📄 Wettekst
2 SEPTEMBER 2008. - Koninklijk besluit betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van distributienetten voor elektriciteit
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit waarvan wij de eer hebben het voor te leggen aan Uwe Majesteit is genomen in uitvoering van artikel 12octies van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011161
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten
sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, hierna « elektriciteitswet » geheten, zoals gewijzigd door de
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/06/2008
numac
2008202046
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
sluiten houdende diverse bepalingen.
Voormeld koninklijk besluit heeft tot doel : (i) de bevoegdheden en de procedures te verduidelijken met betrekking tot de methodologie voor de bepaling van en het toezicht op de nettarieven die de beheerder van het distributienet, het lokaal transmissienet of het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit moet toepassen; (ii) de door de Europese Richtlijn 2003/55/EG van 26 juni 2003 terzake vereiste stabiliteit en transparantie te bieden door de regels vast te leggen over een meerjarige horizon en dit voor een regulatoire periode van vier jaren; het jaarlijks karakter van de tarieven liet niet toe om een geprogrammeerde evolutie van de tarieven te maken, terwijl de stabiliteit en de voorspelbaarheid van de tarieven net karakteristieken zijn die zowel noodzakelijk als gewenst zijn door de markstspelers of ze nu consumenten of operatoren zijn; (iii) de administratieve inspanningen die gepaard gaan met de bepaling, de goedkeuring en de implementatie van de jaarlijkse tarieven te beperken; (iv) de door de elektriciteitswet beoogde bescherming van de belangen van de consumenten in termen van prijs en kwaliteit van de diensten door middel van de tarifaire methodologie te bewerkstelligen; (v) de netbeheerder een aangepast en voldoende inkomen te waarborgen, met inbegrip van een billijke marge voor de vergoeding van de in het net geïnvesteerde kapitalen. De
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/06/2008
numac
2008202046
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
sluiten houdende diverse bepalingen wijzigde in dit verband artikel 12octies van de elektriciteitswet en aldus de manier waarop de tarieven voor de aansluiting op het distributienet, het lokaal transmissienet of het gewestelijk transmissienet en het gebruik ervan, alsmede de tarieven voor de ondersteunende diensten bepaald worden.
Vooreerst bepaalt artikel 12octies, § 2, van de elektriciteitswet dat de tarieven voor de aansluiting op het distributienet, het lokaal transmissienet of het gewestelijk transmissienet en het gebruik ervan, alsmede de tarieven voor de ondersteunende diensten door de netbeheerder voorgesteld worden en dat dit voorstel onderworpen is aan de goedkeuring van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, afgekort de CREG. Er dient te worden opgemerkt dat de netwerken die een transmissiefunctie hebben niet bedoeld zijn door artikel 12octies en, bijgevolg, niet het voorwerp van onderhavig besluit uitmaken.
Op basis van het richtsnoer opgenomen in artikel 12octies, § 4, 4°, maken deze tarieven het mogelijk het in artikel 12octies, § 3, gedefinieerd inkomen te genereren.
De evolutie van de onderscheiden elementen van het inkomen is opgenomen in artikel 12octies, § 4. Artikel 12octies, § 6, bepaalt dat de netbeheerder vóór elke regulatoire periode een tariefvoorstel op basis van het totaal inkomen indient. Omdat dat tariefvoorstel het totale inkomen moet dekken, gelden de ingediende tarieven in principe voor de volledige regulatoire periode, waarvan de duurtijd door artikel 12octies, § 5, vastgelegd is op vier jaar.
Artikel 12octies, § 8, vormt de basis voor dit besluit. Dit artikel bepaalt dat de Koning, na beraadslaging in de Ministerraad na overleg met de gewesten, de regels moet vastleggen met betrekking tot 7 onderwerpen : 1° de methodologie voor het vaststellen van het totale inkomen en de billijke winstmarge;deze methodologie legt meer bepaald het volgende vast : a) een definitie van gereguleerd actief;b) de ontwikkelingsregels van het gereguleerd actief in de loop van de tijd;c) de beginselen voor de bepaling van het rendementspercentage op dit gereguleerd actief overeenkomstig het rendement dat elke investeerder op concurrerende markten mag verwachten voor langetermijn investeringen die een gelijkaardig profiel qua risico's en inkomens vertonen;2° de algemene tariefstructuur voor de tarieven voor de aansluiting op het net, de tarieven voor het gebruik van het net, alsmede de tarieven voor de ondersteunende diensten;3° de behandeling van het saldo (positief of negatief) tussen de kosten en opgebrachte inkomsten die jaarlijks tijdens een regulatoire periode door de netbeheerder worden opgetekend, voor zover het saldo voortvloeit uit een verschil tussen de werkelijke niet-beheersbare kosten en de voorziene niet-beheersbare kosten, en/of uit een verschil dat toe te schrijven is aan de kloof tussen de werkelijke volumes en de voorziene volumes qua verkoop van de netbeheerder;4° de procedure voor : a) het voorstel en de goedkeuring van het totaal inkomen en de tarieven van het eerste jaar van de regulatoire periode;b) de controle op de naleving van de evolutieregels van het totaal inkomen tijdens de regulatoire periode, zoals bedoeld in artikel 12octies, § 5, en de tarieven tijdens de regulatoire periode;c) de publicatie van de tarieven;5° de jaarverslagen en de gegevens die de netbeheerder aan de commissie moet verstrekken met het oog de controle van zijn tarieven door de commissie;6° de doelstellingen die de netbeheerder moet nastreven inzake kostenbeheersing; De nadere regels voor het vaststellen van het totale inkomen en van de billijke marge die deel uitmaakt van dit totale inkomen, worden vastgelegd in het tweede hoofdstuk van onderhavig besluit. De uitvoering van artikel 12octies, § 8, 1°, is erop gericht om, enerzijds, aan de netbeheerder voldoende inkomsten te waarborgen om te voldoen aan de reglementaire verplichtingen die hem worden opgelegd en, anderzijds, om ook de methodologie in verband met de vergoeding van het geïnvesteerd kapitaal te preciseren.
De elementen van het inkomen dekken voornamelijk de inhoud van de tot nog toe door de tarieven te dekken lasten, met inbegrip van de lasten die verband houden met de vergoeding en de reconstructie van het kapitaal : de basis voor het inkomen is samengesteld uit de totale kost van de middelen die in werking werden gesteld voor de uitvoering van de wettelijke opdracht van de netbeheerder, an aftrek van alle kostenreducerende elementen en alle diverse producten die hiermee verband houden of door deze middelen worden voortgebracht.
In overeenstemming met artikel 12octies, § 3, van de elektriciteitswet bestaat het inkomen uit vier elementen, namelijk het geheel van operationele kosten die nodig zijn voor de vervulling van de wettelijke opdracht van de netbeheerder, een billijke marge en afschrijvingen, de kost voor de uitvoering van openbare dienstverplichtingen en de toe te passen toeslagen. Het in artikel 12octies, § 5, 1° en 2°, van de elektriciteitswet geformuleerde onderscheid tussen kosten naargelang de netbeheerder er al dan niet controle over heeft, slaat enkel op de eerste van die vier inkomenselementen. Ook de in artikel 2 van dit besluit opgenomen lijst van inkomenselementen heeft enkel betrekking op diezelfde operationele kosten.
