📄 Wettekst
17 DECEMBER 2015. - Besluit 2015/1488 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende de verschillende maatregelen ter uitvoering van de begroting en de algemene en begrotingsboekhouding van de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en van de administratieve Diensten met autonome boekhouding van de Franse Gemeenschapscommissie
Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 juni 2013 houdende de integratie van de genderdimensie binnen de politieke beleidslijnen van de Franse Gemeenschapscommissie;
Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 24 april 2014 houdende de bepalingen van toepassing op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de Administratieve Openbare Instellingen die hiervan afhangen;
Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 23 juli 1996 met betrekking tot de administratieve en budgettaire controle;
Gelet op het advies van de Inspectie der Financiën van 08 oktober 2015 Gelet op het akkoord van de Voorzitster van het College van de Franse Gemeenschapscommissie belast met de begroting, op [datum];
Gelet op het advies nr. 58.407/2 van de Raad van State van 30 november 2015 in toepassing van het artikel 84, § 1ste, alinea 1ste, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Voorzitster van het College van de Franse Gemeenschapscommissie belast met de begroting;
Na beraadslaging, Besluit : TITEL I - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.De bepalingen van onderhavig besluit zijn van toepassing op de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en op de Administratieve Diensten met autonome boekhouding van de Franse Gemeenschapscommissie. Art. 2.Voor de toepassing van onderhavig besluit verstaat men onder 1°
Decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten : het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 24 april 2014 houdende de bepalingen van toepassing op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de Administratieve Openbare Instellingen die hiervan afhangen;2° Het Koninklijk Besluit tot vaststelling van het boekhoudplan :
Koninklijk Besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
10/11/2009
pub.
03/03/2011
numac
2011003062
bron
federale overheidsdienst budget en beheerscontrole
Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum
sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de Federale Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en de gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;3° Organiek begrotingsfonds : begrotingsfonds in het leven geroepen bij organiek decreet bij toepassing van het artikel 8 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten;4° Personeelslid: lid van het personeel van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie, welke ook de juridische aard is van de werkrelatie die deze met voornoemde diensten verbindt;5° Kassier : kredietinstelling die instaat voor het beheer van de dagelijkse situatie van de financiën van de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en van de administratieve Diensten met autonome boekhouding van de Franse Gemeenschapscommissie;6° Hoofdgroep qua aard : het onderdeel van de economische classificatie dat overeenstemt met het eerste cijfer van de economische code;7° Oorspronkelijke schuldeiser : houder van de juridische verbintenis op de Franse Gemeenschapscommissie of elke andere persoon die een betaling kan bekomen op grond van afgeleide rechten op deze houder zonder dat hij meer rechten dan hij al bezit kan verwerven;8° Algemeen Directeur : algemeen Directeur van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie zoals beoogd door het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 6 juni 2013 tot vaststelling van de structuur van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie. TITEL II. - DE ACTOREN HOOFDSTUK 1. - Bij de splitsing van de functies Art. 3.De functies van ordonnateur en rekenplichtige worden uitgeoefend door verschillende personeelsleden. Art. 4.Als het functioneel niet mogelijk is om de functies van gewone en buitengewone rekenplichtige te scheiden, dan kunnen deze worden uitgeoefend door één en hetzelfde personeelslid. De kassa van de uitgaven en deze van de ontvangsten moeten echter fysiek en overzichtelijk van elkaar worden gescheiden. Het is verboden om rechtstreeks fondsen van de ene rekening naar de andere over te brengen. HOOFDSTUK 2. - De ordonnateurs Art. 5.§ 1. De functie van afgevaardigde ordonnateur wordt waargenomen door ambtenaren van de Diensten van het College die onder het statuut vallen met minstens de graad van administratief directeur, volgens de bepalingen vastgelegd door het College en overeenkomstig het artikel 7 van onderhavig besluit. § 2. De functie van gesubdelegeerde ordonnateur wordt waargenomen door ambtenaren van de Diensten van het College onderworpen aan het statuut volgens de bepalingen vastgelegd door het College en overeenkomstig het artikel 7 van onderhavig besluit. Art. 6.Het College kan maar één gedelegeerde ordonnateur per kabinet en één gesubdelegeerde ordonnateur per kabinet aanstellen. Art. 7.Het besluit van delegatie of subdelegatie, vastgesteld door het College, bepaalt minstens voor elke delegatie : - haar toepassingsgebied; - haar aard; - haar grenzen.
Onder toepassingsgebied worden de ambtenaren, functies, besturen, diensten en directies, onderworpen aan het besluit van delegatie of subdelegatie, verstaan.
Onder aard wordt verstaan het voorwerp van de in termen van volmachten en handtekening verleende delegatie.
Onder grenzen wordt verstaan de opsomming van de drempels die per uitgavencategorie dienen te worden gerespecteerd. Art. 8.De secundaire, gedelegeerde of gesubdelegeerde ordonnateurs mogen enkel handelen binnen de grenzen vastgesteld door de delegatie- of subdelegatiebesluiten. Art. 9.De gedelegeerde ordonnateur staat, samen met de andere gedelegeerde ordonnateurs in het kader van de Directieraad, in voor de organisatorische structuur evenals voor de systemen en procedures van beheer en interne controle aangepast aan de uitvoering van zijn taken. Art. 10.Als een gedelegeerd of gesubdelegeerde ordonnateur van mening is dat een beslissing die hem wordt voorgelegd indruist tegen de wettelijke of reglementaire bepalingen of als hij of de diensten die van hem afhangen niet over de nodige informatie beschikken, dan verwijst hij deze terug naar het College.
Er mag geen enkele sanctie worden genomen tegen de gedelegeerde of gesubdelegeerde ordonnateurs die in die hoedanigheid handelen zonder voorafgaandelijk advies van de Inspectie der Financiën. Dit advies wordt verstrekt binnen de acht dagen na voorlegging van het dossier aan de Inspectie der Financiën. Art. 11.De gedelegeerde en gesubdelegeerde ordonnateurs kunnen, te allen tijde, tijdelijk worden geschorst door het met de begroting belast lid van het College in geval van fraude of herhaalde nalatigheid.
De beslissing wordt aan de betrokkene, aan de delegerende overheid, aan de controleur van vastleggingen en vereffeningen en aan de bevoegde rekenplichtige(n) betekend.
