📄 Wettekst
5 DECEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 82, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 14 februari 2003, en artikel 84, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993;
Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel 56, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 14 februari 2003, en artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993;
Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, inzonderheid op titel II, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 14 juli 1998, 1 december 1998, 18 mei 1999, 8 juni 2000, 20 oktober 2000 en 14 februari 2003;
Gelet op het
decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
01/12/1998
pub.
10/04/1999
numac
1999035335
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding
sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, inzonderheid op artikel 72, gewijzigd bij decreet van 14 februari 2003;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997, 22 september 1998, 31 augustus 1999, 4 februari 2000, 28 augustus 2000 en 1 maart 2002;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 27 juni 2003;
Gelet op protocol nr. 509 van 26 augustus 2003 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, en van de onderhandeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;
Gelet op protocol nr. 277 van 26 augustus 2003 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
Gelet op het advies nr. 35.886/1 van de Raad van State, gegeven op 15 oktober 2003, met toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 4 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° vacature : elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste tien werkdagen.Elke betrekking die door de overheid financierbaar of subsidieerbaar is, is onderworpen aan de bepalingen van dit besluit. »; 2° in § 2, 5°, a) eerste zin - worden de woorden : "het deeltijds kunstonderwijs en de centra" geschrapt;3° wordt in § 2, 5°, a), 1, het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « 31 augustus van het voorafgaande jaar voor de leden van het administratief personeel, de administratieve medewerker in het basisonderwijs en voor het personeel van de semi-internaten en van de opvangcentra";4° in § 2, 5°, a), 1, wordt het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het administratief personeel";5° in § 2, 5°, a), 2, worden het vierde en het vijfde gedachtestreepje opgeheven;6° in § 2, 5° wordt b) vervangen door wat volgt : « b) in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het onderwijs voor sociale promotie en de centra : een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt, gespreid over ten minste drie schooljaren. Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op : 1) 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het ondersteunend personeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs, voor het administratief personeel en voor het technisch personeel van de centra, en het personeel van de semi-internaten;2) 30 juni van het voorgaande schooljaar voor de andere personeelsleden. Voor het personeelslid dat aan deze voorwaarden voldoet, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen. »; 7° in § 2 wordt 7° opgeheven;8° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5, 1° voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon kleuteronderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.
Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor kleuteronderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden. 2° voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.
Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden. 3° voor de toepassing van dit besluit moet in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.
Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer algemene en sociale vorming en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden. »; 9° § 6 wordt vervangen door wat volgt : « § 6.Voor de toepassing van dit besluit mag een leermeester lichamelijke opvoeding, godsdienst of niet-confessionele zedenleer van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen, niet ter beschikking gesteld worden om een onderwijzer aan te werven. Ook mag een onderwijzer niet ter beschikking gesteld worden om een leermeester lichamelijke opvoeding, godsdienst of niet-confessionele zedenleer aan te werven van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen"; 10° § 7 wordt vervangen door wat volgt : « § 7.Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon secundair onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.
Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het paramedisch personeel, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité. »; 11° in § 9 worden de woorden « hetzij de groep van het opvoedend hulppersoneel en opvoeder, hetzij de groep van het administratief personeel en administratief medewerker » vervangen door de woorden « hetzij de groep van opvoeder, hetzij de groep van administratief medewerker »;12° in § 10 worden de woorden «, administratief personeel en/of opvoedend hulppersoneel » geschrapt en worden de woorden « ten minste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel » vervangen door de woorden « ten minste 50 % opvoeders »;13° § 11 wordt vervangen door wat volgt : « § 11.Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan : een entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht die in eenzelfde gebouwencomplex is gelegen. »; 14° een § 12 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 12.Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het onderwijs voor sociale promotie bij een vermindering van het aantal beschikbare punten voor een betrekking of betrekkingen van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator, technisch adviseur en administratief medewerker, of deze betrekking of betrekkingen door deze vermindering nog kan of kunnen worden in stand gehouden, op basis van de criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité. » Art. 2.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs en tussen de verschillende onderwijsniveaus geen onderscheid gemaakt voor de leden van het ondersteunend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het orthopedagogisch personeel, het sociaal personeel en het psychologisch personeel.»; 2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Voor de personeelsleden die een erkende nascholing genoten hebben en hierdoor een aanvullende onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid op basis van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid, zowel voor de maatregelen die voorafgaan aan de terbeschikkingstelling als voor de terbeschikkingstelling. »; 3° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.