📄 Wettekst
26 NOVEMBER 2012. - Wet houdende instemming met het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 1 november 2002 (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.Het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 1 november 2002, zal volkomen gevolg hebben. Art. 3.De wijzigingen van het Verdrag van Athene van 2002 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee in de zin van artikel 15, lid 3, van het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, die met toepassing van artikel 23 van het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee worden aangenomen, zonder dat België zich tegen de aanneming ervan verzet, en die op basis van hetzelfde artikel ten aanzien van België in werking treden, zullen volkomen gevolg hebben. Art. 4.Het Verdrag van Athene van 2002 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee wordt toegepast met inachtneming van de « richtsnoeren van de IMO voor de uitvoering van het Verdrag van Athene » die door de Juridische Commissie van de Internationale Maritieme Organisatie zijn aangenomen op 19 oktober 2006 en hun wijzigingen.
Het vorige lid is niet van toepassing gedurende de periode van toepassing van Verordening (EG) Nr. 392/2009 van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 26 november 2012.
ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS De Vice-Eerste Minister en Minister van de Noordzee, J. VANDE LANOTTE De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota's (1) Zitting 2011-2012. Senaat.
Documenten : Ontwerp van wet ingediend op 15 juni 2012, nr. 5-1671/1.
Verslag, nr. 5-1671/2.
Parlementaire Handelingen Bespreking, vergadering van 12 juli 2012.
Stemming, vergadering van 12 juli 2012.
Kamer van volksvertegenwoordigers.
Documenten : Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 53-2365/1.
Verslag namens de commissie 53-2365/2.
Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 53-2365/3.
Parlementaire Handelingen Bespreking, vergadering van 19 juli 2012.
Stemming, vergadering van 19 juli 2012.
VERDRAG VAN ATHENE VAN 2002 INZAKE HET VERVOER VAN PASSAGIERS EN HUN BAGAGE OVERZEE (Samenvattende tekst van het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee en van het Protocol van 2002 bij het Verdrag) Artikel 1.Begripsomschrijvingen In dit Verdrag worden de volgende uitdrukkingen in de hieronder omschreven betekenis gebruikt : 1. a) « vervoerder » betekent een persoon door of namens welke een vervoerovereenkomst is gesloten, ongeacht de vraag of het vervoer feitelijk door deze persoon of door een feitelijke vervoerder wordt verzorgd;b) « feitelijke vervoerder » betekent een andere persoon dan de vervoerder, of het nu de eigenaar, de bevrachter of de exploitant van het schip betreft, die geheel of gedeeltelijk het vervoer feitelijk verricht, en c) « vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht » betekent de feitelijke vervoerder, of, voor zover de vervoerder zelf het vervoer verricht, de vervoerder;2. « vervoersovereenkomst » betekent een door of namens een vervoerder gesloten overeenkomst, voor het vervoer over zee van een passagier of, in voorkomende gevallen, van een passagier en zijn bagage;3. "schip" betekent uitsluitend een zeegaand vaartuig met uitzondering van luchtkussenvaartuigen;4. "passagier" betekent iedere persoon vervoerd op een schip : a) krachtens een vervoersovereenkomst, of b) die met toestemming van de vervoerder een voertuig of levende dieren begeleidt, waaromtrent een niet onder dit Verdrag vallende overeenkomst voor goederenvervoer is gesloten;5. "bagage" betekent elk voorwerp of voertuig dat krachtens een vervoersovereenkomst door de vervoerder wordt vervoerd met uitzondering van : a) goederen of voertuigen vervoerd krachtens een charterpartij, een cognossement of een overeenkomst welke hoofdzakelijk het vervoer van goederen betreft, en b) levende dieren;6. "hutbagage" is de bagage die zich in de kajuit van de passagier bevindt, die in zijn bezit is of die hij onder zijn hoede of toezicht heeft.Behalve voor de toepassing van lid 8 van dit artikel en van artikel 8 omvat de hutbagage de bagage die passagier in of op zijn voertuig heeft; 7. "verlies of beschadiging van bagage" omvat eveneens het materiële nadeel voortvloeiende uit het feit dat de bagage niet binnen een redelijke periode, te rekenen vanaf de aankomst van het schip waarop de bagage is vervoerd of had moeten worden vervoerd, aan de passagier werd afgeleverd, maar omvat niet de vertraging voortvloeiende uit arbeidsconflicten;8. "vervoer" heeft betrekking op de volgende periodes : a) wat de passagier en zijn hutbagage betreft, de periode gedurende welke de passagier en/of zijn hutbagage zich aan boord van het schip bevinden, gedurende het in- en ontschepen en de periode tijdens welke de passagier en zijn hutbagage te water worden vervoerd van de kade naar het schip of omgekeerd indien de prijs van dit vervoer begrepen is in die van het biljet of indien het vaartuig dat voor dat bijkomend vervoer wordt gebruikt, door de vervoerder ter beschikking van de passagier werd gesteld.Het vervoer omvat wat de passagier betreft echter niet de periode tijdens welke deze zich in een zeestation of op een kade of in of op een ander havenwerk bevindt; b) wat de hutbagage betreft, eveneens de periode tijdens welke de passagier zich in een zeestation of op een kade of in of op een ander havenwerk bevindt als deze bagage door de vervoerder of zijn aangestelde of lasthebber werd overgenomen en nog niet aan de passagier werd terugbezorgd.c) wat andere bagage dan hutbagage betreft, de periode tussen het tijdstip waarop de vervoerder, zijn aangestelde of lasthebber de bagage te land of aan boord heeft overgenomen en het tijdstip waarop ze door de vervoerder, diens aangestelde of lasthebber werd teruggegeven;9. "internationaal vervoer" is elk vervoer waarvan volgens de vervoersovereenkomst de plaats van vertrek en die van bestemming in twee verschillende Staten liggen of in één enkele Staat als er volgens de vervoersovereenkomst of het voorziene vaarplan een tussenliggende aanloophaven in een andere Staat is.10. Onder "Organisatie" wordt verstaan de Internationale Maritieme Organisatie;11. Onder « Secretaris-generaal » wordt verstaan de Secretaris-generaal van de organisatie. Art. 1bis.Bijlage De bijlage bij dit Verdrag vormt een integrerend deel van het Verdrag. Art. 2.Toepassingsgebied 1. Dit Verdrag is op elk internationaal vervoer van toepassing indien : a) het schip de vlag voert van een Staat die Partij is bij dit Verdrag of indien het in een dergelijke Staat is geregistreerd, of b) de vervoersovereenkomst in een Staat die Partij is bij dit Verdrag werd opgemaakt, of c) volgens de vervoersovereenkomst de vertrek- of bestemmingsplaats gelegen is in een Staat die Partij is bij dit Verdrag.2. Niettegenstaande de bepalingen van lid 1 van dit artikel is dit Verdrag niet van toepassing als het vervoer onderworpen is aan een stelsel van burgerlijke aansprakelijkheid waarin is voorzien door bepalingen van een ander internationaal Verdrag betreffende het vervoer van reizigers of bagage met een ander vervoermiddel en voor zover die bepalingen op het zeevervoer moeten worden toegepast. Art. 3.Aansprakelijkheid van de vervoerder 1. Bij verlies geleden als gevolg van het overlijden of persoonlijk letsel van een passagier veroorzaakt door een scheepvaartincident, is de vervoerder in zoverre aansprakelijk dat een dergelijk verlies met betrekking tot die passagier voor elk afzonderlijk geval niet meer dan 250 000 rekeneenheden beloopt, tenzij de vervoerder bewijst dat het incident : a) het gevolg is van een daad van oorlog, vijandigheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van uitzonderlijke, onvermijdelijke en onbedwingbare aard, of b) geheel is veroorzaakt door een handeling of verzuim van een derde met de bedoeling het incident te veroorzaken. Indien en voor zover het verlies bovengenoemde grens te boven gaat, is de vervoerder verder aansprakelijk, tenzij deze bewijst dat het incident dat het verlies heeft veroorzaakt niet aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is. 2. Bij verlies geleden als gevolg van de dood of het persoonlijk letsel van een passagier die niet zijn veroorzaakt door een scheepvaartincident, is de vervoerder aansprakelijk indien het incident dat het verlies heeft veroorzaakt aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is.De last om te bewijzen dat er sprake is van schuld of nalatigheid berust bij de eiser. 