📄 Wettekst
23 NOVEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de evaluatie, de stage en de bevordering door overgang naar het hogere niveau in het federaal openbaar ambt
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij ter ondertekening aan Uwe Majesteit voorleggen, heeft als doel zich te conformeren aan de twee arresten van de Raad van State van 3 april 2015 die een aantal bepalingen van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt vernietigen met ingang van 1 september 2015, het statuut te vereenvoudigen door het evaluatiesysteem van toepassing te maken op de stagiair en in dat kader verschillende reglementaire teksten te wijzigen en ten slotte de aanpassingsperiode na een bevordering door overgang naar het hogere niveau af te schaffen.
I. Invoeging van nieuwe bepalingen ingevolge de arresten van 3 april 2015 van de Raad Van State Het ontwerp voegt nieuwe artikelen in in het voornoemde
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 in plaats van de bepalingen die zijn vernietigd door de Raad van State bij zijn arresten van 3 april 2015, met name de artikelen 6, 24, 25, 26, 27, 31, 32, eerste lid, en 38.
I.1. Ambtshalve vermelding in geval van afwezigheid Voortaan krijgt het personeelslid als hij gedurende meer dan de helft van de evaluatieperiode afwezig is geweest ambtshalve de vermelding "voldoet aan de verwachtingen", ongeacht de reden van de afwezigheid, maar op voorwaarde dat hij geldelijke anciënniteit verwerft tijdens deze afwezigheid.
Eén enkele bepaling regelt wat er moet gebeuren met langdurige afwezigheden tijdens een evaluatieperiode. In die gevallen wordt er een ambtshalve vermelding toegekend om de personen die langdurig afwezig zijn te beschermen tegen een vermelding die hen onrechtstreeks zou bestraffen in hun geldelijke loopbaan.
Overigens is er niet langer sprake van afwezigheden "van meer dan zes maanden", die enkel overeenkwamen met de gevallen van afwezigheden over een periode van één jaar, waarbij werd nagelaten om het geval van een langdurige afwezigheid over een kortere periode op te lossen. Dit averechtse effect wordt aldus gecorrigeerd met de vermelding dat, bij een afwezigheid van meer dan de helft (dus 3 maanden of meer, aangezien een periode minstens 6 maanden moet duren om tot een evaluatie te leiden), de betrokkene de ambtshalve vermelding "voldoet aan de verwachtingen" krijgt.
Het nieuwe artikel 6 van het voornoemde
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 preciseert eveneens, wat de aanrekening van de afwezigheden betreft, dat de periodes die niet gepresteerd zijn in het kader van een deeltijds arbeidsstelsel niet in aanmerking worden genomen. Zo wordt bijvoorbeeld voor personen die enkel in de voormiddag werken de namiddag niet aangerekend als een halve dag afwezigheid.
I.2. Nieuwe commissies Aldus worden er nieuwe eentalige interdepartementale commissies ingesteld, die zowel bevoegd zijn voor de evaluatie als voor de stage.
Ze bestaan uit een Nederlandstalige afdeling en een Franstalige afdeling. Elke afdeling heeft 6 effectieve leden, onder wie 1 voorzitter en 2 leden aangewezen door de overheid en 3 leden aangewezen door de representatieve vakorganisaties. Er worden 6 plaatsvervangers aangewezen op dezelfde manier. Er wordt voortaan een plaatsvervangende voorzitter, die zijn kennis van het Duits bewijst, aangewezen zodat de Duitstalige dossiers kunnen worden behandeld.
Om geldig te beraadslagen moet iedere afdeling minstens 4 leden hebben, onder wie 2 leden aangewezen door de overheid en 2 leden aangewezen door de representatieve vakorganisaties. Als ze meer leden heeft, wordt de pariteit hersteld door loting.
Zoals reeds van toepassing was inzake het beroep tegen een evaluatievermelding zal de commissie het beroep of de stage behandelen louter op basis van het evaluatiedossier als de betrokkene zich niet meldt voor een tweede zitting. Het is dus louter op basis van het evaluatiedossier in de zin van artikel 21 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, waarop de vermelding waartegen een beroep wordt ingesteld is gestoeld, dat de commissie zich zal uitspreken.
I.3. Gelijke of gunstigere vermelding na een beroep Tot slot kan alleen de vermelding die het voorwerp uitmaakt van een beroep of een gunstigere vermelding worden toegekend na afloop van een beroep. De vermelding die is opgenomen in het advies van de bevoegde commissie die een andere vermelding voorstelt of in de beslissing van de leidende ambtenaar die moet beslissen over de vermelding na advies van de commissie die een andere vermelding voorstelt, moet met andere woorden dezelfde zijn of gunstiger zijn dan de vermelding die het voorwerp uitmaakt van een beroep.
II. De stage wordt een evaluatieperiode Het ontwerp van koninklijk besluit heeft eveneens als doel het statuut te vereenvoudigen met betrekking tot de stage, door de evaluatie van toepassing te maken op de stagiair.
De beoordeling van de stage om de benoeming van de stagiairs te verantwoorden is voortaan gestoeld op een evaluatie die vergelijkbaar is met die van de benoemde of in dienst genomen personeelsleden. Er is derhalve maar één enkel evaluatiesysteem meer voor iedereen, met behoud van een aantal bijzonderheden eigen aan de stage wat betreft de duur en de criteria ervan en het gevolg van de evaluatievermeldingen.
In dat kader worden de meeste bepalingen betreffende het verloop van de stage van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel ofwel opgeheven, ofwel gewijzigd, ofwel opgenomen in de tekst van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3.
De gebruikers van de evaluatietool Crescendo zullen over diezelfde tool beschikken om de stagiairs te evalueren, wat eveneens tegemoet komt aan de wens naar vereenvoudiging en gebruik van de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën die naar voren komt in het regeerakkoord.
