← België

Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende uitvoering van het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 30 november 20

Kort samengevat

Dit besluit regelt de uitvoering van het decreet van 30 november 2018 betreffende sociale samenhang en wijzigt een eerder besluit over de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid. Het legt specifieke regels vast voor prioritaire acties gericht op de begeleiding van kinderen en jongeren bij hun scholing en het bijbrengen van burgerzin.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
20 JUNI 2019. - Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende uitvoering van het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 30 november 2018 betreffende de sociale samenhang en tot wijziging van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 11 september 1997 houdende uitvoering van het decreet van 5 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/1997 pub. 09/07/1997 numac 1997031243 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende oprichting van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid sluiten tot oprichting van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 30 november 2018 betreffende de sociale samenhang, de artikelen 4, 7, 12, 14, 15, 16, 17, 23, 25, 26, 27, 28, 30, 31, 33, 36, 38, 41, 42, 44, 45, 46, 47, 48, 52, 53, 54, 62, 63 en 66; Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 11 september 1997 houdende uitvoering van het decreet van 5 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/1997 pub. 09/07/1997 numac 1997031243 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende oprichting van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid sluiten houdende oprichting van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid; Gelet op het advies van de afdeling Sociale Samenhang van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid d.d. 10 mei 2019; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 14 januari 2019 en va 20 mei 2019; Gelet op het akkoord van het lid van het College belast met Begroting, gegeven op XXXXXXX; Gelet op de aanvraag van een advies binnen een termijn van 30 dagen, op dinsdag 7 mei 2019 in toepassing van artikel 84, § 1, 1e lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gericht aan de Raad van State; Overwegende het feit dat het advies binnen deze termijn niet is overgemaakt; Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het evaluatieverslag van de impact op de situatie van vrouwen en mannen, opgemaakt ingevolge het decreet van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/06/2013 pub. 13/06/2014 numac 2014031420 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van de Franse Gemeenschapscommissie sluiten houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het evaluatieverslag van de impact op de situatie van gehandicapte personen, opgemaakt ingevolge het decreet van 15 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/12/2016 pub. 26/01/2017 numac 2017020108 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet betreffende de integratie van de handicapdimensie in de beleidslijnen van de FranseGemeenschapscommissie sluiten houdende de integratie van de dimensie handicap in de beleidslijnen van de Franse Gemeenschapscommissie; Op voorstel van het Lid van het College bevoegd voor Sociale Samenhang en Toerisme, Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Dit besluit regelt, in toepassing van artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in artikel 128 ervan. TITEL I. - UITVOERING VAN HET DECREET BETREFFENDE DE SOCIALE SAMENHANG HOOFDSTUK 1. - Definities Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° ) het Decreet: het decreet van 30 november 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/11/2018 pub. 26/02/2019 numac 2019010696 bron brussels franstalig parlement Decreet betreffende de sociale samenhang sluiten betreffende de sociale samenhang;2° ) het College: het College van de Franse Gemeenschapscommissie;3° ) de diensten van het College: de administratie van de Franse Gemeenschapscommissie;4° ) de in aanmerking komende gemeenten: de gemeenten van het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zoals bepaald in artikel 2, 3° van het Decreet;5° ) de prioritaire actie: de actie die ondernomen wordt op grond van een prioritaire krachtlijn zoals bepaald in artikel 4 van het Decreet;6° ) het decreet van 5 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/1997 pub. 09/07/1997 numac 1997031243 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende oprichting van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid sluiten: het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 5 juni 1997 houdende oprichting van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid;7° ) de Adviesraad: de afdeling Sociale Samenhang van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid die krachtens het decreet van 5 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/1997 pub. 09/07/1997 numac 1997031243 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende oprichting van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid sluiten in het leven werd geroepen;8° ) het CRACS: het Centre régional d'appui de la cohésion sociale (gewestelijk centrum voor sociale samenhang), zoals bepaald in hoofdstuk 8 van het Decreet;9° ) het CREDAF: het Centre régional pour le développement de l'alphabétisation et l'apprentissage du français pour adultes (gewestelijk centrum voor de bevordering van de alfabetisering en Frans taalonderricht voor volwassenen), zoals bepaald in hoofdstuk 9 van het Decreet;10° ) Het CREDASC: het Centre régional pour le développement de l'accompagnement à la scolarité et la citoyenneté (gewestelijk centrum voor de bevordering van de school- en burgerschapsbegeleiding), zoals bepaald in hoofdstuk 10 van het Decreet;11° ) de Kamer van de lokale coördinatiestructuren: de kamer bepaald in artikel 28 van het Decreet;12° ) de erkende operator: de vereniging zonder winstoogmerk die ingevolge het Decreet een erkenning heeft gekregen;13° ) de vzw: de vereniging zonder winstoogmerk opgericht overeenkomstig de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen, de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen;14° ) het lokaal pact: het lokaal pact ter versterking van de sociale samenhang zoals bepaald in titel IV van het Decreet;15° ) werkdag: alle dagen van de week behalve zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen. Alle in dit besluit vermelde titels en functies zijn gemeenslachtig. HOOFDSTUK 2. - Prioritaire krachtlijnen Art. 3.De doelstellingen van de prioritaire krachtlijnen worden verwezenlijkt door middel van prioritaire acties. Afdeling 1. - Prioritaire krachtlijn betreffende de begeleiding van kinderen en jongeren bij hun scholing en het bijbrengen van burgerzin. Art. 4.De doelstellingen van de prioritaire krachtlijn betreffende de begeleiding van kinderen en jongeren bij hun scholing en het bijbrengen van burgerzin zijn: 1° ) de intellectuele ontwikkeling van het kind of de jongere, met name door ondersteuning en remediëring te bieden op school, door huiswerkbegeleiding en door ervoor te zorgen dat het kind of de jongere niet afhaakt op school;2° ) de ontwikkeling en sociale emancipatie van het kind of de jongere, met name door een actieve en gepersonaliseerde