← België

Wet houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht

Kort samengevat

Deze wet regelt hoe internationale zaken in België worden behandeld, specifiek de bevoegdheid van Belgische rechters, welk recht van toepassing is, en de erkenning van buitenlandse beslissingen. Het zorgt ervoor dat er duidelijke regels zijn wanneer een zaak raakt aan meerdere landen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
16 JULI 2004. - Wet houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Voorafgaande bepaling Bedoelde aangelegenheid Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, met uitzondering van de artikelen 5 tot 14, 23, §§ 1 en 2, 27, § 1, vierde lid en § 2, 31, § 1, derde lid, 32, 33, 36, 40, 42, 43, 59, 61, 66, 73, 77, 85, 86, 96, 97, 109, 118, 121, § 4, 123, 126, § 1, 134, 135, 136 en 139, 5° en 8°, die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Afdeling 2. - Onderwerp Onderwerp Art. 2.Onder voorbehoud van de toepassing van internationale verdragen, van het recht van de Europese Unie of van bepalingen in bijzondere wetten, regelt deze wet voor internationale gevallen de bevoegdheid van de Belgische rechters, de aanwijzing van het toepasselijk recht en de voorwaarden voor de uitwerking in België van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken en in handelszaken. Afdeling 3. - Vaststelling van de nationaliteit, de woonplaats en de verblijfplaats Nationaliteit Art. 3.§ 1. De vaststelling of een natuurlijke persoon de nationaliteit van een Staat heeft, wordt beheerst door het recht van de betrokken Staat. § 2. De verwijzingen in deze wet naar de nationaliteit van een natuurlijke persoon die twee of meer nationaliteiten heeft, beoogt : 1° de Belgische nationaliteit, indien zij een van die nationaliteiten is;2° in de andere gevallen, de nationaliteit van de Staat waarmee die persoon, alle omstandigheden in acht genomen, de nauwste banden heeft, inzonderheid rekening houdend met zijn gewone verblijfplaats. § 3. De verwijzingen in deze wet naar de nationaliteit van een natuurlijke persoon die krachtens de wet of internationale verdragen die België binden de hoedanigheid van staatloze of vluchteling heeft, worden vervangen door een verwijzing naar de gewone verblijfplaats. § 4. De verwijzingen in deze wet naar de nationaliteit van een natuurlijke persoon van wie de nationaliteit onmogelijk kan worden vastgesteld, worden vervangen door een verwijzing naar de gewone verblijfplaats. Woonplaats en gewone verblijfplaats Art. 4.§ 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder woonplaats verstaan : 1° de plaats waar een natuurlijke persoon volgens de bevolkingsregisters, de vreemdelingenregisters of het wachtregister in België zijn hoofdverblijf heeft;2° de plaats waar een rechtspersoon in België zijn statutaire zetel heeft. § 2. Voor de toepassing van deze wet wordt onder gewone verblijfplaats verstaan : 1° de plaats waar een natuurlijke persoon zich hoofdzakelijk heeft gevestigd, zelfs bij afwezigheid van registratie en onafhankelijk van een verblijfs- of vestigingsvergunning;om deze plaats te bepalen, wordt met name rekening gehouden met omstandigheden van persoonlijke of professionele aard die duurzame banden met die plaats aantonen of wijzen op de wil om die banden te scheppen; 2° de plaats waar een rechtspersoon zijn voornaamste vestiging heeft. § 3. Voor de toepassing van deze wet wordt de voornaamste vestiging van een rechtspersoon bepaald door in het bijzonder rekening te houden met zijn bestuurscentrum, evenals met zijn zaken- of activiteitencentrum, en in bijkomende orde met zijn statutaire zetel. Afdeling 4. - Rechterlijke bevoegdheid Internationale bevoegdheid gebaseerd op de woonplaats of verblijfplaats van de verweerder Art. 5.§ 1. Behalve in de gevallen waar deze wet anders bepaalt, zijn de Belgische rechters bevoegd indien de verweerder bij de inleiding van de vordering zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in België heeft. Indien er verschillende verweerders zijn, zijn de Belgische rechters bevoegd indien een van hen zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in België heeft, tenzij de vordering slechts werd ingesteld om een gedaagde te onttrekken aan de rechter van zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in het buitenland. § 2. De Belgische rechters zijn eveneens bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de exploitatie van de nevenvestiging van een rechtspersoon die geen woonplaats, noch gewone verblijfplaats heeft in België, indien deze vestiging zich in België bevindt bij de instelling van de vordering. Uitbreiding van de internationale bevoegdheid door wilskeuze Art. 6.§ 1. Wanneer de partijen, in een aangelegenheid waarin zij vrij over hun rechten kunnen beschikken uit hoofde van Belgisch recht, rechtsgeldig zijn overeengekomen om de Belgische rechters of een Belgische rechter bevoegd te maken om kennis te nemen van bestaande of toekomstige geschillen die uit een rechtsverhouding voortvloeien, zijn deze exclusief bevoegd. Behalve in de gevallen waar deze wet anders bepaalt, is de Belgische rechter voor wie de verweerder verschijnt, bevoegd om kennis te nemen van de tegen hem ingestelde vordering tenzij de verschijning tot voornaamste doel heeft de bevoegdheid te betwisten. § 2. In de gevallen beschreven in § 1, kan de rechter evenwel zijn bevoegdheid weigeren wanneer uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat het geschil geen enkele betekenisvolle band met België heeft. Uitsluiting van de internationale bevoegdheid door wilskeuze Art. 7.Wanneer de partijen, in een aangelegenheid