← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011, gesloten in het Paritair Comi

Kort samengevat

Deze wet verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend, die een sectoraal pensioenplan invoert voor werknemers in specifieke subsectoren van het goederenvervoer en de goederenbehandeling. Het doel is om een aanvullend pensioenstelsel te organiseren voor deze werknemers.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
24 MAART 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de inrichting van een sectoraal pensioenplan in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector voor goederenbehandeling voor rekening van derden (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de inrichting van een sectoraal pensioenplan in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector voor goederenbehandeling voor rekening van derden. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 24 maart 2015. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011 Inrichting van een sectoraal pensioenplan in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector voor goederenbehandeling voor rekening van derden (Overeenkomst geregistreerd op 3 november 2011 onder het nummer 106704/CO/140) Artikel 1.Toepassingsgebied § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers ressorterend onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en behorend tot de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of tot de subsector voor goederenbehandeling voor rekening van derden alsook op hun werknemers, conform het koninklijk besluit van 7 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007201532 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het vervoer en van het koninklijk besluit van 6 april 1995 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken sluiten, tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het vervoer en van het koninklijk besluit van 6 april 1995 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken (verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 mei 2007). § 2. Onder "subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden", wordt bedoeld de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en die zich inlaten met : 1° Het goederenvervoer over de weg voor rekening van derden door middel van een voertuig met of zonder motor voor hetwelk een vervoersvergunning vereist is die door de bevoegde overheid afgeleverd werd;2° Het goederenvervoer over de weg voor rekening van derden door middel van een voertuig met of zonder motor voor hetwelk geen vervoersvergunning vereist is;3° Het verhuren met chauffeur van voertuigen met of zonder motor bestemd voor het goederenvervoer ten lande, voertuigen voor dewelke een vervoersvergunning vereist is die door de bevoegde overheid afgeleverd werd;4° Het verhuren met chauffeur van voertuigen met of zonder motor bestemd voor het goederenvervoer ten lande, voertuigen voor dewelke geen vervoersvergunning vereist is. Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden de taxibestelwagens, met name de voertuigen waarvan het laadvermogen gelijk is aan of kleiner is dan 500 kilogrammen en uitgerust met een taximeter, beschouwd als voertuigen voor dewelke geen vervoersvergunning vereist is. § 3. Onder "subsector voor goederenbehandeling voor rekening van derden", wordt bedoeld de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en die, buiten de havenzones, zich inlaten met : 1° alle behandeling van goederen voor rekening van derden ter voorbereiding van het vervoer en/of ter afwerking van het vervoer, ongeacht het gebruikt vervoermiddel;2° en/of alle logistieke diensten ter voorbereiding van het vervoer van goederen voor rekening van derden en/of ter afwerking van dit vervoer, ongeacht het gebruikte vervoermiddel. Onder "logistieke activiteiten" wordt verstaan : ontvangst, opslag, weging, verpakking, etikettering, voorbereiding van bestellingen, beheer van voorraden of verzending van grondstoffen, goederen of producten in de verschillende stadia van hun economische cyclus, zonder dat er nieuwe halfafgewerkte of afgewerkte producten worden voortgebracht. Onder "voor rekening van derden" wordt verstaan : het uitvoeren van logistieke activiteiten voor andere natuurlijke of rechtspersonen en onder voorwaarde dat de ondernemingen die voor rekening van derden logistieke activiteiten uitoefenen op geen enkel ogenblik eigenaar van de betrokken grondstoffen, goederen of producten worden. Met ondernemingen die voor rekening van derden logistieke activiteiten uitoefenen worden gelijkgesteld de ondernemingen die bij verbonden vennootschappen van de groep grondstoffen, goederen of producten aankopen en deze grondstoffen, goederen of producten verkopen aan verbonden vennootschappen van de groep en in zoverre deze grondstoffen, goederen of producten tevens het voorwerp zijn van logistieke activiteiten. Onder "een groep van verbonden vennootschappen" wordt verstaan : de verbonden vennootschappen die tevens voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 11, 1°, van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten betreffende het Wetboek van vennootschappen. Het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek is niet bevoegd voor de ondernemingen die voor rekening van derden uitsluitend logistieke activiteiten uitoefenen en de daarmee gelijkgestelde ondernemingen wanneer deze logistieke activiteiten een onlosmakelijk onderdeel vormen van een productie- of handelsactiviteit waarbij deze logistieke activiteiten opgenomen zijn in de bevoegdheid van een specifiek paritair comité. § 4. Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en arbeidsters, aangegeven in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op : a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 035;b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract". Art. 2.Begrippen Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder "sociaal fonds" : het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek" opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juli 1973 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen met motorvoertuigen" en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 december 1973 (Belgisch Staatsblad van 15 januari 1974), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 1993, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 april 1994 (Belgisch Staatsblad van 16 juni 1994) en gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 houdende wijziging van de benaming van het "Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen met voertuigen" in "Sociaal Fonds voor het goederenvervoer en aanverwante activiteiten voor rekening van derden" en wijziging van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 november 1999 (Belgisch Staatsblad van 28 december 1999), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2004, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 