← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2019, gesloten in het Paritair Subco

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend, die de bijlagen van een eerdere overeenkomst wijzigt. Het doel is om het sectorale pensioenstelsel voor havenarbeiders in Antwerpen aan te passen aan nieuwe wettelijke bepalingen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 JUNI 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, houdende de wijziging van de bijlagen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2017, met registratienummer 144658/CO/301.01 (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, houdende de wijziging van de bijlagen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2017, met registratienummer 144658/CO/301.01. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 23 juni 2019. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2019 Wijziging van de bijlagen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2017, met registratienummer 144658/CO/301.01 (Overeenkomst geregistreerd op 22 maart 2019 onder het nummer 151118/CO/301.01) Artikel 1.Toepassingsgebied Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, en op de havenarbeiders, de logistieke werknemers met veiligheidscertificaat en op de vaklui. Art. 2.Voorwerp Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als doel het sectorale pensioenstelsel in overeenstemming te brengen met diverse wettelijke bepalingen, waaronder de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015011510 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022579 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de assimilatie van een periode van non-activiteit van bepaalde leden van de geïntegreerde politie voor de loopbaanvoorwaarde om met vervroegd pensioen te vertrekken, betreffende de cumulatie met een pensioen van de publieke sector, betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en betreffende de pensioenen van het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 29/12/2015 numac 2015011518 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek sluiten tot wijziging van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen. De nieuwe pensioen- en solidariteitsreglementen alsook de bijlage aan het pensioenreglement met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens worden in bijlage opgenomen en maken integraal deel uit van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 3.Duur van de overeenkomst Deze collectieve arbeidsovereenkomst gaat in op 1 januari 2019 en is gesloten voor een onbepaalde duur. Zij heeft dezelfde opzeggingsmodaliteiten en termijnen als de collectieve arbeidsovereenkomst die zij wijzigt. Partijen zullen de algemeen verbindend verklaring vragen. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 juni 2019. De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, houdende de wijziging van de bijlagen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2017, met registratienummer 144658/CO/301.01 Sectoraal sociaal aanvullend pensioenreglement ten gunste van de werknemers van het NPCHA HOOFDSTUK I. - Kader 1. Voorwerp van de overeenkomst 1.1. Onderhavig pensioenreglement omvat de rechten en verplichtingen van de inrichter, van de werkgevers, van de aangeslotenen en hun rechthebbenden, van de pensioeninstelling, de aansluitingsvoorwaarden, alsook de regels inzake de uitvoering van het sectorale pensioenstelsel voor de arbeiders ingericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 december 2004 gesloten binnen het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen (PSC 301.01). 1.2. Dit reglement is onderworpen aan de toepasselijke sociale en prudentiële reglementering en iedere latere wijziging die de dwingende bepalingen van deze reglementering vervangt en/of aanvult. Onder andere leeft het reglement de bepalingen na van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid alsook van het koninklijk uitvoeringsbesluit ervan. Deze wet en het uitvoeringsbesluit ervan worden hierna "wet betreffende de aanvullende pensioenen" en "koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de aanvullende pensioenen" genoemd. 1.3. De uitvoering van deze pensioentoezegging wordt toevertrouwd aan de verzekeringsmaatschappij AXA Belgium, met aanvang op 1 januari 2012. Daartoe wordt een groepsverzekering afgesloten tussen de inrichter en AXA Belgium. 2. Definities Voor de toepassing van dit pensioenreglement wordt verstaan onder : 2.1. NPCHA Het Paritair Subcomité 301.01 voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd. 2.2. CEPA De werkgeversorganisatie "Centrale der Werkgevers aan de Haven van Antwerpen cvba", erkend door het koninklijk besluit van 4 september 1985, die in de hoedanigheid van lasthebber van de werkgevers alle verplichtingen vervult die krachtens de individuele en collectieve arbeidswetgeving en de sociale zekerheidswetgeving voortvloeien uit de tewerkstelling van havenarbeiders. 2.3. Aanvullend pensioen Het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na de pensionering, of de daarmee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in dit pensioenreglement bepaalde verplichte stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen. 2.4. Pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen door de inrichter aan de aangeslotenen en/of hun rechthebbenden in uitvoering van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst van het NPCHA betreffende het sectorale pensioenstelsel, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sectorale pensioenstelsel. 2.5. Pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging. 2.6. Inrichter Het fonds voor bestaanszekerheid "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid - Haven van Antwerpen", gevestigd te 2000 Antwerpen, Brouwersvliet 33 bus 7, handelend in de hoedanigheid van inrichter van het sectorale pensioenstelsel en daartoe aangeduid door het NPCHA. 2.7. Werkgever Elke werkgever die arbeiders tewerkstelt vallende onder het toepassingsgebied van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst van het NPCHA betreffende het sectorale pensioenstelsel, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sectorale pensioenstelsel. 