📄 Wettekst
25 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van de Nationale Arbeidsraad;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Split, 25 augustus 2012.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Nationale Arbeidsraad Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 Invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen (Overeenkomst geregistreerd 18 juli 2012 onder het nummer 110211/CO/300) Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
Gelet op de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten;
Gelet op de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen;
Gelet op het centraal akkoord van 22 december 2000 en de verbintenis van de ondertekenende partijen om een collectieve arbeidsovereenkomst te sluiten ter uitvoering van punt A, "Betere combinatie arbeid en gezin" van punt 4 "Werking van de arbeidsmarkt" alsook van de bijlage 1 en van de regering om dit akkoord uit te voeren door de regelgeving aan te passen;
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking;
Gelet op advies nr. 1.339 dat de Nationale Arbeidsraad op 14 februari 2001 heeft uitgebracht en waarin hij voorstellen in die zin formuleert;
Gelet op advies nr. 1.371 dat de Nationale Arbeidsraad op 19 september 2001 heeft uitgebracht over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking;
Gelet op het
koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/12/2001
pub.
18/12/2001
numac
2001013224
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking
sluiten tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking;
Gelet op het Regeerakkoord van 1 december 2011 waarin een aanpassing van het regelgevend kader inzake tijdskrediet wordt aangekondigd;
Gelet op het
koninklijk besluit van 28 december 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/04/1965
pub.
15/01/2008
numac
2007001067
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot instelling van de arbeidsreglementen
sluiten1 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/12/2001
pub.
18/12/2001
numac
2001013224
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking
sluiten tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking;
Overwegende dat laatstgenoemd koninklijk besluit, in uitvoering van het Regeerakkoord, de voorwaarden om recht te hebben op een uitkering heeft aangepast waardoor een discrepantie is ontstaan tussen het recht op uitkeringen dat geregeld wordt in het koninklijk besluit en het recht op afwezigheid dat geregeld wordt bij collectieve arbeidsovereenkomst;
Gelet op de adviesaanvraag van 16 januari 2012 van de Minister van Werk waarin zij vraagt initiatieven te nemen teneinde die discrepantie tussen het recht op verlof en het recht op uitkeringen op te heffen en de adviesaanvraag van 3 mei 2012 over een ontwerp van koninklijk besluit waarin voor werknemers vanaf 50 jaar een aantal uitzonderingen worden voorzien op de leeftijdsverhoging tot 55 jaar voor de landingsbanen;
Overwegende dat de ondertekende partijen het omwille van de duidelijkheid en rechtszekerheid noodzakelijk vinden die discrepantie op te heffen en dat de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis omwille van de leesbaarheid en rechtszekerheid door een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst moet worden vervangen;
Gelet op het tripartite overleg van 14 februari 2012 waarbij de regering, na bespreking met de sociale partners, heeft beslist enkele aanpassingen door te voeren in de reeds besliste uitvoeringsmaatregelen van het Regeerakkoord;
Gelet op advies nr. 1.800 dat de Nationale Arbeidsraad op 27 juni 2012 heeft uitgebracht;
Hebben de navolgende interprofessionele organisaties van werkgevers en van werknemers : - het Verbond van Belgische Ondernemingen - de nationale middenstandsorganisaties erkend overeenkomstig de wetten betreffende de organisatie van de Middenstand, gecoördineerd op 28 mei 1979 - de Boerenbond - "la Fédération wallonne de l'Agriculture" - de Unie van Socialprofitondernemingen - het Algemeen Christelijk Vakverbond van België - het Algemeen Belgisch Vakverbond - de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad de volgende collectieve arbeidsovereenkomst gesloten. HOOFDSTUK I. - Draagwijdte van de collectieve arbeidsovereenkomst Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst beoogt de uitvoering van punt A van punt 4 "Werking van de arbeidsmarkt", betreffende een betere individuele combinatie van arbeid en gezin alsook van de bijlage 1 van het centraal akkoord van 22 december 2000 en beoogt eveneens de discrepantie op te heffen tussen het recht op tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen en het recht op uitkeringen dat is ontstaan door de uitvoering van het Regeerakkoord van 1 december 2011 : - door de instelling van een recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief voor de voltijdse of deeltijdse werknemers; - door de instelling van een bijkomend recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met motief voor de voltijdse of deeltijdse werknemers; - door de instelling van een recht op landingsbanen voor de werknemers vanaf 55 jaar met een beroepsloopbaan van 25 jaar als werknemer alsook bijzondere regels voor de werknemers vanaf 50 jaar met een zwaar beroep of een lange loopbaan of in een bedrijf erkend als bedrijf in moeilijkheden of als bedrijf in herstructurering. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied Art. 2.§ 1. Deze overeenkomst is van toepassing op de werknemers met een arbeidsovereenkomst alsook op de werkgevers die hen tewerkstellen. § 2. Voor de toepassing van § 1 worden gelijkgesteld : 1° met werknemers : de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, tegen loon arbeid verrichten onder het gezag van een andere persoon, met uitzondering van de leerlingen;2° met werkgevers : de personen die de onder 1° genoemde personen tewerkstellen. § 3. Het paritair comité of de onderneming kunnen bij collectieve arbeidsovereenkomst afwijken van de paragrafen 1 en 2 en sommige personeelscategorieën van het toepassingsgebied uitsluiten. § 4. Paragraaf 3 geldt niet voor de ondernemingen die ressorteren onder een paritair comité dat de erin opgenomen afwijkingsmogelijkheden bij collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitgesloten.
