📄 Wettekst
11 APRIL 2019. - Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van diverse budgettaire en boekhoudkundige maatregelen, interne budgettaire en boekhoudkundige controles en audits, administratieve en budgettaire controle en de begrotingsstructuur van het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals Agentschap voor Gezondheid, Sociale Bescherming, Handicap en Gezinnen)
De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, artikel 28/3, ingevoegd bij het
decreet van 3 december 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2015
pub.
14/12/2015
numac
2015205756
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (1)
sluiten;
Gelet op het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de rapportage van de Waalse overheidsbestuurseenheden, artikel 86, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015, inzonderheid de boeken II en III;
Gelet op het advies van de Algemene Raad, gegeven op 6 juli 2017;
Gelet op het Comité "Welzijn en Gezondheid", gegeven op 19 juni 2017;
Gelet op het advies van het Comité "Gezinnen", gegeven op 20 juni 2017;
Gelet op het advies van het Comité "Handicap", gegeven op 15 juni 2017;
Gelet op het rapport van 17 december 2018 bedoeld in artikel 4, 2°, van het
decreet van 3 maart 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/03/2016
pub.
14/03/2016
numac
2016201315
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet
sluiten houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 december 2018;
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 20 december 2018;
Gelet op het advies nr. 65.121/2 van de Raad van State, gegeven op 23 januari 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Actie en Gezondheid en van de Minister van Begroting;
Na beraadslaging, Besluit : Boek I. - Definities en toepassingsgebied Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in artikel 128, § 1, ervan.
De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de openbare bestuurseenheid, bepaald in artikel 3, § 1, 5°, van het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten : het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid; 2° het Agentschap : het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen);" 3° de boekhoudkundige en financiële dienst : de interne dienst bestaande uit de actoren belast met het budgettair en boekhoudkundig beheer van het Agentschap;4° controle-eenheid voor de vastleggingen: eenheid die binnen de boekhoudkundige en financiële dienst belast is met de controle op de verbintenissen;5° controle-eenheid voor de vereffeningen: eenheid die binnen de boekhoudkundige en financiële dienst belast is met de controle op de vereffeningen;6° oorspronkelijke schuldeiser: houder van de rechtsverbintenis op het Agentschap of elke andere persoon die in aanmerking kan komen voor een onmiddellijke betaling van de afgeleide rechten op die verbintenis en die geen rechten meer dan laatstgenoemde kan hebben;7° de kassier : kredietinstelling aangewezen overeenkomstig het koninklijk besluit van 6 augustus 1990 houdende bepaling van de modaliteiten van de organisatie van de thesaurie van de Gemeenschappen, van de Gewesten en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;8° de ambtenaar : de statutaire ambtenaar in vast dienstverband tewerkgesteld in de diensten van het Agentschap in de zin van de Waalse Ambtenarencode;9° het personeelslid: het personeelslid van het Agentschap, ongeacht de juridische arbeidsband die hem met het Agentschap verbindt, de ambtenaar uitgezonderd;10° de verantwoordelijke overheid : elke al dan niet hiërarchische overste wiens taak het is, budgettaire, boekhoudkundige, financiële of vermogensverrichtingen na te kijken;11° terugkerende uitgaven : uitgaven die onontbeerlijk zijn voor de werking van de diensten en waarvan de bedragen tijdens het begrotingsjaar eisbaar zullen worden maar die voortvloeien uit verplichtingen waarvan de gevolgen over verschillende jaren verspreid worden en waarvan de toerekening op het jaar van ontstaan een last zou betekenen zonder economisch verband hiermee, ofwel uit verplichtingen waarvan het ontstaan moeilijk te bepalen is en waarvan het bedrag ongekend is op het ogenblik van hun ontstaan. Boek II. - Organisatie en uitvoering van de begroting en de boekhouding Titel I. - Interne actoren HOOFDSTUK I. - Scheiding van ambten Art. 3.Binnen het Agentschap wordt de inning van de ontvangsten en de uitgaven uitgevoerd door toedoen van ordonnateurs, ontvangers en penningmeesters.
De ambten van ordonnateur en penningmeester moeten door onderscheiden ambtenaren of personeelsleden uitgeoefend worden Wanneer het functioneel niet mogelijk is de ambten van ontvanger en penningmeester te scheiden, mogen ze door eenzelfde ambtenaar of personeelslid uitgeoefend worden. Art. 4.De akte van aanwijzing van de ordonnateurs, ontvangers en penningmeesters bevat het voorwerp en de datum te rekenen waarvan de ambtenaar of het personeelslid in het ambt treden.
Een afschrift wordt aan het Rekenhof overgemaakt.. HOOFDSTUK II. - Ordonnateurs Art. 5.§ 1. Wat de beheersbegroting van het Agentschap betreft, wordt de functie van primaire ordonnateur namens het Agentschap uitgeoefend door de Algemene Raad.
Het ambt van afgevaardigd ordonnateur wordt uitgeoefend door de ambtenaren of personeelsleden van het Agentschap die daartoe gemachtigd zijn bij besluit van de Algemene Raad, dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De afgevaardigde ordonnateurs handelen slechts onder de voorwaarden en binnen de grenzen die door de Algemene Raad zijn vastgesteld. § 2. Wat betreft de begroting voor de opdrachten die aan de paritaire opdrachten van het Agentschap zijn toegewezen, wordt de functie van primaire ordonnateur namens het Agentschap uitgeoefend door de Branchecomités, afhankelijk van het onderwerp in kwestie.
Het ambt van afgevaardigd ordonnateur wordt uitgeoefend door de ambtenaren of personeelsleden van het Agentschap die daartoe gemachtigd zijn bij besluit van het betrokken Branchecomité, dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De afgevaardigde ordonnateurs handelen slechts onder de voorwaarden en binnen de grenzen die door het Branchecomité zijn vastgesteld. § 3. Wat betreft de begroting voor de opdrachten die aan de niet-paritaire opdrachten van het Agentschap zijn toegewezen, wordt de functie van primaire ordonnateur namens het Agentschap uitgeoefend door de functioneel bevoegde Minister(s).
Het ambt van afgevaardigd ordonnateur wordt uitgeoefend door de ambtenaren of personeelsleden van het Agentschap die daartoe gemachtigd zijn bij besluit van de Regering.
