📄 Wettekst
20 DECEMBER 2023. - Programmadecreet houdende diverse bepalingen bij de initiële begroting 2024 (1)
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het
decreet van 24 oktober 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/10/2008
pub.
12/11/2008
numac
2008029570
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap
sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap Artikel 1.In artikel 12, § 2, van het
decreet van 24 oktober 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/10/2008
pub.
12/11/2008
numac
2008029570
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap
sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap, gewijzigd bij het
decreet van 22 februari 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten5, wordt het derde lid opgeheven. Art. 2.In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het besluit van 28 juni 2012 en het
decreet van 11 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten6, wordt het eerste lid aangevuld met een punt 6°, luidend als volgt : " 6° vanaf 1 januari 2023, 1,9354 punten ; ».
Hetzelfde lid wordt aangevuld met een punt 7°, luidend als volgt : " 7° vanaf 1 januari 2024, 2,0627 punten. ». Art. 3.In artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 februari en 11 juli 2018, wordt paragraaf 1 aangevuld met een punt 12°, luidend als volgt : " 12° de tegemoetkoming van de werkgever in de daadwerkelijk toegekende maaltijdcheques, met inachtneming van de voorwaarden voorzien in artikel 19bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969, genomen ter uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en artikel 38/1, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;".
Dezelfde paragraaf wordt aangevuld met een punt 13°, luidend als volgt : " 13° de forfaitaire telewerkvergoedingen toegekend door de werkgever, met inachtneming van de plafonds en voorwaarden vastgelegd door de Federale Overheidsdienst Financiën en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. ». Art. 4.In artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 22 februari 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In paragraaf 1 worden de woorden " Het in aanmerking komend bedrag » vervangen door de woorden " Onverminderd § 5 wordt het in aanmerking komend bedrag » ;2° in paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het woord " réduite » in de Franse tekst wordt vervangen door het woord " réduit » ;b) het eerste lid wordt vervangen als volgt : " Voor zover dat de bezettingsduur van elke vaste betrekking ten minste 26 weken bedraagt, kan het saldo van het in aanmerking komend bedrag worden gerechtvaardigd door in aanmerking komende uitgaven in de zin van artikel 20 met betrekking tot andere werknemers bedoeld in artikel 9.». Art. 5.In het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029433
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
20/08/2003
numac
2003029413
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van de decreten van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen van 17 maart 1997 tot vaststelling van het statuut van de commissarissen bij de Hogescholen
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003029423
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten4 houdende diverse bepalingen betreffende de uitvoering van het
decreet van 24 oktober 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/10/2008
pub.
12/11/2008
numac
2008029570
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap
sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap, worden de artikelen 3 tot 5 alsook de tabellen gevoegd bij het besluit opgeheven. Art. 6.De artikelen 1, 3, tweede lid, 4 en 5 van dit decreet zijn van toepassing op de subsidies die toegekend worden vanaf 1 januari 2022.
De artikelen 2, eerste lid, en 3, eerste lid, zijn van toepassing op de subsidies die toegekend worden vanaf 1 januari 2023.
Artikel 2, tweede lid, is van toepassing op de subsidies die toegekend worden vanaf 1 januari 2024. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het
programmadecreet van 15 december 2021Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029433
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
20/08/2003
numac
2003029413
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van de decreten van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen van 17 maart 1997 tot vaststelling van het statuut van de commissarissen bij de Hogescholen
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003029423
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten6 houdende diverse bepalingen bij de begroting 2022 Art. 7.Artikel 3 van het
programmadecreet van 15 december 2021Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029433
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
20/08/2003
numac
2003029413
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van de decreten van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen van 17 maart 1997 tot vaststelling van het statuut van de commissarissen bij de Hogescholen
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003029423
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten6 houdende diverse bepalingen bij de begroting 2022 wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt : " De subsidies bedoeld in het eerste lid kunnen in 2023 en 2024 ook worden toegekend aan operatoren die geen erkenning of steun genieten in het kader van het cultuurbeleid, op voorwaarde dat zij de volgende cumulatieve voorwaarden naleven: 1° opgericht zijn in de vorm van een rechtspersoon;2° in hoofdzaak een culturele activiteit uitoefenen die valt onder de door de regering vastgestelde lijst van NACE-codes;3° een maatschappelijke zetel, een activiteitenzetel of een infrastructuur hebben op het grondgebied van een gemeente in het Franse taalgebied die na de overstromingen van juli 2021 door de Waalse Regering werd geclassificeerd als een door een ramp getroffen gemeente van categorie 1 of 2 ;4° zich ertoe verbinden gedurende ten minste vijftien jaar de culturele activiteit te behouden in de plaatsen die in orde worden gebracht dankzij de subsidie. In afwijking van het tweede lid kunnen de subsidies die toegekend worden aan de operatoren bedoeld in het derde lid uitsluitend de kosten dekken van het in orde brengen van de getroffen infrastructuur en vaste uitrusting, met inbegrip van werkzaamheden die na de overstromingen noodzakelijk of verplicht zijn geworden of van het bevorderen van de weerbaarheid in geval van overstromingen. ". Art. 8.Artikel 7 van dit decreet heeft uitwerking met ingang van 29 juni 2023. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het kader
decreet van 10 april 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten Art. 9.In artikel 35/1, van het kader
decreet van 10 april 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten, ingevoegd bij het
decreet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029433
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
20/08/2003
numac
2003029413
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van de decreten van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen van 17 maart 1997 tot vaststelling van het statuut van de commissarissen bij de Hogescholen
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003029423
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 14 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het bedrag van " 99.963.000 euro » vervangen door het bedrag van " 141.065.000 euro » ; 2° in het tweede lid wordt het bedrag van " 9.828.000 euro » vervangen door het bedrag van " 6.072.000 euro » ; Art. 10.In artikel 41 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029433
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
20/08/2003
numac
2003029413
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van de decreten van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen van 17 maart 1997 tot vaststelling van het statuut van de commissarissen bij de Hogescholen
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003029423
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bestaande leden worden samengebracht in een paragraaf 1;2° er wordt een paragraaf 2 ingevoegd,, luidend als volgt : " § 2.In afwijking van de artikelen 57, 61/3, 61/10 en 67 kan een operator van wie de creatieovereenkomst, de dienstenovereenkomst, de verspreidingsovereenkomst of de programmaovereenkomst niet worden verlengd, op zijn verzoek genieten van een verlenging van één jaar van zijn vervallen overeenkomst.
