📄 Wettekst
15 JULI 2013. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot invoering van een aanvullend sectoraal pensioenstelsel (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair subcomité voor de betonindustrie;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot invoering van een aanvullend sectoraal pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 juli 2013.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsbladvan 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de betonindustrie Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 Invoering van een aanvullend sectoraal pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 20 oktober 2006 onder het nummer 80977/CO/106.02) Toepassingsgebied Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeid(st)ers die onder het Paritair Subcomité voor de betonindustrie ressorteren.
Algemeen verbindend verklaring Art. 2.De partijen vragen de algemeen verbindend verklaring aan.
Begrippen en Definities Art. 3.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : 3.1.WAP De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingsstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. 3.2. Paritair Subcomité Het Paritair Subcomité voor de betonindustrie of ook PSC 106.02. 3.3. Het protocolakkoord Het protocol van akkoord 2005-2006, ondertekend op 23 mei 2005 in vergadering van het paritair subcomité. 3.4. Huidige werkgever De werkgever van de aangeslotene alsook de vorige werkgever van de aangeslotene voor zover de huidige werkgever voorkomt uit of betrokken was bij een operatie als herstructurering, fusie, splitsing...
Voorwerp en doelstelling Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als enig voorwerp het invoeren van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel voor de arbeid(st)ers van het paritair subcomité en de regels ervan vast te leggen conform de regels van de WAP en het protocolakkoord.
Het doel van dit sectoraal aanvullend pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan : - aan de aangeslotene zelf, een kapitaal indien hij in leven is op de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement.
Het als bijlage opgenomen pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Opting out is niet voorzien Art. 5.Van de mogelijkheid voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren via een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting out"), wordt geen gebruik gemaakt door het paritair subcomité.
De inrichter Art. 6.De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel is het "Sociaal Fonds van de betonindustrie", Voltastraat 12, 1050 Brussel.
De pensioeninstelling Art. 7.Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen De Federale Verzekeringen, Vereniging van onderlinge levensverzekeringen, toegelaten onder codenummer 0346, met als zetel Stoofstraat 12, 1000 Brussel.
Pensioenbijdrage Art. 8.De pensioenbijdrage omvat de verzekeringstaks die op het ogenblik van de sluiting van deze collectieve arbeidsovereenkomst 4,4 pct. bedraagt en de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage die op het ogenblik van de sluiting van deze collectieve arbeidsovereenkomst 8,86 pct. bedraagt, niet.
De pensioenbijdrage is een ondeelbare bijdrage en wordt op 31 december toegekend voor zover de aangeslotene in het verstreken kalenderjaar tenminste één gepresteerde arbeidsdag telt.
Voor de pensioenbijdrage 2006 en de inhaalbijdrage 2005 wordt de vereiste van één gepresteerde arbeidsdag niet gesteld.
Bij het bepalen van de omvang van de bijdrage wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene. 1) De pensioenbijdrage wordt vastgesteld als volgt : De pensioenbijdrage stemt, rekening houdend met de anciënniteit zoals hierna bepaald, overeen met volgend bedrag :
Année 2006
A partir de 2007
Jaar 2006
Vanaf 2007
- de 1 an à 5 ans d'ancienneté inclus
52,98 EUR
72,98 EUR
- van 1 jaar tot en met 5 jaar anciënniteit
52,98 EUR
72,98 EUR
- de 6 ans à 10 ans d'ancienneté inclus
70,63 EUR
90,63 EUR
- van 6 jaar tot en met 10 jaar anciënniteit
70,63 EUR
90,63 EUR
- de 11 ans à 15 ans d'ancienneté inclus
88,29 EUR
108,29 EUR
- van 11 jaar tot en met 15 jaar anciënniteit
88,29 EUR
108,29 EUR
- de 16 ans à 20 ans d'ancienneté inclus
114,78 EUR
134,78 EUR
- van 16 jaar tot en met 20 jaar anciënniteit
114,78 EUR
134,78 EUR
- plus de 20 ans d'ancienneté
132,44 EUR
152,44 EUR
- boven 20 jaar an-ciënniteit
132,44 EUR
152,44 EUR
2) De anciënniteit wordt vastgesteld als volgt : 2.a) anciënniteit : gewoon regime De anciënniteit die bepalend is voor de omvang van de pensioenbijdrage wordt telkens op 1 januari van het lopend kalenderjaar fictief vastgesteld in functie van de loopbaan die de aangeslotene in de sector in de hoedanigheid van arbeid(st)er telt vanaf 1 januari 2006.
De volgende regels zijn van toepassing : - Het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) wordt steeds in aanmerking genomen als 1 anciënniteitjaar. - Op 1 januari volgend op het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) is de in aanmerking te nemen anciënniteit 2 jaar. De daaropvolgende 1ste januari is de anciënniteit 3 jaar enz. - Uittredingsanciënniteit : - bij uittreding in de loop van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was min 1 jaar; - bij uittreding op 31 december van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was.
Wanneer een uitgetreden arbeid(st)er opnieuw intreedt (een werknemer opnieuw de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector verwerft) wordt voor het kalenderjaar van herintreding (het kalenderjaar van het opnieuw verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er) als anciënniteit de uittredingsanciënniteit) + 1 jaar in aanmerking genomen. 2. b) anciënniteit : speciale schikking bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel voor diegenen die op 1 oktober 2006 reeds een loopbaan als arbeid(st)er bij de huidige werkgever hebben ("startanciënniteit"). Voor de arbeid(st)er die op 1 oktober 2006 - de datum van inwerkingtreding van het pensioenstelsel - aangesloten wordt, wordt voor de berekening van de anciënniteit een "startanciënniteit" in aanmerking genomen. Onder "startanciënniteit" wordt verstaan : dat de ononderbroken loopbaan die de arbeid(st)er bij zijn huidige werkgever als arbeid(st)er heeft gepresteerd, in aanmerking genomen wordt om de omvang van de pensioenbijdrage vast te stellen.
De volgende regels zijn van toepassing : - het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt in aanmerking genomen als 1 anciënniteitjaar; - op elke 1ste januari die volgt op het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt 1 jaar anciënniteit bijgerekend en dit tot 1 januari 2006; - bij uittreding tussen 2 oktober 2006 en 30 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was min 1 jaar; - bij uittreding op 31 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was; - vanaf 1 januari 2007 wordt de startanciënniteit aangevuld met anciënniteit in de sector zoals hierboven beschreven in artikel 8, 2., a).
