📄 Wettekst
5 JULI 2018. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van diverse bepalingen terzake
De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, inzonderheid op de artikelen 3, 5, 9, gewijzigd bij het decreet van 10 mei 2012, en artikel 19, laatst gewijzigd bij het decreet van 10 mei 2012;
Gelet op het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning, artikel 3, gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2005, artikel 17, laatst gewijzigd bij het decreet van 21 juni 2012, en artikel 83, gewijzigd bij het decreet van 20 juli 2016;
Gelet op Boek I van het Milieuwetboek, artikel D.66, § 2, gewijzigd bij het
decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/05/2018
pub.
06/06/2018
numac
2018202802
bron
waalse overheidsdienst
Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen
sluiten, en artikel D.140, § 1, gewijzigd bij het
decreet van 22 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/07/2010
pub.
05/08/2010
numac
2010027173
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende goedkeuring van het avenant van 30 april 2010 aan het samenwerkingsakkoord van 30 mei 2005 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de meerwaardeneconomie
type
decreet
prom.
22/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010204226
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende wijziging van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
sluiten;
Gelet op het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, artikel D.II.33;
Gelet op het
decreet van 1 maart 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
01/03/2018
pub.
22/03/2018
numac
2018070014
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende bodembeheer en bodemsanering
sluiten betreffende bodembeheer en bodemsanering, de artikelen 4, 5 en 127, § 2;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 juli 2017;
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 20 juli 2017;
Gelet op het rapport opgesteld op 11 januari 2018 overeenkomstig artikel 3, 2°, van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/04/2014
pub.
06/06/2014
numac
2014203532
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen
sluiten houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
Gelet op advies nr. 63.146/4 van de Raad van State, gegeven op 14 mei 2018, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het advies van de "Union des Villes et Communes de Wallonië" (Unie van de steden en gemeenten van Wallonië), gegeven op 1 september 2017;
Gelet op het advies van de Beleidsgroep Leefmilieu, gegeven op 26 september 2017;
Gelet op het advies van de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening, gegeven op 29 september 2017;
Gelet op het geheel van de raadplegingen;
Gelet op het advies van het Technisch comité van de Sectorovereenkomst tussen de "Confédération Construction wallonne" en de Regering, gegeven op 4 september 2017;
Gelet op het advies van de "Confédération Construction wallonne" en de Regering, gegeven op 14 september 2017;
Gelet op het advies van de "Commission régionale d'avis pour l'exploitation des carrières", (Gewestelijke adviescommissie voor de uitbating van de groeven) gegeven op 2 oktober 2017;
Overwegende dat het beheer van grond in een optiek van geïntegreerde aanpak van preventie en vermindering van de verontreinigingen georganiseerd moet worden;
Overwegende dat een samenhang verzekerd moet worden tussen de normen en methodologieën die van toepassing zijn op valorisatie van aarde op en in de bodem, en de normen die zijn vastgesteld bij het decreet betreffende bodembeheer en bodemsanering;
Overwegende dat de gevallen waarin een analyse van de grond en/of traceerbaarheid van de grond vereist is, alsmede de modaliteiten nader bepaald moeten worden;
Gelet op het grote aantal interveniënten in het kader van afgravings- en opvullingswerken van sites en de noodzaak om de respectievelijke rechten en plichten van de verschillende partijen vast te stellen;
Gelet op de noodzaak om een drempel vast te stellen waaronder de vrijstelling van milieuvergunning voorzien voor de nuttige toepassing van afvalstoffen overeenkomstig artikel 3 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen van toepassing is, en waarboven een milieuverklaring of -vergunning daarentegen gerechtvaardigd is voor opvullingsactiviteiten;
Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu;
Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Onverminderd de begripsomschrijvigen van het
decreet van 1 maart 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
01/03/2018
pub.
22/03/2018
numac
2018070014
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende bodembeheer en bodemsanering
sluiten betreffende bodembeheer en bodemsanering wordt, voor de toepassing van dit besluit, verstaan onder: 1° decreet: het decreet van 1 maart 2008 betreffende bodembeheer en bodemsanering;2° "CWEA" het « Compendium wallon des méthodes d'échantillonnage et d'analyse » (Waalse compendium van de staalnemings- en analysemethodes) bedoeld in artikel 18 van het decreet;3° invaderende niet-inheemse plantensoort: de invaderende niet-inheemse plantensoort waarvan de introductie, de handhaving of de verspreiding in de natuur een bedreiging vormt voor de instandhouding van de biodiversiteit en de werking van ecosystemen of voor andere aspecten van de milieubescherming in de zin van Verordening (EU) nr. 1143/2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten; 4° "GRGT" de "Guide de Référence relatif à la Gestion des Terres" (Referentiehandleiding betreffende het Bodembeheer);5° vergunde installatie: de installatie voor de tijdelijke opslag, voor de sortering-verzameling, voor de voorbehandeling en/of de behandeling van grond, die toegelaten is overeenkomstig het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning, het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen of elke gelijkwaardige wetgeving van een ander gewest of van een ander land; 6° referentielaboratorium: het "Institut scientifique de service public" (Openbaar wetenschappelijk instituut) opgericht bij het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van een "Institut scientifique de service public" (Openbaar wetenschappelijk instituut) in het Waalse Gewest (I.S.S.E.P.); 7° opdrachtgever : de natuurlijke of rechtspersoon die de werken onder of op de bodem opstart en uitvoert of laat uitvoeren;8° grondverzet: de verplaatsing van grond vanaf de site van oorsprong, de installatie voor de productie van vegetale dekaarde of de toegelaten installatie naar een ontvangende site of een toegelaten installatie;9° kennisgeving: de geformaliseerde communicatie van gegevens betreffende de hergroepering, de beweging of de ontvangst van grond overeenkomstig hoofdstuk 5;10° opvolgingsorganisme : het organisme of de organismen waaraan één of meerdere opvolgingsopdrachten in het beheer van de grond toevertrouwd zijn overeenkomstig artikel 29, tweede lid;11° wegplatform: het in bijlage 1 geschematiseerde platform;12° verslag over de bodemkwaliteit: het in artikel 9, tweede lid, bedoeld verslag dat de gegevens omvat, waarmee de herkomst en de kwaliteit van uitgegraven bodem die gebruikt moet worden, geïdentificeerd kunnen worden, met inbegrip van de analyses waarvan bedoelde bodem het voorwerp heeft uitgemaakt;13° samenbrengen van grond: verzameling op de site van oorsprong van partijen van afgegraven grond die van tevoren het voorwerp heeft uitgemaakt van afzonderlijke getuigschriften voor de