📄 Wettekst
26 JANUARI 2017. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van het Waterbeheerplan voor de periode 2016-2021
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, artikel 8;
Gelet op de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, met name de artikelen 9 en 10, § 2, 5°, die de opstelling van een milieueffectenrapport voorziet voor het maatregelenprogramma dat wordt bedoeld in artikel 39 van de ordonnantie tot opstelling van een kader voor het waterbeleid;
Gelet op de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid, met name de artikelen 41 tot 57;
Gelet op het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 24 september 2010 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico's, met name artikelen 7 en 8;
Gelet op tijdsschema en het werkprogramma voor de opstelling van dit Waterbeheerplan, de lijst van de gewestelijke of gemeentelijke besturen, van de intercommunales of andere gewestelijke instellingen van openbaar nut en rechtspersonen die actief zijn in het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsook het overzicht van de belangrijke waterbeheerskwesties die zijn vastgesteld in het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde, zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 december 2013;
Gelet op de "gendertest" van 1 juni 2015, zoals vereist door het besluit van Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 april 2014 houdende de uitvoering van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Gelet op het milieueffectenrapport van het maatregelenprogramma van september 2015;
Gelet op het advies van de Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud, gegeven op 4 september 2015;
Gelet op het advies van de Economische en sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 7 september 2015;
Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu via het Comité van watergebruikers, gegeven op 9 september 2015;
Gelet op het openbaar onderzoek van 23 november 2015 tot 31 mei 2016;
Gelet op de bijkomende termijn van zestig dagen die toegekend is aan de gemeenteraden en de instanties op de lijst aangenomen op 26 september 2013 door de Regering krachtens artikel 51, § 2, tweede alinea op de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid;
Overwegende dat het Waterbeheerplan 2016-2021 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt vastgesteld om aan de Europese verplichtingen van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid te beantwoorden;
Overwegende dat het Waterbeheerplan de Regering en de overheden die belast zijn met de toepassing ervan verbindt met betrekking tot de te bereiken resultaten;
Overwegende dat dit Plan een strategisch beleidsdocument vormt waarin acties van algemene aard worden uiteengezet;
Overwegende dat het Plan tot doel heeft de bevoegde instanties te oriënteren bij het bepalen van de prioritering en de samenhang van hun acties;
Overwegende dat de uitvoering ervan doorlopend tijdens de periode 2016-2021 onderhandeld zal worden binnen de normale begrotingscyclus, op basis van de beschikbare middelen en naargelang de prioriteit van de maatregelen, vastgelegd door de Regering als bevoegde autoriteit voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Overwegende dat de wateractoren en -operatoren een tool ontwikkeld hebben voor de opvolging van de uitvoering van het Maatregelenprogramma, waarin de piloten van de instrumenten, het budget en de uitvoeringsplanning werden opgenomen;
Overwegende dat de opvolging en de evaluatie van de uitvoering van dit Plan op twee niveaus gebeurt : eerst en vooral via de hierboven vermelde opvolgingstool, die elk lid van het platform zal moeten aanvullen voor de maatregelen waarvoor hij verantwoordelijk is, en vervolgens, op Europees niveau, is iedere lidstaat verplicht halverwege (tussentijdse reporting) en op het einde van de cyclus van elk stroomgebiedsbeheerplan een rapport op te stellen met betrekking tot de vorderingsstaat;
Overwegende dat dit Plan daarnaast een beknopte evaluatie bevat van de uitvoering van het eerste Waterbeheerplan (2010-2015);
Overwegende dat, naar het voorbeeld van de maatregelen van het Waterbeheerplan, de uitvoering van de voorgestelde wetgevende of reglementaire wijzigingen opgevolgd en na een bepaalde toepassingstermijn geëvalueerd zal worden, dat de Regering zal toezien op de samenhang en de verenigbaarheid van de nieuwe geplande regelgevingen, en er eveneens op zal toezien dat deze toelaten de in dit Plan vooropgestelde doeleinden te bereiken zonder dat er buitensporige kosten of nieuwe administratieve lasten uit voortvloeien;
Overwegende dat het milieueffectenrapport betreffende het maatregelenprogramma de positieve ('opportuniteiten') en de negatieve ('risico's') van elk van de maatregelen binnen eenzelfde thematiek identificeert (cf. de in totaal 60 fiches). Zo worden de positieve en negatieve effecten behandeld die een maatregel in verschillende domeinen kan hebben, zoals levenskwaliteit, bewaring van de biodiversiteit, de potentiële jobcreatie, de financiële winst of kost;
Overwegende dat het maatregelenprogramma van dit Plan onderverdeeld is in 8 actiepijlers die allemaal rechtstreeks of onrechtstreeks in verband staan met elkaar en dat bij de uitwerking een transversale en geïntegreerde benadering van het waterbeleid de voorkeur kreeg, wat ook bij de uitvoering het geval zal zijn;
Gelet op deze onderlinge afhankelijkheid van verschillende prioritaire acties. Dat het in dit opzicht verstandig lijkt het verband dat het Plan legt tussen het gedecentraliseerde beheer van het regenwater (Regennetwerk) en de talrijke verwachte voordelen ervan te benadrukken : zowel het beperken van het risico op overstromingen (Pijler 5) als de verbetering van de kwaliteit van de waterlopen door het rioleringsnet minder te belasten (Pijler 1) en de verbetering van het leefkader door de aanwezigheid van water (Pijler 6);
Overwegende dat dit Plan in de eerste plaats beantwoordt aan de Europese verplichtingen inzake verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en het grondwater en inzake de preventie en het beheer van overstromingsrisico's. Naast deze doelstellingen worden er verbanden gelegd met de andere gewestplannen die gevolgen kunnen hebben op het vlak van water en vice versa, zoals het geval is voor het Natuurplan, het Lucht-Klimaat-Energieplan, het ontwerp van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling of het Masterplan van de Kanaalzone. Deze verbanden worden uiteengezet in het milieueffectenrapport;
Hoewel het maatregelenprogramma van dit Waterbeheerplan een hele reeks acties bevat gericht op het verbeteren van de kwaliteit van onze waterlichamen, vermeldt het de voornaamste acties over die een aanzienlijk positief effect kunnen hebben, maar heeft het geenszins de pretentie alle mogelijke maatregelen op te sommen die kunnen bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van onze wateren, zoals het gebruik van huisgemaakte onderhoudsproducten, vermeld in de opmerkingen bij het openbaar onderzoek. Er dient daarentegen wel herinnerd te worden aan de sensibiliseringscampagne voor het gebruik van ecologische producten en aan de publicaties van Leefmilieu Brussel, zoals de brochure "Minder afval produceren : 100 tips om duurzaam te consumeren", om de Brusselaars aan te zetten om milieuvriendelijk te handelen in hun dagelijks leven;
Overwegende dat er verschillende acties ondernomen werden om het Waterbeheerplan ter kennis van de burgers te brengen. Deze acties staan opgesomd in een nieuw hoofdstuk 7, om overeen te komen met de inhoud opgelegd door richtlijn 2000/60/EG. Enkele voorbeelden : er werd een gewestelijke informatiesessie voor het grote publiek georganiseerd, er werden TV- en radiospots verspreid en gedurende zes maand hebben inserts in de Nederlands- en Franstalige pers en affiches het openbaar onderzoek van dit Plan bekend gemaakt;
