📄 Wettekst
18 JULI 2018. - Wet betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Sociale Zaken HOOFDSTUK 1. - Het verenigingswerk Afdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Art. 2.Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 1° verenigingswerk: elke activiteit: a) die binnen de grenzen bepaald in dit hoofdstuk, tegen vergoeding wordt verricht;b) die verricht wordt ten behoeve van één of meer personen, andere dan degene die de activiteit verricht, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel;c) die ingericht wordt door een organisatie;d) die wordt verricht door een persoon die, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, eveneens gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsbezigheid uitoefent zoals bepaald in artikel 4 van deze wet;e) die wordt verricht door een persoon die, in de periode waarin hij of zij prestaties inzake verenigingswerk als bedoeld in deze wet levert, niet is verbonden door een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling met dezelfde organisatie, noch fungeert als vrijwilliger in de zin van de
wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
29/08/2005
numac
2005022674
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de rechten van vrijwilligers
sluiten betreffende de rechten van vrijwilligers voor dezelfde organisatie voor zover hij een kostenvergoeding ontvangt;f) en die niet berust op een loutere deelname aan activiteiten.2° verenigingswerker: elke natuurlijke persoon die een in 1° bedoelde activiteit verricht;3° organisatie: elke feitelijke vereniging of private of publieke rechtspersoon, die noch rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeert of bezorgt aan de stichters, de bestuurders of enig andere persoon, behalve in dit laatste geval, voor het in de statuten bepaald belangeloos doel, die werkt met verenigingswerkers, en voor zover de voornoemde private of publieke rechtspersoon ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) overeenkomstig Boek III, Titel II, van het Wetboek van economisch recht of, voor de feitelijke verenigingen, geïdentificeerd is bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;4° feitelijke vereniging: elke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid van twee of meer personen die in onderling overleg een activiteit organiseren met het oog op de verwezenlijking van een onbaatzuchtige doelstelling, met uitsluiting van enige winstverdeling onder haar leden en bestuurders, en die een rechtstreekse controle uitoefenen op de werking van de vereniging.5° gepensioneerde: de persoon die een pensioen, geniet, als bedoeld in artikel 68, § 1, eerste lid, a) en b), van de
wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten3 houdende sociale bepalingen, met uitsluiting van de overgangsuitkering. Art. 3.De activiteiten die in het kader van het verenigingswerk als bedoeld in dit hoofdstuk kunnen worden verricht zijn de volgende: 1. Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt of persoon die actief is binnen een jeugdbeweging en/of een speelpleinwerking;2. Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;3. Conciërge van jeugd-, sport-, culturele en artistieke infrastructuur;4. Persoon die instaat voor het gebouwenbeheer van buurtvoorzieningen, laagdrempelige ontmoetingsplaatsen in samenlevingsopbouw met als opdracht sleutelbeheer en kleine onderhoudswerkzaamheden zoals kleine herstellingen en poetsen;5. Artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector;6. Gidsen of publieksbegeleider van cultureel erfgoed en natuur;7. De vormingsmedewerker in het kader van de bijstand aan personen;8. Begeleider in de opvang voor, tijdens en/of na de schooluren georganiseerd op de school of tijdens schoolvakanties evenals bij het transport van en naar de school;9. Persoon die actief is bij initiatieven van sociaalcultureel volwassenwerk, organisaties voor de bescherming van het leefmilieu, cultureel en onroerend erfgoed, duurzame ontwikkelingssamenwerking of -educatie, culturele en artistieke organisaties;10. De nachtoppas, te weten het inslapen, evenals de dagoppas bij hulpbehoevende personen volgens de voorwaarden en kwaliteitscriteria die iedere gemeenschap bepaalt;11. Begeleider van schooluitstappen, activiteiten op school, activiteiten van het oudercomité of de ouderraad en occasionele of kleinschalige verfraaiingswerken aan de school of speelplaats;12. Hulp en ondersteuning bieden op occasionele en kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of de praktische organisatie van activiteiten van organisaties actief in de volgende sectoren: onroerend en cultureel erfgoed, jeugd, sport, inrichter van onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, natuurbescherming, sociaal-cultureel volwassenwerk, cultuureducatie en kunst;13. Hulp bieden op occasionele en kleinschalige basis