← België

Koninklijk besluit tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties voor wat bet

Kort samengevat

Dit besluit vult een eerder Koninklijk Besluit aan met specifieke veiligheidsvoorschriften voor installaties die radioactief afval bergen, inclusief verbruikte kernbrandstof. Het doel is om de veiligheid van mens en milieu te waarborgen, zowel op korte als lange termijn, door middel van een robuust regelgevend kader.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
7 MEI 2024. - Koninklijk besluit tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties voor wat betreft de inrichtingen voor berging van radioactief afval VERSLAG AAN DE KONING Sire, Wij hebben de eer ter ondertekening van Uwe Majesteit een koninklijk besluit voor te leggen tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties voor wat betreft de inrichtingen voor berging van radioactief afval. 1. Inleiding Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) is lid van de niet-gouvernementele organisatie "Western European Nuclear Regulator's Association" (WENRA) die met name tot doel heeft de aanpak inzake nucleaire veiligheid in Europa te harmoniseren.Naast de werkgroep die zich bezighoudt met de vermogensreactoren, heeft WENRA een andere werkgroep opgericht genaamd "Waste and decommissioning" (WGWD) die de laatste jaren referentieniveaus heeft voorgesteld voor de eindberging van vast radioactief afval, inclusief de verbruikte kernbrandstof die als afval werd aangemerkt. Deze referentieniveaus werden omgezet in een regelgevend voorstel met als doel deze tekst met betrekking tot bergingsinstallaties op te nemen in het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties, als hoofdstuk 4 getiteld: "Specifieke veiligheidsvoorschriften voor de opslaginstallaties van verbruikte kernbrandstof en van colli met radioactief afval". Door deze ontwerptekst in dit besluit op te nemen, kon de regelgevende tekst worden beperkt tot de aspecten die specifiek zijn voor de berging, aangezien de generieke veiligheidsvoorschriften, die ook gelden voor de bergingsinstallaties voor radioactief afval, al zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties. Dit voorstel van besluit vult de omzetting aan van artikel 5, b) van de richtlijn 2011/70/EURATOM van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Deze richtlijn vereist immers dat er "door de lidstaten een passend nationaal wettelijk, regelgevend en organisatorisch kader... wordt opgesteld en in stand gehouden... waarmee wordt voorzien in een nationale regeling voor de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval." Dit besluit werd opgesteld, rekening houdend met de verdeling van de bevoegdheden tussen NIRAS en het FANC inzake de berging van radioactief afval. Bepaalde WENRA-referentieniveaus vallen geheel of gedeeltelijk onder de bevoegdheid van NIRAS, in het bijzonder wat het vastleggen van de acceptatiecriteria betreft. De andere referentieniveaus die geheel of gedeeltelijk tot de bevoegdheid van het FANC behoren, werden in dit regelgevingsontwerp opgenomen. Omkeerbaarheid, terugneembaarheid en monitoring zijn begrippen die onder nationaal beleid vallen. Het zijn principes waarover een maatschappelijk en politiek debat moet gevoerd worden en waar met kennis van zaken moet over gediscussieerd en beslist worden rekening houdende met de wetenschappelijke bevindingen. De uitkomst van deze discussie en beslissing kan een impact hebben op dit koninklijk besluit en dit zal dan ook waar nodig aangepast worden zodat de regelgeving op elkaar afgestemd is. Indien er uit de conclusies van het maatschappelijk debat georganiseerd in het kader van de Nationale Beleidsmaatregel "diepe berging" (KB van 28/10/2022) voorstellen voor aanvullingen bij dit ontwerpbesluit volgen, zullen deze door het FANC worden beoordeeld en desgevallend zal het FANC een ontwerp KB voor aanvulling van dit besluit voorstellen. 2.Conformiteits- en acceptatiecriteria NIRAS heeft acceptatiecriteria opgesteld voor het afval die op het ogenblik van hun tenlasteneming, gepaard gaande met hun eigendomsoverdracht, worden geverifieerd. Via deze acceptatiecriteria verzekert NIRAS zich, voor het afval dat zij ten laste neemt, van de veiligheid en de praktische haalbaarheid van het latere beheer ervan. Concreet gezien impliceert dit dat: 1. het afval conform is met de operationele vereisten en de vergunningsvoorwaarden van de eigen installaties (van Belgoprocess) voor de verwerking, de opslag en de eindberging;2. dit afval compatibel is met de referentiescenario's voor het veilig beheer (met inbegrip van het vervoer, de verwerking, de opslag en de eindberging), opgesteld op basis van de vergunningsvoorwaarden van de bestaande installaties/activiteiten en de technische en wetenschappelijke kennis met betrekking tot de beoogde installatieconcepten. De conformiteitscriteria zijn specifieke criteria waaraan het afval moet beantwoorden om in een bepaalde installatie behandeld/opgeslagen/geborgen te kunnen worden. Deze conformiteitscriteria worden vermeld in de oprichtings- en exploitatievergunning en/of het veiligheidsrapport van de installatie. De conformiteitscriteria garanderen de compatibiliteit van het afval met de installatie waarin het opgeslagen/verwerkt/geborgen wordt en kunnen dus verschillen van de acceptatiecriteria van NIRAS, waarvan de doelstellingen verschillend zijn. 3. Trapsgewijze aanpak De toepassing van de in het koninklijk besluit vermelde voorschriften moet worden onderworpen aan een trapsgewijze aanpak, d.w.z. dat ze in verhouding moet staan tot de risico's die het geborgen afval inhoudt. 