Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000

Kort samengevat

Dit decreet regelt gemeenschaps- en gewestaangelegenheden en bevat bepalingen ter begeleiding van de begroting 2000, specifiek gericht op het onderwijs. Het wijzigt eerdere decreten betreffende onderwijs en universiteiten.

Wat het regelt

  • Wijzigingen in het decreet van 18 mei 1999 betreffende het onderwijs X.
  • Vaststelling van basisbedragen voor universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap vanaf begrotingsjaar 2000.
  • Vaststelling van basisbedragen 1994 van investeringskredieten voor universiteiten vanaf begrotingsjaar 2000.
  • Beperking van de verhoging van het aantal betrekkingen van zelfstandig academisch personeel.

Wie het aanbelangt

  • Universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.
  • Academisch personeel van deze universiteiten.

Kernpunten

  • Artikel III.31 van het decreet betreffende het onderwijs X treedt in werking op 1 oktober 2000.
  • Vanaf begrotingsjaar 2000 zijn specifieke basisbedragen (WAO 1995) in miljoenen franken vastgesteld voor diverse universiteiten, zoals 7004,3 voor de Katholieke Universiteit Leuven en 4917,1 voor de Universiteit Gent.
  • Vanaf begrotingsjaar 2000 zijn de basisbedragen 1994 van de investeringskredieten voor universiteiten vastgesteld, bijvoorbeeld 321,0 miljoen frank voor de Katholieke Universiteit Leuven.
  • Indien het aantal voltijdse betrekkingen van zelfstandig academisch personeel meer dan 63% van het totaal aantal plaatsen in de formatie bedraagt, mag dit percentage niet meer worden verhoogd tot 1 oktober 2000.
Wettekst
Wettekst
Obsah (8)§ 1§ 2§ 6§ 3§ 5§ 9§ 10§ 4

22 DECEMBER 1999. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000 (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen A

artikel III.62, 7°, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende het onderwijs X wordt de verwijzing naar « III.31 » geschrapt. § 2. Aan artikel III.62 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende onderwijs X wordt « 13° » toegevoegd dat luidt als volgt : « 13° Artikel III.31 treedt

werking op 1 oktober 2000 ». Art. 3.Aan artikel 130, § 6, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten

de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 2000 bedraagt het basisbedrag (WAO 1995) uitgedrukt

miljoenen franken : 1° voor de Katholieke Universiteit Leuven : 7004,3 2° voor de Vrije Universiteit Brussel : 2346,4 3° voor de Universiteit Antwerpen : a) Universitair Centrum Antwerpen : 758,0 b) Universitaire

stelling Antwerpen : 959,7 e) Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen : 770,0 4° voor het Limburgs Universitair Centrum : 626,0 5° voor de Katholieke Universiteit Brussel : 179,4 6° voor de Universiteit Gent : 4917,1 ». Art. 4.

artikel 136, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten, wordt het bedrag « 326,7 » vervangen door het bedrag « 326,5 » en wordt het bedrag « 119,7 » vervangen door het bedrag « 119,6 ». Art. 5.Aan artikel 140, § 3, van hetzelfde decreet, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 2000 wordt het basisbedrag 1994 van de

vesteringskredieten van de universiteiten vastgesteld als volgt, uitgedrukt

miljoenen franken 1° voor de Katholieke Universiteit Leuven : 321,0 2° voor de Vrije Universiteit Brussel : 100,8 3° voor de Universiteit Antwerpen : a) Universitair Centrum Antwerpen : 24,5 b) Universitaire

stelling Antwerpen : 38,7 c) Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen : 23,8 4° voor het Limburgs Universitair Centrum : 19,3 5° voor de Katholieke Universiteit Brussel : 5,5 6° voor de Universiteit Gent : 193,1 ». Art. 6.

artikel 159 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij artikel III.35 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende onderwijs X, wordt na het eerste lid een nieuw lid

gevoegd, dat luidt als volgt : «

dien het aantal betrekkingen van het zelfstandig academisch personeel,

voltijdse betrekkingen uitgedrukt, meer dan 63 % van het totaal aantal plaatsen

de formatie van het academisch personeel bedraagt, mag dit percentage niet meer worden verhoogd tot 01 oktober 2000. Dit artikel treedt

werking op de dag van de bekendmaking van het decreet van 22 december 1999 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000.». Art. 7.

artikel 160, vierde lid, van hetzelfde decreet,

gevoegd door het artikel III.36 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten, worden de woorden « begrotingsjaar 2000 » vervangen door « begrotingsjaar 2001 ». Art. 8.Artikel 181bis, § 1, van hetzelfde decreet,

gevoegd door artikel III.42 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « § 1. Het universiteitsbestuur kan éénmalig op 01 oktober 2000 onderzoekers

vast dienstverband van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) rangschikken

één van de graden van het zelfstandig academisch personeel van de universiteit.

afwijking van het bepaalde

de artikelen 88 en 90 doet het universiteitsbestuur daartoe aan de betrokkenen een benoemingsvoorstel met vermelding van de graad waarin de betrokkene kan gerangschikt worden en de opdracht van de betrokkene. ». Afdeling 2. - Hogescholen Art. 9.

artikel 178, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen, gewijzigd bij decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « 1999 gelijk aan 19.396,1 miljoen frank » worden vervangen door de woorden « 2000 gelijk aan 19.777,8 miljoen frank »; 2° de woorden «

1999 met 100 miljoen » worden geschrapt. Art. 10.

artikel 196 van hetzelfde decreet wordt § 2, gewijzigd bij decreet van 19 april 1995, vervangen door wat volgt : « § 2. De

vesteringsmiddelen bedragen voor het begrotingsjaar 2000 : 1° voor de Vlaamse Autonome Hogescholen : 281,1 miljoen frank;2° voor de gesubsidieerde officiële hogescholen : 79,4 miljoen frank;3° voor de gesubsidieerde vrije hogescholen : 496,5 miljoen frank. Vanaf het begrotingsjaar 2001 worden deze bedragen aangepast met de voor het begrotingsdecreet gehanteerde aanpassingsfactor voor de

vesteringssubsidies. ». Art. 11.Artikel 197 van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 197.Deze

vesteringsmiddelen dragen uitsluitend bij tot de dekking van de uitgaven voor de aankoop van gebouwen, voor de gehele of gedeeltelijke nieuwbouw of verbouwing, voor de voorafgaande afbraakwerken, voor de omgevingswerken, voor de eerste uitrusting, voor de aankoop van gronden, voor de aankoop van didactische en wetenschappelijke apparatuur bestemd voor het onderwijs, voor de onroerende

vesteringen m.b.t. de sociale voorzieningen en tot dekking van de kapitaal- en

trestlasten voortspruitend uit leningen ten behoeve van de

vesteringsuitgaven. ». Art. 12.

artikel 206 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Er wordt

de schoot van de DIGO een college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen opgericht. Dit college is samengesteld uit de

functie zijnde algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen. Het is belast met de vaststelling van de criteria voor de verdeling, en de toewijzing per hogeschool van de machtigingen voor

vesteringen. »; 2° Een § 3 en een § 4 worden toegevoegd, die luiden als volgt : « § 3.De

§ 1

bedoelde middelen worden voor de gesubsidieerde hogescholen beheerd door DIGO, bedoeld

hoofdstuk II, afdeling 2 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving overeenkomstig de beslissingen van het college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen. Het college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen stelt bij gewone meerderheid van de totaal uitgebrachte stemmen een huishoudelijk reglement op en legt dit ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse regering. Dit huishoudelijk reglement bepaalt eveneens de criteria tot verdeling van de

vesteringsmiddelen, hierbij rekening houdend met de

het verleden toegekende middelen. § 4. De commissaris-coördinator oefent toezicht uit, overeenkomstig afdeling 2, hoofdstuk V van titel IV van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen

de Vlaamse Gemeenschap, op de beslissingen bedoeld

§ 2

en § 3 van het college van algemeen directeurs van de gesubsidieerde hogescholen. ». Art. 13.

artikel 209, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het bedrag « 4500 » wordt vervangen door het bedrag « 5000 »;2° het jaartal « 2000 » wordt vervangen door het jaartal « 2001 »;3° het jaartal « 1999 » wordt vervangen door het jaartal « 2000 »;4° De noemer « I99 » wordt vervangen door de noemer « I00 ». Art. 14.Artikel 346 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 15.Hoofdstuk VI

vesteringskredieten voor de hogescholen, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende het onderwijs X, tot wijziging van titel IV, hoofdstuk II, afdeling 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen

de Vlaamse Gemeenschap, wordt

getrokken. Afdeling 3. - Projecten Hoger Kunstonderwijs - Hogere

stituten voor Schone Kunsten Art. 16.Artikel 340ter, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen

de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « § 1. De Vlaamse regering draagt jaarlijks bij

de financiering van uitzonderlijke projecten

het kader van het hoger kunstonderwijs. Het totale bedrag van deze bijdragen, wordt vastgesteld op 35,0 miljoen frank voor het begrotingsjaar 2000. Dit bedrag wordt vanaf 2001 jaarlijks op de volgende wijze aangepast : 0,8 x (Ln/L00) + 0,2 x (Cn/C00); waarbij : 1° Ln/L00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde

dex van de eenheidsloonkosten op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de

dex van de eenheidsloonkosten op het einde van het begrotingsjaar 2000;2° Cn/C00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde

dex van de consumptieprijzen op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de

dex van de consumptieprijzen op het einde van het begrotingsjaar 2000.». Art. 17.

artikelen 340ter, § 2, en 340quater van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, worden de woorden « of

stituut » geschrapt. Art. 18.Artikel 340sexies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, wordt opgeheven. Art. 19.

