📄 Wettekst
30 APRIL 1999. - Koninklijk besluit betreffende het statuut en de controle der maatschappijen voor onderlinge borgstelling
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp dat wij de eer hebben voor te stellen aan Uwe Majesteit is een uitvoering van artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap. Meer in het bijzonder organiseert dit ontwerp het statuut en de controle van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling.
A. Huidige situatie Tot de inwerkingtreding van artikelen 90 en 91 van de wet van 17 juni 1991 (9 september 1992) waren de maatschappijen voor onderlinge borgstelling erkend door de Nationale Kas voor Beroepskrediet, op dezelfde wijze als de door haar erkende kredietverenigingen.
De NKBK heeft tevens de werkingsregels bepaald : toekenningsvoorwaarden voor de waarborgen, vergoedingen, prudentiële ratio's, borgstellingslimieten per krediet, procedure bij sinister .
Voormeld artikel 91 bepaalde een erkenning van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling door de NKBK, waarvan de modaliteiten moesten geregeld worden bij koninklijk besluit. Door het ontbreken van een dergelijk besluit zette de NKBK het vorige stelsel voort.
Het
koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/12/1996
pub.
17/11/2015
numac
2015000648
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
koninklijk besluit
prom.
23/12/1996
pub.
04/02/2014
numac
2014000075
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten tot privatisering van de NKBK verving de erkenningsprocedure door een toetredingsstelsel. Dit betekent dat de N. V. Beroepskrediet geen enkel controlebevoegdheid van het prudentiële type meer heeft op de maatschappijen voor onderlinge borgstelling. Blijft enkel de bevoegdheid om na te gaan of de wettelijke voorwaarden om blijven deel uit te maken van het net van het Beroepskrediet, vervuld zijn.
Onder deze voorwaarden is er de naleving van een deontologische code, aangenomen op 30 juni 1997. Enkel punt 10 van deze code behandelt in het algemeen de financiële vereisten : « Teneinde het imago dat gemeenschappelijk is aan de leden van het net niet in het gedrang te brengen, leven deze leden de beginselen van een gezond en voorzichtig beheer na op het vlak van stabiliteit van hun organisatie. Zij waken over de liquiditeit en solvabiliteit van hun financiële structuur ».
Hieruit kan besloten worden dat thans geen enkel welbepaald statuut bestaat, noch enige prudentiële controle op de maatschappijen voor onderlinge borgstelling.
De door de NKBK erkende controle was niet langer wenselijk. De maatschappijen voor onderlinge borgstelling mogen immers door andere instellingen toegekende kredieten waarborgen. De huidige maatschappijen voor onderlinge borgstelling dienden zich voor 30 september 1997 uit te spreken over hun toetreding tot het net van het Beroepskrediet. De maatschappijen die ertoe zijn toegetreden, kunnen ontslag nemen uit het net door eenvoudige kennisgeving gericht aan de raad van bestuur van de N.V. Beroepskrediet mits een opzegtermijn van één jaar (cf. art. 57 van de wet van 17 juni 1991). In deze context is het niet meer denkbaar dat aan een privé-onderneming een opdracht van openbaar nut wordt toegekend die bovendien betrekking heeft op operaties gerealiseerd door haar concurrenten.
B. Statuut en controle sui generis De activiteit van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling kan vergeleken worden met die van de kredietverzekering. De gebruikte terminologie is zeer gelijkaardig (risico, premie, sinister . ). Er bestaan evenwel belangrijke verschillen.
De toegekende borgstelling is in overeenstemming met het burgerlijk recht. In het bijzonder is zij niet noodzakelijkerwijs solidair (wat steeds het geval is voor de verzekering) en de maatschappij voor onderlinge borgstelling zal zich tegen de falende debiteur keren, wat de verzekeraar niet zal doen.
De maatschappijen voor onderlinge borgstelling beperken hun operaties tot de kredieten toegekend aan de kleine en middelgrote ondernemingen.
De leden van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling zijn zelf handelaars of titularissen van K.M.O.'s.
Het borgstellingscontract is een aanhangsel bij één enkel kredietcontract. De kredietverzekering is een hoofdcontract (het verband met het krediet is het verzekeringsbelang van de verzekerde), meestal m.b.t. een geheel van kredieten (teneinde het risico te diversifiëren).
De borgstelling waarborgt in principe enkel de wanbetaling op de vervaldag van de vordering waarop ze betrekking heeft. De verzekering dekt ook het risico op wanbetaling na een periode van onvermogen of zelfs de algemene insolvabiliteit van de verzekerde.
De verzekering zorgt voor een overdracht van het risico van de verzekerde naar de verzekeraar. De borg waarborgt de cliënt teneinde zijn toegang tot het krediet te vergemakkelijken.
Daarnaast kan vastgesteld worden dat in de meeste landen van de Europese Unie de maatschappijen voor onderlinge borgstelling niet worden beschouwd als verzekeraars. In Frankrijk en Duitsland maken zij deel uit van de banksector. In Italië, Spanje en Portugal genieten zij een statuut sui generis, dat niet dat van de verzekering is.
De intentie is dus de maatschappijen voor onderlinge borgstelling te voorzien van een statuut sui generis. Aangezien de borgstellingsoperaties op technisch vlak evenwel meer verwant zijn met verzekeringsoperaties dan met bankkredieten (handtekeningskredieten), werd ervoor gekozen zich zo veel mogelijk te laten leiden door de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen en haar uitvoeringsbesluiten.
C. Onderzoek van de belangrijkste bepalingen Hoofdstukken I en II Hoofdstuk I (artikel 1) geeft enkele definities, terwijl hoofdstuk II (artikelen 2 en 3) het doel en het toepassingsgebied van het besluit bepaalt. Hier geldt het principe van de inschrijving voorafgaand aan elke activiteit (art. 3, § 1).
