📄 Wettekst
19 DECEMBER 2013. - Besluit van de Interregionale Verpakkingscommissie van 19 december 2013 tot erkenning van de vereniging zonder winstoogmerk Fost Plus, Olympiadenlaan 2, 1140 Evere als organisme voor verpakkingsafval
De Interregionale Verpakkingscommissie, Gelet op de richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;
Gelet op de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad 94/62/EG van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval;
Gelet op het
samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten
type
samenwerkingsakkoord
prom.
04/11/2008
pub.
29/12/2008
numac
2008036325
bron
vlaamse overheid
Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval
sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verder aangeduid met de term "samenwerkingsakkoord";
Gelet op de gewestelijke afvalstoffenplannen;
Gelet op de beslissingen van de Interregionale Verpakkingscommissie van 17 januari 2013 en 7 maart 2013, houdende aanduiding van de voorzitter en de ondervoorzitters van het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie;
Gelet op de erkenningsaanvraag van Fost Plus, ingediend op 27 juni 2013; gelet op de ontvankelijkheid ervan;
Gelet op de aanvullingen op het dossier die via elektronische weg werden meegedeeld op datum van 8 en 29 augustus en 17 en 18 september 2013 en via schrijven de dato 2 oktober 2013, ontvangen op 9 oktober 2013;
Gelet op de hoorzittingen met Fost Plus op 4 juli 2013, 22 november 2013 en op 5 december 2013; gelet op de schriftelijke consultatie van Fost Plus op 9 december 2013;
Gelet op de hoorzitting met Interafval en Copidec op 22 november 2013; gelet op de schriftelijke consultatie van Interafval en Copidec op 9 december 2013;
Gelet op de schriftelijke consultatie van Febem en Coberec op 9 december 2013;
Gelet op de schriftelijke en mondelinge opmerkingen die door de verschillende partijen werden naar voren gebracht in het kader van de hoorzittingen en de consultaties;
Overwegende dat de persoon van privaatrecht aan wie de uitvoering van de verplichtingen van de verpakkingsverantwoordelijken met betrekking tot huishoudelijk verpakkingsafval wordt toevertrouwd een taak als openbare dienst vervult, onder controle van de overheid;
Overwegende dat Fost Plus voldoet aan alle vereisten van artikel 9 van het samenwerkingsakkoord;
Overwegende dat krachtens de statuten van Fost Plus, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en gecoördineerd op 17 november 2005, Fost Plus is opgericht als vereniging zonder winstgevend doel en als uitsluitend statutair doel heeft het voor rekening van de leden ten laste nemen van de terugnameplicht krachtens artikel 6 van het samenwerkingsakkoord; dat de in de erkenningsaanvraag opgenomen statuten op datum van 13 mei 2013 gewijzigd werden; dat de gewijzigde statuten gepubliceerd werden in het Belgisch Staatsblad op 25 september 2013;
Overwegende dat de beheerders van Fost Plus en de personen die Fost Plus kunnen verbinden, hun burgerlijke en politieke rechten bezitten en niet zijn veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;
Overwegende dat Fost Plus over de nodige middelen beschikt om de terugnameplicht te vervullen;
Overwegende dat huidige erkenning de voorwaarden bepaalt waaraan het erkende organisme zich moet houden;
Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie het werkingsgebied van het erkende organisme bepaalt;
Overwegende dat het noodzakelijk is om een voorbeeldenlijst op te stellen om te bepalen welke verpakkingen doorgaans bestemd zijn voor gebruik door de huishoudens;
Overwegende dat deze lijst moet kunnen aangepast worden aan de technologische vooruitgang en de wijzigende verpakkingstechnieken, waarbij evenwel moet opgelet worden geen rechtsonzekerheid te creëren;
Overwegende dat artikel 13, § 1, 1 en 3, van het samenwerkingsakkoord bepaalt dat het erkende organisme voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong het gehele grondgebied op homogene wijze moet bestrijken en dat het in elk gewest een gelijkwaardig percentage van de bevolking moet bedienen;
Overwegende dat de behaalde recyclageresultaten nu reeds bijzonder hoog zijn voor alle materialen, maar niet voor plastics; dat dit het gevolg is van de keuze om alleen de flessen en de flacons in te zamelen in de PMD-fractie; dat deze principiële keuze verantwoord is, omwille van de hoge kwaliteit van de recyclage die eruit volgt, waardoor de ingezamelde fracties ook een bijzonder hoge verkoopwaarde hebben;
Overwegende evenwel dat door de principiële keuze om alleen de flessen en de flacons in te zamelen in de PMD-fractie, er mogelijk waardevolle materialen verloren gaan voor de recyclage; dat dit niet overeenkomt met het materialenbeleid, zoals dat gevoerd wordt door de Gewesten; dat om deze reden een systematische inzameling van restplastics zich opdringt; dat tegen het einde van de erkenningsperiode moet gestreefd worden naar een volledige dekking van het grondgebied;
Overwegende dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag zelf voorstelt om de vergoedingen voor de zogenaamde "artikel 8"-stromen te verdubbelen; dat de Gewesten willen dat Fost Plus een nog meer actieve rol opneemt;
Overwegende dat als alternatief voor de systematische inzameling van restplastics ook een uitbreiding van de PMD-fractie kan onderzocht worden, maar dat hieraan risico's verbonden zijn, in hoofdzaak een verminderen van de kwaliteit van de recyclage; dat de Interregionale Verpakkingscommissie in 2013 een omstandige studie hieromtrent heeft uitgevoerd, in samenwerking met Fost Plus, de Gewesten en de andere betrokken actoren; dat in het kader van deze studie ook buitenlandse ervaringen opgedaan werden, met name in Frankrijk en Duitsland;
Overwegende dat de studie van de Interregionale Verpakkingscommissie aanbeveelt om kleinschalige proefprojecten op te zetten van maximum 3 jaar, waarbij duidelijk aan de bevolking wordt gecommuniceerd dat het proefproject zal worden stopgezet in geval van negatieve evaluatie; dat de studie eveneens aanbeveelt om elk proefproject in 2 fases te laten verlopen, waarbij de eerste fase een voorafgaandelijke haalbaarheidsanalyse inhoudt en waarbij de sorteerboodschap voor de burgers pas in de tweede fase wordt aangepast, na een positieve evaluatie van de eerste fase;
Overwegende dat het erkende organisme voor elk van de materialen die in de berekening van het globale recyclagepercentage worden meegerekend en die een relevant deel uitmaken van het huishoudelijke verpakkingsafval, het in het samenwerkingsakkoord bepaalde minimum recyclagepercentage moet bereiken;
Overwegende dat het, rekening houdend met de grote diversiteit van samengestelde verpakkingen, moeilijk is om voor de 'samengestelde verpakkingen' specifieke percentages te voorzien; dat men de 'drankkartons' evenwel kan identificeren als een apart verpakkingmateriaal vanwege de grote omvang van deze fractie, haar homogeniteit en het bestaan van een specifieke recyclageketen;
Overwegende dat, overeenkomstig het samenwerkingsakkoord, de Interregionale Verpakkingscommissie binnen de grenzen van het Europees recht autonoom de berekeningsmethodes van de recyclagepercentages bepaalt, met inbegrip van de modaliteiten betreffende eventuele correcties, en dat zij moet kunnen verifiëren hoe de recyclagepercentages in de praktijk worden bereikt;
