📄 Wettekst
11 DECEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19-crisis vanaf 1 oktober 2020
Rechtsgrond Dit besluit is gebaseerd op: - het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming, artikel 60, artikel 143, gewijzigd bij het
decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/02/2019
pub.
03/05/2019
numac
2019030252
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de woonzorg
sluiten, artikel 145, artikel 148, artikel 150 en artikel 152 gewijzigd bij het
decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/02/2019
pub.
03/05/2019
numac
2019030252
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de woonzorg
sluiten; - het Woonzorg
decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/02/2019
pub.
03/05/2019
numac
2019030252
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de woonzorg
sluiten, artikel 55 en 56, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, en artikel 57.
Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Er is een dringende noodzakelijkheid ten gevolge van de slechte evolutie van de corona-pandemie in de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang. Deze voorzieningen bevinden zich in een tweede golf aan COVID-19- besmettingen zowel bij hun gebruikers, bewoners als het personeel wat hen opnieuw in een precaire situatie brengt op organisatorisch en financieel vlak. Tijdens deze tweede golf is er een grotere uitval aan personeel dan tijdens de eerste golf waardoor de continuïteit van zorg en dienstverlening in voorzieningen met een uitbraak in het gedrang komt. Het personeel krijgt te maken met strengere hygiënische voorschriften, het begeleiden van het bezoek, de implementatie van de COVID-19- richtlijnen, de organisatie van cohortzorg en de zorgintensifiëring omwille van de toegenomen medisch technische zorg.
Het is daarbij onontbeerlijk te weten welke financiële compensaties en personele maatregelen er worden getroffen ter ondersteuning van de sector. Het is bijgevolg hoogdringend om deze maatregelen dan ook effectief te bekrachtigen en kenbaar te maken. - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 10 december 2020.
Motivering Dit besluit is gebaseerd op volgende motieven: - De woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang bevinden zich in een tweede golf aan COVID-19- besmettingen. We vermijden dat zij in een financieel precaire situatie komen gezien zij geconfronteerd worden met leegstand omwille van de gevolgen van de COVID-19 crisis. - Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf moeten ook extra personeel voorzien gezien de aanzienlijke uitval van medewerkers, alsook het hogere werkvolume. Om de continuïteit van de zorg en dienstverlening te garanderen en de betaalbaarheid voor de bewoners en gebruikers onder controle te houden, worden extra personeelskosten gecompenseerd.
Juridisch kader Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving: - het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming; - het
besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
28/06/2019
pub.
21/11/2019
numac
2019042384
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers; - het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/03/2020
pub.
19/03/2020
numac
2020040657
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot het nemen van tijdelijke maatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan
sluiten tot het nemen van tijdelijke maatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan; - het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2020Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
24/04/2020
pub.
30/04/2020
numac
2020041041
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis
sluiten tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis.
Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.
Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: Titel 1. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 30 september 2020: de verminderde bezetting, vermeld in artikel 1° /2 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2020Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
24/04/2020
pub.