Deze veranderingen uiten zich met name als volgt in het ontwerp : De structuur van de huidige tekst van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 werd zoveel mogelijk behouden door er nieuwe specifieke bepalingen voor de stage aan toe te voegen.
II.1. De elementen waarop de evaluatie van de stagiair berust zijn dezelfde als die die bepaald zijn voor de geëvalueerden die geen stagiair zijn in hoofdstuk II van het voornoemde
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 (met inbegrip van het criterium dat eigen is aan de evaluator gegeven het feit dat een stagiair evaluator kan zijn.
De twee vereisten waarop momenteel de beoordeling van de stage is gestoeld in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel zijn preciseringen wat de toepassing betreft van de criteria die zijn bepaald in artikel 3, eerste lid, van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, te weten aantonen dat de stagiair over de vereiste vaardigheden en bekwaamheden beschikt om de betrekking waarvoor hij is aangewezen uit te oefenen en de optimale integratie van de stagiair binnen zijn federale dienst en binnen het federaal openbaar ambt in het algemeen.
II.2. Hoofdstuk III betreffende de evaluatieperiode, de vermeldingen, de verslagen en de procedure is opgedeeld in drie afdelingen. De eerste afdeling is specifiek voor de evaluatieperiode van de personeelsleden die geen stagiair zijn, de tweede is specifiek voor de stage en de derde is algemeen en betreft de vermeldingen, verslagen en procedures. - wat de specifieke kenmerken van de evaluatieperiode van de stagiair betreft (hoofdstuk III, afdeling 2, de ontworpen artikelen 10/1 tot 10/10) is de duur van de stage 1 jaar voor alle niveaus. De stage van niveau D, die tot nog toe 3 maanden duurde, wordt afgestemd op de andere niveaus en wordt bijgevolg eveneens vastgesteld op 1 jaar.
Afwezigheden van meer dan 30 dagen blijven evenwel op alle niveaus de evaluatieperiode van de stagiair verlengen.
In navolging van wat momenteel is bepaald, kan de stage bovendien met maximaal vier maanden worden verlengd op beslissing van de bevoegde beroepscommissie inzake evaluatie. De evaluator is de hiërarchische meerdere of de functionele chef en niet langer de P&O-directeur. Die komt enkel tussenbeide in geval van problemen.
Aan het begin van de stage wordt de stagiair uitgenodigd voor een functiegesprek en vervolgens een planningsgesprek. Anders dan bij de functie- en planningsgesprekken van een personeelslid dat geen stagiair is, kent de evaluator de functiebeschrijving en de doelstellingen toe aan de stagiair. Die laatste komt toe bij de federale overheid en beschikt dus niet over dezelfde mogelijkheid om met de evaluator in discussie te treden over de functie en de doelstellingen.
Tijdens de stage is de periode ingedeeld volgens 3 verplichte functioneringsgesprekken waarin de doelstellingen (prestaties, competentie, beschikbaarheid, bijdrage tot de teamprestaties) telkens geleidelijk aan worden aangepast om het mogelijk te maken om de mate waarin de doelstellingen aan het einde van de stage werden behaald, te beoordelen. Na elk verplicht stagefunctioneringsgesprek wordt één van de 4 vermeldingen toegekend, te weten "voldoet aan de verwachtingen", "te verbeteren", "onvoldoende" of "uitzonderlijk". De vermeldingen die hij tijdens een functioneringsgesprek krijgt, met andere woorden de functioneringsvermeldingen, hebben geen enkele invloed op de loopbaan van de stagiair.
De vermelding "onvoldoende" tijdens de stage leidt tot de aanhangigmaking bij de bevoegde beroepscommissie inzake evaluatie, die kan beslissen of de stage wordt voortgezet of het ontslag van de stagiair kan voorstellen.
De huidige mogelijkheden inzake benoeming in een andere federale dienst of verandering van aanwijzing binnen eenzelfde federale dienst zijn in de ontworpen tekst opgenomen. De stagiair kan daarvoor een aanvraag doen.
Aan het einde van de stage wordt de stagiair uitgenodigd voor een evaluatiegesprek in de laatste maand van de stage, die eventueel werd verlengd. - In afdeling 3 van hoofdstuk III betreffende de vermeldingen, de verslagen en de evaluatieprocedure, die de artikelen 11 tot 20 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 bevat, worden artikelen ofwel aangepast, ofwel ingevoegd, om het evaluatieproces met zijn verslagen, zijn vermeldingen en zijn procedure toepasselijk te maken op de stagiairs.
Zo worden de stageverslagen geschrapt en vervangen door de verslagen die specifiek zijn voor de evaluatie (functie, planning, functionering en evaluatie).
Aan het einde van de stage wordt er een evaluatievermelding toegekend aan de stagiair, net zoals bij de evaluatie van een personeelslid dat geen stagiair is. Als hij aan het einde van de stage de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" krijgt, wordt hij benoemd.
De procedure voor de toekenning van de evaluatievermelding volgens het cascadesysteem verschilt enigszins voor de stagiair. Er wordt rekening gehouden met het voorhanden zijn van de verplichte stagefunctioneringsgesprekken; het is de P&O-directeur (in plaats van de directeur of directeur-generaal) die zijn toestemming geeft en de verslagen met een andere vermelding dan "voldoet aan de verwachtingen" medeondertekent, die zelf de evaluatie uitvoert ingeval er tekortkomingen zijn (artikel 20).
II.3. Hoofdstuk V betreffende de bevoegdheden van de commissies in het kader van een beroep tegen een evaluatievermelding of stagevermelding is onderverdeeld in drie afdelingen. Afdeling 1 betreft de nieuwe commissies (zie punt I.1.).
