. In het algemeen vereisen de beleidslijnen inzake het milieu de mobilisatie en de goede wil van alle betrokken partners. Het Gewest, dat zijn eigen verantwoordelijkheid draagt in het stadsbeheer, zal op het vlak van gemeenschappelijke zorgen acties ontwikkelen in partnerschap en in samenwerking met de andere institutionele partners. Ook de privésector zal gevraagd worden zijn deel van de verantwoordelijkheid op te nemen op het vlak van de verbetering van de geluidskwaliteit in het Gewest. Het Gewest zal ten slotte voorrang geven aan het partnerschip met de gemeenten om met name de klachten over het buurtlawaai te beheren en de bewustmaking van de bevolking voort te zetten. Door het feit dat de gemeenten dichtbij het publiek ageren, zijn in hun situatie een directe dialoog met de inwoners en een lokaal dienstenaanbod veel meer voor de hand liggend. De opleidingen, de methodologiegidsen, het Vademecum en de ander hulpmiddelen die het huidige plan voorziet, zullen daarom systematisch aan de gemeentebesturen aangeboden worden. De voornaamste betrokken gewestelijke besturen zijn : - Leefmilieu Brussel - BIM wegens zijn bevoegdheden op het vlak van observatie- en onderzoek van milieuaangelegenheden, milieuplanning, vergunningsverlening en controle en anderzijds zijn bevoegdheden op het vlak van informatie, bewustmaking en opvoeding in milieuzaken; - Mobiel Brussel - BUV voor zijn bevoegdheden met betrekking tot de planning van de mobiliteit, de aanleg, het onderhoud en het beheer van de gewestelijke verkeersinfrastructuur, zijn betrekkingen met de MIVB enz.; - het BROH voor zijn bevoegdheden in ruimtelijke ordening, stedenbouw, renovatiepremies enz. Ook andere gewestelijke actoren, zoals de MIVB, de Lijn, TEC, de BGHM en Net Brussel, hebben een rol te vervullen. Verder zal men ook op lokale associaties moeten rekenen, die actieve zijn op milieuvlak; zij hebben een belangrijke rol te vervullen met betrekking tot de bewustmaking van personen, de voorstelling en verdediging van nieuwe projecten en als interface tussen de lokale overheid en particulieren. Voor het beheer van het verkeersgeluid op het federaal niveau, zijn vooral de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer (Directoraat Generaal Luchtvaart en Directie Vervoerinfrastructuur), de NMBS Holding en zijn dochtermaatschappijen (5) en Belgocontrol betrokken partijen. 4.4. Beoordeling van de uitvoering van het plan Overeenkomstig de geluidsordonnantie zal Leefmilieu Brussel - BIM samen met Mobiel Brussel - BUV, om de 30 maanden overgaan tot het beoordelen van de uitvoering van het plan. De beoordeling zal aan de regering worden voorgelegd. Deze evaluatie zal desgevallend de gelegenheid zijn om aanpassingen, heroriënteringen of een volledige herziening van het plan voor te stellen. De uitvoering van het plan moet worden gemeten en geëvalueerd. Het deel "gegevens" is dan ook van bijzonder belang. Er zullen mechanismen worden ingevoerd voor het verstrekken van statistische gegevens waarmee men, aan de hand van verschillende indicatoren, een zicht kan krijgen op de staat van de hinder in het Gewest, de uitgeoefende druk en het bepalen van de verantwoordelijkheid en de doeltreffendheid van de aangereikte antwoorden. DEEL II : INHOUD VAN HET PLAN Een steeds nauwkeuriger referentiekader Voorschrift 1. Indicatoren omschrijven voor elke geluidsbron Voorschrift 1.a. Indicatoren omschrijven voor de bescherming van de omwonenden binnenin de gebouwen Sinds de tenuitvoerlegging van het vorige plan beschikt het Gewest over diverse geluidsindicatoren voor de beoordeling van geluidsniveaus en geluidshinder. Sommige van die beoordelingsindicatoren moeten nog geharmoniseerd worden met de indicatoren van de Richtlijn 2002/49/EG. De indicator of de referentie verschilt naargelang van de geluidsbron (6). De