Het bedrag van de subsidie die toegekend wordt tijdens de verlenging bedoeld in het eerste lid wordt door de Regering vastgesteld. Het kan niet hoger zijn dan het bedrag toegekend tijdens het laatste jaar van de overeenkomst en moet uitsluitend worden gebruikt om : 1° verbintenissen na te komen die aangegaan zijn vóór de kennisgeving van de beslissing tot niet-verlenging;2° niet-geprovisioneerde opzeggingstermijnen en eventuele collectieve ontslagvergoedingen te financieren. ». HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet van de Franse Gemeenschap van 14 juli 1997 houdende het statuut van de " Radio-Télévision belge de la Communauté francaise (RTBF) Art. 11.Artikel 15 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 14 juli 1997 houdende het statuut van de " Radio-Télévision belge de la Communauté francaise (RTBF) wordt vervangen als volgt : " Art. 15. De Raad van bestuur verkiest een voorzitter en een vicevoorzitter die tot verschillende politieke groeperingen behoren.
De voorzitter en de vicevoorzitter wijzen elk een plaatsvervanger aan onder de leden van de Raad van Bestuur. ». Art. 12.Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : " Art. 16. § 1. Het vast comité is samengesteld uit de voorzitter, de vicevoorzitter van de Raad van bestuur of de bestuurders gekozen onder zijn leden of uit hun plaatsvervangers. De administrateur-generaal neem als gast deel aan het vast comité.
Het Vast Comité is belast met het onderzoek van de dossiers die aan de Raad van Bestuur moeten worden voorgelegd en van de opdrachten die hem door deze worden gedelegeerd. § 2. Het vast comité kan waarnemers op zijn vergaderingen uitnodigen.
Minstens vier keer per jaar nodigt het vast comité de directeurs-generaal uit om zijn werkzaamheden bij te wonen. ». Art. 13.In artikel 22, paragraaf 4, van hetzelfde decreet worden de woorden " 125.400.000 euro voor de periode 2018-2023 » vervangen door de woorden " 80.000.000 euro voor de periode 2024-2027 ». Art. 14.Artikel 32 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : " Art. 32. De informatie vervat in het verslag van de commissarissen is vertrouwelijk. Er worden vijf genummerde originele exemplaren opgemaakt waarvan één wordt verzonden naar de administrateur-generaal, één exemplaar aan de voorzitter van de Raad van bestuur, twee exemplaren aan de Commissarissen van de Regering en één exemplaar aan de vicevoorzitter van de Raad van bestuur. Het college van de commissarissen der rekeningen stelt zich borg voor de vertrouwelijkheid van deze informatie. De commissarissen der rekeningen, op verzoek van de voorzitter van de raad van bestuur, brengen een maal per jaar en vóór 30 juni, verslag uit voor de raad van bestuur. ». HOOFDSTUK 5. - Bepalingen betreffende het Wetenschappelijk Onderzoek Afdeling 1. - Het Bijzonder onderzoekfonds voor universiteiten
Art. 15.Artikel 1 van het
decreet van 30 januari 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten3 betreffende de financiering van onderzoek in de universiteiten wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : " Vanaf het jaar 2024 wordt een aanvullend bedrag van 4.000.000 euro toegevoegd aan het bedrag verkregen met toepassing van de vorige leden. Vanaf het jaar 2025 wordt dit bedrag geïndexeerd overeenkomstig het mechanisme bedoeld in het vijfde lid. ». Afdeling 2. - Steun aan clinici-onderzoekers
Art. 16.Artikel 1 van het
decreet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten0 betreffende het Onderzoek door het "Fonds national de la Recherche scientifique" wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : " Vanaf het jaar 2024 wordt een aanvullend bedrag van 194.000 euro dat toegewezen moet worden aan clinici-onderzoekers toegevoegd aan het bedrag verkregen met toepassing van de vorige leden. Vanaf het jaar 2025 wordt dit bedrag geïndexeerd overeenkomstig het mechanisme bedoeld in het vijfde lid. ». Afdeling 3. - Erkenning van de onderzoeksopdracht in Hogeschool
Art. 17.In het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen wordt een artikel 7quinquies toegevoegd, luidend als volgt : " Artikel 7quinquies. § 1. Elk jaar wordt aan de hogescholen een bedrag van één miljoen euro toegekend in het kader van de toekenning van onderzoeksopdrachten aan één of meer leden van hun personeel.