De procedure betreffende de beroepen tegen een evaluatievermelding blijft ongewijzigd (onder voorbehoud van de aanpassing bedoeld in punt I.2.) en is het voorwerp van afdeling 2 van hoofdstuk V. De stagiairs kunnen er geen gebruik van maken. Afdeling 3 van het hoofdstuk heeft betrekking op de bevoegdheden van
de beroepscommissies inzake evaluatie als bij hen een stagedossier aanhangig wordt gemaakt.
De beroepscommissies inzake evaluatie, die eentalig zijn geworden, blijven dus kennis nemen van dossiers van stagiairs.
De bevoegdheden van de commissie verschillen naargelang de betrokken evaluatievermelding en het moment in de stage waarin de stagiair zich bevindt.
De stagevermelding "onvoldoende" na een verplicht functioneringsgesprek tijdens de stage leidt tot de aanhangigmaking bij de commissie. Ze kan beslissen om de stage voort te zetten of het ontslag van de stagiair voorstellen. De stagiair, zijn evaluator en de P&O-directeur kunnen echter in onderling overleg overeenkomen om zijn dossier niet aan de bevoegde commissie voor te leggen.
Als de stagiair aan het einde van de stage de vermelding "te verbeteren" of "onvoldoende" krijgt, leidt dit tot de aanhangigmaking bij de commissie. De commissie kan beslissen om de stage te verlengen voor een duur van maximaal 4 maanden. Ze kan ook de benoeming voorstellen, in geval van de vermelding "te verbeteren", of het ontslag van de stagiair, in geval van de vermelding "onvoldoende".
Ingeval de bevoegde beroepscommissie inzake evaluatie aan het einde van de stage beslist om de stage te verlengen, wordt de zaak aan het einde van de verlenging opnieuw aanhangig gemaakt bij de commissie als de evaluatievermelding die in het "laatste" evaluatieverslag wordt toegekend "te verbeteren" of "onvoldoende" is. In dat geval stelt ze de benoeming of het ontslag van de stagiair voor.
III. Schrapping van de aanpassingsperiode en de bevordering na 18 maanden Het ontwerp voorziet er eveneens in om de aanpassingsperiode te schrappen op alle niveaus, alsook de mogelijkheid om ambtshalve bevorderd te worden naar de niveaus B en C bij het verstrijken van de 18 maanden na het pv van slagen als er geen enkele bevorderingsbetrekking werd voorgesteld.
IV. Overgangsbepalingen Het ontwerp voorziet in een inwerkingtreding op 1 januari 2016, echter met een reeks bepalingen die in werking treden op 1 september 2015, met name die bepalingen die zijn ingevoegd ingevolge de vernietiging van een aantal bepalingen van het voornoemde
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3.
Bij wijze van overgangsmaatregel worden alle stagedossiers die op 1 januari 2016 lopen voortgezet volgens de reglementering die van kracht is vóór 1 januari 2016, dus met stageverslagen en niet volgens het huidige evaluatieschema, met als gevolg dat de betrokken stagiair in geval van benoeming de ambtshalve vermelding "voldoet aan de verwachtingen" krijgt.
Alle aanpassingsperiodes die lopen vóór de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit eindigen en leiden tot de benoeming van de ambtenaar in de bevorderingsgraad of -klasse op 1 januari 2016.
Wat betreft de bevoegdheid inzake de stage, de aanpassings- en de evaluatieperiode van de beroepscommissies inzake evaluatie, waarvan de oprichtingsbepalingen of de bepalingen betreffende hun samenstelling op 1 september 2015 vernietigd worden bij de vernietigingsarresten van de Raad van State van 3 april 2015, deze wordt op 1 september 2015 met terugwerkende kracht overgenomen door de nieuwe eentalige beroepscommissies inzake evaluatie.
Dossiers die niet behandeld zouden zijn door de bevoegde commissie op 31 augustus 2015 of dossiers die na die datum zijn ingediend, zullen dus worden behandeld door de nieuwe bevoegde beroepscommissie inzake evaluatie.
V. Advies van de Raad van State Er werd rekening gehouden met alle opmerkingen van de Raad van State.
Behalve de wijziging aan het opschrift preciseert dit verslag aan de Koning de verschillende hoofdlijnen van het ontwerp alsook het evaluatieproces van de stagiairs, en integreert het de wijzigingen die de Raad van State heeft gevraagd. Het werd ook gecorrigeerd, om de draagwijdte van de wijziging die aan artikel 3 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 is aangebracht, toe te lichten.
Wat het ontwerp betreft, werd de aanhef zoals gevraagd aangevuld met een lid betreffende de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken en een artikel 13 van het ontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, in aansluiting op de tweede opmerking van de Raad van State betreffende artikel 22 van het ontwerp. Dat heeft uiteraard een hernummering van de artikelen die volgen met zich meegebracht.
De afdelingen tussen de artikelen 19 (nu artikel 20) tot 39 (nu 35) werden bovendien herzien conform het verzoek van de Raad van State, wat bepaalde overeenstemmende aanpassingen en een wijziging in de nummering van vele artikelen van het ontwerp verklaart.
Conform het verzoek van de Raad van State werden de volgende artikelen van het ontwerp aangepast : 6, 21 (nu 22), 22 (nu 25 of het ontworpen 10/6), 27 (nu 25 of het ontworpen 10/8), 35 (nu 31), 44 (nu 40), 45 (nu 41), 47 (nu 43), 54 (nu 50), 64 (nu 59) en 67 (nu 62). Artikel 55 werd opgeheven.
Er werd echter geen rekening gehouden met de opmerking over de aanpassing van de artikelen 30 (nu 25 betreffende het ontworpen 10/10) en 56 (nu 51) voor zover de "aanwijzing" binnen eenzelfde federale dienst gebeurt maar niet tussen twee federale diensten. Hoewel de betekenis die is van een verandering van federale dienst tijdens de stage, geniet de huidige formulering in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel de voorkeur.
