📄 Wettekst
29 NOVEMBER 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 29 november 2017.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2016 Sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden (Overeenkomst geregistreerd op 17 januari 2017 onder het nummer 137207/CO/140) Preambule De collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek (140) op 15 september 2011 heeft met ingang van 1 juli 2011 een sectoraal pensioenstelsel ingericht voor de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de goederenbehandeling voor rekening van derden. De werkgevers die behoren tot deze subsectoren vallen onder het toepassingsgebied van het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 22 januari 2010 (Belgisch Staatsblad van 9 februari 2010).
Het sectoraal pensioenstelsel is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden voor zover de werkgever geen gebruik gemaakt heeft van de voorziene opting-out en behoren tot de RSZ-werkgeverscategorie 083 en voor zover hun werknemers voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement van het sectoraal pensioenstelsel.
Op 24 juni 2015 kwamen de bevoegde representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties in een protocolakkoord (betreffende de jaren 2015-2016) overeen om de bijdrage onder het bestaande aanvullend sectoraal pensioenstelsel vanaf 1 januari 2016 te verhogen in het kader van een toenadering tussen de arbeiders-bedienden die actief zijn binnen dezelfde beroepscategorie en binnen dezelfde ondernemingsactiviteiten, waarmee bedoeld worden : de werkgevers (en hun werknemers) die vallen onder het ressort van het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden (voor wat de arbeiders betreft) en onder het ressort van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek (voor wat de bedienden betreft).
Ingevolge de
wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/2014
pub.
09/05/2014
numac
2014022177
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet tot wijziging van het rustpensioen en het overlevingspensioen en tot invoering van de overgangsuitkering in de pensioenregeling voor werknemers en houdende geleidelijke opheffing van de verschillen in behandeling die berusten op het onderscheid tussen werklieden en bedienden inzake aanvullende pensioenen
sluiten dat artikel 14 van de WAP (wet betreffende de aanvullende pensioenen van 28 april 2003) heeft gewijzigd, moeten de paritaire comités en de paritaire subcomités de noodzakelijke maatregelen nemen om het verschil in behandeling dat berust op het onderscheid tussen arbeiders en bedienden in het kader van bestaande pensioenstelsels weg te werken tijdens de overgangsperiode die in principe loopt tot 1 januari 2025. In uitvoering hiervan werd overeengekomen om de bijdrage voor de opbouw van het aanvullend pensioen te verhogen met ingang van 1 januari 2016.
Op basis van een analyse die werd uitgevoerd, conform de gangbare richtlijnen ter zake, was immers gebleken dat het sectoraal pensioenstelsel dat van toepassing is op de bedienden van werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek (actief in dezelfde subsectoren als deze die bedoeld zijn in Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden voor wat betreft de arbeiders) en waarbij de vergelijking gemaakt wordt voor dezelfde ondernemingsactiviteit (aan de hand van hetzelfde nummer van de RSZ-werkgeverscategorie), niet alleen verschilt van het sectoraal pensioenstelsel dat van toepassing is op hun arbeiders maar in de praktijk globaal ook gunstiger is voor de bedienden. De overeengekomen verhoging van de patronale bijdrage aan het sectoraal pensioenstelsel voor de arbeiders beoogt aldus de geleidelijke wegwerking van het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden van de betrokken werkgevers.
Op 17 december 2015 sloten de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek (PC 140.00) voor het vervoer en de logistiek een collectieve arbeidsovereenkomst met de bedoeling om de verdere invulling van het sectoraal pensioenstelsel over te laten aan het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden.
Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst beoogt de intrekking en vervanging van deze laatste collectieve arbeidsovereenkomst, gelet op onder meer de werking van het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek", dat optreedt als inrichter van het sectoraal pensioenstelsel. Tegelijk beoogt onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst de verhoging van de bijdrage tot het sectoraal pensioenstelsel, waartoe beslist werd door de betrokken sociale partners, met ingang van 1 januari 2016 vast te leggen.
De partijen bij onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst onderschrijven de volgende bijlagen : Bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst bevat de gecoördineerde versie van het reglement van het sectoraal pensioenstelsel, zoals van toepassing met ingang van 1 januari 2016.
Bijlage 2 preciseert de bijdrage tot het sectoraal pensioenstelsel en de verhoging ervan met ingang van 1 januari 2016.
Bijlage 3 bevat de zogenaamde opting-out modaliteiten. Artikel 1.Toepassingsgebied en begrippen § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die vallen onder het ressort van het Paritair Subcomité 140.03 voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden. § 2. Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en arbeidsters, aangegeven in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op : a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 035;b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract". § 3. Het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek" (afgekort SFTL) is de inrichter van het sectoraal pensioenstelsel. Onder "SFTL" wordt verstaan : het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek", opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juli 1973 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 december 1973, en laatst gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2012 en aangeduid bij collectieve arbeidsovereenkomst als inrichter van het sectoraal pensioenstelsel. § 4. Het OFP Pensio TL is de pensioeninstelling die het sectoraal pensioenstelsel beheert en uitvoert. Onder "Pensio TL" wordt verstaan : de pensioeninstelling - organisme voor de financiering van pensioenen (OFP Pensio TL) - aan wie het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel, zoals uitgewerkt in het pensioenreglement dat bijlage 1 vormt bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, toevertrouwd is en die eveneens instaat voor de informatie- en transparantieverplichtingen overeenkomstig de toepasselijke wetgeving. Art. 2.Doel en voorwerp van de overeenkomst § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten met het oog op de geleidelijke wegwerking van het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden in het kader van de bestaande sectorale pensioenstelsels die van toepassing zijn op de werkgevers en hun werknemers die respectievelijk ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden (voor wat de arbeiders betreft) en het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek (voor wat de bedienden betreft) in de RSZ-werkgeverscategorie 083, gelet op hun ondernemingsactiviteiten.
