📄 Wettekst
22 DECEMBER 1999. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000 (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Onderwijs Afdeling 1. - Universiteiten
Art. 2.§ 1. In artikel III.62, 7°, van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten betreffende het onderwijs X wordt de verwijzing naar « III.31 » geschrapt. § 2. Aan artikel III.62 van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten betreffende onderwijs X wordt « 13° » toegevoegd dat luidt als volgt : « 13° Artikel III.31 treedt in werking op 1 oktober 2000 ». Art. 3.Aan artikel 130, § 6, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 2000 bedraagt het basisbedrag (WAO 1995) uitgedrukt in miljoenen franken : 1° voor de Katholieke Universiteit Leuven : 7004,3 2° voor de Vrije Universiteit Brussel : 2346,4 3° voor de Universiteit Antwerpen : a) Universitair Centrum Antwerpen : 758,0 b) Universitaire Instelling Antwerpen : 959,7 e) Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen : 770,0 4° voor het Limburgs Universitair Centrum : 626,0 5° voor de Katholieke Universiteit Brussel : 179,4 6° voor de Universiteit Gent : 4917,1 ». Art. 4.In artikel 136, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij
decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998036464
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999
sluiten, wordt het bedrag « 326,7 » vervangen door het bedrag « 326,5 » en wordt het bedrag « 119,7 » vervangen door het bedrag « 119,6 ». Art. 5.Aan artikel 140, § 3, van hetzelfde decreet, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 2000 wordt het basisbedrag 1994 van de investeringskredieten van de universiteiten vastgesteld als volgt, uitgedrukt in miljoenen franken 1° voor de Katholieke Universiteit Leuven : 321,0 2° voor de Vrije Universiteit Brussel : 100,8 3° voor de Universiteit Antwerpen : a) Universitair Centrum Antwerpen : 24,5 b) Universitaire Instelling Antwerpen : 38,7 c) Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen : 23,8 4° voor het Limburgs Universitair Centrum : 19,3 5° voor de Katholieke Universiteit Brussel : 5,5 6° voor de Universiteit Gent : 193,1 ». Art. 6.In artikel 159 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij artikel III.35 van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten betreffende onderwijs X, wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Indien het aantal betrekkingen van het zelfstandig academisch personeel, in voltijdse betrekkingen uitgedrukt, meer dan 63 % van het totaal aantal plaatsen in de formatie van het academisch personeel bedraagt, mag dit percentage niet meer worden verhoogd tot 01 oktober 2000. Dit artikel treedt in werking op de dag van de bekendmaking van het decreet van 22 december 1999 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000.». Art. 7.In artikel 160, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd door het artikel III.36 van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten, worden de woorden « begrotingsjaar 2000 » vervangen door « begrotingsjaar 2001 ». Art. 8.Artikel 181bis, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd door artikel III.42 van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « § 1. Het universiteitsbestuur kan éénmalig op 01 oktober 2000 onderzoekers in vast dienstverband van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) rangschikken in één van de graden van het zelfstandig academisch personeel van de universiteit. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 88 en 90 doet het universiteitsbestuur daartoe aan de betrokkenen een benoemingsvoorstel met vermelding van de graad waarin de betrokkene kan gerangschikt worden en de opdracht van de betrokkene. ». Afdeling 2. - Hogescholen
Art. 9.In artikel 178, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen, gewijzigd bij
decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998036464
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « 1999 gelijk aan 19.396,1 miljoen frank » worden vervangen door de woorden « 2000 gelijk aan 19.777,8 miljoen frank »; 2° de woorden « in 1999 met 100 miljoen » worden geschrapt. Art. 10.In artikel 196 van hetzelfde decreet wordt § 2, gewijzigd bij decreet van 19 april 1995, vervangen door wat volgt : « § 2. De investeringsmiddelen bedragen voor het begrotingsjaar 2000 : 1° voor de Vlaamse Autonome Hogescholen : 281,1 miljoen frank;2° voor de gesubsidieerde officiële hogescholen : 79,4 miljoen frank;3° voor de gesubsidieerde vrije hogescholen : 496,5 miljoen frank. Vanaf het begrotingsjaar 2001 worden deze bedragen aangepast met de voor het begrotingsdecreet gehanteerde aanpassingsfactor voor de investeringssubsidies. ». Art. 11.Artikel 197 van hetzelfde decreet, vervangen bij
decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
19/08/1997
numac
