📄 Wettekst
12 JUNI 2012. - Koninklijk besluit houdende diverse wijzigingen betreffende de statuten van de federale wetenschappelijke instellingen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft ten doel dringende corrigerende maatregelen aan te brengen in de statuten van de federale wetenschappelijke instellingen (FWI's) - organiek statuut, administratief en geldelijk statuut van het wetenschappelijk personeel - waarvan de herziening van kracht is geworden op 1 mei 2008. 1. Het eerste hoofdstuk wijzigt het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen, zoals gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten. 1.1. Artikel 5 van voornoemd besluit wordt aangevuld om toe te lichten dat de sinds 2004 aan de minister belast met het wetenschapsbeleid toevertrouwde bevoegdheid inzake beheer van de op het wetenschappelijk personeel van toepassing zijnde reglementering, zowel van toepassing is op het statutaire personeel als op het contractuele personeel : die interpretatie wordt immers betwist door de inspectie van financiën. 1.2. Artikel 6bis wordt gewijzigd op twee punten : 1° teneinde de specifieke wetenschappelijke functies van hoofd van een wetenschappelijke dienst en hoofd van een wetenschappelijk programma te creëren die uitvoeriger worden geëxpliciteerd in punt 3.5. hierna; 2° om toe te lichten dat eenzelfde directeur van een ondersteunende dienst zijn tijd kan verdelen over verscheidene FWI's, op voorwaarde dat hij uitsluitend activiteiten van directeur van een ondersteunende dienst uitoefent in elk van die betrokken FWI's. De tenuitvoerlegging van deze regeling zou inspiratie kunnen halen uit de praktijk van de vier horizontale FOD's (Kanselarij van de Eerste Minister, Begroting en Beheerscontrole, Personeel en Organisatie en FEDICT). Deze hebben een gezamenlijke stafdirecteur voor de vier stafdirecties.
In alle gevallen, de oprichting van gedeelde directeur zal moeten gebeuren via protocollen waarin geregeld wordt hoe de tijd en de kosten onder de betrokken FWI's worden verdeeld. 1.3. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt een onderscheid ingevoegd tussen de instellingen van eerste en tweede categorie wat betreft de minimale samenstelling van de wetenschappelijke raad, en dat om praktische redenen en om zo voor de overeenstemming te zorgen met de directieraad. 1.4. Artikel 7bis van hetzelfde besluit bepaalt thans dat « de directieraad minstens drie leden telt » : het minimumaantal waarvan sprake heeft uitsluitend betrekking op het minimale vereiste aanwezigheids-quorum opdat het orgaan geldig kan beraadslagen. Het artikel wordt in die zin gewijzigd teneinde elke dubbelzinnigheid te voorkomen over de samenstelling van de raad. 2. Het tweede hoofdstuk wijzigt het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat. 2.1. Wat de wijziging van artikel 21 betreft, wordt verwezen naar de uitleg hierna in punt 3.2. 2.2. Bovendien wordt er een bepaling ingevoegd tot tijdelijke regeling van de samenstelling van de wetenschappelijke raad van elke instelling, daar de aanwijzingen van operationele directeurs nog wat tijd in beslag zullen nemen. 3. Het derde hoofdstuk wijzigt het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. 3.1. In de eerste plaats wordt de definitie van wetenschappelijk personeelslid aangevuld in artikel 1 om er een soortgelijke bepaling in te voeren als bedoeld in artikel 1 van het statuut van het rijkspersoneel, en zo de link te leggen tussen de bevestiging en de prestatie van diensten als vastbenoemde.
Artikel 2 wordt eveneens gewijzigd om elke verwarring te vermijden in het toepassingsgebied van voormeld besluit (statutair wetenschappelijk personeel). 3.2. De in artikel 6 aangebrachte wijziging heeft ten doel de titels te herzien die de wetenschappelijke personeelsleden dragen in elk van de klassen van hun specifieke loopbaan. De huidige nomenclatuur is om de volgende reden ongeschikt gebleken : het terugbrengen van de drie oude rangen (A,B,C) en de drie oude hiërarchische trappen (III, II, I) tot vier klassen van de nieuwe loopbaan heeft personeelsleden ertoe gebracht titels te dragen van een beginnende loopbaan terwijl zij al belangrijke functies uitoefenen.
Dat schaadt hen in het bijzonder in hun frequente contacten met hun buitenlandse collega's.
De nieuwe classificatie maakt het mogelijk die beide disfuncties weg te werken. 3.3. Een artikel 6/1 wordt toegevoegd in de afdeling betreffende de loopbaan om een specifieke functie te identificeren die thans ontbreekt in het statuut, te weten die van "conservator van collecties".