30/04/2020
numac
2020041041
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis
sluiten tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis;2° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021: de som van het resultaat van de formule voor elke maand in de periode in kwestie: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie));3° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020: de som van het resultaat van de formule voor elke maand in de periode in kwestie: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie));4° aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021: de som van het resultaat van de formule voor elke maand in de periode in kwestie: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie));5° basistegemoetkoming voor zorg CDV: voor de berekening van de subsidie voor de maanden in het jaar 2020 de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020.Voor de berekening van de subsidie voor de maanden in het jaar 2021 de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021; 6° gelijkgestelde uren: de niet-gepresteerde uren die gelijkgesteld worden met arbeidsuren, op voorwaarde dat ze aanleiding geven tot de betaling van een vergoeding door de voorziening (onder meer jaarlijkse vakantie, feestdagen, ziekteperiode gedekt door een gewaarborgd loon), met uitzondering van de dagen of uren disponibiliteit bij een openbaar bestuur;7° gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2019: het gemiddelde aantal gefactureerde uren per dag in een centrum voor dagopvang dat berekend wordt op basis van de bezettingsgegevens 2019, die ingediend zijn met toepassing van artikel 2 van het
ministerieel besluit van 22 april 2015Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010182
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017020073
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010183
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra
sluiten tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra, waarbij het totale aantal gefactureerde uren per centrum voor dagopvang voor het jaar 2019 wordt gedeeld door 250.Als er geen bezettingsgegevens 2019 zijn, wordt het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag bepaald op 18 uren; 8° gemiddelde dagbezetting 2019: de gemiddelde dagbezetting van het centrum voor dagverzorging die berekend wordt op basis van de bezettingsgegevens 2019, die ingediend zijn met toepassing van artikel 2 van het
ministerieel besluit van 22 april 2015Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010182
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017020073
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010183
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra
sluiten tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra en van artikel 2 van het
ministerieel besluit van 22 april 2015Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010182
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017020073
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010183
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra
sluiten tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging.Als er geen bezettingsgegevens 2019 zijn, wordt de gemiddelde dagbezetting op tien gebruikers bepaald; 9° gepresteerde uren: de effectief gewerkte uren;10° gesloten dagen cohortzorg: de dagen tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 waarop het centrum voor dagverzorging dienst deed als cohortafdeling en bijgevolg genoodzaakt was te sluiten als centrum voor dagverzorging.Het centrum voor dagverzorging geeft die dagen door via het e-loket van het agentschap; 11° gesloten dagen personeelsuitval: de dagen tussen 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 waarop het centrum voor dagverzorging genoodzaakt is om volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt, in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, waardoor de continuïteit van het centrum voor dagverzorging niet gewaarborgd kan worden.Het centrum voor dagverzorging geeft die dagen door via het e-loket van het agentschap; 12° individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning: de individuele bezettingsgraad van het centrum voor dagverzorging in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, waarbij het aantal, met toepassing van artikel 456 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming, meegedeelde gefactureerde dagen wordt gedeeld door het maximale aantal openingsdagen tijdens die referentieperiode op basis van het aantal openingsdagen per week, meegedeeld in de bezettingsgegevens 2018 die uiterlijk op 1 april 2019 ingediend zijn, met toepassing van het
ministerieel besluit van 22 april 2015Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010182
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017020073
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010183
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra
sluiten tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra en het
ministerieel besluit van 22 april 2015Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010182
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017020073
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging
type
ministerieel besluit
prom.
22/04/2015
pub.
25/01/2017
numac
2017010183
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra
sluiten tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging, vermenigvuldigd met het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden met bijkomende erkenning in de referentieperiode. Bij het ontbreken van bezettingsgegevens over de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019 wordt de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning bepaald op 0,8281. De individuele bezettingsgraad bedraagt maximaal 1; 13° individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, vermenigvuldigd met 365;14° individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, vermenigvuldigd met 365;15° individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, vermenigvuldigd met 184;16° nieuw woonzorgcentrum: het woonzorgcentrum zoals vermeld in artikel 1, 38° van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg;17° ondersteuningspersoneel: het personeel van de schoonmaakdienst, de logistieke dienst en de keuken, het personeel voor de begeleiding van wonen en leven, het personeel van de technische dienst en het onthaal, de medewerker ter ondersteuning van de bezoekersregeling en de medewerker die instaat voor de COVID-19-coördinatie, met uitzondering van de crisismanager, vermeld in het
besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2020Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
03/04/2020
pub.