Met ingang van 1 januari 2016 wordt in het kader hiervan de patronale bijdrage aan het bestaande sectoraal pensioenstelsel ingericht door het SFTL en beheerd door Pensio TL, verhoogd zoals nader gepreciseerd in bijlage 2 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. De forfaitaire trimestriële bijdrage van 50 EUR wordt met ingang van 1 januari 2016 vastgesteld op 75 EUR. § 2. Met het oog op een transparante en een duidelijke communicatie herneemt bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst de toezegging en het reglement van het sectoraal pensioenstelsel in zijn totaliteit, met inbegrip van de door deze collectieve arbeidsovereenkomst aangebrachte wijzigingen, zoals hierboven uiteengezet. Partijen benadrukken in dit verband dat het sectoraal pensioenstelsel ononderbroken wordt voortgezet sinds 1 juli 2011 voor de duur van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, doch dat de bijdrageverhoging slechts betrekking heeft op de periode gesitueerd sinds 1 januari 2016. Art. 3.Bijlagen § 1. Alle bijlagen maken integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst bevat een gecoördineerde versie van het reglement van het sectoraal pensioenstelsel. Het reglement beschrijft de aansluitingsvoorwaarden, de voordelen en de procedure bij uitreding. Bijlage 1 bepaalt ook de regels inzake het beheer van het sectoraal pensioenstelsel. De andere regels inzake het beheer zijn vastgelegd in de statuten van Pensio TL en de overige werkingsdocumenten van Pensio TL die beschikbaar zijn op de websites van SFTL en Pensio TL. SFTL en Pensio TL kunnen in het kader van het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel samenwerken met andere sectorale inrichters en pensioeninstellingen. Te dien einde en met het oog op een deugdelijk en prudent beheer en een vlotte uitvoering van de operationele taken betreffende het sectoraal pensioenstelsel, kunnen zij toetreden tot en meewerken aan samenwerkingsverbanden waarvan het doel in overeenstemming is met het doel van Pensio TL en die de activiteiten van beheer en uitvoering met betrekking tot het sectoraal pensioenstelsel kunnen ondersteunen en vergemakkelijken. § 3. Bijlage 2 betreft de bijdragen bestemd voor het sectoraal pensioenstelsel. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid int en vordert de bijdragen betreffende het sectoraal pensioenstelsel in bij alle werkgevers die behoren tot de RSZ-werkgeverscategorie 083 waarop deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, voor zover ze niet beoogd worden door de opting-out bepaald hieronder (en in bijlage 3), voor al hun werknemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden, zoals bepaald in het pensioenreglement (bijlage 1). De RSZ stort de geïnde en ingevorderde bedragen aan SFTL, die het sectoraal pensioenstelsel inricht, met het oog op de financiering, het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel. SFTL stort de nodige bijdragen aan Pensio TL, die optreedt als pensioeninstelling voor het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel. § 4. Bijlage 3 betreft de opting-out modaliteiten voor het sectoraal pensioenstelsel. Volgens de voorwaarden bepaald in bijlage 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst en met inachtneming van de toepasselijke bepalingen van de WAP, mogen werkgevers die onder het toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel vallen, de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel zelf organiseren voor hun werknemers in één of meerdere ondernemingspensioenstelsels op het niveau van de onderneming. Art. 4.Duur § 1. Het sectoraal pensioenstelsel is van toepassing sinds 1 juli 2011 en bestaat voor onbepaalde duur. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 17 december 2015 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst die op 17 december 2015 werd gesloten binnen het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek (en gekend is onder het nummer 132227/CO/140). § 3. Ze kan opgezegd worden door elk van de ondertekenende partijen.
Deze opzegging moet schriftelijk gebeuren, met inachtneming van alle wettelijke bepalingen en per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité, die zonder verwijl alle ondertekenende partijen hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis stelt.
Een opzeg van zes maanden moet in acht genomen worden. De termijn neemt een aanvang op de eerste dag van het kwartaal volgend op de datum waarop het aangetekend schrijven verstuurd werd. Art. 5.Algemene bepalingen § 1. Indien één of meerdere bepalingen nietig zouden zijn of ongeldig of zonder uitwerking verklaard zou(den) worden, blijven, onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen, alle andere bepalingen onverminderd van toepassing en uitwerking behouden. § 2. In zulk geval alsook in de gevallen waar de geldigheid of uitwerking van de volledige overeenkomst in gevaar komt, verbinden de ondertekenende organisaties zich ertoe om zonder verwijl onderhandelingen op te starten met het oog op een regeling of, bij gebreke ervan binnen zes maanden, om de situatie en de gevolgen van dergelijke ongeldigverklaringen vast te stellen.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 november 2017.
De Minister van Werk, K. PEETERS
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden Pensioenreglement HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Voorwerp 1.1. Dit Pensioenreglement is de gecoördineerde versie van het reglement van het Sectoraal Pensioenstelsel dat met ingang van 1 juli 2011 werd ingericht bij collectieve arbeidsovereenkomst - CAO in het Paritair Comité 140 voor het vervoer en de logistiek op 15 september 2011 in uitvoering van het sectorakkoord 2007-2008 van 5 juni 2007 en van het protocolakkoord van 16 juli 2009 en vervolgens gewijzigd werd bij CAO's gesloten op 23 augustus 2012, 22 november 2012 en 15 december 2016 in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek.
Op 24 juni 2015 werd overeengekomen om in het kader van de toenadering arbeiders naar bedienden, met ingang van 1 januari 2016 in een verhoging te voorzien van de Kwartaalbijdrage in het Sectoraal Pensioenstelsel. De CAO van 15 december 2016, waaraan dit reglement een bijlage vormt, bevestigt deze verhoging en bepaalt ze nader in haar bijlage 2.
Gelet op de noodzaak aan transparantie en een duidelijke communicatie werd besloten om het pensioenreglement als rechtsbron ter zake volledig te hernemen als bijlagen bij de CAO waarvan ze deel uitmaakt, zodat gecoördineerde herwerkte teksten beschikbaar worden voor alle betrokkenen. Als bijlagen bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2016 werden aldus gehecht : dit Pensioenreglement (bijlage 1); een bijlage 2 die betrekking heeft op de bijdragen tot het sectoraal pensioenstelsel en de bijlage 3 die betrekking heeft op de opting-out modaliteiten die qua inhoudelijke principes gelijk blijven aan wat initieel van toepassing was.
Dit Pensioenreglement legt de rechten en verplichtingen vast van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en Rechthebbenden en bepaalt de aansluitingsvoorwaarden bij het Sectoraal Pensioenstelsel alsook de regels inzake de uitvoering ervan. Dit Pensioenreglement wordt vastgesteld in uitvoering van de toepasselijke CAO's en bijhorende bijlagen.
Voor de goede orde wordt hier benadrukt dat de herneming van bepaalde teksten geen enkele afbreuk doet aan de continuïteit van het Sectoraal Pensioenstelsel, dat blijvend wordt verdergezet, met inbegrip van een verhoging van de bijdrage zoals hierboven aangegeven vanaf 1 januari 2016. 1.2. Dit Pensioenreglement houdt een pensioentoezegging in van het type Vaste Bijdragen zonder gewaarborgd rendement. 1.3. Het Sectoraal Pensioenstelsel wordt ingericht door de Inrichter, SFTL. Het beheer en de uitvoering ervan wordt toevertrouwd aan Pensio TL, organisme voor de financiering van pensioenen, afgekort OFP, op 22 mei 2012 toegelaten als instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, afgekort IBP, door de FSMA, nummer 50.603. Pensio TL werd aangeduid krachtens de toepasselijke CAO's als Pensioeninstelling belast met het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel, omschreven in dit Pensioenreglement.