Die functie bestaat in werkelijkheid wel en niet alleen in museale instellingen. De bewaring van het patrimonium van de wetenschappelijke instellingen blijft een van hun hoofdopdrachten.
In tegenstelling tot heel wat buurlanden, erkent België die functie officieel niet.
De voorgestelde tekst heeft tot doel die lacune weg te werken.
Artikel 6/1, ingevoegd in het statuut, bepaalt dat het een aanvullende titel is op die waarvan de herziening hiervoor wordt voorgesteld. Die mogelijkheid bestaat ook voor het rijkspersoneel in artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937.
Zo kan de functie zowel aan personeelsleden van activiteitengroep I als aan die van activiteitengroep II worden toegekend, wat geen weerslag zal hebben op het nieuwe loopbaanstelsel.
Het personeelslid - dat op zijn minst bevestigd is geweest- kan aan zijn algemeen directeur die aanstelling vragen. Als die laatste ze ontvankelijk vindt ten opzichte van de functiefiche van de betrokkene, legt hij ze ter advies voor aan de wetenschappelijke raad die, in elke instelling, de naleving van de organieke opdrachten bewaakt.
Zo het advies gunstig is, stuurt de algemeen directeur de aanvraag ter goedkeuring door naar de bevoegde minister.
Als uit de inhoud van de functiefiche blijkt dat het personeelslid de functie niet meer verricht of dat de functie hem werd ontnomen door de wetenschappelijke raad wegens niet-uitvoering van de taak, verliest het personeelslid automatisch het voordeel van de titel. 3.4. De afdeling met betrekking tot de bevordering wordt volledig vervangen. Aan de initieel vastgelegde principes is er evenwel niet geraakt : de artikelen van die afdeling worden hier gereorganiseerd en in mindere mate aangepast, om zo perfect de procedure weer te geven zoals die sinds het begin werd bedoeld en die zonder enige dubbelzinnigheid vast te leggen, met name wat betreft de plaats en de functie van de diverse vereiste evaluatie-documenten.
Om elke budgettaire ontsporing te vermijden, wordt de tekst nog op één punt verduidelijkt.
Daar de wetenschappelijke personeelsleden een gewaarborgde loopbaan hebben en derhalve bevorderd kunnen worden als zij aan de voorgeschreven voorwaarden voldoen, wordt de tekst aangevuld om ervoor te zorgen dat de procedure pas kan worden op gang gebracht nadat de algemeen directeur het bestaan van een bevorderingsbetrekking in het personeelsplan heeft vastgesteld. 3.5. Er wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd in de titel betreffende de wetenschappelijke loopbaan waarin wordt voorzien in de bepalingen die van toepassing zijn op twee specifieke wetenschappelijke functies, te weten de functies van hoofd van een wetenschappelijke dienst en van hoofd van een wetenschappelijk programma.
Die bepalingen volgen op een aangeganeverbintenis van de regering bij de goedkeuring van het voornoemde
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten om snel na te denken over de inpassing in het statuut van een « tussenliggende » leidinggevende functie : de vroegere leidinggevende functies van departementshoofd en afdelingshoofd werden immers geschrapt en vervangen door een enkele functie van operationeel directeur. Dat komt tegemoet aan een bezorgdheid van alle instellingen om te beschikken over een soepele tussenliggende hiërarchische structuur die kan worden aangepast aan de ontwikkeling van hun behoeften.
Het nieuwe hoofdstuk legt de aanstellings- en werkingsvoorwaarden van die twee functies vast.
Zij worden in het statuut ingepast : de deelname van de titularissen van die functies aan de directie-organen van de instelling werd immers niet opportuun geacht. De erop betrekking hebbende bepalingen zijn derhalve nuttiger in het statuut dan in het besluit van 13 april 2008 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management-, staf- en leidinggevende functies in de federale wetenschappelijke instellingen.