bij het beheer, het onderhoud en het openstellen voor het grote publiek van natuurgebieden en cultureel erfgoed;14. Hulp bieden op occasionele en kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties evenals websites met het oog op informeren, sensibiliseren of regelmatige educatie van een groot publiek voor sportverenigingen, natuurorganisaties, organisaties ter bescherming van het cultureel en historisch erfgoed, inrichter van onderwijs, jeugdorganisaties, organisaties voor ontwikkelingssamenwerking, musea, verenigingen ter bevordering van plastische en literaire kunst, theaterhuizen en -gezelschappen, muziekensembles, zanggezelschappen, dansgezelschappen en circusgroepen;15. Verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema's evenals thema's met betrekking tot het leefmilieu, bij sportverenigingen, natuurorganisaties, organisaties ter bescherming van het cultureel en historisch erfgoed, jeugdorganisaties, organisaties voor ontwikkelingssamenwerking, musea, verenigingen ter bevordering van plastische en literaire kunst, theaterhuizen en -gezelschappen, muziekensembles, zanggezelschappen, dansgezelschappen en circusgroepen en bibliotheken;16. Met naleving van de regelgeving betreffende kwaliteitsvereisten voor het beroepshalve uitoefenen van die activiteiten: ondersteuning bieden in woonzorgcentra evenals in voorzieningen voor personen met een handicap aanvullend op de activiteiten van het vaste personeel waaronder, en niet limitatief, mensen gezelschap houden, meehelpen bij activiteiten en uitstappen;17. Opvang van baby's en peuters en buitenschoolse opvang van schoolgaande kinderen volgens de voorwaarden en kwaliteitscriteria die iedere Gemeenschap bepaalt. In afwijking van artikel 44 van deze wet kunnen de hierboven vermelde activiteiten zoals bepaald onder de punten 9, 10 en 16 slechts met ingang van 1 juli 2018 met toepassing van deze titel worden uitgeoefend. Art. 4.§ 1. Dit hoofdstuk is enkel van toepassing voor zover de verenigingswerker gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsactiviteit uitoefent, en dit overeenkomstig één van de volgende voorwaarden: 1° in de hoedanigheid van werknemer tewerkgesteld zijn bij één of meerdere werkgever(s) waarbij betrokkene een totale tewerkstelling heeft die minimaal gelijk is aan 4/5e van een voltijdse job van een referentiepersoon van de sector waarin de 4/5e tewerkstelling wordt gepresteerd, en dit gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de tewerkstelling als verenigingswerker voorafgaat en voor zover de in rekening genomen prestaties niet bestaan uit gelijkgestelde prestaties van gedeeltelijke onderbreking van de loopbaan of tijdskrediet in een systeem met een tussenkomst van de RVA of van de bevoegde regionale dienst;2° gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de tewerkstelling als verenigingswerker voorafgaat zijn bezigheid behoort tot een ander pensioenstelsel dan dat der werknemers of dat der zelfstandigen, dat gevestigd is door of krachtens een wet, een provinciaal reglement of door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, en hij heeft een totale tewerkstelling die minimaal gelijk is aan 4/5e van een voltijdse aanstelling, of, zo het prestaties in het dag- of avondonderwijs betreft, overeenkomt met ten minste 8/10 van het uurrooster voorzien voor de toekenning van een volledige vergoeding;3° hij oefent gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de tewerkstelling als verenigingswerker voorafgaat een beroepsbezigheid uit als zelfstandige en zijn op die grond verschuldigde voorlopige socialezekerheidsbijdragen worden ten minste berekend op basis van het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen of desgevallend worden berekend op basis van een lager bedrag waarbij de zelfstandige evenwel wordt geacht een bijdrage betaald te hebben die minstens gelijk is aan de bijdrage bedoeld bij genoemd artikel 12, § 1, tweede lid.
Om te voldoen aan de minimale tewerkstelling van 4/5e van een voltijdse job van een referentiepersoon als bedoeld in 1° wordt voor de berekening in het kwartaal T-3 rekening gehouden met alle door de werkgever betaalde periodes en alle niet door de werkgever betaalde periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst, als bedoeld in de artikelen 30, 31, 33, 34, 34bis, 34ter, 39, 40, 45, 47 en 51 tot en met 60 van het
koninklijk besluit van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten2 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
Worden met gewerkte dagen gelijkgesteld, de dagen gedekt door uitgestelde bezoldiging betaald door de departementen onderwijs van de Gemeenschappen voor tijdelijke werknemers of, voor degenen die hier niet van kunnen genieten, door de werkloosheidsuitkeringen betaald door de RVA met vrijstelling van het zoeken naar werk gedurende de zomervakantie.
