📄 Wettekst
27 OKTOBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten
VERSLAG AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Definitieve goedkeuring van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten 1. Situering Op 24 februari 2017 bekrachtigde de Vlaamse Regering het Onteigeningsdecreet, zoals goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 15 februari 2017.Het Onteigeningsdecreet voorziet een aantal uitvoeringsbepalingen die aansluitend door de Vlaamse Regering dienen of kunnen opgemaakt te worden voor de volgende artikels: - Art. 8: over de manier waarop de machtiging aangevraagd en verleend wordt; - Art. 14: over de inhoud en de vorm van het voorlopige onteigeningsbesluit en de hierbij horende bijlagen; - Art. 16: over de vorm en de inhoud van de onderhandelingsplicht en het schriftelijk aanbod; - Art. 17: over de aankondiging van het openbaar onderzoek; - Art. 20: over de bekendmaking van het openbaar onderzoek; - Art. 21: over de organisatie van het openbaar onderzoek; - Art. 27: over de inhoud van het gestaafd verzoek tot zelfrealisatie en over de modaliteiten waaraan voldaan dient te worden in het kader van de noodzakelijke zekerheidsstellingen; - Art. 30: over de bekendmaking van het definitieve onteigeningsbesluit; - Art. 53: over de consignatie en de deconsignatie van de provisionele vergoeding; - Art. 58: over de consignatie, de sanctie in geval van laattijdige consignatie en de consignatie van de definitieve vergoeding; - Art. 78: over de afdwingbare overname van het restant.
Op 16 juni 2017 keurde de Vlaamse Regering het besluit tot uitvoering van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten principieel goed en gelastte de minister-president van de Vlaamse Regering: 1° om over voornoemd ontwerp het advies in te winnen van de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, de Vlaamse Woonraad, de Mobiliteitsraad Vlaanderen, de Milieu- en Natuurraad en de Sociaal-Economische Raad Vlaanderen met het verzoek het advies mee te delen binnen een termijn van dertig kalenderdagen;2° met de machtiging om te beoordelen of voornoemde adviezen aanleiding konden geven tot aanpassing van de door de Vlaamse Regering principieel goedgekeurde tekst;3° om over voornoemd ontwerp het advies in te winnen van de Raad van State, met verzoek het advies mee te delen binnen een termijn van 30 dagen, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, op voorwaarde dat de adviezen van de in 2° vermelde adviesraden geen aanleiding geven tot wijziging van de door de Vlaamse Regering principieel goedgekeurde tekst. De volgende adviezen werden ingewacht: Advies van de Vlaamse Woonraad, gegeven op 6 juli 2017;
Advies van de MORA, gegeven op 23 juni 2017;
Advies van de SERV, gegeven op 10 juli 2017;
Advies van de SALV, gegeven op 18 juli 2017;
Advies van de SARO, gegeven op 19 juli 2017;
De Minaraad besliste de adviesvraag niet te behandelen. 2. Bespreking van de adviezen van de Strategische Adviesraden 2.1. Advies van de Vlaamse Woonraad - Punt 3.2. Motivering Artikel 16, eerste lid, van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten verplicht een onteigenende instantie ertoe een schriftelijk aanbod te doen dat objectief en gemotiveerd is. Artikel 7, § 2, specifieert dat in het schriftelijk aanbod melding wordt gemaakt van het bedrag van de aangeboden vergoeding en van haar samenstellende onderdelen. Deze uitvoeringsbepaling doet uiteraard geen afbreuk aan de decretaal opgelegde en algemeen geldende materiële motiveringsplicht. In artikel 7, § 1, wordt overigens uitdrukkelijk naar artikel 16 van het decreet verwezen. Voorts bepaalt artikel 7 § 3, 2°, van het uitvoeringsbesluit dat de onteigenende instantie aantoont dat ze de samenstelling van het aanbod heeft toegelicht als de eigenaar van een te onteigenen onroerend goed of een houder van een met toepassing van artikel 4 van voormeld decreet te onteigenen zakelijk recht daarom heeft verzocht. De "toelichting" waarvan sprake in artikel 7, § 3, 2°, wordt enkel op verzoek van de te onteigenen persoon verstrekt en kan dan ook niet worden beschouwd als de decretaal opgelegde "motivering", waartoe de onteigenende instantie uit eigen beweging, en als algemeen geldend rechtsbeginsel, is gehouden. - Punt 3.3. Convenant Artikel 17 bepaalt de modaliteiten van de noodzakelijke zekerheidsstellingen waarbij de Vlaamse regering vastlegt uit welke mogelijkheden gekozen kan worden. Er is dan ook geen tegenstrijdigheid met het decreet. Artikel 17, 4° biedt alle contractuele vrijheid voor de verzoeker van de zelfrealisatie en dient eerder als een inperking van de bewegingsruimte van de onteigenende instantie beschouwd te worden. - Punt 3.4. Termijnen De onteigenende instantie heeft decretaal de mogelijkheid om de regierol qua termijnen stevig in handen te houden (cfr. art. 29). - Punt 3.5. Openbaar onderzoek Er werd in het ontwerpbesluit bewust gekozen voor een integrale digitale benadering met publicaties op website(s). Deze heeft vandaag een veel grotere penetratiegraad dan de geschreven pers, zeker vertrekkende van de potentieel betrokkenen. Daarnaast blijft er een lokale `papieren aankondiging'. Er is gekozen voor de combinatie van lokale `papieren' aankondiging met een wereldwijd toegankelijke