← België

Besluit van de Vlaamse Regering over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering regelt de procedures voor de erkenning van woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers. Het bepaalt hoe deze voorzieningen en verenigingen erkend kunnen worden, zowel voor onbepaalde duur als voorlopig.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
19 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; - het decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013215 bron vlaamse overheid Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming sluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming, artikel 139/1, ingevoegd bij het decreet van 18 juni 2021, artikel 145, § 2, eerste lid, artikel 150, § 2, eerste lid en artikel 152, § 2, eerste lid. - het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, artikel 38, eerste en zesde lid, artikel 47, § 4, artikel 48, artikel 50, eerste lid, artikel 51, § 1, artikel 63, § 2, artikel 64, artikel 65, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2022, artikel 66, § 1, tweede en derde lid, § 2, tweede lid, en § 3, tweede en derde lid, artikel 67, tweede lid, artikel 68 en 69, artikel 72, vierde lid, gewijzigd bij het decreet van 1 december 2023, en zevende lid, en artikel 92. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 5 februari 2024. - De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies nr. 2024/045 gegeven op 23 april 2024. - De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft standaardadvies nr. 65/2023 gegeven op 24 maart 2023. - De Raad van State heeft advies 76.476/3 gegeven op 12 juni 2024, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Juridisch kader Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving: - het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 over het Departement Zorg;2° besluit van 19 oktober 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning;3° besluit van 28 juni 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;4° besluit van 15 maart 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een omzettingskalender aan pilootprojecten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning;5° centrum voor dagopvang: de bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, vermeld in artikel 13 en 14 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;6° centrum voor dagverzorging: een centrum voor dagverzorging als vermeld in artikel 23 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;7° centrum voor herstelverblijf: een centrum voor herstelverblijf als vermeld in artikel 28 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;8° centrum voor kortverblijf: een centrum voor kortverblijf als vermeld in artikel 25 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;9° dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds: een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds als vermeld in artikel 19 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;10° dienst voor gastopvang: een dienst voor gastopvang als vermeld in artikel 21 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;11° dienst voor gezinszorg: een dienst voor gezinszorg als vermeld in artikel 11 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;12° dienst voor oppashulp: een dienst voor oppashulp als vermeld in artikel 15 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;13° dienst voor thuisverpleging: een dienst voor thuisverpleging als vermeld in artikel 17 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;14° groep van assistentiewoningen: een groep van assistentiewoningen als vermeld in artikel 30 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;15° lokaal dienstencentrum: een lokaal dienstencentrum als vermeld in artikel 9 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;16° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg;17° overdracht van de erkenning: elke situatie waarbij het ondernemingsnummer van de initiatiefnemer aan wie de erkenning is verleend, wijzigt;18° secretaris-generaal: het hoofd van de administratie;19° vestiging: een of meer gebouwen die op dezelfde plaats liggen en die als woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf type 1 of centrum voor dagverzorging worden uitgebaat;20° Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, afgekort VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/2006 pub. 24/08/2006 numac 2006036190 bron vlaamse overheid Decreet tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden sluiten tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;21° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 33 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten. HOOFDSTUK 2. - Erkenningsprocedures Art. 2.Woonzorgvoorzieningen en verenigingen worden voor onbepaalde duur erkend. In afwijking van het eerste lid kunnen centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen of woonzorgcentra of, in voorkomend geval, een gedeelte ervan, waarvoor voor een eerste keer een erkenningsaanvraag wordt ingediend, voorlopig erkend worden voor een periode van een jaar met de mogelijkheid tot verlenging van een jaar. Tenzij dit besluit in een specifieke procedure voorziet, worden de bijkomende erkenningen, vermeld in artikel 