3. Bij verlies geleden als gevolg van het verlies of de beschadiging van hutbagage is de vervoerder aansprakelijk indien het incident dat het verlies heeft veroorzaakt aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is.Schuld of nalatigheid van de vervoerder wordt aangenomen bij verlies veroorzaakt door een scheepvaartincident. 4. Bij verlies geleden als gevolg van het verlies of de beschadiging van andere bagage dan hutbagage is de vervoerder aansprakelijk, tenzij deze bewijst dat het incident dat het verlies heeft veroorzaakt niet aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is.5. Voor de toepassing van dit artikel : a) wordt onder scheepvaartincident » verstaan schipbreuk, kapseizen, aanvaring of stranden van het schip, explosie of brand aan boord, of defect aan het schip;b) omvat schuld of nalatigheid van de vervoerder » de schuld of nalatigheid van de aangestelden van de vervoerder, handelend binnen het kader van hun dienstverband;c) wordt onder defect aan het schip » verstaan ieder niet of gebrekkig functioneren of iedere niet-overeenstemming met toepasselijke veiligheidsvoorschriften van enig deel van het schip of de uitrusting ervan wanneer deze worden gebruikt voor ontsnapping, evacuatie, inscheping en ontscheping van passagiers, of wanneer deze worden gebruikt voor aandrijving, besturing, veilig navigeren, afmeren, ankeren, voor het aankomen op of vertrekken van een aanleg- of ankerplaats, of voor schadebeheersing na onderlopen van het schip, of wanneer deze worden gebruikt voor het te water laten van de reddingsuitrusting, en d) omvat verlies » niet als bestraffing of voorbeeldstelling bedoelde schadevergoeding.6. De aansprakelijkheid van de vervoerder krachtens dit artikel betreft slechts een verlies als gevolg van incidenten die zich tijdens het vervoer hebben voorgedaan.De last om te bewijzen dat het incident dat het verlies heeft veroorzaakt zich tijdens het vervoer heeft voorgedaan, en om de omvang van het verlies aan te tonen, berust bij de eiser. 7. Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan een recht van verhaal dat de vervoerder tegen een derde zou kunnen hebben, of aan een verweer gebaseerd op de nalatigheid van een medeverantwoordelijke passagier op grond van artikel 6 van dit Verdrag.Niets in dit artikel doet afbreuk aan een uit de artikelen 7 of 8 van dit Verdrag voortvloeiend recht op aansprakelijkheidsbegrenzing. 8. Enig vermoeden van schuld of nalatigheid van een partij of toewijzing van de bewijslast aan een partij heeft niet tot gevolg dat bewijsmateriaal ten gunste van die partij niet in overweging wordt genomen.» Art. 4.feitelijke vervoerder 1. Indien het vervoer geheel of gedeeltelijk aan een feitelijke vervoerder wordt toevertrouwd, blijft de vervoerder aansprakelijk voor het volledige vervoer overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag. Bovendien is de feitelijke vervoerder, als ook zijn aangestelden en lasthebbers, onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag en kan hij zich erop beroepen voor het gedeelte van het vervoer dat hij zelf heeft verricht. 2. De vervoerder is met betrekking tot het door de feitelijke vervoerder verrichte vervoer aansprakelijk voor de handelingen en het verzuim van laatstgenoemde en van diens aangestelden en lasthebbers in de uitoefening van hun taak.3. Elke bijzondere overeenkomst waarbij de vervoerder verplichtingen op zich neemt welke niet bij dit Verdrag opgelegd zijn of afstand van rechten doet welke dit Verdrag hem toekent, zal ten opzichte van de feitelijke vervoerder slechts gevolg hebben als deze laatste daar uitdrukkelijk en schriftelijk zijn instemming mee heeft betuigd.4. In zoverre de vervoerder en de feitelijke vervoerder beiden aansprakelijk zijn, is er hoofdelijke aansprakelijkheid.5. Geen enkele bepaling van dit artikel mag inbreuk maken op het recht op verhaal tussen de vervoerder en de feitelijke vervoerder. Art. 4bis.Verplichte verzekering 1. Wanneer passagiers worden vervoerd aan boord van een schip dat geregistreerd is in een Staat die Partij is en dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers, en dit Verdrag van toepassing is, dient de vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht, een verzekering aan te houden of in een andere financiële zekerheid te voorzien, zoals een borgstelling van een bank of soortgelijke financiële instelling, ter dekking van de uit dit Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid bij overlijden of persoonlijk letsel van een passagier.Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste 250 000 rekeneenheden per passagier per afzonderlijk geval. 2. Een certificaat waaruit blijkt dat, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, een verzekering of andere financiële zekerheid van kracht is, wordt voor ieder schip verleend, nadat de bevoegde autoriteit van een Staat die Partij is, heeft vastgesteld dat aan de vereisten van lid 1 is voldaan.Voor een schip dat geregistreerd is in een Staat die Partij is, wordt dit document afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van de Staat waar het schip geregistreerd is; voor een schip dat niet is geregistreerd in een Staat die Partij is, kan het worden afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van elke Staat die Partij is. Dit certificaat is gebaseerd op het in de bijlage bij dit Verdrag opgenomen model en vermeldt de volgende bijzonderheden : a) naam van het schip, onderscheidingsnummer of -letters en haven van registratie;b) naam en hoofdkantoor van het bedrijf van de vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht;c) IMO-scheepsidentificatienummer;d) aard en duur van de zekerheid;e) naam en hoofdkantoor van de verzekeraar of andere persoon die de financiële zekerheid stelt, en, waar nodig, het adres van het kantoor waar de verzekering is gesloten of de andere financiële zekerheid is gesteld, en f) geldigheidsduur van het certificaat, welke niet langer kan zijn dan de geldigheidsduur van de verzekering of andere financiële zekerheid.3. a) Een Staat die Partij is mag een door hem erkende instelling of organisatie tot afgifte van het certificaat machtigen.Een dergelijke instelling of organisatie stelt die Staat van de afgifte van elk certificaat in kennis. In alle gevallen garandeert de Staat die Partij is, ten volle de volledigheid en nauwkeurigheid van het aldus afgegeven certificaat, en verbindt hij zich ertoe de nodige regelingen te treffen om aan deze verplichting te voldoen. b) Een Staat die Partij is, stelt de Secretaris-generaal in kennis van : i) de specifieke verantwoordelijkheden en voorwaarden die zijn verbonden aan de bevoegdheid die wordt overgedragen aan een door hem erkende instelling of organisatie; ii) de intrekking van een dergelijke bevoegdheid, en iii) de datum met ingang waarvan een dergelijke bevoegdheid of intrekking daarvan van kracht wordt.