Voor de berekening van de geleverde arbeidsprestaties in het kwartaal T-3 wordt geen rekening gehouden met prestaties: a) geleverd in het kader van een flexi-job als bedoeld in artikel 3, 1°, van de
wet van 16 november 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten6 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;b) als leerling als bedoeld in artikel 1 van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;c) als student als bedoeld bij titel VII van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, voor de aangegeven 475 uren van tewerkstelling van een kalenderjaar overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;d) van werknemers als bedoeld in artikel 5bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;e) van gelegenheidswerknemers in land- en tuinbouw als bedoeld in artikel 2/1 van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;f) als gelegenheidswerknemer in de horeca als bedoeld bij artikel 31ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt een beroepsbezigheid in dienst van een internationale of supranationale instelling, waarvan België deel uitmaakt, gelijkgesteld met een beroepsbezigheid als werknemer, in de zin van § 1. § 3. De voorwaarde van 4/5 tewerkstelling in het referentiekwartaal T-3, waarvan sprake in § 1, is niet van toepassing indien de werknemer in het referentiekwartaal T-2 een gepensioneerde is als bedoeld in artikel 2, 5°, van deze wet of indien de prestaties worden geleverd in het kader van een traject van jongeren burgerdienst erkend door de bij decreet bepaalde erkenningsinstelling.
De hierboven vermelde trajecten mogen een maximale duur van één jaar hebben en zijn, na deze maximale periode, noch verlengbaar noch hernieuwbaar. § 4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de vigerende wetgeving rond werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag, brugpensioen en arbeidsongeschiktheid. Afdeling 2. - Schriftelijke overeenkomst inzake verenigingswerk
Art. 5.§ 1. Uiterlijk op het ogenblik van de effectieve aanvang van het verenigingswerk sluiten de verenigingswerker en de organisatie een schriftelijke overeenkomst, die desgewenst elektronisch kan zijn, die minstens volgende bepalingen bevat: a) de identiteit van de verenigingswerker en de betrokken organisatie geïdentificeerd met het KBO-nummer;b) het opschrift "overeenkomst inzake verenigingswerk";c) het voorwerp van de overeenkomst met een algemene omschrijving van de beoogde activiteiten;d) de plaats en de omvang van het verenigingswerk;e) de bepaalde duur van de overeenkomst, die maximaal één jaar bedraagt;f) de vergoeding voor het verenigingswerk;h) de verzekeringen die in het kader van het verenigingswerk werden afgesloten;i) de eventuele beëindigingsmodaliteiten, zoals door de partijen overeengekomen;j) de eventueel toepasselijke regels inzake deontologie;k) de bevestiging dat de verenigingswerker alle noodzakelijke inlichtingen en veiligheidsvoorschriften van de organisatie heeft verkregen op het vlak van de risico's verbonden aan het verenigingswerk, alsmede de verbintenis van de verenigingswerker om deze na te leven. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, een model van standaardovereenkomst voor het verenigingswerk. § 2. Indien de overeenkomst inzake verenigingswerk bij aanvang van het leveren van de prestaties niet werd afgesloten, kan de activiteit niet worden beschouwd als verenigingswerk. De persoon die deze activiteit verricht, kan in dat geval niet worden beschouwd als verenigingswerker. § 3. De uitvoering van de overeenkomst inzake verenigingswerk wordt geschorst: 1° in geval van tijdelijke overmacht;2° tijdens de periode van zwangerschaps- en bevallingsrust en dit voor zover de verenigingswerker hierom verzoekt;3° tijdens de periode waarin het verenigingswerk niet nuttig kan worden uitgevoerd wegens ziekte of ongeval;4° tijdens de periode waarin het verenigingswerk niet nuttig kan worden uitgevoerd, ingevolge de toepassing van een geldend reglement of analoge regelgeving uitgevaardigd door de overheid, bevoegde organisatie of organiserende derde;5° ingevolge onvoorziene bijzondere omstandigheden. Tijdens deze periode van schorsing van de overeenkomst inzake verenigingswerk kan de betrokken verenigingswerker geen aanspraak maken op enige vergoeding. § 4. Tijdens de periode van schorsing behoudt elk van de partijen de mogelijkheid om een einde te stellen aan de overeenkomst inzake verenigingswerk met inachtneming van in de overeenkomst overeengekomen voorwaarden en modaliteiten. § 5. Behoudens de algemene wijzen waarop de verbintenissen teniet gaan, nemen de verbintenissen voortspruitende uit de door dit hoofdstuk geregelde overeenkomsten een einde: 1° door afloop van de termijn;2° door de wil van de partijen;3° door het overlijden van de verenigingswerker of het feit dat de activiteiten van de organisatie worden stopgezet;4° door overmacht. Afdeling 3. - Aansprakelijkheid van de verenigingswerker en de
organisatie Art. 6.Ingeval de verenigingswerker bij de uitvoering van de overeenkomst inzake verenigingswerk schade berokkent aan de organisatie of aan derden, is de organisatie burgerlijk aansprakelijk voor deze schade.
