← België

Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002

Kort samengevat

Dit decreet regelt de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 en stelt de kredieten vast voor diverse uitgavenposten. Het bepaalt ook de voorwaarden en maximumbedragen voor het verlenen van geldvoorschotten.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 21 DECEMBER 2001. - Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002 (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : KREDIETEN LOPEND JAAR Artikel 1 Voor de uitgaven met betrekking tot de werkingskosten van de organen en de diensten van de Vlaamse Gemeenschap worden voor het begrotingsjaar 2002 kredieten geopend ten bedrage van : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel. Zij worden aangeduid met code 01. Artikel 2 Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikel 127 tot 129 van de Grondwet, worden voor het begrotingsjaar 2002 kredieten geopend ten bedrage van : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel. Zij worden aangeduid met code 02. Artikel 3 Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet worden voor het begrotingsjaar 2002 kredieten geopend ten bedrage van : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel. Zij worden aangeduid met code 03. Artikel 4 Voor de uitgaven met betrekking tot de werkingskosten van de organen en de diensten van de Vlaamse Gemeenschap worden voor het begrotingsjaar 2002 de variabele kredieten geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel. Zij worden aangeduid met code 01. Artikel 5 Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikel 127 tot 129 van de Grondwet worden voor het begrotingsjaar 2002 de variabele kredieten geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel. Zij worden aangeduid met code 02. Artikel 6 Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet worden voor het begrotingsjaar 2002 de variabele kredieten geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel. Zij worden aangeduid met code 03. Artikel 7 De terugbetalingen van leningen voorzien onder Titel III worden, wat betreft het begrotingsjaar 2002, geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld GELDVOORSCHOTTEN Artikel 8 In afwijking van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 625.000 euro worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en van de provinciale gouvernementen. Voor de buitengewone rekenplichtige belast met de betalingen van de afdeling Gebouwen wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 1.000.000 euro. Voor de buitengewone rekenplichtigen van de cel Leerlingenvervoer, buitendiensten Brabant, Limburg en West-Vlaanderen, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 1.500.000 euro.Voor de buitendiensten Antwerpen en Oost-Vlaanderen wordt het maximumplafond der geldvoorschotten vastgesteld op 1.750.000 euro. Voor de buitengewone rekenplichtige van de afdeling Algemene Administratieve Diensten van het departement EWBL, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten met betrekking tot de uitbetaling van de aanmoedigingspremies ter stimulering van de arbeidsherverdeling en arbeidsduurvermindering vastgelegd op 10.000.000 euro. Voor de buitengewoon rekenplichtigen van de afdelingen der Wegen Antwerpen, Vlaams-Brabant, Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen (AWV) wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 900.000 euro. Voor de buitengewoon rekenplichtige(n) van de afdelingen Loodswezen, Vloot en Scheepvaartbegeleiding, (vestiging AWZ te Vlissingen) en van de rekenplichtige van de DAB Loodswezen wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 2.000.000 euro. Voor de buitengewoon rekenplichtige van de afdeling Maritieme Schelde belast met de betaling van declaraties, inclusief rentedeclaraties, in toepassing van het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 10.000.000 euro. Voor de buitengewoon rekenplichtige van de afdeling Vloot - locatie Oostende - wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 1.000.000 euro. Voor de buitengewoon rekenplichtigen van de afdeling AOSO - Elektriciteit en Mechanica (buitenafdelingen in Gent en Antwerpen), wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten m.b.t. de elektriciteitsrekeningen vastgesteld op 5.000.000 euro. Voor de buitengewoon rekenplichtigen van de afdeling AOSO-Elektriciteit en Mechanica (buitenafdelingen te Gent en Antwerpen), belast met de betaling van averijen, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 1.500.000 euro voor de buitendienst Gent en op 1.500.000 euro voor de buitendienst Antwerpen. Voor de buitengewone rekenplichtige van de afdeling Zeeschelde, belast met de betalingen lastens de DAB Vlaams Infrastructuurfonds van de dossiers betreffende de financiering van de verwervingen t.b.v. de uitbouw van het havengebied op de Linker Scheldeoever en de financiering van het sociaal begeleidingsplan, in uitvoering van de overeenkomst van 10 maart 1999 tussen het Vlaamse Gewest en de Maatschappij voor Grond- en Industrialisatiebeleid van het Linkerscheldeoevergebied, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 6.200.000 euro. Voor de buitengewone rekenplichtige van de Afdeling Logistiek van het departement LIN wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten met betrekking tot de uitbetaling van de werkingskosten vastgesteld op 900.000 euro. Artikel 9 Onverminderd de bepalingen van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof : a) mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtige bij de administratie Budgettering,Accounting en Financieel Management voor de terugbetaling van ten onrechte geïnde ontvangsten (b.a. 01.01, PR. 24.10 ) en voor de betaling van schadevergoedingen waarvan de bedragen 7.500 euro per rechthebbende niet overschrijden. De schadevergoedingen op basis van een uitvoerbaar vonnis of arrest mogen worden uitbetaald zonder tussenkomst van de deposito- en consignatiekas in afwijking van artikel 100, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit; b) mogen geldvoorschotten worden verleend voor de vereffening van hulpgelden en toelagen van sociale aard;c) mogen geldvoorschotten worden aangewend om de honoraria te betalen van de experts uit het buitenland ongeacht het bedrag ervan, en om toelagen te betalen die voortvloeien uit regelingen met vreemde landen waarvan het bedrag 1250 euro per begunstigde niet bereikt;d) onverminderd wat voorafgaat, mogen geldvoorschotten gebruikt worden voor de uitbetaling van salarissen en allerlei bijslagen en vergoedingen aan het door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigde personeel;e) mogen de buitengewoon rekenplichtigen voorschotten betalen voor buitenlandse zendingen, ongeacht het bedrag ervan;f) wordt de buitengewoon rekenplichtige van de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek ertoe gemachtigd, door middel van geldvoorschotten, de reiskosten te betalen van de personen die uit het buitenland komen of zich naar het buitenland begeven, ongeacht het bedrag ervan; g) op onderstaande basisallocaties