Pensio TL heeft een middelverbintenis. Dit wil zeggen dat Pensio TL de haar toevertrouwde gelden zo goed mogelijk zal beheren overeenkomstig het principe van de prudente persoon. Pensio TL waarborgt geen resultaat en gaat dus geen resultaatverbintenis aan.
Voor de goede orde wordt gepreciseerd dat de verticale berekeningsmethode waarvan sprake in het Akkoord van de Groep van 10 van 16 oktober 2015 tussen de sociale partners, en van toepassing bij een wijziging van de interestvoet bedoeld in artikel 24 van de WAP, de methode is die in het kader van dit Pensioenreglement desgevallend toegepast wordt. Dit was reeds het geval vóór de wijziging van de WAP ingegaan op 1 januari 2016. Art. 2.Definities Voor de toepassing van het Pensioenreglement hebben de begrippen met een hoofdletter de betekenis die eraan gegeven wordt in dit artikel.
Aangeslotene Een Aangeslotene bij het Pensioenreglement kan een Actieve Aangeslotene zijn of een Passieve Aangeslotene. Het begrip Aangeslotene omvat zowel de Actieve als de Passieve aangeslotene.
Een Actieve Aangeslotene is een Werknemer die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het Pensioenreglement zolang hij tewerkgesteld is of niet uitgetreden is bij een Werkgever en aan de aansluitingsvoorwaarden blijft voldoen.
Een Passieve Aangeslotene is een gewezen Actieve Aangeslotene die bij Uittreding Verworven Reserves heeft en zijn Verworven Reserves in Pensio TL gelaten heeft na Uittreding. Een Passieve Aangeslotene wordt in de praktijk ook een "slaper" genoemd.
Aanvullend Pensioenkapitaal De prestatie bepaald in hoofdstuk III van het Pensioenreglement.
Actuaris De aangewezen actuaris van Pensio TL. Begunstigde De persoon die ingevolge het overlijden van een Actieve of, naargelang van het geval, Passieve Aangeslotene gerechtigd wordt overeenkomstig dit Pensioenreglement op (een deel van) het Overlijdenskapitaal bepaald in hoofdstuk IV van het Pensioenreglement.
Buffer De vrije reserve, zoals bedoeld in het uitvoeringsbesluit van de WAP, in het OFP Pensio TL. De activa van Pensio TL vormen één globaal vermogen maar zijn intern opgedeeld in drie luiken waarvan de Buffer één luik is. De Buffer is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving.
De Buffer bestaat uit de activa van het OFP die niet toebedeeld zijn aan het Pensioenluik of aan het Kostenluik.
De activa in de Buffer komen voort uit een jaarlijkse toebedeling van (i) het positieve verschil tussen het Netto Rendement van het OFP en het Gecorrigeerd Netto Rendement van het OFP en (ii) het resultaat van de formule "Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in de Buffer/totale activa van het OFP)" en (iii) het verschil tussen het Gecorrigeerd Netto Rendement en het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement alsook (iv) wanneer van toepassing, van de eventuele vermindering van de toebedeling aan het Kostenluik bedoeld in artikel 12 (ii). De Buffer kan aangewend worden voor : (i) de aanzuivering van de Individuele Rekeningen bij Uittreding, Pensionering, Overlijden, opheffing van het Sectoraal Pensioenstelsel en/of bij overdrachten van Verworven Reserves (desgevallend aangevuld voor zover wettelijk vereist) en/of voor (ii) prudentiële aanzuiveringen in het Pensioenluik en/of Kostenluik in het kader van het prudentieel beleid, het financieringsplan, interne of officiële herstel- of saneringsplannen en/of ingevolge eventuele discrepanties in de cashflows betreffende de geïnde RSZ-ontvangsten, de via de RSZ ingevorderde Kwartaalbijdragen en de krachtens de CAO verschuldigde Kwartaalbijdragen. CAO De collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende het Sectoraal Pensioenstelsel dat van toepassing is op de Werkgevers en hun Werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden en die voorheen behoorden tot de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en voor goederenbehandeling voor rekening van derden van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek. De bijlagen bij deze collectieve arbeidsovereenkomsten alsook latere wijzigingen ervan, worden eveneens beoogd met dit begrip "CAO".
FSMA De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten die de toezichthoudende autoriteit is op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. De FSMA ziet in het bijzonder toe op de naleving van de sociale wetgeving inzake aanvullende pensioenen (waaronder de WAP) en op het beheer en de werking van instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in overeenstemming met de prudentiële regelgeving ter zake.
Gecorrigeerd Netto Rendement Het Netto Rendement van het OFP van het betreffende boekjaar (i) verminderd met een bedrag gelijk aan het positieve verschil tussen het reële bedrag van de beheers- en werkingskosten van het OFP van het betreffende boekjaar enerzijds en de ontvangen Kostenbijdragen in het Kostenluik van het OFP anderzijds, indien deze laatste lager zijn en (ii) verminderd met het verschil tussen de overeenkomstig de CAO verschuldigde KwartaalPensioenBijdragen enerzijds en de dienovereenkomstige RSZ-ontvangsten, indien deze laatste lager zijn, anderzijds of (iii) naargelang van het geval, vermeerderd met het verschil tussen deze RSZ-ontvangsten enerzijds en de overeenkomstig de CAO verschuldigde KwartaalPensioenBijdragen anderzijds, indien deze laatsten lager zijn. Het Gecorrigeerd Netto Rendement wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur op basis van de jaarrekeningen en de onderliggende boekhoudingsstukken van het OFP. De correcties conform (i), (ii) en/of (iii) worden evenwel niet toegepast wanneer ze onbeduidend zijn en/of niet nodig zijn gelet op de reeds voldoende aanwezige activa in het Kostenluik, rekening houdend met eventueel bestaande cumulatieve saldi van vorige boekjaren. De Raad van Bestuur stelt dit jaarlijks vast op grond van de boekhouding van het OFP. Individuele Rekening De rekening die binnen het OFP aangehouden wordt voor en op naam van elke Actieve en Passieve Aangeslotene waaraan de KwartaalPensioenBijdrage toegekend wordt. De oprenting ervan gebeurt a rato van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement. Dit wil zeggen dat het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement toegepast wordt op de Individuele Rekeningen volgens de voorwaarden bepaald in dit Pensioenreglement.
Inrichter Het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek", afgekort SFTL, fonds voor bestaanszekerheid. De Inrichter van het Sectoraal Pensioenstelsel is aangeduid in de CAO overeenkomstig de WAP en is lid van het OFP. IBP Een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Het OFP Pensio TL is de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die belast wordt met het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel.