Als logisch vervolg van de doorgevoerde hervormingen in de federale overheidsbesturen en meer recentelijk in de wetenschappelijke instellingen, worden die functies voorzien in het kader van een intern mandaat, dat wil zeggen enkel toegankelijk voor de personeelsleden van de betrokken instellingen voor maximum zes jaar. 3.6. Bovendien moet het begrip anciënniteit op onbetwistbare wijze worden vastgelegd om het totale ziekteverlof van de wetenschappelijke personeelsleden te bepalen : in het specifieke statuut van deze laatsten komt het begrip dienstanciënniteit immers niet voor, in tegenstelling tot in dat van het rijkspersoneel. Artikel 52 wordt in die zin gewijzigd. 3.7. De samenstelling van de raad van beroep als bedoeld in artikel 53 wordt gewijzigd om de verplichtingen van de vakorganisaties te verlichten wat het aantal assessoren betreft die zij moeten voorstellen, gelet op de moeilijkheid voor die organisaties om voldoende kandidaten te vinden. 3.8. Artikel 55 van hetzelfde besluit wordt herschreven, teneinde in het kader van de overgangsmaatregelen van toepassing op de wetenschappelijke personeelsleden in dienst genomen volgens het oude statuut als wetenschappelijk personeelslid met een mandaat, rekening te houden met : - enerzijds de mogelijkheid welke die personeelsleden hadden volgens de regels van het oude systeem om bevestigd te kunnen worden na afloop van hun mandaat als « eerstaanwezend assisten t » of « werkleider », als zij titularis waren van de graad van doctor op het ogenblik van hun bevestiging. Die twee graden zijn in het nieuwe systeem klasse SW2 geworden (voortaan « werkleider »); - anderzijds de mogelijkheid voor die personeelsleden om wetenschappelijke activiteiten van vóór hun indienstneming te laten valoriseren als wetenschappelijke anciënniteit,overeenkomstig de bepalingen van het nieuwe statuut. 3.9. De artikelen 56 en 57, alsook bijlage 2 worden gewijzigd : in het oude systeem droegen de leidinggevende functies van de trappen II en III in de meeste instellingen de titels van « departementshoofd » en « afdelingshoofd ». Dat gold evenwel niet in alle instellingen. Die titels hadden bovendien geen reglementaire grondslag. De aangebrachte wijzigingen hebben ten doel de geschrapte leidinggevende functies op generische wijze aan te duiden met verwijzing naar de trap ervan. Alle titels die ermee geassocieerd worden, worden geschrapt zonder dat zij opgesomd moeten worden. 3.10. Artikel 60 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met twee paragrafen, teneinde in het kader van de overgangsmaatregelen rekening te houden met soortgelijke bepalingen dan die als bedoeld hiervoor voor de oude mandaathouders (punt 3.8.) en dat ten gunste van de personeelsleden in dienst genomen na de inwerkingtreding van het nieuwe systeem, maar op basis van een in het kader van het oude systeem opgezette procedure. 3.11. Gelet op de complexe procedure voor de invoering van de nieuwe organigrammen en de budgettaire beperkingen die de werving van de nieuwe operationele directeurs in de weg staan, zitten verscheidene instellingen met echte beheers-problemen ten gevolge van de schrapping van de vroegere leidinggevende functies van departements- en afdelingshoofd en ook wegens het met pensioen gaan van vele titularissen van die vroegere functies.
De voorgestelde tekst heeft ten doel tijdelijk dat probleem te verhelpen door de ministers de mogelijkheid te bieden het voordeel van de hogere functies toe te kennen aan sommige personeelsleden in de openstaande betrekkingen van genoemde vroegere leidinggevende functies, maar enkel voor maximaal twee jaar - om misbruiken te voorkomen- en binnen de strikte grenzen van de beschikbare begrotingskredieten. 3.12. Bijlagen 1 en 3 worden eveneens gewijzigd,teneinde de nieuwe nomenclatuur van de titels in te passen (cf. supra punt 3.2.). 4. Het vierde hoofdstuk wijzigt het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. 4.1. De in artikel 2,5,6,7 en 9 voorgestelde - in hoofdzaak technische- wijzigingen hebben tot doel de geboekte vooruitgang in te passen inzake geldelijke anciënniteit ten gunste van het rijkspersoneel bij het
koninklijk besluit van 19 november 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/11/2008
pub.
26/11/2008
numac
2008002135
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de loopbaan van het Rijkspersoneel
sluiten houdende vereenvoudiging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de loopbaan van het Rijkspersoneel en hoeven geen bijzonder commentaar. 4.2. Artikel 6 wordt gewijzigd,teneinde rekening te houden met de fondsen voor onderzoek op federaal en gemeenschapsniveau (cf.
wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/07/2008
pub.
07/08/2008
numac
2008202687
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
sluiten houdende diverse bepalingen (I), artikel 4). 4.3. Er wordt een hoofdstuk IIbis ingevoegd betreffende de geldelijke bepalingen van toepassing op de nieuwe specifieke wetenschappelijke functies van hoofd van een wetenschappelijke dienst en hoofd van een wetenschappelijk programma (cf. supra 3.5.).