controle op de grondkwaliteit of verzameling van partijen van afgegraven grond, van ontsmette grond of van grond van de plantaardige productie binnen een toegelaten installatie;14° opvulling: behandeling voor nuttige toepassing waarbij grond en natuurlijke steenachtige stoffen gebruikt worden voor herstellingen in uitgegraven gebieden of, in engineering, voor werken voor landschappelijke inrichting;15° site van oorsprong;terrein waar de afgegraven grond wordt uitgegraven; 16° ontvangende site: terrein waarop de grond wordt gebruikt.De site bestemd voor meerdere gebruiken wordt verdeeld volgens de gebruiken; 17° verdachte site: terrein waarvoor de databank betreffende de toestand van de bodem gegevens van 1ste, 2de en 3de categorie in de zin van artikel 12 van het decreet omvat of waarvoor een verontreiniging, met inbegrip van de asbestaanwezigheid, in de zin van artikel 80 van het decreet ontdekt wordt of waarvoor een installatie of een activiteit die een risico voor de bodem vertoont, wordt uitgeoefend;18° grond: de vaste stof die de bodem vormt, die gebruikt wordt bij het afgraven, groeperen, voorbehandelen, behandelen of wassen;19° afgegraven grond: de grond gebruikt in het kader van de inrichting van sites, van opbouwwerken en werken inzake civiele bouwkunde en van de sanering van terreinen;20° grond van plantaardige producties;grond uit het wassen of de mechanische behandeling op vibrerende tafel van suikerbieten, aardappelen en andere producties van akkerbouwmatig geteelde groenten; 21° wegengrond: de afgegraven grond gebruikt tijdens werken betreffende een weg of tijdens werken uitgevoerd op de bedding of op de voormalige bedding van spoorlijnen of van onverharde spoorlijnen of de berm van een dergelijke bedding;22° soort gebruik;het gebruik dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 wordt bepaald; 23° het minder gevoelig gebruik: het gebruik wanneer de grond van een soort gebruik I naar een soort gebruik II, III, IV of V, van een soort gebruik II naar een soort gebruik III, IV of V, van een soort gebruik III naar een soort gebruik IV of V, of van een soort gebruik IV naar een soort V overgaat;24° gebruik van grond: opvulling en elke andere bekleding van oppervlakten van een terrein met grond, met uitzondering van de toepassing van kruidige tapijten bestemd voor de inzaaiing met gras, en van planten in container;25° verwerker: persoon die zorgt voor de nuttige toepassing van de afvalstoffen overeenkomstig het besluit van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt;26° weg: de weg van het Waals gemeentelijk of gewestelijk openbaar domein die bestemd is voor het landverkeer, met inbegrip van degene die bestemd is om opgenomen te worden in het openbaar domein en bestaande uit ruimtes en wegen bestemd voor het openbaar verkeer via enigerlei verplaatsingswijze, alsook de aanhorigheden en de desbetreffende ondergrondse ruimte;27° Administratie: het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;28° Minister : de Minister bevoegd voor Leefmilieu. Wat 15° betreft, wordt de site van oorsprong geografisch afgebakend door de omtrek van het project toegelaten bij een stedenbouwkundige vergunning, een globale vergunning of een geïntegreerde vergunning.
Indien geen vergunning wordt vereist, wordt de afbakeling door het project bepaald.
Wat 17° betreft, vormt de installatie of de activiteit vermeld in de lijst die overeenkomstig artikel 24 van het decreet door de Regering wordt bepaald, of bij gebrek aan een dergelijke lijst, de installatie of de activiteit vermeld in bijlage 6 bij het decreet, een risico voor de bodem. Bij wijze van uitzondering zijn de percelen niet verdacht, waarvoor een getuigschrift van controle op de bodem of een getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit is toegekend en niet wijst op een residuele verontreiniging voor het(de) betrokken gebruik(en) voor zover: 1° geen bodemverontreiniging zich na de afgifte van het getuigschrift heeft voorgedaan;2° geen activiteit die een risico voor de bodem vormt, meer dan vijf jaar na de afgifte van het getuigschrift is uitgeoefend;3° alle verontreinigingen onderzocht zijn. Wat 18° betreft, omvatten de voorbehandeling en de behandeling verschillende verrichtingen zoals de sortering, het zeven of de ontsmetting van gronden of de behandeling van de plantaardige productie onttrokken aan de grond.
Wat 23° betreft, is de strengste norm van toepassing op de twee soorten gebruik indien normen voor een parameter strenger zijn voor een minder gevoelige soort gebruik dan voor een meer gevoelige soort gebruik.
Wat 27° betreft, betreffen de aanhorigheden alle gedeelten van de wegen en bermen, met inbegrip van de taluds of bermen in het wegplatform; ze kunnen in het "GRGT" nader bepaald worden.
De bepalingen van dit besluit worden aangevuld met de volgende bijlagen:
Bepalingen
Bijlagenummer
Voorwerp
artikel 1, § 1, 11°
1
Schema van het wegplatform
artikel 7
2
In het kader van de controle op de grondkwaliteit te analyseren parameters
artikel 9
3
Minimale inhoud van het verslag van de grondkwaliteit
artikel 10, § 3
4
Minimale inhoud van het getuigschrift van de controle op de grondkwaliteit
artikelen 17 en 20
5
Minimale inhoud van de kennisgevingen betreffende een grondverzet en de grondontvangst
artikel 17, § 2
6
Minimale inhoud van het document m.b.t. het vervoer van grond in geval van kennisgeving van grondverzet
Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de afgegraven grond, de grond van plantaardige producties, de wegengrond en de ontsmette grond.
Aan de hoofdstukken 2 tot 4 worden niet onderworpen: 1° de afgegraven grond hergebruikt op de site van oorsprong, in een gebied van hetzelfde soort gebruik of een minder gevoelig gebruik dan het gebied waarvan de grond afkomstig is en voor zover de site van oorsprong niet verdacht is;2° de afgegraven grond afgevoerd vanaf de site van oorsprong wanneer de totale hoeveelheid uitgravingen niet hoger is dan 10 m® en voor zover deze site niet verdacht is; 3° de winningsafvalstoffen en de afvalstoffen van de grond voortvloeiend uit de afdekking van steengroeven gebruikt op de site van oorsprong of binnen eenzelfde instelling, overeenkomstig het
besluit van de Waalse Regering van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
17/07/2003
pub.
06/10/2003
numac
2003201104
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de groeven en hun bijhorigheden
type
besluit van de waalse regering
prom.
17/07/2003
pub.
17/10/2003
numac
2003201474
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de werven voor de verwijdering van asbest in gebouwen en kunstwerken en op de werven voor de isolatie van asbest
sluiten houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de groeven en hun bijhorigheden; 4° de afgegraven grond uitgegraven in het kader van de saneringshandelingen en -werken voor een terrein dat het voorwerp uitmaakt van een saneringsproject goedgekeurd overeenkomstig het decreet of een verhelpingsplan goedgekeurd door de bevoegde overheid, en hergebruikt op het terrein overeenkomstig de bepalingen van het saneringsplan of het verhelpingsplan;5° de grond van plantaardige producties die rechtstreeks op het landbouwbedrijf worden geproduceerd, en hergebruikt op landbouwpercelen van het bedrijf. Art. 3.De in dit besluit bedoelde elektronische modaliteiten voor de kennisgeving, de zending en de ontvangst waarborgen een vaste datum. Art. 4.De verzending gebeurt uiterlijk op de vervaldag van de in dit besluit bedoelde termijnen.