4. Inhoud per artikel Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2014/87/Euratom van de Raad van 8 juli 2014 houdende wijziging van Richtlijn 2009/71/Euratom tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties. Artikelen 2 en 3: Definities en toepassingsgebied Er worden bepaalde specifieke begrippen voor de berging gedefinieerd. De veiligheidsdoelstelling, zoals gedefinieerd in dit besluit, loopt door tot na de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning. Het veiligheidsdoel bestaat erin om de mens en het milieu, op korte en op lange termijn, tegen de gevaren van de ioniserende straling te beschermen. De begrippen berging, bergingsinstallatie, periodes en fasen gedefinieerd in het koninklijk besluit tot vaststelling van het vergunningsstelsel van de inrichtingen voor berging van radioactief afval, zijn van toepassing. Twee componenten, barrières of veiligheidsfuncties zijn complementair wanneer het falen van één van deze gecompenseerd wordt door de performantie van de andere. Afhankelijk van het veiligheidsconcept kan deze compensatie volledig of gedeeltelijk zijn. De perioden en levensfasen van een berging worden weergegeven in Figuur 1. De levensduur van een inrichting stopt bij de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning. De pre-operationele periode begint met de vaststelling van het nationale beleid voor het afval dat moet worden geborgen. Deze periode kan korter of langer zijn, afhankelijk van het type afval in kwestie, en kan uit verschillende stappen bestaan. Bijvoorbeeld, het koninklijk besluit tot vaststelling van het eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval, beschrijft de volgende stappen: 1° het vaststellen van het besluitvormingsproces;2° de identificatie van modaliteiten van omkeerbaarheid, terugneembaarheid en monitoring;3° de keuze van de langetermijnbeheeroplossing voor het radioactieve afval;4° de keuze van de locatie of locaties waar de berging uitgevoerd wordt. Deze periode wordt gevolgd door de oprichtings- en exploitatievergunning en de bevestiging daarvan, die van toepassing zijn op alle nucleaire inrichtingen van klasse 1 die het begin van de operationele fase markeert. Het bijzondere van een bergingsinstallatie is dat ze niet wordt ontmanteld. De operationele fase wordt daarom gevolgd door de sluitings- en controle fase. Het verdient volgens de Raad van State in het algemeen aanbeveling de in een richtlijn gebruikte terminologie over te nemen in het nationale recht, behoudens indien in de nationale rechtsorde een andere, meer tot het courante taalgebruik behorende term wordt gebruikt waarvan de betekenis samenvalt met die van de term uit de richtlijn. In de andere gevallen bestaat er kans op verwarring als de terminologie van de richtlijn niet letterlijk wordt overgenomen. Het gebruik van een andere term is in principe ook mogelijk wanneer die een bredere betekenis heeft dan de in de richtlijn gebezigde term en de bepalingen van de richtlijn zich daar niet tegen verzetten. In dat geval is de nationale regeling breder dan de door de richtlijn beoogde regeling. Dit is in casu het geval voor het begrip `sluiting' zoals gedefinieerd in het ontwerp van besluit. Gevolggevend aan de opmerkingen van de Raad van State, werd dit verslag aan de Koning tevens op diverse plaatsen aangevuld: - er werden voorbeelden gegeven bij de ontworpen artikelen 59.3 en 68.2; - bij de toelichting voor het ontworpen artikel 61.1 wordt verduidelijkt dat het economisch waardevol karakter door de exploitant wordt beoordeeld aan de hand van de cut-off grade. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Het toepassingsgebied van dit besluit is beperkt tot de installaties die specifiek ontworpen en gebouwd werden voor de berging van vast of verhard radioactief afval (al dan niet geconditioneerd) aan de oppervlakte. Artikel 4 voegt een nieuw hoofdstuk in het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten in. Dit hoofdstuk bevat de artikelen 59 tot 74. Art. 59.- Veiligheidsbeleid Artikel 59 vult artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. De fundamentele beginselen verwijzen naar de fundamentele veiligheidsbeginselen die door de IAEA zijn vastgesteld (veiligheidsnormen nr. SF-1). De naleving van deze beginselen draagt, samen met de beginselen van de stralingsbescherming in hoofdstuk III van het Algemeen Reglement, bij tot de veiligheid tijdens de operationele en post-operationele fasen. De toepassing van het principe van defence-in-depth is bedoeld om het falen van het bergingssysteem te voorkomen, door ervoor te zorgen dat enkel een combinatie van storingen de veiligheid van het bergingssysteem in gevaar kan brengen. Het ontwerp van het bergingssysteem moet er daarom op gericht zijn de kans dat dergelijke combinaties zich voordoen, te verkleinen en de gevolgen van een eventuele storing te beperken. De toepassing van het aantoonbaarheidsprincipe is erop gericht om tijdens het ontwerp, de bouw, de exploitatie, de sluiting en het toezicht op de bergingsinrichting alle maatregelen te nemen om de technische haalbaarheid van de berging en het vermogen om de bescherming van mens en milieu te waarborgen, aan te tonen. De beheersing van technieken is gebaseerd op het principe van de `Best Available Technique' in de zin van Richtlijn 2010/75/EU, dat het gebruik van betrouwbare technieken vereist die op industriële schaal zijn beproefd om emissies en de impact van de berging op het leefmilieu in zijn geheel te voorkomen en, waar dat niet mogelijk is, te verminderen. Dit geldt voor de technieken die worden gebruikt tijdens de bouw-, operationele, sluitings- en monitoringsfasen. Bouwrisico's verwijzen naar gebeurtenissen die een afwijking van de optimale omstandigheden kunnen veroorzaken tijdens de bouw en installatie van de componenten van een bergingssysteem. Voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen zijn het blokkeren van een tunnelgraafmachine, of problemen bij de installatie van een component. De