Overwegende dat het in de berekening van het door het erkende organisme voor recyclage ingezameld huishoudelijk verpakkingsafval mogelijk moet zijn om ook niet selectieve en/of niet-huishoudelijke afvalstromen in rekening te brengen, voor zover het afval dat niet van huishoudelijke verpakkingen afkomstig is of dat verloren gaat voor de recyclage, volledig kan worden uitgesloten, dit alles met het doel het systeem zo dicht mogelijk met de realiteit op het terrein te doen overeenstemmen;
Overwegende dat vele niet-huishoudens de facto gebruik maken van de huishoudelijke inzamelingen; dat het voor de intercommunales en de privé-operatoren die instaan voor de huishoudelijke afvalophalingen, niet gemakkelijk is om de lijn te trekken tussen wat huishoudelijk en wat bedrijfsmatig is, bijvoorbeeld in het geval van een broodjeszaak die in aaneengesloten bebouwing tussen privé-woningen staat;
Overwegende dat de afvalstoffen die bij de binnenscheepvaart ingezameld worden, onder de noemer "huishoudelijke afval" vallen, aangezien de binnenschippers in de regel op hun boten wonen;
Overwegende dat de intercommunales en de operatoren nood hebben aan een duidelijke richtregel om te weten welke volumes verpakkingsafval in principe kunnen worden ingezameld bij niet-huishoudens die zich op de normale huishoudelijke inzamelrondes bevinden; dat het evenwel niet de bedoeling is om het vlotte verloop van de inzamelingen te bemoeilijken;
Overwegende dat Fost Plus de inzameling van huishoudelijke verpakkingen bij bedrijven op een systematische wijze wil organiseren; dat het hier gaat om een inzameling van bedrijfsmatig afval en dus om een uitbreiding van de normale activiteiten van Fost Plus; dat het dan ook gepast is dat de Interregionale Verpakkingscommissie hier een strikt toezicht op houdt;
Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie bij de berekening van de werkelijk gerecycleerde hoeveelheden de Europese beslissingen zal opvolgen omtrent de "materiaalverliezen" die zich in de loop van elk recyclageproces voordoen en omtrent de in het verpakkingsafval aanwezige onzuiverheden en vochtigheden; dat de Interregionale Verpakkingscommissie in dit verband evenwel van het erkende organisme de beschikbare gegevens moet kunnen vragen om de huidige en toekomstige communautaire beslissingen in de praktijk te brengen;
Overwegende dat de vergoeding van de kosten van inzameling en sortering van verpakkingsafval met het oog op recyclage moet gebeuren volgens modaliteiten die zijn geïnspireerd op het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van de vergoeding aan de reële en volledige kosten, zoals uitgedrukt in de artikelen 3, 10 en 13 van het samenwerkingsakkoord;
Overwegende dat het erkende organisme moet streven naar optimalisatie door een zo efficiënt mogelijke dienstverlening, teneinde de kosten te minimaliseren die voor de consument voortvloeien uit de terugnameplicht;
Overwegende dat voor de rechtspersonen van publiekrecht die in regie werken, dit wil zeggen met eigen personeel en materieel, een kostenvergoeding zich opdringt die in overstemming is met de werkelijke kosten van de rechtspersonen; dat gedurende de onderhandelingen omtrent de vernieuwing van het contract met Fost Plus de rechtspersoon van publiekrecht niet zonder betaling kan blijven voor de aangetoonde kosten; dat in het verleden een toepassing van de referentiekost voorzien was, maar dat dit in bepaalde gevallen zorgde voor een niet gewenste druk op de onderhandelingen; dat het veel logischer is om de in het verleden overeengekomen tarieven voor een beperkte periode voort te zetten, aangezien deze tarieven bij het sluiten van het vorige contract een ontegensprekelijke weerspiegeling van de totale en reële kost waren; dat evenwel alle prijzen evolueren en dat daarom de mogelijkheden tot indexering van deze prijzen moeten beperkt worden in de tijd;
Overwegende dat de gedetailleerde vaststelling in de erkenning van een basisscenario dat vergoed wordt aan de reële en volledige kosten, tevens moet begrepen worden als het vastleggen van de referentie op het vlak van de kostenvergoeding, voor wanneer het erkende organisme de inzamel- en sorteerkosten vergoedt van de rechtspersonen van publiek recht die andere en duurdere scenario's hebben opgezet; dat in deze gevallen een vergoeding aan de referentiekost zich opdringt;
Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie instaat voor de objectiviteit van de jaarlijks berekende referentiekosten en -waarden; dat zij zich hiervoor baseert op de concrete voorstellen die Fost Plus uitwerkt; dat ook de rechtspersonen van publiekrecht hun inbreng moeten kunnen doen;
Overwegende dat het basisscenario naar redelijkheid moet kunnen worden aangepast aan bepaalde plaatselijke bijzonderheden;
Overwegende dat, wanneer de inzamelfrequentie "om de 4 weken", respectievelijk "om de 2 weken" vergoed wordt aan de totale en reële kost, dit impliceert dat ook de inzameling "maandelijks", respectievelijk "2 keer per maand" is toegelaten en vergoed wordt aan de totale en reële kost;
Overwegende dat de huis-aan-huis inzameling van papier/karton normaal zonder containers gebeurt; dat de burgers hun papier/karton bijeengebonden of in een kartonnen doos aanbieden; dat evenwel deze inzamelmethode fysiek belastend is voor de ophalers en niet toelaat om de inzameling effectief te beperken tot de huisgezinnen; dat daarom sommige rechtspersonen van publiekrecht kiezen voor een inzameling door middel van containers; dat deze keuze principieel moet aanvaard worden, voor zover de rechtspersoon van publiekrecht zelf de kosten draagt voor de aanschaf van de containers;
Overwegende dat de Gewesten verwachten dat de rechtspersonen van publiekrecht die het papier/karton via containers huis-aan-huis willen inzamelen, maximum 10 % van de bevolking zullen vertegenwoordigen; dat dit overeenkomt met een maximale meerkost van ongeveer 220.000 euro; dat het in de erkenning opnemen van een begrenzing Fost Plus beschermt tegen onvoorziene omstandigheden;
Overwegende dat een duo-inzameling van papier/karton en PMD vanuit economisch, ecologisch en maatschappelijk oogpunt gelijkwaardig kan zijn aan een afzonderlijke inzameling van deze fracties;
Overwegende dat de densiteit van het (bovengrondse) glasbollennetwerk aangepast moet zijn aan de bevolkingsdichtheid en de geografische omstandigheden; dat ook met de kwaliteit van het netwerk rekening moet worden gehouden;
Overwegende dat ingegraven glasbollen soms de meest geschikte oplossing zijn voor een bepaalde omgeving en dat men in dat geval een billijke vergoeding hiervoor moet voorzien, waarbij met name rekening wordt gehouden met de hoge investeringskosten; dat ingegraven glasbollen kaderen binnen de optimalisering van het glasbollennetwerk, die van prioritair belang is;
Overwegende dat de Gewesten tegen het einde van de erkenningsperiode willen komen tot een verhoging van het aantal ingegraven glasbollen in het totale glasbollennetwerk; dat de Gewesten verwachten dat de investeringskosten verbonden aan de ingegraven glasbollen voor de helft door Fost Plus en voor de andere helft door de rechtspersonen van publiekrecht gedragen worden; dat deze laatsten hiervoor mogen gebruik maken van de 0,11 EUR per inwoner die Fost Plus als aanvullende tussenkomst voor glas betaalt, maar dat de bijdrage van Fost Plus niet uit deze aanvullende tussenkomst kan genomen worden;
Overwegende dat, omwille van de gedeelde investeringskosten, alle betrokken partijen samen een actieplan moeten uitwerken;
Overwegende dat ingegraven glasbollen in het gebruik niet noodzakelijk duurder zijn dan bovengrondse glasbollen; dat de ingegraven glasbollen zo goed als mogelijk moeten geïntegreerd worden in het normale ledigingsschema van het glasbollennetwerk;
