📄 Wettekst
2 JULI 2021. - Decreet tot wijziging van het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
30/04/2009
numac
2009035356
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende radio-omroep en televisie
sluiten betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet tot wijziging van het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
30/04/2009
numac
2009035356
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende radio-omroep en televisie
sluiten betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
30/04/2009
numac
2009035356
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende radio-omroep en televisie
sluiten betreffende radio-omroep en televisie Art. 2.In artikel 1 van het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
30/04/2009
numac
2009035356
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende radio-omroep en televisie
sluiten betreffende radio-omroep en televisie, vervangen bij het
decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
17/08/2012
numac
2012035981
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
10/09/2012
numac
2012204827
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de avenanten van 15 februari 1971, 8 februari 1999, 12 december 2008 en 7 juli 2009, 2° het Avenant tot wijziging van de Overeenkomst, zoals eerder gewijzigd, vermeld onder 1°, ondertekend te Brussel op 7 juli 2009
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : "1° Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie;"; 2° punt 2° wordt opgeheven. Art. 3.In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012, 29 juni 2018, 7 december 2018 en 19 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° vóór punt 1°, dat punt 1° /1, wordt, wordt een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt : "1° Aanbeveling: aanbeveling van de Europese Commissie inzake relevante markten voor producten en diensten;"; 2° voor de punten 1° /1 en 1° /2 die 1° /3 en 1° /4 worden, wordt een nieuw punt 1° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt : "1° /2 aanmerkelijke marktmacht : een onderneming wordt geacht aanmerkelijke marktmacht te hebben als ze, alleen of samen met andere ondernemingen, een aan machtspositie gelijkwaardige positie bezit, namelijk een economische kracht die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;"; 3° er wordt een punt 1° /5 ingevoegd, dat luidt als volgt : "1° /5 AMM-richtsnoeren : richtsnoeren van de Europese Commissie voor marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht;"; 4° er wordt een punt 1° /6 ingevoegd, dat luidt als volgt : "1° /6 Berec : het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie, opgericht bij verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr.1211/2009;"; 5° er wordt een punt 1° /7 ingevoegd, dat luidt als volgt : "1° /7 bijbehorende dienst : een bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende dienst die het aanbieden, het zelf verstrekken of het geautomatiseerd aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maakt of ondersteunt of het potentieel hiertoe bezit en die voorwaardelijke toegangssystemen en elektronische programmagidsen (EPG's), alsmede andere diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten omvat;"; 6° er wordt een punt 1° /8 ingevoegd, dat luidt als volgt : "1° /8 bijbehorende faciliteiten : de bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en die gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;"; 7° punt 8° wordt vervangen door wat volgt : "8° elektronisch communicatienetwerk : de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheercapaciteit, en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen van radio-omroep en televisie over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, voor zover deze voor overdracht van signalen van radio-omroep en televisie worden gebruikt, waaronder satellietomroepnetwerken, vaste (circuut- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, elektriciteitsnetten, etheromroepnetwerken en kabelomroepnetwerken;"; 8° punt 9° wordt vervangen door wat volgt : "9° elektronische communicatiedienst : een gewoonlijk tegen vergoeding via elektronische communicatienetwerken aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat uit het overbrengen van signalen van radio-omroep en televisie;"; 9° punt 14° wordt vervangen door wat volgt : "14° geavanceerde digitale eindapparatuur : kastjes met converter en decoder en geïntegreerde digitale televisietoestellen voor de ontvangst van de digitale interactieve omroepdiensten;"; 10° er wordt een punt 14° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "14° /1 interconnectie : een specifiek type toegang dat tussen exploitanten van openbare netwerken wordt gerealiseerd door het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden, wanneer die diensten worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;"; 11° er wordt een punt 21° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "21° /1 netwerk met zeer hoge capaciteit : hetzij een elektronisch communicatienetwerk dat ten minste tot aan het distributiepunt volledig uit optischevezelelementen bestaat, hetzij een elektronisch communicatienetwerk dat, in gebruikelijke piekomstandigheden, in staat is om soortgelijke netwerkprestaties te bieden wat betreft downlinken uplinkbandbreedte, veerkrachtigheid van het netwerk, parameters met betrekking tot fouten, latentietijden en de veranderingen daarin.De netwerkprestaties kunnen ook als vergelijkbaar worden beschouwd als de eindgebruiker een andere gebruikservaring heeft vanwege de inherent verschillende kenmerken van het medium dat op het netwerk wordt aangesloten;"; 12° punt 39° wordt vervangen door wat volgt : "39° satellietomroepnetwerk : een elektronisch communicatienetwerk waardoor radio-omroep- en televisiesignalen in digitale vorm, al dan niet gecodeerd, via satelliet aan het algemene publiek worden doorgegeven;"; 13° punt 42° wordt vervangen door wat volgt : "42° systeem voor voorwaardelijke toegang : elke technische maatregel, authenticatiesysteem en/of regeling waarbij toegang tot een beschermde omroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;"; 14° er wordt een punt 45° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "45° /1 transnationale markten : overeenkomstig artikel 65 van richtlijn (EU) 2018/1972 gedefinieerde markten die de Europese Unie of een aanzienlijk, zich over meer dan één lidstaat uitstrekkend, deel daarvan beslaan;". Art. 4.Aan artikel 133, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 12 februari 2021Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/02/2021
pub.
04/03/2021
numac
2021030406
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie met betrekking tot de landelijke en regionale radio-omroeporganisaties en de technische eindapparatuur voor FM-radio-ontvangst van radio-omroeporganisaties
sluiten, worden de volgende zinnen toegevoegd : "Het voornemen om wijzigingen aan het FM-frequentieplan, aan de erkenningen en aan de voorwaarden en procedures met betrekking tot het verwerven of verlengen van frequentiegebruiksrechten zoals bepaald in deze afdeling aan te brengen, wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Belanghebbenden, met inbegrip van gebruikers en consumenten, kunnen voorafgaand aan de beslissing over deze wijzigingen, hun standpunt over die wijzigingen bekendmaken gedurende een raadplegingsprocedure die minimaal vier weken duurt en die wordt georganiseerd op de wijze en door de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst.". Art. 5.Aan artikel 136 van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 23 december 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
23/12/2016
pub.