Vanaf 2025 wordt dit bedrag geïndexeerd overeenkomstig artikel 9bis van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen.
Dit bedrag wordt verdeeld volgens de verdeelsleutel bedoeld in artikel 17 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen.
Volgens de data en nadere regels vastgelegd door de Regering dienen de inrichtende machten hun financieringsaanvragen in bij de Administratie belast met het Hoger Onderwijs, waarin zij, met bewijsstukken, aantonen dat zij eveneens de voorwaarden en de procedure uiteengezet in paragraaf 4 naleven alsook de lijst van personeelsleden die een onderzoeksopdracht hebben gekregen. Deze lijst specificeert het volume en de duur van de opdracht. § 2. De inrichtende macht van elke hogeschool kan de taak van de onderzoeksopdracht toevertrouwen aan een personeelslid dat houder is van een bachelor, master of doctoraat. Deze opdracht is niet gekoppeld aan een specifieke functie. Bij toewijzing van een onderzoeksopdracht aan een personeelslid benoemd of aangeworven in vast verband in de functie van hoogleraar of bureauhoofd, wordt laatstgenoemde vervangen naar rata van de tijdelijk vrijgekomen onderwijslast. § 3. De inrichtende macht, op voorstellen van de academische overheden van de Hogeschool, bepaalt de opdracht toegewijd aan de onderzoeksopdrachten. Deze wordt uitgevoerd voor volledige of onvolledige diensten, uitgedrukt in tienden. § 4. Elke hogeschool kan een oproep tot onderzoeksopdracht lanceren.
Naar aanleiding van voormelde oproep kan een lid van het onderwijzend personeel een kandidatuur indienen bij de academische overheden van de hogeschool.
De academische overheden van de hogeschool selecteren het/de onderzoeksproject(en) op basis van de volgende minimumcriteria, gespecificeerd in de oproep tot onderzoeksopdracht : 1° de wetenschappelijke kwaliteit van de projecten;2° hun maatschappelijke impact;3° hun kwaliteit inzake uitvoering. Indien de academische overheden van de hogeschool andere criteria willen toevoegen dan deze bedoeld in het tweede lid, worden deze meegedeeld aan de overlegorganen van de hogeschool.
De academische overheden van de hogeschool stellen aan de inrichtende macht het gedeelte van de opdrachtlast voor dat aan elk van de geselecteerde projecten toegewezen wordt.
Alle kandidaten worden ingelicht over de genomen beslissingen en over de voorwaarden voor de uitoefening van de onderzoeksopdracht. § 5. De Regering bepaalt de wijze waarop de duur vastgesteld kan worden alsook de nadere regels voor de verlenging of de stopzetting van een opdracht. § 6. Tijdens de periode van de onderzoeksopdracht blijft de leerkracht-onderzoeker titularis van zijn betrekking en van zijn initiële functie.
Na de onderzoeksopdracht oefent het personeelslid opnieuw zijn onderwijsopdracht uit.
De uren toegewijd aan de onderzoeksopdracht kunnen geen aanleiding geven tot een vacante betrekking. ». Afdeling 4. - Financiering van de deelname aan bijeenkomsten van
uitwisselingen tussen onderzoekers in het kader van hun onderzoekswerk Art. 18.In artikel 104, § 2, eerste lid, van het decreet van 20 juli 2002 houdende diverse bepalingen inzake hoger onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en wetenschappelijk onderzoek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 3° wordt vervangen als volgt : " 3° een bedrag van 147.000 euro wordt verdeeld over de universiteiten volgens de verdeelsleutel bepaald in artikel 6 van het
decreet van 30 januari 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten3 betreffende de financiering van onderzoek in de universiteiten » ; 2° 4° tot 8° worden opgeheven. HOOFDSTUK 6. - Bepalingen betreffende het Hoger Onderwijs Afdeling 1. - Steun aan instellingen voor hoger onderwijs die
deelnemen aan een Europese alliantie Art. 19.Vanaf het begrotingsjaar 2024 en tot het begrotingsjaar 2027 wordt een jaarlijkse subsidie van een bedrag van 534.000 euro toegekend om de deelname aan "netten van Europese universiteiten" van de instellingen voor hoger onderwijs bedoeld in de artikelen 10 tot 13 van het
decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten1 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies.
De subsidie is bedoeld om de instellingen voor hoger onderwijs te ondersteunen die deelnemen aan een Europees alliantieproject dat is geselecteerd via een van de Erasmus+-oproepen voor projecten die door de Europese Commissie in 2021, 2022 en 2023 zijn gelanceerd en die zich richten op de oprichting of versterking van netten "van Europese Universiteiten".
