← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014 algemeen verbindend, die een sectoraal aanvullend pensioenstelsel invoert voor arbeiders in grind- en zandgroeven in specifieke provincies. Het doel is om een aanvullend kapitaal te garanderen bij pensionering of overlijden.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
15 JULI 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 15 juli 2015. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014 Invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 19 augustus 2014 onder het nummer 123032/CO/102.06) Artikel 1.Toepassingsgebied Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeid(st)ers van de grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, de witzandexploitaties uitgezonderd die behoren tot het PSC 102.06. Art. 2.Begrippen en definities Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : 3.1. WAP De wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. 3.2. Paritair subcomité Het Paritair Subcomité voor de grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, de witzandexploitaties uitgezonderd of ook PSC 102.06. 3.3. De collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2013 Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2013 betreffende de arbeidsvoorwaarden voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2014. Art. 3.Voorwerp en doelstelling Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als enig voorwerp het invoeren van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel voor de arbeid(st)ers van het paritair subcomité en de regels ervan vast te leggen conform de regels van de WAP en het artikel 22 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2013. Het doel van dit sectoraal aanvullend pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan : - aan de aangeslotene zelf, een kapitaal, indien hij in leven is op de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement. Het als bijlage opgenomen pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 4.Opting out is niet voorzien Van de mogelijkheid voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren via een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting out"), wordt geen gebruik gemaakt door het paritair subcomité. Art. 5.De inrichter De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel is het "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven" (hierna het fonds), Mgr. Broekxplein 6, 3500 Hasselt. Art. 6.De pensioeninstelling - toezichtscomité Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen FEDERALE VERZEKERING, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, toegelaten onder codenummer 0346, met als zetel Stoofstraat 12, 1000 Brussel. Aangezien de pensioeninstelling niet op paritaire wijze wordt beheerd, zal in overeenstemming met artikel 41, § 2 van de WAP, een toezichtscomité worden opgericht. Art. 7.Pensioenbijdrage De pensioenbijdrage omvat geen verzekeringstaks wegens het specifieke statuut van fonds voor bestaanszekerheid van de inrichter. De pensioenbijdrage omvat evenmin de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen die op het ogenblik van de sluiting van deze collectieve arbeidsovereenkomst 8,86 pct. bedraagt. Bij het toekennen van de bijdrage wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene. a) Vanaf 2015 (tot herziening) De pensioenbijdrage, die een trimestriële bijdrage is, is verworven op het einde van elk trimester (31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december), voor zover de aangeslotene in het betreffende trimester niet uittreedt, overlijdt of de eindleeftijd bereikt en in de DmfA-aangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71 of 72 voorkomt.Als er alleen een verbrekingsvergoeding (looncode 3) aangegeven wordt, in combinatie met prestatiecode 1, is de pensioenbijdrage niet verschuldigd. Speciale regeling voor 2014 Aangezien het pensioenstelsel in werking treedt op 1 juli 2014, is op 30 september 2014 niet alleen de pensioenbijdrage verworven voor het derde trimester 2014 maar eveneens deze voor het eerste en tweede trimester 2014 en dit voor zover in de DmfA-aangifte van het (de) betreffende trimester(s) ten minste één dag onder de hiervoor vermelde prestatiecodes voorkomt. De pensioenbijdrage wordt vastgesteld op 62,50 EUR per trimester. De pensioenbijdrage, verhoogd met de sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen, is ten laste van de inrichter en wordt geput uit de reserves van het fonds. Het fonds regelt de RSZ-bijdrage van 8,86 pct. aan de RSZ, telkens er pensioenbijdragen worden overgemaakt aan de pensioeninstelling en dit conform de instructies van de RSZ en de wetgeving ter zake. Indien nodig zal het fonds de nodige schikkingen rond de inning via de RSZ van de pensioenbijdragen bij de werkgever, treffen. b) Inhaalbijdrage bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel toegekend voor het jaar 2013 Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 1 juli 2014 wordt aan de arbeid(st)ers die op dat ogenblik aansluiten, een inhaalbijdrage voor het kalenderjaar 2013 toegekend, voor zover zij aan de hierna vermelde voorwaarde voldoen : in 2013 als arbeid(st)ers verbonden zijn met een werkgever die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst valt. De inhaalbijdrage bedraagt 125 EUR. Art. 8.Groepsverzekering Het aanvullend sectoraal pensioenstelsel wordt uitgevoerd via een groepsverzekering die door de inrichter wordt onderschreven. De bijdragen worden toegewezen aan een groepsverzekering tak 21 van het type kapitalisatie. De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen. Art. 9.Procedure van uittreding De aangeslotene wordt beschouwd als "uitgetreden" wanneer de inrichter of de aangeslotene de pensioeninstelling schriftelijk op de hoogte brengen van de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst anders dan overlijden of pensionering, hetzij van het feit dat de werknemer niet langer aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet (en met andere woorden een ander statuut heeft dan arbeid(st)er), hetzij van het feit dat, in geval van overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst valt. Vanaf het ogenblik dat de aangeslotene beschouwd wordt als "uitgetreden", is artikel 31, § 1, 2de en 3de lid en artikel 31, § 2 van de WAP van toepassing. Art. 10.Inwerkingtreding van het pensioenstelsel In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt het sectorale pensioenstelsel in werking vanaf 1 juli 2014. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2015. De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel PENSIOENREGLEMENT Bijzondere bepalingen 1. Voorwerp, type en doel van het pensioenstelsel In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014 voert het "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven", hierna de inrichter, een sectoraal pensioenstelsel van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie van de inrichter in en dit met het oog op het financieren van een sectoraal pensioen ten gunste van de arbeid(st)ers die bedoeld zijn onder het punt 5.Aansluiting. Het doel van dit pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke pensioenverplichtingen en ter verhoging ervan : a) aan de aangeslotene zelf, een kapitaal, indien hij in leven is op de eindleeftijd;b) aan de begunstigde(n) die door dit reglement wordt (worden) aangeduid, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. Het rendement van het sectoraal pensioenstelsel is gelijk aan de som van de technische rentevoet en van de eventuele winstdeelname die de pensioeninstelling aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten (individuele rekeningen) toekent. 2. Documenten Het pensioenreglement is het geheel van contractuele bepalingen die de voorwaarden die uitvoering geven aan het pensioenstelsel, vaststellen, alsook de rechten en verplichtingen van de werknemers inzake aansluiting, de rechten en de verplichtingen van de aangeslotene, de inrichter en de pensioeninstelling. De bijzondere bepalingen beschrijven de regels die op uniforme wijze gelden voor alle aangeslotenen die dit pensioenstelsel genieten. De algemene bepalingen beschrijven de werkingsprincipes en -modaliteiten die van toepassing zijn op dit pensioenstelsel en op alle gelijkaardige pensioenstelsels die bij de pensioeninstelling worden uitgevoerd. In uitvoering van het pensioenreglement wordt op het hoofd van elke aangeslotene een overeenkomst (werkgeversbijdrageovereenkomst) gesloten die aangeeft waarvoor de aangeslotene verzekerd is en welke de financiering is. De bijzondere bepalingen en de algemene bepalingen moeten samen gelezen worden en vormen één geheel. De bijzondere bepalingen hebben evenwel voorrang op de algemene bepalingen. De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere bepalingen voorziene situaties te regelen in overeenstemming met de algemene bepalingen. 3. Inwerkingtreding Het pensioenstelsel vangt aan op 1 juli 2014. 4. Definities 4.1. Pensioenstelsel Collectieve pensioentoezegging. 4.2. Inrichter "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven" FBZ, Mgr. Broekxplein 6, 3500 Hasselt. 4.3. Pensioeninstelling FEDERALE VERZEKERING, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel. 4.4. Werkgever De onderneming die ressorteert onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant en die valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014. 4.5. Arbeid(st)er De natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst voor arbeid(st)ers heeft afgesloten met de werkgever en die in de DmfA-aangifte voorkomt onder kengetal "463". Volledigheidshalve wordt gesteld dat leerlingen allerhande, personen die een beroepsopleiding volgen of studenten, niet onder de definitie vallen. Evenmin vallen onder de definitie de arbeid(st)ers met een toegelaten activiteit na pensionering. 4.6. Sector Sector voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, de witzandexploitaties uitgezonderd (PSC 102.06). 4.7. Aangeslotene - Actieve aangeslotene : de arbeid(st)er in dienst van de werkgever waarvoor de inrichter een pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van dit pensioenstelsel voldoet; - Passieve aangeslotene (slaper) : de gewezen arbeid(st)er die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet omdat hij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves, zonder wijziging van de pensioentoezegging, bij de pensioeninstelling te laten; - Gewezen aangeslotene : hetzij de aangeslotene die de eindleeftijd bereikt, hetzij de arbeid(st)er die na uittreding zijn verworven reserves onmiddellijk overdraagt. Waar nodig wordt het onderscheid actieve/passieve aangeslotene gemaakt in het pensioenreglement. 4.8. Begunstigde Persoon in wiens voordeel de prestatie bedongen is. 4.9. Eindleeftijd De normale eindleeftijd is vastgesteld op de eerste dag van de maand volgend op het bereiken van de normale wettelijke pensioenleeftijd die - bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel - vastgesteld is op de leeftijd van 65 jaar. Indien de normale wettelijke pensioenleeftijd zou verhogen, zal de nieuwe normale wettelijke pensioenleeftijd automatisch gelden als eindleeftijd voor de nieuwe aansluitingen. Voor de aangeslotene(n) met eindleeftijd 65 jaar zal, voor zover geen dwingende wettelijke bepalingen tussenkomen, als eindleeftijd 65 jaar behouden blijven (zie ook het punt 11.1 in verband met uitbetaling vóór de eindleeftijd en 12.2 in verband met verdaging van de eindleeftijd). 4.10. Pensioenbijdrage, ook premiebudget of bijdrage De bijdrage die wordt toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 4.11. Werkgeversbijdrageovereenkomst De individuele rekening op naam van de aangeslotene die gespijsd wordt door de pensioenbijdragen en die het rendement geniet dat de pensioeninstelling toekent (technische rentevoet en winstdeelname). 4.12. Jaarlijkse aanpassingsdatum De jaarlijkse aanpassingsdatum is 31 december van elk kalenderjaar. 5. Aansluiting De arbeid(st)er wordt vanaf de indiensttreding bij de werkgever aangesloten. De werknemer die na de indiensttreding bij de werkgever overstapt naar de categorie van de arbeid(st)ers, wordt aangesloten vanaf het ogenblik waarop hij tot de categorie van de arbeid(st)ers behoort. De aansluiting gebeurt evenwel ten vroegste op 1 juli 2014, datum van inwerkingtreding van het pensioenstelsel. Aansluiting is verplicht. 6. Beëindiging van de aansluiting De aansluiting neemt een einde op : - de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet langer aan de definitie van arbeid(st)er beantwoordt en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet meer in dienst is van een werkgever die onder het toepassingsgebied van het pensioenstelsel valt en zijn reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de eindleeftijd; - de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. 7. Pensioenbijdrage (ook premiebudget) 7.1. De actieve aangeslotene heeft vanaf 2015 recht op een trimestriële pensioenbijdrage. Speciale regeling voor 2014 Aangezien het pensioenstelsel op 1 juli 2014 in werking treedt, zijn de trimestriële pensioenbijdragen voor het eerste en tweede kwartaal van 2014 slechts verworven op 30 september 2014. Verwezen wordt naar de overeenkomstige bepaling van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014. 