10/04/2020
numac
2020030555
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot subsidiëring voor tijdelijke managementondersteuning inzake crisisbeheer bij een COVID-19 uitbraak in residentiële voorzieningen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
sluiten tot subsidiëring voor tijdelijke managementondersteuning inzake crisisbeheer bij een COVID-19 uitbraak in residentiële voorzieningen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;18° tegemoetkoming in de reiskosten: het bedrag per verblijfsdag, per gebruiker per kilometer zoals bepaald in artikel 507, eerste lid van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming;19° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 1, 57° van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf als vermeld in artikel 1, 10° van het hetzelfde besluit. Titel 2. - Maatregelen voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf HOOFDSTUK 1. - Financiële maatregelen Afdeling 1. - Continuïteitsborg
Art. 2.Een woonzorgcentrum dat op 1 oktober 2020 erkend is, kan in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 maandelijks in aanmerking komen voor een continuïteitsborg. Art. 3.Om in aanmerking te komen voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, voor een bepaalde maand, deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
Als de gegevens, vermeld in eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de continuïteitsborg voor de maand in kwestie.
De gegevens die via het e-loket van het agentschap worden meegedeeld, vermeld in het eerste lid, zijn: 1° het aantal effectief aanwezige bewoners: de som van het aantal effectief aanwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie;2° het aantal tijdelijk afwezige bewoners: de som van het aantal tijdelijk afwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie. Art. 4.§ 1. De continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, bestaat uit een component basistegemoetkoming voor zorg en een component dagprijs. § 2. De component basistegemoetkoming voor zorg wordt per maand als volgt berekend: 1° component basistegemoetkoming voor zorg: ((het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie) x basistegemoetkoming voor zorg);2° het bedrag wordt beperkt als volgt: (20% x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x basistegemoetkoming voor zorg). § 3. De component dagprijs wordt per maand als volgt berekend: 1° component dagprijs: ((het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting) - (aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie + aantal tijdelijk afwezige bewoners) x dagprijs x 80%);2° het bedrag wordt beperkt als volgt: ((20% x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x aantal dagen in de maand in kwestie) x dagprijs x 80%). § 4. Als het resultaat van de component basistegemoetkoming voor zorg of de component dagprijs negatief is, wordt het bedrag voor de component in kwestie voor de maand in kwestie herleid tot 0 euro. § 5. Voor de berekening van de component basistegemoetkoming voor zorg of de component dagprijs worden de elementen van de formule gedefinieerd als volgt: 1° basistegemoetkoming voor zorg: voor de maanden in het jaar 2020: de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020.Voor de maanden in het jaar 2021: de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021; 2° dagprijs: de gewogen gemiddelde dagprijs op 1 mei 2020 die doorgegeven is in het kader van de dagprijsmeting 2020.Als de gewogen gemiddelde dagprijs hoger ligt dan de sectorale gemiddelde dagprijs van 60,06 euro, wordt een bovengrens van 72,07 euro gehanteerd. Als de informatie ontbreekt, wordt de dagprijs bepaald op de sectorale gemiddelde dagprijs van 60,06; 3° referentiebezetting: a) de gemiddelde waarde van de volgende waarden: 1) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018;2) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019;3) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019.b) Als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van 3°, a), 2), en 3°, a), 3);c) Als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van 3°, a), 3), en de sectorale gemiddelde bezettingsgraad van 0,9419;d) Als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend vanaf 1 juli 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de sectorale gemiddelde bezettingsgraad van 0,9419;e) De referentiebezetting bedraagt maximum 1. Art. 5.§ 1. De continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, bestaat uit 80% recht en 20% voorschot. § 2. Het agentschap betaalt de continuïteitsborg, namelijk het 80% recht en het 20% voorschot, voor de maanden oktober tot en met december 2020 in één schijf uit vóór 15 februari 2021. § 3. Het agentschap betaalt de continuïteitsborg voor de maanden in het jaar 2021, vóór de vijftiende van de tweede maand van het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de maand in kwestie. Het past daarbij de volgende modaliteiten toe: 1° het agentschap betaalt het 80% recht en het 20% voorschot in één schijf uit op voorwaarde dat in de maand in kwestie aan de medewerkers van het woonzorgcentrum geen tijdelijke werkloosheid is toegestaan, met uitzondering van: a) tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest;b) tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de sluiting van een kinderdagverblijf, school of opvangcentrum voor gehandicapten;c) als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan de voorziening aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie.Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren.