Overwegende dat bijzondere maatregelen inzake de frequentie van de selectieve inzamelingen wenselijk zijn voor sommige grootsteden en dichtbevolkte gebieden; dat de financiering door Fost Plus van deze verhoging van de inzamelfrequentie moet verantwoord worden door sociale, technische, economische en ecologische motieven, teneinde geen onverantwoorde inzamelmodaliteiten aan te moedigen;
Overwegende dat in sommige grote steden en toeristische zones er ernstige problemen van mobiliteit zijn; dat deze problemen de huis-aan-huis inzameling van het verpakkingsafval sterk kunnen hinderen; dat avond- of weekendinzamelingen in bepaalde gevallen de aangewezen oplossing zijn, maar dat de noodzaak hiervan moet kunnen aangetoond worden door de rechtspersonen van publiekrecht;
Overwegende dat, wanneer een rechtspersoon van publiekrecht aantoont dat avond- of weekendinzamelingen nodig zijn om ernstige problemen van mobiliteit te vermijden, Fost Plus de eventuele meerkosten die hieraan verbonden zijn, niet principieel mag weigeren op grond van een vergelijking met gemiddelde inzamelkosten; dat de Gewesten van oordeel zijn dat Fost Plus en de rechtspersoon van publiekrecht elk hun deel van de verantwoordelijkheid moeten dragen voor de eventuele meerkosten;
Overwegende dat het logisch is om voor de maandelijkse inzameling van glas huis-aan-huis een billijke forfaitaire vergoeding te voorzien;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 10, § 2, 6, van het samenwerkingsakkoord, de financiële verantwoordelijkheid van het erkende organisme zich eveneens uitstrekt tot andere materiaalstromen dan deze voorzien in het basisscenario, die, hoofdzakelijk op de containerparken, ingezameld worden door de rechtspersonen van publiek recht, voor zover het afval afkomstig is van huishoudelijke verpakkingen en de recyclage ervan kan aangetoond worden;
Overwegende dat het nodig is om te verhelpen aan het onvoldoende karakter van verschillende recyclageattesten die voor deze bijkomende stromen werden afgeleverd, in het bijzonder voor het verpakkingsafval dat via "trading" naar het Verre Oosten verscheept wordt voor recyclage; dat een procedure wordt uitgewerkt om aan dit probleem te verhelpen;
Overwegende dat de vergoedingen die Fost Plus betaalt, enkel verschuldigd zijn wanneer de recyclage vaststaat; dat de kosten voor certificatie van de recyclage bijzonder hoog kunnen zijn, bijvoorbeeld wanneer de recyclage in het Verre Oosten gebeurt; dat deze kosten voor certificatie ongetwijfeld snel zullen zakken wanneer de recyclageketen betrouwbaar en stabiel is; dat een rechtspersoon van publiekrecht die kiest voor een minder betrouwbare en minder stabiele recyclageketen, zelf mee de verantwoordelijkheid moet dragen voor de hogere certificatiekosten;
Overwegende dat pilootprojecten wenselijk zijn, om op zoek te gaan naar alternatieve scenario's die efficiënt zijn inzake kosten en inzake resultaten; dat alle partijen hierbij gebaat zijn; dat de pilootprojecten ook tot doel kunnen hebben om een beter evenwicht te vinden tussen de preventie en het beheer van verpakkingsafval; dat de voorkeur moet worden gegeven aan kleinschalige projecten;
Overwegende dat het noodzakelijk is om de pilootprojecten en hun evaluatie te omgeven met randvoorwaarden die garanties geven inzake de budgettaire stabiliteit van het erkende organisme en de principiële gelijke behandeling van de rechtspersonen van publiekrecht;
Overwegende dat de pilootprojecten moeten begeleid en geëvalueerd worden; dat de evaluatie op een objectieve en tegenstelbare wijze moet verlopen;
Overwegende dat de keuze door de rechtspersoon van publiek recht van het inzamelscenario de verkoopwaarde van de materialen, die in principe aan Fost Plus toekomt, op ongunstige wijze kan beïnvloeden; dat moet worden vermeden dat de aan de rechtspersonen van publiek recht gelaten vrijheid Fost Plus onverantwoorde financiële schade zou toebrengen;
Overwegende dat het erkende organisme, samen met de rechtspersoon van publiekrecht, de huis-aan-huisinzameling van de gemengde fractie papier/karton organiseert; dat bijgevolg het aandeel verpakkingsafval in deze stroom moet vastgelegd worden, waarbij voor de vergoeding van deze stroom, naast het gewicht, ook rekening moet gehouden worden met het densiteitverschil tussen papier en karton en de invloed van de densiteit op de kosten van de 2 deelfracties, alsook met de andere relevante factoren;
Overwegende dat in het verleden door de Interregionale Verpakkingscommissie studies werden uitgevoerd betreffende de samenstelling van de gemengde fractie papier/karton; dat de Interregionale Verpakkingscommissie in de loop van 2013 de resultaten hiervan heeft willen actualiseren door een nieuwe studie; dat deze actualisatiestudie de conclusies van de vorige studies heeft bevestigd;
Overwegende dat het noodzakelijk is om nader te bepalen welke stromen verpakkingsafval in de eerste plaats in rekening worden gebracht voor het bereiken door het erkende organisme van het in het samenwerkingsakkoord voorziene percentage van nuttige toepassing, en dit op een wijze die ertoe strekt de verschillende partijen te responsabiliseren; dat er met name voor de residu's van de PMD-sortering een gedeelde verantwoordelijkheid bestaat tussen Fost Plus, de sorteercentra en de rechtspersonen van publiek recht;
Overwegende dat het op basis van artikel 13, § 1, 1 en 3, van het samenwerkingsakkoord noodzakelijk is dat het erkende organisme op het vlak van de kosten voor de inzameling, het transport en de verbranding met energierecuperatie van niet-selectieve stromen voor elk gewest op dezelfde manier in de kosten bijdraagt; dat hiertoe een vaste verdeelsleutel tussen de gewesten noodzakelijk is; dat de hoogte van de vergoedingen bepaald worden op basis van het geheel van de gegevens waarover de Interregionale Verpakkingscommissie beschikt;
Overwegende dat eenzelfde regeling noodzakelijk is voor de vergoeding door het erkende organisme van metalen verpakkingsafval uit schroot;
Overwegende dat de quasi onvermijdelijke vervuiling van bovengrondse glasbolsites met achtergelaten zwerfvuil een maatschappelijk storend fenomeen is; dat Fost Plus kan meehelpen aan de oplossing van dit fenomeen, door bijzondere acties ter preventie van zwerfvuil, door een strenge controle op de naleving van de contracten en bestekken en door een beperkte financiële tussenkomst in de kosten van de aanvullende reinigingen van de bovengrondse glasbolsites door de rechtspersonen van publiek recht;
Overwegende dat in functie van de lokale omstandigheden moet kunnen geopteerd worden voor verschillende modaliteiten voor de glasinzameling, maar dat geen ongelijke behandeling van de rechtspersonen van publiekrecht kan worden aanvaard; dat een globale oplossing voor de glasinzameling zich opdringt; dat ook het plaatsen van ingegraven glasbollen past binnen deze globale oplossing;
Overwegende dat het actieplan om tegen het einde van de erkenningsperiode te komen tot een verhoging van het aantal ingegraven glasbollen, de minimale financiële verantwoordelijkheid van Fost Plus inzake het plaatsen van ingegraven glasbollen zal vastleggen; dat het actieplan de rechtspersonen van publiekrecht evenwel niet beperkt in hun keuze van de aangewezen inzamelrecipiënten voor glas;