referentie-indicatoren van het Gewest worden voortaan uitgedrukt volgens de indicatoren Lden en Ln, beschreven door richtlijn 2002/49/EG en beoordeeld over bepaalde periodes (7-19u), (19-23u) en (23-7u). Het gebruik van een evenementiële indicator (7) blijft gehandhaafd voor het lawaai van vliegtuigen en wordt overwogen voor dat van treinen, trams en metro. Op basis van deze harmonisering van de beoordelingsindicatoren en na uitvoering van meetcampagnes, het opmaken van geluidskadasters (Voorschrift 3), het inschatten van de getroffen populaties en de effecten op de gezondheid, zal het Gewest de bestaande normen en richtwaarden opnieuw beoordelen. Het zal ofwel richtwaarden of kwaliteitsdoelstellingen bepalen per type van geluidsbron en ook globaal, dan wel normen met betrekking tot het maximale geluidsniveau waaraan populaties mogen worden blootgesteld. In afwachting blijven de waarden van het lawaaibestrijdingsplan 2000-2005 van toepassing (8). Men zal rekening houden met de directe omgeving van de bronnen, meer in het bijzonder de buurtfuncties, de aanwezigheid van woningen, ziekenhuizen, scholen. Wat het structureel geluid betreft, zal bijzondere aandacht besteed worden aan de grootte en de milieucapaciteit van de infrastructuren (9). Met behulp van de kadasters zullen meer bepaald die zones kunnen bepaald worden waar zich conflicten voordoen tussen het geluidsniveau en de functies. Deze normen of richtwaarden zullen bepaald worden voor nieuwe of bestaande infrastructuren, en de te bereiken doelstellingen zullen mettertijd worden vastgelegd. Op termijn zullen deze richtwaarden of kwaliteitsdoelstellingen in besluiten kunnen worden vastgelegd. Het is hoe dan ook de bedoeling om te komen tot een verlaging van de geluidsniveaus en een winst van 3 tot 5 dB(A). Het in rekening brengen van de trillingen zal gebeuren conform de van kracht zijnde normen. Voorschrift 1.b. Stille zones' definiëren In het kader van de geluidsordonnantie zal het Gewest kwaliteitsdoelstellingen bepalen voor de stille zones' op zijn grondgebied. Een stille zone' zal op basis van de kadasters worden omschreven als een door het Gewest afgebakende zone die niet blootgesteld is aan een Lden-waarde of een andere toepasselijke geluidsindicator die hoger is dan een bepaalde waarde, bepaald door het Gewest, ongeacht de betrokken geluidsbron. De eerste stille zones die door het Gewest in overweging zullen worden genomen, zijn binnenterreinen van huizenblokken en groene zones. Om die doelstellingen te bereiken, zal het Gewest, op basis van de Brusselse context en in overeenstemming met de bodembestemmingsregels (meer bepaald rekening houdend met de gemengdheid van het stadsweefsel), de mogelijkheid onderzoeken om de geluidsemissieniveaus binnen deze stille zones', te beperken. Bovendien zal de mogelijkheid onderzocht worden om het opduiken van bronnen die tot lawaai kunnen leiden, te onderdrukken. Voorschrift 2. Permanent de geluidsomgeving opvolgen Om de evolutie van de geluidsomgeving in de stad beter te begrijpen en op te volgen, zal Leefmilieu Brussel - BIM zijn huidige netwerk van sonometers (geluidsniveaumeters) uitbreiden (10). Dit netwerk zal de geluiden van het wegverkeer, het spoorwegverkeer, het openbaar vervoer, de vliegtuigen en de ondernemingen bestuderen. Dankzij dit netwerk kan de evolutie van de geluidsniveaus ononderbroken worden opgevolgd en kunnen de geluidskadasters worden bekrachtigd (Voorschrift 3). Deze metingen zullen geraadpleegd kunnen worden op de internetsite van Leefmilieu Brussel - BIM, samen met informatie over de effecten van het geluid op de gezondheid. Voorschrift 3. De geluidskaarten opstellen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest De geluidsordonnantie preciseert dat Leefmilieu Brussel - BIM voor zijn grondgebied geluidskaarten