Tengevolge van een opmerking van de Raad van State, werd artikel 62 van het ontwerp geschrapt. De machtiging, toegekend door artikel 57 van voornoemde
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten laat inderdaad niet toe een regel op te leggen voor toekenning van het patrimonium bij vereffening. Nochtans ligt een dergelijke regel voor de hand voor de maatschappijen die momenteel lid zijn van het netwerk Beroepskrediet omwille van artikel 54, f), van de gecoördineerde wet van 24 december 1996 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen. Het werd opportuun geacht, aan dit beginsel te herinneren. Bovendien, om iedere discussie te vermijden omtrent een eventuele tegenspraak tussen de artikelen 48 tot 59 van voornoemde gecoördineerde wet en een of andere bepaling van het ontwerp, werd aan dit principe herinnerd in het artikel van het ontwerp dat gewijd is aan zijn toepassingsgebied.
Het besluit is niet van toepassing op de ondernemingen van de Europese Unie die wensen te werken in België in vrij verkeer van diensten en die zelf gecontroleerd worden door de instanties van de lidstaat van hun maatschappelijke zetel. Deze ondernemingen moeten zich enkel kenbaar maken bij de controle-instelling.
Hoofdstuk III Hoofdstuk III (artikelen 4 tot 16) regelt de statuten en werking van de maatschappij voor onderlinge borgstelling. De regels laten zich ruimschoots leiden door de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen en in het bijzonder door artikelen 9, 9bis, 14bis, 23bis en 90.
Hoofdstuk IV Hoofdstuk IV (artikelen 17 tot 25) heeft betrekking op de erkenning van de maatschappij. Deze erkenning wordt verleend door de ministers die bevoegd zijn voor verzekeringen en kleine en middelgrote ondernemingen. Op administratief vlak wordt het verzoek behandeld door de Controledienst voor de Verzekeringen.
De procedure volgt in grote lijnen die welke gelden voor de verzekeringsondernemingen.
Noteren we evenwel dat de procedure van bijzonder beroep van voormelde
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten overeenkomstig het advies van de Raad van State niet van toepassing is op de maatschappijen voor onderlinge borgstelling (cf. Hoofdstuk IX).
Hoofdstuk V Hoofdstuk V (artikelen 26 tot 51) behandelt de financiële verplichtingen en de controle.
Artikel 26 bepaalt de solvabiliteitsratio van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling. Deze ratio bedraagt 4 % van alle verbintenissen van de maatschappij, met aftrek van de borgstellingen die worden overgedragen aan een regionaal waarborgfonds of aan een gelijkaardig supranationaal fonds.
Een maatschappij kan in elk geval geen eigen vermogen van minder dan 1 235 000 Euro hebben.
Artikel 27 somt de elementen op die kunnen in aanmerking genomen worden voor de samenstelling van de solvabiliteitsratio. Een parallel werd gemaakt met artikel 15bis van voormelde
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten.
Artikelen 28 tot 31 verplichten de maatschappijen voor onderlinge borgstelling in navolging van de verzekeringsondernemingen technische voorzieningen te vormen (cf. artikel 16 van voormelde
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten en haar uitvoeringsbesluiten).
De dekkingswaarden beschreven in artikelen 32 tot 40 vormen de tegenpost op het actief van de balans, van de op het passief geboekte technische voorzieningen. Deze dekkingswaarden dienen de technische voorzieningen te dekken en de veiligheid, het rendement en de liquiditeit van de investeringen te garanderen. Ze moeten gediversifieerd en gespreid zijn.
Artikelen 41 en 42 gebieden de maatschappijen hun jaarrekening mee te delen aan de Controledienst voor de Verzekeringen en die statistieken te bezorgen die de uitoefening van de controle mogelijk maken.
De controle van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling wordt verduidelijkt in artikelen 43 tot 51. Deze controle wordt uitgeoefend door de Controledienst voor de Verzekeringen.
Tevens wordt bepaald dat de maatschappijen voor onderlinge borgstelling een beroep moeten doen op een accountant of een bedrijfsrevisor. Naast zijn opdracht als commissaris-revisor zoals bepaald in de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen vervult deze bedrijfsrevisor de taken opgesomd in artikel 40 van voormelde wet.
De beperkte omvang en de relatieve ongecompliceerdheid van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling rechtvaardigt op dit vlak geen volledig parallellisme met de bepalingen die van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen.
De maatregelen die de Controledienst voor de Verzekeringen kan nemen tegen een maatschappij die de reglementering niet zou naleven of waarvan de financiële situatie in het gedrang zou gekomen zijn, staan opgesomd in artikelen 46 tot 51. Deze maatregelen zijn eveneens overgenomen van die bepaald in voormelde
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten, onder meer van artikelen 17, 22, 26 en 27.
Hoofdstuk VI Artikelen 52 en 53 verplichten de maatschappijen hun intentie kenbaar te maken om hun activiteiten uit te oefenen in het buitenland. De controle-instelling kan zich daartegen verzetten indien de financiële situatie van de maatschappij er door in het gedrang zou komen.
Hoofdstuk VII Artikelen 54 en 55 hebben betrekking op de vereffening van de maatschappijen. We noteren dat, in tegenstelling tot de verzekeringen, er geen voorrecht op het vermogen van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling bestaat ten gunste van de gewaarborgde coöperatieve leden.
Hoofdstuk VIII De overdracht van een borgstellingsportefeuille is onderworpen aan de voorafgaande toelating van de controle-instelling, overeenkomstig artikel 56. De taak van de controle-instelling bestaat er onder meer in na te gaan of de overnemende vennootschap beschikt over de vereiste solvabiliteitsratio, technische voorzieningen en structuur voor de voorzetting van de activiteit van de overdragende maatschappij.