De betrokken personeelsleden ontvangen aldus een premie waarvan het bedrag varieert naargelang de belangrijkheid van de te leiden dienst of van het te beheren programma. 4.4. Artikel 13 wordt opgeheven. Het stelsel van weging en bezoldiging van de titularis van de functie van operationeel directeur zal worden ingevoegd in een koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit 13 april 2008 betreffende de leidinggevende functies in de federale wetenschappelijke instellingen. 4.5. Artikel 15 wordt aangevuld om duidelijk vast te leggen dat de overeenkomstig de bepalingen van het oude statuut verworven wetenschappelijke anciënniteit die in aanmerking werd genomen bij de berekening van de geldelijke anciënniteit, volledig wordt beschouwd als een in aanmerking te nemen dienst (geldelijke anciënniteit) in het kader van het nieuwe geldelijke statuut. 5. Het laatste hoofdstuk betreft de inwerkingtredingen. Dienaangaande heeft de Raad van State vragen bij de terugwerkende kracht van meerdere bepalingen. De lezing van het voorafgaande Verslag en de lengte van de goedkeuringsprocedure van het reglement verantwoorden volkomen die terugwerkende kracht die als doel heeft de essentiële individuele rechten in hoofde van de wetenschappelijke personeelsleden te bekrachtigen of veilig te stellen. 6. Voor het overige werd rekening gehouden met de andere verzoeken en opmerkingen van het Hoog College, ook die in verband met voorafgaande formaliteiten behalve wat het punt over de DOEB-test betreft : die formaliteit was ter zake niet vereist, want het ontwerp van besluit maakt deel uit van de zelfregulering van de federale overheid (personeelsstatuten). Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar.
De Minister van Wetenschapsbeleid, P. MAGNETTE
ADVIES 51.173/4 VAN 25 APRIL 2012 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 30 maart 2012 door de Minister van Wetenschapsbeleid verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « houdende diverse wijzigingen betreffende de statuten van de federale wetenschappelijke instellingen », heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Voorafgaande vormvereisten 1. Het dossier gevoegd bij de adviesaanvraag bevat twee documenten uitgaande van de Inspecteur van Financiën, te weten een advies van 23 december 2008 en een brief van 29 april 2011, waarin hij schrijft : « Aan de Inspectie van Financiën wordt een nota voorgelegd waarin een aantal wijzingen en aanvullingen worden aangegeven aangaande de hervorming van : [...] De Inspectie van Financiën is van oordeel dat de voorstellen uitstijgen boven het actueel kader van de lopende zaken en de budgettaire behoedzaamheid. Zij wenst haar advies te reserveren tot op het ogenblik dat een regering van volheid van bevoegdheden is aangetreden » De Inspecteur van Financiën heeft derhalve geen advies verstrekt over de wijzigingen die het voorwerp zijn van deze tweede adviesaanvraag.
Dit voorafgaand vormvereiste dient bijgevolg nog te worden vervuld. 2. De onderscheiden adviezen en akkoordbevindingen vermeld in de aanhef van het voorliggende ontwerp zijn verstrekt tussen 23 december 2008 en 30 mei 2011, behalve protocol nr.150/1 van sectorcomité I - Algemeen Bestuur, dat dateert van 21 maart 2012.
De verplichting van de verordenende overheid om adviezen in te winnen is vooral bedoeld om die overheid in te lichten over de feitelijke en juridische gegevens die, volgens het geraadpleegde orgaan of de geraadpleegde overheid, in aanmerking moeten worden genomen op het ogenblik dat de overheid haar beslissing moet nemen. De tijdspanne tussen de raadpleging en de beslissing moet dus in principe kort zijn.
Zo niet, zou een advies slechts als uitgangspunt voor een veel later genomen beslissing kunnen dienen als bewezen is dat de feitelijke en juridische omstandigheden waarop het adviesorgaan zich gebaseerd heeft, niet in die mate zijn gewijzigd dat de raadpleging als niet langer relevant ter zake zou moeten worden beschouwd.
De steller van het ontwerp dient na te gaan of deze voorwaarde in casu vervuld is, maar dit is wellicht niet het geval wat de budgettaire context betreft, zodat aan de inspecteur van Financiën een nieuw advies moet worden aangevraagd over de ontworpen tekst in zijn geheel - zijn enig advies omtrent een vroegere versie dateert van 23 december 2008 - en de akkoordbevinding van de minister van Begroting opnieuw moet worden aangevraagd. 3. Bij een
wet van 30 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/2010
pub.
14/10/2010
numac
2010011374
bron
programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Wet tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
type
wet
prom.
30/07/2010
pub.