zal opmaken die de toestand in 2006 weergeven. De geluidsbronnen die in kaart zullen worden gebracht, hebben betrekking op het weg-, spoorweg-, tram- en metroverkeer en op de geluiden afkomstig van industrieterreinen. De kaarten zullen minimaal om de 5 jaar vernieuwd worden en de situatie van een kalenderjaar weergeven. Zij zullen de indicatoren Lden et Ln van richtlijn 2002/49/EG gebruiken. Zij zullen, voor het Brussels grondgebied, de geluidsniveaus weergeven met betrekking tot de diverse geluidsbronnen, alsook de blootstelling van de bevolking, de woningen, de scholen en ziekenhuizen, de stille zones' en de overschrijding van de normen en richtwaarden die van toepassing zijn op het ogenblik dat de kadasters worden opgemaakt. Deze kaarten zullen als hulpmiddel dienen bij de beslissingen in het kader van de planningsprojecten, waaronder het IRIS-plan en het GBP. Zij zullen de aandacht vestigen op de meest kritieke situaties die prioritaire wijzigingen vergen, meer in het bijzonder wat verkeer en infrastructuren betreft. Zij zullen bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden in het kader van grote herinrichtingsprojecten (zoals het GEN) en zullen ze ook gebruikt worden om multiblootstellingskaarten op te maken en de respectieve bijdragen van elke geluidsbron te relativeren. Zij worden opgemaakt met behulp van modelleersoftware en maken het mogelijk de bestaande situatie en de diverse projecten te karakteriseren en scenariovoorstellen te beoordelen. Deze kaarten zullen worden goedgekeurd door de Regering. Leefmilieu Brussel - BIM zal zorgen voor een verspreiding van deze kaarten in grote oplage, vergezeld van informatie over de effecten van geluidshinder op de gezondheid, en meer in het bijzonder op de slaap (Voorschrift 4). Voorschrift 3.a. Het kadaster van het wegverkeer opmaken Mobiel Brussel - BUV zal Leefmilieu Brussel - BIM de gegevens bezorgen die nodig zijn voor het opmaken van deze kaarten, meer bepaald de verkeersstromen, de toegestane snelheden, de voertuigtypes en de wegbedekking. Deze gegevens moeten op zijn minst representatief zijn voor de verkeersstromen op het volledige hoofdwegennet; De gegevens, ontleend aan het verkeersmodel van Mobiel Brussel - BUV zullen in real time worden gevalideerd door zijn netwerk van verkeerstellingen. Overeenkomstig de aanvullende akte bij de milieuovereenkomst tussen het Gewest en de MIVB (11), die in 2008 werd ondertekend en betrekking heeft op de geluiden en trillingen voortgebracht door de exploitatie van de bussen, zal de MIVB voor zijn autobussennet de gegevens leveren die nodig zijn voor het opmaken van de kaarten (Voorschrift 21.a). Voorschrift 3.b. Het kadaster van het spoorwegverkeer opmaken Overeenkomstig de in 2001 ondertekende milieuovereenkomst tussen het Gewest en de NMBS (12) (Voorschrift 22), zal Leefmilieu Brussel - BIM, in samenwerking met de NMBS Holding (13), het kadaster van het spoorweggeluid opmaken. Deze kaarten zullen gebruik maken van de indicatoren Lden en Ln van de Europese richtlijn betreffende de evaluatie van het omgevingslawaai, maar ook van de indicatoren van de overeenkomst (Ldag(7-22h) en LNacht(22-7h)), zolang die niet geharmoniseerd zijn (Voorschrift 1.a). Voorschrift 3.c. Het kadaster van het tram- en metroverkeer opmaken Overeenkomstig de in 2004 ondertekende milieuovereenkomst tussen het Gewest en de MIVB (Voorschrift 21), zal Leefmilieu Brussel - BIM, in samenwerking met de MIVB, een kadaster van het bovengronds tram- en metronetwerk in Brussel opmaken. Deze kaarten zullen gebruik maken van de indicatoren Lden en Ln van de Europese richtlijn betreffende de evaluatie van het omgevingslawaai, maar ook van de indicatoren van de overeenkomst (Ldag(6-22h) en LNacht (22-7h)), zolang die niet geharmoniseerd zijn (Voorschrift 1.a). Voorschrift 