03/02/2017
numac
2017010397
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de radio-omroeporganisaties
sluiten en gewijzigd bij het
decreet van 29 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/06/2018
pub.
26/07/2018
numac
2018040490
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
sluiten, wordt de volgende zin toegevoegd: "De erkenningen worden toegekend op basis van objectieve, transparante, concurrentiebevorderende, niet-discriminerende en proportionele criteria.". Art. 6.In artikel 147 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "uitsluitend via een kabel-, ethernetwerk of via het internet doorgeven" vervangen door de woorden "niet via analoge terrestrische radio-omroepnetwerken uitzenden". Art. 7.In artikel 148, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
sluiten, wordt de zin "Het maatschappelijk doel van die omroeporganisaties bestaat in het verzorgen van radioprogramma's via een kabelomroepnetwerk, een etheromroepnetwerk, een satellietomroepnetwerk of via het internet." vervangen door de zin "Het maatschappelijk doel van de omroeporganisaties, vermeld in artikel 147, bestaat in het verzorgen van radioprogramma's om ze ter beschikking te stellen van het publiek en ze te leveren via elektronische communicatienetwerken, met uitsluiting van analoge terrestrische radio-omroepnetwerken.". Art. 8.In artikel 149 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 23 december 2016 en 19 maart 2021, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt : " § 3. De kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, is niet vereist voor erkende landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties die hun programma's doorgeven of beschikbaar stellen via andere elektronische communicatienetwerken dan analoge terrestrische radio-omroepnetwerken.". Art. 9.In artikel 185, het laatst gewijzigd bij
decreet van 29 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/06/2018
pub.
26/07/2018
numac
2018040490
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1/1 wordt het getal "192" vervangen door het getal "191";2° in paragraaf 3 wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf". Art. 10.In artikel 186, § 3, 6° en 7°, en artikel 187, eerste lid, 5° en 6°, van hetzelfde decreet, worden de woorden "Europese Gemeenschap" vervangen door de woorden "Europese Unie en Europese Economische Ruimte". Art. 11.Artikel 189 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 189.De Vlaamse Regulator voor de Media definieert de relevante markten, in het bijzonder de relevante geografische markten, voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken en -diensten in de Vlaamse Gemeenschap en houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met de Aanbeveling, en met de AMM-richtsnoeren.
Als de Vlaamse Regulator voor de Media een relevante markt definieert die verschilt van de markten die in de Aanbeveling van de Europese Commissie zijn gedefinieerd, legt hij zijn ontwerp voor in een openbare raadpleging als vermeld in artikel 192/14, en brengt hij de Europese Commissie daarvan op de hoogte conform artikel 192/15.". Art. 12.Artikel 190 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
17/08/2012
numac
2012035981
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
10/09/2012
numac
2012204827
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de avenanten van 15 februari 1971, 8 februari 1999, 12 december 2008 en 7 juli 2009, 2° het Avenant tot wijziging van de Overeenkomst, zoals eerder gewijzigd, vermeld onder 1°, ondertekend te Brussel op 7 juli 2009
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 190.§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media onderzoekt of de relevante markt, die conform artikel 189 wordt bepaald, aan al de volgende voorwaarden voldoet : 1° er zijn hoge en niet-tijdelijke toegangsbelemmeringen van structurele, wettelijke of reglementaire aard;2° er is geen vooruitzicht op daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode, gezien de toestand van de mededinging die op infrastructuur gebaseerd is en andere mededinging die aan de toegangsbelemmeringen ten grondslag ligt;3° het mededingingsrecht alleen is niet voldoende om het vastgestelde marktfalen op adequate wijze aan te pakken. De relevante markten die in de Aanbeveling van de Europese Commissie zijn vermeld, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, tenzij de Vlaamse Regulator voor de Media vaststelt dat niet is voldaan aan een of meer van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voor de geografische markt in kwestie. § 2. Bij het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, beoordeelt de Vlaamse Regulator voor de Media ontwikkelingen vanuit een toekomstgericht perspectief indien op die relevante markt geen regelgeving op basis van dit artikel is opgelegd. De Vlaamse Regulator voor de Media houdt bij die beoordeling rekening met elk van de volgende elementen: 1° marktontwikkelingen die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de relevante markt naar daadwerkelijke mededinging neigt;2° elke vorm van concurrentiedruk, op wholesaleen op retailniveau, ongeacht de vraag of de bronnen van die druk worden beschouwd als elektronische communicatienetwerken, elektronische communicatiediensten of andere types diensten of toepassingen die vanuit het oogpunt van de eindgebruiker vergelijkbaar zijn, en ongeacht de vraag of die druk deel uitmaakt van de relevante markt;3° andere soorten opgelegde regelgeving of maatregelen waardoor de relevante markt dan wel de verwante retailmarkt of -markten gedurende de periode in kwestie worden beïnvloed;4° regelgeving die is opgelegd op andere relevante markten. § 3. Als de Vlaamse Regulator voor de Media na afloop van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, van oordeel is dat de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, zijn vervuld, identificeert hij de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt.
De Vlaamse Regulator voor de Media kan een onderneming die aanmerkelijke marktmacht bezit op een specifieke markt aanwijzen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten zodanig zijn dat de marktmacht op de specifieke markt op de nauw verwante markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot. De Vlaamse Regulator voor de Media kan correctiemaatregelen opleggen als vermeld in artikel 192/1, 192/2, 192/3 en 192/6, om een dergelijk gebruik op de nauw verwante markt te voorkomen.". Art. 13.Artikel 191 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012 en 14 oktober 2016, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 191.§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media legt ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt een of meer van de verplichtingen op, vermeld in artikel 192/1 tot en met 192/7 en in artikel 192/11.