Een overgedragen bevoegdheid wordt pas effectief drie maanden vanaf de datum waarop de Secretaris-generaal van de machtiging in kennis is gesteld. c) De overeenkomstig dit lid tot afgifte van certificaten bevoegde instelling of organisatie wordt, ten minste, gemachtigd om deze certificaten in te trekken indien de voorwaarden waarop deze zijn verleend niet worden vervuld.In alle gevallen meldt de instelling of organisatie een dergelijke intrekking bij de Staat namens welke het certificaat is afgegeven. 4. Het certificaat wordt gesteld in de officiële taal of talen van de Staat die het afgeeft.Indien de gebruikte taal niet het Engels, het Frans of het Spaans is, wordt in de tekst een vertaling in een van deze talen opgenomen, en, waar de Staat hiertoe besluit, kan de officiële taal van de Staat worden weggelaten. 5. Het certificaat bevindt zich aan boord van het schip en een afschrift hiervan wordt in bewaring gegeven bij de overheidsinstantie die het register houdt waarin het schip staat ingeschreven of, indien het schip niet geregistreerd is in een Staat die Partij is, bij de overheidsinstantie van de Staat die het certificaat afgeeft of waarmerkt.6. Een verzekering of andere financiële zekerheid voldoet niet aan de vereisten van dit artikel indien ze, om andere redenen dan het verstrijken van de geldigheidsduur van de in het certificaat genoemde verzekering of financiële zekerheid, kan worden beëindigd voordat drie maanden zijn verlopen te rekenen vanaf de datum waarop deze wordt opgezegd bij de in lid 5 genoemde overheidsinstantie, tenzij het certificaat aan deze overheidsinstantie is overhandigd of binnen de genoemde periode een nieuw certificaat is afgegeven.Bovenstaande bepalingen zijn eveneens van toepassing op elke wijziging die tot gevolg heeft dat de verzekering of andere financiële zekerheid niet langer aan de vereisten van dit artikel voldoet. 7. De Staat waar het schip is geregistreerd bepaalt, onverminderd het bepaalde in dit artikel, de voorwaarden voor afgifte en geldigheid van het certificaat.8. Niets in dit Verdrag mag op zodanige wijze worden uitgelegd dat een Staat die Partij is ervan wordt weerhouden te vertrouwen op van andere Staten of de Organisatie, dan wel van andere internationale organisaties verkregen informatie betreffende de financiële status van verstrekkers van verzekeringen en andere financiële zekerheden, voor zover het de toepassing van dit Verdrag betreft.In dergelijke gevallen wordt de Staat die Partij is en die op zulke informatie vertrouwt, niet ontslagen van zijn verantwoordelijkheid als Staat van afgifte van het certificaat. 9. Certificaten die worden afgegeven of gewaarmerkt op gezag van een Staat die Partij is, worden door de overige Staten die Partij zijn voor de toepassing van dit Verdrag aanvaard en worden door de laatstgenoemde als even geldig beschouwd als door henzelf afgegeven of gewaarmerkte certificaten, zelfs als deze zijn afgegeven of gewaarmerkt voor een schip dat niet is geregistreerd in een Staat die Partij is.Een Staat die Partij is kan te allen tijde om overleg vragen met de Staat van afgifte of waarmerking, mocht hij geloven dat de in het verzekeringscertificaat vermelde verzekeraar of borg financieel niet bij machte is de bij dit Verdrag opgelegde verplichtingen na te komen. 10. Vorderingen tot schadevergoeding die krachtens dit artikel door een verzekering of andere financiële zekerheid worden gedekt, mogen rechtstreeks tegen de verzekeraar of andere persoon die de financiële zekerheid stelt, worden ingesteld.In een dergelijk geval geldt het in lid 1 genoemde bedrag als de aansprakelijkheidsgrens van de verzekeraar of andere persoon die de financiële zekerheid stelt, zelfs als de vervoerder of de feitelijke vervoerder geen recht heeft op aansprakelijkheidsbegrenzing. De verweerder kan voorts gebruik maken van de verweergronden (andere dan faillissement of bedrijfsbeëindiging) die de in lid 1 bedoelde vervoerder overeenkomstig dit Verdrag had mogen inroepen. Bovendien mag de verweerder tot zijn verweer aanvoeren dat het geleden nadeel het gevolg was van opzettelijk wangedrag van de verzekerde, maar de verweerder mag geen andere verweergronden inroepen die de verweerder had mogen inroepen in een door de verzekerde tegen de verweerder aangespannen procedure. De verweerder heeft in elk geval het recht te vorderen dat de vervoerder en de feitelijke vervoerder samen in het geding worden betrokken. 11. Geldbedragen die door de verzekeraar of door de verstrekker van een andere overeenkomstig lid 1 verzorgde financiële zekerheid ter beschikking worden gesteld, dienen uitsluitend voor de voldoening van uit hoofde van dit Verdrag ingestelde vorderingen, en enige uitbetaling van deze bedragen heeft tot gevolg dat iedere aansprakelijkheid uit hoofde van dit Verdrag met een bedrag ten belope van de uitgekeerde bedragen wordt verminderd.12. Een Staat die Partij is, laat niet toe dat een onder zijn vlag varend schip waarop dit artikel van toepassing is, geëxploiteerd wordt, tenzij hiervoor krachtens de leden 2 of 15 een certificaat is afgegeven.13. Behoudens het bepaalde in dit artikel ziet elke Staat die Partij is er, in het kader van zijn nationale wetgeving, op toe dat er, voor zover dit Verdrag van toepassing is, met betrekking tot ieder schip dat, ongeacht de plaats van registratie, een vergunning heeft om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, en dat een haven op diens grondgebied aandoet of deze verlaat, in de in lid 1 aangegeven mate, een verzekering of andere financiële zekerheid van kracht is.14. Niettegenstaande het bepaalde in lid 5, kan een Staat die Partij is de Secretaris-generaal mededelen dat schepen, voor de toepassing van lid 13, het bij lid 2 vereiste certificaat niet aan boord behoeven te hebben of behoeven over te leggen wanneer zij havens op het grondgebied van die Staat aandoen of verlaten, mits de Staat die Partij is en het certificaat afgeeft, de Secretaris-generaal heeft medegedeeld dat hij voor alle Staten die Partij zijn toegankelijke elektronische bestanden bijhoudt, waaruit het bestaan van het certificaat blijkt en waardoor de Staten die Partij zijn bij machte zijn hun uit lid 13 voortvloeiende verplichtingen na te komen.15. Indien voor een schip dat eigendom is van een Staat die Partij is niet in een verzekering of andere financiële zekerheid wordt voorzien, zijn de desbetreffende bepalingen van dit artikel niet op dit schip van toepassing;het schip heeft dan echter een certificaat aan boord dat is afgegeven door de bevoegde overheidsinstantie van de Staat van registratie van het schip, waarin verklaard wordt dat het eigendom is van die Staat en de aansprakelijkheid minimaal voor het in lid 1 voorgeschreven bedrag wordt gedekt. Een dergelijk certificaat is zoveel mogelijk conform aan het in lid 2 voorgeschreven model. Art. 5.Waardevolle voorwerpen De vervoerder is niet aansprakelijk voor verlies of beschadiging van geld, verhandelbare effecten, goud, zilverwerk, juwelen, bijouterieën, kunstvoorwerpen of andere waardevolle zaken, tenzij die waardevolle voorwerpen bij hem werden gedeponeerd en hij het ermee eens was om die veilig te bewaren, in welk geval zijn aansprakelijkheid beperkt is tot het bedrag bepaald in artikel 8, lid 3, tenzij overeenkomstig artikel 10, lid 1, in gemeen overleg een hogere aansprakelijkheidsgrens werd vastgesteld. Art. 6.Schuld van de passagier Indien de vervoerder bewijst dat de dood of het letsel van de passagier, het verlies of de beschadiging van de bagage te wijten of mede te wijten zijn aan de schuld of nalatigheid van de passagier, kan de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, overeenkomstig de bepalingen van zijn nationale wet de vervoerder geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheffen. Art. 7.Aansprakelijkheidsgrens bij overlijden en persoonlijk letsel 1. De aansprakelijkheid van de vervoerder voor het overlijden of persoonlijk letsel van een passagier, ingevolge artikel 3, is beperkt tot een bedrag van 400 000 rekeneenheden per passagier, per afzonderlijk geval.Indien de schadevergoeding volgens de wetgeving van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt wordt verleend in de vorm van een rente, kan het kapitaal van die rente deze grens niet overschrijden. 