Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit houdende het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit regelt de bezoldiging van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) en vervangt eerdere, versnipperde regelingen door één omvattende tekst. Het doel is om het geldelijk statuut vollediger en toegankelijker te maken.

Wat het regelt

  • De bezoldigingsregeling, inclusief weddenschalen en de overgang naar hogere schalen.
  • De toepassing van bepaalde bepalingen op zowel statutaire als contractuele personeelsleden.
  • De toekenning van premies, vergoedingen en toelagen.
  • De berekening van de geldelijke anciënniteit.

Wie het aanbelangt

  • Het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT).
  • Zowel statutaire ambtenaren als contractuele personeelsleden van het BIPT.

Kernpunten

  • De weddenschalen zijn opgenomen in Bijlage I en II, waarbij Bijlage II een lineaire verhoging van 3% bevat, met terugwerkende kracht tot 1 juli 2005.
  • Overgangen naar hogere weddenschalen zijn uniform vastgesteld: na één jaar (na vastbenoeming), na acht jaar en na twaalf jaar dienst.
  • Personeelsleden met aantoonbare nuttige beroepservaring van minstens één jaar kunnen onmiddellijk in de tweede weddenschaal worden geplaatst.
  • Contractuele personeelsleden gaan na één jaar dienst automatisch over naar het tweede barema verbonden aan hun graad.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)Art. 33Art. 39Art. 42§ 2

LAG AAN DE KONING Sire, Zoals het besluit houdende het administratief statuut dat U gelijktijdig ter ondertekening wordt voorgelegd, wordt het onderhavige geldelijk statuut van het personeel van het B

Art. 33

.Voor de toepassing op de ambtenaren en het contractueel personeel van het Instituut worden de regelen vermeld in artikel 31, eerste lid, aangepast zoals wordt bepaald in de artikelen 34 tot 46 van dit besluit. Afdeling I. - Nadere regelen tot toepassing van het ministerieel besluit van 24 februari 1964 betreffende de toekenning van een toelage voor uitoefening van functies boven die van de graad Art. 34.Artikel 4, derde lid, moet gelezen worden als volgt : "De Raad wijst de ambtenaren aan die functies boven hun graad uitoefenen." Art. 35.In artikel 5 moeten de opschriften van de punten A en B gelezen worden als volgt : "A. Alle ambtenaren met uitzondering van de ambtenaren bedoeld onder B" B. De ambtenaren bekleed met de graad van technicien" Afdeling II. - Nadere regelen tot toepassing van het ministerieel besluit van 10 december 1964 betreffende het compenseren en bezoldigen van zondagswerk Art. 36.Artikel 1 moet gelezen worden als volgt : "Artikel 1.Afgezien van de inhaalrust of van de bezoldiging toe te passen in overeenstemming met "Reglement betreffende de organisatie van de arbeidstijden bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie", wordt aan de ambtenaren en contractuele personeels-leden van het Instituut een "toelage voor zondagswerk" verleend voor hun prestaties op zaterdagen, zondagen en wettelijk erkende feestdagen." Afdeling III. - Nadere regelen tot toepassing van het ministerieel besluit van 11 mei 1965 betreffende het toekennen van vergoedingen wegens verblijfskosten aan het personeel van de Regie van Telegrafie en Telefonie Art. 37.Artikel 3 moet gelezen worden als volgt : "Art. 3.De in dit besluit vastgestelde bedragen betreffende de onder 1°, 2°, 3° en 4° van artikel 2 vermelde vergoedingen zijn onderworpen aan de mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van het Instituut. Zij worden gekoppeld aan het indexcijfer 138,01." Art. 38.De tabel opgenomen in artikel 7 moet gelezen worden als volgt : Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 39

.Artikel 13, tweede lid, moet gelezen worden als volgt : "De dagelijkse vergoeding wegens verblijfskosten die in dat geval wordt vereffend, mag niet minder bedragen dan die welke is vastgesteld voor de ambtenaren of contractuele personeelsleden met een graad gerangschikt in de rangen A3 en A2." Art. 40.In artikel 16 moet het bedrag van "4,10 EUR" gelezen worden als "15,78 EUR" Art. 41.De tabel opgenomen in artikel 21 moet gelezen worden als volgt : Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 42.Artikel 29 moet gelezen worden als volgt : "Art.