augustus 2005 (Belgisch Staatsblad van 23 november 2005), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 2007 betreffende de wijziging van de benaming van het "Sociaal Fonds voor het goederenvervoer en aanverwante activiteiten voor rekening van derden" in "Sociaal Fonds Transport en Logistiek" en door de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011 tot wijziging van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds Transport en Logistiek". Art. 3.Voorwerp Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van het sectorakkoord 2007-2008, dat op 5 juni 2007 gesloten werd tussen de ondertekenende representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en hernomen werd in het protocolakkoord van 16 juli 2009 om voor de werkgevers bepaald in artikel 1 van deze overeenkomst en hun werknemers die aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement van het pensioenstelsel voldoen, een sectoraal pensioenstelsel te organiseren in overeenstemming met de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van de pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, afgekort WAP. Het reglement van het sectoraal pensioenstelsel is als bijlage nr. 1 gevoegd bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 4.Inrichter Het sociaal fonds wordt aangeduid als de inrichter van het sectoraal pensioenstelsel. Het sociaal fonds treedt aldus op als inrichter in de zin van de WAP van het sectoraal pensioenstelsel en staat in voor de pensioentoezegging vastgesteld in het pensioenreglement in bijlage ten aanzien van de aangeslotenen en hun begunstigden. Art. 5.Bijdrage De bijdragen betreffende het sectoraal pensioenstelsel worden geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, RSZ, bij alle werkgevers behorend tot de RSZ-categorie 083 waarop deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, voor zover zij niet beoogd worden door de opting out clausule bepaald in artikel 6 hieronder, voor al hun werknemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement. Het bedrag van de bijdrage en de nadere modaliteiten ervan worden bepaald in bijlage nr. 2 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid stort de geïnde en ingevorderde bijdragen aan de inrichter van het sectoraal pensioenstelsel met het oog op de financiering, het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel. De inrichter stort de nodige bijdragen aan de pensioeninstelling bepaald in artikel 8 hieronder. Art. 6.Opting out Volgens de voorwaarden van bijlage nr. 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst en met inachtneming van de toepasselijke bepalingen van de WAP, mogen werkgevers die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst vallen, de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel, zelf organiseren voor al hun werknemers in één of meerdere ondernemingspensioenstelsels op het niveau van de onderneming. Wanneer een werkgever meerdere ondernemingen of zetels heeft die allen gekend zijn onder eenzelfde immatriculatienummer en behoren tot de categorie 083 bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, is vereist dat zijn ondernemingspensioenstelsel(s) van toepassing is (zijn) op alle werknemers tewerkgesteld in al deze ondernemingen of zetels. Art. 7.Voordelen De voordelen van het sectoraal pensioenstelsel worden bepaald in het pensioenreglement dat gehecht is als bijlage nr. 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. Alle voorwaarden en modaliteiten zijn bepaald in het pensioenreglement dat, overeenkomstig de wettelijke bepalingen terzake, de rechten en verplichtingen van de inrichter en van de aangeslotenen en hun rechthebbenden vastlegt alsook de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel bepaalt. Art. 8.Pensioeninstelling Het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel wordt toevertrouwd aan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening Pensioenfonds Transport en Logistiek, afgekort Pensio TL, organisme voor de financiering van pensioenen (afgekort OFP). Op het ogenblik van het sluiten van deze collectieve arbeidsovereenkomst is het OFP Pensio TL in oprichting. Een toelatingsdossier wordt ingediend bij de bevoegde autoriteiten - de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) opdat het OFP Pensio TL toegelaten wordt op te treden als instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, belast met het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel ingericht bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 9.Beheer De regels inzake het beheer van het sectoraal pensioenstelsel zijn vastgelegd in het pensioenreglement dat als bijlage nr. 1 gehecht is bij deze overeenkomst, in de statuten van het OFP Pensio TL alsook in de andere werkdocumenten van het Pensio TL. Het beheer omvat het administratief, financieel, boekhoudkundig, organisationeel en actuarieel beheer alsook andere taken van beheer en uitvoering die voortspruiten uit de toepasselijke wetgeving en de prudentiële en sociale reglementering terzake. De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel zetelt als gewoon lid in de algemene vergadering van het OFP Pensio TL. De raad van bestuur van Pensio TL is voor de helft samengesteld uit leden die de representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigen (binnen het bevoegde paritair (sub)comité) en voor de andere helft uit leden die de representatieve werknemersorganisaties (binnen het bevoegde paritair (sub)comité) vertegenwoordigen. De bestuurders worden aangeduid overeenkomstig de statuten van Pensio TL en met inachtneming van de wettelijke bepalingen terzake. De paritaire raad van bestuur van Pensio TL bepaalt het algemeen beleid van het organisme voor de financiering van pensioenen en oefent zijn taken uit in overeenstemming met de wet en de statuten van Pensio TL. Nadere beheers- en werkingsregels worden uitgewerkt en vastgesteld in de beheersovereenkomst die de inrichter sluit met Pensio TL. De inrichter en Pensio TL kunnen in het kader van het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel samenwerken met andere sectorale inrichters en pensioeninstellingen. Te dien einde en met het oog op een deugdelijk en prudent beheer en een vlotte uitvoering van de operationele taken betreffende het sectorale pensioenstelsel, kunnen zij toetreden tot en meewerken aan samenwerkingsverbanden waarvan het doel in overeenstemming is met het doel van Pensio TL en die de activiteiten van beheer en uitvoering m.b.t. het sectoraal pensioenstelsel kunnen ondersteunen en vergemakkelijken. Pensio TL mag voor de verwezenlijking van zijn doel en voor het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel beroep doen op derden waaronder ook op diensten van het Sociaal Fonds. Daartoe zullen uitbestedingsovereenkomsten opgesteld worden waarin de voorwaarden en modaliteiten van de dienstverlening bepaald worden. Art. 10.Voorwaarden en procedures van aansluiting en uittreding De voorwaarden van aansluiting tot het sectoraal pensioenstelsel zijn bepaald in het pensioenreglement dat bijlage nr. 