2. Een Staat die Partij is, kan de in lid 1 voorgeschreven aansprakelijkheidsgrens vaststellen bij specifieke bepalingen van nationaal recht, mits de nationale aansprakelijkheidsgrens, voor zover aanwezig, niet lager is dan die welke in lid 1 wordt voorgeschreven. Een Staat die Partij is en gebruikmaakt van de in dit lid gegeven keuzemogelijkheid, stelt de Secretaris-generaal in kennis van de vastgestelde aansprakelijkheidsgrens, dan wel van het feit dat deze ontbreekt. Art. 8.Beperking van de aansprakelijkheid bij verlies of beschadiging van bagage en voertuigen 1. De aansprakelijkheid van de vervoerder bij verlies of beschadiging van hutbagage beloopt ten hoogste 2 250 rekeneenheden per passagier, per vervoer.2. De aansprakelijkheid van de vervoerder bij verlies of beschadiging van voertuigen, met inbegrip van alle in of op het voertuig vervoerde bagage, beloopt ten hoogste 12 700 rekeneenheden per voertuig, per vervoer. 3. De aansprakelijkheid van de vervoerder bij verlies of beschadiging van andere dan de in de leden 1 en 2 vermelde bagage beloopt ten hoogste 3.375 rekeneenheden per passagier, per vervoer. 4. Een vervoerder en de passagier kunnen overeenkomen dat de aansprakelijkheid van de vervoerder met ten hoogste 330 rekeneenheden kan worden verminderd bij schade aan een voertuig en met ten hoogste 149 rekeneenheden per passagier bij verlies of beschadiging van andere bagage, waarbij dit bedrag van het geleden verlies of de geleden schade wordt afgetrokken. Art. 9.Rekeneenheid en omrekening 1. De rekeneenheid bedoeld in dit Verdrag is het Bijzondere Trekkingsrecht zoals dit is omschreven door het Internationaal Monetaire Fonds.De in artikel 3, lid 1, artikel 4bis, lid 1, artikel 7, lid 1, en artikel 8 genoemde bedragen worden omgerekend in de nationale munteenheid van de Staat van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, overeenkomstig de waarde van de desbetreffende munteenheid ten opzichte van het Bijzondere Trekkingsrecht op de dag van de rechterlijke beslissing of op de door de partijen overeengekomen dag. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in Bijzondere Trekkingsrechten, van een Staat die Partij is en die lid is van het Internationaal Monetair Fonds, wordt berekend in overeenstemming met de methode van waardebepaling die wordt toegepast door het Internationaal Monetair Fonds op de datum in kwestie voor zijn eigen operaties en transacties. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in Bijzondere Trekkingsrechten, van een Staat die Partij is en die geen lid is van het Internationaal Monetair Fonds, wordt berekend op een door die Staat vastgestelde wijze. 2. Niettemin kan een Staat die geen lid is van het Internationaal Monetair Fonds en waarvan de wet de toepassing van de bepalingen van lid 1 niet toelaat, op het tijdstip van ratificatie, aanvaarding, goedkeuring van dan wel toetreding tot dit Verdrag of op enig tijdstip nadien, verklaren dat de in lid 1 bedoelde rekeneenheid gelijk zal zijn aan 15 goudfranken.De in dit lid bedoelde goudfrank komt overeen met vijfenzestig en een halve milligram goud van een gehalte van negenhonderdduizendste fijn. De omrekening van de goudfrank in de nationale munteenheid geschiedt volgens de wet van de betrokken Staat. 3. De in de laatste zin van lid 1 genoemde berekening en de in lid 2 genoemde omrekening geschieden op zodanige wijze dat in de nationale munteenheden van de Staten die Partij zijn zoveel mogelijk dezelfde reële waarde voor de bedragen in artikel 3, lid 1, artikel 4bis, lid 1, artikel 7, lid 1, en artikel 8 wordt uitgedrukt als zou resulteren van de toepassing van de eerste drie zinnen van lid 1.De staten doen de Secretaris-generaal mededeling van de wijze van berekening overeenkomstig lid 1, of van het resultaat van de omrekening in lid 2, naargelang van het geval, wanneer zij een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van, of van toetreding tot dit Verdrag neerleggen, en telkenmale als zich in deze berekening of omrekening een wijziging voordoet. Art. 10.Aanvullende bepalingen inzake aansprakelijkheidsgrens 1. Vervoerder en passagier kunnen uitdrukkelijk en schriftelijk hogere aansprakelijkheidsgrenzen overeenkomen dan de bij de artikelen 7 en 8 bepaalde grenzen.2. De wettelijke interesten en gerechtskosten zijn niet begrepen in de onder de artikelen 7 en 8 bepaalde aansprakelijkheidsgrenzen. Art. 11.Verweren en grenzen die door de aangestelden van de vervoerder kunnen worden aangevoerd Indien een rechtsvordering tegen een aangestelde of lasthebber van de vervoerder of van de feitelijke vervoerder wordt ingesteld wegens schade waarop dit Verdrag van toepassing is, kan die aangestelde of lasthebber, indien hij bewijst dat hij in de uitoefening van zijn functie heeft gehandeld, de verweren en aansprakelijkheidsgrenzen aanvoeren waarop de vervoerder of de feitelijke vervoerder zich krachtens dit verdrag kunnen beroepen. Art. 12.Samenloop van schuldvorderingen 1. Als de in de artikelen 7 en 8 vastgestelde aansprakelijkheidsgrenzen in werking treden, worden ze toegepast op de totale som van de schadevergoeding welke kan worden verkregen in het kader van alle aansprakelijkheidsvorderingen die worden ingesteld bij overlijden of persoonlijk letsel van een passagier of bij verlies of beschadiging van zijn bagage.2. Bij vervoer door een feitelijke vervoerder kan de totale som van de schadevergoeding die kan worden verkregen van de vervoerder, en van de feitelijke vervoerder, alsook van hun aangestelden en lasthebbers die handelen in de uitoefening van hun taak, niet hoger zijn dan de hoogste vergoeding die de vervoerder of de feitelijke vervoerder krachtens dit verdrag kan worden opgelegd, waarbij geen van de vermelde personen aansprakelijk kan worden gesteld voor een bedrag dat de grens die voor hem van toepassing is, overschrijdt.3. In elk geval waarin een aangestelde of een lasthebber van de vervoerder of van de feitelijke vervoerder krachtens artikel 11 van dit verdrag zich kan beroepen op de in de artikelen 7 en 8 bedoelde aansprakelijkheidsgrenzen, kan de totale som van de schadevergoeding welke kan worden verkregen van de vervoerder of, in voorkomende gevallen, van de feitelijke vervoerder en van de aangestelde of lasthebber, die grenzen niet