De verenigingswerker is enkel aansprakelijk in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout.
Op straffe van nietigheid mag niet worden afgeweken van de bij het eerste en het tweede lid vastgestelde aansprakelijkheid in het nadeel van de verenigingswerker.
De organisatie kan de vergoedingen en schadeloosstellingen die haar krachtens dit artikel verschuldigd zijn en die na de feiten zijn overeengekomen met de verenigingswerker of zijn vastgesteld door de rechter, inhouden op de vergoedingen toegekend krachtens deze wet. Afdeling 4. - Verzekering verenigingswerk
Art. 7.§ 1. De organisaties zoals vermeld in artikel 2 die onder meer krachtens artikel 6 van deze wet burgerlijk aansprakelijk zijn voor de schade die een verenigingswerker veroorzaakt, sluiten tot dekking van de risico's met betrekking tot het verenigingswerk een verzekeringscontract, dat ten minste de burgerlijke aansprakelijkheid van de organisatie dekt, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid. § 2. Bovendien sluiten dezelfde organisaties bedoeld in artikel 2 een verzekeringscontract ter dekking van de lichamelijke schade die wordt geleden door verenigingswerkers door ongevallen tijdens de uitvoering van het verenigingswerk of op weg naar en van deze activiteiten en door ziekten opgelopen als gevolg van het verenigingswerk. § 3. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor de categorieën van verenigingswerkers die Hij bepaalt, de dekking van het verzekeringscontract uitbreiden tot rechtsbijstand voor de in §§ 1 en 2 bedoelde risico's. § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de minimumgarantievoorwaarden vaststellen van de in dit artikel bedoelde verzekeringsovereenkomsten. Art. 8.In artikel 6 van het
koninklijk besluit van 12 januari 1984Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten3 tot vaststelling van de minimumgarantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/2005
pub.
29/08/2005
numac
2005022674
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de rechten van vrijwilligers
sluiten, wordt punt 1° aangevuld met de volgende zinssnede: ", alsmede op de door artikel 7, § 1, van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en versterking van de sociale cohesie, verplicht gestelde verzekering voor burgerrechtelijke aansprakelijkheid". Art. 9.Het verenigingswerk wordt geacht verricht te worden in het privéleven als bedoeld in het
koninklijk besluit van 12 januari 1984Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten3 tot vaststelling van de minimumgarantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven. Afdeling 5. - Welzijnsbescherming
Art. 10.§ 1. Het welzijn van de verenigingswerkers wordt door de organisatie bedoeld in artikel 2 nagestreefd door maatregelen die betrekking hebben op: 1° de arbeidsveiligheid;2° de bescherming van de gezondheid van de verenigingswerker op het werk;3° de psychosociale aspecten van het werk;4° de ergonomie;5° de arbeidshygiëne;6° de verfraaiing van de arbeidsplaatsen;7° de maatregelen van de organisatie inzake leefmilieu, wat betreft hun invloed op de punten 1° tot 6°. § 2. De organisatie bedoeld in artikel 2 treft rekening houdend met de omstandigheden waarin het verenigingswerk wordt verricht en de vereisten verbonden aan het verenigingswerk, de nodige maatregelen ter bevordering van het welzijn van de verenigingswerkers bij de uitvoering van de overeenkomst inzake verenigingswerk.