opvolging, met respect voor verschillen, in een geest van solidariteit en vanuit een interculturele benadering;3° ) de creativiteit van het kind of de jongere, de toegang tot en kennismaking met de culturen in hun uiteenlopende dimensies, via ludieke, expressieve, creatieve en op communicatie gerichte activiteiten en animatie;4° ) het bijbrengen van burgerschap en participatiezin. Art. 5.Deze doelstellingen worden verwezenlijkt door de kinderen en jongeren te begeleiden op school en hen burgerschap bij te brengen. Art. 6.De in artikel bedoelde prioritaire actie wordt opgedeeld in categorieën op grond van het aantal activiteiten en het aantal groepen kinderen en jongeren dat opgevangen wordt. Onder een groep opgevangen kinderen en jongeren verstaat het College 10 personen die op regelmatige basis de activiteiten bijwonen. Het College bepaalt bij welke categorie de prioritaire actie ingedeeld wordt aan de hand van het volgende referentierooster: Categorie Minimumaantal uren activiteit per week Minimumaantal regelmatige deelnemers aan de activiteiten Minimumaantal groepen opgevangen kinderen en jongeren I.1 9 10 1 I.2 9 30 3 I.3 9 50 5 II.1 10.5 10 1 II.2 10.5 30 3 II.3 10.5 50 5 III.1 12 10 1 III.2 12 30 3 III.3 12 50 5 IV.1 13.5 10 1 IV.2 13.5 30 3 IV.3 13.5 50 5 V.1 15 10 1 V.2 15 30 3 V.3 15 50 5 VI.1 16.5 10 1 VI.2 16.5 30 3 VI.3 16.5 50 5 VII.1 18 en meer 10 1 VII.2 18 en meer 30 3 VII.3 18 en meer 50 5 Art. 7.De prioritaire actie die erop gericht is kinderen en jongeren te begeleiden bij hun scholing en hen burgerzin bij te brengen, moet: 1° ) zonder onderscheid kinderen en/of jongeren opvangen die minstens de minimumleeftijd om leerplichtig te zijn, hebben bereikt en niet ouder zijn dan vierentwintig jaar, met de bedoeling hen educatief te ondersteunen, huiswerkbegeleiding en creatieve activiteiten te bieden, zowel sociaal als burgerlijk te emanciperen en ruimten ter beschikking te stellen waar ze met elkaar in contact kunnen komen;2° ) minstens negen uren aan activiteiten tellen verspreid over minstens vier dagen per week gedurende minstens dertig weken per jaar;3° ) op regelmatige basis opvang bieden aan minstens tien kinderen en/of jongeren;4° ) buiten de schooluren georganiseerd worden;5° ) daarnaast, in overleg met het doelpubliek, minstens twee weken aan activiteiten organiseren tijdens de schoolvakanties;6° ) voorrang geven aan het werken in groepsverband, ook al kan er af en toe individuele ondersteuning georganiseerd worden;7° ) beschikken over pedagogisch materiaal dat aan het doelpubliek aangepast is;8° ) zich ertoe verbinden het doelpubliek in een zo gezond en veilig mogelijke omgeving op te vangen;9° ) nadenken over hoe een dynamiek op gang kan worden gebracht die gericht is op de inclusie van doelgroepen met een beperking;10° ) binnen het globale project ondersteuning verlenen aan de ouders om hen beter te betrekken bij de opvolging van de schoolloopbaan, de opvoeding, de emancipatie en de ondersteuning van hun kinderen en de ouders te begeleiden of te oriënteren bij de uitoefening en praktische invulling van het ouderschap en hen desgevallend bij te staan wanneer zich problemen voordoen;11° ) zonder onderscheid kinderen en/of schoolplichtige jongeren opvangen in minstens drie verschillende schoolinstellingen en een coördinatie opstarten met de schoolinstellingen waar de kinderen en jongeren vandaan komen en de actieve jeugdwerkers.Indien hieraan niet voldaan kan worden, kunnen de diensten van het College aanvaarden van dit beginsel af te wijken op grond van een met redenen omkleed verzoek met daarin de verbintenis het doelpubliek zo veel mogelijk te diversifiëren en zich niet met de schoolse vaardigheden in te laten ; 12° ) voor prioritaire acties die zich uitsluitend richten op de opvang van kinderen jonger dan vijftien jaar, erkend zijn als huiswerkschool door het Office de la Naissance et de l'Enfance (ONE) of de erkenningsprocedure opgestart hebben.Verenigingen aan wie de erkenning geweigerd werd of waarvan de erkenning door het ONE ingetrokken werd, beschikken over een jaar tijd om in orde te raken. Het College kan een gemotiveerde afwijking op dit beginsel toestaan, voor zover de acties die werken met kinderen jonger dan twaalf jaar aansluiten bij de voorschriften voor een degelijke opvang, zoals opgesteld door het ONE; 13° ) Wat de acties betreft die zich richten op jongeren van minder dan achttien jaar, zal elke werknemer of vrijwilliger in contact met dit publiek een uittreksel uit het strafregister van minder dan zes maanden oud moeten kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de betrokkene niet veroordeeld of van zijn vrijheid beroofd is geweest voor zedenfeiten of geweldpleging jegens minderjarigen (model 596.2). Wat de prioritaire acties betreft die bestemd zijn voor jongeren ingeschreven in het hoger onderwijs of onderwijs voor sociale promotie, zijn 8° en 9° niet van toepassing. 12° en 13° gelden niet voor prioritaire acties die gedragen worden door vzw's die erkend zijn ingevolge het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra en van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties, door vzw's die erkend zijn ingevolge het decreet van de Franse Gemeenschap van 26 maart 2009 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties of door vzw's die erkend zijn ingevolge het besluit van 5 december 2018 van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de bijzondere voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de actiediensten in open milieu. Art. 8.De operatoren die erkend zijn in het kader van de prioritaire krachtlijn die erop gericht is steun te verlenen bij de scholing en die acties ondernemen zoals bedoeld in artikel 5, ontvangen vanaf het eerste jaar van hun erkenning, in functie van de categorie acties zoals bepaald in artikel 6, een toelage overeenkomstig de onderstaande tabel: Categorieën Bedragen (in euro): I.1 € 30 000; I.2 € 40 000; I.3 € 50 000; II.1 € 35 000; II.2 € 45 000,00; II.3 € 55 000,00; III.1 € 40 000; III.2 € 45 000,00; III.3 € 55 000,00; IV.1 € 45 000; IV.2 € 50 000; IV.3 55.000 € V.1 € 50 000; V.2 55.000 € V.3 € 60 000; VI.1 55.000 € VI.2 € 60 000; VI.3 65.000 € VII.1 € 60 000; VII.2 65.000 € VII.3 € 70 000; Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van onderstaande formule: bedrag X gemiddelde gezondheidsindex van het voorgaande jaar Gemiddelde gezondheidsindex van het jaar 2019 Afdeling 2. - Prioritaire krachtlijn betreffende Frans taalonderricht en leren lezen en schrijven Art. 9.De doelstellingen van de prioritaire krachtlijn betreffende Frans taalonderricht en leren lezen en schrijven, zijn: 1° ) burgerzin ontwikkelen bij de cursisten en hen autonoom maken door hen een mondelinge en schriftelijke kennis van het Frans bij te brengen op een niveau dat overeenstemt met het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen of het aanbod uitgewerkt door het stuurcomité van de interministeriële conferentie voor alfabetisering opgericht ingevolge het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2005 tussen het Waals Gewest, de Franse gemeenschap van België en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de alfabetisering van volwassenen;2° ) leren Frans spreken, lezen en schrijven en zich de taal eigen maken als hefboom voor emancipatie, zelfredzaamheid en sociale en professionele inclusie; Art. 10.Deze doelstellingen worden