Als de voorziening aan die voorwaarde voldoet, verklaart de voorziening elke maand, als ze de gegevens meedeelt, vermeld in artikel 3, op erewoord dat er geen tijdelijke werkloosheid is in de maand in kwestie, met uitzondering van tijdelijke werkloosheid om de redenen, vermeld in 1°, a), b) en c); 2° het agentschap betaalt 80% recht uit als niet voldaan is aan de voorwaarde vermeld in paragraaf 3, 1°.De voorziening verliest definitief het recht op het 20% voorschot. Art. 6.§ 1. Het agentschap bepaalt vóór 30 september 2021 of het woonzorgcentrum, al dan niet gedeeltelijk, het recht behoudt op de som van de respectievelijke voorschotten, vermeld in artikel 5, § 1 tot en met § 3, voor de maanden in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021. § 2. Het agentschap kan het volledige of een gedeelte van het voorschot, vermeld in paragraaf 2, voor een bepaald kwartaal terugvorderen als de personeelsinzet in het kwartaal in kwestie is afgenomen.
Het agentschap past daarbij de volgende regels toe: 1° in juli 2021 vraagt het agentschap aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het aantal vte op per vestigingseenheid (lokale eenheid) van de werknemers die aangegeven zijn met de sectorcode 604 in de multifunctionele aangifte sociale zekerheid van het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019.De jobstudenten worden hierbij niet meegeteld in het aantal vte; 2° het aantal vte werknemers per vestigingseenheid, vermeld in 1°, koppelt het agentschap aan elk woonzorgcentrum;3° het agentschap bepaalt het aantal vte werknemers, vermeld in 2°, per bewoner door het aantal vte werknemers, vermeld in 2°, te delen door het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden in het tweede, derde en vierde kwartaal 2019;4° in juli 2021 vraagt het agentschap aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het aantal vte op per vestigingseenheid (lokale eenheid) van de werknemers die aangegeven zijn met de sectorcode 604 in de multifunctionele aangifte sociale zekerheid van het tweede, derde en vierde kwartaal 2020.De jobstudenten worden niet meegeteld in het aantal vte; 5° het agentschap koppelt het aantal vte werknemers per vestigingseenheid, vermeld in 4°, aan elk woonzorgcentrum;6° per woonzorgcentrum wordt het aantal vte werknemers, verkregen met toepassing van 5°, verminderd met: a.het aantal vte werknemers door het woonzorgcentrum meegedeeld via het e-loket voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021, met toepassing van artikel 13, als extra inzet van werknemers om het hoofd te bieden aan de COVID-19 crisis; b. het aantal vte werknemers door het woonzorgcentrum meegedeeld via het e-loket voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2020, met toepassing van artikel 14/1, zesde lid, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2020Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
24/04/2020
pub.