veiligheidsstrategie vormt het referentiekader dat de opeenvolgende fasen van de ontwikkeling en realisatie van het bergingssysteem stuurt. Dit houdt in dat strategische richtsnoeren worden bepaald voor het ontwerp en de bouw, die het voorwerp vormen van artikel 61.3, voor het management, dat het voorwerp vormt van artikel 60 en voor de veiligheidsevaluatie, die het voorwerp vormt van afdeling IV. De strategische oriënteringen worden vastgesteld voor alle perioden in de levensduur van de bergingsplaats. De beperkingen die verband houden met de bestaande omstandigheden moeten worden geïdentificeerd en de gevolgen daarvan voor de veiligheidsstrategie moeten worden geëvalueerd. Bestaande omstandigheden zijn alle elementen die niet het voorwerp uitmaken van een optimalisatie van de bescherming als dusdanig, maar waarmee hiervoor toch rekening moet worden gehouden. Ze omvatten met name het nationale en internationale regelgevende kader, de state-of-the-art, de geologie van België, voorwaarden opgelegd door verschillende stakeholders die - op voorwaarde dat ze niet ten koste gaan van het algemene veiligheidsniveau - in aanmerking moeten worden genomen, en budgettaire beperkingen. De verscheidenheid aan verzoeken van de stakeholders kan aanleiding geven tot een breed scala aan bestaande omstandigheden. Het is daarom belangrijk dat deze transparant worden geïdentificeerd. Onder robuustheid van het bergingssysteem, of van een van zijn componenten, wordt verstaan: het vermogen om de verwachte prestaties te behalen, ondanks de bouw- en uitbatingsrisico's, te voorziene verstoringen en de bijbehorende onzekerheden. Het "veiligheidsconcept" vormt de basis voor het ontwerp van een berging en een referentiekader voor de veiligheidsevaluatie. Het moet worden aangepast aan het te bergen afval. De perioden waarin de afzondering, insluiting en veiligheidsfuncties van de componenten door het bergingssysteem en zijn componenten worden gewaarborgd, moeten worden gespecificeerd en gerechtvaardigd. Artikel 59.3 bepaalt dat het Agentschap de minimumvereisten in een technisch reglement kan opnemen. Hierbij enkele voorbeelden van technische vereisten of verwachtingen: - verwachtingen over hoe de principes van optimalisatie en verdediging in de diepte moeten worden geïnterpreteerd in de context van berging; - bepalingen te nemen tijdens het ontwerp, de bouw, de exploitatie, de afsluiting en de monitoring van de opslagfaciliteit om de naleving van het volgende aantoonbaarheidsbeginsel te waarborgen. Art. 60.- Managementsysteem Artikel 60 vult artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 61.- Basis voor ontwerp en realisatie Veiligheidsfuncties De veiligheidsfuncties van het bergingssysteem zijn vastgelegd in het veiligheidsconcept en garanderen minimaal het vermogen om het afval af te zonderen en de radionucliden in te sluiten. Ze worden toegewezen aan de componenten of reeksen componenten die betrokken zijn bij de veiligheid van het bergingssysteem. Afzondering betekent dat radioactief afval uit de buurt van mensen en de biosfeer wordt gehouden, dat er barrières tussen beide worden geplaatst en dat externe verstoringen die de integriteit van het bergingssysteem voortijdig zouden kunnen beschadigen, worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. De waarschijnlijkheid van een onbedoelde menselijke intrusie en de uitgestelde effecten daarvan, moeten worden beperkt. Het ontwerp van het bergingssysteem moet enerzijds de waarschijnlijkheid van een onbedoelde menselijke intrusie in het bergingssysteem en anderzijds de uitgestelde effecten van een dergelijke gebeurtenis voor mens en milieu, alsook voor de prestaties van het bergingssysteem, beperken. Insluiting betekent het zoveel mogelijk voorkomen en beperken van het vrijkomen van radionucliden buiten de insluitingsbarrières van het bergingssysteem. Het transport van radionucliden door advectie binnen het bergingssysteem moet worden beperkt. Heterogeniteit en discontinuïteit waardoor er preferentiële routes naar watervoerende lagen kunnen worden gevormd, moeten worden vermeden. Het gedeelte van de geologische lagen dat grenst aan de insluitingsbarrières mag geen exploiteerbaar grondwater, of economisch valoriseerbare natuurlijke rijkdommen bevatten. Met uitzondering van water is "economisch valoriseerbaar" niet van toepassing op componenten die bestaan uit gewone materialen die overvloedig aanwezig en wijdverspreid zijn in de omgeving van de berging. Water wordt als ontginbaar beschouwd wanneer het in bruikbare hoeveelheden is opgeslagen in een natuurlijk doorlatende component, d.w.z. een component in staat om gemiddeld meer dan 10 m3 per dag vanuit een afzonderlijke voorziening te produceren (debiet overgenomen uit het koninklijk besluit van 31 mei 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/05/2016 pub. 28/06/2016 numac 2016203316 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken federaal agentschap voor nucleaire controle Koninklijk besluit betreffende de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water type koninklijk besluit prom. 31/05/2016 pub. 04/11/2016 numac 2016000644 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water. - Duitse vertaling sluiten tot koninklijk besluit betreffende de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water). Het begrip `ontginbaar water' is onafhankelijk van de kwaliteit en de chemische samenstelling ervan. Kritikaliteitsrisico's moeten worden uitgesloten binnen het bergingssysteem en zijn omgeving, in alle redelijkerwijze te voorziene situaties. De risicoanalyse heeft betrekking op de operationele en post-operationele perioden, rekening houdend met de bijbehorende onzekerheden. Het ontworpen artikel 61.1, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten schrijft voor