Overwegende dat een billijke forfaitaire vergoeding, in het licht van het geheel van de financiële gegevens waarover de Interregionale Verpakkingscommissie beschikt, dit gelijkheidsbeginsel kan garanderen; dat evenwel duidelijk moet zijn dat deze vergoeding uitsluitend kan dienen voor reële investeringen; dat de Interregionale Verpakkingscommissie hierop moet toezien;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 10, § 2, 6, van het samenwerkingsakkoord, de vergoeding van de reële en volledige kosten van de door de rechtspersoon van publiek recht uitgevoerde activiteiten, zich uitstrekt tot de kosten die veroorzaakt worden door de opvolging van de projecten van selectieve inzameling; dat er met het oog op een volledige gelijkheid tussen de rechtspersoon van publiek recht een gemeenschappelijke basis moet worden vastgelegd met betrekking tot de berekening van deze vergoeding; dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de inzameling op de containerparken en de andere inzamelwijzen; dat voor de inzameling op de containerparken de opvolgingskosten gevoelig hoger liggen, gelet op de investerings- en werkingskosten van de containerparken;
Overwegende dat Fost Plus in de erkenningsaanvraag voorstelt om de vergoeding van de opvolgingskosten te forfaitariseren als een bedrag per inwoner, waarbij de hoogte van het forfait deels afhankelijk wordt gesteld van de netheid van de glasbolsites en voor de rest van de hoogte van het PMD-residu;
Overwegende dat het principe van een forfaitarisering verdedigbaar is vanuit het gelijkheidsbeginsel, maar dat het laten afhangen van de netheid van de glasbolsites en van de hoogte van het PMD-residu, weer afbreuk doet van het gelijkheidsbeginsel; dat er ook geen direct verband is tussen de gemaakte kosten voor de opvolging van het project en de behaalde resultaten inzake de netheid van de glasbolsites en inzake het residu; dat andere factoren, zoals samenstelling en dichtheid van bevolking of graad van verstedelijking, een grotere rol spelen;
Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie daarom het voorstel van Fost Plus om de vergoeding van de opvolgingskosten te forfaitariseren, niet kan aanvaarden; dat dit gevolgen heeft voor andere elementen van de erkenningsaanvraag die gekoppeld zijn aan de vergoeding van de opvolgingskosten; dat, luidens de erkenningsaanvraag, de diverse voorstellen van Fost Plus globaal genomen een gelijkaardige dekking van de kosten van de rechtspersonen van publiekrecht voorzien als onder de voorgaande erkenning; dat daarom de Interregionale Verpakkingscommissie de vorige erkenning als basis voor de vergoedingen heeft genomen;
Overwegende dat in de geest van de gelijke behandeling van de rechtspersonen van publiek recht de berekening van de winst op de verkoop van de blauwe zakken hetzelfde moet zijn voor alle rechtspersonen van publiek recht;
Overwegende dat met het oog op een strikte gelijkheid tussen de consumenten de bestemming van deze winst voor elke rechtspersoon van publiek recht op dezelfde wijze moet worden geregeld;
Overwegende dat de intercommunale kan eisen dat de PMD-zakken door Fost Plus zouden worden verdeeld;
Overwegende dat de communicatie op lokaal vlak, of de projectgebonden communicatie, tot doel heeft om praktische informatie ter beschikking van de burgers te stellen, die bestemd is om de kwaliteit van de inzameling, de sortering en de recyclage te garanderen en te verbeteren; dat de hiermee verband houdende kosten door het erkende organisme moeten worden gedekt; dat per rechtspersoon van publiekrecht de aangewezen acties verschillend kunnen zijn;
Overwegende dat de strategie voor lokale communicatie in alle geval bepaald moet worden in een geest van dialoog en overleg tussen het erkende organisme en de rechtspersoon van publiek recht;
Overwegende dat verkeerd gesorteerde PMD-zakken die om die reden niet opgehaald worden, een probleem van openbare netheid vormen, wanneer ze niet worden teruggenomen door de huisgezinnen; dat geïndividualiseerde communicatieacties aangewezen zijn om aan deze problematiek te verhelpen; dat de rechtspersoon van publiekrecht goed geplaatst is om dit soort communicatie te verzekeren; dat ook Fost Plus hieraan bijzondere aandacht moet schenken;
Overwegende dat de rechtspersonen van publiek recht het residupercentage van de PMD-sortering op een positieve wijze kunnen beïnvloeden, dankzij diverse acties bij de burgers en bij de sorteercentra;
Overwegende dat aan het erkende organisme de mogelijkheid moet geboden worden om dit soort acties, die bijdragen tot het bereiken van de gewenste recyclagepercentages, aan te moedigen door middel van een financiële beloning;
Overwegende dat deze financiële beloning moet kunnen worden vastgelegd, rekening houdend met de oorzaken van de PMD-verliezen bij het sorteerproces, en dit op een wijze die de verantwoordelijkheden van elke actor B consument, rechtspersoon van publiek recht, sorteercentrum, verpakkingsverantwoordelijke of erkend organisme B respecteert; dat deze beloning met name rekening moet houden met een abnormaal hoge aanwezigheid van goed PMD in het residu;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 13, § 3, van het samenwerkingsakkoord, bij gebreke aan een akkoord tussen het erkende organisme en de rechtspersoon van publiek recht betreffende het sluiten en het uitvoeren van een contract volgens het door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurd model, de partijen een beroep kunnen doen op de bemiddeling van de bevoegde gewestelijke administratie;
Overwegende dat er, wanneer het conflict zich in het kader van de uitvoering van het contract voordoet, naast de gewestelijke bemiddeling andere vormen van geschillenbeslechting bestaan, die soms tot meer praktische resultaten kunnen leiden, gelet op de soms complexe aard van het conflict (bijvoorbeeld inzake schadeberekeningen); dat alle relevante mogelijkheden tot conflictbeslechting moeten voorradig zijn;
Overwegende dat het erkende organisme binnen de correcte uitvoering van de overeenkomsten moet overgaan tot de uitbetaling van de bedragen die het niet uitdrukkelijk betwist, zelfs indien deze laatste deel uitmaken van omstreden facturen, zonder dat evenwel het erkende organisme zelf benadeeld mag worden; dat het aan de rechtspersonen van publiekrecht is om toe te zien op de juistheid van de facturen;
Overwegende dat overeenkomstig de artikelen 10, § 2, 6, en 13, § 1, 7, van het samenwerkingsakkoord het modelcontract zoals goedgekeurd door de Interregionale Verpakkingscommissie als model dient voor de relaties tussen het erkende organisme en elke rechtspersoon van publiek recht;
Overwegende dat het modelcontract niet op definitieve manier kan worden goedgekeurd in deze erkenningstekst, vermits de erkenning een aantal belangrijke wijzigingen aan het modelcontract oplegt; dat een navolgende goedkeuringsprocedure moet worden voorzien, die redelijke termijnen bevat;
Overwegende dat het modelcontract ook de modelbestekken voor de inzameling, de sortering en de verwerving omvat, aangezien deze formeel een bijlage zijn bij het modelcontract; dat een deel van de modelbestekken, namelijk de gunningscriteria en de wijze waarop de gunningscriteria moeten beoordeeld worden, aan een aangepaste goedkeuringsprocedure moeten worden onderworpen, die ook voorziet in een betrokkenheid van de rechtspersonen van publiekrecht en die daarom van langere duur is;
Overwegende dat het van het allergrootste belang is, omwille van de uniformiteit van de verschillende lopende, te sluiten of te onderhandelen overeenkomsten, dat er voorzien wordt in een procedure ter aanpassing van de overeenkomsten; dat er met name redelijke termijnen vereist zijn;