43, 44, § 2, artikel 45 en 46 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, voor de erkenningsprocedure beschouwd als een erkenning als vermeld in het eerste lid. Tenzij dit besluit in een specifieke procedure voorziet, wordt de voorlopige toekenning van een bijkomende erkenning voor de erkenningsprocedure beschouwd als een voorlopige erkenning als vermeld in het tweede lid. Art. 3.Een woonzorgvoorziening of, in voorkomend geval, een gedeelte ervan, of een vereniging kan erkend of voorlopig erkend worden als de initiatiefnemer daarvoor bij de administratie een ontvankelijke aanvraag tot erkenning indient. De aanvraag wordt ingediend met het formulier dat de administratie daarvoor ter beschikking stelt. Woonzorgcentra, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1 en centra voor herstelverblijf, kunnen worden erkend of kunnen een bijkomende erkenning krijgen als de administratie daarvoor uiterlijk vijfenveertig dagen voor de gevraagde ingangsdatum van de erkenning, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, d), artikel 6, eerste lid, 1°, d), artikel 7, eerste lid, 1°, d), en artikel 8, eerste lid, 1°, d), een ontvankelijke aanvraag tot erkenning heeft ontvangen. Als er geen ontvankelijke aanvraag tot erkenning bij de administratie is ingediend binnen vijfenveertig dagen voor de aangevraagde ingangsdatum van de erkenning, gaat de erkenning op zijn vroegst in vijfenveertig dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke aanvraag tot erkenning ontvangen heeft. Art. 4.§ 1. Een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een woonzorgcentrum is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 52, § 1, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat: 1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat: a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de woonzorgvoorziening;b) afhankelijk van de soort woonzorgvoorziening, ofwel het aantal entiteiten waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, ofwel de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van de woonzorgvoorziening;c) de voor- en achternaam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;d) voor de centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1, centra voor herstelverblijf en woonzorgcentra: de gevraagde ingangsdatum van de erkenning;2° een plan van de gebouwen dat, per bouwlaag, de verschillende lokalen aanduidt en ook de afmetingen en de bestemming ervan;3° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;4° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en de woonzorgvoorziening uit te baten;5° een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat: a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;6° een verklaring dat het bewijs is ingestuurd dat de woonzorgvoorziening aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet;7° voor de lokale dienstencentra, de centra voor kortverblijf type 2 en de centra voor kortverblijf type 3: een omschrijving op welke wijze ze aan de erkenningsvoorwaarden voldoen op het ogenblik van de aanvraag;8° een verbintenis om binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan alle erkenningsvoorwaarden te voldoen;9° voor de lokale dienstencentra: a) de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio, waaronder minimaal een samenwerkingsovereenkomst met de sociale dienst van het OCMW van de gemeente waar het lokaal dienstencentrum gevestigd is, of met een centrum voor algemeen welzijnswerk dat actief is in de gemeente waar het lokaal dienstencentrum gevestigd is;b) de verschillende locaties waar het centrum zijn werking zal uitbouwen;10° voor de centra voor kortverblijf type 2 en de centra voor kortverblijf type 3: de samenwerkingsovereenkomsten, vermeld in artikel 73, eerste lid, en artikel 133, eerste lid, van bijlage 8 bij het besluit van 28 juni 2019;11° in voorkomend geval bij een eerste erkenning: een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten. De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 8°, bevat een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen. Een aanvraag tot erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1 of van een woonzorgcentrum, dat opgenomen is in de erkenningskalender die is vastgelegd ter uitvoering van artikel 4, § 2, van het besluit van 19 oktober 2018, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, wordt ingediend met een gevraagde ingangsdatum in het trimester die is vermeld in de toegekende erkenningskalender. De ontvankelijkheid van de ingediende aanvraag wordt beoordeeld op basis van het eerste lid, en artikel 3 van dit besluit. Een aanvraag tot erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor dagverzorging of een lokaal dienstencentrum, dat opgenomen is in de omzettingskalender die is vastgelegd ter uitvoering van artikel 7, § 2, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 5 van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, wordt ingediend met een gevraagde ingangsdatum in het trimester die is vermeld in de toegekende omzettingskalender. De ontvankelijkheid van de ingediende aanvraag wordt beoordeeld op basis van het eerste lid, en artikel 3 van dit besluit. § 2. Een aanvraag tot erkenning van een groep van assistentiewoningen is