Commentaar Zo kan krachtens een ingevolge § 3 van deze bepaling in het paritair comité of de onderneming gesloten collectieve arbeidsovereenkomst worden uitgesloten, het personeel dat niet onderworpen is aan alle bepalingen van de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten. HOOFDSTUK III. - Beginselen en voorwaarden Afdeling 1. - Recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de
loopbaanvermindering Art. 3.Recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief § 1. De in artikel 2 genoemde werknemers hebben recht op een voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering gelijk aan een equivalent van maximum 12 maanden volledige schorsing van de arbeidsprestaties over de gehele loopbaan : 1° hetzij door hun arbeidsprestaties 12 maanden volledig te schorsen (voltijds tijdskrediet) ongeacht de arbeidsregeling waarin zij in de onderneming tewerkgesteld zijn op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12.2° hetzij door hun arbeidsprestaties 24 maanden te verminderen tot een halftijdse betrekking (halftijdse loopbaanvermindering) voor zover zij ten minste ten belope van 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld zijn gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12.3° hetzij door hun arbeidsprestaties 60 maanden te verminderen ten belope van een dag of twee halve dagen per week (1/5de loopbaanvermindering) voor zover zij gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer en gedurende de 12 maanden, die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12, voltijds tewerkgesteld zijn.4° hetzij door een combinatie van de hierboven vermelde stelsels tot het bereiken van een voltijds equivalent van 12 maanden, waarbij 1 maand voltijdse onderbreking gelijk is aan 2 maanden halftijdse loopbaanvermindering of 5 maanden 1/5de loopbaanvermindering. § 2. Deze perioden van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties moeten worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds tijdskrediet of een halftijdse loopbaanvermindering betreft en per minimumperiode van 6 maanden als het een 1/5de loopbaanvermindering betreft.
In afwijking hiervan kan het eventueel overblijvend saldo voor een kortere periode worden opgenomen.
Commentaar In uitvoering van het Regeerakkoord van 1 december 2011 is het recht op uitkering voor voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief beperkt tot een voltijds equivalent van maximum 12 maanden over de ganse loopbaan. Om de discrepantie die hierdoor is ontstaan tussen het recht op uitkeringen en het recht op tijdskrediet en loopbaanvermindering op te heffen en omwille van de duidelijkheid en rechtszekerheid, wordt voorzien in een recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering van een voltijds equivalent van maximum 12 maanden over de ganse loopbaan op te nemen : - ofwel onder de vorm van 12 maanden voltijds tijdskrediet; - ofwel onder de vorm van 24 maanden halftijdse loopbaanvermindering; - ofwel onder de vorm van 60 maanden 1/5de loopbaanvermindering; - ofwel door een combinatie van hierboven vermelde stelsels tot het bereiken van een voltijds equivalent van 12 maanden.
Het recht op een voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief kan worden opgenomen zonder een recht op uitkering voor loopbaanonderbreking.
Omwille van arbeidsorganisatorische redenen, moet het voltijds tijdskrediet en de halftijdse loopbaanvermindering zonder motief worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden en de 1/5de loopbaanvermindering per minimumperiode van 6 maanden. Hierdoor kan in sommige gevallen wel een kleinere fractie van het recht overblijven dan de vereiste minimumperiode. Opdat de werknemer zijn recht volledig zou kunnen opnemen, is voorzien dat genoemd overblijvend saldo voor een kortere periode kan worden opgenomen.
De mogelijkheid die bestond voor sectoren en ondernemingen om het recht op voltijds of halftijds tijdskrediet te verlengen tot 5 jaar wordt vervangen door de mogelijkheid om 36 maanden voltijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering, als bedoeld in artikel 4, § 1, met motief op te nemen. Voor de werknemers die nog in dit stelsel rechten uitoefenen, en die voor de datum van inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst hun recht op tijdskrediet of loopbaanvermindering hebben aangevraagd, is in artikel 22 een overgangsbepaling voorzien. Art. 4.Recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met motief § 1. 1° Het recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering, als bedoeld in artikel 3, wordt uitgebreid met een bijkomend recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering tot maximaal 36 maanden voor : a° de in artikel 2 genoemde werknemers die hun arbeidsprestaties volledig schorsen, halftijds of met 1/5de verminderen om voor hun kind te zorgen tot de leeftijd van acht jaar;in geval van adoptie kan de schorsing van de arbeidsprestaties aanvangen vanaf de inschrijving in het bevolkings- of het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn woonplaats heeft;
Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering betreft en per minimumperiode van 6 maanden als het een 1/5de loopbaanvermindering betreft.