7.2. De trimestriële pensioenbijdragen worden bij het verstrijken van het kalenderjaar toegekend met valutadata 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december. Zij zijn op die data verworven voor zover aan de voorwaarde vermeld in punt 7.3, voldaan is. De aangeslotene die in de loop van een trimester uittreedt, overlijdt of de eindleeftijd bereikt, heeft bijgevolg geen recht op de pensioenbijdrage voor dat trimester. 7.3. De trimestriële pensioenbijdrage wordt toegekend voor zover de aangeslotene in de DmfA-aangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71 of 72 voorkomt. Als er alleen een verbrekingsvergoeding (looncode 3) aangegeven wordt in combinatie met prestatiecode 1, is de bijdrage niet verschuldigd (concreet betekent dit dat een trimester waarin enkel ziektedagen voorkomen of een trimester waarin een verbrekingsvergoeding wordt uitgekeerd zonder dat er prestaties zijn, niet in aanmerking komt voor de toekenning van de pensioenbijdrage). 7.4. Voor wat de omvang van de pensioenbijdrage betreft, wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene. 7.5. Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 1 juli 2014, wordt aan de arbeid(st)er die op 1 juli 2014 tewerkgesteld is in de sector en bijgevolg aangesloten wordt, een pensioenbijdrage die benoemd wordt als inhaalbijdrage, toegekend. De valutadatum van de inhaalbijdrage is 1 juli 2014. 7.6. De hiervoor bedoelde pensioenbijdragen omvatten de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het pensioenstelsel 8,86 pct. bedraagt, niet. Omwille van het specifieke statuut van de inrichter (fonds voor bestaanszekerheid), is er geen verzekeringstaks op de pensioenbijdragen verschuldigd. 8. Betaling van de pensioenbijdragen - Financieringsfonds - toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten 8.1. De inrichter staat in voor de betaling van de pensioenbijdragen. Zij worden, bij middel van jaarlijkse voorschotten, door de inrichter aan de pensioeninstelling betaald tegen uiterlijk de laatste werkdag van de eerste week van elk kalenderjaar (de voorschotbijdrage voor het kalenderjaar X moet met andere woorden uiterlijk in de eerste week van het kalenderjaar X geregeld worden). Bij de opstart van het pensioenstelsel wordt de eerste voorschotbijdrage (die bestaat uit de inhaalbijdrage 2013 en voorschotbijdrage 2014) voorzien tegen uiterlijk 15 juli 2014. 8.2. De pensioeninstelling stort de betaalde pensioenbijdragen in het Financieringsfonds. De toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten, met retroactief effect op het einde van elk trimester, gebeurt éénmaal per jaar en wel nadat de pensioeninstelling de gegevens met betrekking tot het verstreken jaar uit het KSZ-netwerk, via BASP, ontvangen heeft. De nodige fondsen worden op dat ogenblik uit het Financieringsfonds gelicht (veiligheidshalve wordt hier gepreciseerd dat een afwijkende regeling inzake toewijzing van de pensioenbijdragen voorzien is voor de inhaalbijdrage 2013 en de pensioenbijdragen voor de eerste twee trimesters van 2014. De inhaalbijdrage 2013 wordt toegewezen op 1 juli 2014, de pensioenbijdragen voor de eerste twee trimesters van 2014 worden toegewezen op 30 september 2014). Indien zich bij de toewijzing een tekort zou voordoen, is de inrichter gehouden, binnen de tien werkdagen nadat de pensioeninstelling hem hiervan op de hoogte heeft gebracht, het tekort aan te zuiveren. In deze situatie zal de pensioeninstelling aan de inrichter ook een negatief rendement ten laste van het Financieringsfonds, aanrekenen. 8.3. Er wordt geen vrije reserve opgebouwd. 8.4. Het Financieringsfonds behoort toe aan de aangeslotenen. Indien een arbeid(st)er om één of andere reden ophoudt deel uit te maken van het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het sectoraal pensioenstelsel invoert, kan hij op geen enkele wijze aanspraak maken op de tegoeden van het Financieringsfonds. Wanneer het pensioenstelsel wordt opgeheven of wanneer de inrichter verdwijnt, om welke reden ook en zonder dat de verplichtingen worden overgenomen door een derde, worden de achterstallige bijdragen en het bedrag dat nodig is om de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie te financieren, aangezuiverd en wordt het Financieringsfonds daarna verdeeld onder de actieve aangeslotenen in verhouding tot hun verworven reserves. 9. Verworven reserves - verworven prestaties - rechten van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst 9.1. De verworven reserves zijn de reserves op een bepaald ogenblik waarop de aangeslotene recht heeft overeenkomstig het pensioenstelsel. 9.2. De verworven prestaties zijn gelijk aan de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement indien hij bij uittreding zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat. 9.3. Indien de aangeslotene uittreedt vóór het einde van het eerste jaar van zijn aansluiting, zijn de pensioenbijdragen die voorkomen op de werkgeversbijdrageovereenkomst niet verworven en worden zij in het Financieringsfonds gestort. De in het vorige lid bedoelde aangeslotene die nadien herintreedt in de sector, zal een nieuwe aansluitingsperiode van 12 maanden moeten doorlopen vooraleer hij aanspraak kan maken op de werkgeversbijdrageovereenkomst (bij herintreding wordt de anciënniteit in de sector met andere woorden op "0" gezet). 10. Uittreding 10.1. Bij uittreding is de inrichter ertoe gehouden binnen een termijn van één jaar de pensioeninstelling van de uittreding in kennis te stellen. Binnen dezelfde periode kan de aangeslotene evenwel zelf aan de pensioeninstelling zijn uittreding melden. De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving, de volgende gegevens mee aan de inrichter : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden (zie : Algemene bepalingen) en het feit dat de uitkering bij overlijden (pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname) behouden blijft. De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens. De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling. Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze uit binnen de 30 dagen. 10.2. De praktische benadering van uittreding zal de volgende zijn : de arbeid(st)ers worden geacht uit de sector te zijn getreden als er gedurende twee opeenvolgende kwartalen geen DmfA-aangifte werd gedaan. Arbeid(st)ers waarvoor wel een DmfA-aangifte werd gedaan maar met enkel gelijkgestelde dagen (bijvoorbeeld omwille van langdurige ziekte) worden niet geacht te zijn uitgetreden. Vermits de pensioeninstelling door de inrichter gemachtigd werd om rechtstreeks de benodigde gegevens voor het beheer van dit pensioenstelsel uit de KSZ te halen, zal de pensioeninstelling, via deze weg, de hiervoor geschetste procedure opvolgen en optreden in plaats van de inrichter. De volledige communicatielijn met de aangeslotene zal bijgevolg door de pensioeninstelling verzorgd worden. 