📄 Wettekst
27 JUNI 2005. - Decreet over de radio-omroep en de filmvoorstellingen (1)
Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepalingen Toepassingsgebied Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op de radio-omroep, voor het aanbieden van voor het overbrengen van radio-omroepuitzendingen geschikte netwerken, diensten en bijbehorende faciliteiten, welke onder de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap vallen, alsmede op de filmvoorstellingen die in het Duitse taalgebied plaatsvinden.
Begripsbepalingen Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet verstaat men onder : 1° algemene machtiging : de regelgeving waarbij, overeenkomstig dit decreet, rechten worden verleend voor het aanbieden van elektronische- communicatienetwerken of -diensten en specifieke sectorgebonden verplichtingen worden vastgesteld die voor alle of voor wel bepaalde soorten elektronische-communicatienetwerken en -diensten kunnen gelden;2° Application Program Interface - applicatieprogramma-interface (API) : een software interface tussen toepassingen, die beschikbaar is gesteld door omroepen, dienstenleveranciers, alsmede de hulpmiddelen voor geavanceerde digitale eindapparatuur voor digitale televisie- en radiodiensten;3° aanbieden van een elektronische-communicatienetwerk : het bouwen, exploiteren, leiden of beschikbaar stellen van een dergelijk netwerk;4° beslissingskamer : het lichaam van de Mediaraad van de Duitstalige Gemeenschap vermeld in artikel 86, § 2;5° exploitant : onderneming die een openbaar communicatienetwerk of een bijbehorende faciliteit aanbiedt of gemachtigd is aan te bieden;6° breedbeeldformaat : televisiebeeldformaat waarvan de verhouding tussen de lengte en de breedte gelijk is aan 16 : 9;7° elektronische-communicatiedienst : een gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische-communicatienetwerken, doch niet de dienst waarbij met behulp van elektronische- communicatienetwerken en- diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd;8° elektronische-communicatienetwerk : de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten,voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt, netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken;9° elektronische programmagids : elektronisch computerprogramma dat het programma-aanbod van omroepen oplijst en het gebruik ervan mogelijk maakt;10° eindgebruiker : een gebruiker die geen openbaar communicatienetwerk of openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt;11° geavanceerde digitale eindapparatuur : kastjes met converter en decoder en geïntegreerde digitale televisietoestellen voor de ontvangst van de digitale interactieve televisiediensten; 12° Europese producties : producties die afkomstig zijn uit Europese lidstaten, alsmede producties uit derde Europese staten die ondertekende partij zijn bij het Europees Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa, en producties uit andere derde Europese staten, als in de betrokken derde staten geen discriminerende maatregelen genomen worden t.o.v. producties uit de lidstaten.
Onder producties die afkomstig zijn uit Europese lidstaten of uit derde Europese staten die ondertekende partij zijn bij het Europees Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa, verstaat men producties die voornamelijk tot stand zijn gekomen met de hulp van één of meer auteurs en werknemers die in deze staten wonen en die aan één van de volgende drie voorwaarden voldoen : a) deze producties zijn tot stand gebracht door één of meer in één of meer van deze staten gevestigde producent(en);b) de vervaardiging ervan wordt door één of meer in één of meer van deze staten gevestigde producent(en) gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd;c) de bijdrage van de coproducenten uit deze staten in de totale productiekosten bedraagt meer dan de helft, en de coproductie wordt niet door één of meer buiten deze staten gevestigde producenten gecontroleerd. Onder producties die afkomstig zijn uit andere derde Europese staten verstaat men producties die uitsluitend of in coproductie met in één of meer Europese lidstaten gevestigde producenten zijn vervaardigd door producenten die gevestigd zijn in één of meer derde Europese staten waarmee de Gemeenschap overeenkomsten gesloten heeft, indien deze producties voornamelijk vervaardigd zijn met behulp van auteurs en werknemers die in één of meer Europese staten wonen.
Producties die geen Europese producties zijn in de zin van het eerste lid, echter in het kader van bilaterale coproductieverdragen gesloten tussen Europese lidstaten en derde staten zijn vervaardigd, worden als Europese producties beschouwd, voor zover het aandeel van coproducenten uit de Gemeenschap in de totale productiekosten de meerderheid vormt en de vervaardiging niet door één of meerdere producenten gecontroleerd wordt die buiten het gebied van de lidstaten wonen.
Producties die geen Europese producties zijn in de zin van de leden 1 en 4, echter voornamelijk in samenwerking met in één of meer Europese lidstaten gevestigde auteurs en werknemers zijn vervaardigd, worden als Europese producties beschouwd naar rato van het aandeel van coproducenten uit de Europese Gemeenschap in de totale productiekosten.
Onder Europese lidstaten verstaat men de lidstaten van de Europese Gemeenschap en de andere staten die ondertekende partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. 13° televisieprogramma : het geheel van de uitzendingen die onder een gemeenschappelijke benoeming door een televisieomroeporganisatie worden doorgegeven;14° televisieomroep : het oorspronkelijk uitzenden via de kabel of draadloos, via zendapparatuur op aarde of aan boord van een satelliet, al dan niet in gecodeerde vorm, van voor ontvangst door het publiek bestemde programma's.Hieronder is ook begrepen het overdragen van programma's tussen organisaties met het oog op het doorgeven daarvan aan het publiek. 15° televisieomroeporganisatie : rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor televisieprogramma's en zulke programma's uitzendt of laat uitzenden;16° cineforum : jaarlijkse voorstelling van ten minste acht films met hoge kunstwaarde die voor de jongelui toegankelijk zijn en waarvan de kwaliteit door ten minste één evaluatie-instelling van één der lidstaten van de Europese Unie erkend werd;17° cinedagen : voorstelling van ten minste vier films met hetzelfde thema over een week;18° promotiekopie : door een bioscoophouder gefinancierde kopie van een film dat ten laatste twee weken na zijn nationaal lanceren in België of in de Bondsrepubliek Duitsland voorgesteld wordt;19° advieskamer : het lichaam van de Mediaraad van de Duitstalige Gemeenschap vermeld in artikel 86, § 2;20° geluidsprogramma : het geheel van de uitzendingen die onder een gemeenschappelijke benoeming door een radio-omroeporganisatie worden doorgegeven;21° radio-omroeporganisatie : de rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor radioprogramma's en zulke programma's uitzendt of laat uitzenden;22° kabelnet : elektronisch communicatienetwerk dat het mogelijk maakt programmasignalen via even welke aard draad, geheel of gedeeltelijk, al dan niet in gecodeerde vorm, aan derden over te brengen;23° bioscoophouder : de natuurlijke of rechtspersonen die in het Duitse taalgebied een bioscoopzaal bedrijven waar zij films tegen betaling voorstellen;24° controle-overdracht : procédé waarmee het mogelijk is van systeem voor voorwaardelijke toegang te veranderen, zonder te raken aan het gescrambelde signaal van een omroepdienst;25° transnationale markten : de door de Europese Commissie gedefinieerde markten die de Europese Gemeenschap of een aanzienlijk deel daarvan beslaan;26° lokale radio : een private radio-omroeporganisatie die gericht is tot een geografisch beperkt publiek;27° Mediaraad : de Mediaraad van de Duitstalige Gemeenschap vermeld in artikel 