De datum van ontvangst, die de begindatum is, wordt niet meegerekend.
De vervaldatum wordt meegerekend. Als die dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de vervaldatum evenwel naar de volgende werkdag verschoven. Art. 5.§ 1. De Minister kan op voorstel van de administratie en na advies van de Beleidsgroep Leefmilieu, van de "Commission régionale d'avis pour l'exploitation des carrières" en van het in artikel 33 bedoelde technisch comité een referentiegids goedkeuren dat bestemd is om de praktische en wetenschappelijke aspecten van het grondbeheer te regelen: de "referentiegids" (Franse afkorting "GRGT").
Genoemde referentiegids bepaalt de minimale regels die de kwaliteit van de expertiseprocedure garanderen en die het mogelijk maken de volgende doelstellingen te bereiken : -een representatieve kwaliteit van de grond bepalen; - verschillende types uit te graven grond naar gelang van hun macroscopische samenstelling of hun oorsprong onderscheiden; - zorgen voor een representativiteit in coherentie met de procedures m.b.t. het onderzoek van de gronden volgens de procedures van het decreet; - zorgen voor een representativiteit in coherentie met de procedures van de andere Belgische Gewesten en de gelijkwaardigheden bepalen; - de gevallen en voorwaarden bepalen waarin de grond besmet door een invaderende niet-inheemse plantensoort verplaatst of gebruikt kunnen worden.
Om de doelstellingen van dit besluit te bereiken kan de referentiegids overigens: - de vorm bepalen en de inhoud aanvullen van het verslag van de grondkwaliteit bedoeld in artikel 9 en in bijlage 3; - de vorm bepalen en de inhoud aanvullen van het controlecertificaat aangaande de grondkwaliteit bedoeld in artikel 10 en in bijlage 4; - de vorm bepalen en de inhoud aanvullen van de kennisgevingen van grondverzet, -verzameling en ontvangst bedoeld in de artikelen 17, 18 en 19 en in bijlage 5; - de methodes bepalen voor de meting van en de controle op de gehaltes bedoeld in de artikelen 13, § 1, en 14, en de maximale afmeting van de materialen en afbraakafval; - de bepalingen nader bepalen die moeten worden vermeld in de in artikel 27 bedoelde contractdocumenten; - de bijzondere maatregelen bepalen, die getroffen moeten worden in geval van toevallige ontdekking bedoeld in artikel 28, rekening houdende met de eisen van dit besluit en van de bouwplaatsen; - de in artikel 3, tweede lid, 3°, bedoelde communicatiemiddelen bepalen; - indicatieve onderwijselementen bevatten, voor zover het toepassingsgebied duidelijk wordt aangegeven. HOOFDSTUK II. - Controle op de grondkwaliteit Art. 6.§ 1. De afgegraven grond bestemd om gebruikt te worden, maakt het voorwerp van een kwaliteitscontrole alvorens de site van oorsprong te verlaten.
De in artikel 1 bedoelde verplichting is niet van toepassing in de volgende gevallen: 1° de totale hoeveelheid afgegraven grond op de site van oorsprong is niet hoger dan 400m® en a) de site van oorsprong is niet verdacht;b) de ontvangende site heeft een gelijk soort gebruik of een minder gevoelig soort gebruik dan het soort gebruik van de site van oorsprong;2° de wegengrond wordt hergebruikt in het wegplatform en a) de grond is afkomstig van een niet-verontreinigde bodem, onafhankelijk van een normaal gebruik van de weg;b) de ontvangende site wordt door de openbare opdrachtgever aangewezen;c) het gebruiksgebied: i.bevindt zich niet in een preventiegebied van een grondwaterwinning bepaald krachtens artikel R.156 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt; ii. valt niet onder de milieus beschermd bij of krachtens de
wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/07/1973
pub.
24/08/2010
numac
2010000473
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie
sluiten op het natuurbehoud; iii. Is niet blootgesteld aan een natuurrisico of zware geotechnische drukfactoren bedoeld in artikel D.IV.57 van het Wetboek Ruimtelijke Ontwikkeling, zoals de overstroming begrepen in de gebieden onderhevig aan het overstromingsrisico in de zin van artikel D.53 van het Waterwetboek, de instorting van een rotswand, de aardverschuiving, de karst, de mijnverzakkingen, de verzakkingen te wijten aan mijnwerken, winningen van ijzerertsen of ondergrondse holtes of aardbevingsgevaar; iv. is geen bospad, geen landbouwweg, geen weg van het autonoom net voor traag verkeer (Ravel) grenzend aan een weg, geen bospad of geen weg waarvan de rijstrook een breedte van 2 meter of minder heeft; d) in de voor het publiek toegankelijke gebieden die niet voorzien zijn van een bedekking, wordt de oorspronkelijke afdeklaag van grond opnieuw aangebracht op een dikte van minimum 20 centimeter of, in geval van technische onmogelijkheid, is een afdeklaag met dezelfde dikte die voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 13 en 14 toegepast;3° de afgegraven grond is afkomstig van een site waarvan het gebruik van het type I of II is en a) de site van oorsprong is niet verdacht;b) de ontvangende site heeft hetzelfde soort gebruik als het betrokken gebied van de site van oorsprong;c) het gebruiksgebied wordt aangewezen door de opdrachtgever die tot de uitgraving overgaat;d) de opdrachtgever beschikt over een zakelijk recht op de ontvangende site.4° de afgegraven grond wordt uitgegraven in het kader van de saneringshandelingen en -werken voor een terrein dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een saneringsproject goedgekeurd overeenkomstig het decreet of een verhelpingsplan goedgekeurd door de bevoegde overheid, en wordt vervoerd naar een toegelaten installatie voor de behandeling van verontreinigde grond.5° de afgegraven grond is afkomstig van een ander Gewest of een ander land.In dit geval is de kwaliteitscontrole vóór hun introductie op het grondgebied volgens de bepalingen van dit besluit verricht. § 2. De controle op de kwaliteit van de afgegraven grond heeft betrekking op de in bijlage 2 bedoelde parameters alsook op de kenmerken vermeld in artikel 13, § 1.
De resultaten van de analyses verricht overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbesluiten ervan of van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen of de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen geldig hergebruikt worden voor de karakterisering van de gronden voor zover ze relevant en huidig zijn en voor zover geen andere verontreiniging verdacht wordt of de geïdentificeerde concentraties van verontreinigende stoffen heeft doen toenemen. Meer bepaald zijn de resultaten verkregen ten gevolge van het onderzoek van de opvullingen in het kader van een oriënterings-, een karakteriseringsonderzoek of, in voorkomend geval, van een gecombineerd onderzoek, geldig en voldoende om de kwaliteit van de grond in de zin van dit besluit te karakteriseren. Art. 7.§ 1. De afgegraven grond maakt het voorwerp van een kwaliteitscontrole uit alvorens de toegelaten installatie voor de behandeling van verontreinigde grond te verlaten.