Op basis van het beginsel van de evenredigheid kiest de Vlaamse Regulator voor de Media voor de minst ingrijpende manier om de problemen aan te pakken die in de marktanalyse, vermeld in artikel 190, zijn geconstateerd.
De verplichtingen, vermeld in het eerste lid : 1° zijn gebaseerd op de aard van het probleem dat de Vlaamse Regulator voor de Media in zijn marktanalyse vastgesteld heeft;2° zijn proportioneel en houden als dat mogelijk is rekening met de kosten en de baten;3° zijn gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen, vermeld in artikel 223/1;4° worden opgelegd na een openbare raadpleging als vermeld in artikel 192/14;5° worden meegedeeld conform artikel 192/15. De Vlaamse Regulator voor de Media legt de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, zonder afbreuk te doen aan : 1° de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen;2° de maatregelen die de Vlaamse Regulator voor de Media heeft genomen om een passende toegang, interconnectie en interoperabiliteit van diensten te waarborgen, vermeld in artikel 200/2;3° de bepalingen over de persoonlijke levenssfeer in de sector van de elektronische communicatie waarbij verplichtingen worden opgelegd aan andere ondernemingen dan de ondernemingen die aangewezen zijn als onderneming met een aanmerkelijke marktmacht;4° de verplichtingen over de colocatie en het gedeelde gebruik van netwerkelementen en de bijbehorende faciliteiten, vermeld in artikel 200, § 1/1;5° de verplichtingen over een gescheiden boekhouding voor operatoren die beschikken over uitsluitende of bijzondere rechten in andere sectoren dan die van de elektronische communicatie conform artikel 198, eerste lid, 2°, en artikel 202, eerste lid, 3°. Binnen het kader van de noodzaak om aan internationale afspraken te voldoen, vermeld in het vierde lid, 1°, brengt de Vlaamse Regulator voor de Media de Europese Commissie op de hoogte van beslissingen om voor ondernemingen geldende verplichtingen op te leggen, te wijzigen of op te heffen volgens de procedure, vermeld in artikel 192/15. § 2. Indien de Vlaamse Regulator voor de Media in uitzonderlijke omstandigheden voornemens is aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht andere verplichtingen met betrekking tot toegang of interconnectie op te leggen dan die vermeld in artikel 192/1 tot en met 192/7 en artikel 192/11, vraagt hij daarvoor toestemming aan de Europese Commissie. § 3. De Vlaamse Regulator voor de Media legt de verplichtingen, vermeld in artikel 192/13, alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een retailmarkt overeenkomstig artikel 190, § 3, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° de Vlaamse Regulator voor de Media stelt vast, op basis van een marktanalyse die conform artikel 190, § 1, is uitgevoerd, dat er op de afgebakende retailmarkt niet genoeg mededinging is;2° de Vlaamse Regulator voor de Media concludeert dat de verplichtingen, die met toepassing van artikel 192/1 tot en met 192/6 zijn opgelegd, niet zouden leiden tot de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 223/1. § 4. Als de Vlaamse Regulator voor de Media na afloop van het onderzoek, vermeld in artikel 190, § 1, oordeelt dat de voorwaarden, vermeld in artikel 190, § 1, niet zijn vervuld, legt hij geen enkele verplichting op als vermeld in artikel 192/1 tot en met 192/7 en artikel 192/11, en trekt hij de bestaande verplichtingen in.
De Vlaamse Regulator voor de Media waarborgt dat voor de partijen waarop een dergelijke intrekking van verplichtingen een invloed heeft, een passende opzeggingstermijn in acht wordt genomen die wordt bepaald door een evenwicht tot stand te brengen tussen de volgende aspecten : 3° de noodzaak om te zorgen voor een duurzame overgang voor de begunstigden van die verplichtingen en de eindgebruikers;4° keuze voor de eindgebruikers;5° waarborgen dat de regelgeving niet langer van kracht blijft dan noodzakelijk is. Als de Vlaamse Regulator voor de Media een opzeggingstermijn als vermeld in het tweede lid bepaalt, kan hij bij bestaande overeenkomsten inzake toegang specifieke voorwaarden en opzeggingstermijnen vaststellen. De Vlaamse Regulator stelt de duur en de nadere regels van deze opzeggingstermijnen vast. § 5. De Vlaamse Regulator voor de Media neemt de beslissingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4: 1° binnen vijf jaar na de aanneming van een vorige beslissing als vermeld in paragraaf 1;2° binnen drie jaar na de goedkeuring van een nieuwe Aanbeveling door de Europese Commissie, voor de markten van die aanbeveling waarvoor nog niet eerder een kennisgeving is gedaan bij de Europese Commissie conform artikel 192/15. Uiterlijk vier maanden vóór de periode, vermeld in het eerste lid, 1°, verstreken is, kan de Vlaamse Regulator voor de Media bij de Europese Commissie een gemotiveerd voorstel indienen om die periode met ten hoogste één jaar te aan elkaar geschreven.
De termijnen, vermeld in het eerste lid, worden met zes maanden verlengd als de Vlaamse Regulator voor de Media de bijstand van Berec vraagt bij de voltooiing van de analyse van de markt en de verplichtingen die moeten worden opgelegd.
De marktanalyse en de verplichtingen die conform paragraaf 1 tot en met 4 worden opgelegd, blijven van kracht tot de inwerkingtreding van de volgende marktanalyse. § 6. De Vlaamse Regulator voor de Media raadpleegt de Belgische Mededingingsautoriteit in verband met de ontwerpbeslissingen, vermeld in artikel 190, § 3, en in § 4, eerste lid, van dit artikel, om haar advies te krijgen over: 1° de bepaling van de relevante markt, vermeld in artikel 189, vanuit geografisch oogpunt en vanuit het product;2° de beoordeling van de voorwaarden, vermeld in artikel 190, § 1, eerste lid;3° de identificatie van de ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt, vermeld in artikel 190, § 3. De Vlaamse Regulator voor de Media kan de Belgische Mededingingsautoriteit raadplegen over andere onderwerpen met betrekking tot het mededingingsrecht.