De afgevaardigde ordonnateurs handelen slechts onder de voorwaarden en binnen de grenzen die door de Regering zijn vastgesteld. § 4. Onverminderd andere controles die in het kader van het Agentschap worden georganiseerd, stellen de in de paragrafen 1 tot en met 3 bedoelde ordonnateurs de voor de uitvoering van hun taken passende beheerssystemen en interne controleprocedures in. Art. 6.Overeenkomstig de in artikel 4 bedoelde bepalingen stelt het Agentschap een lijst op van de ambtenaren en de personeelsleden die belast zijn met het ambt van afgevaardigd ordonnateur overeenkomstig artikel 5, §§ 1 tot en met 3, en werkt deze lijst bij, alsmede de daarmee verband houdende voorwaarden en beperkingen. HOOFDSTUK III. - Ontvangers belast met inning van de ontvangsten Art. 7.§ 1. De ten laste van derden vastgestelde rechten vormen de schuldvorderingen vastgesteld door de ordonnateurs die: 1° volgens hun bevelen geboekt worden in de rekeningen van de begrotingsboekhouding op de basisallocaties alsmede tegelijkertijd in de rekeningen van klasse 4 van de balans en, als tegengewicht, in de resultatenrekening;2° medegedeeld worden aan ontvanger belast met de voortzetting van de inning. § 2. Wanneer ontvangsten geïnd worden terwijl later blijkt dat hun rechten verkeerd vastgesteld zijn, wordt hun bedrag door toedoen van de ordonnateur terugbetaald ten laste van een basisallocatie die daartoe in de uitgavenbegroting voorzien is Art. 8.§ 1. Het ambt van ontvanger wordt uitgeoefend door een ambtenaar of een personeelslid van het Agentschap dat bij besluit van de Algemene Raad wordt benoemd, op voorstel van de administrateur-generaal, na voorafgaande toestemming van de voogdijminister, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 2. Bij elke aanwijzing van een titelvoerende titularis als bedoeld in paragraaf 1 en artikel 9 kan onder zijn verantwoordelijkheid en gedurende de periode van zijn tijdelijke afwezigheid ten minste één plaatsvervangend ontvanger worden aangewezen om de titelvoerende titularis te vervangen. Art. 9.Elke ontvanger of titelvoerende ontvanger-penningmeester brengt verslag uit over zijn beheer volgens het model bepaald door de Minister van Begroting.
De originele verantwoordingsstukken van de rekeningen, bedoeld in artikel 62, worden bewaard tot 31 december door de boekhoudkundige en financiële dienst. Art. 10.§ 1. Binnen het Agentschap wordt bij besluit van de Algemene Raad, op voorstel van de administrateur-generaal en na voorafgaande toestemming van de Voogdijminister, dat in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, een centraliserende ontvanger benoemd onder de ambtenaren of personeelsleden van niveau A of B van het Agentschap.
Als er binnen het Agentschap slechts één ontvanger of ontvanger-penningmeester wordt aangewezen, wordt deze als centraliserende ontvanger aangewezen. § 2. De ambtenaar of personeelslid dat tegelijk de ambten van ontvanger en penningmeester uitoefent, wordt bij eenzelfde akte aangewezen. HOOFDSTUK IV. - Penningmeesters Afdeling 1. - Aanwijzing en opdrachten
Art. 11.§ 1. De functie van penningmeester wordt uitgeoefend door een ambtenaar of een personeelslid van het Agentschap, benoemd bij besluit van de Algemene Raad, op voorstel van de administrateur-generaal, na voorafgaande toestemming van de Voogdijminister, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 2. In elke akte van aanwijzing van een titelvoerende penningmeester bedoeld in paragraaf 1, wordt in de entiteit minstens een plaatsvervangende penningmeester aangewezen om hem te vervangen onder zijn verantwoordelijkheid en tijdens zijn tijdelijke afwezigheid of zijn verhindering. § 3. De penningmeesters handelen enkel in de voorwaarden en binnen de perken die vastgesteld zijn in hun akte van aanwijzing. § 4. Onverminderd specifieke verplichtingen die terzake op hen van toepassing zijn, wordt de identiteit van de penningmeesters middels een bekendmaking kenbaar gemaakt. Art. 12.§ 1. De penningmeesters zijn belast met de betaling van de uitgaven op bevel van de ordonnateurs en met de rechtstreekse inning van de ontvangsten of van hun centralisatie indien ze allereerst door een ontvanger-penningmeester zijn geïnd. Ze kunnen overgaan tot de terugbetaling van ten onrechte geïnde bedragen. § 2. De betalingen worden bij voorkeur bij storting uitgevoerd naar een financiële rekening die namens de begunstigde geïdentificeerd bij de rechtsverbintenis van de uitgave geopend is. § 3. Bij het Agentschap: 1° mogen de financiële verrichtingen die niet gebonden zijn aan de begroting en de beheersverrichtingen voor aan derden behorende fondsen slechts door de centraliserende penningmeester en op bevel van de verantwoordelijke overheid uitgevoerd worden, onverminderd andere wetsbepalingen;2° wordt de in artikel 13 bedoelde centraliserende penningmeester ertoe gemachtigd om de door de kassier toegekende kredietlijnen te gebruiken wanneer ze door de verantwoordelijke overheid ter beschikking worden gesteld voor de stortingsopdrachten. Afdeling 2. - Centraliserende penningmeester
Art. 13.De in- en uitboeking van geldmiddelen van het Agentschap wordt door een centraliserende penningmeester gecentraliseerd in een centraal systeem dat in rechtstreekse verhouding staat tot de algemene boekhouding. Art. 14.Een lijst van de financiële rekeningen waarvoor de centraliserende penningmeester bedoeld in artikel 13 verantwoordelijk is en die nodig zijn voor de centralisatie van de ontvangsten en voor de betaling van de uitgaven alsmede voor de financiële verrichtingen die niet aan de begroting gebonden zijn, wordt door het Agentschap opgesteld en bijgewerkt. Die rekeningen moeten het cashflowoverzicht van het Agentschap mogelijk maken. Art. 15.In de in artikel 11, § 1, bedoelde beslissing tot aanwijzing wordt minstens een plaatsvervangende centraliserende penningmeester aangewezen om de titelvoerende centraliserende penningmeester te vervangen onder zijn verantwoordelijkheid en tijdens zijn tijdelijke afwezigheid of verhindering.