Met de subsidie kunnen de geselecteerde instellingen voor hoger onderwijs 1° hun betrokkenheid en zichtbaarheid in de netten van "Europese universiteiten" behouden";2° coördinatieactiviteiten en alliantie-acties organiseren;3° bijdragen tot de internationalisering van het hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap. De begunstigde instelling verbindt zich ertoe: 1° activiteiten voor de uitwisseling van goede praktijken te organiseren tussen de instellingen van hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap en aan deze activiteiten deel te nemen;2° verspreidingsactiviteiten te organiseren op het werk van de alliantie in de Franse Gemeenschap;3° de deelname aan en de toetreding tot het project te vergemakkelijken door andere lokale actoren op een brede manier, buiten het hoger onderwijs. Art. 20.Het bedrag bedoeld in artikel 19 van dit decreet wordt jaarlijks verdeeld over de geselecteerde instellingen van hoger onderwijs en komt overeen met een cofinanciering van 20% van de totale in aanmerking komende kosten die de Europese Commissie voor elke alliantie vereist, gedeeld door : 1° het aantal partner instellingen voor hoger onderwijs gefinancierd binnen de alliantie;2° en door het aantal jaren betrokken bij de Europese subsidie. Voor de berekening van het bedrag dat aan elke betrokken instelling voor hoger onderwijs wordt toegekend, wordt de samenvatting van het Europees evaluatieverslag bedoeld in artikel 22, 1°, met inbegrip van de begrotingsbijlage, gegeven door elke instelling zo spoedig mogelijk en uiterlijk één maand na de ontvangst ervan door de coördinator van de alliantie bij ARES en de Administratie belast met het Hoger Onderwijs.
Bij integratie van een nieuwe instelling in een alliantie in 2024 wordt het bedrag van elke subsidie verlaagd naar rata van de beschikbare middelen. Art. 21.De subsidiabele uitgaven van instellingen voor hoger onderwijs die de subsidie ontvangen, zijn personeelskosten, algemene organisatie-, werkings- en uitrustingskosten.
Subsidiabele uitgaven dekken de periode vanaf 31 december van het begrotingsjaar waarin de subsidie werd toegekend tot en met 30 december van het daaropvolgende jaar.
Bedragen die niet door instellingen voor hoger onderwijs worden verantwoord, worden onverwijld aan de Franse Gemeenschap terugbetaald. Art. 22.De instelling die steun ontvangt uit hoofde van deze subsidie verbindt zich ertoe: 1° ARES en de administratie die belast is met het hoger onderwijs, zo snel mogelijk en uiterlijk één maand na ontvangst door dezelfde instelling te voorzien van evaluatieverslagen van de Europese Commissie met betrekking tot initiële, tussentijdse en definitieve evaluaties van het project van de alliantie, inclusief hun begrotingsbijlagen;2° ARES te voorzien van informatie met betrekking tot het project in het kader van de oproep "Europese Universiteiten", die als basis zou kunnen dienen voor het vullen van de website van ARES en sociale netwerken;3° een activiteitenverslag te verstrekken met daarin: een beschrijving van de werkzaamheden van de alliantie;de omschrijving van de activiteiten die de instelling binnen de alliantie verricht; toekomstige menselijke en materiële behoeften; de acties die zijn uitgevoerd om de activiteiten van de alliantie binnen de alliantie populair te maken bij het grote publiek en de academische gemeenschap, en die drie maanden na 30 december van de periode voor het rechtvaardigen van de uitgaven, naar ARES en de administratie die belast is met het hoger onderwijs worden gestuurd; 4° een globale rekening te verstrekken waarin de inkomsten en uitgaven met betrekking tot de activiteiten die onder deze subsidie vallen, worden weergegeven en die drie maanden na 30 december van de periode waarin de uitgaven worden verantwoord, naar de Administratie belast met het hoger onderwijs moet worden gestuurd. Art. 23.Er wordt een begeleidingscomité van de " Europese universiteiten » ingesteld. Dit is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Administratie van ARES, van de Administratie belast met het hoger onderwijs, van het Agentschap AEF-Europe en de Minister van Hoger Onderwijs, deze laatste zetelt als waarnemer.
Het comité vergadert ten minste één keer per jaar.
Het secretariaat van het comité wordt waargenomen door ARES. Het comité heeft als opdracht, in het bijzonder, het bespreken van de implementatie van de steun die door de subsidie wordt geboden en het bereiken van de doelstellingen ervan, het kennisnemen van de projecten die door de geselecteerde instellingen voor hoger onderwijs zijn ontwikkeld en het bijdragen aan toekomstige ontwikkelingen van het initiatief "Europese universiteiten".
