← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend, die het aanvullend pensioen voor notarisbedienden regelt, gefinancierd via kapitalisatie. Het zorgt ervoor dat de afspraken over dit pensioen voor iedereen in de sector gelden.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
11 JANUARI 2013. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende het aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de notarisbedienden; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende het aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 11 januari 2013. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de notarisbedienden Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011 Aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie (Overeenkomst geregistreerd op 17 november 2011 onder het nummer 106906/CO/216) Preambule Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987 een sectoraal regime voor aanvullend pensioen heeft ingevoerd ten gunste van de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie door bijdragen ten laste van de werkgever ten belope van 2,10 pct., berekend op de loonmassa, de dertiende maand en het enkelvoudig vakantiegeld, en ten laste van de bediende ten belope van 1 pct. op dezelfde basis. Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 1998 betreffende maatregelen met betrekking tot de werkgelegenheid en de loonkostontwikkeling 1997-1998 de werkgeversbijdrage voor het sectoraal stelsel van aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie heeft verhoogd met 0,5 pct. van het bruto jaarloon met ingang van 1 december 1998, met inbegrip van de dertiende maand en het enkelvoudig vakantiegeld. Deze verhoging was van toepassing voor de werkgevers die aangesloten waren bij de groepsverzekering afgesloten ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987 als voor diegenen die een andere groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen hebben afgesloten. Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 1998 betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden de bestaande stelsels betreffende het aanvullend pensioen heeft gecoördineerd en die bovendien heeft aangepast aan de wet van 6 april 1995 betreffende de aanvullende pensioenen. Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999 houdende diverse bepalingen met ingang van 1 januari 2000 voor onbepaalde duur heeft voorzien dat : - enerzijds, in geval van halftijds conventioneel brugpensioen van een bediende, bijdragen voor de groepsverzekering ten laste van de werkgever verder worden betaald, tot aan de normale pensioenleeftijd van de betrokken werknemer, op basis van het volledige loon dat hij heeft ontvangen in de laatste maand waarin hij voltijds tewerkgesteld was, en, - anderzijds, in geval van voltijds conventioneel brugpensioen van een bediende, wordt bij het ingaan van het brugpensioen door de werkgever een éénmalige premie in de groepsverzekering voor de bediende betaald, die 24 keer de patronale bijdrage bedraagt van de laatste maand waarin de werknemer tewerkgesteld was. Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 januari 2002 betreffende de loonkost-ontwikkeling voor 2001 en 2002, met ingang van 1 januari 2002 de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,40 pct. van het brutoloon. Deze verhoging wordt integraal aangewend in het luik "leven". Overwegende dat de collectieve arbeids overeenkomst van 27 november 2003Relevante gevonden documenten type overeenkomst prom. 27/11/2003 pub. 11/12/2003 numac 2003031565 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Verordening tot wijziging van de verordening van 15 juli 1993 betreffende de verwijdering van afval door middel van ophalingen sluiten betreffende de loonkostontwikkeling voor 2003-2004 en andere bepalingen : - enerzijds, de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,40 pct. van het brutoloon. Deze bijdrage wordt integraal aangewend in het luik "leven" van de groepsverzekering, vanaf 1 januari 2004. - anderzijds, ter compensatie van de stelselmatige daling van de uitkeringen van een aanvullend pensioen in het repartitiesysteem en gezien de beoogde progressieve beëindiging ervan, de bijdrage ten laste van de werkgevers voor de groeps-verzekering voor buitenwettelijk pensioen heeft verhoogd, met ingang van 1 januari 2004 voor eenzelfde percentage als dat wat door de raad van beheer van de vereniging zonder winstoogmerk "Nationale Kas voor Aanvullend Pensioen voor Klerken en Notarisbedienden" is vastgesteld op 0,30 pct. van het brutoloon. Deze verhoging werd integraal aangewend in het luik "leven". Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2006 betreffende de loonkostontwikkeling voor 2005-2006 en andere bepalingen : - enerzijds, de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,50 pct. van het brutoloon vanaf 1 mei 2006. Deze bijdrage wordt integraal aangewend in het luik "leven" van de groepsverzekering, en, - anderzijds, ter compensatie van de stelselmatige daling van de uitkeringen van een aanvullend pensioen in het repartitiesysteem en gezien de beoogde progressieve beëindiging ervan, de bijdrage ten laste van de werkgevers voor de groeps-verzekering voor buitenwettelijk pensioen heeft verhoogd met ingang op 1 januari 2006 voor eenzelfde percentage als dat wat door de raad van beheer van de vereniging zonder winstoogmerk "Nationale Kas voor Aanvullend Pensioen voor Klerken en Notarisbedienden" is vastgesteld op 0,20 pct. van het brutoloon. Deze verhoging werd integraal aangewend in het luik "leven". Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2007 betreffende de loonkostontwikkeling voor 2007-2008 en andere bepalingen : - enerzijds, de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,20 pct. van het brutoloon vanaf 1 januari 2008. Deze bijdrage wordt integraal aangewend in het luik "leven" van de groepsverzekering, en, - anderzijds, ter compensatie van de stelselmatige daling van de uitkeringen van een aanvullend pensioen in het repartitiesysteem en gezien de beoogde progressieve beëindiging ervan, de bijdrage ten laste van de werkgevers voor de groeps-verzekering voor buitenwettelijk pensioen heeft verhoogd met ingang op 1 januari 2008 voor eenzelfde percentage als dat wat door de raad van beheer van de vereniging zonder winstoogmerk "Nationale Kas voor Aanvullend Pensioen voor Klerken en Notarisbedienden" is vastgesteld op 0,30 pct. van het brutoloon. Deze verhoging werd integraal aangewend in het luik "leven". Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie de overeenstemming van dat stelsel voor aanvullend pensioen met de laatste wetgevende ontwikkelingen betreffende het aanvullend pensioen, zoals bijvoorbeeld de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid geformaliseerd heeft. Overwegende dat het koninklijk besluit van 15 oktober 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/10/2004 pub. 14/12/2004 numac 2004022924 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de pensioen- en solidariteitsinstellingen belast met het uitvoeren van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid sluiten tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de pensioen- en solidariteitsinstellingen belast met het uitvoeren van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid vereist om de gegevens op te vragen die bij de Kruispuntbank beschikbaar zijn om een sectoraal aanvullend pensioenplan te beheren. Overwegende dat het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie ingevoerd in 1987 en bevestigd door genoemde collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 een sectoraal pensioenplan "avant la lettre" uitmaakt. Overwegende dat bepaalde aanpassingen van het pensioenreglement noodzakelijk zijn om het administratieve beheer van het aanvullend pensioenstelsel te waarborgen door middel van de gegevens die beschikbaar zijn bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Overwegende dat, rekening houdend met voorgaande overwegingen, de ondertekenende partijen overeenkomen om het pensioenreglement dat het sectoraal aanvullend pensioenstelsel gefinancierd door middel van kapitalisatie vaststelt, te wijzigen. A. Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden die onder het Paritair Comité voor de notarisbedienden ressorteren. § 2. Zij is evenwel niet van toepassing op de bedienden in het notariaat of in een notariële instelling waarvan de notaris of de werkgever een groepsverzekering afsloot vóór 31 december 1985 en geen bijdrage heeft gestort bij vroegere kassen ten voordele van al de bedienden van het kantoor of de instelling en die deze groepsverzekering voortzet, evenals de betaling van de desbetreffende premies, voor zover de voordelen minstens evenwaardig zijn aan het huidig sectoraal regime voor aanvullend pensioen. § 3. Zij is niet van toepassing op : a. de personen tewerkgesteld in het kader van een studentenovereenkomst;b. de personen tewerkgesteld via een arbeids-overeenkomst afgesloten in het kader van een speciaal door of met steun van de overheid uitgevoerd opleidings-, arbeidsinpassings- en omscholingsprogramma. § 4. Met "bedienden" bedoelt men : de mannelijke en vrouwelijke bedienden. B. Definities Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : - WAP : de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid; - pensioenreglement : het reglement waarin de rechten en verplichtingen zijn vastgelegd van de inrichter, de werkgevers, de aangeslotenen en hun rechthebbenden evenals de aansluitingsvoorwaarden en de regels met betrekking tot de uitvoering van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie; - sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie : de collectieve pensioentoezegging gefinancierd door middel van kapitalisatie zoals ingevoerd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987 en bevestigd door deze collectieve arbeids-overeenkomst. C. Voorwerp van de overeenkomst Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als voorwerp : - het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie ingevoerd voor de notarisbedienden door de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987 te bevestigen; - het sinds 1 januari 2009 van kracht zijnde pensioenreglement te vervangen teneinde het goede beheer van het regime van aanvullend pensioen gefinancierd door middel van de kapitalisatie te laten gebeuren door middel van de gegevens beschikbaar in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid; - het "Fonds voor bestaanszekerheid van het notariaat", opgericht door de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2011, aan te duiden als inrichter van het stelsel van aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie in de zin van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. D. Inrichter en beheer Art. 4.Het fonds voor bestaanszekerheid "Fonds voor bestaanszekerheid van het notariaat", gevestigd te 1000 Brussel, Bergstraat 30-34 en paritair beheerd, wordt aangeduid als inrichter om het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie verder te waarborgen. Het beheer van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie wordt verder toevertrouwd aan de pensioeninstelling AG Insurance (voorheen Fortis Insurance Belgium), verzekeringsonderneming erkend door de CBFA onder nummer 0079 met maatschappelijke zetel Emile Jacqmainlaan 53, te 1000 Brussel. Het beheer wordt uitgevoerd door de pensioeninstelling in overeenstemming met de bepalingen van de verzekeringsovereenkomst gesloten tussen de inrichter en de pensioeninstelling. Overeenkomstig artikel 41, § 2, van de WAP zal een toezichtscomité opgericht worden. De inrichter zal de pensioeninstelling informeren over de contactpersoon die het toezichtscomité zal vertegenwoordigen. E. Sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie Art. 5.Het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie wordt vastgesteld overeenkomstig het pensioenreglement zoals bij deze collectieve arbeidsovereenkomst bijgevoegd als bijlage 1. Het pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Het pensioenreglement coördineert en vervangt het pensioenreglement dat van kracht is sinds 1 januari 2009. In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie zoals bepaald in het pensioenreglement bijgevoegd als bijlage 1, van kracht op 1 januari 2012. Art. 6.Iedere werkgever die onder het toepassingsgebied van huidige collectieve arbeidsovereenkomst ressorteert, is gehouden om de premies verschuldigd krachtens het pensioenreglement, bijgevoegd als bijlage, aan de inrichter te storten met het oog op de financiering van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie. Art. 7.Teneinde de dekking overlijden zoals voorzien in het als bijlage bijgevoegd pensioenreglement te financieren, is elke werkgever die onder het toepassingsgebied van deze overeenkomst ressorteert ertoe gehouden om een bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid thans gelijk aan 0,30 pct. van het aan RSZ onderworpen loon te storten. Deze bijdrage wordt indien nodig jaarlijks herberekend aan de hand van de sterftetabellen die door de verzekeraar bij de bevoegde controleautoriteit werden neergelegd. F. Verlaten van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie Art. 8.De procedure voor het verlaten van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie wordt geregeld in overeenstemming met de bepalingen van het pensioenreglement. G. Opheffingsbepalingen Art. 9.De collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie wordt vervangen door deze collectieve arbeidsovereenkomst en wordt bijgevolg opgeheven. De maatregelen die krachtens genoemde bepalingen werden toegekend, behouden evenwel hun volledige uitwerking. H. Nietigheid Art. 10.De nietigheid van een of meer artikelen of delen van artikelen van deze collectieve arbeidsovereenkomst brengt niet de nietigheid teweeg van het geheel van de collectieve arbeidsovereenkomst. I. - Duur van de overeenkomst Art. 11.Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2012. Zij is gesloten voor een onbepaalde duur. Zij kan door elk van de ondertekenende partijen slechts worden opgezegd met een opzeggingstermijn van tenminste zes maanden. Deze opzegging moet gebeuren bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de notarisbedienden en aan de ondertekenende organisaties en heeft uitwerking vanaf de derde werkdag na de datum van verzending. Overeenkomstig het artikel 5, alinea 4 maakt onderstaande bijlage integraal deel uit van deze overeenkomst : - Bijlagen : PENSIOENREGLEMENT; - Pensioenreglement; - Algemene voorwaarden "Groepsverzekering"; - Reglement "Onthaalstructuur"; - Algemene voorwaarden "Onthaalstructuur". Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari 2013. De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie Pensioenreglement Fonds voor bestaanszekerheid van het notariaat Pensioenreglement - Leven/Overlijden - Loontrekkend bediendepersoneel 1. Voorwerp Dit reglement regelt het sectorale pensioenstelsel van Fonds voor bestaanszekerheid van het notariaat Bergstraat 30-32 1000 BRUSSEL hierna genoemd "de inrichter", in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011 betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie (hierna de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011) gesloten door de representatieve organisaties van het Paritair Comité voor de notarisbedienden. Deze tekst vervangt de op 1 januari 2009 ingegane plannen. De inrichter heeft het beheer van dit reglement toevertrouwd aan een verzekeraar (hierna de pensioeninstelling genoemd) bij wie hij een groepsverzekering onderschreven heeft. De algemene voorwaarden van deze groepsverzekering zijn van toepassing op dit reglement. Dit reglement is ter beschikking van de aangeslotenen die de tekst ervan kunnen verkrijgen bij de inrichter op eenvoudig verzoek. 2. Inwerkingtreding Het reglement treedt in werking op 1 januari 2012. 3. Aansluiting 3.1. Aan te sluiten werknemers Worden verplicht aangesloten bij het pensioenstelsel, bij de indiensttreding, alle leden van het loontrekkend bediendepersoneel van een werkgever die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011 valt. Zijn echter uitdrukkelijk uitgesloten de bedienden dewelke worden uitgesloten door bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst. De aansluiting kan ten vroegste gebeuren op 1 januari 1987, datum van de inwerkingtreding van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel. De personen die in dienst treden van een werkgever, die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011 valt, na de voorziene pensioendatum en die aan de aansluitingsvoorwaarden voldoen worden eveneens verplicht aangesloten. De aansluiting houdt op vanaf het moment dat bovenstaande aansluitingsvoorwaarden niet meer gerespecteerd zijn. 3.2. Moment van aansluiting De aansluiting vindt plaats de eerste van de maand die volgt op of samenvalt met die waarin de bovenvermelde voorwaarden vervuld zijn. 3.3. Schorsing van de arbeidsovereenkomst vóór de aansluiting Indien, op het ogenblik dat een door dit reglement bedoelde bediende voor het eerst voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, het arbeidscontract geschorst is, en de bediende geen loon meer ontvangt, wordt de effectieve aansluiting verdaagd tot op de datum dat de arbeidsovereenkomst opnieuw in werking wordt gesteld. 3.4. Berekening van de leeftijd van de aangeslotene De leeftijd van de aangeslotene wordt berekend in jaren en maanden. Voor de berekening wordt verondersteld dat de aangeslotene geboren is op de eerste van de maand die volgt op zijn geboortedatum. Deze regel is niet van toepassing voor het bepalen van de voorziene pensioendatum. 4. Voorziene pensioendatum Voor de toepassing van dit reglement is de voorziene pensioendatum bepaald op de eerste van de maand die volgt op die waarin de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar bereikt. Indien een aangeslotene, na de voorziene pensioendatum in dienst blijft van een werkgever die behoort tot Paritair Comité voor de notarisbedienden, wordt deze datum voor opeenvolgende perioden van één jaar verdaagd. In dat geval worden de prestaties en de premies verder berekend volgens de formule van dit reglement. De aansluiting kan in geen geval verlengd worden na het einde van de arbeidsovereenkomst. 5. Kenmerken van het sectorale pensioenstelsel 5.1. Beheer van de reserves Het beheer van de reserves gebeurt individueel voor elke aangeslotene. De premies ten laste van de inrichter worden gestort op een individuele rekening inrichter en die ten laste van de aangeslotene op een individuele rekening aangeslotene. De reserves in het financieringsfonds worden collectief beheerd. 5.2. Waarborg die op het tarief wordt toegekend De premies en de reserves genieten een intrestvoet waarvan de duur van de waarborg bepaald is in de groepsverzekeringsovereenkomst. 5.3. Type van sectorale pensioentoezegging De waarborgen leven en overlijden ten laste van de aangeslotene en de waarborg leven ten laste van de inrichter zijn van het type vaste bijdragen. De inrichter verbindt zich ertoe periodiek aan de pensioeninstelling de bijdragen te betalen die bepaald zijn in het reglement ter financiering van het sectorale aanvullend pensioen. Onverminderd de bepalingen in verband met de minimum garantie voorzien door de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen, waarborgt de inrichter geen rendement. De bijkomende waarborg overlijden ten laste van de inrichter is van het type vaste prestaties. 5.4. Totaal rendement van de sectorale pensioentoezegging Het rendement is gelijk aan de som van de intrestvoet en van de eventuele winstdeelname toegekend door de pensioeninstelling aan de individuele rekeningen. Er wordt geen vrije reserve opgebouwd. Dit doet geen afbreuk aan de bepalingen betreffende het bestaan en de werking van het financieringsfonds. 5.5. Verbintenis van de pensioeninstelling De pensioeninstelling gaat een resultaatsverbintenis aan voor de kapitalisatie van de gestorte premies op basis van het tarief neergelegd bij de bevoegde controleautoriteit en volgens de eventuele bijkomende modaliteiten voorzien in het reglement. 