De administrateur-generaal kan evenwel aan de plaatsvervangende centraliserende penningmeester opleggen dat hij, zonder terugwerkende kracht, onder zijn eigen verantwoordelijkheid handelt en een verslag over zijn beheer uitbrengt indien hij na een periode van zes maanden steeds het ambt uitoefent. Afdeling 3. - Rekening en verantwoording van de rekeningen
Art. 16.De penningmeesters leggen verantwoording voor hun beheer af.
Daarvoor maken ze gebruik van de modellen die door de Minister van Begroting worden vastgesteld.
Een exemplaar van de jaarlijkse beheersrekening en van zijn oorspronkelijke bewijsstukken, bedoeld in artikel 62, worden door de boekhoudkundige en financiële dienst bewaard tot 31 december van het jaar van de definitieve afsluiting van het begrotings- en boekjaar. HOOFDSTUK V. - Personen belast met het voeren van de boekhouding Art. 17.De administrateur-generaal of elke ambtenaar of elk personeelslid van niveau A, B of C dat daartoe door hem is aangewezen, gaat over tot : 1°het beheer van de toegangen tot het geïnformatiseerd systeem bij invoering of raadpleging; 2° de boekingen en de bekrachtiging ervan;3° de opmaking van de tussenboekhoudverslagen en van de jaarlijkse algemene rekening die door toedoen van de Voogdijminister ter goedkeuring aan de Regering moet worden voorgelegd. Art. 18.Elke ambtenaar of elk personeelslid van niveau A, B of C dat overeenkomstig artikel 17 door de administrateur-generaal wordt aangewezen, mag noch afgevaardigd ordonnateur, noch ontvanger, noch penningmeester zijn. Art. 19.Naast de in artikel 17 bedoelde opdrachten wordt op de plaats van bestemming wekelijks verslag uitgebracht over de stand van de vastleggingen en vereffeningen van de kredieten van het Agentschap, alsmede wekelijks verslag over de stand van de verbintenisvisa en de nog betaalbaar te stellen vastleggingen: 1° van de bevoegde Vakminister(s);2° van de Minister van Begroting;3° van de Inspectie van Financiën;4° van de Regeringscommissarissen;5. van de Voorzitter van de Financiële en budgettaire Raad van toezicht. Bovendien kunnen de in het eerste lid bedoelde personen om aanvullende informatie verzoeken.
De bescherming van de persoonsgegevens wordt georganiseerd door de beheerder van het informaticasysteem met het oog op de naleving van de
wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/2018
pub.
05/09/2018
numac
2018040581
bron
federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging
30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens
type
wet
prom.
30/07/2018
pub.
30/03/2021
numac
2021030655
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.
Titel II. - Opstelling van de begroting HOOFDSTUK I. - Opstelling van de oorspronkelijke begroting Afdeling 1. - Voorlopige begrotingsvoorstellen
Art. 20.De financiële en budgettaire Raad van toezicht stelt uiterlijk op 15 maart van het jaar dat aan het betrokken begrotingsjaar voorafgaat, op basis van de laatste door het Federale Planbureau bekendgemaakte cijfers en indien de regering geen specifieke voorafgaande beslissing heeft genomen, de parameters vast op basis waarvan het ontwerp van de ontvangstenbegroting en het ontwerp van de uitgavenbegroting van het Agentschap wordt opgesteld. Art. 21.Op basis van de in artikel 20 bedoelde elementen evalueert het Agentschap de middelen die hem ter beschikking zullen worden gesteld, in het licht van de macro-economische parameters en op basis van de geplande meerjarige ontwikkeling van de subsidies zoals bepaald in zijn beheerscontract.
Onderafdeling 1. - Voorontwerp van beheersbegroting Art. 22.§ 1. Op basis van de in artikel 20 bedoelde parameters en de toepassing van het beheerscontract voor de berekening van de werkingssubsidies aan het Agentschap stelt de Algemene Raad een voorontwerp van beheersbegroting voor het Agentschap op.
Het door de Algemene Raad ingediende voorontwerp van begroting gaat vergezeld van een uitvoerig intern verslag bij het Agentschap.
In geval van onvoldoende middelen, het verslag van de Algemene Raad: 1° in geval van een geconstateerd tekort bij een constant beleid, specificeert de maatregelen die de Raad kan nemen om het geconstateerde tekort in te perken;2° rechtvaardigt het verzoek om bijkomende middelen in geval van nieuwe uitgaven. Het voorontwerp van begroting wordt uiterlijk op 10 mei van het jaar dat aan het betrokken begrotingsjaar voorafgaat, opgesteld. § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting wordt voor advies aan de financiële en budgettaire Raad van toezicht toegezonden.
De financiële en budgettaire Raad van toezicht brengt uiterlijk op 20 mei van het lopende jaar zijn advies uit. § 3. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting en het advies van de financiële en budgettaire Raad van toezicht worden ter informatie aan de Branchecomités toegezonden.
Onderafdeling 2. - Voorontwerp van begroting voor opdrachten Art. 23.Op basis van de in artikel 20 bedoelde parameters en de toepassing van het beheerscontract voor de berekening van de aan het Agentschap verleende subsidies voor opdrachten beslist de Algemene Raad uiterlijk op 15 april voorafgaand aan het betrokken begrotingsjaar over de bedragen die worden ingehouden als voorlopige subsidies voor opdrachten, alsmede over de verdeling ervan over de afdelingen. Art. 24.§ 1. Op basis van de in artikel 20 bedoelde parameters stellen de in de artikelen 12 tot en met 16/1 en 23 en 24 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid bedoelde commissies een voorontwerp van begroting op voor de aangelegenheden die hen aangaan, waarbij zij de kosten en de ontwikkeling van de kosten voor een bepaald onderwerp onderscheiden: 1° met een constant beleid, d.w.z. zonder het regelgevend kader dat van toepassing is op een bepaald beleid te wijzigen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen wat relevant is voor de ontwikkeling van de macro-economische parameters en wat niet; 2° naar nieuw beleid, d.w.z. met nieuwe begrotings- en juridische verbintenissen voor het Agentschap.