digitale aankondiging, omwille van economische redenen en omwille van efficiëntie. - Punt 3.6. Geldende bestemmingsvoorschriften Het feit dat zowel de geldende bestemmingsvoorschriften als de projectnota worden vermeld, garandeert dat de verzoeker zowel de bestaande regelgeving als de elementen die in de projectnota zijn opgenomen, mee in ogenschouw neemt. Beide dienen steeds samen gelezen te worden. Het spreekt voor zich dat de ultieme toets van het verzoek tot zelfrealisatie aan de projectnota zal gebeuren, zoals vermeld in artikel 12 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten, aangezien het deze is die in openbaar onderzoek wordt gebracht en die het voorwerp van de onteigening vormt. Zie eveneens punt 22 van het advies van de Raad van State en toelichting hierna in deel 3. 2.2. Advies van MORA De Raad formuleerde geen opmerkingen. 2.3. Advies van SERV De SERV heeft geen opmerkingen vanuit sociaaleconomische invalshoek. 2.4. Advies van SALV De SALV is van mening dat dit uitvoeringsbesluit op correcte wijze uitvoering geeft aan het decreet en formuleert in deze fase geen bijkomende bemerkingen. 2.5. Advies van de SARO - Punt 5. De motivering voor artikel 78 is gelijk aan dat van artikel 14, nl. dat deze reeds voldoende in detail behandeld wordt in het decreet zelf en bijgevolg geen verdere uitwerking in het besluit behoeft. - Punt 7. Zie punt 3.4 van de behandeling van het advies van de Vlaamse Woonraad (2.1). - Punt 8. Het decreet geeft duidelijk het belang van onderhandelingen aan door van een onderhandelingsplicht te spreken. De onteigenende instantie zal niet onder deze verplichting uit kunnen. Alle stappen die in het uitvoeringsbesluit werden uitgewerkt volgen hier logisch uit. Naast het principe, zijn de procedurestappen voldoende helder uitgewerkt en bevestigen ze net hoe aan deze plicht kan voldaan worden.
In het geval de eigenaar het voorgelegde PV niet ondertekent, of absoluut niet wenst te onderhandelen (hiervoor moet je minstens met twee zijn), moet de overheid in staat worden gesteld om de onteigeningsprocedure verder te voeren. De opgenomen regeling maakt dit mogelijk. - Punt 9. Er wordt met artikelen 8 en 9 op geen enkele wijze ingegrepen in bestaande wetgeving (zoals bv. de pachtwetgeving), noch wordt er aan bestaande goede praktijken inzake minnelijke schikking geraakt. Dit betekent dat de onteigenende instantie nog steeds met alle betrokken partijen (inbegrepen pachters, huurders, enzo.) moet onderhandelen met het oog op een minnelijke regeling. Zoals SARO zelf ook aangeeft is het de vrederechter die hier - bij eventuele betwisting - uiteindelijk zal oordelen. - Punt 10. `Eigenaar' is duidelijk als begrip. De vele vormen waarin het eigenaarschap worden ingevuld vallen allen hier onder. Alle andere afgeleide gevolgen zoals bv. het verdelen van vergoedingen, gelden niet enkel voor onteigeningen en worden dus via het gemeenrecht behandeld. - Punt 11. Zie punt 3.5 van antwoord op advies Vlaamse Woonraad (2.1). - Punt 12. Er is helemaal geen sprake van een verruiming van het begrip zelfrealisatie: het blijft de eigenaar en hij/zij alleen die het verzoek indient. Het principe aangegeven in puntje 4 van het advies blijft dan ook gehandhaafd. De Saro verwart het betreffende principe met een aantal randvoorwaarden die enkel bij de effectieve realisatie van tel zijn. Het recht tot indienen van een verzoek en het eigendomsrecht an sich blijven ongeschonden. De aangegeven termijn van vijftien dagen mag geen enkel probleem vormen, aangezien de onteigenende instantie bij de opmaak van de projectnota reeds de voorbereiding qua technische of beroepsbekwaamheden heeft doorlopen. - Punt 13. Het feit dat zowel de geldende bestemmingsvoorschriften als de projectnota worden vermeld, garandeert dat de verzoeker zowel de bestaande regelgeving als de elementen die in de projectnota zijn opgenomen, mee in ogenschouw neemt. Beide dienen steeds samen gelezen te worden. Het is immers niet altijd zo dat bestemmingen in een parallelle procedure ook effectief gewijzigd worden. Het spreekt voor zich dat de ultieme toets van het verzoek tot zelfrealisatie aan de projectnota zal gebeuren, zoals vermeld in artikel 12 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten, aangezien het deze is die in openbaar onderzoek wordt gebracht en die het voorwerp van de onteigening vormt. Zie eveneens punt 22 van het advies van de Raad van State en toelichting hierna in deel 3.
Zie ontwikkelde redenering bij puntje 3.6 van het advies Vlaamse Woonraad (2.1). Dezelfde redenering gaat hier op. Deze elementen zullen wél opgenomen dienen te worden in de projectnota, die als basis dient om de zelfrealisatie te beoordelen. De suggestie om het deel over de bereidheid tot zelfrealisatie die in bepaalde gevallen niet meer kan aangetoond worden, wordt reeds gehonoreerd in artikel 25 van het decreet en de bijhorende Memorie van toelichting. - Punt 14. Zie punt 26 advies Raad van State voor wat betreft de eerste opmerking. Voor wat betreft de tweede opmerking, kan geantwoord worden dat we in de minnelijke fase nog niet spreken van `onteigening'. Niettemin worden onderhandelingen vanzelfsprekend gevoerd op basis van objectieve gegevens. Daarbij wordt de doelneutraliteit gerespecteerd.