29.Een maandelijkse forfaitaire vergoeding van 47,80 EUR wordt toegekend aan de statutaire ambtenaren of contractuele personeelsleden van het niveau C en D die zich binnen of buiten de agglomeraties of lokaliteiten verplaatsen." Art. 43.In artikel 31 moet het bedrag van "1,81 EUR" gelezen worden als "6,98 EUR" Art. 44.In artikel 32 moeten de bedragen van "7,89 EUR" e "4,54 EUR" respectievelijk gelezen worden als "30,50 EUR" en "17,50" EUR." Art. 45.Het tweede lid van artikel 33 is niet van toepassing op het Instituut. Afdeling IV. - Nadere regelen tot toepassing van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot toekenning van taalpremies aan de personeelsleden van het Federaal Administratief Openbaar Ambt Art. 46.Artikel 2 moet gelezen worden als volgt : "Art. 2.Dit besluit is van toepassing op het statutair personeel en op het bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel." HOOFDSTUK II. - Premies, vergoedingen en toelagen eigen aan het Instituut Afdeling I. - Toekenning van een halfjaarlijkse beheerstoelage Art. 47.Een toelage van individuele aard, die veranderlijk is tussen een maximum- en een minimumbedrag, wordt toegekend aan de statutaire ambtenaren en aan de contractuele personeelsleden naargelang van de wijze waarop de functie wordt vervuld. Het bedrag van de toelage wordt vastgesteld in overeenstemming met het waarderingscijfer dat het resultaat is van de beoordelingsprocedure zoals vastgelegd in de artikelen 54 tot 68 van het administratief statuut. Art. 48.§