Het College spreekt zich binnen een termijn van 15 werkdagen uit over deze schorsing. Art. 12.Het met de begroting belast lid van het College stelt een overzicht op van de personeelsleden belast met een functie van gedelegeerd ordonnateur en actualiseert deze. HOOFDSTUK 3. - De rekenplichtigen Afdeling 1. - Aanstelling
Art. 13.De rekenplichtigen worden aangesteld in functie van hun ervaring en hun vakbekwaamheid overeenkomstig het artikel 44, § 1, alinea 2 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten. Art. 14.§ 1. De vanuit functioneel oogpunt bevoegde diensten stellen een ontwerpdecreet van aanstelling op voor de rekenplichtigen die ze benoemd willen zien. Dit ontwerp wordt ter goedkeuring naar het kabinet van het met de begroting belast lid van het College gestuurd die dit daarna voorlegt aan het College. § 2. Voor elke titelvoerende rekenplichtige kunnen er gelijktijdig twee plaatsvervangende rekenplichtigen worden aangesteld, op voorstel van het lid of de leden van het College dat/die vanuit functioneel oogpunt bevoegd is/zijn. Art. 15.§ 1. Het aanstellingsbesluit van het College dat de rekenplichtigen, de titelvoerende of de plaatsvervangende, aanstelt, omschrijft de specifieke taken van de rekenplichtige en vermeldt de datum vanaf wanneer deze het beheer op zich zal nemen. § 2. Een kopie van het besluit van het College zal, ter informatie, onverwijld worden meegedeeld aan de Dienst voor Begroting, Boekhouding en Financiën, aan de Inspectie van Financiën, aan het Rekenhof en aan de Controleur voor vastleggingen en vereffeningen. Afdeling 2. - Vervanging
Art. 16.In geval van een voorziene afwezigheid van korte duur van de titelvoerende rekenplichtige worden zijn functies waargenomen door de plaatsvervangende rekenplichtige tot wanneer de titelvoerende rekenplichtige het beheer terug uitoefent.
De titelvoerende rekenplichtige stelt de richtlijnen op voor de uitoefening van de vervanging. Art. 17.In geval van een voorziene afwezigheid van meer dan 60 kalenderdagen van de rekenplichtige, titelvoerende of plaatsvervangende, zal deze tijdelijk of definitief door het college van zijn beheer worden ontheven.
Een titelvoerende rekenplichtige of een plaatsvervangende wordt door het College aangesteld ter vervanging van de afwezige rekenplichtige. Art. 18.Als de titelvoerende en plaatsvervangende rekenplichtigen onverwachts in de onmogelijkheid verkeren hun functie uit te oefenen, stelt het Collegelid dat vanuit functioneel oogpunt bevoegd is onmiddellijk een tijdelijke titelvoerende rekenplichtige aan. Art. 19.In geval van wanprestaties van een rekenplichtige, behoorlijk vastgesteld door de leidinggevende Ambtenaar, voorziet het College, als voorzorgsmaatregel, in zijn vervanging volgens de in artikel 17 van onderhavig besluit voorziene modaliteiten. Afdeling 3. - Rechten en plichten van de rekenplichtige
Art. 20.Het met de begroting belast lid van het College stelt de richtlijnen op die door de rekenplichtige moeten worden nageleefd in verband met het beheer en het behoud van de fondsen die hem worden toevertrouwd. Hij bepaalt ook de maatregelen die de rekenkundige moet naleven ter beveiliging van de documenten en de, eventuele geautomatiseerde, bestanden waarmee hij werkt. Art. 21.§ 1. Bij zijn aanstelling wordt elke rekenplichtige door de administratief directeur van de Dienst voor Begroting, Boekhouding en Financiën of door iemand van zijn dienst ingelicht over zijn opdracht, zijn taken en de verantwoordelijkheid die hij op zich neemt evenals over de rechten en plichten die hieruit voortvloeien.
Hij ontvangt daarenboven alle nuttige informatie tot uitvoering van zijn functie, meer bepaald in verband met het beheer van de uittredende rekenplichtige. § 2. De administratief directeur van de Dienst voor Begroting, Boekhouding en Financiën of een persoon van zijn dienst die hij daartoe aanstelt stelt een verslag op van de mededeling van deze informatie. Art. 22.De rekenplichtige maakt in een schriftelijk verslag aan de Directeur-generaal melding van elk feit of elke situatie die mogelijk het beheer van de fondsen, die hem werden toevertrouwd, in gevaar kan brengen. De Directeur-generaal meldt ontvangst van dit verslag binnen een termijn van vijftien werkdagen en stelt een uitgebreid verslag op voor de administratief directeur die vanuit functioneel oogpunt bevoegd is en die corrigerende maatregelen neemt teneinde de veiligheid van het behoud van de fondsen te herstellen. Afdeling 4. - Opdrachten
Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 23.De rekenplichtige wordt, naargelang het geval, belast met de betaling van de onkosten, de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde bedragen, de invordering, de inning en de teruggave van vastgestelde rechten, de terugbetaling van ten onrechte geïnde ontvangsten, de inning van contante rechten, het behoud van de fondsen evenals met elke andere verrichting met andere rekenplichtigen. Art. 24.De rekenplichtige verricht zijn ontvangsten en uitgaven vanaf één of meerdere financiële rekeningen geopend op naam van de boekhoudkundige eenheid bij de kassier, overeenkomstig de bepalingen die de opdracht van de kassier regelen. Art. 25.De rekenplichtige registreert in het boekhoudsysteem alle financiële verrichtingen die hij uitvoert, zoals omschreven in het artikel 44, § 1, alinea 3 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten.
Onderafdeling 2. - De centraliserende rekenplichtige van de uitgaven Art. 26.§ 1. De centraliserende rekenplichtige van de uitgaven dient de kassier, binnen de mogelijkheden van de beschikbare liquiditeiten, en overeenkomstig de bevelen gegeven door de bevoegde ordonnateurs het volgende voor te leggen : 1° ten laste van de centrale rekening van de uitgaven : - de betalingsbevelen die, hetzij rechtstreeks toekomen aan de schuldeisers en andere crediteuren, hetzij aan andere rekenplichtigen van de Diensten van het College; - de opdrachten tot het intern overschrijven van fondsen die nodig zijn voor het beheer van de globale financiële staat bij de kassier; - de opdrachten tot externe overschrijvingen die voortvloeien uit begrotingsverrichtingen waarvoor bedragen tijdelijk op bij de kassier geopende rekeningen werden geplaatst. 2° ten laste van de rekeningen geopend voor verrichtingen in verband met de begrotingsfondsen, de betalingsbevelen die rechtstreeks ten gunste zijn van de schuldeisers en andere crediteuren. Hij wordt ook belast met de termijnverrichtingen en beheert de rekeningen die nodig zijn voor de inschrijving van transacties in verband met de opbrengsten van leningen of het beleggen van overschotten evenals de rekeningen die werden geopend voor het boeken van de interesten. § 2. Deze rekenplichtige kan de centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten zijn.