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst vormt. Het pensioenreglement bepaalt in hoofdstuk VI de procedure bij uittreding. Art. 11.Communicatie Pensio TL staat in voor de naleving van alle informatie- en transparantieverplichtingen van de WAP en/of van de wetgeving inzake instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening tenzij het terzake voor een deel of het geheel van deze verplichtingen een overeenkomst sluit binnen de wettelijke voorwaarden en beperkingen met derden die daartoe wettelijk gemachtigd zijn. Art. 12.Inwerkingtreding Het sectoraal pensioenstelsel treedt in werking op 1 juli 2011. Art. 13.Duur Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2011 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd. Ze kan in haar geheel opgezegd worden door elk van de ondertekenende partijen. Deze opzegging moet schriftelijk gebeuren, met inachtneming van alle wettelijke bepalingen en per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité, die zonder verwijl alle ondertekenende partijen hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis stelt. Een opzeg van zes maanden moet in acht genomen worden. De termijn neemt een aanvang op de eerste dag van het kwartaal volgend op de datum waarop het aangetekend schrijven verstuurd werd. De beëindiging van deze collectieve arbeidsovereenkomst ingevolge het verstrijken van de gegeven opzeg of ingevolge een nieuw gesloten collectieve arbeidsovereenkomst heeft, onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen, de opheffing van het sectoraal pensioenstelsel tot gevolg, tenzij anders voorzien zou worden bij collectieve arbeidsovereenkomst, op zulk moment. De beëindiging brengt echter niet automatisch noch noodzakelijk de ontbinding of vereffening van de pensioeninstelling, waaraan het beheer en de uitvoering van het pensioenstelsel toevertrouwd werden, met zich mee. Art. 14.Uitwerking - Algemeen verbindend verklaring Indien één of meerdere bepalingen nietig zouden zijn of ongeldig of zonder uitwerking verklaard zou(den) worden, blijven, onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen, alle andere bepalingen onverminderd van toepassing en uitwerking behouden. In zulk geval alsook in de gevallen waar de geldigheid of uitwerking van de volledige overeenkomst in gevaar komt, verbinden de ondertekenende organisaties zich ertoe om zonder verwijl onderhandelingen op te starten met het oog op een regeling of, bij gebreke ervan binnen zes maanden, om de situatie en de gevolgen van dergelijke ongeldigverklaringen vast te stellen. De bijlagen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst maken integraal deel uit van deze. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 maart 2015. De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage 1 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011 tot inrichting van een sectoraal pensioenplan in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector voor goederenbehandeling voor rekening van derden Pensioenreglement HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Voorwerp 1.1. Dit Pensioenreglement is het reglement van het Sectoraal Pensioenstelsel ingericht bij Collectieve Arbeidsovereenkomst - CAO gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek op 15 september 2011 in uitvoering van het sectorakkoord 2007-2008 van 5 juni 2007 en van het protocolakkoord van 16 juli 2009. De CAO richt het Sectoraal Pensioenstelsel in voor de Werkgevers en hun Werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en behoren tot de subsectoren van het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en voor de goederenbehandeling voor rekening van derden. Dit Pensioenreglement legt de rechten en verplichtingen vast van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en Rechthebbenden en bepaalt de aansluitingsvoorwaarden bij het Sectoraal Pensioenstelsel alsook de regels inzake de uitvoering ervan. Dit Pensioenreglement wordt vastgesteld in uitvoering van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst en vormt er de bijlage nr. 1 van. 1.2. Dit Pensioenreglement houdt een pensioentoezegging in van het type Vaste Bijdragen zonder gewaarborgd rendement. 1.3. Het Sectoraal Pensioenstelsel wordt ingericht door de Inrichter, SFTL. Het beheer en de uitvoering ervan wordt toevertrouwd aan Pensio TL, organisme voor de financiering van pensioenen, afgekort OFP. Pensio TL is de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (in oprichting), afgekort IBP, die overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst belast is met het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel, omschreven in dit Pensioenreglement. Pensio TL heeft een middelverbintenis. Dit wil zeggen dat Pensio TL de haar toevertrouwde gelden zo goed mogelijk zal beheren overeenkomstig het principe van de prudente persoon. Pensio TL waarborgt geen resultaat en gaat dus geen resultaatverbintenis aan. Art. 2.Definities Voor de toepassing van het Pensioenreglement hebben de begrippen met een hoofdletter de betekenis die eraan gegeven wordt in dit artikel. Aangeslotene Een Aangeslotene bij het Pensioenreglement kan een Actieve Aangeslotene zijn of een Passieve Aangeslotene. Het begrip Aangeslotene omvat zowel de Actieve als de Passieve aangeslotene. Een Actieve Aangeslotene is een Werknemer die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het Pensioenreglement zolang hij tewerkgesteld is of niet uitgetreden is bij een Werkgever en aan de aansluitingsvoorwaarden blijft voldoen. Een Passieve Aangeslotene is een gewezen Actieve Aangeslotene die bij Uittreding Verworven Reserves heeft en zijn Verworven Reserves in Pensio TL gelaten heeft na Uittreding. Een Passieve Aangeslotene wordt in de praktijk ook een "slaper" genoemd. Aanvullend Pensioenkapitaal De prestatie bepaald in hoofdstuk III van het Pensioenreglement. Actuaris De aangewezen actuaris van Pensio TL. Begunstigde De persoon die ingevolge het overlijden van een Actieve of, naargelang van het geval, Passieve Aangeslotene gerechtigd wordt overeenkomstig dit Pensioenreglement op (een deel van) het overlijdenskapitaal bepaald in hoofdstuk IV van het Pensioenreglement. Buffer De vrije reserve, zoals bedoeld in het uitvoerings- besluit van de WAP, in het OFP Pensio TL. De activa van Pensio TL vormen één globaal vermogen maar zijn intern opgedeeld in drie luiken waarvan de Buffer één luik is. De Buffer is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving. De Buffer bestaat uit de activa van het OFP die niet toebedeeld zijn aan het Pensioenluik of aan het Kostenluik. De activa in de Buffer komen voort uit een jaarlijkse toebedeling van (i) het positieve verschil