← België

Koninklijk besluit houdende het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit regelt de bezoldiging van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) en vervangt eerdere, versnipperde regelingen door één omvattende tekst. Het doel is om het geldelijk statuut vollediger en toegankelijker te maken.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
11 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit houdende het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie VERSLAG AAN DE KONING Sire, Zoals het besluit houdende het administratief statuut dat U gelijktijdig ter ondertekening wordt voorgelegd, wordt het onderhavige geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) substantieel gewijzigd zodat het wenselijk leek het integraal te vervangen door een nieuw besluit eerder dan het bestaande besluit te wijzigen. Bovendien wordt hier ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om in één tekst verschillende besluiten samen te brengen die voordien los van elkaar stonden en die de weddenschalen verbonden aan de graden of betrekking hadden op verscheidene premies. Aldus is de nieuwe tekst tegelijkertijd vollediger en meer toegankelijk. Dit verslag, dat een verduidelijking beoogt van de filosofie achter sommige bepalingen in de tekst, is tamelijk ongebruikelijk voor een besluit houdende een geldelijk statuut. Het is niettemin gerechtvaardigd door het belang van de tekst en draagt bij tot het streven naar doorzichtigheid. De verklaringen die het bevat zijn toegespitst op de vernieuwingen die aangebracht worden in het statuut van 18 maart 1993 en zijn verenigd per titel. Bespreking van de titels en hoofdstukken TITEL I. - De bezoldigingsregeling HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen De definities opgenomen in artikel 1 zijn identiek met die opgenomen in het vroegere geldelijk statuut, behalve dat : - de « Minister » vervangen werd door de « Raad »; - een definitie voor de « statutaire ambtenaar » werd toegevoegd evenals een vermelding van het koninklijk besluit houdende het administratief statuut van het Instituut zodat hiernaar in verkorte vorm kan worden verwezen. Het advies van de Raad van State om in de Franse tekst het woord « agent » te vervangen door de woorden « agent statutaire » wordt gevolgd. In de Nederlandse tekst wordt echter het woord « ambtenaar » niet vervangen door de woorden « personeelslid in vast dienstverband » maar wel door de woorden « statutaire ambtenaar ». Dit niet alleen omdat het beter aansluit bij de voorgestelde Franse tekst, maar vooral ook omdat met deze definitie in het huidige statuut, zowel als in onderhavig besluit, niet uitsluitend de vastbenoemde ambtenaren worden bedoeld maar ook de op proef benoemde personeelsleden en beiden worden als « ambtenaren » aanzien. Tot nog toe was het geldelijk statuut enkel van toepassing op de in vast verband en op proef benoemde statutaire ambtenaren. Artikel 2 bepaalt dat sommige bepalingen van het onderhavige ontwerp ook van toepassing zullen zijn op het contractuele personeel, voorzover de tekst dit preciseert. HOOFDSTUK II. - Organieke regeling Afdeling I. - Vaststelling van de weddenschalen Bijlage I bij het onderhavige besluit bevat de weddenschalen die verbonden zijn aan het huidige geldelijk statuut waaraan echter systematisch de bedragen toegevoegd werden die overeenstemmen met de bijzondere weddenschalen die toegekend werden aan de statutaire ambtenaren waarvan de beoordeling afgesloten werd met de vermelding « zeer goed ». Zoals aangegeven in het verslag over het administratief statuut, dat U eveneens ter ondertekening werd voorgelegd, is dit beoordelingssysteem voorbestemd om voor alle ambtenaren van alle niveaus omgevormd te worden in een humanresourcesmanagementstool dat steunt op functiebeschrijvingen en leidt tot de toekenning van een beheerstoelage. Deze nieuwe weddenschalen treden met terugwerkende kracht in werking op 1 juli 200 4. Bijlage II bevat de weddenschalen van bijlage I lineair verhoogd met 3 %. De verhoogde weddenschalen treden met terugwerkende kracht in werking op 1 juli 2005. De benamingen van de weddenschalen worden aangepast aan de nieuwe structuur van de niveaus ingevoerd door het nieuwe administratief statuut. In reactie op een opmerking van de Raad van State over de artikelen 5 en 6, wordt erop gewezen dat de indeling van de statutaire ambtenaren in leeftijdsklassen bij het Instituut vanaf 1 januari 1994 werd opgeheven bij het koninklijk besluit van 13 september 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/09/1998 pub. 31/10/1998 numac 1998014235 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 maart 1993 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie type koninklijk besluit prom. 13/09/1998 pub. 31/10/1998 numac 1998014237 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van het statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 maart 1993 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie. Net zoals bij de rijksambtenaren (art. 7, 35 en 38 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten) werd aan deze maatregel maar terugwerkende kracht verleend tot 1 januari 1994. De statutaire ambtenaren in dienst op datum van 31 december 1993 blijven dus ingedeeld in leeftijdsklassen, terwijl dat niet het geval is voor diegenen die in dienst traden vanaf 1 januari 1994. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State over de draagwijdte van paragraaf 3 van artikel 5 werd vastgesteld dat de opname van deze paragraaf niet meer opportuun is omdat er vanaf 1 januari 1994 geen leeftijdsklassen meer zijn en er dus ook geen minimumwedde meer aan verbonden is. Deze paragraaf werd geschrapt. Van de gelegenheid werd tevens gebruik gemaakt om de paragrafen over de leeftijdsklassen te hergroeperen. Afdeling II. - Verbinden van de weddenschalen aan de graden Deze afdeling bevat voortaan de bepalingen tot vaststelling voor elke graad van het personeel van het Instituut van de weddenschalen, de weddencomplementen en hun toekenningsvoorwaarden, die voordien opgenomen waren in een afzonderlijk besluit. Artikel 8 bepaalt dat de overgangen naar de hogere weddenschaal verbonden aan de graad, die tot nog toe verschillend waren naargelang van de graad van de statutaire ambtenaar, voortaan eenvormig worden vastgesteld : - na een jaar, te rekenen vanaf de indiensttreding, overgang van de wervingsschaal naar de tweede weddenschaal, voorzover de statutaire ambtenaar in vast verband werd benoemd; - na acht jaar, overgang naar de derde weddenschaal; - na twaalf jaar, overgang naar de vierde en laatste weddenschaal. Artikel 9 voert een uitzondering in voor de ambtenaren die het bezit van een nuttige beroepservaring van minstens één jaar kunnen aantonen. Op voorwaarde dat die nuttige beroepservaring uitdrukkelijk was vereist bij de vergelijkende selectieprocedure, wordt die onmiddellijk aanvaard en wordt hun wedde vastgesteld in de tweede weddenschaal verbonden aan hun graad. De overgang naar de derde weddenschaal vindt, zoals voor de andere statutaire ambtenaren, plaats na acht jaar graadanciënniteit bij het Instituut. Wat de opmerking van de Raad van State over artikel 10 betreft, wordt erop gewezen dat het gelijkheidsbeginsel opgenomen in de algemene principes steeds werd gerespecteerd in die zin dat de wedde van de contractuele personeelsleden steeds werd vastgesteld in de wervingsschalen verbonden aan de graad waarin zij werden aangeworven. In deze schaal kregen zij tussentijdse weddenverhogingen zoals bepaald door het geldelijk statuut. Zoals dat ook gebruikelijk is bij het openbare ambt, werd er daarentegen nergens voorzien dat zij ook een « bevordering door verhoging in weddenschaal » konden krijgen. De aanstelling in de wervingsschaal wordt bevestigd in artikel 10 van dit besluit, maar voortaan gaan de contractuele personeelsleden ook na één jaar dienst bij het Instituut automatisch over naar het tweede barema verbonden aan hun graad. Verdere bevorderingen door verhogingen in weddenschaal zijn echter niet voorzien. De doorstroming naar het tweede barema is geïnspireerd op de mogelijkheid om bij de aanwerving van contractuele personeelsleden maximum vijf jaar nuttige ervaring te eisen. Deze ervaring wordt gevaloriseerd door het aangeworven contractuele personeelslid onmiddellijk in het tweede barema te plaatsen. Zoals voor de statutaire ambtenaren, gaat bovendien een contractueel personeelslid waar bij de aanwerving een nuttige beroepservaring werd geëist, onmiddellijk over naar de weddenschaal volgend op de wervingsschaal. De statutaire ambtenaren die geslaagd zijn voor een vergelijkende bevorderingsselectie, maar die niet onmiddellijk bevorderd konden worden, genieten zoals in het verleden tot aan hun effectieve bevordering een bijzondere weddenschaal, « geselecteerd » genaamd. Die bijzondere weddenschaal komt overeen met de schaal die als grondslag dient voor de berekening van de wedde van de statutaire ambtenaar, in iedere trap vermeerderd met een forfaitair bedrag dat op zijn beurt, met terugwerkende kracht op 1 juli 2005, verhoogd wordt met 3 %, in overeenstemming met de lineaire verhoging van de weddenschalen vanaf dezelfde datum. Afdeling III. - In aanmerking komende diensten Afdeling IV. - Berekening van de geldelijke anciënniteit De afdelingen III en IV, bestaande uit de artikelen 17 tot 27, werden overgenomen zonder wijzigingen. Net zoals voor de opmerking van de Raad van State over de artikelen 5 en 6, geldt dat in artikel 17 op verscheidene plaatsen maatregelen werden ingevoerd bij koninklijk besluit van 14 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001014236 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 15/12/2001 numac 2001014235 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 04/12/2001 numac 2001014234 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor het gebruik van de Engelse taal of van andere vreemde talen aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, waaraan maar terugwerkende kracht werd verleend tot 1 januari 1998. De Raad van State merkt op dat de terminologie van artikel 18 moet worden aangepast aan de terminologie die van kracht is sinds de politiehervorming. Hier dient te worden gesteld dat de federale politie geen deel meer uitmaakt van het leger en dat de gelijkstelling met de beroepsmilitairen dus niet gerechtvaardigd zou zijn. HOOFDSTUK III. - Berekening en uitbetaling van de wedde Hetzelfde geldt voor hoofdstuk III, bestaande uit de artikelen 28 tot 3 0. TITEL II. - Premies, vergoedingen en toelagen HOOFDSTUK I. - Verordeningsbepalingen die van toepassing verklaard zijn op het Instituut Met het koninklijk besluit van 18 maart 1993 betreffende de toekenning van sommige voordelen aan het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, werden in artikel 2 een aantal premies, vergoedingen en toelagen van het federale openbaar ambt van toepassing gesteld op het personeel van het BIPT. Artikel 3 van dat besluit deed hetzelfde met andere premies, vergoedingen en toelagen die van kracht waren bij de Regie van Telegrafie en Telefonie. Het betreffende koninklijk besluit is niet meer van toepassing op de ambtenaren die onder het toepassingsgebied van het onderhavige besluit vallen. De meeste van die premies, vergoedingen en toelagen worden heropgenomen in dit hoofdstuk. Van de besluiten van het openbare ambt werden de koninklijke besluiten van 1 juni 1964 houdende tijdelijke bepalingen voor de toepassing van de regelen betreffende de anciënniteit en de rangschikking van de rijksambtenaren en van 15 april 1965 houdende toekenning van een weddebijslag aan sommige leden van het door de Staat bezoldigd personeel wier indiensttreding door de oorlog 1940-1945 merkelijk is vertraagd, niet meer vermeld omdat het Instituut nooit personeelsleden heeft gehad waarop die besluiten van toepassing waren. De premies ingesteld met de volgende RTT-besluiten werden niet meer opgenomen ter compensatie van de vergoeding voor het uitvoeren van controles : - Ministerieel besluit van 21 mei 1964 betreffende de toekenning van een toelage voor lastig werk aan de personeelsleden van Belgacom; - Koninklijk besluit van 30 december 1971 tot regeling van de toekenning