Onderafdeling 3. - De centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten Art. 27.§ 1. De centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten is belast met de inning en de registratie van de bedragen die verschuldigd zijn aan de boekhoudkundige eenheid waarvoor er geen invorderingsbevel werd gericht aan een gewone rekenplichtige en die, zonder het voorwerp te hebben uitgemaakt van een voorafgaandelijk vastgesteld recht, werden gestort op de centrale ontvangstenrekening.
Hij is er ook mee belast om de bedragen, gestort op rekeningen geopend voor verrichtingen met betrekking tot de begrotingsfondsen, te innen en te boeken. § 2. Deze rekenplichtige kan de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven zijn.
Onderafdeling 4. - De rekenplichtige van de geschillen Art. 28.§ 1ste. De rekenplichtige van de geschillen is belast met het beheer van de betalingsbevelen waarbij aan de voorwaarde inzake de identiteit van de schuldeiser voor de bepaling van het vastgestelde recht niet langer voldaan wordt bij de betaling of van de betwiste betalingsbevelen, voornamelijk in geval van arrest, beslag, verzet, endossement of afstand. § 2. De betalingsbevelen, onderwerp van een geschil, worden hem overgemaakt door de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven die, via zijn boekhoudkundige lopende rekening, de boekhoudkundige lopende rekening van de rekenplichtige van de geschillen voor het overeenkomstige bedrag crediteert. Deze laatste rekening wordt dan ook gedebiteerd bij de effectieve betaling aan de rechthebbenden. § 3. Deze rekenplichtige kan de rekenplichtige van liggende fondsen zijn of de centraliserende rekenplichtige.
Onderafdeling 5 - De rekenplichtige van de liggende fondsen Art. 29.§ 1. De rekenplichtige van de liggende fondsen is belast met het beheer van de betalingsbevelen die niet werden uitgevoerd, meer bepaald omdat de crediteur of de begunstigde onbekend zijn, omwille van een overlijden, bij adreswijziging of onbekend bankrekeningnummer.
Voornoemde betalingsbevelen worden aan hem overgemaakt door de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven die, via zijn lopende rekening, de lopende rekening van de rekenplichtige van de liggende fondsen crediteert met het overeenkomstige bedrag. Deze laatste rekening wordt dan ook gedebiteerd bij effectieve betaling van de schuldeisers. § 2. Deze rekenplichtige kan de rekenplichtige van de geschillen zijn of de centraliserende rekenplichtige.
Onderafdeling 6. - De gewone rekenplichtige Art. 30.De gewone rekenplichtige beheert zonder uitstel de vastgestelde rechten opgenomen in de boekhoudkundige bescheiden. Hij neemt de nodige maatregelen voor de invordering en de inning van de vastgestelde rechten overeenkomstig de opdracht tot invordering van de ordonnateur. Hij ziet daarenboven toe op het behoud van de vastgestelde rechten. Art. 31.De gewone rekenplichtige schrijft de opbrengst van zijn ontvangsten, verminderd met de uitgaven als beoogd in het artikel 44, § 6, alinea 2 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten, over naar de centrale Ontvangstenrekening. Art. 32.De gewone rekenplichtige bezorgt de ordonnateur op regelmatige basis de boekhouding met betrekking tot de invordering van de vastgestelde rechten die hij beheert, meer bepaald de geactualiseerde balans van de debiteurenrekeningen van deze vastgestelde rechten. Art. 33.Behoudens afwijkende bepalingen maakt de gewone rekenplichtige, als hij het vastgestelde recht niet heeft kunnen invorderen, het desbetreffende dossier over aan de juridische dienst teneinde via alle mogelijke rechtsmiddelen over te laten gaan tot invordering.
Van zodra de juridische dienst ontvangst van het dossier heeft gemeld, wordt het vastgestelde recht geboekt als een dubieuze vordering en vormt deze tegelijkertijd een waardevermindering ten laste van de resultaten van het boekjaar. Art. 34.§ 1. Als de procedure als voorzien in het artikel 33 alinea 1 van onderhavig besluit niet tot invordering heeft geleid, dan vraagt de gewone rekenplichtige, met gemotiveerde beslissing, de bevoegde ordonnateur om opschorting of annulering van de opdracht tot invordering. § 2. Het vastgestelde recht waarvoor de opdracht tot invordering werd opgeschort wordt overgeheveld van de rekening `dubieuze schuldvorderingen' naar de rekening ` onbeperkt uitstel van invordering'.
Indien zich later een mogelijkheid tot invordering voordoet, dan start de gewone rekenplichtige opnieuw alle reglementaire procedures van invordering en vraagt, à rato van het bedrag van het vastgestelde recht, de terugname van de waardevermindering. § 3. Het vastgestelde recht waarvoor de invorderingsopdracht werd geannuleerd wordt geboekt als oninbare vordering, op basis van het dossier dat werd opgesteld door de gewone rekenplichtige. Vóór afsluiting van het boekjaar wordt de oninbare vordering afgeboekt door de waardevermindering.
Onderafdeling 7 - De buitengewone rekenplichtige Art. 35.§ 1. De buitengewone rekenplichtige van de Diensten van het College voert, op basis van een voorschot dat hem wordt toegekend door de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven, de betalingen in contanten of via de elektronische uitgavenportefeuille uit voor een bedrag dat, behoudens toegestane afwijking door het met de begroting belast Collegelid, niet meer bedraagt dan 2500 Euro inclusief btw en die diverse functionele en patrimoniale uitgaven zijn.
De voorschotten die hij ontvangt mogen niet meer bedragen dan 8500 Euro per allocatie. § 2. Het met de begroting belast lid van het College bepaalt de modaliteiten volgens de welke de voorschotten die de centraliserende rekenplichtige voor de uitgaven toestaat aan een buitengewone rekenplichtige begrotingsverrichtingen zijn in de zin van het artikel 5 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten. § 3. Het boekhoudsysteem verwerkt de rekeninguittreksels die door de kassier van de financiële verrichtingen, uitgevoerd door deze buitengewone rekenplichtige, worden bezorgd. Art. 36.De buitengewone rekenplichtigen van de kabinetten geven de betalingsbevelen voor werkingsuitgaven die niet meer bedragen dan het bedrag van de uitgaven, voorgelegd aan het visum van de controleur van de vastleggingen en vereffeningen, aan de kassier.