tussen het Netto Rendement van het OFP en het Gecorrigeerd Netto Rendement van het OFP en (ii) het resultaat van de formule "Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in de Buffer/totale activa van het OFP)" en (iii) het verschil tussen het Gecorrigeerd Netto Rendement en het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement alsook (iv) wanneer van toepassing, van de eventuele vermindering van de toebedeling aan het Kostenluik bedoeld in artikel 12 (ii). De Buffer kan aangewend worden voor : (i) de aanzuivering van de Individuele Rekeningen bij Uittreding, Pensionering, Overlijden, opheffing van het Sectoraal Pensioenstelsel en/of bij overdrachten van Verworven Reserves (desgevallend aangevuld voor zover wettelijk vereist) en/of voor (ii) prudentiële aanzuiveringen in het Pensioenluik en/of Kostenluik in het kader van het prudentieel beleid, het financieringsplan, interne of officiële herstel- of saneringsplannen en/of ingevolge eventuele discrepanties in de cashflows betreffende de geïnde RSZ ontvangsten, de via de RSZ ingevorderde Kwartaalbijdragen en de krachtens de CAO verschuldigde Kwartaalbijdragen. CAO De Collectieve Arbeidsovereenkomst van 15 september 2011 gesloten in het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek tot inrichting van een Sectoraal Pensioenstelsel voor de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en voor goederenbehandeling voor rekening van derden, met inbegrip van haar bijlagen en latere wijzigingen. FSMA De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten die de toezichthoudende autoriteit is op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. De FSMA ziet in het bijzonder toe op de naleving van de sociale wetgeving inzake aanvullende pensioenen (waaronder de WAP) en op het beheer en de werking van instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in overeenstemming met de prudentiële regelgeving terzake. Gecorrigeerd Netto Rendement Het Netto Rendement van het OFP van het betreffende boekjaar (i) verminderd met een bedrag gelijk aan het positieve verschil tussen het reële bedrag van de beheers- en werkingskosten van het OFP van het betreffende boekjaar enerzijds en de ontvangen Kostenbijdragen in het Kostenluik van het OFP anderzijds indien deze laatste lager zijn en (ii) verminderd met het verschil tussen de overeenkomstig de CAO verschuldigde KwartaalPensioenBijdragen enerzijds en de dienovereenkomstige RSZ-ontvangsten, indien deze laatste lager zijn, anderzijds of (iii) naargelang van het geval, vermeerderd met het verschil tussen deze RSZ-ontvangsten enerzijds en de overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde KwartaalPensioenBijdragen anderzijds indien deze laatsten lager zijn. Het Gecorrigeerd Netto Rendement wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur op basis van de jaarrekeningen en de onderliggende boekhoudingstukken van het OFP. De correcties conform (i), (ii) en/of (iii) worden evenwel niet toegepast wanneer ze onbeduidend zijn en/of niet nodig zijn gelet op de reeds voldoende aanwezige activa in het Kostenluik, rekening houdend met eventueel bestaande cumulatieve saldi van vorige boekjaren. De Raad van Bestuur stelt dit jaarlijks vast op grond van de boekhouding van het OFP. Individuele Rekening De rekening die binnen het OFP aangehouden wordt voor en op naam van elke Actieve en Passieve Aangeslotene waaraan de Kwartaal Pensioen Bijdrage toegekend wordt. De oprenting ervan gebeurt a rato van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement. Inrichter Het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek", afgekort SFTL, fonds voor bestaanszekerheid. De Inrichter van het Sectoraal Pensioenstelsel is aangeduid in de CAO overeenkomstig de WAP en is lid van het OFP. IBP Een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Het OFP Pensio TL is de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die belast wordt met het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel. Kind Een kind waarvan de afstamming ten aanzien van de Aangeslotene vaststaat alsook een kind erkend of geadopteerd door de Aangeslotene. Kwartaalbijdrage De Forfaitaire Bijdrage zoals vastgesteld in de CAO (met inbegrip van haar bijlagen, in het bijzonder in bijlage nr. 2 en haar latere wijzigingen), aangepast aan de Globale Prestatiefactor zoals bepaald in voormelde collectieve arbeidsovereenkomst (met inbegrip van haar bijlagen en latere wijzigingen) in functie van de tewerkstellingsituatie van de actieve aangeslotene. KwartaalPensioenBijdrage Het deel van het bedrag van de Kwartaalbijdrage dat dient voor de opbouw van de voordelen en prestaties voorzien in het Sectoraal Pensioenstelsel overeenkomstig het Pensioenreglement en bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst (met inbegrip van haar bijlagen, in het bijzonder in bijlage nr. 2, en haar latere wijzigingen). Kostenbijdrage Het deel van het bedrag van de Kwartaalbijdrage dat dient voor de dekking van de kosten betreffende het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel. Het bedrag van de kostenbijdrage is bepaald in de CAO (met inbegrip van haar bijlagen, in het bijzonder in bijlage nr. 2 en haar latere wijzigingen). De Kostenbijdrage is gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de Kwartaalbijdrage, enerzijds, en de Kwartaalpensioenbijdrage verhoogd met de daarop verschuldigde bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, anderzijds. Kostenluik Het deel van de activa van het OFP toebedeeld aan het Kostenluik. De activa in het Kostenluik zijn afkomstig van de stortingen van de kostenbijdragen en van de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement aan het kostenluik overeenkomstig artikel 12 van dit Pensioenreglement. De activa van het Kostenluik kunnen alleen aangewend worden voor de dekking van de kosten betreffende het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel. Het Kostenluik is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving. Luik Individuele Rekeningen Het Pensioenluik binnen het OFP. Netto Rendement Het financieel resultaat van het OFP, zoals jaarlijks vastgesteld in rubriek II van de resultatenrekening van het betreffende boekjaar. Normale Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Normale Pensioenleeftijd bereikt wordt. Normale Pensioenleeftijd De normale wettelijke pensioenleeftijd voor Pensionering van de Aangeslotene, doch ten vroegste 65 jaar. Onthaalstructuur De verzekeringsovereenkomst gesloten door de Inrichter met een instelling die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 32, § 1, 2° WAP (die de totale winst verdeelt onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves en de kosten beperkt volgens de geldende reglementering) voor het beheer van : (i) de door Actieve Aangeslotenen bij hun vroegere werkgever verworven pensioenrechten die op hun vraag overgedragen worden naar de