86;28° gebruiker : een natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische-communicatiedienst;29° open kanaal : een televisieprogramma uitgewerkt door natuurlijke of rechtspersonen die op eigen verantwoordelijkheid televisuele participaties met een beperkte duur uitzenden, waarbij deze personen een vrije en billijke toegang gewaarborgd wordt;30° openbaar toegankelijke elektronische communicatiediensten : de voor de brede openbaarheid beschikbare elektronische-communicatiediensten;31° openbaar communicatienetwerk : een elektronische- communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische-communicatiediensten aan te bieden;32° private televisieomroeporganisatie : een privaatrechtelijke televisieomroeporganisatie;33° private radio-omroeporganisatie : een privaatrechtelijke radio-omroeporganisatie;34° Regering : de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;35° regionale radio : een private radio-omroeporganisatie die gericht is tot een regionaal publiek;36° omroepdienst : dienst voor het oorspronkelijk uitzenden via elektronische communicatienetwerken, al dan niet in gecodeerde vorm, van radio- of televisieprogramma's of van andere soorten programma's bestemd voor het publiek in het algemeen of voor een deel ervan. Hieronder zijn ook de programma's begrepen die op individueel verzoek worden uitgezonden, ongeacht de techniek die voor de uitzending wordt gebruikt, met inbegrip van de punt-tot-punt techniek, en het overdragen van programma's tussen ondernemingen met het oog op het doorgeven daarvan aan het publiek. Hieronder zijn diensten die geïndividualiseerde en door een vorm van vertrouwelijkheid gekenmerkte informatie leveren niet begrepen; 37° sluikreclame : het vermelden of vertonen van goederen, diensten, naam, handelsmerk of activiteiten van een producent van goederen of een dienstverlener in televisie- of geluidsprogramma's, indien dit door de televisie- of radio-omroeporganisatie wordt gedaan met de bedoeling reclame te maken en indien het publiek kan worden misleid omtrent het eigenlijk doel van deze vermelding of vertoning.Een bedoeling wordt met name geacht aanwezig te zijn, indien tegenover de vermelding of vertoning een geldelijke of andere vergoeding staat; 38° sponsoring : elke bijdrage van een overheidsbedrijf of particuliere onderneming die zich niet bezighoudt met de vervaardiging van audiovisuele producties, aan de financiering van televisie- of geluidsprogramma's met het doel hun naam, handelsmerk, imago, activiteiten of realisaties meer bekendheid te geven;39° telewinkelen : de uitzendingen die tegen betaling goederen en diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen rechtstreeks aan het publiek aanbieden;40° transmissiesysteem : de reeks fasen met betrekking tot de verwerking van de audio- en videosignalen en daarmee verband houdende gegevens van een omroepdienst die ertoe dient deze signalen vorm te geven en naar het publiek over te brengen.Die reeks omvat voorzieningen voor het genereren van programmasignalen (broncodering van audio- en videosignalen, multiplexing van signalen) en aanpassing aan de transmissiemedia (kanaalcodering, modulatie en, voor zover nodig, energiedispersie); 41° consument : een natuurlijke persoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische-communicatiedienst voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden;42° scrambling : de verwerking van audio- en videosignalen van omroepdiensten, om die te coderen en zo onverstaanbaar te maken voor elke persoon die niet over de vereiste toegangsbewijzen beschikt;43° reclame : de door een overheidsbedrijf of particuliere onderneming tegen betaling of soortgelijke vergoeding dan wel ten behoeve van zelfpromotie op televisie of radio uitgezonden boodschap - in welke vorm dan ook - in verband met de uitoefening van enige commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of van een vrij beroep, met het oog op de bevordering van de levering van goederen of diensten tegen betaling, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen;44° toegang : het beschikbaar stellen van faciliteiten en/of diensten aan een andere onderneming, onder uitdrukkelijke voorwaarden, hetzij op exclusieve hetzij op niet-exclusieve basis, met het oog op het aanbieden van elektronische-communicatiediensten.Daaronder valt o.a. de toegang tot netcomponenten en bijbehorende faciliteiten; 45° systeem voor voorwaardelijke toegang : elke technische maatregel of regeling waarbij toegang tot een beschermd radio- of televisie-omroepdienst afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een individuele machtiging;46° bijbehorende faciliteiten : de bij een elektronische-communicatienetwerk en/of een elektronische-communicatiedienst behorende faciliteiten die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of deze dienst mogelijk maken en/of ondersteunen.Daartoe behoren ook systemen voor voorwaardelijke toegang, Application Program Interface - applicatieprogramma-interface (API) en elektronische programmagidsen; 47° interconnectie : het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische-communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden.Diensten kunnen worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk. Interconnectie wordt gerealiseerd tussen exploitanten van openbare netwerken.
TITEL 2. - Programma's HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Toepassingsgebied Art. 3.Onverminderd het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, is deze titel van toepassing op de televisie-omroepprogramma's van het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, hierna BRF genoemd, op private televisieomroeporganisaties, op het open kanaal, op private radio-omroeporganisaties en op aanbieders van andere omroepdiensten dan televisie- en geluidsprogramma's.
Verboden uitzendingen Art. 4.De televisieomroeporganisaties, het open kanaal, de radio-omroeporganisaties en de aanbieders van andere omroepdiensten dan televisie- en geluidsprogramma's mogen programma's niet uitzenden die : 1° de wetten overtreden, de veiligheid van de Staat, de openbare orde of de goede zeden in gevaar brengen of een vreemde staat beledigen;2° de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten, inzonderheid programma's met pornografische scènes of met nodeloos geweld.Deze bepaling geldt ook voor andere programma's die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten, tenzij door de keuze van de zenduur van uitzending of door technische maatregelen gewaarborgd wordt dat de minderjarigen die zich in de uitzendingszone bevinden naar die uitzendingen normaal niet kijken of luisteren. Deze programma's, voor zover ze ongescrambeld uitgezonden worden, worden bovendien door akoestische middelen aangekondigd en door optische middelen tijdens de hele zending herkenbaar gemaakt; 3° tot haat aanzetten om redenen in verband met ras, geslacht, godsdienst of nationaliteit. Weerwoord Art. 5.De hoofdstukken II en III van de
wet van 23 juni 1961Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/06/1961
pub.
09/02/2010
numac
2010000052
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het recht tot antwoord
sluiten betreffende het recht tot antwoord, ingevoegd door de wet van 4 maart 1977, zijn toepasselijk op de programma's van de televisieomroeporganisaties, het open kanaal en de radio-omroeporganisatie.
Algemene bepaling met betrekking tot reclame Art. 6.Onverminderd de artikelen 15 en 19 mogen de programma's van de televisie- en radio-omroeporganisaties reclame inhouden.
Regeling van de reclame, sluikreclame en telewinkeluitzendingen Art. 7.§ 1. - Reclame- en telewinkeluitzendingen moeten als dusdanig erkenbaar zijn en duidelijk onderscheiden zijn van de andere programmaonderdelen. In televisie-uitzendingen geschiedt de onderscheiding door optische en/of akoestische middelen en in de radio-uitzendingen door akoestische middelen.