10.3. Bij overdracht na uittreding worden eventuele tekorten in de verworven reserves onmiddellijk aangezuiverd. De werkgeversbijdrageovereenkomst wordt eveneens aangezuiverd met het eventuele tekort ten opzichte van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie. Dit houdt in dat de hiervoor gedefinieerde verworven reserves, zo nodig, door de inrichter worden aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie. Deze eventuele aanvulling zal door de pensioeninstelling uit het Financieringsfonds geput worden of indien niet genoeg middelen in het Financieringsfonds aanwezig zijn, door de inrichter gestort worden. Geenszins kan de pensioeninstelling door de aangeslotene worden aangesproken om deze tekorten bij te passen. 10.4. De gewezen aangeslotene die kiest voor de onmiddellijke overdracht van zijn verworven reserves, maakt de ontbrekende inlichtingen en/of bewijsstukken met betrekking tot geleverde prestaties waarvan de pensioeninstelling nog niet op de hoogte is, gezien de "achteraf" ontvangst en de verwerking van de gegevensstromen uit de KSZ, over aan de pensioeninstelling. De pensioeninstelling bezorgt de gewezen aangeslotene een instructie hierover. Bedoeling is om de verworven reserves (in voorkomend geval aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie), zonder uitstel, correct toe te kennen. Indien de gewezen aangslotene een door dit pensioenreglement opgelegde verplichting niet nakomt, waardoor voor hem enig verlies van recht ontstaat, dan zullen de pensioeninstelling en de inrichter in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de gewezen aangeslotene (of zijn begunstigde) in verband met de bij dit pensioenreglement beoogde pensioenreserve. 11. Prestaties - uitbetaling - af te leveren documenten bij uitbetaling leven/overlijden 11.1. Bij leven van de aangeslotene De pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst, wordt bij leven van de aangeslotene, op de eindleeftijd uitgekeerd. Op aanvraag van de aangeslotene kan de pensioenreserve vroegtijdig worden uitgekeerd voor zover het wettelijk pensioen ook effectief is ingegaan en dit voor zover geen wettelijke bepalingen zich hiertegen verzetten. Volledigheidshalve wordt toegevoegd dat een vroegtijdige uitkering niet mogelijk is voor de aangeslotene die pensioneert als ex-mijnwerker of krachtens een ander specifiek beroep dat een wettelijke pensionering vóór normale vervroegde wettelijke pensionering voor werknemers mogelijk maakt. In voorkomend geval is de inrichter gehouden dit bedrag aan te vullen tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie (actieve aangeslotene). De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de aangeslotene, na ontvangst van de door de aangeslotene ondertekende vereffeningskwitantie. 11.2. Bij overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd Het bedrag van de pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname die op het ogenblik van het overlijden van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst voorkomt, wordt bij vooroverlijden van de aangeslotene aan de begunstigde uitgekeerd. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de begunstigde, na ontvangst van de door de begunstigde ondertekende vereffeningskwitantie. De pensioeninstelling heeft het recht een bewijs van leven van de begunstigde te vragen. De begunstigde bij overlijden wordt bepaald volgens de volgende rangorde : - de echtgeno(o)t(e) van de aangeslotene of de wettelijk samenwonende partner behalve in de volgende gevallen : - de echtgenoten zijn gerechtelijk van tafel en bed gescheiden; - een schriftelijk verzoek werd bij de rechtbank ingediend om gerechtelijk echtscheiding of scheiding van tafel en bed te verkrijgen; - bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of bij plaatsvervulling, hun afstammelingen; - bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - bij ontstentenis, de nalatenschap van de aangeslotene; - bij ontstentenis, het Financieringsfonds. Indien door deze rangorde meer dan één begunstigde aangeduid wordt, zal er een evenredige verdeling gebeuren tussen de verschillende begunstigden. De aangeslotene kan van deze rangorde niet afwijken en kan geen begunstigde bij naam aanduiden. 11.3. Zowel bij leven als bij overlijden De aangeslotene of de begunstigde maakt de ontbrekende inlichtingen en/of bewijsstukken met betrekking tot geleverde prestaties waarvan de pensioeninstelling nog niet op de hoogte is, gezien de "achteraf" ontvangst en de verwerking van de gegevensstromen uit de KSZ, over aan de pensioeninstelling. De pensioeninstelling bezorgt de aangeslotene/begunstigde een instructie hierover. Bedoeling is om de verworven reserves (in voorkomend geval aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie), zonder uitstel, correct toe te kennen. Indien de aangeslotene/begunstigde een door dit pensioenreglement opgelegde verplichting niet nakomt waardoor voor hem enig verlies van recht ontstaat, dan zullen de pensioeninstelling en de inrichter in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene of zijn begunstigde in verband met de bij dit pensioenreglement geregelde prestatie. 12. Diverse bepalingen 12.1. Er zijn geen medische formaliteiten bij aansluiting. 12.2. Verdaging van de eindleeftijd is mogelijk. Verdaging houdt in dat de aangeslotene na de normale eindleeftijd en met respect van de aansluitingsvoorwaarden nog tewerkgesteld blijft en de pensioenbijdrage verschuldigd blijft, in welk geval de eindleeftijd telkens met één jaar wordt verlengd. Een verdaging van de eindleeftijd verhindert niet dat de uitbetaling op de normale eindleeftijd gebeurt. 12.3. Vervroegde vereffening is enkel toegestaan zoals voorzien in het punt 11.1. Bij lezing van de artikelen 16 en 20 van de algemene bepalingen moet dan ook met dit punt rekening gehouden worden. 12.4. Met betrekking tot de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen is enkel het eerste lid van artikel 6 van de algemene bepalingen van toepassing. 12.5. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 18), kan de actieve aangeslotene op geen enkel ogenblik vrijwillige persoonlijke stortingen doen om aanspraken die gelijkwaardig zijn aan die van zijn werkgeversbijdrageovereenkomst te verwerven wanneer de bijdragebetaling vermindert of te behouden bij uittreding (passieve aangeslotene). 12.6. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 17) heeft de aangeslotene geen enkel recht in het kader van vastgoedverrichtingen. 