Overwegende dat het noodzakelijk is om in de huidige erkenning de principes te voorzien die door het erkende organisme nageleefd moeten worden in het geval voornoemde zelf de markten voor selectieve inzameling, sortering en/of recyclage toewijst, teneinde enerzijds alle hierbij betrokken actoren te verenigen en anderzijds de naleving van de regels van transparantie, gelijkheid en vrije concurrentie te waarborgen;
Overwegende dat in toepassing van het samenwerkingsakkoord het erkende organisme slechts een markt voor de selectieve inzameling zal toewijzen in het geval dat de rechtspersoon van publiekrecht hiervan afziet;
Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie in het kader van haar controleopdracht ten aanzien van Fost Plus geïnformeerd moet worden over de prijzen van de gegunde markten; dat de gunningsverslagen strikt genomen deel uitmaken van het contract tussen Fost Plus en de rechtspersoon van publiekrecht;
Overwegende dat het systematisch overmaken van de prijzen van de nieuw toegewezen markten, alsook van een samenvattend document, noodzakelijk is om de Interregionale Verpakkingscommissie toe te laten haar taken op een efficiënte manier te vervullen;
Overwegende dat het noodzakelijk is om in de erkenning een regeling te voorzien voor de uitzonderlijke verlenging van sommige verwervingscontracten; dat ook hier inspiratie werd gevonden in de wetgeving overheidsopdrachten;
Overwegende dat, met het oog op het verenigen van alle betrokken actoren in elke fase van de gunningsprocedure van de opdrachten, voorzien moet worden in de tussenkomst van een gemengd comité, waarin ook de Interregionale Verpakkingscommissie als waarnemer aanwezig is; dat de samenstelling van dit comité kan variëren naar gelang van de taken die het gevraagd wordt uit te voeren; dat ook de aanwezigheid in het gemengd comité van een federatie die de bedrijven voor het beheer van afvalstoffen vertegenwoordigt, duidelijk een toegevoegde waarde heeft, maar dat deze federatie geen stemrecht kan hebben en dat zij niet kan deelnemen aan een vergadering, wanneer er mogelijks een belangenconflict is, zoals wanneer er kennis wordt genomen van concrete offertes; dat het huishoudelijk reglement van het gemengd comité de gevallen kan omschrijven waarin er een risico op belangenvermenging is;
Overwegende dat het van groot belang is dat er een controle gebeurt van de recyclage van de ingezamelde, gesorteerde en verworven hoeveelheden, volgens regels die efficiëntie, onpartijdigheid, vertrouwelijkheid verzekeren; dat deze controle tot doel heeft een volledige en onbetwistbare opvolging van de recyclageketen te verzekeren, ook wanneer de effectieve recyclage in het buitenland plaatsvindt;
Overwegende dat in toepassing van de artikelen 10, § 2, 6, en 13, § 1, 5, van het samenwerkingsakkoord het erkende organisme de verplichting heeft om tewerkstelling te ontwikkelen in verenigingen of vennootschappen met een sociaal oogmerk die als maatschappelijk doel de recyclage en de nuttige toepassing van verpakkingsafval hebben;
Overwegende dat de reeds bestaande maatregelen voor de bevordering van de sociale tewerkstelling kunnen bestendigd worden;
Overwegende dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag een vereenvoudiging van de principes voor de berekening van de "Groene Punt"- tarieven voorstelt, terwijl de Gewesten eind 2012 reeds duidelijk hadden gemaakt aan Fost Plus dat ze de principes voor de berekening van de tarieven graag in een andere richting zagen evolueren; dat de vraag van de Gewesten, gesteld via de Interregionale Verpakkingscommissie, verantwoord was vanuit het maatschappelijk belang van de tarieven; dat deze immers in de praktijk doorgerekend worden aan de consumenten via de prijs van de producten; dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag niet inhoudelijk reageert op de vraag van de Gewesten;
Overwegende dat daarom de principes voor de berekening van de "Groene Punt"-tarieven niet zonder voorbehoud kunnen goedgekeurd worden; dat er binnen een redelijke termijn moet gekomen worden tot aangepaste principes die een breed maatschappelijk draagvlak hebben en die de afvalhiërarchie van de richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen respecteren; dat Fost Plus zich in de hoorzitting van 5 december 2013 bereid heeft verklaard om samen met de Interregionale Verpakkingscommissie deze principes te herwerken;
Overwegende dat de principes voor de berekening van de "Groene Punt"-tarieven onder meer duidelijk zouden moeten rekening houden met de effectieve recyclagegraad van de verpakkingen, bijvoorbeeld voor plastics die ingezameld worden in de PMD-zak en voor materialen die gerecycleerd worden volgens het artikel 8 van deze erkenning; dat het tevens aangewezen is een tariefverhoging te voorzien voor verpakkingen die de recyclage kunnen belemmeren en voor verpakkingen die gevaarlijke substanties hebben bevat;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat de Interregionale Verpakkingscommissie tijdig op de hoogte wordt gesteld van de berekeningsmethode van de bijdragen van de leden en van de hoogte van de tarieven;
Overwegende dat een retroactieve aansluiting de betaling van retroactieve bijdragen met zich mee moet brengen; dat dit eveneens een gevolg is van het bepaalde in artikel 12, 4, van het samenwerkingsakkoord; dat, op meer algemene wijze, een verpakkingsverantwoordelijke geen voordeel mag halen uit de niet-naleving van zijn wettelijke verplichtingen;
Overwegende dat om praktische en juridische redenen de financiële effecten van de retroactiviteit in de tijd moeten worden beperkt;
Overwegende dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag voorstelt om de totale hoogte van de retroactieve bijdragen verder te verlagen; dat de Interregionale Verpakkingscommissie dit niet kan toelaten, omdat het de retroactieve bijdrage dreigt te herleiden tot een louter symbolische bijdrage;
Overwegende dat door de leden van Fost Plus bij de keuze van hun verpakkingen, ten behoeve van een optimale invulling van de terugnameplicht, ook ecologische elementen in ogenschouw moeten worden genomen; dat bijvoorbeeld de recycleerbaarheid van verpakkingen voor Fost Plus zeer belangrijke informatie is vanuit logistiek oogpunt en dat de evolutie van de herbruikbare verpakkingen moet opgevolgd worden; dat systematisch ook de Interregionale Verpakkingscommissie op de hoogte moet worden gesteld;
Overwegende dat sommige verpakkingsverantwoordelijken, bijvoorbeeld distributeurs voor hun huismerken, in België en in de buurlanden experimenteren of geëxperimenteerd hebben met het afdrukken van concrete sorteerinstructies op hun verpakkingen; dat hierbij soms verkeerde of dubbelzinnige instructies gegeven werden; dat de leden van Fost Plus ook op dit vlak hun verantwoordelijkheid moeten opnemen;
Overwegende dat het opleggen van een sorteerlogo aan de leden van Fost Plus stuit op juridische en praktische bezwaren, maar dat het tot stand brengen van een geharmoniseerd kader voor de leden die wensen een dergelijk sorteerlogo op hun verpakkingen te zetten, een dringende noodzaak is;
Overwegende dat een algemeen geldend sorteerlogo mogelijk ook eventuele meerkosten met zich mee gaat brengen, maar dat hierover weinig cijfermateriaal voorhanden is; dat een studie hieromtrent zich opdringt;
Overwegende dat het erkende organisme zich in een feitelijk monopolie bevindt; dat dit de verantwoordelijkheid van de Interregionale Verpakkingscommissie om de belangen van de leden van het organisme te beschermen, vergroot; dat de Interregionale Verpakkingscommissie daarom elke wijziging van het modelcontract tussen Fost Plus en zijn leden moet kunnen goed- of afkeuren; dat een duidelijke communicatie van de contractsvoorwaarden van essentieel belang is;