14/10/2010
numac
2010011373
bron
programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Wet tot invoering van een duurzame ontwikkelingseffectbeoordeling in de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten, die op 1 oktober 2011 in werking is getreden (1), zijn in de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling' bepalingen betreffende de effectbeoordeling op het stuk van duurzame ontwikkeling ingevoegd. De wetgever heeft de « effectbeoordeling » gedefinieerd als « duurzame ontwikkelingseffectbeoordeling, zijnde de methode voor het bestuderen van mogelijke sociale, economische en leefmilieueffecten, alsmede de effecten op de inkomsten en de uitgaven van de Staat, van een voorgesteld beleid op korte, middellange en lange termijn in en buiten België vooraleer de uiteindelijke beslissing wordt genomen » (2).
In dat kader is de volgende regeling ingevoerd : 1° in principe moet elk voorontwerp van wet, elk ontwerp van koninklijk besluit en elk voorstel van beslissing dat ter goedkeuring aan de Ministerraad moet worden voorgelegd aanleiding geven tot een voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling uit te voeren (3);de enige gevallen waarin zo een voorafgaand onderzoek niet hoeft plaats te vinden, zijn die welke moeten worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad (4), welk besluit bij de huidige stand van de teksten die in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt zijn, nog niet uitgevaardigd is; 2° wanneer uit het voorafgaand onderzoek blijkt dat een effectbeoordeling vereist is, dient de voormelde beoordeling te worden uitgevoerd (5);3° de naleving van de aldus voorgeschreven procedure is een voorwaarde, naargelang het geval, voor het indienen van een wetsontwerp bij de Wetgevende Kamers, voor het uitvaardigen van een koninklijk besluit of voor het goedkeuren van een voorstel van beslissing door de Ministerraad (6). In casu an uit geen enkel stuk dat aan de Raad van State overgezonden is, opgemaakt worden of de hierboven beschreven procedure gevolgd is, meer in het bijzonder of vooraf onderzocht is of het noodzakelijk is een effectbeoordeling uit te voeren.
De steller van het ontwerp dient bijgevolg erop toe te zien dat dit voorafgaand vormvereiste naar behoren vervuld is.
Indien het voornoemde voorafgaand onderzoek leidt tot de conclusie dat in casu geen effectbeoordeling vereist is, moet de aanhef van het ontwerp worden aangevuld met een lid dat luidt als volgt : « Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling uit te voeren, waarin besloten wordt dat een effectbeoordeling niet vereist is ». 4. De conclusie is dan ook dat de steller van het ontwerp zich ervan moet vergewissen dat alle voorafgaande vormvereisten zijn vervuld en hij moet de redactie van de aanhef van het ontwerpbesluit herzien op basis van de geldende beginselen (7);voor het overige wordt verwezen naar de opmerkingen omtrent de aanhef.
Bijzondere opmerkingen Aanhef 1. Het is niet zinvol om in de aanhef de vroegere wijzigingen te vermelden van de regeling die wordt gewijzigd.Het is evenmin nodig de nummers te vermelden van de artikelen waarop de wijziging betrekking heeft. Bovendien zullen de betrokken artikelen en de vermelding van hun vroegere wijzigingen herkenbaar zijn bij het lezen van de wijzigingsbepalingen van het ontworpen besluit (8). 2. De nota d.d. 29 april 2011 van de Inspecteur van Financiën is geen advies in de zin van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole'. Er is bijgevolg geen grond om ze te vermelden in de aanhef van het voorliggende ontwerp. 3. In het zevende lid, waarin het advies van de federale Interministeriële Commissie voor Wetenschapsbeleid wordt vermeld, wordt verwezen naar één enkel advies, gegeven op 2 september 2009.Dit advies betreft echter alleen wijzigingsvoorstellen. Ook de datum moet worden vermeld van het advies waarin de tekst gesteld op basis van die wijzigingen is onderzocht. 4. Voor het overige wordt verwezen naar de opmerkingen gemaakt met betrekking tot de voorafgaande vormvereisten. Dispositief Artikel 2 1. De inleidende zin van artikel 2 van het voorliggende ontwerp moet worden aangevuld met de vermelding van de ontstaansgeschiedenis van het bij dit artikel gewijzigde artikel 6bis.2. Het is logischer om, ter wille van de overeenstemming met de Nederlandse tekst van de bepaling onder 2° van datzelfde artikel, in de Franse lezing de woorden « partager son temps » te vervangen door de woorden « répartir son temps », en de woorden « directeur d'appui » door de woorden « directeur d'un service d'appui ».3. De precisering, in het ontwerp van verslag aan de Koning, dat de toewijzing van een directeur van een ondersteunende dienst aan meer dan één instelling geregeld moet worden in het kader van een protocol waarin bepaald wordt hoe de tijd en de kosten onder de betrokken federale wetenschapsinstellingen worden verdeeld, moet worden opgenomen in het dispositief van het voorliggende ontwerp. Artikel 4 Volgens het ontwerp van verslag aan de Koning beoogt artikel 4 iedere dubbelzinnigheid te voorkomen omtrent de omstandigheid dat de gewijzigde bepaling uitsluitend betrekking heeft op « het minimale vereiste aanwezigheidsquorum opdat het orgaan geldig kan beraadslagen ». De ontwerptekst is in dat opzicht voor verbetering vatbaar. Het is raadzaam het werkwoord « omvatten » te mijden en uitdrukkelijk te verwijzen naar de aanwezigheid van de leden van de directieraad.