titel VII van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIter

gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IIter. - Hoger

stituten voor schone kunsten Artikel 340sexies.Voor de organisatie van posthogeschoolvormingen

zake de opleidingen van de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst en muziek en dramatische kunst kunnen hogere

stituten voor schone kunsten worden opgericht die de posthogeschoolvorming bekrachtigen met de titel van « Laureaat van het Hoger

stituut voor Kunst ». Deze laureaatsvorming heeft tot doel aan afgestudeerden uit de betrokken sectoren en aan jonge kunstenaars de mogelijkheid te bieden hun artistiek talent verder te ontplooien. Om voor subsidiëring

aanmerking te komen, moeten de hogere

stituten voor kunst voldoen aan volgende voorwaarden : 1° ze worden beheerd door een vereniging zonder winstgevend doel, hierna vzw genoemd, die met betrekking tot posthogeschoolvorming optreedt als overkoepelende

stantie voor alle hogescholen die

de betrokken sector de opleiding organiseren;2° ze onderwerpen zich aan de controle van de commissarissen van de Vlaamse regering bij de hogescholen op de wijze zoals bepaald

titel IV, hoofdstuk V van dit decreet;3° ze dienen een begroting

, voeren een volledige boekhouding, leggen een jaarrekening voor op de wijze zoals bepaald door de Vlaamse regering;4° ze leggen ieder jaar een concrete omschrijving van de doelstellingen en een meerjarenraming voor aan de

artikel 340quinquies bedoelde commissie;5° ze dienen vóór 31 mei bij dezelfde commissie een jaarverslag

. Het jaarverslag bevat ten minste een overzicht van de doelmatige aanwending van de overheidsbijdrage. Artikel 340septies.De Vlaamse regering kan bijdragen

de financiering van de organisatie van de laureaatsvorming,

de vorm van een jaarlijkse toelage. Het totale bedrag van de toelage wordt vastgesteld op 55,0 miljoen frank. Dit bedrag wordt vanaf 2001 jaarlijks op de volgende wijze aangepast : 0,8 x (Ln/L00) + 0,2 x (Cn/C00) waarbij : 1° Ln/L00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde

dex van de eenheidsloonkosten op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de

dex van de eenheidsloonkosten op het einde van het begrotingsjaar 2000;2° Cn/C00 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde

dex van de consumptieprijzen op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de

dex van de consumptieprijzen op het einde van het begrotingsjaar 2000. Artikel 340octies.De hogere

stituten voor schone kunsten kunnen akkoorden afsluiten met hogescholen, met universiteiten en met andere openbare en privé-

stellingen. De overeenkomst vermeldt ten minste de voorwaarden van samenwerking en de financiële vergoeding die

voorkomend geval voor de dienstverlening zal worden betaald. Ze kunnen alleen personeel bij arbeidsovereenkomst aanwerven. Bij een overeenkomst die gesloten is tussen een hoger

stituut en een hogeschool kan een personeelslid van een hogeschool met zijn

stemming belast worden met een opdracht. Het personeelslid blijft juridisch en administratief behoren tot zijn hogeschool en bevindt zich gedurende deze opdracht

de administratieve stand dienstactiviteit. De overeenkomst bepaalt de termijn van de opdracht en de financiële vergoeding die door het hoger

stituut aan de hogeschool waartoe het personeelslid behoort, wordt betaald. ». Art. 20.De artikelen 16 tot en met 19 hebben uitwerking met

gang van 1 september

  1. Afdeling
  2. - Fonds

schrijvingsgelden. - Deeltijds Kunstonderwijs Art. 21.§ 1. Er wordt een fonds «

schrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs » opgericht, hierna het Fonds te noemen. § 2. Het Fonds is een begrotingsfonds

de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 17 juli 1991. § 3. Aan het Fonds wordt een deel van de

schrijvingsgelden van het Deeltijds Kunstonderwijs toegewezen; 1° voor het schooljaar 2000-2001 wordt 1000 frank, vermeerderd met de geldende

dexcoëfficiënten, van het

schrijvingsgeld van de volwassen cursisten (+ 18 jaar) toegewezen aan het Fonds;2° vanaf het schooljaar 2001-2002 wordt 1500 frank, vermeerderd met de geldende

dexcoëfficiënten, van het

schrijvingsgeld van de volwassen cursisten (+18 jaar) toegewezen aan het Fonds. De

schrijvingsgelden van het Deeltijds Kunstonderwijs worden vastgelegd krachtens artikelen 2, § 2, en 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1993 tot vaststelling van het

schrijvingsgeld

het Deeltijds Kunstonderwijs, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999, en krachtens artikel 17 van het decreet van 8 juli 1997 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997. § 4. De middelen van het Fonds moeten aangewend worden voor uitgaven met betrekking tot de betaling van salarissen en salarissubsidies

het Deeltijds Kunstonderwijs. §

  1. De boekhoudkundige verwerking van de verrichtingen gebeurt voor elk onderwijsnet afzonderlijk. §
  2. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het Fonds. Afdeling
  3. - Sommige

stellingen van openbaar nut - voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk dienstverlening Art. 22.

artikel 15, § 1, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening wordt het bedrag « 39,1 » vervangen door het bedrag « 51,6 ». Art. 23.

artikel 16, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden « artikel 169bis » vervangen door de woorden « artikel 169bis § 1, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende het onderwijs X ». Afdeling 6. - Basisonderwijs Art. 24.

artikel 82bis, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Het globale werkingsbudget van het gefinancierd en het gesubsidieerd basisonderwijs wordt gefaseerd verhoogd met 3,502 miljard frank als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 25.

artikel 82bis, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de aanhef vervangen door wat volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 2007 wordt het bedrag van 3,502 miljard frank vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënten A3 en A4, als volgt berekend : ». Afdeling 7. - Navormingsprojecten Art. 26.Artikel 16 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 18 december 1992, wordt opgeheven met

gang van 30 juni 2000. Art. 27.Aan het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding en de nascholing, wordt een artikel 59 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 59.De betaling en de aanwending van de kredieten en gelden bestemd voor navormingsactiviteiten, georganiseerd vóór 1 september 1999 met toepassing van de artikelen 75 tot en met 84 van het decreet van 5 juli 1989, opgeheven door artikel 58, § 1, dient te gebeuren uiterlijk op 30 juni 2000 op basis van de na de beëindiging van de navormingsactiviteiten

gediende eindafrekeningen. Hiertoe kunnen de kredieten voor het Fonds voor Navorming, bedoeld

artikel 16 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 18 december 1992, worden aangewend. ». Afdeling 8. - Gemeenschapsonderwijs Art. 28.Bij het centrale niveau van het Gemeenschapsonderwijs gebeurt de registratie van de vastleggingen van de kleine

frastructuurwerken en wordt, op voorstel van de scholengroepen, de bepaling gedaan van de betalingskredieten per scholengroep. HOOFDSTUK III. - Jeugdwerkbeleid Art. 29.

artikel 6, § 2, van het decreet van 9 juni 1993 houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie

zake het voeren van een jeugdwerkbeleid, gewijzigd bij decreten van 22 november 1995, 20 december 1996 en 12 mei 1998, worden de woorden « 5 procent van het krediet » vervangen door de woorden « 6 procent van het krediet ». HOOFDSTUK IV. - Schade aan het wegdek wegens gewichtsoverschrijding Art. 30.Aan artikel 56 van het decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt : « De houders van een vergunning voor uitzonderlijk vervoer, bedoeld

artikel 48 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer vallen niet onder deze verbodsbepaling mits voorafgaande betaling van een forfaitaire bijdrage aan het fonds, genoemd

artikel 58, § 1. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden van deze bijdragen. Deze forfaitaire bijdrage mag niet meer bedragen dan de minimum geldboete bij overbelasting met meer dan 20 %, bepaald

artikel 57. ». Art. 31.

artikel 59 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

worden tussen de woorden « is gelijk aan de minimum geldboete » en de woorden « zoals bepaald

artikel 57 », de woorden « overeenkomstig het overbelastingspercentage »

gevoegd;2° aan § 3, derde lid, wordt de volgende zin toegevoegd : « Als de administratieve geldboete onmiddellijk werd geïnd, dan wordt deze terugbetaald »;3°

§ 6

wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De

§ 1

en § 4 bedoelde bevoegde personen kunnen de administratieve geldboete onmiddellijk

nen met

stemming van de overtreder.Deze sommen worden

consignatie gegeven. De nadere regels

zake onmiddellijke

ning en de consignatie van de administratieve geldboete worden vastgesteld door de Vlaamse regering. »; 4°

§ 6wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 32.

artikel 60 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Als de overtreder of zijn werkgever een woonplaats of vaste verblijfplaats

België heeft, de administratieve geldboete niet onmiddellijk werd geïnd en het opleggen van deze geldboete overeenkomstig het bepaalde

het vorige artikel mogelijk is, geeft de aangewezen ambtenaar de overtreder of de werkgever hiervan kennis door middel van een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs. »; 2°

§ 2

wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid

gevoegd : « Binnen 15 dagen na de verzending van de kennisgeving, bedoeld

vorig lid, bevestigt de overtreder of zijn werkgever zijn aanwezigheid of vertegenwoordiging op de hoorzitting.Deze bevestiging wordt gericht aan het adres vermeld

de kennisgeving. Bij gebrek aan tijdige bevestiging wordt de overtreder of zijn werkgever geacht te verzaken aan zijn recht om gehoord te worden. »; 3°