overschrijden. Art. 13.Verval van het recht op beperking van aansprakelijkheid 1. Het voordeel van de in de artikelen 7, 8 en 10, lid 1, bepaalde aansprakelijkheidsgrenzen vervalt voor de vervoerder indien bewezen is dat de schade voortvloeit uit een handeling of een verzuim door de vervoerder, hetzij met de bedoeling die schade te veroorzaken, hetzij uit roekeloosheid en wetend dat dergelijke schade waarschijnlijk daaruit zou voortvloeien.2. De aangestelde of de lasthebber van de vervoerder of van de feitelijke vervoerder kan zich niet beroepen op deze aansprakelijkheidsgrenzen indien bewezen is dat de schade voortvloeit uit een handeling of verzuim door die aangestelde of lasthebber, hetzij met de bedoeling dergelijke schade te veroorzaken, hetzij uit roekeloosheid en wetend dat dergelijke schade waarschijnlijk daaruit zou voortvloeien. Art. 14.Grond van de vorderingen Bij overlijden of persoonlijk letsel van de passagier of bij verlies of beschadiging van bagage kan tegen de vervoerder of de feitelijke vervoerder geen andere vordering tot schadevergoeding worden ingesteld dan op grond van dit Verdrag. Art. 15.Kennisgeving van verlies of beschadiging van bagage 1. De passagier moet een schriftelijke kennisgeving richten aan de vervoerder of diens lasthebber : a) in geval van zichtbare beschadiging van bagage : i) voor hutbagage, vóór of op het tijdstip van de ontscheping van de passagier; ii) voor andere bagage, vóór of op het tijdstip van het afleveren; b) bij verborgen schade aan de bagage of verlies daarvan, binnen 15 dagen na de datum van de ontscheping, de datum van de aflevering of de datum waarop die aflevering had moeten plaatsvinden.2. Indien de passagier de bepalingen van dit artikel niet naleeft, wordt hij - tenzij het tegendeel wordt bewezen - verondersteld zijn bagage in goede staat te hebben ontvangen.3. Schriftelijke kennisgeving is overbodig indien de staat van de bagage bij het in ontvangst nemen ervan op tegenspraak werd vastgesteld of onderzocht. Art. 16.Verjaringstermijn voor de vordering tot schadevergoeding 1. Elke vordering tot schadevergoeding die voortvloeit uit het overlijden of een persoonlijk letsel van de passagier, of uit verlies of beschadiging van de bagage, verjaart na een termijn van twee jaar.2. De verjaringstermijn begint te lopen : a) bij persoonlijk letsel, vanaf de datum van ontscheping van de passagier;b) bij overlijden tijdens het vervoer, vanaf de datum waarop de passagier had moeten ontschepen en, in geval van een tijdens het vervoer opgelopen letsel dat de dood van de passagier na zijn ontscheping tot gevolg heeft, vanaf de datum van het overlijden;de verjaringstermijn mag evenwel niet langer zijn dan 3 jaar te rekenen vanaf de datum van ontscheping; c) bij verlies of beschadiging van bagage, vanaf de ontschepingsdatum of de datum waarop deze had moeten plaatsvinden, waarbij de laatste van die twee data in aanmerking wordt genomen.3. De wet van het land van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, bepaalt de redenen voor schorsing en stuiting van de verjaring, maar een vordering uit hoofde van dit Verdrag kan in geen geval worden ingesteld na verloop van een van de volgende termijnen : a) een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de ontscheping van de passagier of de datum waarop die had moeten plaatsvinden, waarbij de laatste van die twee data in aanmerking wordt genomen;dan wel, indien eerder b) een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum waarop de eiser op de hoogte was van het door het voorval veroorzaakte letsel, verlies of schade of hiervan redelijkerwijze op de hoogte had moeten zijn.» 4. Ongeacht de bepalingen van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel kan de verjaringstermijn worden verlengd op grond van een verklaring van de vervoerder of een overeenkomst die tussen de partijen wordt gesloten nadat de grond voor een aanspraak is ontstaan.Deze verklaring of overeenkomst wordt schriftelijk opgesteld. Art. 17.Bevoegde rechtsmacht. 1. Een vordering ingesteld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van dit Verdrag wordt naar keuze van de eiser aanhangig gemaakt bij een van de hieronder opgesomde rechtbanken, op voorwaarde dat deze gelegen is in een Staat die Partij is, en voor zover het nationaal recht van elke Staat die Partij is in regels voorziet voor de vaststelling van een geschikte rechtbank binnen die Staten waar een keuze uit meerdere mogelijk is : a) de rechtbank van de staat waar de verweerder zijn gewone verblijfplaats of hoofdzetel heeft, of b) de rechtbank van de Staat van vertrek of van bestemming, bepaald in de vervoersovereenkomst;c) de rechtbank van de Staat van de woonplaats of van de gewone verblijfplaats van de eiser indien de verweerder aldaar een bedrijfszetel heeft en aan de rechtsmacht van die Staat is onderworpen;d) de rechtbank van de Staat waar de vervoersovereenkomst is gesloten, indien de verweerder aldaar een bedrijfszetel heeft en aan de rechtsmacht van die staat is onderworpen.2. Een vordering ingesteld overeenkomstig artikel 4bis van dit Verdrag wordt aanhangig gemaakt bij een van de rechtbanken waar vorderingen kunnen worden ingesteld tegen de vervoerder of feitelijke vervoerder, zulks overeenkomstig lid 1.3. Na het voorval dat de schade heeft veroorzaakt, kunnen de partijen overeenkomen aan welke rechtsmacht of aan welk scheidsgerecht het geschil moet worden onderworpen. Art. 17bis.Erkenning en tenuitvoerlegging 1. Beslissingen van een uit hoofde van artikel 17 bevoegde rechter die voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn in de Staat waarin zij zijn gegeven en waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, worden erkend in elke andere Staat die Partij is, tenzij : a) de beslissing is verkregen door bedrog;of b) de verweerder niet binnen een redelijke termijn is verwittigd en niet behoorlijk in de gelegenheid is gesteld zijn zaak uiteen te zetten.2. Een beslissing die ingevolge het eerste lid is erkend, is vatbaar voor tenuitvoerlegging in iedere Staat die Partij is, zodra de in die Staat vereiste formaliteiten zijn vervuld.Deze formaliteiten mogen niet leiden tot een hernieuwd onderzoek van de zaak. 3. Een Staat die Partij is bij dit protocol mag andere regels voor de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen hanteren, mits deze tot effect hebben te verzekeren dat de beslissingen ten minste in dezelfde mate worden erkend en ten uitvoer gelegd als het geval is wanneer het bepaalde in de leden 1 en 2 wordt toegepast. Art. 18.Ongeldigheid van contractuele bepalingen Elk contractueel beding dat is overeengekomen vóór het voorval dat het overlijden of persoonlijk letsel van de passagier, dan wel verlies of beschadiging van zijn bagage heeft veroorzaakt en dat de vervoerder van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van dit Verdrag ten opzichte van de passagier ontheft of voorziet in een lagere aansprakelijkheidsgrens dan in dit Verdrag is bepaald, tenzij als bepaald in artikel 8, lid 4, of de bewijslast die op de vervoerder of feitelijke vervoerder rust, omkeert, dan wel tot gevolg heeft dat de in artikel 17, lid 1 of 2, omschreven keuze wordt beperkt, is nietig, waarbij de nietigheid van dit beding niet leidt tot de nietigheid van de