De periode waarvoor de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties werd gevraagd of de periode waarvoor de verlenging werd gevraagd, moet aanvangen voor het tijdstip waarop het kind acht jaar wordt.
De werknemer verstrekt aan de werkgever uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties ingaan, het document of de documenten tot staving van de gebeurtenis die het recht doet ontstaan, zoals bepaald in artikel 4, § 1, 1°, a°. b° de in artikel 2 genoemde werknemers die hun arbeidsprestaties volledig schorsen, halftijds of met 1/5de verminderen voor het verlenen van palliatieve verzorging, zoals gedefinieerd in artikel 100bis, § 2 van de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten; Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van één maand en kan per patiënt met één maand worden verlengd.
De werknemer verstrekt aan de werkgever uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties ingaan, een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging behoeft en waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verlenen, zonder dat hierbij de identiteit van de patiënt wordt vermeld. In geval de werknemer wenst gebruik te maken van de verlenging van de periode met één maand dient hij opnieuw een dergelijk attest af te leveren aan de werkgever. c° de in artikel 2 genoemde werknemers die hun arbeidsprestaties volledig schorsen, halftijds of met 1/5de verminderen voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid zoals gedefinieerd in de artikelen 3 en 4 van het
koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/08/1998
pub.
08/09/1998
numac
1998012671
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid
sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid; Deze periode kan enkel worden opgenomen per minimumperiode van één maand en een maximumperiode van drie maanden.
De werknemer verstrekt aan de werkgever uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties ingaan, een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. d° de in artikel 2 genoemde werknemers die hun arbeidsprestaties volledig schorsen, halftijds of met 1/5de verminderen voor het volgen van een opleiding; Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering betreft en per minimumperiode van 6 maanden als het een 1/5de loopbaanvermindering betreft.
De werknemer verstrekt aan de werkgever uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties ingaan, het bewijs dat hij zijn arbeidsprestaties schorst of vermindert : - om een door de Gemeenschappen of de sector erkende opleiding te volgen die minstens 360 uren of 27 studiepunten per jaar of 120 uren of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van drie maanden telt; - om onderwijs te volgen verstrekt in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het behalen van een diploma of getuigschrift van secundair onderwijs, waarbij de grens wordt vastgesteld op 300 uren per jaar of 100 uren per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden.
De gemeenschap of de opleidingsinstelling bevestigt op het bewijs dat de werknemer geldig is ingeschreven voor een opleiding met deze tijdsduur of omvang. Binnen de 20 kalenderdagen na elk kwartaal moet de werknemer bij de werkgever een attest indienen dat het bewijs levert van regelmatige aanwezigheid van opleiding in dat kwartaal. De dagen schoolvakantie in de loop van of aansluitend op een periode van opleiding worden gelijkgesteld met regelmatige aanwezigheid bij een opleiding. Regelmatige aanwezigheid betekent dat de werknemer niet meer dan één tiende van de duur van de opleiding in dat kwartaal ongewettigd afwezig mag zijn. 2° Het bijkomend recht van 36 maanden tijdskrediet kan niet worden opgenomen in combinatie met een niet-toegelaten bezoldigde of zelfstandige activiteit die de werknemer aanvangt of uitbreidt.3° Voor het bijkomend recht van 36 maanden kan een voltijds tijdskrediet of de halftijdse loopbaanvermindering maar worden opgenomen indien de sector of onderneming hierover een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten.De collectieve arbeidsovereenkomsten die, voor de inwerkingtreding van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, op sector- of ondernemingsniveau, in het kader van artikel 3, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, werden gesloten, blijven gelden voor de toepassing van deze paragraaf. § 2. Het recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering, als bedoeld in artikel 3, wordt uitgebreid met een bijkomend recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering tot maximaal 48 maanden voor : 1° de in artikel 2 genoemde werknemers die hun arbeidsprestaties volledig schorsen, halftijds of 1/5de verminderen om zorg te dragen voor hun gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar; Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering betreft en per minimumperiode van 6 maanden als het een 1/5de loopbaanvermindering betreft.
De periode waarvoor de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties werd gevraagd of de periode waarvoor de verlenging werd gevraagd, moet aanvangen voor het tijdstip waarop het kind 21 jaar wordt.
De werknemer verstrekt aan de werkgever uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties ingaan, een attest dat de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van 66 pct. aantoont of de aandoening die leidt tot een erkenning van minstens 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving met betrekking tot de kinderbijslag. 2° de in artikel 2 genoemde werknemers die hun arbeidsprestaties volledig schorsen, halftijds of met 1/5de verminderen voor het verlenen van bijstand of verzorging aan hun minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is zoals gedefinieerd in artikel 4 van het
koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/08/1998
pub.
08/09/1998
numac
1998012671
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid
sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid. Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van één maand en maximumperiode van drie maanden.
De periode waarvoor de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties werd gevraagd of de periode van verlenging wordt gevraagd, moet aanvangen voor het tijdstip waarop het kind meerderjarig wordt.