Wanneer de arbeid(st)er die uittreedt tussen 2 oktober 2006 en 30 december 2006 of de arbeid(st)er die uittreedt op 31 december 2006 achteraf opnieuw intreedt wordt voor het kalenderjaar van herintreding als anciënniteit de vastgeklikte startanciënniteit + 1 jaar in aanmerking genomen. 3) Inhaalbijdrage voor de arbeid(st)er die in 2005 in dienst was bij de huidige werkgever Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel wordt aan de arbeid(st)er die aangesloten wordt op 1 oktober 2006 en die gedurende het kalenderjaar 2005 als arbeid(st)er in dienst was bij zijn huidige werkgever, een inhaalbijdrage toegekend die gelijk is aan de pensioenbijdrage gedefinieerd voor het jaar 2006 vermenigvuldigd met 1,0325.Voor wat het gegeven anciënniteit betreft, wordt rekening gehouden met de "startanciënniteit" min 1 jaar.
De startanciënniteit wordt als volgt bepaald : - het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt in aanmerking genomen als 1 anciënniteitjaar; - op elke 1ste januari die volgt op het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt 1 jaar anciënniteit bijgerekend en dit tot 1 januari 2006.
Te innen bijdragen Art. 9.De bijdragen voor het aanvullend pensioenstelsel, inclusief taksen en RSZ-bijdrage voor aanvullende pensioenen zullen geïnd worden door de inrichter. Deze bijdragen maken deel uit van de bijdrage van de werkgevers in toepassing van artikel 14 van de statuten van het "Sociaal Fonds van de betonindustrie" vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 1981 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 maart 1982.
Groepsverzekering Art. 10.Het aanvullend sectoraal pensioenstelsel wordt uitgevoerd via een groepsverzekering die door de inrichter wordt onderschreven.
De bijdragen worden toegewezen aan een groepsverzekering tak 21 van het type kapitalisatie.
De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen.
Werking in de tijd van het pensioenstelsel Art. 11.In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt het sectorale pensioenstelsel in werking vanaf 1 oktober 2006.
Solidariteitstoezegging Art. 12.De partijen bevestigen in deze collectieve arbeidsovereenkomst een solidariteitstoezegging waarvan de kost minstens 4,4 pct. van de pensioenbijdrage is.
De regels en modaliteiten inzake de uitvoering van de solidariteitstoezegging, de regels betreffende de financiering van de solidariteitstoezegging alsook de rechten en de verplichtingen van de inrichter, de aangeslotenen en hun begunstigden zullen vastgelegd worden in een solidariteitsreglement.
Inwerkingtreding en opzeggingsmodaliteiten van de collectieve arbeidsovereenkomst Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 oktober 2006 en wordt gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door elk van partijen worden beëindigd, mits een opzegging van zes maanden wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair subcomité.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2013.
De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK
Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot invoering van een aanvullend sectoraal pensioenstelsel PENSIOENREGLEMENT BIJZONDERE BEPALINGEN 1. Voorwerp en doel van het pensioenstelsel In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 voert het "Sociaal Fonds van de betonindustrie", hierna de inrichter, een pensioenstelsel in met het oog op het financieren van het sectoraal pensioen ten gunste van de arbeid(st)ers die bedoeld zijn onder artikel 5.Aansluiting.
Het doel van dit pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke pensioenverplichtingen en ter verhoging ervan : a) aan de aangeslotene zelf, een kapitaal indien hij in leven is op de eindleeftijd;b) aan de begunstigde(n) die door dit reglement worden aangeduid, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd.2. Documenten Het pensioenreglement is het geheel van contractuele bepalingen die de voorwaarden van de groepsverzekering die uitvoering geeft aan het pensioenstelsel vaststellen, alsook de rechten en verplichtingen van de werknemers inzake aansluiting, de rechten en de verplichtingen van de aangeslotene, de inrichter en de pensioeninstelling met betrekking tot de verzekering. De bijzondere bepalingen beschrijven de regels die op uniforme wijze gelden voor alle aangeslotenen die van dit pensioenstelsel genieten.
De algemene bepalingen beschrijven de werkingsprincipes en -modaliteiten die van toepassing zijn op dit pensioenstelsel en op alle gelijkaardige pensioenstelsels die bij de pensioeninstelling worden uitgevoerd.
In uitvoering van het pensioenreglement wordt op het hoofd van elke aangeslotene een overeenkomst (werkgeversbijdrageovereenkomst) gesloten die aangeeft waarvoor de aangeslotene verzekerd is en welke de financiering is.
De bijzondere bepalingen en de algemene bepalingen moeten samen gelezen worden en vormen één geheel.
De bijzondere bepalingen hebben evenwel voorrang op de algemene bepalingen.
De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere bepalingen voorziene situaties te regelen in overeenstemming met de algemene bepalingen. 3. Inwerkingtreding Het pensioenstelsel vangt aan op 1 oktober 2006. 4. Definities 4.1. Pensioenstelsel collectieve pensioentoezegging 4.2. Inrichter "Sociaal Fonds van de betonindustrie", Voltastraat 12, 1050 Brussel 4.3. Pensioeninstelling Federale Verzekeringen, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel 4.4. Werkgever onderneming die ressorteert onder het Paritair Subcomité voor de betonindustrie en die valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 4.5. Arbeid(st)er persoon die een arbeidsovereenkomst voor arbeiders heeft afgesloten met de werkgever 4.6. Sector sector van de betonindustrie (PSC 106.02) 4.7. Aangeslotene - Actieve aangeslotene : de arbeid(st)er in dienst van de werkgever waarvoor de inrichter een pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van dit pensioenstelsel voldoet. - Passieve aangeslotene (slaper) : de gewezen arbeid(st)er die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet omdat hij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves, zonder wijziging van de pensioentoezegging, bij de pensioeninstelling te laten.
Waar nodig wordt het onderscheid actieve/passieve aangeslotene gemaakt in het reglement. 4.8. Begunstigde persoon in wiens voordeel de prestaties bedongen zijn 4.9. Eindleeftijd normale eindleeftijd is vastgesteld op de eerste dag van de maand volgend op het bereiken van de leeftijd van 65 jaar 4.10. Pensioenbijdrage, ook premiebudget of bijdrage bijdrage die wordt toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst 4.11. Werkgeversbijdrageovereenkomst individuele rekening op naam van de aangeslotene die gespijsd wordt door de pensioenbijdragen en de toegekende winstdeelname 4.12. Jaarlijkse aanpassingsdatum jaarlijkse aanpassingsdatum is 31 december van elk kalenderjaar 5. Aansluiting De arbeid(st)er wordt vanaf de indiensttreding bij de werkgever aangesloten. De werknemer die na de indiensttreding bij de werkgever overstapt naar de categorie van de arbeid(st)ers, wordt aangesloten vanaf het ogenblik waarop hij tot de categorie van de arbeiders behoort.