Afzonderlijke reclame- en telewinkelspots moeten een uitzondering blijven.
In de reclame- en telewinkeluitzendingen is het gebruik van subliminale technieken verboden.
In de telewinkeluitzendingen zijn sluikreclame en dienovereenkomstige praktijken verboden. § 2. - Nieuws, magazines over de actualiteit, documentaires, religieuze uitzendingen en kinderprogramma's, alsmede de uitzending van kerkdiensten mogen niet door reclame- en telewinkelspots worden onderbroken. 10 minuten vóór het begin en 10 minuten na het einde van kinderprogramma's zijn reclame- of telewinkeluitzendingen verboden. § 3. - De reclame- en telewinkeluitzendingen moeten tussen de uitzendingen ingevoegd worden. Onder de in de §§ 4 en 5 vermelde voorwaarden mogen de reclame- en telewinkelspots ook tijdens de lopende uitzendingen worden ingevoegd, op voorwaarde dat : - zij de integriteit en de waarde van de uitzendingen niet aantasten, waarbij moet rekening worden gehouden met de natuurlijke programmaonderbrekingen, de lengte en de aard van het programma, - zij de rechten van rechthebbenden niet tegengaan.
Deze bepaling geldt niet voor private radio-omroeporganisaties. § 4. - Voor de uitzendingen die uit autonome delen bestaan of voor sportuitzendingen en uitzendingen betreffende gebeurtenissen en vertoningen met pauzen die op dezelfde wijze gestructureerd zijn, mogen de reclame- en telewinkelspots slechts tussen autonome delen of gedurende de pauzen ingevoegd worden.
Worden andere dan de in lid 1 vermelde uitzendingen door reclame- of telewinkelspots onderbroken, dan moet een tussentijd van ten minste 20 minuten bestaan tussen de twee opeenvolgende onderbrekingen.
Deze paragraaf geldt niet voor private radio-omroeporganisaties. § 5. - De uitzending van audiovisuele werken zoals bioscoop- en televisiefilms, met uitzondering van series, feuilletons en amusementsprogramma's mag per volle tijdruimte van 45 minuten éénmaal onderbroken worden, indien de geprogrammeerde zendtijd meer dan 45 minuten bedraagt. Een verdere onderbreking is toelaatbaar, indien de geprogrammeerde zendtijd twee of meer volle tijdruimten van 45 minuten met ten minste 20 minuten overschrijdt.
Deze paragraaf geldt niet voor private radio-omroeporganisaties.
Mensenrechten in de reclame Art. 8.De reclame- en telewinkeluitzendingen mogen de menselijke waardigheid niet aantasten.
Zij mogen geen ras-, seks- of nationaliteitdiscriminatie bevatten.
Zij mogen de religieuze of politieke overtuigingen niet kwetsen.
Zij mogen geen gedrag bevorderen dat de gezondheid en de veiligheid in gevaar kan brengen.
Zij mogen geen gedrag bevorderen dat de bescherming van het leefmilieu in gevaar kan brengen.
Bescherming van minderjarigen Art. 9.De Reclame- en telewinkeluitzendingen die voor minderjarigen bedoeld zijn, moeten rekening houden met hun bijzondere sensibiliteit, mogen hun belangen niet aantasten noch hen schaden.
Om beschermingsredenen worden ze aan volgende criteria onderworpen : 1° Ze mogen de minderjarigen niet direct aanmanen tot de aanschaffing van bepaalde producten of diensten door voordeel te trekken van hun onervarenheid en onbevangenheid;2° Ze mogen de minderjarigen er niet direct toe aanmanen, hun ouders of een derde tot de aanschaffing van bepaalde producten en diensten aan te zetten;3° Ze mogen niet voordeel trekken van het bijzonder vertrouwen dat de minderjarigen tegenover ouders, leraars of andere vertrouwenspersonen hebben;4° Zonder gegronde reden mogen ze minderjarigen niet in gevaarlijke situaties tonen. Bovendien mag telewinkelen minderjarigen niet aansporen, koop- en huurovereenkomsten voor waren of dienstverleningen te sluiten.
Lid 2, 4°, geldt niet voor radio-omroeporganisaties.
Sponsoring Art. 10.Gesponsorde programma's moeten aan de volgende vereisten voldoen : 1° Inhoud en zenduur van een gesponsorde uitzending mogen in geen geval door de sponsor zo beïnvloed worden dat de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van de televisieomroeporganisatie met betrekking tot de uitzendingen aangetast worden.2° Ze moeten als gesponsorde programma's duidelijk gekenmerkt worden door middel van de naam en/of handelsmerk van de sponsor aan programmabegin en/of -einde.3° Ze moeten niet tot koop of huur van producten of tot gebruikmaking van diensten aangeboden door de sponsor of een derde aanmanen, inzonderheid door specifieke inlichtingen naar voren te brengen die deze producten of diensten betreffen en de verkoop bevorderen. Nieuws en politieke uitzendingen mogen niet gesponsord worden. HOOFDSTUK 2. - Televisie Toepassingsgebied Art. 11.Dit hoofdstuk is van toepassing op de televisieomroeporganisaties.
Europese werken Art. 12.De televisieomroeporganisaties moeten ofwel ten minste 10% van de zendtijd van elk televisieprogramma die niet aan nieuws, sport, spel, reclame, teletekst of telewinkeluitzendingen gewijd is ofwel 10% van hun begroting reserveren voor de uitzending van Europese producties, vervaardigd door producenten die van de televisieomroeporganisaties onafhankelijk zijn. Bovendien moet een behoorlijk gedeelte worden gereserveerd voor recente producties, d.w.z. producties die binnen de vijf jaar na hun vervaardiging worden uitgezonden.
Bioscoopfilms Art. 13.De televisieomroeporganisaties mogen geen cinematografische werken uitzenden buiten de met de houders van rechten overeengekomen periodes.
Uitzenden van buitengewone evenementen Art. 14.§ 1. - De Regering kan een lijst opstellen van evenementen die van aanzienlijk belang voor de samenleving worden geacht, derhalve niet op een exclusieve basis zodanig mogen worden uitgezonden dat een belangrijk deel van het publiek dergelijke evenementen niet via rechtstreekse of uitgestelde verslaggeving op de kosteloze televisie kan volgen.
De Regering bepaalt of deze evenementen via volledige of gedeeltelijke rechtstreekse verslaggeving dan wel, waar nodig of passend om objectieve redenen van openbaar belang, via volledige of gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving beschikbaar moeten zijn. § 2. - Het is de televisieomroeporganisaties verboden verworven exclusieve rechten zodanig uit te oefenen dat een belangrijk deel van het publiek in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap evenementen die door die lidstaat aangewezen zijn en waarvan de lijst in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt is, niet op de kosteloze televisie kan volgen via volledige of gedeeltelijke rechtstreekse verslaggeving dan wel, waar nodig of passend om objectieve redenen van openbaar belang, via volledige of gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving.