Daartoe past de organisatie de volgende algemene preventiebeginselen toe: a) risico's voorkomen;b) de evaluatie van risico's die niet kunnen worden voorkomen;c) de bestrijding van de risico's bij de bron;d) de vervanging van wat gevaarlijk is door dat wat niet gevaarlijk of minder gevaarlijk is;e) voorrang aan maatregelen inzake collectieve bescherming boven maatregelen inzake individuele bescherming;f) de aanpassing van de activiteit aan de mens, met name wat betreft de inrichting van de werkposten, en de keuze van de werkuitrusting en de begeleidingsmethoden, met name om de gevolgen daarvan voor de gezondheid te beperken;g) zo veel mogelijk de risico's inperken, rekening houdend met de ontwikkelingen van de techniek;h) de risico's op een ernstig letsel inperken door het nemen van materiële maatregelen met voorrang op iedere andere maatregel;i) de planning van de preventie en de uitvoering van het beleid met betrekking tot het welzijn van de verenigingswerkers bij de uitvoering van hun opdracht met het oog op een systeembenadering waarin onder andere volgende elementen worden geïntegreerd: techniek, organisatie van de begeleiding, begeleidingsomstandigheden, sociale betrekkingen en omgevingsfactoren tijdens de begeleiding;j) de verenigingswerker voorlichten over de aard van zijn werkzaamheden, de daaraan verbonden overblijvende risico's en de maatregelen die erop gericht zijn deze gevaren te voorkomen of te beperken: 1° bij de aanvang van het verenigingswerk;2° telkens wanneer dit in verband met de bescherming van het welzijn noodzakelijk is;k) het verschaffen van passende instructies aan de verenigingswerkers en het vaststellen van begeleidingsmaatregelen voor een redelijke garantie op de naleving van deze instructies;l) het voorzien in of het zich vergewissen van het bestaan van de gepaste veiligheids- en gezondheidssignalering tijdens de begeleiding, wanneer risico's niet kunnen worden voorkomen of niet voldoende kunnen worden beperkt door de collectieve technische beschermingsmiddelen of door maatregelen, methoden of handelswijzen in de sfeer van de organisatie. § 3. De organisatie bedoeld in artikel 2 bepaalt: a) de middelen waarmee en de wijze waarop het in § 2 bedoelde beleid inzake het welzijn van de verenigingswerkers bij de uitvoering van hun opdracht kan worden gevoerd;b) de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de personen belast met het toepassen van het beleid inzake het welzijn van de verenigingswerkers bij de uitvoering van hun opdracht. De organisatie past haar welzijnsbeleid aan in het licht van de opgedane ervaring, de ontwikkeling van de begeleidingsmethoden of de begeleidingsomstandigheden. § 4. De Koning kan de in § 1 bedoelde algemene preventiebeginselen nader omschrijven en nader uitwerken met toepassing van of ter voorkoming van specifieke risicosituaties. Art. 11.§ 1. Iedere verenigingswerker moet in zijn doen en laten op de plaats van het verenigingswerk, overeenkomstig zijn opleiding en de door de organisatie gegeven instructies, naar zijn beste vermogen zorg dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en deze van de andere betrokken personen.
Daartoe moeten de verenigingswerkers vooral, overeenkomstig hun opleiding en de door de organisatie gegeven instructies: 1° op de juiste wijze gebruik maken van machines, toestellen, gereedschappen, gevaarlijke stoffen, vervoermiddelen en andere middelen;2° op de juiste wijze gebruik maken van de persoonlijke beschermingsmiddelen die hun ter beschikking zijn gesteld en die na gebruik weer opbergen;3° de specifieke veiligheidsvoorzieningen van met name machines, toestellen, gereedschappen, installaties en gebouwen niet willekeurig uitschakelen, veranderen of verplaatsen en deze voorzieningen op de juiste manier gebruiken;4° de organisatie onmiddellijk op de hoogte brengen van iedere situatie waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid en de gezondheid met zich brengt, alsmede van elk vastgesteld gebrek in de beschermingssystemen;5° bijstand verlenen aan de organisatie zolang dat nodig is om haar in staat te stellen alle taken uit te voeren of aan alle verplichtingen te voldoen die met het oog op het welzijn van de verenigingswerkers bij de uitvoering van hun opdracht zijn opgelegd;6° bijstand verlenen aan de organisatie zolang dat nodig is, opdat de organisatie ervoor kan zorgen dat het arbeidsmilieu en de arbeidsomstandigheden veilig zijn en geen risico's opleveren voor de veiligheid en de gezondheid binnen hun activiteiten;7° op positieve wijze bijdragen tot het preventiebeleid dat wordt tot stand gebracht door de organisatie in het kader van de bescherming van de verenigingswerkers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, zich onthouden van iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag tijdens of naar aanleiding van het verenigingswerk en zich onthouden van elk wederrechtelijk gebruik van de toepasselijke procedures. § 2. De Koning kan de verplichtingen van de verenigingswerkers nader bepalen en verder uitwerken met toepassing van of ter voorkoming van specifieke risicosituaties. Afdeling 6. - Vergoeding van verenigingswerk
Art. 12.§ 1. De partijen bij het verenigingswerk kunnen, met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk, een vergoeding van verenigingswerk overeenkomen. Deze vergoeding omvat ook alle vergoedingen die de terugbetaling van kosten of verplaatsingen betreffen.