In zijn opmerking betreffende artikel 22 van het ontwerp (nu 25) is de Raad van State van mening dat, na afloop van de stage na een verlenging waartoe de beroepscommissie inzake evaluatie heeft beslist, de overheid niet over het ontslag kan beslissen zonder voorafgaand voorstel van de beroepscommissie inzake evaluatie. De tekst van het ontwerp werd conform het advies van de Raad van State gemaakt, met de schrapping van het betrokken lid van het ontworpen artikel 6/6 (nu 10/6, vervat in artikel 25 van het ontwerp) en de invoeging van een artikel 32/3 (artikel 51 van het ontwerp).
Artikel 48 (nu 44) bevat wel degelijk de verplichting dat de commissie alleen geldig kan beraadslagen als het quorum is bereikt, zonder mogelijkheid van uitstel.
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State betreffende artikel 67 (nu 62) werd dat artikel gewijzigd om te voorzien in de inwerkingtreding op 1 september 2015 van de bepalingen die zijn ingevoegd ingevolge de nietigverklaring van bepaalde bepalingen van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, maar ook van alle andere daaraan verbonden bepalingen.
Die terugwerkende kracht is noodzakelijk voor de continuïteit van de openbare dienst en de regularisatie van een rechtstoestand of een feitelijke toestand (de beroepen en de stagedossiers worden immers sinds 1 september 2015 niet meer behandeld bij gebrek aan bevoegde commissies, afwezige personeelsleden krijgen geen ambtshalve vermelding meer, ...).
De inwerkingtreding met terugwerkende kracht van de nieuwe bepalingen betreffende de stage, de afschaffing van de aanpassingsperiode, ... is daarentegen niet gerechtvaardigd gelet op de rechtspraak van de Raad van State, waardoor er gelijktijdig twee datums zijn in het ontwerp.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister belast met Ambtenarenzaken, S. VANDEPUT
RAAD VAN STATE, afdeling Wetgeving advies 58.183/2 van 12 oktober 2015 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de evaluatie en de stage in het federaale openbaar ambt' Op 14 september 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de evaluatie en de stage in het federaale openbaar ambt'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 12 oktober 2015.
De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Martine BAGUET en Luc DETROUX, staatsraden, Yves DE CORDT en Marianne DONY, assessoren, en Anne-Catherine VAN GEERSDAELE, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Véronique SCHMITZ, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 12 oktober 2015.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
VOORAFGAANDE OPMERKING Aangezien de steller van het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit het initiatief genomen heeft om een verslag aan de Koning op te stellen, is het aangewezen dat hij daarin de verschillende hoofdlijnen van het ontworpen dispositief gedetailleerder toelicht.
Dat geldt meer in het bijzonder voor de maatregel die ertoe strekt de evaluatieregeling uit te breiden tot de stagiairs : het verdient aanbeveling om die regeling nader toe te lichten, niet alleen wat de bijzondere kenmerken betreft die eigen zijn aan die regeling en die deze onderscheiden van de evaluatieregeling die geldt voor de vastbenoemde ambtenaren van de federale overheid, maar eveneens wat de interne logica ervan betreft, onder andere met betrekking tot het optreden van de beroepscommissie en de specifieke rol die deze wordt opgedragen bij de evaluatie van de stagiairs. De betrokkenen zullen aldus een beter begrip hebben van de werking van de evaluatieprocedure die op hen van toepassing is en van de mogelijkheden waarover zij beschikken om beroep aan te tekenen.
STREKKING VAN HET ONTWERP Het ontworpen koninklijk besluit strekt in hoofdzaak tot wijziging van verschillende regelgevende teksten teneinde ervoor te zorgen dat de evaluatie ook geldt voor de stageperiode 1 en om gevolg te geven aan twee arresten van de Raad van State waarbij respectievelijk de artikelen 24, 25, 26, 27, 31 en 32, eerste lid, van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 `betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt' 2, en de artikelen 6 en 38 van hetzelfde koninklijk besluit 3 vernietigd zijn.
De ontworpen regeling heeft eveneens de wijziging tot doel van een aantal bepalingen betreffende de bevordering door overgang naar het hogere niveau (artikelen 6 tot 9, 16, 20, 1°, 61, 62 en 66 van het ontwerp).
Deze drievoudige doelstelling zou beter tot uiting moeten komen in het opschrift, alsook in de inleiding van het verslag aan de Koning, aangezien daarin enkel melding wordt gemaakt van de evaluatie en van de stage.
VOORAFGAANDE VORMVEREISTEN Het advies van het College van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid is door de gemachtigde ambtenaren aan de afdeling Wetgeving bezorgd.
Het lid van de aanhef waarin verwezen wordt naar dit voorafgaande vormvereiste zou moeten worden vervolledigd met de vermelding van de datum 4 september 2015, de datum waarop aan dat vormvereiste is voldaan.
RECHTSGRONDEN In de aanhef wordt verwezen naar de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet, alsook naar het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, als rechtsgrond van het besluit.
Er behoort een nieuw lid te worden ingevoegd, waarin verwezen wordt naar artikel 4, § 2, 1°, van de wet van 22 juli 1993 `houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken'.
ONDERZOEK VAN HET ONTWERP DISPOSITIEF Artikel 6 Het ontworpen artikel 29, § 4, heeft dezelfde strekking als artikel 13 van het
koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
09/01/2001
numac
2000002123
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
09/01/2001
numac
2000002124
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel
sluiten `betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel', maar voegt er een voorwaarde aan toe die niet is opgenomen in het laatsgenoemde artikel.
Er moet op gelet worden dat beide bepalingen correct op elkaar zijn afgestemd.
Artikel 18 Artikel 18 van het ontwerp strekt ertoe artikel 3 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, waarin de evaulatiecriteria worden bepaald, aan te vullen met een nieuw lid dat specifiek betrekking heeft op de evaluatie van de stagiairs.