Hoofdstuk IX Artikelen 57 tot 60 bevatten enkele bepalingen inzake sancties, controlekosten en « herwaarborgen ».
Hoofdstuk X Overgangsbepalingen worden uiteengezet in artikelen 61 tot 70.
De maatschappijen die actief zijn op het ogenblik dat het besluit in werking treedt, mogen hun activiteiten voortzetten en zijn voorlopig ingeschreven.
Zij dienen te voldoen aan de verplichtingen van het ontwerpbesluit binnen de volgende termijnen : a) negen maand om de jaarrekening en een staat van de nog niet betaalde verliezen te bezorgen, b) twee jaar om de dekkingswaarden te vormen, c) twee jaar om het verzoek voor een definitieve erkenning in te dienen, d) twee jaar om een solvabiliteitsratio van 740 000 Euro te bereiken, e) vijf jaar om een solvabiliteitsratio van 1 235 000 Euro te bereiken, f) tien jaar opdat de regels op het vlak van dekkingswaarden zouden toegepast worden op het geheel van deze waarden. Deze laatste bepaling (artikel 69) wordt gemotiveerd door het feit dat de portefeuille van de bestaande maatschappijen voor onderlinge borgstelling thans is samengesteld uit effecten van de Nationale Kas voor Beroepskrediet. Het gaat om vastrentende effecten met een relatief hoog rendement. Daarom wordt rekening gehouden met een relatief lange periode om deze effecten te vervangen door andere waarden die de bepalingen van artikelen 35 tot 40 respecteren.
Hoofdstuk XI Artikelen 71 en 72 roepen geen bijzondere opmerkingen op.
Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Economie E. DI RUPO De Minister van de Kleine en Middelgrote Ondernemingen K. PINXTEN
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 15 januari 1999 door de Minister van Economie verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende het statuut en de controle der maatschappijen voor onderlinge borgstelling », heeft op 21 januari 1999 het volgende advies gegeven : Volgens artikel 84, eerste lid, 2., van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisend karakter ervan.
In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd als volgt (1) : « Les sociétés de cautionnement mutuel ont eu un statut sui generis dans la législation belge, notamment en raison du fait que leurs activités prennent la forme de cautionnements conformément aux dispositions des articles 2011 à 2039 du Code Civil.
Ces sociétés étaient jusqu'à présent agréées par la Caisse nationale de crédit professionnel en vertu de l'article 91 de la loi du 17 juin 1991 portant organisation du secteur public du crédit et harmonisation du contrôle et des conditions de fonctionnement des établissements de crédit, coordonnée par l'arrêté royal du 23 décembre 1996.
En raison de sa privatisation, la Caisse nationale de Crédit professionnel n'exerce plus ce contrôle, privant ainsi les sociétés de cautionnement mutuel d'un statut légal, lesquelles pourraient être considérées, en vertu de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre, comme des activités d'assurance. Dès lors, les sociétés de cautionnement mutuel seraient en infraction au regard de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, et plus particulièrement son article 3.
Les mesures d'exécution de l'article 57 de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante prévoyant la mise en place d'un statut particulier pour les sociétés de cautionnement mutuel, doivent donc être prises d' urgence »;
Met toepassing van het bepaalde in artikel 84, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de afdeling wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot « het onderzoek van de rechtsgrond, van de bevoegdheid van de steller van de handeling, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan ».
Dat onderzoek noopt tot het maken van de volgende opmerkingen.
Strekking en rechtsgrond van het ontwerp. 1. Het om advies voorgelegde « strekt ertoe uitvoering te geven aan artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap. Luidens die bepaling kan de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de controle organiseren op de vennootschappen die zijn opgericht onder de vorm van coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 59, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wet van 24 december 1996 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen (2), die borg staan, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 2011 tot 2039 van het Burgerlijk Wetboek, voor een coöperatief lid, teneinde voor dit laatste de toegang tot het krediet te vergemakkelijken.
Volgens de memorie van toelichting zijn de in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten bedoelde vennootschappen de maatschappijen voor onderlinge borgstelling waarvan, in essentie, de taak erin bestaat « de goede afloop te waarborgen van beroepskredieten die worden toegekend aan haar Ieden door een kredietinstelling of een financiële instelling » (3). 2. Er moet worden vastgesteld dat, strikt genomen, het ontwerp bepalingen bevat die verder strekken dan de « organisatie van de controle » op de betrokken vennootschappen, zoals vermeld in het aangehaalde artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten. Zulks blijkt om te beginnen al uit de omschrijving van het doel van de regeling in artikel 2, § 1, van het ontwerp, waarin niet enkel wordt gerefereerd aan de controle op de activiteit van de desbetreffende maatschappijen, doch ook aan het vaststellen van de regels « waaraan de activiteit van de maatschappij onderworpen is » en aan de « bijzondere regels (...) voor de vereffening van de maatschappij ».
Het ontwerp bevat inderdaad regels inzake de werking, het bestuur, de organisatie en de structuur van de betrokken maatschappijen (hoofdstuk III) en voorziet in een procedure van toelating van die maatschappijen (hoofdstuk IV). Benevens een regeling betreffende de financiële verplichtingen en controle (hoofdstuk V), bevat het ontwerp nog bepalingen betreffende, onder meer, de vereffening van de maatschappijen (hoofdstuk VIII) en de overdrachten (hoofdstuk IX).
Er mag van worden uitgegaan dat, ook al wordt in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten, uitsluitend van de « controle » op de betrokken vennootschappen melding gemaakt (4), het de bedoeling van de wetgever is geweest die controle op een zo efficiënt mogelijke manier te laten verlopen, wat impliceert dat de Koning bevoegd moet worden geacht om, ter uitvoering van het voormelde artikel 57 en met het oog op de controleverrichtingen, ook de activiteiten van de betrokken vennootschappen en hun statutaire toestand nader te regelen (5).