  1. De toelage wordt vastgesteld in verhouding tot het aantal kalenderdagen gedurende welke de gegadigde de functie effectief uitoefent tijdens de periode gaande van 1 november tot 30 april of tijdens die gaande van 1 mei tot 31 oktober. Indien tijdens één van de in het vorige lid vermelde periodes een gegadigde zijn functie gedurende een al dan niet onderbroken periode van minstens dertig kalenderdagen niet uitoefent, wordt de toelage voor het eerste, respectievelijk het tweede halfjaar, verminderd in verhouding tot de periode gedurende welke de functie niet uitgeoefend werd. §
  2. In afwijking van § 1, worden voor de toekenning van de toelage volgende verloven gelijkgesteld met de effectieve uitoefening van de functie : 1° jaarlijkse vakantieverlof, anciënniteitsverlof en op feestdagen;2° verlof voor syndicale activiteiten;3° verlof om een ambt uit te oefenen in het kabinet van de minister of staatssecretaris die bevoegd is voor de aangelegenheden die de postdiensten of telecommunicatie betreffen;4° zwangerschaps- en vaderschapsverlof;5° afwezigheid als gevolg van een beroepsziekte, een arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar en van het werk;6° omstandigheidsverlof;7° uitzonderlijk verlof, met uitzondering van de verloven bedoeld in de artikelen 16 en 17 van het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/1998 pub. 28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen;8° loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen. §
  3. Wordt beschouwd alsof hij zijn functie niet uitoefent de gegadigde die : 1° in non-activiteit is;2° in disponibiliteit is;3° geschorst wordt in het belang van de dienst;4° terwijl hij in dienstactiviteit is en een ander verlof dan deze bedoeld in § 2, of als contractueel personeelslid een hiermee gelijkgestelde afwezigheid, geniet. §
  4. Aan de gegadigde die op het einde van een periode bedoeld in § 1, eerste lid, afwezig is, wordt na drie maanden overschrijding van deze datum zonder dat de betrokkene het werk heeft hervat, 80 % van het bruto bedrag verbonden aan het laatste hem toegekende waarderingscijfer, uitbetaald. Bij de berekening van de 80 % van de vergoeding wordt rekening gehouden met de bepalingen van §
  5. De regularisatie volgt zodra de gegadigde het werk heeft hervat en hem een waarderingscijfer werd toegekend. §
  6. Behoudens bij toepassing van art. 66, § 2, in fine van het administratief statuut, krijgt de gegadigde die om welke reden ook gedurende de volledige zesmaandelijkse periode bedoeld in § 1 afwezig is, een waarderingscijfer dat gelijk is aan het, naar de hogere eenheid afgeronde, gemiddelde van de laatste twee hem toegekende waarderingscijfers. Art. 49.§
  7. De toelage wordt betaald op het einde van elk burgerlijk halfjaar. §
  8. Het maximum bruto bedrag wordt verbonden aan een waarderingscijfer van 100 op 100 en staat in de hierna vermelde verhouding tot de aan het indexcijfer der consumptieprijzen aangepaste maximumwedde van de weddenschaal waarin de gegadigde zich op dat ogenblik bevindt : 1° 25 % voor de rang A5;2° 18 % voor de ambtenaren die bij de koninklijke besluiten van 18 januari 1994 en van 25 februari 1994 benoemd werden in een graad van rang 13;3° 15 % voor de rang A3;4° 10 % voor de rang A2;5° 12,5 % voor de niveaus B, C en D. §
  9. Het minimumbedrag is gelijk aan een derde van het maximumbedrag en is verbonden aan een waarderingscijfer van 50 op
  10. Tussen de waarderingscijfers 50 en 100 zijn er tussensprongen van één punt. Ieder punt geeft een verhoging van het bruto bedrag van de toelage met één vijftigste van het verschil tussen het maximum- en het minimumbedrag. §
  11. De voor de wedden geldende betalingsindex van de maanden juni en december wordt toegepast voor het bepalen van het maximumbedrag van de beheerstoelage van het eerste, respectievelijk het tweede halfjaar. Art. 50.De gegadigde die een waarderingscijfer lager dan vijftig krijgt, wordt uitgesloten van het genot van de toelage. Enkel ingeval een waarderingscijfer lager dan vijftig wordt voorgesteld kan beroep aangetekend worden bij de Raad van Beroep bedoeld in titel X van het administratief statuut. Art. 51.§
  12. In afwijking van artikel 47, wordt ambtshalve het minimumbedrag toegekend aan de op proef benoemde statutaire ambtenaren en aan de contractuele personeelsleden die minder dan twaalf al dan niet onderbroken kalendermaanden in dienst zijn bij het Instituut. §
  13. Indien aan voormelde personeelsleden na verloop van dit jaar om reden van afwezigheid geen eerste waarderingscijfer kan worden toegekend, behouden zij ambtshalve het minimumbedrag tot de toekenning van het eerste waarderingscijfer. Art. 52.Het totale bedrag van een toelage mag niet hoger zijn dan navermeld percentage van het in overeenstemming met artikel 49, § 2 voor elke graad bepaalde maximumbedrag, vermenigvuldigd met het aantal gegadigden van de betrokken graad : 1° 90 % voor de rang A5;2° 80 % voor de overige statutaire ambtenaren en contractuele personeelsleden van niveau A;3° 80 % voor de statutaire ambtenaren en contractuele personeelsleden van de niveaus B, C en D. Art. 53.Het aantal gegadigden van elke graad mag niet groter zijn dan het aantal in de personeelsformatie opgenomen betrekkingen van de bewuste graad. Het in de begroting voorziene krediet voor de beheerstoelage mag niet worden overschreden. Afdeling II. - Toelage aan de ambtenaren of contractuele personeelsleden die aangesteld worden tot opdrachthouder Art. 54.Een toelage wordt toegekend aan de statutaire ambtenaren en aan de contractuele personeelsleden waaraan, in overeenstemming met hoofdstuk III van titel VIII van het administratief statuut, de kwalificatie van opdrachthouder werd toegekend. Art. 55.§
  14. Voor iedere opdracht stelt de Raad, naargelang van de graad van de opdrachthouder, het bruto jaarbedrag van de toelage vast op een percentage van het verschil tussen de maximumwedde van de weddenschaal in kolom 1 en de maximumwedde van de weddenschaal in kolom 2 : Voor de raadpleging van de tabel,