De administratieve aansluiting gebeurt op de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de datum waarop de arbeid(st)er aan de gestelde voorwaarden voldoet.
De aansluiting gebeurt evenwel ten vroegste op 1 oktober 2006.
Aansluiting is verplicht. 6. Beëindiging van de aansluiting De aansluiting neemt een einde op : - de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet langer aan de definitie van arbeid(st)er beantwoordt en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet meer in dienst is van een werkgever en zijn reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de eindleeftijd; - de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. 7. Pensioenbijdrage (ook premiebudget) - elementen voor de berekening van de pensioenbijdrage 7.1. De actieve aangeslotene heeft recht op een pensioenbijdrage.
De pensioenbijdrage is voor de aangeslotene verworven op 31 december van elk kalenderjaar en dit op basis van de anciënniteit zoals vastgesteld in 7.2. en de andere elementen zoals vastgesteld in 7.4. en 7.5.
De aangeslotene die in de loop van een kalenderjaar en vüür 31 december uittreedt, (vervroegd) pensioneert, overlijdt of de eindleeftijd bereikt heeft geen recht op een pensioenbijdrage voor dat kalenderjaar. 7.2. De anciënniteit die bepalend is voor de omvang van de pensioenbijdrage wordt telkens op 1 januari van het lopend kalenderjaar fictief vastgesteld in functie van de loopbaan die de aangeslotene in de sector in de hoedanigheid van arbeid(st)er telt vanaf 1 januari 2006.
De volgende regels zijn van toepassing : - Het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) wordt steeds in aanmerking genomen als 1 anciënniteitjaar; - Op 1 januari volgend op het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) is de in aanmerking te nemen anciënniteit 2 jaar. De daaropvolgende 1ste januari is de anciënniteit 3 jaar enz. - Uittredingsanciënniteit : - bij uittreding in de loop van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was min 1 jaar. - bij uittreding op 31 december van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was.
Wanneer een uitgetreden arbeid(st)er opnieuw intreedt (een werknemer opnieuw de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector verwerft) wordt voor het kalenderjaar van herintreding (het kalenderjaar van het opnieuw verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er) als anciënniteit de uittredingsanciënniteit (in voorkomend geval de startanciënniteit : zie hierna) + 1 jaar in aanmerking genomen.
Speciale schikking bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel voor diegenen die op 1 oktober 2006 reeds een loopbaan als arbeid(st)er bij de huidige werkgever hebben ("startanciënniteit").
Voor de arbeid(st)er die op 1 oktober 2006 - de datum van inwerkingtreding van het pensioenstelsel - aangesloten wordt, wordt voor de berekening van de anciënniteit een "startanciënniteit" in aanmerking genomen. Onder "startanciënniteit" wordt verstaan : dat de ononderbroken loopbaan die de arbeid(st)er bij zijn huidige werkgever als arbeid(st)er heeft, in aanmerking genomen wordt om de omvang van de pensioenbijdrage vast te stellen. Onder "huidige werkgever" wordt verstaan : de werkgever van de aangeslotene op 1 oktober 2006 alsook de vorige werkgever van de aangeslotene voor zover de huidige werkgever voortkomt uit of betrokken was bij een operatie als herstructurering, fusie, splitsing,...
De volgende regels zijn van toepassing : - het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt in aanmerking genomen als 1 anciënniteitjaar; - op elke 1ste januari die volgt op het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt 1 jaar anciënniteit bijgerekend en dit tot en met 1 januari 2006; - bij uittreding tussen 2 oktober 2006 en 30 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was min 1 jaar; - bij uittreding op 31 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was; - vanaf 1 januari 2007 wordt de startanciënniteit aangevuld met anciënniteit in de sector zoals hierboven beschreven. 7.3. De pensioenbijdrage, die een ondeelbare jaarbijdrage is, stemt, rekening houdend met de anciënniteit zoals hiervoor bepaald, overeen met hetgeen vastgesteld is in een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten binnen het Paritair Subcomité voor de betonindustrie (PSC 106.02). 7.4. De pensioenbijdrage wordt op 31 december toegekend voor zover de aangeslotene in het verstreken kalenderjaar tenminste 1 gepresteerde arbeidsdag telt.
Voor de pensioenbijdrage 2006 en de inhaalbijdrage 2005 (zie punt 7.6.) wordt de vereiste van één gepresteerde arbeidsdag niet gesteld. 7.5. Voor wat de omvang van de pensioenbijdrage betreft, wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotenen. 7.6. Inhaalbijdrage 2005 voor de aangeslotene die in 2005 in dienst was als arbeid(st)er bij de huidige werkgever.
Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel wordt aan de arbeid(st)er die aangesloten wordt op 1 oktober 2006 en die gedurende het kalenderjaar 2005 als arbeid(st)er in dienst was bij zijn huidige werkgever, een inhaalbijdrage toegekend. Deze inhaalbijdrage is bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2005.Voor wat het gegeven anciënniteit betreft, wordt rekening gehouden met de "startanciënniteit" die gedefinieerd is in 7.2. min 1 jaar. Voor de definitie van huidige werkgever wordt verwezen naar artikel 7.2.
De inhaalbijdrage is voor de aangeslotene verworven op 31 december 2006. De aangeslotene die in de loop van het kalenderjaar 2006 en vüür 31 december 2006 uittreedt, (vervroegd) pensioneert, overlijdt of de eindleeftijd bereikt heeft geen recht op de inhaalbijdrage. 7.7. De pensioenbijdrage (inhaalbijdrage) omvat de verzekeringstaks die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het pensioenstelsel 4,4 pct. bedraagt, niet. Deze taks is ten laste van de inrichter. De pensioenbijdrage (inhaalbijdrage) omvat evenmin de bijzondere sociale zekerheidsbijdragebijdrage die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het pensioenstelsel 8,86 pct. bedraagt. 8. Betaling van de pensioenbijdragen - toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten. 8.1. De inrichter staat in voor de betaling van de pensioenbijdragen. 8.2. De pensioeninstelling raamt aan de hand van de gegevens die bij haar voorhanden zijn inzake aangeslotenen en anciënniteit en aan de hand van het gegeven dynamiek van de sector dat wordt aangereikt door de inrichter, de pensioenbijdragen en nodigt de inrichter uit te betalen.