3.d. Het kadaster van het luchtverkeer opmaken Krachtens de overeenkomst (14), in 2005 ondertekend tussen het Gewest en Belgocontrol, zal Leefmilieu Brussel - BIM samen met Belgocontrol voor wat de bezorging van de gegevens betreft, het geluidskadaster voor het luchtverkeer opmaken. Deze kaarten gebruiken de indicatoren Lden et Ln van de Europese richtlijn betreffende de evaluatie van het omgevingslawaai, maar ook een evenementiële indicator. Zij zullen de geluidsniveaus op het Brussels Grondgebied kunnen weergeven die verband houden met het verkeer van de luchthaven Brussel-Nationaal, voor verschillende periodes van het jaar. Dit kadaster zal het mogelijk maken de bestaande situatie te karakteriseren en de scenariovoorstellen voor het gebruik van de start- en landingsbanen en de verdeling van de vluchten te beoordelen. Voorschrift 3.e. Het kadaster van de industrieterreinen opmaken De geluidsordonnantie preciseert dat de industrieterreinen overeenkomen met deze gedefinieerd in de ordonnantie van 22 april 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IA als bedoeld in artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, en, met deze gedefinieerd in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, II en III in toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen. Overeenkomstig richtlijn 2002/49/CE (15), zal Leefmilieu Brussel - BIM een methodologie uitwerken om het kadaster op te maken rekening houdend met de beschikbare gegevens. Het instituut zal een inventaris opmaken van de industriële bronnen - met uitzondering van de werven - en de bijbehorende geluidshinder, en ook de bronnen kiezen die zullen worden opgenomen in de kaarten. Voorschrift 4. De gegevens verspreiden Via de internetsite van Leefmilieu Brussel - BIM zal het Gewest een informatiesysteem ontwikkelen voor het grote publiek en de betrokken actoren, systeem dat alle kaarten en geluidsmetingen ter beschikking stelt. In de mate van het mogelijke zal een geografisch informatiesysteem online worden geplaatst dat de mogelijkheid biedt om de geluidskaarten te verspreiden, de positie van de meetstations te bepalen, en de resultaten van de metingen van deze stations weer te geven. Alle informatie zal op eenvoudige en pedagogische wijze worden aangeboden, en systematisch gekoppeld worden aan de gegevens over de effecten van de geluidshinder op de gezondheid. Voorschrift 5. Een samenwerking met de Europese steden in stand houden In het kader van een Europees beleid in volle ontwikkeling, en meer bepaald in het kader van de toepassing van de Europese richtlijn betreffende de evaluatie van het omgevingslawaai, zal het Gewest blijven streven naar samenwerking met andere Europese steden of gewesten, ten einde de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken te bevorderen door het uitvoeren van gemeenschappelijke projecten, het organiseren van seminaries, enz. Het Gewest bevestigt zijn positie als actieve gesprekspartner ten overstaan van de Europese Commissie in het raam van het beleid dat het tot stand wil brengen aangaande stadslawaai, en de richtlijnen die het terzake wil voorstellen. Men dient in dit kader rekening te houden met het Europees actieplan milieu en gezondheid dat gedragen wordt door verschillende directies van de Europese Commissie, waarvan de fase 2004-2010 in uitvoering is. De doelstellingen van dit plan beogen een herevaluatie van de normen en aanbevelingen die in het kader van themaplannen werden gedaan in het licht van gezondheidsdoelstellingen. Het gewest ziet erop toe dat het verband wordt gelegd tussen de initiatieven die genomen worden in de Europese steden en de doelstellingen van het Europees plan milieu en gezondheid 2004-2010. Een aangepaste en gecoördineerde behandeling van de klachten Voorschrift 6. Een observatorium voor de opvolging