Het begrotingsontwerp en de in het eerste lid gemaakte onderscheidingen betreffen zowel verhogingen als verlagingen van de kredieten. § 2. Het door de Commissies ingediende voorontwerp van begroting gaat vergezeld van een uitvoerig intern verslag bij het Agentschap. § 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde gegevens worden uiterlijk op 15 april van het jaar dat aan het betrokken begrotingsjaar voorafgaat aan de bevoegde Branchecomités toegezonden. Art. 25.§ 1. Op basis van de in artikel 20 bedoelde parameters en op basis van de in artikel 24, paragrafen 1 en 2, bedoelde elementen stelt elk Branchecomité, met inachtneming van de door de Algemene Raad overeenkomstig artikel 23 toegewezen budgetten, een voorontwerp van begroting op voor de zowel paritaire als niet-paritaire opdrachten van zijn afdeling, met inbegrip van de opdrachten die verscheidene comités gemeen hebben Het door het Branchecomité ingediende voorontwerp van begroting gaat vergezeld van een uitvoerig intern verslag bij het Agentschap.
In geval van onvoldoende middelen, het verslag van het Branchecomité: 1° in geval van een tekort met een constant beleid, d.w.z. bij een ongewijzigd wettelijk en regelgevend kader, specificeert de maatregelen die het Comité zal nemen om het tekort te beperken, met inbegrip van een wijziging van de reglementatie; 2° rechtvaardigt het verzoek om bijkomende middelen in geval van nieuwe uitgaven. Het voorontwerp van begroting wordt uiterlijk op 10 mei van het jaar dat aan het betrokken begrotingsjaar voorafgaat, opgesteld. § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting wordt voor advies aan de financiële en budgettaire Raad van toezicht toegezonden.
De financiële en budgettaire Raad van toezicht brengt uiterlijk op 20 mei van het lopende jaar zijn advies uit. § 3. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting en het advies van de financiële en budgettaire Raad van toezicht worden onverwijld aan de Algemene Raad toegezonden.
Onderafdeling 3. - Begrotingsontwerpen Art. 26.Aan de hand van de in de artikelen 22 en 25 bedoelde elementen stelt de Algemene Raad uiterlijk op 15 juni van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken begrotingsjaar het begrotingsontwerp vast.
Het begrotingsontwerp gaat vergezeld van een uitvoerig verslag.
In geval van onvoldoende middelen, het verslag van de Algemene Raad: 1° in geval van een geconstateerd tekort bij een constant beleid, specificeert de maatregelen die de Algemene Raad en de Branchecomités zullen nemen om het geconstateerde tekort in te perken;2° rechtvaardigt het verzoek om bijkomende middelen in geval van nieuwe uitgaven. Het begrotingsontwerp wordt samen met het uitvoerig verslag aan de functioneel bevoegde ministers toegezonden zodra de Algemene Raad het begrotingsontwerp heeft vastgesteld. Afdeling 2. - Definitieve begrotingsvoorstellen
Art. 27.Zodra de regering een besluit heeft genomen, stelt de Voogdijminister het Agentschap in kennis van het bedrag van de definitieve subsidievoorstellen die aan het Agentschap voor zijn opdrachten zullen worden voorgelegd en ter stemming aan het Parlement zullen worden voorgelegd. Art. 28.Op basis van de in artikel 27 bedoelde elementen beslist de Algemene Raad binnen een termijn van ten hoogste tien dagen na de kennisgeving door de Voogdijminister over de verdeling van de voorstellen tot definitieve subsidiëring van het Agentschap voor zijn opdrachten tussen de afdelingen, rekening houdend met de bedragen die de Regering voor nieuw beleidsvormen heeft vastgesteld. Art. 29.Overeenkomstig artikel 28/2 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt het deel bestemd voor de begroting van de opdrachten die niet paritair zijn, door de Regering beslist en in de begroting van het Agentschap opgenomen, behalve delegatie besloten door de Regering.
De Regering deelt de in lid 1 bedoelde elementen uiterlijk tien dagen na de kennisgeving van de in artikel 27 bedoelde Voogdijminister aan het Agentschap mee. Art. 30.Op basis van de artikelen 28 en 29 keurt elk van de Branchecomités binnen een termijn van ten hoogste twintig dagen na de kennisgeving van de Voogdijminister bedoeld in artikel 27 de definitieve begrotingsvoorstellen goed betreffende de opdrachten van zijn afdeling, met inbegrip van de definitieve begrotingsvoorstellen betreffende de opdrachten die de verschillende Branchecomités gemeenschappelijk hebben en waarbij hij betrokken is Na de in het eerste lid genoemde termijn of indien de meerderheid van de leden niet voor de voorgestelde begroting heeft gestemd, wordt de eindstemming over de begroting van de afdeling aan de Algemene Raad voorgelegd.
De beslissing van elk Branchecomité wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de Algemene Raad en de Raad van toezicht op de financiën en de begroting. Art. 31.De financiële en budgettaire Raad van toezicht brengt advies uit over de definitieve voorstellen voor de begroting van de afdelingen binnen een termCIn van ten hoogste vCIf dagen na ontvangst van alle definitieve begrotingsvoorstellen bedoeld in artikel 30.
Het advies van de financiële en budgettaire Raad van toezicht wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de Algemene Raad. Art. 32.De Algemene Raad stelt het definitieve begrotingsvoorstel van het Agentschap vast binnen een termijn van ten hoogste vijf dagen na ontvangst van het advies van de financiële en budgettaire Raad van toezicht bedoeld in artikel 31.
Na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn of indien de meerderheid van de leden geen gunstig advies voor het voorgestelde begrotingsontwerp heeft uitgebracht, stelt de Algemene Raad de functioneel bevoegde ministers onverwijld in kennis van de intrekking van zijn begrotingsbevoegdheden.
De aanneming van de definitieve begroting van het Agentschap wordt vervolgens, op gezamenlijk voorstel van de functioneel bevoegde ministers, naar de regering verwezen. Art. 33.Overeenkomstig artikel 28/5 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt de begroting ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd.
Zonder de in het eerste lid bedoelde goedkeuring wordt geen verzoek om herverdeling ingediend. HOOFDSTUK II. - Uitwerking van aangepaste budgetten Afdeling 1. - Voorlopige begrotingsvoorstellen
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 34.Het Agentschap past zijn begroting aan zodra het totaal van zijn ontvangsten- en uitgavenbegrotingen is gewijzigd, hetgeen een aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waals Gewest vereist. Art. 35.De Raad van toezicht op de financiën en de begroting stelt uiterlijk op 20 februari van het lopende begrotingsjaar, op basis van de laatste door het Federale Planbureau bekendgemaakte cijfers en indien de regering geen specifieke voorafgaande beslissing heeft genomen, de parameters vast op basis waarvan het ontwerp van de ontvangstenbegroting en het ontwerp van de uitgavenbegroting van het Agentschap wordt opgesteld. Art. 36.Op basis van de in artikel 20 bedoelde elementen evalueert het Agentschap de middelen die hem ter beschikking zullen worden gesteld, in het licht van de macro-economische parameters en op basis van de geplande meerjarige ontwikkeling van de subsidies zoals bepaald in zijn beheerscontract. Afdeling 2. - Algemene bepalingen
Onderafdeling 1. - Voorontwerp van beheersbegroting Art. 37.§ 1. Op basis van de in artikel 35 bedoelde parameters en de toepassing van het beheerscontract voor de berekening van de werkingssubsidies aan het Agentschap stelt de Algemene Raad een voorontwerp van beheersbegroting voor het Agentschap op.