Kind Een kind waarvan de afstamming ten aanzien van de Aangeslotene vaststaat, alsook een kind erkend of geadopteerd door de Aangeslotene.
Kwartaalbijdrage De Forfaitaire Bijdrage zoals vastgesteld in de CAO (met inbegrip van haar bijlagen, in het bijzonder in bijlage 2, en haar wijzigingen), aangepast aan de Globale Prestatiefactor zoals bepaald in voormelde CAO (met inbegrip van haar bijlagen en wijzigingen) in functie van de tewerkstellingssituatie van de Actieve Aangeslotene. Er wordt voor de goede orde gepreciseerd dat de Kwartaalbijdrage tussen 1 juli 2011 en 1 januari 2016 gelijk is aan 50 EUR en vanaf 1 januari 2016 75 EUR zal bedragen.
KwartaalPensioenBijdrage Het deel van het bedrag van de Kwartaalbijdrage dat dient voor de opbouw van de voordelen en prestaties voorzien in het Sectoraal Pensioenstelsel overeenkomstig het Pensioenreglement en bepaald in de CAO (met inbegrip van haar bijlagen, in het bijzonder in bijlage 2, en haar latere wijzigingen). Het bedrag van de KwartaalPensioenBijdrage wordt vastgesteld op basis van de overeengekomen Forfaitaire Bijdrage (in het bijzonder bepaald in een bijlage 2 bij de CAO), waarbij voor de bepaling ervan eerst uitgegaan wordt van een door de partijen bij de CAO vast te stellen bedrag ten titel van de Kostenbijdrage en vervolgens eveneens rekening gehouden wordt met de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage verschuldigd op de KwartaalPensioenBijdrage. Er wordt voor de goede orde gepreciseerd dat de KwartaalPensioenBijdrage tussen 1 juli 2011 en 1 januari 2016 gelijk is aan 43 EUR en vanaf 1 januari 2016 66,50 EUR zal bedragen.
Kostenbijdrage Het deel van het bedrag van de Kwartaalbijdrage dat dient voor de dekking van de kosten betreffende het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel. Het bedrag van de Kostenbijdrage is bepaald in de CAO (in het bijzonder in bijlage 2). De Kostenbijdrage is gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de Kwartaalbijdrage, enerzijds, en de KwartaalPensioenBijdrage verhoogd met de daarop verschuldigde bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, anderzijds. De partijen bij de CAO bepalen de hoegrootheid van de Kostenbijdrage in functie van de kosten, rekening houdend met de kosten van de vorige jaren en met geraamde kosten en met de eventueel bestaande saldi in het Kostenluik, waarbij het advies van de Actuaris kan gevraagd worden.
Er wordt voor de goede orde gepreciseerd dat de Kostenbijdrage tussen 1 juli 2011 en 1 januari 2016 gelijk is aan 3,19 EUR en vanaf 1 januari 2016 2,61 EUR zal bedragen. Naar aanleiding van de bepaling van de Kostenbijdrage op 2,61 EUR met ingang van 1 januari 2016, zijn de partijen bij de CAO overeengekomen om dit bedrag van 2,61 EUR wanneer nodig te verhogen waardoor het bedrag van de KwartaalPensioenBijdrage dienovereenkomstig moet aangepast (lees verminderd) worden (binnen het overeengekomen bedrag van de Forfaitaire Bijdrage (dat vanaf 1 januari 2016 75 EUR bedraagt)), tenzij partijen op zulk ogenblik een nieuwe overeenkomst bereiken om het globaal bedrag van de Forfaitaire Bijdrage te verhogen in het kader van een nieuwe CAO-onderhandeling binnen de wettelijke voorwaarden. Partijen bij de CAO zullen onderhandelingen opstarten met het oog op het sluiten van een aangepaste bijlage 2 van zodra zou blijken dat het bedrag van de Kostenbijdrage onvoldoende zou zijn om de kosten en de geraamde kosten van het lopende en/of van het volgende jaar te dekken, rekening houdend met de saldi van het Kostenluik die eerst kunnen aangewend worden voor zover steeds een redelijk saldo beschikbaar blijft in het Kostenluik. Het OFP en de Actuaris zullen de situatie en evoluties van het Kostenluik nauw opvolgen.
Kostenluik Het deel van de activa van het OFP toebedeeld aan het Kostenluik. De activa in het Kostenluik zijn afkomstig van de stortingen van de Kostenbijdragen en van de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement aan het Kostenluik overeenkomstig artikel 12 van dit Pensioenreglement. De activa van het Kostenluik kunnen alleen aangewend worden voor de dekking van de kosten betreffende het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel.
Het Kostenluik is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving.
Luik Individuele Rekeningen Het Pensioenluik binnen het OFP. Netto Rendement Het financieel resultaat van het OFP, zoals jaarlijks vastgesteld in rubriek II van de resultatenrekening van het betreffende boekjaar.
Normale Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Normale Pensioenleeftijd bereikt wordt.
Normale Pensioenleeftijd De normale wettelijke pensioenleeftijd voor Pensionering van de Aangeslotene, doch ten vroegste 65 jaar.
Onthaalstructuur De verzekeringsovereenkomst gesloten door de Inrichter met een instelling die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 32, § 1, 2° van de WAP (die de totale winst verdeelt onder de Aangeslotenen in verhouding tot hun reserves en de kosten beperkt volgens de geldende reglementering) voor het beheer van (i) de door Actieve Aangeslotenen bij hun vroegere werkgever verworven pensioenrechten die op hun vraag overgedragen worden naar de Pensioeninstelling van de Inrichter en (ii) voor het beheer van de Verworven Reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd bij Uittreding ingevolge de WAP, van gewezen Actieve Aangeslotenen die naar aanleiding van hun Uittreding of achteraf de overdracht vragen naar de Onthaalstructuur en (iii) voor het beheer van de individuele voortzetting van Passieve Aangeslotenen zoals bepaald in de WAP. De overeenkomst van de Onthaalstructuur is (mede)onderschreven door het OFP voor de uitvoering van de omzetting van kapitalen in renten op vraag van de Aangeslotene of Begunstigde overeenkomstig artikel 25 van het Pensioenreglement.
Opting-out De mogelijkheid waarin voorzien wordt door de CAO voor een Werkgever die onder het toepassingsgebied van de CAO valt om de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel zelf te organiseren op het niveau van zijn onderneming(en) overeenkomstig de voorwaarden van de CAO (nader bepaald in bijlage 3 in het bijzonder).
OFP Pensio TL. Het organisme voor de financiering van pensioenen Pensio TL dat optreedt als de Pensioeninstelling voor het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel.