vervoersovereenkomst, die onderworpen blijft aan de bepalingen van dit Verdrag. Art. 19.Andere Verdragen betreffende de beperking van aansprakelijkheid Dit Verdrag laat onverlet de rechten en verbintenissen van de vervoerder, de feitelijke vervoerder en hun aangestelden of lasthebbers, zoals die zijn omschreven in de internationale Verdragen betreffende de beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaars. Art. 20.Nucleaire schade Niemand kan volgens dit Verdrag aansprakelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit een nucleair ongeval : a) indien de exploitant van een nucleaire installatie aansprakelijk is voor dergelijke schade, hetzij krachtens het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake burgerlijke aansprakelijkheid op het gebied van atoomenergie, als gewijzigd door het aanvullend Protocol van 28 januari 1964 daarbij, hetzij krachtens het Verdrag van Wenen van 21 mei 1963 inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade, dan wel krachtens enige van kracht zijnde wijziging hiervan of enig van kracht zijnd protocol hierbij, of b) indien de exploitant van een nucleaire installatie aansprakelijk is voor dergelijke schade krachtens een nationale wetgeving betreffende de aansprakelijkheid voor dergelijke schade, op voorwaarde dat die wetgeving ten opzichte van de personen die dergelijke schade kunnen ondergaan, in elk opzicht even gunstig is als de Verdragen van Parijs of Wenen, dan wel krachtens enige van kracht zijnde wijziging hiervan of enig van kracht zijnd protocol hierbij. Art. 21.Commercieel vervoer door publiekrechtelijke rechtspersonen Dit Verdrag is van toepassing op het commercieel vervoer dat door Staten of andere publiekrechtelijke rechtspersonen wordt verricht krachtens een vervoersovereenkomst als bepaald in artikel 1. Art. 22.Verklaring van niet-toepassing 1. Bij de toetreding tot of de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag kan elke Partij schriftelijk verklaren dat zij de bepalingen van dit Verdrag niet zal toepassen wanneer de passagier en de vervoerder onderdanen zijn van die Partij.2. Elke verklaring gedaan krachtens lid 1 van dit artikel kan te allen tijde worden ingetrokken door een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Organisatie. Art. 22bis.Slotbepalingen van het Verdrag De slotbepalingen van dit Verdrag zijn de artikelen 17 tot en met 25 van het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 1974. Verwijzingen in dit Verdrag naar Staten die Partij zijn, zijn te beschouwen als verwijzingen naar Staten die Partij zijn bij dat protocol.
SLOTBEPALINGEN (Artikels 17 tot 25 van het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee) ARTIKEL 17. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding 1. Dit Protocol Staat open voor ondertekening op het hoofdkantoor van de Organisatie vanaf 1 mei 2003 tot en met 30 april 2004 en staat nadien open voor toetreding.2. De Staten mogen hun instemming om door dit Protocol gebonden te worden tot uitdrukking brengen door : a) ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;of b) ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of c) toetreding.3. Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door neerlegging van een hiertoe strekkende akte bij de Secretaris-generaal.4. Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die zijn neergelegd nadat een wijziging van dit Protocol in werking is getreden ten aanzien van alle Staten die Partij zijn, of nadat alle maatregelen vereist voor de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van die Staten voltooid zijn, worden geacht van toepassing te zijn op dit Protocol, zoals gewijzigd door bedoelde wijziging.5. Een Staat geeft geen uitdrukking aan zijn instemming om door dit Protocol te worden gebonden, indien hij hierbij partij is, tenzij hij de volgende instrumenten opzegt : a) het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974;b) het Protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976;en c) het Protocol van 1990 tot wijziging van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 29 maart 1990; vanaf het tijdstip waarop dit Protocol voor die Staat in werking treedt in overeenstemming met artikel 20.
ARTIKEL 18. Staten met meer dan één rechtsstelsel 1. Indien een Staat twee of meer territoriale eenheden heeft waarin verschillende rechtsstelsels van toepassing zijn op vraagstukken die bij dit Protocol worden geregeld, kan hij op het tijdstip van de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat dit Protocol van toepassing is op al zijn territoriale eenheden, of slechts op een of meer daarvan, en kan hij te allen tijde deze verklaring wijzigen door het indienen van een andere.2. Een dergelijke verklaring wordt ter kennis gebracht van de Secretaris-generaal en vermeldt uitdrukkelijk de territoriale eenheden waarop dit Protocol van toepassing is.3. Met betrekking tot een Staat die Partij is die een dergelijke verklaring aflegt, geldt het volgende : a) verwijzingen naar de Staat van registratie van een schip en, in het geval van een certificaat van verplichte verzekering, naar de Staat van afgifte of waarmerking, worden uitgelegd als verwijzingen naar de territoriale eenheid waarin het schip is geregistreerd, respectievelijk waarin het certificaat wordt afgegeven of gewaarmerkt;b) verwijzingen naar de vereisten van het nationaal recht, de nationale aansprakelijkheidsgrens en de nationale munteenheid worden uitgelegd als verwijzingen naar respectievelijk de vereisten van het recht, de aansprakelijkheidsgrens en de munteenheid van de territoriale eenheid in kwestie;en c) verwijzingen naar rechtbanken, en naar in de Staten die Partij zijn te erkennen beslissingen, worden uitgelegd als verwijzingen naar respectievelijk rechtbanken van en beslissingen die moeten worden erkend in de territoriale eenheid in kwestie. ARTIKEL 19. Organisaties voor regionale economische integratie 1. Een organisatie voor regionale economische integratie, die is samengesteld uit soevereine Staten die bevoegdheid inzake bepaalde bij dit Protocol geregelde zaken aan deze organisatie hebben overgedragen, mag dit Pprotocol ondertekenen, bekrachtigen, aanvaarden, goedkeuren, of ertoe toetreden.Een organisatie voor regionale economische integratie die Partij bij dit Protocol is heeft de rechten en verplichtingen van een Staat die Partij is, voor zover deze organisatie bevoegd is voor de onder dit Protocol vallen vraagstukken. 2. Waar een organisatie voor regionale economische integratie haar stemrecht uitoefent in aangelegenheden waarvoor zij bevoegd is, krijgt zij een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van haar Lidstaten die Partij zijn bij dit Protocol en die bevoegdheid inzake het vraagstuk in kwestie aan haar hebben overgedragen.Een organisatie voor regionale economische integratie oefent haar stemrecht niet uit indien haar Lidstaten het hunne uitoefenen, en omgekeerd. 