§ 2

, tweede lid, wordt het woord « vijftien » vervangen door het woord « dertig » en worden tussen de woorden « mag zich laten bijstaan » en de woorden « door een raadsman » de woorden « of vertegenwoordigen »

gevoegd;4°

§ 2

, derde lid, worden tussen de woorden « na de hoorzitting » en de woorden « neemt de aangewezen ambtenaar » de woorden « ongeacht of de overtreder, de werkgever of de vertegenwoordigende raadsman deze al dan niet hebben bijgewoond, »

gevoegd;5°

§ 2

wordt het vierde lid opgeheven;6°

§ 3

, tweede lid, worden tussen de woorden « deelt de Vlaamse regering » en de woorden « aan de overtreder » de woorden « of de ambtenaar aangewezen overeenkomstig het vierde lid van deze paragraaf

gevoegd »;7°

§ 3

wordt het derde lid vervangen door wat volgt : «

dien geen beslissing van de Vlaamse regering is ter kennis gebracht van de overtreder of de werkgever binnen de termijn van drie maanden nadat het beroep is

gesteld, dan vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend.»; 8°

§ 3

, vierde lid, worden volgende zinnen toegevoegd : « De Vlaamse regering kan een of meerdere ambtenaren aanwijzen die de overtreder, de werkgever of de raadsman zullen horen.Ze hebben een hogere rang dan de ter uitvoering van artikel 59, § 1, aangewezen ambtenaren. »; 9°

§ 3

, vijfde lid, wordt tussen de eerste en de tweede zin de volgende zin

gevoegd : «

dat geval is het beroep slechts ontvankelijk nadat het bewijs is geleverd dat deze vergoeding werd betaald.». Art. 33.

hetzelfde decreet wordt een artikel 60bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60bis.§ 1. Als de overtreder of zijn werkgever geen woonplaats of vaste verblijfplaats heeft

België, wordt de administratieve geldboete verplicht onmiddellijk geïnd. Met betrekking tot de toepassing van artikel 60ter, § 2, en volgende kiest de overtreder of diens werkgever woonplaats

België. Bij gebrek aan woonplaatskeuze binnen 60 dagen vanaf de vaststelling van de

breuk verzaakt de overtreder of diens werkgever aan de hoorzitting en de beroepsmogelijkheid bepaald

artikel 60 ter, § 2 en volgende. Bovendien moet door de overtreder een som

consignatie worden gegeven, bestemd om de eventuele geldboete en de forfaitaire bijdrage bedoeld

artikel 58, § 1, te dekken. Het bedrag van deze som evenals de nadere regels

zake

ning en consignatie worden bepaald door de Vlaamse regering. § 2. Het door de overtreder bestuurde voertuig wordt op zijn kosten en risico

gehouden tot de sommen, bepaald

§ 1

,

consignatie gegeven zijn en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn. Als de bovengenoemde sommen binnen een termijn van zesennegentig uren te rekenen vanaf de vaststelling van de overtreding niet

consignatie gegeven zijn, mag de

beslagneming van het voertuig bevolen worden door het openbaar ministerie. Een bericht van

beslagneming wordt binnen twee werkdagen naar de overtreder of zijn werkgever en de eigenaar van het voertuig gestuurd. Het risico en de kosten voor het voertuig blijven tijdens de duur van het beslag ten laste van de overtreder of diens werkgever. Het beslag wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd werd dat de sommen, bepaald

§ 1

,

consignatie gegeven zijn en de eventuele bewaringskosten van het voertuig werden betaald. ». Art. 34.

hetzelfde decreet wordt een artikel 60ter

gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60ter.§ 1. Als het openbaar ministerie beslist geen vervolging

te stellen of als de strafvordering vervallen of verjaard is, wordt de geconsigneerde administratieve geldboete vrijgegeven ten bate van het fonds, genoemd

artikel 58, § 1. Als de overtreder of zijn werkgever geen woonplaats of vaste verblijfplaats

België heeft, wordt de som bepaald

artikel 60bis, § 1, tweede lid, teruggegeven. § 2. Als evenwel de overtreder of diens werkgever overeenkomstig artikel 60bis, § 1, eerste lid, een woonplaats heeft gekozen

België, beslist de aangewezen ambtenaar over de vrijgave van de geconsigneerde administratieve geldboete ten bate van het fonds, genoemd

artikel 58, § 1, na de overtreder of diens werkgever te hebben gehoord. Dag, uur en plaats van de hoorzitting worden per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs ter kennis gebracht aan de overtreder of diens werkgever, op de gekozen woonplaats

België. De hoorzitting mag op zijn vroegst 60 dagen na de verzending van de kennisgeving, bepaald

vorig lid plaatsvinden. De kennisgeving vermeldt ten slotte de plaats waar en de periode waarin het dossier kan worden

gezien. Het dossier ligt ter

zage ten minste 20 dagen voor de zitting. De overtreder of diens werkgever kan op de hoorzitting een nota

dienen. Hij mag zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt. Binnen 30 dagen na de verzending van de kennisgeving, bepaald

het tweede lid, bevestigt de overtreder of diens werkgever zijn aanwezigheid of vertegenwoordiging op de hoorzitting. Deze bevestiging wordt gericht aan het adres vermeld

de kennisgeving. Bij gebrek aan tijdige bevestiging wordt de overtreder of diens werkgever geacht te verzaken aan zijn recht om gehoord te worden. Na de hoorzitting, ongeacht of de overtreder, de werkgever of een vertegenwoordigende raadsman deze al dan niet hebben bijgewoond, neemt de aangewezen ambtenaar de zaak onmiddellijk

beraad. De beslissing wordt met redenen omkleed. De aangewezen ambtenaar deelt zijn beslissing mee aan de overtreder of diens werkgever binnen 30 dagen na de datum van de hoorzitting per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs gericht aan de gekozen woonplaats

België, zoniet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend. § 3. Binnen 60 dagen na de verzending van de beslissing van de aangewezen ambtenaar, kan de overtreder of de werkgever per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs

beroep gaan bij de Vlaamse regering. Het beroep schorst de bestreden beslissing. Binnen 30 dagen na het

stellen van het beroep, deelt de Vlaamse regering of de ambtenaar aangewezen, overeenkomstig het vierde lid, aan de overtreder of diens werkgever, plaats en uur mee waarop een hoorzitting zal plaatsvinden waarop de overtreder of diens werkgever zal worden gehoord. De Vlaamse regering deelt haar beslissing per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs mee aan de overtreder of diens werkgever op de gekozen woonplaats

België, binnen 90 dagen na de datum van de hoorzitting, ongeacht of de overtreder, zijn werkgever of een vertegenwoordigende raadsman deze al dan niet hebben bijgewoond, zoniet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend. De procedure, bepaald

§ 2

, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de hoorzitting

het kader van het beroep. De Vlaamse regering kan een of meer ambtenaren aanwijzen die de overtreder, de werkgever of de raadsman zullen horen. Ze hebben een hogere rang dan de ter uitvoering van artikel 59, § 1, aangewezen ambtenaren. § 4. De Vlaamse regering kan een vergoeding voor dossierkosten vaststellen voor de beroepsprocedure.

dat geval is het beroep slechts ontvankelijk nadat het bewijs is geleverd dat deze vergoeding werd betaald. Deze vergoeding zal steeds aan de overtreder of zijn werkgever worden terugbetaald als de administratieve boete komt te vervallen na het

stellen van het beroep. § 5. Als de administratieve geldboete definitief wordt opgelegd, wordt de geconsigneerde administratieve geldboete vrijgegeven ten bate van het fonds, genoemd

artikel 58, § 1. Als het voertuig

beslag genomen werd, wordt de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen gelast met de verkoop van het voertuig als de administratieve geldboete en de bewaringskosten niet betaald werden binnen 60 dagen na het verstrijken van de beroepstermijn, bepaald

§ 3

, eerste lid, als geen beroep werd

gediend, of binnen de 60 dagen na de verzending van de betekening, bepaald

§ 3

, derde lid, als beroep werd

gediend. Na aftrek van de administratieve geldboete en bewaringskosten wordt het eventuele overschot van de opbrengst terugbetaald. § 6. Als de administratieve geldboete al dan niet stilzwijgend vervalt, wordt de geconsigneerde administratieve geldboete of het

beslag genomen voertuig teruggegeven aan de overtreder of diens werkgever. ». Art. 35.

hetzelfde decreet wordt een artikel 60quater

gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60quater.Leidt de strafvervolging tot een veroordeling van de betrokkene : 1° dan wordt de geconsigneerde administratieve geldboete en

voorkomend geval de som, bedoeld

artikel 60bis, § 1, tweede lid, toegerekend op de verschuldigde gerechtskosten, op de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, op de uitgesproken geldboete en op de forfaitaire bijdrage, bedoeld

artikel 58, § 1.Het eventuele overschot wordt terugbetaald; 2° dan wordt, als het voertuig

beslag genomen werd, bij het vonnis bevolen dat de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen het voertuig moet verkopen als de geldboete, de forfaitaire bijdrage, bedoeld

artikel 58, § 1, de gerechtskosten en de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden niet betaald werden en het bewijs niet is geleverd dat de bewaringskosten niet zijn betaald binnen een termijn van veertig dagen vanaf de uitspraak van het vonnis;deze beslissing is uitvoerbaar niettegenstaande elk rechtsmiddel. De opbrengst van de verkoop wordt toegerekend op de verschuldigde gerechtskosten, op de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, op de uitgesproken geldboete, op de forfaitaire bijdrage, bedoeld

artikel 58, § 1, en op de eventuele bewaringskosten van het voertuig. Het eventuele overschot wordt terugbetaald. ». Art. 36.

hetzelfde decreet wordt een artikel 60quinquies

gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 60quinquies.§ 1.

geval van vrijspraak wordt de geconsigneerde administratieve geldboete en

voorkomend geval de som, bedoeld

artikel 60bis, § 1, tweede lid, of het

beslag genomen voertuig teruggegeven. § 2.