De werknemer verstrekt aan de werkgever uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties ingaan, een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van hun of het minderjarig zwaar ziek kind waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. § 3. De in artikel 2 genoemde werknemers kunnen ingevolge §§ 1 en 2 : 1° hun arbeidsprestaties volledig schorsen ongeacht de arbeidsregeling waarin zij in de onderneming tewerkgesteld zijn op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12;2° hun arbeidsprestaties verminderen tot een halftijdse betrekking voor zover zij ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld zijn gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12;3° hun arbeidsprestaties verminderen ten belope van een dag of twee halve dagen per week voor zover zij gewoonlijk tewerkgesteld zijn geweest in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer en gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 12 in een voltijdse arbeidsregeling tewerkgesteld zijn. § 4. In afwijking van bovenvermelde minimumperioden in § 1 en § 2, kan het eventueel overblijvend saldo voor een kortere periode worden opgenomen. § 5. In afwijking van artikel 3, wordt het bijkomend recht van 36 en 48 maanden niet proportioneel verrekend bij het opnemen van een deeltijdse formule. § 6. De perioden vermeld in § 1 en § 2 mogen samen niet meer dan 48 maanden bedragen.
Commentaar In paragraaf 1 van deze bepaling wordt het recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief, zoals bepaald in artikel 3, uitgebreid met een bijkomend recht tot maximaal 36 maanden voor werknemers die hun loopbaan schorsen of verminderen voor de zorg van een kind tot 8 jaar, voor palliatieve verzorging of de zorg of bijstand aan een ziek gezins- en familielid of voor het volgen van een opleiding.
In de aanvraag voor de zorg van een kind, moet de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties of de periode van verlenging die werd gevraagd aanvangen voor het tijdstip waarop het kind 8 jaar wordt. Een eventueel uitstel van het recht, zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15, doet hieraan geen afbreuk.
Dit bijkomend recht van 36 maanden kan niet worden opgenomen in combinatie met een niet-toegelaten bezoldigde of zelfstandige activiteit die de werknemer aanvangt of uitbreidt, zoals bedoeld in artikel 7, § 2, 2° tot en met 5° van het
koninklijk besluit van 12 december 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/04/1965
pub.
15/01/2008
numac
2007001067
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot instelling van de arbeidsreglementen
sluiten0 tot uitvoering van Hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.
Eveneens kan in dit kader de loopbaan maar voltijds onderbroken of halftijds verminderd worden indien hierover een collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten op niveau van de sector of de onderneming. De collectieve arbeidsovereenkomsten die voor de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst in het kader van artikel 3, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis zijn afgesloten, komen als dusdanig in aanmerking, ongeacht of ze al dan niet een verwijzing naar motieven bevatten. De mogelijkheid die bestond voor sectoren en ondernemingen om het recht op voltijds of halftijds tijdskrediet te verlengen tot 5 jaar wordt hierdoor vervangen. Voor de werknemers die nog in dit stelsel rechten uitoefenen, en die voor de datum van inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst hun recht op tijdskrediet of loopbaanvermindering hebben aangevraagd, is in artikel 22 een overgangsbepaling voorzien.
In paragraaf 2 van deze bepaling wordt het recht op voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief, zoals bedoeld in artikel 3, verder uitgebreid tot maximaal 48 maanden voor werknemers die hun loopbaan voltijds schorsen, halftijds of met 1/5de verminderen voor de zorg van een gehandicapt kind tot 21 jaar of, de zorg of bijstand aan een minderjarig zwaar ziek kind. Om dit recht te kunnen opnemen, is geen collectieve arbeidsovereenkomst nodig op niveau van de sector of de onderneming.
De schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties of de periode van verlenging die werd gevraagd voor de zorg van een kind moet aanvangen voor het tijdstip waarop het kind de vereiste leeftijdsgrens bereikt. Een eventueel uitstel van het recht, zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15, doet hieraan geen afbreuk.
De perioden van voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met motief mogen samen niet meer dan 48 maanden bedragen.
De werknemers die een motief kunnen inroepen op basis van paragraaf 1 en 2 van deze bepaling, kunnen vrij bepalen of ze kiezen voor een voltijdse schorsing of een halftijdse of 1/5de vermindering van hun prestaties. Ze kunnen eveneens vrij de rangorde kiezen van het stelsel, namelijk met of zonder motief, waarop ze beroep doen. Het bijkomend recht op halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met motief wordt, in tegenstelling tot de halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief, niet proportioneel verrekend bij het opnemen van een deeltijdse formule.
Voor het tijdskrediet en de loopbaanvermindering met motief is naar analogie met de thematische verloven telkens een minimum- en eventueel maximumperiode voorzien. Hierdoor kan in sommige gevallen wel een kleinere fractie van het recht overblijven dan de vereiste minimumperiode. Opdat de werknemer zijn recht volledig zou kunnen opnemen, is voorzien dat genoemd overblijvend saldo voor een kortere periode kan worden opgenomen.