1997036023
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
21/08/1997
numac
1997036004
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs VIII
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 197.Deze investeringsmiddelen dragen uitsluitend bij tot de dekking van de uitgaven voor de aankoop van gebouwen, voor de gehele of gedeeltelijke nieuwbouw of verbouwing, voor de voorafgaande afbraakwerken, voor de omgevingswerken, voor de eerste uitrusting, voor de aankoop van gronden, voor de aankoop van didactische en wetenschappelijke apparatuur bestemd voor het onderwijs, voor de onroerende investeringen m.b.t. de sociale voorzieningen en tot dekking van de kapitaal- en intrestlasten voortspruitend uit leningen ten behoeve van de investeringsuitgaven. ». Art. 12.In artikel 206 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Er wordt in de schoot van de DIGO een college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen opgericht. Dit college is samengesteld uit de in functie zijnde algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen. Het is belast met de vaststelling van de criteria voor de verdeling, en de toewijzing per hogeschool van de machtigingen voor investeringen. »; 2° Een § 3 en een § 4 worden toegevoegd, die luiden als volgt : « § 3.De in § 1 bedoelde middelen worden voor de gesubsidieerde hogescholen beheerd door DIGO, bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 2 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving overeenkomstig de beslissingen van het college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen.
Het college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen stelt bij gewone meerderheid van de totaal uitgebrachte stemmen een huishoudelijk reglement op en legt dit ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse regering. Dit huishoudelijk reglement bepaalt eveneens de criteria tot verdeling van de investeringsmiddelen, hierbij rekening houdend met de in het verleden toegekende middelen. § 4. De commissaris-coördinator oefent toezicht uit, overeenkomstig afdeling 2, hoofdstuk V van titel IV van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, op de beslissingen bedoeld in § 2 en § 3 van het college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen. ». Art. 13.In artikel 209, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij
decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998036464
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het bedrag « 4500 » wordt vervangen door het bedrag « 5000 »;2° het jaartal « 2000 » wordt vervangen door het jaartal « 2001 »;3° het jaartal « 1999 » wordt vervangen door het jaartal « 2000 »;4° De noemer « I99 » wordt vervangen door de noemer « I00 ». Art. 14.Artikel 346 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 15.Hoofdstuk VI Investeringskredieten voor de hogescholen, van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten betreffende het onderwijs X, tot wijziging van titel IV, hoofdstuk II, afdeling 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, wordt ingetrokken. Afdeling 3. - Projecten Hoger Kunstonderwijs - Hogere Instituten voor
Schone Kunsten Art. 16.Artikel 340ter, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « § 1. De Vlaamse regering draagt jaarlijks bij in de financiering van uitzonderlijke projecten in het kader van het hoger kunstonderwijs.
Het totale bedrag van deze bijdragen, wordt vastgesteld op 35,0 miljoen frank voor het begrotingsjaar 2000. Dit bedrag wordt vanaf 2001 jaarlijks op de volgende wijze aangepast : 0,8 x (Ln/L00) + 0,2 x (Cn/C00); waarbij : 1° Ln/L00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van het begrotingsjaar 2000;2° Cn/C00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de index van de consumptieprijzen op het einde van het begrotingsjaar 2000.». Art. 17.In artikelen 340ter, § 2, en 340quater van hetzelfde decreet, gewijzigd bij
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, worden de woorden « of instituut » geschrapt. Art. 18.Artikel 340sexies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, wordt opgeheven. Art. 19.In titel VII van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIter ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IIter. - Hoger instituten voor schone kunsten Artikel 340sexies.Voor de organisatie van posthogeschoolvormingen inzake de opleidingen van de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst en muziek en dramatische kunst kunnen hogere instituten voor schone kunsten worden opgericht die de posthogeschoolvorming bekrachtigen met de titel van « Laureaat van het Hoger Instituut voor Kunst ». Deze laureaatsvorming heeft tot doel aan afgestudeerden uit de betrokken sectoren en aan jonge kunstenaars de mogelijkheid te bieden hun artistiek talent verder te ontplooien.
Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moeten de hogere instituten voor kunst voldoen aan volgende voorwaarden : 1° ze worden beheerd door een vereniging zonder winstgevend doel, hierna vzw genoemd, die met betrekking tot posthogeschoolvorming optreedt als overkoepelende instantie voor alle hogescholen die in de betrokken sector de opleiding organiseren;2° ze onderwerpen zich aan de controle van de commissarissen van de Vlaamse regering bij de hogescholen op de wijze zoals bepaald in titel IV, hoofdstuk V van dit decreet;3° ze dienen een begroting in, voeren een volledige boekhouding, leggen een jaarrekening voor op de wijze zoals bepaald door de Vlaamse regering;4° ze leggen ieder jaar een concrete omschrijving van de doelstellingen en een meerjarenraming voor aan de in artikel 340quinquies bedoelde commissie;5° ze dienen vóór 31 mei bij dezelfde commissie een jaarverslag in. Het jaarverslag bevat ten minste een overzicht van de doelmatige aanwending van de overheidsbijdrage. Artikel 340septies.De Vlaamse regering kan bijdragen in de financiering van de organisatie van de laureaatsvorming, in de vorm van een jaarlijkse toelage.
Het totale bedrag van de toelage wordt vastgesteld op 55,0 miljoen frank. Dit bedrag wordt vanaf 2001 jaarlijks op de volgende wijze aangepast : 0,8 x (Ln/L00) + 0,2 x (Cn/C00) waarbij : 1° Ln/L00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van het begrotingsjaar 2000;2° Cn/C00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de index van de consumptieprijzen op het einde van het begrotingsjaar 2000. Artikel 340octies.De hogere instituten voor schone kunsten kunnen akkoorden afsluiten met hogescholen, met universiteiten en met andere openbare en privé-instellingen. De overeenkomst vermeldt ten minste de voorwaarden van samenwerking en de financiële vergoeding die in voorkomend geval voor de dienstverlening zal worden betaald.
Ze kunnen alleen personeel bij arbeidsovereenkomst aanwerven. Bij een overeenkomst die gesloten is tussen een hoger instituut en een hogeschool kan een personeelslid van een hogeschool met zijn instemming belast worden met een opdracht. Het personeelslid blijft juridisch en administratief behoren tot zijn hogeschool en bevindt zich gedurende deze opdracht in de administratieve stand dienstactiviteit. De overeenkomst bepaalt de termijn van de opdracht en de financiële vergoeding die door het hoger instituut aan de hogeschool waartoe het personeelslid behoort, wordt betaald. ». Art. 20.De artikelen 16 tot en met 19 hebben uitwerking met ingang van 1 september 1999. Afdeling 4. - Fonds Inschrijvingsgelden. - Deeltijds Kunstonderwijs
Art. 21.§ 1. Er wordt een fonds « Inschrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs » opgericht, hierna het Fonds te noemen. § 2. Het Fonds is een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 17 juli 1991. § 3. Aan het Fonds wordt een deel van de inschrijvingsgelden van het Deeltijds Kunstonderwijs toegewezen; 1° voor het schooljaar 2000-2001 wordt 1000 frank, vermeerderd met de geldende indexcoëfficiënten, van het inschrijvingsgeld van de volwassen cursisten (+ 18 jaar) toegewezen aan het Fonds;2° vanaf het schooljaar 2001-2002 wordt 1500 frank, vermeerderd met de geldende indexcoëfficiënten, van het inschrijvingsgeld van de volwassen cursisten (+18 jaar) toegewezen aan het Fonds. De inschrijvingsgelden van het Deeltijds Kunstonderwijs worden vastgelegd krachtens artikelen 2, § 2, en 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1993 tot vaststelling van het inschrijvingsgeld in het Deeltijds Kunstonderwijs, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999, en krachtens artikel 17 van het decreet van 8 juli 1997 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997. § 4. De middelen van het Fonds moeten aangewend worden voor uitgaven met betrekking tot de betaling van salarissen en salarissubsidies in het Deeltijds Kunstonderwijs. § 5. De boekhoudkundige verwerking van de verrichtingen gebeurt voor elk onderwijsnet afzonderlijk. § 6. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het Fonds. Afdeling 5. - Sommige instellingen van openbaar nut - voor
postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk dienstverlening Art. 22.In artikel 15, § 1, van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening wordt het bedrag « 39,1 » vervangen door het bedrag « 51,6 ». Art. 23.In artikel 16, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden « artikel 169bis » vervangen door de woorden « artikel 169bis § 1, gewijzigd bij het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
17/07/1999
numac
1999035843
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036079
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999035740
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/07/1999
numac
1999035787
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035821
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999035822
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
27/01/2000
numac
1999036142
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999035817
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten betreffende het onderwijs X ». Afdeling 6. - Basisonderwijs
Art. 24.In artikel 82bis, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Het globale werkingsbudget van het gefinancierd en het gesubsidieerd basisonderwijs wordt gefaseerd verhoogd met 3,502 miljard frank als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 25.In artikel 82bis, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de aanhef vervangen door wat volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 2007 wordt het bedrag van 3,502 miljard frank vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënten A3 en A4, als volgt berekend : ». Afdeling 7. - Navormingsprojecten
Art. 26.Artikel 16 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 18 december 1992, wordt opgeheven met ingang van 30 juni 2000. Art. 27.Aan het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding en de nascholing, wordt een artikel 59 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 59.De betaling en de aanwending van de kredieten en gelden bestemd voor navormingsactiviteiten, georganiseerd vóór 1 september 1999 met toepassing van de artikelen 75 tot en met 84 van het decreet van 5 juli 1989, opgeheven door artikel 58, § 1, dient te gebeuren uiterlijk op 30 juni 2000 op basis van de na de beëindiging van de navormingsactiviteiten ingediende eindafrekeningen. Hiertoe kunnen de kredieten voor het Fonds voor Navorming, bedoeld in artikel 16 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 18 december 1992, worden aangewend. ». Afdeling 8. - Gemeenschapsonderwijs
Art. 28.Bij het centrale niveau van het Gemeenschapsonderwijs gebeurt de registratie van de vastleggingen van de kleine infrastructuurwerken en wordt, op voorstel van de scholengroepen, de bepaling gedaan van de betalingskredieten per scholengroep. HOOFDSTUK III. - Jeugdwerkbeleid Art. 29.In artikel 6, § 2, van het decreet van 9 juni 1993 houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid, gewijzigd bij decreten van 22 november 1995, 20 december 1996 en 12 mei 1998, worden de woorden « 5 procent van het krediet » vervangen door de woorden « 6 procent van het krediet ». HOOFDSTUK IV. - Schade aan het wegdek wegens gewichtsoverschrijding Art. 30.Aan artikel 56 van het
decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/1998
pub.
31/12/1998
numac
1998036464
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999
sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt : « De houders van een vergunning voor uitzonderlijk vervoer, bedoeld in artikel 48 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer vallen niet onder deze verbodsbepaling mits voorafgaande betaling van een forfaitaire bijdrage aan het fonds, genoemd in artikel 58, § 1. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden van deze bijdragen.