§ 2

. Voor de opdrachthouders die een graad van ingenieur-adviseur, eerste ingenieur-adviseur, informaticus-adviseur of eerste informaticus-adviseur bekleden, wordt het verschil bedoeld in § 1, vermenigvuldigd met de correctiecoëfficiënt 1,

  1. Behoren de opdrachthouders tot het niveau C, dan wordt het verschil bedoeld in § 1, vermenigvuldigd met de correctiecoëfficiënt 0,
  2. §
  3. Het percentage bedoeld in § 1 wordt door de Raad, na overleg met de representatieve vakorganisaties, vastgesteld op 60 %, 40 % of 25 % naargelang van de zwaarte van de opdracht en van het belang ervan voor het Instituut. §
  4. De toelage mag niet hoger zijn dan 7.430 EUR voor een opdracht in niveau A en dan 3.715 EUR voor een opdracht in niveau B, C of D. §
  5. Voor een opdrachthouder in het niveau A mag daarenboven de som van de brutowedde van de opdrachthouder met de toelage, de brutowedde van weddenschaal A5a op dezelfde anciënniteittrap, niet overschrijden. §
  6. De toelage en de maximumbedragen bedoeld in § 4, zijn onderworpen aan de mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van het Instituut en zijn gekoppeld aan het indexcijfer 138,
  7. Art. 56.§
  8. De toelage wordt maandelijks samen met de wedde vereffend en stemt overeen met een twaalfde van het in overeenstemming met artikel 54 vastgestelde jaarbedrag. §
  9. Verricht de opdrachthouder deeltijdse prestaties, dan wordt de toelage in verhouding verminderd. §
  10. De opdrachthouder verliest ambtshalve de toelage verbonden aan zijn opdracht wanneer hij de minimumprestaties bedoeld in artikel 83, § 5 van het administratief statuut, niet verricht, behoudens als de afwezigheid te wijten is aan ziekte, zwangerschap, beroepsziekte, een arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar of van het werk. Bij een ononderbroken afwezigheid ingevolge één van deze uitzonderingen, of ingevolge een combinatie ervan, verliest de opdrachthouder ambtshalve de toelage na 16 weken. Indien de uitvoering van de opdracht dit noodzaakt, kan de Raad in een gemotiveerde beslissing deze periode terugbrengen op 30 kalenderdagen. Art. 57.§
  11. De toelage bedoeld in artikel 54 kan, in de niveaus B, C en D, maximaal aan 30 % van de in deze niveaus aanwezige ambtenaren en contractuele personeelsleden, worden toegekend. §
  12. De toelage bedoeld in artikel 54 kan maximaal aan 20 % van de in de rangen A2 en A3 aanwezige ambtenaren en contractuele personeelsleden, worden toegekend. Afdeling III. - Toelage voor het uitvoeren van controles Art. 58.Een toelage wordt toegekend aan de ambtenaren en aan de contractuele personeelsleden van de niveaus B, C en D, waarvan in de functiebeschrijving bedoeld in artikel 52 van het administratief statuut, vastgelegd wordt dat zij hoofdzakelijk belast worden met het uitvoeren van controles buiten de werkzetel. Art. 59.Het jaarbedrag van de toelage wordt vastgesteld op 743 EUR. De toelage is onderworpen aan de mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van het Instituut en is gekoppeld aan het indexcijfer 138,
  13. De toelage wordt maandelijks uitbetaald en stemt overeen met een twaalfde van het jaarbedrag, voor wie hoofdzakelijk controletaken uitvoert. Art. 60.§
  14. Indien de gegadigde deeltijdse prestaties verricht, wordt de toelage pro rato uitbetaald. §
  15. De toelage blijft gedurende de volgende verloven verschuldigd : 1° jaarlijkse vakantie;2° ziekte;3° zwangerschap en vaderschapsverlof;4° afwezigheid als gevolg van een arbeidsongeval of beroepsziekte;5° verminderde prestaties wegens ziekte. §