De uitnodiging tot betaling houdt rekening met een veiligheidsmarge van 5 pct. van de geraamde pensioenbijdragen en houdt er rekening mee dat de middelen die in het financieringsfonds aanwezig zijn, aangewend zullen worden voor de financiering van de pensioenbijdragen.
Het positieve saldo van de pensioenbijdragen en de in het financieringsfonds aanwezige middelen moet ten laatste met valutadatum 31 december op de bankrekening van de pensioeninstelling voorkomen en wordt toegewezen aan het financieringsfonds totdat alle gegevens voor de toewijzing aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten voor handen zijn.
De toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten gebeurt met retroactief effect op 31 december. 9. Verworven reserves - verworven prestaties - rechten van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst. 9.1. De verworven reserves zijn de reserves op een bepaald ogenblik waarop de aangeslotene recht heeft overeenkomstig het pensioenstelsel.
De verworven reserves zijn, anders gezegd, gelijk aan het bedrag dat zich op de werkgeversbijdrageovereenkomst bevindt. Dit bedrag bestaat uit de pensioenreserve en de winstdeelname leven. 9.2. De verworven prestaties zijn gelijk aan de verworven reserves. 9.3. De werkgeversbijdrageovereenkomst (pensioenreserve en winstdeelname leven) is (zijn) pas na één jaar aansluiting bij het pensioenstelsel verworven voor de aangeslotene. Indien de aangeslotene uittreedt vóór het einde van het eerste jaar van zijn aansluiting, worden de bedragen van de werkgeversbijdrageovereenkomst in het financieringsfonds gestort. 10. Uittreding 10.1. Uittreding is de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de aangeslotene en zijn huidige werkgever anders dan door overlijden of het bereiken van de eindleeftijd, voorzover de aangeslotene geen nieuwe arbeidsovereenkomst voor arbeid(st)ers heeft afgesloten met een andere werkgever van de sector die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt.
Beëindiging van de arbeidsovereenkomst omwille van vervroegde pensionering (pensionering) valt niet onder het begrip uittreding. De procedure die hierna volgt is dan ook niet van toepassing op die situatie.
Bij uittreding is de inrichter ertoe gehouden binnen een termijn van één jaar de pensioeninstelling van de uittreding in kennis te stellen.
Binnen dezelfde periode kan de aangeslotene evenwel zelf de pensioeninstelling van zijn uittreding in kennis stellen.
De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving de volgende gegevens mee aan de inrichter : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden (zie : algemene bepalingen) en het feit dat de uitkering bij overlijden (pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname) behouden blijft.
De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens.
De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling.
Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze uit binnen de 30 dagen.
Speciale schikking inzake elektronische gegevensstromen Indien de pensioeninstelling rechtstreeks gemachtigd is de nodige gegevens inzake in- en uitdiensttreding bij de werkgever via de Kruispuntbank van Sociale Zekerheid te ontvangen, zal er een rechtstreekse communicatie tussen de pensioeninstelling en de aangeslotene plaatsvinden en zal de hiervoor vermelde procedure door de volgende vervangen worden : Bij uittreding is de pensioeninstelling ertoe gehouden binnen een termijn van één jaar te rekenen vanaf de uittreding, de volgende gegevens aan de aangeslotene mee te delen (*) : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden (zie : algemene bepalingen)en het feit dat de uitkering bij overlijden (pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname) behouden blijft.
Binnen de 30 dagen na de mededeling van de gegevens door de pensioeninstelling moet de aangeslotene zijn keuze schriftelijk aan de pensioeninstelling overmaken.
Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze uit binnen 30 dagen. (*) De termijn van één jaar wordt vervangen door 30 dagen wanneer de aangeslotene de pensioeninstelling binnen de periode van één jaar zelf op de hoogte brengt van zijn uittreding. Bedoelde 30 dagen lopen in dat geval vanaf de mededeling van de aangeslotene. 10.2. Bij uittreding worden eventuele tekorten in de verworven reserves onmiddellijk door de inrichter aangezuiverd.
Bij de uittreding wordt de werkgeversbijdrageovereenkomst eveneens onmiddellijk aangezuiverd met het eventuele tekort ten opzichte van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie.
Dit houdt in dat de hiervoor gedefinieerde verworven reserves, zo nodig, door de inrichter worden aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie. Deze eventuele aanvulling zal door de pensioeninstelling uit het financieringsfonds geput worden of indien niet genoeg middelen in het financieringsfonds aanwezig zijn door de inrichter gestort worden. 11. Uitbetaling - af te leveren documenten bij uitbetaling leven/overlijden 11.1. De pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst, wordt bij leven van de aangeslotene, op de eindleeftijd uitgekeerd. In voorkomend geval is de inrichter gehouden dit bedrag aan te vullen tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie (actieve aangeslotene).
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de aangeslotene, na ontvangst van de door hem ondertekende vereffeningskwitantie.
De pensioeninstelling heeft het recht een bewijs van leven van de aangeslotene te vragen. 11.2. Bij overlijden vóór de eindleeftijd Het bedrag van de pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname, die op het ogenblik van het overlijden van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst voorkomt, wordt bij vooroverlijden van de aangeslotene aan de begunstigde uitgekeerd.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de begunstigde, na ontvangst van de door hem ondertekende vereffeningskwitantie.
De pensioeninstelling heeft het recht een bewijs van leven van de begunstigde te vragen.
De begunstigde bij overlijden wordt bepaald volgens de volgende rangorde : - de echtgenoot van de aangeslotene of de wettelijk samenwonende partner behalve in de volgende gevallen : - de echtgenoten zijn gerechtelijk van tafel en bed gescheiden; - een schriftelijk verzoek werd bij de rechtbank ingediend om gerechtelijk echtscheiding of scheiding van tafel en bed te verkrijgen; - bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of bij plaatsvervulling - hun afstammelingen; - bij ontstentenis de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - bij ontstentenis de wettige erfgenamen van de aangeslotene; - bij ontstentenis het financieringsfonds.