2.8. Aangeslotene Het sectorale aanvullende pensioenstelsel van het NPCHA betreft de werknemers die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 december 2004 vallen, te weten de havenarbeiders, de logistieke werknemers met veiligheidscertificaat en de vaklui. Een aangeslotene is ofwel één van deze werknemers die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet (overeenkomstig artikel 6), ofwel een gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het reglement. Vier deelgroepen worden onderscheiden : - De actieven : De actieve werknemers die vallen onder het toepassingsgebied van het NPCHA. Sinds 1 januari 2016 kunnen de werknemers die gepensioneerd zijn en een beroepsactiviteit uitoefenen, niet genieten van een pensioentoezegging; - De uitgetredenen : de vroegere aangeslotenen die uit de sector zijn uitgetreden en die nog steeds uitgestelde rechten genieten overeenkomstig het pensioenreglement; - De gepensioneerden (rentegenieters) : de personen die op 31 december 2004 aan volgende voorwaarden voldeden : i) in leven zijn; ii) het wettelijke pensioen genieten; iii) een lijfrente genieten ingevolge het stelsel van de "jaarlijkse premie" voorzien door de voormalige collectieve arbeidsovereenkomst(en); iv) iedere beroepsactiviteit hebben stopgezet; - De eventuele rentegenieters sedert 1 januari 2005, die voor de omzetting van hun kapitaal in rente kozen. 2.9. Pensioeninstelling AXA Belgium, naamloze vennootschap van verzekeringen toegelaten onder het nr. 0039 voor de verzekeringsverrichtingen leven en niet-leven (koninklijk besluit van 4 juli 1979, Belgisch Staatsblad van 14 juli 1979) met maatschappelijke zetel gevestigd te 1000 Brussel, Troonplein 1 daartoe aangeduid bij artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2011 betreffende het sectorale pensioenstelsel. 2.10. De "IBP Havenarbeiders Antwerpen" "Instelling voor Bedrijfspensioenvoorziening Havenarbeiders Antwerpen", organisme voor de financiering van pensioenen naar Belgisch recht, toegelaten door de FSMA onder nummer 50574, pensioeninstelling die de pensioentoezegging van het NPCHA tot 31 december 2011 heeft uitgevoerd. 2.11. Uittreding De beëindiging van de erkenning als havenarbeider (zoals geregeld door het koninklijk besluit van 5 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/07/2004 pub. 28/09/2004 numac 2004202156 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 februari 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de verlenging van het nationaal akkoord 2001-2002 sluiten betreffende de erkenning van havenarbeiders) of van de inschrijving als vakman of logistieke werknemer met veiligheidscertificaat, anders dan door overlijden of pensionering. 2.12. Verworven prestaties De prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement, indien hij bij zijn uittreding zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat. 2.13. Verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het pensioenreglement. 2.14. Pensioenleeftijd De normale pensioenleeftijd van de aangeslotene is op 65 jaar vastgesteld. De einddatum van de pensioentoezegging wordt vastgelegd op de eerste dag van maand volgend op de pensioenleeftijd van de aangeslotene. Aan de hand van het koninklijk besluit van 5 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/07/2004 pub. 28/09/2004 numac 2004202156 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 februari 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de verlenging van het nationaal akkoord 2001-2002 sluiten betreffende de erkenning van havenarbeiders, kan enkel een vakman of een logistieke werknemer met veiligheidscertificaat nog ingeschreven blijven na 65 jaar. Blijft een vakman of een logistieke werknemer met veiligheidscertificaat in dienst binnen de sector na de leeftijd van 65 jaar zonder zijn wettelijk pensioen op te nemen, dan wordt de pensioenleeftijd telkenmale met één jaar verdaagd. De einddatum wordt vastgelegd op de eerste dag van de maand volgend op de "nieuwe" pensioenleeftijd van de aangeslotene. Voor de vaklui en de logistieke werknemers met veiligheidscertificaat die onder het toepassingsgebied van het NPCHA vallen en die tot het plan toetreden na de leeftijd van 65 jaar zonder wettelijk gepensioneerd te zijn, wordt de pensioenleeftijd vastgesteld op de leeftijd die de aangeslotene zal hebben op de eerste verjaardag volgend op zijn aansluiting. Blijft de aangeslotene in dienst na deze pensioenleeftijd zonder zijn wettelijk pensioen op te nemen, dan wordt de pensioenleeftijd telkens met één jaar verdaagd. Voor de werknemers die vanaf 1 januari 2019 in dienst zijn genomen, mag de pensioenleeftijd niet lager zijn dan de wettelijke pensioenleeftijd. 2.15. Individuele rekening De binnen de pensioeninstelling per aangeslotene voorziene rekening waarop de bijdrage per actieve aangeslotene wordt gestort. 2.16. Financieringsfonds Collectieve reserve die in het kader van het sectorale pensioenstelsel bij de pensioeninstelling wordt gevestigd in aanvulling op de rechtstreekse financiering van de verschillende verbintenissen. 2.17. Collectief fonds Collectieve reserve die in het kader van het sectorale pensioenstelsel bij de pensioeninstelling wordt gevestigd met als doel de financiering van de verbintenissen ten opzichte van de aangeslotenen aan het sectorale pensioenstelsel van het NPCHA in dienst vóór 1 januari 2005. 2.18. Waardedatum Datum die wordt toegekend aan elke verrichting die wordt uitgevoerd op een rekening en die bepaalt met welke datum rekening wordt gehouden voor de intrestberekening. 2.19. Premievrijmaking Bij stopzetting van de betaling van de bijdrage wordt de individuele rekening premievrij gemaakt. Onder "de premievrijmaking van de individuele rekening" wordt verstaan : dat de individuele rekening blijft voortduren voor de premievrije waarde. Deze premievrije waarde is gelijk aan de prestaties die verzekerd blijven zonder dat nog een bijdrage wordt betaald. 2.20. In aanmerking te nemen lonen : - Brutoloon Het door de werkgevers aan CEPA opgegeven brutoloon voor gepresteerde taken; - Aanvullend brutoloon Alle andere lonen en vergoedingen onderhevig aan RSZ-bijdragen, andere dan onder de definitie van brutoloon en van enkelvoudig vakantiegeld; - Enkelvoudig vakantiegeld Het enkelvoudige vakantiegeld zoals gedefinieerd in de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers. 2.21. Pensionering Effectieve ingang van het wettelijk rustpensioen van de aangeslotene in het stelsel van de werknemers. De pensioeninstelling wordt op de hoogte gebracht van de ingang van het wettelijk rustpensioen van de aangeslotene door de vzw Sigedis. HOOFDSTUK II. Verplichtingen van de partijen 3. Verplichtingen van de inrichter en van de werkgever(s) 3.1. Algemeen De inrichter verbindt zich ertoe alle inspanningen te doen die nodig zijn voor een goede uitvoering van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst van het NPCHA betreffende het sectorale pensioenstelsel, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sectorale pensioenstelsel. 