De minister-president is bijgevolg van oordeel dat de opmerkingen in de adviezen van de strategische adviesraden geen aanleiding geven tot wijziging van het ontwerp. 3. Bespreking van het advies nr.62.053/1 van de Raad van State, gegeven op 3 oktober 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 Op 10 augustus 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed, verzocht om binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `tot uitvoering van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten'. Op vraag van de Raad van State werd de adviestermijn verlengd tot 3 oktober 2017.
De Raad bespreekt naast het inleidend punt 1, de strekking en rechtsgrond van het ontwerpbesluit (punten 2.1 t.e.m. 3.5). Er worden geen opmerkingen geformuleerd. De aangeduide rechtsgronden worden in de aanhef van het besluit opgenomen.
Wat de vormvereisten betreft (punt 4), geven de door de Strategische adviesraden verstrekte adviezen geen aanleiding tot wijziging van het ontwerp.
Bij het onderzoek van de tekst (punten 5 t.e.m. 29) wordt aan de opmerkingen van de Raad van State tegemoet gekomen, behalve de opmerking in punt 10 (artikel 7). Bijgevolg werd de tekst van het ontwerpbesluit aangepast op basis van alle punten van het advies, behalve voor wat betreft punt 10 (artikel 7).
De Raad van State stelt vast dat het geenszins de bedoeling is om in artikel 7 afbreuk te doen aan de motiveringsplicht opgelegd door artikel 16, eerste lid, van het decreet. De "toelichting" waarvan sprake in artikel 7, § 3, 2°, van het ontwerp kan dan ook geenszins worden beschouwd als de decretaal opgelegde "motivering", waartoe de onteigenende instantie uit eigen beweging is gehouden. De Raad van State vindt dat het toch aanbeveling verdient om het onderscheid tussen de motivering en de toelichting beter tot uitdrukking te brengen. De Vlaamse Regering opteert echter voor een ongewijzigd behoud van de ontworpen bepalingen. Het is duidelijk dat de algemene materiële motiveringsplicht, zoals deze geldt voor alle overheidshandelingen, en verwoord wordt in artikel 16 van het onteigeningsdecreet, ter zake zal moeten worden nageleefd en artikel 7, § 2, alleen een verdere detaillering is van artikel 16 van het decreet. In artikel 7, § 1, wordt nog eens uitdrukkelijk verwezen naar het schriftelijk aanbod, in de zin van artikel 16 van het decreet.
Indien de eigenaar of houder van een zakelijk recht daarom verzoekt, kan dit gemotiveerde aanbod (in de zin van artikel 16) verder worden "toegelicht", m.a.w. verder worden uitgelegd, hetgeen in artikel 7 § 3, 2° is opgenomen.
Bij artikel 20 wordt het advies van de Raad gevolgd en de zinsnede herwerkt tot: `met de geldende wetgeving en met de projectnota.' Het feit dat beide aspecten in artikel 20 aan bod komen, garandeert dat de verzoeker zowel de bestaande regelgeving als de elementen die in de projectnota zijn opgenomen, mee in ogenschouw neemt. Beide dienen steeds samen gelezen te worden. Het spreekt voor zich dat de ultieme toets van het verzoek tot zelfrealisatie aan de projectnota zal gebeuren, zoals vermeld in artikel 12 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten, aangezien het deze is die in openbaar onderzoek wordt gebracht en die het voorwerp van de onteigening vormt.
Bij de definitieve goedkeuring worden er ten slotte louter technische correcties aangebracht aan de aanhef en aan artikelen 29 en 39, zonder enige inhoudelijke of beleidsmatige repercussie. De inwerkingtreding wordt omwille van het door de Raad van State gevraagde uitstel tot adviesverlening naar 1 januari 2018 verplaatst (art. 38). 4. Toelichting bij de inhoud van het besluit Het besluit volgt de volgorde van de artikelen van het Onteigeningsdecreet waarin de Vlaamse regering gevat of gemachtigd wordt uitvoeringsbesluiten op te maken. Hoofdstuk 1 behandelt de beveiligde zending, met name de aanvaarde betekeniswijzen waarbij de identiteit van zowel de verzender als de ontvanger en de datum van kennisgeving met zekerheid kunnen worden vastgesteld (art 2. van het Onteigeningsdecreet).
Hoofdstuk 2 werkt de nadere regels uit voor de manier waarop de machtiging aangevraagd en verleend wordt (art. 8 van het Onteigeningsdecreet).
Aangezien de machtigende instantie over volledige informatie dient te kunnen beschikken om een adequaat oordeel te kunnen vormen, werd een lijst van documenten opgesteld die bij het verzoek dienen gevoegd te worden. Binnen de decretaal vastgelegde termijnen, die bewust strak werden gehouden om snel en efficiënt te kunnen werken, wordt een procedure uitgewerkt die de machtiging kan behandelen.
Uitgangspunt bij de opmaak van het decreet blijft de solide voorbereiding en de opmaak van afdoende onderbouwde bestuursdocumenten. De strakke termijnen kunnen gehandhaafd worden bij een efficiënt tijdsmanagement, wat toelaat om pas een openbaar onderzoek te starten als men er helemaal klaar voor is. Ook kan hierbij rekening gehouden met de vergaderagenda van de machtigende instantie.
De samenloop met ruimtelijkeplanningsprocedures die met een strakke timing gepaard gaat, is alleen dan zinvol, wanneer beide procedures door één en dezelfde rechtspersoon gevoerd worden en er vanuit de aard van het dossier een echte meerwaarde bestaat.