5.6. Het referentieloon Het referentieloon is : - Het aan het RSZ onderworpen loon van het voorgaande jaar; - Gezien de loongegevens trimestriëel door de inrichter aan de pensioeninstelling meegedeeld worden, dient het referentieloon voor de indiensttreders als volgt bepaald te worden : Voor het eerste jaar en indien de aansluiting plaatsvindt in : - de 1ste maand van het trimester : 4 x het trimestriële loon van het betreffende trimester; - de 2de maand van het trimester : 6 x het trimestriële loon van het betreffende trimester; - de 3de maand van het trimester : 12 x het trimestriële loon van het betreffende trimester. Voor het tweede jaar zal het aan het RSZ onderworpen loon van het vorige jaar, dat geen volledig jaar beslaat, omgerekend worden pro rata het aantal gepresteerde maanden in het vorige jaar. Het meegedeelde referentieloon, is steeds het loon op basis van een voltijds tewerkstellingspercentage. Maand van aansluiting Trimester Jaar van aansluiting Jaar volgend op aansluiting Trimestrieel loon x Jaarloon (n-1) x Januari 1 4 12/12 Februari 1 6 12/11 Maart 1 12 12/10 April 2 4 12/9 Mei 2 6 12/8 Juni 2 12 12/7 Juli 3 4 12/6 Augustus 3 6 12/5 September 3 12 12/4 Oktober 4 4 12/3 November 4 6 12/2 December 4 12 12 6. Waarborgen voorzien door het sectorale pensioenstelsel 6.1. Waarborgen gefinancierd door de inrichter Bij leven van de aangeslotene op de voorziene pensioendatum is een kapitaal leven gewaarborgd dat opgebouwd wordt door de premies ten laste van de inrichter. Dit kapitaal wordt verhoogd met de eventueel door de pensioeninstelling toegekende winstdeelname. Het bedrag van dit kapitaal leven stemt overeen met de kapitalisatie van de premies ten laste van de inrichter in de hierna beschreven verzekeringsverrichting. In geval van overlijden vóór de voorziene pensioendatum voorziet een bijkomende waarborg overlijden de betaling van een prestatie die gelijk is aan het referentieloon. De winstdeelname is begrepen in de prestatie overlijden. Er wordt rekening mee gehouden voor de financiering van de waarborg overlijden. Het kapitaal overlijden is echter minimaal gelijk aan de prestaties overlijden berekend op 31 december 2011 op basis van de gegevens van toepassing op 31 december 2011. 6.2. Waarborgen gefinancierd door de aangeslotene Bij leven van de aangeslotene op de voorziene pensioendatum, of in geval van overlijden vóór deze datum, zijn een kapitaal leven of een kapitaal overlijden gewaarborgd, die gefinancierd worden door de premies ten laste van de aangeslotene en die onderling verbonden zijn volgens een hierna bepaalde verhouding. Deze kapitalen worden verhoogd met de eventueel door de pensioeninstelling toegekende winstdeelname. Het bedrag van de kapitalen leven en overlijden stemt overeen met de kapitalisatie van de premies ten laste van de aangeslotene in de hierna beschreven verzekeringsverrichting. Bij zijn aansluiting had de aangeslotene, aangesloten voor 1 januari 2012, de keuze tussen volgende verhoudingen : 10/05 : het kapitaal leven is gelijk aan 0,5 maal het kapitaal overlijden; 10/10 : het kapitaal leven is gelijk aan het kapitaal overlijden; 10/15 : het kapitaal leven is gelijk aan 1,5 maal het kapitaal overlijden; 10/20 : het kapitaal leven is gelijk aan 2 maal het kapitaal overlijden; 10/25 : het kapitaal leven is gelijk aan 2,5 maal het kapitaal overlijden. De huidige aangeslotenen behouden hun gekozen verzekeringscombinatie. De nieuwe aangeslotenen worden in de standaard verhouding 10/20 aangesloten. De aangeslotene kan later, op zijn expliciete vraag, zijn keuze wijzigen. Deze keuze gebeurt 1 maal per jaar, op datum van de jaarlijkse herberekening. In dat geval zal hij zich eventueel moeten onderwerpen aan de medische formaliteiten die beschreven zijn in de algemene voorwaarden van de pensioeninstelling. De aangeslotene kan eveneens kiezen om geen kapitaal overlijden te verzekeren en kiezen voor de verzekeringscombinatie "Uitgesteld Kapitaal Zonder Terugbetaling". 7. Verzekeringsverrichtingen 7.1. Waarborgen gefinancierd door de inrichter Het kapitaal leven gefinancierd door de premies ten laste van de inrichter, is verzekerd door een verzekeringsverrichting van het type uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling. Een bijkomend kapitaal overlijden (het referentieloon) gefinancierd door de premies ten laste van de inrichter, is verzekerd door een verzekeringsverrichting van het type tijdelijke verzekering bij overlijden met premies die jaarlijks herberekend worden. 7.2. Waarborgen gefinancierd door de aangeslotene De kapitalen leven en overlijden gefinancierd door de premies ten laste van de aangeslotene, zijn verzekerd door een verzekeringsverrichting van het type gemengde 10/X waarin het kapitaal leven uitgedrukt wordt in verhouding tot het kapitaal overlijden. Indien de aangeslotene kiest om geen kapitaal overlijden te verzekeren met de premies ten zijne laste, wordt het kapitaal leven verzekerd door een verrichting van het type uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling. De tarieven van de verzekeringsverrichtingen werden door de pensioeninstelling neergelegd bij de bevoegde controleautoriteit. 8. Financiering De financiering ten laste van de inrichter gebeurt door de storting van premies op een individuele rekening en van dotaties in het financieringsfonds. De financiering ten laste van de aangeslotene gebeurt door de storting van premies op een individuele rekening. 8.1. Bepaling en aanwending van de premies Het jaarlijkse bedrag van de premies, inclusief belasting, is - voor de aangeslotene, op 1 januari 2012, verhoogd van 1 pct. S naar 1,55 pct. S; - voor de inrichter gelijk aan 4,25 pct. S. waarbij : S = het referentieloon. De premie ten laste van de inrichter wordt aangewend voor een kapitaal leven. De premie ten laste van de aangeslotene wordt aangewend voor een kapitaal leven en, desgevallend overlijden. De inrichter deelt jaarlijks op 1 januari het referentieloon mee aan de pensioeninstelling. De pensioensinstelling berekent de premies en prestaties. 8.2. Modaliteiten van premiebetaling 8.2.1. Belastingen op de premies Alle premies vermeld in dit reglement zijn inclusief belastingen. 8.2.2. Periodiciteit van de premies De premies zijn maandelijks achteraf betaalbaar. 8.2.3. Bijdrage van de aangeslotene tot financiering van de waarborgen De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid houdt de premies van de aangeslotene op zijn maandloon in en stort deze aan de inrichter die op zijn beurt de premies aan de pensioeninstelling stort. 8.2.4. Toelage van de inrichter tot financiering van de waarborgen De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid houdt de premies van de inrichter in op de patronale, sociale bijdrage en stort deze aan de inrichter die op zijn beurt de premies aan de pensioeninstelling stort. 