Het begeleidingscomité is belast met het indienen bij de Regering van een evaluatie van de uitvoering van de aangeboden steun in het kader van de subsidie aan de geselecteerde instellingen van het hoger onderwijs en dit, uiterlijk 6 maanden na het einde van de periode van verantwoording van de uitgaven. Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 27 juli 1971 op de financiering
en de controle van de universitaire instellingen Art. 24.In artikel 29 van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : "Vanaf het jaar 2024 wordt een bedrag van 361.530 euro toegevoegd aan het bedrag verkregen met toepassing van de leden 1 tot 5, 7 en 11 tot 12. Vanaf het jaar 2025 wordt dit bedrag geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen bedoeld in paragraaf 4. » ; 2° § 2 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : "Vanaf het jaar 2024 wordt een bedrag van 843.570 euro toegevoegd aan het bedrag verkregen met toepassing van de leden 1 tot 5, 7 en 11 tot 12. Art. 25.In artikel 29, § 5bis, vijfde lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden " Université catholique de Louvain : 14.450.000 euro » worden vervangen door de woorden " Université catholique de Louvain : 16.742.000 euro » ; 2° de woorden " - Université Saint-Louis - Bruxelles : 2.292.000 euro. » worden opgeheven. Art. 26.In artikel 45, § 1, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° onder punt 2° worden de woorden " 30,33% »vervangen door de woorden " 32,96 % » ;2° 6° wordt opgeheven ». Afdeling 3. - Wijziging van het decreet van 9 september 1996
betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen Art. 27.In artikel 13, § 1, eerste lid, van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen, worden de woorden " Haute Ecole Galilée : 3,44 % ; » vervangen door de woorden " Haute Ecole Galilée : 1,16 % ; » en worden de woorden " Haute Ecole EPHEC : 1,51 % ; » vervangen door de woorden " Haute Ecole EPHEC : 3,79 % ; ». Art. 28.Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : "Vanaf het jaar 2024 wordt een bedrag van 648.900 euro toegevoegd aan het bedrag verkregen met toepassing van de leden 1 tot 4, 6, 7 en 10 tot 13. Vanaf het jaar 2025 wordt dit bedrag geïndexeerd overeenkomstig 9bis.. ». Afdeling 4. - Steun voor de "Academie voor Onderzoek en Hoger
Onderwijs " in het kader van de verder ontwikkeling van het e-Paysage platform Art. 29.Er wordt een subsidie van 3.800.000 euro toegekend aan ARES om de kosten van IT-ontwikkelingen die nodig zijn voor de implementatie van het e-Paysage softwareplatform voor de jaren 2023-2024 en 2024-2025 te kunnen dekken.
De subsidie wordt in één schijf uitbetaald, gestort in 2024.
Uiterlijk 15 september 2025 stuurt ARES aan de Minister van Hoger Onderwijs een verslag over de aanwending van de subsidie met bewijsstukken over de ontwikkelingen en deadlines die deze extra dotatie motiveren. Afdeling 5. - Steun voor universitaire infrastructuren
Art. 30.§ 1. De regering kan een subsidie verlenen aan universiteiten ter ondersteuning van investeringen in hun infrastructuur voor onderwijs- en onderzoeksactiviteiten. Daartoe worden ondersteund : 1° de renovatie- of bouwprojecten van infrastructuur;2° de aanschaffing van één of meer gebouwen door de universiteit;3° de tijdelijke huur van gebouwen voor de duur van de renovatie- of bouwwerken bedoeld in 1°. In dit verband wordt een trekkingsrecht van 15.000.000 euro als volgt verdeeld tussen de universiteiten : 1° de "Université de Liège" : 4.080.000 euro ; 2° de "Université catholique de Louvain" : 4.944.000 euro ; 3° de "Université libre de Bruxelles" : 3.742.500 euro ; 4° de "Université de Mons" : 1.218.000 euro ; 5° de "Université de Namur" : 1.015.500 euro. § 2. Uiterlijk op 31 december 2024 dienen de universiteiten een subsidieaanvraag in bij de Administratie belast met het Hoger Onderwijs, waarin zij, met bewijsstukken, aantonen dat zij voldoen aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 3. § 3. De subsidie wordt toegekend en uitbetaald onder voorbehoud van het aantonen van de volgende voorwaarden: 1° de projecten gefinancierd op basis van de subsidie bedoeld in paragraaf 1 worden door de universiteiten op hun kosten, exclusief de subsidie bedoeld in paragraaf 1, medegefinancierd voor een bedrag dat minimaal gelijkwaardig is aan het bedrag dat wordt toegekend uit de subsidie bedoeld in paragraaf 1 ;2° de door de universiteit voorgestelde renovatie- of bouwprojecten van infrastructuur of de aankoop van een of meer gebouwen moeten in de eerste plaats betrekking hebben op infrastructuren die bestemd zijn voor onderwijs- en onderzoeksactiviteiten.Komen niet in aanmerking voor de subsidie, de infrastructuur die huisvesting biedt aan studenten en infrastructuur waarin voornamelijk cafetaria's en restaurants zijn gevestigd; 3° de huur van één of meer gebouwen wordt gefinancierd voor de duur van renovatie- of bouwwerken aan enig gebouw, en voor een periode die de periode gedekt door de subsidie bedoeld in 5° niet overschrijdt;4° de door de universiteit voorgestelde renovatie- of bouwprojecten van infrastructuur of de aankoop van één of meerdere gebouwen maken deel uit van haar klimaattransitieplan en een vastgoedstrategie;5° de universiteit betaalt de ontvangen bedragen uit binnen 36 maanden na toekenning van de subsidie;6° de universiteit toont aan dat het renovatie- of bouwproject bijdraagt tot de verbetering van haar installaties om de groei van de studentenbevolking op te vangen en bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen vermeld in artikel 2 van het