Deze kwaliteitscontrole heeft betrekking op de in bijlage 2 bedoelde parameters alsook op de kenmerken vermeld in artikel 13, § 1. § 2. De grond van plantaardige producties maakt het voorwerp van een kwaliteitscontrole alvorens de toegelaten installatie voor de productie van die grond te verlaten.
Wanneer deze grond gebruikt wordt op een ontvangende site waarvan het soort gebruik landbouwkundig is, wordt de kwaliteitscontrole uitgeoefend overeenkomstig de registratiebeslissingen gegeven in uitvoering van het besluit van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.
In de gevallen die niet bedoeld zijn in het tweede lid, wordt de kwaliteitscontrole overeenkomstig artikel 6, § 2, verricht wordt. Art. 8.De minimale regels van de "GRGT" bedoeld in artikel 5, § 2, gaan vergezeld van het "CWEA".
Bij gebrek aan behandelings-, staalnemings- en analysemethodes in het "CWEA" of bij gebrek aan technische procedures in de "GRGT" worden de methodes of procedures vastgelegd of gevalideer door de administratie na advies van het referentielaboratorium. Art. 9.§ 1. De kenmerken van de grond onderworpen aan de kwaliteitscontrole worden vastgelegd door een door de opdrachtgever van de winningssite aangewezen deskundige of wanneer de stoffen van een toegelaten installatie afkomstig zijn, door die installatie.
De deskundige of de installatie maakt een verslag op over de grondkwaliteit, dat hierna "verslag van de grondkwaliteit" genoemd is en waarvan de minimum inhoud in bijlage 3 bepaald wordt. § 2. Het in § 1 bedoelde verslag van de kwaliteit van de afgegraven grond omvat alle gegevens die het mogelijk maken: 1° de site van oorsprong, de identiteit van de opdrachtgever en van de houder van het zakelijk recht over deze site te identificeren;2° de inachtneming van de staalnemingsregels na te gaan;3° het volume en de kenmerken van de grond te kennen, met inbegrip van de onderzoeksresultaten;4° de theoretische gebruiksmogelijkheden te kennen in functie van hun karakteristieken. § 3. Het grondkwaliteitsverslag voor grond van een vergunde installatie bevat alle gegevens waarmee: 1° de vergunde installatie geïdentificeerd kan worden;2° de inachtneming van de staalnemingsregels nagegaan kan worden;3° het staalnummer, het volume en de kenmerken van de grond gekend kunnen worden, met inbegrip van de onderzoeksresultaten;4° de theoretische gebruiksmogelijkheden gekend kunnen worden in functie van hun karakteristieken. § 4. Wanneer de bepalingen van artikel 6, § 2, lid 2, toegepast worden, verantwoordt de deskundige, of de installatie, het hergebruik van de resultaten in het verslag. Art. 10.§ 1. Het grondkwaliteitsverslag wordt ter goedkeuring elektronisch verstuurd naar de administratie of naar de opvolgingsinstelling voor een concessie.
Er wordt binnen de twee dagen te rekenen van de ontvangst een bericht van ontvangst van het verslag elektronisch verstuurd.
Binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van het verslag wordt de beslissing elektronisch aan de aanvrager gericht, met afschrift aan de houder van een zakelijk recht op de site van oorsprong. Uit die beslissing wordt één van de volgende conclusies afgeleid: 1° ofwel wordt het verslag geweigerd, wanneer het onvolledig is of niet met de geldende bepalingen overeenstemt.De redenen voor de weigering of de onvolledigheid worden in de beslissing opgegeven; 2° ofwel wordt tot de volledigheid en de conformiteit van het verslag geconcludeerd, en wordt een certificaat verstrekt, "certificaat grondkwaliteitscontrole" genoemd overeenkomstig paragraaf 3. Als de beslissing niet verzonden wordt binnen de termijn bedoeld in het derde lid van deze paragraaf, kan de aanvrager elektronisch een herinneringsschrijven versturen. Als de aanvrager geen beslissing gekregen heeft bij verstrijken van een nieuwe termijn van vijftien dagen, wordt het certificaat geweigerd geacht.
Voor een concessie licht de opvolgingsinstelling de administratie over de aan haar gerichte herinneringen in. § 2. Er staat een beroep tegen de beslissing, bedoeld in paragraaf in, open voor de aanvrager, alsook voor elke persoon, houder van een zakelijk recht op het terrein van oorsprong.
Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de ontvangst van de beslissing of, in het geval bedoeld in paragraaf 1, lid 4, van uitblijven van beslissing aan de administratie gericht.
Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep bezorgt de administratie een bericht van ontvangst aan de eiser.
Binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt de administratie haar beslissing aan de eiser.
Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in lid 4 kan de eiser, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, een herinneringsschrijven aan de administratie richten. Als de eiser, bij verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het herinneringsschrijven, geen beslissing gekregen heeft, wordt de aanvankelijke beslissing bevestigd geacht. § 3. Het certificaat grondkwaliteitscontrole stelt het soort krachtens dit besluit toelaatbaar gebruik (toelaatbare gebruiken vast) of bepaalt de noodzaak nader om de grond vooraf te behandelen om ze gebruiksconform te maken. Bij aanwezigheid, in de grond, van invaderende niet-inheemse plantensoorten, asbestvezels of andere bijzondere grondkenmerken worden de benuttingsvoorwaarden, voorzien bij dit besluit of de referentiegids, opgegeven.
De minimuminhoud van het certificaat wordt in bijlage 4 omschreven.
Elk certificaat is voorzien van een enig referentienummer.
Het certificaat grondkwaliteitscontrole heeft een geldigheidsduur van maximum twee jaar te rekenen van de uitgifte ervan. De geldigheidsduur kan voor een gelijke duur verlengd worden, volgens de procedure vastgesteld in paragraaf 1, als aangetoond wordt dat de grondkenmerken niet gewijzigd zijn sinds de indiening van het grondkwaliteitsverslag. Art. 11.§ 1. Er wordt voor de toekenning van een beslissing in verband met het certificaat grondkwaliteitscontrole een dossierrecht geheven.
Het dossierrecht is uiterlijk verschuldigd op de datum waarop de aanvraag ingediend wordt. Het wordt als volgt vastgesteld : 1° 100 euro voor een grondvolume tot 400 m3;en 2° 0,06 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 400 en 10.000 m3 inbegrepen; 3° 0,03 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 10.000 en 25.000 m3 inbegrepen; 4° 0,012 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 25.000 en 50.000 m3 inbegrepen; 2° 0,006 euro per m3 op het deel van het grondvolume dat de 50.000 m3 te boven gaat.