Televisiereclame Art. 15.§ 1. - De zendtijd voor de reclame- of telewinkelspots en voor andere reclamevormen, met uitzondering van de in § 2 bedoelde blokken voor telewinkelen mag 20% van de dagelijkse zendtijd niet overschrijden. De zendtijd voor de reclamespots mag 15% van de dagelijkse zendtijd niet overschrijden.
De zendtijd voor de reclame- of telewinkelspots mag 20% in één uur, gerekend vanaf een volle uur, niet overschrijden. Dit geldt niet voor pure telewinkelenprogramma's.
Gelden niet als reclame in de zin van voorafgaande leden : 1° aanwijzingen van de televisieomroeporganisatie in verband met haar eigen programma's en met rechtstreeks daarvan afgeleide ondersteunende producten;2° mededelingen van de overheid en liefdadigheidsgroepen die gratis worden uitgezonden § 2.- Blokken voor telewinkelen die niet door een puur telewinkelenprogramma worden uitgezonden, moeten zonder onderbreking minimaal 15 minuten in beslag nemen.
Het maximumaantal blokken voor telewinkelen per dag bedraagt acht. De totale duur ervan mag niet meer dan 3 uren per dag bedragen.
Zij moeten door optische en akoestische middelen duidelijk herkenbaar worden gemaakt als blokken voor telewinkelen. HOOFDSTUK 3. - Open kanaal Beginselen Art. 16.§ 1. - De Duitstalige Gemeenschap richt een open kanaal op waarvan ze de inrichtende macht is.
De technische en organisatorische aanwending van het open kanaal wordt een vereniging zonder winstoogmerk toevertrouwd die voor alle filosofische en ideologische strekkingen openstaat.
De statuten van de vereniging moeten ter goedkeuring aan de Regering worden voorgelegd. § 2. - Het open kanaal geeft aan natuurlijke of rechtspersonen de mogelijkheid om hun televisuele participaties op eigen verantwoordelijkheid uit te zenden waarvan de duur beperkt is.
Te dien einde helpt of laat het open kanaal hen helpen bij de productie en de organisatie, geeft hen raad of laat hen raad geven en stelt productiemiddelen ter hunne beschikking.
Bovendien kan de Regering het open kanaal - in het kader van het concept "pedagogie met behulp van de media" uitgewerkt door de Duitstalige Gemeenschap - dienovereenkomstige opdrachten toevertrouwen.
De participaties worden niet vergoed en kunnen geen reclame inhouden.
Gesponsorde participaties zijn verboden. De participaties mogen de bepalingen van artikel 4 niet overtreden. De naam en de woonplaats of maatschappelijke zetel van de verantwoordelijke(n) dienen aan het begin en aan het einde van een participatie te worden vermeld. § 3. - Geniet het gebruiksrecht elkeen die zijn woonplaats, zijn maatschappelijke zetel, zijn werkplaats of zijn opleidingsplaats in het Duitse taalgebied heeft. De Regering kan dit recht uitbreiden om de interregionale en internationale betrekkingen te bevorderen.
De televisie- en radio-omroeporganisaties, de Rijks- en gemeentelijke inrichtingen en overheden alsmede de politieke partijen genieten dit gebruiksrecht niet. § 4. - De Regering legt een gebruiksreglement vast.
In het gebruiksreglement wordt gezorgd voor : 1° een vrije en billijke toegang alsmede een vrij en billijk gebruik, waarbij de participaties principieel naar de volgorde van het verzoek uitgezonden worden;2° het recht op weerwoord, overeenkomstig de hoofdstukken II en III van de
wet van 23 juni 1961Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/06/1961
pub.
09/02/2010
numac
2010000052
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het recht tot antwoord
sluiten betreffende het recht tot antwoord, ingevoegd door de wet van 4 maart 1977, waarbij het verzoek om weerwoord aan de voor de participatie verantwoordelijke gebruiker moet worden gericht. § 5. - De vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in § 1, lid 2, legt de Regering jaarlijks een activiteitsverslag voor. HOOFDSTUK 4. - Radio-omroep Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Herkenningsmelodie Art. 17.De uitzending van de programma's van de radio-omroeporganisaties moet voorafgegaan en gevolgd worden door een herkenningsmelodie die het mogelijk maakt de radio te identificeren en te lokaliseren alsook de gebruikte frequentie te kennen. Die herkenningsmelodie wordt bovendien tijdens de uitzending van het programma met regelmatige tussenpauzen uitgezonden.
Nieuwsuitzendingen Art. 18.Nieuwsuitzendingen moeten objectief en zakelijk zijn.
De informatie moet qua inhoud, bron en waarachtigheid worden onderzocht.
Commentaren zijn van de informaties duidelijk te onderscheiden en de naam van hun auteur moet worden vermeld.
De informaties moeten in samenwerking met beroepsjournalisten of met personen uitgewerkt worden die onder de voorwaarden werken die het mogelijk maken beroepjournalist te worden overeenkomstig de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist. Afdeling 2. - BRF
Reclame bij het BRF Art. 19.De geluidsprogrammas' van het BRF dienen de volgende beginselen te eerbiedigen.
De zendtijd voor de reclamespots en voor andere reclamevormen mag 15% van de dagelijkse zendtijd niet overschrijden.
De zendtijd voor de reclamespots en voor andere reclamevormen mag 20% in één uur, gerekend vanaf een volle uur, niet overschrijden.
TITEL 3. - Private televisie- en radio-omroeporganisaties en aanbieders van andere diensten HOOFDSTUK 1. - Private televisie-omroeporganisaties Beginsel Art. 20.Onverminderd het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, kan de Regering private televisie-omroeporganisaties erkennen. Elk televisieprogramma van een private televisie-omroeporganisatie dient vergund te worden.
Geldigheid van de erkenning, wijzigingen na de erkenning Art. 21.§ 1. - De erkenning is geldig tot het einde van het twaalfde kalenderjaar dat volgt op de uitreiking ervan. Ze is persoonblijk en mag aan een derde slechts overgedragen worden na het schriftelijk akkoord van de Regering.
Ze wordt stilzwijgend met 6 jaar verlengd, behoudens de Regering ze in de loop van het eerste semester van het laatste geldigheidsjaar per aangetekende brief opzegt of de erkende organisatie intussen er per aangetekende brief van afstand heeft gedaan. § 2. - De organisatie die wijzigingen wenst door te voeren die de voor de erkenning beslissende voorwaarden, vermeld in de artikelen 23 en 24, betreffen, dient vooraf de Regering schriftelijk ervan te informeren. Kan de erkenning ondanks de doorvoering van de wijziging toegekend of gehandhaafd worden, dan bekrachtigt de Regering dat er aan de wijziging geen nadeel verbonden is. Is het niet het geval, dan verklaart de Regering dat de erkenning niet kan worden toegekend, indien de wijziging wordt doorgevoerd. Voert de organisatie een wijziging door waarvan men niet overeenkomstig de tweede zin kan bekrachtigen dat er daaraan geen nadeel is verbonden, dan geldt artikel 120 mutatis mutandis.
Uitzending, gebruik van radiofrequenties Art. 22.Is ofwel het aanbieden van een elektronische-communicatienetwerk of - dienst ofwel het gebruik van radiofrequenties gepland, dan is titel 4 van toepassing.