Als het advies van de Belgische Mededingingsautoriteit, vermeld in het eerste en tweede lid, dertig dagen na ontvangst van de vraag van de Vlaamse Regulator voor de Media niet is verstrekt, zet de Vlaamse Regulator voor de Media de procedure voort. § 7. De Vlaamse Regulator voor de Media houdt rekening met het effect van nieuwe marktontwikkelingen, bijvoorbeeld in verband met commerciële overeenkomsten, met inbegrip van overeenkomsten over mede-investeringen, die invloed hebben op de concurrentiedynamiek. Als de nieuwe marktontwikkelingen niet belangrijk genoeg zijn om aanleiding te geven tot een nieuwe marktanalyse als vermeld in artikel 190, § 1, beoordeelt de Vlaamse Regulator voor de Media onmiddellijk of het nodig is de verplichtingen te evalueren die opgelegd zijn aan de ondernemingen die aangewezen zijn als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht, en eerdere beslissingen te wijzigen, onder meer door verplichtingen in te trekken of nieuwe verplichtingen op te leggen, om te garanderen dat die verplichtingen blijven voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, derde lid. De gewijzigde verplichtingen mogen pas worden opgelegd na een openbare raadpleging en een mededeling als vermeld in artikel 192/14 en 192/15.". Art. 14.Artikel 192 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
17/08/2012
numac
2012035981
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
10/09/2012
numac
2012204827
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de avenanten van 15 februari 1971, 8 februari 1999, 12 december 2008 en 7 juli 2009, 2° het Avenant tot wijziging van de Overeenkomst, zoals eerder gewijzigd, vermeld onder 1°, ondertekend te Brussel op 7 juli 2009
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 192.Bij de transnationale markten die de Europese Commissie heeft omschreven, draagt de Vlaamse Regulator voor de Media, samen met de andere betrokken nationale regulerende instanties zorg voor de uitvoering van de marktanalyse, waarbij de AMM-richtsnoeren maximaal in acht worden genomen. Ze spreken zich op gecoördineerde wijze uit over de volgende elementen : 1° of er al dan niet van aanmerkelijke marktmacht sprake is;2° het opleggen, handhaven, wijzigen of opheffen van de verplichtingen, vermeld in artikel 191, § 1. De Vlaamse Regulator voor de Media brengt, samen met de andere betrokken nationale regulerende instanties, de Europese Commissie op de hoogte van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen op grond van artikel 192/15.
Als er geen transnationale markten zijn, kan de Vlaamse Regulator voor de Media met een of meer nationale regulerende instanties van andere lidstaten ook samen de Europese Commissie op de hoogte brengen van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen, als ze van mening zijn dat de marktvoorwaarden in hun respectieve rechtsgebieden voldoende homogeen zijn.". Art. 15.Artikel 192/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
17/08/2012
numac
2012035981
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
10/09/2012
numac
2012204827
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de avenanten van 15 februari 1971, 8 februari 1999, 12 december 2008 en 7 juli 2009, 2° het Avenant tot wijziging van de Overeenkomst, zoals eerder gewijzigd, vermeld onder 1°, ondertekend te Brussel op 7 juli 2009
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 192/1.§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media kan conform artikel 191, § 1, verplichtingen inzake transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang opleggen op grond waarvan ondernemingen nader genoemde informatie openbaar moeten maken, zoals boekhoudkundige informatie, tarieven, technische specificaties, netwerkkenmerken en verwachte ontwikkelingen daarvan, alsook eisen en voorwaarden voor levering en gebruik, met inbegrip van voorwaarden tot wijziging van de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen, namelijk wat betreft migratie van legacy-infrastructuur, als die voorwaarden door de lidstaten zijn toegestaan in overeenstemming met het Europese Unierecht. § 2. Als voor een onderneming verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kan de Vlaamse Regulator voor de Media van die onderneming eisen dat ze een referentieofferte publiceert die voldoende gespecificeerd is om te garanderen dat de ondernemingen niet hoeven te betalen voor faciliteiten die voor de gewenste dienst niet nodig zijn.
Die referentieofferte bevat een beschrijving van de offertes in kwestie, uitgesplitst in diverse elementen naargelang van de marktbehoeften, en van de eisen en voorwaarden die daaraan verbonden zijn, met inbegrip van de tarieven.
De Vlaamse Regulator voor de Media keurt elke nieuwe referentieofferte goed vóór ze wordt gepubliceerd. De Vlaamse Regulator voor de Media kan onder meer eisen dat een referentieofferte wordt gewijzigd om uitvoering te geven aan de verplichtingen, vermeld in dit decreet. § 3. De Vlaamse Regulator voor de Media preciseert welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd die informatie moet zijn en op welke wijze die informatie wordt gepubliceerd. § 4. Als een onderneming verplichtingen heeft in verband met wholesaletoegang tot netwerkinfrastructuur als vermeld in artikel 192/4 en 192/5, zorgt de Vlaamse Regulator voor de Media ervoor dat een referentieofferte wordt gepubliceerd waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de richtsnoeren van Berec wat betreft de minimumcriteria voor een referentieofferte. De Vlaamse Regulator voor de Media zorgt ervoor dat in voorkomend geval kernprestatie-indicatoren en de bijbehorende dienstverleningsniveaus worden vastgesteld en hij ziet toe op de naleving ervan.