Om de twee jaar wordt het bedrag van het dossierrecht automatisch en van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is. Het geïndexeerd bedrag wordt naar de hogere eenheid afgerond. Het wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad.
Na advies van de administratie kan de Minister het bedrag van het dossierrecht in functie van de kosten aanpassen. Het aangepast bedrag wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad. § 2. In afwijking van paragraaf één worden de dossierrechten elk kwartaal geheven voor de kwaliteitscontroleverslagen uitgaande van de vergunde installaties, enerzijds, en in de gevallen bedoeld in artikel 7, § 2, derde lid, anderzijds. De dossierrechten worden op basis van de in het voorgaand kwartaal opgetelde grondvolumes berekend. HOOFDSTUK III. - Grondgebruik Art. 12.Het soort gebruik van de site van oorsprong van de grond wordt op volgende wijze bepaald: 1° door de toestand van rechtswege van de site op het gewestplan, op de grondbestemmingskaart of op het plaatselijk beleidsontwikkelingsplan, volgens bijlage 2 bij het decreet;2° door het huidig type gebruik ten opzichte van feitelijke toestand overeenkomstig bijlage 3 bij het decreet;3° door het type natuurlijk of landbouwgebruik, voor de terreinen bedoeld in artikel 9, derde lid, van het decreet;4° bij tegenstelling tussen de toestand van rechtswege volgens 1° en het type gebruik volgens 2°, door het minst gevoelige gebruik. Het soort gebruik van de ontvangende site van de grond wordt op volgende wijze bepaald: 1° door de toestand van rechtswege van de site op het gewestplan, op de grondbestemmingskaart of op het plaatselijk beleidsontwikkelingsplan, volgens bijlage 2 bij het decreet;2° door het huidig of overwogen type gebruik ten opzichte van feitelijke toestand overeenkomstig bijlage 3 bij het decreet;3° door het type natuurlijk of landbouwgebruik, voor de terreinen bedoeld in artikel 9, derde lid, van het decreet;4° bij tegenstelling tussen de toestand van rechtswege volgens 1° en het type gebruik volgens 2°, door het minst gevoelige gebruik. De sites die meerdere gebruiken bevatten, worden volgens de gebruiken opgedeeld voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2. Art. 13.§ 1. Om gebruikt te worden op een ontvangende site, bevat de grond geen gevaarlijke afvalstoffen en bevatten ze niet, in massa of in volume: 1° meer dan 1 % andere dan inerte ongevaarlijke bouwmaterialen of -afvalstoffen;2° meer dan 5% organieke stoffen zoals hout of plantenresten;3° meer dan 5% inerte bouwgruis zoals beton, baksteen, dakpannen, ceramiek, bitumenhoudende materialen;4° meer dan 50% natuursteenachtige materialen zoals rotsgruis. Voor de weggrond, gebruikt in de ondergrond van een andere weg, wordt het maximaal toegelaten gehalte aan inert bouwgruis, bedoeld in lid 1, 3°, op 10% gebracht.
Bouwgruis en bouwmaterialen die toegelaten worden tegen gehaltes bedoeld in lid 1 en lid 2 zijn uitsluitend afkomstig van grond, die afgegraven wordt op de site of de weg van oorsprong.
Het asbestvezelgehalte van grond moet lager zijn dan de drempels, vastgesteld in bijlage 2. De grond waarvoor het asbestvezelgehalte de bovengrens voor de soorten gebruik I, II, III en IV overschrijdt znder de bovengrens voor soort gebruik V overschrijdt, worden overdekt met een veiligheidsvlies en een laag van minstens één meter grond overeenkomstig artikel 14, of met een bedekking. § 2. De grond die niet beantwoordt aan de gebruiksvoorwaarden bedoeld in paragraaf 1 en in artikel 14, § 1, worden in een vergunde installatie voorbehandeld of behandeld om die criteria te bereiken met het oog op het gebruik ervan.
Voor, tijdens en na de voorbehandeling of de behandeling behoudt die grond zijn statuut van grond voor de toepassing van dit besluit. De eventuele restdeeltjes uit de voorbehandeling of de behandeling, zoals inert bouwgruis, de organische stoffen of de materialen van natuursteenachtige oorsprong worden verschillend van de grond behandeld, overeenkomstig het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan. Art. 14.§ 1. Afgegraven grond, ontsmette grond en, in de gevallen bedoeld in artikel 7, § 2, lid 3, grond van plantaardige producties kunnen, wanneer ze overeenkomstig hoofdstuk 2 aan een kwaliteitscontrole onderworpen worden, op een ontvangende site gebruikt worden voorzover hun parameters lager zijn dan volgende waarden: 1° ofwel 80% van de ondergrenswaarden, vastgelegd bij of krachtens het decreet, volgens het gebruik van de ontvangende site of van het betrokken perceel van de ontvangende site.Die waarden worden, in voorkomend geval, aangevuld met ondergrenswaarden vastgelegd in bijlage 2 en de ondergrenswaarden van overeenkomstig artikel 9, § 4, van het decreet niet-genormeerde parameters; 2° ofwel 80% van de bodemconcentraties van de ontvangende site of van het betrokken perceel van de ontvangende site, met inachtneming van volgende voorwaarden : a) de grond wordt op een site gebruikt met dezelfde soort gebruik of een minder gevoelig gebruik dan de site van oorsprong;b) de site van oorsprong vertoont gelijkwaardige bodemconcentraties aan die van de ontvangende site en vertoont banden met natuurlijke geochemische anomalieën. § 2. Grond van plantaardige producties die onderworpen worden aan een kwaliteitscontrole overeenkomstig artikel 7, § 2, kunnen, onverminderd de bepalingen voorzien in het gebruikscertificaat, op een ontvangende site van het soort landbouwgebruik worden gebruikt. Art. 15.Wanneer de activiteit van grondbenutting wordt uitgevoerd op een site gelegen in een gebruiksgebied van type I, II of IV, kan, tegen hiernavolgende voorwaarden, afgeweken worden van de waarden vermeld in artikel 14 voor het soort gebruik: 1° de grond vertoont de waarden die van toepassing zijn op het soort gebruik V of een lager soort gebruik;2° een milieuvergunning machtigt specifiek de benutting van grond in afwijking van het soort gebruik overeenkomstig dit besluit;3° de toplaag van de grond stemt overeen met de waarden die van toepassing zijn op het soort gebruik overeenkomstig artikel 14, § 1, 1°.De dikte van deze laag wordt in de vergunning bepaald, rekening houdend met het toekomstig gebruik van het terrein. Art. 16.Niemand kan een ontwerp bedenken of uitvoeren met het voornemen om de kwaliteitscontrole of de traceerbaarheid van grond kunstmatig te beperken of de betaling van de dossierrechten te vermijden.