12.7. In het kader van deze groepsverzekering wordt enkel in een onthaalstructuur voorzien voor de reserves uit hoofde van een vorige tewerkstelling die de aangeslotene overdraagt naar de pensioeninstelling, situatie die beoogd is in artikel 19, a), eerste gedachtestreepje van de algemene bepalingen. In afwijking op artikel 19, b) van de algemene bepalingen worden de overgedragen reserves volgens de universal life techniek (kapitalisatie) aangewend. Dit betekent dat de overgedragen reserves vanaf de valutadatum van de pensioeninstelling oprenten aan de technische rentevoet die op dat ogenblik bij de pensioeninstelling in voege is. In overeenstemming met de wettelijke bepalingen wordt geen instapkost van de overgedragen reserves afgehouden. De verzekeringscombinaties vermeld in artikel 19, b) van de algemene bepalingen zijn bijgevolg niet van toepassing. Het artikel 19, d) is niet van toepassing. 12.8. Voor zover geen elektronische consultatie via de website van de inrichter of de pensioeninstelling mogelijk is of voor zover de wettelijke bepalingen ter zake geen andere regeling voorzien, kunnen de aangeslotenen het pensioenreglement, het jaarlijks beheersverslag (transparantieverslag) alsook het verslag rond de beleggingsbeginselen van de pensioeninstelling, via eenvoudig verzoek aan de inrichter, bekomen. Voor zover geen elektronische consultatie via de website van de pensioeninstelling mogelijk is, kunnen de aangeslotenen die een kopie van de jaarrekening en/of het jaarverslag van de pensioeninstelling wensen, dit stuk (deze stukken) via eenvoudig verzoek aan de pensioeninstelling, bekomen. 12.9. Alles wat in de algemene bepalingen voorkomt rond persoonlijke bijdrage/persoonlijke bijdrageovereenkomst is niet van toepassing. 12.10. De pensioeninstelling kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor enig nadelig fiscaal gevolg met betrekking tot de aftrekbaarheid van de financiering van het pensioenstelsel op het niveau van de werkgever behalve in de situaties die door de wetgeving voorzien zijn en voor zover de pensioeninstelling een fout in de zin van de wetgeving kan verweten worden. 12.11. In het artikel 11 van de algemene bepalingen wordt alles wat vermeld is vanaf het 9ste lid geschrapt en vervangen door de volgende bepalingen : "De inrichter is gehouden om voorafgaandelijk aan de overdracht de afkoopvergoeding als hierna bedoeld aan de pensioeninstelling over te maken. Het Financieringsfonds vormt een theoretische afkoopwaarde. De afkoopvergoeding is gelijk aan 2 pct. van de theoretische afkoopwaarden. Evenwel, als op het ogenblik van de overdracht, het verschil tussen de gemiddelde technische rentevoet die door de pensioeninstelling toegekend wordt aan de te transfereren reserves en de rentevoet van de 10-jarige OLO's, groter is dan 2 pct., zal de afkoopvergoeding gelijk zijn aan dit verschil + 2 pct.". Algemene bepalingen Waarborgen leven/overlijden (hoofdverzekering) Begrippenlijst Groepsverzekering (hoofdverzekering) Overeenkomst of geheel van levensverzekeringsovereenkomsten gesloten bij een pensioeninstelling door een inrichter : - ten voordele van het geheel of een deel van zijn personeel en/of zijn leiders (ondernemingspensioenstelsels); - ten voordele van de werknemers die een sectoraal pensioenstelsel genieten (sectorale pensioenstelsels). Pensioenstelsel Collectieve pensioentoezegging. Inrichter (verzekeringsnemer) - de werkgever die een toezegging doet (ondernemingspensioenstelsels); - de rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, dat een pensioenstelsel invoert (sectorale pensioenstelsels). Aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van het personeel waarvoor een pensioenstelsel geldt en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement voldoet ("actieve aangeslotene") alsook de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het reglement ("passieve aangeslotene"). Overdrager De werknemer die pensioenreserves overdraagt naar de onthaalstructuur. Wettelijk samenwonende partner Een aangeslotene wordt als samenwonend beschouwd indien hij of zij samenwoont krachtens de wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot invoering van de wettelijke samenwoning of krachtens een gelijkaardige buitenlandse regeling. Begunstigde Persoon in wiens voordeel de verzekeringsprestatie bedongen is. De prestaties bij leven zijn bedongen in het voordeel van de "aangeslotene". Bij vooroverlijden van de aangeslotene komen de prestaties bij overlijden aan de "begunstigde" toe. Aanvaardende begunstigde De begunstigde wordt aangeduid met aanvaardende begunstigde wanneer hij uitdrukkelijk de begunstiging aanvaardt en dit als dusdanig schriftelijk aan de pensioeninstelling meedeelt. De aanvaarding wordt opgenomen in een bijvoegsel bij de overeenkomsten van de aangeslotene/overdrager dat de handtekeningen van de inrichter, de begunstigde, de aangeslotene/overdrager en de pensioeninstelling draagt. Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de handtekening van de inrichter niet nodig op het bijvoegsel van aanvaarding van de begunstiging. Wanneer de aangeslotene/overdrager een andere begunstigde wil aanduiden, zijn overeenkomsten wil gebruiken in het kader van vastgoedverrichtingen, zijn overeenkomsten getransfereerd worden naar een andere pensioeninstelling in het kader van de afkoop van de groepsverzekering door de inrichter, bij uittreding zijn verworven reserves wil transfereren of zijn overeenkomsten wil afkopen, is voorafgaandelijk het schriftelijk akkoord van de aanvaardende begunstigde nodig. Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de toestemming van de aanvaardende begunstigde eveneens vereist bij elke wijziging die een vermindering van het overlijdenskapitaal impliceert. Pensioeninstelling FEDERALE VERZEKRING, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel, pensioeninstelling toegelaten onder codenummer 0346 om de verzekeringstakken 02, 21, 22 en 23 te beoefenen. Bijdrage of premie Bedrag(en) betaalbaar door de inrichter of de aangeslotene als tegenwaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling. Werkgeversbijdrage Premie die de inrichter besteedt aan de groepsverzekering. Werkgeversbijdrageovereenkomst Contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat door de werkgeversbijdragen gestijfd wordt die niet in het Financieringsfonds zijn gestort en waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd. Persoonlijke bijdrage Premie die overeenstemt met de verplichte stortingen van de aangeslotene voor de groepsverzekering. Persoonlijke bijdrageovereenkomst Contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat gestijfd wordt door zijn verplichte stortingen die niet in het Financieringsfonds zijn gestort en waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd. Toezegging van het type "vaste bijdragen" De verbintenis tot het betalen van vooraf bepaalde bijdragen in een groepsverzekering. Uittreding - beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de inrichter, anders dan door overlijden of pensionering (ondernemingspensioenstelsels); - de overgang van een werknemer in het kader van een overgang van een onderneming, van een vestiging of van een deel van een onderneming of een vestiging, naar een andere onderneming of naar een andere vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie waarbij het pensioenstelsel van de werknemer niet wordt overgedragen (ondernemingspensioenstelsels) of waarbij de nieuwe werkgever niet langer onder de collectieve arbeidsovereenkomst die het toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel regelt, valt (sectorale pensioenstelsels); - de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever (sectorale pensioenstelsels); - het feit dat de werknemer niet langer aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet. Verworven prestatie (op een bepaald ogenblik) (door een aangeslotene) in een groepsverzekering Prestatie waarop de aangeslotene recht heeft op de eindleeftijd wanneer de aangeslotene uittreedt bij de inrichter of wanneer hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden. Verworven reserve (op een bepaald ogenblik) (door een aangeslotene) Reserve waarvoor de rechten van de inrichter worden overgedragen naar de aangeslotene op de datum waarop hij uittreedt of op de datum waarop hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, waarbij die reserve op dat ogenblik wordt berekend. Afkoop van een overeenkomst Opzegging van de overeenkomst door de inrichter/de aangeslotene/de overdrager. Theoretische afkoopwaarde Met "theoretische afkoopwaarde" is bedoeld : de "pensioenreserve" of "reserve leven", in voorkomend geval verminderd met de risicopremie die de risicowaarborg overlijden financiert, waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd. Afkoopwaarde op een bepaald ogenblik Door de pensioeninstelling te storten prestatie in geval van afkoop van de overeenkomst. Premievrijmaking of reductie van een overeenkomst Stopzetting van de betaling van de premies. Wanneer een vastgesteld kapitaal overlijden voorzien werd, wordt dit verder gefinancierd door de onttrekking van de risicopremie op het einde van elke maand uit de reserve leven. Voorafbestaande aandoening Een lichamelijk letsel en/of aantasting van de gezondheid in hoofde van de aangeslotene ontstaan vóór het sluiten van de overeenkomst, vóór een niet vooraf overeengekomen verhoging (voor wat betreft die verhoging), respectievelijk vóór de wederinwerkingstelling van de verzekerde prestatie. Vastgesteld kapitaal overlijden of minimumkapitaal overlijden Kapitaal vermeld in de overeenkomst van de aangeslotene. Dit kapitaal omvat de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal. Risicokapitaal overlijden Het risicokapitaal overlijden wordt gevormd door het verschil tussen het vastgestelde kapitaal overlijden en de som van de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal. Risicopremie Premie nodig om het risicokapitaal overlijden te verzekeren. Zij wordt berekend in functie van het tarief dat door de pensioeninstelling bij de Controleoverheid is neergelegd, van het risicokapitaal, van de leeftijd en het geslacht van de aangeslotene. Instapkosten Van elke bijdrage, zonder taks, worden instapkosten afgehouden. Nettobijdrage Met nettobijdrage is de bijdrage, zonder taksen, bedoeld waarop de instapkosten in mindering gebracht werden. Pensioenreserve of reserve leven Bedrag samengesteld door de kapitalisatie van de nettobijdragen hetzij aan de technische rentevoet die op de valutadatum op de bankrekening van de pensioeninstelling in voege is, hetzij aan de technische rentevoet die van toepassing is op de datum van toewijzing van deze bijdragen aan de overeenkomst(en) indien zij uit het Financieringsfonds worden geput. De afhouding van de risicopremie overlijden gebeurt, in voorkomend geval, zowel op de reserve leven samengesteld met persoonlijke bijdragen als op de reserve leven samengesteld met werkgeversbijdragen en dit in dezelfde verhouding als de verdeling van de bijdragen. De afhouding van deze risicopremie gebeurt eerst op de reserveschijf leven die de meest recente technische rentevoet geniet. KB Leven Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit. WAP/Sociale wetgeving Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. Controleoverheid Overheid belast met de (prudentiële) (sociale) controle. Bedoeld zijn FSMA/NBB of enig ander organisme belast met het toezicht op het betreffende aspect van het pensioenreglement. Algemeen Artikel 1.Doel en werkingsprincipes van de groepsverzekering a. Welk doel heeft de groepsverzekering? De groepsverzekering beoogt, tegen betaling van de bijdragen (premiebudget) door de inrichter/aangeslotene, de uitkering aan de begunstigde(n) van de in het reglement bepaalde prestaties.b. Wanneer treedt de groepsverzekering in werking? Wanneer treden de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten in werking? Voor welke duur wordt de groepsverzekering afgesloten? De groepsverzekering treedt in werking op de datum die door de partijen werd overeengekomen. De individuele aansluitingen gebeuren zoals bepaald is in het reglement. De verbintenissen van de pensioeninstelling gaan evenwel slechts in nadat de eerste bijdragen, fractionering van de bijdragen of provisie betaald zijn/is en zij over alle noodzakelijke inlichtingen voor de berekening van de prestaties beschikt. De groepsverzekering wordt voor onbepaalde duur gesloten. c. Zijn er medische formaliteiten? De politiek van de pensioeninstelling met betrekking tot het aanvaarden van het overlijdensrisico legt medische formaliteiten op. Indien de pensioeninstelling in toepassing van haar aanvaardingscriteria een verhoogd risico vaststelt kan zij de verzekering van de prestaties, de verhoging van de prestaties of het opnieuw in werking stellen van de overeenkomst weigeren of een bijpremie aanrekenen. Indien de pensioeninstelling een geneeskundig onderzoek vraagt wordt dit onderzoek uitgevoerd op haar kosten. De medische aanvaardingspolitiek kan steeds herzien worden en wordt op aanvraag aan de inrichter meegedeeld. d. Kan de groepsverzekering betwist worden? Kunnen de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten betwist worden? Bij het (on)opzettelijk verzwijgen of het (on)opzettelijk melden van gegevens, zijn de wettelijke bepalingen ter zake van toepassing. Wanneer de geboortedatum van de aangeslotene onjuist is