decreet van 1 juli 2021Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten8 houdende organisatie van een coördinatie en een versterking van acties van de Franse Gemeenschap ten gunste van een ecologische transitie;7° de universiteit toont aan dat het renovatie- of bouwproject voldoet aan het beginsel bedoeld in artikel 17 van de Verordening (EU) 2020/852 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van de Verordening (EU) 2019/2088, dat bestaat uit het niet veroorzaken van significante schade aan een of meer milieudoelstellingen bedoeld in artikel 9 van die verordening;8° de subsidie bedoeld in paragraaf 1 moet het mogelijk maken de investeringen van de universiteit te vergroten en te versnellen.De vastgoedstrategie bedoeld in 4° benadrukt de stijging van de geplande investeringen en de voortgang van het initiële voorlopig tijdschema dankzij de toekenning van de subsidie bedoeld in paragraaf 1; 9° bij een sloop-/wederopbouwproject van infrastructuur toont de universiteit aan dat de geplande werken het mogelijk maken om de Q-ZEN-standaard te behalen.Bij een grote renovatie van de infrastructuur toont de universiteit aan dat de geplande werken het mogelijk maken een primaire energiebesparing van minimaal 30 procent te realiseren; 10° bij bouw of sloop/herbouw van infrastructuur verbindt de universiteit zich ertoe een reflexieve aanpak te hanteren bij het delen van ruimte met derden met betrekking tot de infrastructuur waarop de werken betrekking hebben.Ze beschrijft de wijze waarop het delen wordt beoogd.
De subsidiabele uitgaven zijn : 1° de totale kosten van de werken zoals meegedeeld aan de aannemer bij de toewijzing van de opdracht voor de aanneming van werken, evenals de totale kosten van de diensten die bij de opdracht voor de aanneming van werken horen;2° het geheel of een deel van de aanschaffingsprijs van één of meer gebouwen;3° de kosten van de huur onder de voorwaarden voorzien in het eerste lid, 3°. § 4. Gedurende de periode bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 5°, en uiterlijk op 31 december van elk jaar, bezorgt de universiteit een verslag aan de Administratie belast met het Hoger Onderwijs. Dit verslag geeft een inventaris op van de investeringen, huur of aanschaffing die in de loop van het jaar zijn gedaan, gefinancierd uit de toegekende subsidie bedoeld in paragraaf 1. § 5. Binnen 6 maanden na het einde van de termijn bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 5°, bezorgt de universiteit een verslag aan de Administratie die belast is met het Hoger Onderwijs. Dit verslag bevat ten minste de volgende elementen : 1° een beschrijving van de infrastructuurrenovaties of -constructies die met de subsidie zijn gefinancierd, evenals de totale kosten voor het uitvoeren van deze renovaties of constructies;2° een beschrijving van de gebouwen die via de gehele of een deel van de subsidie zijn verworven, evenals hun aanschaffingswaarde;3° een verklaring op erewoord volgens dewelke de infrastructuur bedoeld in 1° en 2° bestemd is voor onderwijs- en onderzoeksactiviteiten;4° het bewijs dat de universiteit voor haar rekening projecten voor haar infrastructuur heeft medegefinancierd met uitsluiting van de subsidie bedoeld in het eerste lid, die tenminste gelijkwaardig is aan deze die door de subsidie wordt verleend;5° het aantonen dat de toegekende subsidie het mogelijk heeft gemaakt om de bestaande infrastructuur binnen een redelijke termijn te verbeteren en deel uitmaakt van een algemeen infrastructuurplan.De verbetering kan onder meer betrekking hebben op een verhoging van de energieprestatie van infrastructuur of een verbetering van de toegankelijkheid van de infrastructuur. § 6. In het kader van deze steun aan de universitaire infrastructuur delen de universiteiten aan de diensten van de regering hun vastgoedstrategie, gevalideerd door hun besluitvormingsorgaan, met als doel de inspanningen aan te tonen die zijn geleverd om de door de gewesten opgelegde doelstellingen op het gebied van koolstofneutraliteit te verwezenlijken. Afdeling 6. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 15
april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs Art. 31.Artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : " Voor de andere meester-assistent dan deze vermeld in het eerste lid, vormen in de hogeschool de docent, de werkleider, de hoogleraar en het hoofd van het studiebureau, ook de subsidiabele diensten voor de tijd die hij in een onderneming vanaf de leeftijd van 21, 22, 23 of 24 jaar doorgebracht heeft. In afwijking hiervan, kan deze periode niet 5 jaar overschrijden. ». HOOFDSTUK 7. - Bepalingen betreffende de jeugd Afdeling 1. - Steun aan jeugdbewegingen erkend door de Franse
Gemeenschap in het kader van de aankoop van tenten Art. 32.§ 1. Een bedrag van 300.000 euro wordt gedurende het jaar 2023 toegewezen aan jeugdbewegingen die erkend zijn in de Franse Gemeenschap, in overeenstemming met artikel 7 van het
decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/03/2009
pub.