Een onteigenende instantie kan ook steeds oordelen dat in functie van de lopende onderhandelingen meer tijd nodig is (cfr. art. 29 laatste lid van het Onteigeningsdecreet).
Hoofdstuk 3 bepaalt nadere regels over de vorm en inhoud van de onderhandelingsplicht, de vorm en de inhoud van het schriftelijk aanbod en de vergoeding (art. 16 van het Onteigeningsdecreet). Telkens wordt een afdeling gewijd aan elk van de onderdelen.
Bij de onderhandelingsplicht is het van belang dat de onteigenende instantie kan aantonen dat er werkelijk onderhandeld werd of een poging daartoe werd ondernemen en dat de onderhandeling desgevallend op objectieve en redelijke argumenten was gestoeld of inhoudelijk zinvol was. Er werd een regeling uitgewerkt voor het geval de te onteigenen eigenaar ultiem het voorgelegde proces verbaal niet wenst te ondertekenen. In dat geval volstaat het dat de onteigenende instantie een beveiligde zending heeft verstuurd.
De tweede afdeling behandelt het schriftelijk aanbod, dat vanuit het oogpunt van een mogelijk aansluitende gerechtelijke procedure, een specifieke plaats inneemt en in die zin verschilt van de onderhandelingsplicht an sich.
Wanneer er een ondertekend proces-verbaal bestaat van de mondelinge toelichting van het schriftelijk aanbod, vervalt de noodzaak en dus de eis voor een bewijs van onderhandelen of de poging daartoe (afdeling 1).
Paragraaf 5 van artikel 7 werd opgenomen, voor het geval de te onteigenen eigenaar ultiem het voorgelegde proces verbaal niet wenst te ondertekenen. In dat geval volstaat het dat de onteigenende instantie een beveiligde zending heeft verstuurd.
De derde afdeling handelt over de vergoeding in het kader van onderhandelingen met het oog op het minnelijk verwerven van het goed of zakelijk recht. In deze fase van onderhandeling spreken we nog niet van een onteigening.
Naast de vergoeding die direct gelieerd is aan het afstand doen van het goed of het recht, kan er ook een vergoeding aan de houder van een persoonlijk of ander zakelijk recht worden gegeven. Punt 2° van artikel 8 is in die zin belangrijk om aan alle houders van persoonlijke rechten of andere zakelijke rechten een positie binnen de onderhandelingen te geven.
Het is aangewezen er op te wijzen dat met artikelen 8 en 9 op geen enkele wijze wordt ingegrepen in bestaande wetgeving, noch wordt er aan bestaande goede praktijken inzake minnelijke schikking geraakt.
Dit betekent dat de onteigenende instantie nog steeds met alle betrokken partijen (inbegrepen pachters, huurders, enzo.) moet onderhandelen met het oog op een minnelijke regeling. Deze vergoeding wordt rechtstreeks aan de betrokken houder van een persoonlijk recht of van een ander zakelijk recht gestort. De voorliggende regeling raakt niet aan de bestaande pachtwetgeving. Verder blijft het gemeenrecht van toepassing.
Hoofdstuk 4 bepaalt nadere regels over de aankondiging, de bekendmaking en de organisatie van het openbaar onderzoek (artikelen 17, 20 en 21 van het Onteigeningsdecreet). De eerste afdeling geeft aan dat, wanneer geopteerd wordt voor een samenlopende procedure, de in het kader van de ruimtelijkeplanningsprocedure geldende regeling van toepassing is (artikel 10).
Bij de aankondiging van het openbaar onderzoek (artikel 11) werd zoveel mogelijk gerefereerd naar de bestaande regelingen inzake openbaar onderzoek, zoals de VCRO, en daar waar mogelijk vereenvoudigd. Vanuit het werkveld werd gevraagd een zekere vorm van publicatie op papier te behouden omwille van het gelijkheidsbeginsel én om te bewijzen dat de overheid ter zake inspanningen voldoende heeft geleverd om mogelijk onvindbare eigenaars op te sporen. Dit is het geval voor de berichtgeving in lokale drukwerken in plaats van nationale kranten.
In de twee volgende afdelingen worden respectievelijk de aanplakking van een affiche (afdeling 2) en de publicatie op de website en op het digitaal uitwisselingsplatform (afdeling 3) behandeld.
De modaliteiten voor aanplakking van een affiche werden eenvoudig omschreven, zonder al te zeer in detail te gaan. Naast de fysieke analoge aankondiging, worden de aankondigingen en de bijhorende documenten op de websites en op het digitaal uitwisselingsplatform voor onteigeningen gepubliceerd.
Hoofdstuk 5 gaat over het gestaafd verzoek tot zelfrealisatie (art. 27 van het Onteigeningsdecreet).
De inhoudelijke vereisten van het tweede of gestaafd onderzoek tot zelfrealisatie zijn drievoudig: 1° volle eigenaar zijn van het te onteigenen goed of beschikken over een zakelijk recht hierop indien dit zakelijk recht het voorwerp van de onteigening is, en dit door middel van een officiële akte;2° over voldoende financiële en economische draagkracht beschikken om tot zelfrealisatie over te gaan;3° de technische of beroepsbekwaamheid hebben om tot zelfrealisatie over te gaan; Zowel het aantonen van de financiële en economische draagkracht als van de technische bekwaamheid zijn geïnspireerd door de relevante bepalingen uit de geldende regelgeving inzake overheidsopdrachten, met uitzondering van de optie van een bankgarantie. De keuze hiervoor is gebaseerd op drie centrale overwegingen: o In geval van een daadwerkelijke onteigening en daarop volgende realisatie van het onteigeningsdoel zou de onteigenende instantie alsnog gebruik maken van de regelgeving inzake overheidsopdrachten voor het aantrekken van aannemers, leveranciers en dienstverleners; o De regelgeving inzake overheidsopdrachten heeft zijn meerwaarde voor de overheid reeds bewezen bij de beoordeling van de financiële en economische draagkracht en technische bekwaamheid van de uitvoerders van overheidsopdrachten; o De regelgeving inzake overheidsopdrachten voor de beoordeling van de financiële en economische draagkracht en technische bekwaamheid van de uitvoerders van overheidsopdrachten is reeds goed gekend bij de uitvoerders van overheidsopdrachten, zodat er voor hen weinig nieuwe nalevingskosten ontstaan.