Overlijdenskapitaal De prestatie bepaald in hoofdstuk IV van het Pensioenreglement.
Partner De echtgeno(o)t(e) van de Actieve of Passieve Aangeslotene op het ogenblik van het overlijden van de Actieve of Passieve Aangeslotene die niet uit de echt gescheiden is, noch wettelijk van tafel en bed gescheiden is, of de persoon van hetzelfde of andere geslacht, niet verwant met de Actieve of Passieve Aangeslotene in de eerste, tweede of derde graad met wie de Actieve of Passieve Aangeslotene wettelijk samenwoont op basis van een verklaring van wettelijke samenwoning zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek op het ogenblik van het overlijden van de Actieve of Passieve Aangeslotene. De persoon met wie de Aangeslotene op het ogenblik van zijn overlijden samenwoont op grond van een regeling, volgens het eventueel toepasselijke buitenlandse recht, die gelijkaardig is aan de wettelijke samenwoning bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, wordt in overeenstemming met de bepalingen van het internationaal privaatrecht gelijkgesteld met de wettelijk samenwonende Partner van de Aangeslotene voor de toepassing van dit Pensioenreglement.
Behoudens situaties waarin het eventueel toepasselijke buitenlandse recht meerdere echtgenoten erkent en de gevolgen ervan in België erkend worden, zal de Aangeslotene slechts één Partner hebben voor de toepassing van dit Pensioenreglement. Er wordt nooit meer dan één Overlijdenskapitaal toegekend. Desgevallend wordt het verdeeld in gelijke delen onder de wettelijk erkende Partners indien er meerdere zijn, dit om te voorzien in een gelijke opbouw van voordelen voor elke Aangeslotene op zijn Individuele Rekening, proportioneel aan zijn tewerkstellingssituatie.
De Aangeslotenen en/of hun Partners zijn verplicht om op eenvoudig verzoek van of namens het OFP het bewijs te leveren van het huwelijk of de (regeling van) wettelijke samenwoning, aan de hand van officiële stukken afgeleverd of bekrachtigd door officiële bevoegde instanties.
Pensioendatum Naargelang van het geval, de Normale Pensioendatum, de Vervroegde Pensioendatum of de Verdaagde Pensioendatum.
Pensioeninstelling Een instelling die een aanvullend pensioenstelsel beheert en uitvoert en onder het toezicht staat van de bevoegde autoriteiten.
Pensioenluik Het deel van de activa van het OFP dat verbonden en toebedeeld is aan de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen.
Het Pensioenluik is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving. De activa van het Pensioenluik maken deel uit van het globale vermogen van het OFP. Voor de toepassing van het Pensioenreglement en voor het beheer van het OFP wordt evenwel gebruik gemaakt van een opdeling in interne luiken binnen het OFP. De activa van het Pensioenluik zijn gelijk aan de som van alle activa op de Individuele Rekeningen van de Aangeslotenen.
Pensioenreglement De bijlage 1 van de CAO waarin de rechten en verplichtingen van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en Rechthebbenden bepaald zijn overeenkomstig de WAP. Pensionering De effectieve ingang van het wettelijk pensioen met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van het Aanvullend Pensioenkapitaal (voor Werknemers onderworpen aan de Belgische sociale zekerheidswetgeving betekent dit het wettelijk pensioen van het stelsel der loontrekkenden - thans ook soms RVP-pensioen genoemd) voor zover de Aangeslotene alsdan niet (meer) actief is in de sector en zijn professionele activiteiten in de sector heeft stopgezet.
Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen en voor zover de Aangeslotene zijn professionele activiteiten in de sector heeft stopgezet, kan het Aanvullend Pensioenkapitaal ook uitbetaald worden op de datum waarop de Aangeslotene de wettelijke pensioenleeftijd bereikt of op de datum waarop hij voldoet aan de voorwaarden om het vervroegd wettelijk pensioen als Werknemer te verkrijgen, zelfs wanneer de Pensionering zelf later zou plaatsvinden.
Uitbetaling van het Aanvullend Pensioenkapitaal is ook mogelijk, voor zover toegelaten door de wet en binnen de door de wet vastgestelde voorwaarden, vanaf de Vervroegde Pensioendatum (zoals hierna gedefinieerd) zonder de vereiste van Pensionering, doch steeds mits stopzetting door de Aangeslotene van zijn professionele activiteiten in de sector.
Raad van Bestuur De raad van bestuur van het OFP Pensio TL, paritair samengesteld, overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.
Rechthebbende Een persoon die rechtens aanspraak kan maken op een voordeel voorzien in het Pensioenreglement op basis van een wettelijke grondslag of een definitieve in kracht van gewijsde gegaan gerechtelijke beslissing.
RSZ De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Sectoraal Pensioenstelsel De collectieve pensioentoezegging ingericht op grond van de CAO en bepaald in de CAO. De rechten en verplichtingen van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en Rechthebbenden onder deze collectieve pensioentoezegging zijn bepaald in het Pensioenreglement, overeenkomstig de WAP. Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement Het deel van het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toegewezen wordt aan de Individuele Rekening van elke Actieve of Passieve Aangeslotene volgens de bepalingen van het Pensioenreglement en de werkingsdocumenten van het OFP. Het deel van het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toebedeeld wordt aan het Pensioenluik wordt vastgesteld op basis van de toebedelingssleutel bepaald in artikel 12 van het Pensioenreglement. Voor zover het aldus bepaalde toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement positief is en hoger is dan wat zou nodig zijn om de bedragen van de Individuele Rekeningen aan te vullen tot de bedragen die zouden gewaarborgd zijn in de veronderstelling van een Uittreding op het ogenblik van de toebedeling, wordt het beperkt tot het niveau en bedrag gelijk aan wat nodig zou zijn om deze hypothetische waarborg af te dekken (hiermee wordt verwezen naar de interestvoet bepaald in artikel 24 van de WAP).
Het aldus bepaald (en naargelang van het geval beperkt) aan het Pensioenluik toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement, wordt vervolgens toegewezen aan de Individuele Rekening van elke Actieve en Passieve Aangeslotene, pro rata zijn Verworven Reserves bij het begin van het betreffende boekjaar en de KwartaalPensioenBijdragen voor de betrokken Aangeslotene, in het betreffende boekjaar, vanaf de respectievelijke Valutadata van de KwartaalPensioenBijdragen. Dit is het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Uittreding De beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of Pensionering, van een Actieve Aangeslotene voor zover betrokkene geen nieuwe arbeidsovereenkomst sluit/gesloten heeft met een Werkgever, alsook de andere situaties bedoeld in de WAP. De Uittreding wordt (i) ofwel schriftelijk door de Aangeslotene aan het OFP meegedeeld (ii) ofwel vastgesteld op basis van de afwezigheid gedurende twee opeenvolgende kwartalen van DmfA's betreffende de betrokken Passieve Aangeslotene door een Werkgever. In het laatste geval wordt de Passieve Aangeslotene zo snel mogelijk gecontacteerd door of namens het OFP om bevestiging van zijn Uittreding te vragen. Bij ontstentenis van dergelijke bevestiging, om welke reden dan ook, wordt de Aangeslotene geacht te zijn uitgetreden en een Passief Aangeslotene te zijn geworden.