De in het inkomen begrepen billijke marge voor de vergoeding van de in het net geïnvesteerde kapitalen is een wezenlijk element van dit besluit.
Naast de transparante doorrekening van de financiële lasten moetn de tarieven van de netbeheerders het mogelijk maken een vergoeding van de geïnvesteerde kapitalen te ontwaren overeenkomstig de verwachtingen van de financiële markten gelet op het koppel risico's/ inkomsten dat verband houdt met betrokken activiteit. De billijke vergoeding van de kapitalen die in de activiteit zijn geïnvesteerd moet enerzijds voldoende waarborgen bieden voor de optimale werking en de leefbaarheid van het net op lange termijn te kunnen verzekeren en moet anderzijds het voor de netbeheerder mogelijk maken toegang te hebben tot normale percentagevoorwaarden voor de kapitaalmarkten op lange termijn. Daarom worden in dit besluit de tot nog toe door de CREG in haar richtlijnen met betrekking tot de billijke winstmarge van de netbeheerders gevolgde methodologie overgenomen, evenwel op een aantal vlakken in belangrijke mate aangepast aan het nieuwe wettelijke reguleringskader : de in het net geïnvesteerde kapitalen bestaan naargelang de keuze van de netbeheerder uit een economische waarde of een boekwaarde van de materiële vaste activa van de netbeheerder voortvloeiende uit een evaluatie die op 31 december 2001 werd gemaakt enerzijds en uit diens berekende behoefte aan bedrijfskapitaal anderzijds. In het kader van het nieuwe wettelijke reguleringskader werd het begrip nominaal bedrijfskapitaal' vervangen door het begrip behoefte aan bedrijfskapitaal' De initiële iRAB waarde van het gereguleerd actief wordt bepaald als de som van de netto economische reconstructiewaarde van de gereguleerde materiële vaste activa en van de netto behoefte aan bedrijfskapitaal.
Met betrekking tot de netto economische reconstructiewaarde, dient men te begrijpen dat het gaat om een vastgestelde marktwaarde, en wel op een gegeven ogenblik in de tijd, rekening houdende met de ouderdom van de betrokken installaties. Hierbij gaat het erom op basis van de huidige geldende prijs van de technologie een nieuwe marktwaarde voor het installatiepark te bepalen. Deze economische waarde wordt vervolgend bijgestuurd rekening houdende met de levensduur van voormelde installaties om rekening te houden met de ouderdom van deze installaties.
Deze economische aanpak is bestemd voor het schatten van de economische waarde van het geïnvesteerde kapitaal en dient te worden betrokken op de overeenkomstige boekwaarde, met name de netto boekwaarde. Deze netto boekwaarde komt op haar beurt overeen met de netto waarde van de installaties, rekening houdende met de ouderdom ervan maar opgewaardeerd in functie van de historische kostprijs.
Het verschil tussen de twee voormelde concepten, namelijk netto economische waarde en netto boekwaarde komt overeen met het verschil in waarde dat de markt aan een gegeven goed verleent, rekening houdende met de resterende levensduur, de evolutie van de technologie, van de prijzen, en van de bijzondere economische omstandigheden. Per definitie betreft dit verschil niet het afgeschreven gedeelte maar wel de restwaarde.
Bijgevolg is er geen tegenstrijd tussen het feit van de initiële waarde iRAB van het gereguleerd actief vast te stellen op basis van een economische waarde met het beginsel zélf van de afschrijving.
Deze twee begrippen zijn volledig verschillend en worden op een verschillende wijze doorgerekend : de afschrijvingen betreffen de historische waarde en zijn bepaald op basis van § 4 van artikel 5 van onderhavig besluit. De waarde van de RAB wordt vastgelegd op basis van een economische waarde. Op haar beurt wordt de economische waarde slechts doorgerekend via de billijke winstmarge enerzijds en via de buitengebruikstellingen van meerwaarden wanneer de economische factoren die verantwoordelijk zijn voor dit verschil t.o.v. de historische boekwaarden ophouden te bestaan, met name in het geval de installaties buiten gebruik worden gesteld zoals die beoogd zijn in § 1, 3e streepje, van artikel 5 van onderhavig besluit.
Het is derhalve geenszins mogelijk tweemaal de afschrijvingslasten op de verbruiker te laten wegen.
Er worden inderdaad hierboven twee aanvullende doch verschillende kapitaalkosten aangehaald : de ene, historische waarde en afschrijving hebben betrekking op het verleden en de andere, economische waarde en RAB hebben betrekking op de toekomst.
Met andere woorden : de afschrijvingen zoals bedoeld in artikel 5, § 4, zijn eens en voor altijd bepaald op basis van de historische aanschaffingswaarde en worden jaarlijks in rekening gebracht tot aan de volledige afschrijving van de historische aanschaffingsprijs, dat wil zeggen tot de netto boekwaarde gelijk is aan nul in de rekeningen.
Het verschil tussen economische waarde en boekwaarde, de RAB meerwaarde dus, wordt slechts in rekening gebracht in het kader van het afvoeren, de technische buitenwerkingstellingen, wanneer het evident is dat de economische factoren die verantwoordelijk zijn voor dit verschil ten opzichte van de historische boekwaarde ophouden te bestaan, meer nog wanneer de installatie ophoudt te bestaan. De bepalingen die voorzien zijn bij artikel 5, § 3 stellen een forfaitaire buitenwerkingstelling voorop ten belope van 2 % per jaar voor de eerste regulatoire periode in afwachting te kunnen beschikken over een voldoende representatief historisch overzicht dat door de commissie zal kunnen gevalideerd worden, hetgeenhet mogelijk maakt een representatief gemiddeld percentage van de waargenomen buitenwerkingstellingen in de werkelijke praktijk van elke netwerkbeheerder waar te nemen.
In andere woorden, geen enkele bepaling er mag toe leiden dat de aanschaffingswaarde voor meer dan voor 100 % kan worden afgeschreven.
De in artikel 5, § 1, van het besluit opgenomen evolutieregels van het gereguleerd actief werden aangevuld voor wat de in de loop van de regulatoire periode buitendienst gestelde materiële vaste activa betreft : naast het verrekenen van de eventuele residuele nettoboekwaarde van deze activa, wordt voor wat de buitendienstgestelde activa betreft, die deel uitmaken van de in artikel 4, § 1 van het besluit bedoelde initiële waarde van het gereguleerd actief, op het ogenblik van hun effectieve buitendienststelling, rekening gehouden met de meerwaarde die betrekking heeft op het betreffend activum overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, § 1, derde lid. De meerwaarde wordt afgetrokken en opgnomen in d ekosten ten belope van 2 % per jaar gedurende de eerste regulatoire periode. Na controle en goedkeuring door de Commissie, waarbij deze erop toeziet dat deze buitendienststellingen met de nodige geleidelijkheid over een lange termijn waargenomen worden wordt het vooropgesteld gemiddelde herzien op basis van de 4 vorige jaren en het herziene percentage zal van toepassing zijn voor de volgende regulatoire periode. Deze methode van buitendienststelling van de meerwaarde maakt het mogelijk te verzekeren dat de gemiddelde evolutie van de waarde van het geïnvesteerde kapitaal redelijk blijft terwijl de nodige middelen worden vrijgemaakt om het het behoud ervan op lange termijn te verzekeren.