geval van voorwaardelijke veroordeling wordt de geconsigneerde administratieve geldboete en

voorkomend geval de som, bedoeld

artikel 60bis, § 1, tweede lid, toegerekend op de gerechtskosten, de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de forfaitaire bijdrage, bedoeld

artikel 58, § 1. Het eventuele overschot wordt terugbetaald. Als het voertuig

beslag genomen werd, wordt bij het vonnis bevolen dat de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen het voertuig moet verkopen als de gerechtskosten, de bijdrage tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de forfaitaire bijdrage, bedoeld

artikel 58, § 1, niet betaald zijn en het bewijs niet geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn binnen een termijn van veertig dagen vanaf de uitspraak. Deze beslissing is uitvoerbaar niettegenstaande elk rechtsmiddel. De opbrengst van de verkoop wordt toegerekend op de verschuldigde gerechtskosten, op de bijdrage tot financiering van het bijzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, op de forfaitaire bijdrage bedoeld

artikel 58, § 1, en op de eventuele bewaringskosten van het voertuig. Het eventuele overschot wordt terugbetaald. ». HOOFDSTUK V. - DAB Catering Art. 37.Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer opgericht, zoals bedoeld

artikel 140 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, met als naam « Catering », die belast wordt met de creatie en de organisatie van een

tegraal en kwaliteitsvol cateringaanbod binnen het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De tegoeden, financiële schulden en vorderingen van de

tendance-rekening « Restaurants-cafetaria's » worden overgedragen aan de dienst met afzonderlijk beheer. De Vlaamse regering bepaalt de organieke regels die van toepassing zijn op het financieel en materieel beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Catering. HOOFDSTUK VI. - Successierechten Art. 38.Artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten,

gevoegd bij decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/1996 pub. 12/09/1997 numac 1997035791 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en gewijzigd bij decreten van 8 juli 1997 en 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 60bis.§ 1.

afwijking van artikelen 48 en 482 wordt van het successierecht vrijgesteld, de nettowaarde van : a) de activa die door de erflater of zijn echtgenoot beroepsmatig zijn geïnvesteerd

een familiale onderneming;en b) de aandelen

een familiale vennootschap of vorderingen op een dergelijke vennootschap, op voorwaarde dat de onderneming of de aandelen van de vennootschap

de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ononderbroken voor ten minste 50 procent toebehoorden aan de overledene en/of zijn echtgenoot, en dat deze spontaan

de aangifte van nalatenschap worden vermeld. Voor de berekening van de 50 procent wordt tevens rekening gehouden met de activa of de aandelen : die

het bezit zijn of waren van van ascendenten of descendenten en hun echtgenoten, of van de zijverwanten van de overledene tot en met de tweede graad; die

het bezit zijn van kinderen van vooroverleden broers en zusters van de overledene. Fusie, splitsing,

breng van aandelen, of andere verrichtingen

de drie jaar vóór het overlijden, waarbij de betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder werd of blijft, belet de vrijstelling niet, op voorwaarde dat de betrokkene vóór en na de verrichting aan de voorwaarden voldoet. Voor aandelen

vennootschappen met een sociaal oogmerk (VSO) geldt de 50% eigendomsvoorwaarde niet. §

  1. Onder familiale onderneming wordt verstaan : een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep, dat door de erflater en/of zijn echtgenoot, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd of uitgeoefend. §
  2. Onder familiale vennootschap wordt verstaan : de vennootschap met zetel van werkelijke leiding

een van de lidstaten van de Europese Unie, die : ofwel zelf beantwoordt aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8; ofwel, die aandelen en desgevallend vorderingen houdt van dochtervennootschappen die aan deze voorwaarden beantwoorden.

dit laatste geval wordt de participatievoorwaarde op geconsolideerde basis berekend; de tewerkstellingsvoorwaarde, bedoeld

§ 5, wordt echter per vennootschap berekend.

§ 4. Onder aandelen worden tevens begrepen : maatschappelijke rechten

vennootschappen; de certificaten van aandelen, uitgereikt door verenigingen zonder winstoogmerk of andere rechtspersonen met zetel

een van de lidstaten van de Europese Unie, ter vertegenwoordiging van aandelen van familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, op voorwaarde dat : aan elk aandeel één certificaat beantwoordt; de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder; de rechtspersoon de aandelen niet kan vervreemden zonder toestemming van de certificaathouder. § 5. De vrijstelling wordt slechts toegestaan op voorwaarde dat de onderneming of de vennootschap

de drie jaar voorafgaand aan het overlijden, minstens vijf

het Vlaamse Gewest tewerkgestelde werknemers telt, uitgedrukt

voltijdse eenheden.

afwijking van het eerste lid, wordt,

dien de onderneming of de vennootschap

de drie jaren voorafgaand aan het overlijden 1, 2, 3 of 4

het Vlaamse Gewest tewerkgestelde werknemers telt, uitgedrukt

voltijdse eenheden de vrijstelling toegepast op respectievelijk 20 %, 40 %, 60 % of 80 % van de nettowaarde bepaald

§ 9

. Deze vrijstelling wordt slechts toegekend en behouden voorzover gedurende 5 jaar na het overlijden de aandelen of de vorderingen toebehoren aan de erfgenamen die de vrijstelling genoten. Wanneer een erfgenaam

de periode van vijf jaar komt te overlijden, blijft de vrijstelling slechts behouden voorzover diens aandeel

rechte lijn of tussen echtgenoten wordt vererfd. Het aantal tewerkgestelde werknemers wordt beoordeeld op basis van de aangiften vereist voor de sociale wetgeving. Komen niet

aanmerking de werknemers bedoeld

artikel 5 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten. De vrijstelling wordt slechts behouden

dien het aantal

het Vlaamse Gewest tewerkgestelde personeelsleden, uitgedrukt

voltijdse eenheden, de eerste vijf jaar na het overlijden jaar na jaar behouden blijft.

dien en

de mate dat de tewerkstelling uitgedrukt

voltijdse eenheden

een van de vijfjaren na het overlijden lager zou zijn, is de belasting tegen het normale tarief evenredig verschuldigd.

afwijking van het vorig lid blijft de vrijstelling voorlopig volledig behouden, tijdens genoemde periode van vijf jaar,

dien het voortschrijdende gemiddelde aantal

het Vlaamse Gewest tewerkgestelde personeelsleden, uitgedrukt

voltijdse eenheden, berekend op het einde van elk van de eerste vijf jaar na het overlijden, tenminste gelijk is aan 50 procent van het aantal personeelsleden, uitgedrukt

voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden.

dien en

de mate dat de tewerkstelling uitgedrukt

voltijdse eenheden na verloop van de termijn van vijf jaar lager is dan het aantal personeelsleden uitgedrukt

voltijdse eenheden, op het ogenblik van het overlijden, is de belasting tegen het normale tarief verschuldigd. § 6. De activa die bijkomend belegd werden

de onderneming

de laatste drie jaar voor het overlijden, komen voor de vrijstelling niet

aanmerking, tenzij de bijkomende belegging van deze activa beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Kapitaalverhogingen of bijkomende leningen, die

de laatste drie jaar voor het overlijden werden volgestort of toegestaan, komen voor de vrijstelling niet

aanmerking, tenzij deze beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften. § 7.

dien het belegd vermogen of het kapitaal en de vorderingen bedoeld

§ 1

dalen door uitkeringen of terugbetalingen

de vijf jaar na het overlijden wordt het normaal tarief evenredig verschuldigd. § 8. De onderneming of de vennootschap komt slechts voor de vrijstelling

aanmerking voor zover de onderneming of de vennootschap een jaarrekening opmaakt overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van ondernemingen, welke tevens aangewend werd ter verantwoording van de aangifte

de

komstenbelasting, gedurende een periode van drie jaar voor en vijf jaar na het overlijden. Ondernemingen of vennootschappen waarvan de maatschappelijke zetel gelegen is buiten het Vlaamse Gewest moeten een jaarrekening opmaken overeenkomstig de geldende wetgeving van de plaats waar de maatschappelijke zetel gevestigd is. § 9. Onder nettowaarde wordt verstaan de waarde van de activa of aandelen verminderd met de schulden, behalve die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.

geval een vennootschap overeenkomstig § 3 als een familiale vennootschap wordt beschouwd op grond van het feit dat zij aandelen en desgevallend vorderingen houdt van een of meer dochtervennootschappen die aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8 beantwoorden, wordt de nettowaarde van de aandelen van en de vorderingen op de vennootschap beperkt tot de som van de waarden van de aandelen van en desgevallend vorderingen op de dochtervennootschappen die aan de voornoemde voorwaarden beantwoorden.

de mate dat de waarden van de aandelen van en desgevallend vorderingen op deze dochtervennootschappen slechts gedeeltelijk

aanmerking kunnen worden genomen volgens § 5, tweede lid, van dit artikel, wordt de nettowaarde overeenkomstig beperkt. § 10. Op straffe van verval is artikel 60bis slechts toepasselijk voorzover de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1°

de aangifte wordt uitdrukkelijk om de toepassing van artikel 60bis verzocht;2° het door het Vlaamse Gewest uitgereikte attest waaruit blijkt dat aan de door dit artikel gestelde voorwaarden, op het vlak van tewerkstelling en kapitaal, is voldaan, is bij de aangifte gevoegd.

dien dit attest niet wordt

gediend voordat de rechten opeisbaar zijn, moeten deze, tegen het normale tarief berekend, binnen de wettelijke termijn betaald worden, behoudens teruggave, overeenkomstig het bepaalde

artikel 135, 8°; 3°

de aangifte wordt

een afzonderlijke rubriek vermeld voor welke activa of aandelen de toepassing van artikel 60bis wordt gevraagd. § 11. De erfgenamen die wensen het voordeel te genieten van artikel 60bis richten bij aangetekend schrijven een verzoek tot het bekomen van het

§ 10bedoelde attest aan de Vlaamse regering.