Overwegende dat dit Plan behoorlijk technisch is, wat echter nodig is om te voldoen aan de talrijke vereisten van deze richtlijn;
Overwegende dat het Plan tijdens het openbaar onderzoek vergezeld werd van een niet-technische samenvatting om het toegankelijker voor het publiek te maken. Zoals zijn naam aangeeft, kon dit document niet te veel in detail treden, bijgevolg worden er de grote doelstellingen van een plan in ontwerptoestand in vermeld. Uit de gecombineerde lezing van de niet-technische samenvatting en het voorgestelde maatregelenprogramma konden de concrete intenties van het Gewest met betrekking tot zijn toekomstig waterbeleid afgeleid worden;
Overwegende dat de burgerdimensie niet vergeten wordt in dit Plan, de Brusselaars (particulieren, ondernemingen, verenigingen,...) worden in de inleiding op het maatregelenprogramma vermeld als de voornaamste actoren voor de uitvoering ervan;
Overwegende eveneens de lijst met actoren actief in het beheer van de waterkringloop, door de Regering goedgekeurd op 26 september 2013, waarin heel wat niet-institutionele actoren vermeld staan, waaronder een tiental uit de verenigingswereld; dat de voornaamste acties van dit Plan echter uitgevoerd dienen te worden door de operatoren belast met openbare dienstopdrachten inzake water; dat dit rechtvaardigt dat ze meer gespecificeerd worden, zeker omdat hun actieterrein en hun bevoegdheden sterk overlappend zijn, wat het begrip van het institutioneel kader er niet gemakkelijker op maakt, zoals ook naar voren kwam uit verschillende opmerkingen bij het openbaar onderzoek;
Overwegende de vraag tot het betrekken van de burgers, bewoners van de valleien en gemeentes, bij de restauratie van het hydrografisch netwerk, hoewel ze betrokken kunnen worden naar aanleiding van de openbare onderzoeken voorafgaandelijk aan deze werken, lijkt het interessanter deze betrokkenheid te vergroten voor wat de inrichtingen betreft die uitgevoerd dienen te worden in het kader van het Regennetwerk, die meer betrekking hebben op de privéruimte of de gemeentelijke openbare ruimte;
Overwegende dat de gemeentes essentiële actoren zijn voor het concretiseren van bepaalde doelstellingen van dit Plan, te beginnen met de preventie en het beheer van overstromingen, bij het nemen van beslissingen aangaande nieuwe stedenbouwkundige projecten, door het opleggen van voorwaarden met betrekking tot een verantwoord beheer van het regenwater, maar ook met betrekking tot het vrijwaren van de kwaliteit en de kwantiteit van het grondwater. De gemeentes hebben eveneens een voorbeeldfunctie voor wat het inrichten van hun openbare ruimte en hun infrastructuur betreft, door hier een verantwoordelijk en geïntegreerd beheer van het regenwater te ontwikkelen en rekening te houden met de overstromingsrisico's;
Overwegende dat bepaalde waterlopen (zoals de Vleesgracht) die onder gemeentelijk beheer vallen, invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de Zenne en dat een overlegde actie van alle betrokken actoren (eigenaars en gemeentelijke, gewestelijke of nationale beheerders) nodig is om de kwaliteit van het waterlichaam te verbeteren;
Overwegende dat de in dit Plan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vooropgestelde maatregelen moeten bijdragen tot het verwezenlijken van de relevante internationale akkoorden, inclusief deze die tot doel hebben de vervuiling van het mariene milieu te voorkomen en weg te werken, dat in het internationaal Scheldeverdrag, ondertekend door het gewest, het engagement wordt aangegaan om het ecosysteem van de Noordzee te verbeteren en te beschermen, dat er uitwisselingen plaatsvinden tussen de ondertekenende partijen in het kader van de ISC en het CCIM, ter coördinatie van onze acties om al het oppervlaktewater van het internationale stroomgebied van de Schelde te verbeteren, inclusief de kustwateren, dat operationele doelstelling 8.1.3 hier uitdrukkelijk naar verwijst;
Overwegende het overkoepelend deel van het Beheerplan van het internationaal stroomgebied van de Schelde, goedgekeurd op de plenaire vergadering van de Internationale Scheldecommissie (ISC) van 8 december 2015 door de delegatieleiders;
Overwegende dat de keuze van de parameters in de monitoringsprogramma's van het oppervlaktewater en de kwaliteitsdoelstellingen gebaseerd is op de lijst van prioritaire stoffen en de milieukwaliteitsnormen vastgelegd op Europees niveau (richtlijn 2008/105/EG), dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bijgevolg zijn Europese verplichtingen inzake monitoring van het oppervlaktewater nakomt;
Dat het de lidstaten vrij staat de bepalen welke fysisch-chemische parameters relevant zijn in het betreffende stroomgebied, dat dit Plan hiertoe een update van de parameters en kwaliteitsnormen vooropstelt, evenals hun afstemming op degene die toegepast worden in het Vlaams gewest en in Wallonië (PA 1.8);
Overwegende dat Leefmilieu Brussel naar aanleiding van deze update een methodologische nota zal opstellen die geraadpleegd zal kunnen worden op zijn website, in een streven naar transparantie;
Dat bij de opvolging van de parameter 'nitraten' (NO3) - een geoxideerde vorm van stikstof - eveneens de gereduceerde vormen van stikstof (NH3, NH4+) gecontroleerd worden, in het kader van de controle van de fysisch-chemische kwaliteit, ook al staan deze niet uitdrukkelijk vermeld in de evaluatie van de toestand, uitgevoerd op basis van een selectievere selectie van parameters;
Overwegende dat de tot nu toe uitgevoerde monitoringprogramma's in de resultaten van de analyses geen significante verontreiniging van het oppervlaktewater door arseen hebben aangetoond, met waarden hoger dan 10 µg/l, wat overeenkomt met de kwaliteitsnorm voor het grondwater, behalve op een monitoringslocatie.
Op veel plaatsen bedraagt de arseenconcentratie minder dan 2 µg/l, wat zou wijzen op een geologische oorsprong. De monitoring dient voortgezet te worden aangezien de norm eind 2012 overschreden werd. De in het kader van dit Plan geplande uitbreiding van het netwerk met andere monitoringslocaties zal misschien arseenverontreinigingen aan het licht brengen. Indien dit het geval is, moet een inventaris van de bronnen van vervuiling en hun identificatie opgesteld worden om gepaste maatregelen te kunnen nemen om de kwaliteit van het grondwater te herstellen, in het kader van het maatregelenprogramma van het WBP 2022-2027;
Overwegende de opgeworpen vrees voor winningen, aangezien het niet zeker is dat de watervoorraad hernieuwd wordt, liet de piëzometrische monitoring van alle grondwaterlichamen over tientallen jaren toe vast te stellen dat hun kwantitatieve toestand goed is. Om deze vaststellingen in de toekomst te verfijnen, ontwikkelt Leefmilieu Brussel voor alle aquifers beheerstools, zoals hydrogeologische modellen, met als doel onder meer het watervoerend potentieel en de beperkingen op het vlak van duurzaamheid te analyseren. Hiervoor worden verschillende scenario's uitgewerkt om periodes van waternood (droogte) of van intense exploitatie (toename van de winningen) te simuleren. Voor het waterlichaam van het Brusseliaanzand werd deze analyse reeds afgerond en de analyse van alle grondwaterlagen en van het waterlichaam van de Zandlagen van het Landeniaan worden voortgezet. Het voorbeeld van het Brusseliaan toont aan dat de watervoorraad positief reageert op deze belasting, wat de twijfels over winningsactiviteiten kan wegnemen. Deze activiteiten zullen in de loop van de periode waarop dit Plan betrekking heeft beter omkaderd worden door milieuvergunningen;
Overwegende dat Pijler 3 niet in direct verband staat met Pijlers 1 en 2, maar een antwoord vormt op de verplichting tot terugwinning van de kosten van waterdiensten, zoals vermeld in artikel 9 van richtlijn 2000/60/EG, terwijl Pijlers 1 en 2 tot doel hebben de milieudoelstellingen van de richtlijn (artikel 4) te bereiken.