De door hen geïnde voorschotten mogen niet meer bedragen dan 31.500 Euro. Art. 37.§ 1. Het maximum bedrag van de voorschotten die de buitengewone rekenplichtige gelijktijdig in zijn bezit mag hebben én op een welbepaald moment op de rekening(en) die op zijn naam bij de kassier werd(en) geopend, bedraagt behoudens afwijking toegestaan door de met de begroting belast lid van het College: - voor de buitengewone rekenplichtigen van de Diensten van het College 15.000 Euro; - voor de buitengewone rekenplichtigen van de kabinetten 50.000 Euro. § 2. Het saldo van het voorschot dat op het einde van het begrotingsjaar niet werd opgebruikt wordt door de buitengewone rekenplichtige teruggegeven aan de centrale ontvangstenrekening waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen het patrimoniaal bedrag en het werkingsbedrag. Afdeling 5. - Rekening en verantwoording door de titelvoerende
rekenplichtigen Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 38.§ 1. Het met de begroting belast lid van het College bepaalt de vorm, de inhoud en de periodiciteit van de rekeningen die moeten worden neergelegd door de titelvoerende rekenplichtigen. § 2. Het met de begroting belast lid van het College bepaalt de bewijskrachtige stukken die moeten worden bijgevoegd ter staving van de rekeningen die aan het Rekenhof worden voorgelegd en stelt de termijn vast binnen dewelke de rekening van de titelvoerende rekenplichtige moet worden overgemaakt aan de Dienst voor Begroting, Boekhouding en Financiën, die ermee belast is deze binnen de maand na opstelling ervan te bezorgen aan het Rekenhof.
Zonder afbreuk te doen aan de vorige alinea registreert de titelvoerende rekenplichtige, overeenkomstig het artikel 25 van onderhavig besluit, zijn verrichtingen in het boekhoudsysteem en voegt hij bij zijn rekeningen de volgende documenten met betrekking tot de boekhoudperiode: 1° een balans van de rekeningen die de in de derdenrekeningen van het boekhoudsysteem vastgestelde rechten opneemt;2° het (de) financiële dagboek(en) gehaald uit het boekhoudsysteem met de gedane verrichtingen;3° de rekeninguittreksels bezorgd door de kassier;4° het proces-verbaal van de kastoestand. Deze documenten geven de situatie weer op het einde van het beheer waarover de titelvoerende rekenplichtige verantwoording aflegt. § 3. Indien een titelvoerende rekenplichtige niet binnen de termijn, als beoogd in § 2 alinea 1, zijn rekening voorlegt, dan wordt deze ambtshalve opgesteld door de plaatsvervangende rekenplichtigen, de tijdelijke titelvoerende rekenplichtige of de hiërarchische meerdere als deze niet de ordonnateur is. Een kopie van dit verslag wordt aangetekend naar de rekenplichtige verstuurd. § 4. Het lid van het College dat vanuit functioneel oogpunt bevoegd is ontvangt een kopie van de rekeningen.
Onderafdeling 2. - De jaarrekening van het beheer Art. 39.§ 1ste. Overeenkomstig het artikel 44, § 1, alinea's 5 en 6 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten legt de titelvoerende rekenplichtige jaarlijks zijn rekening bij het Rekenhof neer. § 2. De buitengewone rekenplichtige kan uitzonderlijk de rekening van zijn driemaandelijks beheer voorleggen aan het Rekenhof volgens dezelfde modaliteiten als deze voor de jaarrekening.
Onderafdeling 3. - De tekortrekening Art. 40.§ 1. Wanneer er in de verrichtingen van een titelvoerende rekenplichtige een tekort voorkomt, hetzij ingevolge een correctie van de verrichtingen ten bedrage van de in kas geïnde en niet-geboekte ontvangsten of van niet-ingevorderde vastgestelde rechten, hetzij ingevolge de verwerping van als onregelmatig beschouwde uitgaven, hetzij nog ingevolge diefstal of verlies van fondsen waarbij de aansprakelijkheid van de rekenplichtige is betrokken, dan wordt hij gehoord door het intern administratief adviesorgaan. § 2. Tijdens zijn verhoor kan de titelvoerende rekenplichtige zich laten vertegenwoordigen of vergezellen van een persoon van zijn keuze. § 3. Het intern administratief adviesorgaan stelt een proces-verbaal op van het verhoor van de titelvoerende rekenplichtige. Dit proces-verbaal wordt ondertekend door de titelvoerende rekenplichtige en door alle leden van het intern administratief adviesorgaan die zijn overgegaan tot het verhoor. § 4. Na te zijn overgegaan tot het verhoor van de titelvoerende rekenplichtige stelt het intern administratief adviesorgaan een advies op met betrekking tot de tekortrekening. Art. 41.§ 1. Na het proces-verbaal van verhoor en het advies van het intern administratief adviesorgaan te hebben ontvangen, verzoekt de directeur-generaal de rekenplichtige om het tekort aan te zuiveren.
Bij ontstentenis wordt de rekening in gebreke gesteld ten bedrage van het genoemde tekort. § 2. De ingebrekestelling maakt het voorwerp uit van een door de hiërarchische meerdere opgesteld proces-verbaal met de noodzakelijke vermelding van het bedrag en de datum van het ontstaan van het tekort en de omstandigheden waarin het tekort is ontstaan. § 3. Op basis van dit proces-verbaal moet de rekenplichtige, onverwijld, een beheerrekening opstellen genaamd `bijzondere tekortrekening'. Art. 42.De tekortrekening moet worden overgemaakt aan het Rekenhof vóór afloop van de derde maand volgend op de vaststelling van het tekort. Art. 43.Het proces-verbaal van verhoor evenals het advies, uitgebracht door het intern administratief adviesorgaan, worden meegedeeld aan de leden van het College na afsluiting met een tekort door het Rekenhof. Art. 44.Nadat de beheerrekening door het Rekenhof met een tekort werd afgesloten kan het met de begroting belast lid van het College, op grond van het artikel 8 van de wet van 29 oktober 1846 houdende de organisatie van het Rekenhof, besluiten deze voor het Rekenhof te dagen of hiervan af te zien. Art. 45.§ 1. Het intern administratief adviesorgaan waarnaar wordt verwezen in het artikel 39 van onderhavig besluit bestaat uit twee leden van de Directie voor Begroting, Boekhouding en Financiën, twee leden van de Administratie betrokken door de tekortrekening en een lid van de juridische dienst van de Franse Gemeenschapscommissie. § 2. De leden van het intern administratief adviesorgaan worden aangesteld door de Directeur-generaal. § 3. Het intern administratief adviesorgaan bepaalt zijn werkingsmodaliteiten.