8.2.5. Niet betaling van de premies Indien de inrichter nalaat de premies voor de financiering van het sectorale pensioenstelsel te storten, waarvan hij op grond van het reglement of van enig ander document de betaling verschuldigd is, verwittigt de pensioeninstelling elke aangeslotene van de niet betaling en van de gevolgen die er uit voortvloeien uiterlijk drie maanden na de vervaldag van de eerste onbetaalde premie. 9. Jaarlijkse herberekening van de premies en de prestaties Jaarlijks deelt de inrichter het referentieloon mee. Elke wijziging betreffende de gezinstoestand, de categorie, het arbeidsstelsel of enige andere wijziging die betrekking heeft op de waarborgen, wordt in aanmerking genomen op de eerste van de maand die volgt op of samenvalt met het moment waarop de wijziging zich heeft voorgedaan. 10. Verworven rechten en minimum garantie 10.1. Verworven prestaties Indien de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat en zijn reserves bij de pensioeninstelling laat, zonder wijziging van het sectorale pensioenstelsel, heeft hij op de voorziene pensioendatum recht op verworven prestaties. Deze prestaties, berekend volgens de bepalingen van de algemene voorwaarden van de pensioeninstelling, stemmen overeen met de kapitalisatie, op de voorziene pensioendatum, van de reserve opgebouwd door de premies leven en overlijden op het ogenblik van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden en, desgevallend, door de bijhorende toegekende winstdeelname leven. 10.2. Verworven reserves Indien de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, heeft hij op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden recht op de reserves die opgebouwd werden door de premies leven en overlijden, desgevallend verhoogd met de reserve opgebouwd door de winstdeelname. 10.3. Minimum garantie Op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden wordt het bedrag van de verworven reserves desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen. 10.4. Financiering Indien, op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden of in geval van overdracht of bij latere afkoop, de opgebouwde reserve ontoereikend is om de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen van de minimum garantie, te financieren, voorziet de inrichter in de nodige financiering. Indien er voor de aanzuivering in het financieringsfonds niet voldoende fondsen aanwezig zijn die geen andere verbintenissen van de inrichter dekken, stort de inrichter een bijkomende éénmalige premie. 11. Betaling van de prestaties 11.1. Prestatie leven De prestatie leven is betaalbaar aan de aangeslotene indien hij in leven is op de voorziene pensioendatum. Indien de aangeslotene, na de voorziene pensioendatum in dienst blijft van een werkgever die behoort tot het toepassingsgebied van het sectorale pensioenstelsel van de inrichter, kan hij de betaling van de prestaties vragen. In dat geval zal de prestatie leven of overlijden die later zal uitgekeerd worden, hetzij op de verdaagde pensioendatum, hetzij op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden voor de verdaagde pensioendatum, hetzij op de datum van het overlijden voor de verdaagde pensioendatum, verminderd worden met het reeds uitgekeerde brutobedrag. 11.2. Prestatie overlijden In geval van overlijden van de aangeslotene vóór de voorziene pensioendatum worden de prestatie overlijden, of de reserves die hij heeft verworven, indien hij overlijdt binnen de 90 dagen nadat hij het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, en voor zover hij zijn keuze omtrent de bestemming van zijn verworven reserves niet schriftelijk aan de pensioeninstelling heeft meegedeeld en er geen overdracht uitgevoerd werd, betaald aan de begunstigde(n) in volgende voorrangsorde : - de echtgeno(o)t(e), behalve in de volgende gevallen : - de echtgenoten zijn juridisch gescheiden van tafel en bed; - een verzoekschrift werd ingediend bij het gerecht teneinde een echtscheiding te bekomen; of de wettelijk samenwonende (1); - bij ontstentenis, de kinderen, of bij vooroverlijden, hun afstammelingen bij plaatsvervulling; - bij ontstentenis, elke persoon aangeduid in een bijvoegsel dat door de aangeslotene is ondertekend; - bij ontstentenis, de vader en moeder van de aangeslotene; - bij ontstentenis de wettelijke erfgenamen, met uitzondering van de Staat; - bij ontstentenis, het financieringsfonds. De aangeslotene kan altijd afwijken van deze volgorde. Deze afwijking wordt vermeld in een door de aangeslotene ondertekend bijvoegsel. 11.3. Wijze van betaling van de prestaties De aangeslotene of de begunstigden kunnen de betaling van de prestaties leven en overlijden vragen in de vorm van een kapitaal of van een rente. In geval van betaling ten voordele van een minderjarig kind wordt de keuze gemaakt door de overlevende ouder of, bij ontstentenis, door de voogd. De wijze van berekening van de rente is bepaald in de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen. Wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan lager is dan of gelijk aan 500 EUR, wordt de prestatie in de vorm van een kapitaal betaald. Het minimum bedrag van 500 EUR wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen (spilindex - basis 1996 = 100 - op 1 januari 2004 = 111,64). De inrichter informeert de aangeslotene of, in geval van overlijden, de begunstigde over het recht op omzetting in een rente. De inrichter kan, mits ondertekening van een overeenkomst tussen hem en de pensioeninstelling en volgens de voorwaarden vastgelegd in deze overeenkomst, de pensioeninstelling met de uitvoering van zijn inlichtingsverplichting en de eventuele uitkering van de rente gelasten. 12. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden 12.1. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden ten gevolge van pensionering Als de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat ten gevolge van pensionering houdt de premiebetaling op vanaf de eerste van de maand die volgt op of samenvalt met de datum waarop de pensionering plaatsvindt. De verworven reserves van de aangeslotene worden onmiddellijk vereffend, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke bepalingen. 12.2. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden ten gevolge van conventioneel brugpensioen Als de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, naar aanleiding van het conventioneel brugpensioen, houdt de premiebetaling op vanaf de eerste van de maand die volgt op of samenvalt met de datum waarop de conventionele brugpensionering plaatsvindt. De aangeslotene kan opteren hetzij voor de onmiddellijke vereffening van zijn verworven reserves, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke bepalingen, hetzij voor de handhaving, tot de voorziene pensioendatum, van de gereduceerde prestaties leven voor het gedeelte van de inrichter en van de gereduceerde prestaties leven en overlijden voor het gedeelte van de aangeslotene. In uitvoering van de artikelen 8 en 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999 houdende diverse bepalingen worden, in geval aan een aangeslotene een halftijds conventioneel brugpensioen wordt toegekend, de premies ten laste van de inrichter verder betaald, tot aan de voorziene pensioendatum van de betrokken aangeslotene, op basis van het volledige loon dat hij ontvangen heeft in de laatste maand waarin hij voltijds tewerkgesteld was. In geval aan een aangeslotene een voltijds brugpensioen wordt toegekend, wordt bij het ingaan van het brugpensioen door de inrichter een eenmalige premie voor de aangeslotene betaald, die 24 keer de premie ten laste van de inrichter bedraagt van de laatste maand waarin de aangeslotene tewerkgesteld was. Deze éénmalige premie wordt aangewend voor het kapitaal leven. 12.3. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden anders dan door overlijden of pensionering Als de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, anders dan door overlijden of pensionering van de aangeslotene en voor zover de aangeslotene niet onmiddellijk een nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die eveneens valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011, wordt de volgende procedure toegepast. De inrichter betaalt de premies tot het einde van de maand waarin de arbeidsovereenkomst eindigt. Op dat ogenblik worden de prestaties leven en overlijden gereduceerd. Op het ogenblik van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden, heeft de aangeslotene het recht om zijn verworven reserves, desgevallend verhoogd tot de bedragen van de minimum garantie, over te dragen mits de hierna bepaalde termijnen in acht worden genomen. Na het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden, brengt de inrichter de pensioeninstelling hiervan schriftelijk op de hoogte uiterlijk binnen het jaar. De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na deze kennisgeving aan de inrichter de volgende gegevens mee : - het bedrag van de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van de wet betreffende de aanvullende pensioenen; - het bedrag van de verworven prestaties; - de mogelijkheden inzake aanwending van de verworven reserves, met vermelding, voor elke mogelijkheid, of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft. De inrichter stelt de aangeslotene hiervan onmiddellijk in kennis. Deze kennisgeving verloopt schriftelijk of langs elektronische weg. Vanaf dat ogenblik beschikt de aangeslotene over 30 dagen om zijn keuze inzake de bestemming van zijn reserves aan de pensioeninstelling mee te delen. Wanneer de aangeslotene deze termijn heeft laten verstrijken, wordt hij verondersteld ervoor gekozen te hebben zijn gereduceerde prestaties zonder wijziging in het sectoraal pensioenstelsel van de inrichter te laten, maar hij kan te allen tijde één van de mogelijkheden kiezen die hem door het pensioenreglement worden geboden. De pensioeninstelling kan in geen geval aansprakelijk gesteld worden indien de procedures en termijnen door de inrichter niet nageleefd worden. Indien de aangeslotene opteert voor de overdracht, kan hij kiezen tussen : - de overdracht naar de pensioeninstelling van zijn nieuwe werkgever die buiten het toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel van de inrichter valt, indien hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van die werkgever; - de overdracht naar de pensioeninstelling van de nieuwe inrichter op sectoraal niveau indien hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van deze inrichter; - de overdracht naar een pensioeninstelling bedoeld bij koninklijk besluit betreffende de toekenning van bovenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, zoals ze bestaat bij de pensioeninstelling. De modaliteiten van de overdrachten zijn vastgesteld overeenkomstig de wet betreffende de aanvullende pensioenen en haar uitvoeringsbesluiten. De overdracht wordt beperkt tot het gedeelte van de reserves waarop geen voorschot of inpandgeving werd toegestaan, of dat niet werd toegewezen in het kader van de wedersamenstelling van een hypothecair krediet. De pensioeninstelling voert de overdracht uit binnen de maand volgend op de kennisgeving door de aangeslotene. Indien de aangeslotene niet opteert voor de overdracht, kan hij : - de afkoop vragen van de verworven reserves, eventueel verhoogd tot de bedragen van de minimumgarantie. Dit recht op afkoop kan slechts uitgeoefend worden tot 31 december 2009. In dit geval wordt de aansluiting beëindigd; - opteren voor de onthaalstructuur. Indien de aangeslotene binnen de negentig dagen na het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden overlijdt, en voor zover hij zijn keuze nog niet schriftelijk aan de inrichter heeft meegedeeld en een eventuele overdracht nog niet heeft plaatsgevonden, wordt een prestatie betaald die minstens gelijk is aan de verworven reserves op het ogenblik van het verlaten van Paritair Comité voor de notarisbedienden. 13. Bijzonderheden betreffende de arbeidsovereenkomst 13.1. Deeltijds werk Het referentieloon dat de aangeslotene ontvangt, wordt door de inrichter meegedeeld. Dit loon houdt rekening met een voltijds tewerkstellingspercentage. De berekening van de premies leven en de prestaties overlijden gebeurt op basis van de referentiebezoldiging die de aangeslotene zou ontvangen indien hij voltijds zou werken en door het verkregen resultaat te vermenigvuldigen met het werktijdpercentage. Desgevallend worden de premies beperkt opdat de daaruit voortvloeiende prestaties niet meer zouden bedragen dan toegelaten door de fiscale wetgeving. 13.2. Schorsing van de arbeidsovereenkomst tijdens de aansluiting Indien de schorsing van de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene te wijten is aan een invaliditeit zijn de volgende regels van toepassing. Zolang de invaliditeit gedekt is door een bij de pensioeninstelling onderschreven collectieve verzekering, zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011, die voorziet in de premievrijstelling, wordt de betaling van de premies ten laste van de aangeslotene en van de inrichter verricht door de pensioeninstelling volgens de voorwaarden vastgelegd in voornoemde verzekering. Indien bovenvermelde dekking niet of niet meer van toepassing is, worden de prestaties leven ten laste van de inrichter en de aangeslotene gereduceerd en eindigt de bijkomende waarborg overlijden. De premiebetaling wordt hervat en de waarborg leven ten laste van de inrichter en de aangeslotene en de bijkomende waarborg overlijden worden opnieuw van kracht vanaf de maand waarin de aangeslotene terug zijn loon ontvangt. 