nagestreefd door opleidingen alfabetisering en/of Frans als vreemde taal te verstrekken. Art. 11.De in artikel 10 bedoelde prioritaire actie wordt ingedeeld in categorieën in functie van het aantal uren activiteit dat georganiseerd wordt. Onder het aantal uren activiteit verstaat het College de tijd dat de activiteit in aanwezigheid van het doelpubliek plaatsvindt. De tijd die besteed wordt aan voorbereiding, onthaal en doorverwijzing van het doelpubliek, vorming en intervisie van animatoren en opleiders wordt dus niet tot het aantal uren activiteit gerekend. Het College bepaalt bij welke categorie de actie ingedeeld wordt aan de hand van het volgende referentierooster: Categorie Minimumaantal uren activiteit per week I 9 II 13,5 III 18 IV 19 V 20 VI. 21 VII 22 VIII 23 IX 24 X 25 XI 26 XII 27 XIII 31,5 XIV 36 XV 45 XVI 54 XVII 63 XVIII 72 XIX 81 XX 90 en meer Art. 12.De prioritaire actie betreffende Frans taalonderricht en leren lezen en schrijven, moet: 1° ) opleidingen Frans als vreemde taal en/of alfabetisering organiseren voor groepen van minstens tien en maximaal vijftien personen, overeenkomstig de nomenclatuur erkend door het stuurcomité van de interministeriële conferentie voor alfabetisering, het CREDAF of het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen; 2° ) voor elke groep wekelijks gedurende minimaal negen uren overdag of vier uren buiten de werkuren (d.i. na zeventien uur dertig of op zaterdag of zondag) georganiseerd worden; 3° ) een luik omvatten dat erop gericht is de Franse taal aan te leren door in groepsverband en vanuit een participatieve aanpak mondelinge en schriftelijke vaardigheden te ontwikkelen of te versterken.Dit luik moet minstens de helft van het totale aantal uren van de module omvatten en gegeven worden door animatoren of opleiders die over de vereiste pedagogische kwalificaties beschikken; 4° ) een luik omvatten dat erop gericht is de Franse taal aan te leren door middel van praktijksituaties of activiteiten om het publiek te emanciperen, zoals burgerschapsopleidingen, activiteiten op het vlak van culturele bemiddeling, burgeremancipatie of de kennis betreffende het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de institutionele realiteit, workshops gewijd aan de informatie- en communicatietechnologieën, animatieactiviteiten rond ouderschapsondersteuning en gendergelijkheid, activiteiten in verband met het zich eigen maken van de openbare ruimte, workshops rond culturele, sociale en sportieve expressie.Dit luik vormt een aanvulling op het in 3° beschreven hoofdluik en wordt in samenhang hiermee georganiseerd; 5° ) beschikken over pedagogisch materiaal dat aangepast is aan het doelpubliek en aan de noden van de opleidingsgroep;6° ) een taalniveautest naar het model opgesteld door het CREDAF of de afdeling Talen van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding - Bruxelles Formation - organiseren of naar een dergelijke test doorwijzen om te bepalen of het niveau van de toekomstige deelnemer voldoet aan de voorgestelde modules of om de persoon naar een meer geschikte structuur door te verwijzen;7° ) tijdens of aan het einde van iedere module of minstens één keer per jaar formatieve evaluaties organiseren en bij het aflopen van iedere module voor een passende doorverwijzing van de cursisten zorgen.Deze evaluatie moet de cursisten in staat stellen meer inzicht te verwerven in de vooruitgang die ze boeken en hun verworvenheden; 8° ) individuele opvang en begeleiding organiseren of ernaar doorverwijzen;9° ) aan het CREDAF meedelen welk soort opleidingsaanbod voorgesteld wordt;10° ) zich ertoe verbinden het doelpubliek in een zo gezond en veilig mogelijke omgeving op te vangen;11° ) zonder onderscheid voor het publiek toegankelijk zijn. Art. 13.De operatoren die erkend zijn in het kader van de prioritaire krachtlijn betreffende Frans taalonderricht en leren lezen en schrijven en acties ondernemen zoals bedoeld in artikel 9, ontvangen vanaf het eerste jaar van hun erkenning, in functie van de categorie acties zoals bepaald in artikel 11, een toelage overeenkomstig de onderstaande tabel: Categorieën: Bedragen (in euro): I 30.000 € II 40.000 € III 50.000 € IV 52.500 € V 55.000 € VI. 57.500 € VII 60.000 € VIII 62.500 € IX 65.000 € X 67.500 € XI 70.000 € XII 72.500 € XIII 75.000 € XIV 80.000 € XV 85.000 € XVI 90.000 € XVII 95.000 € XVIII 100.000 € XIX 105.000 € XX 110.000 € Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van onderstaande formule: bedrag X gemiddelde gezondheidsindex van het voorgaande jaar Gemiddelde gezondheidsindex van het jaar 2019 Afdeling 3. - Prioritaire krachtlijn betreffende intercultureel burgerschap Art. 14.De doelstellingen van de prioritaire krachtlijn betreffende intercultureel burgerschap zijn: 1° ) ontmoetingen en uitwisselingen bevorderen met doelgroepen met een migratieachtergrond of een verleden dat met de geschiedenis van de migratie verbonden is;2° ) de emancipatie en sociale inclusie van alle doelgroepen opwekken, ondersteunen en bevorderen door de basisbegrippen bij te brengen van hoe de Belgische, en in het bijzonder de Brusselse samenleving functioneert;3° ) rekening houden met de interculturele dimensie bij het burgerschap. Art. 15.De prioritaire acties betreffende intercultureel burgerschap zijn van tweeërlei aard. Het kan gaan om: 1° ) ofwel het op regelmatige basis organiseren van sociaal-juridische permanenties die in hoofdzaak betrekking hebben op hoe men de nationaliteit kan verwerven, verblijfsvergunningen, de gelijkwaardigheid van diploma's en de opvang en integratie van doelgroepen met een migratietraject of -achtergrond;2° ) ofwel modules die in een klimaat van uitwisseling en ontmoeting met de doelgroepen voorbereiden op het burgerleven in België. Art. 16.§ 1. De in artikel 15, 1° bedoelde prioritaire acties moeten: 1° ) omkaderd worden door mensen die kennis hebben van de juridische context betreffende vooral het verkrijgen van de nationaliteit, verblijfsvergunningen, de gelijkwaardigheid van diploma's en de opvang en integratie van doelgroepen met een migratietraject of -achtergrond;2° ) het hoofddoel en niet een bijkomstige doelstelling uitmaken van de activiteit van de vereniging zonder winstoogmerk;3° ) zich ertoe verbinden het doelpubliek in een zo gezond en veilig mogelijke omgeving op te vangen;4° ) zonder onderscheid voor het publiek toegankelijk zijn, en dit ten belope van minstens twintig uren per week en minstens vijfendertig weken per jaar. § 2. De in artikel 15, 1° bedoelde prioritaire acties kunnen: 1° ) hulp bieden aan mensen die af te rekenen krijgen met specifieke problemen (bv.: slachtoffers van gendergeweld, slachtoffers van gedwongen en gearrangeerde huwelijken en huwelijken op jonge leeftijd, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, kindsoldaten, slachtoffers van foltering, slachtoffers van vrouwelijke genitale verminkingen); 2° ) sensibiliseringsactiviteiten opzetten, meer bepaald rond thema's als gendergeweld, gedwongen en gearrangeerde huwelijken en huwelijken op jonge leeftijd, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, kindsoldaten, foltering en vrouwelijke genitale verminkingen;3° ) indien nodig, gesprekken organiseren in de taal van herkomst van de betrokkene, in een gemeenschappelijke taal of samen met een sociale tolk. § 3. De in artikel 15, 1° bedoelde prioritaire acties mogen geen hulp omvatten die uitsluitend sociaal van aard is of enkel betrekking heeft op een beroeps- of studiekeuze. Art. 17.De operatoren die erkend zijn in het kader van de prioritaire krachtlijn betreffende intercultureel burgerschap en acties ondernemen zoals bedoeld in artikel 15, 1° ) ontvangen vanaf het eerste jaar van hun erkenning een toelage die gelijk is aan het aantal uren dat de georganiseerde en erkende permanentie per jaar geopend is vermenigvuldigd met dertig euro. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de formule: 30 X gemiddelde gezondheidsindex van het voorgaande jaar Gemiddelde gezondheidsindex van het jaar 2019 Art. 18.§ 1. De in artikel 15, 2° bedoelde prioritaire acties moeten: 1° ) in groepsverband georganiseerd worden in modules van minstens vijftig uren;2° ) minstens vijf modules per jaar organiseren;3° ) verstrekt worden door opleiders die opgeleid zijn tot burgerschapsopleider bij een door de Franse Gemeenschapscommissie of de Franse Gemeenschap (Federatie Wallonië-Brussel) erkende of daarmee gelijkgestelde instelling en een opleiding hebben genoten inzake de interculturele aanpak;4° ) minstens de volgende thema's behandelen (de referentiedocumenten en -inhouden zullen in een omzendbrief opgelijst worden): a) de geschiedenis van België met inbegrip van de geschiedenis van de migraties en de interculturele vraagstukken;b) de fundamentele rechten en vrijheden;c) de politieke en institutionele organisatie van federaal België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het bijzonder, z'n geografie, sociaal-economische organisatie, sociale zekerheidsstelsel, de wijze waarop de arbeidsmarkt en het sociaal overleg georganiseerd zijn, evenals de regels inzake burgerparticipatie;d) informatie over de rechten en plichten van de begunstigden inzake, gezondheid, werk, huisvesting, mobiliteit, opleiding en onderwijs.5° ) zich ertoe verbinden het doelpubliek in een zo gezond en veilig mogelijke omgeving op te vangen;6° ) zonder onderscheid voor het publiek toegankelijk zijn. Art. 19.§ 1. De operatoren die erkend zijn in het kader van de prioritaire krachtlijn betreffende intercultureel burgerschap en acties ondernemen zoals bedoeld in artikel 15, 2° ) ontvangen het eerste jaar van hun erkenning een toelage die gelijk is aan het aantal georganiseerde en erkende uren opleiding per jaar vermenigvuldigd met honderd euro. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de formule: 100 X gemiddelde gezondheidsindex van het voorgaande jaar Gemiddelde gezondheidsindex van het jaar 2019 § 2. Het totale aantal uren wordt berekend door het aantal modules dat jaarlijks georganiseerd wordt te vermenigvuldigen met het aantal uren van een module. Afdeling 4. - Prioritaire krachtlijn betreffende het samen leven en samen doen Art. 20.De doelstellingen van de prioritaire krachtlijn betreffende het samen leven en samen doen, zijn: 1° ) een dynamische interactie tot stand brengen tussen bewoners, verenigingen en instellingen die gewoonlijk elkaar niet of weinig ontmoeten;2° ) vooroordelen en stereotypen uit de wereld helpen en ontmoetingen bevorderen door de doelgroepen te mobiliseren rond solidariteit en boodschappen van openheid;3° ) racisme, islamofobie en antisemitisme bestrijden;4° ) discriminatie op basis van gender of seksuele geaardheid bestrijden;5° ) informeren, sensibiliseren en acties opzetten ten gunste van een publiek met een beperking;6° ) het gemeenschapsdenken dat zich op de schaal van een wijk of het Gewest kan manifesteren, doorbreken;7° ) interculturele bemiddeling ontwikkelen. Art. 21.De prioritaire acties betreffende het samen leven en samen doen, zijn van tweeërlei aard. Het kan gaan om: 1° ) de productie en verspreiding van socio-culturele activiteiten;2° ) de verspreiding van tools die sensibiliseren rond interculturaliteit. Art. 22.De in artikel 21, 1° bedoelde actie wordt opgedeeld in zeven categorieën in functie van het aantal uren activiteiten. Het College bepaalt bij welke categorie de actie ingedeeld wordt aan de hand van het volgende referentierooster: Categorie Minimumaantal uren activiteit I 250 II 270 III 290 IV 310 V 330 VI. 350 VII 370 VIII 390 IX 410 X 430 en meer Art. 23.§ 1. De in artikel 21, 1° bedoelde prioritaire acties moeten: 1° ) zich richten tot een breed publiek dat bereid is zich in te zetten voor en actief deel te nemen aan een collectief productieproces;2° ) ervoor zorgen dat divers samengestelde doelgroepen uit een of meerdere wijken elkaar kunnen ontmoeten;3° ) vooraf de situatie analyseren en reële behoeften definiëren om het samen leven en samen doen te bevorderen;4° ) jaarlijks minstens honderdvijftig uren activiteiten waar de deelnemers op aanwezig zijn, organiseren;5° ) minstens gericht zijn op een groep van tien regelmatige deelnemers en zonder onderscheid toegankelijk zijn voor het publiek;6° ) de deelnemers betrekken bij alle fasen van het project, waaronder op z'n minst het uitdenken ervan, de realisatie en de evaluatie;7° ) de inclusie van mensen met een beperking helpen bevorderen;8° ) een professionele omkadering bieden door mensen waarvan de expertise erkend is;9° ) beschikken over een plan voor de verspreiding van de productie waarmee gemikt wordt op een publiek dat ruimer is dan dat waar de vereniging zich doorgaans op richt, opdat de productie ook een instrument wordt om de in artikel 20 bepaalde doelstellingen te bereiken;10° ) gespreid over de duur van de erkenning, een jaarlijkse evolutie van het project voorleggen en de diensten van het College elk jaar inlichten over de plaatsen waar en het tijdstip waarop het project plaatsvindt;11° ) de actie binnen het kader van een partnerschap gestalte geven. Het partnerschap mag niet de vorm aannemen van een onderaanbesteding. Het partnerschap kan aangegaan worden met erkende operatoren, voor zover de partners niet voor dezelfde prioritaire actie erkend zijn; 12° ) Wat de acties betreft die zich richten op jongeren van minder dan achttien jaar, zal elke werknemer of vrijwilliger die in contact komt met het publiek een uittreksel uit het strafregister van minder dan zes maanden oud moeten kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de betrokkene niet veroordeeld of van zijn vrijheid beroofd is geweest voor zedenfeiten of geweldpleging jegens minderjarigen (model 596.2); 13° ) zich ertoe verbinden het doelpubliek in een zo gezond en veilig mogelijke omgeving op te vangen;14° ) voor de verschillende fasen van het project een evaluatierooster opstellen op basis van de in 3° vermelde analyse. Art. 24.De operatoren die erkend zijn in het kader van de prioritaire krachtlijn betreffende het samen leven en samen doen en acties ondernemen zoals bedoeld in artikel 21, 1° ) ontvangen vanaf het eerste jaar van hun erkenning, in functie van de categorie acties zoals bepaald in artikel 22 een toelage overeenkomstig de onderstaande tabel: Categorieën: Bedragen (in euro): I 20.000 € II 25.000 € III 30.000 € IV 35.000 € V 40.000 € VI. 45.000 € VII 50.000 € VIII 55.000 € IX 60.000 € X 65.000 € Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van onderstaande formule: bedrag X gemiddelde gezondheidsindex van het voorgaande jaar Gemiddelde gezondheidsindex van het jaar 2019 Art. 25.