Onderafdeling 4. - De rekening einde beheer Art. 46.§ 1. In het geval van de tijdelijke of definitieve beëindiging van zijn functie, maakt de titelvoerende rekenplichtige een rekening einde beheer op.
De rekening einde beheer moet aan het Rekenhof worden overgemaakt vóór het einde van de derde maand die volgt op het beëindigen van de functie. § 2. Indien het beheer wordt overgenomen door een andere rekenplichtige, overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 van onderhavig besluit, dan wordt een proces-verbaal van overgave-overname van het beheer opgesteld en toegevoegd aan de rekening einde beheer.
Dit proces-verbaal wordt ondertekend door de uittredende rekenplichtige, door de intredende rekenplichtige, door de hiërarchische meerdere en door de plaatsvervangende of tijdelijke rekenplichtige. Art. 47.§ 1. In geval van onvoorzien en totaal, tijdelijk of definitief onvermogen van een titelvoerende rekenplichtige, stelt de plaatsvervangende rekenplichtige, de tijdelijke titelvoerende rekenplichtige of de hiërarchische meerdere een rekening einde beheer op op de datum van onvermogen van de titelvoerende rekenplichtige.
Indien de rekenplichtige is overleden, dan wordt er een kopie van deze rekening per aangetekend schrijven naar de erfgenamen verstuurd. § 2. In geval van onvoorzien en totaal, tijdelijk of definitief onvermogen van de titelvoerende rekenplichtige, wordt het proces-verbaal van overgave-overname ondertekend door de ordonnateur en door de plaatsvervangende rekenplichtige, de tijdelijke rekenplichtige of de hiërarchische meerdere als hij niet de ordonnateur is. Hij zal in het kort het geval van overmacht toelichten. Afdeling 6. - Verantwoordelijkheden
Art. 48.De rekenplichtige kan op elk moment, tijdelijk of definitief, door het College worden ontheven van zijn functies. HOOFDSTUK 4. - Controle van de rekeningen Art. 49.§ 1. Vooraleer de rekeningen als voorzien in het artikel 44, § 1, alinea's 5 en 6 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten voor te leggen, voegt de rekenplichtige bij zijn beheerrekening een overzicht van de op die rekening uitgevoerde controles. Dit overzicht wordt medeondertekend door de ordonnateur, die instaat voor een controle met betrekking tot de wettelijkheid en de regelmatigheid van de beheerrekening evenals voor een controle met betrekking tot de naleving van de interne bepalingen. § 2. Het met de begroting belast lid van het College bepaalt het model van het overzicht van de controle. Art. 50.De dienst voor Begroting, Boekhouding en Financiën gaat over tot verificatie van de beheerrekeningen vooraleer deze aan het Rekenhof over te maken teneinde zich te vergewissen van de juistheid en betrouwbaarheid van de registraties op de rekeningen en in de andere boekhoudkundige documenten.
TITEL II.I - DE OPSTELLING VAN DE BEGROTING HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden Art. 51.De Directie voor Begroting, Boekhouding en Financiën van de Franse Gemeenschapscommissie ziet toe op de formele toepassing van de economische en functionele classificaties op de basisallocaties. Art. 52.§ 1. De in het beschikkende gedeelte van de rijksmiddelenbegroting en van de algemene uitgavenbegroting opgenomen bedragen worden weergegeven in Euro. § 2. De bedragen opgenomen in de begrotingstabellen worden weergegeven in duizenden Euro. De uitgavenramingen worden afgerond naar het hogere duizendtal. De ontvangstenramingen worden afgerond naar het lagere duizendtal. Art. 53.Overeenkomstig het artikel 5 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten voorziet de begroting, wat betreft de uitgaven, twee soorten van krediet : het vastleggingskrediet en het vereffeningskrediet.
Wat betreft de ontvangsten voorziet de begroting ontvangstenkredieten. Art. 54.Het met de begroting belast lid van het College werkt de voorontwerpen van het begrotingsdecreet uit. HOOFDSTUK 2. - Begrotingscyclus Art. 55.§ 1. De begrotingscyclus bestaat achtereenvolgens uit : - de opmaak van de begroting; - de uitvoering en de analyse van de begroting; - de periodieke opvolging van de begroting; - de evaluatie van de begroting. § 2. Het College is, op voorstel van het met de begroting belast lid van het College, bevoegd om de praktische modaliteiten voor de begrotingscyclus, van toepassing op de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en de Administratieve diensten met autonome boekhouding van de Franse Gemeenschapscommissie vast te leggen. HOOFDSTUK 3. - Bepalingen in verband met het ontwerp van het begrotingsdecreet Afdeling 1. - Bepalingen in verband met de rijksmiddelenbegroting
Onderafdeling 1. - Bepalingen in verband met het beschikkende gedeelte van de rijksmiddelenbegroting Art. 56.Het beschikkende gedeelte van de rijksmiddelenbegroting omvat minstens : 1° een bepaling die alle algemene totalen van de rijksmiddelenbegroting weergeeft door een onderscheid te maken tussen de algemene ontvangstenkredieten en de specifieke ontvangstenkredieten;2° een bepaling die het afsluiten van leningen, binnen de grenzen en voorwaarden die hij bepaalt, toelaat. Onderafdeling 2. - Bepalingen inzake de begrotingstabel van de rijksmiddelenbegroting a) Bepalingen in verband met de horizontale structuur van de begrotingstabel Art.57. De begrotingstabel is opgedeeld in opdrachten. Iedere opdracht stemt overeen met een welomschreven financieringswijze die toegepast wordt in het kader van de verschillende bevoegdheden van de Franse Gemeenschapscommissie. De opdrachten worden oplopend genummerd en ieder opdrachtnummer telt twee posities. Art. 58.§ 1. Iedere opdracht is opgedeeld in één of meerdere programma's. Ieder programma stemt overeen met een bijzondere doelstelling die voorop gesteld wordt teneinde de opdracht, waaronder het programma ressorteert, te realiseren. De programma's worden oplopend genummerd en ieder programmanummer telt drie posities. § 2. Ieder programma kan ontvangsten bevatten die nog niet verdeeld werden volgens de economische classificatie.
Niettemin mag de aanrekening van de ontvangsten slechts gebeuren op de basisallocaties die een economische code dragen die aangeeft dat het om een ontvangst gaat die verdeeld werd volgens de economische classificatie. Hiertoe mogen, in de loop van het begrotingsjaar, de nodige nieuwe basisallocaties gecreëerd worden binnen de rijksmiddelenbegroting met toestemming van het met de Begroting belast lid van het College. Art. 59.Ieder programma is opgedeeld in één of meerdere activiteiten.