mogen geldvoorschotten worden verleend voor de betaling van werkingskosten, ongeacht het bedrag : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld i) mogen geldvoorschotten worden verleend om de algemene werkingskosten te betalen, huren inbegrepen, en dit ongeacht het bedrag op basisallocatie 12.01 van het programma 51.90; j) mogen met geldvoorschotten worden betaald alle schuldvorderingen voortvloeiend uit overheidsopdrachten waarvan het bedrag, BTW inbegrepen, niet hoger is dan 7500 euro;k) mogen de buitengewoon rekenplichtigen en de rekenplichtigen van gemengde rekeningen op hun kas aan de personeelsleden van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en aan kabinetsverantwoordelijken tegen ontvangstbewijs voorschotten verstrekken om kleine en dringende uitgaven in contanten te betalen. Het bedrag van deze voorschotten wordt beperkt tot 2.500 euro. Indien het gaat om dringende uitgaven voor het begeleiden van internationale delegaties, mag het bedrag van deze voorschotten tijdens de periode dat de internationale delegaties moeten begeleid worden, maximaal 5.000 euro bedragen; l) mogen, binnen het plafond bepaald in artikel 8 van dit decreet, geldvoorschotten worden aangewend voor de betaling van de algemene werkingskosten van het leerlingenvervoer, ongeacht het bedrag ervan; m) mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtige van de afdeling Maritieme Schelde voor de betaling van de declaraties, inclusief rentedeclaraties, in toepassing van het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest, inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde en dit ongeacht het bedrag op basisallocatie 54.01 van het programma 64.20; n) mag de rekenplichtige van de gemengde rekening op zijn kas aan de personeelsleden van de DAB "Investeren in Vlaanderen" tegen ontvangstbewijs voorschotten verstrekken voor het betalen in speciën van kleine en dringende uitgaven.Het bedrag van de voorschotten is beperkt tot 5000 euro per personeelslid; o) mogen met geldvoorschotten worden betaald, ongeacht het bedrag, alle schuldvorderingen voortvloeiend uit contracten met vervrachters voor het strooien van dooizouten en sneeuwruimen met betrekking tot de winterdienst;p) de buitengewoon rekenplichtigen van de afdelingen Vloot en Scheepvaartbegeleiding (vestiging AWZ te Vlissingen) en van de DAB Loodswezen te Vlissingen worden ertoe gemachtigd salarissen en vergoedingen van de maand december verschuldigd aan het in Vlissingen (Nederland) tewerkgesteld en verblijvend personeel van de afdelingen Vloot en Scheepvaartbegeleiding en van de DAB Loodswezen te betalen op het einde van de maand december door middel van geldvoorschotten van het desbetreffende jaar; q) mogen ten laste van het saldo beschikbaar op 31 december 2001 op de geldvoorschotten verleend op ba 54.01 PR 64.20 aan de buitengewone rekenplichtige van de afdeling Maritieme Schelde, belast met de betaling van de declaraties, inclusief de rentedeclaraties, in toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde, verbintenissen aangegaan worden tot beloop van maximaal dit saldo; r) mogen geldvoorschotten worden verleend voor de uitbetaling, op kwartaalbasis, van de aanmoedigingspremies verleend ter stimulering van de arbeidsduurvermindering en arbeidsherverdeling;s) mogen met geldvoorschotten worden betaald ongeacht het bedrag, de onroerende voorheffing op het patrimonium van het Vlaams Gewest; t) mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtigen van het departement Coördinatie op basisallocatie 11.03 van de organisatieafdeling 99, programma 10 voor het terugbetalen van salarissen, vergoedingen en toelagen van het personeel ter beschikking gesteld van de gevolmachtigd vertegenwoordiger van de Vlaamse regering bevoegd voor het buitenlands beleid, beperkt tot een bedrag van 120.000 euro; u) mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewone rekenplichtige van de afdeling Zeeschelde belast met de betalingen van de financiering van de verwervingen door te voeren t.b.v. de uitbouw van het havengebied op de Linker Scheldeoever en de financiering van het sociaal begeleidingsplan en dit ongeacht het bedrag op de onderstaande basisallocaties van de DAB Vlaams Infrastructuurfonds. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld v) mogen geldvoorschotten worden aangewend voor de betaling van de moratoriumintresten verschuldigd aan belastingplichtigen in het kader van de inning van de onroerende voorheffing door de Vlaamse Gemeenschap, van de heffing ter bestrijding van de leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen, van de heffing ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;w) mogen met geldvoorschotten worden betaald, ongeacht het bedrag, de aan OVAM verschuldigde milieuheffingen voor het storten van baggerspecie en de aan de VMM verschuldigde milieuheffingen op de verontreiniging van oppervlaktewateren;x) mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het MINA-fonds bij de Vlaamse Milieumaatschappij voor de terugbetalingen in toepassing van artikel 35ter, § 6 van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en de terugstortingen die voortvloeien uit onterechte inningen van de afvalwaterheffing en van de grondwaterheffing, en voor de betaling van de moratoriumintresten inzake afvalwaterheffing en grondwaterheffing in toepassing van artikel 418 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen; y) mogen met geldvoorschotten worden betaald, ongeacht het bedrag, alle betalingen aan de N.V. Liefkenshoektunnel die voortvloeien uit het tolvrij openstellen van de Liefkenshoek ten gevolge van verkeersincidenten of calamiteiten die een belangrijke hinder zullen doen ontstaan op de Ring van Antwerpen, de toegangswegen naar deze Ring of in de Kennedytunnel en dit voor de duur van de verplichte omleiding; VASTE UITGAVEN Artikel 10 Mogen in de vorm van vaste uitgaven uitbetaald worden : a) de salarissen en salaristoelagen van de personeelsleden van de Nederlandstalige peutertuinen en kinderdagverblijven alsmede van de personeelsleden van het voor- en naschoolse toezicht verbonden aan de scholen van het Gemeenschapsonderwijs in Brussel-Hoofdstad, alsook de salaristoelagen voor het leidinggevend en technisch personeel van de erkende openbare gemeentelijke, provinciale en privaatrechtelijke bibliotheken; b) de salarissen en salaristoelagen van de personeelsleden van het basis-, secundair, hoger - met uitzondering van het universitair onderwijs, het buitengewoon onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds kunstonderwijs, de diensten voor beroepsoriëntering;de centra voor leerlingenbegeleiding, en de onderwijsinspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten; c) de vergoedingen wegens begrafeniskosten en de geboortetoelagen;d) de toelagen voor derving van het vrij genot van woning, de gevarentoelagen en de toelagen voor elektrische bediening, de toelagen voor de inning van scheepvaartrechten, de toelagen voor extra en onregelmatige prestaties, de vergoedingen voor kantoorkosten, de vergoedingen voor rijwielen met