Bepaalde economische maatregelen betreffende de waterdiensten moeten echter ook bijdragen tot de verwezenlijking van deze milieudoelstellingen;
Overwegende de wens dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn kennis en zijn competenties op het vlak van waterbeheer, een terrein van de toekomst, zou verbeteren, dat het opleidingen zou verstrekken voor de nieuwe waterberoepen en nieuwe tewerkstellingskanalen in deze sector zou creëren. Verwijzende naar de studie uitgevoerd in het kader van het programma Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu (2012-2015), blijkt dat het niet echt om "nieuwe beroepen" gaat, maar eerder om reeds bestaande beroepen die moeten specialiseren, diverser moeten worden en zich moeten heroriënteren om de competenties inzake waterbeheer op te nemen en om tegemoet te komen aan een evoluerende vraag, met name in de richting van de vergroeningstechniek. Binnen het gewest worden specifieke opleidingen voor de watersector voorgesteld (inventaris opgesteld door de CBBH - december 2014) en er is oog voor de behoefte aan nieuwe opleidingen (CBBH, BRC). Het oprichten van werkelijk nieuwe tewerkstellingskanalen in de watersector hangt af van de integrale uitvoering van dit Plan;
Met betrekking tot het feit dat sommigen het volgens bepaalde opmerkingen tijdens het openbaar onderzoek betreurden dat dit Plan weinig aandacht besteedt aan economische stimulatie en het scheppen van werkgelegenheid, dient in herinnering gebracht te worden dat er in het kader van het programma Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu voor de periode 2012-2015 onderzoeken werden uitgevoerd en er een diagnose werd gesteld. Bepaalde maatregelen van het vorige WBP die betrekking hebben op deze thematiek werden zo uitgevoerd.
Sindsdien zet een Gewestelijk programma voor circulaire economie (GPCE) - door de Regering goedgekeurd op 10 maart 2016 - dit werk voort, het neemt de conclusies die uit de Alliantie getrokken werden over en heeft een actieplan opgesteld waarin elementen betreffende de watersector werden opgenomen. Daarnaast dient er in overweging genomen worden dat dit Waterbeheerplan een maatregelenprogramma met milieudoelstellingen wil voorstellen, terwijl het GPCE een actieplan met economische doelstellingen voorstelt. Dit Plan en dit gewestelijk programma zijn echter met elkaar verbonden in hun uitvoering, zoals vermeld in Pijler 4 : "de uitvoering van het WBP zal het potentieel voor economische ontwikkeling en ontwikkeling van de werkgelegenheid opwaarderen en de uitvoering van de "water"-elementen van het GPCE situeert zich binnen het door het WBP geschapen kader";
Overwegende dat er - onder de tijdens het openbare onderzoek verstrekte meningen - ruime steun is voor maatregelen gericht op het verantwoord beheer van regenwater door de invoering van gedecentraliseerde technieken van het type geul, nieuwe stedelijke rivier, infiltratie ter plaatse, evenals voor maatregelen om bouwwerken in vochtige zones met een aanzienlijk overstromingsrisico te beperken;
Overwegende echter dat een groot deel van het Brussels grondgebied ondoorlaatbaar werd gemaakt en de bevolkingsdichtheid dermate hoog is dat deze gedecentraliseerde maatregelen alleen niet voldoende zijn om het overstromingsrisico te voorkomen, dient er gezocht te worden naar het juiste evenwicht tussen gecentraliseerde maatregelen (type "stormbekken") en gedecentraliseerde maatregelen;
Overwegende de opmerking dat dit Waterbeheerplan zou berusten op verouderde praktijken voor waterbeheer, die eruit zouden bestaan het water op te sluiten in leidingen en stormbekkens, dient er vastgesteld te worden dat het beheer van het regenwater buiten het rioleringsnet om gevaloriseerd te worden voor en door het Blauwe Netwerk of voor de levenskwaliteit in stedelijk milieu een zeer aanwezig thema is in dit Plan, meer dan in het vorige Plan (2010-2015), inclusief het Regenplan, waar dit idee reeds werd aangeboord maar niet werd benadrukt. Er worden niet minder dan 16 prioritaire acties (op een totaal van 120 weerhouden maatregelen) voorgesteld die betrekking hebben op het gedecentraliseerd beheer van regenwater. Om deze nieuwe invulling van het beheer van het regenwater zichtbaarder te maken, was het te overwegen geweest om het gecentraliseerd te behandelen in een uitsluitend aan dit thema gewijde pijler. Er werd voor gekozen om deze transversaal weer te geven, in elke pijler waarin ze bijdraagt tot het verwezenlijken van de doelstellingen inzake kwaliteit, controle, circulariteit, overstromingspreventie,... om de alomtegenwoordigheid van het thema te benadrukken, ook al bemoeilijkt dit misschien de lezing en de identificatie van alle implicaties van het beheer van het regenwater in het Plan;
Overwegende dat er reeds studies over deze technieken en 'alternatieve' regenwaterinrichtingen werden uitgevoerd, waaronder de "Tool voor het beheer van regenwater", die verschillende technieken voor private percelen heeft samengevoegd en een berekening van de dimensionering vastlegt die aangepast is aan de Brusselse context, de studie "Quadeau", over het uitvoeringspotentieel op gewestelijke schaal, waarin becijferde doelstellingen en een berekening voor de controle van de efficiëntie van een dimensionering vastgelegd worden en waarin een wijkdiagnose opgesteld wordt,... of ook nog "Aquatopia", waarin een Brusselse wijk omschreven werd om er de toepassing van "alternatieve" technieken op private en publieke percelen te simuleren en de hydraulische en economische efficiëntie van deze technieken te vergelijken met de zogenaamde 'klassieke' technieken (gecentraliseerd stormbekken);
Dienen eveneens vermeld te worden : de publicatie door Leefmilieu Brussel van een overzicht van alternatieve operationele voorzieningen (catalogus met 100 concrete voorbeelden), de werken van het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw en het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB), met name over de studie van de voorzorgen bij de aanleg van waterdoorlatende wegbedekking,...);
In dit Plan worden nog andere acties vooropgesteld. Deze betreffen de impact van deze gedecentraliseerde technieken op de bodems en de grondwaterlagen binnen de Brusselse context (gekoppeld aan Pijler 1) en de manier om deze zo goed mogelijk te integreren in het gewestelijk stedenbouwkundig regelgevend kader;
Voor wat de uitvoering van de gedecentraliseerde/alternatieve voorzieningen voor het beheer van het regenwater betreft, kan er geen sprake van zijn dat in dit Plan nauwkeurig vastgelegd wordt welke voorzieningen gerealiseerd zullen worden en waar, wanneer en door wie.
Dit Plan is immers een strategisch document dat te volgen richtlijnen opsomt en een reeks acties voorstelt. Zoals vermeld bevat het Plan niet minder dan 16 prioritaire acties die betrekking hebben op het gedecentraliseerd (of ook "alternatief") beheer van het regenwater.
Erop letten rekening te houden met het beheer van het regenwater in al zijn complexiteit via alle valoriseerbare voorzieningen (insijpeling ter plaatse, aanleg van geulen of van nieuwe stadsrivieren,...) en de rol van iedereen in de ontwikkeling van een nieuw netwerk in Brussel zijn zeker en vast uitdagingen die het Gewest van plan is aan te gaan.