Overwegende dat volgens artikel 12, 3, van het samenwerkingsakkoord elk erkend organisme gehouden is tot het sluiten van een verzekeringscontract tot dekking van de schade die uit zijn activiteiten kan voortvloeien; dat deze bepaling hoofdzakelijk betrekking heeft op de burgerlijke aansprakelijkheid;
Overwegende dat ook het risico van inkomensverlies door het verloren gaan van tonnages bij overmacht, bijvoorbeeld een brand in het sorteercentrum, moet gedekt worden;
Overwegende dat de verantwoordelijkheid voor de ingezamelde afvalstoffen moet verduidelijkt worden in de contracten die Fost Plus met de rechtspersonen van publiekrecht en met derden binden, mede in het licht van de eigendom van de materialen;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 11 van het samenwerkingsakkoord het globale bedrag van de financiële zekerheid moet bepaald worden als de totale door Fost Plus geraamde kosten voor de inzameling en sortering van huishoudelijk verpakkingsafval in het laatste jaar van de erkenning, evenwel verminderd met de verkoopwaarde van de materialen in dit jaar; dat, wanneer Fost Plus zijn activiteiten zou stopzetten, de verkoopwaarde van de materialen immers opnieuw aan de rechtspersonen van publiekrecht moet toekomen; dat Fost Plus hiertoe sluitende garanties moet geven;
Overwegende dat het stellen van 30 miljoen EUR aan financiële zekerheden voor het erkende organisme een maximaal aanvaardbare immobilisering van financiële middelen uitmaakt;
Overwegende dat, hoewel de bankgarantie in principe de meest zekere vorm van garantie biedt, ook een pand op bankrekeningen gelijkaardige gevolgen kan sorteren; dat dit veronderstelt dat de nodige contractuele bepalingen worden opgenomen, die de Interregionale Verpakkingscommissie het recht verlenen toezicht uit te oefenen over de stand van de bankrekeningen en te allen tijde haar het recht verlenen de controle over de bankrekeningen uit te oefenen, met name door de banken te verbieden nog gevolg te geven aan eventuele instructies van Fost Plus waardoor het beschikbaar saldo zou verminderen tot beneden een in de erkenning vastgelegde drempel; dat om deze reden een pand op bankrekeningen kan toegelaten worden als een alternatief voor de klassieke bankgarantie, voor zover volkomen gelijkwaardige garanties kunnen geboden worden aan de rechtspersonen van publiekrecht; dat een expliciete goedkeuring van de modaliteiten van het pandrecht door de Interregionale Verpakkingscommissie absoluut noodzakelijk is om de gelijkwaardigheid van de geboden garanties te kunnen verzekeren;
Overwegende evenwel dat de Interregionale Verpakkingscommissie, gelet op de bepalingen van het samenwerkingsakkoord, slechts een financiële zekerheid van 30 miljoen EUR als voldoende kan aanvaarden, indien er waterdichte garanties zijn dat in de eerste 4 maanden na de aankondiging door Fost Plus van de stopzetting van zijn activiteiten, de betalingen door de leden zullen worden verdergezet, zonder enige praktische of juridische belemmering die zou zijn te wijten aan de ontbinding van de vzw Fost Plus;
Overwegende dat krachtens artikel 20 van het samenwerkingsakkoord de Interregionale Verpakkingscommissie de relevantie, inhoud en vorm beoordeelt van de door het erkende organisme voorgenomen acties inzake informatie en sensibilisering van de consumenten en inzake publiciteit; dat de projectgebonden communicatie, zoals bijvoorbeeld de druk van de ophaalkalender, niet onder dit artikel van het samenwerkingsakkoord valt;
Overwegende dat het "Groene punt"-logo niets te maken heeft met enige sorteerboodschap en dat het in de geest van de bevolking niet hieraan zou mogen gekoppeld worden; dat een eenvoudige berichtgeving omtrent de betekenis van het logo moet worden geïntegreerd in de sorteerboodschap;
Overwegende dat Fost Plus als enig statutair doel de terugname van verpakkingsafval heeft conform artikel 6 van het samenwerkingsakkoord en dat hij bijgevolg niet als een rechtspersoon in de zin van artikel 4, § 2 van het samenwerkingsakkoord kan aanzien worden;
Overwegende dat de mogelijkheid voor Fost Plus om "horeca-glas" in rekening te brengen in zijn resultaten, zoals die bestond in de vorige erkenning van Fost Plus, kan behouden blijven;
Overwegende dat ook de reeds bestaande mogelijkheid voor Fost Plus om PMD-afval dat vrijkomt bij bedrijven, in rekening te brengen, kan behouden blijven; dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag voorstelt om de inzameling van PMD bij bedrijven actief te gaan ontwikkelen, mede in het licht van de huidige en toekomstige wetgevingen van de Gewesten die de bedrijven (zullen) verplichten om PMD-afval gescheiden in te zamelen met het oog op recyclage;
Overwegende dat de totale potentiële markt voor PMD-afval ingezameld bij bedrijven eerder beperkt is;
Overwegende dat Fost Plus in zijn erkenningsaanvraag voorstelt om 160 EUR per ton te betalen voor de sortering van het PMD-afval dat bij de bedrijven ingezameld wordt, waarbij Fost Plus ook betaalt voor het residu van dit PMD-afval; dat de Interregionale Verpakkingscommissie de globale kost voor de sortering gepast vindt, maar dat zij dit wil uitgedrukt zien als een kost per ton, exclusief residu;
Overwegende dat in overleg met de stakeholders praktische modaliteiten moeten worden bepaald om op een eenvoudige manier het PMD-residu te meten;
Overwegende dat Fost Plus de waarde van de materialen die uitgesorteerd worden, dewelke waarde kan worden ingeschat op ongeveer 293 EUR/ton, zonder beperking in mindering wil brengen van zijn betalingen voor de sortering; dat dit evenwel een negatieve kost voor Fost Plus zou betekenen van ongeveer 400.000 EUR per jaar; dat het principieel niet verantwoord is dat Fost Plus dergelijke winsten kan realiseren;
Overwegende dat het aangewezen is om een degressief tarief te voorzien voor de inzameling van PMD-afval bij bedrijven; dat het immers belangrijk is om vooral in de eerste jaren deze bijkomende inzameling te gaan promoten; dat kan verwacht worden dat het systeem en de onderliggende plicht tot gescheiden inzameling na enkele jaren voldoende ingeburgerd is;
Overwegende dat de waarde van de materialen enigszins onvoorspelbaar is; dat om deze reden een jaarlijkse aanpasbaarheid van de vergoedingen zich opdringt; dat de eventuele aanpassing van de vergoedingen kan gebeuren op voorstel van Fost Plus, maar dat de uiteindelijke beslissing aan de Interregionale Verpakkingscommissie moet toekomen;
Overwegende dat de vergoedingsregeling voor de inzameling van PMD-afval bij bedrijven logischerwijs ook van toepassing dient te zijn bij de inzameling "out-of-home" van PMD; dat in de praktijk voor deze "out-of-home"-projecten een contract van het type "PMD bedrijven" zal worden afgesloten;
Overwegende dat een "out-of-home"-project een ruimer voorwerp kan hebben dan enkel de inzameling van PMD-afval; dat ook bijvoorbeeld communicatieacties er kunnen van deel uitmaken;
Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie de jaarlijkse evolutie van de begroting van Fost Plus opvolgt; dat sinds de wijziging van het samenwerkingsakkoord in 2008 een structurele daling van sommige begrotingsposten werd vastgesteld van minstens 1,2 miljoen euro; dat het met name gaat om de begrotingsposten "horizontale projecten" en "basiscommunicatie"; dat een belangrijk deel van de uitgaven die vóór 2008 op deze begrotingsposten genomen werden, nu door de Gewesten gedragen worden via de bijdrage voorzien in artikel 13, § 1, 12 van het samenwerkingsakkoord;