van een vergoeding voor verzorgde kleding aan zekere personeelsleden van Belgacom; - Koninklijk besluit van 7 juni 1978 tot toekenning van een toelage wegens het uitblijven van ongevallen aan het personeel van Belgacom. Overgangsbepalingen schrijven echter voor dat de personeelsleden die de bovenstaande premies genoten en niet meer in aanmerking komen voor de nieuwe vergoeding, een premie krijgen die dit verlies volledig moet compenseren. Gevolggevend aan een opmerking van de Raad van State werden in de eerste zin van artikel 31 de woorden « zoals zij gewijzigd zijn » weggelaten tussen de woorden « volgende besluiten » en « van toepassing op ». Aan het voorstel van de Raad van State om ook de tweede zin van dit artikel te schrappen, wordt daarentegen geen gevolg gegeven omdat dit er juist toe zou leiden dat nieuwe bepalingen over hetzelfde onderwerp maar die in de context van een toekomstige reglementering de huidige vervangt, niet meer van toepassing zouden zijn op het Instituut, wat niet overeenstemt met de bedoeling van de auteur. Wat de tweetaligheidspremie betreft, zullen de personeelsleden van het BIPT dezelfde premie genieten als de rijksambtenaren en niet meer de premie bedoeld in het koninklijk besluit van 10 oktober 1991 tot toekenning van een premie voor tweetaligheid aan de personeelsleden van Belgacom. Die wijziging beïnvloedt het bedrag van de bedoelde premie niet. Bovendien wordt het genot van die premie uitgebreid tot de contractuele personeelsleden (artikel 46). In de artikelen 32 tot en met 46 wordt aangegeven hoe sommige termen uit de op het BIPT van toepassing gestelde besluiten, op een specifieke wijze moeten worden gelezen. Daarenboven worden daarin de bevoegdheden die voordien voorbehouden waren voor de Minister, overgedragen aan de Raad. Enkele nieuwigheden verdienen nochtans wat meer aandacht : 1° de toelage voor zondagswerk wordt uitgebreid voor het verrichten van prestaties op een zaterdag (artikel 36);2° omwille van de eenvormigheid met de overige premies worden de verblijfsvergoedingen eveneens gekoppeld aan spilindexcijfer 138,01 (artikel 37);3° de forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten werd in rang 24 toegekend aan de technische sectiechefs en de hoofdcontroleurs en wordt nu met terugwerkende kracht tot 1 juli 2006 uitgebreid tot de administratieve sectiechefs (artikel 41);4° de forfaitaire vergoeding voor routeonkosten die voordien toegekend werd aan de reizende werklieden, waaronder voor het Instituut enkel de techniciens werden verstaan, wordt voortaan toegekend aan alle statutaire ambtenaren of contractuele personeelsleden van de niveaus C en D die gewoonlijk verplaatsingen moeten verrichten tijdens de diensturen (artikel 42).Die vergoeding is bedoeld als compensatie omdat die ambtenaren meestal geen gebruik kunnen maken van het bedrijfsrestaurant. Het nieuwe toepassingsgebied beantwoordt beter aan de werkelijkheid. Sommige administratieve personeelsleden moeten zich in het kader van hun dienstprestaties ook verplaatsen en omgekeerd verrichten sommige techniciens eerder administratief werk waarvoor geen verplaatsingen nodig zijn. De techniciens waarvoor dit het geval is op het ogenblik dat het onderhavige besluit van kracht wordt, verliezen dus hun vergoeding voor routeonkosten, maar krijgen wel een compenserende premie zoals in de overgangsbepalingen wordt voorgeschreven. HOOFDSTUK II. - Premies, vergoedingen en toelagen eigen aan het Instituut Afdeling I. - Toekenning van een halfjaarlijkse beheerstoelage Bij koninklijk besluit van 19 maart 1993 werd een halfjaarlijkse beheerstoelage ingesteld die uitsluitend bestemd was voor de statutaire ambtenaren van niveau 1. Ze was verbonden aan een waarderingscijfer dat aan iedere ambtenaar werd toegekend in verhouding tot de verantwoordelijkheden verbonden aan zijn functie en de wijze waarop hij die uitvoerde. Daarnaast waren die statutaire ambtenaren ook nog onderworpen aan een jaarlijkse beoordeling, die voor hen geen financiële gevolgen had, behoudens om hen toe te laten tot de 4e weddenschaal verbonden aan hun graad. Het bovenvermelde koninklijk besluit, evenals het koninklijk besluit betreffende de toekenning van een produktiviteitspremie aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, worden afgeschaft. De beheerstoelage wordt wel opnieuw opgenomen maar uitgebreid tot de statutaire ambtenaren van alle niveaus evenals tot de contractuele personeelsleden. Bovendien wordt de toelage voortaan verbonden aan het nieuwe beoordelingssysteem waarin het administratieve statuut voorziet dat U eveneens ter ondertekening werd voorgelegd. De bepalingen van het koninklijk besluit van 19 maart 1993 worden praktisch volledig overgenomen. Hieraan worden de volgende vernieuwingen toegevoegd : - de berekeningswijze van de toelage wordt nu volledig opgenomen in het besluit; - het waarderingscijfer wordt nu berekend op 100 i.p.v. op 10 en gepreciseerd wordt dat men ten minste een score van 50 moet halen om de toelage te kunnen genieten. Enkel in geval van een lager waarderingscijfer kan een zaak aanhangig worden gemaakt bij de Raad van Beroep; - een procedure wordt voorzien in geval van afwezigheid van de ambtenaar, zowel gedurende de volledige halfjaarlijkse periode als op het ogenblik dat de waarderingscijfers worden toegekend; - vermits aan de ambtenaren geen waarderingscijfer wordt gegeven gedurende het eerste jaar na hun indiensttreding, krijgen zij ondertussen ambtshalve het minimumbedrag van de toelage waarop zij recht zouden gehad hebben. Afdeling II. - Toelage aan de ambtenaren die aangesteld worden tot opdrachthouder Het nieuwe administratief statuut, dat U eveneens ter ondertekening werd voorgelegd, voorziet in de mogelijkheid om aan sommige statutaire ambtenaren de hoedanigheid van opdrachthouder toe te kennen. Hieraan wordt in het onderhavige besluit een toelage verbonden. Die toelage wordt uitgedrukt in een percentage van het verschil tussen, enerzijds, het maximumbedrag van de weddenschaal verbonden aan de graad van de opdrachthouder met een theoretische geldelijke anciënniteit tussen 8 