Deze forfaitaire bijdrage mag niet meer bedragen dan de minimum geldboete bij overbelasting met meer dan 20 %, bepaald in artikel 57. ». Art. 31.In artikel 59 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden tussen de woorden « is gelijk aan de minimum geldboete » en de woorden « zoals bepaald in artikel 57 », de woorden « overeenkomstig het overbelastingspercentage » ingevoegd;2° aan § 3, derde lid, wordt de volgende zin toegevoegd : « Als de administratieve geldboete onmiddellijk werd geïnd, dan wordt deze terugbetaald »;3° in § 6 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De in § 1 en § 4 bedoelde bevoegde personen kunnen de administratieve geldboete onmiddellijk innen met instemming van de overtreder.Deze sommen worden in consignatie gegeven. De nadere regels inzake onmiddellijke inning en de consignatie van de administratieve geldboete worden vastgesteld door de Vlaamse regering. »; 4° in § 6 wordt het tweede lid opgeheven. Art. 32.In artikel 60 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Als de overtreder of zijn werkgever een woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, de administratieve geldboete niet onmiddellijk werd geïnd en het opleggen van deze geldboete overeenkomstig het bepaalde in het vorige artikel mogelijk is, geeft de aangewezen ambtenaar de overtreder of de werkgever hiervan kennis door middel van een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. »; 2° in § 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Binnen 15 dagen na de verzending van de kennisgeving, bedoeld in vorig lid, bevestigt de overtreder of zijn werkgever zijn aanwezigheid of vertegenwoordiging op de hoorzitting.Deze bevestiging wordt gericht aan het adres vermeld in de kennisgeving. Bij gebrek aan tijdige bevestiging wordt de overtreder of zijn werkgever geacht te verzaken aan zijn recht om gehoord te worden. »; 3° in § 2, tweede lid, wordt het woord « vijftien » vervangen door het woord « dertig » en worden tussen de woorden « mag zich laten bijstaan » en de woorden « door een raadsman » de woorden « of vertegenwoordigen » ingevoegd;4° in § 2, derde lid, worden tussen de woorden « na de hoorzitting » en de woorden « neemt de aangewezen ambtenaar » de woorden « ongeacht of de overtreder, de werkgever of de vertegenwoordigende raadsman deze al dan niet hebben bijgewoond, » ingevoegd;5° in § 2 wordt het vierde lid opgeheven;6° in § 3, tweede lid, worden tussen de woorden « deelt de Vlaamse regering » en de woorden « aan de overtreder » de woorden « of de ambtenaar aangewezen overeenkomstig het vierde lid van deze paragraaf ingevoegd »;7° in § 3 wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Indien geen beslissing van de Vlaamse regering is ter kennis gebracht van de overtreder of de werkgever binnen de termijn van drie maanden nadat het beroep is ingesteld, dan vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend.»; 8° in § 3, vierde lid, worden volgende zinnen toegevoegd : « De Vlaamse regering kan een of meerdere ambtenaren aanwijzen die de overtreder, de werkgever of de raadsman zullen horen.Ze hebben een hogere rang dan de ter uitvoering van artikel 59, § 1, aangewezen ambtenaren. »; 9° in § 3, vijfde lid, wordt tussen de eerste en de tweede zin de volgende zin ingevoegd : « In dat geval is het beroep slechts ontvankelijk nadat het bewijs is geleverd dat deze vergoeding werd betaald.». Art. 33.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60bis.§ 1. Als de overtreder of zijn werkgever geen woonplaats of vaste verblijfplaats heeft in België, wordt de administratieve geldboete verplicht onmiddellijk geïnd. Met betrekking tot de toepassing van artikel 60ter, § 2, en volgende kiest de overtreder of diens werkgever woonplaats in België. Bij gebrek aan woonplaatskeuze binnen 60 dagen vanaf de vaststelling van de inbreuk verzaakt de overtreder of diens werkgever aan de hoorzitting en de beroepsmogelijkheid bepaald in artikel 60 ter, § 2 en volgende.
Bovendien moet door de overtreder een som in consignatie worden gegeven, bestemd om de eventuele geldboete en de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 58, § 1, te dekken. Het bedrag van deze som evenals de nadere regels inzake inning en consignatie worden bepaald door de Vlaamse regering. § 2. Het door de overtreder bestuurde voertuig wordt op zijn kosten en risico ingehouden tot de sommen, bepaald in § 1, in consignatie gegeven zijn en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn.
Als de bovengenoemde sommen binnen een termijn van zesennegentig uren te rekenen vanaf de vaststelling van de overtreding niet in consignatie gegeven zijn, mag de inbeslagneming van het voertuig bevolen worden door het openbaar ministerie.