3.2. Betaling van de bijdrage aan de pensioeninstelling De inrichter stort driemaandelijks de bijdragen beschreven in artikelen 7, 8, 12 en 19 van dit reglement aan de pensioeninstelling. Maandelijks stort de inrichter de voorschotten aan de pensioeninstelling zodanig dat aan het einde van elk trimester de pensioeninstelling de bijdragen voor het desbetreffende trimester heeft ontvangen. De bijdragen vallen financieel ten laste van de werkgever(s). 3.3. Mededeling van gegevens aan de pensioeninstelling De pensioeninstelling is enkel tot de uitvoering van haar verplichtingen jegens de aangeslotene gehouden, voor zover zij vanwege de inrichter tijdig de volgende gegevens ontvangt : 1° naam, voorna(a)m(en), adres (straat, huisnummer, busnummer, postcode, stad/gemeente, land), geboortedatum, taalstelsel, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat, rijksregisternummer, het werkboeknummer en de categoriegroep van de aangeslotene;2° de datum van overlijden;3° data van in- en uitdiensttreding van een werknemer in/uit de sector;4° het bedrag van het brutoloon, het aanvullend brutoloon en het enkelvoudig vakantiegeld;5° de wettelijke pensioendatum;6° alle andere gegevens die voor de pensioeninstelling nodig zijn voor de goede uitvoering van haar verplichtingen. Bovendien is de inrichter ertoe gehouden de pensioeninstelling tijdig alle nuttige inlichtingen mee te delen zodanig dat de pensioeninstelling haar verplichtingen jegens de aangeslotenen en de inrichter kan uitvoeren. De pensioeninstelling voert haar verbintenissen uit op basis van de in haar bezit zijnde gegevens. De werkgever is ertoe gehouden aan de inrichter, op diens eenvoudig verzoek, alle nodige gegevens en inlichtingen mee te delen die deze laatste nodig acht voor de goede uitvoering van het sectorale pensioenstelsel. 3.4. Informatie aan de aangeslotene De inrichter bezorgt aan de aangeslotene die nog niet is uitgetreden jaarlijks de pensioenfiche opgesteld door de pensioeninstelling, en op diens eenvoudig verzoek de verschillende verslagen vermeld in artikel 24, alsook de tekst van het pensioenreglement. 3.5. Mededeling aan de aangeslotene De inrichter deelt aan de aangeslotene vanaf zijn aansluiting aan deze pensioentoezegging, alle informatie mee die vastgelegd is door artikel 14 van de Europese Verordening 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (AVG) en opgenomen in een bijlage aan dit pensioenreglement. 4. Verplichtingen van de aangeslotene 4.1. Algemeen De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van het onderhavige pensioenreglement. 4.2. Mededeling van inlichtingen en gegevens De aangeslotene machtigt de inrichter en CEPA alle inlichtingen te verschaffen die nodig zijn voor de opmaak en de uitvoering van de individuele rekeningen. In voorkomend geval verstrekt de aangeslotene of bij overlijden van de aangeslotene, de begunstigde(n) aan de pensioeninstelling op haar eenvoudig verzoek de gegevens die nodig zouden zijn voor de uitvoering van de pensioentoezegging. 5. Verplichtingen van de pensioeninstelling 5.1. Aanpassingen van de rekeningen Elk trimester gaat de pensioeninstelling over tot de aanpassing van de individuele rekeningen van de aangeslotenen op basis van de gegevens die de pensioeninstelling op dat ogenblik van de inrichter heeft ontvangen. Elk jaar gaat de pensioeninstelling over tot de aanpassing van de collectieve financiering van bepaalde voormalige verbintenissen. 5.2. Uitbetaling van de voordelen Na ontvangst van de aanvragen tot uitbetaling van de gewaarborgde prestaties gaat de pensioeninstelling over tot de berekening van het verschuldigde bruto bedrag van de uitkeringen, overeenkomstig de modaliteiten bepaald in het artikel 17, alsook van het daarmee overeenstemmende netto bedrag. De pensioeninstelling staat in voor het verrichten van de fiscale en sociale inhoudingen op de uitkeringen, voor de uitbetaling van de netto bedragen aan de aangeslotenen of aan de begunstigde(n) bedoeld in artikel 16, evenals voor de opstelling van de verschillende aangiftes. 5.3. Informatie voor de inrichter De pensioeninstelling bezorgt jaarlijks de pensioenfiches opgesteld per aangeslotene en de verschillende verslagen vermeld in artikel 24. HOOFDSTUK III. - Beschrijving van de pensioentoezegging 6. Algemeen 6.1. Verplichte aansluiting Alle werknemers die op 1 januari 2012 of later onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 december 2004 van het NPCHA vallen, worden gedekt in het kader van deze pensioentoezegging en dit ongeacht de aard van de arbeidsovereenkomst. De toetreding gebeurt onmiddellijk ongeacht de leeftijd en zonder medisch onderzoek. De werknemers die in dienst komen of blijven bij een werkgever na de ingang van het wettelijk pensioen worden echter niet aangesloten bij het sectoraal pensioenstelsel. Hierop geldt één uitzondering : de gepensioneerde werknemers die op 1 januari 2016 reeds aangesloten waren bij het sectoraal pensioenstelsel blijven aangesloten voor de verdere ononderbroken duur van hun arbeidsovereenkomst zoals van toepassing op 1 januari 2016. Worden ook gedekt, de uitgetreden werknemers en de renteniers die op 31 december 2011 aangesloten waren aan het sectorale pensioenstelsel van het NPCHA. Worden ook verzekerd, de havenarbeiders waarvan de erkenning geschorst werd omwille van het verwerven van het statuut havenbediende of vakbondsafgevaardigde. Worden evenwel niet gedekt in het kader van deze pensioentoezegging, de personen tewerkgesteld via een overeenkomst van studentenarbeid alsook de gelegenheidsarbeiders. 6.2. Ogenblik van de aansluiting De aansluiting heeft plaats op de eerste dag van de maand waarop de werknemer aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet en ten vroegste op 1 januari 2012. De individuele rekening van de aangeslotene treedt automatisch in werking op het moment dat voldaan wordt aan de hierboven gedefinieerde aansluitingsvoorwaarden. Telkenmale dat de werknemer na zijn uittreding uit het sectoraal pensioenstelsel opnieuw wordt aangesloten bij het sectoraal pensioenstelsel, wordt hij als een nieuwe aangeslotene beschouwd. 6.3. Werknemers die in dienst blijven na de pensioenleeftijd De werknemers die na het bereiken van de pensioenleeftijd (zonder dat zij het wettelijk pensioen opnemen) onder het toepassingsgebied van het NPCHA vallen, blijven bij het aanvullende pensioenplan aangesloten en kunnen aanspraak maken op verworven reserves en prestaties. De bijdragen zoals hierna bepaald blijven verder gestort op de individuele rekening van de actieve aangeslotene. 