Indien door deze rangorde meer dan één begunstigde aangeduid worden, zal er een evenredige verdeling gebeuren tussen de verschillende begunstigden.
De aangeslotene kan van deze rangorde niet afwijken en kan geen begunstigde bij naam aanduiden. 12. Diverse bepalingen 12.1. Er zijn geen medische formaliteiten van toepassing. 12.2. Verdaging van de eindleeftijd is niet toegestaan.
Verdaging houdt in dat de aangeslotene na de normale eindleeftijd en met respect van de aansluitingsvoorwaarden nog tewerkgesteld blijft en de pensioenbijdrage verschuldigd blijft, in welk geval de eindleeftijd telkens met één jaar wordt verlengd. 12.3. Vervroegde vereffening is toegestaan. Er wordt verwezen naar artikel 16 van de algemene bepalingen.
Vervroegde vereffening is het opnemen van de pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst, door de aangeslotene vóór de eindleeftijd. In voorkomend geval is de inrichter gehouden dit bedrag aan te vullen tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie (actieve aangeslotene).
Vervroegd vereffenen is ten vroegste mogelijk vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt en de aangeslotene niet langer de hoedanigheid van aangeslotene heeft (zo zal onder meer de bruggepensioneerde vanaf de leeftijd van 60 jaar de vervroegde vereffening kunnen vragen) of vanaf het ogenblik van pensionering vóór de eindleeftijd.
Vervroegde vereffening moet door de aangeslotene worden aangevraagd bij de pensioeninstelling.
De af te leveren documenten zijn deze die vermeld zijn artikel 11.1. 12.4. Met betrekking tot de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen is enkel het eerste lid van artikel 6 van de algemene bepalingen van toepassing. 12.5. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 18), kan de actieve aangeslotene op geen enkel ogenblik vrijwillige persoonlijke stortingen doen om aanspraken die gelijkwaardig zijn aan die van zijn werkgeversbijdrageovereenkomst te verwerven wanneer de bijdragebetaling vermindert of te behouden bij uittreding (passieve aangeslotene). 12.6. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 17) heeft de aangeslotene geen enkel recht in het kader van vastgoedverrichtingen. 12.7. In het kader van deze groepsverzekering wordt enkel in een onthaalstructuur voorzien voor de reserves uit hoofde van een vorige tewerkstelling die de aangeslotene overdraagt naar de pensioeninstelling, situatie die beoogd is in artikel 19, a), eerste gedachtestreepje van de algemene bepalingen.
In afwijking op artikel 19, b) van de algemene bepalingen worden de overgedragen reserves volgens de universal life techniek (kapitalisatie) aangewend. Dit betekent dat de overgedragen reserves vanaf de valutadatum van de pensioeninstelling oprenten aan de technische rentevoet die op dat ogenblik bij de pensioeninstelling in voege is.
In overeenstemming met de wettelijke bepalingen wordt geen instapkost van de overgedragen reserves afgehouden.
Het artikel 19, d) is niet van toepassing. 12.8. De inrichter staat in voor het verstrekken van de tekst van het pensioenreglement aan de aangeslotenen. De aangeslotenen kunnen dit reglement op eenvoudig verzoek bekomen. 12.9. Alles wat in de algemene bepalingen voorkomt rond persoonlijke bijdrage/persoonlijke bijdrageovereenkomst is niet van toepassing. 12.10. De pensioeninstelling kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor enig nadelig fiscaal gevolg met betrekking tot de aftrekbaarheid van de financiering van het pensioenstelsel op het niveau van de werkgever. 12.11. In het artikel 11 van de algemene bepalingen wordt alles wat vermeld is vanaf het 8ste lid geschrapt en vervangen door de volgende bepalingen : " De inrichter is gehouden om voorafgaandelijk aan de overdracht de vergoeding als bedoeld in het hierna vermelde punt 1. of 2. aan de pensioeninstelling over te maken.
Het financieringsfonds vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Afkoopvergoeding Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden kleiner of gelijk is aan 1.250.000 EUR (*) wordt een afkoopvergoeding per aangeslotene aangerekend die gelijk is aan het maximum van : - 10 EUR (*) - het minimum van 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde en 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de nog te verstrijken looptijd van de werkgeversbijdrageovereenkomst, uitgedrukt in jaren, tot de eindleeftijd.
De vergoeding voor het financieringsfonds bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde met een maximum van 10 EUR (*). 2. Vereffeningsvergoeding Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden groter is dan 1.250.000 EUR (*), wordt een liquidatievergoeding voorzien die rekening houdt met : - de samenstelling van de dekkingswaarden van de wiskundige provisies van de pensioeninstelling; - per categorie van dekkingswaarden, de beleggingsduur van die waarden; - de evolutie van de wiskundige reserves van de groepsverzekering die wordt afgekocht.
De vereffeningsvergoeding is de som van de volgende elementen : - Forfaitaire vergoeding De forfaitaire vergoeding bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde. - Administratieve vergoeding De administratieve vergoeding is gelijk aan 2.500 EUR (*). - Financiële vergoeding = theoretische afkoopwaarde x FV De bepaling van de latente minderwaarden op de beleggingsportefeuille gebeurt op basis van het rendement OLO met een looptijd van 10 jaar.
De financiële vergoeding kan nooit negatief zijn en wordt uitgedrukt als een percentage van de pensioenreserves.
FV = (5 - 2u) (i1 - i2) waarbij FV = 0 als i1 of = 2,5 met - u = duur in jaren en maanden tussen het ogenblik van de afkoopmelding en de effectieve uitbetaling (of wens tot uitbetaling) van de afkoopwaarde; - i1 = het OLO rendement (OLO 10 jaar) op het ogenblik van de afkoopmelding.
De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor om, indien er geen OLO markt meer bestaat, het rendement te nemen van een gelijkwaardige belegging in EUR; - i2 = het gemiddelde OLO rendement (OLO 10 jaar) over de laatste 60 maanden, op het ogenblik van de afkoopmelding.
De vergoeding voor het financieringsfonds wordt op dezelfde wijze en volgens dezelfde modaliteiten berekend, zij het dat er geen administratieve vergoeding wordt toegepast. (*) Dit bedrag wordt geïndexeerd in functie van het gezondheidsindexcijfer (basis 1988 = 100). Het indexcijfer dat in aanmerking moet genomen worden is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de afkoop voorafgaat.