Daarnaast legt de Vlaamse Regulator voor de Media zo nodig bij voorbaat de boetebedragen voor het niet naleven van de kernprestatie-indicatoren en de bijbehorende dienstverleningsniveaus vast conform het recht van de Europese Unie en het nationale recht.". Art. 16.Artikel 192/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
17/08/2012
numac
2012035981
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
10/09/2012
numac
2012204827
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de avenanten van 15 februari 1971, 8 februari 1999, 12 december 2008 en 7 juli 2009, 2° het Avenant tot wijziging van de Overeenkomst, zoals eerder gewijzigd, vermeld onder 1°, ondertekend te Brussel op 7 juli 2009
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 192/2.In het kader van de toepassing van artikel 190, § 3, en artikel 191, § 1, kan de Vlaamse Regulator verplichtingen inzake non-discriminatie met betrekking tot interconnectie of toegang opleggen.". Art. 17.Artikel 192/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
17/08/2012
numac
2012035981
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
type
decreet
prom.
13/07/2012
pub.
10/09/2012
numac
2012204827
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de avenanten van 15 februari 1971, 8 februari 1999, 12 december 2008 en 7 juli 2009, 2° het Avenant tot wijziging van de Overeenkomst, zoals eerder gewijzigd, vermeld onder 1°, ondertekend te Brussel op 7 juli 2009
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 192/3.In het kader van de toepassing van artikel 191, § 1, kan de Vlaamse Regulator voor de Media het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven voor bepaalde activiteiten die met interconnectie of toegang verband houden.
De Vlaamse Regulator kan van een verticaal geïntegreerde onderneming eisen dat deze opening van zaken geeft over haar wholesaleprijzen en verrekenprijzen, onder andere om ervoor te zorgen dat de non-discriminatievoorschriften, vermeld in artikel 192/2, nageleefd worden of om, als dat nodig is, onbillijke kruissubsidiering te voorkomen.
De Vlaamse Regulator voor de Media bepaalt welk boekhoudkundig model en welke boekhoudkundige methode de onderneming, vermeld in het tweede lid, gebruikt.
De onderneming wijst een erkende bedrijfsrevisor aan die op kosten van de onderneming toeziet op de naleving van de beslissingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid. Nadat die erkende bedrijfsrevisor een rapport heeft opgesteld, maakt de Vlaamse Regulator voor de Media ieder jaar een verklaring bekend over de inachtneming van de verplichting om gescheiden boekhoudingen te voeren en om de nadere regels die daarbij horen, na te leven. § 2. De Vlaamse Regulator voor de Media kan alle boekhoudkundige documenten, met inbegrip van gegevens over van derden ontvangen inkomsten, opvragen om het toezicht op de naleving van verplichtingen inzake transparantie en non-discriminatie te vergemakkelijken. De Vlaamse Regulator voor de Media bepaalt de termijn waarin de documenten worden verstrekt.
De Vlaamse Regulator voor de Media mag informatie publiceren die bijdraagt tot een open en concurrentiegerichte markt, met inachtneming van de regels inzake vertrouwelijkheid van de bedrijfsgegevens, vermeld in artikel 235, § 2.". Art. 18.Artikel 192/4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 14 oktober 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/10/2016
pub.
01/12/2016
numac
2016036528
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie en het decreet van 25 april 2014 betreffende de rust-pensioenen, toegekend aan de vastbenoemde personeelsleden van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie en betreffende de overlevingspensioenen, toegekend aan de rechtverkrijgenden van die personeelsleden
type
decreet
prom.
14/10/2016
pub.
13/12/2016
numac
2016036580
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 192/4.De Vlaamse Regulator voor de Media kan conform artikel 191, § 1, ondernemingen verplichten om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van civieltechnische voorzieningen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, gebouwen of toegangen tot gebouwen, kabels in gebouwen inclusief bedrading, antennes, torens en andere ondersteuningsgebouwen, palen, masten, kabelgoten, leidingen, inspectieputten, mangaten en straatkasten, als de Vlaamse Regulator voor de Media op basis van de marktanalyse concludeert dat het weigeren van toegang of het verlenen van toegang onder onredelijke voorwaarden met hetzelfde effect de ontwikkeling belemmert van een markt die gekenmerkt is door duurzame concurrentie, en niet in het belang van de eindgebruiker is.
De Vlaamse Regulator voor de Media mag een onderneming verplichten om toegang te verlenen conform dit artikel, ongeacht of de activa die door de verplichtingen worden beïnvloed, deel uitmaken van de betrokken markt in overeenstemming met de marktanalyse, op voorwaarde dat de verplichting noodzakelijk en evenredig is met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 223/1.". Art. 19.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 29 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/06/2018
pub.
26/07/2018
numac
2018040490
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
sluiten, wordt een artikel 192/5 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 192/5.§ 1. Conform artikel 191, § 1, kan de Vlaamse Regulator voor de Media ondernemingen verplichten om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van specifieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten, onder andere als de Vlaamse Regulator voor de Media van mening is dat het weigeren van toegang of het opleggen van onredelijke voorwaarden met hetzelfde effect de ontwikkeling van een retailmarkt die gekenmerkt is door duurzame concurrentie, belemmert of niet in het belang van de eindgebruiker is.