7. Algemene kenmerken van de toezegging 7.1. Verbintenissen Het huidige pensioenreglement waarborgt, in aanvulling op de wettelijke sociale zekerheidsregeling inzake pensioen, een voordeel betaalbaar : - aan de aangeslotene, in leven op het ogenblik van zijn pensionering; - aan de begunstigde(n) bedoeld in het artikel 16, in geval van overlijden van de aangeslotene vóór zijn pensionering. 7.2. Aard van de pensioentoezegging Het pensioenreglement bestaat uit verschillende luiken : - het huidige "vaste bijdragen" stelsel, van toepassing vanaf 1 januari 2012 (zie hoofdstuk IV); - voor de werknemers die reeds onder het toepassingsgebied van het NPCHA vielen vóór 1 januari 2012, voordelen uit een "cash balance" plan gerelateerd aan hun loopbaan vanaf 1 januari 2005 tot en met 31 december 2011 (zie hoofdstuk V); - voor de werknemers die reeds onder het toepassingsgebied van het NPCHA vielen vóór 1 januari 2005, voordelen uit een "vaste prestaties" plan gerelateerd aan hun diensttijd tot en met 31 december 2004 (zie hoofdstuk V). De twee laatste luiken werden vóór de aanvang van deze overeenkomst en sinds 1 januari 2005 via een IBP Havenarbeiders Antwerpen uitgevoerd. Het derde luik werd tot 31 december 2004 intern beheerd in het fonds voor bestaanszekerheid "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid - Haven van Antwerpen". Naast de pensioentoezegging bestaat ook een solidariteitstoezegging die geen deel uitmaakt van onderhavig pensioenreglement. 7.3. Financiering Overeenkomstig de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst van het NPCHA betreffende het sectorale pensioenstelsel, bedraagt de totale bijdrage aan het sectorale pensioen- en solidariteitsstelsel per werknemer : a) voor de lonen tussen 1 januari 2012 en 31 december 2012 : 1,0 pct. van de brutolonen vermeerderd met de aanvullende brutolonen en de enkelvoudige vakantiegelden, + 1,9 pct. van de brutolonen; b) voor de lonen tussen 1 januari 2013 en 31 december 2013 : 1,1 pct. van de brutolonen vermeerderd met de aanvullende brutolonen en de enkelvoudige vakantiegelden, + 1,9 pct. van de brutolonen; c) voor de lonen tussen 1 januari 2014 en 30 juni 2014 : 1,25 pct.van de brutolonen vermeerderd met de aanvullende brutolonen en de enkelvoudige vakantiegelden, + 1,9 pct. van de brutolonen; d) voor de lonen tussen 1 juli 2014 en 30 september 2016 : 1,3 pct. van de brutolonen vermeerderd met de aanvullende brutolonen en de enkelvoudige vakantiegelden, + 1,85 pct. van de brutolonen; e) éénmalige toekenning van 100 EUR op de individuele rekening van elke actieve aangeslotene in oktober 2016;f) voor de lonen vanaf 1 oktober 2016 : 1,65 pct.van de brutolonen vermeerderd met de aanvullende brutolonen en de enkelvoudige vakantiegelden, + 1,50 pct. van de brutolonen; g) voor de lonen vanaf 1 januari 2018 : 1,75 pct.van de brutolonen vermeerderd met de aanvullende brutolonen en de enkelvoudige vakantiegelden, + 1,40 pct. van de brutolonen. Deze totale bijdrage wordt hierna "het budget" genoemd. Uit het budget worden alle kosten van deze pensioentoezegging alsook van de solidariteitstoezegging betaald. In deze kosten zijn onder andere begrepen : - de bruto bijdragen aan de groepsverzekering; - de patronale sociale zekerheidsbijdrage op het aanvullende pensioen (8,86 pct. op de aanvangsdatum); - het solidariteitsluik (dit wordt weliswaar niet geviseerd door deze pensioentoezegging); - de eventuele fiscale en parafiscale lasten op de pensioenbijdragen verschuldigd door de pensioeninstelling of de inrichter; - de beheerskosten en -toeslagen. Het is de bedoeling van de inrichter om met dit budget de pensioentoezegging te financieren. Echter, indien dit vereist is om de rechten van de aangeslotenen onder deze pensioentoezegging te voldoen, zal de inrichter bijdragen storten bovenop dit budget. De bijdragen vallen volledig ten laste van de werkgever(s). 7.4. Ingebrachte reserves Elke aangeslotene kan reserves die hij opgebouwd heeft bij een vorige inrichter in het kader van aanvullende pensioenopbouw inbrengen. Als gevolg ervan heeft hij recht op de verworven reserves en prestaties voortkomend uit deze individuele reserves die hij rechtstreeks heeft ingebracht bij de pensioeninstelling, of die hij had ingebracht in de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en die vervolgens werden overgedragen naar de pensioeninstelling. Deze reserves worden op een aparte, persoonlijke rekening gezet volgens de regels bepaald onder artikel 22 (het contract "Onthaalstructuur"). HOOFDSTUK IV. - "Vaste bijdragen" stelsel 8. Bijdrage Voor de diensttijd vanaf 1 januari 2012 bedraagt de jaarlijkse werkgeversbijdrage van het "vaste bijdragen" stelsel : a) voor de diensttijd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2012 : 1,0 pct.van het brutoloon verhoogd met het aanvullende brutoloon en het enkelvoudige vakantiegeld; b) voor de diensttijd tussen 1 januari 2013 en 31 december 2013 : 1,1 pct.van het brutoloon verhoogd met het aanvullende brutoloon en het enkelvoudige vakantiegeld; c) voor de diensttijd tussen 1 januari 2014 en 30 juni 2014 : 1,25 pct.van het brutoloon verhoogd met het aanvullende brutoloon en het enkelvoudige vakantiegeld; d) voor de diensttijd tussen 1 juli 2014 en 30 september 2016 : 1,3 pct.van het brutoloon verhoogd met het aanvullende brutoloon en het enkelvoudige vakantiegeld; e) éénmalige toekenning van 100 EUR op de individuele rekening van elke actieve aangeslotene in oktober 2016;f) voor de diensttijd vanaf 1 oktober 2016 : 1,65 pct.van het brutoloon verhoogd met het aanvullende brutoloon en het enkelvoudige vakantiegeld; g) voor de diensttijd vanaf 1 januari 2018 : 1,75 pct.van het brutoloon verhoogd met het aanvullende brutoloon en het enkelvoudige vakantiegeld. Deze bijdrage wordt verminderd met de eventuele fiscale lasten en de door de pensioeninstelling aangerekende beheerstoeslagen. 9. Verzekeringscombinatie De bijdragen worden door de pensioeninstelling voor elke actieve aangeslotene gestort op een individuele rekening, alsook de bijhorende toegekende winstdeelnemingen. De individuele rekeningen worden uitgegeven in de verzekeringscombinatie "Uitgesteld kapitaal met terugbetaling van het spaartegoed" (UKMS). Deze combinatie voorziet in de uitkering van een kapitaal bij leven van de aangeslotene op de pensioenleeftijd of een kapitaal gelijk aan het opgebouwde spaartegoed op de rekeningen bij overlijden vóór de pensioenleeftijd. 10. Verworven rechten en prestatie in geval van vertrek uit de sector 10.1. Verworven reserves De verworven reserves van een aangeslotene zijn de reserves opgebouwd op al zijn individuele pensioenrekeningen. 