3. Waar het aantal Staten die Partij zijn relevant is in dit Protocol, met inbegrip van maar niet beperkt tot de artikelen 20 en 23 van dit Protocol, telt de Organisatie voor regionale economische integratie niet als een Staat die Partij is in aanvulling op haar Lidstaten die Partij zijn.4. Op het tijdstip van de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding legt de organisatie voor regionale economische integratie een verklaring af aan de Secretaris-generaal ter aanduiding van de bij dit Protocol geregelde zaken met betrekking waartoe bevoegdheid is overgedragen aan die organisatie door haar Lidstaten die ondertekenaars van of Partijen bij dit Protocol zijn en van enige andere relevante restricties ten aanzien van de draagwijdte van die bevoegdheid.De organisatie voor regionale economische integratie stelt de Secretaris-generaal onverwijld in kennis van enigerlei veranderingen in de verdeling van de bevoegdheid, met inbegrip van nieuwe overdrachten van bevoegdheid, als aangeduid in de in dit lid bedoelde verklaring. Dergelijke verklaringen worden, krachtens artikel 24 van dit Protocol, door de Secretaris-generaal aan de betrokkenen ter beschikking gesteld. 5. Staten die Partij zijn en die Lidstaten zijn van een organisatie voor regionale economische integratie welke zelf Partij bij dit Protocol is, worden geacht bevoegd te zijn voor alle bij dit Protocol geregelde zaken met betrekking waartoe overdrachten van bevoegdheid aan de organisatie niet, overeenkomstig lid 4, in een verklaring zijn aangeduid of zijn medegedeeld. ARTIKEL 20. Inwerkingtreding 1. Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop tien Staten het zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben ondertekend of akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben neergelegd bij de Secretaris-generaal.2. Ten aanzien van elke Staat die dit Protocol bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt nadat aan de in het eerste lid gestelde eisen voor inwerkingtreding is voldaan, treedt dit Protocol in werking drie maanden na de datum van neerlegging door die Staat van de daartoe strekkende akte, maar niet voordat dit Protocol overeenkomstig lid 1 in werking is getreden. ARTIKEL 21. Opzegging 1. Een Staat die Partij bij dit Protocol is kan dit Protocol, na de datum waarop het voor die Staat in werking is getreden, te allen tijde opzeggen.2. Opzegging geschiedt door neerlegging van een hiertoe strekkende akte bij de Secretaris-generaal.3. Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de neerlegging van de akte van opzegging bij de Secretaris-generaal of na een langere termijn wanneer zulks in die akte is bepaald.4. Opzegging door een Staat die Partij bij dit Protocol is, van het Verdrag overeenkomstig artikel 25 van dit Verdrag, wordt onder geen beding uitgelegd als een opzegging van het Verdrag als herzien bij dit Protocol. ARTIKEL 22. Herziening en wijziging 1. Een conferentie tot herziening of wijziging van dit protocol kan door de Organisatie worden bijeengeroepen.2. De Organisatie roept een conferentie van de partijen bij dit Protocol bijeen ter herziening of wijziging ervan, op verzoek van ten minste een derde van de partijen. ARTIKEL 23. Wijziging van de aansprakelijkheidsgrenzen 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 22 is de bijzondere procedure van dit artikel enkel van toepassing voor wijzigingen van de aansprakelijkheidsgrenzen die zijn vastgesteld in artikel 3, lid 1, artikel 4bis, lid 1, artikel 7, lid 1, en artikel 8 van het Verdrag als herzien bij dit Protocol.2. Op verzoek van ten minste de helft, maar in geen geval minder dan zes van de Staten die Partij zijn bij dit Protocol, wordt elk voorstel tot wijziging van de aansprakelijkheidsgrenzen, met inbegrip van de aftrekbare bedragen, als gespecificeerd in artikel 3, lid 1, artikel 4bis, lid 1, artikel 7, lid 1, en artikel 8 van het Verdrag als herzien bij dit Protocol, door de Secretaris-generaal aan alle leden van de Organisatie en alle Staten die Partij zijn toegezonden.3. Elke voorgestelde wijziging die is toegezonden als hierboven bedoeld, wordt ter overweging voorgelegd aan de Juridische Commissie van de Organisatie (hierna de Juridische Commissie » te noemen) opdat deze commissie de wijziging ten minste zes maanden na de datum van toezending bestudeert.4. Alle Staten die Partij zijn bij het Verdrag als herzien bij dit Protocol hebben, ongeacht of zij al dan niet Lid van de Organisatie zijn, het recht deel te nemen aan de werkzaamheden van de Juridische Commissie in verband met de overweging en goedkeuring van wijzigingen.5. Wijzigingen worden goedgekeurd bij een meerderheid van tweederde van de in de Juridische Commissie in de in lid 4 bedoelde samenstelling aanwezige stemhebbende Staten die Partij zijn bij het Verdrag als herzien bij dit Protocol, op voorwaarde dat ten minste de helft van de Staten die Partij zijn bij het Verdrag als herzien bij dit Protocol, ten tijde van de stemming aanwezig is.6. Wanneer de Juridische Commissie een voorstel tot wijziging van de grenzen bespreekt, houdt zij rekening met de ervaring die bij incidenten werd opgedaan en in het bijzonder het bedrag van de daaruit voortvloeiende schade en met wijzigingen in geldwaarden en de gevolgen van de voorgestelde wijziging voor de verzekeringskosten.7. a) Geen wijziging van de aansprakelijkheidgrenzen overeenkomstig dit artikel mag in overweging worden genomen minder dan vijf jaar vanaf de datum waarop dit Protocol voor ondertekening is opengesteld, noch minder dan vijf jaar vanaf de datum waarop een eerdere wijziging overeenkomstig dit artikel van kracht is geworden.b) Geen aansprakelijkheidgrens mag worden opgetrokken tot boven een bedrag dat overeenkomt met de grens die is neergelegd in het Verdrag als herzien bij dit Protocol, verhoogd met zes procent per jaar, berekend op samengestelde basis vanaf de datum waarop dit Protocol voor ondertekening werd opengesteld.c) Geen aansprakelijkheidgrens mag worden opgetrokken tot boven een bedrag dat overeenkomt met de grens die is neergelegd in het Verdrag als herzien bij dit Protocol, vermenigvuldigd met drie.8. Elke in overeenstemming met lid 5 goedgekeurde wijziging wordt door de Organisatie medegedeeld aan alle Staten die Partij zijn.De wijziging wordt geacht te zijn aanvaard na verstrijken van een periode van achttien maanden na de datum van mededeling, tenzij gedurende die periode niet minder dan een vierde van de Staten die Partij waren ten tijde van de goedkeuring van de wijziging de Secretaris-generaal hebben laten weten dat zij de wijziging niet aanvaarden, in welk geval de wijziging wordt verworpen en zonder gevolg blijft. 9. Een wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard overeenkomstig lid 8, treedt in werking achttien maanden na aanvaarding daarvan.10. Alle Staten die Partij zijn worden door de wijziging gebonden, tenzij zij dit Protocol overeenkomstig artikel 21, leden 1 en 2, ten minste zes maanden voordat de wijziging van kracht wordt, opzeggen. Deze opzegging wordt effectief wanneer de wijziging van kracht wordt. 11. Wanneer een wijziging is goedgekeurd, maar de periode van achttien maanden voor de aanvaarding ervan nog niet is verstreken, is een Staat welke gedurende die periode Partij wordt, gebonden door de wijziging indien deze van kracht wordt.Een Staat die na die periode Partij wordt, is gebonden door een wijziging die is aanvaard overeenkomstig lid 8. In de in dit lid bedoelde gevallen wordt een Staat door een wijziging gebonden wanneer deze wijziging van kracht wordt, of wanneer dit Protocol voor die Staat van kracht wordt, indien dit later gebeurt.