van klachten instellen Bij de analyse en de behandeling van klachten zijn vele actoren betrokken (Leefmilieu Brussel - BIM, gemeenten (dienst leefmilieu, urbanisme), politie, Mobiel Brussel - BUV, MIVB, De Lijn, TEC, NMBS, Ombudsdienst voor de Luchthaven Brussel Nationaal, ) Om snel en doeltreffend een antwoord te kunnen geven wanneer burgers een klacht indienen, ongeacht de aard van de bron, en teneinde de toepassing van de reglementering en de onderlinge afstemming van de procedures te vergemakkelijken, zal het Gewest, in samenwerking met alle betrokken actoren, een observatorium ontwikkelen of een gemeenschappelijk opvolgingsinstrument voor het observeren en behandelen van de klachten over geluid en trillingen (informaticaportaal, postbus,...). Dit instrument zal voor de verschillende soorten klachten een leidraad zijn voor een aangepaste behandeling van het dossier in verschillende etappes, namelijk : - herinnering aan de geldende regelgeving - de instantie die verantwoordelijk is voor de behandeling van de klacht - de te volgen stappen (bemiddeling, toepassing van de reglementering,... ). Tegen die achtergrond zal Leefmilieu Brussel - BIM doorgaan met het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met de diverse actoren om op gecoördineerde en dus efficiëntere wijze de klachten over geluids- en trillingsoverlast te beheren (16). Leefmilieu Brussel - BIM zal jaarlijks een evaluatie uitvoeren van de ingediende klachten en hun behandeling. Voorschrift 7. Een bemiddelingsdienst ontwikkelen voor buurtlawaai Voorschrift 7.a. De samenwerking met de gemeenten versterken Rekening houdend met het groeiende aantal klachten over buurtlawaai (17) en de moeilijkheden bij de tussenkomsten van de milieupolitie op het terrein of de toepassing van boetes, zal het Gewest voorrang geven aan bemiddeling.Daartoe zal het de samenwerkingsprocedures tussen Leefmilieu Brussel - BIM en de gemeentelijke ombudsdiensten opvoeren. Overeenkomstig de aanbevelingen van de studie "Adaptation des réglementations, des pratiques d'interventions et des outils d'information relatifs aux bruits de voisinage" (18), zal Leefmilieu Brussel - BIM een vereenvoudigd en geharmoniseerd interventieschema en de bijbehorende instrumenten ontwikkelen, meer in het bijzonder gemeenschappelijke protocollen voor het beheer van klachten, typeformulieren, databanken enz. Leefmilieu Brussel - BIM zal ook als communicatie-instantie optreden bij de mensen op het terrein, in het kader van de opleidingen, van de organisatie van uitwisselings- en werkgroepen, en van goedkeuringsplatforms voor bemiddelingspraktijken, van de invoering van een pool van geluidscompetenties. De klachten over buurtlawaai (tussen particulieren) zullen in eerste instanties systematisch doorverwezen worden naar de gemeentelijke ombudsdiensten. Leefmilieu Brussel - BIM zal indien nodig zijn knowhow inzake de evaluatie van geluidsoverlast en het aanbevelen van oplossingen ter beschikking van deze diensten stellen. Enkel indien de bemiddeling mislukt, zullen de bevoegde diensten instaan voor de follow-up van de klachten. Leefmilieu Brussel - BIM zal de gemeentelijke ombudsdiensten ook ondersteunen door het verstrekken van opleidingen en informatie (Voorschrift 11). Voorschrift 7.b. Vrijwillige acties bevorderen Voor het publiek toegankelijke etablissementen, zoals cafés, bars, restaurants en schouwburgzalen, maken regelmatig het voorwerp uit van klachten omwille van met name de late uren dat ze geopend zijn, het gebruik dat er gemaakt wordt van elektronisch versterkte muziek, naar het binnenterrein van huizenblok waarin ze gevestigd zijn gerichte activiteiten en installaties (wasemkap, keuken, terras,) of nog het gedrag van de klanten buiten het etablissement op het einde van de avond (rumoerige discussie op straat, slaan