en 12 jaar, en, anderzijds, het maximumbedrag van een theoretische referentieschaal. Het bedoelde percentage, dat vooraf aan het sociale overleg wordt onderworpen, wordt vastgesteld door de Raad en wordt vermeld in de oproep voor het indienen van kandidaturen; naargelang van de impact en de belangrijkheid van de opdracht, kan het percentage 60 %, 40 % of 25 % bedragen. Twee correctiecoëfficiënten moesten ingevoerd worden. De eerste beoogt de graden van (eerste) ingenieur-adviseur en (eerste) informaticus-adviseur, gelet op de beperkte spanning tussen de voor deze graden gemeenschappelijke weddenschaal en de referentieweddenschaal van de hogere graad van administrateur (in uitdoving). De tweede wordt toegepast op de graden van niveau C, omdat de statutaire ambtenaren van dit niveau voor dezelfde opdrachten kunnen postuleren als de statutaire ambtenaren van niveau B. Met die coëfficiënt worden beide niveaus min of meer gelijkgeschakeld. Ten slotte worden de bedragen verbonden aan die toelage geplafonneerd, zowel wat betreft het aantal in aanmerking komende begunstigden, als het totale jaarlijkse bedrag aan toelagen dat kan worden uitgekeerd. Afdeling III. - Toelage voor het uitvoeren van controles Het uitvoeren van controles buiten de werkzetel legt dikwijls een bijkomende druk op de betrokken personeelsleden. Daarom wordt een maandelijkse toelage toegekend aan de personeelsleden waarvan dit de voornaamste taak is. De personeelsleden die slechts sporadisch controleopdrachten uitvoeren krijgen slechts een gedeeltelijke toelage verbonden aan de werkelijk uitgevoerde controles. Behoudens voor de ambtenaren die slechts sporadisch controleopdrachten uitvoeren, treedt deze toelage met terugwerkende kracht in werking op 1 juli 2006. Op diezelfde datum worden de uitbetalingen van de toelage voor lastig werk, de vergoeding voor verzorgde kleding en de toelage wegens het uitblijven van ongevallen stopgezet aan de personeelsleden waaraan de toelage voor het uitvoeren van controles werd toegekend. TITEL III. - Voordelen overgedragen aan de ambtenaren van het Instituut op basis van artikel 73, § 3, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven In artikel 73, § 3, stelde de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven dat de sociale en andere voordelen die toegekend worden aan de ambtenaren van het Instituut nooit minder konden zijn dan deze toebedeeld aan het personeel van de Regie van Telegrafie en Telefonie op het ogenblik van de oprichting van het BIPT. In overeenstemming met dat artikel erfde het Instituut sommige voordelen waarvan de toekenningsvoorwaarden werden vastgelegd in dienstorders die goedgekeurd werden door de voogdijminister. Volgens het Rekenhof was de juridische basis hiervoor echter onvoldoende. Daarom worden de onderstaande voordelen behouden maar voortaan opgenomen in het geldelijk statuut : 1. de terugbetaling van het abonnementsgeld voor een telefoontoestel of GSM;2. de tegemoetkoming in de gesprekskosten die van thuis uit worden gevoerd om dienstredenen; 3. de bestaande sociale voordelen, d.w.z. hospitalisatieverzekering, geboortepremie, studiebeurzen, tegemoetkoming in medische kosten en kosten voor de opvang van kinderen tijdens de vakantieperiodes, preventieve medische controles; 4. de verkeersvoordelen die opgenomen zijn in de conventie van 28 mei 1973 afgesloten tussen de NMBS en het Ministerie van Verkeerswezen. De vaststelling van de toekenningsvoorwaarden voor die voordelen wordt aan de Raad gelaten. Het pakket aan sociale voordelen kan door de Raad uitgebreid of geactualiseerd worden binnen de vastgestelde budgettair beschikbare middelen. In dat geval is het voorafgaande advies van de inspectie van financiën vereist. TITEL IV. - Overgangsbepalingen Bijlage IV bevat een conversietabel waarin bepaald wordt naar welke nieuwe weddenschaal iedere thans in dienst zijnde statutaire ambtenaar wordt overgeheveld. Die tabel moet tevens de perequatie waarborgen van de pensioenen van de op rust gestelde personeelsleden. Artikel 67 zorgt ervoor dat de statutaire ambtenaren die bij de oprichting van het Instituut overgekomen zijn van De Post, de Regie van Telegrafie en Telefonie of het Ministerie van Economische Zaken, geen anciënniteitverlies lijden. Artikel 68 stelt een vrijwaringsclausule in voor de statutaire ambtenaren die bevorderd werden in de graad van controleur (in uitdoving). Het is mogelijk dat door de invoering van uniforme regels voor de overgang naar de hogere weddenschaal, sommige statutaire ambtenaren een hogere wedde zouden genoten hebben indien zij in de graad van correspondent of technicien waren gebleven. Zoals reeds eerder werd vermeld, voert artikel 69 compenserende premies in voor de statutaire ambtenaren of contractuele personeelsleden die verlies zouden lijden door de definitieve afschaffing of de wijziging van de toekenningsvoorwaarden van sommige premies. Artikel 70 regelt de overgang van het oude naar het nieuwe evaluatiesysteem dat gesteund is op de veralgemening van de beheerstoelage in plaats van de productiviteitspremie. Dit karakter van overgangsbepaling rechtvaardigt dus niet de door de Raad van State gewenste harmonisatie met artikel 48 van dit besluit noch met het artikel 60, § 2, tweede lid, van het administratief statuut. Vermits dit artikel betrekking heeft op de toekenning van het eerste waarderingscijfer voor de beheerstoelage, heeft het eerder zijn plaats in het geldelijk statuut dan in het administratief statuut waar de beoordeling behandeld wordt waarin enkel een eindvermelding « onvoldoende » kan worden verkregen door het gemiddelde te nemen van de laatste twee waarderingscijfers. Het voorstel van de Raad van State wordt dus niet gevolgd. Een specifieke en unieke premie, overgangspremie genaamd, beoogt de forfaitaire schadeloosstelling van het personeel van het Instituut voor de opgelopen vertraging in de inwerkingtreding van de nieuwe statuten. In reactie op een opmerking van de Raad van State wordt gepreciseerd dat de koninklijke besluiten die bij artikel 73, § 1 « niet meer van toepassing gesteld worden op de statutaire ambtenaren », niet opgeheven worden omdat zij nog van toepassing zijn op de personeelsleden van de vroegere Dienst Kijk- en Luistergeld die in 1997 van Belgacom overgeheveld werden naar het Instituut en die ondertussen ter beschikking gesteld zijn van verscheidene federale overheidsdiensten. Om aan het bezwaar geformuleerd door de Raad van State tegemoet te komen, delen wij mede dat de inwerkingtreding van hoofdstuk II van Titel I en van de tabel in bijlage I met terugwerkende kracht tot 1 juli 2004, evenals van de tabel in bijlage II en van artikel 15, tweede lid, met terugwerkende kracht tot 1 juli 2005 en van de artikelen 41, 58, 59, 60 en 73, § 2 tot 1 juli 2006, gerechtvaardigd wordt door de ruime tijd die nodig was om de in het Sectorcomité gemaakte afspraken met de representatieve vakorganisaties, vast te leggen in reglementaire teksten. Deze retroactiviteit, die in hoofdzaak regels betreft die voordelen toekennen, schaadt geenszins het gelijkheidsbeginsel, noch verworven rechten en draagt bij tot de goede werking van de diensten van het Instituut. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN ADVIES 41.495/4 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 17 oktober 2006 door de Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "houdende het geldelijk statuut van het personnel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie", heeft op 13 november 2006 het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1 °, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek sluiten, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Reikwijdte van het ontwerp Het ontworpen koninklijk besluit strekt ertoe het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna te noemen: het Instituut) aan te passen aan de wijzigingen die voorvloeien uit de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, bij welke wet de autonomie van het Instituut ten opzichte van de overheid vergroot is. Voorts worden bij het ontwerp in het geldelijk statuut van het personeel van het Instituut de principes ingevoerd die uit de "Copernicus"-hervorming voortkomen, inzonderheid door de toekenning van een beheerstoelage verbonden aan het waarderingscijfer verkregen tijdens de halfjaarlijkse beoordeling. Meer in het algemeen strekt het ontworpen besluit ertoe om alle bepalingen die het geldelijk statuut van het personeel van het Instituut regelen in één tekst samen te brengen. Die bepalingen zijn thans verspreid over een reeks andere teksten, die bij het voorliggende ontwerp opgeheven of vervangen worden. Parallel met dit ontwerp is ook een ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van het administratief statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie ter fine van advies voorgelegd aan de afdeling wetgeving van de Raad van State, welk advies vandaag is uitgebracht onder het nummer 41.494/4. Zoals blijkt uit het verslag aan de Koning waarvan het laatstgenoemde ontwerp vergezeld gaat, zullen deze beide ontwerpen samen "de ruggengraat van het statuut van het personeel van het statuut van het Instituut vormen" (1) (1) Verslag aan de Koning in de adviesaanvraag betreffende een koninklijk besluit tot vaststelling van het administratief statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, blz.2. Algemene opmerkingen 1. Er wordt verwezen naar de algemene opmerkingen die in het voormelde advies 41.494/4 zijn gemaakt. 2. Wat de artikelen 5 en 6 van het ontwerp betreft, blijkt niet uit het verslag aan de Koning waarom een bijzondere regeling uitgewerkt is voor de personeelsleden die op 31 december 1993 in dienst waren.De steller van het ontwerp moet de invoering van die bijzondere regeling kunnen rechtvaardigen in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel die verankerd zijn in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Deze opmerking geldt eveneens voor de overige bepalingen van het ontwerp waarin voor de toepassing van het geldelijk statuut scharnierdatums worden bepaald (bijvoorbeeld : artikel 15, § 1, tweede lid; artikel 17, § 1, eerste lid, 3°, tweede lid, en 6°, tweede lid; artikel 17, § 2, 1° en 2°; artikel 17, § 4 [...]). Bijzondere opmerkingen Aanhef 1. De wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waarnaar in het eerste lid wordt verwezen, vormt niet de rechtsgrond van het ontworpen besluit.De eerste aanhefverwijzing dient dan ook te vervallen. 2. Artikel 26, vierde lid, van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector vormt de rechtsgrond van het ontworpen besluit. In de tweede aanhefverwijzing dienen de woorden "inzonderheid op artikel 13" vervangen te worden door de woorden "inzonderheid op artikel 26, vierde lid, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202314 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten". 3. In de aanhef van het ontworpen besluit behoort te worden verwezen naar alle besluiten die bij de ontworpen tekst gewijzigd of opgeheven worden.Bij de verwijzing naar die regelingen moeten alle uitdrukkelijke wijzigingen worden vermeld die deze regelingen hebben ondergaan en die nog van kracht zijn, maar alleen onder opgave van aard en datum van de wijzigingsteksten. In de aanhef moeten die regelingen, wanneer daarnaar wordt verwezen, gerangschikt worden naar tij dsorde, te beginnen met de oudste. 4. In artikel 26, vierde lid, van de voormelde wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten wordt bepaald dat het administratief statuut van het Instituut door de Koning wordt vastgesteld "op voorstel van het Instituut en na akkoord van de minister van Begroting".Vóór het lid waarin naar het advies van de Inspecteur van Financiën wordt verwezen, dient dan ook een lid te worden ingevoegd waarin het voorstel van het Instituut d.d. 10 februari 2006 wordt vermeld. 