Het Regennetwerk, dat alle bestanddelen van het beheer van regenwater aan de bron bevat, is het middel om hierin te slagen. Om dit Plan voor deze thematiek operationeler te maken, zal een indicatieve cartografie van het Regennetwerk voorgesteld worden, met vermelding van de concrete actiemogelijkheden voor een verantwoord beheer van het regenwater. Deze actie kadert binnen de instrumenten van PA 5.12;
Overwegende dat Pijler 5 echter betrekking heeft op de riolering als potentiële afvoervoorziening voor afvloeiingswater, dat het tot op vandaag inderdaad in Brussel niet mogelijk is te denken aan overstromingsbeheer en -preventie zonder het rioleringsnet te vermelden. Zoals vermeld in hoofdstuk 2.5. van het Plan is dit net "plaatselijk onaangepast en verouderd" en moet de opvangscapaciteit voor afvloeiingswater op bepaalde punten vergroot worden. De maatregelen van Pijler 5 die hiermee verband houden (prioritaire acties 5.8 en 5.10) beogen de verbetering van de hydraulische stroom en de capaciteit van het rioleringsnet en de vernieuwing ervan en hebben allemaal tot doel de overstromingsrisico's te beperken.
Het rioleringsnet als schakel in de saneringsdiensten en het rioleringsnet als opvangbak voor afvloeiingswater wordt in dit Plan transversaal behandeld (Pijler 1 en Pijler 5). Desalniettemin werd er op het vlak van de inboeking van de voor dit net nodige investeringen een onderscheid gemaakt : de heraanleg van het rioleringsnet wordt enkel aangerekend op Pijler 1 en niet meer op Pijler 5, in aansluiting op een reeks opmerkingen gemaakt tijdens het openbaar onderzoek.
Bijlage 6 werd in deze zin gewijzigd;
Overwegende dat Pijler 7 niet begroot werd, aangezien deze voornamelijk betrekking heeft op informatieverstrekking en aanpassingen van regelgevende aard, die uitgevoerd moeten worden na het potentieel van het Gewest op het vlak van geothermie en hydroelektriciteit te hebben bepaald. Het grootste deel van de financiering van deze Pijler komt van een EFRO-project (2016-2021), in samenwerking met de UCD, SGD, de VUB en het WTCB. Leefmilieu Brussel levert een bijdrage in de vorm van human resources (niet opgenomen in de kosten) voor de goede opvolging van het project en de Europese Unie neemt de financiën op zich;
Overwegende dat er rekening gehouden werd met de meeste opmerkingen, die een aanpassing van het definitief goedgekeurde Waterbeheerplan 2016-2021 noodzakelijk maakten.
Dit is meer bepaald het geval voor : -de opmerking van Brussel Stedelijke Ontwikkeling (BSO) die, als actor ruimtelijke ordening, vermeld dient te worden als één van de voornaamste actoren belast met de uitvoering van dit Plan, net zoals de 19 gemeentes, en des te meer als rekening gehouden wordt met de in dit Plan voorgestelde wijzigingen van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, de rol van BSO bij de toekenning van bepaalde stedenbouwkundige vergunningen, van renovatiepremies en bij de uitvoering van operationele programma's voor stadsherwaardering en zijn potentiële betrokkenheid bij het concretiseren van pijlers 5 en 6 van het maatregelenprogramma; - de aanpassing aan de klimaatsverandering, een factor waarmee dit Plan reeds rekening hield en dat de conclusies overneemt van studies specifiek voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vooraleer een reeks acties voor te stellen die de aanpassing en de veerkracht van het Gewest met het oog op deze veranderingen tot doel hebben, of het nu gaat om het kwantitatieve beheer van het grondwater (PA 2.4), de maatregelen ter preventie en beheer van overstromingen (Pijler 5), de maatregelen betreffende de strijd tegen invasieve soorten (PA 1.30, PA 6.6) of de strijd tegen de gevolgen van warmte-eilanden (PA 6.8);
Overwegende daarnaast dat fiche nr. 60 van het milieueffectenrapport de vermoedelijke effecten van deze acties gedetailleerd beschrijft; - het belang dat in dit Plan wordt gehecht aan een andere manier om regenwater te beheren dan "alles in het riool" impliceert verduidelijkingen, zeker omdat 16 prioritaire acties (PA) dit beheer transversaal behandelen in de eerste 6 pijlers van het maatregelenprogramma. Dat om dit beheer te omschrijven de termen 'alternatief beheer' (gebruikelijk in Frankrijk), 'geïntegreerd beheer' of ook nog 'gedecentraliseerd beheer' van het regenwater gebruikt worden. Gelet op het risico dat de term 'alternatief beheer' een contraproductieve of beperkende connotaties zou krijgen ten opzichte van de nagestreefde doelstellingen, worden de onontbeerlijke beheertechnieken die complementair zijn ten aanzien van het rioleringsnet (leidingen, collectoren, stroombekkens), die overal waar mogelijk aangelegd zullen worden om dit net - dat bij momenten beperkt is - te ontlasten en omwille van de landschappelijke en ecologische meerwaarde die ze onmiskenbaar kunnen opleveren, omschreven als 'gedecentraliseerd'; - In dit Plan worden een reeks maatregelen vooropgesteld die tot doel hebben het bestaande wettelijke en regelgevende kader inzake water te wijzigen, dat een goede juridische en technische opstelling nodig zal zijn opdat eenieder de nieuwe regels goed begrijpt, ze zich eigen maakt en toepast, naast gepaste informatie voor de personen die ze moeten doen naleven (met name bij de verstrekking van milieuvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen); - de gegevens met betrekking tot de landbouwoppervlakte werden bijgewerkt, op basis van deze gegevens kan de landbouw nog steeds beschouwd worden als een marginale activiteitensector, die minder dan 2% van het Brussels grondgebied in beslag neemt; - er werd samenhang gegeven aan de becijferde gegevens betreffende het rioleringsnet die vermeld worden in hoofdstuk 2 en 6 (grootte, jaarlijkse investeringen); - tijdens het openbaar onderzoek uitten sommige personen de wens dat de gegevens betreffende de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater online gezet zouden worden, deze vraag is gerechtvaardigd met het oog op het principe van toegang tot milieu-informatie, dat er echter drie belangrijke elementen zijn om het online zetten van deze gegevens op correcte wijze te laten gebeuren : 1) de validering van de gegevens (kritische controle van hun kwaliteit), 2) de ontwikkeling van een databank en 3) het maken van een web/webGIS-interface om de gegevens gemakkelijk te kunnen raadplegen. Om deze drie elementen te realiseren zijn er tijd en menselijke middelen nodig. Deze kwestie maakt momenteel het voorwerp uit van een ontwikkeling of een verbetering binnen Leefmilieu Brussel, om de gegevens betreffende de waterkwaliteit zo snel mogelijk toegankelijk te maken via een webinterface, in de loop van de periode 2016-2021 waarop het Plan betrekking heeft; - prioritaire actie 1.3. werd aangepast om ze operationeler te maken, in overleg met VIVAQUA en de BMWB; - prioritaire acties 1.1, 1.2, 1.25 en 1.32 werden aangevuld om de rol die het Regennetwerk speelt bij het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater (doordat het rioleringsnet minder verzadigd