  16. De toelage wordt niet toegekend voor de volledige maanden waarin de gegadigde : 1° in non-activiteit is;2° in disponibiliteit is;3° geschorst wordt in het belang van de dienst;4° in dienstactiviteit is en een ander verlof dan deze bedoeld in § 2, of als contractueel personeelslid een hiermee gelijkgestelde afwezigheid, geniet. Art. 61.Aan de ambtenaren en contractuele personeelsleden van de niveaus B, C en D, die slechts sporadisch controles buiten de werkzetel uitvoeren, wordt voor iedere begonnen periode van vijf gecumuleerde werkdagen waarin dergelijke opdrachten worden verricht, een toelage toegekend door de Raad die gelijk is aan 1/50ste van het in artikel 59 vermelde bedrag. Art. 62.De toelagen bedoeld in de artikelen 59 en 61 kunnen gecumuleerd worden met de toelage bedoeld in artikel 54 voor zover de controles buiten de werkzetel verder worden uitgevoerd. TITEL III. - Voordelen overgedragen aan de ambtenaren en contractuele personeelsleden van het Instituut op basis van artikel 73, § 3 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven Art. 63.§
  17. Aan de ambtenaren en de contractuele personeelsleden met een arbeidsovereenkomst van minimum twaalf maanden wordt de terugbetaling gewaarborgd van het telefoon- of GSM-abonnementsgeld onder de door de Raad te bepalen modaliteiten. §
  18. Om dienstredenen en onder door de Raad te bepalen modaliteiten, kan aan de ambtenaren en contractuele personeelsleden die, uit hoofde van hun functie, zo optimaal mogelijk bereikbaar moeten zijn, een dienstaansluiting worden toegestaan. Onder dienstaansluiting wordt verstaan een telefoonaansluiting ten huize bestaande uit een enkelvoudig toestel. In dat geval wordt tegemoetgekomen in de gesprekskosten. Art. 64.§
  19. Onder door de Raad te bepalen modaliteiten worden aan de ambtenaren, aan de contractuele personeelsleden en aan de gepensioneerde ambtenaren volgende sociale voordelen aangeboden : 1° een hospitalisatieverzekering;2° een geboortepremie;3° studiebeurzen;4° tussenkomsten in medische kosten;5° tussenkomsten voor de opvang van kinderen;6° preventieve medische controle. De voordelen vermeld onder 3 en 4 zijn gebonden aan een jaarlijks door de Raad vast te stellen maximaal familiale inkomen. §
  20. Het in § 1 opgesomd pakket aan sociale voordelen kan door de Raad geactualiseerd of uitgebreid worden binnen de bestaande budgettaire enveloppe. Art. 65.De verkeersvoordelen toegekend aan de ambtenaren en contractuele personeelsleden op basis van de conventie van 28 mei 1973 afgesloten tussen de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen en het Ministerie van Verkeerswezen, blijven van toepassing op de ambtenaren van het Instituut volgens de modaliteiten vast te stellen door de Raad. TITEL IV. - Overgangsbepalingen Art. 66.§
  21. De ambtenaar of het contractuele personeelslid die, in overeenstemming met het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling voor elke graad van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, van de weddeschalen, de weddecomplementen en hun toekenningsvoorwaarden, ingeschaald is in de weddenschaal vermeld in kolom 1, van de tabel opgenomen in bijlage IV, wordt overgeheveld naar de ernaast in kolom 2 staande weddenschaal. §
  22. De door deze ambtenaar of contractueel personeelslid verkregen geldelijke anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschaal. Art. 67.§
  23. Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 26 en 27, behouden de ambtenaren die bij het Instituut benoemd zijn met toepassing van het artikel 74 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven de geldelijke anciënniteit die ze verworven hebben in het overheidsbestuur waaruit ze afkomstig zijn. §
  24. De wedde van de ambtenaren die, ter uitvoering van artikel 74 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, bij de koninklijke besluiten van 18 januari 1994 of van 25 februari 1994 bij het Instituut werden benoemd in de graad van administratief directeur of van technisch directeur, wordt vastgesteld in de weddenschaal A3d. §