Het nieuwe wettelijke reguleringskader heeft ook hier concrete gevolgen voor een aantal parameters van de formule voor het rendementspercentage : de berekening van de in de formule voorziene factor S (schuldfactor) werd aangepast voor de gevallen waarbij de financiële structuur van de netbeheerde niet perfect overeenkomt met de optimaal geachte verhouding van 33 % Eigen Vermogen : enerzijds wordt S bepaald als de verhouding tussen het Eigen vermogen en het Gereguleerd actief en, anderzijds, werden de correctiefactoren met het oog op de toepassing van de Vennootschapsbelasting aangepast.
Zolang de distributienetbeheerders niet beursgenoteerd zijn en voor de eerste regulatoire periode 2009/2012, blijft de bètafactor bepaald op 0,65 en wordt voor de vergoeding van het eigen vermogen een inliquiditeitspremie van 1,2 toegepast.
De vaststelling van de bèta werd besloten met inachtname van de historiek van de bètas die de laatste jaren door de Commissie werden besloten en van de parameters die voor de distributiebeheerders in de andere landen aangewend worden.
De bèta die vastgelegd wordt voor de eerste regulatoire periode ligt evenwel lager dan de gemiddelden van het verleden Het pakket van aanpassingen (behoefte aan bedrijfskapitaal, S-factor, gewijzigde formule voor vennootschapsbelasting en berekeningsmodaliteiten van bèta) mondt uit in een globale algemeen evenwichtige marge.
De algemene tariefstructuur die in het derde hoofdstuk van dit besluit werd uitgewerkt komt globaal gezien overeen met de bestaande tariefstructuur en de van kracht zijnde technische reglementen die door de bevoegde gewestelijke overheden zijn genomen.
De tarieven zijn vastgesteld in één keer voor de volgende vier jaar van de regulatoire periode om zodoende de voorspelbaarheid voor de markt te doen toenemen maar de tarieven zijn voor die periode niet eenvormig. Het tarief evolueert inderdaad van jaar tot jaar onder meer in functie van de indexeringsfactoren, voorziene investeringen en andere factoren in de evolutie van de kosten en de bezoldiging van de geïnvesteerde kapitalen.
Dit model is verkieslijker boven het opstellen van eenvormige tarieven voor de periode omdat dit het mogelijk maakt een drempeleffect te vermijden voor de verhoging van de tarieven bij het begin van de periode. Een dergelijk drempeleffect zou nefast zijn voor de algemene stabiliteit van de prijzen op een ogenblik waarop het in het belang is van het algemeen economisch en financieel beleid de factoren te verminderen die een inflatoire spiraal kunnen versnellen.
De uitvoering van artikel 12octies, § 8, 3°, vindt men terug in het vierde hoofdstuk van dit besluit.
Aan het saldo (positief of negatief) tussen de kosten en de ontvangsten, die jaarlijks door de netbeheerder opgelopen en geboekt zijn tijdens een regulatoire periode, moet vanzelfsprekend een bestemming gegeven worden. In dit besluit wordt bepaald dat op het einde van het derde jaar van elke regulatoire periode, de bestemming van die delen van het over de vier voorbije jaren gecumuleerd saldo die voortvloeien uit een verschil dat te wijten is aan het verschil tussen de reële en de vooraf geraamde niet-beheersbare kosten enerzijds en uit het verschil tussen de reële en de geraamde verkoopsvolumes anderzijds, na advies van de commissie, bepaald wordt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
De bestemming van het verschil tussen de geraamde en werkelijke beheersbare kosten biedt aan de netbeheerder de noodzakelijke stimulans om de betreffende kosten daadwerkelijk te verlagen. Van alle verschillen tussen de reële, door de netbeheerder opgelopen elementen van het inkomen en de in het goedgekeurd budget opgenomen overeenstemmende ramingen, is het immers enkel dit verschil, dat bijgestuurd wordt om rekening te houden met de vergissing in voorspelling die eigen is aan de objectieve indexeringsformule die voorzien is bij artikel 20 van onderhavig besluit en de parameters die hierop betrekking hebben, dat rechtstreeks in de resultatenrekening van de netbeheerder wordt opgenomen en zodoende wordt dit totaal doorgerekend aan de aandeelhouders van de netbeheerders.
De beheersing van de door de netgebruikers te dragen kosten vereist dat de betreffende verschillen met betrekking tot de in artikel 12octies, § 3, 2°, 3° en 4°, van de wet bedoelde elementen van het inkomen, geen deel uitmaken van het inkomen van de overeenstemmende periode en dus geen deel uitmaken van het resultaat/eigen vermogen van de netbeheerder. Deze jaarlijkse saldi van elke regulatoire periode vormen een vordering dan wel een schuld tegenover de afnemers in hun geheel en worden overgeboekt naar de overlopende rekeningen op de balans van de netbeheerder.
Dergelijke vordering/schuld kan via een correctie op de toekomstige tarieven worden verrekend zonder dat het resterende saldo het karakter van een vordering/schuld zou verliezen. Het is de netbeheerder die de CREG op de hoogte brengt van de hoogte van het saldo en haar de elementen ter staving ervan levert.
De uitgewerkte methode vereist duidelijke procedures die beschreven zijn in het vijfde hoofdstuk. Ook de bepalingen van artikel 12octies, § 8, 4° van de elektriciteitswet passen in het kader van de financiële en boekhoudkundige controle van de Commissie die in artikel 23, § 2, van de elektriciteitswet bepaald is. Artikel 17, § 1, derde lid van dit besluit voorziet een bepaling met betrekking tot informatieverstrekking die nodig is voor een juiste tariefberekening. Afdeling 1 beschrijft de procedure voor het voorstel en de goedkeuring
van het totaal inkomen en van de tarieven. De procedure vereist de indiening van een tariefvoorstel met budget uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van elke regulatoire periode.
Voor de eerste regulatoire periode 2009-2012, gelet op de termijn voor de bekendmaking van dit besluit, wordt de indiening van het tariefvoorstel uitgesteld tot 30 september 2008.
Deze procedure leidt tot hetzij goedgekeurde, hetzij hernieuwde tarieven. In dat laatste geval worden de lopende tarieven van de vorige regulatoire periode toegepast.
Naast de gewone procedure, zoals bedoeld in artikel 12octies, § 6, van de elektriciteitswet, voorziet dit besluit ook twee uitzonderingsprocedures.