5. In plaats van "Gelet op het advies van de Afgevaardigde van de Minister van Begroting gegeven op 7 juli 2006" dient te worden geschreven: "Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 juli 2006". Dispositief Artikel 1 In onderdeel 3° behoort, met het oog op grotere duidelijkheid, in de Nederlandse tekst het woord "ambtenaar" te worden vervangen door de woorden "personeelslid in vast dienstverband", terwijl in de Franse tekst het woord "agent" vervangen dient te worden door de woorden "agent statutaire". De gehele tekst behoort dienovereenkomstig te worden herzien. Artikel 4 Artikel 4 bevat terugwerkende bepalingen, aangezien bepaald wordt dat de weddeschalen respectievelijk op 1 juli 2004 en op 1 juli 2005 in werking treden. Wat de aanvaardbaarheid van zulk een terugwerkende kracht betreft, wordt verwezen naar opmerking nr. 3 betreffende de artikelen 73 en 74. Artikel 5 De draagwijdte van paragraaf 3 is niet duidelijk. Deze paragraaf zou bevattelijker geredigeerd moeten worden. Artikel 9 1. In de Franse tekst van het eerste lid behoort te worden geschreven : « Par dérogation à l'article 8, § 2, le traitement d'un agent nommé à l'essai est fixé à l'échelle II liée à son grade [...]. » 2. Voorgesteld wordt om na de woorden "het bezit van nuttige vroegere ervaring" de woorden "van minstens één jaar" toe te voegen. Artikel 10 Bij artikel 10 wordt een verschil in behandeling ingevoerd tussen leden van het contractueel personeel en personeelsleden in vast dienstverband, doordat leden van het contractueel personeel niet naar de weddeschalen III en IV kunnen overgaan. De steller van het ontwerp wordt er opmerkzaam op gemaakt dat die verschillende behandeling het gevaar loopt betwist te worden als zijnde strijdig met het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (2). De bepaling waarbij het leden van het contractueel personeel onmogelijk wordt gemaakt naar de weddeschalen III en IV over te gaan, zou beter vervallen. Artikel 17 1. In de inleidende zin van paragraaf 1 behoort te worden aangegeven dat de "verhogingen" "tussentijdse verhogingen" zijn. 2. Voorgesteld wordt om in paragraaf 1, eerste lid, 4°, derde lid, na de woorden "uitdrukkelijk het bezit van een nuttige vroegere ervaring" de woorden "van die aard" in te voegen.. Deze opmerking geldt eveneens voor paragraaf 3, eerste lid. 3. In paragraaf 1, eerste lid, 10°, behoort in fine te worden toegevoegd "of van de Zwitserse Confederatie".4. Voorgesteld wordt om in paragraaf 1, tweede lid, te schrijven "moet voor elk geval worden goedgekeurd".(2) Zie ook artikel 30 van het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002114 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen sluiten tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen, welk artikel als volgt luidt : « De personen die bij arbeidsovereenkomst in dienst worden genomen hebben recht op de weddeschaal, het gewaarborgd minimumloon, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage en de vergoedingen, toelagen en premies gelijkwaardig aan die van een ambtenaar met hetzelfde of een gelijkwaardig ambt". Artikel 18 De terminologie die in punt 4° gebezigd wordt, moet worden aangepast aan de terminologie die geldt sedert de hervorming van de politiediensten. Artikel 20 In het zesde lid moet het woord "eensdeels" blijkbaar worden vervangen door de woorden "ten dele", als zulks inderdaad de bedoeling van de steller van het ontwerp is. Artikel 21 Als de afwijking van artikel 17 een afwijking is van paragraaf 4 van dat artikel, zou zulks aangegeven moeten worden. Artikel 25 1. In het tweede lid, tweede zin, dient het woord "wel" te worden vervangen door het woord "evenwel".2. In de Franse tekst van diezelfde zin zijn de woorden "die behoren tot het niveau A" niet vertaald, waardoor de Franse tekst onbegrijpelijk wordt.De Franse tekst van het tweede lid, tweede zin, zou als volgt moeten luiden : "Si le grade de base appartient par contre au niveau A, les services admissibles antérieurs qui relèvent du niveau A sont alors entièrement admissibles [... (voorts zoals in het ontwerp)]". 3. Als de woorden "volgens een benoemingswijze waarbij zijn vroegere hoedanigheid van ambtenaar buiten beschouwing wordt gelaten", in het derde lid, moeten worden begrepen als "anders dan door bevordering", zou het beter zijn die bewoordingen te gebruiken. Artikel 28 In paragraaf 2, tweede lid, moet blijkbaar verwezen worden naar artikel 25, eerste lid, en niet naar artikel 25, tweede lid. Het is immers in het eerste lid van die bepaling dat gedefinieerd wordt wat onder "basisgraad" moet worden verstaan. Artikel 31 1. In artikel 31,, eerste lid, zouden de woorden "zoals zij gewijzigd zijn" moeten vervallen.Hetzelfde geldt voor het tweede lid. Door die dubbele wijziging wordt gevolg gegeven aan de bedoeling van de steller van het ontwerp om de besluiten die in de voorliggende bepaling worden vermeld zowel in de huidige versie als in de toekomstige versies ervan toepasselijk te maken. 2. Het juiste opschrift van het besluit waarnaar in het eerste lid, onderdeel 9°, wordt verwezen, is het volgende : « Koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende toekenning van een gewaarborgde bezoldiging aan sommige personeelsleden van de federale overheidsdiensten".3. Het juiste Franse opschrift van het besluit waarnaar in het eerste lid, onderdeel 11°, wordt verwezen, is het volgende : « Arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public".4. Het juiste opschrift van het besluit dat wordt genoemd in het eerste lid, onderdeel 12°, is : « Koninklijk besluit van 11 juni 1990 betreffende de toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties en een toelage voor nachtprestaties aan de personeelsleden van Belgacom". Artikel 38 Er moet worden aangegeven met welke gevallen de vergoedingen overeenstemmen die worden vermeld in de kolommen 4 en 5 van de tabel. Artikel 47 In het tweede lid is het correcter te verwijzen naar de artikelen 54 tot 68 van het administratief statuut, veeleer dan naar de artikelen 52 tot 68 ervan. De artikelen 52 en 53 ervan handelen immers over de functiebeschrijving en betreffen dus niet rechtstreeks de beoordelingsprocedure. Artikel 48 1. Waarschijnlijk moet paragraaf 3, 4°, aldus worden uitgelegd dat daarin de andere verloven worden bedoeld dan die vermeld in paragraaf 2.Indien dit beslist het geval is, dient dit te worden aangegeven. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 60, § 3, 4°, van het ontwerp. 