Valutadatum De dag vanaf wanneer de oprenting toegepast wordt. Voor de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage is dit de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarop de KwartaalPensioenBijdrage betrekking heeft. Voor de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage die betrekking heeft op de verbrekingsvergoeding, is de Valutadatum de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de verbrekingsvergoeding aangegeven en betaald wordt.
Vaste Bijdragen Een pensioentoezegging van het type Vaste Bijdragen is een pensioentoezegging waarin de verbintenis slaat op de betaling van een vooraf vastgestelde bijdrage.
Verdaagde Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Verdaagde Pensioenleeftijd valt.
Verdaagde Pensioenleeftijd Een leeftijd na de Normale Pensioenleeftijd waarop de Actieve Aangeslotene met pensioen gaat (Pensionering) en zijn professionele activiteiten in de sector definitief stopzet. De Actieve Aangeslotene moet het OFP schriftelijk meedelen vanaf wanneer hij, na de Normale Pensioenleeftijd, verdaagd zijn Aanvullend Pensioenkapitaal wenst op te nemen.
Vervroegde Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Vervroegde Pensioenleeftijd valt.
Vervroegde Pensioenleeftijd Een leeftijd gesitueerd vóór de Normale Pensioenleeftijd, ten vroegste vanaf wanneer een opname van het Aanvullend Pensioenkapitaal wettelijk mogelijk is. Krachtens het Pensioenreglement zoals reeds van toepassing vóór de wijziging van artikel 27 van de WAP per 1 januari 2016 en vóór de huidige coördinatie van de tekst van het Pensioenreglement, was de Vervroegde Pensioenleeftijd ook gedefinieerd als een leeftijd gesitueerd vóór de Normale Pensioenleeftijd ten vroegste vanaf wanneer de Actieve of Passieve Aangeslotene een wettelijk pensioen kan opnemen of, naargelang van het geval, kan genieten van het conventioneel brugpensioenstelsel, thans genoemd SWT-stelsel (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag), doch niet vroeger dan 60 jaar.
Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen, is vanaf 1 januari 2016 de Vervroegde Pensioenleeftijd aldus gelijk aan een leeftijd die gesitueerd is tussen 60 jaar en de Normale Pensioenleeftijd voor zover de Actieve of Passieve Aangeslotene op dat ogenblik een wettelijk pensioen kan opnemen of kan genieten van het SWT-stelsel en voor zover de wet toelaat dat men op of vanaf die Vervroegde Pensioenleeftijd het Aanvullend Pensioenkapitaal kan uitbetaald krijgen.
Verworven Prestatie De verworven prestatie waarop de Aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het Pensioenreglement bij in leven zijn op de Normale, Verdaagde of, naargelang van het geval, Vervroegde Pensioenleeftijd voor zover hij na zijn Uittreding zijn Verworven Reserves in het OFP gelaten heeft.
Verworven Reserves Het bedrag op de Individuele Rekening van de Aangeslotene.
Werkgever Een werkgever die onder het toepassingsgebied valt van de CAO en geen gebruik maakt van de Opting-out mogelijkheid. Een Werkgever neemt deel aan het Sectoraal Pensioenstelsel.
Werknemer Een Werknemer van een Werkgever die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het Pensioenreglement van het Sectoraal Pensioenstelsel. Tenzij de wet op een dwingende wijze anders bepaalt, is een Werknemer die gepensioneerd is en werkzaam is als gepensioneerde (dit wil zeggen als wettelijk pensioenrentegenieter) bij een Werkgever en die voldoet aan de overige voorwaarden voor aansluiting bij het Sectoraal Pensioenstelsel ook een Werknemer.
WAP De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
16/11/2010
numac
2010000643
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. Art. 3.Algemeen Waar in het Pensioenreglement het meervoud, respectievelijk het enkelvoud en/of het mannelijke, respectievelijk het vrouwelijke geslacht gebruikt worden, moet dit, behoudens uitdrukkelijk andersluidende bepaling ook gelezen worden als het enkelvoud, respectievelijk het meervoud en/of het vrouwelijke, respectievelijk het mannelijke geslacht. HOOFDSTUK II. - Aansluitingsvoorwaarden Art. 4.Werknemers op 1 juli 2011 Alle Werknemers die op 1 juli 2011 verbonden waren met één of meerdere Werkgever(s) zijn verplicht aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel sinds 1 juli 2011 : (i) voor zover zij bij de RSZ aangegeven zijn in RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027 en (ii) anders dan onder een leercontract tewerkgesteld worden krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur. Art. 5.Werknemers na 1 juli 2011 Alle Werknemers die vanaf 1 juli 2011 tewerkgesteld worden bij één of meerdere Werkgevers, anders dan onder een leercontract, krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur en aangegeven worden in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027, worden onmiddellijk bij de aanvang van hun arbeidsovereenkomst aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel. Hun aansluiting wordt geacteerd op de eerste dag van het kwartaal waarvoor de DmfA (aangifte) betreffende betrokkene, gedaan wordt. Art. 6.Leerlingen In afwijking van artikelen 4 en 5 hiervoor worden leerlingen die aangegeven worden in RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 035 niet aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel.
Leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, die aangegeven worden in RSZcategorie 083 met werknemerskengetal 015 maar werken onder een leercontract, zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract", worden ook niet aangesloten aan het Sectoraal Pensioenstelsel. Art. 7.Leeftijd Er geldt geen leeftijdsvoorwaarde als aansluitingsvoorwaarde. De Werknemer die voldoet aan voormelde aansluitingsvoorwaarden, wordt aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel, ongeacht zijn leeftijd. Art. 8.DmfA De aansluiting wordt vastgesteld op basis van de DmfA's. Verificaties gebeuren aan de hand van RSZ-aangiften en/of op basis van de beschikbare gegevens in databanken waartoe de Inrichter en/of het OFP toegang hebben. HOOFDSTUK III. - Aanvullend pensioenkapitaal Art. 9.Bedrag van het Aanvullend Pensioenkapitaal Het Aanvullend Pensioenkapitaal bij Pensionering van de Aangeslotene of bij opname op de Vervroegde Pensioendatum is gelijk aan het bedrag op zijn Individuele Rekening, dat voor zover nodig en wettelijk vereist, aangevuld wordt tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd is.