De Vlaamse Regulator voor de Media kan ondernemingen onder meer de volgende verplichtingen opleggen : 1° derden toegang verlenen tot en hun het gebruik toestaan van specifieke fysieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten, in voorkomend geval met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en subnetwerk;2° derden toegang verlenen tot specifieke actieve of virtuele netwerkelementen en -diensten;3° te goeder trouw onderhandelen met ondernemingen die verzoeken om toegang;4° toegang tot faciliteiten die al verleend is, niet intrekken;5° op wholesalebasis specifieke diensten aanbieden voor doorverkoop door derden;6° open toegang verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten;7° colocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van bijbehorende faciliteiten aanbieden;8° specifieke diensten aanbieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de eind-tot-einddiensten die aan gebruikers worden geleverd;9° toegang verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om billijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen;10° zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten;11° toegang verschaffen aan verwante diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten. De Vlaamse Regulator voor de Media kan de verplichtingen, vermeld in het tweede lid, aan voorwaarden aangaande billijkheid, redelijkheid en opportuniteit onderwerpen. § 2. Als de Vlaamse Regulator voor de Media overweegt of het passend is om een of meer van de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, op te leggen, in het bijzonder als hij onderzoekt, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, of en hoe dergelijke verplichtingen moeten worden opgelegd, analyseert de Vlaamse Regulator voor de Media of andere vormen van toegang tot wholesale-inputs op dezelfde of een verwante wholesalemarkt voldoende zouden zijn om het geconstateerde probleem in het belang van de eindgebruikers aan te pakken. Die beoordeling omvat commerciële aanbiedingen inzake toegang, gereguleerde toegang op grond van artikel 200/2 of bestaande dan wel geplande gereguleerde toegang tot andere wholesale-inputs op grond van dit artikel. De Vlaamse Regulator voor de Media houdt met volgende elementen rekening : 1° de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, in het licht van het tempo van de marktontwikkeling, rekening houdend met de aard van en het soort interconnectie of toegang, inclusief de levensvatbaarheid van andere toeleveringsproducten zoals toegang tot kabelgoten;2° de verwachte technologische ontwikkeling die van invloed is op het ontwerp en het beheer van netwerken;3° de noodzaak om technologieneutraliteit te waarborgen om de partijen in staat te stellen hun eigen netwerken te ontwerpen en te beheren;4° de haalbaarheid van de aangeboden toegangsverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;5° de initiële investering die de eigenaar van de faciliteit heeft gedaan, rekening houdend met de verrichte overheidsinvesteringen en de risico's die aan de investering verbonden zijn, in het bijzonder rekening houdend met investeringen in netwerken met zeer hoge capaciteit en de risiconiveaus voor die netwerken;6° de noodzaak om op lange termijn de concurrentie in stand te houden, met speciale aandacht voor economisch doeltreffende concurrentie op basis van de infrastructuur en innovatieve bedrijfsmodellen die bevorderlijk zijn voor duurzame concurrentie, zoals de modellen op basis van mede-investeringen in netwerken;7° in voorkomend geval, de intellectuele-eigendomsrechten die van toepassing zijn;8° het verlenen van pan-Europese diensten. § 3. Als de Vlaamse Regulator voor de Media conform artikel 191, § 1, overweegt om verplichtingen op grond van artikel 192/4 of van dit artikel op te leggen, onderzoekt hij of louter de oplegging van verplichtingen conform artikel 192/4 een evenredig middel is om de concurrentie en de belangen van de eindgebruiker te bevorderen. § 4. Als een onderneming in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel verplicht wordt om toegang te verlenen, kan de Vlaamse Regulator voor de Media technische of operationele voorwaarden opleggen aan de aanbieder of de gebruikers van die toegang als dat nodig is om de normale werking van het netwerk te garanderen.
Verplichtingen om specifieke technische normen of specificaties te volgen, zijn in overeenstemming met de normen en specificaties die de Europese Commissie vaststelt.". Art. 20.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 29 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/06/2018
pub.
26/07/2018
numac
2018040490
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
sluiten, wordt een artikel 192/6 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 192/6.§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media kan conform artikel 191, § 1, verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole opleggen, inclusief verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke interconnectie- en/of toegangstypes, als uit een marktanalyse blijkt dat de onderneming in kwestie de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers.
Als de Vlaamse Regulator voor de Media bepaalt of verplichtingen inzake prijscontrole passend zijn, houdt hij rekening met de noodzaak om de mededinging te bevorderen en met de belangen van de eindgebruikers op lange termijn op het gebied van de implementatie en de toepassing van nieuwe generatienetwerken, en met name van netwerken met zeer hoge capaciteit. De Vlaamse Regulator voor de Media houdt rekening met de investeringen die de onderneming heeft gedaan, in het bijzonder om investeringen aan te moedigen, ook in nieuwe generatienetwerken. Als de Vlaamse Regulator voor de Media van mening is dat verplichtingen inzake prijscontrole passend zijn, laat hij toe dat de onderneming een redelijke opbrengst krijgt uit haar kapitaalinbreng, waarbij hij de specifieke risico's van een bepaald nieuw netwerkproject waarin wordt geïnvesteerd in aanmerking neemt.
De Vlaamse Regulator voor de Media kan beslissen om geen verplichtingen op grond van dit artikel op te leggen of in stand te houden als hij vaststelt dat er sprake is van een aantoonbare retailprijsbeperking en dat een verplichting die conform artikel 192/1 tot en met 192/5 is opgelegd, inclusief een economische-repliceerbaarheidstoets die conform artikel 192/2 is opgelegd, voor effectieve en niet-discriminerende toegang zorgt.
Als de Vlaamse Regulator voor de Media beslist om verplichtingen inzake prijscontrole op te leggen betreffende toegang tot bestaande netwerkelementen, houdt hij ook rekening met de voordelen van voorspelbare en stabiele wholesaleprijzen ten aanzien van het waarborgen van efficiënte markttoegang en afdoende stimulansen die erop gericht zijn dat alle ondernemingen nieuwe en verbeterde netwerken uitrollen. § 2. De Vlaamse Regulator voor de Media ziet erop toe dat regelingen om kosten terug te verdienen, en tariferingsmethoden die worden opgelegd, erop gericht zijn de uitrol van nieuwe en verbeterde netwerken alsmede de efficiëntie en duurzame concurrentie te bevorderen en de eindgebruiker maximaal en op duurzame wijze voordeel te bieden. In dat verband kan de Vlaamse Regulator voor de Media ook rekening houden met beschikbare prijzen van vergelijkbare concurrerende markten. § 3. Als voor een onderneming een verplichting inzake kostenoriëntering van haar tarieven geldt, is het aan haar om aan te tonen dat de tarieven worden bepaald op basis van de kosten, verhoogd met een redelijk investeringsrendement. Om de kosten die verbonden zijn aan efficiënte dienstverlening, te berekenen, kan de Vlaamse Regulator voor de Media boekhoudkundige kostenberekeningsmethoden gebruiken die losstaan van de methoden die de onderneming gebruikt. De Vlaamse Regulator voor de Media kan een onderneming verplichten volledige verantwoording af te leggen over haar tarieven en die onderneming verplichten om die tarieven aan te passen als dat nodig is. § 4. De Vlaamse Regulator voor de Media zorgt ervoor dat, als de invoering van een kostentoerekeningssysteem verplicht wordt gesteld met het oog op prijscontrole, een beschrijving van dat systeem voor het publiek beschikbaar wordt gesteld waarin ten minste de hoofdcategorieën waarin de kosten worden ingedeeld, en de regels voor de toerekening van de kosten worden vermeld. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkende revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt die de Vlaamse Regulator voor de Media publiceert.". Art. 21.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 29 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/06/2018
pub.