dat het deel van de geologische lagen die behoren tot de insluitingsbarrières geen "natuurlijke rijkdommen die als economisch waardevol beschouwd worden" mag bevatten. De exploiteerbaarheid van een afzetting hangt af van de `cut-off grade'. Met de `cut-off grade' wordt het minimum gehalte aan waardevol erts of mineraal bedoeld waarboven de afzetting economisch exploiteerbaar is, gebaseerd op de winningskosten die specifiek zijn voor de afzetting en de huidige of geschatte prijzen voor het gewonnen erts. Dit moet door de exploitant worden beoordeeld in het veiligheidsdossier op basis van bestaande gegevens. Programma voor de karakterisering van de site en haar omgeving Kennis van de kenmerken van de site en haar omgeving moet voldoende inzicht verschaffen in het bergingssysteem om de veiligheid te kunnen beoordelen. Er moet een programma voor de karakterisering van de site en haar omgeving worden ontworpen en geïmplementeerd, zodat deze kennis kan worden verworven en de referentietoestand kan worden vastgesteld vóór de bouw van de berging. Het omgevingskarakteriseringsprogramma is beperkt tot de omgeving die het bergingssysteem kan beïnvloeden of erdoor kan worden beïnvloed. Ontwerp en realisatie van de inrichting Het ontwerp en de realisatie van het bergingssysteem moeten garanderen dat de beoogde prestaties worden gehaald. Bij de realisatie van het bergingssysteem moet gebruik worden gemaakt van de beste beschikbare technieken en de gebruikte technieken moeten worden beheerst. Wanneer er nieuwe technieken moeten worden ontwikkeld, moeten de haalbaarheid, controle en betrouwbaarheid ervan worden aangetoond. De ontwerp- en constructiekeuzes en de karakterisering van de componenten van het bergingssysteem moeten het mogelijk maken om vertrouwen te krijgen in de verwachte evolutie van het bergingssysteem. Terugneembaarheid Terugneembaarheid heeft betrekking op alle fysieke handelingen die betrokken zijn bij het terugnemen van het afval en verwijst naar "het vermogen om het afval terug te nemen nadat het in een bergingsinstallatie is geplaatst". In principe is het altijd mogelijk om afval terug te nemen. De menselijke en financiële middelen en het stralingsrisico voor de werknemers in verband met deze terugneembaarheid nemen echter toe met elke stap van de sluitingsfase. Veiligheid vereist dat het geborgen afval zo snel mogelijk in zijn finale configuratie wordt geplaatst om de veiligheid op een passieve manier te garanderen. De terugneembaarheid kan evenwel onderhevig zijn aan bepaalde beperkingen die voortvloeien uit de maatschappelijke vraag. Ingeval een afvalstof, of de verpakking ervan, niet conform blijkt te zijn op het moment dat deze in de bergingsinstallatie wordt geplaatst, houdt de terugneembaarheid in dat er ontwerp- en operationele maatregelen moeten worden genomen, waardoor het mogelijk wordt om het afval eenvoudig te kunnen terugnemen, d.w.z. met middelen die vergelijkbaar zijn met deze die gebruikt worden om het afval te plaatsen. De mogelijkheid om het afval terug te nemen nadat het is geborgen, moet worden geanalyseerd in functie van de verschillende stadia van de sluiting van de berging en de bijbehorende risico's en veiligheidsimplicaties. Optimalisatie van de bescherming Het optimalisatieprincipe, wanneer het wordt toegepast op de bergingen, moet in globale zin worden geïnterpreteerd, d.w.z. radiologische en niet-radiologische bescherming op korte en lange termijn. Het optimaliseren van de bescherming heeft betrekking op het ganse systeem (d.w.z. alle componenten die een veiligheidsfunctie vervullen, d.w.z. gastformatie, kunstmatige barrières, geologische dekking) en de locatie ervan (site). Om dit doel te bereiken, zal de optimalisatie gericht zijn op het voorkomen en beperken van een toekomstige blootstelling door het beoordelen van: - de dosis voor de radiologische bescherming op korte termijn; - de isolatie- en insluitingsprestaties, de robuustheid en aantoonbaarheid voor de post-operationele stralingsbescherming. Het optimaliseren van de bescherming vereist de voortdurende bezorgdheid dat het beste werd gerealiseerd voor de veiligheid, rekening gehouden met de "bestaande omstandigheden", en dat alles wat redelijkerwijze kon worden ondernomen, werd uitgevoerd. Het optimum van de gekozen opties wordt geacht te zijn bereikt wanneer de winst qua bescherming minimaal wordt t.a.v. de ingezette middelen (personeel, financieel, enz.). Het optimalisatieproces moet systematisch en gestructureerd zijn om er zeker van te zijn dat met alle relevante aspecten rekening is gehouden. Er moet een historiek van keuzes en beslissingen worden bijgehouden. De termen "optimaliseren", "minimaliseren", "zover mogelijk", "maximaal", "zo snel mogelijk" die in dit besluit worden gebruikt, moeten worden opgevat in de geest van het optimaliseren van de bescherming. Opstellen van de ontwerpbasis Artikel 61.7 vult artikel 7.3 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Analyse van de gebeurtenissen in de ontwerpbasis Artikel 61.8 vult artikel 7.3 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 62.- Klassering van de structuren, systemen en componenten Artikel 62 vult artikel 8 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 63.- Exploitatielimieten en -voorwaarden Artikel 63 vult artikel 9 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 64.