van de portieren, luidruchtig vertrek met de wagen, enz.), wanneer ze in de buurt van woningen gelegen zijn. Daarnaast zijn er ook tal van culturele, sportieve en vrijetijdsevenementen die inherent deel uitmaken van de uitstraling van het Gewest, die in de open lucht, vooral tijdens de zomerperiode, en 's nachts plaatsvinden. Het is dan ook geen sinecure om de nachtrust van de bewoners met de organisaties van dergelijke evenementen in bepaalde wijken in het centrum te verzoenen. Bij wijze van aanvulling op Voorschrift 31 zal Leefmilieu Brussel - BIM, in overeenstemming met de gemeenten, daarom de toepassingsmogelijkheden van algemene principes bestuderen met betrekking tot de organisatie van dergelijk type van evenementen en het beheer van voor het publiek toegankelijke etablissementen, zoals cafés, bars, restaurants en schouwburgzalen, met uitzondering van de etablissementen die al aan de milieuvergunningsregeling onderworpen zijn. Deze principes of werkingsregels zullen door middel van een proces van onderhandeling bepaald worden, bv. in het kader van een handvest van goed nabuurschap, waarbij alle partijen, de gemeenten, de buurtbewoners, de etablissementbeheerders of de organisatoren van het evenement in kwestie, betrokken zullen worden. Voorschrift 8. Ondersteuning verlenen voor procedures die klachten groeperen Overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie betreffende de strijd tegen de geluidshinder in een stedelijke omgeving van juli 1997 kan iedere burger zijn gemeente of de Regering vragen de geluidshinder in zijn wijk te onderzoeken. Momenteel wordt dit reglementair instrument weinig gebruikt door de burger. Meer dan één individuele klacht is nochtans de uiting van een daadwerkelijk ongenoegen voor een hele wijk. De inwoners kunnen rekenen op de steun van de verenigingen voor de bescherming van de leefomgeving, de buurthuizen of de gewestelijke dienst (Voorschrift 7) om een klacht en een volledig dossier in te dienen (omschrijven van de perimeter, verzamelen van documenten die de verblijfplaats en de leeftijd aantonen, van handtekeningen van derden in de perimeter,...). Voorschrift 9. Het oplossen van klachten afkomstig van de beheerders van vervoersinfrastructuren, bevorderen In het bijzondere geval waarbij een klacht naar Leefmilieu Brussel - BIM wordt doorverwezen door een bestuur of een beheersmaatschappij van openbaar vervoer, die bevoegd is om concrete maatregelen te nemen ter verbetering van de geluidssituatie (gemeenten, Brussel Mobiel - BUV, MIVB, NMBS), zal de klacht als ontvankelijk worden beschouwd en zal ze rechtstreeks worden behandeld door Leefmilieu Brussel - BIM zonder gebruik te maken van de procedure in artikel 10 van de ordonnantie betreffende de strijd tegen de geluidshinder in een stedelijke omgeving. Voorschrift 10. De betrokkenheid van de burger bij de globale projecten van stedenbouw en infrastructuur, bevorderen In het kader van de herinrichting van terreinen zal de aanpak erop gericht zijn het belang van de geluidshinder te verduidelijken tijdens de bestaande overlegprocedures stroomopwaarts van het projectontwerp en de technische besluitvorming. Het toe te passen proces zal getest worden in het kader van enkele proefprojecten. De proefprojecten zullen uitgekozen worden onder de gewestelijke infrastructuurprojecten die als prioritair worden beschouwd op het vlak van de geluidshinder (Voorschrift 17.c), of onder de richtschema's die ter studie liggen, of in het kader van de deelneming van het Gewest aan het netwerk van de gezondheidssteden van de WGO, of in het kader van de projectoproep "Duurzame wijken" (19). De contacten met de burgers zullen gezamenlijk worden georganiseerd, op initiatief van Leefmilieu Brussel - BIM, van Mobiel Brussel - BUV en van de BROH, of van elke andere betrokken instelling. Op basis van deze ervaringen zal Leefmilieu Brussel - BIM in samenwerking met zijn partners Mobiel Brussel - BUV en de BROH een gids uitwerken voor het realiseren van projecten, gids die tot stand moet komen in overleg tussen de stadsbeheerder en de burger. Het is de bedoeling om op die manier de beslissingen beter ingang te doen vinden bij het publiek. Voorschrift 11. Informatiedragers ontwikkelen gewijd aan de behandeling van klachten Een brochure voor het publiek Last van lawaai ? 