ontvankelijk als ze de volgende gegevens en stukken bevat: 1° alle gegevens en stukken, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11° ;2° een plan van de gemeente met aanduiding van de plaats waar de gebouwen zijn opgericht;3° een eigendomsbewijs of een bewijs van een zakelijk of een genotsrecht voor de gebouwen of, als het om sociale assistentiewoningen gaat, een kopie van de overeenkomst die de initiatiefnemer met de verhuurder van die woningen heeft gesloten voor de organisatie van de zorg voor de bewoners van die woningen. In het eerste lid wordt verstaan onder sociale assistentiewoning: een assistentiewoning die aan de bewoner wordt verhuurd op grond van een overeenkomst voor de verhuring van een sociale huurwoning met toepassing van boek 6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. § 3. Een aanvraag tot erkenning van een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang of een vereniging is ontvankelijk als ze de volgende gegevens en stukken bevat: 1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat: a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de woonzorgvoorziening of de vereniging;b) als dat van toepassing is: de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van de woonzorgvoorziening;c) een toelichting waarom de initiatiefnemer een woonzorgvoorziening of vereniging wil uitbaten;d) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;e) een omschrijving op welke wijze de woonzorgvoorziening of de vereniging aan de erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag, en een verbintenis om binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan al die erkenningsvoorwaarden te voldoen;f) een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat: a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;2° de statuten van de initiatiefnemer en eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;3° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en de woonzorgvoorziening of vereniging uit te baten;4° de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio;5° in voorkomend geval bij een eerste erkenning: een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten. De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°, e), bevat een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening of vereniging binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen. Een aanvraag tot erkenning van een dienst voor gezinszorg, die opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, van een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender. Art. 5.Een aanvraag tot bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 52, § 1, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, en als ze de volgende gegevens en stukken bevat: 1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat: a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van de dienst voor gezinszorg waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;b) de omschrijving van het werkingsgebied of de regio van het centrum voor dagopvang;c) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van het centrum voor dagopvang waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;2° een plan van de gebouwen dat, per bouwlaag, de verschillende lokalen aanduidt en ook de afmetingen en de bestemming ervan;3° de statuten van de initiatiefnemer en eventuele wijzigingen ervan in een gecoördineerde versie, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;4° de rechtsgeldige beslissing om de erkenning aan te vragen en het centrum voor dagopvang uit te baten;5° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat: a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;6° een omschrijving op welke wijze het centrum voor dagopvang aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen;7° het bewijs dat het centrum voor dagopvang aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet;8° de samenwerkingsovereenkomsten met relevante welzijns- en gezondheidsvoorzieningen uit de regio;9° een financieel plan als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten. De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 6°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor dagopvang binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen. Een aanvraag tot bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender. Art. 6.Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen overdag opvangt en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving of van centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die overdag personen opvangt die lijden aan een ernstige ziekte die aangepaste zorg vereist en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving, is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige planningsvergunning als vermeld in artikel 54, § 2, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat: 1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat door de administratie ter beschikking gesteld wordt en dat de volgende gegevens bevat: a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het centrum voor dagverzorging waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;b) het aantal verblijfseenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;c) de naam en kwalificatie van de eindverantwoordelijke;d) de gevraagde ingangsdatum van de bijkomende erkenning;2° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat: a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;3° de rechtsgeldige beslissing om de bijkomende erkenning of de wijziging van de capaciteit van de bijkomende erkenning aan te vragen;4° een omschrijving van de wijze waarop het centrum voor dagverzorging aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen. De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 4°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor dagverzorging binnen de termijn die gesteld wordt, aan die erkenningsvoorwaarden zal voldoen. Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of in voorkomend geval van een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender. Art. 7.Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1 om oriënterend kortverblijf aan te bieden, is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige planningsvergunning als vermeld in artikel 54, § 3, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat: 1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens en stukken bevat: a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het centrum voor kortverblijf type 1 waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;b) het aantal verblijfseenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;c) de naam en de kwalificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking van de woonzorgvoorziening;d) de gevraagde ingangsdatum van de bijkomende erkenning;2° de rechtsgeldige beslissing om de bijkomende erkenning als centrum voor oriënterend kortverblijf of de wijziging van de capaciteit ervan aan te vragen;3° een lijst van alle personeelsleden die al de volgende gegevens bevat: a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;4° een omschrijving op welke wijze het centrum voor kortverblijf type 1 aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen. De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 4°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het centrum voor kortverblijf type 1 binnen de termijn die gesteld wordt, aan die erkenningsvoorwaarden zal voldoen. Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf type 1, dat opgenomen is in de omzettingskalender, vermeld in artikel 1, 11°, van het besluit van 19 oktober 2018 of artikel 1, 12°, van het besluit van 15 maart 2019, of, in voorkomend geval, een onderdeel ervan, is ontvankelijk als de aanvraag wordt ingediend uiterlijk in het trimester waarin ze moet worden ingediend volgens de toegekende omzettingskalender. Art. 8.Een aanvraag voor de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum om gespecialiseerde zorg aan te bieden aan specifieke doelgroepen is ontvankelijk als de initiatiefnemer beschikt over een geldige planningsvergunning als vermeld in artikel 54, § 1, van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, en als de aanvraag de volgende gegevens en stukken bevat: 1° een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt en dat de volgende gegevens bevat: a) de identificatiegegevens van de initiatiefnemer en van het woonzorgcentrum waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;b) het aantal woongelegenheden waarvoor de bijkomende erkenning wordt aangevraagd;c) de naam en de kwalificatie van de directeur van het woonzorgcentrum;d) de gevraagde ingangsdatum van de erkenning;2° de statuten van de initiatiefnemer en de eventuele wijzigingen ervan, tenzij de initiatiefnemer een openbaar bestuur is;3° de rechtsgeldige beslissing om een bijkomende erkenning aan te vragen;4° een lijst van alle personeelsleden die de volgende gegevens bevat: a) de vermelding van de wekelijkse arbeidsduur en de kwalificatie van de personeelsleden, geordend per functie;b) de vermelding van de personeelsleden die langdurig afwezig zijn;c) in voorkomend geval een overzicht van de geplande aanwervingen;5° een omschrijving op welke wijze het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de aanvraag en een verbintenis om, binnen een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing, aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen. De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 5°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen het woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen. Art. 9.Als de aanvraag tot erkenning of tot bijkomende erkenning onontvankelijk is, meldt de administratie dat aan de initiatiefnemer binnen dertig dagen nadat ze de aanvraag heeft ontvangen. De administratie kan de voormelde termijn verlengen met maximaal zestig dagen. De administratie kan de initiatiefnemer om aanvullende informatie verzoeken. Na ontvangst van die inlichtingen begint er opnieuw een termijn als vermeld in het eerste lid, te lopen. Als de administratie de aanvullende informatie, vermeld in het tweede lid, niet ontvangt binnen dertig dagen na de datum van de verzending van het verzoek, vermeld in het tweede lid, wordt de erkenningsaanvraag onontvankelijk verklaard. De administratie kan die termijn verlengen als de initiatiefnemer daarom in een gemotiveerde aanvraag heeft verzocht. Art. 10.De beslissing van de secretaris-generaal waarin de erkenning of de