« Ander ambt » wordt als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van « hetzelfde ambt » in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid : 1° over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;2° over een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het voldoende geachte bekwaamheidsbewijs, mits er een onderlinge overeenkomst is tussen het personeelslid en de inrichtende macht. Deze bepaling kan niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer. In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs kunnen de leermeester godsdienst en de godsdienstleraar deze bepaling niet inroepen. » Art. 3.In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1, 1° Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel in het basisonderwijs, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, en van het administratief en opvoedend hulppersoneel. Als het een ambt van directeur betreft, moeten de ambten van directeur van een kleuterschool, van directeur van een lagere school en van directeur van een basisschool als hetzelfde ambt worden beschouwd. De directeur van een kleuterschool heeft de keuze om de betrekking van directeur van een lagere of van een basisschool al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen. 2° Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs »;3° § 2 en § 3 worden opgeheven. Art. 4.In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin wordt vervangen door wat volgt : « Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt « hetzelfde ambt » als volgt gedefinieerd : »;2° in § 1 wordt het tweede lid van 1° vervangen door wat volgt : « Voor het ambt van directeur moet een onderscheid worden gemaakt tussen het ambt van directeur van een instelling met een derde of een vierde graad en het ambt van directeur van een instelling zonder een derde of een vierde graad.Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor beide ambten; »; 3° in § 1 wordt punt 4° opgeheven;4° in § 1 wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° in afwijking van 1° en 3°, van § 1, wordt in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs voor de toepassing van « hetzelfde ambt » voor de leden van het ondersteunend personeel het volgende onderscheid gemaakt : a) de ambten van opvoeder vormen « hetzelfde ambt »;b) de ambten van administratief medewerker vormen « hetzelfde ambt ». »; 5° 6° wordt hernummerd naar 5°;6° § 2 en § 3 worden opgeheven. Art. 5.In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het buitengewoon basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";2° in § 1, 1° eerste lid worden tussen de woorden "het opvoedend hulppersoneel" en de woorden "het psychologisch personeel" de woorden "het beleids- en ondersteunend personeel" ingevoegd;3° punt 3° wordt opgeheven; 4° een punt 5° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs;"; 6° § 2 en § 3 worden opgeheven. Art. 6.In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het buitengewoon secundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";2° in § 1 wordt 1° vervangen door wat volgt : « 1° Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, opvoedend hulp-, medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch, orthopedagogisch en administratief personeel van het buitengewoon secundair onderwijs;»; 3° in § 1, 3, b),tweede gedachtestreepje, worden tussen de woorden : "ofwel dat vak," en "als het hiervoor vast benoemd was", de woorden "of die specialiteit", ingevoegd;4° in § 1, wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken niet dezelfde zijn in beide ambten;»; 5° in § 1, wordt 5° opgeheven;6° in § 1, 7°, worden de woorden « De Gemeenschapsminister van Onderwijs » vervangen door de woorden : « De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs »;7° in § 1, 8°, wordt de tabel vervangen door wat volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 8° punt 6° wordt hernummerd naar 5°, 7° wordt hernummerd naar 6°, en 8° wordt hernummerd naar 7°;9° § 2 en § 3 worden opgeheven. Art. 7.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 31 augustus 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";2° in § 1, 2, worden de woorden "en onderdirecteur" geschrapt;3° in § 1, wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;»; 4° in § 1 wordt 5° opgeheven;5° aan § 1 wordt een 7 toegevoegd, dat luidt als volgt : « 7° in het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" een onderscheid gemaakt tussen de individuele vakken en de andere vakken. »; 6° punt 6° wordt hernummerd naar 5° en 7° wordt hernummerd naar 6°;7° § 2 wordt opgeheven. Art. 8.In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Voor het onderwijs voor sociale promotie, wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel : 1° voor het ambt van directeur en adjunct-directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur en adjunct-directeur van een instelling met een derde graad of een instelling van het hoger onderwijs voor sociale promotie en het ambt van directeur en adjunct-directeur van een instelling zonder derde graad.Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten; 2° als het een ambt van leraar in het secundair onderwijs voor sociale promotie betreft : 1) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit; 2) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs; - ofwel dat vak of deze specialiteit, als het hiervoor vastbenoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vastbenoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen; 3° als het een ambt van leraar in het hoger onderwijs voor sociale promotie betreft : a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar;b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, die het betrokken personeelslid, als het hiervoor vastbenoemd was, rekening houdend met de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, heeft onderwezen gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden, in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit;4° een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;»; 2° § 2 en § 3 worden opgeheven. Art. 9.In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 4 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Voor de centra wordt, in afwijking van artikel 3, § 3, "het ander ambt" als volgt gedefinieerd : 1° elk ambt, met