Een bericht van inbeslagneming wordt binnen twee werkdagen naar de overtreder of zijn werkgever en de eigenaar van het voertuig gestuurd.
Het risico en de kosten voor het voertuig blijven tijdens de duur van het beslag ten laste van de overtreder of diens werkgever.
Het beslag wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd werd dat de sommen, bepaald in § 1, in consignatie gegeven zijn en de eventuele bewaringskosten van het voertuig werden betaald. ». Art. 34.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60ter.§ 1. Als het openbaar ministerie beslist geen vervolging in te stellen of als de strafvordering vervallen of verjaard is, wordt de geconsigneerde administratieve geldboete vrijgegeven ten bate van het fonds, genoemd in artikel 58, § 1. Als de overtreder of zijn werkgever geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, wordt de som bepaald in artikel 60bis, § 1, tweede lid, teruggegeven. § 2. Als evenwel de overtreder of diens werkgever overeenkomstig artikel 60bis, § 1, eerste lid, een woonplaats heeft gekozen in België, beslist de aangewezen ambtenaar over de vrijgave van de geconsigneerde administratieve geldboete ten bate van het fonds, genoemd in artikel 58, § 1, na de overtreder of diens werkgever te hebben gehoord.
Dag, uur en plaats van de hoorzitting worden per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs ter kennis gebracht aan de overtreder of diens werkgever, op de gekozen woonplaats in België.
De hoorzitting mag op zijn vroegst 60 dagen na de verzending van de kennisgeving, bepaald in vorig lid plaatsvinden. De kennisgeving vermeldt ten slotte de plaats waar en de periode waarin het dossier kan worden ingezien. Het dossier ligt ter inzage ten minste 20 dagen voor de zitting. De overtreder of diens werkgever kan op de hoorzitting een nota indienen. Hij mag zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt.
Binnen 30 dagen na de verzending van de kennisgeving, bepaald in het tweede lid, bevestigt de overtreder of diens werkgever zijn aanwezigheid of vertegenwoordiging op de hoorzitting. Deze bevestiging wordt gericht aan het adres vermeld in de kennisgeving. Bij gebrek aan tijdige bevestiging wordt de overtreder of diens werkgever geacht te verzaken aan zijn recht om gehoord te worden.
Na de hoorzitting, ongeacht of de overtreder, de werkgever of een vertegenwoordigende raadsman deze al dan niet hebben bijgewoond, neemt de aangewezen ambtenaar de zaak onmiddellijk in beraad. De beslissing wordt met redenen omkleed. De aangewezen ambtenaar deelt zijn beslissing mee aan de overtreder of diens werkgever binnen 30 dagen na de datum van de hoorzitting per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs gericht aan de gekozen woonplaats in België, zoniet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend. § 3. Binnen 60 dagen na de verzending van de beslissing van de aangewezen ambtenaar, kan de overtreder of de werkgever per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs in beroep gaan bij de Vlaamse regering. Het beroep schorst de bestreden beslissing.
Binnen 30 dagen na het instellen van het beroep, deelt de Vlaamse regering of de ambtenaar aangewezen, overeenkomstig het vierde lid, aan de overtreder of diens werkgever, plaats en uur mee waarop een hoorzitting zal plaatsvinden waarop de overtreder of diens werkgever zal worden gehoord.
De Vlaamse regering deelt haar beslissing per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs mee aan de overtreder of diens werkgever op de gekozen woonplaats in België, binnen 90 dagen na de datum van de hoorzitting, ongeacht of de overtreder, zijn werkgever of een vertegenwoordigende raadsman deze al dan niet hebben bijgewoond, zoniet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend.
De procedure, bepaald in § 2, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de hoorzitting in het kader van het beroep. De Vlaamse regering kan een of meer ambtenaren aanwijzen die de overtreder, de werkgever of de raadsman zullen horen. Ze hebben een hogere rang dan de ter uitvoering van artikel 59, § 1, aangewezen ambtenaren. § 4. De Vlaamse regering kan een vergoeding voor dossierkosten vaststellen voor de beroepsprocedure. In dat geval is het beroep slechts ontvankelijk nadat het bewijs is geleverd dat deze vergoeding werd betaald. Deze vergoeding zal steeds aan de overtreder of zijn werkgever worden terugbetaald als de administratieve boete komt te vervallen na het instellen van het beroep. § 5. Als de administratieve geldboete definitief wordt opgelegd, wordt de geconsigneerde administratieve geldboete vrijgegeven ten bate van het fonds, genoemd in artikel 58, § 1.