Tevens kan het recht met motief maar worden opgenomen indien de werknemer gelijkaardige aan de in het kader van het thematisch verlof voorgeschreven bewijsstukken verstrekt aan de werkgever. Voor het recht op uitkeringen moeten deze bewijsstukken eveneens worden overgemaakt aan de RVA. Art. 5.§ 1. Om recht te hebben op het voltijds tijdskrediet, de halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering als bedoeld in § 1 van artikel 3 moet de werknemer gelijktijdig de volgende voorwaarden vervullen : 1° door een arbeidsovereenkomst met de werkgever verbonden zijn geweest gedurende 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12;2° een loopbaan van 5 jaar als werknemer hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12. De loopbaan van 5 jaar wordt berekend zoals de loopbaan van 25 jaar, zoals bedoeld in artikel 10, § 3. § 2. Om recht te hebben op het bijkomend recht van 36 of 48 maanden voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering als bedoeld in § 1 en § 2 van artikel 4, moet de werknemer door een arbeidsovereenkomst met de werkgever verbonden zijn geweest gedurende 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12. § 3. In afwijking hiervan gelden de hierboven vermelde voorwaarden niet voor werknemers die hun voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering, als bedoeld in artikel 3 en 4, onmiddellijk laten aansluiten op een ouderschapsverlof, zoals gedefinieerd in het
koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/10/1997
pub.
07/11/1997
numac
1997012521
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een recht op ouderschapsverlof
sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64, en die hun rechten in toepassing van voornoemd koninklijk besluit of collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64, voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput.
Commentaar In uitvoering van het Regeerakkoord van 1 december 2011 is het recht op uitkering voor voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering zonder motief beperkt tot werknemers die een loopbaan hebben van 5 jaar waarvan 2 jaar anciënniteit in dienst van de onderneming. Voor het tijdskrediet en de loopbaanvermindering met motief, geldt geen loopbaanvoorwaarde, enkel 2 jaar anciënniteit in dienst van de onderneming. Om de discrepantie die hierdoor is ontstaan tussen het recht op uitkeringen en het recht op afwezigheid op te heffen en omwille van de duidelijkheid en rechtszekerheid, worden dezelfde beroepsloopbaanvoorwaarden voorzien in onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.
Deze bepaling geldt onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement of gerechtelijk akkoord door boedelafstand, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 32ter van 2 december 1986, nr. 32quater van 19 december 1989 en nr. 32quinquies van 13 maart 2002.
De werkgever zal hier dus, naar gelang het geval, worden beschouwd met verwijzing naar de juridische entiteit of de technische bedrijfseenheid, in de zin van de wetgeving betreffende de ondernemingsraden. Art. 6.§ 1. Wanneer de in artikel 2 genoemde werknemers gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling. § 2. Voor de werknemers, zoals bedoeld in § 1, als voor de werknemers bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en artikel 4, § 1 en § 2, voor zover ze hun loopbaan met 1/5de verminderen kan voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering een andere gelijkwaardige regeling over een periode van maximum 12 maanden worden vastgesteld : - bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau; - of in geval er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming aanwezig is, bij arbeidsreglement en mits daarover een wederzijds schriftelijk akkoord wordt gesloten tussen de werknemer en de werkgever.
Commentaar Zowel voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer als voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of cycli, kan ingevolge deze bepaling bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau een andere uitoefening van het recht op 1/5de loopbaanvermindering over een periode van maximum 12 maanden worden vastgelegd dan die ten belope van een dag of twee halve dagen per week. Indien er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming aanwezig is kan die afwijkende regeling worden ingevoerd bij arbeidsreglement, doch zij vereist dan tevens een wederzijds schriftelijk akkoord tussen de werknemer en de werkgever binnen het kader en de voorwaarden die in die afwijkende regeling zijn opgenomen.
Van deze flexibele mogelijkheid kan gebruik worden gemaakt om de arbeidsorganisatorische noodwendigheden van de onderneming en de noden van de werknemers inzake combinatie van arbeid en gezin op een evenwichtige manier beter op elkaar af te stemmen.
Voor ploegenarbeiders doet die mogelijkheid geen afbreuk aan de akkoorden die hierover reeds zijn afgesloten. Art. 7.§ 1. Op de maximumduur van de 12 maanden voltijds equivalent als bedoeld in § 1 van artikel 3, worden in mindering gebracht, de perioden van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties ingevolge de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen en de artikelen 3 en 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis.
In afwijking van het eerste lid van § 1 van deze bepaling, wordt de loopbaanonderbreking ingevolge de artikelen 100 en 102 van de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen, het voltijds tijdskrediet en de halftijdse loopbaanvermindering ingevolge artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis en de 1/5de loopbaanvermindering ingevolge artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, waarvoor de werknemer een onbetwistbaar bewijs kan voorleggen dat hij zijn arbeidsprestaties destijds geschorst of verminderd heeft voor een motief als bedoeld in § 1 van artikel 4, eerst in mindering gebracht op de bijkomende duur van 36 maanden als bedoeld in § 1 van artikel 4.