- Voorschriften betreffende de bouw en de exploitatie van de installaties Alleen afval in vaste vorm dat voldoet aan de conformiteitscriteria en conformiteitsvereisten kan aanvaard worden voor berging. De inventaris van het geborgen afval moet up-to-date worden gehouden. De veiligheid tijdens de operationele en post-operationele periode moet als een geheel worden geoptimaliseerd vanaf de eerste fasen en gedurende de ganse levensduur van de berging. Met de respectieve impact van de operationele en post-operationele aspecten moet naar behoren rekening worden gehouden en worden geëvalueerd. Hoewel ook gebaseerd op actieve middelen, moet de veiligheid tijdens de operationele en de controlefase, voor zover als redelijkerwijze mogelijk, worden gewaarborgd met passieve middelen. Tijdens de controlefase zijn de actieve middelen voornamelijk beperkt tot het toezichtsprogramma en de middelen die worden ingezet om de veiligheid op de locatie te waarborgen. Art. 65.- Beheer van de veroudering Artikel 65 vult artikel 10 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 66.- Onderhoud, inspectie tijdens de werking en functionele testen Artikel 65 vult artikel 12 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 67.- Procedures voor het beheer van ongevallen Op basis van een risicoanalyse van mogelijke ongevallen moeten er op een systematische manier procedures voor het beheer van ongevallen worden opgesteld. Deze procedures moeten aangepast zijn aan de verschillende configuraties van de inrichting voor berging tijdens de verschillende fasen tot de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning. Wanneer de procedures voor het beheer van ongevallen impliceren dat er middelen moeten worden aangewend die extern zijn aan de inrichting voor berging, dan moeten de verantwoordelijkheden tussen de exploitant en de externe hulpdiensten worden bepaald. Art. 68.- Inhoud en bijwerking van het veiligheidsrapport Artikel 68 vult artikel 13 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. In het kader van een berging kan de veiligheidsevaluatie doorlopen tot na de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning. Afhankelijk van het type afval en de activiteit van het afval kan deze periode enkele honderdduizenden jaren bedragen. Daarom moet de veiligheidsevaluatie een geheel van representatieve scenario's voor mogelijke gedragingen van het bergingssysteem in beschouwing nemen. Het geheel van deze scenario's moet alle mogelijke evoluties van het systeem en zijn omgeving afdekken. In het veiligheidsrapport moeten onzekerheden worden geïdentificeerd en moet worden aangetoond hoe deze worden beheerd. De veiligheidsevaluatie moet gebaseerd zijn op de state-of-the-art en op voldoende kennis van en inzicht in het bergingssysteem in zijn omgeving. Artikel 68.2 bepaalt dat het Agentschap de minimumvereisten in een technisch reglement kan opnemen. Hierbij enkele voorbeelden van minimumvereisten met betrekking tot de veiligheidsevaluatie: - verwachtingen voor onzekerheidsbeheer; - verwachtingen met betrekking tot de te overwegen scenario's; - vereisten met betrekking tot de gebruikte modellen (bijv. validatie); - criteria voor het beoordelen van de performantie van het bergingssysteem en de onderdelen ervan; - eisen met betrekking tot indicatoren van radiologische impact; - eisen voor het bepalen van radiologische impact. Art. 69.- Periodieke herzieningen Art. 69 vult artikel 14 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 70.- Beveiliging tegen brand van interne oorsprong Art. 70 vult artikel 17 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Art. 71.- Toezicht Art. 71 vult artikel 9.5 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties aan. Wanneer toegepast op bergingen, omvat de term "toezicht" tests, inspecties en monitoring tijdens de operationele en post-operationele periodes tot aan de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning. Binnen het toezicht bestaat de monitoring uit continue of periodieke waarnemingen en maatregelen die bijdragen tot de evaluatie van het gedrag van de componenten van het bergingssysteem, of de impact van de berging op het publiek en het milieu. De resultaten van de monitoring worden gebruikt om de hypotheses in het veiligheidsrapport te verifiëren. Bij de periodieke herziening, voorzien in artikel 69, dient de exploitant steeds de noodzaak voor maatregelen met betrekking tot toezicht en terugneembaarheid om reden van nucleaire veiligheid of stralingsbescherming te evalueren en indien nodig de maatregelen aanpassen. Bij de aanvraag tot opheffing van de vergunning, zoals voorzien in het koninklijk besluit van 22 april 2024Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tot vaststelling van het vergunningsstelsel van de inrichtingen voor berging van radioactief afval, dient de exploitant aan te tonen dat er om reden van nucleaire veiligheid of stralingsbescherming geen noodzaak is om maatregelen betreffende toezicht en/of terugneembaarheid verder te zetten. Hierbij wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de performantie van het systeem en de radiologische impact. Het toezicht kan doorlopen tot na de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning - waardoor de exploitant wordt vrijgesteld van zijn toezichtverplichtingen - in de context van: ? de controle van de safeguards, zoals vereist door de bevoegde internationale instanties (Euratom, IAEA); ? een maatschappelijke vraag naast de nucleaire regelgevende verplichtingen. Het toezicht na de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning mag de veiligheid van de berging niet in het gedrang brengen en mag dus niet intrusief zijn, d.w.z. kabels vereisen die de insluitingsbarrières overschrijden. Het ontwerp van het toezichtsprogramma omvat met name de bepaling van de referentietoestand, de selectie van de processen en parameters die moeten worden gevolgd, de bruikbare meetbereiken, de keuze van de meet- en bemonsteringsapparaten, hun locatie, de frequentie van de metingen en hun eventuele ontmanteling. In de ontwerpfase moeten de gevolgen van een mogelijk defect van de meet- en bemonsteringsapparatuur voor het bereiken van de doelstellingen van het toezichtsprogramma en voor de analyse van de resultaten en voor het vertrouwen in de post-operationele veiligheid worden beoordeeld. Het toezichtsprogramma en de keuze van meet- en bemonsteringsapparatuur moeten gerechtvaardigd zijn in het licht van de doelstellingen. Art. 72.