Iedere activiteit stemt overeen met een welbepaalde concrete actie die gevoerd wordt om de doelstelling van het programma te realiseren. De activiteiten worden oplopend genummerd en ieder activiteitnummer telt twee posities. Art. 60.§ 1. Iedere activiteit is opgedeeld in één of meerdere basisallocaties op basis van de economische en functionele classificatie. § 2. Het basisallocatienummer bevat de nummers van de opdracht, van het programma en van de activiteit, het volgnummer, de economische code en de functionele code.
De basisallocaties worden op het niveau van iedere activiteit oplopend genummerd. Het volgnummer telt twee posities.
De benaming van de basisallocaties dient steeds de oorsprong van de ontvangst te bevatten evenals de aard van de ontvangst.
Indien een basisallocatie verbonden is met een organiek begrotingsfonds, dan worden de code BFB en de benaming van het fonds in kwestie vermeld. § 3. De Directie voor de Begroting, Boekhouding en Financiën van de Franse Gemeenschapscommissie ziet toe op de formele toepassing van onderhavig artikel. Art. 61.§ 1. De totalen van de ontvangstenkredieten worden berekend per activiteit, per programma en per opdracht, alsook globaal voor de begroting. § 2. Op het niveau van de opdrachten en de globale begroting, worden de totalen van de ontvangstenkredieten vermeld per hoofdgroep, qua ontvangstenaard, van de economische classificatie. b) Bepalingen in verband met de verticale structuur van de begrotingstabel Art.62. § 1. De begrotingstabel bestaat uit de volgende kolommen : 1° een kolom met de benaming van de opdrachten, programma's, activiteiten en basisallocaties;2° een kolom die achtereenvolgens het nummer van de opdracht, van het programma en van de activiteit bevat;3° een kolom die achtereenvolgens het volgnummer en de economische code van de basisallocatie bevat;4° een kolom die de functionele code van de basisallocatie bevat;5° een kolom die de code van de aard bevat;6° een kolom die de organieke of facultatieve aard van de subsidies bevat;7° een kolom die, in voorkomend geval, de fondscode BF bevat. § 2. In geval van een initiële begroting voor een welbepaald jaar worden de volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de ontvangstenkredieten van de initiële begroting bevat van het jaar dat aan het beschouwde begrotingsjaar voorafgaat;2° een kolom die de ontvangstenkredieten van de initiële begroting bevat van het beschouwde begrotingsjaar. § 3. In geval van een aangepaste begroting voor een welbepaald jaar worden de volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de ontvangstenkredieten van de initiële begroting van het beschouwde begrotingsjaar bevat;2° een kolom die de aanpassingen van de ontvangstenkredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Bij elke nieuwe begrotingsaanpassing wordt er een extra kolom bijgevoegd; 3° een kolom die de aangepaste ontvangstenkredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Deze aangepaste kredieten zijn de som van de initiële kredieten en de kredietaanpassingen. Afdeling 2. - Bepalingen in verband met de algemene uitgavenbegroting
Onderafdeling 1. - Bepalingen in verband met het beschikkende gedeelte van de algemene uitgavenbegroting Art. 63.Het beschikkende gedeelte van de algemene uitgavenbegroting wordt onderverdeeld in vier afdelingen : 1° afdeling I : algemene bepalingen;2° afdeling II : bijzondere bepalingen in verband met de Diensten van het College met inbegrip van deze in verband met de organieke begrotingsfondsen;4° afdeling III : bijzondere bepalingen in verband met de Administratieve Diensten met Autonome Boekhouding;5° afdeling IV : bijzondere bepalingen in verband met de andere verbintenissen van de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en van de administratieve Diensten met autonome boekhouding van de Franse Gemeenschapscommissie. Art. 64.Afdeling I bevat minimaal een artikel dat, voor het begrotingsjaar, de kredieten opent ten bedrage waarvan de uitgaven per programma worden gemachtigd. Dit artikel bevat de algemene totalen van de op de programma's ingeschreven vastleggings- en vereffeningskredieten. Art. 65.Afdeling II bevat minimaal een bijzondere bepaling die machtiging verleent aan het College om facultatieve subsidies toe te kennen ten laste van de kredieten van basisallocaties die hiertoe speciaal in de begrotingstabel werden opgenomen en waarvan de economische code overeenstemt met een overdracht van inkomsten of van kapitaal in de vorm van een subsidie en dit overeenkomstig artikel 19 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten.
Deze bevat, in voorkomend geval, een bijzondere bepaling die de aan de uitgaven verbonden voorwaarden bepaalt en dit overeenkomstig artikel 19 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten. Art. 66.§ 1. Afdeling III bevat een bijzondere bepaling die machtiging verleent aan de beheersorganen van de Administratieve Diensten met Autonome Boekhouding om facultatieve subsidies toe te kennen ten laste van de kredieten van basisallocaties die hiertoe speciaal in de begrotingstabel werden opgenomen en waarvan de economische code overeenstemt met een overdracht van inkomsten of van kapitaal in de vorm van een subsidie en dit overeenkomstig artikel 19 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten. § 2. Deze bevat in voorkomend geval : 1° een bijzondere bepaling die de voorwaarden bepaalt voor de uitgaven van de Administratieve Diensten met Autonome Boekhouding en dit overeenkomstig artikel 19 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten;2° een bijzondere bepaling die het College machtigt om de waarborg van de Franse Gemeenschapscommissie te verlenen voor de tijdens het betrokken begrotingsjaar door de Administratieve Diensten met Autonome Boekhouding aangegane leningen. Art. 67.Afdeling IV hergroepeert de bepalingen die niet voorkomen in de andere afdelingen.
Onderafdeling 2. - Bepalingen in verband met de begrotingstabel van de algemene uitgavenbegroting a) Algemeenheden Art.68. § 1. De begrotingstabel bevat de uitgaven van de Diensten van het College. § 2. De begroting van elke Administratieve Dienst met Autonome Boekhouding wordt in bijlage bij de algemene begroting van de Franse Gemeenschapscommissie gevoegd. Art. 69.§ 1. De begrotingstabel van de Administratieve Diensten met Autonome Boekhouding wordt opgedeeld in een gedeelte ontvangsten en een gedeelte uitgaven.