raakt en door de inwerkingstelling van stormoverlaten) beter in de verf te zetten; - de concrete maatregelen die zullen uitgevoerd worden in het kader van de prioritaire actie 1.28 kunnen slechts gepreciseerd worden na een studie van de hydromorfologische omschrijving van de Woluwe, waarvan de resultaten eind 2016 verwacht worden, aangezien slechts daarna de relevant geachte interventies gepland kunnen worden; - prioritaire actie 1.30 werd verduidelijkt om uitdrukkelijk de problematiek van de Amerikaanse rivierkreeft in de Woluwe te vermelden; - de steun die de gemeente Watermaal-Bosvoorde aanbiedt bij de denkoefening over het toekomstig beheer van de waterlopen op haar grondgebied, zoals de Zwaneweidebeek. In het kader van Pijler 6 is Leefmilieu Brussel voorstander van een herwaardering van deze waterlopen, het actiepotentieel zal geëvalueerd worden en er zal overleg gepleegd worden met de gemeente; - de uitvoering van prioritaire actie 1.33 in overleg tussen VIVAQUA en de Haven van Brussel; - de wens dat sectoren geraadpleegd worden naar aanleiding van de bijwerking van de normen voor lozing in de riolen en in het oppervlaktewater. In prioritaire actie 1.8 werd verduidelijkt dat er in geval van aanneming van sectoriële normen overleg gepleegd zal worden met de voornaamste betrokken sectoren van het Gewest en dat in elk geval voor elke wijziging van de vergunning de specifieke normen die gewijzigd zouden worden besproken zullen worden met het betrokken bedrijf. De lozingsnormen moeten uitgevaardigd worden om het bereiken van de vastgelegde kwaliteitsdoelstellingen voor de ontvangende waterlichamen niet in het gedrang te brengen; - om verwarring te vermijden tussen de maatregelen betreffende de vernieuwing en de uitbreiding van het rioleringsnet, behandeld in Pijler 1 en in Pijler 5 (cf. PA 1.49; 1.50 en 5.10) en om de nodige investeringen niet dubbel aan te rekenen, werden aanpassingen doorgevoerd in bijlage 6 van het Plan. Deze maatregelen worden niet meer ingeboekt in het kader van de strijd tegen overstromingen (Pijler 5). Aldus geeft deze aanpassing een antwoord op de kritiek die in het kader van het openbaar onderzoek geuit werd, en die luidde dat deze maatregelen eerder betrekking hebben op de verbetering van de kwaliteit van de waterlichamen dan op de preventie en het beheer van overstromingsrisico's; - het aanstellen van een bemiddelaar voor de watersector is een voorstel dat weerhouden werd en nader bestudeerd zal moeten worden om te weten te komen wie deze taak volledig onafhankelijk op zich zou kunnen nemen en een grondige kennis van de sector heeft; - de rol van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van de strijd tegen overstromingen in de Zennevallei werd opnieuw verduidelijkt, naast de notie van "inter-gewestelijke solidariteit" (operationele doelstelling 5.1.4); - prioritaire actie 5.8 ging van prioriteitsgraad 1 naar prioriteitsgraad 2, wat betekent dat ze niet zal uitgevoerd worden vóór 2018; - meerdere studies hebben bijgedragen tot het komen tot conclusies, die bijgedragen hebben tot de reflectie bij het opstellen van dit Plan en in het bijzonder van het Overstromingsrisicobeheerplan (Pijler 5).
De studie Aquatopia is één van deze studies en werd opgenomen in de bibliografische referenties. De studie Aquatopia werd uitgevoerd in het kader van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu (2014) en richt zich op de analyse van een specifieke wijk, met het oog op het gedecentraliseerd beheer van het regenwater en op basis van een nauwgezette methodologie bestaande uit het kruisen van hypotheses en de omschrijving van de wijk. Ze benadrukt de hydraulische efficiëntie van de gedecentraliseerde technieken die samenkomen in deze wijk en werpt een blik op het potentieel inzake economie en tewerkstelling gekoppeld aan deze investeringen; - het instrument van PA 5.11, die melding maakt van de invoering van een "regenwatertaks", werd gewijzigd en vervangen door de oprichting van een financieel mechanisme dat toelaat collectieve inrichtingen voor het beheer van het regenwater en de strijd tegen overstromingen te financieren, of het nu gaat om gecentraliseerde infrastructuur van het type stormbekken of van gedecentraliseerde inrichtingen in het kader van het Regennetwerk. Er wordt overigens verwezen naar prioritaire actie 3.5. Deze herformulering laat toe de invoering te overwegen van een inning die de saneringsdienst van het regenwater zou dekken, zoals bedoeld in PA 3.5; - de lancering van een oproep tot projecten bestemd voor de gemeenten voor de aanleg van inrichting(en) voor het gedecentraliseerd beheer van het regenwater werd toegevoegd als instrument van PA 5.12; - de noodzaak van een dimensionering van de kunstwerken om rekening te houden met de aangepaste klimaatscenario's staat uitdrukkelijk vermeld in operationele doelstelling 5.1.6. Deze dimensionering zal echter eveneens rekening moeten houden met de uitgevoerde of geprogrammeerde gedecentraliseerde maatregelen voor het beheer van het regenwater; - de criteria van een overstromingszone in de zin van het koninklijk besluit van 12 oktober 2005 werden verduidelijkt in prioritaire actie 5.15; - het idee om de burgers meer te betrekken bij het waarschuwingssysteem voor overstromingen werd weerhouden. Prioritaire actie 5.22 verwijst nu naar de invoering van een "burgercomité voor toezicht en wederzijdse hulp" dat rekening houdt met de grotere rol die burgers moeten spelen bij de daling van het risico op overstromingen, door de beschermingsmaatregelen die ze nemen, door sensibilisering van nieuwe buren, door elkaar te helpen als er zich een overstroming voordoet en door de informatie die ze aan de instanties kunnen geven. Deze comités zullen bevoorrechte gesprekspartners zijn waaraan het zeer nuttig zal zijn overstromingswaarschuwingen door te geven. De gemeentes zouden een register van deze wijkcomités en hun contactnummers moeten bijhouden; - de omkadering van hydro-elektrische systemen door de creatie van een nieuwe operationele doelstelling 7.1.3; - de uitdrukkelijke vermelding van de coördinatie binnen het CCIM en de invoering van een grensoverschrijdend overleg op lokaal niveau voor prioritaire actie 8.3;
Overwegende dat er onder de niet-weerhouden opmerkingen onderscheid moet worden gemaakt tussen deze die al in dit Waterbeheerplan 2016-2021 werden vooropgesteld, deze die vooropgesteld werden in een ander plan of een specifieke wetgeving, deze die niet onder het Waterbeheerplan vallen en deze die de Regering acht niet in overweging te moeten nemen;