- Activiteitenverslagen De exploitant moet regelmatig activiteitenverslagen opstellen. Deze verslagen worden aan het Agentschap en aan naburige gemeenten overgemaakt, waar ze door de bevolking kunnen worden geraadpleegd. Art. 73.- Het in de eindconfiguratie brengen De vergunning voor de sluiting van de berging vereist dat de resultaten van de veiligheidsevaluatie de veiligheid van de berging hebben kunnen aantonen, ervan uitgaande dat de berging wordt afgesloten overeenkomstig de specificaties van het veiligheidsrapport. Zodra de veiligheid van de berging werd aangetoond en geverifieerd door het Agentschap, mag de installatie niet langer open blijven dan nodig is. Naleving van deze vereiste zal: ? het bergingssysteem zo snel mogelijk bestand maken tegen interne en externe verstoringen; ? het risico op intrusie beperken; ? contextuele onzekerheden overwinnen (met name onzekerheden die verband houden met de politieke, institutionele, sociale, economische en technologische context); ? geen bovenmatige lasten meebrengen voor de toekomstige generaties. Art. 74.- Specifieke voorschriften voor de inrichtingen voor berging aan de oppervlakte van radioactief afval De opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning moet mogelijk zijn ten laatste 350 jaar na de eerste bevestiging van de oprichtings- en exploitatievergunning. De inhoud aan radionucliden met een mogelijke impact op de bescherming van bevolking en het milieu tegen de risico's van ioniserende stralingen na de opheffing van de oprichtings- en exploitatievergunning moet derhalve zo veel mogelijk beperkt worden. De artikelen 5 tot 7 van het besluit behoeven geen nadere toelichting. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 75.800/16 van 2 april 2024 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties voor wat betreft de inrichtingen voor berging van radioactief afval' Op 4 maart 2024 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties voor wat betreft de inrichtingen voor berging van radioactief afval'. Het ontwerp is door de zestiende kamer onderzocht op 26 maart 2024. De kamer was samengesteld uit Pierre LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, Toon MOONEN en Tim CORTHAUT, staatsraden, Jan VELAERS en Johan PUT, assessoren, en Eline YOSHIMI, griffier. Het verslag is uitgebracht door Lennart NIJS, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Tim CORTHAUT, staatsraad. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 2 april 2024. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2.1. Het ter advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe om specifieke veiligheidsvoorschriften vast te stellen voor inrichtingen voor de berging van radioactief afval (1) (artikel 3). Daartoe voegt artikel 4 van het ontwerp een nieuw hoofdstuk 4ter in het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten `houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties' in (ontworpen artikelen 59 tot 74 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten). Het ontworpen artikel 59 omschrijft de fundamentele beginselen van het veiligheidsbeleid. Het ontworpen artikel 60 bepaalt de inhoud van het managementsysteem. Het ontworpen artikel 61 bevat de voorschriften voor het ontwerp en de realisatie van het bergingssysteem. De regeling inzake de klassering van structuren, systemen en componenten die belangrijk zijn voor de veiligheid van de inrichting is vervat in het ontworpen artikel 62. De ontworpen artikelen 63 tot 67 bevatten de regels over de bouw en exploitatie van een bergingsinrichting. De ontworpen artikelen 68 en 69 hebben betrekking op het veiligheidsrapport en de veiligheidsevaluatie. Het ontworpen artikel 70 bepaalt dat de beveiliging tegen brand van interne oorsprong op een dergelijke manier wordt ingericht, dat de bluskring alle zones van de inrichting voor berging dekt. Het ontworpen artikel 71 heeft betrekking op het toezicht, het ontworpen artikel 72 regelt de verplichting in hoofde van de exploitant om regelmatig activiteitenverslagen op te stellen. Het ontworpen artikel 73 schrijft voor dat de installatie voor berging zo vlug mogelijk in haar eindconfiguratie moet worden gebracht. Het ontworpen artikel 74 bevat tot slot een aantal specifieke voorschriften voor inrichtingen voor berging aan de oppervlakte van radioactief afval. 2.2. De artikelen 59 tot 62 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten, zoals al vernummerd met ingang van 25 augustus 2024 bij het koninklijk besluit van 21 juli 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 `tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties, voor wat betreft de onderzoeksreactoren', worden dienovereenkomstig opnieuw vernummerd (artikel 5). 2.3. De inwerkingtreding van het te nemen besluit is voorzien op de eerste dag van de tweede maand volgend op de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad (artikel 6). RECHTSGROND 3.1. Voor het ontwerp kan rechtsgrond worden gevonden in artikelen 3, 14 en 15 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle'. 3.2. Artikel 3 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bevat het geheel aan bevoegdheden dat werd toevertrouwd aan de Koning om voorwaarden op te leggen aan het gebruik van ioniserende stralingen in normale omstandigheden, (2) en biedt een ruime rechtsgrond om verscheidene nucleaire veiligheidsvoorschriften vast te stellen, (3) die nagenoeg elke maatregel omvat, behalve indien ter zake een legaliteitsbeginsel geldt.