hulpmotor, alsmede de verplichte bijdrage van de werkgever in de kosten van het woon-werkverkeer van de werknemer;e) de toelagen wegens buitengewone prestaties;f) zonder tussenkomsten van de Deposito- en Consignatiekas : de schadevergoedingen toegewezen op basis van een uitvoerbaar vonnis of arrest in afwijking van artikel 100, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit.Deze schadevergoedingen slaan zowel op de hoofdsom als op de eventuele renten; g) de aflossingen van kapitaal en rente bepaald onder de programma's 24.40, 24.80 en 24.90; h) de renten en terugbetaling in hoofdsom van de geprefinancierde trekkingsrechten op het investeringsfonds, ingeschreven op ba.21.02 en 63.01 van het programma 53.10; i) de aanmoedigingspremies ter stimulering van arbeidsverdeling en arbeidsduurvermindering;j) de aanmoedigingspremies in het kader van het Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social Profitsector 2000-2005. OVERDRACHTEN KREDIETEN Artikel 11 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld UITGAVEN VORIGE JAREN Artikel 12 § 1. Onderstaande basisallocaties mogen uitgaven dekken met betrekking tot vorige begrotingsjaren : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. De basisallocaties 12.06 van de diverse programma's betrekking hebbend op kabinetsbegrotingen mogen uitgaven dekken met betrekking tot vorige jaren. § 3. De basisallocaties 12.03, 12.20, 12.21 en 12.22 van het programma 24.10 mogen uitgaven dekken met betrekking tot voorgaande jaren voor zover deze uitgaven betrekking hebben op kosten gemaakt in het kader van een gedwongen invordering. Artikel 13 De meeruitgaven voortvloeiend uit de omrekening naar de euro van betalingen verschuldigd op vastleggingen van vorige jaren, mogen worden aangerekend op de overeenkomstige kredieten van het lopend jaar. Artikel 14 § 1. De ordonnanceringen van de uitgaven die in de loop van de vorige begrotingsjaren werden vastgelegd ten laste van vastleggingskredieten en vastleggingsmachtigingen van basisallocaties of artikelen waarvan de nummering inmiddels gewijzigd werd of overgegaan is in andere basisallocaties of begrotingsartikelen mogen worden aangerekend op de overeenstemmende programmakredieten en basisallocaties van de begroting voor het jaar 2002. § 2. De ordonnanceringen van de verbintenissen die in de loop van vorige begrotingsjaren werden vastgelegd ten laste van de verbintenissenmachtigingen 99.35 en 99.36 van Pr 62.40 mogen respectievelijk worden aangerekend op b.a. 31.03 en 31.04 van Pr 62.40. § 3. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd de afrekeningen, contractuele verbintenissen en andere verplichtingen lastens b.a. 14.07 van het programma 63.10 aan te rekenen op b.a. 14.08 van dit zelfde programma. SUBSIDIES Artikel 15 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kunnen de volgende subsidies worden toegekend : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 16 De Vlaamse openbare instellingen kunnen binnen de perken van de betrokken basisallocaties dotaties krijgen, zelfs als de wet of het decreet houdende oprichting van deze instelling dat niet uitdrukkelijk bepaalt. LENINGSMACHTIGINGEN Artikel 17 De minister die bevoegd is voor de huisvesting wordt ertoe gemachtigd het Vlaams Woningfonds van de grote gezinnen in staat te stellen verbintenissen aan te gaan voor een bedrag van maximaal 136.341.000 euro in het kader van de sociale huisvesting. De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op voorstel van de minister die bevoegd is voor de huisvesting, om leningsmachtigingen, met de waarborg van het Vlaamse Gewest, toe te kennen aan voormelde instelling voor het voormelde bedrag. VASTLEGGINGSMACHTIGINGEN Artikel 18 § 1. Het Gemeenschapsonderwijs wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een bedrag van 10.558.000 euro voor kleine infrastructuurwerken in schoolgebouwen van het Gemeenschapsonderwijs. § 2. Het Gemeenschapsonderwijs wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een bedrag van 19.175.000 euro voor grote infrastructuurwerken in schoolgebouwen van het Gemeenschapsonderwijs. Artikel 19 § 1. De Investeringsdienst van de Vlaamse Autonome Hogescholen wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van 7.728.000 euro voor het beheer, het onderhoud en de investeringen in schoolgebouwen van de Vlaamse Autonome Hogescholen. § 2. Het op 31 december 2002 niet opgebruikte deel van de machtiging vermeld in § 1, wordt overgedragen naar het jaar 2003 en samengevoegd met de machtiging voor het jaar 2003. Artikel 20 § 1. De Dienst voor Infrastructuurwerken voor het Gesubsidieerd Onderwijs wordt ertoe gemachtigd de hiernavolgende verbintenissen aan te gaan voor het beheer, het onderhoud en de investeringen in schoolgebouwen : a) 19.815.000 euro voor het gesubsidieerd officieel onderwijs met uitzondering van het hoger onderwijs; b) 83.206.000 euro voor het gesubsidieerd vrij onderwijs met uitzondering van het hoger onderwijs; c) 1.343.000 euro voor het gesubsidieerd officieel hoger onderwijs; d) 12.493.000 euro voor het gesubsidieerd vrij hoger onderwijs. § 2. Deze verbintenissen worden in een globaar pakket, per vrijgegeven investeringsschijf, opgenomen en vastgelegd, rekening houdend met een door de Vlaamse minister bevoegd voor financien en begroting op voorstel van de Dienst voor Infrastructuurwerken voor het Gesubsidieerd Onderwijs jaarlijks vast te stellen percentage dat volgens statistische gegevens inzake saldi en annulaties effectief wordt geordonnanceerd. Deze te ordonnanceren bedragen kunnen de in § 1 vermelde machtigingsbedragen nooit overschrijden. § 3. Het op 31 december 2002 niet opgebruikte deel van de machtiging vermeld in § 1, punt c en punt d, wordt overgedragen naar het jaar 2003 en samengevoegd met de machtiging voor het jaar 2003. Artikel 21 Kind en Gezin is overeenkomstig het decreet 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden gemachtigd om tijdens het begrotingsjaar 2002 voor een maximumbedrag van 5.652.000 euro vastleggingen te verrichten met het oog op het toekennen van toelagen voor de aankoop, bouw, verbouwing, uitbreiding en uitrusting van crèches. Artikel 22 Het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap is overeenkomstig het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, gemachtigd om voor een maximumbedrag van 16.900.000 euro vastleggingen te verrichten met het oog op het toekennen van toelagen voor aankoop, bouw, verbouwingswerkzaamheden, uitrusting en apparatuur betreffende voorzieningen die in het kader van de programmatie terzake hiervoor in aanmerking komen. Artikel 23 Het Vlaams Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie wordt gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van maximaal 4.634.000 euro voor zijn eigen investeringen. Artikel 24 § 1.Toerisme-Vlaanderen wordt gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van 13.527.000 euro voor zijn investeringen en investeringstoelagen. § 2.Toerisme-Vlaanderen wordt gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van 3.774.000 euro in het kader van de cofinanciering