Overwegende dat deze evolutie niet gewenst was; dat de geviseerde begrotingsposten niet verder mogen zakken dan het niveau 2013 en dat de concrete uitgaven ook op een redelijk niveau moeten blijven; dat Fost Plus in alle openheid elk jaar een voorstel moet doen voor een aan de 3 Gewesten gemeenschappelijk basisprogramma; dat tegen het einde van de erkenningsperiode een redelijke budgettaire groei mag verwacht worden;
Overwegende dat aan Fost Plus bijzondere aandacht wordt gevraagd voor 2 specifieke onderwerpen, namelijk voor de inzameling van verpakkingsafval van huishoudelijke verpakkingen bij bedrijven en met name de inzameling van huishoudelijke EPS-verpakkingen bij elektrozaken, alsook voor communicatieacties inzake afvalpreventie gericht naar K.M.O.'s;
Overwegende dat voor alle communicatie die niet onder voornoemd artikel van het samenwerkingsakkoord valt, maar die wel door Fost Plus wordt georganiseerd of geheel of gedeeltelijk gefinancierd, de noodzaak zich opdringt om de Interregionale Verpakkingscommissie te informeren, teneinde de controletaken van de Interregionale Verpakkingscommissie niet in het gedrang te brengen, met name inzake de naleving van het samenwerkingsakkoord en inzake de budgettaire controle; dat bijvoorbeeld moet gecommuniceerd worden omtrent de communicatie naar de scholen en de aanwezigheid op festiviteiten;
Overwegende dat deze bijkomende communicatieverplichting zo eenvoudig mogelijk moet zijn en geen afbreuk mag doen aan de rechten en bevoegdheden van het erkende organisme, zoals bepaald in het samenwerkingsakkoord; dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds communicatieacties die volgens het samenwerkingsakkoord moeten voorgelegd worden aan de Interregionale Verpakkingscommissie en anderzijds communicatieacties waarvoor dit niet is voorzien; dat voor deze tweede categorie het toezicht van de Interregionale Verpakkingscommissie minder ver gaat en concreet beperkt is tot het normale toezicht op de werking van het erkende organisme, met respect voor de gewestelijke afvalstoffenplannen, en zijn aanwending van middelen; dat voor wat de praktische invulling van deze communicatieverplichting betreft, onderling de nodige modaliteiten kunnen worden afgesproken, teneinde geen nodeloze administratieve lasten te veroorzaken;
Overwegende dat het erkende organisme moet beschikken over een registratiesysteem voor de gegevens betreffende de inzameling, sortering en verwerving van het verpakkingsafval; dat dit systeem het erkende organisme in staat moet stellen om aan de Interregionale Verpakkingscommissie alle informatie voor te leggen die het gehouden is mee te delen krachtens artikel 17 van het samenwerkingsakkoord, alsook de gegevens en rapporten te verstrekken die door de Interregionale Verpakkingscommissie benodigd zijn vanuit het geheel van de taken die haar zijn toebedeeld, waaronder in het bijzonder het voorbereiden van de Belgische rapporteringen betreffende verpakkingsafval aan de Europese Commissie;
Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie, om haar de in de artikelen 26, § 2, en 29 van het samenwerkingsakkoord beschreven taken inzake nazicht en controle tot een goed einde te laten brengen, vrije toegang moet hebben tot de databanken van Fost Plus, zowel betreffende de aangiftes van de leden als betreffende de selectieve inzameling, de sortering en de recyclage van verpakkingsafval;
Overwegende dat, teneinde de uitvoering van de aan Fost Plus opgelegde erkenningsvoorwaarden op te volgen, het noodzakelijk is een opvolgingscommissie in te stellen;
Overwegende dat artikel 10, § 4, van het samenwerkingsakkoord voorziet dat de normale duur van een erkenning 5 jaar bedraagt;
Overwegende dat Fost Plus beschikt over veel informatie betreffende de verpakkingsmarkt; dat het aangewezen is om de sleutelelementen aan de Interregionale Verpakkingscommissie te bezorgen;
Overwegende dat een maximale transparantie moet worden opgelegd aan het erkende organisme voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, gelet op de functie van openbaar nut die het vervult, Besluit : Afdeling 1. - Werkingsgebied
Artikel 1.§ 1. Fost Plus wordt erkend als organisme zoals voorzien in artikel 9 van het
samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten
type
samenwerkingsakkoord
prom.
04/11/2008
pub.
29/12/2008
numac
2008036325
bron
vlaamse overheid
Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval
sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, onder de voorwaarden vermeld in dit besluit. § 2. Deze erkenning wordt verleend voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong.
Fost Plus werkt, samen met de Interregionale Verpakkingscommissie en het bedrijfsleven, per productfamilie een gedetailleerde lijst uit van verpakkingen die doorgaans bestemd zijn voor gebruik door huishoudens.
De finaal door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurde lijst wordt door Fost Plus gebruikt als enig criterium om te bepalen of voor de verpakkingen moet aangesloten worden bij Fost Plus. Wanneer de goedgekeurde lijst voor een bepaalde verpakking niet eenduidig kan worden toegepast, wordt de lijst vervolledigd.
De lijst kan jaarlijks worden geactualiseerd door de Interregionale Verpakkingscommissie, in samenspraak met Fost Plus en het bedrijfsleven. De goedgekeurde lijst is in zijn officiële versie beschikbaar bij de Interregionale Verpakkingscommissie. Fost Plus stelt aan elk van zijn leden die daarom verzoekt, een kopie van de lijst ter beschikking. Art. 2.§ 1. Fost Plus moet het geheel van het Belgische grondgebied bestrijken met projecten op basis van een contract in de zin van artikel 13, § 1, 7 van het samenwerkingsakkoord, met pilootprojecten in de zin van artikel 9 van huidige erkenning of met proefprojecten in de zin van § 3. Afwijking kan worden verleend door de Interregionale Verpakkingscommissie, wanneer het niet afdekken van het Belgische grondgebied niet aan Fost Plus kan worden aangerekend. § 2. Fost Plus moet actief de inzameling van restplastics (andere plastics dan de plastic flessen en flacons) promoten, waarbij voor de vergoeding de regels van artikel 8 gelden. Fost Plus moet onder meer : - zijn expertise inzake de vermarkting van materialen ter beschikking stellen van de rechtspersonen van publiekrecht; - desgevallend, indien de rechtspersoon van publiekrecht daarom verzoekt, haar begeleiden in het organiseren van het project en bij de vermarkting van de ingezamelde materialen; - in overleg met de Interregionale Verpakkingscommissie, de Gewesten en de rechtspersonen van publiekrecht, de nodige voorstellen ontwikkelen om tegen het einde van de erkenningsperiode te komen tot een meer geharmoniseerde inzameling van de restplastics. § 3. Fost Plus moet voor ten minste 0,5 % van de Belgische bevolking de door het bevoegde Gewest goedgekeurde proefprojecten tot stand brengen en financieren die als voorwerp hebben een uitbreiding van de P-fractie van het PMD te testen. Elk proefproject moet verwezenlijkt worden binnen de 2 jaar na de goedkeuring van het Gewest en moet uiterlijk tegen einde 2017 door de betrokken partijen geëvalueerd worden. In geval van positieve evaluatie van het proefproject, kan het verdergezet worden. Afdeling 2. - Verhouding met de rechtspersonen van publiekrecht
Onderafdeling 1. - Recyclagepercentages Art. 3.Zonder afbreuk te doen aan de beslissingen die op Europees niveau genomen worden met betrekking tot de richtlijn 94/62/EG, gebeurt de berekening van de recyclagebreuk, zoals voorzien in artikel 4, voor de volgende materialen : - papier/karton; - glas; - plastic; - metalen; - drankkartons.