Dit verzoek is vergezeld van alle bewijskrachtige gegevens waaruit blijkt dat voldaan is aan die gestelde voorwaarden. De Vlaamse regering bepaalt de nadere voorwaarden en modaliteiten waaronder een attest, bedoeld

§ 10

, aangevraagd en verstrekt wordt.

dien bijkomende rechten verschuldigd worden, tengevolge van het niet langer vervullen van de voorwaarden vermeld

dit artikel, dienen de erfgenamen, legatarissen of begiftigden dit te melden bij wijze van aanvullende aangifte, binnen de vijf maanden nadat de verschuldigdheid definitief is komen vast te staan. Zij die de vrijstelling als bedoeld

dit artikel genoten hebben moeten, na verloop van een termijn van vijf jaar na het overlijden, aantonen dat de voorwaarden gesteld voor het behoud van het voordeel, vervuld zijn. De Vlaamse regering bepaalt de nadere voorwaarden en modaliteiten met betrekking tot deze meldingsplicht. Bij niet-naleving van de meldingsplicht zoals bedoeld hiervoor worden de rechten geacht verschuldigd te zijn berekend tegen het gewoon tarief, zonder toepassing van dit artikel. § 12. Het Vlaamse Gewest levert aan de bevoegde ontvanger,

de periode van vijf jaar na het overlijden, een nieuw attest af, elke keer dat de voorwaarden waaronder de vrijstelling werd bekomen wijzigingen ondergaan waardoor de vrijstelling geheel of gedeeltelijk vervalt. ». HOOFDSTUK VII. - Kustactieplan Art. 39.

artikel 63 van het decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 wordt § 4 vervangen door wat volgt : « § 4. Binnen de perken van de goedgekeurde kredieten kunnen ten laste van de begrotingen van de jaren 2000 tot en met 2004, onder de voorwaarden bepaald

de paragrafen 2 en 3, nieuwe projecten worden aangeduid die

aanmerking komen voor de toekenning van subsidies. ». HOOFDSTUK VIII. - Sociaal Impulsfonds Art. 40.

artikel 3 van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen

zake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, gewijzigd bij decreten van 10 december 1996, 19 december 1997, 17 maart 1998, 19 december 1998 en 18 mei 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door volgende bepaling : « § 2.Jaarlijks wordt voor het Sociaal Impulsfonds

programma 53.2 van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap een vastleggingskrediet

geschreven, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan het vastleggingskrediet van het vorige jaar, aangepast met een evolutiepercentage. Bij de vastlegging van dit bedrag wordt geen rekening gehouden met de verhogingen, bedoeld

§ 4en artikel 4, § 3 en artikel 5, tweede lid.

Het evolutiepercentage is gelijk aan de procentuele verhouding, berekend tot op een honderdste van de eenheid, tussen het

dexcijfer der consumptieprijzen van de maand maart van het tweede jaar dat het jaar van de verdeling voorafgaat, en het

dexcijfer van de maand maart van het daaropvolgende jaar, zoals die werden gepubliceerd

het Belgisch Staatsblad. Het berekende vastleggingskrediet wordt afgerond op het hogere honderdduizendtal. »; 2° paragraaf 3 wordt geschrapt;3°

paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : «

afwijking van § 2 bedraagt het vastleggingskrediet, zonder de verhogingen bedoeld

§ 4

en artikel 4, § 3 en artikel 5, tweede lid,

het jaar.». HOOFDSTUK IX. - Energie Art. 41.

de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening wordt een artikel 5bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 5bis.Bijzondere bepalingen voor het Vlaamse Gewest

zake de elektriciteitsdistributie § 1. De gemeentelijke regies,

tercommunales en alle andere maatschappijen die

staan voor de openbare elektriciteitsdistributie zijn ertoe gehouden jaarlijks aan de laagspanningsklanten die op hun distributienetten aangesloten zijn, met

gang van 1 januari 2000, een hoeveelheid elektriciteit gratis te leveren gelijk aan 100 kWh voor verbruik tijdens de dag. § 2. De kosten van de

§1bedoelde maatregel worden volledig gedragen door de elektriciteitsproducenten.

§ 3. De Vlaamse regering kan nadere regels vaststellen over de gratis levering van elektriciteit aan laagspanningsklanten. ». HOOFDSTUK X. - Grondwaterbeheer Art. 42.Hoofdstuk IVbis van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen

zake het grondwaterbeheer,

gevoegd bij decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/1996 pub. 12/09/1997 numac 1997035791 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en gewijzigd bij decreet van 19 december 1997, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK IVbis. - Heffingen op de winning van grondwater Afdeling 1. - Algemene bepalingen Artikel 28ter.§ 1. Aan een heffing op de winning van grondwater, hierna genoemd de heffing, is elke natuurlijke of rechtspersoon die

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar op het grondgebied van het Vlaamse Gewest één of meer van de volgende grondwaterwinningen heeft geëxploiteerd, onderworpen : 1° grondwaterwinningen bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening; 2° grondwaterwinningen van ten minste 30.000 m3 per jaar; 3° grondwaterwinningen van 500 tot minder dan 30.000 m3 per jaar. § 2.

afwijking van § 1 is geen heffing op de winning van grondwater verschuldigd voor de exploitatie van de volgende grondwaterwinningen : 1° een grondwaterwinning waaruit het water uitsluitend met een handpomp wordt opgepompt;2° een grondwaterwinning waarvan het water uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden wordt gebruikt;3° een grondwaterwinning voor het uitvoeren van proefpompingen die minder dan drie maanden

gebruik is;4° bronbemalingen die technisch nodig zijn voor :

  1. a)ofwel, de verwezenlijking van bouwkundige verwerkingen;
  2. b)ofwel, de aanleg van openbare nutsvoorzieningen;5° draineringen die noodzakelijk zijn om het gebruik en/of de exploitatie van bouw- en weiland mogelijk te maken of te houden;6° bronbemalingen die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van tunnels voor openbare wegen en/of openbaar vervoer of voor de waterbeheersing van mijnverzakkingsgebieden;7° bronbemalingen die noodzakelijk zijn om het gebruik en/of de exploitatie van gebouwen of bedrijfsterreinen mogelijk te maken of houden, op voorwaarde dat :
  3. a)deze noodzakelijkheid is gestaafd door een hydrologisch attest opgesteld door een milieudeskundige die overeenkomstig titel II van het Vlarem is erkend

de discipline grondwater;b) het hydrologisch attest, bepaald

a), vóór 15 maart van elk heffingsjaar bij de adjunct-leidend-ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij, hierna te noemen de Maatschappij, of de door hem gedelegeerde ambtenaar is

gediend.De Vlaamse regering kan regels vaststellen met betrekking tot de minimale

houd en de vorm van bedoeld hydrologisch attest; 8° grondwaterwinningen die gebruikt worden voor koude-warmtepompen, op voorwaarde dat het grondwater na doorstroming van de koude-warmtepomp

tegraal terug

dezelfde watervoerende laag wordt

gebracht;9° grondwaterwinningen

het kader van bodemsaneringswerken, waarvoor een conformiteitsattest werd afgeleverd overeenkomstig het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering. § 3. Voor de toepassing van dit decreet wordt elke natuurlijke of rechtspersoon die op enig ogenblik

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar op het grondgebied van het Vlaamse Gewest heeft beschikt over een grondwaterwinning met uitzondering van de grondwaterwinning, bedoeld

§ 2

, onweerlegbaar vermoed de heffingsplichtige te zijn

zake de

het eerste lid bedoelde exploitatie. § 4. Het heffingsjaar is het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de

§ 1bedoelde exploitatie heeft plaatsgehad.

§ 5. De Maatschappij is belast met de vestiging, de

ning en de

vordering van de heffing. De Maatschappij is tevens belast met de controle op de naleving van de verplichtingen

zake heffingen. De daartoe bevoegde ambtenaren worden voorzien van een legitimatiebewijs getekend door de leidend ambtenaar van de maatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar. § 6. De administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer is eveneens bevoegd voor de controle op de bepalingen opgenomen

artikel 28quinquies, § 1, betreffende de debietsmeting en registratie. De daartoe bevoegde ambtenaren worden voorzien van een legitimatiebewijs getekend door de leidend ambtenaar van de administratie Milieu- Natuur-, Land- en Waterbeheer. Afdeling 2. - Vaststelling van de heffing Artikel 28quater.§ 1. Het bedrag van de heffing, bedoeld

artikel 28ter, wordt vastgesteld als volgt : 1° voor de exploitatie van grondwaterwinningen bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening : 3 frank per m3 grondwater die