Artikel 3 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 luidt als volgt : "Art. 3.De evaluatie is hoofdzakelijk gebaseerd op de volgende elementen : 1° het bereiken van de prestatiedoelstellingen vastgelegd tijdens het planningsgesprek en eventueel aangepast tijdens de functioneringsgesprekken;2° de ontwikkeling van de competenties van het personeelslid die nuttig zijn voor zijn functie;3° in voorkomend geval, de kwaliteit van de evaluaties die het personeelslid heeft uitgevoerd, als hij daarmee belast is. De evaluatie berust eveneens op de volgende elementen : 1° de bijdrage van het personeelslid aan de prestaties van het team waarin hij werkt;2° de beschikbaarheid van het personeelslid voor de gebruikers van de dienst, zowel interne als externe". Het ontworpen artikel 3, derde lid, is gesteld als volgt : "Wanneer ze betrekking hebben op de stage, worden de in het eerste lid bedoelde elementen bepaald om : 1° de optimale integratie van de stagiair binnen zijn federale dienst en binnen het federaal openbaar ambt in het algemeen mogelijk te maken;2° aan te tonen of de stagiair over de vereiste bekwaamheden beschikt om de zaken uit te voeren die verbonden zijn aan de betrekking waarvoor hij aangewezen is".4 De ontworpen tekst doet de volgende twee vragen rijzen.
De eerste heeft betrekking op de relevantie van de verwijzing naar het derde criterium dat vastgelegd is in artikel 3, eerste lid, 3°, van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 met betrekking tot de stagiairs. Daarover om uitleg gevraagd, hebben de gemachtigde ambtenaren gepreciseerd dat aangezien een stagiair zelf ook evaluator kan zijn in het geval dat hij functionele chef is, het wel degelijk aangewezen is om in het ontworpen artikel 3, derde lid, te verwijzen naar "de in het eerste lid bedoelde elementen" (met andere woorden naar de drie criteria).
De tweede vraag heeft betrekking op de interpretatie van de criteria die specifiek gelden voor de stage : gaat het om aanvullende criteria die bovenop de criteria voor de evaluatie komen 5, zoals dat uit het verslag aan de Koning zou kunnen worden afgeleid, of gaat het om preciseringen wat betreft de toepassing van de evaluatiecriteria vastgelegd in artikel 3, eerste lid, van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 in het specifieke geval van de stage? De gemachtigde ambtenaren hebben bevestigd dat deze laatste interpretatie de voorkeur geniet. Er wordt op gewezen dat dit des te meer zo is gelet op hetgeen bepaald wordt in het ontworpen artikel 3, derde lid, en op de bewegingsvrijheid bij de toepassing van de evaluatiecriteria 6.
Teneinde die discrepantie tussen de ontworpen regeling en het verslag aan de Koning weg te werken, moet laatstgenoemd verslag op dat punt worden herzien.
Artikelen 19 tot 39 De artikelen 19 tot 39 van het ontwerp strekken tot de wijziging van hoofdstuk III van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, waarvan het opschrift luidt als volgt : "Evaluatieperiode, toegekende vermeldingen, verslagen en procedures".
De steller van de tekst kiest er voor dat hoofdstuk op te delen in drie afdelingen teneinde een onderscheid te kunnen maken tussen de bepalingen die betrekking hebben op de evaluatieperiode van het personeelslid dat geen stagiair is (afdeling 1), de stage (afdeling 2) en de gesprekken, de vermeldingen en de procedure (afdeling 3).
Op grond van het onderzoek van de ontworpen bepalingen lijkt het evenwel logischer de volgende indeling te bezigen : - in een afdeling 1 de bepalingen die specifiek betrekking hebben op de evaluatie van het personeelslid dat geen stagiair is (artikelen 5 tot 10 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, zoals deze gewijzigd worden bij de artikelen 19, 20, 21, 24, 26 en 29 van het ontwerp); - in een afdeling 2 de bepalingen die specifiek betrekking hebben op de stage (de ontworpen artikelen 6/1 tot 6/6, 7/1, 8/1, 9/1, 10/1 - de artikelen 22, 25, 27, 28 en 30 van het ontwerp); - in een afdeling 3 de gemeenschappelijke bepalingen met betrekking tot de verslagen en de vermeldingen (artikelen 11 tot 20 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, zoals deze gewijzigd worden bij de artikelen 23 en 31 tot 39 van het ontwerp).
Los van de bijzondere opmerkingen die hierna volgen, dienen de artikelen 19 tot 39 van het ontwerp dienovereenkomstig te worden herzien.
Daaruit volgt dat in de artikelen 20, 21 en 24 van het ontwerp niet meer moet worden gepreciseerd dat "dit artikel (...) niet van toepassing (is) op de stagiair/stage" en dat de artikelen 26, 1°, en 29 van het ontwerp doelloos zijn geworden en mogen worden geschrapt.
Zo ook moeten in de bepalingen van afdeling 2 de woorden "(...) het evaluatiegesprek, wanneer de evaluatie betrekking heeft op een stagiair (...)," vervangen worden door de woorden "het evaluatiegesprek van een stagiair" (zie bijvoorbeeld artikel 28 van het ontwerp - ontworpen artikel 19/1).
Artikel 21 In het ontworpen artikel 6, tweede lid, moeten de woorden "de in het tweede lid bedoelde vermelding `voldoet aan de verwachtingen'" vervangen worden door de woorden "de in het eerste lid bedoelde vermelding `voldoet aan de verwachtingen'".
Artikel 21 van het ontwerp dient te worden herzien.
Artikel 22 1. De beslissing om een stagiair te ontslaan valt onder de toepassing van de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten `betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen 7'.Het is derhalve niet nodig te preciseren dat het ontslag "behoorlijk met redenen omkleed" moet worden.