Aldus begrepen vindt de ontworpen regeling, in beginsel en onverminderd de hierna geformuleerde opmerkingen, een voldoende rechtsgrond in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten.
Algemene opmerkingen Luidens artikel 2, § 2, van het ontwerp is de ontworpen regeling van toepassing op de coöperatieve vennootschappen die borg staan, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 2011 tot 2039 van het Burgerlijk Wetboek, voor een coöperatief lid, teneinde voor dit laatste de toegang tot het krediet te vergemakkelijken.
De stellers van het ontwerp voorzien daartoe de betrokken maatschappijen van een statuut sui generis dat, wat de technische uitwerking ervan betreft, is geïnspireerd door de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, van welke wet trouwens menige bepaling in een al dan niet aangepaste vorm wordt overgenomen in het ontwerp.
De Raad van State, afdeling wetgeving, stelt vast dat de activiteiten van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling op zijn minst raakvlakken vertonen met de klassieke verzekeringsactiviteiten (6).
Die vaststelling wordt mede onderbouwd door het feit dat, wat de 'technische aspecten van de regeling betreft, deze in ruime mate gelijklopend zijn met die welke in de voornoemde
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten zijn vervat. Te denken valt in het bijzonder aan de bepalingen van het ontwerp die betrekking hebben op de solvabiliteitsratio, de technische voorzieningen en de dekkingswaarden (artikelen 26 tot 42). Ook de bepalingen inzake de controle zijn duidelijk geïnspireerd door de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten (zie bijvoorbeeld artikel 44 van het ontwerp in verband met de raadpleging van een erkend actuaris).
Gelet op de korte termijn welke de Raad van State, afdeling wetgeving, is gelaten voor het uitbrengen van zijn advies, is het hem niet mogelijk de in het ontwerp beoogde activiteiten met precisie te situeren ten aanzien van de klassieke verzekeringsactiviteiten. Het lijkt hem echter niet zonder meer evident te stellen dat er een intrinsiek verschil bestaat tussen bepaalde activiteiten van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling en de in de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten geregelde verzekeringsactiviteiten.
De stellers van het ontwerp zouden er dan ook goed aan doen de ontworpen regeling te laten voorafgaan door een verslag aan de Koning waarin, onder meer, zou kunnen worden aangegeven waarin precies het verschil bestaat tussen die activiteiten van de voornoemde maatschappijen en die van een verzekeringsonderneming in de zin van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten.
Er mag immers niet uit het oog worden verloren dat, mochten in het ontwerp in se verzekeringsactiviteiten worden geregeld, aan de Europese richtlijnen inzake verzekeringen zou moeten worden beantwoord. Daarenboven zou in dat geval de vraag rijzen hoe het ontwerp, dat een specifieke regeling beoogt in te stellen ten behoeve van de erin bedoelde maatschappijen, te verenigen valt met het grondwettelijk gewaarborgde gelijkheidsbeginsel, in zoverre die regeling verschilt van die welke van toepassing is op andere verzekeringsondernemingen.
Eén en ander wint aan relevantie door de vaststelling dat het ontwerp blijkbaar niet beperkt blijft tot de borgstellingen 'die de betrokken maatschappijen kunnen verrichten met toepassing van de artikelen 2011 tot 2039 van het Burgerlijk Wetboek, doch er - integendeel - ook in wordt gerefereerd aan « andere activiteiten » van die maatschappijen (zie de artikelen 5, 43 en 63 van het ontwerp). 2.1. In sommige bepalingen van het ontwerp wordt een verordeningsbevoegdheid gedelegeerd aan een minister. Dergelijke delegaties kunnen in beginsel enkel toelaatbaar worden geacht indien zij betrekking hebben op bijkomstige of aanvullende maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering of de toepassing van een regeling die de Koning zelf heeft vastgesteld.
Een aantal van de in het ontwerp vervatte bevoegdheidsdelegaties aan de minister kunnen bezwaarlijk worden geacht betrekking te hebben op een bijkomstige of aanvullende maatregel (zie artikel 41 in verband met de jaarrekening en het bijhouden van de boeken, en artikel 66, § 8, in verband met de vereenvoudiging van de procedure voor de Raad van State). 2.2. In diverse bepalingen van het ontwerp worden bevoegdheden gedelegeerd aan de Controledienst voor de Verzekeringen. Een aantal van die bevoegdheden lijken van reglementaire aard te zijn. Dergelijke bevoegdheden kunnen in beginsel niet aan openbare instellingen worden gedelegeerd. Gezien evenwel de hoge mate van techniciteit van de betrokken aangelegenheid en gelet op het feit dat het ontwerp precies ertoe strekt een toezichtsregeling uit te werken ten aanzien van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling, kan de delegatie van reglementaire bevoegdheid aan de Controledienst uitzonderlijk worden gebillijkt. 3. Het is voor een goed begrip en een gemakkelijke toegankelijkheid van de regelgeving noodzakelijk dat, eensdeels, acht wordt geslagen op de leesbaarheid van de bepalingen en, anderdeels, interne verwijzingen met de nodige precisie gebeuren.Zulks geldt des te meer ingeval de regelgeving een hoge techniciteit vertoont, zoals in het voorliggende ontwerp. Nochtans moest worden vastgesteld dat dit laatste op de voornoemde punten voor verbetering vatbaar is. Zonder in dat verband naar enige exhaustiviteit te streven - wat hem, gelet op de termijn binnen dewelke hem om advies is verzocht, onmogelijk is - wijst de Raad van State, afdeling wetgeving, op enkele tekortkomingen die het ontwerp op dat stuk te zien geeft. 3.1. Zinnen zoals die voorkomen in, onder meer, de artikelen 22, derde streepje, 33, tweede lid, en 39, § 2, 3°, eerste lid, van het ontwerp, worden - ter wille van de verstaanbaarheid - beter in afzonderlijke zinnen opgesplitst. Bij die gelegenheid moet dan tevens worden nagegaan of er niet bepaalde woorden, die in de tekst van het ontwerp zoals dat om advies is voorgelegd zijn weggevallen (zie bijvoorbeeld de Nederlandse tekst van artikel 33, tweede lid), moeten worden ingevoegd. 3.2. Verkeerde interne verwijzingen zijn nefast voor de verstaanbaarheid van het ontwerp en bijgevolg voor de rechtszekerheid.