Een Actieve Aangeslotene heeft op de Normale of, naargelang van het geval, op de Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum, recht op een Aanvullend Pensioenkapitaal gelijk aan het bedrag dat op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd is op die datum (dit wil zeggen op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn, naargelang van het geval, Normale, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum).
Een Passieve Aangeslotene heeft op de Normale of, naargelang van het geval, op de Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum recht op een Aanvullend Pensioenkapitaal gelijk aan het bedrag dat op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd was op de datum van zijn Uittreding. Art. 10.Individuele Rekeningen in het OFP Elke Actieve en Passieve Aangeslotene heeft een Individuele Rekening die beheerd wordt door het OFP en waarop hij Aanvullend Pensioenkapitaalaanspraken kan laten gelden bij in leven zijn op de Normale Pensioenleeftijd of, naargelang van het geval, bij in leven zijn op de Vervroegde of Verdaagde Pensioenleeftijd, voor zover hij tot die respectievelijke datum, zijn Verworven Reserves in het OFP gelaten heeft. Art. 11.Oprenting Het bedrag op de Individuele Rekening is gelijk aan de oprenting van de KwartaalPensioenBijdragen aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Het Aanvullend Pensioenkapitaal wordt opgebouwd op basis van de KwartaalPensioenBijdragen bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst. De KwartaalPensioenBijdragen worden gestort in het OFP en toegekend aan het Pensioenluik op de Individuele Rekening van elke Actieve Aangeslotene.
Indien de Passieve Aangeslotene bij of na Uittreding zijn Verworven Reserves in het OFP laat, beheert het OFP zijn Individuele Rekening verder volgens de voorwaarden van het Pensioenreglement.
Het bedrag van de Individuele Rekening van elke Actieve of Passieve Aangeslotene evolueert in functie van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Het aan de Individuele Rekening van elke Actieve en Passieve Aangeslotene Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement is gelijk aan het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toebedeeld wordt aan het Pensioenluik volgens artikel 12 (i) hieronder en dat vervolgens proportioneel toegewezen wordt aan zijn Individuele Rekening a rato van zijn Verworven Reserves en de KwartaalPensioenBijdragen wanneer van toepassing, volgens de regels bepaald in artikel 13 hierna. Art. 12.Toebedelingen aan Pensioenluik, Kostenluik en Buffer Er zijn drie interne luiken binnen het OFP : (i) het Pensioenluik; (ii) het Kostenluik; en (iii) de Buffer.
Samen vormen zij één globaal vermogen dat globaal beheerd en belegd wordt door het OFP. Het Netto Rendement en het Gecorrigeerd Netto Rendement van het OFP worden dus globaal voor het totale vermogen van het OFP vastgesteld.
De KwartaalPensioenBijdragen worden toebedeeld aan het Pensioenluik.
De Kostenbijdragen worden toebedeeld aan het Kostenluik.
De volgende toebedelingen gebeuren ook nog als volgt : (i) Toebedeling aan het Pensioenluik (het Pensioenluik omvat alle Individuele Rekeningen) Principe : Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Pensioenluik/totale activa van OFP). Beperking : Voor zover het resultaat van deze formule voor de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement aan het Pensioenluik hoger is dan het bedrag dat zou nodig zijn om de bedragen van de Individuele Rekeningen aan te vullen tot de bedragen die zouden gewaarborgd zijn in de veronderstelling van een Uittreding op het ogenblik van de toebedeling, zal het aan het Pensioenluik toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement verminderd worden tot het bedrag dat nodig is om de bedragen van de Individuele Rekeningen te verhogen tot de bedragen die zouden moeten gewaarborgd zijn in het geval van een Uittreding op het ogenblik van de toebedeling. Het bedrag van de vermindering wordt toebedeeld aan de Buffer. (ii) Toebedeling aan het Kostenluik Principe : Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Kostenluik/totale activa in OFP).
Afwijking : Het resultaat van deze formule kan op beslissing van de Raad van Bestuur van het OFP verminderd worden tot het niveau vereist volgens de raming van de kosten voorzien in het budget van het OFP. Het bedrag van de vermindering wordt toebedeeld aan de Buffer. (iii) Toebedeling aan de Buffer Principe 1 : Het verschil tussen het Netto Rendement en het Gecorrigeerd Netto Rendement.
Principe 2 : Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Buffer)/totale activa van OFP).
Principe 3 : De bedragen van de verminderingen vermeld in (i) en (ii) hiervoor.
Bij de toepassing van de principes vermeld in (i) en (ii) en van principe 2 vermeld in (iii) hiervoor, gebeurt de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement proportioneel met de activa bij het begin van het betreffende boekjaar en met de inkomende en uitgaande cash flows van het betreffende boekjaar, rekening houdend met de respectievelijke Valutadata van deze cash flows.
Voor de toepassing van principe 1 vermeld in (iii) hiervoor alsook van de beperking onder (i) en afwijking onder (ii) wordt als Valutadatum genomen de laatste dag van het betreffende boekjaar. Art. 13.Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement aan de Individuele Rekeningen Om het bedrag van de Individuele Rekening van een Actieve of Passieve Aangeslotene te bepalen, wordt het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement toegepast op zijn Individuele Rekening.
Het Gecorrigeerd Netto Rendement dat ingevolge artikel 12 hiervoor aan het Pensioenluik wordt toebedeeld, wordt vervolgens toegewezen op de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen, enerzijds aan de Verworven Reserves van elke Actieve en Passieve Aangeslotene op de begindatum van het betreffende boekjaar en anderzijds aan de KwartaalPensioenBijdragen van het betreffende boekjaar.
Voor de toepassing van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement ten aanzien van KwartaalPensioenBijdragen is de Valutadatum telkens de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarop de KwartaalPensioenBijdrage betrekking heeft. Voor de KwartaalPensioenBijdrage die betrekking heeft op de verbrekingsvergoeding geldt als Valutadatum de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de verbrekingsvergoeding wordt aangegeven.
De oprenting van de Individuele Rekeningen aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement wordt toegepast en loopt naargelang van het geval : (i) bij Pensionering of opname van het Aanvullend Pensioenkapitaal op de Normale, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum van een Actieve Aangeslotene : tot de laatste dag van de maand voorafgaand aan de Normale of, naargelang het geval, respectievelijk Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum wanneer het Aanvullend Pensioenkapitaal wordt opgenomen; (ii) bij Pensionering of opname van het Aanvullend Pensioenkapitaal van een Passieve Aangeslotene op de Normale, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum : tot de laatste dag van de maand voorafgaand aan de Normale, Vervroegde of, naargelang van het geval, Verdaagde Pensioendatum, met dien verstande dat de eventuele aanvulling van het op de Individuele Rekening alsdan beschikbare bedrag gebeurt ten aanzien van en maximaal tot het bedrag dat op de datum van de Uittreding gewaarborgd was ingevolge de WAP en de toepasselijke reglementering.