  25. De wedde van de ambtenaren die, ter uitvoering van artikel 74 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, bij de koninklijke besluiten van 18 januari 1994 of van 25 februari 1994 bij het Instituut werden benoemd in de graad van hoofdingenieur-directeur, wordt vastgesteld in de weddenschaal A3b. Art. 68.De wedde van de controleur (graad in uitdoving) kan op geen enkel ogenblik lager zijn dan de wedde die hij zou hebben genoten als correspondent of technicien, indien hij niet in de graad van controleur was benoemd. Art. 69.§
  26. Uitsluitend aan de statutaire ambtenaren of contractuele personeelsleden die door het opheffen van de : 1° vergoeding voor verzorgde kleding;2° premie voor het uitblijven van ongevallen;3° toelage aan de personeelsleden die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad;4° toelage voor lastig werk; niet of niet volledig worden gecompenseerd door de premies vermeld in de artikelen 54 of 58, wordt een compenserende premie toegekend die gelijk is aan het geleden verlies, voor zover zij dezelfde functie blijven uitoefenen en voor zo lang dit verlies niet ongedaan wordt gemaakt door de latere toekenning van één van deze premies. §
  27. Uitsluitend aan de ambtenaren of contractuele personeelsleden die bij de inwerkingtreding van dit besluit de routeonkosten genoten en hiervoor volgens de bepalingen van dit besluit niet meer in aanmerking komen, behouden deze forfaitaire onkostenvergoeding, voor zover zij dezelfde functie blijven uitoefenen. Art. 70.§
  28. Na de inwerkingtreding van dit besluit worden de eerste waarderingscijfers in het kader van de halfjaarlijkse beheerstoelage toegekend : 1° op het einde van de lopende zesmaandelijkse periode bedoeld in art. 48, § 1, eerste lid, op voorwaarde dat deze periode minimum drie maanden bedraagt; 2° op het einde van de zesmaandelijkse periode volgend op deze bedoeld onder 1° wanneer deze laatste periode korter is dan drie maanden. §
  29. Het bedrag van de toelage voor de eerste halfjaarlijkse beheerstoelage wordt vastgesteld in verhouding tot de werkelijke duur van de periode bedoeld in §
  30. §
  31. Aan de ambtenaren waaraan nog geen waarderingscijfer voor de beheerstoelage werd toegekend en die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit afwezig zijn met behoud van het recht op een beheerstoelage, wordt een waarderingscijfer van 65 op 100 toegekend. §
  32. Als éénmalige maatregel wordt bij de inwerkingtreding van dit besluit aan de statutaire ambtenaren en contractuele personeelsleden een overgangspremie toegekend waarvan het bedrag gelijk is aan het bedrag van de beheerstoelage overeenstemmend met een waarderingscijfer van 65 op 100 : 1° voor een periode van 60 kalenderdagen voor de gegadigden die reeds een beheerstoelage genoten;2° voor een periode van 90 kalenderdagen voor de gegadigden die nog geen beheerstoelage genoten. Deze premie wordt afzonderlijk uitbetaald. §
  33. De halfjaarlijkse beheerstoelage verbonden aan de laatste onvolledige periode op basis van het opgeheven koninklijk besluit van 19 maart 1993 betreffende de toekenning van een halfjaarlijkse beheerstoelage aan bepaalde ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, wordt pro rata berekend. Art. 71.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001014236 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 15/12/2001 numac 2001014235 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 04/12/2001 numac 2001014234 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor het gebruik van de Engelse taal of van andere vreemde talen aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende de toekenning van een toelage voor het gebruik van de Engelse taal of van andere vreemde talen aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de Raad". Art. 72.De Minister regelt de gevallen die een zodanig aspect vertonen dat naar de zin van titel I van dit besluit een minder letterlijke toepassing van de daarin voorgeschreven regelen verantwoord is. Van de artikelen 3 en 22 mag echter niet worden afgeweken. TITEL V. - Slotbepalingen Art. 73.§