Pensioeninstelling van de inrichter; en (ii) voor het beheer van de Verworven Reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd bij Uittreding ingevolge de WAP, van gewezen Actieve Aangeslotenen die naar aanleiding van hun uittreding of achteraf de overdracht vragen naar de Onthaalstructuur; en (iii) voor het beheer van de individuele voortzetting van Passieve Aangeslotenen zoals bepaald in de WAP. De overeenkomst van de Onthaalstructuur is (mede)onderschreven door het OFP voor de uitvoering van de omzetting van kapitalen in renten op vraag van de Aangeslotene of Begunstigde overeenkomstig artikel 25 van het Pensioenreglement. Opting out De mogelijkheid waarin voorzien wordt door de CAO voor een werkgever die onder het toepassingsgebied van de CAO valt om de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel zelf te organiseren op het niveau van zijn onderneming(en) overeenkomstig de voorwaarden van de CAO (nader bepaald in haar bijlage nr. 3 in het bijzonder). OFP Pensio TL. Het organisme voor de financiering van pensioenen Pensio TL dat optreedt als de Pensioeninstelling voor het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel. Overlijdenskapitaal De prestatie bepaald in hoofdstuk IV van het Pensioenreglement. PC of Paritair Comité Het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek. Partner De echtgeno(o)t(e) van de Actieve of Passieve Aangeslotene op het ogenblik van het overlijden van de Actieve of Passieve Aangeslotene voor zover deze persoon en de Aangeslotene niet betrokken zijn in een procedure tot scheiding of echtscheiding, of de persoon van hetzelfde of andere geslacht, niet verwant met de Actieve of Passieve Aangeslotene in de eerste, tweede of derde graad met wie de Actieve of Passieve Aangeslotene wettelijk samenwoont op basis van een verklaring van wettelijke samenwoning zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek op het ogenblik van het overlijden van de Actieve of Passieve Aangeslotene. De persoon met wie de aangeslotene op het ogenblik van zijn overlijden samenwoont op grond van een regeling, volgens het eventueel toepasselijke buitenlandse recht, die gelijkaardig is aan de wettelijke samenwoning bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, wordt in overeenstemming met de bepalingen van het internationaal privaatrecht gelijkgesteld met de wettelijk samenwonende partner van de aangeslotene voor de toepassing van dit Pensioenreglement. Behoudens situaties waarin het eventueel toepasselijke buitenlandse recht meerdere echtgenoten erkent en de gevolgen ervan in België erkend worden, zal de Aangeslotene slechts één partner hebben voor de toepassing van dit Pensioenreglement. Er wordt nooit meer dan één Overlijdenskapitaal toegekend. Desgevallend wordt het verdeeld in gelijke delen onder de wettelijk erkende partners indien er meerdere zijn, dit om te voorzien in een gelijke opbouw van voordelen voor elke Aangeslotene op zijn Individuele Rekening, proportioneel aan zijn tewerkstellingsituatie. De Aangeslotenen en/of hun Partners zijn verplicht om op eenvoudig verzoek van of namens het OFP het bewijs te leveren van het huwelijk of de (regeling van) wettelijke samenwoning, aan de hand van officiële stukken afgeleverd of bekrachtigd door officiële bevoegde instanties. Pensioendatum Naargelang van het geval de Normale Pensioendatum, de Vervroegde Pensioendatum of de Verdaagde Pensioendatum. Pensioeninstelling Een instelling die een aanvullend pensioenstelsel beheert en uitvoert en onder het toezicht staat van de bevoegde autoriteiten. Pensioenluik Het deel van de activa van het OFP dat verbonden en toebedeeld is aan de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen. Het Pensioenluik is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving. De activa van het Pensioenluik maken deel uit van het globale vermogen van het OFP. Voor de toepassing van het pensioenreglement en voor het beheer van het OFP wordt evenwel gebruik gemaakt van een opdeling in interne luiken binnen het OFP. De activa van het Pensioenluik zijn gelijk aan de som van alle activa op de Individuele Rekeningen van de Aangeslotenen. Pensioenreglement De bijlage nr. 1 van de CAO waarin de rechten en verplichtingen van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en rechthebbenden bepaald zijn overeenkomstig de WAP. Pensionering Met wettelijk pensioen gaan of het stopzetten van alle professionele activiteiten met het oog op de opname van een wettelijk pensioen. Raad van Bestuur De raad van bestuur van het OFP Pensio TL, paritair samengesteld, overeenkomstig de wettelijke bepalingen terzake. Rechthebbende Een persoon die rechtens aanspraak kan maken op een voordeel voorzien in het pensioenreglement op basis van een wettelijke grondslag of een definitieve in kracht van gewijsde gegaan gerechtelijke beslissing. RSZ De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Sectoraal Pensioenstelsel De collectieve pensioentoezegging ingericht op grond van de CAO en bepaald in de CAO (met inbegrip van haar bijlagen, in het bijzonder bijlage nr. 1 die het Pensioenreglement omvat, zoals het van tijd tot tijd bestaat op basis van de CAO en haar eventuele latere wijzigingen). Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement Het deel van het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toegewezen wordt aan de Individuele Rekening van elke Actieve of Passieve Aangeslotene volgens de bepalingen van het Pensioenreglement en de werkingsdocumenten van het OFP. Het deel van het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toebedeeld wordt aan het Pensioenluik wordt vastgesteld op basis van de toebedelingsleutel bepaald in artikel 12 van het Pensioenreglement. Voor zover het aldus bepaalde toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement positief is en hoger is dan wat zou nodig zijn om de bedragen van de Individuele Rekeningen aan te vullen tot de bedragen die zouden gewaarborgd zijn in de veronderstelling van een uittreding op het ogenblik van de toebedeling, wordt het beperkt tot het niveau en bedrag gelijk aan wat nodig zou zijn om deze hypothetische waarborg af te dekken. Het aldus bepaald (en naargelang van het geval beperkt) aan het Pensioenluik toe te bedelen gecorrigeerd netto rendement, wordt vervolgens toegewezen aan de individuele rekening van elke actieve en passieve aangeslotene, pro rata zijn verworven reserves bij het begin van het betreffende boekjaar en de kwartaalpensioenbijdragen voor de betrokken aangeslotene, in het betreffende boekjaar, vanaf de respectievelijke valutadata van de kwartaalpensioenbijdragen. Dit is het toegewezen gecorrigeerd netto rendement. Uittreding De beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of Pensionering, van een Actieve Aangeslotene voor zover betrokkene geen nieuwe arbeidsovereenkomst sluit/gesloten heeft met een werkgever. De Uittreding wordt (i) ofwel