De begrotingen van deze Diensten worden opgesteld volgens de horizontale en verticale structuren vastgelegd in de artikelen 57 tot en met 61 en tot en met 62 van onderhavig besluit. § 2. De opdrachten die de Administratieve Dienst met Autonome Boekhouding in zijn begrotingstabel moet opnemen zijn deze die voortvloeien uit de wettelijke, reglementaire en statutaire bepalingen en uit de beheerscontracten die op deze van toepassing zijn. § 3. De aangepaste begrotingen van de Administratieve Diensten met Autonome Boekhouding bevatten een kolom die naast de nieuwe toegestane herverdelingen van kredieten tussen basisallocaties, ook de toegestane overschrijdingen van de limitatieve kredieten, uitgetrokken op de begroting, bevat. § 4. Op het einde van de begrotingstabel van elke Dienst worden de types van begrotingssaldi vermeld die door het met de Begroting belast lid van de Commissie worden voorgesteld. b) Bepalingen in verband met de horizontale structuur van de begrotingstabel Art.70. De begrotingstabel is opgedeeld in meerdere opdrachten.
Iedere opdracht stemt overeen met een welbepaald overheidsbeleid dat gevoerd wordt in uitoefening van de verschillende bevoegdheden van de Franse Gemeenschapscommissie.
De opdrachten worden oplopend genummerd en ieder opdrachtnummer telt twee posities. Art. 71.§ 1. Iedere opdracht is opgedeeld in één of meerdere programma's. Ieder programma stemt overeen met een bijzondere doelstelling die voorop gesteld wordt om de opdracht waaronder het programma valt te realiseren. De programma's worden oplopend genummerd en ieder programmanummer telt drie posities. § 2. Ieder programma kan uitgaven bevatten die nog niet verdeeld werden volgens de economische classificatie.
Deze kredieten moeten eerst overgedragen worden naar basisallocaties die een economische code dragen die aangeeft dat het om een uitgave gaat die wel verdeeld werd volgens de economische classificatie, alvorens te kunnen worden benut. § 3. Iedere opdracht bevat een programma dat de ondersteuning van het algemeen beleid betreft, verbonden met de beschouwde opdracht.
Dit programma bevat de specifieke werkings- en vermogensuitgaven van de Diensten van het College belast met de uitvoering van de beschouwde opdracht, waaronder in het bijzonder de overheidsopdrachten voor studies verbonden met de opdracht. Art. 72.Ieder programma is opgedeeld in één of meerdere activiteiten.
Iedere activiteit stemt overeen met een welbepaalde concrete actie die gevoerd wordt om de doelstelling van het programma waaronder de activiteit valt te realiseren. De activiteiten worden oplopend genummerd en ieder activiteitnummer telt twee posities. Art. 73.§ 1. Iedere activiteit is opgedeeld in één of meerdere basisallocaties op basis van de economische en functionele classificaties. Het basisallocatienummer bevat de nummers van de opdracht, van het programma en van de activiteit, het volgnummer, de economische code en de functionele code. § 2. De basisallocaties worden op het niveau van iedere activiteit oplopend genummerd. Het volgnummer telt twee posities.
De benaming van de basisallocaties dient steeds de bestemming, d.w.z. de begunstigde of de categorie van begunstigden, van de kredieten evenals de aard van de uitgave te bevatten.
Indien een basisallocatie een economische code draagt die aangeeft dat deze basisallocatie de toekenning van subsidies betreft die bovendien van facultatieve aard zijn, dan wordt de code FSF vermeld.
Indien een basisallocatie verbonden is met een organiek begrotingsfonds, dan worden de code BFB en de benaming van het fonds in kwestie vermeld. § 3. De Directie voor Begroting, Boekhouding en Financiën van de Franse Gemeenschapscommissie ziet toe op de formele toepassing van onderhavig artikel. Art. 74.§ 1. Zowel op het vlak van de vastleggingskredieten als op het vlak van de vereffeningskredieten, worden de totalen berekend per activiteit, programma en opdracht, evenals globaal voor de begroting. § 2. Op het vlak van de opdrachten en de globale begroting, worden de totalen van de vastleggings- en vereffeningskredieten vermeld, per hoofdgroep qua uitgavenaard, van de economische classificatie. § 3. Op het einde van de begrotingstabel worden de types van begrotingssaldi vermeld die de met de begroting belast lid van het College bepaalt. c) Bepalingen betreffende de verticale structuur van de begrotingstabel Art.75. § 1. De begrotingstabel bestaat uit de volgende kolommen : 1° een kolom met de benaming van de opdrachten, programma's, activiteiten en basisallocaties;2° een kolom die achtereenvolgens het nummer van de opdracht, van het programma en van de activiteit bevat;3° een kolom die achtereenvolgens het volgnummer en de economische code van de basisallocatie bevat;4° een kolom die de functionele code van de basisallocatie bevat;5° een kolom die de aanduiding van het krediettype bevat : de vastleggingskredieten worden aangeduid door de letter « E » en de vereffeningskredieten worden aangeduid door de letter « L », de vastleggingskredieten en de vereffeningskredieten die verbonden zijn aan de organieke begrotingsfondsen worden respectievelijk aangeduid met de letters « FE » en « FL ». § 2. In het geval van een initiële begroting voor een beschouwd begrotingsjaar worden de volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de vastleggings- en vereffeningskredieten van de initiële begroting bevat van het jaar dat voorafgaat aan het beschouwde begrotingsjaar;2° een kolom die de vastleggings- en vereffeningskredieten van de initiële begroting bevat van het beschouwde begrotingsjaar. § 3. In het geval van een aangepaste begroting voor een beschouwd begrotingsjaar worden de volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de vastleggings- en vereffeningskredieten van de initiële begroting van het beschouwde begrotingsjaar bevat;2° een kolom die de door het College of de bevoegde leden van het College goedgekeurde herverdelingen van kredieten tussen basisallocaties van het beschouwde begrotingsjaar bevat;3° een kolom die de aanpassingen van de vastleggings- en vereffeningskredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Bij iedere nieuwe begrotingsaanpassing wordt een extra kolom toegevoegd; 4° een kolom die de aangepaste vastleggings- en vereffeningskredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Deze aangepaste kredieten zijn de som van de initiële kredieten, de herverdelingen van kredieten tussen basisallocaties en de kredietaanpassingen. Afdeling 3. - Bepalingen in verband met de genderdimensie
Art. 76.§ 1. Overeenkomstig het artikel 62 van onderhavig besluit wordt er een kolom gender, die toelaat een gendercode in te geven, opgenomen in de begrotingstabellen. § 2. De gendercodes zijn de volgende : a) code 1 : neutrale kredieten in termen van gender;b) code 2 : bijzondere genderkredieten;c) code 3 : volgens gender in te delen kredieten. § 3. Onder een neutraal krediet in termen van gender verstaat men een krediet dat geen enkele impact heeft op de respectieve situatie van vrouwen en mannen.