van Europese steunprogramma's. Artikel 25 De trekkingsrechten te verdelen krachtens het decreet van 20 maart 1991 houdende instelling van een investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, worden voor het begrotingsjaar 2002 vastgesteld op 131.525.000 euro waarvan 1.679.058 euro bestemd is voor gemeenschapsaangelegenheden in Brussel -Hoofdstad. De minister die bevoegd is voor binnenlandse aangelegenheden, wordt gemachtigd om aan Dexia de rentelasten te betalen van de in de loop van het begrotingsjaar opgenomen voorschotten op de trekkingsrechten. Artikel 26 Aan het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT-Vlaanderen) wordt een vastleggingsmachtiging verleend voor de projecten op initiatief van bedrijven en innovatie-samenwerkingsverbanden ten beloop van 87.560.000 euro in het kader van zijn opdracht vastgesteld in het decreet van 23 januari 1991 betreffende de oprichting van een Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie en het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten betreffende het voeren van een beleid ter aanmoediging van de technologische innovatie. Het Instituut voor de de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT-Vlaanderen) wordt ertoe gemachtigd in opdracht van de Vlaamse regering voor een bedrag van 41.890.000 euro aan verbintenissen aan te gaan voor acties van technologische innovatie. IWTVlaanderen wordt belast met de uitvoering, de financiële en administratieve afhandeling van de opdrachten. De minister bevoegd voor het wetenschaps - en technologische innovatiebeleid kan, na akkoord van de minister bevoegd voor financien en begroting, onderling en gelijktijdig overschrijvingen uitvoeren tussen de vastleggingsmachtiging verleend aan het IWT- Vlaanderen voor projecten op initiatief van bedrijven en innovatie-samenwerkingsverbanden en de vastleggingsmachtiging verleend voor acties van technologische innovatie op initiatief van de Vlaamse regering. WAARBORG Artikel 27 De rentelasten van de leningen die de v.z.w. "Bond van Grote en van Jonge Gezinnen" onder waarborg van de Gemeenschap uitgeeft voor haar studiefonds, zullen voor het jaar 2002 gedeeltelijk door de Gemeenschap en gedeeltelijk door de v.z.w. "Bond van Grote en Jonge Gezinnen" gedragen worden volgens een tussen de minister die bevoegd is voor onderwijs, en de lener overeen te komen verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel wordt voor het jaar 2002 vastgesteld als volgt : maximaal tweederde van vernoemde rentelasten worden ten laste genomen door de Gemeenschap en minimaal eenderde door de v.z.w. "Bond van de Grote en Jonge Gezinnen". Het plafond van de gewaarborgde leningen bedraagt 3.098.670 euro. Artikel 28 De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, op de voordracht van de minister die de watervoorziening in zijn bevoegdheid heeft, wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen uit te geven en de kredieten per jaar op te nemen door de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Deze verbintenissen mogen een totaal bedrag van 49.578.705 euro niet overschrijden. Artikel 29 De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op voordracht van de minister die bevoegd is voor het vervoer, de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen, aangegaan door de Vlaamse Vervoermaatschappij met het oog op de vernieuwing of uitbreiding van haar voertuigenpark of voor de herfinanciering ervan. Het plafond van de gewaarborgde leningen bedraagt 37.500.000 euro. Artikel 30 De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op de voordracht van de minister die bevoegd is voor economie, de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen en participaties aangegaan door de organisaties aangesloten bij de v.z.w. "Samenwerkingsverband Sociale Economie", met het oog op de gedeeltelijke dekking van het verlies dat deze organisaties eventueel dragen als gevolg van de economische mislukking van projecten inzake sociale economie. De gewaarborgde leningen en participaties mogen een totaal bedrag van 2.500.000 euro niet overschrijden. Artikel 31 De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op de voordracht van de minister die bevoegd is voor ontwikkelingssamenwerking, de waarborg van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap te hechten aan de leningen en participaties, aangegaan door de niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties, met het oog op de gedeeltelijke dekking van het verlies dat deze organisaties eventueel dragen als gevolg van de economische mislukking van ontwikkelingsprojecten in de derde wereld. De gewaarborgde leningen en participaties mogen een totaal bedrag van 5.000.000 euro niet overschrijden. Artikel 32 De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op de voordracht van de minister die bevoegd is voor de huisvesting, de waarborg van het Vlaamse Gewest, beperkt tot 90 %, te hechten aan de leningen aan te gaan door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ten beloop van onderstaande bedragen, voor de financiering van het investeringsprogramma van deze maatschappij : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 33 De minister die bevoegd is voor het leefmilieu, en de minister die bevoegd is voor financiën en begroting, worden gemachtigd de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan leningen aan te gaan door de N.V. Aquafin ten beloop van 74.368.058 euro, met het oog op het uitvoeren van de beheersovereenkomst tussen het Vlaamse Gewest en de N.V. Aquafin. Het Vlaamse Gewest is slechts gehouden tot betaling van de uitstaande saldi van de in het eerste lid bedoelde leningen, als de uitwinning van de waarborg niet het gevolg is van : - de foutieve uitvoering door de N.V. Aquafin van de beheersovereenkomst tussen het Vlaamse Gewest en de N.V. Aquafin; - of van de uitvoering door de N.V. Aquafin van overeenkomsten met derde partijen. Artikel 34 De Vlaamse minister bevoegd voor financiën en begroting, op de voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor het economisch overheidsinstrumentarium, wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Vlaams Gewest te hechten aan de gedeeltelijke herfinanciering van het consortiumkrediet in hoofde van de N.V. Mijnen. Artikel 33, § 2 van het decreet van 18 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/1997 pub. 04/08/1998 numac 1998033065 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 sluiten houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 wordt gelijktijdig opgeheven. Artikel 35 De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd, op voorstel van de minister bevoegd voor financiën en begroting, de waarborg van het Vlaams Gewest te hechten aan de leningen met een maximale looptijd tot eind 2009, die ertoe strekken de bestaande schuld van de N.V. Liefkenshoektunnel ten belope van maximaal 149.000.000 euro, te consolideren, mits betaling van de waarborgpremie overeenkomstig het decreet van 16 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997036537 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepaling inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap sluiten houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer. VOORSCHOTTEN Artikel 36 Ten laste van het krediet van de basisallocatie 85.10 van het programma 12.10 mag aan de Gemeenschapsattachés een bestendig voorschot van maximaal 25.000 euro per attaché worden verleend voor de prefinanciering van de uitgaven die betrekking hebben op activiteiten, manifestaties, zakenreizen en administratieve kosten van de attachés en op de werkingskosten van de Vlaamse Huizen en Vertegenwoordigers in het buitenland. De geprefinancierde uitgaven zullen worden aangerekend op het respectieve basisallocaties 12.26 en 12.60 van het programma 12.10. Op basis van de ingediende verantwoordingsstukken mag de buitengewone rekenplichtige van de administratie buitenlands beleid het voorschot aanvullen tot maximaal het toegekende bedrag. Artikel 37 § 1. De schatkist wordt ertoe gemachtigd tot een maximumbedrag van 12.400.000 euro de nodige provisies te verstrekken om de uitbetaling, lastens de basisallocaties van de programma's 40 en 80, organisatieafdeling 24, te verzekeren met verplichting deze provisies uiterlijk tegen 31 december 2003 te regulariseren. § 2. Op de te gebruiken thesaurierekening en op de financiële rekening wordt daarvoor tijdelijk een negatief saldo toegelaten. Artikel 38 § 1. De schatkist wordt gemachtigd voorschotten toe te staan aan niet gouvernementele organisaties die als promotoren in moeilijkheden verkeren,wanneer de derdengeldrekening "prefinanciering " bij de v.z.w. ESF-Agentschap uitgeput is. Deze voorschotten slaan alleen op goedgekeurde begeleidings-, opleidings- of tewerkstellingsprojecten in het kader van de ESF programmatie. § 2. Onder niet gouvernementele organisaties die als promotoren in moeilijkheden verkeren, zoals bedoeld bij § 1 van dit artikel, dient verstaan te worden de privaatrechtelijke promotoren, niet ondernemingen, die via de aanbreng van boekhoudkundig bewijsmateriaal kunnen aantonen dat de organisatie omwille van niet tijdige Europese betalingen in moeilijkheden verkeren. De Vlaamse regering bepaalt de nadere modaliteiten. § 3. De niet gouvernementele organisaties die als promotoren in moeilijkheden verkeren, richten een gemotiveerde vraag, vergezeld van het vereist boekhoudkundig bewijsmateriaal, aan de Administratie Werkgelegenheid, die de vraag voorlegt aan een onafhankelijke commissie. Deze commissie oordeelt over de ontvankelijkheid van de vraag en zal de Administratie Werkgelegenheid van haar gemotiveerd oordeel op de hoogte brengen. De Vlaamse minister bevoegd voor de werkgelegenheid bepaalt de samenstelling van de commissie. § 4. De debettoestand wordt beperkt tot maximaal 12.395.000 euro. § 5. Voor deze voorschotten dient een rente betaald die gelijk is aan die welke voor de Vlaamse Gemeenschap van toepassing is voor kortlopend krediet bij haar kassier. Deze rente wordt per dag berekend en aangerekend op programma 52.40, basisallocatie 41.07. Artikel 39 De bevoegde minister wordt ertoe gemachtigd provisies te verlenen aan de advocaten, experts en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest optreden. OVERSCHRIJVINGEN Artikel 40 De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, is ertoe gemachtigd, en dit binnen de perken van de kredieten geopend voor organisatieafdeling 24 programma 40 en 80, overschrijvingen te verrichten tussen de betrokken basisallocaties over de programma's heen. Artikel 41 De minister die bevoegd is voor de huisvesting wordt ertoe gemachtigd overschrijvingen te verrichten van gesplitste ordonnanceringskredieten van PR 62.40, ba 34.70 naar PR 24.70, ba 34.01. Artikel 42 De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd het krediet ingeschreven onder b.a. 40.02, pr. 32.10, geheel of gedeeltelijk, over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 43 De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd het krediet ingeschreven onder b.a. 12.02, pr. 34.50, geheel of gedeeltelijk, over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 44 De minister die bevoegd is voor onderwijs, is ertoe gemachtigd het krediet ingeschreven onder b.a. 12.43 van het programma 35.40 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 45 De minister die bevoegd is voor onderwijs, is ertoe gemachtigd het krediet ingeschreven onder b.a. 12.10 en b.a. 12.11, programma 20, organisatieafdeling 39, geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 46 De minister die bevoegd is voor onderwijs, is er toe gemachtigd het krediet ingeschreven onder de b.a. 11.10, programma 20, organisatieafdeling 39 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 47 De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd de kredieten ingeschreven onder de b.a. 33.01 pr 40.30 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar door de Vlaamse regering aan te duiden programma's en basisallocaties onder de organisatieafdelingen 11, 40, 41, 42, 45 en 52. Artikel 48 De minister bevoegd voor cultuur wordt ertoe gemachtigd het krediet ingeschreven onder ba 33.56 van het programma 45.20 gedeeltelijk over te schrijven naar ba 33.58 van ditzelfde programma. Artikel 49 De minister die bevoegd is voor de cultuur is ertoe gemachtigd het krediet ingeschreven onder de ba. 33.47 van het programma 45.40 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de ba. 41.05 van hetzelfde programma. Artikel 50 § 1. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd de kredieten van de basisallocatie 41.02 van het programma 52.40 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de basisallocatie 11.19 van het programma 35.40. § 2. De Vlaamse regering wordt er toe gemachtigd een bedrag van maximaal 1.000.000 euro over te schrijven van b.a. 41.02 pr 52.40 naar b.a. 41.01 pr 41.40. § 3. De kredieten ingeschreven onder b.a. 41.02, 41.05 en 43.01 van het programma 52.40, voor die gedeelten van de onderscheidene tewerkstellingsprogramma's die in aanmerking komen voor regularisering, kunnen, bij besluit van de Vlaamse regering, overgeschreven worden naar door de Vlaamse regering aan te duiden programma's en basisallocaties. Artikel 51 De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd, op voorstel van de minister die bevoegd is voor financiën en begroting, overschrijvingen te verrichten tussen de gesplitste ordonnanceringskredieten van de basisallocaties van het Departement 6 - LIN, van Afdeling I van de algemene uitgavenbegroting. PROVISIONELE KREDIETEN Artikel 52 Het provisionele krediet ingeschreven onder de basisallocatie 11.01 van het programma 24.60 mag aangewend worden tot dekking van de lasten, met inbegrip van die welke betrekking hebben op vorige begrotingsjaren, voor de hele begroting, voortvloeiend uit een eventuele stijging van de prijsindex die berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het KB van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten tot vrijwaring van het concurrentievermogen en toepassing van de sociale programmatie en tengevolge van lastenstijgingen door uitvoering van CAO's. Het mag volgens de behoeften worden verdeeld over de passende organisatieafdelingen, programma's en basisallocaties van de begroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Artikel 53 Het provisionele krediet ingeschreven onder ba 00.20 van het programma 24.60 mag aangewend worden m.b.t. de werking en uitrusting van de kabinetten met inbegrip van tekorten op salariskredieten. Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende organisatieafdelingen, programma's en basisallocaties van de begroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Artikel 54 Het provisionele krediet ingeschreven onder ba 00.21 van het programma 24.60 mag aangewend worden voor het dekken van verhuiskosten en inrichtingskosten van kabinetten. Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende basisallocaties van de kabinetsbegrotingen door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Artikel 55 Het provisioneel krediet ingeschreven onder ba 00.22 van het programma 24.60 mag aangewend worden voor het dekken van uitgaven, ten laste te nemen van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap gedurende het begrotingsjaar 2002, in het kader van de bijzondere wet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021378 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021379 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten sluiten houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de Gewesten en de Gemeenschappen. Het mag volgens de behoeften, geheel of gedeeltelijk, verdeeld worden over de passende, bestaande of eventueel nog nieuw in te schrijven basisallocaties van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of, in de eventualiteit, aangewend worden voor de terugbetaling aan de federale overheid van gedane kosten in afwachting van de effectieve overheveling van de in de bijzondere wet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021378 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021379 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten sluiten bedoelde materies betrekking hebbend op het begrotingsjaar 2002. Artikel 56 Het provisionele krediet ingeschreven onder de basisallocatie 11.11 van het programma 39.10 mag aangewend worden tot dekking van de uitgaven voor wedden en weddetoelagen van het onderwijspersoneel die in het lopende jaar met betrekking tot prestaties van het voorgaande begrotingsjaar verschuldigd zijn. Deze basisallocatie kan door middel van een besluit van de Vlaamse regering geheel of gedeeltelijk overgedragen worden naar de desbetreffende basisallocaties van de onderstaande programma 's. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De overdracht mag gebeuren in 3 schijven : - een eerste schijf vanaf 1 mei op basis van de op 30 april gekende uitgaven; - een tweede schijf vanaf 1 september op basis van de op 31 augustus gekende uitgaven; - een derde schijf vanaf 1 december op basis van de op 30 november gekende uitgaven. Artikel 57 Het provisioneel krediet ingeschreven onder de basisallocatie 11.12 van het programma 39.10 mag aangewend worden tot dekking van de uitgaven voor wedden en weddetoelagen van contractueel onderwijspersoneel als gevolg van de maatregelen genomen in het kader van de CAO VI. Deze basisallocatie kan bij besluit van de Vlaamse regering geheel of gedeeltelijk overgedragen worden naar onderstaande basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Artikel 58 Het provisioneel krediet ingeschreven onder ba. 01.01 programma 40.30 mag aangewend worden ter uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord in de social profit sector. Het mag bij besluit van de Vlaamse regering, geheel of gedeeltelijk verdeeld worden over door de Vlaamse regering aan te duiden programma's en basisallocaties onder de organisatieafdelingen 11, 41, 42, 45 en 52. Artikel 59 Het provisioneel krediet ingeschreven onder b.a. 12.23 van het programma 11.20 mag aangewend worden in het kader van het communicatiebeleid van de Vlaamse regering. Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende basisallocaties van de algemene uitgavenbegroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Artikel 60 De minister bevoegd voor cultuur wordt gemachtigd om binnen de perken van de kredieten ingeschreven onder programma 45.50, b.a. 01.01, kredieten over te schrijven naar de basisallocaties van de programma's 45.10, 45.20 en 45.50. Zodra de kredieten ontvangen op ba. 01.01 van programma 45.50 worden herverdeeld, zal het Vlaams Parlement hiervan in kennis gesteld worden. Artikel 61 Het provisioneel gesplitste ordonnanceringskrediet ingeschreven onder ba 01.01 van het programma 49.90 mag volgens de behoeften worden verdeeld over de passende organisatieafdelingen, programma's en gesplitste basisallocaties van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het departement WVC door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Artikel 62 Het provisioneel gesplitste ordonnanceringskrediet ingeschreven onder b.a. 01.01 van het programma 69.90 mag volgens de behoeften worden verdeeld over de passende organisatieafdelingen, programma's en gesplitste basisallocaties van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het departement LIN door middel van een besluit van de Vlaamse regering. VISUM VAN DE CONTROLEUR VAN DE VASTLEGGINGEN EN CONTROLE DOOR HET REKENHOF Artikel 63 Elke verbintenis aan te gaan krachtens de artikelen 17 (Vlaams Woningfonds), 18 (Gemeenschapsonderwijs), 19 (IVAH), 20 (DIGO), 21 (Kind en Gezin), 22 (VSIPH), 23 (BLOSO), 24 (T.V.), 26 (IWT-Vlaanderen), 90 (Mina), 92 (Luchthaven Antwerpen), 93 (Luchthaven Oostende), 95 (VIF), 113 (VIPA), 116 (Inv. Fonds Grond en woonbeleid Vlaams Brabant), 117 (Fonds Bijzondere Jeugdzorg), 119 (VLIF), 121 (Financieringsinstrument), 122 (Fonds Flankerend Economisch Beleid), 123 (Herplaatsingsfonds), 124 (Limburgfonds) en 126 (Fonds Culturele Infrastructuur) van dit decreet wordt onderworpen aan het visum van de Controleur van de Vastleggingen en aan het Rekenhof. Voor de tiende van iedere maand legt de Controleur der Vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de bewijsstukken voor die enerzijds het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar. De lijst van de maand december maakt de jaarlijkse verzamelstaat uit. Binnen tien dagen na ontvangst van de jaarlijkse verzamelstaat stuurt het Rekenhof twee door het Hof afgesloten exemplaren naar de regering terug. De hiervoor in artikel 20 vermelde verbintenissen (DIGO) worden m.b.t. het visum van de controleur van de vastleggingen gegroepeerd per investeringsschijf. § 2.Worden vrijgesteld van het voorafgaand visum voor vastlegging door de Controleur der Vastleggingen : - de verbintenissen en schuldvorderingen die met geldvoorschotten mogen betaald worden op basis van een decretale toelating of op basis van de reglementering op de rijkscomptabiliteit. - de verbintenissen en schuldvorderingen die in de vorm van vaste uitgaven mogen worden betaald op basis van de reglementering op de rijkscomptabiliteit of op basis van een decretale toelating. Artikel 64 In verband