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt en die tot drinkbaar water voor de openbare drinkwatervoorziening verwerkt kan worden, ongeacht de wijze van winning of het gebruik; 2° voor de exploitatie van grondwaterwinningen niet bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening : a) voor de schijf van 500 tot en met 30.000m3 van de hoeveelheid grondwater die voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt : 2 x CSE frank per m3 opgepompt grondwater; b) voor de schijf van 30.001 tot en met 100.000 m3 van de hoeveelheid grondwater die voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt : 3 x CSE frank per m3 opgepompt grondwater; c) voor de schijf van 100.001 tot en met 250.000 m3 van de hoeveelheid grondwater die voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt : 3,5 x CSE frank per m3 opgepompt grondwater; d) voor de schijf van 250.001 tot en met 500.000 m3 van de hoeveelheid grondwater die voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt : 4 x CSE frank per m3 opgepompt grondwater; e) voor de schijf van 500.001 tot en met 1.000.000 m3 van de hoeveelheid grondwater die voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt : 4,5 x CSE frank per m3 opgepompt grondwater; f) voor de schijf van meer dan 1.000.000 m3 van de hoeveelheid grondwater die voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt : 5 x CSE frank per m3 opgepompt grondwater;

het eerste lid, 2°, en

§ 3

is CSE een sociaal-economische correctiefactor die vanaf het heffingsjaar 1998 de waarde heeft die is aangegeven

de bijlage gevoegd bij dit decreet

relatie tot de hoofdactiviteit waarvoor het opgepompte grondwater werd aangewend. § 2. Als de hoeveelheid grondwater die

het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt niet bekend is, wordt onweerlegbaar vermoed dat deze hoeveelheid gelijk is aan : 1° als de grondwaterwinning met toepassing van dit decreet is vergund : a) als

de vergunning een hoeveelheid op jaarbasis is vermeld : deze hoeveelheid;b) als

de vergunning enkel een hoeveelheid op dagbasis is vermeld : deze hoeveelheid op dagbasis vermenigvuldigd : met het reële aantal dagen dat de grondwaterwinning

gebruik is geweest

het geval van seizoensgebonden activiteiten of activiteiten van beperkte duur; met 220

de andere gevallen; 2° als de grondwaterwinning niet met toepassing van onderhavig decreet is vergund of

de vergunning geen toegelaten hoeveelheid is vermeld : a) als de activiteit waarvoor het opgepompte grondwater werd aangewend aanleiding geeft tot een lozing van afvalwaters en de totale waterbalans bekend is : de

het desbetreffende jaar geloosde hoeveelheid afvalwater

voorkomend geval : 1° verminderd met de hoeveelheid water die

dat jaar werd opgenomen : uit oppervlaktewater, voorzover dit werd aangegeven

het kader van de wetgeving

zake het capteren van oppervlaktewater vastgesteld bij decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991; via het openbare watervoorzieningsnet; uit het opgevangen hemelwater; 2° vermeerderd met de hoeveelheid water die

dat jaar werd verbruikt : door verdamping;

voeding, producten of grondstoffen; b)

de andere gevallen : de som van de nominale capaciteit van de pompen, uitgedrukt

m3 per uur, vermenigvuldigd met T : daarbij is : voor seizoensgebonden irrigatie

open lucht voor land- en tuinbouw

hoofdactiviteit : T = 200; voor andere seizoensgebonden activiteiten of activiteiten van beperkte duur : T = 10 x het reële aantal dagen dat de grondwaterwinning

gebruik geweest is;

de overige gevallen : T = 2.

  1. §
  2. De heffing ten laste van elke van de

artikel 28ter bedoelde heffingsplichtige kan

geen geval lager zijn dan het minimum bedrag van 5.000 x CSE frank; evenwel zonder dat dit bedrag lager kan zijn dan 1.500 frank vanaf het heffingsjaar

  1. Artikel 28quinquies.§
  2. Elke grondwaterwinning en/of grondwaterwinningseenheid waarvan de exploitatie overeenkomstig het artikel 28ter aan een heffing is onderworpen, moet uiterlijk op 1 juli 1997 zijn uitgerust met een debietsmeting en registratie van de opgepompte hoeveelheid grondwater. Deze debietsmeting en registratie dienen te gebeuren overeenkomstig een code van goede praktijk. De regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan bedoelde debietsmeting en registratie moeten voldoen. §
  3. Wanneer de

§ 1

bedoelde registratie technisch niet uitvoerbaar is, kan de regering de heffingsplichtige vrijstellen van voormelde registratieverplichting.

dat geval bepaalt zij de alternatieve wijze waarop de hoeveelheden worden bepaald. § 3. De

§ 1

opgelegde verplichtingen tot het voorzien van een debietsmeting en registratie gelden niet voor grondwaterwinningen waarvan het opgepompte grondwater wordt aangewend voor de irrigatie

open lucht voor land- en tuinbouw

hoofdactiviteit. Afdeling 3. - Vestiging en

vordering van de heffing Artikel 28sexies.§ 1. De

artikel 28ter bedoelde heffingsplichtige is verplicht vóór 15 maart van elk heffingsjaar een aangifte bij de Maatschappij

te dienen met de nodige gegevens voor de vaststelling van de heffing op de winning van grondwater. Als de heffingsplichtige overleden is of failliet verklaard is, rust de verplichting tot aangifte

het eerste geval op zijn erfgenamen of legatarissen en

het tweede geval op zijn curator. §

  1. De aangifte wordt gedaan volgens de bepalingen vastgesteld door de Vlaamse regering. §
  2. De stukken, opgaven en

lichtingen die samen met de aangifte worden

gediend, vormen een

tegrerend deel ervan. De bij de aangifte gevoegde stukken moeten worden genummerd, gedagtekend en ondertekend. Afschriften moeten eensluidend met het oorspronkelijke stuk worden verklaard. § 4. De gemeentelijk regies,

tercommunales en alle andere maatschappijen die

staan voor een openbare watervoorziening, de vergunningverlenende overheden en de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer verlenen hun medewerking en verstrekken aan de Maatschappij op eenvoudig verzoek alle gegevens en

lichtingen die nodig zijn voor de vestiging en de

ning van de heffing. Artikel 28septies.§ 1. De ambtenaren van de Maatschappij belast met een controle of een onderzoek

verband met de toepassing van de heffing zijn van rechtswege gemachtigd zowel bij de heffingsplichtige als bij derden : 1° alle

lichtingen

te winnen, op te zoeken en

te zamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige;de heffingsplichtige alsmede elke derde die over de gevraagde

lichtingen beschikt, is verplicht deze

lichtingen te verstrekken op ieder verzoek van deze ambtenaren; 2° alle boeken, stukken en registers op te vragen die kunnen leiden tot de juiste heffing van de heffingsplichtige.De heffingsplichtige alsmede elke derde die over de gevraagde boeken, stukken of registers beschikt is verplicht deze voor te leggen op ieder verzoek van deze ambtenaren. De ambtenaren kunnen de boeken, stukken en registers meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs. § 2. Elke

lichting, elk stuk, proces-verbaal of akte, ontdekt of verkregen door de

§ 1

bedoelde ambtenaar

het uitoefenen van zijn functie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met

begrip van de parketten en griffies van de hoven en rechtbanken, de administraties van de Gemeenschappen en Gewesten, de provincies en de gemeenten, alsmede de organismen en de openbare

stellingen, kan door het Vlaamse Gewest worden

geroepen voor het opsporen van elke

gevolge dit decreet verschuldigde heffing. § 3. Heffingsplichtigen zijn gehouden, aan de ambtenaren bedoeld

§ 1

tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot hun bedrijfslokalen, zoals fabrieken, werkhuizen en magazijnen, bergplaatsen, garages en grondwaterwinningen alsmede de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen en ruimtes, om aan die ambtenaren de mogelijkheid te verschaffen

lichtingen en bescheiden te verzamelen en vaststellingen te doen die kunnen leiden tot een juiste heffing. §

  1. Overtredingen van de bepalingen van dit hoofdstuk of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de verschuldigdheid van de heffing, heffingsverhoging of van een administratieve boete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, kunnen door de ambtenaren van de Maatschappij bewezen worden volgens alle gemeenrechtelijk toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. §
  2. De vaststellingsverslagen opgesteld door de ambtenaren van de Maatschappij leveren het bewijs op van de gedane vaststellingen zolang het tegendeel niet is bewezen. Artikel 28octies.§
  3. Als de Maatschappij meent de aangifte te moeten rechtzetten die door de heffingsplichtige is

gediend binnen de

artikel 28sexies, § 1, bepaalde termijn en die voldoet aan de vormvereisten, brengt zij hem de rechtzetting die zij voorstelt per aangetekend schrijven ter kennis, met vermelding van de redenen die dit naar haar oordeel rechtvaardigen. Het bericht van rechtzetting vermeldt de bepalingen die de heffingsplichtige moet naleven om het te beantwoorden. § 2. De heffingsplichtige kan zijn eventuele opmerkingen schriftelijk

brengen binnen een termijn van één maand vanaf de verzending van het bericht van rechtzetting. Deze termijn kan wegens wettige redenen worden verlengd. De heffing mag niet voor het verstrijken van die, eventueel verlengde, termijn worden gevestigd, behalve als de rechten van de gewestelijke thesaurie wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de heffingstermijn

gevaar verkeren of als de heffingsplichtige schriftelijk zijn akkoord heeft gegeven met het bericht van de rechtzetting. Artikel 28novies.§ 1. De Maatschappij kan overgaan tot een heffing van ambtswege op grond van de gegevens waarover ze beschikt,

de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft : 1° ofwel de aangifte

te dienen binnen de

artikel 28sexies, § 1, bepaalde termijn;2° ofwel de vormgebreken waarmee de aangifte is aangetast, aan te passen binnen de termijn die de Maatschappij hem hiervoor toekent;3° ofwel

overeenstemming met artikel 28septies van het decreet de gevraagde

lichtingen te verstrekken of de bescheiden voor te leggen binnen de vastgestelde termijn;4° ofwel zich te schikken naar de wettelijk voorgeschreven verplichtingen

zake het houden, het uitreiken, het bewaren of het ter

zage voorleggen van boeken, stukken of registers;de Maatschappij kan

zonderheid tot een heffing van ambtswege overgaan als de berekeningselementen van de heffing niet of onjuist werden

geschreven

de boeken, stukken of registers. §

  1. Voor de heffing van ambtswege wordt gevestigd, brengt de Maatschappij een bericht van heffing van ambtswege per aangetekend schrijven ter kennis aan de heffingsplichtige. Dit bericht vermeldt de redenen waarom de Maatschappij van die procedure gebruik maakt, de periode waarop de heffing van ambtswege zal slaan, de gegevens waarop de heffing van ambtswege zal steunen, en de wijze waarop deze gegevens zijn vastgesteld. Het bericht van heffing van ambtswege vermeldt de modaliteiten die de heffingsplichtige moet eerbiedigen om het te beantwoorden. §
  2. Aan de heffingsplichtige wordt een termijn van één maand vanaf de verzending van het bericht van heffing van ambtswege toegestaan om zijn eventuele schriftelijke opmerkingen

te brengen. De heffing van ambtswege mag niet voor het verstrijken van de

het eerste lid bedoelde termijn worden gevestigd, behalve als de rechten van de gewestelijke thesaurie

gevaar verkeren wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de heffingstermijn of als de heffingsplichtige schriftelijk zijn akkoord heeft gegeven met het bericht van heffing van ambtswege. §