'Uw rechten en plichten' is nu beschikbaar. Deze brochure heeft tot doel de bevolking in te lichten over haar rechten en plichten op het vlak van de geluidshinder en over haar actie- en beschermingsmiddelen. De inhoud van deze brochure zal regelmatig bijgewerkt worden. Hij zal de aandacht vestigen op het observatorium voor de opvolging van klachten(Voorschrift 6), de procedure voor het indienen van gezamenlijke klachten (Voorschrift 8), de bijzondere rol van de bemiddeling voor het beheren en voorkomen van conflicten met betrekking tot buurtlawaai (Voorschrift 7). Leefmilieu Brussel - BIM zal een aantal begeleidingsinstrumenten ontwikkelen voor de behandeling van de klachten, hoofdzakelijk ten behoeve van de gemeenten. Het gaat om brochures, panelen, informatie- en sensibiliseringsaffiches en hulpmiddelen zoals charters van goed nabuurschap of kwaliteitslabels zoals wat al wordt gebruikt door de uitbaters van bars, discotheken, concertzalen of organisatoren van nachtelijke evenementen. Deze instrumenten zullen ontwikkeld worden in het kader van een globale communicatie- en sensibiliseringscampagne rond geluid (Voorschrift 34). Een beschermd grondgebied Voorschrift 12. De opname van het geluid in het GBP evalueren Het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) bepaalt meer in het bijzonder : - de algemene bestemming van de diverse zones van het grondgebied en de ermee gepaard gaande voorschriften; - de algemene maatregelen ter verbetering van de voornaamste verkeerswegen; - de zones waar een bijzondere bescherming gerechtvaardigd is omwille van de bescherming van het leefmilieu. Het Gewest zal in samenwerking met de betrokken administraties en instanties, een werkgroep samenstellen die belast is met het onderzoek van de mogelijkheden tot wijziging van de bestemmingen en/of de voorschriften van het GBP, teneinde een beter evenwicht te bereiken tussen de doelstellingen betreffende de bescherming van de woningen, enerzijds en het behoud van de economische activiteiten en de vervoersinfrastructuren, anderzijds. Deze wijzigingen betreffen meer in het bijzonder de ruimten langs de bovengrondse spoorwegen, metrobanen of in de invloedzones (20) van de luchthaven Brussel Nationaal, waar de geluidsisolatie van de woningen zal worden verbeterd. In de gemengde zones zal de uitbreiding of inplanting van nieuwe functies onderworpen zijn aan bepaalde voorwaarden en bepalingen (bufferzones, oriëntatie, afstand, enz.) om de uitbreiding van de activiteit van een onderneming verenigbaar te maken met de bescherming van de woongebieden. Het voorschrift is in een preventieve benadering bedoeld om de toekomstige functies te beschermen zoals de woonfunctie, die in de buurt van een lawaaibron gevestigd zouden kunnen worden, eventueel een onderneming. Het gaat er niet om de activiteit te bedwingen bij de lawaaibron, maar om de hinder te beperken voor de nieuwe vestiging door bepaalde modaliteiten op te leggen. Voorschrift 13. Rekening houden met het geluid bij het uitwerken van de plannen en van de stedenbouwkundige vergunningen De procedures voor het uitwerken van de plannen (21) en het onderzoek van aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen maken het mogelijk aanbevelingen met betrekking tot de preventie en de bestrijding van de geluidshinder vanaf de