De pensioeninstelling maakt een bijvoegsel op aan het reglement dat de afkoop van de groepsverzekering en de overdracht noteert. De inrichter verbindt zich ertoe spontaan en onmiddellijk een kopie van dit bijvoegsel aan de aangeslotenen te bezorgen. 12.12. Bij artikel 14 van de algemene bepalingen wordt gesteld dat voor de berekening van de gewaarborgde bedragen in toepassing van de wettelijke bepalingen, de instapkost gebruikt wordt aangezien deze kost lager is dan het wettelijk gedefinieerde maximum aan kosten.
ALGEMENE BEPALINGEN (versie 1 januari 2005) WAARBORGEN LEVEN/OVERLIJDEN (HOOFDVERZEKERING) BEGRIPPENLIJST Groepsverzekering (hoofdverzekering) : Overeenkomst of geheel van levensverzekeringsovereenkomsten gesloten bij een pensioeninstelling door een inrichter : - ten voordele van het geheel of een deel van zijn personeel en/of zijn leiders (ondernemingspensioenstelsels); - ten voordele van de werknemers die een sectoraal pensioenstelsel genieten (sectorale pensioenstelsels).
Pensioenstelsel : Collectieve pensioentoezegging Inrichter (verzekeringsnemer) : - de werkgever die een toezegging doet (ondernemingspensioenstelsels); - de rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, dat een pensioenstelsel invoert (sectorale pensioenstelsels).
Aangeslotene : De werknemer die behoort tot de categorie van het personeel waarvoor een pensioenstelsel geldt en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement voldoet ("actieve aangeslotene") alsook de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het reglement ("passieve aangeslotene").
Overdrager : De werknemer die pensioenreserves overdraagt naar de onthaalstructuur.
Wettelijk samenwonende partner : Een aangeslotene wordt als samenwonend beschouwd indien hij of zij samenwoont krachtens de
wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten tot invoering van de wettelijke samenwoning of krachtens een gelijkaardige buitenlandse regeling.
Begunstigde : Persoon in wiens voordeel de verzekeringsprestatie bedongen is.
De prestaties bij leven zijn bedongen in het voordeel van de "aangeslotene".
Bij vooroverlijden van de aangeslotene komen de prestaties bij overlijden aan de "begunstigde" toe.
Aanvaardende begunstigde : De begunstigde wordt aangeduid met aanvaardende begunstigde wanneer hij uitdrukkelijk de begunstiging aanvaardt en dit als dusdanig schriftelijk aan de pensioeninstelling meedeelt.
De aanvaarding wordt opgenomen in een bijvoegsel bij de overeenkomsten van de aangeslotene/overdrager dat de handtekeningen van de inrichter, de begunstigde, de aangeslotene/overdrager en de pensioeninstelling draagt.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de handtekening van de inrichter niet nodig op het bijvoegsel van aanvaarding van de begunstiging.
Wanneer de aangeslotene/overdrager een andere begunstigde wil aanduiden, zijn overeenkomsten wil gebruiken in het kader van vastgoedverrichtingen, zijn overeenkomsten getransfereerd worden naar een andere pensioeninstelling in het kader van de afkoop van de groepsverzekering door de inrichter, bij uittreding zijn verworven reserves wil transfereren of zijn overeenkomsten wil afkopen, is voorafgaandelijk het schriftelijk akkoord van de aanvaardende begunstigde nodig.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de toestemming van de aanvaardende begunstigde eveneens vereist bij elke wijziging die een vermindering van het overlijdenskapitaal impliceert.
Pensioeninstelling : De federale verzekeringen, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel, pensioeninstelling toegelaten onder codenummer 0346 om de verzekeringstakken 02, 21, 22 en 23 te beoefenen.
Bijdrage of premie : Bedrag(en) betaalbaar door de inrichter of de aangeslotene als tegenwaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling.
Werkgeversbijdrage : Premie die de inrichter besteedt aan de groepsverzekering.
Werkgeversbijdrageovereenkomst : Contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat door de werkgeversbijdragen gestijfd wordt die niet in het financieringsfonds zijn gestort en waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd.
Persoonlijke bijdrage : Premie die overeenstemt met de verplichte stortingen van de aangeslotene voor de groepsverzekering.
Persoonlijke bijdrageovereenkomst : Contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat gestijfd wordt door zijn verplichte stortingen die niet in het financieringsfonds zijn gestort en waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd.
Toezegging van het type "vaste bijdragen" : De verbintenis tot het betalen van vooraf bepaalde bijdragen in een groepsverzekering.
Uittreding : - beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de inrichter, anders dan door overlijden of pensionering (ondernemingspensioenstelsels); - de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever (sectorale pensioenstelsels).
Verworven prestatie (op een bepaald ogenblik) (door een aangeslotene) in een groepsverzekering : Prestatie waarop de aangeslotene recht heeft op de eindleeftijd wanneer de aangeslotene uittreedt bij de inrichter of wanneer hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden.
Verworven reserve (op een bepaald ogenblik) (door een aangeslotene) : Reserve waarvoor de rechten van de inrichter worden overgedragen naar de aangeslotene op de datum waarop hij uittreedt of op de datum waarop hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, waarbij die reserve op dat ogenblik wordt berekend.
Afkoop van een overeenkomst : Opzegging van de overeenkomst door de inrichter/de aangeslotene/de overdrager.
Theoretische afkoopwaarde : Met theoretische afkoopwaarde is bedoeld de "pensioenreserve" of "reserve leven", in voorkomend geval verminderd met de risicopremie die de risicowaarborg overlijden financiert, waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd.
Afkoopwaarde op een bepaald ogenblik : Door de pensioeninstelling te storten prestatie in geval van afkoop van de overeenkomst.
Premievrijmaking of reductie van een overeenkomst : Stopzetting van de betaling van de premies. Wanneer een vastgesteld kapitaal overlijden voorzien werd, wordt dit verder gefinancierd door de onttrekking van de risicopremie op het einde van elke maand uit de reserve leven.
Voorafbestaande aandoening : Een lichamelijk letsel en/of aantasting van de gezondheid in hoofde van de aangeslotene ontstaan voor het sluiten van de overeenkomst, voor een niet vooraf overeengekomen verhoging (voor wat betreft die verhoging), respectievelijk voor de wederinwerkingstelling van de verzekerde prestatie.
Vastgesteld kapitaal overlijden of minimumkapitaal overlijden : Kapitaalvermeld in de overeenkomst van de aangeslotene. Dit kapitaalomvat de reserveleven, de winstdeelnameleven en de winstdeelnameoverlijden op het risicokapitaal.