30/04/2020
numac
2020041041
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis
sluiten tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19 crisis;7° het agentschap bepaalt het aantal vte werknemers, vermeld in 6°, per bewoner door het aantal vte werknemers, vermeld in 6°, te delen door het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden in het tweede, derde en vierde kwartaal 2020;8° als voldaan is aan de voorwaarde vermeld in artikel 5, paragraaf 3, 1°, behoudt het woonzorgcentrum het volledige voorschot, als het aantal vte werknemers per bewoner, vermeld in 7°, ten minste 90% van het aantal werknemers per bewoner, vermeld in 3°, bedraagt;9° als het resultaat onder 8° minder dan 90% bedraagt en als voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in artikel 5, § 3, 1°, verliest het woonzorgcentra het voorschot, vermeld in artikel 5, § 1;10° het agentschap bezorgt de berekening en het resultaat in 8° en 9° aan het woonzorgcentrum;11° het agentschap vordert in voorkomend geval het voorschot, vermeld in artikel 5, § 1, terug. Als een woonzorgcentrum bewijst dat het zijn activiteit voortzet ondanks een fusie of een splitsing met een eventuele wijziging van het erkenningsnummer tot gevolg, worden het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden en de vte, vermeld in het tweede lid, op de volgende wijze bepaald: 1° bij een fusie: het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden in het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019 en het laatst vastgestelde aantal vte vóór de datum van de fusie van de voorzieningen die samengaan, wordt samengeteld;2° bij een splitsing: het gewogen gemiddelde erkende aantal woongelegenheden in het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019 en het laatst vastgestelde aantal vte vóór de datum van de splitsing van de voorziening die splitst, wordt in verhouding tot het aantal erkende woongelegenheden van elk van de gesplitste voorzieningen omgeslagen. § 3. Als het woonzorgcentrum, met toepassing van paragraaf 2, het voorschot verliest, omdat het resultaat, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 8°, lager is dan 90% maar hoger dan 85%, kan de voorziening aan het agentschap een uitzondering vragen binnen dertig dagen nadat de berekening, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 10°, gecommuniceerd is. Het agentschap kan alsnog het volledige voorschot, vermeld in artikel 5, § 1, toestaan als het woonzorgcentrum in een omvattend dossier kan aantonen dat er loonkosten zijn gemaakt die de volledige compensatie dekken en waarvoor het geen andere financiering heeft verkregen. § 4. Op het voldoende gemotiveerde verzoek van het woonzorgcentrum, kan de minister een afwijking toestaan op artikel 6, § 2, 9°. Afdeling 2. - Dagprijs bewoner
Art. 7.In afwijking van artikel 4 van bijlage 8 en artikel 16 en 19 van bijlage 11 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
28/06/2019
pub.
21/11/2019
numac
2019042384
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, in afwijking van artikel 4 van bijlage XI en artikel 14 en 15 van bijlage XII van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers kan er, bij een overlijden of een einde van de opnameovereenkomst, in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 geen dagprijs aan de bewoner of de vertegenwoordiger van de bewoner worden aangerekend voor de dagen waarop de woongelegenheid niet is bewoond tijdens de opzegtermijn doordat de opnameovereenkomst is beëindigd of tijdens de termijn waarover de nabestaanden beschikken om de kamer te ontruimen na het overlijden. Onterecht aangerekende bedragen worden aan de bewoner of de vertegenwoordiger van de bewoner terugbetaald. Art. 8.In de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 zijn tijdelijke kortingen alleen toegestaan op de voorwaarde dat ze aan alle bewoners worden toegekend voor dezelfde duur. Dat is niet van toepassing voor de volgende tijdelijke kortingen: - tijdelijke kortingen wegens infrastructuurwerken voor bewoners die rechtstreeks geconfronteerd worden met de verbouwingswerken of lawaaihinder; - tijdelijke kortingen wegens afwezigheid van de bewoners; - tijdelijke korting omdat bewoners wegens COVID-19 samen op dezelfde kamer verblijven; - tijdelijke korting voor de overblijvende partner in een tweepersoonskamer als de partner overleden is.
Onder tijdelijke kortingen worden alle kortingen begrepen die niet voor de volledige duur van het verblijf worden toegekend.
Als het agentschap vaststelt dat er niet aan wordt voldaan, verliest het woonzorgcentrum de continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, voor de hele periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021. Afdeling 3. - Opname van zelfredzame mantelzorgers
Art. 9.Tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021 kunnen zelfredzame mantelzorgers worden opgenomen binnen de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum.
Boek 3 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming is niet van toepassing voor de opname van zelfredzame mantelzorgers.
Aan de zelfredzame mantelzorger kunnen per dag, de dag van aanvang en vertrek inclusief, een hotelkost worden aangerekend die overeenstemt met maximaal 20% van de dagprijs van het kamertype waarin de zelfredzame mantelzorger verblijft.