Menige interne verwijzing is nochtans foutief in de om advies voorgelegde tekst.
Zo wordt bijvoorbeeld in artikel 35, § 3, verkeerdelijk verwezen naar « het vorige lid », is niet duidelijk waarop de verwijzing naar « lid 2, punt 2 van deze paragraaf » in artikel 39, § 2, 3° en 4°., precies slaat, zijn de woorden : « de twee voorgaande leden » in artikel 53, 2., derde streepje, onduidelijk, en dient - althans wat de Nederlandse tekst betreft - in artikel 77 te worden verwezen naar « de in dit besluit bedoelde voorlopige toelating » in plaats van naar « de in dit artikel bedoelde voorlopige toelating ».
Onderzoek van de tekst Aanhef 1. Na het eerste lid van de aanhef herschikke men de daarop volgende leden als volgt : « Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat... (letterlijke overname van de bijzondere motivering zoals ze voorkomt in de brief van 21 januari 1999);
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 januari 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; ». 2. Men late, in de Nederlandse tekst, de formule van voordracht aanvangen met de woorden « Op de voordracht van... ». Tevens schrijve men « ... van de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,... ».
Artikel 1 1. Men late artikel 1 aanvangen als volgt : « Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit... ». Men schrijve dan in de volgende artikelen : « Art. 2 », « Art. 3 », « Art. 4 »,..., telkens zonder een dubbel punt. 2. Het valt legistiek aan te bevelen de verschillende definities in artikel 1 te nummeren (« 1° », « 2° », « 3° », ...). 3. Men omschrijve het begrip « Gewaarborgd coöperatief lid » als volgt : « de zelfstandige of de kleine en middelgrote onderneming, bedoeld in artikel 2 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, voor wie de maatschappij borg staat », 4.In de definitie van het « Waarborgfonds » dienen de betrokken wetten met hun volledig opschrift te worden aangehaald. In de omschrijving van het « Participatiefonds » volstaat het dan te schrijven « ... opgericht bij de voormelde wet van 4 augustus 1978; ». 5. De definitie van het « Europees Investeringsfonds » moet worden herzien : in plaats van de activiteiten van het betrokken fonds te omschrijven, dient te worden gerefereerd aan de normatieve tekst welke het fonds heeft ingesteld. Artikel 3 1. Terwille van de terminologische uniformiteit (zie de artikelen 17 e.v. van het ontwerp) dient, in de Nederlandse tekst, op het einde van artikel 3, § 1, te worden geschreven : « ... vooraf door de Ministers te zijn toegelaten ». 2. Met betrekking tot de in artikel 3, § 3, bedoelde nietigheid, valt op te merken dat de nietigheid van een rechtshandeling weliswaar alleen door of krachtens de wet kan worden voorgeschreven, doch dat artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten - in zijn algemeenheid - niet toereikend kan worden geacht om dergelijke sanctie in te voeren. Artikel 5 1. In artikel 5, § 1, wordt na het vierde streepje het woord « belangstellen » beter vervangen door het woord « deelnemen ».2. In zoverre in artikel 5, § 3, onder « deze activiteiten », alle andere activiteiten worden bedoeld dan die opgesomd in artikel 5, § 1, wordt zulks, voor de duidelijkheid, beter met zoveel woorden tot uitdrukking gebracht in de eerstgenoemde bepaling. Artikel 7 Men schrijve in de Nederlandse tekst « ..., voor zover geen enkele kredietinstelling afzonderlijk een meerderheid kan vormen ».
Artikel 9 1. Voor alle duidelijkheid schrijve men in artikel 9, tweede lid, « ... die zich in één van de gevallen bevinden, bepaald bij artikel 90, § 2, van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten... ». 2. In artikel 9, vierde lid, wordt bepaald dat artikel 9 van toepassing is « vanaf de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit ».De Raad van State, afdeling wetgeving, ziet niet de noodzaak in van het behoud van het betrokken lid, dat op zich niets lijkt toe te voegen aan de ontworpen regeling.
Artikel 11 Duidelijkheidshalve vulle men artikel 11 aan met de woorden « en haar uitvoeringsbesluiten ».