ontwerpfasen van een project te integreren. Er zal een sensibiliseringscampagne worden gevoerd bij de ambtenaren belast met het afleveren van deze vergunningen. De campagne zal onder meer betrekking hebben op de geluidsisolatie binnen in de gebouwen, de geluidsisolatie tussen buiten- en binnenzijde, de keuze van de gevelmaterialen (en hun weerkaatsingsvermogen), de inrichting van de lokalen, de ligging van de gebouwen enz. Wat de inrichting van openbare ruimten en verkeersinfrastructuren betreft, zullen de aanbevelingen onder meer betrekking hebben op de keuze of het gebruik van materialen en het verkeersbeleid (zowel snelheidsverlaging als beperking van de verkeersstromen). Bijzondere aandacht zal besteed worden aan de plaatsen waar openbaar vervoer voorkomt, zoals trein, metro, tram of bus. Alle aanbevelingen zullen gebaseerd zijn op studies en informatie die beschikbaar zijn bij Leefmilieu Brussel - BIM, meer in het bijzonder op de « Praktische handleiding duurzame bouw en renovatie van kleine gebouwen » (22), het « Vademecum voor wegverkeerslawaai » (23) en « Trams, bussen : handboek met goede praktijken voor een performant net » (24) In het kader van projecten onderworpen aan bijzondere maatregelen inzake openbaarmaking, zal Leefmilieu Brussel erover waken dat rekening wordt gehouden met de geluidsaspecten tijdens de overlegcommissies. De uitgebrachte adviezen zullen zich baseren op de bijzondere context van het project (milieu, al dan niet residentieel karakter, huidige overlast, aanwezigheid van een structurerende ruimte met versterkte integratie van het leefmilieu of van een lint voor akoestische interventie in het GewOP, enz.). Voor projecten onderworpen aan het effectenrapport zullen het BROH (25) en Leefmilieu Brussel - BIM een samenwerkingsstructuur invoeren om erover te waken dat het effectenrapport volledig is en meer in het bijzonder alle relevante elementen bevat op het vlak van de preventie en bestrijding van geluidshinder.Het is meer bepaald belangrijk toe te zien op de naleving van het 'Vademecum voor het opstellen van een effectenrapport', opgesteld door het BROH. Het Gewest zal de mogelijkheid onderzoeken om hiervan een regelgevend document te maken. Voorschrift 14. De stille zones instellen en beschermen Op basis van de resultaten van de geluidskadasters en het definiëren van een stille zone zoals bedoeld in Voorschrift 1.b zal het Gewest onderzoeken welke middelen moeten worden ingezet om deze zones in te stellen en te beschermen. Bijzonder gevoelige zones zullen geïdentificeerd worden, en men zal overwegen zones af te bakenen in de omgeving van bijzondere terreinen of functies. In overleg met de bevoegde autoriteiten zullen de in te zetten middelen, volgende maatregelen behelzen : het voorkomen van geluidshinder door verkeersinfrastructuren, algemene maatregelen van aanleg, of nog maatregelen die een respectvol gedrag in de hand werken. Voorschrift 15. Opnieuw rustige zones inrichten in lawaaierige parken en groene zones De mogelijke oplossingen voor de preventie en bestrijding van geluidshinder in parken en groene zones zijn van uiteenlopende aard en afhankelijk van de specifieke situatie op iedere plaats. Leefmilieu Brussel - BIM zal een methodologie ontwikkelen die aangepast is aan de groene zones en aangevuld wordt met referenties en voorbeelden van goede praktijken. Deze methodologie zal rekening houden met de behoeften en de ervaringen van de personen die deze zones gebruiken. Het is de bedoeling op gewestniveau stille zones in te richten (Voorschrift 1.b en Voorschrift 14) en bijzondere geluidsomgevingen op te waarderen. In de voorstellen van heraanleg moeten alle beperkingen en behoeften eigen aan een openbare groene zone geïntegreerd worden. Het gaat hier …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.