§ 1. De in artikel 21, 2° bedoelde prioritaire acties moeten: 1° ) zich richten tot een breed publiek;2° ) thema's behandelen die met name verband houden met het samen leven en samen doen, werkelijke gelijkheid, de strijd tegen alle vormen van discriminatie, de strijd tegen polarisatie, de socialisatie van de doelgroepen, mediaopvoeding, de strijd tegen complottheorieën, interculturaliteit;3° ) bij het doelpubliek een constructief debat en uitwisselingen tot stand brengen;4° ) gespreid over de duur van de erkenning, een jaarlijkse evolutie van het project voorleggen en de diensten van het College elk jaar inlichten over de plaatsen waar en het tijdstip waarop het project plaatsvindt;5° ) plaatsvinden onder begeleiding van mensen die een vorming rond interculturaliteit hebben genoten of aan kunnen tonen dat ze beschikken over expertise op het vlak van interculturaliteit; § 2. De in artikel 21, 2° bedoelde prioritaire acties hebben geen betrekking op de verspreiding van producties die in het kader van in artikel 21, 1° bedoelde acties vorm krijgen. Art. 26.De operatoren die erkend zijn in het kader van de prioritaire krachtlijn betreffende het samen leven en samen doen en acties ondernemen zoals bedoeld in artikel 21, 2° ) ontvangen vanaf het eerste jaar van hun erkenning een toelage van 15.000 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de formule: 15 000 X gemiddelde gezondheidsindex van het voorgaande jaar Gemiddelde gezondheidsindex van het jaar 2019 HOOFDSTUK 3. - Het vijfjarig actieplan Art. 27.Het vijfjarig actieplan dient minstens te voorzien in de volgende elementen : 1° ) De beschrijving van het specifieke project van de operator in verhouding tot de doelstellingen van het Decreet, en dan meer bepaald van artikel 3 van het Decreet en in functie van de maatschappelijke doelen van de vzw;2° ) Een definitie van de prioritaire actie(s) die moeten worden gevoerd om de sociale cohesie te versterken;3° ) Een omschrijving van de doelgroep van de prioritaire actie(s);4° ) Een definitie van het verankeringsgebied van de prioritaire actie(s);5° ) Eern beschrijving van de processen die worden ingezet om de principes van de sociale, culturele, generatie- en gendergebonden mix tot stand te brengen.6° ) Een opleidingsplan voor de werknemers en de vrijwilligers die betrokken zijn bij de prioritaire actie(s);7° ) Een strategie om de operator te integreren in een netwerk;8° ) Een beschrijving van de partners verbonden met de de prioritaire actie(s);9° ) Een beoordelingsmethode voor de de prioritaire actie(s);10° ) Alle elementen die de operator wenst toe te voegen aan het vijfjarig actieplan met het oog op een beter begrip van de wijze waarop de operator bijdraagt aan de doelstelling van sociale cohesie door middel van zijn actie(s). Art. 28.Het actieplan moet een evolutieve dynamiek kunnen ondergaan om aansluiting te vinden bij de context van de actualiteit en de behoeften die blijken tijdens de uitvoering van het plan. De diensten van het College dienen binnen een redelijke termijn op de hoogte gehouden te worden van elke evolutie die het actieplan ondergaat. Indien op grond van de erkenning die aan de operator is verleend het plan niet ten volle kan worden uitgevoerd zoals het door de operator is gepresenteerd, mag deze het actieplan in overeenstemming met de diensten van het College aanpassen in functie van de toegekende erkenning in het licht van de doelstellingen en de verplichtingen van dit besluit. Een evolutie of een aanpassing van het actieplan mag nooit een wijziging van de erkenning inhouden. Art. 29.Het vijfjarig actieplan dient bekendgemaakt te worden aan de werknemers, de vrijwilligers en de personen die de activiteit(en) bijwonen die door de operator voor sociale cohesie worden ingericht. Art. 30.Het vijfjarig actieplan mag niet langer zijn dan dertigduizend tekens spaties inbegrepen. HOOFDSTUK 4. - De procedure voor de toekenning, hernieuwing, wijziging en intrekking van de erkenning Afdeling 1. - De procedure voor de toekenning van de erkenning. Art. 31.Aanvragen om erkend te worden als operator voor sociale cohesie moeten worden ingediend bij de diensten van het College. De aanvraag kan gebeuren via een digitale toepassing ontwikkeld door de diensten van het College. Art. 32.Om ontvankelijk te zijn, dient een erkenningsaanvraag de volgende elementen te bevatten: 1° ) Het behoorlijk ingevulde aanvraagformulier dat door de diensten van het College ter beschikking is gesteld;2° ) Een kopie van de recentste statuten van de vzw zoals deze zijn neergelegd bij de griffie van de ondernemingsrechtbank;3° ) De rekeningen en balansen van het jaar dat de erkenningsaanvraag voorafgaat, goedgekeurd door de algemene vergadering van de vzw;4° ) De voorlopige begroting van het lopende jaar, goedgekeurd door de algemene vergadering van de vzw en de voorlopige begroting voor de prioritaire acties waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;5° ) Het activiteitenverslag van het voorbije jaar;6° ) Het vijfjarig actieplan vermeld in artikel 7, 4°, van het Decreet;7° ) Een bankattest of een gelijkaardig document waaruit blijkt dat een bankrekening geopend is op naam van de vereniging zonder winstoogmerk;8° ) Een verklaring op erewoord dat er geen dubbel gebruik wordt gemaakt van de verantwoordingsstukken voor de betoelaging. Voor vzw's die zijn opgericht in de loop van het aanvraagjaar van de erkenning hoeven de punten 3° en 5° niet aan de erkenningsaanvraag toegevoegd te worden. Art. 33.Indien de erkenningsaanvraag ontvankelijk is, delen de diensten van het College de kandidaat mee dat zij het dossier goed hebben ontvangen. Zij kunnen de kandidaat voor de erkenning in voorkomend geval verzoeken om bijkomende informatie. Art. 34.Indien de erkenningsaanvraag niet ontvankelijk is, verzoeken de diensten van het College de kandidaat voor de erkenning de stukken voor te leggen die ontbreken in het dossier. De kandidaat mag vervolgens de erkenningsaanvraag aanvullen of de ontbrekende elementen aanleveren binnen 15 werkdagen na het verzoek om de ontbrekende documenten, behoudens indien de vereniging uitdrukkelijk en gemotiveerd verzoekt om een andere termijn en dit verzoek door de diensten van het College aanvaard wordt, maar na het verstrijken van deze termijn wordt de erkenningsaanvraag niet ontvankelijk geacht en geseponeerd. Eenzelfde vzw mag geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen tijdens het jaar dat op een niet ontvankelijke erkenningsaanvraag volgt, omdat in dat geval deze nieuwe aanvraag eveneens niet ontvankelijk zal worden beschouwd. De erkenningsaanvraag die ontvankelijk is voor één of meerdere prioritaire acties van het lokale type wordt in voorkomend geval toegestuurd aan de lokale coördinatie(s) van de betrokken in aanmerking komende gemeenten of aan de betrokken gemeente indien de gemeente niet over een coördinatie beschikt. Binnen drie maanden na het doortsturen van het dossier wordt dit onderzocht door de lokale coördinatie(s) of de gemeente(n) in overleg met de diensten van het College Art. 35.Voor aanvragen die prioritaire acties betreffen die vermeld staan in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit stelt de lokale coördinatie in samenspraak met de diensten van het College een categorie voor waarin de prioritaire actie thuishoort. In overeenstemming met de diensten van het College kan de coördinatie één of meerdere specifieke oriënteringen voorstellen waarvoor de operator kan worden erkend. Indien de kandidaat steun ontvangt of ontvangen heeft in het kader van artikel 46 van