Het door de Algemene Raad ingediende voorontwerp van begroting gaat vergezeld van een uitvoerig intern verslag bij het Agentschap.
In geval van onvoldoende middelen, het verslag van de Algemene Raad: 1° in geval van een geconstateerd tekort bij een constant beleid, specificeert de maatregelen die de Raad kan nemen om het geconstateerde tekort in te perken;2° rechtvaardigt het verzoek om bijkomende middelen in geval van nieuwe uitgaven. Het voorontwerp van begroting wordt uiterlijk op 10 maart van het lopende begrotingsjaar opgesteld. § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting wordt voor advies aan de financiële en budgettaire Raad van toezicht toegezonden.
De financiële en budgettaire raad van toezicht brengt uiterlijk op 15 maart van het lopende begrotingsjaar zijn advies uit. § 3. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting en het advies van de financiële en budgettaire Raad van toezicht worden ter informatie aan de branchecomités toegezonden.
Onderafdeling 2. - Voorontwerp van begroting voor opdrachten Art. 38.Op basis van de in artikel 35 bedoelde parameters, van de toepassing van het beheerscontract voor de berekening van de aan het Agentschap verleende subsidies voor opdrachten en de beslissingen van de Algemene Raad in het kader van de opstelling van de oorspronkelijke begroting, maakt het Agentschap uiterlijk op 1 maart een raming van de bedragen die zijn ingehouden voor voorlopige subsidies voor opdrachten en de verdeling daarvan over de afdelingen. Art. 39.§ 1. Op basis van de in artikel 35 bedoelde parameters stelt elk branchecomité, met inachtneming van de door de Algemene Raad overeenkomstig artikel 23 toegewezen budgetten, een voorontwerp van aangepaste begroting op voor de zowel paritaire als niet-paritaire opdrachten van zijn afdeling, met inbegrip van de opdrachten die verscheidene comités gemeen hebben.
Het door het branchecomité ingediende voorontwerp van begroting gaat vergezeld van een uitvoerig intern verslag bij het Agentschap.
In geval van onvoldoende middelen, het verslag van het Branchecomité: 1° in geval van een tekort met een constant beleid, d.w.z. bij een ongewijzigd wettelijk en regelgevend kader, specificeert de maatregelen die het Comité zal nemen om het tekort te beperken, met inbegrip van een wijziging van de reglementatie; 2° rechtvaardigt het verzoek om bijkomende middelen in geval van nieuwe uitgaven. Het voorontwerp van begroting wordt uiterlijk op 10 maart van het betrokken begrotingsjaar opgesteld. § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting wordt voor advies aan de financiële en budgettaire Raad van toezicht toegezonden.
De financiële en budgettaire raad van toezicht brengt uiterlijk op 15 maart van het lopende jaar zijn advies uit. § 3. Het in paragraaf 1 bedoelde voorontwerp van begroting en het advies van de financiële en budgettaire raad van toezicht worden onverwijld aan de Algemene Raad toegezonden.
Onderafdeling 3. - Begrotingsontwerpen Art. 40.Aan de hand van de in de artikelen 37 en 39 bedoelde elementen stelt de Algemene Raad uiterlijk op 20 maart van het begrotingsjaar het begrotingsontwerp vast.
Het begrotingsontwerp gaat vergezeld van een uitvoerig verslag.
In geval van onvoldoende middelen, het verslag van de Algemene Raad: 1° in geval van een geconstateerd tekort bij een constant beleid, specificeert de maatregelen die de Algemene Raad en de branchecomités zullen nemen om het geconstateerde tekort in te perken;2° rechtvaardigt het verzoek om bijkomende middelen in geval van nieuwe uitgaven. Het begrotingsontwerp wordt samen met het uitvoerig verslag aan de functioneel bevoegde ministers toegezonden zodra de Algemene Raad het begrotingsontwerp heeft vastgesteld. Afdeling 3. - Definitieve begrotingsvoorstellen
Art. 41.Zodra de regering een besluit heeft genomen, stelt de Voogdijminister het Agentschap in kennis van het bedrag van de definitieve subsidievoorstellen die aan het Agentschap voor zijn opdrachten zullen worden voorgelegd en ter stemming aan het Parlement zullen worden voorgelegd. Art. 42.Op basis van de in artikel 41 bedoelde elementen beslist de Algemene Raad binnen een termijn van ten hoogste zeven dagen na de kennisgeving door de Voogdijminister over de verdeling van de voorstellen tot definitieve subsidiëring van het Agentschap voor zijn opdrachten tussen de afdelingen, rekening houdend met de bedragen die de Regering voor nieuw beleidsvormen heeft vastgesteld. Art. 43.Overeenkomstig artikel 28/2 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt het deel bestemd voor de begroting van de opdrachten die niet paritair zijn, door de Regering beslist en in de begroting van het Agentschap opgenomen, behalve delegatie besloten door de Regering.
De Regering deelt de in lid 1 bedoelde elementen ten hoogste binnen een termijn van zeven dagen na de kennisgeving van de in artikel 40 bedoelde Voogdijminister aan het Agentschap mee. Art. 44.Op basis van de artikelen 42 en 43 keurt elk van de Branchecomités binnen een termijn van ten hoogste veertien dagen na de kennisgeving van de Voogdijminister bedoeld in artikel 41 de definitieve begrotingsvoorstellen goed betreffende de opdrachten van zijn afdeling, met inbegrip van de definitieve begrotingsvoorstellen betreffende de opdrachten die de verschillende Branchecomités gemeenschappelijk hebben en waarbij hij betrokken is.
Na de in het eerste lid genoemde termijn of indien de meerderheid van de leden niet voor de voorgestelde begroting heeft gestemd, wordt de eindstemming over de begroting van de afdeling aan de Algemene Raad voorgelegd.