De volgende tekst wordt voorgesteld : « De directieraad vergadert op geldige wijze indien ten minste drie leden aanwezig zijn. » Artikel 9 1. De structuur van de bepaling moet als volgt worden herzien : « Art.9. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden [...]; 2° In paragraaf 1, eerste lid, worden [...]; 3° Paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende leden : [...] ». 2. De afdeling Wetgeving wijst erop dat in de ontworpen bepaling onder 2° de « klasse A3 » niet wordt vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid.3. Wat betreft de wijziging voorgesteld in de bepaling onder 3°, moet in de Franse lezing van het ontworpen eerste lid het woord « soit » vervangen worden door het voegwoord « ou », naar het voorbeeld van de Nederlandse lezing van dit lid.4. In het tweede lid ingevoegd bij de ontworpen bepaling onder 3°, moeten de woorden « voor het overige » vervallen.Bovendien schrijve men « Iedere voorzitter van de jury ziet toe op » in plaats van « Iedere voorzitter van de jury wordt verzocht toe te zien op ».
Artikel 12 1. Indien dit de bedoeling is van de steller van het ontwerp, dient in het ontworpen artikel 6/1, § 3, derde lid, eerste streepje, het woord « erkende » vervangen te worden door het woord « ontvankelijke ».2. Er is geen grond om in het tweede streepje van datzelfde lid te bepalen dat de brief waarin het wetenschappelijk personeelslid meegedeeld wordt dat zijn aanvraag niet-ontvankelijk is, gemotiveerd moet zijn. Dezelfde opmerking geldt voor het ontworpen artikel 40, § 2, tweede lid.
De verplichting tot uitdrukkelijke motivering volgt reeds uit de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen'. Ze hoeft derhalve niet te worden herhaald in het voorliggende ontwerp. Deze vermelding is overbodig en levert het bezwaar op dat de rechtsregel wordt uitgehold doordat de steller van het ontwerp de indruk wekt dat hij bevoegd is om de hogere rechtsregel die de motivering van die beslissingen voorschrijft, vast te stellen en derhalve ook te wijzigen. 3. Het ontwerp dient te worden aangevuld, waarbij wordt bepaald dat het advies van de wetenschappelijke raad aan het betrokken wetenschappelijk personeelslid moet worden meegedeeld indien het voor hem ongunstig is. Artikel 13 1. In het ontworpen artikel 39, § 2, 2°, c), moet in een en dezelfde zin de voorwaarde een of meer relevante verwezenlijkingen te hebben « verricht » samen worden vermeld met de alternatieve voorwaarde houder te zijn van het diploma van doctor.Bijgevolg moet het einde van de laatste zin vanaf de woorden « of houder zijn van » verplaatst worden naar de eerste zin. 2. Ter wille van de coherentie met de overige ontwerpbepalingen moet de term « cv-model » in het ontworpen artikel 39, § 3, voluit worden geschreven, te weten « model van curriculum vitae ». Artikel 14 1. Het getuigt van een gebrek aan samenhang om in het ontworpen artikel 47/6, § 1, 6°, te bepalen dat iedere dienstnota aansluitend op een oproep tot kandidaten « zo nodig » alle nuttige informatie moet bevatten, inzonderheid de praktische regels, die moeten worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement van de directieraad.De woorden « zo nodig » dienen bijgevolg te vervallen. 2. De woorden « Daartegen kan in geen geval beroep worden aangetekend » in paragraaf 3 van hetzelfde artikel zijn dubbelzinnig, in zoverre ze de mogelijkheid lijken uit te sluiten om beroep in te stellen bij de Raad van State, wat de bevoegdheid van de steller van de handeling te buiten gaat.Deze zin moet derhalve als volgt worden gewijzigd dat niet de indruk wordt gewekt dat dit beroep niet kan worden ingesteld, of moet eenvoudigweg worden geschrapt. 3. In het geval van een voortijdige beëindiging van het mandaat bij een beslissing van de directieraad, zoals wordt voorgeschreven in het ontworpen artikel 47/8, § 2, 1°, « als uit het activiteitenverslag (...) blijkt dat de titularis van de functie geen voldoening schenkt voor de opdracht waarvoor hij werd aangewezen of als voornoemd verslag niet binnen de vereiste termijn werd ingediend », moet de houder van het mandaat conform de vereisten van behoorlijk bestuur de gelegenheid worden geboden zijn standpunt uiteen te zetten, zodat de overheid met volledige kennis van zaken kan beslissen, aangezien de beslissing persoonsgebonden is.