uitzondering van « hetzelfde ambt », in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt;2° een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten.»; 2° § 3 wordt opgeheven. Art. 10.In artikel 11, § 2, vervangen bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de toewijzing aan dit personeelslid van een betrekking in een "ander ambt" », vervangen door de woorden « de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in een "ander ambt ».»; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « Onder voorbehoud van toepassing van de bepalingen, vermeld in artikel 3, § 3, zijn de verplichtingen inzake wedertewerkstelling voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in een ambt van de personeelscategorieën in de linkerkolom van onderstaande tabellen beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën in de rechterkolom. »; 3° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art.11. In artikel 12, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : - in 1° worden tussen de woorden "het ondersteunend," en de woorden "het paramedisch" de woorden "het beleids- en ondersteunend personeel van het basisonderwijs" ingevoegd; - in 6° worden de woorden « psycho-pedagogisch werker of van werkleider voor de sociale discipline, voor de paramedische discipline of voor de methodologische informatie en documentatie » vervangen door de woorden « of psycho-pedagogisch werker »; - in 7° worden de woorden « psycho-pedagogisch consulent, van werkleider voor de psycho-pedagogische discipline » vervangen door de woorden « arts, consulent of psycho-pedagogisch consulent ». Art. 12.In artikel 12bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 4 worden de woorden "een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs" vervangen door de woorden "een verlof wegens bijzondere opdracht";2° het tweede lid van § 5, 3° wordt geschrapt;3° aan § 5 wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° Beslissen over het inzetten in een instelling van de scholengemeenschap van het secundair onderwijs van de ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel die met toepassing van artikel 36bis worden beschouwd als zijnde gereaffecteerd in een niet-vacante betrekking.»; 4° aan § 5 wordt een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.» Art. 13.In artikel 12ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden in 1° tot en met 4° de woorden "In elke reaffectatiecommissie" vervangen door de woorden "In de reaffectatiecommissie";2° in § 2 wordt een punt 4bis ° ingevoegd, dat luidt als volgt : « 4bis ° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd; »; 3° in § 2 wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 4°bis, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen.»; - in § 4 worden de woorden "een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs" vervangen door de woorden "een verlof wegens bijzondere opdracht"; - in § 5 wordt 6° vervangen door wat volgt : « 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. » Art. 14.In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt het derde lid opgeheven;2° in § 7 wordt de zin « Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies van het basisonderwijs kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor een periode van 4 weken, te nemen voor 1 oktober.» vervangen door de zin "Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens bijzondere opdracht worden toegekend voor een periode van vier weken, te nemen voor 1 oktober. »; 3° in § 8, 2° wordt de laatste zin geschrapt;4° in § 8 wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt « 4° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.» Art. 15.In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het laatste lid opgeheven;2° in § 2, derde lid, worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs";3° in § 2, vierde lid, wordt de zin « Aan de secretarissen van de interprovinciale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend.» vervangen door de zin « Aan de secretarissen van de interprovinciale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens bijzondere opdracht worden toegekend. »; 4° in § 3 wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° Over de onderwijsniveaus heen reaffecteren en wedertewerkstellen van ter beschikking gestelde personeelsleden die niet in de inrichtende macht, in de scholengemeenschap van het secundair onderwijs, in de zone of in de scholengroep en niet in hun niveau in de interprovinciale reaffectatiecommissie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;»; 5° in § 3, 3° worden de woorden « als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 52;» vervangen door de woorden « als administratieve ondersteuning voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 47bis ; »; 6° in § 3 wordt een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.» Art. 16.In artikel 15, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs". Art. 17.In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs". Art. 18.In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1° wordt de laatste zin geschrapt;2° in § 1, 2° wordt de laatste zin geschrapt;3° in § 2 worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs". Art. 19.In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Met uitzondering van de centra, bedoeld in artikel 19, verdeelt, bij het begin van het schooljaar, de inrichtende macht de betrekkingen over de vastbenoemde titularissen op de volgende manier :";2° in § 1, 1°, worden de woorden "voor eenzelfde gepondereerd volume van opdracht", vervangen door de woorden « voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht";3° aan § 1, 2°, wordt de volgende zin toegevoegd : « Als het om een personeelslid van het ondersteunend personeel gaat, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 9 en § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld. »; 4° § 2 wordt opgeheven;5° in § 3 wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs.» Art. 20.Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 19.§ 1. Uiterlijk op 1 juni voor de start van de driejaarlijkse omkaderingsperiode stelt het centrumbestuur de personeelsformatie voor ieder van zijn centra vast. § 2. Het centrumbestuur verdeelt jaarlijks de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden. Er wordt per centrum en per ambt rekening gehouden met alle vastbenoemde personeelsleden in volgorde van dienstanciënniteit. Daarbij wordt voorrang gegeven aan het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst de betrekking gegeven.