opgegeven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd of verminderd overeenkomstig de geboortedatum die in acht had moeten genomen worden. e. Wanneer is er recht op afkoop? Afkoop is slechts mogelijk wanneer de theoretische afkoopwaarde positief is.f. Kan de groepsverzekering opnieuw in werking gesteld worden? De afgekochte overeenkomst of de overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet, kan opnieuw in werking gesteld worden. De termijn hiervoor bedraagt drie jaar voor een overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet en drie maanden voor een afgekochte overeenkomst. Het opnieuw in werking stellen van het vastgestelde kapitaal overlijden is onderworpen aan de op dat ogenblik geldende medische acceptatiepolitiek van de pensioeninstelling. De kosten van eventuele geneeskundige onderzoeken zijn volledig ten laste van de pensioeninstelling. Het opnieuw in werking stellen gaat in op de datum die door de pensioeninstelling aan de inrichter wordt meegedeeld, doch voor de afgekochte overeenkomst ten vroegste op de dag die volgt op de ontvangst door de pensioeninstelling van de terug te storten afkoopwaarde en voor de overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet, de dag die volgt op de premiebetaling die gepaard gaat met het opnieuw in werking stellen. Art. 2.Tarieven De tarieven die de pensioeninstelling gebruikt om de verzekerde prestaties te bepalen, resulteren uit de technische grondslagen en methodes die door haar bij de Controleoverheid zijn neergelegd. De nettobijdragen worden vanaf de valutadatum opgerent aan de technische rentevoet die op dat ogenblik in voege is. Art. 3.Winstdeelname Deze groepsverzekering neemt kosteloos deel in de winst gemaakt in de categorie van de groepsverzekeringen van het type universal life volgens de regels bepaald door de pensioeninstelling en overgemaakt aan de Controleoverheid. Art. 4.Financieringsfonds Het Financieringsfonds bevat reserves die geen betrekking hebben op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten van de aangeslotenen en vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Doel van het fonds Het Financieringsfonds heeft als doel : - wanneer de inrichter hierom verzoekt, bij te dragen in de toekomstige financiering van de werkgeversbijdrageovereenkomsten. Hiertoe wordt een financieringsplan uitgewerkt door de pensioeninstelling en de inrichter; - voor zover er persoonlijke bijdragen zijn - voor alle actieve aangeslotenen en voor de aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, op elk ogenblik, de som van de positieve verschillen te dekken tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie voor de persoonlijke bijdragen en de minimumreserve als bedoeld in het KB Leven; - het verschil aan werkgeversbijdragen te financieren wanneer de gestorte werkgeversbijdrage lager is dan deze die krachtens het reglement moet worden toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 2. Werkingsmiddelen van het fonds De werkingsmiddelen van Financieringsfonds zijn de volgende : - de niet vereffende prestaties bij overlijden wegens ontstentenis van begunstigde; - de reserve van de werkgeversbijdrageovereenkomst waarover de aangeslotene niet mag beschikken; - de werkgeversbijdragen die gestort worden in het kader van het hiervoor vermelde financieringsplan; - de stortingen van de inrichter bedoeld om de hierboven vermelde som van de positieve verschillen tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie voor de persoonlijke bijdragen en de minimumreserve te financieren. 3. Beheer van het fonds Het Financieringsfonds wordt beheerd door de pensioeninstelling. Tenzij anders wordt overeengekomen geniet het Financieringsfonds een intrest gelijk aan de meest recente technische rentevoet die deel uit maakt van het tarief groepsverzekeringen tak 21 van het type universal life, vermeerderd met de winstdeelnamevoet die wordt toegekend op de reserves van de prestaties leven in de categorie van de groepsverzekeringen van het type universal life. 4. Vereffening van het fonds In geval : - van opheffing van de pensioentoezegging; - van vereffening of faillissement van de inrichter of van analoge procedures (ondernemingspensioenstelsels); - de aangeslotenen ontslagen worden als bedoeld in de wetgeving op de sluiting van ondernemingen, ondernemingen in moeilijkheden of ondernemingen die uitzonderlijke ongunstige omstandigheden kennen of analoge wetgeving (ondernemingspensioenstelsels), worden de activa van het Financieringsfonds die niet overeenstemmen met verplichtingen van de inrichter, geheel of gedeeltelijk overgedragen naar het maatschappelijk fonds van de inrichter tenzij bij collectieve arbeidsovereenkomst andere toekenningsmodaliteiten werden vastgesteld. Dit houdt in dat het over te dragen bedrag hoogstens gelijk is aan het bedrag van de activa die de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot de in het licht van de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie, overschrijden. Wanneer de overdracht slechts betrekking heeft op een deel van de aangeslotenen dan wordt het over te dragen bedrag beperkt naar verhouding van de verworven reserves van de betrokken aangeslotenen die in voorkomend geval verhoogd worden tot de in het licht van de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie. Art. 5.Het vastgestelde kapitaal overlijden Op geen enkel ogenblik kan het vastgestelde kapitaal overlijden tot gevolg hebben dat de reserve leven negatief wordt. Bij het onderschrijven van het vastgestelde kapitaal overlijden en bij elke latere wijziging ervan, wordt de hoogte van dit kapitaal getoetst aan het premiebudget, gedefinieerd in de bijzondere bepalingen. Wanneer het vastgestelde kapitaal overlijden groter zou blijken dan 50 keer het premiebudget, wordt het beperkt tot laatstbedoeld bedrag. Indien de bijdragen, welke de oorzaak ook is, niet meer betaald worden, zal het vastgestelde kapitaal overlijden - voor zover de bepalingen van het reglement geen afwijking vermelden - verder gefinancierd worden op het laatst gekende niveau. Hiertoe wordt de risicopremie van de reserve leven afgehouden. Wanneer het vastgestelde kapitaal overlijden niet meer voorzien kan worden omdat de reserve leven onvoldoende is om de risicopremie te financieren, komt er automatisch een einde aan het vastgestelde kapitaal overlijden. De pensioeninstelling brengt de inrichter (*) hiervan op de hoogte. De verwittiging gebeurt met een aangetekende brief die minstens drie maanden vóór het wegvallen van het vastgestelde kapitaal overlijden wordt verstuurd. De inrichter (*) is gehouden om de aangeslotene onmiddellijk van voormelde situatie op de hoogte te brengen. Voorafgaande bepalingen hebben