Risicokapitaal overlijden : Het risicokapitaal overlijden wordt gevormd door het verschil tussen het vastgestelde kapitaal overlijden en de som van de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal.
Risicopremie : Premie nodig om het risicokapitaal overlijden te verzekeren.
Zij wordt berekend in functie van het tarief dat door de pensioeninstelling bij de CBFA is neergelegd, van het risicokapitaal, van de leeftijd en het geslacht van de aangeslotene.
Instapkosten : Van elke bijdrage, zonder taks, wordeninstapkosten afgehouden.
Nettobijdrage : Met nettobijdrage is de bijdrage, zonder taksen, bedoeld waarop de instapkosten in minderinggebrachtwerden.
Pensioenreserve of reserve leven : Bedrag samengesteld door de kapitalisatie van de nettobijdragen hetzij aan de technische rentevoet die op de valutadatum op de bankrekening van de pensioeninstelling in voege is, hetzij aan de technische rentevoet die van toepassing is op de datum van toewijzing van deze bijdragen aan de overeenkomst(en) indien zij uit het financieringsfonds worden geput. De afhouding van de risicopremie overlijden gebeurt, in voorkomend geval, zowel op de reservelevensamengesteld met persoonlijke bijdragen als op de reserve leven samengesteld met werkgeversbijdragen en dit in dezelfde verhouding als de verdeling van de bijdragen. De afhouding van deze risicopremiegebeurteerst op de reserveschij fleven die de meest recente technische rentevoet geniet.
KB Leven : Koninklijkbesluitbetreffende de levensverzekeringsactiviteit.
WAP/sociale wetgeving :
Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en hetbelastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullendevoordelen inzake sociale zekerheid.
CBFA : Commissie voor Bank- Financie- en Assurantiewezen.
ALGEMEEN Artikel 1.Doel en werkingsprincipes van de groepsverzekering a) Welke doel heeft de groepsverzekering ? De groepsverzekering beoogt, tegen betaling van de bijdragen (premiebudget) door de inrichter/aangeslotene, de uitkering aan de begunstigde(n) van de in het reglement bepaalde prestaties.b) Wanneer treedt de groepsverzekering in werking ? Wanneer treden de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten in werking ? Voor welke duur wordt de groepsverzekering afgesloten ? De groepsverzekering treedt in werking op de datum die door de partijen werd overeengekomen. De individuele aansluitingen gebeuren zoals bepaald is in het reglement.
De verbintenissen van de pensioeninstelling gaan evenwel slechts in nadat de eerste bijdragen, fractionering van de bijdragen of provisie betaald zijn/is en zij over alle noodzakelijke inlichtingen voor de berekening van de prestaties beschikt.
De groepsverzekering wordt voor onbepaalde duur gesloten. c) Zijn er medische formaliteiten ? De politiek van de pensioeninstelling met betrekking tot het aanvaarden van het overlijdensrisico legt medische formaliteiten op. Indien de pensioeninstelling in toepassing van haar aanvaardingscriteria een verhoogd risico vaststelt kan zij de verzekering van de prestaties, de verhoging van de prestaties of het opnieuw in werking stellen van de overeenkomst weigeren of een bijpremie aanrekenen.
Indien de pensioeninstelling een geneeskundig onderzoek vraagt wordt dit onderzoek uitgevoerd op haar kosten.
De medische aanvaardingspolitiek kan steeds herzien worden en wordt op aanvraag aan de inrichter meegedeeld. d) Kan de groepsverzekering betwist worden ? Kunnen de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten betwist worden ? De pensioeninstelling kan zich niet meer beroepen op het onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen van de gegevens door de inrichter of de aangeslotene van zodra de bedoelde overeenkomsten in werking zijn getreden. Wanneer de geboortedatum van de aangeslotene onjuist is opgegeven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd of verminderd overeenkomstig de geboortedatum die in acht had moeten genomen worden. e) Wanneer is er recht op afkoop ? Afkoop is slechts mogelijk wanneer de theoretische afkoopwaarde positief is.f) Kan de groepsverzekering opnieuw in werking gesteld worden ? De afgekochte overeenkomst of de overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet, kan opnieuw in werking gesteld worden. De termijn hiervoor bedraagt drie jaar voor een overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet en drie maanden voor een afgekochte overeenkomst.
Het opnieuw in werking stellen van het vastgestelde kapitaal overlijden is onderworpen aan de op dat ogenblik geldende medische acceptatiepolitiek van de pensioeninstelling. De kosten van eventuele geneeskundige onderzoeken zijn volledig ten laste van de pensioeninstelling.
Het opnieuw in werking stellen gaat in op de datum die door de pensioeninstelling aan de inrichter wordt meegedeeld, doch voor de afgekochte overeenkomst ten vroegste op de dag die volgt op de ontvangst door de pensioeninstelling van de terug te storten afkoopwaarde en voor de overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet, de dag die volgt op de premiebetaling die gepaard gaat met het opnieuw in werking stellen. Art. 2.Tarieven De tarieven die de pensioeninstelling gebruikt om de verzekerde prestaties te bepalen, resulteren uit de technische grondslagen en methodes die door haar bij de CBFA zijn neergelegd.