Overwegende dat de volgende opmerkingen en vragen niet in overweging genomen werden, aangezien ze een specifiek karakter hebben dat verband houdt met algemene maatregelen die reeds vooropgesteld werden in het maatregelenprogramma van het Waterbeheerplan, met name : - de studies vermeld in het maatregelenprogramma worden niet verwijderd uit dit document, ze staan er nog steeds in als voorafgaande elementen die dikwijls nodig zijn voor de uitvoering van bepaalde acties. Ze zijn echter niet opgenomen in bijlage 6 (voorlopige raming van de kosten) aangezien het ofwel niet mogelijk is de kostenefficiëntie van een studie betreffende de realisatie van de milieudoelstellingen van het Plan te evalueren ofwel dat ze geïntegreerd worden in andere rechtstreekse investeringen; - de mogelijkheid om een beroep te doen op financiering door Europese fondsen. Hoewel dit Plan het niet uitdrukkelijk vermeldt als actie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is voortdurend op zoek naar partnerschappen om Europese financieringen en subsidies te kunnen genieten. Zo werden er projecten opgezet waarvan Leefmilieu Brussel één van de partners is (SCALDIT, SCALDWIN), andere projecten werden opgezet om een financiering van het EFRO te bekomen, maar zonder succes, of wachten nog op goedkeuring : LIFE IP BELINI (tweede poging) om de intergewestelijke coördinatie te bevorderen en het project H2020 - Living water, dat rechtstreeks verband houdt met Pijlers 5 en 6 van dit Plan); - de progressieve vermindering van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen en het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen, emissies en verliezen van gevaarlijke prioritaire stoffen in het oppervlaktewater zijn de voornaamste doelstellingen van richtlijn 2000/60/EG. Overwegende dat de stormoverlaten nodig zijn om het rioleringsnet te ontlasten maar tegelijkertijd één van de voornaamste oorzaken zijn voor het lozen van afvalwater in de waterlopen, worden in dit Plan een hele reeks maatregelen vooropgesteld om de inwerkingstelling ervan te beperken (PA 1.1, 1.2, 1.3, 1.25, 1.32, 5.11). Daarnaast moeten op bepaalde plekken de ontbrekende verbindingen tussen het rioleringsnet en de collector aangelegd worden (PA 1.15), om de rechtstreekse lozing van polluenten in het oppervlaktewater te vermijden, in het bijzonder in de Zenne; - De Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer (BMWB) beschouwt de beperking van de frequentie en de intensiteit van de overstorten voor wat de stormoverlaten betreft als prioritair. Dit Plan maakt hier een prioriteit van, die weerspiegeld wordt in verschillende prioritaire acties (PA 1.1, 1.2, 1.3, 1.25, 1.26, 1.32 et 1.33) en waarvan de uitvoering een goede coördinatie zal vergen; - prioritaire actie 1.3 die de werking van de stormoverlaten wil optimaliseren zal pas uitgevoerd worden na de haalbaarheidsstudie en de kosten-efficiëntieanalyse van de voorgestelde inrichtingen. De modellen zullen geijkt worden om rekening te houden met de maatregelen die reeds ingevoerd werden in het kader van de uitvoering van dit Plan, wat niet het geval zal zijn voor de preventieve maatregelen die nog moeten uitgevoerd worden, omdat het onduidelijk is welk volume ze effectief zullen kunnen tegenhouden; - de afvloeiing (terugzending) van het regenwater in het rioleringsnet, om nadien onnodig gezuiverd te worden, waarvoor een verhoging van de verwerkingscapaciteit van de zuiveringsstations nodig zou zijn. Het Plan komt tegemoet aan deze opmerking in zoverre dat het goedgekeurde maatregelenplan prioritaire actie 1.4, die voorzag om de capaciteit van de zuiveringsstations om afvalwater te zuiveren bij regenweer te verhogen, niet overneemt, er wordt daarentegen prioriteit gegeven aan de maatregelen die het beheer van regenwater op het perceel of de aansluiting ervan op elementen van het hydrografisch netwerk beogen (PA 1.1, 1.2, 1.25, 1.32, 5.11); - de classificatie van de fysisch-chemische normen in vijf klassen zal worden uitgevoerd in het kader van prioritaire actie 1.8, waarbij gelet zal worden dat deze aansluit op de normen van kracht in Vlaanderen en Wallonië. Deze wens om de normen op elkaar te doen aansluiten staat vermeld in hoofdstuk 4.1.1.2 van het Plan. Er vonden trouwens reeds uitwisselingen plaats tussen deskundigen van de drie gewesten om dit werk tot een goed einde te brengen binnen de periode waarop dit Plan betrekking heeft; - naast de opvolging van de kwaliteit van de drie aangeduide oppervlaktewaterlichamen in de zin van richtlijn 2000/60 bestaat er natuurlijk sinds 2001 een monitoringslocatie voor de fysisch-chemische kwaliteit van de Molenbeek, de Geleytsbeek en de Linkebeek, om een volledig overzicht te hebben van de kwaliteit van onze waterlopen en beken. Om redenen van menselijke en financiële middelen is het echter niet mogelijk op alle waterlopen grondig toezicht te houden zoals gebeurt voor de drie waterlichamen van het Gewest; - de hydromorfologische herwaardering van de Zenne wordt overal waar mogelijk gepland. De acties van dit Plan beperken zich tot interventies in de zomerbedding van de Zenne of hebben tot doel de waterloop gedeeltelijk opnieuw open te leggen (PA 1.19 en 6.2). De aanleg van een fietscorridor langs de Zenne in het noorden van het Gewest, richting Vilvoorde, valt daarentegen onder het mobiliteitsbeleid; - hoewel de waterlopen Vogelzangbeek en Geleytsbeek niet met naam worden genoemd in het maatregelenprogramma, zijn ze wel opgenomen in de bekommernissen van operationele doelstelling 1.1.6. die de emissies van polluenten afkomstig van privépersonen gelegen op het grondgebied van het Gewest wil verminderen, aangezien het gaat om zijrivieren van de Zenne. De verbetering van de kwaliteit van de zijrivieren van de Zenne in het algemeen is een van de bekommernissen van het Plan (OD 1.1.7), maar richt zich in het bijzonder op de Hollebeek-Leibeek, in het noorden van het gewest, omwille van haar huidige belabberde kwaliteit en de mogelijkheden tot herstel van de waterloop; - Overwegende de investeringen die naar aanleiding van het eerste Waterbeheerplan gedaan werden om de Geleytsbeek in Ukkel te herstellen en opnieuw aan te sluiten op de Zenne, overwegende dat er nog acties met betrekking tot deze waterloop uitgevoerd dienen te worden, onder meer voor wat zijn minimumdebiet betreft; dat het beheer van het stroomopwaartse deel van de waterloop valt onder de gemeente en dat deze binnenkort een reeks projecten zou moeten uitvoeren betreffende inrichtingen die interessant zijn voor de herwaardering van de waterloop en het verantwoord beheer van het regenwater; - het beëindigen van de sanering van de zone van de Vogelzangbeek door collectieve of individuele afvalwaterzuivering zit wel degelijk vervat in het Plan; in 2017 worden er investeringen gepland om de ecologische kwaliteit en het vermogen als buffer van de rivier te verbeteren;
Leefmilieu Brussel en de gemeente Anderlecht, die het grondbeheer bezit, zullen de ecologische verbinding met de Kanaalzone onderzoeken, desgevallend in partnerschap met verenigingen die een reëel belang aantonen, zoals de CBN Vogelzang; - de wens dat er een gescheiden rioolstelsel zou aangelegd worden tijdens de werken aan de Ukkelbeek. Hoewel de werken voor de aanleg van een stormbekken door VIVAQUA gescheiden moeten worden van de werken ter vernieuwing of wijziging van het rioleringsnet in de zone, beletten deze geenszins de vernieuwing van de koker van de waterloop.