  1. De Maatschappij voegt bij elk bericht van heffing van ambtswege een vaststellingsverslag, bedoeld bij artikel 28septies, §
  2. Het vaststellingsverslag kan door de ambtenaar die het bericht van aanslag van ambtswege ondertekent, worden medegedeeld door middel van een voor éénsluidend verklaard afschrift van het origineel. §
  3. Als een heffing van ambtswege is gevestigd, behoort het aan de heffingsplichtige het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de verschuldigde heffing. Artikel 28decies.§
  4. De heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 28quater wordt gevestigd uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het heffingsjaar. § 2.

afwijking van § 1, kan een heffing of een aanvullende heffing worden gevestigd gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het heffingsjaar,

de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft tijdig een geldige aangifte

te dienen waartoe hij verplicht is overeenkomstig artikel 28sexies, § 1, of als de verschuldigde heffing hoger is dan de heffing die gesteund is op de gegevens vermeld

de aangifte. §

  1. Meerdere heffingen betreffende eenzelfde heffingsjaar kunnen lastens een zelfde heffingsplichtige worden gevestigd. §
  2. De heffingen, evenals de administratieve geldboeten en de heffingsverhogingen, verschuldigd overeenkomstig dit hoofdstuk worden opgenomen

kohieren die worden medegedeeld aan de met de

ning en

vordering belaste ambtenaren. § 5. De kohieren worden uitvoerbaar verklaard door de leidend ambtenaar van de Maatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar. Ze worden, op straffe van verval, binnen de

§ 1en § 2 bepaalde termijn uitvoerbaar verklaard.

§ 6. De kohieren vermelden : 1° de naam en het adres van de heffingsplichtigen;2° de verwijzing naar dit decreet;3° het bedrag van de heffing en het heffingsjaar waarop ze betrekking heeft;4° het artikelnummer;5° de datum van uitvoerbaarverklaring;6° de handtekening van de

§ 5bedoelde ambtenaar.

§ 7. De heffingsplichtige op wiens naam de heffing is

gekohierd ontvangt zonder kosten een heffingsbiljet. De verzending van het heffingsbiljet geschiedt, op straffe van verval, per post binnen twee maanden te rekenen van de datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier. Het heffingsbiljet bevat : 1° de datum van verzending van het heffingsbiljet;2° de gegevens bedoeld

§ 6

, 1° tot 5°;3° de betalingstermijn;4° de termijn waarin een bezwaarschrift kan worden

gediend, de benaming en het juiste adres van de

stantie die bevoegd is om ze te ontvangen. Artikel 28undecies.§ 1. Bij niet-aangifte of

geval van onvolledige of onjuiste aangifte, bedoeld

artikel 28sexies, § 1, wordt de heffing vermeerderd met een heffingsverhoging. Deze heffingsverhoging wordt procentueel berekend op het verschil tussen de heffing zoals berekend op basis van de elementen van de aangifte en de door de Maatschappij of rechtbank aangehouden heffing of bij ontstentenis van aangifte, de door de Maatschappij of rechtbank aangehouden heffing. De daartoe bevoegde ambtenaren worden aangewezen door de leidend ambtenaar van de maatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar. § 2. Het percentage van de heffingsverhoging bij niet-aangifte, bedoeld

artikel 28sexies, § 1, wordt als volgt vastgelegd : 1° als de niet-aangifte te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de heffingsplichtige : geen verhoging;2° als de aangifte niet binnen de termijn wordt

gediend, maar de heffingsplichtige wel tijdig antwoordt op het bericht van ambtshalve heffing : verhoging van 10 %;3° als heffingsplichtige niet of niet tijdig antwoord op het bericht van ambtshalve heffing : verhoging van 50 %. § 3. Het percentage van de heffingsverhoging bij onvolledige of onjuiste aangifte vermeld

artikel 28sexies, § 1, wordt als volgt bepaald : 1° als de onvolledige of onjuiste aangifte te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de heffingsplichtige : geen verhoging;2° als de heffingsplichtige tijdig reageert op het bericht van rechtzetting van de administratie : verhoging van 10 % op het gedeelte bepaald

§ 1

;3° als de heffingsplichtige niet of niet tijdig reageert op het bericht van rechtzetting : verhoging van 50 % op het gedeelte bepaald

§ 1

;4° als uit de reactie van de heffingsplichtige blijkt dat de

de aangifte opgegeven gegevens juist zijn : geen verhoging. § 4. De ambtenaren bedoeld

§ 1

, tweede lid, kunnen een geldboete van 2.000 tot 50.000 frank opleggen voor elke andere overtreding van hoofdstuk IVbis van dit decreet evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Artikel 28duodecies.§ 1. De persoon op wiens naam de heffing is

gekohierd, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt

gevorderd, kan tegen de gevestigde heffing, verhogingen en boeten een bezwaarschrift

dienen bij de adjunct-leidend ambtenaar van de Maatschappij.

dit bezwaarschrift kan tevens om uitstel of spreiding van betaling van de heffing en vrijstelling of vermindering van de eventueel opgelegde administratieve geldboete of heffingsverhoging worden verzocht. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden gedaan, gemotiveerd zijn, en moet op straffe van verval worden verzonden naar of overhandigd aan de

het eerste lid bedoelde ambtenaar of zijn gedelegeerde, binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van verzending van het heffingsbiljet of vanaf de kennisgeving van het heffingsbiljet. § 2. De directeur-generaal van de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer of de door hem gedelegeerde ambtenaar doet als administratieve overheid uitspraak over het bezwaarschrift. De ambtenaar kan de betwiste heffing noch de opgelegde administratieve geldboete noch de opgelegde heffingsverhoging vermeerderen. De beslissing van de ambtenaar wordt met redenen omkleed en aan de

diener van het bezwaarschrift ter kennis gegeven per aangetekend schrijven. De beslissing vermeldt de wijze waarop tegen deze beslissing

rechte kan worden opgekomen. § 3. Als een aanslag nietig verklaard is door de

§ 2

bedoelde ambtenaar omdat hij niet gevestigd is overeenkomstig een wettelijke regel, met uitzondering van een regel betreffende de verjaring, kan de Maatschappij, zelfs als de termijnen, bedoeld

artikel 28decies, §§ 1 en 2 al verstreken zijn, op naam van dezelfde heffingsplichtige, op grond van dezelfde heffingselementen of op een gedeelte ervan, een nieuwe aanslag vestigen binnen drie maanden vanaf de datum waarop de beslissing van de

§ 2bedoelde ambtenaar niet meer voor de rechter kan worden gebracht.

§ 4. Als tegen een beslissing van de

§ 2

bedoelde ambtenaar beroep is aangetekend en het gerecht de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart om een andere reden dan verjaring, kan de Maatschappij zelfs buiten de termijnen gesteld

artikel 28decies, §§ 1 en 2, een subsidiaire aanslag op naam van dezelfde heffingsplichtige en op grond van alle of een deel van dezelfde heffingselementen als de oorspronkelijke aanslag, ter beoordeling voorleggen aan het gerecht, dat uitspraak doet over dat verzoek. De subsidiaire aanslag is slechts

vorderbaar of terugbetaalbaar ter uitvoering van de beslissing van het gerecht. De subsidiaire aanslag wordt aan het gerecht onderworpen door een aan de heffingsplichtige betekend verzoekschrift. Het verzoekschrift wordt betekend met dagvaarding om te verschijnen als het een met de heffingsplichtige gelijkgestelde betreft. Voor de toepassing van deze paragraaf worden met dezelfde heffingsplichtige gelijkgesteld : 1° de erfgenamen van de heffingsplichtige;2° de vennootschap, de vereniging of gemeenschap waarvan het hoofd of de directeur oorspronkelijk werd aangeslagen en wederkerig. Artikel 28ter decies. § 1. De adjunct-leidend ambtenaar van de Maatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar is tevens bevoegd om

bijzondere gevallen onder door hem bepaalde voorwaarden, vrijstelling te verlenen voor al de nalatigheidsinteresten of een deel ervan. Artikel 28quater decies. § 1.

zoverre dit hoofdstuk en de besluiten genomen ter uitvoering ervan er niet van afwijken zijn de regels betreffende de vestiging, de

vordering, de geschillen, de verwijl- en moratoire

teresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek, de verjaring

zake rijksinkomstenbelastingen mutatis mutandis van toepassing op de

dit hoofdstuk bedoelde heffingen en administratieve geldboeten. § 2. Het

dienen van een bezwaarschrift of het

stellen van een vordering

rechte verhindert niet dat de aanslag en de eventueel verschuldigde geldboete of heffingsverhoging worden

gevorderd

zoverre zij als een zekere en vaststaande schuld kunnen worden beschouwd onder de voorwaarden bepaald

artikel 410 van het WIB 1992. Onverminderd de toepassing van artikel 414, § 2, van het Wetboek van

komstenbelastingen schort het

dienen van een bezwaarschrift evenmin het lopen van de nalatigheidsintresten op. § 3. De wettelijke hypotheek kan gevestigd worden op al de

het Vlaamse Gewest gelegen en daarvoor vatbare goederen die toebehoren aan de persoon op wiens naam de aanslag is

gekohierd. De wettelijke hypotheek wordt

geschreven op verzoek van de leidend ambtenaar van de Maatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar. ». Art. 43.