Het bedrag van deze vergoeding mag per kalenderjaar niet meer bedragen dan het bij artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalde bedrag. § 2. De vergoeding verkregen overeenkomstig § 1, de vergoeding overeenkomstig artikel 24, § 1, en de vergoeding verkregen overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 mogen gezamenlijk evenmin méér bedragen dan het bij artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalde bedrag. § 3. De vergoeding verkregen overeenkomstig § 1 en de vergoeding overeenkomstig artikel 24, § 1, mogen gezamenlijk per kalendermaand niet meer bedragen dan 1/12e van het bij artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalde bedrag. Afdeling 7. - Uitkeringsgerechtigde verenigingswerkers
Art. 13.Een uitkeringsgerechtigde werkloze mag met behoud van zijn uitkering een activiteit als verenigingswerker uitoefenen, indien hij dit vooraf en schriftelijk aangeeft bij het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, en op voorwaarde dat het gaat om een loutere voortzetting van de uitvoering van een aflopende overeenkomst inzake verenigingswerk die reeds vóór de intrede van de werkloosheid effectief werd uitgevoerd. Art. 14.Artikel 13 geldt eveneens voor personen die ressorteren onder het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Art. 15.In artikel 100, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 13 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/07/2006
pub.
01/09/2006
numac
2006022848
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet houdende diverse bepalingen inzake beroepsziekten en arbeidsongevallen en inzake beroepsherinschakeling
type
wet
prom.
13/07/2006
pub.
16/11/2006
numac
2006023147
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de commissies en de beroepscommissies die bevoegd zijn inzake het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep
sluiten, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd: "Verenigingswerk in de zin van hoofdstuk 1 van titel 2 van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en versterking van de sociale cohesie, wordt niet beschouwd als werkzaamheid, voor zover de adviserende geneesheer vaststelt dat deze activiteiten verenigbaar zijn met de algemene gezondheidstoestand van de betrokkene en deze activiteiten een loutere voortzetting zijn van de uitvoering van een aflopende overeenkomst inzake verenigingswerk, die reeds vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werd gesloten en effectief uitgevoerd.". Art. 16.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 juni 2007, wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende: "Verenigingswerk in de zin van hoofdstuk 1 van titel 2 van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en versterking van de sociale cohesie wordt niet beschouwd als een beroepsbezigheid, voor zover de adviserend geneesheer vaststelt dat deze activiteiten verenigbaar zijn met de algemene gezondheidstoestand van de betrokkene en deze activiteiten een loutere voortzetting zijn van de uitvoering van een aflopende overeenkomst inzake verenigingswerk, die reeds vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werd gesloten en effectief uitgevoerd.". Afdeling 8. - Bijzondere voorwaarden ter voorkoming van omzetting van
reguliere arbeid in verenigingswerk Art. 17.Het leveren van prestaties inzake verenigingswerk is niet toegestaan indien de organisatie bedoeld in artikel 2 en de betrokken verenigingswerker tijdens een periode van 1 jaar, voorafgaand aan het begin van de prestaties inzake verenigingswerk door een arbeidsovereenkomst, een statutaire aanstelling of een aannemingsovereenkomst waren verbonden. Het is evenmin toegestaan indien de verenigingswerker werd tewerkgesteld door de organisatie in het kader van een overeenkomst gesloten in toepassing van de
wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/07/1987
pub.
13/02/2007
numac
2007000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Dit verbod is evenwel niet van toepassing indien tijdens dezelfde periode tussen de organisatie en de betrokken verenigingswerker een arbeidsovereenkomst in de zin van titel VII van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten gold of wanneer de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen ingevolge pensionering. Art. 18.Het leveren van prestaties inzake verenigingswerk is niet toegestaan, indien de verenigingswerker een werknemer vervangt die in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst inzake verenigingswerk in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest. Afdeling 9. - Elektronische aangifte van het verenigingswerk
Art. 19.§ 1. De organisatie die beroep doet op de verenigingswerker moet een elektronische toepassing gebruiken die, voor ieder van deze personen, het exacte moment van begin en einde van de prestaties en de er aan verbonden vergoeding registreert en bijhoudt.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, de identificatiegegevens van de hierboven vermelde personen alsook de aan te geven prestatie- en vergoedingsgegevens.