Vooreerst wordt de indiening voorzien van een geactualiseerd tariefvoorstel ingeval van nieuwe diensten en/of de aanpassing van bestaande diensten van de netbeheerder. Ingeval van dergelijk geactualiseerd tariefvoorstel wordt niet alleen het inkomen geactualiseerd, doch ook de toe te passen tarieven. Geheel in de lijn van artikel 12octies, § 10, van de elektriciteitswet, dat de netbeheerder toelaat om in geval van uitzonderlijke omstandigheden onafhankelijk van de wil van de netbeheerder in de loop van de regulatoire periode een gemotiveerde vraag in te dienen tot aanpassing van de evolutieregels van het totaal inkomen voor wat de komende jaren van de lopende regulatoire periode betreft, werd deze werkwijze als tweede uitzonderingsprocedure in dit besluit voorzien. In dit laatste geval zullen niet enkel het totaal inkomen maar ook de toe te passen tarieven aangepast worden. De term uitzonderlijke omstandigheden onafhankelijk van de wil van de netbeheerder' moet hier, overeenkomstig de heersende rechtspraak in het burgerlijk recht en in het verzekeringsrecht, begrepen worden als overmacht, aan te tonen door de netbeheerder en door de commissie te beoordelen. Voorbeelden hiervan zijn ondermeer natuurrampen en terroristische aanslagen.
Een uitzonderlijk laag of hoog exploitatieoverschot vastgesteld tijdens een bepaald exploitatiejaar, kan niet als een uitzonderlijke omstandigheid gekwalificeerd worden. In geval van goedkeuring van het tariefvoorstel met budget ingediend bij de commissie op grond van uitzonderlijke omstandigheden, zal de commissie de daaruit voortvloeiende goedgekeurde tarieven toepassen voor de resterende duur van de regulatoire periode.
De controle op de evolutieregels van het totaal inkomen en op de tarieven wordt uitgevoerd door de commissie. Deze in afdeling 2 uitgewerkte controle gebeurt zowel aan de hand van door de netbeheerder uitgevoerde voor- en nacalculaties als door middel van specifieke interim- en ex post controles, ondermeer ter plaatse bij de netbeheerder.
In het kader van de nagestreefde transparantie voorziet afdeling 3 in de snelle en algemene bekendmaking van informatie over de tarieven.
De uitvoering in het zesde hoofdstuk van artikel 12octies, § 8, 5°, heeft betrekking op de noodzakelijke rapportering van financiële en niet-financiële gegevens. Deze rapportering is noodzakelijk voor de correcte en tijdige toepassing van de vorige onderwerpen. De rapportering, ondermeer op basis van een in artikel 12octies, § 9 van de elektriciteitswet voorzien en door de commissie, na overleg met de netbeheerder, uitgewerkt rapporterings-model, heeft zowel een ex ante als een ex post karakter. Ter zake worden in overeenstemming met artikel 12octies, § 8, 5°, van de elektriciteitswet, zowel een jaarverslag als een semesteriele gegevensverstrekking voorzien.
Het zevende hoofdstuk van dit besluit behandelt de maatregelen die betrekking hebben op het streefdoel om de belangen van de consumenten in termen van prijs en kwaliteit te beschermen. Het zevende hoofdstuk behandelt uitdrukkelijk een aantal maatregelen over kostenbeheersing.
Meer bepaald wordt het gebruik van een factor voor een voor de netbeheerder haalbare productiviteits- en efficiëntieverbetering en de ex ante en ex post controle op de redelijkheid van de elementen van het inkomen ingevoerd, met de mogelijkheid voor de commissie om zowel ex ante als ex post de kennelijk onredelijke kosten te verwerpen en dus ten laste te leggen van het resultaat van de netbeheerder. Voor de eerste regulatoire periode wordt een verbeteringscoefficiënt van 2,5 % toegepast op de beheersbare kosten van het jaar 2009.
Voor de eerste regulatoire periode komt de factor met het oog op een door de netbeheerder te realiseren verbetering van de productiviteit overeen met 2,5 % van de kosten beoogd in artikel 12, § 2, 1°, van de wet, namelijk de kosten waarop de netbeheerder een rechtstreekse controle uitoefent, zoals die in de door d CREG goedgekeurde of opgelegde tariefvoorstellen 2008 zijn opgenomen.
Dit bedrag, uitgedrukt in « 2008 » euro, geïndexeerd om rekening te houden met de inflatie tussen de boekjaren 2008 en 2009, wordt afgetrokken van de kostenenvelop van het eerste jaar van de regulatoire periode, met name de envelop 2009.
Aangezien deze vermindering voor de hele regulatoire periode 2009-2012 blijft behouden, komen de enkele evoluties die tussen 2009 en de volgende jaren worden geobserveerd overeen met het mechanisme van objectieve indexering, beoogd bij artikel 12quater § 1, 2, van de wet zoals bepaald bij artikel 20 van onderhavig besluit.
De commissie zal voor de volgende regulatoire periode 2013-2016 de DEA-analyse verder verfijnen, zodat dit een bruikbaar instrument wordt in het meten van de doelmatigheid en de efficiëntie van het geheel van de DNB's, om zo tot een eenduidige benchmarking van de DNB's te kunnen overgaan.
Ook zal de commissie in geen geval kosten die noodzakelijk zijn voor de zekerheid, de efficiëntie en de betrouwbaarheid van het net of diegenen nodig voor de uitoefening van de taken, opgelegd door de wetgeving of de reglementering. Het onredelijke karakter van zekere kosten dient steeds gemotiveerd te worden door de commissie. Bovendien zal de commissie geen kosten kunnen verwerpen waarvan het bedrag rechtstreeks en integraal werd opgelegd door een bevoegde overheid noch diegene vastgelegd op basis van een dadingprocedure. Daarbij moet, in het eerste geval, gedacht worden aan bijvoorbeeld de concreet verschuldigde vennootschaps-belasting en bedragen van retributies, taksen, heffingen opgelegd door federale, regionale en lokale overheden en in het tweede geval aan de aanbesteding voor de aankoop van energie om de kosten van de netverliezen te dekken.
De bescherming van de consument kan niet losgezien worden van de aan de netbeheerder geboden stimulans die toelaat het verschil tussen de geraamde en de werkelijke beheersbare kosten rechtstreeks in zijn resultatenrekening op te nemen. Die stimulans houdt tevens in dat de commissie haar ex postcontrole op de beheersbare kosten moet beperken tot de controle op een eventuele kruissubsidiëring met de andere elementen van het totaal inkomen van de netbeheerder.
Uit wat voorafgaat blijkt dan ook het respect van de nettarieven voor de zeven, in artikel 12ter van de elektriciteitswet opgenomen richtsnoeren. (i) Het eerste richtsnoer betreft het niet-discriminerend en transparant karakter van de tarieven.Het besluit houdt in het bijzonder rekening met het principe van non-discriminatie vermits het de basis legt voor de betaling door de netbeheerder van alle kosten, veroorzaakt door of toerekenbaar aan de diensten en de delen van de infrastructuur waarvan hij gebruik maakt. Het koninklijk besluit voorziet immers in een algemene proportionele toewijzing van de kosten van de systeemdiensten en ondersteunende diensten en in een specifieke proportionele toewijzing van de kosten van die delen van de infrastructuur waarvan de netgebruiker gebruik maakt.