Het centrumbestuur wijst, rekening houdend met de bepalingen van de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde volume van de opdracht waarvoor de betrokken personeelsleden vastbenoemd waren op het einde van het voorafgaande schooljaar. § 3. Een centrumbestuur stelt een personeelslid pas ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking nadat het in voorkomend geval onder alle personeelsleden van het centrum in kwestie : 1° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden, die "hetzelfde ambt" uitoefenen;2° een einde heeft gesteld aan de diensten van vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;3° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in « hetzelfde ambt ». § 4. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de personeelsformatie, neemt het centrumbestuur één of meer van de volgende maatregelen : 1° het niet-overdragen van omkaderingsgewichten naar andere centra of naar de permanente ondersteuningscellen;2° het niet-toekennen van coördinatiefuncties;3° in afwijking van § 1, een tussentijdse aanpassing van de personeelsformatie, rekening houdend met de bekende pensioneringen, mutaties of terbeschikkingstellingen die voorafgaan aan het rustpensioen;4° in afwijking van § 1, een tijdelijke aanpassing van de personeelsformatie op basis van tijdelijk niet-aangewende omkaderingsgewichten, gegenereerd door personeelsleden aan wie op basis van § 2 een betrekking was toegekend en die tot het einde van het schooljaar ingevolge een verlofstelsel afwezig zijn. Hierbij voegt het centrumbestuur alle nodige documenten ter staving; 5° het toekennen aan een vastbenoemd personeelslid van een opdracht in een ander centrum van hetzelfde of van een ander centrumbestuur, met akkoord van het betrokken personeelslid en in voorkomend geval van het andere centrumbestuur. De maatregel, bedoeld in 4°, kan enkel worden aangewend als het omkaderingsgewicht van het centrum bestemd voor de nieuwe personeelsformatie, kleiner is dan het omkaderingsgewicht, bestemd voor de vorige personeelsformatie en als, met de maatregelen, bedoeld in 1°, 2°, 3° en 5°, een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking zonder reaffectatie of wedertewerkstelling niet kon worden vermeden.
Als het centrumbestuur dergelijke maatregelen voorstelt, worden die voor 1 september beoordeeld, hetzij door de zonale reaffectatiecommissie voor wat de gesubsidieerde centra betreft, hetzij door de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat de centra van het Gemeenschapsonderwijs betreft.
De bevoegdheden van de zonale reaffectatiecommissies en van de interprovinciale reaffectatiecommissie zijn hierbij beperkt tot : 1° het kennis nemen van de personeelsformatie en eventueel van de bijbehorende maatregelen;2° het beoordelen van de maatregelen en het al dan niet bekrachtigen van deze maatregelen. Bij niet-bekrachtiging moet het centrumbestuur in kwestie nieuwe maatregelen voostellen, die dan opnieuw ter bekrachtiging worden voorgelegd. § 5. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de formatie en na de uitvoering van alle maatregelen die opgenomen zijn in het plan, bedoeld in § 4, zal de terbeschikkingstelling ten laste komen van het vastbenoemde personeelslid in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit." Art. 21.In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Bij de maatregelen, voorafgaand aan de terbeschikkingstelling in het onderwijs, wordt een onderscheid gemaakt tussen het gewoon onderwijs enerzijds en het buitengewoon onderwijs anderzijds.
Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking nadat ze, in het Gemeenschapsonderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling en in het gesubsidieerd onderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling of tot de instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente en die voor het gewoon secundair onderwijs behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, in de opgegeven volgorde en voorzover dat nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden : 1° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, verminderd heeft tot het minimumaantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;2° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" in een andere instelling als hoofdambt uitoefenen, verminderd heeft tot het aantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;3° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen.Hierbij moet in voorkomend geval rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld; 4° een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;5° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt". Voor de toepassing van deze bepaling vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt.
Voor het ondersteunend personeel past de inrichtende macht deze bepalingen slechts toe op de personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling. »; 2° § 2 wordt opgeheven;3° aan § 3 wordt de volgende zin toegevoegd : « Deze bepalingen zijn niet van toepassing als de nieuwe affectatie gebeurt binnen een pedagogische entiteit.»; 4° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel : Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling een of meer betrekkingen minder kan inrichten.