10/06/2009
numac
2009029312
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties
sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties, teneinde om hen financieel te ondersteunen bij de aanschaf en het onderhoud van tenten.
De verdeling wordt vastgesteld als volgt : 1° 132.416,50 euro worden toegewezen aan de VZW Les Scouts ; 2° 60.033,33 euro worden toegewezen aan de VZW Les Guides Catholiques de Belgique ; 3° 56.407,26 euro worden toegewezen aan de VZW Fédération Nationale des Patros ; 4° 26.361,05 euro worden toegewezen aan de VZW Faucons rouges ; 5° 24.781.87 euro worden toegewezen aan de VZW Scouts et Guides Pluralistes.
Voor kosten in verband met reparatie en onderhoud van tenten kan een bedrag ter hoogte van maximaal 10% van de subsidie bedoeld in het tweede lid worden aangewend. § 2. Deze subsidie wordt in een unieke schijf uitbetaald.
De begunstigden van de subsidie zullen, ieder wat hen betreft, uiterlijk op 30 september 2024 bewijsstukken overleggen met betrekking tot alle subsidiabele uitgaven, namelijk de kosten van aanschaf en uitrusting van tenten, evenals accessoires die daarmee verband houden.
De begunstigden sturen hun bewijsstukken aan de Administratie die belast is met Jeugd. § 3. De Regering is bevoegd om de praktische nadere regels met betrekking tot de verantwoording van de uitgaven vast te stellen. Afdeling 2. - Schoolritmes
Art. 33.§ 1. In 2024 zal de regering subsidies toekennen in het kader van een oproep tot projecten aan de volgende begunstigden: 1° aan lokale groepen van jeugdbewegingen, zoals bedoeld in artikel 2, 14°, van het
decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/03/2009
pub.
10/06/2009
numac
2009029312
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties
sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties;2° aan gemeenten gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest in het Franse taalgebied;3° aan rechtspersonen of natuurlijke personen die door het Algemeen Commissariaat voor Toerisme van het Waalse Gewest erkende campings ter beschikking stellen en op voorwaarde dat deze gevestigd zijn op het grondgebied van het Waalse Gewest in het Franse taalgebied. De oproep tot projecten zal zich richten op de inrichting of renovatie van de infrastructuur van lokale groepen van jeugdbewegingen om de kwaliteit en capaciteit van de verblijfopvang te verbeteren. De subsidie zal geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op het bedrag van de geplande werken volgens de regels vastgesteld in de oproep tot projecten.
De subsidies zullen verdeeld worden rekening houdend met de volgende criteria : 1° de verbetering van de kwaliteit of de capaciteit van de opvang;2° de geschatte totale kosten van de werken;3° de milieueffecten van het geplande project. § 2. Het bedrag van de subsidie bedoeld in § 1 mag niet hoger zijn dan 30.000 euro per project.
De subsidies bedoeld in de paragrafen 1 worden uitbetaald in twee schijven, luidend als volgt : 1° een eerste schijf die overeenstemt met 70% van het bedrag van de subsidie, wordt gestort na de aanneming van het besluit tot toekenning van de subsidie;2° een tweede schijf die overeenstemt met 30% van het bedrag van de subsidie, wordt gestort na controle en validatie van de bewijsstukken waaruit blijkt dat de werken worden uitgevoerd. § 3. In het kader van de oproep tot projecten bedoeld in paragraaf 1 geven de begunstigden ten minste een gedetailleerde beschrijving van de geplande inrichting en infrastructuur en een begrotingsvooruitzicht.
De documenten worden ingediend bij de Administratie belast met Jeugd door middel van een elektronisch formulier. § 4. De Regering is bevoegd om de praktische nadere regels met betrekking tot de verantwoording van de uitgaven vast te stellen. HOOFDSTUK 8. - Bepalingen betreffende het Onderwijs Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van Boek 1, Titel VII,
Hoofdstuk II van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot uitbreiding van het gratis onderwijs in het gewoon en gespecialiseerd lager onderwijs Art. 34.In artikel 1.7.2-1, § 4, tweede en vierde lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden " de eerste twee » worden vervangen door de woorden " de eerste drie » ;2° de woorden " in de maturiteitsgraad I » worden vervangen door de woorden " in de maturiteitsgraden I en II ». Art. 35.In artikel 1.7.2-2, § 1, eerste en tweede lid, van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden " de eerste twee » worden vervangen door de woorden " de eerste drie » ;2° de woorden " in de maturiteitsgraad I » worden vervangen door de woorden " in de maturiteitsgraden I en II ». Afdeling 2. - Bepaling tot wijziging van Hoofdstuk VI van het decreet
van 17 juli 2003 betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden Art. 36.In artikel 7, § 1, eerste lid van het
decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029433
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
20/08/2003
numac
2003029413
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van de decreten van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen van 17 maart 1997 tot vaststelling van het statuut van de commissarissen bij de Hogescholen
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003029423