Het ontworpen artikel 6/6, derde lid, eerste zin, moet derhalve worden herzien.
Dezelfde opmerking geldt voor het ontworpen artikel 10/1, tweede lid (artikel 30 van het ontwerp). 2. Zoals het ontworpen artikel 6/6, vierde lid, is gesteld, gaat het om een bepaling die specifiek geldt voor de openbare instellingen van sociale zekerheid en voor de instellingen van openbaar nut.Deze wijziging behoort opgenomen te worden in het koninklijk besluit van 8 januari 1973 `tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut".
Bijgevolg behoort het ontworpen artikel 6/6, vierde lid, te vervallen en dient hoofdstuk III van het ontwerp dienovereenkomstig te worden vervolledigd. 3. Het ontworpen artikel 6/6, vijfde lid, strekt ertoe een afwijking van artikel 6/6 in te voeren in zoverre daarin wordt bepaald dat het ontslag van de stagiair wordt uitgesproken zonder voorstel van de beroepscommissie inzake evaluatie in geval van een vermelding "te verbeteren" of "onvoldoende" toegekend na afloop van een verlenging van de stage met toepassing van artikel 32/3, § 2, 2°, of § 3, 1°. Uit het ontworpen artikel 32/3, § 2, vloeit evenwel voort dat de beroepscommissie met betrekking tot de stagiair die een vermelding "onvoldoende" krijgt slechts over twee mogelijkheden beschikt 8 : hetzij het ontslag, hetzij de verlenging van de stage. Aangezien de beroepscommissie na afloop van de verlenging van de stage niet meer wordt geraadpleegd, beschikt de stagiair die een onterechte vermelding "onvoldoende" gekregen heeft na afloop van de stage en na afloop van de verlenging van de stage, in de praktijk over geen enkele beroepsmogelijkheid bij de beroepscommissie.
De vaststelling dat de stagiair geen blijk gegeven heeft van bekwaamheid wat betreft de uitoefening van zijn betrekking, mag dan wel geen tuchtstraf zijn 9, het gaat wel om een ernstige maatregel die genomen dient te worden op voorstel van de beroepscommissie inzake evaluatie 10.
Bijgevolg dient het ontworpen artikel 6/6, vijfde lid te vervallen.
Artikel 27 Zoals de gemachtigde ambtenaren hebben uitgelegd, wordt bij het ontworpen artikel 8/1, § 1, vierde lid, de verplichting opgelegd aan de evaluator om tijdens een stage elk verplicht functioneringsgesprek af te sluiten met een verslag en met de toekenning van één van de vermeldingen genoemd in artikel 12 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3.
Teneinde een onderscheid te maken met de "evaluatievermelding" die in het "evaluatieverslag" wordt opgenomen, wordt in de ontworpen tekst nader bepaald dat het tijdens een stage gaat om een "verslag van het verplichte functioneringsgesprek" (ontworpen artikel 8/1, § 2) en om een "functioneringsvermelding" (ontworpen artikel 18/1, § 1, eerste lid - artikel 37, van het ontwerp; ontworpen artikel 32/2, eerste lid - artikel 56 van het ontwerp).
Het woord "evaluatievermelding" moet in het ontworpen artikel 8/1, § 3, eerste lid dan ook worden vervangen door het woord "functioneringsvermelding".
Artikel 27 van het ontwerp dient op dat punt te worden herzien.
Artikel 30 De gemachtigde ambtenaren zijn het ermee eens dat, in het ontworpen artikel 10/1, tweede lid, onder de zinsnede "kan de stagiair gedurende de stage benoemd worden bij een andere federale dienst" het volgende moet worden begrepen : "kan de stagiair gedurende de stage aangesteld worden bij een andere federale dienst".
Het ontworpen artikel 10/1, tweede lid, behoort in die zin te worden geredigeerd.
Dezelfde opmerking geldt voor het ontworpen artikel 32/2, eerste lid, 2°, en voor het ontworpen artikel 32/3, § 2, 2° en § 3, 1°, waarin de woorden "met een voorstel tot benoeming" moeten worden vervangen door de woorden "met een voorstel tot aanstelling" (artikel 56 van het ontwerp).
De ontworpen artikelen 30 en 56 behoren dan ook te worden herzien.
Artikel 35 De gemachtigde ambtenaren zijn het ermee eens dat onder 2° het ontworpen artikel 17, tweede lid, tweede zin, als volgt moet worden geredigeerd : "In dat geval voert de hiërarchische meerdere zelf het verplichte functioneringsgesprek en beslist hij over de toe te kennen functioneringsvermelding".
Artikel 44 In het ontworpen artikel 24, dat betrekking heeft op de drie beroepscommissies inzake evaluatie, dienen in het eerste lid, 1° tot 3°, van de Franse tekst de woorden "des recours" telkens te worden vervangen door de woorden "de recours".
Bovendien moeten in het ontworpen artikel 24, derde lid, de woorden "van de bij koninklijk besluit van 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken" worden vervangen door de woorden "van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurzaken".
Artikel 44 van het ontwerp behoort dienovereenkomstig te worden herzien.
Artikel 45 In het ontworpen artikel 25, derde lid, behoort nader te worden bepaald dat de plaatsvervangend voorzitter die de Duitse taal machtig is, voor de dossiers van personeelsleden van het Duitse taalstelsel het voorzitterschap zal waarnemen van de Franstalige afdeling of de Nederlandstalige afdeling, naargelang hij de Franse of de Nederlandse taal beheerst.
Artikel 47 In het ontworpen artikel 27, tweede lid, schrijve men "die behoren tot een dienst of een instelling die ressorteert onder de betrokken beroepscommissie".