schriftelijk door de aangeslotene aan het OFP meegedeeld; (ii) ofwel vastgesteld op basis van de afwezigheid gedurende twee opeenvolgende kwartalen van DmfA's betreffende de betrokken Passieve Aangeslotene door een werkgever. In het laatste geval wordt de Passieve Aangeslotene zo snel mogelijk gecontacteerd door of namens het OFP om bevestiging van zijn uittreding te vragen. Bij ontstentenis van dergelijke bevestiging, om welke reden dan ook, uiterlijk bij het einde van het derde opeenvolgend kwartaal waarvoor geen Aangifte (DmfA) gebeurde door een Werkgever betreffende de Aangeslotene wordt de Aangeslotene geacht te zijn uitgetreden en een Passief Aangeslotene te zijn geworden. Valutadatum De dag vanaf wanneer de oprenting toegepast wordt. Voor de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage is dit de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarop de KwartaalPensioenBijdrage betrekking heeft. Voor de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage die betrekking heeft op de verbrekingsvergoeding, is de Valutadatum de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de verbrekingsvergoeding aangegeven en betaald wordt. Vaste Bijdragen Een pensioentoezegging van het type Vaste Bijdragen is een pensioentoezegging waarin de verbintenis slaat op de betaling van een vooraf vastgestelde bijdrage. Verdaagde Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Verdaagde Pensioenleeftijd valt. Verdaagde Pensioenleeftijd Een leeftijd na de Normale Pensioenleeftijd waarop de Actieve Aangeslotene met pensioen gaat en zijn professionele activiteiten definitief stopzet. De Actieve Aangeslotene moet het OFP schriftelijk meedelen vanaf wanneer hij, na de Normale Pensioenleeftijd, verdaagd zijn Aanvullend Pensioenkapitaal wenst op te nemen. Vervroegde Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Vervroegde Pensioenleeftijd valt. Vervroegde Pensioenleeftijd Een leeftijd gesitueerd vóór de Normale Pensioenleeftijd, ten vroegste vanaf wanneer een opname van het Aanvullend Pensioenkapitaal wettelijk mogelijk is en ten vroegste vanaf wanneer de Actieve of Passieve Aangeslotene een wettelijk pensioen kan opnemen of, naargelang van het geval kan genieten van het conventioneel brugpensioenstelsel. Op de datum van de inwerkingtreding van het Sectoraal Pensioenstelsel is 60 jaar de vroegst mogelijke leeftijd voor opname van het Aanvullend Pensioenkapitaal. Bijgevolg kan de Vervroegde Pensioenleeftijd in de zin van dit Pensioenreglement thans ten vroegste de leeftijd van 60 jaar zijn. Verworven prestatie De verworven prestatie waarop de Aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het Pensioenreglement bij in leven zijn op de Normale, Verdaagde of, naargelang van het geval, Vervroegde Pensioenleeftijd voor zover hij na zijn Uittreding zijn Verworven Reserves in het OFP gelaten heeft. Verworven Reserves Het bedrag op de Individuele Rekening van de Aangeslotene. Werkgever Een werkgever die onder het toepassingsgebied valt van de CAO en geen gebruik maakt van de Opting Out mogelijkheid. Een werkgever neemt deel aan het Sectoraal Pensioenstelsel. Werknemer Een Werknemer van een Werkgever die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het Pensioenreglement van het Sectoraal Pensioenstelsel. WAP De wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. Art. 3.Algemeen Waar in het Pensioenreglement het meervoud, respectievelijk het enkelvoud en/of het mannelijke, respectievelijk het vrouwelijke geslacht gebruikt worden, moet dit, behoudens uitdrukkelijk andersluidende bepaling ook gelezen worden als het enkelvoud, respectievelijk het meervoud en/of het vrouwelijke, respectievelijk het mannelijke geslacht. HOOFDSTUK II. - Aansluitingsvoorwaarden Art. 4.Werknemers op 1 juli 2011 Alle Werknemers die op de datum van de inwerkingtreding van het Sectoraal Pensioenstelsel, op 1 juli 2011, verbonden waren met één of meerdere Werkgever(s) worden verplicht aangesloten bij het sectoraal pensioenstelsel vanaf 1 juli 2011 : (i) voor zover zij bij de RSZ aangegeven zijn in RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027; en (ii) anders dan onder een leercontract tewerkgesteld worden krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur. Art. 5.Werknemers na 1 juli 2011 Alle Werknemers die vanaf 1 juli 2011 tewerkgesteld worden bij één of meerdere Werkgevers, anders dan onder een leercontract, krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur en aangegeven worden in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027, worden onmiddellijk bij de aanvang van hun arbeidsovereenkomst aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel. Hun aansluiting wordt geacteerd op de eerste dag van het kwartaal waarvoor de DmfA (aangifte) betreffende betrokkene, gedaan wordt. Art. 6.Leerlingen In afwijking van de artikelen 4 en 5 hiervoor worden leerlingen die aangegeven worden in RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 035 niet aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel. Leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, die aangegeven worden in RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 maar werken onder een leercontract, zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract", worden ook niet aangesloten aan het Sectoraal Pensioenstelsel. Art. 7.Leeftijd Er geldt geen leeftijdsvoorwaarde als aansluitingsvoorwaarde. De Werknemer die voldoet aan voormelde aansluitingsvoorwaarden, wordt aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel, ongeacht zijn leeftijd. Art. 8.DmfA De aansluiting wordt vastgesteld op basis van de DmfA's. Verificaties gebeuren aan de hand van RSZ-aangiften en/of op basis van de beschikbare gegevens in databanken waartoe de Inrichter en/of het OFP toegang hebben. HOOFDSTUK III. - Aanvullend pensioenkapitaal Art. 9.Bedrag van het Aanvullend Pensioenkapitaal Het Aanvullend Pensioenkapitaal bij Pensionering van de Aangeslotene is gelijk aan het bedrag op zijn Individuele Rekening, dat voor zover nodig en wettelijk vereist, aangevuld wordt tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd is. Een Actieve Aangeslotene heeft op de Normale of naargelang van het geval, op de Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum, recht op een Aanvullend Pensioenkapitaal gelijk aan het bedrag dat op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn Normale, of naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd is op die datum (dit wil zeggen op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn, naargelang van het geval, normale, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum). Een Passieve Aangeslotene heeft op de Normale of naargelang van het geval op de Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum recht op een Aanvullend Pensioenkapitaal gelijk aan het bedrag dat op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn Normale, of naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd was op de datum van zijn Uittreding. Art. 10.Individuele rekeningen in het OFP Elke Actieve en Passieve Aangeslotene heeft een Individuele Rekening die beheerd wordt door het OFP en waarop hij Aanvullend Pensioenkapitaalaanspraken kan laten gelden bij in leven zijn op de Normale Pensioenleeftijd, of naargelang van het geval, bij in leven zijn op de Vervroegde of Verdaagde pensioenleeftijd, voor zover hij tot die respectievelijke datum, zijn Verworven Reserves in het OFP gelaten heeft. Art. 11.Oprenting Het bedrag op de Individuele Rekening is gelijk aan de oprenting van de KwartaalPensioenBijdragen aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement. Het Aanvullend Pensioenkapitaal wordt opgebouwd op basis van de KwartaalPensioenBijdragen bepaald in de CAO. De KwartaalPensioenBijdragen worden gestort in het OFP en toegekend aan het Pensioenluik op de Individuele Rekening van elke Actieve Aangeslotene. Indien de Passieve Aangeslotene bij of na Uittreding zijn Verworven Reserves in het OFP laat, beheert het OFP zijn Individuele Rekening verder volgens de voorwaarden van het Pensioenreglement. Het bedrag van de Individuele Rekening van elke Actieve of Passieve Aangeslotene evolueert in functie van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement. Het aan de Individuele Rekening van elke Actieve en Passieve Aangeslotene Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement is gelijk aan het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toebedeeld wordt aan het Pensioenluik volgens artikel 12 (i) hieronder en dat vervolgens proportioneel toegewezen wordt aan zijn Individuele Rekening a rato van zijn Verworven Reserves en de KwartaalPensioenBijdragen wanneer van toepassing, volgens de regels bepaald in artikel 13 hierna. Art. 12.Toebedelingen aan Pensioenluik, Kostenluik en Buffer Er zijn drie interne luiken binnen het OFP : (i) het Pensioenluik; (ii) het Kostenluik en (iii) de Buffer. Samen vormen zij één globaal vermogen dat globaal beheerd en belegd wordt door het OFP. Het Netto Rendement en het Gecorrigeerd Netto Rendement van het OFP worden dus globaal voor het totale vermogen van het OFP vastgesteld. De KwartaalPensioenBijdragen worden toebedeeld aan het Pensioenluik. De Kostenbijdragen worden toebedeeld aan het Kostenluik. De volgende toebedelingen gebeuren ook nog als volgt : (i) toebedeling aan het Pensioenluik (het Pensioenluik omvat alle Individuele Rekeningen) Principe : Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Pensioenluik/totale activa van OFP) Beperking Voor zover het resultaat van deze formule voor de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement aan het Pensioenluik hoger is dan het bedrag dat zou nodig zijn om de bedragen van de Individuele Rekeningen aan te vullen tot de bedragen die zouden gewaarborgd zijn in de veronderstelling van een Uittreding op het ogenblik van de toebedeling, zal het aan het Pensioenluik toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement verminderd worden tot het bedrag dat nodig is om de bedragen van de Individuele Rekeningen te verhogen tot de bedragen die zouden moeten gewaarborgd zijn in het geval van een Uittreding op het ogenblik van de toebedeling.Het bedrag van de vermindering wordt toebedeeld aan de Buffer. (ii) toebedeling aan het Kostenluik Principe : Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Kostenluik/totale activa in OFP) Afwijking : Het resultaat van deze formule kan op beslissing van de Raad van Bestuur van het OFP verminderd worden tot het niveau vereist volgens de raming van de kosten voorzien in het budget van het OFP. Het bedrag van de vermindering wordt toebedeeld aan de Buffer. (ii) toebedeling aan de Buffer Principe 1 : Het verschil tussen het Netto Rendement en het Gecorrigeerd Netto Rendement Principe 2 : Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Buffer/totale activa van OFP) Principe 3 : De bedragen van de verminderingen vermeld in (i) en (ii) hiervoor. Bij de toepassing van de principes vermeld in (i) en (ii) en van principe 2 vermeld in (iii) hiervoor, gebeurt de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement proportioneel met de activa bij het begin van het betreffende boekjaar en met de inkomende en uitgaande cash flows van het betreffende boekjaar, rekening houdend met de respectievelijke valuatadata van deze cash flows. Voor de toepassing van principe 1 vermeld in (iii) hiervoor alsook van de beperking onder (i) en afwijking onder (ii) wordt als Valutadatum genomen de laatste dag van het betreffende boekjaar. Art. 13.Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement aan de Individuele Rekeningen Om het bedrag van de Individuele Rekening van een Actieve of Passieve Aangeslotene te bepalen wordt het toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement toegepast op zijn Individuele Rekening. Het Gecorrigeerd Netto Rendement dat ingevolge artikel 12 hiervoor aan het Pensioenluik wordt toebedeeld, wordt vervolgens toegewezen op de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen, enerzijds aan de Verworven Reserves van elke Actieve en Passieve Aangeslotene op de begindatum van het betreffende boekjaar en anderzijds aan de kwartaalpensioenbijdragen van het betreffende boekjaar. Voor de toepassing van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement ten aanzien van KwartaalPensioenBijdragen is de Valutadatum telkens de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarop de KwartaalPensioenBijdrage betrekking heeft. Voor de KwartaalPensioenBijdrage die betrekking heeft op de verbrekingsvergoeding geldt als Valutadatum de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de verbrekingsvergoeding wordt aangegeven. De oprenting van de Individuele Rekeningen aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement wordt toegepast en loopt naargelang van het geval : (i) bij (brug)Pensionering op de Normale, Vervroegde of Verdaagde Pensioenleeftijd van een Actieve Aangeslotene : tot de laatste dag van de maand voorafgaand aan de Normale, of naargelang het geval, respectievelijk Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum wanneer het Aanvullend Pensioenkapitaal wordt opgenomen; (ii) bij (brug)Pensionering van een Passieve Aangeslotene op de Normale, Vervroegde of Verdaagde Pensioenleeftijd : tot de laatste dag van de maand voorafgaand aan de Normale, Vervroegde of, naargelang van het geval Verdaagde Pensioendatum, met dien verstande dat de eventuele aanvulling van het op de Individuele Rekening alsdan beschikbare bedrag gebeurt ten aanzien van en maximaal tot het bedrag dat op de datum van de Uittreding gewaarborgd was ingevolge de WAP en de toepasselijke reglementering. Voor de oprenting aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement wordt het jaarlijks vastgestelde Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement per kwartaal berekend en toegepast volgens de formule van de gecumuleerde rentevoet. In elk geval is de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement beperkt tot een bedrag dat zou gewaarborgd zijn indien er op het ogenblik van de toebedeling sprake zou zijn van Pensionering of Uittreding. Art. 14.Oprenting bij Uittreding of Pensionering in de loop van een boekjaar Voor de berekening van de Verworven Reserves bij Uittreding en van Aanvullende Pensioenkapitalen bij uitbetaling in een nog niet afgesloten boekjaar, gebeurt de oprenting aan de rentevoet van de WAP-waarborg bepaald in de reglementering alsdan van toepassing. HOOFDSTUK IV. - Overlijden Art. 15.Overlijdenskapitaal Indien een Actieve Aangeslotene overlijdt tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst met zijn Werkgever vóór zijn (brug)Pensionering en dus vooraleer hij het Aanvullend Pensioenkapitaal heeft opgevraagd, ontvangt zijn Begunstigde een Overlijdenskapitaal, gelijk aan het bedrag dat op de datum van zijn overlijden op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat gewaarborgd zou zijn overeenkomstig de WAP indien de Actieve Aangeslotene op dat ogenblik zou uitgetreden zijn. Indien een Passieve Aangeslotene overlijdt vóór zijn (brug)Pensionering of vooraleer hij zijn Aanvullend Pensioenkapitaal heeft opgevraagd, ontvangt zijn Begunstigde een Overlijdenskapitaal gelijk aan het bedrag dat op de datum van zijn overlijden, op zijn Individuele Rekening staat. Art. 16.Begunstigde De begunstigde wordt bepaald op grond van de hierna bepaalde rangorde : 1. de Partner van de overleden Aangeslotene die de hoedanigheid van Partner moet hebben op het ogenblik van het overlijden en voor zover er op het ogenblik van het overlijden geen stappen in rechte gezet werden met oog op (echt)scheiding of beëindiging van de wettelijke samenwoning of van de regeling naar buitenlandse recht gelijkaardig aan de wettelijke samenwoning, of 2.bij ontstentenis, de Kinderen van de overleden Aangeslotene, of, bij vooroverlijden ervan, bij plaatsvervulling, hun kinderen, of 3. bij ontstentenis, de testamentair begunstigde, of 4.bij ontstentenis, de wettelijke erfgenamen van de overleden Aangeslotene, met uitsluiting van de Staat, of 5. bij ontstentenis, Pensio TL. Indien er meerdere Begunstigden zijn in éénzelfde rang, wordt het Overlijdenskapitaal in gelijke delen verdeeld onder de Begunstigden. Indien het overlijden van de aangeslotene veroorzaakt werd door een opzettelijke handeling of in opdracht van (één van) de Begunstigde(n), wordt (diens deel van) het overlijdenskapitaal uitbetaald, naargelang van het geval, aan de Begunstigde(n) in de daaropvolgende rang of verdeeld over en toegekend aan de andere Begunstigden in dezelfde rang. Het is de Aangeslotene toegestaan om af te wijken van voormelde rangorde en een andere begunstigde aan te duiden of te beslissen tot een andere rangorde. Dergelijke aanduiding of beslissing moet door de Aangeslotene schriftelijk meegedeeld worden aan Pensio TL via het daartoe bestemde begunstigingsaanwijzingsformulier, dat door Pensio TL als bewijs van ontvangst mede-ondertekend wordt en waarvan Pensio TL en de aangeslotene elk een ondertekend exemplaar bijhouden. HOOFDSTUK V. - Betalingen Art. 17.Datum van betaling - Aanvullend Pensioenkapitaal De aangeslotene kan naar aanleiding van zijn (brug)Pensionering op de Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum zijn Aanvullend Pensioenkapitaal opvragen. Hij richt daartoe een schriftelijke aanvraag aan Pensio TL. Onder voorbehoud van inachtneming van de bepalingen van artikel 18 hieronder wordt het Aanvullend Pensioenkapitaal uitbetaald op de eerste werkdag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de Aangeslotene de Normale, of naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioenleeftijd bereikte. Desgevallend kan Pensio TL voorschotten uitbetalen in afwachting van de eigenlijke definitieve uitbetaling. Alle eventuele voorschotten zullen verrekend worden bij de uiteindelijke definitieve betaling of vereffening. Indien de Aangeslotene zijn Aanvullend Pensioenkapitaal schriftelijk had opgevraagd bij Pensio TL maar komt te overlijden vóór de definitieve uitbetaling ervan, wordt het (saldo) Aanvullend Pensioenkapitaal (na verrekening van eventuele voorschotten) betaald aan zijn nalatenschap. In zulk geval wordt geen Overlijdenskapitaal betaald aan de Begunstigden. Art. 18.Betalingsmodaliteiten - Aanvullend Pensioenkapitaal De Aangeslotene bezorgt aan Pensio TL het aanvraagformulier voor de uitbetaling van zijn Aanvullend Pensioenkapitaal, behoorlijk ingevuld en gedateerd. Bij dit formulier dienen alle vereiste stavingstukken gevoegd te worden. Op het formulier wordt het rekeningnummer vermeld waarop het Aanvullend Pensioenkapitaal kan gestort worden. Indien deze storting op een buitenlandse rekening gebeurt en hieraan kosten verbonden zijn, komen die kosten ten laste van de Aangeslotene. In elk geval kan de betaling niet gebeuren en kan de verschuldigdheid niet vaststaan zolang Pensio TL geen behoorlijk en volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier met bijhorende stavingstukken ontvangen heeft. Verwijlinteresten zijn slechts verschuldigd vanaf de tweede werkdag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de Aangeslotene de Normale, of naargelang van het geval, de Vervroegde of Verdaagde pensioenleeftijd bereikt voor zover Pensio TL op die datum over alle vereiste documenten beschikt. Het Aanvullend Pensioenkapitaal wordt uitbetaald onder de vorm van een éénmalig kapitaal. De Aangeslotene heeft het recht om de omvorming van zijn Aanvullend Pensioenkapitaal te vragen in een rente. Pensio TL brengt de Aangeslotene op de hoogte van diens recht om de omvorming van het Aanvullend Pensioenkapitaal in rente te vragen twee maanden vóór de Pensionering op de Normale pensioendatum of binnen de twee weken nadat Pensio TL op de hoogte werd gebracht door de Aangeslotene van diens Vervroegde of Verdaagde Pensionering. De keuze van omvorming is onherroepelijk en definitief en moet schriftelijk vastgesteld worden uiterlijk binnen de 60 dagen na de Normale Pensioendatum of, in het geval van Vervroegde of Verdaagde Pensionering, ten laatste binnen de 60 dagen die volgen op de mededeling vanwege Pensio TL aangaande het recht tot omvorming. Bij gebrek van een keuze binnen de bepaalde termijn wordt de Aangeslotene verondersteld gekozen te hebben voor de betaling onder de vorm van een éénmalig kapitaal. Wanneer het jaarlijks bedrag van de rente ingevolge de omvorming van het Aanvullend Pensioenkapitaal in renten bij de aanvang evenwel niet meer bedraagt dan het bij de wet vastgesteld bedrag (500 EUR overeenkomstig de WAP van 2003 - geïndexeerd) wordt het Aanvullend Pensioenkapitaal in elk geval betaald onder de vorm van een …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.