(4) 3.3. Artikel 14 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bepaalt dat het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (hierna: het Agentschap) belast is met de controle en het toezicht (onverminderd de bepalingen van Hoofdstuk IIIter en de artikelen 7 en 8 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten). Luidens artikel 15 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten omvat de opdracht van het Agentschap, algemeen gesteld, de onderzoekingen die dienstig zijn voor het omschrijven van alle exploitatievoorwaarden van de inrichtingen waarin ioniserende stralingen worden aangewend en tot het bestuderen van de veiligheid en de beveiliging van de inrichtingen waarin kernmateriaal of radioactieve stoffen worden aangewend of bewaard. Aangezien er in deze bepalingen geen specifieke delegatie aan de Koning is opgenomen, moet bijkomend een beroep worden gedaan op de algemene uitvoeringsbevoegdheid (artikel 108 van de Grondwet), gelezen in samenhang met de aangehaalde wetsbepalingen. In zoverre bij het te nemen besluit taken worden opgelegd aan het Agentschap, kan worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning, gelezen in samenhang met de artikelen 14 en 15 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten (5). ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef 4. De aanhef van het ontwerp dient aan te vangen met een nieuw toe te voegen eerste lid, luidende: "Gelet op artikel 108 van de Grondwet;". Artikel 1 5.1. Het ontwerp strekt tot de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 `tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties' en richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 `tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval'. In artikel 1 van het ontwerp dient te worden verduidelijkt dat het te nemen besluit strekt tot de gedeeltelijke omzetting van die richtlijnen.(6) 5.2. Het tweede lid van artikel 1 regelt het toepassingsgebied van de ontworpen regeling. Aangezien het ontwerp echter een wijzigingsbesluit is dat de materiële regeling voor de berging invoegt in het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten, is die bepaling hier doelloos. Het tweede lid moet bijgevolg worden weggelaten. (7) Artikel 2 6.1. De datum van het koninklijk besluit `houdende vaststelling van het vergunningsstelsel van de inrichtingen voor berging van radioactief afval' (8) dient te worden aangevuld. Ter wille van de rechtszekerheid dient erover te worden gewaakt dat het te nemen besluit niet in werking treedt vóór het koninklijk besluit `houdende vaststelling van het vergunningsstelsel van de inrichtingen voor berging van radioactief afval'. 6.2. De term "sluiting" zoals gedefinieerd onder artikel 2, 10°, (9) van het ontwerp wijkt af van de draagwijdte die aan ditzelfde begrip wordt toegekend in artikel 3, punt 1, van richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011. (10). Het verdient in het algemeen aanbeveling de in een richtlijn gebruikte terminologie over te nemen in het nationale recht, (11) behoudens indien in de nationale rechtsorde een andere, meer tot het courante taalgebruik behorende term wordt gebruikt waarvan de betekenis samenvalt met die van de term uit de richtlijn. In de andere gevallen bestaat er kans op verwarring als de terminologie van de richtlijn niet letterlijk wordt overgenomen. Het gebruik van een andere term is in principe ook mogelijk wanneer die een bredere betekenis heeft dan de in de richtlijn gebezigde term en de bepalingen van de richtlijn zich daar niet tegen verzetten. In dat geval is de nationale regeling breder dan de door de richtlijn beoogde regeling. De ontworpen definitie lijkt ruimer te zijn dan deze die wordt gehanteerd in richtlijn 2011/70/Euratom, zodat ze kan worden aanvaard. Artikel 3 7. Uit het verslag aan de Koning en de toelichting door de gemachtigde blijkt dat het ontworpen hoofdstuk 4ter vooralsnog enkel toepasselijk is op de berging van radioactief afval aan de oppervlakte, en dus niet geldt voor de geologische berging van dergelijk afval.Die beperking moet worden toegevoegd aan het ontworpen artikel 2, laatste lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten. Artikel 4 Ontworpen artikelen 59.3 en 68.2 8. Het Agentschap wordt gemachtigd om "zijn verwachtingen" ten aanzien van de veiligheidsstrategie (ontworpen artikel 59.3 van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten) en de veiligheidsevaluatie (ontworpen artikel 68.2) te preciseren en/of aan te vullen in een technisch reglement. 8.1. De gemachtigde lichtte deze delegatie als volgt toe: "Het gaat erom de verwachtingen van het Agentschap, in technische termen, met betrekking tot de eisen die in het KB zijn vastgelegd, in detail te beschrijven. Hierbij enkele voorbeelden van technische vereisten of verwachtingen: ? Verwachtingen ten aanzien van de veiligheidsstrategie ? verwachtingen over hoe de principes van optimalisatie en verdediging in de diepte moeten worden geïnterpreteerd in de context van berging ? bepalingen te nemen tijdens het ontwerp, de bouw, de exploitatie, de afsluiting en de monitoring van de opslagfaciliteit om de naleving van het volgende aantoonbaarheidsbeginsel te waarborgen ? 