ARTIKEL 24. Depositaris 1. Dit Protocol en eventuele wijzigingen, goedgekeurd krachtens artikel 23, worden neergelegd bij de secretaris-generaal.2. De Secretaris-generaal : a) stelt alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden, in kennis van : i) elke nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding en de datum daarvan; ii) elke verklaring en mededeling overeenkomstig artikel 9, leden 2 en 3, artikel 18, lid 1, en artikel 19, lid 4, van het Verdrag als herzien bij dit Protocol; iii) de datum van inwerkingtreding van dit Protocol; iv) enig voorstel tot wijziging van de aansprakelijkheidsgrenzen in overeenstemming met artikel 23, lid 2, van dit Protocol; v) elke in overeenstemming met artikel 23, lid 5, goedgekeurde wijziging van dit Protocol; vi) enige wijziging welke geacht wordt te zijn aanvaard ingevolge artikel 23, lid 8, van dit Protocol, tezamen met de datum waarop die wijziging van kracht wordt, zulks in overeenstemming met de leden 9 en 10 van dat artikel; vii) de neerlegging van elke akte van opzegging van dit Protocol, alsmede de datum van neerlegging en de datum waarop die van kracht wordt; viii) enige mededeling welke op grond van enig artikel van dit protocol vereist zou zijn; b) doet voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Protocol toekomen aan alle staten die dit Protocol hebben ondertekend en aan alle staten die ertoe zijn toegetreden.3. Zodra dit Protocol in werking is getreden, wordt de tekst ervan door de Secretaris-generaal toegezonden aan het Secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties ter registratie en publicatie, overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties. ARTIKEL 25. Talen Dit Protocol is opgesteld in één enkel oorspronkelijk exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
GEDAAN TE LONDEN, de eerste november tweeduizend en twee.
Bijlage CERTIFICAAT VAN VERZEKERING OF ANDERE FINANCI"LE ZEKERHEID MET BETREKKING TOT DE AANSPRAKELIJKHEID BIJ OVERLIJDEN OF PERSOONLIJK LETSEL VAN EEN PASSAGIER Afgegeven overeenkomstig artikel 4bis van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, 2002
Naam van het schip
Identificatienummer of -letters
IMO- scheepsidentificatie-nummer
Haven van registratie
Naam en volledig adres van het hoofdkantoor van de vervoerder die het vervoer feitelijk verricht
Hierbij wordt verklaard dat er met betrekking tot bovenvermeld schip een verzekering of andere financiële zekerheid van kracht is die voldoet aan het bepaalde in artikel 4bis van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, 2002.
Aard van de zekerheid . . . . .
Duur van de zekerheid . . . . .
Naam en adres van de verzekeraar(s) en/of borg(en) Naam . . . . .
Adres . . . . .
Dit certificaat is geldig tot . . . . .
Afgegeven of gewaarmerkt door de regering van . . . . . (volledige naam van de Staat) OF Onderstaande tekst moet worden gebruikt wanneer een Staat die Partij is een beroep doet op artikel 4bis, lid 3 : Dit certificaat wordt afgegeven op gezag van de regering van . . . . . (volledige naam van de Staat) door . . . . . (naam van de instelling of organisatie) te . . . . . op . . . . . (plaats) (datum) (Handtekening en titel van de ambtenaar die het certificaat afgeeft of waarmerkt) Toelichting : 1. Desgewenst mag bij de naam van de Staat ook de bevoegde overheidsinstantie worden vermeld van het land waar het certificaat wordt afgegeven.2. Indien het totaalbedrag van de zekerheid uit meer dan één bron afkomstig is, dienen de onderscheiden bedragen te worden opgegeven.3. Indien de zekerheid in verscheidene vormen wordt gesteld, moeten deze worden opgesomd.4. Onder "Duur van de zekerheid" moet worden aangegeven op welke datum deze zekerheid van kracht wordt.5. Onder « Naam en adres van de verzekeraar(s) en/of borg(en) » moet het hoofdkantoor van de verzekeraar(s) en/of de borg(en) worden vermeld.Waar nodig, adres van het kantoor waar de verzekering is gesloten of de zekerheid is gesteld, vermelden.
Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 1 november 2002
Staten/Organisaties
Datum authentificatie
Type instemming
Datum instemming
Datum interne inwerkingtreding
ALBANIE
Toetreding
16/03/2005
23/04/2014
BELIZE
Toetreding
22/08/2011
23/04/2014
BULGARIJE
Toetreding
10/12/2013
23/04/2014
België
Toetreding
23/04/2013
23/04/2014
DENEMARKEN
Toetreding
23/05/2012
23/04/2014
DUITSLAND
Bekrachtiging
Europese Unie
Toetreding
15/12/2011
23/04/2014
FINLAND
Aanvaarding
GRIEKENLAND
Toetreding
06/12/2013
23/04/2014
KROATIE
Toetreding
25/09/2013
23/04/2014
LETLAND
Toetreding
17/02/2005
23/04/2014
MALTA
Toetreding
07/08/2013
23/04/2014
NEDERLAND
Toetreding
26/09/2012
23/04/2014
NOORWEGEN
Bekrachtiging
26/11/2013
23/04/2014
PALAU
Toetreding
29/09/2011
23/04/2014
PANAMA
Toetreding
23/01/2014
23/04/2014
SAINT KITTS ET NEVIS
Toetreding
30/08/2005
23/04/2014
SERVI"
Toetreding
25/05/2011
23/04/2014
SPANJE
Bekrachtiging
SYRIE
Toetreding
10/03/2005
23/04/2014
VERENIGD KONINKRIJK
Bekrachtiging
21/01/2014
23/04/2014
ZWEDEN
Bekrachtiging
PROTOCOL VAN 2002 bij het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee De Staten die Partij zijn bij dit Protocol, OVERWEGENDE dat het wenselijk is het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974, te herzien, ten einde te kunnen voorzien in een betere schadeloosstelling, objectieve aansprakelijkheid in te voeren, een vereenvoudigde procedure vast te stellen voor de aanpassing van de bedragen van de aansprakelijkheidsbeperking, en ten behoeve van de passagiers in een verplichte verzekering te voorzien, ERAAN HERINNEREND dat het Protocol van 1976 bij het Verdrag het Bijzondere Trekkingsrecht als rekeneenheid introduceert ter vervanging van de goudfrank, OPGEMERKT HEBBENDE dat het Protocol van 1990 bij het Verdrag, dat voorziet in een verbeterde schadeloosstelling en een vereenvoudigde procedure voor de actualisering van de aansprakelijkheidsbedragen, niet in werking is getreden, zijn als volgt overeengekomen : ARTIKEL 1 In dit Protocol wordt aan onderstaande uitdrukkingen de volgende betekenis toegekend : 1. « Verdrag » : de tekst van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 1974.2. « Organisatie » : de Internationale Maritieme Organisatie.3. "Secretaris-generaal » : de Secretaris-generaal van de Organisatie. ARTIKEL 2 Artikel 1, lid 1 van het Verdrag wordt vervangen door de volgende tekst : « 1 a) « vervoerder » betekent een persoon door of namens welke een vervoerovereenkomst is gesloten, ongeacht de vraag of het vervoer feitelijk door deze persoon of door een feitelijke vervoerder wordt ve …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.