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen en/of van de fiets door de personeelsleden, worden de woorden " wanneer de afstand af te leggen tussen zijn woonplaats en de werkplaats minstens één kilometer bedraagt, recht op een bijdrage gelijk aan 0,15 euro per kilometer afgelegd met de fiets, naar boven afgerond" vervangen door de woorden" wanneer de afstand af te leggen tussen zijn woonplaats en de werkplaats minstens één kilometer bedraagt, recht op een vergoeding waarvan het bedrag, per kilometer afgelegd, naar boven afgerond, gelijk is aan het bedrag dat elk jaar voor het gebruik van de fiets vrijgesteld van belasting kan worden door de belastingdienst, met uitzondering van de volgende personeelscategorieën voor wie de tegemoetkoming gelijk is aan 0,15 euro per kilometer afgelegd met de fiets, naar boven afgerond : 1° personeelsleden en hoofden van instellingen van hogescholen, internaten die afhankelijk zijn van deze instellingen, hogere kunstscholen en het Hoger Instituut voor architectuur georganiseerd door de Franse Gemeenschap;2° gesubsidieerde personeelsleden en inrichtende machten van de onderwijsinstellingen van hogescholen, hogere kunstscholen en de hogere instituten voor architectuur gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;3° leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel en hoofden van instellingen van hogescholen, hogere kunstscholen en hogere instituten voor architectuur georganiseerd door de Franse Gemeenschap;». Afdeling 3. - Wijzigingsbepalingen betreffende de diensten voor
schoolherinschakeling Art. 37.In artikel 21 van het
decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten2 tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie, wordt het vierde lid vervangen als volgt : " Het geheel van deze structuren moet in staat zijn 400 minderjarigen, zoals bedoeld in het eerste lid, op te vangen. Er wordt verwacht dat het aantal opvangen zal toenemen afhankelijk van de extra toegekende begrotingsmiddelen. ». Art. 38.In artikel 27 van hetzelfde decreet wordt § 1 aangevuld met een lid, luidend als volgt : " Het team van elke dienst voor schoolherinschakeling integreert zowel een sociaal-educatieve dimensie als een educatieve dimensie. ». Art. 39.In artikel 36 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen als volgt : " Het team van de dienst voor schoolherinschakeling stelt met elke minderjarige en, voor zover mogelijk, met zijn ouders of de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent, een persoonlijk project op dat rekening houdt met de belevenissen van de minderjarige en integreert zowel een sociaal-educatieve dimensie als een educatieve dimensie.
Opdat de minderjarige zijn leerproces kan voortzetten met betrekking tot de basisvaardigheden of de vaardigheden en kennis bedoeld in de artikelen 16, 25 en 35 van het decreet "Opdrachten", werken de dienst voor schoolherinschakeling en de school actief samen. Dit project wordt regelmatig besproken met de minderjarige om er de evolutie van te beseffen en het aanpassen mogelijk te maken van de nagestreefde doelstellingen. De ouders worden op de hoogte gehouden van dit project. ». Art. 40.In artikel 17 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 mei 2014 tot uitvoering van de artikelen 23, 25, 26, 28, 30, 33 en 35 van het
decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
19/05/2003
numac
2003029260
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
29/04/2003
numac
2003027273
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de financiële incentives voor de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn
type
decreet
prom.
10/04/2003
pub.
23/05/2003
numac
2003029275
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
sluiten2 tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie, wordt paragraaf 1 aangevuld als volgt : " In afwijking van het eerste lid wordt de geïndexeerde jaarlijkse provisionele subsidie voor werkingskosten vastgesteld voor het jaar 2023, op 192.843,27 euro per dienst voor schoolherinschakeling. Het aanvullend bedrag van 58.250,00 euro wordt ten laste gebracht van de kredieten opgenomen in de begroting van het Onderwijs.
Vanaf 1 januari 2024 wordt de jaarlijkse provisionele subsidie bedoeld in het eerste lid vermeerderd met een indexeerbaar bedrag van 119.250,00 euro per dienst voor schoolherinschakeling. Het aanvullend bedrag wordt, voor 99.250,00 euro, ten laste gebracht van de kredieten opgenomen in de begroting van het Onderwijs en, voor 20.000,00 euro, van de kredieten opgenomen in de begroting van de Hulpverlening aan de jeugd.
De verhoging van de jaarlijkse subsidie heeft als doel : 1° een verhoging van de opvang voor elke dienst voor schoolherinschakeling;2° de versterking van de educatieve dimensie van de begeleiding die door elke dienst voor schoolherinschakeling wordt geboden;3° de verbetering van de samenwerking met actoren op school. Een opvolgings- en evaluatiemechanisme voor de elementen bedoeld in het vierde lid 4 wordt voorzien door de diensten van de regering. ». Art. 41.In artikel 20, § 1, van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste lid en het tweede lid, een lid ingevoegd, luidend als volgt : " In afwijking van het eerste lid wordt de provisionele subsidie voor werkingskosten in 2023 geïndexeerd. ». Afdeling 4. - Bepalingen betreffende de digitale vaardigheden in het
onderwijs voor het jaar 2023 Onderafdeling 1 : - Uitzonderlijke subsidies 2023 betreffende de digitale vaardigheden in het gewoon, gespecialiseerd, alternerend onderwijs en het …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.