Voor zover de plicht tot elektronische aangifte zoals door de Koning bepaald is ingevoerd, is dit hoofdstuk enkel van toepassing indien deze aangifte voor de aanvang van de prestaties gebeurde en indien er op het moment van de aangifte volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten geen foutmelding wordt gesignaleerd door het systeem die aangeeft dat niet aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 5 is voldaan voor de persoon voor wie de aangifte is verricht. § 2. De gegevens verzameld overeenkomstig paragraaf 1 zijn sociale gegevens van persoonlijke aard als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de
wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid. Ze worden door de toepassing overgemaakt aan een databank die door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid wordt bijgehouden en die in deze verantwoordelijk is voor de verwerking van gegevens overeenkomstig artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
De binnen de toepassing van deze wet verzamelde gegevens worden via elektronische weg overgemaakt aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen en aan de Federale Overheidsdienst Financiën zodat deze ze kunnen verwerken. Ze mogen deze ook verwerken en vergelijken met andere gegevens om hun andere wettelijke bevoegdheden uit te oefenen.
Onverminderd de toepassing van artikel 14 van de
wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1 betreffende de oprichting en organisatie van een Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid kunnen de sociale inspecteurs en de instellingen voor sociale zekerheid, onder voorbehoud van voorafgaande toestemming van de afdeling Sociale zekerheid van het sectoraal comité voor sociale zekerheid en gezondheid als bedoeld in artikel 37 van de genoemde
wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1, de gegevens raadplegen die zijn opgenomen in de verwerking uitgevoerd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en deze onder elkaar uitwisselen en gebruiken binnen het kader van hun wettelijke bevoegdheden.
Sociale inspecteurs kunnen op eigen initiatief of op verzoek de in het eerste lid bedoelde gegevens doorgeven aan buitenlandse inspectiediensten. § 3 De Koning bepaalt, na raadpleging van de Commissie ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en modaliteiten waaronder de gegevens in de databank kunnen worden geraadpleegd door: 1° elke persoon bedoeld in artikel 2, 2° en 5°, voor zijn eigen prestaties;2° elke organisatie bedoeld in artikel 2, 3°. HOOFDSTUK 2. - Occasionele diensten tussen burgers Afdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° occasionele diensten tussen burgers: elke activiteit: a) die binnen de grenzen bepaald in dit hoofdstuk tegen vergoeding wordt verricht;b) die verricht wordt ten behoeve van één of meer natuurlijke personen, andere dan degene die de activiteit verricht en met wie of met wiens vennootschap de betrokkene niet is verbonden door een arbeidsovereenkomst, een statutaire aanstelling of een aannemingsovereenkomst;c) die wordt verricht door een natuurlijke persoon die eveneens gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsbezigheid uitoefent zoals bepaald in artikel 21;d) die niet berust op een loutere deelname aan activiteiten; En voor zover het winsten of baten betreft die, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit diensten, andere dan diensten die uitsluitend inkomsten genereren die overeenkomstig de artikelen 7, 17 of 90, eerste lid, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de belasting worden onderworpen, die door de belastingplichtige zelf worden verleend aan derden.