De zelfredzame mantelzorger wordt niet meegeteld in het aantal effectief aanwezige bewoners of het aantal tijdelijk afwezige bewoners dat, met toepassing van artikel 3, § 2 moet worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap. Afdeling 4. - Overschrijden van de capaciteit per kwartaal
Art. 10.§ 1. In afwijking van artikel 529, § 1, eerste en tweede lid, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming gelden de volgende bepalingen: 1° woonzorgcentra mogen in 2020 per kwartaal meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, zolang dat aantal dagen het maximale aantal dagen voor het volledige jaar 2020 niet overschrijdt;2° woonzorgcentra en centra voor kortverblijf mogen voor 2020 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het totale aantal leegstandsdagen tijdens de periode van 13 maart 2020 tot en met 31 juli 2020, het aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 30 september 2020 en het aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020;3° woonzorgcentra, met uitzondering van de centra voor kortverblijf, mogen voor het eerste kwartaal van 2021 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021;4° centra voor kortverblijf mogen in 2021 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal dagen verminderde bezetting in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021. HOOFDSTUK 2. - Inzetten van extra medewerkers Afdeling 1. - Contractuitbreidingen of nieuwe aanwervingen van
bepaalde en onbepaalde duur Art. 11.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 die het gevolg zijn van contractuitbreidingen of van nieuwe aanwervingen van loontrekkend of statutair personeel die sinds 13 maart 2020 hebben plaatsgevonden.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren van de medewerkers vermeld in het eerste lid op voorwaarde dat er voor die gepresteerde uren geen enkele tegemoetkoming is in de loonkosten van de medewerkers via de bestaande reguliere financiering. Art. 12.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 47,25 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van de verpleegkundigen.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 32,56 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van de zorgkundigen.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 37,85 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van het reactiveringspersoneel.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 26,84 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11, van het ondersteuningspersoneel.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 45,90 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 11 van een master in de psychologie die tewerkgesteld wordt in het kader van de impact van de pandemie op het welzijn van de bewoners en het personeel. Art. 13.Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 12 deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn: 1° de naam van het personeelslid;2° het rijksregisternummer van het personeelslid;3° de functie van het personeelslid;4° de begindatum van de contractuitbreiding of van de nieuwe aanwerving;5° de gepresteerde en gelijkgestelde uren van het personeelslid tijdens de maand in kwestie. Het agentschap kan een kopie van de arbeidsovereenkomst of de statutaire tewerkstelling opvragen, en bewijsstukken van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde uren vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen. Afdeling 2. - Interimpersoneel en projectsourcing verpleegkundigen
Art. 14.§ 1. In afwijking van artikel 429 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming kunnen woonzorgcentra die te kampen hebben met een tekort aan zorgkundigen of reactiveringspersoneel, tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 beroep doen op de diensten van een interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft.
Het agentschap kan een kopie van het contract dat werd gesloten met de interimonderneming opvragen, en een kopie van de facturen met het aantal uren vermeld dat de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, in de zorgvoorziening gepresteerd hebben. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat. § 2. Een zorgkundige of lid van het reactiveringspersoneel als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan voor een gemiddelde van maximaal 38 uur per week in aanmerking worden genomen voor een financiering van de basistegemoetkoming voor zorg, vermeld in boek 3, deel 2, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/11/2018
pub.