Artikel 12 1. In artikel 12, § 1, eerste lid, wordt gewag gemaakt van het voornemen « om rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming in een maatschappij » te verwerven.Ook in het vierde lid van artikel 12, § 1, komt een gelijkaardige zinsnede voor. De Raad van State, afdeling wetgeving, vraagt zich af of de verwijzing naar het « rechtstreeks » of « onrechtstreeks » karakter van de deelneming noodzakelijk is, aangezien die verwijzing inherent is aan het begrip van de gekwalificeerde deelneming, zoals dat wordt omschreven in artikel 11 van het ontwerp. 2. De gekwalificeerde deelneming zal, blijkens artikel 11 van het ontwerp, ook kunnen bestaan uit de mogelijkheid « om een invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de maatschappij waarin wordt deelgenomen ».Vraag is of hiermee voldoende is rekening gehouden bij de redactie van artikel 12, § 1, eerste lid, waarin enkel van de vermelding « van het percentage van de deelneming » wordt gewaagd. 3. In de Nederlandse tekst van artikel 12, § 1, vierde lid, schrijve men : « Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die het voornemen heeft... ». Voorts worden, in hetzelfde lid, de woorden « af te stoten » beter vervangen door de woorden « te vervreemden ». 4. In artikel 12, § 2, eerste en tweede lid, wordt gerefereerd aan « de bevoegde rechtbank, die zetelt in kort geding ». Indien de bedoeling van de stellers van het ontwerp erin zou bestaan om een specifieke rechterlijke procedure tot stand te brengen, zou zulks niet tot de bevoegdheid van de Koning, zoals omschreven in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten, kunnen worden gerekend. Hoogstens kan de Koning worden geacht te wijzen op de maatregelen die nu reeds door de controlerende instelling in het kader van het gemeenrechtelijke kort geding kunnen worden gevorderd.
Artikel 13 In de Nederlandse tekst van het eerste lid schrijve men : « ... van de verwervingen of vervreemdingen van deelnemingen... ».
Artikel 17 Ter wille van de duidelijkheid late men artikel 17 aanvangen als volgt : « De aanvraag tot toelating wordt, samen met de bescheiden en de inlichtingen, bedoeld in artikel 19, § 1, aan de controlerende instelling gericht. De aanvraag wordt ondertekend door het gemachtigd bestuursorgaan... ».
In de laatste volzin schrappe men in de Nederlandse tekst het woord « vergezellende ».
Artikel 19 1. Artikel 19 moet aanvangen als volgt : « Art.19 § 1. Elke aanvraag om toelating... ». 2. Luidens artikel 19, § 1, 4°, c), van het ontwerp dient het programma van werkzaamheden melding te maken van « de wijze van herwaarborgen en de identiteit van zij die herwaarborgen ». Aangezien enkel uit artikel 69 van het ontwerp valt af te leiden bij welke instellingen de maatschappijen hun risico kunnen herwaarborgen, kan worden overwogen om, ter wille van de duidelijkheid, in artikel 19, § 1, 4, c), een verwijzing op te nemen naar het voornoemde artikel 69. Tevens kan worden opgemerkt dat artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten en artikel 2, § 2, van het ontwerp, weliswaar verwijzen naar de artikelen 2011 tot 2039 van het Burgerlijk Wetboek, wat de betrokken borgstellingen betreft, doch dat uit die bepalingen niet valt af te leiden volgens welke privaatrechtelijke regels het « herwaarborgen » dient te gebeuren. Artikel 20 Men schrijve in het derde lid : « In de voormelde bescheiden mag van de toelating van, of van de controle op, de maatschappijen... ».
Artikel 21 Wat deze bepaling betreft, mag worden verwezen naar de opmerking die in dit advies bij artikel 66 van het ontwerp wordt gemaakt.
Artikel 22 De toelating kan, blijkens de inleidende zin van artikel 22, slechts worden verleend aan « maatschappijen naar Belgisch recht. Deze beperking is strijdig met de E.G.regels betreffende het vestigingsrecht en het vrije verkeer van diensten.
Artikel 24 1. Er kan aan worden getwijfeld of de « ambtshalve intrekking », bedoeld in artikel 24, § 1, 2°, van het ontwerp, nog een gemotiveerd ministerieel besluit in de zin van artikel 24, § 1, 1° veronderstelt. Indien dat zo is, wordt zuIks bij voorkeur uitdrukkelijk vermeld onder punt 2°. 2. Wat artikel 24, § 3, betreft, mag worden verwezen naar de opmerking die in dit advies bij artikel 66 van het ontwerp wordt gemaakt. Artikel 25 De « voorlopige toelating » waarop in artikel 25 wordt gedoeld, wordt geregeld in hoofdstuk XI van het ontwerp. Ter wille van de toegankelijkheid van de ontworpen regeling wordt in artikel 25 dan ook beter geschreven : « ... waarop de toegelaten en de met toepassing van hoofdstuk XI voorlopig toegelaten maatschappijen vermeld worden ».
Artikel 26 In artikel 26 wordt gesteld dat de « overgangsbepaling van artikel 75 (...) van toepassing » is in het geval, bedoeld in artikel 26.
Aangezien in artikel 75 wordt verwezen naar artikel 26, lijkt het onnodig om de toepassing van de overgangsbepaling van artikel 75 te bevestigen in artikel 26.
Artikel 27 Men late de inleidende zin van artikel 27, 6°, aanvangen als volgt : « 6° effecten met onbepaalde looptijd en andere financiële instrumenten. Ze worden slechts... ».
Artikel 34 In de Nederlandse tekst van artikel 34, 13°, moet worden geschreven « ..., in uitzonderlijke omstandigheden en voor de duur ervan,... ».
Artikel 36 Naar analogie van de Franse tekst, schrijve men in de Nederlandse tekst : « Voor de toepassing van de bepalingen van deze afdeling wordt... ».
Artikel 44 Indien het de bedoeling is zich op dit punt te laten inspireren door de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten, ziet de Raad van State, afdeling wetgeving, niet in om welke reden wordt afgeweken van artikel 38 van die wet, in zoverre voor de externe controle een beroep wordt gedaan op « erkende accountants » naast de in dat artikel 38 vermelde bedrijfsrevisoren.
Deze opmerking geldt ook voor de verwijzing, in artikel 48, naar « erkende accountants ».
Artikel 49 Artikel 49 regelt de bestraffing van overtredingen van artikel 47 van het ontwerp.