In afwijking van het eerste lid van § 1 van deze bepaling, wordt de loopbaanonderbreking ingevolge artikelen 100 en 102 van de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen, het voltijds tijdskrediet en de halftijdse loopbaanvermindering ingevolge artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis en de 1/5de loopbaanvermindering ingevolge artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, waarvoor de werknemer een onbetwistbaar bewijs kan voorleggen dat hij zijn arbeidsprestaties destijds geschorst of verminderd heeft voor een motief als bedoeld in § 2 van artikel 4, eerst in mindering gebracht op de bijkomende duur van 48 maanden als bedoeld in § 2 van artikel 4.
Het eventueel overblijvend saldo wordt nadien in mindering gebracht op de maximumduur van 12 maanden voltijds equivalent als bedoeld in § 1 van artikel 3. § 2. Op de maximumduur van de 12 maanden voltijds equivalent, als bedoeld in § 1 van artikel 3, en op de bijkomende duur van 36 of 48 maanden, als bedoeld in § 1 en § 2 van artikel 4, worden niet in mindering gebracht de perioden van schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties ingevolge : - het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4 van de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen; - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof; - het
koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/10/1997
pub.
07/11/1997
numac
1997012521
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een recht op ouderschapsverlof
sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan; - het
koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/08/1998
pub.
08/09/1998
numac
1998012671
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid
sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid. Afdeling 2. - Recht van oudere werknemers op landingsbanen
Art. 8.§ 1. De in artikel 2 genoemde werknemers van 55 jaar en ouder hebben zonder maximumduur recht op : 1° een 1/5de loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of 2 halve dagen over dezelfde duur voorzover ze tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen; Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 6 maanden. 2° een loopbaanvermindering in de vorm van een vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden. § 2. In afwijking van § 1 wordt de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de in artikel 2 genoemde werknemers, die hun arbeidsprestaties verminderen tot een halftijdse betrekking en die op het ogenblik van de kennisgeving, als bedoeld in artikel 12, cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden : - daaraan voorafgaand actief zijn geweest in een zwaar beroep gedurende minstens 5 jaar in de voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens 7 jaar in de voorafgaande 15 jaar; - dit zwaar beroep komt voor op de lijst van de beroepen waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat. De Minister van Werk bepaalt deze lijst, na unaniem advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden. § 3. In afwijking van § 1 wordt de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de in artikel 2 genoemde werknemers, die hun voltijdse arbeidsprestaties verminderen ten belope van een dag of 2 halve dagen per week en die voldoen aan één van de volgende voorwaarden : - daaraan voorafgaand actief zijn geweest in een zwaar beroep gedurende minstens 5 jaar in de voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens 7 jaar in de voorafgaande 15 jaar; - daaraan voorafgaand een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar hebben doorlopen, voor zover een recht op vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde op basis van een beroepsloopbaan van 28 jaar uitdrukkelijk is voorzien in een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten op niveau van de sector.
Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 6 maanden. § 4. Voor de toepassing van § 2 en § 3 wordt onder zwaar beroep verstaan : - Het werk in wisselende ploegen, meer bepaald de ploegenarbeid in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen, zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan één vierde van hun dagtaak, op voorwaarde dat de werknemer van ploegen alterneert; - Het werk in onderbroken diensten waarbij de werknemer permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur. - Het werk in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990. § 5. In afwijking van § 1 kan de leeftijd op 50 jaar worden gebracht voor de in artikel 2 genoemde werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen ten belope van een dag of 2 halve dagen per week of ten belope van een halftijdse betrekking indien de aanvangsdatum van hun loopbaanvermindering gelegen is in de periode van erkenning van de onderneming door de minister bevoegd voor de werkgelegenheid als onderneming in herstructurering of onderneming in moeilijkheden in toepassing van de regelgeving met betrekking tot de werkloosheid met bedrijfstoeslag, voor zover cumulatief voldaan is aan volgende voorwaarden : - de onderneming kadert zijn aanvraag tot erkenning binnen een herstructureringsplan en toont aan dat ontslagen zijn vermeden; - de onderneming toont bij zijn aanvraag tot erkenning aan dat daardoor het aantal werknemers dat overgaat naar het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag is verminderd; - de minister heeft in de erkenningsbeslissing uitdrukkelijk vermeld dat aan deze voorwaarden is voldaan.
Deze periode moet worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden als het een halftijdse loopbaanvermindering betreft of 6 maanden als het een 1/5de loopbaanvermindering betreft.
Commentaar In uitvoering van de Regeerakkoord van 1 december 2011 is het recht op uitkering voor de landingsbanen beperkt tot werknemers vanaf 55 jaar met een beroepsloopbaan van 25 jaar. Om de discrepantie die hierdoor is ontstaan tussen het recht op uitkeringen en het recht op tijdskrediet en loopbaanvermindering op te heffen en omwille van de duidelijkheid en rechtszekerheid, wordt de leeftijd voor het recht op tijdskrediet en loopbaanvermindering eveneens verhoogd tot 55 jaar en wordt de beroepsloopbaanvereiste verlengd tot 25 jaar.