28/12/2018
numac
2018032546
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de uitvoering van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013215
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming
sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming. Art. 15.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van medewerkers die via de interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft, in het woonzorgcentrum worden tewerkgesteld vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van verpleegkundig personeel dat via projectsourcing vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19, wordt tewerkgesteld. Projectsourcing is het ter beschikking stellen van personeel met een specifieke specialisatie of expertise door een externe dienstverlener. Art. 16.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 47,25 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van verpleegkundigen als vermeld in artikel 15.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 32,56 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van zorgkundigen als vermeld in artikel 15.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 37,85 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van reactiveringspersoneel als vermeld in artikel 15.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 26,84 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van ondersteuningspersoneel als vermeld in artikel 15. Art. 17.Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 16, deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn: 1° de naam van de verpleegkundige, de zorgkundige, het reactiveringspersoneel, of het ondersteuningspersoneel;2° het rijksregisternummer van de persoon, vermeld in punt 1° ;3° de functie van de persoon, vermeld in punt 1° ;4° de interimonderneming of het projectsourcingbureau;5° de gepresteerde uren van de personen, vermeld in punt 1°, tijdens de maand in kwestie. Het agentschap kan een kopie van het contract dat werd gesloten met de interimonderneming of het projectsourcingbureau opvragen alsook een kopie van de facturen met het aantal gepresteerde uren vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen. Afdeling 3. - Prestaties van jobstudenten
Art. 18.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van jobstudenten die met een arbeidsovereenkomst worden tewerkgesteld vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 van jobstudenten die via interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft, worden tewerkgesteld vanwege personeelsuitval ingevolge COVID-19 of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19. Art. 19.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 21,71 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren als vermeld in artikel 18, als de jobstudent is tewerkgesteld als zorgkundige.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 17,18 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren als vermeld in artikel 18, als de jobstudent is tewerkgesteld als ondersteuningspersoneel. Art. 20.Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 19 deelt een woonzorgcentrum, de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn: 1° de naam van de jobstudent;2° het rijksregisternummer van de jobstudent;3° de functie van de jobstudent;4° de begindatum van de aanwerving van de jobstudent;5° de gepresteerde en gelijkgestelde uren van de jobstudent tijdens de maand in kwestie. Het agentschap kan een kopie van de arbeidsovereenkomst of een kopie van het contract dat gesloten is met de interimonderneming opvragen, en bewijsstukken van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde uren vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen. Afdeling 4. - Prestaties van zelfstandigen, personeel in dienstverband
dat tewerkgesteld is bij een andere werkgever of personeel in dienstverband dat tewerkgesteld is bij dezelfde werkgever maar op een andere dienst Art. 21.§ 1. Zelfstandig thuisverpleegkundigen, verpleegkundigen in dienstverband bij een andere werkgever en verpleegkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld kunnen worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de verpleegkundige continuïteit in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
Voor zelfstandig thuisverpleegkundigen gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor verpleegkundigen in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor verpleegkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, gebeurt dat met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald. § 2. Zelfstandig zorgkundigen, zorgkundigen in dienstverband bij een andere werkgever en zorgkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, kunnen worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de continuïteit van de zorg en dienstverlening in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
Voor zelfstandig zorgkundigen gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor zorgkundigen in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor zorgkundigen in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, gebeurt dat met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald. § 3. Zelfstandig reactiveringspersoneel, reactiveringspersoneel in dienstverband bij een andere werkgever en reactiveringspersoneel in dienstverband bij dezelfde werkgever dat op een andere dienst is tewerkgesteld, kunnen worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de continuïteit van de zorg en dienstverlening in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
Voor zelfstandig reactiveringspersoneel gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor reactiveringspersoneel in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor reactiveringspersoneel in dienstverband bij dezelfde werkgever die op een andere dienst zijn tewerkgesteld, gebeurt dat met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald. § 4. Zelfstandigen, personeel in dienstverband bij een andere werkgever en personeel in dienstverband bij dezelfde werkgever dat op een andere dienst is tewerkgesteld, kunnen als ondersteuningspersoneel worden ingeschakeld in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf die kampen met personeelsuitval waardoor de continuïteit van de zorg en dienstverlening in het gedrang komt of ter versterking vanwege extra taken ingevolge COVID-19.
Voor zelfstandig ondersteuningspersoneel gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor ondersteuningspersoneel in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor ondersteuningspersoneel in dienstverband bij dezelfde werkgever dat op een andere dienst is tewerkgesteld, gebeurt dit met een addendum bij de arbeidsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week wordt bepaald. § 5. Een zelfstandige master in de psychologie of een master in de psychologie in dienstverband bij een andere werkgever kan in het woonzorgcentrum ingeschakeld worden in het kader van de impact van de pandemie op het welzijn van de bewoners en het personeel.