Uit artikel 14 van de Grondwet volgt dat het bepalen van straffen een aan de wetgever voorbehouden aangelegenheid is. Indien de wetgever zijn bevoegdheid inzake de strafbaarstelling van door de Koning aangewezen gebods- en verbodsbepalingen aan deze laatste wenst over te dragen, dient zulks uitdrukkelijk bij wet bepaald te worden en moet bovendien de wetgever de minimum- en maximumgrenzen van de straf vaststellen.
Artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten, dat het voorliggende ontwerp tot rechtsgrond strekt, voldoet - in zijn algemeenheid - niet aan de opgesomde vereisten, zodat de Koning, ter wille van het zo-even beschreven strafrechtelijk legaliteitsbeginsel, niet bevoegd kan worden geacht de bestraffing te regelen, als bedoeld in artikel 49 van het ontwerp.
Artikel 52 Afgezien van de vaststelling dat het bepaalde in artikel 52, 3° vierde lid, een algemene draagwijdte heeft, aangezien erin wellicht alle, met toepassing van artikel 52 genomen beslissingen worden beoogd (7), moet - wat de betrokken beroepsmogelijkheid betreft - worden verwezen naar de opmerking die in dit advies bij artikel 66 van het ontwerp wordt gemaakt.
Ook met betrekking tot het bepaalde in artikel 57, tweede lid, van het ontwerp, kan met een verwijzing naar de bij artikel 66 gemaakte opmerking worden volstaan.
Artikelen 58 en 59 De Koning vindt in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten niet de bevoegdheid die is vereist om een bijzondere regeling van internationaal privaatrecht in te voeren of om clausules betreffende de rechterlijke bevoegdheid nietig te verklaren.
Artikel 62 De Koning vindt evenmin in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten de bevoegdheid om, in geval van vereffening, een bijzondere regeling in te voeren betreffende de bestemming van het vermogen.
Artikel 63 Luidens artikel 63 mogen de betrokken overdrachten slechts gebeuren « aan een andere erkende maatschappij in België » (wellicht wordt « een andere in België erkende maatschappij » bedoeld). Met verwijzing naar de opmerking die bij artikel 23 van het ontwerp is gemaakt, lijkt ook artikel 63 moeilijk in overeenstemming te brengen met het E.G.-recht.
Artikel 64 De Koning vindt in artikel 57 van de programmawat van 10 februari 1998 niet de bevoegdheid om de tegenstelbaarheid van de overdrachten te regelen op een van het Burgerlijk Wetboek afwijkende manier.
Artikel 66 Artikel 66 van het ontwerp regelt een bijzondere, verkorte procedure voor de Raad van State, afdeling administratie, wanneer die kennis neemt van een beroep dat wordt ingesteld met toepassing van de artikelen 21, 24, 52, 57 of 74 van het ontwerp. Het artikel roept echter diverse bezwaren op.
Zo kan de Koning niet worden geacht om in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten, en bijgevolg zonder uitdrukkelijke wettelijke machtiging terzake, in een afwijkende procedurele regeling voor de afdeling administratie van de Raad van State te voorzien en daarbij af te wijken van de in of krachtens de gecoördineerde wetten op de Raad van State vastgestelde voorschriften.
Daarenboven valt niet goed in te zien welke objectieve en in redelijkheid verantwoorde motieven er bestaan om de verzoekers, die met toepassing van de ontworpen regeling een beroep instellen bij de Raad van State, het voordeel van een verkorte procedure toe te kennen, ten nadele van alle andere verzoekers bij de Raad, wier beroepen volgens de gangbare procedureregelen moeten worden behandeld en die, als gevolg van de in het ontwerp geregelde verkorte procedure, nog langer op een arrest zullen dienen te wachten, aangezien de Raad bij voorrang de in het ontwerp bedoelde beroepen dient te behandelen.
De vraag omtrent het bestaan van de voormelde motieven is als gevolg van het invoeren van het administratief kort geding voor de Raad van State bij de wet van 19 juli 1991, trouwens nog pregnanter geworden, in die zin dat het voor de verzoekers mogelijk is geworden om relatief snel in het raam van een schorsingsprocedure of een procedure tot het verkrijgen van voorlopige maatregelen, een - zij het voorlopige - uitspraak van de Raad van State te krijgen, wat de bestaansreden van een « vereenvoudigde procedure », zoals artikel 66 die beoogt te ontwerpen, nog minder evident maakt.
Uit wat voorafgaat blijkt hoe dan ook dat het geenszins duidelijk is hoe het invoeren van de specifieke procedure voor de Raad van State, afdeling administratie, te verenigen valt met de grondwettelijk gewaarborgde beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie.
Tot slot dienen de stellers van het ontwerp zich te realiseren dat, ingeval voor de Raad van State, afdeling administratie, een specifieke, van de algemene regeling afwijkende procedure wordt ingevoerd met betrekking tot een welbepaalde aangelegenheid, zulks gebeurt ten koste van de uniformiteit van de procedureregeling voor die afdeling, en dat ermee een ernstige organisatorische belasting van de betrokken afdeling van de Raad van State gepaard gaat.
Artikel 70 Het begrip « samenwerking in de ruimste zin », waarvan melding wordt gemaakt in artikel 70, is te weinig afgebakend om duidelijk te zijn.
Artikel 74 1.1. In tegenstelling tot wat het geval is in artikel 24, § 1, van het ontwerp, wordt in de Nederlandse tekst van artikel 74, eerste lid, niet de term « ingetrokken » gebruikt, maar wel de term « herroepen ».