Artikel 48 Artikel 28, vierde lid, van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 bepaalt thans het volgende : "Wanneer het quorum niet bereikt werd, beraadslaagt de beroepscommissie op de volgende zitting over hetzelfde dossier, ongeacht het aantal aanwezigen. De voorzitter kan echter beslissen de beslissing uit te stellen tot een derde en laatste zitting van de beroepscommissie".
Uit artikel 48 van het ontwerp vloeit voort dat de beroepscommissie alleen geldig kan beraadslagen als het quorum voorgeschreven in artikel 28, bereikt is.
De steller van de tekst dient na te gaan of dat wel zijn bedoeling is.
Wat dat betreft, kan bijvoorbeeld niet in het vooruitzicht worden gesteld dat een dergelijke regel, die betrekking heeft op de manier van beraadslagen van de beroepscommissie, wordt opgenomen in het gemeenschappelijk huishoudelijk reglement voor alle commissies (ontworpen artikel 30, § 4 - artikel 50, 4°, van het ontwerp).
Artikelen 51 en 55 Het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk V van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 luidt als volgt : "Afdeling 2 - Beroep tegen een evaluatieverslag en de eindvermelding van een personeelslid dat geen stagiair is." Het toepassingsgebied van afdeling 2 stemt bijgevolg niet overeen met het toepassingsgebied vermeld in artikel 55 van het ontwerp, waarin het volgende wordt gesteld : "De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de stagiair die de vermelding `te verbeteren' of de vermelding `onvoldoende' heeft gekregen." Toen de gemachtigde ambtenaren daarover om uitleg is gevraagd, hebben ze ermee ingestemd het ontworpen artikel 32/1 weg te laten.
Artikel 55 van het ontwerp moet worden weggelaten.
Artikel 54 Het ontworpen artikel 32, tweede lid, is identiek met de bepaling die sinds 1 september 2015 - de datum waarop arrest nr. 230.784 van 3 april 2015 van de Raad van State uitwerking heeft gekregen - het enige lid is van artikel 32 van het koninklijk besluit van 24 september 2013. De bepaling onder 2° moet dan ook worden weggelaten en de formulering van de inleidende zin van onderdeel 1° behoort te worden herzien. Artikel 64 In artikel 64, § 2, van het ontwerp dient de steller van de tekst nader te bepalen wat hij verstaat onder "overeenkomstig de bepalingen die op dat moment van kracht waren" door rechtstreeks te verwijzen naar die bepalingen.
Artikel 67 Artikel 67 van het ontwerp is als volgt geredigeerd : "Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2016, met uitzondering van artikelen 21, 44 tot 50, 53, 54, 60, 64, § 2, 65 en 66, § 2, die uitwerking hebben op 1 september 2015." In het verslag aan de Koning staat het volgende te lezen : "Het ontwerp voorziet in een inwerkingtreding op 1 januari 2016, echter met een reeks bepalingen die in werking treden op 1 september 2015, met name die bepalingen die zijn ingevoegd ingevolge de vernietiging van een aantal bepalingen van het voornoemde
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3".
Artikel 67 van het ontwerp geeft aanleiding tot twee bezwaren.
Het eerste heeft betrekking op de keuze van de steller van de tekst om voor de ontworpen bepalingen verschillende datums van inwerkingtreding te hanteren (1 september 2015 en 1 januari 2016).
In dat verband merkt de inspecteur-generaal van Financiën op dat "[o]n ne perçoit pas l'intérêt de dissocier les deux séries d'articles", dat "il conviendrait, en toute hypothèse, de faire entrer en vigueur le 1.9.2015 l'article 39 [lire : 42], qui modifie l'article 23 de l'A.R. du 24.9.2013, car cet article 23 dans sa rédaction actuelle prévoit un recours qui ne peut plus trouver à s'exercer vu le remplacement des articles 24 et s. au 1.9.2015" en dat "[o]n n'oserait affirmer qu'il s'agisse du seul cas qui pose problème en cas de dissociation des dates d'entrée en vigueur."11 Het tweede bezwaar heeft betrekking op het ontbreken van een verantwoording voor de terugwerkende kracht van sommige bepalingen van de ontworpen tekst.
Er wordt evenwel op gewezen dat bestuurshandelingen krachtens een algemeen rechtsbeginsel in de regel geen terugwerkende kracht hebben.
Terugwerkende kracht kan evenwel gerechtvaardigd zijn indien de wet die toestaat. Indien ze niet bij de wet wordt toegestaan, is ze alleen aanvaardbaar bij wijze van uitzondering, inzonderheid wanneer dat nodig is voor de continuïteit van de openbare dienst of voor de regularisatie van een rechtstoestand of een feitelijke toestand en voor zover de vereisten inzake rechtszekerheid vervuld zijn en de individuele rechten geëerbiedigd worden.
De steller van de tekst moet bijgevolg de coherentie tussen de datums van inwerkingtreding nagaan en die verschillende datums in het verslag aan de Koning afdoend kunnen verantwoorden in het licht van het voornoemde beginsel.