het Decreet dienen de diensten van het College met ondersteuning van de lokale coördinatie eveneens een beoordelingsverslag voor het gesteunde project toe te voegen aan het onderzoek van het dossier. In voorkomend geval wordt het ontvankelijk verklaarde en onderzochte dossier voor advies voorgelegd aan het lokaal overleg. Het lokaal overleg heeft toegang tot alle stukken van de erkenningsaanvraag en tot de conclusies van het dossieronderzoek. Het lokaal overleg mag één of meerdere van zijjn leden aanstellen om een verkennend rapport uit te brengen over de aanvraag. Het advies van het lokaal overleg heeft betrekking op elke prioritaire actie en enkel op prioritaire acties van het lokale type. De ontvankelijk verklaarde en onderzochte erkenningsaanvraag wordt samen met het advies van het lokaal overleg toegestuurd aan de Gemeente, die per prioritaire actie een advies dient uit te brengen. Het advies van het lokaal overleg en van de gemeente moet worden gemotiveerd. Deze geven onder meer aan in hoeverre de erkenningsaanvraag tegemoetkomt aan de ter plaatse vastgestelde behoeften en beoordelen het voorgestelde vijfjarig plan en de grondslag van de erkenningsaanvraag. De adviezen dienen geformuleerd te worden ten laatste vóór het einde van de derde maand nadat het ontvankelijk dossier is doorgestuurd naar de lokale coördinatie of naar de Gemeente. De lokale coördinatie stuurt de adviezen door naar het College ter beoordeling van de erkenningsaanvraag. Bij overmacht kunnen de termijnen verlengd worden met een redelijke termijn. Onder overmacht wordt inzonderheid verstaan de in te halen achterstand of verlofperiodes. Overmacht en het redelijke karakter van de termijn moeten verantwoord worden in het advies. Art. 36.De ontvankelijke erkenningsaanvraag voor één of meerdere prioritaire acties van het gewestelijke type wordt behandeld door de diensten van het College, die bij het College een advies uitbrengen per prioritaire actie binnen drie maanden nadat is meegedeeld dat de aanvraag ontvankelijk is. Dit advies vermeldt in hoeverre de aanvraag tegemoetkomt aan het Decreet en aan dit Besluit en beoordeelt de vroegere en huidige betrekkingen tussen de kandidaat en de diensten van het College. Voor aanvragen die acties betreffen die vermeld staan in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit stellen zij een categorie voor waarin de actie thuishoort. De diensten van het College kunnen één of meerdere specifieke oriënteringen voorstellen waarvoor de operator kan worden erkend. Indien de kandidaat steun ontvangt of ontvangen heeft in het kader van artikel 46 van het Decreet dienen de diensten van het College eveneens een beoordelingsverslag voor het gesteunde project toe te voegen aan het voormelde advies. Bij overmacht kunnen de termijnen verlengd worden met een redelijke termijn. Onder overmacht wordt inzonderheid verstaan een personeelsgebrek bij het onderzoek van de dossiers, verlofperiodes en in te halen achterstand. Art. 37.Erkenningsaanvragen die voorzien in meerdere prioritaire acties, waarvan minstens één van het lokale type en één van het gewestelijke type worden toegestuurd aan het College na ontvangst van de adviezen over alle gevraagde prioritaire acties. De diensten van het College coördineren de verzending van het dossier naar het College. Art. 38.De kamer van de lokale coördinatiestructuren stelt een werkmethode op voor de analyse van de dossiers en het uitbrengen van adviezen over de aanvragen van operatoren voor één of meerdere prioritaire acties vervat in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit die in twee gemeenten plaatsvinden. Art. 39.Elke erkenningsaanvraag dient te worden onderzocht aan de hand van een type-analysefiche opgesteld door het College. Art. 40.Binnen de perken van de beschikbare kredieten oordeelt het College over de erkenningsaanvraag binnen de 90 werkdagen die volgen op de ontvangst van de adviezen. Het kan de erkenning toestaan of weigeren of zijn beslissing opschorten indien de kredieten niet beschikbaar zijn. Het College kan geen gunstig oordeel vellen over een erkenningsaanvraag als het voordien zijn beslissing heeft opgeschort voor een eerdere aanvraag. Voor aanvragen die acties betreffen die vermeld staan in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit vermeldt het College de categorie waarin de actie thuishoort. Het College vermeldt eveneens de eventuele specifieke oriënteringen waarvoor de operator is erkend. Art. 41.Tenzij anders vermeld treedt de erkenning in voege op 1 januari van het jaar dat volgt op een gunstige beslissing van het College. Art. 42.Een vzw die een erkenningsaanvraag heeft ingediend waarvoor het College de erkenning geweigerd heeft, mag na de beslissing van het College twee jaar lang geen erkenning aanvragen voor een gelijkaardig project zo niet loopt zij het risico dat haar aanvraag als niet-ontvankelijk wordt beschouwd. Afdeling 2. - De procedure voor de hernieuwing van de erkenning. Art. 43.In het jaar dat de einddatum van de erkenning voorafgaat, kan de erkende operator verzoeken om een hernieuwing van de erkenning. Het kan daarbij gaan om een eenvoudige of een wijzigende hernieuwing. Onder een eenvoudige hernieuwing wordt verstaan de verlenging van de erkenning als zodanig. Onder wijzigende hernieuwing verstaat men de hernieuwing van de erkenning met een verzoek tot wijziging van categorie voor de prioritaire acties vermeld in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit, tot wijziging in het lokale of het gewestelijke type voor één of meerdere prioritaire acties, tot toevoeging of intrekking van één of meerdere prioritaire acties of tot toevoeging of intrekking de erkenning van specifieke oriënteringen. Art. 44.De erkende operator dient zijn vijfjarig actieplan te evalueren en bij te werken. Hij dient dit in te dienen bij de diensten van het College ten laatste acht maanden vóór zijn erkenning afloopt, vergezeld van een formeel verzoek tot hernieuwing van de erkenning. De aanvraag mag worden ingediend aan de hand van een digitale app. Art. 45.Om ontvankelijk te zijn, moet een hernieuwingsaanvraag voor de erkenning ingediend worden bij de diensten van het College door een erkend operator die aan zijn administratieve verplichtingen voldaan heeft en voorzien in : 1° ) Het behoorlijk ingevulde aanvraagformulier dat door de diensten van het College ter beschikking is gesteld;2° ) Het eventueel verzoek om wijziging van de erkenning;3° ) De evaluatie en actualisering van het vet vijfjarig actieplan vermeld in artikel 7, 4°, van het Decreet;4° ) Voor de acties vervat in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit, het eventueel verzoek om wijziging van categorie, met dien verstande dat niet meer dan zes categorieën tegelijk verhoogd of verlaagd mogen worden. Art. 46.Bij ontvangst van een ontvankelijke hernieuwingsaanvraag voor de erkenning delen de diensten van het College de kandidaat mee dat zij het dossier goed hebben ontvangen. Art. 47.Indien de aanvraag niet ontvankelijk is, verzoeken de diensten van het College de kandidaat voor de hernieuwing van de erkenning de stukken voor te leggen die ontbreken in het dossier. De kandidaat kan daarbij de aanvraag aanvullen of de ontbrekende elementen verstrekken binnen vijftien werkdagen na de vraag om de ontbrekende documenten. Na het verstrijken van deze termijn wordt de aanvraag als niet ontvankelijk