met toelagen voor investeringen van openbaar nut kunnen zowel voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 127 tot 129 als voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet, voorschotten ten beloop van maximum 90 procent van de toelage worden verstrekt onder bij besluit van de Vlaamse regering bepaalde voorwaarden. De ordonnanties van betaling, betreffende voorschotten op toelagen in kapitaal worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof; zij zijn onderworpen aan de regels bepaald in artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit en aan de regels bepaald in artikel 41 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit. De betaling van het saldo van de toelage in kapitaal of het beschikbaar stellen door Dexia Bank van het saldo der toelage door deze instelling gefinancierd, wordt vooraf aan het visum van het Rekenhof voorgelegd, gestaafd door de goedgekeurde eindafrekening en alle andere bewijsstukken. Bij het ter beschikking stellen van het saldo van de toelage door Dexia Bank van België zijn, in voorkomend geval, de bepalingen van de 2e, 3e en 4e alinea van artikel 14 van de organieke wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof van toepassing. Artikel 65 Onverminderd de in artikel 41 en artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit bepaalde regels, worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof voorschotten ten beloop van maximum 90 procent van de bedragen opgenomen onder de betreffende basisallocaties voor onderstaande begunstigden : Jeugdwerk : - het landelijk georganiseerd jeugdwerk - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 9 juni 1993 houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de VGC inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid - de provinciebesturen voor wat betreft de subsidiering voor de uitvoering van het provinciaal jeugdwerkbeleid - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie, de normering en de financiering van de erkende vorming in het kader van de deeltijdse leerplicht - v.z.w. CJP - Europees Muziekfestival van de jeugd te Neerpelt - v.z.w. ADJ - v.z.w.VVJ - v.z.w. JINT - de begunstigden van subsidies aan allerlei initiatieven in verband met sport en internationale sportmanifestaties - de v.z.w. Instituut Topsport Vlaanderen - het Europees Jeugdorkest - de begunstigden van de subsidieregeling inzake experimenteel jeugdwerk - de begunstigden van de subsidieregeling voor participatieprojecten voor de jeugd - de begunstigden van de subsidieregeling voor jeugdculturele initiatieven - de v.z.w. Steunpunt Jeugd - de Jeugdraad van de Vlaamse Gemeenschap Volksontwikkeling en Bibliotheken : - de begunstigden gesubsidieerd op basis van de decreten van 27 juni 1985 (archief- en documentatiecentra) - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal gemeentelijk cultuurbeleid - de begunstigden gesubsidieerd op basis van de decreten van 19 april 1995 (verenigingen, instellingen en diensten) - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 27 oktober 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998036396 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur sluiten (volkscultuur en culturele vrijetijdsbesteding) - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 22 december 2000 (amateurkunsten) - het steunpunt voor het sociaal-cultureel werk - v.z.w. Intercultureel centrum voor migranten - de organisatie van de toneelwedstrijd het Landjuweel - v.z.w. historisch centrum Alden Biesen - v.z.w. De Rand - v.z.w. cultureel centrum Koninglo te Vilvoorde - v.z.w. cultureel centrum Baarle-Hertog - v.z.w. cultuur voor bijzondere doelgroepen Beeldende Kunst en Musea : - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 20.12.1996 tot erkenning en subsidiëring van musea - v.z.w. MUHKA - v.z.w. Kunst in Huis - de v.z.w. Vlaamse museumvereniging - de v.z.w. Pro Musea Judaico - de v.z.w. Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst - steunpunt beeldende kunst en nieuwe media - v.z.w. Culturele Biografie Vlaanderen - Vlaams Architectuur Instituut - het Vlaams architectuurarchief (VAA) - de koepel van musea van de Vlaamse ontvoogding - de begunstigden van de erfgoedconvenants Muziek, Letteren en Podiumkunsten : - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 31 maart 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/03/1998 pub. 09/07/1998 numac 1998035743 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van professionele muziekensembles, concertorganisaties, muziekclubs, muziekeducatieve organisaties en festivals, het Muziekcentrum van de Vlaamse Gemeenschap, het subsidiëren van muziekprojecten en compositieopdrachten en het verlenen van werkbeurzen sluiten (professionele muziekensembles, concertorganisaties, muziekclubs, festivals, muziekeducatieve organisaties, het Muziekcentrum van de Vlaamse Gemeenschap, muziekprojecten, compositieopdrachten en werkbeurzen) - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het podiumkunsten decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten - het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie - de kunstkritische en culturele tijdschriften - v.z.w. Filharmonie van Vlaanderen - v.z.w. Koninklijk Ballet van Vlaanderen - v.z.w. de Singel - centrum voor de Bibliografie van de neerlandistiek - v.z.w. Paleis - v.z.w. Ancienne Belgique - v.z.w. Beursschouwburg - de literaire projecten en manifestaties in het kader van de leesbevordering - v.z.w. Theater Stap - v.z.w. Vlaams Theater Instituut (VTI) - Brussels Jeugdtheater Bronks - v.z.w. Lunatheater - de v.z.w. Stichting Ons Erfdeel - v.z.w. I Fiamminghi - v.z.w. Symfonie Orkest Vlaanderen - de concertverenigingen - de Brusselse podia - de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde - de v.z.w. Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor - de v.z.w. Koninklijke Vlaamse Schouwburg - v.z.w. Forum voor Muziek, Dans en Beeldcultuur Vlaanderen - v.z.w. Concertgebouw Brugge - de Stichting Lezen Algemeen cultuurbeleid : - de Nederlandse Taalunie - de begunstigden inzake internationale culturele samenwerking - het sociaal fonds voor het sociaal cultureel werk van de Vlaamse Gemeenschap - de v.z.w. Brugge 2002 - het steunpunt voor sociaal-cultureel werk - de v.z.w. het Vlaams Centrum voor cultuurcommunicatie - de begunstigden inzake grote culturele evenementen - de begunstigden voor het organiseren van activiteiten en projecten met sociaal-cultureel en artistiek belang - het expertisecentrum - de begunstigden gesubsidieerd op basis van de uitvoering van het social profit-akkoord 2001-2005 Artikel 66 Onverminderd de in artikel 41 en artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit bepaalde regels, worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof voorschotten ten belope van maximum 90 % van de bedragen voorzien onder de betreffende basisallocaties voor onderstaande begunstigden : 1. het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) 2.het Vlaams Fonds voor Lastendelging (VFLD) 3. het Limburgfonds (LF) 4.het Fonds voor bijzondere jeugdbijstand (FBJ) 5. Kind en Gezin (K&G) 6.Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap (VFSIPH) 7. Toerisme Vlaanderen (TV) 8.Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) 9. Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM) 10.Vlaamse Landmaatschappij (VLM) 11. Dienst voor de Scheepvaart (DS) 12.Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) 13. Vlaams Commissariaat -generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie (BLOSO) 14.Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) 15. Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen (VHM) 16.Vlaamse Radio en Televisie (VRT) 17. Vlaams Instituut voor het zelfstandig ondernemen (VIZO) 18.Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) 19. Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk technologisch onderzoek in de industrie (IW T-Vlaanderen) 20.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Fonds voor de Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur" (MINA) 21. de Diensten met Afzonderlijk Beheer Gemeenschapsinstellingen voor bijzondere Jeugdbijstand" 22.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Hogere Zeevaartschool" 23. het Gemeenschapsonderwijs 24.de Dienst voor Infrastructuurwerken voor het Gesubsidieerd Onderwijs (DIGO) 25. de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Provinciale Gouvernementen" (artikel 51, wet 20 juli 1991) 26.de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) 27. de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Instituut voor het Archeologisch Patrimonium" 28.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "De Brakke Grond" 29. de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Kasteel van Gaasbeek" 30.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Koninklijk Museum voor Schone Kunsten - Antwerpen (KMSKA)" 31. het Investeringsfonds voor grond - en woonbeleid voor Vlaams-Brabant (VLABIN.V.EST) 32. de Dienst met Afzonderlijk Beheer Vlaams Infrastructuur Fonds (VIF) 33.Domus Flandria N.V. 34. de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen 35.het Amortisatiefonds van leningen voor de sociale huisvesting (ALESH) 36. de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Investeren in Vlaanderen" 37.het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) 38. de v.z.w.Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing 39. de subsidies aan het FWO -Vlaanderen voor de ondersteuning van het niet-gericht wetenschappelijk onderzoek 40.de Dienst met Afzonderlijk Beheer Landcommanderij Alden Biesen 41. de N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen 42. het Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid 43.de Vlaamse Raad voor het Wetenschapsbeleid (VRWB) 44. het secretariaat van de internationale Maas - en Scheldecommissie 45.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Schoonmaak" 46. het Fonds Culturele Infrastructuur 47.v.z.w. Egalisatiefonds Responsabiliseringsbijdrage Vlaams Pensioenfonds 48. de Vlaamse Openbare Instelling "Vlaamse Opera" (VLOPERA) 49.Export Vlaanderen 50. de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) 51.het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij - en aquicultuursector (FIVA) 52. Pensioenfonds VRT 53.het Fonds voor de financiering van het urgentieplan van de sociale huisvesting 54. de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Luchthaven Oostende" 55.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Luchthaven Antwerpen" 56. de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Linkerscheldeoever" 57.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Grondfonds" 58. Vlaams Fonds voor de Letteren 59.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Catering" 60. het "Herplaatsingsfonds" 61.het Instituut Prins Leopold voor Tropische Geneeskunde en de Vlerick Leuven-Gent Management School 62. de Investeringsdienst van de Vlaamse Autonome Hogescholen (IVAH) 63.de Dienst met Afzonderlijk Beheer "Loodswezen" 64. de subsidies vermeld onder de betreffende basisallocaties voor de universiteiten 65.de werkingssubsidie vermeld onder de betreffende basisallocaties van de hogescholen 66. de subsidies voor de hogere instituten voor schone kunsten en andere instellingen voor schone kunsten 67.de toelagen voor projecten in het hoger kunstonderwijs 68. de scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs 69.de subsidies vermeld onder de betreffende basisallocaties voor de havenbesturen 70. de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap (artikelen 167, 168, 169,169bis en 169quater ) 71.de huurdersorganisaties bedoeld bij b.a. 33.61 PR 62.4 72. de sociale verhuurkantoren 73.het Vlaams Fonds voor éénmalige investeringen en schuldafbouw 74. allerhande uitgaven voor personeel, uitrusting en werking ten behoeve van de commissarissen van de Vlaamse regering 75.uitgaven met betrekking tot de terbeschikkinggestelden voorafgaand aan het pensioen 76. de subsidie aan het LUC ten bate van de Transnationale Universiteit Limburg (tUL) 77.de subsidie aan de VUB ten bate van het Instituut voor Europese Studiën (IES) 78. OVAM 79.het Vlaams Brussels Fonds 80. Jobpunt Vlaanderen Artikel 67 § 1.Onverminderd de regels bepaald in artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit en van de regels bepaald in artikel 41 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit, worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof, de voorschotten ten beloop van maximum 90 procent van de subsidies verstrekt ten laste van b.a. 34.27 van het programma 42.10. § 2. Onverminderd de regels bepaald in artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit en van de regels bepaald in artikel 41 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit, worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof de studietoelagen toegekend aan leerlingen en studenten met toepassing van de wet van 19 juli 1971. § 3. Onverminderd de regels bepaald in artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit en van de regels bepaald in artikel 41 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit, worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof de tegemoetkomingen toegekend in de last van hypothecaire leningen aangegaan met het oog op het bouwen, kopen of verbouwen van woningen alsook de tegemoetkomingen bij het bouwen van een nieuwe woning of bij het uitvoeren van werken aan een woning, de aanpassings- en verbeteringspremie en de tegemoetkoming in de huursubsidie. § 4. Onverminderd de regels bepaald in artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit en van de regels bepaald in artikel 41 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit, worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof, de ordonnanties van betaling voor eigen investeringen tot beloop van 75 % per aannemingsopdracht voor infrastructuurwerken of buitengewoon onderhoud aangerekend op gesplitste kredieten. § 5. Onverminderd de regels bepaald in artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit en van de regels bepaa …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.