Aan de transparantievereiste blijft voldaan door het behoud in de tariefstructuur en -opbouw van het principe van de naspeurbaarheid van de kosten vanaf hun primaire boeking als kostensoort tot aan hun opname in het tarief dat aan de netgebruiker zal aangerekend worden.
Elke kost per activiteit wordt hetzij geheel toegewezen aan één kostenobject, hetzij gedeeltelijk aan meerdere kostenobjecten. Eén kostenobject komt overeen met één tariefcomponent die doorgerekend wordt aan de netgebruiker. De integratie van al deze kostentoewijzingen binnen het boekhoudkundig kader biedt de volgende voordelen : een verhoogde consistentie in de toepassing van de waarderingsregels en een verhoogde doelmatigheid bij latere controles.
Een ander belangrijk principe bij de naleving van de transparantie is de rapportering van financiële gegevens zoals zij opgenomen worden in een budget. De tarieven worden goedgekeurd vóór hun toepassing in de volgende regulatoire periode en dus op basis van het budget van de netbeheerder. Om een passend inzicht te verwerven in de totstandkoming van de tarieven is een uitgebreide rapportering met betrekking tot de opmaak van het budget bijgevolg noodzakelijk. Dit principe werd uitgewerkt in artikel 17. (ii) Het tweede richtsnoer vereist dat de tarieven de evenwichtige ontwikkeling mogelijk maken van het transmissienet overeenkomstig de verschillende investerings- en ontwikkelingsplannen van de netbeheerder.
Enerzijds wordt het verband met de uitvoering van de genoemde plannen uitdrukkelijk vereist in artikel 17, § 2, 2°, a) van dit besluit, anderzijds is het voor de berekening van de billijke winstmarge in artikel 4 van dit besluit gehanteerde gereguleerd actief' gebaseerd op de vergoeding van de in het net geïnvesteerde kapitalen (« return on investment »). (iii) De commissie verwacht van de netbeheerder dat hij zijn tarieven vergelijkt met de beste tariefpraktijken die door vergelijkbare netbeheerders worden toegepast. (iv) Artikel 36, § 2, van dit besluit beantwoordt aan het vierde richtsnoer waarbij de tarieven het mogelijk moeten maken het inkomen te genereren. (v) De algemene tariefstructuur met een sterke differentiatie aan toe te passen tarieven, houdt voor de gebruikers een sterke aansporing in om hun gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren, zoals het vijfde richtsnoer vereist. (vi) Het als zesde richtsnoer in artikel 12t, § 4, 6°, van de elektriciteitswet opgenomen artikel voorziet als volgt in de opsplitsing van de tarieven : a) op basis van de voorwaarden en de modaliteiten voor het gebruik van het distributienet;b) wat de ondersteunende diensten betreft;c) wat de eventuele meerkosten voor de openbare dienstverplichtingen betreft. De artikelen 9 tot 12 van het koninklijk besluit houden rekening met artikel 12octies, § 4, 6°, van de elektriciteitswet.
Artikelen 12 van het koninklijk besluit, beantwoordt aan de vereiste van de opsplitsing wat de ondersteunende diensten betreft. De kost van de ondersteunende of systeemdiensten wordt als een afzonderlijk kostenobject opgenomen in de algemene tariefstructuur.
De vereiste van opsplitsing wat de eventuele toeslagen voor de openbare dienstverplichtingen betreft, vindt zijn weerslag in de artikel 13 van het koninklijk besluit. De kost van de onderscheiden openbare dienstverplichtingen wordt als een afzonderlijk element van het inkomen beschouwd. (vii) Artikel 12octies, § 4, 7°, van de elektriciteitswet tenslotte bepaalt dat de tariefstructuren gelijk dienen te zijn voor het gehele grondgebied, zonder opsplitsing volgens geografische zone. De algemene tariefstructuur zoals vervat in het koninklijk besluit houdt daarom ook geen rekening met de geografische zone van injectie noch van afname van de elektriciteit, waardoor aan het zevende richtsnoer wordt beantwoord.
Conform het advies 44.844/3 uitgebracht op 8 juli 2008 door de Raad van State, werden verschillende aanpassingen aangebracht aan het ontwerp van koninklijk besluit. Het betreft met name de verwijzing in het besluit naar verscheidene bepalingen in de gaswet, waarvan de nummering werd gewijzigd ingevolge het van kracht worden van het hoofdstuk IV van de wet van 8 juni houdende diverse bepalingen.
De Raad van State merkt eveneens op dat het ontwerp van koninklijk besluit enkele verschillen bevat in verhouding tot het voorstel dat werd geformuleerd door de CREG op basis van het artikel 12octies, § 8, van de gaswet, terwijl dat het artikel 23, alinea 3, van de Richtlijn 2003/54/EC van 26 juni 2003 voorziet dat het bevoegde orgaan van de Lidstaat over het vermogen beschikt om het voorstel, dat hem werd voorgelegd door de reguleringsinstantie goed te keuren of te verwerpen.
Deze bemerking vereist een aantal verduidelijkingen. In het voorstel dat werd gestuurd door de CREG zouden sommige bepalingen, zoals deze betreffende het gereguleerde actief en de betafactor, moeten worden vervolledigd door de federale Minister voor Energie. Andere bepalingen waren onvoldoende duidelijk, precies en onmiddellijk toepasselijk op korte termijn, zodat ze moesten worden gepreciseerd voor de eerste regulatoire periode. Dit was met name het geval voor de inspanning betreffende productiviteit.
Bovendien heeft de CREG aan de Minister een tekst gestuurd die met bepaalde distributienetbeheerders werd onderhandeld in oktober 2007 en sedertdien ongewijzigd bleef. De CREG heeft ook het PV gestuurd naar de Minister van het overleg van 9 mei, alsook alle voorstellen van amendering van de beheerders en het initiële voorstel, waarbij de Minister werd uitgenodigd om de tekst te vervolledigen en aan te passen op basis van deze amenderingen.
Bovendien ziet de Raad van State niet in op welke wettelijke basis de bepalingen van artikel 13 van het ontwerp van besluit betreffende de belastingen, heffingen, meerkosten, bijdragen en retributies rusten.
Deze posten zijn geen tarieven in de zin van de artikelen 9 tot 12, maar zij moeten verplicht worden hernomen in de facturatie van de gebruikers van het netwerk. Deze bepalingen zijn gelijkaardig aan deze voorzien in het
koninklijk besluit van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002011273
bron
ministerie van economische zaken
Koninklijk besluit betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten en het gebruik ervan, de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten en inzake de boekhouding van de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit
sluiten, dat thans de algemene tariefstructuur beheert, die wordt gebruikt door de distributienetbeheerders.
De Raad van State stelt eveneens vragen bij de bepalingen van de gaswet, die de procedure na annulering of schorsing van een tarifaire beslissing van de CREG zou kunnen rechtvaardigen, zoals beschreven onder artikel 20. Wanneer een tarifaire beslissing van de CREG opgeschort of geannuleerd wordt door het Hof van Beroep, of de Raad van de Mededinging, is het onontbeerlijk dat maatregelen kunnen worden getroffen, opdat een tarifair voorstel zou worden goedgekeurd.