Voorwaarden Art. 23.Kan als private televisie-omroeporganisatie erkend worden een rechtspersoon die : 1° als handelsmaatschappij opgericht is;2° een vestiging in België heeft. Het wordt geacht het geval te zijn als volgende voorwaarden vervuld zijn : a) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België en neemt daar de redactionele programmeringsbesluiten;b) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België, de redactionele programmeringsbesluiten worden genomen in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte - of andersom - en slechts een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel is in België werkzaam;c) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België, de programmeringsbesluiten worden genomen in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel is tegelijk in beiden staten werkzaam;d) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België, de redactionele programmeringsbesluiten worden genomen in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte - of andersom -, een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel is in geen van deze staten werkzaam, de televisieomroeporganisatie is echter met haar omroepactiviteiten volgens het Belgische rechtsstelsel begonnen en onderhoudt een duurzame en reële band met de Belgische economie;e) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België, de redactionele programmeringsbesluiten worden in een derde staat genomen - of andersom - en een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel is in België werkzaam;f) de letters a) tot e) zijn niet van toepassing op de aanvrager en deze gebruikt een door België toegekende frequentie;g) de letters a) tot e) zijn niet van toepassing op de aanvrager, deze gebruikt geen door een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of door een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte toegekende frequentie, maakt echter gebruik van een satellietcapaciteit behorende tot België;h) de letters a) tot e) zijn niet van toepassing op de aanvrager, deze gebruikt geen door een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of door een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte toegekende frequentie of satellietcapaciteit, maakt echter gebruik van een aarde-satelliet-verbinding in België;i) de letters a) tot h) zijn niet van toepassing op de aanvrager en deze is in België gevestigd overeenkomstig de artikelen 43 en volgende van de gecoördineerde versie van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;3° haar hoofdkantoor in het Duitse taalgebied heeft, ofwel de redactionele programmeringsbesluiten worden daar door de aanvrager genomen. Aanvraag om erkenning Art. 24.De aanvraag om erkenning omvat volgende documenten : 1° de rechtsvorm van de aanvrager;2° de statuten; 3° de balansen en de jaarrekeningen m.b.t. de laatste drie dienstjaren of vanaf de oprichting; 4° de precieze samenstelling van het aandelenkapitaal en van de bestuursapparaten;5° het adres van de vestiging of van het hoofdkantoor;6° de benaming van de aanvrager en het televisieprogramma;7° het geplande programmaschema;8° de lijst van de prestaties die naast de uitzending van televisieprogramma's kunnen worden verstrekt;9° de wijze waarop de televisieprogramma's worden uitgezonden;10° alle gegevens die de behandeling van de aanvraag mogelijk maken;11° een schriftelijke verbintenis om het decreet, de uitvoeringsbepalingen ervan en de wetten over het algemeen na te leven. De aanvraag wordt per aangetekende brief ingediend.
Ter aanvulling van de aanvraag kan de Regering verdere documenten opvragen.
Overeenkomst Art. 25.Wanneer de Regering een private televisie-omroeporganisatie erkent, sluit ze tegelijkertijd een overeenkomst met de bedoelde organisatie met het oog op : 1° de bescherming en de luister van de Duitse taal, o.a. door een bepaald aantal zendingen in het Duits, 2° de luister van de Duitstalige Gemeenschap, o.a. door een bepaald aantal zendingen en berichten over de Duitstalige Gemeenschap.
De Regering bepaalt de nadere modaliteiten.
Activiteitenverslag Art. 26.Jaarlijks dient de organisatie een activiteitenverslag bij de Regering in. Dit verslag omvat ten minste : 1° het programmaschema; 2° gegevens inzake naleving van de overeenkomst en 3° de balansen en jaarrekeningen m.b.t. het voorjaar. HOOFDSTUK 2. - Private radio-omroeporganisaties Beginsel Art. 27.Onverminderd het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap, kan de Regering private radio-omroeporganisaties erkennen. Elk geluidsprogramma van een private radio-omroeporganisatie dient door de Regering te worden erkend.
Private radio-omroeporganisaties verdelen zich onder regionale en lokale radio's.
Geldigheid van de erkenning, wijzigingen na de erkenning Art. 28.§ 1. - De Regering kan de voorlopige erkenning voor een periode van ten hoogste twaalf maanden toekennen. Na afloop van deze periode reikt de Regering een bericht uit waarin de voorlopige erkenning tot een definitieve erkenning wordt omgezet, voor zover de private radio-omroeporganisatie aan de voorwaarden blijft voldoen.
De definitieve erkenning geldt : 1° voor regionale radio's tot het einde van het twaalfde kalenderjaar volgend op het jaar van de erkenning;2° voor lokale radio's tot het einde van het zesde kalenderjaar volgend op het jaar van de erkenning. De erkenning is persoonblijk en mag aan een derde slechts overgedragen worden na het schriftelijk akkoord van de Regering.
Ze wordt stilzwijgend met zes jaar verlengd, behoudens de Regering de erkenning in de loop van het eerste semester van het laatste geldigheidsjaar per aangetekende brief opzegt of de erkende organisatie intussen er per aangetekende brief van afstand heeft gedaan. § 2. - De organisatie die wijzigingen wenst door te voeren die de voor de erkenning beslissende voorwaarden, vermeld in de artikelen 23 en 24, betreffen, dient vooraf de Regering schriftelijk ervan te informeren. Kan de erkenning ondanks de doorvoering van de wijziging toegekend of gehandhaafd worden, dan bekrachtigt de Regering dat er aan de wijziging geen nadeel verbonden is. Is het niet het geval, dan verklaart de Regering dat de erkenning niet kan worden toegekend, indien de wijziging wordt doorgevoerd. Voert de organisatie een wijziging door waarvan men niet overeenkomstig de tweede zin kan bekrachtigen dat er daaraan geen nadeel is verbonden, dan geldt artikel 120 mutatis mutandis.
Uitzending, gebruik van radiofrequenties Art. 29.Wanneer ofwel het aanbieden van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst ofwel het gebruik van radiofrequenties is gepland, is titel 4 van toepassing.
Algemene voorwaarden Art. 30.Om als regionale of lokale radio erkend te worden, dient de aanvrager aan de volgende voorwaarden te voldoen : 1° een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn met haar zetel en productie- en zendinstallaties in het Duitse taalgebied binnen het gebied dat door de zender bestreken wordt;2° door zijn programmering : a) zich aan de berichtgeving wijden, rekening houdend met de opinieverscheidenheid en met de balancering van de informatie;b) animatie en dienstverlening afzonderlijk of tegelijk ten doel hebben;3° onafhankelijk zijn van werkgevers- of werknemersorganisaties of van politieke groeperingen;4° in zijn programma's voor het herwaarderen van de cultuur en van de kunstenaars van de Duitstalige Gemeenschap en van de naburige streken zorgen onder de door de Regering overeenkomstig artikel 35 bepaalde voorwaarden;5° ervoor zorgen dat de ambtenaren van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap te allen tijde de werkwijze van de private radio-omroeporganisatie ter plaatse kunnen onderzoeken. Bijzondere voorwaarden (regionale radio's) Art. 31.Onverminderd artikel 30 moet een aanvrager bovendien om als regionale radio erkend te worden : 1° zich wijden aan de informatie over wat in de Duitstalige Gemeenschap en in de naburige streken gebeurt;2° tussen 6 en 22 uur een programmatie hebben waarvan, afgezien van programma's bestaande uit doorlopende muziek, ten minste 50% uit programma's bestaat die door de medewerkers van de regionale radio worden gerealiseerd;3° nieuwsuitzendingen in samenwerking met beroepsjournalisten of met personen uitwerken die onder voorwaarden werken die het mogelijk maken beroepsjournalist te worden overeenkomstig de wet van 30 december 1963 over de erkenning en de bescherming van de beroepstitel als beroepsjournalist. Een regionale radio moet ten minste 8 nieuwsuitzendingen per dag doorgeven die telkens tenminste 3 minuten duren, weer- en verkeersberichten niet inbegrepen.