Voor een zelfstandige master in de psychologie gebeurt dat met een aannemingsovereenkomst of een ondernemingscontract waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald.
Voor een master in de psychologie in dienstverband bij een andere werkgever gebeurt dat met een uitleningsovereenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald. § 6. Een arts of een huisarts in opleiding kan tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021 vrijwillig ingeschakeld worden ter ondersteuning van het zorgpersoneel en de coördinerend en raadgevend arts in het kader van de continuïteit van de zorg en dienstverlening vanwege een zware of zeer zware uitbraak van het COVID-19-virus. Die ondersteuning staat los van de behandeling in het kader van RIZIV- nomenclatuur die artsen of huisartsen in opleiding bieden aan hun patiënten in het woonzorgcentrum. De coördinerend en raadgevend arts komt hier niet voor in aanmerking.
Voor een zelfstandige arts of huisarts in opleiding gebeurt dat op basis van een overeenkomst waarin de arbeidstijd per week en de vergoeding worden bepaald. Art. 22.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren van de medewerkers, vermeld in artikel 21, op voorwaarde dat er voor die gepresteerde uren geen enkele tegemoetkoming is in de loonkosten van de medewerkers via de bestaande reguliere financiering en op voorwaarde dat er geen enkele tegemoetkoming is in de loonkosten van de medewerkers via maatregelen in het kader van COVID-19. Deze tegemoetkomingen kunnen volledig of gedeeltelijk zijn. Art. 23.Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 47,25 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van verpleegkundigen die tewerkgesteld zijn conform artikel 21, paragraaf 1 en die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 32,56 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van zorgkundigen die tewerkgesteld zijn conform artikel 21, § 2, en die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 37,85 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van reactiveringspersoneel dat tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 tewerkgesteld is conform artikel 21, § 3, en dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 26,84 euro ontvangen voor de gepresteerde uren van ondersteuningspersoneel dat tewerkgesteld is conform artikel 21, § 4, en dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 45,90 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van een master in de psychologie die tewerkgesteld is conform artikel 21, § 5, en die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 56,70 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren van een arts of een huisarts in opleiding die tewerkgesteld is conform artikel 21, § 6, en die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 22. Art. 24.Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in artikel 23 deelt een woonzorgcentrum de noodzakelijke gegevens mee vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. De gegevens worden meegedeeld via het e-loket van het agentschap.
Als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de vergoeding voor de maand in kwestie.
De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn: 1° de naam van de verpleegkundige, de zorgkundige, het reactiveringspersoneel, het ondersteuningspersoneel of de master in psychologie;2° het rijksregisternummer van de persoon, vermeld in punt 1° ;3° de functie van de persoon, vermeld in punt 1° ;4° het statuut van de persoon vermeld in punt 1°, de oorspronkelijke werkgever van de persoon vermeld in punt 1°, de dienst van waaruit de persoon vermeld in punt 1° tewerkgesteld wordt;5° de gepresteerde uren van de personen, vermeld in punt 1°, tijdens de maand in kwestie. Het agentschap kan een kopie van de aannemingsovereenkomst, het ondernemingscontract, de uitleningsovereenkomst of het addendum bij de arbeidsovereenkomst opvragen, en bewijsstukken van het aantal uren, vermeld in het derde lid, 5°. Het agentschap kan ook de nodige documenten opvragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat dat over de nodige erkenning registratie of het visum beschikt om het beroep te mogen uitoefenen. Afdeling 5. - Prestaties die opgegeven zijn via het e-loket en
waarvoor een vergoeding per uur wordt gevraagd mogen niet worden opgegeven in kader van de financiering via de basistegemoetkoming voor zorg in een woonz …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.