In uitvoering van artikel 26 van het Onteigeningsdecreet bevat het besluit tenslotte vier mogelijkheden van zekerheidsstelling waaruit bij de opmaak van het zelfrealisatieconvenant moet gekozen worden: een bankgarantie, een zakelijke zekerheidsstelling, een persoonlijke zekerheidsstelling of andere contractuele documenten, die gelijke waarborgen als de drie voorgaande bieden.
Er wordt een specifieke bepaling opgenomen waarbij de onteigenende instantie binnen de vijftien dagen na de indiening van het initieel verzoek tot zelfrealisatie moet aangeven welke concrete bewijzen inzake technische of beroepsbekwaamheid door de verzoeker moeten geleverd worden "in functie van de aard, hoeveelheid belangrijkheid en doel van de zelfrealisatie" (artikel 18). Dit geeft de onteigenende instantie de mogelijkheid om de juiste bewijsvereisten geval per geval te bepalen, uiteraard met voldoende motivering en in alle redelijkheid.
Hoofdstuk 6 stelt de oprichting van een digitaal uitwisselingsplatform voor onteigeningen voorop. Er wordt immers gekozen voor een digitale afhandeling van de onteigeningsprocedure. Op het specifiek digitaal uitwisselingsplatform voor onteigeningen kunnen niet alleen alle overheden binnen het Vlaams gewest terecht, maar kan de burger ook bv. zijn bezwaren indienen. Voor alle betrokkenen kan dit digitaal uitwisselingsplatform de papieren procedure vervangen.
Hoofdstuk 7 behandelt de bekendmaking van het definitief onteigeningsbesluit (art. 30 van het Onteigeningsdecreet).
Hoofdstuk 8 werkt de consignatie en deconsignatie van zowel de provisionele als definitieve vergoeding uit (art. 53 en art. 58 van het Onteigeningsdecreet).
Het uitvoeringsbesluit regelt de consignatie en deconsignatie in de Deposito- en Consignatiekas van enerzijds de provisionele vergoeding en anderzijds de eventuele bijkomende vergoeding die de onteigenende instantie zal moeten storten indien de definitieve vergoeding meer bedraagt dan de provisionele vergoeding.
Na de storting van de provisionele vergoeding moet de Deposito- en Consignatiekas een voor eensluidend verklaard afschrift van deze storting aan de onteigenende instantie bezorgen.
Vervolgens zal de onteigenende instantie dit afschrift, het vonnis (dat ze heeft laten overschrijven door de hypotheekbewaarder) en het door haar opgevraagde hypothecair getuigschrift overmaken aan de Deposito- en Consignatiekas.
De Deposito- en Consignatiekas zal hierna op aanvraag van de onteigende het bedrag vrijgeven op voorwaarde dat er geen hypothecaire inschrijving, beslag, verzet of andere bezwarende belemmeringen tegen de gestorte sommen bestaan.
Na de storting van de eventueel bijkomende vergoeding, worden dezelfde stappen doorlopen, met dat verschil dat het hypothecair getuigschrift dan niet meer moet worden voorgelegd.
De onteigende kan ervoor opteren de provisionele vergoeding niet op te vragen en te wachten op het vonnis over de definitieve vergoeding. Bij het opvragen van de eventueel bijkomende vergoeding, zal de onteigende dan wel nog het hypothecair getuigschrift moeten voorleggen.
Er wordt verder nog een sanctie voorzien voor het geval dat de onteigenende instantie nalaat de eventueel bijkomende vergoeding te storten. Deze sanctie bestaat uit de mogelijkheid voor de onteigende om te eisen dat de onteigenende instantie het gebruik van het onteigende goed of zakelijk recht schorst. De onteigende kan zich hiervoor tot een gerechtsdeurwaarder richten die op basis van het vonnis kan uitvoeren. De reden dat er inzake de provisionele vergoeding geen sanctie wordt voorzien, is het feit dat de onteigenende instantie er zelf baat bij zal hebben om deze vergoeding tijdig te storten omdat de inbezitneming hieraan gekoppeld is.
Hoofdstuk 9 bevat de wijzigingsbepalingen.
In de respectievelijke afdelingen worden binnen de artikelen 28 t.e.m. 37 de volgende besluiten terminologisch aangepast aan het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten: -
besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
01/07/1997
pub.
01/10/1997
numac
1997036164
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
sluiten tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten -
besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
12/10/2007
pub.
07/12/2007
numac
2007036959
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode
sluiten tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode -
besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
05/06/2009
pub.
04/09/2009
numac
2009203709
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen
sluiten tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen -
besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
24/07/2009
pub.