Bijzondere voorwaarden (lokale radio's) Art. 32.Onverminderd artikel 30 moet de aanvrager bovendien om als lokale radio erkend te worden, 1° zich wijden aan de berichtgeving, met name aan de plaatselijke informatie;2° tussen 6 en 22 uur een programmatie hebben waarvan, afgezien van programma's bestaande uit doorlopende muziek, ten minste 25% uit programma's bestaat die door de medewerkers van de lokale radio worden gerealiseerd.De andere programmaonderdelen kunnen in samenwerking met andere erkende lokale radio's worden geproduceerd of door derden worden verzorgd, echter niet door een overeenkomstig dit decreet als regionale radio erkende persoon.
Koppeling van lokale radio's in een netwerk Art. 33.Onverminderd de voorwaarde betreffende de eigenproducties, vermeld in artikel 32, 2°, kunnen verscheidene lokale radio's tegelijkertijd hetzelfde programma uitzenden.
Aanvraag om erkenning Art. 34.De aanvraag om erkenning omvat volgende documenten : 1° de rechtsvorm van de aanvrager;2° de statuten; 3° de balansen en de jaarrekeningen m.b.t. de laatste drie dienstjaren of vanaf de oprichting; 4° de precieze samenstelling van het aandelenkapitaal en van de bestuursapparaten;5° de geografische ligging van de productie-installaties;6° de benaming van de aanvrager en het geluidsprogramma;7° het geplande programmaschema;8° het omroepteken;9° de lijst van de prestaties die naast de uitzending van geluidsprogramma's kunnen worden verstrekt;10° de wijze waarop de programma's worden uitgezonden naar de luisteraars;11° bij nieuwsuitzendingen, de naam van de beroepsjournalist(en) of van de personen die onder de voorwaarden werken die het mogelijk maken beroepjournalist te worden overeenkomstig de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist, en die zich op het ogenblik van de aanvraag schriftelijk verantwoordelijk stellen voor de uitgezonden informaties;12° een verbintenis, naamwijzigingen op het vlak van de verantwoordelijke beroepsjournalisten in de zin van punt 11° onverwijld schriftelijk mede te delen;13° een schriftelijke verbintenis om het decreet, de uitvoeringsbepalingen ervan en de wetten over het algemeen na te leven. De aanvraag wordt per aangetekende brief ingediend. Om als lokale radio erkend te worden, dient een erkenningsaanvraag door ten minste twee daarvoor bevoegde personen ondertekend te worden die het beheer van de radio-omroeporganisatie voeren en hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben binnen het gebied dat door de zender bestreken wordt.
Ter aanvulling van de aanvraag kan de Regering bijkomende documenten opvragen.
Overeenkomst Art. 35.Gelijktijdig met de erkenning sluit de Regering met de private radio-omroeporganisatie een overeenkomst die het herwaarderen van de cultuur en van de kunstenaars van de Duitstalige Gemeenschap en van de naburige streken beoogt.
De Regering bepaalt de nadere modaliteiten.
Activiteitenverslag Art. 36.Jaarlijks dient de organisatie een activiteitenverslag bij de Regering in. Dit verslag omvat ten minste : 1° het programmaschema; 2° gegevens inzake naleving van de overeenkomst en 3° de balansen en jaarrekeningen m.b.t. het voorjaar. HOOFDSTUK 3. - Aanbieders van andere diensten Beginsel Art. 37.Elkeen kan andere omroepdiensten dan televisie- en geluidsprogramma's aanbieden overeenkomstig de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, voor zover : 1° de aanvrager een rechtspersoon is;2° de dienst aan de vereisten bepaald in titel 2 van dit decreet voldoet en onafhankelijk van een politieke partij is. Deze diensten kunnen geheel of gedeeltelijk als signalen in gecodeerde vorm uitgezonden worden. De ontvangst ervan kan tegen betaling gebeuren.
Registratieplicht Art. 38.Het voornemen om andere diensten dan televisie- en geluidsprogramma's aan te bieden, te wijzigen of daarmee te stoppen, moet vooraf de beslissingskamer per aangetekende brief worden medegedeeld.
De mededeling behelst de volgende gegevens : 1° de rechtsvorm van de aanvrager;2° de statuten; 3° de balansen en de jaarrekeningen m.b.t. de laatste drie dienstjaren of vanaf de oprichting; 4° de precieze samenstelling van het kapitaal en van de bestuursapparaten of de overeenkomende documenten;5° het adres van de vestiging of van het hoofdkantoor;6° een uitvoerige inhoudelijke beschrijving van de dienst;7° de wijze waarop de programma's worden uitgezonden naar de gebruikers;8° de mogelijke tarieven en rechten;9° een schriftelijke verbintenis om het decreet, de uitvoeringsbepalingen ervan en de wetten over het algemeen na te leven. Voorwaarden Art. 39.Om als aanbieder van een andere omroepdienst dan een televisie- of geluidsprogramma erkend te worden, dient een rechtspersoon aan de volgende voorwaarden te voldoen : 1° als handelsmaatschappij opgericht zijn;2° een vestiging in België hebben. Het wordt geacht het geval te zijn als volgende voorwaarden vervuld zijn : a) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België en neemt daar de redactionele programmeringsbesluiten;b) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België en de redactionele programmeringsbesluiten worden genomen door de televisieomroeporganisatie in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte - of andersom - en slechts een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel is in België werkzaam;c) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België en de redactionele programmeringsbesluiten worden genomen door de aanvrager in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel is tegelijk in beiden staten werkzaam;d) de aanvrager heeft zijn hoofdkantoor in België en de redactionele programmeringsbesluiten worden genomen door de aanvrager in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte - of andersom -, een aanzienlijk deel van het personeel is in geen van deze staten werkzaam, de handelsmaatschappij is echter met haar omroepactiviteiten volgens het Belgische rechtsstelsel begonnen en onderhoudt een duurzame en reële band met de Belgische economie;e) het hoofdkantoor bevindt zich in België, de redactionele programmeringsbesluiten worden genomen in een derde staat genomen - of andersom - en een aanzienlijk deel van het bij de televisieomroepactiviteiten betrokken personeel is in België werkzaam;f) de letters a) tot e) zijn niet van toepassing op de aanvrager en deze gebruikt een door België toegekende frequentie;g) de letters a) tot e) zijn niet van toepassing op de aanvrager, deze gebruikt geen door een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of door een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte toegekende frequentie, maakt echter gebruik van een satellietcapaciteit behorende tot België;h) de letters a) tot e) zijn niet van toepassing op de aanvrager, deze gebruikt geen door een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of door een staat die ondertekende partij is van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte toegekende frequentie of satellietcapaciteit, maakt echter gebruik van een aarde-satelliet-verbinding in België;i) de letters a) tot h) zijn niet van toepassing op de aanvrager en deze is in België gevestigd overeenkomstig de artikelen 43 en volgende van de gecoördineerde versie van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; 3° haar hoofdkantoor in het Duitse taalgebied hebben, of de beslissingen qua inhoud en redactie m.b.t. de aangeboden diensten worden daar door de aanvrager genomen; 4° de dienst heeft een aanzienlijk aanbod op commercieel, opleidend, sociaal of cultureel vlak. Aanvraag om erkenning Art. 40.De aanvraag om erkenning omvat volgende documenten : 1° de rechtsvorm van de aanvrager;2° de statuten; 3° de balansen en de jaarrekeningen m.b.t. de laatste drie dienstjaren of vanaf de oprichting; 4° de precieze samenstelling van het kapitaal en van de bestuursapparaten of de overeenkomende documenten;5° het adres van de vestiging of van het hoofdkantoor;6° een uitvoerige inhoudelijke beschrijving van de dienst;7° de wijze waarop de programma's worden uitgezonden;8° de mogelijke tarieven en rechten;9° alle gegevens die de behandeling van de aanvraag mogelijk maken;10° een schriftelijke verbintenis om het decreet, de uitvoeringsbepalingen ervan en de wetten over het algemeen na te leven. De aanvraag wordt per aangetekende brief ingediend.