10.2. Wettelijke rendementsgarantie (volgens de wet betreffende de aanvullende pensioenen) De wettelijke rendementsgarantie stemt overeen met het bedrag opgebouwd door de kapitalisatie, tegen de overeenkomstig de wet betreffende de aanvullende pensioenen vastgelegde en door de FSMA gepubliceerde rentevoet(en) (zijnde 1,75 pct. op 1 januari 2018), van de werkgeversbijdragen die op de individuele rekeningen gestort worden en verminderd met de kosten beperkt tot 5 pct. van de bijdragen. Evenwel, indien de uittreding van de aangeslotene, zijn pensionering, de vervroegde betaling van de prestaties vóór zijn pensionering of de opheffing van onderhavige pensioentoezegging plaatsvindt in de eerste vijf jaar van zijn aansluiting aan het sectorale pensioenstelsel, wordt de kapitalisatie van de hierboven bepaalde werkgeversbijdragen vervangen door een indexering, indien deze leidt tot een lager resultaat. De indexering gebeurt op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen van de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen, conform de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. De toegepaste kapitalisatiemethode is de zogenaamde "horizontale" methode. Volgens deze methode, in geval van wijziging van de rentevoet van de wettelijke rendementsgarantie, is de oude rentevoet van toepassing op de bijdragen die verschuldigd zijn vóór de wijziging van de rentevoet tot de eerste van de volgende gebeurtenissen : uittreding van de aangeslotene, pensionering of betaling van de prestaties vóór pensionering, opheffing van de pensioentoezegging, en is de nieuwe rentevoet van toepassing op de bijdragen die verschuldigd zijn vanaf de wijziging ervan tot de eerste van de volgende gebeurtenissen : uittreding van de aangeslotene, pensionering of betaling van de prestaties vóór pensionering, opheffing van de pensioentoezegging. 10.3. Verworven rechten in geval van uittreding van de aangeslotene uit de sector De aangeslotene heeft bij zijn uittreding, zijn pensionering, de vervroegde betaling van de prestaties vóór zijn pensionering of in geval van opheffing van de pensioentoezegging, recht op het hoogste van de volgende bedragen : 1. de hierboven vermelde verworven reserves;2. de hierboven beschreven wettelijke rendementsgarantie, vastgelegd op de datum van de gebeurtenis. 10.4. Financiering van de wettelijke rendementsgarantie Indien op het ogenblik van de uittreding, de pensionering, de vervroegde betaling van prestaties vóór pensionering of de opheffing van het sectorale pensioenstelsel zich een tekort zou voordoen ten opzichte van de wettelijke rendementsgarantie bedoeld in de voorgaande leden, moet de inrichter deze tekorten aanzuiveren. HOOFDSTUK V. - Voormalige "vaste prestaties" stelsels 1 1. Pensioentoezegging Voor de werknemers die reeds onder het toepassingsgebied van het NPCHA vielen vóór de aanvang van de groepsverzekering, wordt het gedeelte van de loopbaan van vóór de aanvang van de groepsverzekering in twee stukken opgesplitst: de diensttijd tot en met 31 december 2004 en die vanaf 1 januari 2005 tot en met 31 december 2011. Het aanvullende pensioen voor de periode tot en met 31 december 2004 werd gedefinieerd onder de vorm van "vaste prestaties" en voor de loopbaan vanaf 1 januari 2005 tot en met 31 december 2011 volgens het type "cash balance". 11.1. Luik 1 : "vaste prestaties" - jaren tot 31 december 2004 De "vaste prestatie" bestaat erin dat per gepresteerd jaar van erkenning als aangeslotene, een kapitaal van 255,97 EUR wordt uitbetaald op het ogenblik van zijn pensionering. Dit bedrag, dat van toepassing was voor het jaar 2005, wordt vanaf 1 januari 2006 jaarlijks geïndexeerd volgens de stijging van de gezondheidsindex volgens de formule gegeven in punt 11.6.. 11.2. Luik 2 : "cash balance" - jaren vanaf 1 januari 2005 en tot 31 december 2011 Maandelijks werd tot december 2011 een bijdrage gestort op individuele rekeningen. Ter gelegenheid van de wijziging van het sectorale pensioenstelsel op 1 januari 2012, worden de beschikbare reserves op 31 december 2011 overgedragen naar de individuele rekeningen van de betrokken aangeslotenen, zonder verdere herwaardering en met behoud van de verzekeringscombinatie (situatie op 31 december 2011). 11.3. Luik 3 : "overkoepelend plan" Voor de aangeslotenen in dienst gekomen vóór 1 januari 2005, worden de voordelen als volgt vervolledigd : Indien de pensioentoezegging (vanuit de twee hierboven beschreven luiken, alsook van het "vaste bijdragen" stelsel), uitgedrukt in een jaarlijkse constante bruto rente, enkel berekend op het hoofd van de aangeslotene, lager is dan de referentie minimum bruto jaarrente die resulteert uit hetgeen toegezegd werd in de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 december 2004 tot wijziging van de Codex van het fonds voor bestaanszekerheid "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid - Haven van Antwerpen", wordt voor de aangeslotene het verschil bijgepast. De referentie minimum bruto jaarrente wordt bepaald in functie van het aantal jaren anciënniteit (erkende dienst). Jaren erkende dienst/ Années service reconnu Opgebouwde rente/ Rente constituée Jaren erkende dienst/ Années service reconnu Opgebouwde rente/ Rente constituée 1 35,95 21 564,66 2 71,89 22 569,45 3 107,84 23 574,25 4 143,79 24 579,04 5 179,74 25 583,83 6 215,68 26 587,26 7 251,63 27 590,69 8 287,58 28 594,13 9 323,53 29 597,56 10 359,47 30 600,99 11 395,42 31 606,49 12 431,37 32 611,98 13 467,32 33 617,48 14 503,26 34 622,97 15 539,21 35 628,47 16 543,34 36 633,87 17 547,47 37 639,27 18 551,61 38 644,67 19 555,74 39 650,07 20 559,87 40 655,47 In geval van niet-gehele anciënniteit dient de desbetreffende rente bekomen te worden door lineaire interpolatie tussen de twee dichtstbijzijnde anciënniteiten. De hierboven vermelde bedragen zijn deze voor 2005. Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast met een percentage gelijk aan de stijging van de gezondheidsindex volgens de formule gegeven in punt 11.6.. De omzetting van de kapitalen (uit de verschillende luiken) naar rente gebeurt volgens de bepalingen van artikel 13 met betrekking tot de berekeningswijze van de verworven reserves van het luik 1 "Vaste prestaties voor de loopbaan vóór 1 januari 2005" (interestvoet 6,00 pct. en sterftetafel "MR" voor de mannen en "FR" voor de vrouwen). 11.4. Luik 4 : reeds vóór 31 december 2004 gepensioneerde werknemers Voor deze groep van (ex-)werknemers werden levenslange lijfrenten voorzien en betaald, overeenkomstig de pensioenregeling van het sectorale pensioenstelsel van het NPCHA. De pensioeninstelling neemt deze bestaande verplichtingen van de IBP Havenarbeiders Antwerpen over, in uitvoering van de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2011. De renten zijn driemaandelijks betaalbaar op vervallen termijn. Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast met een percentage gelijk aan de stijging van de gezondheidsindex volgens de formule gegeven in punt 11.6. Deze indexering wordt gefinancierd vanuit het solidariteitsluik, volgens de regels hierna beschreven. 11.5. Rentegenieters sedert 1 januari 2005 Vanaf 1 januari 2005 worden de uitkeringen voorzien in kapitaal. Blijven niettemin aangeslotene, de eventuele rentegenieters sedert 1 januari 2005 die voor de omzetting van hun kapitaal in rente kozen. De verzekerde bedragen zijn deze afgesproken op individuele basis bij de omzetting in rente. 11.6. Indexeringsformule De prestaties vermeld onder punten 1, 3 en 4 van dit artikel worden jaarlijks op 1 januari aangepast met een percentage gelijk aan de stijging van de gemiddelde gezondheidsindex over de periode van oktober tot oktober volgens onderstaande formule : Index oktober afgelopen jaar - index oktober jaar daarvoor Index oktober jaar daarvoor 12. Verzekeringscombinatie en financiering 12.1. Luik 1 : "vaste prestaties" Om een financieringstype en een budget te behouden die vergelijkbaar zijn met deze die vóór 1 januari 2012 bestonden, maakt de groepsverzekering gebruik van de techniek van "collectieve kapitalisatie". In collectieve kapitalisatie wordt er bij de pensioeninstelling een collectieve reserve opgebouwd op een collectieve rekening, "collectief fonds" genaamd. Dit collectief fonds wordt gestijfd : - bij aanvang, door de som van de reeds opgebouwde reserves in de IBP Havenarbeiders Antwerpen voor de "actieve" en "slapende" aangeslotenen die onder het pensioenplan van het type "vaste prestaties" vallen; - daarna, door een jaarlijkse dotatie om, in naleving van de wettelijke richtlijnen, de verworven rechten te dekken die voortvloeien uit de toepassing van het pensioenreglement en die beschreven zijn onder artikel 13; - en door het financiële rendement voortvloeiende uit het financiële beheer van het collectief fonds. De jaarlijkse dotatie wordt als volgt bepaald : - Eén keer per jaar vergelijkt de pensioeninstelling de wettelijke minimum verworven reserves zoals beschreven in artikel 13, met de reeds opgebouwde reserves van het collectief fonds op dezelfde datum. De vergelijking heeft betrekking op het geheel van de aangeslotenen, te weten de actieven en de uitgetredenen die, bij hun uittreding, gekozen hebben voor het behoud van hun verworven reserves in de pensioentoezegging van het NPCHA; - Ingeval de activa van het collectief fonds niet voldoende zouden zijn om de verworven rechten te dekken, zal een bijkomende bijdrage worden gevorderd door de pensioeninstelling aan de inrichter, binnen de grenzen van het beschikbare budget bepaald in artikel 7.3.. Bij overschrijding van het budget zal het tekort gefinancierd worden door een heffing in het financieringsfonds, zoals voorzien in artikel 19. Mocht het beschikbare budget en het financieringsfonds niet voldoende zijn, dan zal een bijkomende bijdrage worden gevorderd door de pensioeninstelling aan de inrichter, boven de grenzen van het beschikbare budget; - Deze bijdrage wordt verhoogd met de eventuele fiscale lasten en de door de pensioeninstelling aangerekende beheerstoeslagen, met uitzondering van het gedeelte van de bijdrage gefinancierd door een heffing in het financieringsfonds. Het collectief fonds wordt door de pensioeninstelling gebruikt : - voor de betaling van de uitkeringen (de vestigingskapitalen) bij leven van de aangeslotenen op het ogenblik van hun pensionering; - alsook voor de betaling van de overdrachtswaarden (minimum verworven rechten) in geval van uittreding met beslissing van de aangeslotene om zijn reserves niet in het plan te behouden. Het collectief fonds wordt eveneens gebruikt ter financiering van de andere verbintenissen die reeds vóór 1 januari 2012 bestonden, behalve deze van de "cash balance". De algemene bepalingen met betrekking tot het collectief fonds worden in artikel 20 beschreven. 12.2. Luik 2 : "cash balance" De individuele rekeningen worden bij de pensioeninstelling uitgegeven ofwel in de verzekeringscombinatie "Uitgesteld kapitaal met terugbetaling van het spaartegoed" (UKMS), ofwel in de verzekeringscombinatie "Uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling van het spaartegoed" (UKZT) volgens de keuze welke de aangeslotene in het verleden gemaakt heeft (situatie op 31 december 2011). De combinatie "Uitgesteld kapitaal met terugbetaling van het spaartegoed" (UKMS) voorziet in de uitkering van een kapitaal bij leven van de aangeslotene op de pensioenleeftijd of een kapitaal gelijk aan het opgebouwde spaartegoed op de rekeningen bij overlijden vóór de pensioenleeftijd. De combinatie "Uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling van het spaartegoed" (UKZT) voorziet enkel in de uitkering van een kapitaal bij leven van de aangeslotene op de pensioenleeftijd. De financiering wordt beperkt tot de storting bij aanvang van de reeds opgebouwde reserves in de IBP Havenarbeiders Antwerpen. 12.3. Luik 3 : "overkoepelend plan" Deze aanvullende voordelen van het type "vaste prestaties" worden samen met het luik 1 en luik 4 beheerd in het collectief fonds. De regels inzake financiering zijn vergelijkbaar met deze van het luik "vaste prestaties". 12.4. Luik 4 : reeds vóór 31 december 2004 gepensioneerde werknemers Deze levenslange lijfrenten worden samen met het luik 1 en luik 3 beheerd in het collectief fonds. Het collectief fonds wordt gebruikt voor de betaling van de rente-uitkeringen bij leven van de aangeslotenen na de pensionering. Eventuele tekorten van reserves van de renten worden via dit fonds gefinancierd. De financiering van de levenslange lijfrenten betaalbaar vanaf 1 januari 2012, met uitzondering van de toekomstige indexaties, wordt gestijfd door de storting bij aanvang in het collectief fonds van de reeds opgebouwde reserves bij de IBP Havenarbeiders Antwerpen. De indexering van de renten wordt gefinancierd vanuit het solidariteitsluik, voor zover het financiële evenwicht van de solidariteitstoezegging niet in gedrang wordt gebracht door deze financiering. 