14. Mogelijkheden geboden aan de aangeslotene 14.1. Onthaalstructuur De inrichter onderschrijft bij de pensioeninstelling een onthaalstructuur waarvan de tarieven door deze laatste bij de bevoegde controleautoriteit ingediend werden en die bestemd is om reserves te ontvangen van aanvullende pensioenen : - die de aangeslotene opgebouwd heeft in het kader van een ander pensioenstelsel; - die de aangeslotene erin wenst over te dragen bij het verlaten van Paritair Comité voor de notarisbedienden. De onthaalstructuur bestaat uit een verzekering bij leven en overlijden in de vorm van een uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserve. Het verzekerde bedrag wordt bekomen door het overgedragen bedrag te kapitaliseren. De bedragen overlijden en leven worden verhoogd met de toegekende winstdeelname leven. De aangeslotene behoudt de mogelijkheid om de omvorming te vragen van zijn overgedragen reserve naar een andere verzekeringsverrichting. De onthaalstructuur kan een andere door de pensioeninstelling voorgestelde verzekeringsvorm aannemen. De aangeslotene kan later één van de opties kiezen die hem in geval van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden worden geboden of de verdaging vragen van de voorziene pensioendatum volgens de voorwaarden vastgelegd door de pensioeninstelling. Indien de aangeslotene op het moment dat hij het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, kiest voor de overdracht van zijn verworven reserves naar de onthaalstructuur, worden de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie, onmiddellijk aangezuiverd. Hierdoor vervalt voor de inrichter iedere verplichting die voortvloeit uit het pensioenreglement. 14.2. Afkoop Zolang de aangeslotene in dienst is van een werkgever die onder het toepassingsgebied van collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011 valt of zolang de voorziene pensioendatum niet bereikt is, is de afkoop van de reserves door de aangeslotene niet toegestaan. De aangeslotene heeft pas recht op afkoop, wanneer hij het Paritair Comité voor de notarisbedienden heeft verlaten of wanneer hij nog in dienst is na het bereiken van de voorziene pensioendatum. Vanaf 1 januari 2010, kan de aangeslotene die het Paritair Comité voor de notarisbedienden heeft verlaten, zijn reserves nog slechts afkopen of de betaling van zijn prestaties bekomen, op het moment van zijn wettelijke pensionering of vanaf het moment dat hij de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft. 14.3. Individuele aanvullende premies De aangeslotene heeft persoonlijk de mogelijkheid om individueel aanvullende premies te storten volgens de voorwaarden vastgelegd door de pensioeninstelling. Die premies worden aan een individueel contract toegewezen. Ze worden door de aangeslotene rechtstreeks (zonder tussenkomst van de werkgever of van de inrichter) gestort op een afzonderlijk contract. De periodiciteit van die premies is dezelfde als die van de groepsverzekeringspremies. 14.4. Voorschotten De aangeslotene kan een voorschot verkrijgen op zijn prestaties volgens de voorwaarden en binnen de grenzen vastgelegd door de pensioeninstelling. Indien bij het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden de opgebouwde reserve ontoereikend is om het niet terugbetaalde gedeelte van het voorschot aan te zuiveren betaalt de aangeslotene het verschil aan de pensioeninstelling. 14.5. Waarborg van een hypothecair krediet De aangeslotene kan zijn individuele rekeningen inrichter en aangeslotene gebruiken als waarborg of tot wedersamenstelling van een hypothecair krediet, volgens de voorwaarden en binnen de grenzen vastgelegd door de pensioeninstelling. 14.6. Voorwerp van het voorschot of van de aanwending als waarborg of tot wedersamenstelling van een hypothecair krediet Het voorschot of de aanwending als waarborg of tot wedersamenstelling van een hypothecair krediet mag slechts worden toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen onroerende goederen die gelegen zijn op het grondgebied vastgelegd door de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen, en die op dit grondgebied belastbare inkomsten opbrengen, te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Het voorschot of het krediet moet terugbetaald worden zodra de bedoelde goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen. Deze bepaling is niet van toepassing op de individuele aanvullende premies. 15. Wijziging of opheffing van het sectorale pensioenstelsel 15.1. Wijziging of opheffing van sectorale pensioenstelsel De inrichter kan het sectorale pensioenstelsel wijzigen mits eerbiediging van de voorschriften voorzien in de wet betreffende de aanvullende pensioenen. De wijziging kan in geen enkel geval een vermindering van de verworven prestaties of van de verworven reserves tot gevolg hebben. 15.2. Verandering van pensioeninstelling In geval van verandering van pensioeninstelling en van een eventuele overdracht van de reserves informeert de inrichter voorafgaandelijk de aangeslotenen en de bevoegde controleautoriteit. Deze kan zich tegen de overdracht verzetten indien daardoor het evenwicht van de pensioeninstelling bedreigd zou worden. Die overdracht is onderworpen aan de procedures voorzien in de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen. Indien de groepsverzekering bij de pensioeninstelling wordt stopgezet evenwel met verderzetting van het sectoraal pensioenstelsel bij een andere pensioeninstelling worden de individuele rekeningen van de aangeslotenen gereduceerd. Geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen mag ten laste worden gelegd van de aangeslotenen, of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves worden afgetrokken. In geval van verandering van pensioeninstelling zonder overdracht van de reserves blijft het financieringsfonds bij de pensioeninstelling. In geval van verandering van pensioeninstelling met overdracht van de reserves wordt het financieringsfonds mee overgedragen, tenzij de inrichter anders beslist. 