Er worden trouwens werken gepland in partnerschap met de gemeente Ukkel, Leefmilieu Brussel en VIVAQUA. De concrete aanleg van een gescheiden rioolstelsel kan echter pas gebeuren nadat het stroomopwaartse deel hersteld is en de kwaliteit van het afvloeiingswater op deze wegen met intensief verkeer onderzocht en aanvaardbaar bevonden werd. Leefmilieu Brussel zal letten op de aanvoer van helder of afvloeiingswater in de Ukkelbeek naar aanleiding van de geplande werken op de betreffende wegen (De Frélaan, Brugmannlaan) en dit om operationele doeleinden 2.1.2 en 5.1.1. van dit maatregelenprogramma te bereiken; - de controle van de normen voor lozing door ondernemingen, vooropgesteld in PA 1.13, zal het voorwerp uitmaken van een door Leefmilieu Brussel opgezet inspectieprogramma, dat rekening houdt met de gegevens van het monitoringprogramma voor het oppervlaktewater en van de inventaris van de emissies om zich zo goed mogelijk te focussen op de polluenten uitgestoten door ondernemingen en laboratoria (universitair of privé) die chemische producten gebruiken; - de sectoriële lozingsnormen van toepassing op ondernemingen maakten het voorwerp uit van een voorafgaandelijke studie, om passende voorwaarden vast te leggen in de milieuvergunningen (PA 1.12); - in PA 1.14 wordt inderdaad de terbeschikkingstelling gepland van technisch-financiële begeleiding van particulieren wiens woning niet het voorwerp kan uitmaken van een collectieve sanering; als er een aansluiting mogelijk is, wordt de technische en/of financiële begeleiding van particulieren- waarvan sprake in PA 1.16 - verzorgd door HYDROBRU/VIVAQUA als beheerder van het rioleringsnet. De interventies, of ze nu technisch of financieel zijn, zijn echter noodzakelijkerwijs beperkt tot het openbaar domein en gebeuren niet op privédomein of op de private delen van het net; - de inrichting van zones die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van waterfauna en -flora aan de oevers van de Zenne, waarvan sprake in PA 1.22, wordt toegelicht in de inleiding op OD 1.1.8. Er wordt geen enkel instrument aan gekoppeld omdat de in te voeren maatregelen reeds vermeld staan in PA 1.19, 1.20 en 1.21, die betrekking hebben op de hydromorfologische kwaliteit van de Zenne, waarin een luik is opgenomen over de diversiteit van de habitats in de rivier; - de behandeling van afvloeiingswater afkomstig van spoorwegen vóór lozing, waarvan sprake in PA 1.9 en 1.35, zal het voorwerp uitmaken van een overleg met de MIVB, de voornaamste actor betrokken bij de uitvoering van deze maatregel; er zou een gelijkaardige behandeling van het afvloeiingswater van wegen en spoorwegen overwogen kunnen worden door de invoering van een "systeem van stedelijke bekkens" (lagunage), een idee dat werd opgeworpen tijdens het openbaar onderzoek. De herinrichting van de Woluwelaan is in dit opzicht een testcase, waarvan de efficiëntie geëvalueerd zal moeten worden, zoals vermeld in OD 1.2.2.; - bij de uitvoering van de voorziene acties met betrekking tot de Woluwe om de kwaliteit en de hydromorfologische continuïteit ervan te verbeteren (PA 1.26, PA 1.28 en 1.29) zal erop gelet worden de overstromingsrisico's in de vallei niet te vergroten; - de herinvoering van de stekelbaars in de Woluwe, aangezien deze soort reeds talrijk aanwezig is in de waterloop, volgens de resultaten aangaande de vissen, bekomen in het kader van de biologische monitoring. In de toekomst zullen deze resultaten gepubliceerd worden op de website van Leefmilieu Brussel; - het idee om een rivier ten westen van de Woluwelaan te creëren kadert binnen prioritaire actie 2.1., evenals binnen de aanleg van inrichtingen voor het gedecentraliseerd beheer van regenwater (PA 5.12). Zo zouden oude beekbeddingen, zoals de Roodebeek, een zijrivier van de Woluwe, eveneens opgewaardeerd kunnen worden, de doorsijpelingsgebieden van de Roodebeek, die momenteel een gracht vormen op het binnenterrein van het huizenblok van de Goudeneilandenlaan in Sint-Lambrechts-Woluwe, zouden kunnen ingericht, verlengd en beschermd worden tegen lozing van de parking die er langs loopt; Leefmilieu Brussel zal eveneens de herinrichting van de Struybeek onderzoeken; - de noodzaak om de Malouvijver in Sint-Lambrechts-Woluwe adequaat in te richten, zowel op hydraulisch als landschappelijk vlak. Hoewel deze vijver door de gemeente beheerd wordt, wordt hij doorkruist door de Woluwe, beheerd door Leefmilieu Brussel, deze maatregel wordt vooropgesteld in prioritaire acties 1.40 en 1.41 en impliceert overleg met de gemeente; - Leefmilieu Brussel zal in samenspraak met de betrokken gemeentes een strategie bepalen voor de eventuele overname van het beheer van gemeentelijke vijvers (zoals de Tercoignevijver in Watermaal-Bosvoorde) of om heraansluitingen op het hydrografisch netwerk te overwegen, bijvoorbeeld voor de Bemptvijvers in Vorst, die zouden kunnen aangesloten worden op de koker van de Zwartebeek via de Ruisbroeksesteenweg en zo verbonden worden met de Zenne; - de Leybeekvijver in Watermaal-Bosvoorde wordt dikwijls geconfronteerd met de ontwikkeling van blauwwieren. Leefmilieu Brussel is zich maar al te goed bewust van dit probleem en heeft een studie opgestart om de aanvoer van helder water naar deze vijver te verbeteren. Er werd daarnaast een stedenbouwkundige vergunning verkregen om een hele reeks acties zoals vooropgesteld in operationele doelstelling 1.4.1. uit te voeren, wat zal gebeuren in de loop van de periode waarop dit Plan betrekking heeft; - in prioritaire actie 1.42 wordt in de creatie of het behoud van een groene bufferzone langs de vijvers voorzien, om de eutrofiëring ervan tegen te gaan; - de behandeling van het slib in de vijvers - waarvan sprak in PA 1.42 - kan gebeuren met alle soorten bio-additieven, waaronder coccolietenkrijt; - de toename van het aantal muggen, waarover de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe zich zorgen maakt, zou vermeden moeten als operationele doelstelling 1.4.1., vastgelegd in dit Plan, bereikt wordt; - Leefmilieu Brussel is voorstander van een actie die zich richt op het geïntegreerd beheer van waterlopen, vijvers en vochtige zones. Dit betekent dat de acties van het Blauwe Netwerk die in het kader van dit Plan uitgevoerd dienen te worden, noodzakelijkerwijs georiënteerd worden op het bereiken van de doelstellingen inzake waterkwaliteit maar ook inzake natuurbehoud -onverminderd de acties uitgevoerd in het kader van het Natuurplan-, naast louter hydrologische aspecten. Het behoud of zelfs de verbetering van de biodiversiteit rond het hydrografisch netwerk dragen natuurlijk bij tot de verbetering van de ecologische toestand van de oppervlaktewaterlichamen. Deze bekommernis wordt behandeld in verschillende acties van het maatregelenplan (Pijler 1, Pijler 2 en Pijler 6); - de strijd tegen exotische vogelsoorten is opgenomen in prioritaire actie 1.46 van het maatregelenprogramma. Deze actie zal uitgevoerd worden in het kader van een globaal actieplan dat zich specifiek richt op de strijd tegen invasieve soorten, dat de regering dient goed te keuren op basis van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud; - de aanbevelingen van het milieueffectenrapport betreffende het gebruik van zware machines op de werven zullen opgevolgd worden. De ambtenaren van Leefmilieu Brussel of zijn onderaannemers dienen zich trouwens te voegen naar de eisen van de Brusselse regelgeving, met name degene betreffende het behoud van de natuur, in het bijzonder als er acties ondernomen worden in een van de drie speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) in ons Gewest; - het probleem van de droogstand van het moeras van Jette, aangehaald tijdens het openbaar onderzoek, werd vastgesteld. Er zijn