Ter aanvulling van de aanvraag kan de Regering bijkomende documenten opvragen.
Activiteitenverslag Art. 41.Jaarlijks dient de organisatie een activiteitenverslag bij de Regering in. Dit verslag omvat ten minste : 1° de activiteiten m.b.t. het voorjaar en 2° de balansen en jaarrekeningen m.b.t. het voorjaar.
TITEL 4. - Elektronische-communicatienetwerken en -diensten HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Toepassingsgebied Art. 42.Niettegenstaande de bepalingen van de titels 2 en 3 en onverminderd de bevoegdheid van andere overheden is deze titel van toepassing op het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Doel van deze titel is tot een daadwerkelijke en eerlijke mededinging te komen en de ontwikkeling van de interne markt van de Europese Unie op het gebied van de elektronische- communicatienetwerken en -diensten alsmede de belangen van de burger te bevorderen.
Opschorting van rechten Art. 43.De in deze titel bepaalde rechten kunnen door de Regering worden opgeschort indien belangrijke redenen het noodzakelijk maken, te weten 1° om het openbare telecommunicatieverkeer te garanderen 2° wegens internationale omstandigheden. De exploitant is ertoe verplicht elke overeenkomstig lid 1 opgelegde opschorting binnen een redelijk termijn op eigen kosten na te leven.
Wijziging van rechten en verplichtingen Art. 44.Indien de beslissingskamer van de Mediaraad, hierna beslissingskamer genoemd, voornemens is de rechten, voorwaarden en procedures die van toepassing zijn bij de algemene machtiging en bij de gebruiksrechten of rechten om faciliteiten te installeren, te wijzigen, dan geeft ze de belanghebbende partijen de gelegenheid om binnen een termijn van ten minste vier weken hun standpunt kenbaar te maken. Wijzigingen mogen slechts in objectief gerechtvaardigde gevallen en op proportionele wijze worden aangebracht.
Behalve in met redenen omklede gevallen mogen de rechten om faciliteiten te installeren niet beperkt noch ingetrokken worden vóór het verstrijken van de periode waarvoor zij verleend zijn. HOOFDSTUK 2. - Aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en -diensten Afdeling 1. - Algemene machtiging
Beginsel Art. 45.Elke onderneming mag elektronische- communicatienetwerken en -diensten overeenkomstig de in dit decreet vastgelegde voorwaarden aanbieden.
Registratieplicht Art. 46.Het voornemen om elektronische-communicatienetwerken en -diensten aan te bieden, te wijzigen of daarmee te stoppen, moet vooraf de beslissingskamer en de Regering per aangetekende brief worden medegedeeld.
De mededeling behelst de volgende gegevens : 1° de benaming en het adres van de onderneming of van haar contactpersoon;2° de ondernemingsnummer (registratienummer van de onderneming);3° de samenstelling van het kapitaal en van de bestuursorganen;4° een korte beschrijving van het netwerk resp.de dienst en 5° de datum waarop de activiteit vermoedelijk van start gaat, gewijzigd wordt of een einde neemt. De beslissingskamer houdt een register van de exploitanten van elektronische-communicatienetwerken en van de aanbieders van elektronische-communicatiediensten bij en publiceert het.
Collectieve antennes Art. 47.Het aanbieden van collectieve antennes dient niet medegedeeld te worden, die uitsluitend ten behoeve van houders van ontvangtoestellen verblijvende in : 1° kamers of appartementen van hetzelfde gebouw;2° gegroepeerde gebouwen van een zelfde eigenaar waarvan het aantal vijftig niet overschrijdt;3° gegroepeerde woningen waarvan het aantal vijftig niet overschrijdt;4° caravans of op percelen van een zelfde camping worden gebruikt. Registratieverklaring Art. 48.Binnen een week na de ontvangst van de in artikel 46 vermelde kennisgeving geeft de beslissingskamer een standaard-registratieverklaring uit met als doel de procedures m.b.t. het installeren van faciliteiten, het onderhandelen over interconnectie alsmede aanvragen om toegang of interconnectie te vergemakkelijken.
De registratieverklaring omvat : 1° een bevestiging van de registratie;2° de vermelding van de bepalingen van dit decreet die de onderneming ertoe machtigen om het recht te verzoeken faciliteiten te installeren, over een interconnectie te onderhandelen en/of een toegang of interconnectie te verkrijgen. Afdeling 2. - Gebruiksrechten voor radiofrequenties
Radiofrequentieplan Art. 49.De Regering stelt het radiofrequentieplan met inachtneming van de desbetreffende federale technische normen op. Bij gebrek aan zulke normen richt zich de Regering naar de overeenkomstige internationale normen. Met inachtneming van deze normen kan de Regering eigen normen bepalen.
Toewijzing van radiofrequenties Art. 50.Om radiofrequenties te kunnen gebruiken, dienen vooraf de radiofrequenties te worden toegewezen. Radiofrequenties toewijzen betekent dat een gebruiksrecht voor radiofrequenties door de beslissingskamer onder vastgelegde voorwaarden wordt verleend. De radiofrequenties worden met een bepaalde bestemming toegewezen, met inachtneming van het frequentieplan en onder niet-discriminerende voorwaarden op grond van objectieve procedures vastgelegd door de Regering.