26/07/2018
numac
2018040490
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
sluiten, wordt een artikel 192/7 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 192/7.§ 1. Ondernemingen die conform artikel 190 zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in een of meer relevante markten, kunnen conform de procedure, vermeld in artikel 192/10, en conform de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, afspraken aanbieden om de uitrol van een nieuw netwerk met zeer hoge capaciteit dat tot aan de gebouwen van de eindgebruiker of het basisstation uit optischevezelcomponenten bestaat, open te stellen voor mede-investeringen door andere aanbieders van elektronische communicatienetwerken of -diensten.
Als de Vlaamse Regulator voor de Media de afspraken, vermeld in het eerste lid, evalueert, gaat hij na of het aanbod van mede-investeringen voldoet aan elk van de volgende voorwaarden : 1° het aanbod geldt op elk moment van de levensduur van het netwerk voor alle aanbieders van elektronische communicatienetwerken of -diensten;2° het aanbod biedt andere mede-investeerders die aanbieders van elektronische communicatienetwerken of -diensten zijn, de mogelijkheid om daadwerkelijk en duurzaam te concurreren in downstreammarkten waarop de onderneming die als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen is, actief is, onder voorwaarden die onder meer het volgende omvatten : a) billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden die toegang bieden tot de volledige capaciteit van het netwerk voor zover de mede-investering ervoor geldt;b) flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de deelname van elke mede-investeerder;c) de mogelijkheid om die deelname in de toekomst uit te breiden;d) wederzijdse rechten die de mede-investeerders verlenen na de uitrol van infrastructuur die is medegefinancierd;3° de onderneming maakt het aanbod tijdig bekend en, als de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 192/11, eerste lid, maakt ze het aanbod ten minste zes maanden voor de uitrol van het nieuwe netwerk bekend.De termijn kan op grond van nationale omstandigheden worden verlengd; 4° toegang vragende partijen die niet deelnemen aan de mede-investering, kunnen van bij de aanvang genieten van dezelfde kwaliteit, snelheid en voorwaarden en hetzelfde eindgebruikersbereik als beschikbaar vóór de uitrol, samen met een mechanisme van aanpassing in de tijd dat door de Vlaamse Regulator voor de Media wordt bevestigd in het licht van de ontwikkelingen op de relevante retailmarkten, en dat de prikkels voor de deelname aan de mede-investeringen in stand houdt.Dat mechanisme zorgt ervoor dat partijen die toegang vragen, toegang krijgen tot de elementen met zeer hoge capaciteit van het netwerk, en dit op een tijdstip en op basis van transparante en niet-discriminerende voorwaarden die passen bij de risiconiveaus waaraan de diverse medeinvesteerders in verschillende stadia van de uitrol zijn blootgesteld en met inachtneming van de mededingingscontext op de retailmarkten; 5° het aanbod voldoet ten minste aan de criteria, vermeld in paragraaf 5, en is te goeder trouw gedaan. § 2. Als de Vlaamse Regulator voor de Media, rekening houdend met de resultaten van de markttoets die conform artikel 192/10, § 2, is uitgevoerd, constateert dat de aangeboden mede-investeringsafspraak voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, maakt hij die afspraak bindend conform artikel 192/10, § 3, en legt hij met betrekking tot de elementen van het nieuwe netwerk met zeer hoge capaciteit die onder de afspraken vallen, geen extra verplichtingen op grond van artikel 191, § 1, op, op voorwaarde dat ten minste één potentiële mede-investeerder een overeenkomst over mede-investering heeft gesloten met de onderneming die als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen is.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de toepassing van de regelgeving op omstandigheden die niet voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, rekening houdend met de resultaten van eventueel conform artikel 192/10, § 2, uitgevoerde markttoetsen, maar die de mededinging beïnvloeden en in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 190 en 191.