2. Het is dienstig in paragraaf 4, eerste lid, na de woorden "na drie maanden overschrijding van deze datum" de woorden "zonder dat de betrokkene het werk heeft hervat" in te voegen, indien dit de bedoeling van de steller van het ontwerp is.3. Op het einde van hetzelfde lid dient te worden geschreven : "wordt rekening gehouden met de bepalingen van paragraaf 1" in plaats van "wordt rekening gehouden met de bepalingen van art.48, § l. » . 4. Artikel 60, § 2, tweede lid, van het bewuste administratief statuut en artikel 48, § 5, van het ontworpen geldelijk statuut lijken volledig tegenstrijdig, daar deze twee bepalingen op hetzelfde geval betrekking hebben, namelijk het geval waarin het personeelslid afwezig is gedurende een volledige zesmaandelijkse beoordelingsperiode.Deze tegenstrijdigheid moet worden weggewerkt. Over artikel 70, § 3, dient mutatis mutandis dezelfde opmerking te worden gemaakt, doordat het op hetzelfde geval betrekking heeft. Artikel 49 De "koninklijke besluiten" van 18 januari 1994 en 25 februari 1994, die worden vermeld in artikel 49, § 2, 2°, worden in het ontwerp van administratief statuut aangegeven als "ministeriële besluiten" van dezelfde data (zie bijvoorbeeld artikel 158 van het ontwerp van administratief statuut). De precieze juridische aard van deze besluiten moet worden nagegaan en de twee ontwerpen van statuut moeten dienovereenkomstig worden aangepast. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 67, §§ 2 en 3, van het ontwerp. Artikel 50 Van de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Raad van Beroep indien het waarderingscijfer minder dan vijftig bedraagt (wat uitsluiting van het genot van de toelage betekent), zou beter in het administratief statuut dan in het geldelijk statuut gewag worden gemaakt. Trouwens krachtens artikel 96, § 1, van het ontwerp van administratief statuut, is de Raad van Beroep alleen bevoegd om kennis te nemen van beroepen ingediend tegen voorstellen waartegen bij die Raad kan worden opgekomen met toepassing van het administratief statuut en van de ter uitvoering ervan vastgestelde besluiten. Bovendien spreekt de Raad van Beroep zich alleen uit over "voorstellen" en niet over waarderingscijfers. Overigens voorziet artikel 68 van het administratief statuut reeds in het recht om bij de Raad van Beroep beroep aan te tekenen tegen een voorstel van een vermelding "onvoldoende". Artikel 54 Uit artikel 82, § 3, van het ontwerp van administratief statuut blijkt dat in sommige gevallen een functieopdracht kan worden toegekend aan bij arbeidsovereenkomst van bepaalde duur in dienst genomen contractuele personeelsleden. Door de toelage waarvan sprake is in artikel 54 alleen toe te kennen aan ambtenaren en contractuele personeelsleden met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, is artikel 54 vatbaar voor de kritiek die reeds is geuit over artikel 10 van het ontwerp (mogelijkheid van schending van het gelijkheidsbeginsel en van het beginsel van non-discriminatie). Verwezen wordt naar de opmerking over artikel 10. Voor het overige wordt verwezen naar algemene opmerking nr. 2 in het voormelde advies 41.494/4. Artikel 56 In paragraaf 3 is sprake van de "minimumprestaties bedoeld in artikel 84, § 5, van het administratief statuut". Deze bepaling bestaat niet in het ontwerp dat om advies aan de afdeling wetgeving is voorgelegd. De beoogde bepaling zou artikel 83, § 5, van het ontwerp van administratief statuut kunnen zijn. De steller van het ontwerp wordt verzocht artikel 56, § 3, op dit punt te corrigeren. Artikel 70 De paragrafen 1 en 3, betreffende de waarderingscijfers, zouden beter op hun plaats zijn in het administratief statuut. De andere paragrafen van artikel 70 moeten dan dienovereenkomstig worden aangepast. Artikelen 73 en 74 1. In plaats van in de inleidende zin van artikel 73, § 1, te schrijven dat de in deze paragraaf opgesomde regelgevingen "(...) niet meer van toepassing (zijn)", is het beter te schrijven dat deze regelgevingen worden opgeheven (indien ze niet van toepassing blijven op andere personen dan het personeel van het Instituut), of dat ze worden opgeheven "wat het Instituut betreft" (indien deze regelgevingen van toepassing blijven op andere personen dan de leden van het Instituut) 2. Artikel 74, § 2, zou artikel 73, § 2, moeten worden. Het huidige artikel 73, § 2, zou dan artikel 73, § 3, worden. Indien op deze voorstellen wordt ingegaan, is de onderverdeling van artikel 74 in paragrafen niet meer gerechtvaardigd en moet ze vervallen. 3. Artikel 74, § 1, beoogt aan het ontworpen besluit terugwerking te verlenen.Het verslag aan de Koning bevat geen uitleg over de redenen van deze terugwerking, noch over de respectieve data van inwerkingtreding die voor de verschillende bepalingen zijn vastgesteld. Zoals de afdeling wetgeving reeds verschillende malen eraan heeft herinnerd (3), is het verlenen van terugwerkende kracht aan besluiten slechts onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar, namelijk ingeval voor de retroactiviteit een wettelijke machtiging bestaat, de retroactiviteit betrekking heeft op een regeling die met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel voordelen toekent of in zoverre de retroactiviteit noodzakelijk is voor de goede werking van de diensten en erdoor, in beginsel, geen verkregen situaties worden aangetast. De steller van het ontwerp moet kunnen aantonen dat de beoogde terugwerking past in het kader van een van deze gevallen. (3) Zie bijvoorbeeld advies 38.185/1, gegeven op 17 maart 2005 over een ontwerp dat heeft geleid tot het ministerieel besluit van 31 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten2 houdende samenstelling van de Directieraad van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers (Belgisch Staatsblad van 29 juni 2006). De kamer was samengesteld uit : De heren : R. Andersen, eerste voorzitter van de Raad van State; P. Liénardy en P. Vandernoot, staatsraden; Mevr. C. Gigot, griffier. Het verslag werd uitgebracht door Mevr. W. Vogel, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Liénardy. De griffier, C. Gigot. De eerste voorzitter, R. Andersen. 