De prestaties die in het kader van de occasionele diensten tussen burgers zoals bedoeld in dit hoofdstuk kunnen worden verricht, zijn de volgende: 1. met naleving van de gemeenschapswetgeving: oppas van kinderen, oppas, gezinsondersteunende diensten, buitenschoolse kinderopvang en vakantieopvang, al dan niet georganiseerd in een privéwoning;2. met naleving van de regelgeving betreffende kwaliteitsvereisten voor het beroepshalve uitoefenen van die activiteiten: zorg voor zorgbehoevende personen;3. bijlessen, muziek-, teken-, knutsel- of techniekles in de privéwoning van de lesgever of in de woning van de opdrachtgever;4. sportlessen;5. kleine onderhoudswerkzaamheden aan of rondom de woning;6. hulp bij administratie en punctuele hulp bij kleine IT-problemen, met uitsluiting van professionele boekhouding;7. het onderhoud van grafzerken en andere herdenkingsplaatsen;8. ondersteuning van personen bij occasionele of kleine huishoudelijke taken in de woning van de gebruiker, met uitzondering van reguliere poetshulp, waarbij ondersteuning bij de grote kuis en ontruiming van de woning wel toegelaten is;9. hulp, ondersteuning en transport van personen: vergezellen van en gezelschap bieden aan de gebruiker en familieleden (naar afspraken, activiteiten of bij hem thuis);10. opziener van onroerende goederen;11. het zorgen voor, het passen op en het uitlaten van dieren.2° occasionele dienstenverrichter: elke natuurlijke persoon die een in 1° bedoelde activiteit verricht, die deze activiteit niet als zelfstandige verricht en die geen daden van oneerlijke concurrentie verricht of daaraan meewerkt ten opzichte van de werkgever of de werkgevers waarbij hij tewerkgesteld is. In afwijking van artikel 44 kunnen de hierboven vermelde activiteiten zoals bepaald onder punt 2 slechts met ingang van 1 juli 2018 met toepassing van deze titel worden uitgeoefend. Art. 21.§ 1. Dit hoofdstuk is enkel van toepassing voor zover de occasionele dienstenverrichter gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsactiviteit uitoefent, en dit overeenkomstig één van de volgende voorwaarden: 1° hij is in de hoedanigheid van werknemer tewerkgesteld bij één of meerdere werkgevers waarbij hij een totale tewerkstelling heeft die minimaal gelijk is aan 4/5e van een voltijdse job van een referentiepersoon van de sector waarin de 4/5e tewerkstelling wordt gepresteerd, en dit gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de prestaties als occasionele dienstenverrichter voorafgaat en voor zover de in rekening genomen prestaties niet bestaan uit gelijkgestelde prestaties van gedeeltelijke onderbreking van de loopbaan of tijdskrediet in een systeem met een tussenkomst van de RVA of van de bevoegde regionale dienst;2° gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de prestaties als occasionele dienstenverrichter voorafgaat, behoort zijn bezigheid tot een ander pensioenstelsel dan dat der werknemers of dat der zelfstandigen, dat gevestigd is door of krachtens een wet, een provinciaal reglement of door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, en hij heeft een totale tewerkstelling die minimaal gelijk is aan 4/5e van een voltijdse aanstelling, of, zo het prestaties in het dag- of avondonderwijs betreft, overeenkomt met ten minste 8/10e van het uurrooster voorzien voor de toekenning van een volledige vergoeding;3° hij oefent gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de tewerkstelling als verenigingswerker voorafgaat een beroepsbezigheid uit als zelfstandige en zijn op die grond verschuldigde voorlopige socialezekerheidsbijdragen worden ten minste berekend op basis van het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen of desgevallend worden berekend op basis van een lager bedrag waarbij de zelfstandige evenwel wordt geacht een bijdrage betaald te hebben die minstens gelijk is aan de bijdrage bedoeld bij het hogervermelde artikel 12, § 1, tweede lid.
Om te voldoen aan de minimale tewerkstelling van 4/5e van een voltijdse job van een referentiepersoon bedoeld in de bepaling onder 1° wordt voor de berekening in het kwartaal T-3 rekening gehouden met alle door de werkgever betaalde periodes en alle niet door de werkgever betaalde periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst, als bedoeld in de artikelen 30, 31, 33, 34, 34bis, 34ter, 39, 40, 45, 47 en 51 tot en met 60 van het
koninklijk besluit van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten2 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Worden met gewerkte dagen gelijkgesteld, de dagen gedekt door uitgestelde bezoldiging betaald door de departementen onderwijs van de Gemeenschappen voor tijdelijke werknemers of, voor degenen die hier niet van kunnen genieten, door de werkloosheidsuitkeringen betaald door de RVA met vrijstelling van het zoeken naar werk gedurende de zomervakantie.
Voor de berekening van de geleverde arbeidsprestaties in het kwartaal T-3 wordt geen rekening gehouden met prestaties: a) geleverd in het kader van een flexi-job als bedoeld in artikel 3, 1°, van de
wet van 16 november 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten6 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;b) als leerling als bedoeld in artikel 1 van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;c) als student als bedoeld bij titel VII van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, voor de aangegeven 475 uren van tewerkstelling van een kalenderjaar overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;d) van werknemers als bedoeld in artikel 5bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;e) van gelegenheidswerknemers in land- en tuinbouw als bedoeld in artikel 2/1 van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 1 …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.