Onder een bijzonder genderkrediet verstaat men een krediet dat er specifiek op gericht is om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen.
Onder een volgens gender in te delen krediet verstaat men een krediet dat betrekking heeft op een overheidsbeleid en dat een impact heeft of kan hebben op de respectieve situatie van mannen en vrouwen. § 4. Bij de begrotingsdocumenten wordt een gendernota gevoegd. De praktische modaliteiten van deze gendernota worden vastgelegd door het met de begroting belast lid van het College. Afdeling 4. - Bepalingen betreffende de algemene toelichting bij de
begroting Art. 77.De algemene toelichting bij de begroting bevat de geconsolideerde begroting van de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en van de Administratieve diensten met autonome boekhouding van de Franse Gemeenschapscommissie.
Het met de Begroting belast lid van het College bepaalt het model en de modaliteiten van de consolidatie. Afdeling 5. - Bepalingen betreffende de verantwoordingen bij de
begroting Art. 78.§ 1. Voor de opdrachten, programma's en activiteiten, wordt er per individuele basisallocatie een verantwoordingsfiche opgesteld.
Wat betreft de uitgaven bevat elke allocatie een luik "vastleggingskredieten" en een luik "vereffeningskredieten". § 2. Elke verantwoordingsfiche voor de initiële begroting wordt opgesteld volgens het model dat wordt uitgewerkt door het met de begroting belast lid van het College. § 3. Elke verantwoordingsfiche voor een aangepaste begroting wordt opgesteld volgens het model dat wordt uitgewerkt door het met de begroting belast lid van het College. § 4. De verantwoordingsfiches van de uitgaven in termen van vastlegging die tot hoofdgroep 7 van de economische classificatie behoren, bevatten meerjarige fysieke programma's in toepassing van het artikel 11 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten.
De verantwoordingsfiches van de uitgaven in termen van vereffeningen bevatten meerjarige vereffeningsplannen in toepassing van het artikel 11 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten. § 5. De verantwoordingsfiches worden gegroepeerd per activiteit. Elke activiteit wordt voorzien van een gedetailleerde toelichting over het gebruik van de actie in het kader van de door het programma beoogde doelstelling.
De activiteiten worden gegroepeerd per programma. Elk programma wordt voorzien van een gedetailleerde toelichting over de realisatie van het door de door het programma beoogde doelstelling.
De programma's worden gegroepeerd per opdracht. Elk programma wordt voorzien van een gedetailleerde toelichting over de realisatie ervan. § 6. Alle verantwoordingsfiches samen vormen, naargelang het geval, de verantwoording voor de rijksmiddelenbegroting of de algemene uitgavenbegroting als bedoeld in het artikel 11 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten. § 7. Het met de begroting belast lid van het College bepaalt, in overleg met de functioneel bevoegde leden van het College, het standaardmodel en de modaliteiten voor de verantwoordingsfiches, de meerjarige vereffeningsplannen en de meerjarige fysieke programma's.
TITEL IV. - UITVOERING VAN DE BEGROTING HOOFDSTUK 1. - De regels voor aanrekening van ontvangsten en uitgaven Afdeling 1. - Algemeenheden
Art. 79.De aanrekening van elk bedrag op de begroting gebeurt op basis van een verantwoordingsdocument. Art. 80.Het met de begroting belast lid van het College bepaalt het model van de documenten die moeten worden gebruikt voor de controle van de vastleggingen en de vereffeningen evenals de modaliteiten voor deze controle, overeenkomstig de bepalingen van onderhavig besluit. Afdeling 2. - De boekhoudkundige vastlegging
Art. 81.§ 1. De boekhoudkundige vastlegging is een gewone vastlegging indien de boekhoudkundige vastlegging de vereffening voorafgaat.
Vallen onder de gewone vastlegging: a) de contracten en overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten, behoudens deze die zijn voorzien in § 3, a) van onderhavig artikel;b) de besluiten die subsidies toekennen;c) de andere handelingen die een juridische vastlegging tegenover derden tot gevolg hebben, behalve deze die zijn voorzien in het artikel 109 van onderhavig besluit;d) de uitgaven die onderworpen zijn aan een organieke reglementering die er het onderwerp van vastlegt, de begunstigde, de voorwaarden van toekenning en het bedrag of de berekeningswijze ervan, behoudens afwijking toegestaan door de controleur van de vastleggingen en de vereffeningen. § 2. De boekhoudkundige vastlegging is een provisionele vastlegging indien de boekhoudkundige vastlegging gebeurt op basis van ramingsstaten en de vereffening voorafgaat.
Overeenkomstig het artikel 60, § 1, alinea 2 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle van de administratieve diensten van de Franse Gemeenschapscommissie en de administratieve openbare instellingen die daarvan afhangen
sluiten kunnen het voorwerp uitmaken van een provisionele vastlegging : a) de salarissen, pensioenen, reiskostenvergoedingen, schadeloosstellingen, diverse allocaties, onverschuldigde terugbetalingen, enz.; b) schulden;c) uitgaven als gevolg van huurcontracten voor goederen of diensten en abonnementskosten;d) de uitgaven omschreven door het decreet houdende de uitgavenbegroting waarvoor er een provisionele vastlegging is voorzien. § 3. De boekhoudkundige vastlegging is een gelijktijdige vastlegging indien de boekhoudkundige vastlegging voortvloeit uit een voorafgaande juridische verbintenis die aanleiding geeft tot een aanrekening ten laste van de vereffeningskredieten. De gelijktijdige vastlegging is de vastlegging die gelijktijdig met de vereffening plaatsvindt en dit voor het bedrag van die vereffening.
Maken het voorwerp uit van een gelijktijdige vastlegging : a) de uitgaven waarvan het bedrag niet hoger ligt dan het bedrag als voorzien in het artikel 105, § 1, 4° van het
Koninklijk Besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2011
pub.
09/08/2011
numac
2011021058
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren
sluiten houdende de plaatsing van overheidsopdrachten binnen de klassieke sectoren en die niet het voorwerp uitmaken van een bestelbon als voorzien in het artikel 83 van onderhavig besluit;b) de voorschotten aan de buitengewone rekenplichtigen;c) de uitgaven in verband met de belastingontheffingen en - terugbetalingen. Art. 82.§ 1. Overeenkomstig het artikel 61 van het
decreet van 24 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/04/2014
pub.
13/02/2015
numac
2015031101
bron
franse ge …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.