Als het voertuig in beslag genomen werd, wordt de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen gelast met de verkoop van het voertuig als de administratieve geldboete en de bewaringskosten niet betaald werden binnen 60 dagen na het verstrijken van de beroepstermijn, bepaald in § 3, eerste lid, als geen beroep werd ingediend, of binnen de 60 dagen na de verzending van de betekening, bepaald in § 3, derde lid, als beroep werd ingediend. Na aftrek van de administratieve geldboete en bewaringskosten wordt het eventuele overschot van de opbrengst terugbetaald. § 6. Als de administratieve geldboete al dan niet stilzwijgend vervalt, wordt de geconsigneerde administratieve geldboete of het in beslag genomen voertuig teruggegeven aan de overtreder of diens werkgever. ». Art. 35.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60quater ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60quater.Leidt de strafvervolging tot een veroordeling van de betrokkene : 1° dan wordt de geconsigneerde administratieve geldboete en in voorkomend geval de som, bedoeld in artikel 60bis, § 1, tweede lid, toegerekend op de verschuldigde gerechtskosten, op de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, op de uitgesproken geldboete en op de forfaitaire bijdrage, bedoeld in artikel 58, § 1.Het eventuele overschot wordt terugbetaald; 2° dan wordt, als het voertuig in beslag genomen werd, bij het vonnis bevolen dat de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen het voertuig moet verkopen als de geldboete, de forfaitaire bijdrage, bedoeld in artikel 58, § 1, de gerechtskosten en de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden niet betaald werden en het bewijs niet is geleverd dat de bewaringskosten niet zijn betaald binnen een termijn van veertig dagen vanaf de uitspraak van het vonnis;deze beslissing is uitvoerbaar niettegenstaande elk rechtsmiddel.
De opbrengst van de verkoop wordt toegerekend op de verschuldigde gerechtskosten, op de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, op de uitgesproken geldboete, op de forfaitaire bijdrage, bedoeld in artikel 58, § 1, en op de eventuele bewaringskosten van het voertuig. Het eventuele overschot wordt terugbetaald. ». Art. 36.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60quinquies.§ 1. In geval van vrijspraak wordt de geconsigneerde administratieve geldboete en in voorkomend geval de som, bedoeld in artikel 60bis, § 1, tweede lid, of het in beslag genomen voertuig teruggegeven. § 2. In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt de geconsigneerde administratieve geldboete en in voorkomend geval de som, bedoeld in artikel 60bis, § 1, tweede lid, toegerekend op de gerechtskosten, de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de forfaitaire bijdrage, bedoeld in artikel 58, § 1. Het eventuele overschot wordt terugbetaald.
Als het voertuig in beslag genomen werd, wordt bij het vonnis bevolen dat de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen het voertuig moet verkopen als de gerechtskosten, de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de forfaitaire bijdrage, bedoeld in artikel 58, § 1, niet betaald zijn en het bewijs niet geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn binnen een termijn van veertig dagen vanaf de uitspraak. Deze beslissing is uitvoerbaar niettegenstaande elk rechtsmiddel. De opbrengst van de verkoop wordt toegerekend op de verschuldigde gerechtskosten, op de bijdrage tot financiering van het bijzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, op de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 58, § 1, en op de eventuele bewaringskosten van het voertuig. Het eventuele overschot wordt terugbetaald. ». HOOFDSTUK V. - DAB Catering Art. 37.Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer opgericht, zoals bedoeld in artikel 140 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, met als naam « Catering », die belast wordt met de creatie en de organisatie van een integraal en kwaliteitsvol cateringaanbod binnen het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
De tegoeden, financiële schulden en vorderingen van de intendance-rekening « Restaurants-cafetaria's » worden overgedragen aan de dienst met afzonderlijk beheer.