bijkomende erkenning wordt verleend, wordt binnen 120 dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen, aan de initiatiefnemer bezorgd. De voormelde termijn van 120 dagen is niet van toepassing voor de erkenning van de diensten voor gezinszorg en de diensten voor oppashulp. De erkenningsbeslissing, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens: 1° de naam en het ondernemingsnummer van de initiatiefnemer;2° de naam en het adres van de woonzorgvoorziening of de vereniging;3° het erkenningsnummer;4° de ingangsdatum van de erkenning;5° als dat van toepassing is: de erkende capaciteit;6° als dat van toepassing is: de regio of het werkingsgebied van de woonzorgvoorziening of de vereniging. Een dienst voor gezinszorg wordt erkend op voorwaarde dat er 15.390 subsidiabele uren gezinszorg aan de dienst kunnen worden toegekend, conform artikel 49, achtste lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019. De erkenning wordt op zijn vroegst toegekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag is ingediend, en uiterlijk dertig dagen nadat de minister de subsidiabele uren gezinszorg, conform artikel 49, derde lid, van bijlage 2 bij het besluit van 28 juni 2019, heeft toegekend aan de erkende diensten voor gezinszorg. De aanvraag wordt vóór 1 september ingediend. Een dienst voor oppashulp wordt erkend op voorwaarde dat er 7000 subsidiabele uren oppashulp aan de dienst kunnen worden toegekend, conform artikel 30, derde lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019. De erkenning wordt op zijn vroegst toegekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag is ingediend en uiterlijk dertig dagen nadat de minister de subsidiabele uren oppashulp, conform artikel 30, eerste lid, van bijlage 3 bij het besluit van 28 juni 2019, heeft toegekend aan de erkende diensten voor oppashulp. De aanvraag wordt vóór 1 september ingediend. Een centrum voor kortverblijf type 1 of een woonzorgcentrum, of een onderdeel ervan, kan alleen worden erkend als het past binnen de vastgelegde begrotingskredieten. De Vlaamse Regering bepaalt het jaarlijkse maximale aantal te erkennen woongelegenheden in die centra. Art. 11.De initiatiefnemer wordt binnen 120 dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke erkenningsaanvraag heeft ontvangen, aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte gebracht van het voornemen van de secretaris-generaal om een erkenning of een bijkomende erkenning te weigeren. De termijn van 120 dagen, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor de erkenning van de diensten voor gezinszorg en de diensten voor oppashulp. Het voornemen, vermeld in het eerste lid, bevat uitleg over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om bij de administratie een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen conform artikel 71. Art. 12.Als de initiatiefnemer geen bezwaarschrift indient binnen dertig dagen nadat hij de aangetekende zending, vermeld in artikel 11, heeft ontvangen, wordt het voornemen van de secretaris-generaal, nadat die termijn is verstreken, van rechtswege geacht een definitieve weigeringsbeslissing van de secretaris-generaal te zijn. De administratie brengt de initiatiefnemer binnen dertig dagen nadat de voormelde termijn is verstreken, aangetekend met kennisgeving van ontvangst op de hoogte van de beslissing tot weigering om een erkenning of bijkomende erkenning toe te kennen. HOOFDSTUK 3. - Procedure voor de voorlopige erkenning van centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf type 1, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen of woonzorgcentra Art. 13.Artikel 4, § 1 en § 2, en artikel 6 tot en met 12 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorlopige erkenning. Art. 14.Gedurende de periode waarvoor een voorlopige erkenning is verleend, stelt de administratie een onderzoek in om te oordelen of de toepasselijke erkenningsvoorwaarden worden nageleefd. De administratie kan de initiatiefnemer om aanvullende documenten of inlichtingen verzoeken en een nader onderzoek ter plaatse laten instellen. Art. 15.De secretaris-generaal kan de voorlopige erkenning één keer aansluitend met een jaar verlengen als de administratie vaststelt dat niet alle erkenningsvoorwaarden worden nageleefd of als de initiatiefnemer minstens zestig dagen voor de dag waarop de voorlopige erkenning afloopt, een gemotiveerd verzoek indient om de voorlopige erkenning te verlengen. Voor de periode van voorlopige erkenning is verstreken, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van de beslissing over de verlenging van de voorlopige erkenning. Art. 16.Voor de periode van voorlopige erkenning is verstreken, wordt de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van de beslissing tot erkenning van het centrum voor dagverzorging, het centrum voor kortverblijf type 1, het centrum voor herstelverblijf, de groep van assistentiewoningen of het woonzorgcentrum, vermeld in artikel 10, of, in voorkomend geval, van het voornemen tot weigering van de erkenning, vermeld in artikel 11. Art. 17.Artikel 13 tot en met 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening. HOOFDSTUK 4. - Procedure om de erkenning te wijzigen op verzoek van de woonzorgvoorziening of vereniging Art. 18.