Een uitzondering op de leeftijdsvoorwaarde wordt voorzien voor werknemers met een zwaar beroep, lange loopbaan of in een onderneming tijdens de periode erkend als in herstructurering of in moeilijkheden, die vanaf 50 jaar kunnen intreden in een landingsbaan. De uitzondering voor werknemers met een lange loopbaan kan maar toegepast worden indien het paritair comité hierover een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten. De uitzondering voor werknemers uit bedrijven tijdens de periode erkend als in herstructurering of in moeilijkheden geldt alleen maar wanneer hierdoor ontslagen worden vermeden of het aantal werknemers dat overgaat naar een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag is verminderd.
Voor de toepassing paragraaf 4, tweede streepje van deze bepaling wordt onder permanent verstaan dat de onderbroken dienst de gewone arbeidsregeling van de werknemer vormt en dat hij niet occasioneel in dergelijke dienst wordt tewerkgesteld. Art. 9.§ 1. Wanneer de in artikel 2 genoemde voltijdse werknemers tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling. § 2. Voor de werknemers zoals bedoeld in § 1 alsook voor de werknemers zoals bedoeld in artikel 8, § 1, 1°, § 3 en § 5 voor zover het een 1/5de loopbaanvermindering betreft, kan voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering een andere gelijkwaardige regeling over een periode van maximum 12 maanden worden vastgesteld : - bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau; - of in geval er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming aanwezig is, bij arbeidsreglement en mits daarover een wederzijds schriftelijk akkoord wordt gesloten tussen de werknemer en de werkgever.
Commentaar Zowel voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen als voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of cycli, kan ingevolge deze bepaling bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau een andere uitoefening van het recht op 1/5de loopbaanvermindering over een periode van maximum 12 maanden worden vastgelegd dan die ten belope van een dag of twee halve dagen per week. Indien er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming aanwezig is kan die afwijkende regeling worden ingevoerd bij arbeidsreglement, doch zij vereist dan tevens een wederzijds schriftelijk akkoord tussen de werknemer en de werkgever binnen het kader en de voorwaarden die in die afwijkende regeling zijn opgenomen.
Van deze flexibele mogelijkheid kan gebruik worden gemaakt om de arbeidsorganisatorische noodwendigheden van de onderneming en de noden van de werknemers inzake combinatie van arbeid en gezin op een evenwichtige manier beter op elkaar af te stemmen.
Voor ploegenarbeiders doet die mogelijkheid geen afbreuk aan de akkoorden die hierover reeds zijn afgesloten. Art. 10.§ 1. Om recht te hebben : 1° op een 1/5de loopbaanvermindering als bedoeld in artikel 8, § 1, 1°, § 3 en § 5 moet de werknemer ofwel voltijds ofwel ten belope van 4/5de van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn in het kader van artikel 3 of 4 van onderhavige overeenkomst of artikel 6 of artikel 9, 1° van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.77bis, gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12; 2° op een vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking als bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, § 2 en § 5 moet de werknemer ten minste ten belope van 3/4de van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving, als verricht overeenkomstig artikel 12. § 2. Om recht te hebben op een halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering, als bedoeld in artikel 8, moet de werknemer de in § 1 genoemde voorwaarden en bovendien gelijktijdig de volgende voorwaarden vervullen : 1° de leeftijdsvoorwaarde bereiken op het ogenblik van de gewenste begindatum van de uitoefening van het recht;2° door een arbeidsovereenkomst met de werkgever verbonden zijn geweest gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving, als verricht overeenkomstig artikel 12. In afwijking hiervan kan die termijn in onderling akkoord tussen de werknemer en de werkgever verder worden ingekort. 3° een loopbaan van 25 jaar als werknemer hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving als verricht overeenkomstig artikel 12. In afwijking hiervan moet de werknemer om recht te hebben op de loopbaanvermindering als bedoeld in artikel 8, § 3, alinea 1, 2de streepje een loopbaan van 28 jaar als werknemer hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving, als verricht overeenkomstig artikel 12. § 3. Om de loopbaan van 25 jaar als werknemer te berekenen, worden de dagen waarvoor loon werd uitbetaald in aanmerking genomen.