De bepaling moet dienovereenkomstig worden aangevuld.
Artikelen 22 tot 24 De artikelen 22 tot 24 van het voorliggende ontwerp beperken zich ertoe weddeschalen vast te stellen. De afdeling Wetgeving is van oordeel dat zulke bepalingen niet van reglementaire aard zijn in de zin van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
De afdeling Wetgeving onthoudt zich bijgevolg ervan om de artikelen 22 tot 24 te onderzoeken.
Dezelfde opmerking geldt voor artikel 26.
Artikel 31 In het ontworpen artikel 12/1, § 1, worden de voorwaarden herhaald waaraan een wetenschappelijke dienst of een wetenschappelijk programma moeten voldoen. Die vermelding is niet alleen nutteloos, maar ook riskant indien de overgenomen bepaling gewijzigd wordt, maar niet de bepaling die haar overneemt (9). Het tweede lid van deze paragraaf dient bijgevolg te vervallen.
Artikel 34 Artikel 34 van het voorliggende ontwerp bepaalt dat de ontworpen tekst in werking treedt de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de erin genoemde artikelen, waaraan het terugwerkende kracht verleent.
De steller van het ontwerp moet kunnen uitleggen welke specifieke omstandigheid wettigt dat wordt afgeweken van de gebruikelijke termijn van inwerkingtreding.
Behoudens een bijzondere motivering moet de datum van inwerkingtreding hoe dan ook aldus worden bepaald dat elkeen een redelijke termijn wordt gegeven om kennis te nemen van de nieuwe regels.
In dat verband wordt erop gewezen dat bestuurshandelingen krachtens een algemeen rechtsbeginsel in de regel geen terugwerkende kracht hebben. Terugwerkende kracht kan echter aanvaardbaar zijn indien ze bij de wet wordt toegestaan.
Terugwerkende kracht is, indien ze niet door de wet wordt toegestaan, alleen aanvaardbaar bij wijze van uitzondering, inzonderheid wanneer dat nodig is voor de continuïteit van de openbare dienst of voor de regularisering van een rechtstoestand of een feitelijke toestand en voor zover de vereisten inzake rechtszekerheid vervuld zijn en de individuele rechten geëerbiedigd worden.
De onderzochte bepaling is alleen aanvaardbaar indien de hierboven aangehaalde voorwaarden vervuld zijn.
Bovendien moet de steller van het ontwerp zich ervan vergewissen of het opportuun is de artikelen 4 en 5, vermeld in het tweede streepje, te laten terugwerken vanaf 1 mei 2008. Deze bepalingen wijzigen immers voorschriften die in werking getreden zijn op 30 maart 2008.
Artikel 35 De staatssecretaris hoeft niet te worden vermeld in de uitvoeringsbepaling (10). (1) Volgens artikel 4 van de
wet van 30 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/2010
pub.
14/10/2010
numac
2010011374
bron
programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Wet tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
type
wet
prom.
30/07/2010
pub.
14/10/2010
numac
2010011373
bron
programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Wet tot invoering van een duurzame ontwikkelingseffectbeoordeling in de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten 'tot invoering van een duurzame ontwikkelingseffectbeoordeling in de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling'« treedt (deze wet) in werking op de eerste dag van de twaalfde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad ».Doordat de
wet van 30 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/2010
pub.
14/10/2010
numac
2010011374
bron
programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Wet tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
type
wet
prom.
30/07/2010
pub.