De nettobijdragen worden vanaf de valutadatum opgerent aan de technische rentevoet die op dat ogenblik in voege is. Art. 3.Winstdeelname Deze groepsverzekering neemt kosteloos deel in de winst gemaakt in de categorie van de groepsverzekeringen van het type universal life volgens de regels bepaald door de pensioeninstelling en overgemaakt aan de CBFA. Art. 4.Financieringsfonds Het financieringsfonds bevat reserves die geen betrekking hebben op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten van de aangeslotenen en vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Doel van het fonds Het financieringsfonds heeft als doel : - wanneer de inrichter hierom verzoekt, bij te dragen in de toekomstige financiering van de werkgeversbijdrageovereenkomsten. Hiertoe wordt een financieringsplan uitgewerkt door de pensioeninstelling en de inrichter; - voor zover er persoonlijke bijdragen zijn - voor alle actieve aangeslotenen en voor de aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, op elk ogenblik, de som van de positieve verschillen te dekken tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie voor de persoonlijke bijdragen en de minimumreserve als bedoeld in het KB Leven; - het verschil aan werkgeversbijdragen te financieren wanneer de gestorte werkgeversbijdrage lager is dan deze die krachtens het reglement moet worden toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 2. Werkingsmiddelen van het fonds De werkingsmiddelen van financieringsfonds zijn de volgende : - de niet vereffende prestaties bij overlijden wegens ontstentenis van begunstigde; - de reserve van de werkgeversbijdrageovereenkomst waarover de aangeslotene niet mag beschikken; - de werkgeversbijdragen die gestort worden in het kader van het hiervoor vermelde financieringsplan; - de stortingen van de inrichter bedoeld om de hierboven vermelde som van de positieve verschillen tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie voor de persoonlijke bijdragen en de minimumreserve te financieren. 3. Beheer van het fonds Het financieringsfonds wordt beheerd door de pensioeninstelling. Tenzij anders wordt overeengekomen geniet het financieringsfonds een intrest gelijk aan de meest recente technische rentevoet die deel uit maakt van het tarief groepsverzekeringen tak 21 van het type universal life, vermeerderd met de winstdeelnamevoet die wordt toegekend op de reserves van de prestaties leven in de categorie van de groepsverzekeringen van het type universal life. 4. Vereffening van het fonds In geval : - van opheffing van de pensioentoezegging; - van vereffening of faillissement van de inrichter of van analoge procedures (ondernemingspensioenstelsels); - de aangeslotenen ontslagen worden als bedoeld in de wetgeving op de sluiting van ondernemingen, ondernemingen in moeilijkheden of ondernemingen die uitzonderlijke ongunstige omstandigheden kennen of analoge wetgeving (ondernemingspensioenstelsels), worden de activa van het financieringsfonds die niet overeenstemmen met verplichtingen van de inrichter, geheel of gedeeltelijk overgedragen naar het maatschappelijk fonds van de inrichter tenzij bij collectieve arbeidsovereenkomst andere toekenningsmodaliteiten werden vastgesteld.
Dit houdt in dat het over te dragen bedrag hoogstens gelijk is aan het bedrag van de activa die de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot de in het licht van de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie, overschrijden.
Wanneer de overdracht slecht betrekking heeft op een deel van de aangeslotenen dan wordt het over te dragen bedrag beperkt naar verhouding van de verworven reserves van de betrokken aangeslotenen die in voorkomend geval verhoogd worden tot de in het licht van de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie. Art. 5.Het vastgestelde kapitaal overlijden Op geen enkel ogenblik kan het vastgestelde kapitaal overlijden tot gevolg hebben dat de reserve leven negatief wordt.
Bij het onderschrijven van het vastgestelde kapitaal overlijden en bij elke latere wijziging ervan, wordt de hoogte van dit kapitaal getoetst aan het premiebudget, gedefinieerd in de bijzondere bepalingen.
Wanneer het vastgestelde kapitaal overlijden groter zou blijken dan 50 keer het premiebudget, wordt het beperkt tot laatstbedoeld bedrag.
Indien de bijdragen, welke de oorzaak ook is, niet meer betaald worden, zal het vastgestelde kapitaal overlijden - voor zover de bepalingen van het reglement geen afwijking vermelden - verder gefinancierd worden op het laatst gekende niveau. Hiertoe wordt de risicopremie van de reserve leven afgehouden.
Wanneer het vastgestelde kapitaal overlijden niet meer voorzien kan worden omdat de reserve leven onvoldoende is om de risicopremie te financieren, komt er automatisch een einde aan het vastgestelde kapitaal overlijden.
De pensioeninstelling brengt de inrichter (*) hiervan op de hoogte. De verwittiging gebeurt met een aangetekende brief die minstens drie maanden voor het wegvallen van het vastgestelde kapitaal overlijden wordt verstuurd. De inrichter (*) is gehouden om de aangeslotene onmiddellijk van voormelde situatie op de hoogte te brengen.
Voorafgaande bepalingen hebben uitwerking voor zover en in de mate de waarborg premievrijstelling niet werd onderschreven of in de mate deze waarborg niet van toepassing is. (*) wanneer de aangeslotene is uitgetreden wordt de verwittiging door de pensioeninstelling aan de aangeslotene gericht Art. 6.Jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen De werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten worden op de jaarlijkse aanpassingsdatum aangepast conform de bijzondere bepalingen.
De schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst of de hervatting van de activiteit door de aangeslotene geven aanleiding tot stopzetting/herneming van de bijdragebetaling vanaf de eerste dag van de maand die samenvalt met of die volgt op de stopzetting, respectievelijk de eerste dag van de maand waarin de activiteit wordt hervat. De eventuele aanpassing van de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst gebeurt conform de stopzetting/herneming.
Bij gedeeltelijke hervatting van de activiteit na een schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst worden, wanneer verwezen wordt naar een referteloon of een nominaal bedrag, de voorheen geldende gegevens - of de aangepaste gegevens indien de eerste dag van de maand samenvalt met of volgt op de jaarlijkse aanpassingsdatum - vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller de nieuwe en de noemer de oude tewerkstellingsgraad weergeeft.
Bij schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst, welke ook de oorzaak is, wordt het vastgestelde kapitaal overlijden behouden op het laatst gekende niveau en verder gefinancierd vanuit de reserve leven.
Op het vlak van de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen draagt de inrichter de volle verantwoordelijkheid voor de laattijdige mededeling van de nodige gegevens aan de pensioeninstelling en de laattijdige aanpassing van de overeenkomsten van de aangeslotenen die hieruit kan voortvloeien.
Wanneer op de aanpassingsdatum de refertegegevens ontbreken, gebeurt de aanpassing op basis van de meest recente gegevens die voorhanden zijn.
Er gebeurt geen terugstorting van bijdragen bij uittreding.
BETALING VAN DE BIJDRAGEN Art. 7.Betalingswijze van de bijdragen De werkgeversbijdragen en de persoonlijke bijdragen worden voor elke vervaldag door de inrichter overgemaakt aan de pensioeninstelling op basis van het borderel dat de pensioeninstelling de inrichter toestuurt.
Indien de aansluitingsdatum of de datum van hervatting van de betaling van de bijdragen na schorsing ervan gelegen is tussen twee premievervaldagen, is er tot de eerstvolgende premievervaldag slechts een proratatemporis-bijdrage verschuldigd.
Bij een tussentijdse verhoging van de bijdragen wordt de bijdrageverhoging eveneens proratatemporis berekend tot de eerstvolgende premievervaldag.
De inrichter houdt de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen en/of de bijpremies die do …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.