uitwerking voor zover en in de mate de waarborg premievrijstelling niet werd onderschreven of in de mate deze waarborg niet van toepassing is. (*) Wanneer de aangeslotene is uitgetreden wordt de verwittiging door de pensioeninstelling aan de aangeslotene gericht. Art. 6.Jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen De werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten worden op de jaarlijkse aanpassingsdatum aangepast conform de bijzondere bepalingen. De schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst of de hervatting van de activiteit door de aangeslotene geven aanleiding tot stopzetting/herneming van de bijdragebetaling vanaf de eerste dag van de maand die samenvalt met of die volgt op de stopzetting, respectievelijk de eerste dag van de maand waarin de activiteit wordt hervat. De eventuele aanpassing van de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst gebeurt conform de stopzetting/herneming. Bij gedeeltelijke hervatting van de activiteit na een schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst worden, wanneer verwezen wordt naar een referteloon of een nominaal bedrag, de voorheen geldende gegevens - of de aangepaste gegevens indien de eerste dag van de maand samenvalt met of volgt op de jaarlijkse aanpassingsdatum - vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller de nieuwe en de noemer de oude tewerkstellingsgraad weergeeft. Bij schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst, welke ook de oorzaak is, wordt het vastgestelde kapitaal overlijden behouden op het laatst gekende niveau en verder gefinancierd vanuit de reserve leven. Op het vlak van de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen draagt de inrichter de volle verantwoordelijkheid voor de laattijdige mededeling van de nodige gegevens aan de pensioeninstelling en de laattijdige aanpassing van de overeenkomsten van de aangeslotenen die hieruit kan voortvloeien. Wanneer op de aanpassingsdatum de refertegegevens ontbreken, gebeurt de aanpassing op basis van de meest recente gegevens die voorhanden zijn. Er gebeurt geen terugstorting van bijdragen bij uittreding. Betaling van de bijdragen Art. 7.Betalingswijze van de bijdragen De werkgeversbijdragen en de persoonlijke bijdragen worden vóór elke vervaldag door de inrichter overgemaakt aan de pensioeninstelling op basis van het borderel dat de pensioeninstelling de inrichter toestuurt. Indien de aansluitingsdatum of de datum van hervatting van de betaling van de bijdragen na schorsing ervan gelegen is tussen twee premievervaldagen, is er tot de eerstvolgende premievervaldag slechts een pro rata temporis-bijdrage verschuldigd. Bij een tussentijdse verhoging van de bijdragen wordt de bijdrageverhoging eveneens pro rata temporis berekend tot de eerstvolgende premievervaldag. De inrichter houdt de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen en/of de bijpremies die door de aangeslotenen moeten gedragen worden in op hun loon en stort ze aan de pensioeninstelling. In voorkomend geval worden de persoonlijke bijdragen door de inrichter voorgeschoten en teruggevorderd door ze in gelijke delen op het maandelijkse loon van de aangeslotene af te houden. De jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten wordt samen met de bijdragen gestort. Het bedrag ervan wordt vermeld op het borderel. Ongeacht de periodiciteit van de bijdragebetaling is de betaling van de bijdragen niet verplicht. Art. 8.Niet-betaling van de bijdragen door de inrichter De bijdragen moeten op de vervaldata die in de bijzondere voorwaarden zijn opgenomen betaald zijn. In geval van niet-betaling stuurt de pensioeninstelling een herinnering aan de inrichter. De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor om na het versturen van de herinnering de onbetaalde werkgeversbijdragen uit het Financieringsfonds te putten. Wanneer de bijdragen binnen de 60 dagen te rekenen vanaf de vervaldatum nog steeds niet of niet volledige betaald zijn, stuurt de pensioeninstelling een aangetekende brief naar de inrichter waarin hij op de gevolgen van de niet-betaling wordt gewezen. Indien de pensioeninstelling binnen de 15 dagen na de afgifte op de post van deze aangetekende brief geen betaling ontvangt, stuurt zij binnen de 15 dagen een bijvoegsel aan het reglement naar de inrichter dat de niet-betaling van de bijdragen (premievrijmaking) van de groepsverzekering op de vervaldatum van de eerste onbetaalde bijdrage noteert. Gelijktijdig met dit bijvoegsel wordt iedere actieve aangeslotene van deze niet-betaling via een gewone brief in kennis gesteld. Wanneer de inrichter los van of tijdens de voormelde procedure een schriftelijke kennisgeving van stopzetting van de premiebetaling aan de pensioeninstelling heeft gericht, dan stuurt de pensioeninstelling het hiervoor bedoelde bijvoegsel onmiddellijk aan de inrichter op en stelt zij iedere actieve aangeslotene van deze stopzetting van premiebetaling via een gewone brief in kennis. Bij niet-betaling van de bijdragen, wordt het vastgestelde kapitaal overlijden behouden op het laatst gekende niveau en verder gefinancierd vanuit de reserve leven. De premievrije werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomsten blijven onderworpen aan het reglement en de pensioenreserve deelt verder in de winst in de categorie van de groepsverzekeringen. Opzegging van de groepsverzekering en aanverwante bepalingen Art. 9.Opheffing of wijziging van de pensioentoezegging - verdwijnen van de inrichter De inrichter kan de pensioentoezegging opheffen of wijzigen mits de naleving van de voorschriften van de WAP en van eventuele andere wettelijke bepalingen die van toepassing zouden zijn. Wat bedoelde voorschriften betreft, veronderstelt de pensioeninstelling dat zij werden vervuld in de verhouding tussen de inrichter en de aangeslotenen. In geen geval mag er bij wijziging of opheffing van een pensioentoezegging een inbreuk gemaakt worden op de verworvenheid van de rechten opgebouwd met de tot het tijdstip van de wijziging of de opheffing reeds betaalde of vervallen premies. Bij opheffing van de pensioentoezegging wordt het vastgestelde kapitaal overlijden behouden op het laatst gekende niveau en verder gefinancierd vanuit de reserve leven. Hoewel de groepsverzekering voor onbepaalde duur werd onderschreven, heeft de opheffing van de pensioentoezegging de opzegging van de groepsverzekering als gevolg. De werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten worden premievrij gemaakt op de vervaldatum van de eerste onbetaalde bijdrage. In voorkomend geval komt het Financieringsfonds en/of de inrichter voor iedere aangeslotene tusse …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.