aanzien en geseponeerd. Art. 48.De diensten van het College brengen een administratief advies uit bij het College binnen 30 werkdagen na het ontvangstbericht voor de ontvankelijke hernieuwingsaanvraag voor de erkenning. Dit advies geeft aan in hoeverre de aanvraag beantwoordt aan het Decreet en aan dit besluit en betreft tevens de betrekkingen tussen de kandidaat, het bestuur en in voorkomend geval de lokale coördinatie(s) van de in aanmerking komende gemeenten waar het zijn actie ontplooit. De kopie van dit advies wordt aan de operator overgemaakt. Art. 49.De hernieuwingsaanvraag voor de erkenning die ontvankelijk is voor één of meerdere prioritaire acties van het lokale type wordt door de diensten van het College in voorkomend geval toegestuurd aan de lokale coördinatie(s) van de betrokken in aanmerking komende gemeenten of aan de betrokken gemeente indien deze niet over een coördinatie beschikt. Binnen drie maanden na het doortsturen van het dossier wordt dit onderzocht door de lokale coördinatie(s) of de gemeente(n) in overleg met de diensten van het College Indien de hernieuwingsanvraag voor de erkenning geen wijzigingen inhoudt, kan de lokale coördinatie in samenspraak met de diensten van het College voorstellen aan het College om de erkenning onmiddellijk te hernieuwen. Indien de hernieuwingsaanvraag voor de erkenning één of meerdere wijzigingen inhoudt, kan de lokale coördinatie in samenspraak met de diensten van het College voorstellen aan het College de erkenning onmiddellijk zonder wijzigingen ter hernieuwen of kan zij om het advies van het lokaal overleg verzoeken met betrekking tot de gevraagde wijzigingen. De lokale coördinatie brengt binnen drie maanden een advies uit. Vervolgens dient de gemeente haar advies uit te brengen na dat van de lokale coördinatie en ten laatste vóór het einde van de derde mand die volgt op de verzending van het ontvankelijk dossier. De lokale coördinatie stuurt de adviezen door naar het College ter beoordeling van de aanvraag tot hernieuwing van de erkenning. Indien op grond van het onderzoek van het dossier wordt voorgesteld de erkenning niet te hernieuwen, verzoekt de coördinatie om het advies van het lokaal overleg, dat binnen drie maanden zijn advies uitbrengt. Vervolgens dient de gemeente haar advies uit te brengen ten laatste vóór het einde van de derde mand die volgt op de verzending van het ontvankelijk dossier. Indien een advies wenst af te wijken van het voorstel dat voortvloeit uit het onderzoek van het dossier, dan moet dit advies met redenen omkleed en omstandig zijn. De lokale coördinatie stuurt de adviezen door naar het College ter beoordeling van de aanvraag tot hernieuwing van de erkenning. Bij overmacht kunnen de termijnen verlengd worden met een redelijke termijn. Onder overmacht wordt inzonderheid verstaan de in te halen achterstand of verlofperiodes. Overmacht en het redelijke karakter van de termijn moeten verantwoord worden in het advies. Art. 50.De ontvankelijke aanvraag voor de hernieuwing van de erkenning voor één of meerdere prioritaire acties van het gewestelijke type wordt behandeld door de diensten van het College, die bij het College een advies uitbrengen binnen drie maanden nadat is meegedeeld dat de aanvraag ontvankelijk is. Dit advies vermeldt in hoeverre de aanvraag tegemoetkomt aan het Decreet en aan dit Besluit en beoordeelt de vroegere en huidige betrekkingen tussen de kandidaat en de diensten van het College. Voor aanvragen die acties betreffen die vermeld staan in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit stellen zij een categorie voor waarin de actie thuishoort indien om een wijziging van categorie is verzocht. Bij overmacht kunnen de termijnen verlengd worden met een redelijke termijn. Onder overmacht wordt inzonderheid verstaan een personeelsgebrek bij het onderzoek van de dossiers, verlofperiodes en in te halen achterstand. Art. 51.Aanvragen voor de hernieuwing van een erkenning die voorzien in meerdere prioritaire acties, waarvan minstens één van het lokale type en één van het gewestelijke type worden toegestuurd aan het College na ontvangst van de adviezen over alle gevraagde prioritaire acties. De diensten van het College coördineren de verzending van het dossier naar het College. Art. 52.Het College beoordeelt de aanvraag om hernieuwing van de erkenning binnen 90 werkdagen na ontvangst van het advies. Het College kan beslissen de erkenning al dan niet te hernieuwen. Voor hernieuwingsaanvragen met wijziging van de erkenning kan het College de erkenning hernieuwen zonder deze te wijzigen, de erkenning hernieuwen met de gevraagde wijziging of de erkenning niet hernieuwen. Voor de acties vervat in de artikelen 5, 10 en 21, 1° van dit besluit bepaalt het College de categorie aarin het de actie onderbrengt, met dien verstande dat een actie niet meer dan zes categorieën tegelijk verhoogd of verlaagd mag worden. Art. 53.Tenzij anders vermeld, treedt de beslissing van het College in voege op 1 januari van het jaar dat volgt op of ten laatste de eerste dag na het aflopen van de erkenning. Afdeling 3. - De procedure voor de wijziging van de erkenning. Art. 54.Een erkend operator dient om een erkenningswijziging te verzoeken. Dit betreft de toevoeging of de intrekking van één of meerdere verschillende prioritaire acties of de wijziging van één of meerdere prioritaire acties in een lokaal of een gewestelijk type. De wijziging mag geen betrekking hebben op de intrekking van alle prioritaire acties waarvoor de operator erkend is. De aanvraag mag worden ingediend aan de hand van een digitale app. Art. 55.Een erken operator mag één keer om de vijf jaar een aanvraag indienen om de erkenning te wijzigen. De aanvraag mag niet worden ingediend tijdens het eerste jaar van de erkenning of tijdens het jaar dat het aflopen van de erkenning voorafgaat. Art. 56.Om ontvankelijk te zijn, moet een wijzigingsaanvraag voor de erkenning ingediend worden binnen de termijnen bepaald door dit besluit en dit door een erkend operator die aan zijn administratieve verplichtingen voldaan heeft en voorzien in : 1° ) Het behoorlijk ingevulde aanvraagformulier dat door de diensten van het College ter beschikking is gesteld;2° ) De evaluatie en actualisering van het vet vijfjarig actieplan vermeld in artikel 7, 4°, van het Decreet; Art. 57.Bij ontvangst van een ontvankelijke wijzigingsaanvraag voor de erkenning delen de diensten van het College de kandidaat mee dat zij het dossier goed hebben ontvangen en onderzoeken zij het verzoek om wijziging van de erkenning. Art. 58.Indien de aanvraag niet ontvankelijk is, verzoeken de diensten van het College de kandidaat de stukken voor te leggen die ontbreken in het dossier. De kandidaat kan daarbij de aanvraag aanvullen of de ontbrekende elementen verstrekken binnen vijftien werkdagen na de vraag om de ontbrekende documenten. Na het verstrijken van deze termijn wordt de aanvraag als niet ontvankelijk aanzien en geseponeerd. Art. 59.De diensten van het College brengen een administratief advies uit bij het College binnen 30 werkdagen na het ontvangstbericht voor de volledige aanvraag tot wijziging van de erkenning. Dit advies geeft aan in hoeverre de aanvraag beantwoordt aan het Decreet en aan dit besluit en betreft tevens de betrekkingen tussen de kandidaat, het bestuur en in voorkomend geval de lokale coördinatie(s) van de in aanmerking komende gemeenten