11 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit houdende het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, inzonderheid op artikel 26, vierde lid, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202314 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 18 maart 1993 houdende de bezoldigingsregeling van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 juli 1994, 27 maart 1995, 13 september 1998, 14 november 2001, 4 december 2001, 20 september 2002, 11 juli 2003 en 3 juli 2005; Gelet op het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling voor elke graad van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, van de weddeschalen, de weddecomplementen en hun toekenningsvoorwaarden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 juli 1994, 27 maart 1995, 14 november 2001, 4 december 2001, 18 november 2002 en 3 juli 2005; Gelet op het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van de specifieke geldelijke regels met betrekking tot de graden van de ambtenaren van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die aan gespecialiseerde functies beantwoorden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 juli 1994, 27 maart 1995, 14 november 2001 en 4 december 2001; Gelet op het koninklijk besluit van 18 maart 1993 betreffende de toekenning van sommige voordelen aan het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie; Gelet op het koninklijk besluit van 18 maart 1993 betreffende de toekenning van een produktiviteitspremie aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie; Gelet op het koninklijk besluit van 19 maart 1993 betreffende de toekenning van een halfjaarlijkse beheerstoelage aan bepaalde ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001014236 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 15/12/2001 numac 2001014235 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 04/12/2001 numac 2001014234 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor het gebruik van de Engelse taal of van andere vreemde talen aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001014236 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de ambtenaren van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 15/12/2001 numac 2001014235 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 04/12/2001 numac 2001014234 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor het gebruik van de Engelse taal of van andere vreemde talen aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie die worden toegewezen als secretaris aan de leden van de directieraad; Op voorstel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie van 10 februari 2006; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 7 juli 2006; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 12 september 2006; Gelet op het protocol van het Sectorcomité VIII van 25 september 2006; Gelet op advies 41.495/4 van de Raad van State, gegeven op 13 november 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; » Op de voordracht van Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid; Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I. - De bezoldigingsregeling HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° "het Instituut" : het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;2° "Raad" : de Raad bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 3 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.» 3° "statutaire ambtenaar" : ieder persoon die, bij het Instituut, op proef of in vast verband, werd benoemd;4° "contractueel personeelslid" : ieder persoon die, bij het Instituut, bij arbeidsovereenkomst in dienst werd genomen;5° "administratief statuut" : het koninklijk besluit van 11 januari 2007 tot vaststelling van het administratief statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;6° "diensten van de Staat" : elke niet over afzonderlijke rechtspersoon-lijkheid beschikkende dienst die afhangt van de wetgevende macht, de uitvoerende macht of de rechterlijke macht van de federale overheid;7° "diensten van de Gemeenschappen of van de Gewesten" : elke niet over afzonderlijke rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhangt van de raden of van de regeringen van de Gemeenschappen of van de Gewesten;8° "diensten van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" : elke niet over afzonderlijke rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhangt van de Verenigde Vergadering of van het Verenigd College;9° "diensten van Afrika" : elke niet over afzonderlijke rechtspersoonlijk-heid beschikkende dienst die afhing van het gouvernement van Belgisch-Congo of van het gouvernement van Ruanda-Urundi;10° "andere openbare diensten dan de diensten van de Staat, de diensten van de Gemeenschappen of de Gewesten, de Gemeen-schappelijke Gemeenschapscommissie of de diensten van Afrika" : a) elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhangt van de federale Staat of van de regeringen van de Gemeenschappen of van de Gewesten;b) elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhangt van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;c) elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhing van het gouvernement van Belgisch-Congo, of van het gouvernement van Ruanda-Urundi;d) elke dienst die afhangt van één van de Gemeenschapscommissies van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest;e) elke dienst die afhangt van een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten, een agglomeratie of die afhing van een federatie van gemeenten, alsook elke dienst die afhangt van een aan een provincie of gemeente ondergeschikte instelling;f) elke andere instelling onder Belgisch recht, die voldoet aan collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en waarbij de openbare overheid bij de oprichting of de bijzondere leiding klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde voorwaarden. Art. 2.Dit besluit is van toepassing op elke statutaire ambtenaar van het Instituut. Het is enke …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.