werken bezig (september 2016) om te zorgen voor een verbinding tussen de twee moerassen onder de spoorwegen, om meer helder water naar het moeras van Jette aan te voeren en de vochtigheidsgraad ervan te verhogen; - het probleem van de gevaarlijkheid en de verouderde toestand van de inspectieputten van het rioleringsnet in de moerassen van Jette en Ganshoren, aangehaald tijdens het openbaar onderzoek, werd in aanmerking genomen. VIVAQUA plant een globale heraanleg van alle kokers stroomopwaarts en in de moerassen; - de controle en de betere opvolging van boringen en piëzometers als potentiële bronnen van vervuiling. Deze actie is opgenomen in PA 1.53 en 1.57; - controleren of vastgoedprojecten geen impact hebben op de grondwaterlagen. Het is aan de milieuvergunningen om op deze problematiek een antwoord te bieden door vergunningen te weigeren of bijzondere voorwaarden op te leggen waardoor de milieueffecten beperkt kunnen worden. In het kader van PA 2.8. zal deze inoverwegingneming verstrekt worden; - de uitbreiding van het onderzoek naar andere stoffen in het grondwater, zoals glyfosaat. Een van de doelstellingen van de ingevoerde monitoringprogramma's van de chemische toestand van het grondwater is juist het opsporen van nieuwe polluenten of vervangers van polluenten. De monitoringprogramma's voor het grondwater houden reeds rekening met bepaalde zogenaamde "opkomende" stoffen. In dit kader werd er reeds een analysecampagne gehouden met betrekking tot residuen van medicamenteuze of hormoonverstorende stoffen in het water (zowel grondwater als oppervlaktewater). Deze monitoring zal voortgezet worden. Ter informatie : bijlage 4 van dit Plan omvat de lijst met de parameters die tijdens het algemeen en operationeel toezicht op het grondwater gevolgd worden; - voor de opvolging van pesticiden gaat het Gewest in op de vraag tot monitoring uitgaande van de Federale Openbare Dienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, belast met de erkenning van gewasbeschermingsmiddelen in België; - maatregelen nemen om te vermijden dat de grondwaterlaag verontreinigd wordt bij boor-en funderingswerken. Voor funderingswerken moet het peil van het grondwater verlaagd worden, er moet dan ook een winningsvergunning verstrekt worden door Leefmilieu Brussel. Hiervoor worden alle maatregelen die de exploitant moet nemen geanalyseerd op een wijze die elke risico op milieuschade moet voorkomen en de niet-significante impact van de winning moet garanderen. Prioritaire actie 1.53 heeft juist betrekking op deze boor- en winningsactiviteiten; - het opstellen van een zoneringsplan dat de zones vastlegt die voorzien zijn van een rioleringsnet, degene die op termijn hiervan voorzien zullen worden en degene die dit nooit zullen krijgen omwille van de technische haalbaarheid en/of de disproportionele kosten die de uitbreiding van het net met zich mee zou brengen. Het gaat om een instrument dat uitgewerkt zal worden in het kader van prioritaire acties 1.14 en 1.50. Deze PA 1.50 wordt echter aangevuld, om de behoefte van VIVAQUA om de perspectieven of projecten inzake stedenbouwkundige ontwikkeling of herstructurering van de gemeenten en het Gewest te kennen om deze uitbreiding te kunnen plannen; - voor de uitvoering van acties 1.49 en 1.50 (uitbreiding, vernieuwing en onderhoud van het rioleringsnet) is een groot deel van de investeringen reeds opgenomen in het investeringsplan van HYDROBRU. Er zijn geen onzekerheden met betrekking tot de uitbreiding van het rioleringsnet, die goed omschreven wordt in het Plan, het gaat dus niet om een bijkomend budget; - de planning en prioritering van de interventies aan het rioleringsnet houden rekening met de bescherming van het leefmilieu (en in het bijzonder met de winningsgebieden), naast andere factoren waarmee rekening gehouden dient te worden : coördinatie met andere nutsvoorzieningen, verplichting om door anderen opgestarte coördinaties te volgen, toelating tot interventie op de openbare weg, budgettaire middelen,...; - Inzake de 35 miljoen euro per jaar, vermeld voor PA 1.56 betreffende het beheer van verontreinigde gronden : het gaat hier om een raming van de kostprijs als de maatregel volledig uitgevoerd zou moeten worden. In toepassing van het principe 'de vervuiler betaalt', dat voor deze actie van toepassing is, kan er geen sprake van zijn dat de financiering uitsluitend van het Gewest zou komen; - in het algemeen betekenen de bedragen opgenomen in bijlage 6 van dit Plan niet noodzakelijkerwijs dat het gaat om maatregelen die gefinancieerd worden door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze bedragen vormen evenmin het goedgekeurde en definitieve budget maar zijn slechts een raming van de kostprijs van de maatregelen; - de duurzaamheid van de aan de controlepunten gekoppelde afnamepunten garanderen is zeker een actie die in het kader van dit Plan dient uitgevoerd te worden. Er is sprake van in de operationele doelstellingen in verband met het kwalitatief beheer van het grondwater - in het voorwoord van PA 1.49 tot 1.56 - aangezien de meerderheid van de monitoringlocaties die deel uitmaken van het huidige monitoringprogramma bestaan uit actieve winningen die eigendom zijn van privé-eigenaren die een industriële activiteit uitoefenen.
Het stopzetten van deze activiteiten en de herbestemming van deze locaties ondermijnen de duurzaamheid van het meetnetwerk. Om aan deze situatie te verhelpen, wordt gepland de regelgeving aangaande winningen te wijzigen om er de mogelijkheid in te integreren om in de voorwaarden voor deze vergunningen een erfdienstbaarheid op te nemen die de beheerder (Leefmilieu Brussel) toegang geeft en hem toelaat een staal van het grondwater te nemen om de kwalitatieve en kwantitatieve controle ervan te verzekeren. De erfdienstbaarheid zou van nature van toepassing zijn op de nieuwe eigenaar bij verkoop van de eigendom, mits de winningsactiviteit wordt voortgezet. Bij stopzetting van de winningsactiviteit moet aan de eigenaar van de winplaats of zijn exploitant via de afgeleverde vergunning de keuze worden opgelegd om het inactieve kunstwerk af te dichten of de beheerder van het monitoringnetwerk toe te staan om de kwalitatieve monitoring van het inactieve kunstwerk uit te voeren; - het opleggen van zeer restrictieve voorwaarden in de winningsvergunningen om er zeker van te zijn dat er niet te veel water wordt onttrokken en dat de kwaliteit van de grondwaterlaag niet achteruit gaat is één van de doelstellingen van de herziening van het regelgevend kader betreffende winningen, vermeld in PA 2.5. De op te leggen voorwaarden zullen enerzijds afgestemd worden op de behoeften van de exploitant en anderzijds op het behoud van de grondwatervoorraad; - de herziening van het regelgevend kader dat de winningsvergunningen beheerst zou ertoe moeten leiden dat de aflevering van milieuvergunningen voor een winningsactiviteit -permanent of tijdelijk (verlaging tijdens werven) - gecentraliseerd wordt bij Leefmilieu Brussel. De gemeenten zouden dan niet langer de taken voortvloeiend uit deze bevoegdheid op zich moeten nemen. Dit betekent echter niet dat de lokale autoriteiten geen rol meer spelen in de controle op waterwinningen. In het kader van de werven waarvoor de gemeentes toelating moeten geven via de aangifte van werkzaamheden, moeten deze immers idealiter Leefmilieu Brussel waarschuwen als een werf het behoud van de grondwaterlagen in gevaar zou kunnen brengen. In het algemeen zullen de gemeentes bij het verstrekken van stedenbouwkundige vergunningen of milieuvergunningen bijzondere aandacht dienen te besteden aan toekomstige projecten die invloed zouden kunnen hebben op het grondwater. Dez …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.