13. Verworven rechten en prestatie in geval van vertrek uit de sector 13.1. Minimale verworven reserves van het "vaste prestaties" luik De prestaties met betrekking tot het aanvullende pensioen die op ieder ogenblik als basis dienen voor de berekening van de minimale verworven reserves, zijn gelijk aan : t/n * (N * Vaste prestatie per jaar) met : t = effectieve periode van aansluiting aan het sectorale pensioenstelsel van het NPCHA, vanaf de datum van oprichting van de IBP Havenarbeiders Antwerpen en uitgedrukt in jaren en maanden; n = totale periode van aansluiting aan het sectorale pensioenstelsel van het NPCHA vanaf de datum van oprichting van de IBP Havenarbeiders Antwerpen, tot aan de leeftijd van 60 jaar, uitgedrukt in jaren en maanden. "n" zal in alle gevallen minstens gelijk zijn aan 1; N = de periode van erkenning als aangeslotene vóór 1 januari 2005, uitgedrukt in jaren en maanden. Vaste prestatie per jaar = het bedrag zoals vermeld in artikel 11, luik 1 en als bijkomende maatregel dat de breuk t/n maximaal gelijk is aan 1. Deze regel is het gevolg van het interne beheer tot 31 december 2004 in het fonds voor bestaanszekerheid "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid - Haven van Antwerpen", en de daaropvolgende overname door de IBP Havenarbeiders Antwerpen. In geval van uittreding heeft de aangeslotene recht op de hierboven vermelde prestaties. De verworven reserves op een bepaald ogenblik zijn gelijk aan de geactualiseerde waarde van deze verworven prestaties, volgens de regel hierna beschreven : - De berekening van de verworven rechten gebeurt op basis van een interestvoet van 6,00 pct. en de sterftetafel "MR" voor de mannen en "FR" voor de vrouwen; 13.2. Minimale verworven reserves van het "cash balance" luik Wat betreft de rechten voor de dienstjaren tussen 1 januari 2005 en 31 december 2011, zijn de regels in verband met verworven reserves, wettelijke rendementsgarantie en rechten in geval van uittreding, conform aan deze hierboven beschreven onder artikel 10 voor het "vaste bijdragen" stelsel (mits uitsluiting voor een cash balance van de inhouding van maximum 5 pct. kosten). 13.3. Minimale verworven reserves van het "overkoepelende plan" (luik 3) De aangeslotenen die reeds onder het toepassingsgebied van het NPCHA vielen vóór 1 januari 2005, hebben voor de loopbaan gepresteerd na december 2004 minstens recht : - Op het vestigingskapitaal van het verschil tussen de twee volgende renten : (1) de rente die, volgens de tabel vermeld in het punt 11.3., overeenstemt met de loopbaan gepresteerd op moment van de berekening voor de actieve aangeslotenen en op moment van uittreding voor de uitgetreden aangeslotenen; (2) de rente die, volgens de tabel vermeld in het punt 11.3., overeenstemt met de loopbaan gepresteerd op 31 december 2004; - En in dit inbegrepen de rechten voortkomend uit de verschillende luiken voor de loopbaan gepresteerd na december 2004 (luik 2 "cash balance" en luik "vaste bijdragen"). Het vestigingskapitaal wordt bepaald volgens de technische basissen van het luik 1 "vaste prestaties", zijnde de sterftetafel "MR" voor de mannen en "FR" voor de vrouwen en een interestvoet van 6,00 pct.. De verworven reserves van het "overkoepelende plan" komen overeen met : - het vestigingskapitaal van het verschil tussen renten geactualiseerd volgens de actuariële regels hierboven bepaald onder punt 13.1. alinea 2; - verminderd met de reserves van twee van de basisdekkingen (luik 2 "cash balance" en luik "vaste bijdragen"). De verworven prestaties van het "overkoepelende plan" komen overeen met : - het vestigingskapitaal van het verschil van renten; - verminderd met de verworven prestaties van twee van de basisdekkingen (luik 2 "cash balance" en luik "vaste bijdragen"). 13.4. Reeds vóór 31 december 2004 gepensioneerde werknemers (luik 4) De verworven reserves op een bepaald ogenblik zijn gelijk aan de geactualiseerde waarde van de toekomstige rentebetalingen, op basis van een interestvoet van 6,00 pct. en de sterftetafel "MR" voor de mannen en "FR" voor de vrouwen. 13.5. Verworven rechten in geval van uittreding van de aangeslotene uit de sector De aangeslotene heeft bij zijn uittreding, zijn pensionering, de vervroegde betaling van de prestaties vóór pensionering of in geval van opheffing van de pensioentoezegging, recht op de hierboven vermelde verworven reserves. Voor het luik "cash balance" heeft hij recht op het hoogste van de verworven reserves en van de wettelijke rendementsgarantie, vastgelegd op de datum van de gebeurtenis. HOOFDSTUK VI. - Werking van de pensioentoezegging 1 4. Aanpassing van de rekeningen 14.1. Voor de individuele rekeningen De aanpassingen van de individuele rekeningen door de pensioeninstelling gebeuren elk trimester na ontvangst van de geïnformatiseerde databestanden van de inrichter en voor zover de daarin vermelde gegevens volledig en correct zijn. De berekende bijdrage wordt als premie op de individuele rekeningen geplaatst met als waardedatum de eerste dag van de maand volgend op de meeste recente maand opgenomen in de geïnformatiseerde databestanden van de inrichter. 14.2. Voor de collectieve rekeningen Het financieringsfonds wordt maandelijks gestijfd op basis van de maandelijkse voorschotten op de bijdragen, met als doel de voorfinanciering bedoeld in artikel 19. Het collectief fonds wordt jaarlijks aangepast op basis van de gestorte bedragen en van de controle van de dekking van de verworven rechten, met waardedatum 1 januari van het jaar. 15. Rechten op rekeningen 15.1. Voorschotten op polis en inpandgeving De individuele en collectieve rekeningen geven geen recht op voorschotten, noch op inpandgevingen. 15.2. Vervroegde uitkering De uitgetreden aangeslotene heeft de mogelijkheid om in de volgende omstandigheden de uitkering van zijn voordelen vóór zijn pensionering te vragen : - Vanaf het moment dat hij voldoet aan de voorwaarden om zijn, al dan niet vervroegd, wettelijk rustpensioen van loontrekkende te genieten; - Indien hij in aanmerking komt voor de overgangsbepalingen voorzien door de wet betreffende de aanvullende pensioenen (voor de aangeslotenen geboren in 1958 of ervoor, vanaf 60 jaar, voor de aangeslotenen geboren in 1959, vanaf 61 jaar, voor de aangeslotenen geboren in 1960, vanaf 62 jaar, voor de aangeslotenen geboren in 1961, vanaf 63 jaar); - Vanaf de leeftijd 60 jaar, indien hij ten vroegste op de leeftijd van 55 jaar ontslagen wordt met het oog op de aanvang van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in het kader van een herstructureringsplan opgemaakt en gecommuniceerd aan de regionale of federale minister van werk vóór 1 oktober 2015. De uitbetaling van de verworven rechten kan niet worden opgevraagd zolang de aangeslotene erkend is als havenarbeider of ingeschreven is als vakman of logistieke werknemer met veiligheidscertificaat, behalve op 65 jaar indien hij ervoor kiest om zijn pensionering niet aan te vragen. Voor de individuele rekeningen van het type "Uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling van het spaartegoed" (UKZT), alsook de voordelen gefinancierd door het collectief fonds moet bovendien één van de twee volgende voorwaarden vervuld zijn : - De aangeslotene heeft zijn aanvraag van vereffening bij de pensioeninstelling ingediend ter gelegenheid van zijn vervroegde pensionering of binnen de daaropvolgende maand; - De aangeslotene heeft zijn aanvraag van vereffening bij de pensioeninstelling ingediend meer dan één maand na zijn vervroegde pensionering maar ten minste 6 maanden vóór de gewenste aanvangsdatum van de afkoop. Er is geen afkooprecht voor de lijfrenten. 