22/01/2010
numac
2010035060
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003
sluiten tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht, de vergoedingsplicht en de afbakening van overstromingsgebieden van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 -
besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
19/08/1997
numac
1997036023
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
sluiten1 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges: o in dit besluit wordt in artikel 4 en 54 een verwijzing naar het Onteigeningsdecreet opgenomen. In artikel 19 wordt toegevoegd dat er slechts een afschrift van het verzoekschrift aan de belanghebbenden bij de zaak moet worden betekend als de belanghebbenden kunnen worden bepaald op basis van het verzoekschrift en de bijkomende overtuigingsstukken. Het is immers op dat ogenblik in de procedure nog niet mogelijk om iedere belanghebbende in het administratief dossier te contacteren, aangezien dat dossier pas op een later tijdstip aan de RvVb wordt overgemaakt. -
besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
19/08/1997
numac
1997036023
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
sluiten2 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering.
Hoofdstuk 10 bevat de slotbepalingen. Artikel 38 heft bestaande regelingen op, terwijl artikel 39 de datum van inwerkingtreding van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten en van dit besluit vaststelt op 1 januari 2018.
Gelet op de afhankelijkheid van de beschikbaarheid van het digitale platform, wordt hier de inwerkingtreding voor een aantal artikelen die specifiek van toepassing zijn op deze beschikbaarheid naar achter geschoven. De inwerkingtreding hiervan wordt gedelegeerd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer.
De betrokken ministers worden -elk wat zijn of haar bevoegdheid betreft- belast met de uitvoering van dit besluit in artikel 40.
Er worden geen uitvoeringsmodaliteiten uitgewerkt voor de vorm en de inhoud van het onteigeningsbesluit (art. 14 van het Onteigeningsdecreet) aangezien het decreet zelf en de bijhorende memorie van toelichting dit in extenso behandelen. Ze verschaffen voldoende duidelijkheid ter zake.
Ook voor de afdwingbare overname van het restant (art. 78 van het Onteigeningsdecreet) worden er geen verdere bepalingen uitgewerkt.
Brussel, 27 oktober 2017.
De Minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed, G. BOURGEOIS De Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Begroting, Financiën & Energie, B. TOMMELEIN De Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en armoedebestrijding, L. HOMANS De Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn, B. WEYTS De Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE
ADVIES 62.053/1 VAN 3 OKTOBER 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING `TOT UITVOERING VAN HET VLAAMS ONTEIGENINGS
DECREET VAN 24 FEBRUARI 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten' Op 10 augustus 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed, verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 3 oktober 2017, een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `tot uitvoering van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten'.
Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 28 september 2017 .
De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Chantal Bamps, staatsraden, Michel Tison en Johan Put, assessoren, en Greet Verberckmoes, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Pierrot T'Kindt, auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 3 oktober 2017. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 2.1. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering strekt er in de eerste plaats toe uitvoering te geven aan het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten. Die uitvoering betreft voornamelijk de volgende bepalingen van dat decreet: - artikel 2, 1°, c), over de betekeningswijzen die worden toegelaten als beveiligde zending (artikelen 1 en 21, tweede lid, van het ontwerp); - artikel 8, vierde lid, over de manier waarop de machtiging tot onteigening wordt aangevraagd en verleend (artikelen 2 tot 5 van het ontwerp); - artikel 16, tweede lid, over de vorm en de inhoud van de onderhandelingsplicht en het schriftelijk aanbod (artikelen 6 en 7 van het ontwerp); - de artikelen 17, tweede lid, 20, derde lid, en 21, § 3, tweede lid, over de aankondiging, de bekendmaking en de organisatie van het openbaar onderzoek (artikelen 11 tot 13 en 21 van het ontwerp); - artikel 27, over de inhoud van het gestaafde verzoek tot zelfrealisatie en over de modaliteiten waaraan voldaan dient te worden in het kader van de noodzakelijke zekerheidsstellingen (artikelen 14 tot 20 van het ontwerp); - artikel 30, tweede lid, over de bekendmaking van het definitieve onteigeningsbesluit (artikelen 21 en 22 van het ontwerp); - artikel 53, vierde lid, over de consignatie en de deconsignatie van de provisionele vergoeding (artikelen 23 en 24 van het ontwerp); - artikel 58, § 2, vijfde lid, over de consignatie, de sanctie in geval van laattijdige consignatie en de deconsignatie van de definitieve vergoeding (artikelen 25 tot 27 van het ontwerp). 2.2. Voorts bevat het ontwerp ook een aantal wijzigingsbepalingen waarbij verschillende besluiten van de Vlaamse Regering op technisch en terminologisch vlak worden aangepast aan de nieuwe Vlaamse regelgeving inzake onteigening. Die aanpassingen behelzen: - de vervanging van artikel 3, § 1, 2°, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
01/07/1997
pub.
01/10/1997
numac
1997036164
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
sluiten `tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten' (artikel 28 van het ontwerp); - een wijziging van artikel 19, derde lid, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
12/10/2007
pub.
07/12/2007
numac
2007036959
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode
sluiten `tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode' (artikel 29 van het ontwerp); - wijzigingen van de artikelen 3, eerste lid, 4°, en 7, § 1, 1°, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
05/06/2009
pub.
04/09/2009
numac
2009203709
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen
sluiten `tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen' (artikelen 30 en 31 van het ontwerp); - de opheffing van artikel 2 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
24/07/2009
pub.