hetzelfde decreet wordt de bijlage bij het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen

zake het grondwaterbeheer vervangen door de volgende bijlage : « BIJLAGE BIJ HET DECREET VAN 24 JANUARI 1984 HOUDENDE MAATREGELEN

ZAKE HET GRONDWATERBEHEER Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK Xl. - Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD) Art. 44.Het op 31 december 1999 nog beschikbare saldo op de thesaurierekening 91.10.86.25 wordt overgedragen aan het Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD). HOOFDSTUK XII. - Vlaams Gemeentefonds Art. 45.Aan artikel 15, § 2, van het decreet van 6 juli 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1994, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf het begrotingsjaar 2000 is het eerste lid niet meer van toepassing op het Vlaams Gemeentefonds zoals opgericht door het decreet van 31 juli 1990 tot

stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest, en eveneens niet meer van toepassing op het Vlaams Provinciefonds zoals opgericht door het decreet van 29 april 1991 betreffende het Vlaams Provinciefonds. ». Art. 46.

artikel 3 van het decreet van 31 juli 1990 tot

stelling van het Vlaams Gemeentefonds en tot regeling van een bijzondere dotatie voor sommige gemeenten van het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten, wordt het laatste lid opgeheven. Art. 47.

artikel 6 van het decreet van 7 november 1990 tot vaststelling van de regelen

zake de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, gewijzigd bij decreet van 19 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998036464 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden «

vier delen » worden vervangen door de woorden «

drie delen »;2° punt 4° wordt opgeheven. HOOFDSTUK XIII. - DAB Grondfonds Art. 48.Aan artikel 144, § 2, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° alle schulden, vorderingen en tegoeden van het Fonds voor de Planschade. ». HOOFDSTUK XIV. - Welzijn Afdeling 1. - Geestelijke Gezondheidszorg Art. 49.Aan artikel 36 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 17/07/1999 numac 1999035843 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de geestelijke gezondheidszorg type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige

stellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 27/01/2000 numac 1999036142 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035817 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende de geestelijke gezondheidszorg wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De

het eerste lid genoemde besluiten blijven van toepassing op een centrum voor geestelijke gezondheidszorg of zijn rechtsopvolger tot op het ogenblik dat het erkend is overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 en uiterlijk tot 30 september 2000. ». Art. 50.

artikel 37 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De centra voor geestelijke gezondheidszorg die overeenkomstig artikel 22 worden erkend vanaf 1 januari 2000 dienen hun beleidsplan, bedoeld

artikel 25, drie maanden na de betekening van hun erkenning

bij de administratie Gezondheidszorg. ». Afdeling 2. - Kwaliteitszorg Art. 51.

artikel 7, § 1, van het decreet van 29 april 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/04/1997 pub. 02/10/1997 numac 1997035834 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1991 type decreet prom. 29/04/1997 pub. 02/10/1997 numac 1997035876 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1989 type decreet prom. 29/04/1997 pub. 02/10/1997 numac 1997035947 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van

stellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1990 sluiten

zake de kwaliteitszorg

de welzijnsvoorzieningen, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid

gevoegd : « De Vlaamse regering kan uitzonderlijk de

het tweede lid vermelde termijn met maximaal twee jaar verlengen voor de sectoren waarvoor bij het verstrijken van die termijn het sectorale overleg nog niet is afgerond of waarvoor een fundamentele herziening van de regelgeving die verder reikt dan een aanpassing aan de bepalingen van dit decreet, zich opdringt. ». Afdeling 3. - Zorgverzekering Art. 52.

artikel 24 van het decreet van 30 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/03/1999 pub. 28/05/1999 numac 1999035594 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de zorgverzekering type decreet prom. 30/03/1999 pub. 27/08/1999 numac 1999036057 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren sluiten houdende de organisatie van de zorgverzekering, worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt : « Voor elk van de overige bepalingen van dit decreet stelt de Vlaamse regering de datum van

werkingtreding vast. ». HOOFDSTUK XV. - Monumenten en landschappen Art. 53.De bij besluit van het afdelingshoofd toegekende onderhoudspremie van 21 mei 1997 van 413.400 frank voor het beschermd monument gelegen

de Jan Botermanstraat 4

Gent, wordt volledig uitbetaald. Art. 54.De bij ministerieel besluit toegekende restauratiepremie van 20 juni 1996 van 437.255 frank voor de restauratie van het gebouw gelegen

de Wollestraat 53

Brugge (beschermd monument) wordt volledig uitbetaald. Art. 55.Artikel 8, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 1995 houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerken aan beschermde monumenten heeft,

afwijking van de overgangsmaatregelen vervat

artikel 22 van genoemd besluit, gewijzigd bij besluit van 15 oktober 1996, uitwerking met

gang van 8 januari 1993. Art. 56.De Vlaamse regering wordt gemachtigd om het eigendomsaandeel van het Vlaamse Gewest

de onroerende goederen die het Gravensteen vormen en gekadastreerd zijn onder Gent I ste afdeling, sectie A, nrs. 327G/327H/372B/330B/330C/332B/338A/339A/342B/368A/383B, kosteloos over te dragen aan de Stad Gent. De

het eerste lid vermelde goederen worden overgedragen

de staat waarin ze zich bevinden, met de actieve en passieve erfdienstbaarheden, zichtbare en verborgen gebreken, de bijzondere lasten en verplichtingen verbonden aan hun verwerving, de lasten van het verleden evenals de gebeurlijk aan derden toegestane rechten en op uitdrukkelijke voorwaarde van behoud van hun culturele historische bestemming. Art. 57.

afwijking van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen en van toepassing verklaard op het Vlaamse Gewest bij het decreet van 20 december 1989 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1990, kan de Vlaamse regering de volgende goederen onderhands vererfpachten aan de Stichting Vlaams Erfgoed voor een jaarlijkse canon van 1 000 frank : 1° de Maagdentoren

Zichem Scherpenheuvel;2° de windmolen van Hoeke (Sijsele Damme);3° de woning van architect Renaat Braem (Deurne Antwerpen). HOOFDSTUK XVI. - Sociaal-cultureel werk Art. 58.Aan artikel 30, § 4, van het decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor diensten voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een wijziging van het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en subsidiëring van de Nederlandstalige koepelorganisaties voor beleidsvoorbereidend overleg

de sector van het sociaal-cultureel werk voor volwassenen, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Evenwel wordt, bij ontoereikend krediet, voor het jaar 2000 de gelijkmatige vermindering bedoeld

artikel 22 toegepast op het bedrag bedoeld

het eerste lid. ». HOOFDSTUK XVII. - Havens Art. 59.Aan artikel 36 van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021310 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 8 oktober 1998 tussen de federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap

zake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten houdende het beleid en het beheer van de zeehavens wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse regering kan gedurende een overgangsperiode die loopt van 18 april 1999 tot 1 januari 2001 aan de havenbesturen subsidies toekennen voor

frastructuurwerken overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 10 november 1993 betreffende het subsidiëringsbeleid van de

vesteringen

de zeehavens. ». HOOFDSTUK XVIII. - Vlaamse sportfederaties Art. 60.De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd om

het jaar 2000 bij wijze van overgangsmaatregel subsidies te verstrekken aan sportfederaties die

1999 erkend en gesubsidieerd werden op basis van het decreet van 2 maart 1977 houdende regeling van de erkenning en de subsidiëring van de landelijk georganiseerde sportverenigingen en die met toepassing van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, met

begrip van de overgangsmaatregel bedoeld

artikel 13, 1°, niet langer voor subsidiëring

aanmerking komen. De maximale subsidie voor het jaar 2000 wordt bepaald op basis van de

1999

dienst zijnde en gesubsidieerde personeelsleden. Deze personeelssubsidie wordt berekend op basis van de modaliteiten van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten. De aldus berekende subsidie mag niet hoger liggen dan de subsidie berekend op basis van de overgangsmaatregelen bedoeld

artikel 13, 1°, van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten. HOOFDSTUK XIX. -

werkingtreding Art. 61.Dit decreet treedt

werking op 1 januari 2000, behoudens andersluidende bepalingen

dit decreet. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het

het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 22 december 1999. De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen Mevr. M. VOGELS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden, B. ANCIAUX De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, Mevr. M. VANDERPOORTEN De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, R. LANDUYT De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, Mevr. V. DUA De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport, J. SAUWENS De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, D. VAN MECHELEN _________ Nota

(1)Zitting 1999-2000. Stukken - Ontwerp van decreet: 94 - Nr.1 - Verslag van het Rekenhof: 94 - Nr. 2 - Amendementen: 94 - Nrs. 3 tot 5 - Verslag namens de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting: 94 Nr. 6 - Verslag namens de Commissie voor Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Stedelijk Beleid: 94 Nr. 7 - Verslag namens de Commissie voor Cultuur, Media en Sport: 94 Nr. 8 - Verslag namens de Commissie voor Economie, Landbouw, Werkgelegenheid en Toerisme: 94 Nr. 9 - Verslag namens de Commissie voor

stitutionele en Bestuurlijke Hervorming en Ambtenarenzaken: 94 Nr. 10 - Verslag namens de Commissie voor Leefmilieu, Natuurbehoud en Ruimtelijke Ordening: 94 Nr. 11 - Verslag namens de Commissie voor Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid: 94 Nr. 12 - Verslag namens de Commissie voor Openbare Werken, Mobiliteit en Energie: 94 Nr. 13 - Verslag namens de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen: 94 Nr. 14 - Tekst aangenomen door de Commissies: 94 Nr. 15 - Amendementen voorgesteld na

diening van het verslag: 94 Nr. 16 - Tekst aangenomen door de Plenaire Vergadering: 94 Nr. 17 Handelingen - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 15 en 16 december 1999.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.