Bijgevolg sluit de procedure beoogd in het artikel 20 aan op het kader van de regels bepaald op basis van het artikel 12octies, § 8, 4°, van de elektriciteitwet.
Tenslotte, merkt de Raad van State op dat het artikel 12octies, 68, van de elektriciteitswet voorziet dat een overleg inzake het ontwerp van besluit moet worden gepleegd met de gewesten en dat het vergaderen van een werkgroep die kabinetsleden of ambtenaren bijeenbrengt, hier niet mee kan worden geassimileerd. In dit verband moet men onderstrepen dat een overlegvergadering betreffende het ontwerp van besluit, waarbij de vertegenwoordiger van elke voor energie bevoegde gewestelijke minister werd geassocieerd, alsook de vertegenwoordiger van de voor energie bevoegde federale minister, werd gehouden op 10 juni 2008. De diverse opmerkingen die werden gemaakt tijdens de vergadering door deze behoorlijk gemachtigde vertegenwoordigers, werden in aanmerking genomen bij de finalisering van het ontwerp van besluit en zij waren het voorwerp van een proces-verbaal, dat voor goedkeuring werd gestuurd naar elk lid van de betrokken regeringen.
Bovendien moet worden genoteerd dat elkeen van de vertegenwoordigers van de leden van de regeringen, die hebben deelgenomen aan deze vergadering, zetelt in de interministeriële conferentie voor economie en energie.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer trouwe dienaar, De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE
2 SEPTEMBER 2008. - Koninklijk besluit betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011161
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten
sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid artikel 12octies, gewijzigd bij de
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/06/2008
numac
2008202046
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
sluiten houdende diverse bepalingen (I);
Gelet op het voorstel van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 30 mei 2008;
Gelet op het overleg met de Gewestregeringen van 10 juni 2008;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 juni 2008;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 27 juni 2008;
Gelet op de hoogdringendheid die verantwoord wordt door de dringende noodzaak aan de disributienetbeheerders de parameters over temaken waarop zij zich dienen te baseren voor de uitwerking van hun tariefvoorstellen die ten laatste op 30 september 2008 voor de eerste regulatoire periode 2009-2012 dienen te worden overgemaakt; op het feit dat deze parameters worden bepaald in onderhavig besluit en dat de uitwerking van voormelde voorstellen in hoofde van de netwerkbeheerders een zekere voorbereidingstijd vergt;
Gelet op het advies 44.844/3 van de Raad van State, gegeven op 8 juli 2008 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van Onze Minister van Klimaat en Energie en op advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.De definities vervat in artikel 2 van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011161
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten
sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt zijn van toepassing op dit besluit.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « wet » : de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011161
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten
sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;2° « commissie » : de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, opgericht door artikel 23 van de wet en artikel 15/14 van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;3° « distributie » : het vervoer van elektriciteit langs distributienetten met het oog op de levering ervan aan afnemers;4° « distributienet » : elk net dat werkt aan een spanning die gelijk is aan of lager is dan 70 kilovolt voor het vervoer van elektriciteit naar afnemers op regionaal of lokaal niveau;5° « distributienetbeheerder » : elke beheerder van een distributienet die aangewezen is door de bevoegde gewestelijke overheden;6° « reguleringsinstantie » : elke gewestelijke instantie die belast is met een algemene taak van toezicht en controle op de toepassing van de wetten, decreten of ordonnanties genomen in uitvoering van de Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit;7° « afnemer » : elke eindafnemer, leverancier of tussenpersoon;8° « eindafnemer » : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor eigen gebruik;9° « tussenpersoon » : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt met het oog op de doorverkoop ervan;10° « leverancier » : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit verkoopt aan eindafnemers;11° « technisch reglement » : het geheel gevormd door de technische reglementen voor het beheer van de distributienetten en het gebruik ervan, aangenomen door elke bevoegde gewestelijke overheid, waarbij elke van deze reglementen van toepassing is voor elke gebruiker van het net in functie van de lokalisatie van zijn aansluiting;12° « netgebruiker » : elke natuurlijke of rechtspersoon die over een aansluiting beschikt en elektriciteit in het distributienet injecteert of elektriciteit afneemt vanuit het distributienet;13° « tariefvoorstel » : het voorstel van een distributienetbeheerder omvattende al de tarieven die hij vóór elke regulatoire periode aan de commissie ter goedkeuring dient voor te leggen, overeenkomstig artikel 12octies, § 6, van de wet;14° « geactualiseerd tariefvoorstel » : het tariefvoorstel bedoeld in artikel 12octies, § 7, van de wet;15° »budget » : de raming door de netbeheerder van het totaal inkomen bedoeld in artikel 12octies, § 3 van de wet;16° « infrastructuurdeel » : het deel van elk distributienet dat, overeenkomstig de beslissing van de bevoegde gewestelijke overheden, overeenstemt met één van de volgende spanningsniveaus : Onder een netwerk met een transmissiefunctie, moet worden verstaan : het transportnetwerk en de volledige infrastructuur van vermaasde elektriciteitsnetten die in hoofdzaak dienen voor het overbrengen van de elektriciteit naar industriële consumenten en andere in België gevestigde netwerken, alsook de interactie tussen elektriciteitscentrales en elektriciteitsnetten.a) het netwerk met een nominale spanning van 30 tot 70 kV inbegrepen, met uitzondering van de lijnen, kabels en aansluitingen waarvan het nominale spanningsniveau kleiner of gelijk is aan 70 kV en die een transportfunctie hebben;b) de transformatoren naar het middenspanningsnet;c) het netwerk met een nominale spanning tussen 26 en 1 kV;d) de transformatoren naar het laagspanningsnetwerk;e) het laagspanningsnetwerk (het netwerk met een nominale spanning lager dan 1 kV);17° « klantengroep » : elke groep van netgebruikers die energie uitwisselen (injecteren en/of afnemen) via één van de onder 16° bedoelde infrastructuurdelen voor zover zij gebruik maken van één of meerdere diensten van een distributienetbeheerder in het kader van de toepassing van diens wettelijke en reglementaire verplichtingen, met dien verstande dat een netgebruiker die via meer dan één infrastructuurdeel energie uitwisselt, tot de verschillende betrokken klantengroepen behoort;18° "overige klanten" : de groep van marktspelers die gebruik maken van één of meerdere diensten van de netbeheerder in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke en reglementaire verplichtingen en die niet behoren tot één van de klantengroepen gedefinieerd in artikel 1, 17°;19° « kostenobject » : elk geheel van de kosten vereist voor de levering van een dienst, vermeerderd met de kosten van de belastingen, toeslagen, bijdragen en vergoedingen toegewezen aan de betrokken dienst;20° "kostenplaats" : elke door de netbeheerder boekhoudkundig opgezette onderverdeling waaraan de kosten zijn toegewezen;21° « kostensoort » : de aard van de kosten van een onderneming zoals bedoeld in artikel 25, § 1 van het
koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
30/01/2001
pub.