Het is verboden, grond van verschillende kwaliteit in of met elkaar en in of met andere stoffen op te lossen dan wel te vermengen om aan de gebruikscriteria voor grond te voldoen, om aan de kwaliteitscontrole of de traceerbaarheid van grond te ontkomen of de betaling van dossierrechten te vermijden. HOOFDSTUK IV. - Vervoer en traceerbaarheid van grond Art. 17.§ 1. Van grondverzet wordt vooraf elektronisch kennis gegeven aan de administratie of aan de opvolgingsinstelling voor een concessie.
De kennisgeving voor grondverzet, bedoeld in lid 1, bevat: 1° de informatie om de oorsprong van de grond en de bestemmingen te kunnen identificeren;2° de identiteit van de titularis van een zakelijk recht op de ontvangende site;3° de identificatiegegevens van de vervoerders en de grondverwerkers;4° de data voorzien voor het vervoer;5° de referentiegegevens van het certificaat grondkwaliteitscontrole, indien dat vereist is;6° het vergunningsnummer van de installatie, wanneer de grond bestemd is voor een vergunde installatie. § 2. De kennisgeving geeft aanleiding, binnen een termijn van vierentwintig uur te rekenen van de ontvangst, wanneer de grond naar een vergunde installatie vervoerd wordt, en van drie dagen te rekenen van de ontvangst in de andere gevallen, tot één van de volgende beslissingen, die elektronisch aan de aanvrager, met kennisgeving van: 1° een weigering wanneer de kennisgeving onvolledig is of niet overeenstemt met de geldende bepalingen. De redenen voor de weigering of de onvolledigheid worden in de beslissing opgegeven; 2° het uitreiken van een document voor grondvervoer dat de verenigbaarheid aantoont van de ontvangende site met de grondkwaliteit vermeld in het grondkwaliteitscertificaat;3° het uitreiken van een document voor grondvervoer dat de verenigbaarheid aantoont tussen het soort gebruik van de site van oorsprong en het soort gebruik van de ontvangende site in de gevallen waarin een grondkwaliteitscertificaat niet vereist is;4° het uitreiken van een document voor vervoer van grond naar een gemachtigde installatie. Als de beslissing niet verzonden wordt binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, kan de aanvrager elektronisch een herinneringsschrijven versturen. Als de aanvrager bij verstrijken van een nieuwe termijn, die overeenstemt met lid 1, geen beslissing gekregen heeft, wordt het vervoersdocument geweigerd geacht.
Voor een concessie licht de opvolgingsinstelling de administratie over de aan haar gerichte herinneringen in. § 3. Er staat voor de persoon die de kennisgeving verricht, een beroep open tegen de beslissing bedoeld in paragraaf 2.
Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de dag van ontvangst van de beslissing, aan de administratie gestuurd.
Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep bezorgt de administratie een bericht van ontvangst aan de eiser.
Binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt de administratie haar beslissing aan de eiser.
Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in lid 4 kan de eiser, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, een herinneringsschrijven aan de administratie richten. Als de eiser, bij verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het herinneringsschrijven, geen beslissing gekregen heeft, wordt de aanvankelijke beslissing bevestigd geacht. Art. 18.§ 1. De grondstalen waavoor een kwaliteitscontrolecertificaat is uitgereiktt kunnen samengebracht worden voor zover ze bruikbaar zijn voor éénzelfde soort gebruik overeenkomstig hoofdstuk 3.
Wanneer geen enkel kwaliteitscontrolecertificaat vereist is, kunnen de grondstalen, bruikbaar voor éénzelfde type gebruik, samengebracht worden in één gemachtigde installatie.
Van het samenbrengen van grond wordt vooraf elektronisch kennis gegeven aan de administratie of aan de opvolgingsinstelling voor een concessie. § 2. De kennisgeving van het samenbrengen bedoeld in paragraaf 1 bevat : 1° de informatie om de oorsprong van de grond te kunnen identificeren;2° de referentiegegevens van het certificaat grondkwaliteitscontrole, wanneer het vereist is, of, wanneer het niet vereist is, de informatie waarbij het soort gebruik van de terreinen van oorsprong omschreven kan worden. § 3. De kennisgeving van het samenbrengen geeft aanleiding, binnen een termijn van vierentwintig uur te rekenen van de ontvangst ervan, één van volgende beslissingen, elektronisch medegedeeld: 1° een weigering wanneer de kennisgeving onvolledig is of niet met de geldende bepalingen overeenstemt.De redenen voor de weigering of de onvolledigheid worden in de beslissing opgegeven; 2° het uitreiken van een document voor het samenbrengen van grond in het geval waarin de samen te brengen stalen verenigbaar zijn in functie van oorsprong en gebruik wanneer een grondkwaliteitscertificaat niet vereist is;3° het uitreiken van een nieuw certificaat grondkwaliteitscontrole in het geval waarin de kwaliteitscontrolecertificaten voor de samen te brengen minsters erop wijzen dat de grond bruikbaar is op een ontvangend terrein met hetzelfde soort gebruik. Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, kan de aanvrager elektronisch een herinneringsschrijven versturen. Als de aanvrager bij verstrijken van een nieuwe termijn, die overeenstemt met lid 1, geen beslissing gekregen heeft, wordt het samenbrengen geweigerd geacht.
Voor een concessie licht de opvolgingsinstelling de administratie over de aan haar gerichte herinneringen in. § 4. Er staat voor de persoon die de kennisgeving verricht, een beroep open tegen de beslissing bedoeld in paragraaf 3. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de dag van ontvangst van de beslissing, aan de administratie gestuurd.
Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep bezorgt de administratie een bericht van ontvangst aan de eiser.
Binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt de administratie haar beslissing aan de eiser.
Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in lid 3 kan de eiser, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, een herinneringsschrijven aan de administratie richten. Als de eiser, bij verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het herinneringsschrijven, geen beslissing gekregen heeft, wordt de aanvankelijke beslissing bevestigd geacht. Art. 19.Grondverzet van grond van plantaardige producties, vanuit de installatie waar deze grond is voortgebracht, tot aan de ontvangende sites met de status "soort: landbouwgebruik" worden aan een jaarlijkse kennisgeving onderworpen.
Uiterlijk de zestigste dag volgend op het verstrijken van het referentiejaar richt de installatie, bedoeld in vorig lid, de kennisgeving op elektronische wijze aan de administratie of aan de opvolgingsinstelling voor een concessie.
De kennisgeving voor het grondverzet bevat : 1° de informatie om de installatie van oorsprong en de ontvangende sites te kunnen identificeren;2° de gegevens van de kwaliteitscontrole van de grondstalen, verricht overeenkomstig de registratiebeslissingen uitgereikt ter uitvoering van het
besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
14/06/2001
pub.