  34. Zijn niet meer van toepassing op de statutaire ambtenaren bedoeld in artikel 2 : 1° het ministerieel besluit van 21 mei 1964 betreffende de toekenning van een toelage voor lastig werk aan de personeelsleden van de Regie van Telegrafie en Telefonie;2° het koninklijk besluit van 30 december 1971 tot regeling van de toekenning van een vergoeding voor verzorgde kleding aan zekere personeelsleden van de Regie van Telegrafie en Telefonie;3° het koninklijk besluit van 7 juni 1978 tot toekenning van een toelage wegens het uitblijven van ongevallen aan het personeel van de Regie van Telegrafie en Telefonie;4° het koninklijk besluit van 18 maart 1993 houdende de bezoldigingsregeling van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;5° het koninklijk besluit van 18 maart 1993 betreffende de toekenning van sommige voordelen aan het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie. §
  35. Zijn niet meer van toepassing op de statutaire ambtenaren waaraan de toelage voor het uitvoeren van controles bedoeld in artikel 58 wordt toegekend : 1° het ministerieel besluit van 21 mei 1964 betreffende de toekenning van een toelage voor lastig werk aan de personeelsleden van de Regie van Telegrafie en Telefonie;2° het koninklijk besluit van 30 december 1971 tot regeling van de toekenning van een vergoeding voor verzorgde kleding aan zekere personeelsleden van de Regie van Telegrafie en Telefonie;3° het koninklijk besluit van 7 juni 1978 tot toekenning van een toelage wegens het uitblijven van ongevallen aan het personeel van de Regie van Telegrafie en Telefonie. §
  36. Opgeheven worden : 1° het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling voor elke graad van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, van de weddeschalen, de weddecomplementen en hun toekenningsvoorwaarden;2° het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van de specifieke geldelijke regels met betrekking tot de graden van de ambtenaren van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die aan gespecialiseerde functies beantwoorden;3° het koninklijk besluit van 18 maart 1993 betreffende de toekenning van een produktiviteitspremie aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;4° het koninklijk besluit van 19 maart 1993 betreffende de toekenning van een halfjaarlijkse beheerstoelage aan bepaalde ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;5° het koninklijk besluit van 14 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001014236 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 15/12/2001 numac 2001014235 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 04/12/2001 numac 2001014234 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor het gebruik van de Engelse taal of van andere vreemde talen aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad. Art. 74.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van : - het hoofdstuk II van titel I dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2004; - artikel 41 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2006; - de artikelen 58, 59, 60 en 73, § 2 die uitwerking hebben met ingang van 1 juli
  37. Art. 75.Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 11 januari
  38. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN Voor de raadpleging van de tabel,

Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 11 januari 2007. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN Bijlage II bij het koninklijk besluit van 11 januari 2007 houdende het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Voor de raadpleging van de tabel,

Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 11 januari 2007. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Ener

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.