22/01/2010
numac
2010035060
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003
sluiten `tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht, de vergoedingsplicht en de afbakening van overstromingsgebieden van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003' (artikel 32 van het ontwerp); - een wijziging van artikel 18, derde lid, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012 (artikel 33 van het ontwerp); - wijzigingen van de artikelen 4, 19, 2°, en 54 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
19/08/1997
numac
1997036023
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
sluiten1 `houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges' (artikelen 34 tot 36 van het ontwerp); - de opheffing van artikel 13, eerste lid, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
19/08/1997
numac
1997036023
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
sluiten2 `tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering' (artikel 37 van het ontwerp). 2.3. Tot slot wordt nog voorzien in de opheffing van het
besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
19/08/1997
numac
1997036023
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
sluiten0 `inzake onteigeningen ten algemene nutte ten behoeve van de gemeenten, de provincies, de autonome gemeentebedrijven, de autonome provinciebedrijven, de OCMW's, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen' en van de daarop betrekking hebbende omzendbrief BB 2011/5 van dezelfde datum (artikel 38 van het ontwerp). 2.4. De datum van inwerkingtreding van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten en van het ontworpen besluit wordt vastgesteld op 1 november 2017, behalve voor de bepalingen van dat laatste die betrekking hebben op het digitale platform, waarvoor een lid van de Vlaamse Regering ertoe wordt gemachtigd om de inwerkingtredingsdatum te bepalen (artikel 39 van het ontwerp). 3.1. Onder voorbehoud van de hierna volgende opmerking, wordt voor de hoofdstukken 1 tot 8 van het ontwerp rechtsgrond geboden door de voormelde bepalingen van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten die met het ontwerp worden uitgevoerd (zie randnr. 2.1). 3.2. De artikelen 8 en 9 van het ontwerp houden verband met de artikelen 15 en 16 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017. Voor die artikelen van het ontwerp is er geen uitdrukkelijke decretale machtiging aan de Vlaamse Regering voorhanden, maar kan rechtsgrond worden gevonden in de algemene uitvoeringsbevoegdheid waarover de Vlaamse Regering beschikt op grond van artikel 20 van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten `tot hervorming der instellingen', gelezen in samenhang met de voornoemde decreetsbepalingen. 3.3. De wijzigingsbepalingen in hoofdstuk 9 van het ontwerp vinden achtereenvolgens rechtsgrond in: - artikel 3, § 4, van het decreet van 19 april 1995 `houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten' (afdeling 1); - de artikelen 94, eerste lid (1), en 95, § 1, vierde lid, 3°, en vijfde lid, van het
decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
19/08/1997
numac
1997036023
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
sluiten `houdende de Vlaamse Wooncode' (afdeling 2); - artikel 59, eerste lid, van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten (afdeling 3); - artikel 11 van het
decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003201696
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het integraal waterbeleid
sluiten `betreffende het integraal waterbeleid', zoals gewijzigd bij artikel 94 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten, gelezen in samenhang met de artikelen 6, 1°, 8, eerste lid, en 9, eerste lid, van dat decreet en met artikel 20 van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten (afdeling 4); - artikel 65, vierde lid, van de Vlaamse Wooncode (afdeling 5); - de artikelen 10, zesde lid, 17, inleidende zin, 1° tot en met 4°, 6° en 7°, 19, 20, derde en vierde lid, 39, § 4, 40, §§ 3 en 5, vierde lid, 41, zevende lid, 42, § 5, 43, vierde lid, en 45 van het
decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
04/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014035564
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges
sluiten `betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges' (afdeling 6); - de artikelen 6, 1°, 8 en 9 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten, gelezen in samenhang met artikel 20 van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten (afdeling 7). 3.4. Laatstgenoemde bepalingen vormen eveneens de rechtsgrond voor de opheffingsbepalingen in artikel 38 van het ontwerp. 3.5. Artikel 125 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten vormt de rechtsgrond voor de vaststelling van de datum van inwerkingtreding van dat decreet bij artikel 39, eerste lid, 1°, van het ontwerp.
Vormvereisten 4. De Vlaamse Regering heeft op 16 juni 2017 haar principiële goedkeuring gehecht aan het ontwerp en tegelijk opdracht gegeven aan de minister-president om het advies te vragen van zes strategische adviesraden, hem gemachtigd te beoordelen of de verkregen adviezen aanleiding kunnen geven tot aanpassing van het principieel goedgekeurde ontwerp en hem gelast het advies in te winnen van de Raad van State op voorwaarde dat de adviezen van de bedoelde adviesraden geen aanleiding geven tot wijziging van die tekst. Volgens de gemachtigde is de minister-president van oordeel dat de opmerkingen in de adviezen van de strategische adviesraden geen aanleiding geven tot wijziging van het ontwerp. Mocht de Vlaamse Regering naar aanleiding van de definitieve goedkeuring van het te nemen besluit van oordeel zijn dat er ten gevolge van de voornoemde adviezen wel degelijk wijzigingen dienen te worden aangebracht aan het ontwerp, dan dienen die wijzigingen nog om advies te worden voorgelegd aan de Raad van State, afdeling Wetgeving.
Onderzoek van de tekst Voorafgaande opmerking 5. Bij het ontwerp, zoals het aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, is voorgelegd, is een "nota aan de Vlaamse Regering" gevoegd, waarin toelichting wordt gegeven bij de inhoud van de ontworpen regeling.Gelet op het feit dat die regeling kan worden beschouwd als de basisuitvoering van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten, verdient het aanbeveling de voormelde nota om te werken tot een verslag aan de Vlaamse Regering, dat samen met het advies van de Raad van State over het ontwerp van besluit en het besluit zelf in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Dit zou een goed begrip van de draagwijdte van het te nemen besluit en inzonderheid van de verhouding ervan tot het ermee uit te voeren basisdecreet ten goede komen.