Ter wille van de terminologische eenvormigheid, verdient het aanbeveling om - zoals in de Franse tekst - ook in de Nederlandse tekst telkens dezelfde term te gebruiken. Men vervange derhalve in de Nederlandse tekst van artikel 74, eerste lid, de term « herroepen » door de term « ingetrokken ». 1.2. Nog in het eerste lid van artikel 74 verduidelijke men om welk « verzoek » het precies gaat. 2. Wat het derde lid van artikel 74 betreft, kan worden volstaan met een verwijzing naar de bij artikel 66 geformuleerde opmerking. Artikelen 81 en 82 1. Het is vanuit wetgevingstechnisch oogpunt gebruikelijk dat de bepaling van inwerkingtreding aan de uitvoeringsbepaling voorafgaat. De artikelen 81 en 82 moeten derhalve van plaats worden gewisseld. 2. Wat de bepaling van inwerkingtreding betreft, dient te worden vastgesteld dat erin aan de ontworpen regeling terugwerkende kracht wordt verleend tot 1 januari 1999. De stellers van het ontwerp dienen na te gaan of dergelijke retroactiviteit kan worden behouden, ermee rekening houdend dat deze enkel toelaatbaar is ingeval daartoe een wettelijke grondslag bestaat, de retroactiviteit betrekking heeft op een regeling die - met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel - voordelen toekent of in zoverre die retroactiviteit noodzakelijk is voor de goede werking van de diensten en daardoor, in beginsel, geen verkregen situaties worden aangetast.
Slotopmerking Het ontwerp moet worden aangevuld met een bepaling die, met toepassing van artikel 58, eerste lid, van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten, artikel 57 van die wet in werking stelt.
De kamer was samengesteld uit : De heren : D. Verbiest, kamervoorzitter;
M. Van Damme, J. Smets, staatsraden;
G. Schrans, E. Wymeersch, assessoren van de afdeling wetgeving;
G. De Munter, toegevoegd griffier.
De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme.
Het verslag werd uitgebracht door de heer L. Depuydt, eerste auditeur.
De nota van het coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer E. Vanherck, referendaris.
De voorzitter, D. Verbiest.
De griffier, G. De Munter. _______ Nota (1) Het betreft de motivering die wordt aangereikt in de ministeriële brief van 21 januari 1999.De brief van 15 januari 1999, waarin de adviesaanvraag werd geformuleerd, vermeldde geen motieven. (2) In dat artikel 59, eerste lid, 2., worden bedoeld de financiële ondernemingen « die de notoriteitskredieten waarborgen die zij zelf of de tot het net van het beroepskrediet toegetreden kredietverenigingen verstrekken ». (3) Parl.St., Kamer, 1996-1997, nrs. 1206/1 en 1207/1, p. 36. (4) Weliswaar werd in de tekst van het voorontwerp van programmawet, zoals die om advies aan de Raad van State werd voorgelegd, de Koning niet enkel met de organisatie van de controle op de betrokken vennootschappen belast, maar tevens met het bepalen van het statuut van die vennootschappen (Parl.St., Kamer 1996-1997, nrs. 1206/1 en 1207/1, p. 67). (5) Zulks vindt onder meer bevestiging in het feit dat diverse bepalingen van het ontwerp die de statutaire regeling en de werking van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling betreffen, in een verplichting tot kennisgeving aan de controlerende instelling voorzien, zijnde de Controledienst voor de Verzekeringen. (6) In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten is geworden wordt er, bij de bepaling van het latere artikel 57, op gewezen dat « ... de betrokken maatschappijen zowel borgtochtverzekeringen als borgtochten zoals voorzien in het Burgerlijk Wetboek kunnen verlenen » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nrs. 1206/1 en 1207/1, p. 36). Noch in de tekst van artikel 57 van de wet, noch in de ontworpen regeling wordt uitdrukkelijk aan dat onderscheid gerefereerd. (7) De betrokken bepaling zou derhalve uit artikel 52, 3° moeten worden gelicht en een afzonderlijk tweede lid van artikel 52 moeten vormen. 30 APRIL 1999. - Koninklijk besluit betreffende het statuut en de controle der maatschappijen voor onderlinge borgstelling ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, inzonderheid artikel 57;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid : dat de maatschappijen voor onderlinge borgstelling in de Belgische wetgeving een statuut sui generis hadden, omwille van het feit dat hun activiteit bestaat uit het verlenen van borgstellingsovereenkomsten overeenkomstig de bepalingen van artikelen 2011 tot 2039 van het Burgerlijk Wetboek; dat deze maatschappijen tot op heden erkend werden door de Nationale Kas voor Beroepskrediet op basis van artikel 91 van de wet van 17 juni 1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en harmonisering van de controle en de werkingsvoorwaarden van de kredietinstellingen, gecoördineerd bij
koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/12/1996
pub.
17/11/2015
numac
2015000648
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
koninklijk besluit
prom.
23/12/1996
pub.
04/02/2014
numac
2014000075
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten; dat, omwille van haar privatisering, de Nationale Kas voor Beroepskrediet niet langer deze controle uitoefent, waardoor de maatschappijen voor onderlinge borgstelling niet meer beschikken over een wettelijk statuut; dat in afwezigheid van een dergelijk statuut, de activiteiten van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling op basis van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst als verzekeringsactiviteiten zouden kunnen beschouwd worden; dat de maatschappijen voor onderlinge borgstelling bijgevolg in overtreding zouden zijn met de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, inzonderheid haar artikel 3; dat de uitvoeringsmaatregelen van artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, die de opstelling van een bijzonder statuut voor de maatschappijen voor onderlinge borgstelling voorziet, bijgevolgd dringend moeten genomen worden;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 januari 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Onze Minister van de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de maatschappij : de maatschappij voor onderlinge borgstelling, zoals zij gedefinieerd wordt in artikel 57 van de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1998
pub.
21/02/1998
numac
1998016046
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
sluiten tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap;2° het gewaarborgd coöperatief lid : de zelfstandige of de kleine of middelgrote onderneming bedoeld in artikel 2 van de voormelde
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
10/02/1 …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.