10/07/2001
numac
2001027388
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt
sluiten waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt;3° de identificatiegegevens van de vervoerders en de grondverwerkers, per grondstalen;4° de grondvolumes;5° de datum waarop het vervoer verricht wordt. Art. 20.De grondverwerker of de exploitant van de vergunde installatie geeft binnen de acht werkdagen volgend op de aankomst ervan, per elektronisch bericht, kennis van de ontvangst van de grond, of van de weigering tot ontvangen ervan, aan de administratie of aan de opvolgingsinstelling voor een concessie. Bij een weigering tot ontvangen van de grond, worden de motieven van de weigering in de kennisgeving opgegeven.
De kennisgeving geeft aanleiding tot het verstrekken, via een elektronisch bericht, van een bericht van ontvangst en, in voorkomend geval, tot een verzoek tot het indienen van aanvullende informatie binnen de drie dagen te rekenen van de ontvangst ervan. Art. 21.De minimuminhoud van de kennisgevingen, bedoeld bij dit hoofdstukn wordt nader bepaald in bijlage 5. De minimuminhoud van het vervoersdocument en van het bericht van ontvangst, bedoeld bij deze afdeling, wordt nader bepaald in bijlage 6. Art. 22.§ 1. Voor het versturen van de vervoers- en samenbrengingsdocumenten wordt een dossierrecht geheven.
Het dossierrecht is uiterlijk verschuldigd op de datum van de kennisgeving, en dekt de kosten voor het beheer en het attest van gebruiksverenigbaarheid.
Het dossierrecht wordt vastgesteld als volgt. - voor de kennisgeving van het samenbrengen van grond overeenkomstig artikel 18 : 25 euro; - voor de kennisgeving van het verzet van afgegraven grond: 25 euro voor een grondvolume tot 400 m3; 0,17 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 400 en 10.000 m3; 0,11 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 10.000 en 25.000 m3; 0,09 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 25.000 en 50.000 m3; 0,05 euro per m3 op het deel van het grondvolume dat de 50.000 m3 te boven gaat.
Om de twee jaar wordt het bedrag van het dossierrecht automatisch en van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is. Het geïndexeerd bedrag wordt naar de hogere eenheid afgerond. Het wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad.
De Minister kan het bedrag van het dossierrecht in functie van de kosten aanpassen. Het aangepast bedrag wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad. § 2. In afwijking van paragraaf één worden de dossierrechten elk kwartaal geheven voor de vergunde installaties en voor de installaties die grond van plantaardige producties in de gevallen bedoeld in artikel 7, § 2, lid 3. De dossierrechten worden op basis van de in het voorgaand kwartaal opgetelde grondvolumes berekend.
In afwijking van paragraaf één worden de dossierrechten jaarlijks geheven voor de grond van plantaardige producties in de gevallen bedoeld in artikel 7, § 2, lid 2. De dossierrechten worden op basis van de in het voorgaand kwartaal opgetelde grondvolumes berekend. Art. 23.Elk voertuig dat grond vervoert, beschikt over het grondvervoersdocument bedoeld in artikel 17, minstens in tweevoudig exemplaar, ingevuld met het registratie- en erkenningsnummer van de vervoerder, vertrekuur vanuit de site van oorsprong of van de installatie, en aankomstuur bij bereiken van bestemming.
De vervoerder verstrekt een exemplaar van het grondvervoersdocument, gedagtekend en ondertekend, aan de bestemmeling van de grond, en bewaart, minstens vijf jaar, een exemplaar van het grondvervoersdocument, gedagtekend en onderkend door de bestemmeling.
Na advies van de administratie en van de ambtenaar belast met het toezicht kan de Minister elektronische toepassingen opleggen of erkennen die uitgerust zijn met de functionaliteiten en de garanties om de doelstellingen van dit artikel te bereiken en een opvolging in werkelijke tijd en een a posteriori traceerbaarheid van het grondverzet te garanderen. Art. 24.Het samen bewaren van de certificaten, de kennisgevingen, de vervoersdocumenten en de berichten van ontvangst dient als register voor wat de grond betreft, wanneer een persoon een register of een boekhouding van de afvalstoffen moet houden ter uitvoering van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning of van de uitvoeringsbesluiten ervan. HOOFDSTUK V. - Verantwoordelijkheden in het grondbeheer Art. 25.De uitvoering van de kwaliteitscontrole voor afgegraven aarde en het verkrijgen van het kwaliteitscontrolecertificaat voor grond is een verplichting die in onderstaande volgorde aan volgende personen wordt opgelegd: 1° de aannemer, in geval van overeenkomst vallend onder de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen;2° bij gebreke van een aannemer, de projectontwikkelaar voor een projectontwikkeling;3° bij gebreke van een aannemer en een projectontwikkelaar, de bouwheer. Art. 26.De kennisgeving van het verzet van afgegraven grond vanuit de site van oorsprong is een taak die opgelegd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het afvoeren van de grond. Verantwoordelijk voor het afvoeren van de grond is de persoon, die beslist over de bestemming ervan en het vervoer ervan verricht of laat verrichten.
De kennisgeving van het verzet van grond vanuit een vergunde installatie is een taak die opgelegd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het afvoeren van de grond.
De kennisgeving van het verzet van grond vanuit een installatie die grond van plantaardige producties voortgebracht heeft, is een taak die opgelegd wordt aan genoemde installatie. Art. 27.§ 1. De offerteaanvraag en het bestek voor de aanneming van werken, met inbegrip van het beheer van de afgegraven grond, bevatten één of meerdere posten die verband houden met het beheer van af te voeren of in ontvangst te nemen grond, rekening houdend met de bepalingen van dit besluit.
Het kwaliteitscontrolecertificaat voor grond wordt bij iedere offerteaanvraag, ieder bijzonder bestek voor de uitvoering van de werken gevoegd of, in het geval van kadercontracten, uiterlijk medegedeeld bij de bestelling van werken. § 2. De offerte en de factuur die verband houden met de uitvoering van werken, met inbegrip van het beheer van afgegraven grond, vermelden de kosten voor dat beheer.
Het afschrift van de document, medegedeeld of uitgereikt ter uitvoering van dit besluit, wordt bij de factuur gevoegd. Art. 28.Onverminderd de bepalingen die krachtens dit decreet genomen moeten worden, moet de persoon die de werken uitvoert, bij het aantreffen van bodemverontreiniging tijdens de kwaliteitscontrole of bij het aantreffen of zich voordoen ervan tijdens de duur van de werf, onmiddellijk de bouwheer, de exploitant of degene die het terrein bewaakt, verwittigen. De site wordt als verdacht beschouwd. HOOFDSTUK VI. - Administratieve en financiële bepalingen Art. 29.De administratie verricht de certificering inzake de kwaliteitscontrole en de opvolging van het grondbeheer.