15.3. Opheffing van het sectorale pensioenstelsel Als het sectorale pensioenstelsel wordt beëindigd, houdt de inrichter op de premies te betalen. Op het moment van de opheffing worden de verworven rechten berekend volgens de bepalingen van de rubriek "Verworven rechten en minimum garantie". Indien het vermogen van het financieringsfonds toereikend is om de verworven reserves te financieren, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie, worden de nodige reserves aangezuiverd. Het eventueel saldo van het financieringsfonds wordt vereffend conform de algemene voorwaarden van de pensioeninstelling. Indien het vermogen van het financieringsfonds ontoereikend is om de verworven reserves te financieren, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie, gebeurt de verdeling van dit vermogen voor iedere aangeslotene in de verhouding van het verschil tussen zijn totale verworven reserve, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie en de reserve van zijn individuele rekeningen en de som, voor alle aangeslotenen, van die verschillen. De inrichter financiert het saldo van de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie. In geval van opheffing van het sectorale pensioenstelsel, zal de inrichter de aangeslotenen onmiddellijk van haar beslissing in kennis stellen. In geval van opheffing van het sectorale pensioenstelsel worden de individuele rekeningen van de aangeslotenen gereduceerd. 15.4. Verdwijnen van de inrichter Ingeval van verdwijnen van de inrichter en tenzij de verplichtingen door een andere inrichter worden overgenomen, wordt het sectorale pensioenstelsel opgeheven. In dat geval zijn de bepalingen van de rubriek "Opheffing van het sectorale pensioenstelsel" en van de rubriek "Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden, anders dan door overlijden of pensionering" van toepassing. (1) Wettelijk samenwonende partner: de persoon die met de aangeslotene samenleeft onder de vorm van de wettelijke samenwoning zoals bedoeld in artikelen 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek, met name een verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar zich de gemeenschappelijke woonplaats bevindt.De partner van de aangeslotene moet voldoen aan de hiervoor vermelde voorwaarden op het ogenblik van het overlijden van de betrokken aangeslotene. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari 2013. De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK Bijlage 2 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie Groepsverzekering Algemene voorwaarden 1. Lexicon Aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van het personeel waarvoor de inrichter een pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet, of aan wie de inrichter een individuele pensioentoezegging heeft gedaan, en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. Aanvullend pensioen Het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na de pensionering, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst bepaalde verplichte stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen. Afkoop Opzegging van de overeenkomst door de verzekeringsnemer of door de aangeslotene. Afkoopwaarde Theoretische afkoopwaarde verminderd met de afkoopvergoeding. Bevoegde controleautoriteiten De bevoegde controleautoriteiten zijn de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) en de NBB (Nationale Bank van Belgïe) éénieder voor wat hen betreft. Collectieve kapitalisatie Stelsel dat in de groepsverzekering voor een collectiviteit van aangeslotenen een gelijkheid tot stand brengt tussen enerzijds, de som van de samengestelde reserves en de actuele waarden van de toekomstige premies en anderzijds, de som van de actuele waarden van de prestaties. Financieringsfonds Het financieringsfonds is een collectieve reserve opgebouwd bij AG Employee Benefits om de prestaties met betrekking tot een bepaalde groepsverzekering te financieren. Groepsverzekeringsovereenkomst De groepsverzekeringsovereenkomst vormt de externalisatie van de pensioentoezegging van de inrichter zoals bepaald in het pensioenreglement. Ze regelt de wederzijdse rechten en verplichtingen van de inrichter en van AG Employee Benefits en vervolledigt, preciseert of wijzigt de algemene voorwaarden. Individuele kapitalisatie Kapitalisatiestelsel waarbij de premies, de reserves en de prestaties op elk ogenblik onderling verbonden zijn door een relatie die, per verrichting en voor elke aangeslotene, van bepaalde technische grondslagen gebruik maakt. Ongeval Een plotse en onvrijwillige gebeurtenis die een vaststelbaar lichamelijk letsel als gevolg heeft en waarvan de oorzaak of één van de oorzaken zich buiten het organisme van de aangeslotene bevindt. Opgebouwde reserve De op een gegeven moment opgebouwde reserve is gelijk aan het aantal eenheden op dat moment aan de rekening toegewezen, vermenigvuldigd met de inventariswaarde van de eenheden op dat moment. Pensioenreglement Het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotenen en van de begunstigden alsook de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald. Pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging. Pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen door de inrichter aan één of meerdere werknemers en/of de begunstigden. Reductie Vermindering van de actuele waarde van de verzekerde prestaties ten gevolge van het stopzetten van de betaling van de premies. In geval van reductie wordt de waarborg overlijden, waarin het risico gedekt is voor opeenvolgende periodes van een jaar die stilzwijgend worden vernieuwd, stopgezet. Reductiewaarde De reductiewaarde op een bepaald ogenblik is de prestatie die in geval van stopzetting van de betaling van de premies op dat ogenblik verzekerd blijft. Wanneer de reductie gepaard gaat met een wijziging in de verhouding tussen de kapitalen leven en overlijden van meer dan 2,5 gebeurt de berekening met de sterftetafels voor de verrichtingen bij leven. AG Employee Benefits behoudt zich het recht voor overeenkomstig de wettelijke bepalingen een reductievergoeding aan te rekenen. Theoretische afkoopwaarde Reserves gevormd bij AG Employee Benefits door de kapitalisatie van de betaalde premies, na aftrek van de bedragen verbruikt om de risico's te dekken. Toezegging van het type "vaste bijdragen" Toezegging van de inrichter die zich verbindt om periodiek een vaste bijdrage die bepaald is in het pensioenreglement te betalen ter financiering van het aanvullend pensioen. Het pensioenreglement bepaalt de regels voor de vaststelling van deze bijdrage evenals de periodiciteit. Toezegging van het type "vaste prestaties" Toezegging van de inrichter die zich verbindt tot het vestigen van een welbepaalde prestatie te betalen op een bepaald ogenblik. Het pensioenreglement bepaalt de regels voor de vaststelling van deze prestatie evenals het ogenblik waarop deze verschuldigd is. Verlaten van het paritair comité Onder verlaten van het paritair comité wordt verstaan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering, voorzover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde sectorale pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever. Verworven prestaties Prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, indien hij bij zijn uitdiensttr …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.