14/10/2010
numac
2010011373
bron
programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Wet tot invoering van een duurzame ontwikkelingseffectbeoordeling in de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten is bekendgemaakt op 14 oktober 2010, volgt daaruit dat deze wet in werking is getreden op 1 oktober 2011. (2) Artikel 2, 9°, van de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten.(3) Artikel 19/1, § 1, eerste lid, van de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten.Bij artikel 19/1, § 2, van de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten wordt de Koning ermee belast dat voorafgaand onderzoek te regelen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Tot op heden is nog geen besluit met een dergelijk onderwerp in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. (4) Artikel 19/1, § 1, tweede lid, van de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten.(5) Artikel 19/2 van de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten.Bij deze bepaling wordt de Koning ermee belast de effectbeoordeling te regelen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Tot op heden is geen besluit met een dergelijk onderwerp in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. (6) Artikel 19/3 van de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten. (7) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab Wetgevingstechniek, aanbevelingen 17 tot 37, de aldaar vermelde formules en formule F 7. (8) Ibid., aanbeveling 30. (9) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab Wetgevingstechniek, aanbeveling 81. (10) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab Wetgevingstechniek, aanbeveling 167.
De kamer was samengesteld uit : De heren : P. Liénardy, kamervoorzitter;
J. Jaumotte en S. Bodart, staatsraden;
Mevr. A.-C. Van Geersdaele, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. Delval, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. liénardy.
De griffier, A.-C. Van Geersdaele.
De voorzitter, P. Liénardy.
12 JUNI 2012. - Koninklijk besluit houdende diverse wijzigingen betreffende de statuten van de federale wetenschappelijke instellingen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet;
Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen;
Gelet op het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat;
Gelet op het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen;
Gelet op het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen;
Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 december 2008 en 14 mei 2012;
Gelet op de adviezen van de federale Interministeriële Commissie voor Wetenschapsbeleid, gegeven op 15 december 2008 en 2 september 2009;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 30 mei 2011;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 1 juni 2011;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 23 mei 2012;
Gelet op het protocol nr. 150/1 van 26 maart 2012 van het Sectorcomité I - Algemeen Bestuur;
Gelet op het advies nr. 51173/4 van de Raad van State, gegeven op 25 april 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van Onze Minister van Wetenschapsbeleid en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen Artikel 1.In artikel 5 van het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 juni 2004, 8 juli 2004 en 25 februari 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 4° en 5° vervangen als volgt : « 4° zowel statutair als contractueel wetenschappelijk personeel;5° zowel statutair als contractueel, administratief en technisch personeel;» 2° in de paragrafen 2 en 3 worden de woorden « de statuten » vervangen door de woorden « de statuten of de stelsels ». Art. 2.In artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een derde streepje, luidende : « - de specifieke wetenschappelijke functies van hoofd van een wetenschappelijke dienst en hoofd van een wetenschappelijk programma. »; 2° paragraaf 3 wordt aangevuld als volgt : « Eenzelfde directeur van een ondersteunende dienst kan zijn tijd verdelen over verscheidene instellingen, op voorwaarde dat hij uitsluitend activiteiten verricht als directeur van een ondersteunende dienst in elk van die instellingen. In alle gevallen, de oprichting van gedeelde directeur zal moeten gebeuren via protocollen waarin geregld wordt hoe de tijd in de kosten onder de betrokken instellingen worden verdeeld. » ; 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4 luidende : « § 4.In de zin van § 1, is een wetenschappelijke dienst of een wetenschappelijk programma een eenheid of een door de directieraad van de instelling ingestelde groepering van personeelsleden om een betere organisatie ervan te garanderen in het kader van de uitvoering van zijn opdrachten en het behalen van zijn doelstellingen.
De wetenschappelijke dienst past in een langetermijnbeheer van de instelling. Een wetenschappelijk programma is op zich tijdelijk.
Om ze te kunnen oprichten, moeten die structuren minstens een van de volgende voorwaarden vervullen : 1° behalve het hoofd, een aantal voltijds equivalente medewerkers tellen van minstens vier leden van het wetenschappelijk personeel; 2° beschikken over een eigen jaarbudget van minstens 500.000,00 euro.
Het in aanmerking genomen budget omvat de totale middelen waarover de betrokken eenheid beschikt om haar doelstellingen te halen. Zij kunnen afkomstig zijn van diverse, publieke of private, nationale of internationale bronnen, en omvatten met name de werkingskredieten, de investering en de afschrijving van het op jaarbasis berekende materiaal, alsook de bezoldigingen van de aan voornoemde eenheid toegewezen personeelsleden. » Art. 3.In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het
koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
20/03/2008
numac
2008021015
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021029
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
07/04/2008
numac
2008021028
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
04/03/2016
numac
2016000110
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
koninklijk besluit
prom.
25/02/2008
pub.
03/03/2016
numac
2016000111
bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, wordt het …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.