68.2 Verwachtingen met betrekking tot de veiligheidsevaluatie ? verwachtingen voor onzekerheidsbeheer ? verwachtingen met betrekking tot de te overwegen scenario's ? vereisten met betrekking tot de gebruikte modellen (bijv. validatie) ? criteria voor het beoordelen van de performantie van het bergingssysteem en de onderdelen ervan ? eisen met betrekking tot indicatoren van radiologische impact ? eisen voor het bepalen van radiologische impact" 8.2. Het verlenen van verordenende bevoegdheid aan een openbare instelling, zoals het Agentschap, is in beginsel niet in overeenstemming met de algemene publiekrechtelijke beginselen omdat erdoor geraakt wordt aan het beginsel van de eenheid van de verordenende macht en een rechtstreekse parlementaire controle ontbreekt. Bovendien ontbreken de waarborgen waarmee de klassieke regelgeving gepaard gaat, zoals die over de bekendmaking, de preventieve controle van de Raad van State, afdeling Wetgeving, en de duidelijke plaats in de hiërarchie der normen. Dergelijke delegaties kunnen dan ook enkel worden gebillijkt voor zover zij zeer beperkt zijn en een niet-beleidsmatig karakter hebben, door hun detailmatige of hoofdzakelijk technische draagwijdte. De instellingen die de betrokken reglementering dienen toe te passen moeten hierbij zowel aan rechterlijke controle als aan politieke controle onderworpen zijn. (12) 8.3. Gelet op de uitermate technische aard van de aangelegenheid, waarbij nadere invulling wordt gegeven aan de al in het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten vastgelegde voorschriften inzake de veiligheidsstrategie en de veiligheidsevaluatie, lijkt dergelijke delegatie aan het Agentschap te kunnen worden aanvaard. Omdat het volgens de toelichting van de gemachtigde de bedoeling is dat het Agentschap onder andere "vereisten", "criteria", en "eisen" kan vaststellen, verdient het echter aanbeveling zulks duidelijker uit het ontwerp naar voren te laten komen, en de ontworpen delegatie niet te beperken tot "verwachtingen" van het Agentschap. Aangezien het duidelijk gaat om bindende eisen die het Agentschap zal formuleren, lijkt de term "minimumvereisten" correcter. Daarnaast strekt het tot aanbeveling de toelichting van de gemachtigde te integreren in het verslag aan de Koning. Ontworpen artikel 60 9. In het managementsysteem wordt een "systeem voor het beheer van documentatie" geïntegreerd, om op lange termijn de traceerbaarheid van informatie en gegevens met betrekking tot de veiligheid en beslissingen met betrekking tot de inrichting voor berging te waarborgen.Eén van de categorieën van gegevens die hiertoe worden bewaard, is de historiek van de exploitatie, met inbegrip van de incidenten en ongevallen (ontworpen artikel 60, 4°, van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten). Gevraagd of het de bedoeling is om daarbij ook persoonsgegevens (zoals de gegevens van slachtoffers van bepaalde incidenten of ongevallen) te verwerken, antwoordde de gemachtigde: "Nee, de persoonsgegevens moeten niet worden opgenomen. Het belangrijkste is om het incident te beschrijven, ongeacht wie het heeft veroorzaakt en de gegevens van slachtoffers." De Raad van State neemt akte van dit antwoord. Ontworpen artikel 61.1 10. Het ontworpen artikel 61.1, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten schrijft voor dat het deel van de geologische lagen die behoren tot de insluitingsbarrières geen "natuurlijke rijkdommen die als economisch waardevol beschouwd worden" mag bevatten. Gevraagd wanneer er sprake is van dergelijke "natuurlijke rijkdommen die als economisch waardevol beschouwd worden", verduidelijkte de gemachtigde: "De exploiteerbaarheid van een afzetting hangt af van de `cut-off grade'. De cut-off grade is de minimum grade waarboven de afzetting economisch exploiteerbaar is, gebaseerd op de winningskosten die specifiek zijn voor de afzetting en de huidige of geschatte prijzen voor het gewonnen erts. Dit moet door de exploitant worden beoordeeld in het veiligheidsdossier op basis van bestaande gegevens." Ter wille van de duidelijkheid zou in het verslag aan de Koning kunnen worden toegelicht dat het economisch waardevol karakter door de exploitant wordt beoordeeld aan de hand van deze cut-off grade ("teneur de coupure"). Artikel 6 11. De inwerkingtreding van het te nemen besluit is voorzien op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Artikel 4 van het ontwerp strekt ertoe om "na het hoofdstuk 4bis, ingevoegd bij koninklijk besluit van 21 juli 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1", een hoofdstuk 4ter in te voegen. De inwerkingtreding van artikel 4 van het koninklijk besluit van 21 juli 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, waarbij hoofdstuk 4bis wordt ingevoegd, is bepaald op 25 augustus 2024. (13) De stellers van het ontwerp zullen erop moeten toezien dat het ontwerp niet in werking treedt voorafgaand aan deze datum. Zo niet, is artikel 4 van het ontwerp onwerkbaar. Hetzelfde geldt a fortiori voor artikel 5 van het ontwerp, dat verder bouwt op de vernummering die geregeld wordt in artikel 5 van het koninklijk besluit van 21 juli 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1. (14) Slotopmerking 12. Het ontwerp dient op redactioneel en wetgevingstechnisch oogpunt aan een bijkomend onderzoek te worden onderworpen.(15) DE GRIFFIER DE VOORZITTER E. YOSHIMI P. LEFRANC _______ Nota's (1) Uit artikel 1, tweede lid, van het ontwerp blijkt, zoals bevestigd door de gemachtigde, dat op dit ogenblik enkel berging van nucleair afval aan de oppervlakte wordt geviseerd.Zie ook opmerkingen 5.2 en 7. (2) Toelichting bij het wetsvoorstel `betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en tot wijziging van de wet van 20 juli 1978 houdende geëigende beschikkingen teneinde de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe te laten inspectie- en verificatiewerkzaamheden door te voeren op Belgisch grondgebied', Parl.St. Kamer, 1991-92, nr. 106/1, 8-9. (3) Adv.RvS 57.591/3 van 25 juni 2015 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 10 augustus 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/2015 pub. 28/08/2015 numac 2015203895 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot aanvulling van het koninklijk besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties met voorschriften betreffende de buitenbedrijfstelling van kerninstallaties type koninklijk besluit prom. 10/0 …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.