De Vlaamse regering bepaalt de organieke regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Catering. HOOFDSTUK VI. - Successierechten Art. 38.Artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten, ingevoegd bij
decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/12/1996
pub.
12/09/1997
numac
1997035791
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997
sluiten en gewijzigd bij decreten van 8 juli 1997 en 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 60bis.§ 1. In afwijking van artikelen 48 en 482 wordt van het successierecht vrijgesteld, de nettowaarde van : a) de activa die door de erflater of zijn echtgenoot beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming;en b) de aandelen in een familiale vennootschap of vorderingen op een dergelijke vennootschap, op voorwaarde dat de onderneming of de aandelen van de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ononderbroken voor ten minste 50 procent toebehoorden aan de overledene en/of zijn echtgenoot, en dat deze spontaan in de aangifte van nalatenschap worden vermeld. Voor de berekening van de 50 procent wordt tevens rekening gehouden met de activa of de aandelen : die in het bezit zijn of waren van van ascendenten of descendenten en hun echtgenoten, of van de zijverwanten van de overledene tot en met de tweede graad; die in het bezit zijn van kinderen van vooroverleden broers en zusters van de overledene.
Fusie, splitsing, inbreng van aandelen, of andere verrichtingen in de drie jaar vóór het overlijden, waarbij de betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder werd of blijft, belet de vrijstelling niet, op voorwaarde dat de betrokkene vóór en na de verrichting aan de voorwaarden voldoet.
Voor aandelen in vennootschappen met een sociaal oogmerk (VSO) geldt de 50% eigendomsvoorwaarde niet. § 2. Onder familiale onderneming wordt verstaan : een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep, dat door de erflater en/of zijn echtgenoot, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd of uitgeoefend. § 3. Onder familiale vennootschap wordt verstaan : de vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een van de lidstaten van de Europese Unie, die : ofwel zelf beantwoordt aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8; ofwel, die aandelen en desgevallend vorderingen houdt van dochtervennootschappen die aan deze voorwaarden beantwoorden.
In dit laatste geval wordt de participatievoorwaarde op geconsolideerde basis berekend; de tewerkstellingsvoorwaarde, bedoeld in § 5, wordt echter per vennootschap berekend. § 4. Onder aandelen worden tevens begrepen : maatschappelijke rechten in vennootschappen; de certificaten van aandelen, uitgereikt door verenigingen zonder winstoogmerk of andere rechtspersonen met zetel in een van de lidstaten van de Europese Unie, ter vertegenwoordiging van aandelen van familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, op voorwaarde dat : aan elk aandeel één certificaat beantwoordt; de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder; de rechtspersoon de aandelen niet kan vervreemden zonder toestemming van de certificaathouder. § 5. De vrijstelling wordt slechts toegestaan op voorwaarde dat de onderneming of de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden, minstens vijf in het Vlaamse Gewest tewerkgestelde werknemers telt, uitgedrukt in voltijdse eenheden.
In afwijking van het eerste lid, wordt, indien de onderneming of de vennootschap in de drie jaren voorafgaand aan het overlijden 1, 2, 3 of 4 in het Vlaamse Gewest tewerkgestelde werknemers telt, uitgedrukt in voltijdse eenheden de vrijstelling toegepast op respectievelijk 20 %, 40 %, 60 % of 80 % van de nettowaarde bepaald in § 9. Deze vrijstelling wordt slechts toegekend en behouden voorzover gedurende 5 jaar na het overlijden de aandelen of de vorderingen toebehoren aan de erfgenamen die de vrijstelling genoten. Wanneer een erfgenaam in de periode van vijf jaar komt te overlijden, blijft de vrijstelling slechts behouden voorzover diens aandeel in rechte lijn of tussen echtgenoten wordt vererfd.
Het aantal tewerkgestelde werknemers wordt beoordeeld op basis van de aangiften vereist voor de sociale wetgeving. Komen niet in aanmerking de werknemers bedoeld in artikel 5 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkom …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.