16. Begunstigden 16.1. Prestatie in geval van leven De prestaties bij leven voortvloeiende uit het sectoraal pensioenstelsel worden verplicht uitbetaald door de pensioeninstelling op het moment van de pensionering van de aangeslotene. De pensionering betekent de effectieve ingang van het wettelijk rustpensioen van de aangeslotene in het stelsel van de werknemers. De pensioeninstelling wordt op de hoogte gebracht van de ingang van het wettelijk pensioen van de aangeslotene door de vzw Sigedis. De begunstigde(n) van de voordelen in geval van leven van de aangeslotene op het moment van de pensionering zijn de aangeslotenen. 16.2. Prestatie in geval van overlijden van de aangeslotene vóór zijn pensionering (in het voortkomende geval van dekking bij overlijden) In geval van overlijden van de aangeslotene vóór zijn pensionering, worden, ongeacht de oorzaak, de omstandigheden of de plaats van het overlijden, de prestaties uitgekeerd aan de begunstigde(n) op basis van de volgende rangorde zoals die voorzien is in het pensioenreglement. De voorziening bij overlijden dient aan de volgende begunstigde(n) uitbetaald te worden : - de echtgeno(o)t(e) of de wettelijk samenwonende partner; - bij ontstentenis, de door de aangeslotene aangeduide begunstigde; - bij ontstentenis, de kinderen van de aangeslotene, in gelijke delen; - bij ontstentenis, het financieringsfonds van het pensioenplan. De aanduiding van de natuurlijke persoon of de personen als begunstigde bij overlijden waarin het pensioenreglement voorziet, dient aan de pensioeninstelling te worden meegedeeld door de aangeslotene via het formulier "Aanduiding van afwijking begunstigde". Na invulling en ondertekening maakt de aangeslotene dit formulier aan de pensioeninstelling over bij aangetekend schrijven. In zoverre er geen schriftelijke aanvaarding van begunstiging is, kan de aanduiding van de begunstigde worden herroepen. Deze herroeping dient volgens dezelfde procedure als hoger vermeld te worden gedaan, behalve indien de aangeslotene in het huwelijk treedt of een verklaring van wettelijke samenwoning aflegt, in welk geval de herroeping automatisch gebeurt. 17. Uitbetalingsvorm en uitbetaling van de voordelen 17.1. Uitbetalingsvorm van de voordelen Zowel het voordeel bij leven als het voordeel bij overlijden worden in kapitaal uitbetaald. De aangeslotene of, in geval van overlijden, zijn rechthebbende(n) heeft (hebben) evenwel het recht om de omvorming van het kapitaal in een rente te vragen. - Van het recht om een uitkering in rente in plaats van in kapitaal te vragen, wordt de aangeslotene door de pensioeninstelling in kennis gesteld 2 maanden vóór de pensionering. In geval van pensionering van de aangeslotene vóór de wettelijke pensioenleeftijd brengt de pensioeninstelling de aangeslotene van dit recht op de hoogte binnen de 2 weken nadat de pensioeninstelling door de aangeslotene van de pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd op de hoogte is gebracht. In geval van overlijden van de aangeslotene vóór de pensionering brengt de pensioeninstelling de begunstigde(n) van dit recht op de hoogte binnen de 2 weken nadat de pensioeninstelling door de begunstigde(n) van het overlijden schriftelijk in kennis werd gesteld; - De omvorming in rente is evenwel niet mogelijk indien het jaarlijkse bedrag van de te betalen rente niet meer bedraagt dan 500,00 EUR bruto. Dit bedrag van 500,00 EUR bruto wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Opdat de uitkering in rente zou gebeuren, dient (dienen) de aangeslotene of de begunstigde(n) de keuze voor een uitkering in rente aan te duiden op het aangifteformulier zoals voorzien in punt 17.2. van dit artikel. Bij gebreke aan deze schriftelijke aanduiding van keuze gebeurt de uitkering aan de aangeslotene of aan de begunstigde(n) in kapitaal. - Indien de aangeslotene of de begunstigde(n) zou(den) kiezen voor de omvorming van het kapitaal in rente, dan voert de pensioeninstelling de berekening van de omvorming van kapitaal in rente uit en past hiervoor de technische grondslagen toe die bij de pensioeninstelling van kracht zijn op de datum van de omvorming, zoals bepaald in artikel 3.3. van de verzekeringsovereenkomst. Indien het aldus berekende bedrag lager zou liggen dan de wettelijke minimumrente waarop de aangeslotene of de begunstigde(n) recht heeft (hebben) overeenkomstig artikel 19 van het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023007 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023008 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van de solidariteitstoezegging sluiten tot uitvoering van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, dan is dit verschil ten laste van de inrichter. - Voor een uitkering bij leven, wordt de omvorming van het kapitaal in rente op de volgende basissen geregeld : i) bij elke jaarlijkse verjaardag van de aanvang van de rente, wordt deze laatste geherwaardeerd ten belope van maximum 2 pct.van zijn bedrag; ii) indien de aangeslotene gehuwd of wettelijke samenwonend is, wordt de rente opgemaakt op 2 hoofden, met overdraagbaarheid van maximum 80 pct. op het hoofd van de echtgeno(o)t(e) of de wettelijk samenwonende partner. - Bij omvorming in rente wordt de rente beheerd op een individuele rekening die blijft deel uitmaken van de pensioentoezegging en van de groepsverzekering. Indien de vereffening van de individuele rekeningen gebeurt in rente, zijn de volgende bepalingen van toepassing : - Om haar verplichting na te komen, kan de pensioeninstelling op elke rentetermijnvervaldag een getuigschrift van leven van de begunstigde van de rente of een gelijkwaardig bewijs vragen; - Het recht op de bij overlijden verzekerde rente gaat in op de eerste dag van de maand waarin de aangeslotene is overleden; - De rente-uitkeringen zijn betaalbaar per maandelijkse termijnen achteraf, tot en met de rentetermijnvervaldag die voorafg …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.