Aanhef 6. De verwijzingen naar de rechtsgrond biedende bepalingen voor het ontwerp dienen te worden aangepast overeenkomstig hetgeen hiervoor met betrekking tot de rechtsgrond is opgemerkt (zie de opmerkingen 3.1 tot 3.5). 7. Voorts dient in de aanhef een lid te worden ingevoegd waarin wordt verwezen naar het akkoord dat de Vlaamse minister die bevoegd is voor de begroting heeft verleend op 16 juni 2017, en dient de verwijzing naar de door de strategische adviesraden uitgebrachte adviezen nog te worden aangevuld.Wat dit laatste betreft, dient dan tevens te worden vermeld dat de Minaraad heeft beslist om de adviesaanvraag niet te behandelen.
Artikel 6 8. In artikel 6, eerste lid, 1°, van het ontwerp schrijve men "de eigenaar van het te onteigenen onroerend goed of de houder van het met toepassing van artikel 4 van het voormelde decreet te onteigenen zakelijk recht" (niet: "de eigenaar van het te onteigenen onroerend goed of de houder van het te onteigenen zakelijk recht dat met toepassing van artikel 4 van voormelde decreet zou worden onteigend").9. In artikel 6, eerste lid, 2°, van het ontwerp kan ter wille van de duidelijkheid beter worden geschreven "de vergoeding om het te onteigenen onroerend goed of zakelijk recht minnelijk te verwerven" (niet: "de vergoeding") (2). Artikel 7 10. Artikel 16, eerste lid, van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten verplicht een onteigenende instantie ertoe aan wie zij wenst te onteigenen een schriftelijk aanbod te doen dat objectief en gemotiveerd is. Artikel 7, § 2, van het ontwerp bepaalt dat in het schriftelijk aanbod melding wordt gemaakt van het bedrag van de aangeboden vergoeding en van haar samenstellende onderdelen. Artikel 7, § 3, 2°, van het ontwerp bepaalt dat de onteigenende instantie aantoont dat ze de samenstelling ervan heeft toegelicht als de eigenaar van een te onteigenen onroerend goed of een houder van een met toepassing van artikel 4 van voormeld decreet te onteigenen zakelijk recht daarom heeft verzocht.
Gevraagd naar de wijze waarop de voornoemde ontworpen bepalingen zich verhouden tot artikel 16, eerste lid, van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "Art. 16 van het decreet geeft aan dat het schriftelijk aanbod `gemotiveerd' moet zijn. Art. 7, § 2 van het besluit detailleert verder, nl. `Het schriftelijk aanbod bevat het bedrag van de aangeboden vergoeding en van haar relevante onderdelen.' Maar dit doet uiteraard geen afbreuk aan het decreet dat de motivering vooropstelt.
Hier wordt in artikel 7 § 1 uitdrukkelijk naar verwezen." Uit dit antwoord kan worden afgeleid dat aan de voornoemde ontworpen bepalingen geenszins de bedoeling voorligt om afbreuk te doen aan de motiveringsplicht opgelegd door artikel 16, eerste lid, van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten. De "toelichting" waarvan sprake in artikel 7, § 3, 2°, van het ontwerp, die immers enkel op verzoek van de te onteigenen persoon wordt verstrekt, kan dan ook geenszins worden beschouwd als de decretaal opgelegde "motivering", waartoe de onteigenende instantie uit eigen beweging is gehouden. Het verdient aanbeveling om het onderscheid tussen de motivering en de toelichting beter tot uitdrukking te brengen in de voornoemde ontworpen bepalingen.
Artikelen 8 en 9 11. Voor zover gevolg wordt gegeven aan opmerking 9, schrijve men in de inleidende zin van artikel 8 en in artikel 9, eerste lid, van het ontwerp "de vergoeding, vermeld in artikel 6, eerste lid, 2°, " (niet: "de vergoeding").12. In artikel 8, 2°, van het ontwerp schrijve men, gelet op het bepaalde in artikel 8, 1°, "de houder van een ander zakelijk recht of van een persoonlijk recht" (niet: "de houder van een zakelijk of persoonlijk recht"). Artikel 11 13. De redactie van artikel 11, 1° tot 4°, van het ontwerp kan worden verbeterd als volgt: "1° de aanplakking van een affiche op de plaats waar het te onteigenen onroerend goed of het goed waarop het te onteigenen zakelijk recht rust, is gelegen, conform artikel 12;2° de bekendmaking, conform artikel 13, op de website van: a) de gemeente waar het te onteigenen onroerend goed of het goed waarop het te onteigenen zakelijk recht rust, is gelegen;b) de onteigenende instantie;3° de bekendmaking op het digitaal uitwisselingsplatform voor onteigeningen, vermeld in artikel 21 en conform artikel 13; 4° een individuele kennisgeving, conform artikel 18 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
25/04/2017
numac
2017040219
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut
type
decreet
prom.
24/02/2017
pub.
15/03/2017
numac
2017011135
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
sluiten;".
Opschrift hoofdstuk 4, afdeling 3 14. Gelet op de inhoud van artikel 13 van het ontwerp, schrijve men als opschrift van hoofdstuk 4, afdeling 3, van het ontwerp: "Publicatie op de website en op het digitaal uitwisselingsplatform voor onteigeningen". Artikel 13 15. In artikel 13, eerste lid, van het ontwerp schrijve men "de gemeente waar het te onteigenen onroerend goed of het goed waarop het te onteigenen zakelijk recht rust, is gelegen" (niet: "de gemeente waarbinnen het te onteigenen goed of de te onteigenen goederen of zakelijke rechten in geval van toepassing van artikel 4 van het Vlaams Onteigenings
decreet van 24 februari 2017Relevante gevonde …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.