De beslissing van elk Branchecomité wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de Algemene Raad en de Raad van toezicht op de financiën en de begroting. Art. 45.De financiële en budgettaire raad van toezicht brengt advies uit over de definitieve voorstellen voor de begroting van de afdelingen binnen een termijn van ten hoogste vijf dagen na ontvangst van alle definitieve begrotingsvoorstellen bedoeld in artikel 44.
Het advies van de financiële en budgettaire raad van toezicht wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de Algemene Raad. Art. 46.De Algemene Raad stelt het definitieve begrotingsvoorstel van het Agentschap vast binnen een termijn van ten hoogste vijf dagen na ontvangst van het advies van de financiële en budgettaire Raad van toezicht bedoeld in artikel 45.
Na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn of indien de meerderheid van de leden geen gunstig advies voor het voorgestelde begrotingsontwerp heeft uitgebracht, stelt de Algemene Raad de functioneel bevoegde ministers onverwijld in kennis van de intrekking van zijn begrotingsbevoegdheden.
De aanneming van de definitieve begroting van het Agentschap wordt vervolgens, op gezamenlijk voorstel van de functioneel bevoegde ministers, naar de regering verwezen. Art. 47.Overeenkomstig artikel 28/5 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt de begroting ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd.
Zonder de in de eerste alinea bedoelde goedkeuring en totdat het Parlement de aangepaste begroting van het Waalse Gewest in het geval van een gewone aanpassing in stemming brengt, wordt geen verzoek om herverdeling gedaan. HOOFDSTUK III. - Technische aanpassingen van de begroting Art. 48.Het Agentschap verricht een technische aanpassing van zijn begroting zodra het totaal van zijn ontvangsten- en uitgavenbegrotingen is gewijzigd, zonder dat dit een aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waals Gewest vereist. Art. 49.Elk voorstel voor de technische aanpassing van de begroting wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van Toezicht op de financiën en de begroting voordat het ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Branchecomités en de Algemene Raad.
De financiële en budgettaire Raad van toezicht komt uiterlijk vijf dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om technische aanpassing van de begroting bijeen.
Met het uitbrengen van adviezen door de financiële en budgettaire raad van toezicht wordt de procedure voor de technische aanpassing van de begroting in gang gezet. Art. 50.De Branchecomités en de Algemene Raad laten zich uiterlijk vijf dagen voordat zij een besluit nemen over het voorstel tot technische aanpassing dat hun wordt voorgelegd, adviseren door de financiële en budgettaire raad van toezicht. Art. 51.Na het uitbrengen van het in artikel 49, lid 3, bedoelde advies wordt, in geval van een technische aanpassing, geen verzoek om een nieuwe verdeling van de kredieten meer gedaan voordat de begroting door de regering is goedgekeurd.
In dringende en behoorlijk verantwoord gevallen die door de financiële en budgettaire raad van toezicht zijn goedgekeurd, kan van het eerste lid worden afgeweken.
TITEL III. - Uitvoering van de begroting HOOFDSTUK I. - Aanrekeningsregels van de ontvangsten en uitgaven Art. 52.De aanrekening van elke som op de begroting wordt op een bewijsstuk gegrond. Art. 53.§ 1. De ontvangsten en de vereffende uitgaven worden aangerekend op de begroting van een bepaald jaar wanneer de rechten worden vastgesteld. § 2. De verplichting tot betaling bestaat wanneer en op het ogenblik waarop een schuld krachtens de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen ten laste van het Agentschap bestaat of een schuldvordering ten gunste van dat Agentschap bestaat onafhankelijk van de vervaldatum van die schuld of van die schuldvordering.
Onverminderd de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen wordt de verplichting tot betaling geacht te bestaan met name voor, in voorkomend geval: 1° de wedden, pensioenen, toevallige premies en andere bijzondere toelagen : op het ogenblik van de prestatie, en voor de dienovereenkomstige achterstallen : te allen tijde, ongeacht het jaar waarmee ze verband houden;2° de werken, leveringen en diensten, met uitzondering van de huren en abonnementen : wanneer de opdracht voor werken, leveringen en diensten uitgevoerd en gegund is;3° de huren en abonnementen : op de datum waarop ze krachtens de contractuele verplichting verschuldigd zijn;4° de aankoop en de verkoop van onroerende goederen : wanneer de verkoop tussen partijen voltooid is;5° de toelagen waarvan de toekenning bij organieke bepalingen wordt bepaald : wanneer ze volgens die organieke bepalingen verschuldigd zijn;6° de toelagen waarvan de toekenning niet bij organieke bepalingen wordt bepaald : op de datum waarop ze verschuldigd zijn krachtens de bepalingen betreffende vereffeningsmodaliteiten bepaald bij het toekenningsbesluit;7° de bijdragen aan internationale instellingen ter uitvoering van verdragen : op de datum waarop ze krachtens de contractuele verplichting verschuldigd zijn;8° de vrijwillige bijdragen aan internationale instellingen : op de datum waarop van het besluit of de akte tot toekenning van de toelage kennis wordt gegeven;9° de toekenningen van kredieten : op de datum waarop het besluit of de akte tot toekenning van de toelage in werking treedt;10° de vonnissen en arresten of andere akten die een einde maken aan geschillen : op de datum waarop die vonnissen uitvoerende kracht hebben. Art. 54.§ 1. Elke uitgave wordt voorafgaand aan de vereffening ervan vastgelegd.
De aanrekening van een uitgave ten laste van vastleggingskredieten van een bepaald jaar wordt op verzoek van de ordonnateur uitgevoerd na verkrijging van een verbintenisvisum in de vorm van een van een jaartal of een vaststaande identificatie voorzien nummer dat verleend wordt door de controle-eenheid van de vastleggingen.
De aanrekeningsdatum wordt door de datum van het verbintenisvisum bepaald. § 2. Voorafgaand aan de rechtsverbintenis gaat de ordonnateur na of de rechtsverbintenis met de begrotingsvastlegging overeenstemt.
Bij tekort aan begrotingsvastlegging moet hij een aanvullende verbintenis ten laste van de kredieten van het jaar voorafgaand aan de rechtsverbintenis vragen.
Bij overschot van de begrotingsverbintenis kan hij er de teruggave van aan het betrokken vastleggingskrediet vragen. Die mogelijkheid mag slechts uitgevoerd worden als de rechtsverbintenis en begrotingsvastlegging gebonden zijn aan hetzelfde begrotingsjaar.