waar het zijn actie ontplooit indien hij een erkenning van het lokale type geniet of aanvraagt. Art. 60.De wijzigingsaanvraag die ontvankelijk is voor één of meerdere prioritaire acties van het lokale type wordt in voorkomend geval toegestuurd aan de lokale coördinatie(s) van de betrokken in aanmerking komende gemeenten of aan de betrokken gemeenten. Binnen twee maanden na het doortsturen van het dossier wordt dit onderzocht door de lokale coördinatie(s) of de gemeente(n) in overleg met de diensten van het College In voorkomend geval wordt het ontvankelijk verklaarde en onderzochte verzoek om wijziging van de erkenning voor advies voorgelegd aan het lokaal overleg. Het lokaal overleg heeft toegang tot alle stukken van de erkenningsaanvraag en tot de conclusies van het dossieronderzoek. Het advies van het lokaal overleg slaat enkel op het deel van het verzoek tot wijziging van de erkenning dat betrekking heeft op de prioritaire acties van het lokale type. De ontvankelijk verklaarde en onderzochte wijzigingsaanvraag wordt samen met het advies van het lokaal overleg toegestuurd aan de Gemeente, die een advies dient uit te brengen. De adviezen van het lokaal overleg en van de gemeente moet worden gemotiveerd. Deze geven onder meer aan in hoeverre de wijzigingsaanvraag tegemoetkomt aan de ter plaatse vastgestelde behoeften en beoordelen het bijgewerkt vijfjarig plan en de grondslag van de wijzigingsaanvraag voor de erkenning. De adviezen dienen geformuleerd te worden ten laatste vóór het einde van de derde maand nadat het ontvankelijk dossier is doorgestuurd naar de lokale coördinatie of naar de Gemeente. De lokale coördinatie stuurt de adviezen door naar het College ter beoordeling van de aanvraag tot wijziging van de erkenning. Bij overmacht kunnen de termijnen verlengd worden met een redelijke termijn. Onder overmacht wordt inzonderheid verstaan de in te halen achterstand of verlofperiodes. Overmacht en het redelijke karakter van de termijn moeten verantwoord worden in het advies. Art. 61.De ontvankelijke aanvraag voor de wijziging van de erkenning voor één of meerdere prioritaire acties van het gewestelijke type wordt behandeld door de diensten van het College, die bij het College een advies uitbrengen binnen drie maanden nadat is meegedeeld dat de aanvraag ontvankelijk is. Dit advies vermeldt in hoeverre de aanvraag tegemoetkomt aan het Decreet en aan dit Besluit en beoordeelt de vroegere en huidige betrekkingen tussen de kandidaat en de diensten van het College. Bij overmacht kunnen de termijnen verlengd worden met een redelijke termijn. Onder overmacht wordt inzonderheid verstaan een personeelsgebrek bij het onderzoek van de dossiers, verlofperiodes en in te halen achterstand. Art. 62.Aanvragen voor de wijziging van een erkenning die voorzien in meerdere prioritaire acties, waarvan minstens één van het lokale type en één van het gewestelijke type worden toegestuurd aan het College na ontvangst van de adviezen over alle gevraagde prioritaire acties. De diensten van het College coördineren de verzending van het dossier naar het College. Art. 63.Het College beoordeelt de aanvraag om wijziging van de erkenning binnen 90 werkdagen na ontvangst van het advies. Het College kan beslissen de erkenning toe te staan of te weigeren of zijn beslissing op te schorten indien de kredieten niet beschikbaar zijn. Art. 64.De beslissing van het College treedt in werking op 1 januari van het volgende jaar. Art. 65.Een vzw die een aanvraag voor een wijziging van de erkenning heeft ingediend waarvoor het College de wijziging geweigerd heeft, mag na de beslissing van het College twee jaar lang geen nieuwe wijziging aanvragen voor een gelijkaardig project. Afdeling 4. - De procedure voor de opschorting van de erkenning. Art. 66.Het College kan steeds beslissen om een erkenning op te schorten. De beslissing dient gemotiveerd te worden. Art. 67.De beslissing tot opschorting van een erkenning dient gemotiveerd te worden op grond van een omstandig verslag vanwege hetzij gezamenlijk hetzij afzonderlijk : a) de diensten van het College;b) de lokale coördinatie(s) van de in aanmerking komende gemeente(n) waar de operator zijn prioritaire actie van het lokale type ontplooit. Dit verslag moet aan de operator ter kennis worden gebracht. Art. 68.De opschorting van de erkenning houdt in dat alle of een gedeelte van de toekomstige vastleggingen en vereffeningen voor de subsidies die op deze erkenning betrekking hebben opgeschort worden. Art. 69.De opschorting van de erkenning is tijdelijk. Ten laatste een jaar na de beslissing tot opschorting van de erkenning dient het College te oordelen over het behoud of de intrekking van de erkenning. Art. 70.Indien het College de erkenning behoudt, dient het te vermelden of de beslissing een retroactieve uitwerking heeft op de vastlegging en de vereffening van de subsidies. Afdeling 5. - De procedure voor de intrekking van de erkenning. Art. 71.Het College kan beslissen om een erkenning in te trekken. De beslissing dient gemotiveerd te worden. Art. 72.Een erkenning mag slechts worden ingetrokken in vijf gevallen : 1° ) Aansluitend bij een opschorting van de erkenning;2° ) Bij ernstige en overduidelijke inbreuken op de Grondwet, op de wetgeving of op de principes die worden aangehaald in het decreet en in dit besluit;3° ) Op verzoek van de erkende operator;4° ) In de gevallen bepaald in artikel 58, tweede lid van het Decreet;5° ) In de gevallen bepaald in artikel 59, 1°, 2° of 3° van het Decreet. Art. 73.Een erkenning kan enkel ingetrokken worden na een voorafgaand advies van de diensten van het College en in voorkomend geval ook van de betrokken lokale coördinatie(s) indien de operator een erkenning geniet voor de prioritaire actie van het lokale type. Art. 74.De intrekking van de erkenning brengt met zich mee dat de subsidiëring wordt stopgezet krachtens het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten en treedt in voege op de dag waarop de beslissing van het College wordt bekendgemaakt of ten laatste op 31 december van het lopende jaar. Afdeling 6. - De beroepsprocedure Art. 75.Een vereniging zonder winstoogmerkt die zich benadeeld acht door een beslissing van het College over de toekenning, de hernieuwing, de wijziging, de opschorting of de intrekking van haar erkenning mag in beroep gaan bij het College binnen drie maanden na de bekendmaking van de beslissing van het College, en dit middels een aangetekend schrijven gericht aan de Minister bevoegd voor Sociale Cohesie, alsook een kopie middels een gewone zending gericht aan de diensten van het College. Art. 76.Het beroep dient te worden behandeld door een beroepscommissie. Art. 77.§ 1. De beroepscommissie bestaat uit drie leden van wie er minstens twee van een verschillend geslacht zijn of dit zo aanvoelen. Deze leden worden door het College aangesteld voor ee hernieuwbre duur van drie jaar na advies van de adviescommissie. Elk lid beschikt over een plaatsvervanger. Die beroepscommissie is als volgt samengesteld: 1° ) Een vertegenwoordiger van het collegelid dat bevoegd is voor Sociale Samenhang;2° ) Een vertegenwoordiger van de Adviesraad;3° ) Een deskundige die bijzondere aandacht kan voorleggen voor sociale cohesie in Brussel.De volgende functies zijn onverenigbaar met deze van deskundig lid van de beroepscommissie: a) Personeelsle …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.