Met dagen waarvoor loon werd uitbetaald, uitgezonderd de dagen volledige werkloosheid en volledige schorsing van de arbeidsprestaties als bedoeld in artikel 3 en 4 van deze overeenkomst, artikel 3, § 1, 1° van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.77bis van 19 december 2001 en artikel 100 van de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen, worden gelijkgesteld : 1° de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering bij toepassing van de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, de schadeloosstelling voor arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten, de werkloosheidsverzekering, de jaarlijkse vakantie en het invaliditeitspensioen voor mijnwerkers;2° de dagen waarop niet werd gewerkt en waarvoor een loon werd betaald waarop socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden ingehouden;3° de feestdagen waarvoor, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, een loon werd betaald, waarop geen socialezekerheidsbijdragen werden ingehouden;4° de dagen van arbeidsongeschiktheid waarvoor, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, een loon werd betaald, waarop geen socialezekerheidsbijdragen werden ingehouden;5° de inhaalrustdagen waarop de werknemer recht heeft ingevolge de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten of ingevolge een regeling tot vermindering van de arbeidsduur;6° de dagen van staking of lock-out;7° de carenzdagen bedoeld door de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;8° de dagen waarop niet werd gewerkt wegens vorst, die door het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf werden vergoed;9° de dagen waarop de werknemer het ambt van rechter in sociale zaken of van rechter in handelszaken, of van raadsheer in sociale zaken heeft vervuld;10° andere niet bezoldigde afwezigheidsdagen ten belope van ten hoogste tien dagen per kalenderjaar;11° de dagen van aanwezigheid onder de wapens wegens oproeping of wederoproeping alsmede de dagen van dienst als gewetensbezwaarde of de dagen van prestaties als dienstplichtige die krachtens de betrokken wetgeving met legerdienst gelijkgesteld worden. § 4. Komt in aanmerking voor de berekening van de beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, als bedoeld in artikel 8, § 3, 1ste alinea, 2de streepje, elk kalenderjaar met minstens 285 dagen waarvoor een loon werd uitbetaald of waarop genoten werd van het moederschapsverlof, de moederschapsbescherming en de preventieve werkverwijdering van zwangere vrouwen, het geboorteverlof, het adoptieverlof en/of het ouderschapsverlof. Het aantal dagen van die kalenderjaren dat 285 overschrijdt, wordt verder buiten beschouwing gelaten.
Voor kalenderjaren met minder dan 285 dagen waarvoor een loon werd uitbetaald of waarop werd genoten van moederschapsverlof, de moederschapsbescherming en de preventieve werkverwijdering van zwangere vrouwen, geboorteverlof,adoptieverlof en/of ouderschapsverlof, worden deze dagen voor al die kalenderjaren samengeteld en gedeeld door 285. Het resultaat van die bewerking, afgerond naar de lagere eenheid, geeft het aantal bijkomend in aanmerking te nemen jaren.
Commentaar Paragraaf 1 van deze bepaling regelt naast het recht op ook de overgang naar het stelsel van landingsbanen voor werknemers ouder dan 50 of 55 jaar voorzien in artikel 8, mits de voorwaarden voorzien in de paragrafen 2 en 3 vervuld zijn, voor : - de werknemers onder de 50 of 55 jaar die zich bevinden in het stelsel van 1/5de loopbaanvermindering op basis van artikel 3 of 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst; - de werknemers van 50 of 55 jaar en ouder die zich in een oud stelsel van 1/5de loopbaanvermindering bevinden.
Met werknemers van 50 jaar of 55 jaar en ouder die zich bevinden in het oud stelsel van 1/5de of halftijdse loopbaanvermindering worden de werknemers bedoeld die onderbrekingsuitkeringen verkrijgen op basis van paragraaf 1 en 2 van artikel 4 van het
koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/12/2001
pub.
18/12/2001
numac
2001013224
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking
sluiten tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2011 betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.
In paragraaf 2 van deze bepaling wordt voorzien dat een oudere werknemer maar recht heeft op een landingsbaan wanneer hij met de werkgever door een arbeidsovereenkomst is verbonden gedurende de 24 voorafgaande maanden. Vanuit het oogpunt van mobiliteit van oudere werknemers, kan die anciënniteitsvoorwaarde evenwel in onderling akkoord tussen de werkgever en werknemer worden ingekort.
Deze bepaling geldt onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement of gerechtelijk akkoord door boedelafstand, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 32ter van 2 december 1986, nr. 32quater van 19 december 1989 en nr. 32quinquies van 13 maart 2002. Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 11.§ 1. Voor de berekening van de 12 of 24 maanden als bedoeld in artikel 3, § 1, artikel 4, § 3 en artikel 10, § 1 worden met een tewerkstelling gelijkgesteld : - de perioden van schorsing van de arbeidsovereenkomst als bepaald in de artikelen 26, 27, 28, 29, 30, 30 bis, 30 ter, 30 quater, 31, 49, 50, 51 en 77/4 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten.
De periode van schorsing van de arbeidsovereenkomst als bepaald in artikel 31 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, is evenwel beperkt tot de door het gewaarborgd loon gedekte perioden. - de perioden van schorsing van de arbeidsovereenkomst als bepaald in artikel 23, § 1 van de
wet van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/06/2009
pub.
25/06/2009
numac
2009012197
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Wet houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis
sluiten houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis. - de dagen verlof die toegekend worden ter uitvoering van een collectief akkoord. § 2. 1° Voor de berekening van de 12 of 24 maanden als bedoeld in artikel 3, § 1, artikel 4, § 3 en artikel 10, § 1 worden niet in aanmerking genomen, de perioden van schorsing van de arbeidsovereenkomst of vermindering van de arbeidsprestaties ingevolge : - het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4 van de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen; - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof; - het
koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/10/1997
pub.
07/11/1997
numac
1997012521
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een recht op ouderschapsverlof
sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan; - het
koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/08/1998
pub.
08/09/1998
numac
1998012671
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid
sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid; 2° Voor de berekening van de 12 of 24 maanden als bedoeld in artikel 3, § 1, artikel …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.