De ordonnateur maakt de stukken die het bestaan van de rechtsverbintenis aansluitend bij de begrotingsverbintenis bevestigen, over aan de boekhoudings- en financiën diensten. § 3. De controle-eenheid van de vastleggingen gaat na of de rechtsverbintenis uiterlijk op 31 december van het jaar volgend op het jaar van de begrotingsvastlegging uitgevoerd is.
De datum van de rechtsverbintenis wordt bepaald door de datum waarop een verbintenis ten laste van de begroting onomkeerbaar is geworden. § 4. De fasen betreffende de begrotings- en rechtverbintenissen kunnen gelijktijdig zijn en zijn van ambtswege gelijktijdig voor de uitgaven bedoeld in artikel 22, § 3, van het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten. In dit geval is de datum van aanrekening van de begrotingsverbintenissen ten laste van de vastleggingskredieten en van de registratie van de dienovereenkomstige rechtsverbintenissen de datum van het visum van de begrotingsverbintenis. § 5. In de gevallen bedoeld in artikel 22, § 1, van het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten worden het verbintenisvisum en het nummer van de bestelbon bij de kennisgeving door de ordonnateur aan de derde medegedeeld en vormen het de verplichte referentie die de derde moet vermelden op alle documenten betreffende de opdracht of de subsidiëring die daarna aan de ordonnateur wordt overgemaakt. Art. 55.Naast de in artikel 53, bepaalde voorwaarden wordt de aanrekening van een uitgave ten laste van de vereffeningskredieten voorafgegaan door een boeking van het bewijsstuk op een wachtrekening van de algemene boekhouding tot het moment waarop de controles uitgeoefend en bekrachtigd worden door de controle-eenheid van de vereffeningen.
Na aanrekening van de uitgave ten laste van het vereffeningskrediet, is de betalingsopdracht gegeven door de ordonnateur aan de penningmeester of de centraliserende penningmeester uitvoerbaar. HOOFDSTUK II. - Nieuwe verdeling van de kredieten Afdeling 1. - Beheersbegroting
Art. 56.§ 1. De Algemene Raad beslist, op voorstel van het Agentschap, over elke nieuwe verdeling van de kredieten binnen de beheersbegroting van het Agentschap. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt bekrachtigd bij een besluit van de Voogdijminister. § 3. Het in paragraaf 2 bedoelde besluit wordt door het Agentschap ter kennis gebracht van het Waals Parlement, het Rekenhof, de Inspectie van Financiën, de Minister van Begroting, de Functionele Minister(s) en de financiële en budgettaire Raad van toezicht. Afdeling 2. - Begroting van de paritaire opdrachten
Art. 57.§ 1. Na advies van de financiële en budgettaire raad van toezicht beslissen de (het) betrokken Branchecomité(s), op voorstel van het Agentschap, over elke nieuwe verdeling van kredieten binnen de begroting van de paritaire opdrachten van de afdelingen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt bekrachtigd bij een besluit van de Voogdijminister. § 3. Het in paragraaf 2 bedoelde besluit wordt door het Agentschap ter kennis gebracht van het Waals Parlement, het Rekenhof, de Inspectie van Financiën, de Minister van Begroting, de Functionele Minister(s) en de Algemene Raad. Afdeling 3. - Begroting van de niet-paritaire opdrachten
Art. 58.§ 1. De functioneel bevoegde minister of ministers beslist of beslissen, op eventueel voorstel van het Agentschap, over elke nieuwe verdeling van de kredieten binnen de begroting van de niet-paritaire opdrachten van de afdelingen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. § 2. Na een gunstig advies van de Inspectie van Financiën wordt de beslissing bedoeld in paragraaf 1 bekrachtigd bij een besluit van de Voogdijminister en de Minister van Begroting. § 3. Het in paragraaf 2 bedoelde besluit wordt door het Agentschap ter kennis gebracht van het Parlement, het Rekenhof, de Inspectie van Financiën, de Algemene Raad of het (de) betrokken branchecomité(s) en de financiële en budgettaire Raad van toezicht. Afdeling 4. - Algemene bepalingen
Art. 59.De aanvragen tot nieuwe verdeling van de kredieten: 1° zijn gemotiveerd;2° moeten aan de aanwending van de kredieten voorafgaan, behalve als ze niet-limitatieve vereffeningskredieten betreffen, in welk geval ze in een overschrijding van kredieten a posteriori kunnen voorzien. Ze kunnen alleen tijdens het lopende boekjaar ingediend worden en moeten uiterlijk op 31 december van dit boekjaar bekrachtigd worden.
Titel IV. - Voering van de algemene boekhouding HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 60.§ 1. De algemene en begrotingsboekhoudingen worden op een geïntegreerd manier in een geïnformatiseerd boekhoudsysteem gevoerd. § 2. De algemene boekhouding boekt een handeling bij het ontstaan, de verandering of de schrapping van een economische waarde, van een vastgesteld recht of van een verplichting.
De aanrekeningen in de begrotingsboekhouding van de vastgestelde rechten voortvloeiend uit de verhoudingen met derden geven aanleiding tot een gelijktijdige boeking in de algemene boekhouding.
De handelingen die niet uit verhoudingen met derden voortvloeien, vormen interne bewegingen.
Wanneer het Agentschap als bemiddelaar handelt in het beheer van aan derden behorende fondsen, verschijnt dit beheer in de algemene boekhouding met vermelding van specifieke rekeningen. HOOFDSTUK II. - Boekhoudplan Art. 61.Het boekhoudplan dat geldt voor het Agentschap wordt bepaald door de Regering.
De onderverdelingen in klassen, subklassen en rubrieken van dit plan moeten verplicht opgevolgd worden. In het geïnformatiseerd systeem moeten bijkomende vakken voorbehouden worden om te voldoen aan de behoefte aan bijkomende statistische of analytische inlichtingen.
Bij deze gelegenheid bepaalt de Regering ook de regels inzake evaluatie, afschrijvingen, voorraadaanleg voor risico's en lasten alsook de regels inzake waardevermindering en herevaluatie.