§ 1. De initiatiefnemer dient bij de administratie een ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning in als de volgende gegevens wijzigen: 1° de naam of het adres van de woonzorgvoorziening of de vereniging;2° als dat van toepassing is: een vermindering van de erkende capaciteit;3° als dat van toepassing is: de regio en het werkingsgebied van de woonzorgvoorziening of de vereniging. Een aanvraag tot wijziging van de erkenning is ontvankelijk als ze ingediend wordt met een rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier dat de administratie ter beschikking stelt, en als ze een rechtsgeldige beslissing bevat met alle elementen voor de aangevraagde wijziging. Over de aanvraag tot wijziging van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Als de aanvraag tot wijziging van de erkenning van een dienst voor oppashulp gevolgen heeft voor de subsidiëring van die dienst, wordt die wijziging doorgevoerd met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning is ingediend. De aanvraag wordt voor 1 september ingediend. De wijziging van de erkenning van een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging of een centrum voor kortverblijf type 1 gaat op zijn vroegst in vijfenveertig dagen nadat de administratie een ontvankelijke aanvraag tot wijziging van de erkenning heeft ontvangen, als die aanvraag een wijziging van de erkende capaciteit betreft. § 2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening. HOOFDSTUK 5. - Overdracht van de erkenning Art. 19.De erkenning van een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor herstelverblijf en een groep van assistentiewoningen, die erkend zijn met toepassing van hoofdstuk 2 en 3, kan worden overgedragen als aan de volgende voorwaarden voldaan is: 1° uiterlijk vijfenveertig dagen voor de overdracht uitwerking heeft, wordt samen met de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, een afschrift van de overeenkomst over de overdracht van de woonzorgvoorziening aan de administratie bezorgd;2° de woonzorgvoorziening blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen of als niet aan alle erkenningsvoorwaarden voldaan wordt, verbindt de overnemer er zich toe om binnen een jaar na de datum van de uitwerking van de overdracht, aan die erkenningsvoorwaarden te voldoen;3° als dat van toepassing is: het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de overdracht van de exploitatie of het eigenaarschap van de activiteit die VIPA subsidieert;4° op het moment dat het afschrift van de overeenkomst wordt bezorgd conform punt 1°, is de rechtspersoon aan wie de erkenning van de woonzorgvoorziening wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. De verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°, omvat ook een stappenplan, waaruit blijkt op welke wijze, in welke fasen en met welke middelen de woonzorgvoorziening binnen de termijn die gesteld wordt, aan de erkenningsvoorwaarden zal voldoen. Het eerste en tweede lid zijn in voorkomend geval van overeenkomstige toepassing op de bijkomende erkenning van de woonzorgvoorziening. De aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt behandeld conform artikel 9 tot en met 12. Art. 20.§ 1. De erkenning van een dienst voor gezinszorg die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het urencontingent gezinszorg door verzorgend personeel en het aantal vte logistiek personeel en doelgroepwerknemers die aan die dienst zijn toegewezen, en, in voorkomend geval, de bijkomende erkenningen als centrum voor dagopvang, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgen. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt, als dat van toepassing is met inbegrip van de centra voor dagopvang;2° het urencontingent gezinszorg en het aantal vte logistiek personeel en doelgroepwerknemers die aan de dienst zijn toegewezen, worden volledig overgedragen aan de overnemer;3° de dienst blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid, is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. Als dat van toepassing is, voegt het centrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor dagopvang. De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk als de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen bekendmaakt aan alle erkende diensten voor gezinszorg die zorg en ondersteuning aanbieden in een van de gemeenten van het werkingsgebied van die dienst. Nadat de voormelde intentie is bekendgemaakt, hebben geïnteresseerde diensten minstens dertig dagen de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden. De overdracht van de erkenning van een dienst voor gezinszorg kan niet gekoppeld worden aan de overdracht van de erkenning van een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf type 1. De dienst voegt bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, de stukken die aantonen dat de procedure, vermeld in dit lid, is gevolgd. Het vijfde lid is niet van toepassing als de initiatiefnemer van de dienst die zijn erkenning wil overdragen, lid is van de rechtspersoon waaraan de erkenning wordt overgedragen en vertegenwoordigd is in het bestuur van die rechtspersoon. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in deze paragraaf, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. § 2. De bijkomende erkenning van een centrum voor dagopvang dat erkend is met toepassing van artikel 10 en dat aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan, los van de erkenning van de dienst voor gezinszorg, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het centrum aan de administratie bezorgt. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen centrum heeft verstrekt;2° het centrum blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid, is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. Als dat van toepassing is, voegt het centrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor dagopvang. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in deze paragraaf, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Art. 21.De erkenning van een dienst voor oppashulp die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren oppashulp dat aan die dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgen. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;2° het aantal subsidiabele uren oppashulp dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;3° de dienst blijft aan de erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. De overdracht van een erkenning is alleen mogelijk op voorwaarde dat de dienst de intentie om zijn erkenning over te dragen bekendmaakt aan alle erkende diensten voor oppashulp die hulp- en dienstverlening aanbieden in een van de gemeenten van het werkingsgebied van die dienst. Nadat de voormelde intentie is bekendgemaakt, hebben geïnteresseerde diensten minstens dertig dagen de tijd om daarover in overleg te gaan met de dienst. De dienst bezorgt vervolgens zijn gemotiveerde beslissing tot overdracht van de erkenning aan alle diensten die interesse betoonden. De dienst voegt bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, de stukken die aantonen dat de procedure, vermeld in dit lid, is gevolgd. Het vierde lid is niet van toepassing als de initiatiefnemer van de dienst die zijn erkenning wil overdragen, lid is van de rechtspersoon waaraan de erkenning wordt overgedragen en vertegenwoordigd is in het bestuur van die rechtspersoon. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Art. 22.De erkenning van een dienst voor thuisverpleging die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgt. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;2° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Art. 23.De erkenning van een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgt. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de hulp- en dienstverlening die de overgedragen dienst heeft verstrekt;2° het aantal vte dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Art. 24.De erkenning van een lokaal dienstencentrum dat erkend is met toepassing van artikel 10 en dat aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het dienstencentrum aan de administratie bezorgt. Een recht op subsidiëring van het lokaal dienstencentrum, vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen dienstencentrum heeft verstrekt;2° het dienstencentrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. Als dat van toepassing is, voegt het lokaal dienstencentrum bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het lokaal dienstencentrum. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Art. 25.De erkenning van een centrum voor kortverblijf type 2 of een centrum voor kortverblijf type 3 dat erkend is met toepassing van artikel 10 en dat aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van het centrum aan de administratie bezorgt. Een recht op subsidiëring van een centrum als vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die het overgedragen centrum heeft verstrekt;2° het centrum blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. Als dat van toepassing is, voegt het centrum voor kortverblijf type 2 of het centrum voor kortverblijf type 3 bij het afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, het bewijs van de goedkeuring van VIPA voor de vervreemding van het centrum voor kortverblijf type 2 of het centrum voor kortverblijf type 3. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Art. 26.De erkenning van een dienst voor gastopvang die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan samen met het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de dienst aan de administratie bezorgt. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen dienst heeft verstrekt;2° het aantal subsidiabele uren gastopvang dat aan de dienst is toegewezen, wordt volledig overgedragen aan de overnemer;3° de dienst blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. Art. 27.De erkenning van een vereniging voor mantelzorgers en gebruikers die erkend is met toepassing van artikel 10 en die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan op 1 januari worden overgedragen als de betrokken initiatiefnemers voor 1 september van het voorgaande jaar een afschrift van de overeenkomst tot overdracht van de vereniging aan de administratie bezorgt. Een recht op subsidiëring van een vereniging als vermeld in het eerste lid, kan conform het eerste lid worden overgedragen. Uit de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, blijkt dat