In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regulator voor de Media in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden conform artikel 191 tot en met 192/6 oplossingen opleggen, in stand houden of aanpassen met betrekking tot nieuwe netwerken met zeer hoge capaciteit om significante problemen met de mededinging op specifieke markten aan te pakken, als de Vlaamse Regulator voor de Media constateert dat die problemen met de mededinging, gelet op de bijzondere eigenschappen van die markten, anders niet zouden worden aangepakt. § 3. De Vlaamse Regulator voor de Media monitort voortdurend de naleving van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, en kan de onderneming die is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, ertoe verplichten jaarlijkse nalevingsverklaringen in te dienen. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Vlaamse Regulator voor de Media om beslissingen te nemen op grond van artikel 220/1 als zich een geschil voordoet tussen ondernemingen in verband met een overeenkomst inzake mede-investeringen op grond waarvan ze worden geacht te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. § 4. Bij de toepassing van dit artikel houdt de Vlaamse Regulator voor de Media rekening met de richtsnoeren van Berec ter bevordering van de consistente toepassing door de nationale regulerende instanties van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, en de criteria, vermeld in paragraaf 5. § 5. Als de Vlaamse Regulator voor de Media een aanbieding betreffende mede-investeringen op grond van paragraaf 1 beoordeelt, controleert hij of ten minste aan de volgende criteria is voldaan : 1° de aanbieding betreffende mede-investeringen staat op niet-discriminerende basis open voor alle ondernemingen gedurende de levensduur van het netwerk dat door middel van een aanbieding betreffende mede-investeringen is aangelegd.De onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht, kan in de aanbieding redelijke voorwaarden betreffende de financiële capaciteit van ondernemingen opnemen; 2° de aanbieding betreffende mede-investeringen is transparant, namelijk: a) de aanbieding is beschikbaar en gemakkelijk te vinden op de website van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht;b) de volledige voorwaarden, inclusief alle bijzonderheden, worden ter beschikking gesteld van alle potentiële bieders die belangstelling voor de aanbieding hebben, met inbegrip van de rechtsvorm van de overeenkomst betreffende mede-investering en, als dat relevant is, de belangrijkste governancevoorschriften van het mede-investeringsvehikel;c) het proces, waaronder het stappenplan voor de oprichting en ontwikkeling van het mede-investeringsproject, wordt van tevoren vastgesteld, wordt op duidelijke wijze schriftelijk aan alle potentiële mede-investeerders uiteengezet, en alle significante mijlpalen worden op niet-discriminerende wijze aan alle ondernemingen meegedeeld;3° de aanbieding betreffende mede-investeringen omvat voorwaarden voor potentiële investeerders op basis waarvan duurzame mededinging op lange termijn wordt bevorderd, namelijk : a) aan alle ondernemingen worden billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden aangeboden voor de deelname aan een overeenkomst betreffende de mede-investering naargelang van het tijdstip waarop ze partij worden, onder meer voorwaarden betreffende een verplichte financiële bijdrage voor de verwerving van specifieke rechten, voorwaarden betreffende de bescherming van de mede-investeerders op grond van die rechten, zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de exploitatiefase, en voorwaarden betreffende de deelname aan en eventuele opzegging van de overeenkomst betreffende mede-investering.Niet-discriminerende voorwaarden houden in dit verband niet in dat aan alle potentiele mede-investeerders precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden, worden aangeboden, maar dat alle varianten van de aangeboden voorwaarden gerechtvaardigd zijn op basis van dezelfde objectieve, transparante, niet-discriminerende en voorspelbare criteria, zoals het aantal vastgelegde eindgebruikerslijnen; b) de aanbieding voorziet in flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de verbintenissen die elke mede-investeerder aangaat.Bij de vaststelling van de financiële bijdrage die elke mede-investeerder levert, wordt rekening gehouden met het feit dat vroege investeerders grotere risico's lopen en eerder kapitaal inbrengen; c) een geleidelijk toenemende premie wordt als gerechtvaardigd beschouwd voor verbintenissen die in een later stadium worden aangegaan en voor nieuwe mede-investeerders die instappen in de mede-investering nadat het project van start is gegaan, zodat rekening wordt gehouden met afnemende risico's en wordt voorkomen dat er prikkels van uitgaan om kapitaal niet in een vroeg stadium in te brengen;d) de overeenkomst betreffende de mede-investering staat toe dat mede-investeerders verkregen rechten overdragen aan andere mede-investeerders of aan derden die bereid zijn partij te worden bij de overeenkomst betreffende de mede-investering, op voorwaarde dat de overnemende partij verplicht wordt om alle oorspronkelijke verplichtingen na te leven die in het kader van de overeenkomst betreffende de mede-investering aan de overdragende partij zijn opgelegd;e) de mede-investeerders verlenen elkaar onder billijke en redelijke voorwaarden wederzijdse rechten betreffende toegang tot de infrastructuur waarop de mede-investering betrekking heeft, met als doel het downstream aanbieden van diensten, onder meer aan eindgebruikers, overeenkomstig transparante voorwaarden die duidelijk zijn vastgelegd in de aanbieding betreffende mede-investeringen en de daaropvolgende overeenkomst, met name als de mede-investeerders individueel en afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de implementatie van specifieke onderdelen van het netwerk.Als een mede-investeringsvehikel wordt gecreëerd, voorziet dat, direct of indirect, in toegang tot het netwerk voor alle mede-investeerders, op basis van de gelijkwaardigheid van inputs en onder billijke en redelijke voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden waarin rekening is gehouden met de verschillende risiconiveaus die de afzonderlijke mede-investeerders aanvaarden; 4° met de aanbieding betreffende mede-investeringen wordt een duurzame investering gewaarborgd waarmee waarschijnlijk tegemoetgekomen wordt aan toekomstige behoeften doordat nieuwe netwerkelementen worden geïmplementeerd die aanzienlijk bijdragen tot de implementatie van netwerken met een zeer hoge capaciteit. De Vlaamse Regulator voor de Media kan naast de criteria, vermeld in het eerste lid, aanvullende criteria bepalen als die noodzakelijk zijn om te zorgen voor toegankelijkheid voor potentiële investeerders van de mede-investering, in het licht van specifieke plaatselijke omstandigheden en van de marktstructuur.". Art. 22.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 29 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/06/2018
pub.
26/07/2018
numac
2018040490
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
sluiten, wordt een artikel 192/8 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 192/8.§ 1. Als de Vlaamse Regulator voor de Media beslist dat de passende verplichtingen die zijn opgelegd met toepassing van artikel 192/1 tot en met 192/6, er niet in geslaagd zijn daadwerkelijke concurrentie tot stand te brengen en dat er belangrijke en blijvende concurrentieproblemen of markttekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot het aanbod op wholesaleniveau op bepaalde markten voor toegangsproducten, kan hij bij wijze van uitzonderlijke maatregel een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde onderneming om haar activiteiten die verband houden met het aanbieden va …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.