Titel V. - Bewijsstukken en bewaring ervan Art. 62.§ 1. Met inachtneming van de wets- en reglementaire bepalingen worden de verantwoordingsstukken van de uitgaven die aanleiding geven tot een betaling opgelijst door boekhoudkundig boekje § 2. Elk bewijsstuk wordt gedateerd en geïdentificeerd door een vermelding die de budgettaire eigenschappen van de uitgave en het nummer van het verbintenisvisum alsmede elk ander gegeven dat een controlespoor van de verbintenis van de uitgaven tot de betaling ervan mogelijk maakt, omvat. § 3. De controledocumenten, opgelegd door de reglementering met het oog op de vastlegging of de vereffening van de uitgaven, worden bij de verantwoordingsstukken gevoegd. § 4. De voor de betalingen nodige bewijsstukken worden op volgende wijze overgemaakt: 1° het indienen van het originele stuk op een papieren informatiedrager;2° op elektronische wijze, namelijk met enkel een elektronische verzending en ontvangst. Bij de tweede optie moeten de authenticiteit van de oorsprong van de factuur en de integriteit van de inhoud ervan overeenkomstig de vigerende reglementering gewaarborgd worden.
De afschriften worden enkel in behoorlijk gemotiveerde toestanden toegelaten. Art. 63.De bewijsstukken van de ontvangsten zijn de aan de schuldenaar gerichte schuldvorderingen of elk effect dat wettelijk of reglementair voorzien is.
Elk bewijsstuk wordt gedateerd en geïdentificeerd door een vermelding die de budgettaire eigenschappen van de ontvangst alsmede elk andere gegeven dat een controlespoor van de vaststelling van het recht tot de inning ervan mogelijk maakt, verplicht omvat. Art. 64.De boekingen in de budgettaire en algemene boekhoudingen worden gestaafd door de in de artikelen 62, 63 en 66 bedoelde bewijsstukken met een verwijzing daarnaar. Art. 65.§ 1. De volgende stukken worden bewaard om de onaantastbaarheid als de toegankelijkheid ervan te waarborgen: 1° de bestanden die de boeken en de programma's en systemen om ze te lezen omvatten, tijdens een periode van tien jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afsluiting van het begrotings- en boekjaar;2° op papieren en elektronische informatiedrager, de in artikel 62 bedoelde bewijsstukken van de uitgaven voortvloeiend uit een verhouding met een derde, tijdens dezelfde periode als die bedoeld in 1°, onverminderd een andere termijn bepaald overeenkomstig artikel 74 van het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten wat betreft de verjaring;3° als afschrift op papieren of elektronische informatiedrager, de bewijsstukken van de ontvangsten bedoeld in artikel 53, tijdens dezelfde periode als die bedoeld in 1°;4° op papieren of elektronische informatiedrager, de in artikel 63 bedoelde boekhoudstukken, tijdens dezelfde periode als die bedoeld in 1°;5° een origineel exemplaar van de jaarlijkse rekeningen van de ontvangers en penningmeesters alsmede de uittreksels van hun financiële rekeningen, tijdens dezelfde periode als die bedoeld in 1°;6° een origineel exemplaar van elke algemene jaarlijkse rekening, tijdens tien jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op de definitieve afsluiting van het begrotings- en boekjaar. § 2. De bewijsstukken worden bewaard op de plaatsen aangewezen door de overheid die voor het archiveren bevoegd is. Ze mogen op een elektronische informatiedrager opgenomen worden.
Titel VI. - Verwijlintresten en inning van de schuldvorderingen HOOFDSTUK I. - Intresten die door de derden betaald moeten worden Art. 66.§ 1. Wanneer de betaling van intresten voorzien is bij wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen en als de ontvanger vaststelt dat de verschuldigde bedragen op de vervaldatum niet zijn gestort, is een intrest waarvan het percentage gelijk is aan het wettelijke percentage van rechtswege en zonder aanmaning invorderbaar. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde intrest wordt per kalendermaand berekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de vervaldatum tot de laatste dag van de maand waarin de betaling wordt uitgevoerd. § 3. De verwijlintrest is niet verschuldigd wanneer: 1° het bedrag ervan kleiner is dan 10 euro;2° de periode waarop de terugvordering betrekking heeft, korter is dan een jaar. Art. 67.Wanneer de derde-schuldenaar een geldtoestand doet gelden die een uitstel van betaling van de verschuldigde schuldvorderingen rechtvaardigt, kan de ontvanger maatregelen voor de aanpassing van de betalingsmodaliteiten nemen.
In het kader van onderhandelingen met de derde-schuldenaar kan hij hem betalingsvoorwaarden en -termijnen verlenen op voorwaarde dat de derde-schuldenaar: 1° de rechten die ten gunste van de eenheid worden vastgesteld, niet betwist;2° de financiële moeilijkheden waarin hij verkeert, bewijst, met name door het overleggen van bewijsstukken van financiële, juridische of administratieve aard;3° zich ertoe verbindt om de door de ontvanger verleende betalingsvoorwaarden en -termijnen na te leven. Bovendien kan de ontvanger tijdens die onderhandelingen met de derde-schuldenaar overeenkomen dat intresten niet toegepast zullen worden indien laatstgenoemde de verleende betalingsvoorwaarden en -termijnen naleeft. HOOFDSTUK II. - Inning van de schuldvorderingen Art. 68.De ontvanger verzendt in een eenvoudige omslag binnen de termijn vastgesteld in artikel 55 van het
decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027237
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
29/12/2011
numac
2011027236
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
type
decreet
prom.
15/12/2011
pub.
06/02/2012
numac
2012200362
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van 22 april 2010 tot aanwijzing van de personen die met toepassing van artikel 13 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de psychiatrische verzorgingstehuizen ermee worden belast de zorgaanbiedingen en psychiatrische verzorgingstehuizen te verifiëren
sluiten een verzoek tot betaling in de vorm van een aanmaning.
Bij verstrijken van de betaaltermijn richt de ontvanger binnen een termijn van 15 dagen volgend op de datum van verzending van het verzoek tot betaling een tweede aanmaning. Wordt de betaling niet uitgevoerd binnen een termijn van 15 dagen volgend op de datum van verzending van de tweede aanmaning richt de ontvanger bij aangetekend schrijven een ingebrekestelling met bevel tot betaling. Art. 69.Onverminderd de in artikel 68 bedoelde procedure wordt de ontvanger ertoe gemachtigd om: 1° de medewerking van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën te vragen overeenkomstig het decreet van 23 juli 1987 makende de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen bevoegd om sommige vermogensverrichtingen te doen voor rekening van het Waalse Gewest en de eraan verbonden instellingen van openbaar nut;2° de zaa …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.