Voor elk van deze materialen moet het minimum recyclagepercentage zoals bepaald in het samenwerkingsakkoord behaald worden.
Voor de berekening van de recyclagebreuk behoren de samengestelde verpakkingen, andere dan drankkartons, tot het overwegende verpakkingsmateriaal. Voor wat betreft de rapportering aan de Europese Commissie, worden de drankkartons zowel apart vermeld als opgenomen onder het 'papier/karton'. Art. 4.Fost Plus moet zich aanpassen aan de berekeningsmodaliteiten voor de recyclagevoet, zoals uitgewerkt door de Interregionale Verpakkingscommissie. Deze modaliteiten worden hieronder gedetailleerd omschreven. a) Worden in rekening gebracht voor de berekening van de hoeveelheden selectief ingezameld verpakkingsafval en in deze volgorde : 1) alle verpakkingsafval dat selectief ingezameld wordt bij de huishoudens.De inzamelingen bij de binnenscheepvaart passen in dit kader. 2) verpakkingsafval zoals bedoeld in artikel 1, § 2 van deze erkenning, dat zich elders bevindt dan bij de huishoudens, maar dat samen met het afval van de huishoudens wordt ingezameld door of voor rekening van de rechtspersonen van publiekrecht. De principes die gelden voor de huis-aan-huis inzameling van dit verpakkingsafval, zijn om, gemiddeld, te streven naar : ? voor papier/karton : maximum 1 m3; per inzameling; ? met uitzondering van inzameling bij scholen en publieke collectiviteiten, voor PMD : maximum 240 liter per inzameling. 3) metalen verpakkingsafval, zoals bedoeld in artikel 1, § 2, ingezameld aan de ingang of aan de uitgang van huisvuilverbrandingsinstallaties of van andere verwerkingsinstallaties, voor zover de hoeveelheden niet hoger zijn dan de totale hoeveelheid huishoudelijke metalen verpakkingen op de Belgische markt gebracht, verminderd met de metalen ingezameld via de PMD-inzameling en dan vermenigvuldigd met 0,95, zijnde de gemiddelde extractiegraad van metalen verpakkingsafval van de verschillende verwerkingsinstallaties.4) zonder afbreuk te doen aan de bronnen vermeld onder de punten 1 tot en met 3 hierboven, het verpakkingsafval zoals bedoeld in artikel 1, § 2 van deze erkenning, dat zich elders bevindt dan bij de huishoudens (bijvoorbeeld in de horecasector of bij bedrijven) en dat wordt verworven via een overeenkomst afgesloten met een privé-operator of via een gelijkaardige overeenkomst afgesloten met een rechtspersoon van publiekrecht.b) De gerecycleerde hoeveelheden worden berekend aan de ingang van het recyclageproces, gedefinieerd overeenkomstig het Europees recht, met inbegrip van de arresten van het Europees Hof van Justitie en de diverse communautaire beslissingen.c) De berekeningsmethode van de recyclagepercentages is in overeenstemming met de beschikking 2005/270/EG van de Europese Commissie of met de europese regelgeving die hiervoor in de plaats komt.d) Sorteerresidu's worden niet in de recyclageresultaten opgenomen, behalve als ze gerecycleerd worden.e) Fost Plus garandeert dat het gerecycleerde verpakkingsafval effectief gebruikt wordt voor de productie van nieuwe eindproducten. Onderafdeling 2. - Vergoeding van de scenario's Art. 5.Fost Plus betaalt per materiaal de kosten voor inzameling en sortering terug volgens één van de volgende regelingen : a) reële en volledige kost : Fost Plus betaalt de facturen van de ophalers en sorteercentra, na te zijn goedgekeurd door de rechtspersoon van publiekrecht.b) referentiekost : Fost Plus betaalt aan de rechtspersoon van publiekrecht die voor zijn grondgebied verantwoordelijk is voor de inzameling van afvalstoffen, een forfait per materiaalstroom dat voor 40 % per ton (het variabele gedeelte van de referentiekost) en voor 60 % per inwoner (het vaste gedeelte van de referentiekost) wordt berekend.Dit forfait is gelijk aan de gemiddelde kost van de inzameling van de scenario's die betaald worden aan de reële en volledige kost, geïndexeerd naar het jaar waarin de referentiekost moet toegepast worden. De Interregionale Verpakkingscommissie kan een afwijking toestaan van deze normale verhouding tussen het vaste en het variabele gedeelte van de referentiekost op basis van een bewijsvoering die een andere kostenstructuur aantoont.
Deze forfaits worden bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie op basis van de voorstellen van Fost Plus; deze voorstellen worden door Fost Plus ook aan de rechtspersonen van publiekrecht bezorgd. Deze laatsten kunnen binnen de maand hun advies doorsturen. Fost Plus zal zijn voorstellen, berekend volgens de door de Interregionale Verpakkingscommissie gevraagde methode, overmaken tegen 31 maart van elk jaar waarin deze kosten moeten worden toegepast. Indien de Interregionale Verpakkingscommissie binnen een termijn van 3 maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de definitieve voorstellen van Fost Plus, geen beslissing heeft genomen, worden de voorstellen van Fost Plus geacht te zijn goedgekeurd.
Fost Plus houdt in zijn voorstel van referentiekost rekening met alle scenario's die vergoed worden aan de reële en volledige kost overeenkomstig de huidige erkenning, waarbij de koppeling gebeurt met de lokale kenmerken van de rechtspersonen van publiekrecht die deze scenario's toepassen, bijvoorbeeld inzake bevolkingsdichtheid. De Interregionale Verpakkingscommissie kan steeds aan Fost Plus vragen om bijkomende of aangepaste voorstellen over te maken. De door Fost Plus voorgestelde bedragen kunnen na consultatie van Fost Plus door de Interregionale Verpakkingscommissie worden bijgesteld naar aanleiding van de gegevens afkomstig van de informatieplicht van de rechtspersonen van publiekrecht (artikel 18, § 5, van het samenwerkingsakkoord). Tevens kunnen abnormale kosten door de Interregionale Verpakkingscommissie worden uitgesloten van de berekening van de referentiekosten.
In het geval de Interregionale Verpakkingscommissie de actualisering van de referentiekost niet goedkeurt, blijft de laatste door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurde referentiekost, mits indexering, van toepassing. c) forfaitaire vergoeding op basis van de referentiekost : Fost Plus betaalt een forfaitaire vergoeding die gebaseerd is op de referentiekost, voor het huishoudelijk verpakkingsafval bedoeld in artikel 8.d) in gemeenschappelijk akkoord : Fost Plus en de rechtspersoon van publiekrecht bepalen in gemeenschappelijk akkoord de te vergoeden kosten, in het geval beschreven in artikel 7, § 2, teneinde de totale en reële kost te dekken, zoals voorzien in het samenwerkingsakkoord. Art. 6.De volgende scenario's worden vergoed aan de reële en volledige kost, in de mate dat zij in overeenstemming zijn met het toepasselijke gewestelijk afvalstoffenplan : A. Papier/karton : ophaling huis-aan-huis om de 4 weken, al dan niet door middel van containers voor maximum 10 % van de bevolking, aangevuld met een inzameling op de containerparken.
B. PMD (plastic flessen en flacons, meta …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.