De Regering kan de taken, omschreven in artikel 5, § 3, lid 1, van het decreet, geheel of ten dele in concessie geven aan één of meerdere opvolgingsinstellingen die handelen onder de controle van de administratie. Art. 30.De opvolgininstelling beantwoordt minstens aan volgende voorwaarden : 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;2° zijn maatschappelijke zetel of minstens een vestigingseenheid in het Waalse Gewest hebben;3° het taalgebruik in acht nemen in alle betrekkingen met de administratie en met de personen, betrokken bij de in concessie gegeven opdracht(en);4° op homogene wijze het gehele Waalse grondgebied dekken en gelijke en niet-discriminerende voorwaarden toepassen;5° noch rechtstreeks noch onrechtstreeks activiteiten uitoefenen inzake productie, kwaliteitscontrole of grondbeheer, geen bouwheren en ondernemingen, of hun personeel, betrokken bij zulke activiteiten, tellen in zijn structuren en algemeen onafhankelijkheids- en onpartijdigheidsgaranties vertonen die voldoende zijn voor de zorgvuldige uitvoering van zijn taak;6° onder de stichters en de personen die voor de concessiehouder verbintenissen mogen aangaan, enkel personen tellen die hun burgerlijke en politieke rechten genieten en niet zijn veroordeeld voor inbreuken op de leefmilieuwetgeving in de Europese Unie;7° een analytische boekhouding voeren, eigen voor de uitvoering van de in concessie gegeven taak (taken), volgens de regels die naar Belgisch recht gelden;8° beschikken over voldoende middelen om zijn in concessie gegeven taak (taken) uit te voeren;9° een borgstelling samenstellen ten bate van het Waalse Gewest, ter hoogte van een bedrag dat overeenstemt met zes maanden omzet tot stand gekomen wegens de in concessie gegeven taak (taken);10° gedekt zijn door een aansprakelijkheidsverzekeringscontract voor de in concessie gegeven taak (taken);11° bij machte zijn, om binnen de zes maanden na de toewijzing van de concessie, de in concessie gegeven taak (taken) uit te voeren, en met name het oprichten van de vereniging zonder winstoogmerk, de ontwikkeling van de noodzakelijke informaticatools en gegevensbanken, de beschikking over gedetailleerde procedures en typedocumenten die ten uitvoer worden gebracht;12° de administratie vooraf ter goedkeuring voorleggen: de statuten van de vereniging zonder winstoogmerk, de noodzakelijke informaticatools en gegevensbanken, de gedetailleerde procedures en typedocumenten die ten uitvoer worden gebracht, evenals iedere wijziging daarin;13° ervoor zorgen dat over alle vragen waarbij zij betrokken zijn, een regelmatige dialoog onderhouden wordt met de vertegenwoordigers van de sectoren en instellingen bedoeld in artikel 33;14° zich ertoe verbinden, de Administratie iedere overtreding inzake leefmilieu, en meer bepaald het grondbeheer, waarvan hij kennis zou hebben in de uitoefening van de in concessie gegeven activiteiten, mede te delen. Het bestek kan de bepalingen, van toepassing op de opvolgingsinstelling, nader bepalen en aanvullen om de doelstellingen van dit besluit te bereiken. Hij bepaalt de minimumduur van de concessie, die niet minder kan bedragen dan vijf jaar. Hij bepaalt de specifieke regels die van toepassing zijn wanneer meerdere opvolgingsinstellingen worden aangewezen om dezelfde taak (taken) uit te voeren. Art. 31.De administratie wordt door de opvolgingsinstelling als waarnemer uitgenodigd op de vergaderingen van de statutaire organen.
Op verzoek van eerstgenoemde verstrekt zij alle nadere inlichtingen en informatie ter uitvoering van haar controletaak (-taken).
De gegevens voortvloeiend uit de uitoefening van de activiteiten, toevertrouwd aan de opvolgingsinstelling, worden in werkelijke tijd ter beschikking gesteld van de administratie en van de ambtenaar belast met het toezicht, onder een formaat, goedgekeurd door laatstgenoemden. Deeze gegevens worden ingevoerd in de gegevensbank betreffende de toestand van de bodems.
De instelling kan periodiek aan een evaluatie, met name van haar financiën en haar werking, worden onderworpen.
De opvolgingsinstelling stelt een jaarverslag op, met inbegrip van de statistische gegevens betreffende de behandelde dossiers en kennisgevingen, de verwerkingstermijnen, met onderscheid van, met name, de stromen en soorten grond, de productie-oorsprong en de nadere beheerswijzen, met hun evolutie en de perspectieven. Dat verslag wordt aan de Minister overgemaakt, met advies van het technisch comité. Art. 32.De dossierrechten, verschuldigd ter uitvoering van dit besluit, bezoldigen voornamelijk de opvolgingsinstelling voor de uitvoering van de in concessie gegeven taken.
Vijftien percent van de dossierrechten worden door de opvolgingsinstelling als administratieve en toezichtsgebonden kosten, in het begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit gestort, genaamd "Fonds pour la gestion des déchets" (Fonds voor afvalbeheer), opgericht binnen de ontvangstenbegroting en de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest. Het bestek voor de concessieovereenkomst gaat in op de nadere bepalingen daarvan. Art. 33.Er wordt een technisch comité opgericht. Bedoeld comité brengt, binnen een maximumtermijn van veertig dagen, een technisch advies uit over ieder vraagstuk in verband met het beheer van grond en bouwafval dat aan bedoeld comité voorgelegd wordt door de Minister, de administratie of de opvolgingsinstelling. Bij gebrek aan advies binnen die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Bedoeld comité vergadert in de lokalen van de administratie of, in voorkomend geval, van de opvolgingsinstelling en telt onder zijn leden minstens deskundigen die volgende sectoren en instellingen vertegenwoordigen: - de bouwsector en de civieltechnische sector; - de sector bodemsaneringen; - de « Union des Villes et Communes de Wallonie » (Vereniging van Waalse Steden en Gemeenten); - het Operationeel directoraat-generaal Wegen en Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst; - de sector bouwafvalbeheer; - de extractieve sector; - de architecten en de ingenieurskantoren; - de referentielaboratoria; - de SPAQuE; - de administratie.
De voorzitter van het technisch comité wordt door de Minister aangewezen, voor een duur van drie jaar.
Het huishoudelijk reglement van het comité kan nadere bepalingen inzake werking en samenstelling bevatten; het wordt door de Minister goedgekeurd. HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve
van 9 april 1982 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen Art. 34.Artikel 60 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen wordt vervangen met een lid 2, luidend als volgt: « Voor de grond vermeldt het register de referentienummers van de grondcontrolecertificaten en de documenten voor het vervoer en/of het samenbrengen van grond, vereist ter uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van diverse bepalingen terzake.
In afwijking van lid 2 dient het samen bewaren van de gezamenlijke certificaten, kennisgevingen en vervoersdocumenten bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake als register voor de grond betreft. » Art. 35.Artikel 65 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 4 juli 2002 en 13 juli 2017, wordt aangevuld met een lid 2, luidend als volgt: "In afwijking van lid 1 dient de kennisgeving van het grondverzet verricht overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen als aangifte.". Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 10
juli 1997 tot opstelling van een afvalcatalogus Art. 36.In bijla …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.