Bij daling van het aantal uren kiest het schoolbestuur in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. »; 5° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.In het buitengewoon secundair onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.
Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen minder kan inrichten.
Bij daling van het aantal uren kiest de inrichtende macht in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. » Art. 22.Aan artikel 22, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de laatste zin van 2°, a), wordt vervangen door wat volgt : « Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs.»; 2° de laatste zin van 2°, b) wordt vervangen door wat volgt : « Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld.»; 3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° in het deeltijds kunstonderwijs : a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. »; 4° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° in het buitengewoon onderwijs : a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. »; 5° in 6° worden de woorden « in het centrum waar de vermindering van prestaties zich voordoet en in het laatst gerangschikte ambt » vervangen door de woorden « in het centrum en in het ambt waar de vermindering van prestaties zich voordoet ». Art. 23.In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 25 maart 1997, 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden in 6° de woorden "of met beperkt leerplan" geschrapt;2° in § 2 worden de woorden "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden voorzien in artikel 5, § 1, 3e, 4e, 5e, 6e en 7e gedachtenstreep van het decreet van 9 april 1992 " vervangen door de woorden : " De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vastgelegd in artikel 5, § 1, 3e, 5e en 7e gedachtestreep van het decreet van 9 april 1992". Art. 24.In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt de laatste zin geschrapt. Art. 25.In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 25 maart 1997, 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden in 1° de woorden "laatste schooldag van september" vervangen door de woorden : "eerste schooldag van oktober";2° in § 2 wordt in 5° de volgende zin toegevoegd : « In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.»; 3° in § 2 worden in 6° de woorden : "of met beperkt leerplan", geschrapt;4° in § 2 wordt in 7° de volgende zin toegevoegd : « In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.»; 5° in § 3 worden de woorden "de Gemeenschapsminister van Onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs". Art. 26.In artikel 25bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten en gewijzigd bij het besluit van 1 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° voor instellingen die op 1 september 1999 in afbouw zijn.»; 2° in § 2 worden de woorden « die tot een scholengemeenschap behoren » vervangen door de woorden « van de in § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, genoemde instellingen »;3° in § 2 worden tussen de woorden "met vermelding van het aantal uren" en de woorden "de instelling", de woorden "of het aantal punten", ingevoegd;4° in § 2 worden tussen de woorden « met vermelding van het type » en de woorden, « in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs », de woorden « of de opleidingsvorm » ingevoegd.5° in § 3, eerste lid wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.»; 6° in § 6 wordt aan 2° een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze bepaling geldt niet voor personeelsleden van het ondersteunend personeel, tenzij het gaat om een personeelslid van een netoverschrijdende scholengemeenschap van het secundair onderwijs dat een reaffectatie of wedertewerkstelling heeft geweigerd in een instelling van een ander net dan datgene waarin het ter beschikking is gesteld »;7° in § 6 wordt aan 3° een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze bepaling geldt niet voor vacatures in ambten van het ondersteunend personeel.» Art. 27.In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten en gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
28/08/2000
pub.
20/10/2000
numac
2000036031
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering inzake het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden tussen de woorden « moeten de inrichtende machten « en de woorden « aan de bevoegde reaffectatiecommissie » de woorden « van de in § 1 en in artikel 25bis, § 1, 5°, genoemde instellingen » ingevoegd;2° in § 2 worden tussen de woorden "met vermelding van het aantal uren" en de woorden "de instelling", de woorden "of het aantal punten" ingevoegd;3° in § 2 worden tussen de woorden « met vermelding van het type » en de woorden « in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs », de woorden « of de opleidingsvorm » ingevoegd;4° in § 3, eerste lid wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.»; 5° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De gegevens vermeld in § 2 en § 3, moeten worden meegedeeld in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 20 september. » Art. 28.In artikel 25 quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 2° er wordt een 1° bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « 1 bis ° de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs in het gesubsidieerd onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 3° punt 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° de instellingen van het deeltijds kunstonderwijs.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 4° punt 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° de instellingen van het onderwijs voor sociale promotie.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4 moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 5° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° de scholen van het basisonderwijs in het gemeenschapsonderwijs en de centra in het gemeenschapsonderwijs;»; 6° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° de instellingen van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober. » Art. 29.In artikel 26, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de woorden "instellingen die de laatste schooldag van september als teldag hebben", vervangen door de woorden "instellingen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben". Art. 30.In artikel 27, § 2, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het
besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
31/08/1999
pub.
07/03/2000
numac
2000035148
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstellin …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.