06/02/2001
numac
2001009091
bron
ministerie van justitie
Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen
sluiten tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen;22° « kostenveroorzaker » : elke sleutel die het rechtstreeks oorzakelijk verband tussen de kosten en de gerelateerde prestaties weergeeft;23° « verdeelsleutel » : elke forfaitaire sleutel gebruikt voor de toewijzing van kosten aan prestaties op basis van conventionele verhoudingen wanneer er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat en/of gemeten kan worden tussen de kosten en de prestaties;24° « onderschrijvingsformule » : het onderschreven vermogen (kW) wordt bepaald op basis van het maximum kwartuurvermogen afgenomen over de laatste 12 maanden, inclusief de factureringsmaand.25° « systeembeheer » : het geheel van de volgende diensten : a) het commerciële beheer van de contracten betreffende de toegang tot het distributienet en de ondersteunende diensten, namelijk het beheer van de ondersteunende diensten;b) de programmering van de energie-uitwisselingen, namelijk het beheer van de nominaties, de voorbereiding van het exploitatieprogramma en de voorbereiding van het exploitatieprogramma dat in werking kan worden gesteld na een incident;c) het besturen van het distributienet en het bewaken van de energie-uitwisselingen, hoofdzakelijk gericht op de exploitatie in reële tijd van het distributienet die bestaat uit : - het uitvoeren van de exploitatieprogramma's die aanvaard zijn bij de programmering van de energie-uitwisselingen; - het permanent verzekeren van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiënte exploitatie van het distributienet; - het coördineren en het uitvoeren of laten uitvoeren van de handelingen in het distributienet die noodzakelijk zijn bij werken aan de installaties; d) de controle op de kwaliteit van de bevoorrading en op de stabiliteit van het distributienet, die bestaat uit : - het verzamelen van de gegevens betreffende de kwaliteit van de bevoorrading en betreffende de stabiliteit van het distributienet; - het opvolgen van de kwaliteit van de bevoorrading en van de stabiliteit van het distributienet; 26° « meteringactiviteit » : het verzamelen door het verwerkingssysteem van de distributienetbeheerder en de verwerking van de metingen en tellingen bij de distributienetbeheerder, wat het beheer van de uitrustingen en procédés inzake meting en telling omvat; het verwerven, valideren en behandelen van de meet- en telgegevens, alsook het uitwisselen van de meet-, tel- en andere benodigde informatie met de beheerders van elektriciteitsnetten waaraan het distributienet is gekoppeld; 27° « ondersteunende diensten » : het geheel van de volgende diensten zoals gedefinieerd in het technisch reglement distributie elektriciteit : a) de regeling van de spanning en van het reactief vermogen;b) de compensatie van de netverliezen;c) de toegang tot de netten waarmee het distributienet gekoppeld is;d) in voorkomend geval het congestiebeheer.28° « regeling van de spanning en van het reactief vermogen » : de dienst die erin bestaat, overeenkomstig het technisch reglement distributie, de spanning in de verschillende punten van het distributienet binnen een vooraf bepaalde marge te behouden;29° « compensatie van de netverliezen » : de dienst die, overeenkomstig het technisch reglement distributie, de actieve verliezen die ontstaan door het vervoer van elektriciteit via het distributienet, compenseert;30° « aansluiting van een netgebruiker » : het geheel van de uitrustingen dat toelaat om de installaties van de netgebruiker met het distributienet te verbinden en dat tenminste bestaat uit : een aftakking en een meetgroep;31° « aftakking » : de uitrusting aangebracht vanaf het elektrisch distributienet tot de meetgroep en dienend voor de voeding van de installatie van de netgebruiker;32° « meetgroep » : het geheel samengesteld uit één of meer meters, vermogenschakelaars, relais en toebehoren;33° « exploitatiejaar » : één kalenderjaar;34° « minister » : de federale minister bevoegd voor energie.35° « notionele intrestaftrek » : de aftrek voor risicokapitaal bedoeld in artikel 205bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;36° « behoefte aan bedrijfskapitaal » : de behoefte aan bedrijfskapitaal van de netbeheerder, op een gegeven ogenblik, is gelijk aan het verschil tussen enerzijds de som van de voorraden, de bestellingen in uitvoering, de schuldvorderingen, de operationeel noodzakelijke liquide middelen en de overlopende rekeningen van het actief op dat ogenblik en anderzijds de som van de handelsschulden, de voorschotten ontvangen op bestellingen, de belasting-, loon- en sociale schulden, de overige schulden en de overlopende rekeningen van het passief op dat ogenblik;zoals bedoeld in Bijlage Minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel' van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel, laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 januari 2005; 37° « billijke marge » : dit is de winstmarge bedoeld in artikel 12octies, § 3, 2°, van de wet en zoals bepaald in artikel 3 van dit besluit;38° « risicovrije rente » : dit is het rendement op een investering zonder enige vorm van risico;39° « OLO-obligaties » : Obligations Linéaires- Lineaire Obligaties met name effecten zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 oktober 1997 betreffende de lineaire obligaties;40° « marktrisicopremie » : dit is de gemiddelde opbrengst van een aandelenportefeuille die enkel bestaat uit aandelen opgenomen in de BEL20-index (of diens vervanger), verminderd met de risicovrije rente;41° « illiquiditeitsfactor » : dit is de additionele vergoeding op het eigen vermogen ten belope van 20 % voor de illiquiditeit van een niet-beursgenoteerde onderneming;42° « Betafactor » : is de covariantie van het rendement van het aandeel van de beursgenoteerde netbeheerder met het rendement op de markt, gedeeld door de variantie van die markt.Zolang de DNB niet beursgenoteerd is, wordt de betafactor vastgesteld zoals voorzien in artikel 7, 2° en 8, § 2 van het huidige besluit; 43° « economische reconstructiewaarde » : de kostprijs om een bepaald uitrustingsgoed te vervangen door een gelijkaardige installatie qua inrichting en prestatie en waarbij rekening gehouden wordt met de technologische vooruitgang;44° « rendementspercentage » : het percentage bedoeld in artikel 12octies, § 8, 1°, c), van de wet;45° « wettelijke feestdagen » : Nieuwjaar, Paasmaandag, Feest van de Arbeid, Onze heer Hemelvaart, Pinkstermaandag, Nationale Feestdag, Onze Lieve Vrouw Hemelvaart, Allerheiligen, Wapenstilstand, Kerstmis. HOOFDSTUK II. - Het totaal inkomen en de billijke marge Afdeling 1. - Het totaal inkomen