al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° na de overdracht blijft de continuïteit verzekerd van de zorg en ondersteuning die de overgedragen vereniging heeft verstrekt;2° de vereniging blijft aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen. Op het moment van de indiening van het afschrift van de overeenkomst conform het eerste lid is de rechtspersoon aan wie de erkenning wordt overgedragen, rechtsgeldig opgericht. De aanvraag tot overdracht van de erkenning is ontvankelijk als ze alle elementen voor de aangevraagde overdracht, vermeld in dit artikel, bevat. Over de aanvraag tot overdracht van de erkenning wordt beslist conform artikel 9 tot en met 12. HOOFDSTUK 6. - Regels voor de erkenning van meerdere vestigingen van woonzorgcentra, centra voor kortverblijf type 1 en centra voor dagverzorging Afdeling 1. - Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1 Art. 28.Maximaal vier vestigingen die uitgebaat worden als een woonzorgcentrum en die op verschillende vestigingsplaatsen liggen, kunnen samen als één woonzorgcentrum worden erkend als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° alle vestigingen worden uitgebaat door dezelfde initiatiefnemer;2° alle vestigingen liggen in dezelfde gemeente of in gemeenten die aan elkaar grenzen;3° elke vestiging beschikt over een erkenning of een voorafgaande vergunning die is verleend met toepassing van artikel 38 of 52 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten;4° elke vestiging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en bijlage 11 bij het voormelde besluit, met uitzondering van de voorwaarden, vermeld in artikel 45, § 1, 1° en 2°, en artikel 46 van de voormelde bijlage;5° een directeur is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het woonzorgcentrum.Per vestiging fungeert een personeelslid als aanspreekpunt voor de dagelijkse leiding van de vestiging; 6° het woonzorgcentrum beschikt ten minste over onderhouds- en keukenpersoneel in de verhouding van één voltijdse functie voor vijftien bewoners;7° het woonzorgcentrum doet een beroep op een kwaliteitscoördinator. Art. 29.Als zich in minstens twee van de vestigingen die conform artikel 30 van dit besluit als één woonzorgcentrum worden erkend, ook vestigingen bevinden die als centrum voor kortverblijf type 1 worden uitgebaat, worden de vestigingen die als centrum voor kortverblijf type 1 worden uitgebaat, van rechtswege erkend als één centrum voor kortverblijf type 1 op voorwaarde dat die vestigingen beschikken over een erkenning of een voorafgaande vergunning die is verleend met toepassing van artikel 38 of 52 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten. Elke vestiging van het centrum voor kortverblijf type 1 voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, 9 en 12 van het besluit van 28 juni 2019, en deel 2 van bijlage 8 bij het voormelde besluit. Art. 30.§ 1. Als een erkenning als één woonzorgcentrum, vermeld in artikel 28, wordt verleend, zijn artikel 2, 3, 4, § 1, en artikel 7 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing. De aanvraag tot erkenning als één woonzorgcentrum vermeldt al de volgende gegevens: 1° welke vestigingen deel zullen uitmaken van het te erkennen woonzorgcentrum;2° voor elke vestiging de gegevens en de stukken, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, 8° en 11°. Met behoud van de toepassing van artikel 10, tweede lid, vermeldt de beslissing tot erkenning van het woonzorgcentrum de verschillende vestigingen waarvoor de erkenning geldt, en ook de erkende capaciteit per vestiging. Als artikel 29 van toepassing is, bevat de beslissing tot erkenning van het woonzorgcentrum, vermeld in het tweede lid, ook de beslissing tot erkenning van het centrum voor kortverblijf type 1 waarvan de vestigingen zich in het woonzorgcentrum bevinden, en de capaciteit per vestiging van dat centrum voor kortverblijf type 1. § 2. Voor de wijziging, de schorsing en de intrekking van een erkenning als vermeld in artikel 28 of 29 van dit besluit, en ook voor het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete zijn artikel 63 tot en met 72 van het Woonzorg decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/02/2019 pub. 03/05/2019 numac 2019030252 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de woonzorg sluiten, en artikel 18, artikel 44 tot en met 52, artikel 59 tot en met 62 en artikel 67 tot en met 72 van dit besluit van overeenkomstige toepassing. De wijziging, de schorsing en de intrekking van een erkenning als vermeld in artikel 28 of 29 van dit besluit, en ook het toezicht, de vermindering of terugvordering van subsidies en het opleggen van een administratieve geldboete kunnen worden toegepast op het erkende woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1, of op de afzonderlijke vestigingen ervan. Als voor een van de vestigingen van een centrum de erkenning wordt gewijzigd, geschorst of ingetrokken, of als de erkenning vervalt, wordt de beslissing tot erkenning van het centrum daarmee in overeenstemming gebracht. Art. 31.Als meerdere vestigingen als één woonzorgcentrum of één centrum voor kortverblijf type 1 zijn erkend met toepassing van artikel 28 of 29 van dit …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.