Voor de oprenting aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement wordt het jaarlijks vastgestelde Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement per kwartaal berekend en toegepast volgens de formule van de gecumuleerde rentevoet.
In elk geval is de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement beperkt tot een bedrag dat zou gewaarborgd zijn indien er op het ogenblik van de toebedeling sprake zou zijn van Pensionering of Uittreding. Art. 14.Oprenting bij Uittreding, overdracht van reserves, Pensionering of betalingen van prestaties in de loop van een boekjaar In situaties waar, na Uittreding, Verworven Reserves overgedragen worden in de loop van een boekjaar waarvan de jaarrekeningen nog niet goedgekeurd werden door het OFP, alsook in situaties waarin prestaties moeten betaald worden in de loop van een boekjaar waarvan de jaarrekeningen nog niet goedgekeurd werden door het OFP, zal, wanneer in de berekening ervan rekening gehouden wordt met een Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement dat op zulk tijdstip nog niet gekend is (betreffende het jaar van de Uittreding en/of het jaar van de overdracht, of betreffende het jaar van de Pensionering/overlijden en/of het jaar van de betaling) als volgt te werk gegaan worden : - de overdracht of, naargelang van het geval, de betaling betreft in eerste instantie het bedrag alsdan op de Individuele Rekening, getoetst aan (en wanneer nodig verhoogd tot) het bedrag dat gewaarborgd wordt door de WAP (of bij overlijden van een Actieve Aangeslotene door artikel 15 van het Pensioenreglement); - en voor zover bij latere vaststelling van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement (betreffende voormelde één of twee jaren) zou blijken dat een hoger bedrag had moeten overgedragen of uitbetaald worden, zal of zullen één of twee bijpassingen uitgevoerd worden door het OFP voor zover het bedrag van de bijpassing ten minste gelijk is aan 15 EUR. Het OFP zal zulke bijpassing(en) uiterlijk uitvoeren binnen de 2 maanden na neerlegging van de jaarrekeningen van het betrokken boekjaar; - waarbij gepreciseerd wordt dat voor de toets van de rendementsgarantie van de WAP, in overeenstemming met de wettelijke bepalingen, gerekend wordt tot het ogenblik van de Uittreding (zowel bij Uittreding als bij latere overdracht van de Verworven Reserves), of naargelang van het geval bij Pensionering, tot de Pensionering. Bij overlijden van een Actieve Aangeslotene wordt de toets overeenkomstig artikel 15 van dit Pensioenreglement gerekend tot het ogenblik van het overlijden. HOOFDSTUK IV. - Overlijden Art. 15.Overlijdenskapitaal Indien een Actieve Aangeslotene overlijdt tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst met zijn Werkgever vóór zijn Pensionering of vóór de opname van het Aanvullend Pensioenkapitaal en dus vooraleer hij het Aanvullend Pensioenkapitaal heeft opgevraagd, ontvangt zijn Begunstigde een Overlijdenskapitaal, gelijk aan het bedrag dat op de datum van zijn overlijden op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat gewaarborgd zou zijn overeenkomstig de WAP indien de Actieve Aangeslotene op dat ogenblik zou uitgetreden zijn.
Indien een Passieve Aangeslotene overlijdt vóór zijn Pensionering of vooraleer hij zijn Aanvullend Pensioenkapitaal heeft opgevraagd, ontvangt zijn Begunstigde een Overlijdenskapitaal gelijk aan het bedrag dat op de datum van zijn overlijden, op zijn Individuele Rekening staat. Art. 16.Begunstigde De Begunstigde wordt bepaald op grond van de hierna bepaalde rangorde : 1. de Partner van de overleden Aangeslotene die de hoedanigheid van Partner moet hebben op het ogenblik van het overlijden, of 2.bij ontstentenis, de Kinderen van de overleden Aangeslotene, of, bij vooroverlijden ervan, bij plaatsvervulling, hun kinderen, of 3. bij ontstentenis, de ouders, of de langstlevende ouder, of 4.bij ontstentenis, de broers en/of zussen van de Aangeslotene, of 5. bij ontstentenis, Pensio TL. Indien er meerdere Begunstigden zijn in éénzelfde rang, wordt het Overlijdenskapitaal in gelijke delen verdeeld onder de Begunstigden.
Indien het overlijden van de Aangeslotene veroorzaakt werd door een opzettelijke handeling of in opdracht van (één van) de Begunstigde(n), wordt (diens deel van) het Overlijdenskapitaal uitbetaald, naargelang van het geval, aan de Begunstigde(n) in de daaropvolgende rang of verdeeld over en toegekend aan de andere Begunstigden in dezelfde rang.
Het is de Aangeslotene toegestaan om af te wijken van voormelde rangorde en een andere Begunstigde aan te duiden of te beslissen tot een andere rangorde. Dergelijke aanduiding of beslissing moet door de Aangeslotene schriftelijk meegedeeld worden aan Pensio TL via het daartoe bestemde begunstigingsaanwijzingsformulier, dat door Pensio TL als bewijs van ontvangst medeondertekend wordt en waarvan Pensio TL en de Aangeslotene elk een ondertekend exemplaar bijhouden. HOOFDSTUK V. - Betalingen Art. 17.Datum van betaling - Aanvullend Pensioenkapitaal De Aangeslotene kan naar aanleiding van zijn Pensionering op de Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum zijn Aanvullend Pensioenkapitaal opvragen. Voor zover toegelaten onder de wet en binnen de voorwaarden van het Pensioenreglement kan de Aangeslotene zijn Aanvullend pensioenkapitaal opvragen naar aanleiding van zijn Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum.
Hij richt daartoe een schriftelijke aanvraag aan Pensio TL. Onder voorbehoud van inachtneming van de bepalingen van artikel 18 hieronder wordt het Aanvullend Pensioenkapitaal uitbetaald op het einde van de eerste maand van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de Aangeslotene de Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioenleeftijd bereikte.
Desgevallend kan Pensio TL voorschotten uitbetalen in afwachting van de eigenlijke definitieve uitbetaling. Alle eventuele voorschotten zullen verrekend worden bij de uiteindelijke definitieve betaling of vereffening.
Indien de Aangeslotene zijn Aanvullend Pensioenkapitaal schriftelijk had opgevraagd bij Pensio TL maar komt te overlijden vóór de definitieve uitb …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.