Art. 2.§ 1. Het totaal inkomen bedoeld in artikel 12octies, § 3, van de wet bevat inzonderheid het geheel van kosten die nodig zijn voor de vervulling door de netbeheerder van de in artikel 8, § 1, van de wet bedoelde taken. Deze kosten bestaan inzonderheid, maar niet uitsluitend uit de volgende elementen : 1° de kosten voor de aankoop van de ondersteunende diensten (inclusief de netverliezen, indien opgelegd door het toepasselijke technisch reglement distributie Elektriciteit) in voorkomend geval verminderd met de aan leveranciers opgelegde boetes voor het niet nakomen van hun verplichtingen ter zake;2° de kosten voor het gebruik van de infrastructuur van derden;3° de kosten (met inbegrip van de bewegingen op overeenstemmende provisierekeningen) van de aankoop van andere goederen en diensten, voor zover dit gebeurt binnen het kader van de uitoefening van de activiteiten bedoeld in artikel 8,§ 1 van de wet, in het bijzonder deze gericht op : a) het beheer van de elektrische infrastructuur;b) het beheer van het elektrisch systeem;c) het beheer van de telecom-infrastructuur;d) de informatica-activiteiten;e) het gemeenschappelijk beheer;f) de naar balansrekeningen over te dragen lasten.4° de kosten (met inbegrip van de bewegingen op overeenstemmende provisierekeningen) van bezoldigingen, sociale lasten, met inbegrip van alle bijdragen voorzien in de wet, en alle in het kader van pensioenfondsen en groepsverzekeringen betaalde lasten, vanaf het ogenblik waarop het personeelslid in dienst trad bij de DNB;5° a) de lasten van niet gekapitaliseerde pensioenen, uitgekeerd aan personeelsleden of aan gerechtigden naar verhouding van hun aantal dienstjaren in een gereguleerde activiteit van netbeheer of van elektriciteitslevering in de distributie, overeenkomstig een collectieve arbeidsovereenkomst of een behoorlijk geformaliseerde overeenkomst, of te dien einde aan hun werkgever terugbetaald door een distributienetbeheerder overeenkomstig contractuele verplichtingen aangegaan door hem vóór 30 april 1999 voor zover deze lasten gespreid zijn over de tijd overeenkomstig de bestaande regels vastgesteld vóór 30 april 1999 of overeenkomstig de later door de Commissie aanvaarde regels.b) alle verbintenissen ten opzichte van de pensioenfondsen van de DNB's en van de werkmaatschappijen die een gereguleerde activiteit van distributie netbeheer hebben waarop zij een beroep doen die personeel hebben met een openbaar statuut, met inbegrip van alle verbintenissen die het gevolg zijn van vervroegd pensioen, ongeacht het vastgestelde aandeel, 6° de verschuldigde onroerende voorheffing en de lokale belastingen, heffingen en retributies, met uitsluiting van, in geval van niet verzekerbare schade, de aan de netbeheerder opgelegde boetes en van de ten laste van de netbeheerder opgelegde schadevergoedingen in geval van netincidenten;7° de geboekte minderwaarden en het deel van de meerwaarde bepaald in artikel 4, § 1, betreffende uitrustingen die buiten gebruik worden gesteld in de loop van het desbetreffende jaar, voor zover de bedragen verband houdende met het deel van de meerwaarde worden geboekt op een passief reserve van de netbeheerder.De Commissie controleert de overeenstemming tussen de evolutie van deze reserve en de geregistreerde buitendienststellingen. De door de DNB gehanteerde methodiek ter bepaling van de technische buitendienststellingen wordt door de revisor van de betrokken DNB geattesteerd.
De meerwaarde bepaald in artikel 4, § 1 wordt afgeboekt en in de kosten opgenomen à rato van 2 % per jaar in de eerste regulatoire periode. Na afloop van het derde jaar van elke regulatoire periode wordt het voortschrijdende gemiddelde van de buitendienststellingen over de voorbije 4 jaren bepaald. Dit voortschrijdend gemiddelde wordt toegepast in de eerstvolgende regulatoire periode. 8° de geboekte waardeverminderingen;9° de financiële lasten (« embedded costs »);10° de effectief verschuldigde vennootschaps- en rechtspersonenbelasting;11° de kostenverminderingen die het gevolg zijn van diverse verrichtingen, voor zover deze gebeuren in het kader van activiteiten bedoeld in artikel 8, § 1 van de wet, in het bijzonder : * de opbrengsten uit de verhuur van de palen en steunen, voor zover deze deel uitmaken van het gereguleerd actief; * de opbrengsten uit de verhuur van het glasvezelnet, voor het gedeelte dat deel uitmaakt van het gereguleerd actief; * de opbrengsten uit andere gereguleerde activiteiten; * de meerwaarden op de realisatie van activa * resultaat op nevenactiviteiten * de diverse ontvangsten. 12° indien opgelegd door de betrokken gewestelijke regulator : de door de transmissienetbeheerder aangerekende vergoeding voor het gebruik van het transmissienet, inclusief de door de transmissienetbeheerder doorgerekende toeslagen 13° kosten voor openbare dienstverplichtingen;14° de kosten voor doorvoer, aangerekend door andere distributienetbeheerders 15° De kostenverminderingen en/of -vermeerderingen die het gevolg zijn van overdrachten tussen de resultatenrekening en de balans;met inbegrip van de aan het inkomen toegewezen verschillen uit vorige regulatoire periodes. § 2. De in artikel 12octies, § 5, 1°, van de wet bedoelde kosten waarop de netbeheerder geen rechtstreekse controle heeft, zijn deze bedoeld onder § 1, 1°, 2°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 12°,13°, 14° en 15° van dit artikel. § 3. De in artikel 12octies, § 5, 2°, van de wet bedoelde kosten waarop de netbeheerder een rechtstreekse controle heeft, zijn deze bedoeld onder § 1, 3°, 4°en 11°, van dit artikel. Afdeling 2. - De billijke marge
Art. 3.§ 1. De billijke marge vormt de vergoeding voor de door de netbeheerder in het net geïnvesteerde kapitalen. Deze komt jaarlijks tot stand door de toepassing van het in artikel 6 bedoelde rendementspercentage op de in artikel 5, § 5 bedoelde gemiddelde waarde van het in artikel 4 bedoeld gereguleerd actief. § 2. De billijke marge is een netto vergoeding, nà toepassing van de vennootschaps- en rechtspersonenbelasting (d.w.z. de bruto billijke marge vóór belasting, indien er belasting is, wordt bepaald door : billijke vergoeding nà belasting/(1-t)), maar vóór toepassing van de roerende voorheffing op de dividenden. De door de netbeheerder verschuldigde werkelijke belasting behoort tot de in artikel 12octies, § 3, 1°, van de wet bedoelde kosten. Afdeling 3. - Het gereguleerd actief
Art. 4.§ 1. De initiële waarde (iRAB) van het gereguleerd actief (RAB) bestaat uit de som van de netto economische reconstructiewaarde van de gereguleerde materiële vaste activa zoals vastgesteld op 31 december 2001 en de behoefte aan netto bedrijfskapitaal van de netbeheerder. De initiële waarde van het gereguleerd actief is de som van de netto boekwaarde van de materiële vaste activa en de Meerwaarde (m.a.w. de Meerwaarde is het positief verschil tussen de iRAB-waarde en de netto afgeschreven boekwaarde). § 2. De waarde van het gereguleerd actief waarop het rendementspercentage toegepast wordt, wordt afgeleid van de in § 1 bedoelde initiële waarde van het gereguleerd actief en …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.