De toegewezen radiofrequenties worden openbaar gemaakt.
De aanvrager heeft geen recht op een bepaalde radiofrequentie.
Informatie over de beschikbaarheid van radiofrequenties Art. 51.De beslissingskamer maakt het inventaris bekend van alle in de Duitstalige Gemeenschap beschikbare resp. beschikbaar te stellen radiofrequenties, het ogenblik waarop ze kunnen worden toegewezen alsmede de beschikbare zendtijden voor elke wijze van uitzending met bepaling van een redelijke termijn om de aanvragen in te dienen.
Voorwaarden Art. 52.Radiofrequenties worden toegewezen wanneer 1° de aanvrager erkend is overeenkomstig titel 3;2° de radiofrequenties worden toegewezen met het oog op het gepland gebruik ervan in het radiofrequentieplan;3° ze met andere radiofrequenties verenigbaar zijn;4° een efficiënt en storingvrij gebruik van de radiofrequenties gegarandeerd wordt door de aanvrager. Aanvraag Art. 53.De aanvraag om toewijzing van radiofrequenties dient bij de beslissingskamer schriftelijk te worden ingediend. De aanvraag omvat volgende inlichtingen : 1° het gebied waar de radiofrequentie moet worden gebruikt;2° de dienstprestatie of de aard van het netwerk of van de technologie waarvoor de gebruiksrechten voor de radiofrequenties moeten worden verleend;3° de lokalisatie van de productie-en zendinstallaties;4° de merk en het type van de zender alsmede het homologatienummer ervan of een meetverslag conform de door de bevoegde federale overheid vastgelegde regels; 5° de merk, het type en de kenmerken van de antenne alsmede de maximale hoogte ervan, berekend t.o.v. van de grond; 6° het type en de lengte van de kabels tussen zender en antenne en 7° de vergunning voor het in werking hebben van de antennemast. Zes weken nadat vastgesteld is dat de aanvragen volledig zijn, spreekt zich de beslissingskamer over deze aanvragen uit.
Mededelingsplicht Art. 54.De aanvang en het einde van het gebruik van de radiofrequenties dienen onverwijld aan de beslissingskamer te worden medegedeeld. Naam- en adreswijzigingen dienen aan de beslissingskamer te worden medegedeeld.
Overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties Art. 55.Om de toewijzing van radiofrequenties te wijzigen, dient onverwijld een schriftelijke aanvraag met voorlegging van de overeenkomstige bewijzen bij de beslissingskamer te worden ingediend, wanneer de gebruiksrechten voor radiofrequenties moeten worden overgedragen.
In dit geval kunnen radiofrequenties nog worden gebruikt totdat de beslissing m.b.t. de wijzigingsaanvraag wordt genomen.
De wijzigingsaanvraag dient goedgekeurd te worden indien er aan de voorwaarden voor een toewijzing van radiofrequenties overeenkomstig artikel 52 voldaan wordt, er geen concurrentieverstoring ontstaat op de ruimtelijk relevante markt en er voor een efficiënt en storingvrij frequentiegebruik gezorgd wordt.
Geldigheid der toewijzing van radiofrequenties Art. 56.Radiofrequenties worden voor een bepaalde duur toegewezen. De geldigheid van de frequentietoewijzing stemt overeen met die van de erkenning als radio- of televisie-omroeporganisatie resp. als aanbieder van andere diensten dan televisie- en geluidsprogramma's.
Voor een bepaalde duur toegewezen radiofrequenties Art. 57.In gerechtvaardigde bijzondere gevallen, in het bijzonder om innovatieve technologieën te testen of in geval van behoefte aan frequenties voor een korte termijn, kan de beslissingskamer radiofrequenties voor een bepaalde duur toewijzen. De met redenen omklede aanvraag dient bij de beslissingskamer schriftelijk te worden ingediend. Artikel 53 geldt mutatis mutandis.
Gedeeld gebruik van radiofrequenties Art. 58.Radiofrequenties die door een particulier niet efficiënt kunnen worden gebruikt, kunnen ook aan meerderen worden toegewezen met het oog op een gedeeld gebruik ervan. De houders van deze toegewezen radiofrequenties moeten de verantwoordelijkheid dragen voor de nadelen die zouden kunnen voortvloeien uit een gedeeld gebruik van de radiofrequentie overeenkomstig de bepalingen.
Orbitale posities en frequentiegebruik door satellieten Art. 59.Om de rechten van de Duitstalige Gemeenschap qua orbitale posities en gebruik van radiofrequenties uit te oefenen, is een toewijzing van radiofrequenties door de beslissingskamer vereist.
Bestanddelen der toewijzing van radiofrequenties Art. 60.Bij de toewijzing van radiofrequenties bepaalt de beslissingskamer in het bijzonder de aard en omvang van het gebruik van radiofrequenties voor zover het noodzakelijk is om een efficiënt en storingvrij frequentiegebruik te waarborgen.
Om een efficiënt en storingvrijgebruik van radiofrequenties te waarborgen, kan de frequentietoewijzing aan bijkomende bepalingen worden onderworpen.
De exploitant van een elektronische-communicatienetwerk dient de onderrichtingen van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie of van elke elektriciteitsmaatschappij of -dienst onverwijld na te leven.
Intrekking van toegewezen radiofrequenties, afstand Art. 61.§ 1. - Onverminderd artikel 121 kan de beslissingskamer toegewezen radiofrequenties intrekken, wanneer : 1° aan één der voorwaarden van artikel 52 niet meer voldaan wordt;2° de Openbare Veiligheid het vereist, 3° de radiofrequenties niet meer gebruikt worden of op zijn minst sinds langer dan één jaar;4° als er na de toewijzing van radiofrequenties een gebrek aan radiofrequenties ontstaat dat de mededinging of de invoering van nieuwe technieken verhindert of belemmert die het optimaliseren van het gebruik van radiofrequenties mogelijk maken; De intrekking dient schriftelijk te worden verklaard. Deze termijn totdat de intrekking van toepassing wordt, beloopt ten minste zes maanden. § 2. - De toewijzing van radiofrequenties vervalt door afstand. De afstand dient bij de beslissingskamer per aangetekende brief te worden verklaard. Afdeling 3. - Doorgangsrechten en gedeeld gebruik van faciliteiten
Beginselen m.b.t. doorgangsrechten Art. 62.Onverminderd de bepalingen betreffende de ruimtelijke ordening en de stedenbouw en om de installatie van faciliteiten mogelijk te maken, beschikt de geregistreerde onderneming over doorgangsrechten op, over of onder openbaar of particulier eigendom overeenkomstig deze afdeling.
Doorgangsrechten Art. 63.§ 1. - De exploitanten die kabels aanleggen om hun elektronische-communicatienetwerken aan te bieden, hebben het recht op of onder de pleinen, straten, wegen, paden, waterlopen en vaarten die deel uitmaken van het openbaar domein alle werken m.b.t. het aanleggen of onderhouden van de kabels en bijbehorende uitrustingen op hun kosten te laten uitvoeren, op voorwaarde dat ze zich gedragen naar de wetten en besluiten over het vruchtgebruik van het openbaar domein en de …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.