DE GRIFFIER Anne-Catherine VAN GEERSDAELE DE VOORZITTER Pierre VANDERNOOT _______ Nota's 1 Het is de bedoeling van de steller van het ontwerp verschillende bepalingen die vervat liggen in deel III, titel I, hoofdstuk III, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 `houdende het statuut van de het Rijkspersoneel' (zie de artikelen 1 tot 5 van het ontwerp) op te heffen of te wijzigen. Het gevolg daarvan is dat de bepalingen betreffende de stageperiode binnen het federale openbaar ambt voortaan opgenomen zullen worden in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 `houdende het statuut van het Rijkspersoneel' [zie de artikelen 27, 28, 28bis, 30, § 1, 33, § 1, §§ 2 en 3] (zoals vervangen bij het ontwerp), §§ 2 en 3, 34, § 1, 37, § 1 (zoals vervangen bij het ontwerp) en in het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 `betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt'. 2 RvS 3 april 2015, nr. 230.784, Goosse c.s. 3 RvS 3 april 2015, nr. 230.785, Jaspard. 4 Zie artikel 28quater, § 2, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, dat opgeheven is bij artikel 1, 1°, van het ontwerp. 5 Wat betreft artikel 3, zie de voorafgaande opmerking die geformuleerd is in advies 53.562/2 van 10 juli 2013 over een ontwerp dat ontstaan gegeven heeft aan het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 `betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt', alsook het verslag aan de Koning, waarin het volgende staat : "De evaluatie heeft in de eerste plaats betrekking op de prestatiedoelstellingen en de ontwikkeling van de competenties die noodzakelijk zijn voor de functie. Voor wie ermee belast is, komt daarbij nog de kwaliteit van de evaluaties, waaraan evenveel belang wordt gehecht. In tweede instantie houdt de evaluator natuurlijk ook rekening met de bijdrage van het personeelslid aan de prestaties van het team en zijn beschikbaarheid voor de gebruikers van de dienst : die twee elementen zijn meestal inherent aan de eerste twee". 6 Wat betreft artikel 3 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, wordt eveneens de volgende passage uit arrest 230.785 in herinnering gebracht : "dat, wat de vage aard van de evaluatiecriteria betreft, eraan dient te worden herinnerd dat de bestreden handeling een verordening is doordat ze een abstract, niet-persoonsgericht en algemeen karakter heeft; dat het in casu de bedoeling is dat ze geldt voor alle statutaire en contractuele personeelsleden van de federale overheidsdiensten in ruime zin en ze bijgevolg van toepassing is op vele ambtenaren die in verschillende besturen werkzaam zijn; dat het aldus niet uitgesloten is dat de evaluatiecriteria een ander gewicht kunnen hebben naargelang het bestuur, of zelfs de dienst, waar de prestaties worden verricht; dat bovendien in de bestreden handeling de elementen van de evaluatie of de evaluatiecriteria (art. 3) opgesomd zijn en de grenzen aangegeven zijn waarbinnen de vermeldingen `voldoet aan de verwachtingen', `te verbeteren', `onvoldoende' en `uitzonderlijk' toegekend kunnen worden (art. 13 tot 16); dat het tweede middel niet gegrond is in zoverre daarin kritiek wordt gegeven op de vage aard van de evaluatiecriteria; [...]". 7 RvS 25 juni 2009, nr. 194.672, Lallement. 8 Vergelijk met het ontworpen artikel 31 van het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 (artikel 53 van het ontwerp). 9 RvS, 3 december 2012, nr. 221.602, Diarra 10 Er kan daarentegen wel worden aanvaard dat, wanneer tijdens de stage een functioneringsvermelding "onvoldoende" wordt toegekend, dit niet ambtshalve leidt tot een adiëring van de commissie indien de stagiair, de evaluator en de P&O-directeur het eens zijn over de voortzetting van de stage (ontworpen artikel 32/2, tweede lid - artikel 56 van het ontwerp). 11 Zie het advies van de inspecteur-generaal van Financiën van 28 mei 2015, p. 5.
23 NOVEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de evaluatie, de stage en de bevordering door overgang naar het hogere niveau in het federaal openbaar ambt FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet;
Gelet op de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, artikel 4, § 2, 1° ;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel;
Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 september 1976 tot instelling van een toelage voor sommige ambtenaren van de Rijksbesturen, die geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor overgang naar het hogere niveau;
Gelet op het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/07/2001
pub.
28/07/2001
numac
2001002087
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest
type
koninklijk besluit
prom.
19/07/2001
pub.
13/11/2020
numac
2020015853
bron
federale overheidsdienst beleid en ondersteuning
Koninklijk besluit betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest;
Gelet op het
koninklijk besluit van 15 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt;
Gelet op het
koninklijk besluit van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten1 tot uitvoering van artikel 29bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel en tot wijziging van de reglementering betreffende de overgang naar het hogere niveau;
Gelet op het
koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt;
Gelet op het ministerieel besluit van 27 juli 1992 tot vaststelling van het model van de stageverslagen in uitvoering van artikel 28quinquies van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 mei 2015;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting van 25 juni 2015;
Gelet op het protocol nr. 708 van 20 augustus 2015 van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten;
Gelet op de vrijstelling van de regelgevingsimpactanalyse, bedoeld in artikel 8, § 1, 4°, van de
wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/2013
pub.
31/12/2013
numac
2013021138
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging
sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies van het College van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid, gegeven op 4 september 2015;
Gelet op het advies nr. 58183/2 van de Raad van State, gegeven op 12 oktober 2015, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister belast met Ambtenarenzaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel Artikel 1.In het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel worden de volgende artikelen opgeheven : 1° de artikelen 28ter en 28quater, vervangen bij het
koninklijk besluit van 6 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
06/07/2006
pub.
18/07/2006
numac
2006002088
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel
type
koninklijk besluit
prom.
06/07/2006
pub.
18/07/2006
numac
2006022695
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1991 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden in de kosten van de in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen vergoedbare farmaceutische verstrekkingen
type
koninklijk besluit
prom.
06/07/2006
pub.
13/07/2006
numac
2006022533
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 februari 1996 tot beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten
sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 2008;2° artikel 28quinquies, laatst gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 6 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
06/07/2006
pub.
18/07/2006
numac
2006002088
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel
type
koninklijk besluit
prom.
06/07/2006
pub.
18/07/2006
numac
2006022695
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1991 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden in de kosten van de in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen vergoedbare farmaceutische verstrekkingen
type
koninklijk besluit
prom.
06/07/2006
pub.
13/07/2006
numac
2006022533
bron
federale overheidsdienst volksgezondh …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.