waarin zij vrij over hun rechten kunnen beschikken uit hoofde van Belgisch recht, rechtsgeldig zijn overeengekomen om buitenlandse rechters of een buitenlandse rechter bevoegd te maken om kennis te nemen van bestaande of toekomstige geschillen die uit een rechtsverhouding voortvloeien en wanneer de zaak aanhangig is gemaakt voor een Belgische rechter, moet deze zijn uitspraak uitstellen, tenzij kan worden voorzien dat de buitenlandse beslissing in België niet zal kunnen worden erkend of ten uitvoer gelegd of tenzij de Belgische rechters bevoegd zijn krachtens artikel 11. Hij verklaart zich onbevoegd wanneer de buitenlandse beslissing kan erkend worden krachtens deze wet. Vordering tot vrijwaring of tot tussenkomst en tegenvordering Art. 8.Een Belgische rechter bevoegd om kennis te nemen van een vordering, is eveneens bevoegd om kennis te nemen : 1° van een vordering tot vrijwaring of tot tussenkomst, tenzij deze slechts is ingesteld om de gedaagde te onttrekken aan de normaal bevoegde rechter;2° van een tegenvordering voortvloeiend uit het feit of uit de handeling waarop de oorspronkelijke vordering is gegrond. Internationale samenhang Art. 9.Wanneer de Belgische rechters bevoegd zijn om kennis te nemen van een vordering, zijn zij eveneens bevoegd om kennis te nemen van een vordering die zo nauw ermee verbonden is dat het wenselijk is om ze samen te behandelen en te berechten, teneinde te voorkomen dat de beslissingen onverenigbaar zouden zijn wanneer de vorderingen afzonderlijk worden berecht. Voorlopige en bewarende maatregelen en uitvoeringsmaatregelen Art. 10.In dringende gevallen zijn de Belgische rechters ook bevoegd om voorlopige of bewarende maatregelen en uitvoeringsmaatregelen te bevelen betreffende personen of goederen die zich in België bevinden bij de instelling van de vordering, zelfs indien de Belgische rechters krachtens deze wet niet bevoegd zijn om van de zaak zelf kennis te nemen. Uitzonderlijke toekenning van internationale bevoegdheid Art. 11.Onverminderd de andere bepalingen van deze wet zijn de Belgische rechters uitzonderlijk bevoegd wanneer de zaak nauwe banden met België heeft en een procedure in het buitenland onmogelijk blijkt of het onredelijk zou zijn te eisen dat de vordering in het buitenland wordt ingesteld. Onderzoek van internationale bevoegdheid Art. 12.De rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, onderzoekt ambtshalve zijn internationale bevoegdheid. Interne bevoegdheid Art. 13.Wanneer de Belgische rechters bevoegd zijn uit hoofde van deze wet, worden de volstrekte bevoegdheid en de territoriale bevoegdheid vastgesteld volgens de relevante bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek of van bijzondere wetten, behalve in het geval voorzien in artikel 23. Evenwel wordt, bij gebreke van een bepaling die de territoriale bevoegdheid vestigt, deze vastgesteld volgens de bepalingen van deze wet betreffende de internationale bevoegdheid. Indien ook die bepalingen niet toelaten om de territoriale bevoegdheid vast te stellen, mag de vordering voor de rechter van het arrondissement Brussel aanhangig worden gemaakt. Internationale aanhangigheid Art. 14.Wanneer een vordering aanhangig is voor een buitenlandse rechter en kan worden voorzien dat de buitenlandse beslissing in België zal kunnen worden erkend of ten uitvoer gelegd, kan de Belgische rechter voor wie een vordering tussen dezelfde partijen met hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak het laatst aanhangig is gemaakt, zijn uitspraak uitstellen tot de buitenlandse beslissing is gewezen. Hij houdt rekening met de vereisten van een goede rechtsbedeling. Hij verklaart zich onbevoegd wanneer de buitenlandse beslissing erkend kan worden krachtens deze wet. Afdeling 5. - Conflictenrecht Toepassing van buitenlands recht Art. 15.§ 1. De inhoud van het door deze wet aangewezen buitenlands recht wordt door de rechter vastgesteld. Het buitenlands recht wordt toegepast volgens de in het buitenland gevolgde interpretatie. § 2. Wanneer de rechter die inhoud niet kan vaststellen, kan hij een beroep doen op de hulp van de partijen. Wanneer het kennelijk onmogelijk is de inhoud van buitenlands recht tijdig vast te stellen, wordt Belgisch recht toegepast. Herverwijzing Art. 16.In de zin van deze wet en behoudens bijzondere bepalingen worden onder het recht van een Staat de rechtsregels van die Staat verstaan met uitsluiting van de regels van het internationaal privaatrecht. Staten met meer dan één rechtsstelsel Art. 17.§ 1. Wanneer deze wet verwijst naar het recht van een Staat die twee of meer rechtsstelsels bezit, wordt voor de bepaling van het toepasselijk recht elk stelsel als het recht van een Staat beschouwd. § 2. Een verwijzing naar het recht van de Staat waarvan een natuurlijke persoon de nationaliteit bezit, heeft in de zin van § 1 betrekking op het rechtsstelsel dat door de in die Staat van kracht zijnde regels wordt aangewezen of, bij gebreke van dergelijke regels, op het rechtsstelsel waarmee die persoon de nauwste banden heeft. Een verwijzing naar het recht van een Staat die twee of meer rechtsstelsels bezit die toepasselijk zijn op verschillende categorieën van personen, heeft in de zin van § 1 betrekking op het rechtsstelsel dat door de in die Staat van kracht zijnde regels wordt aangewezen of, bij gebreke van dergelijke regels, op het rechtsstelsel waarmee de rechtsverhouding de nauwste banden heeft. Wetsontduiking Art. 18.Voor de bepaling van het toepasselijk recht in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken, wordt geen rekening gehouden met feiten en handelingen gesteld met het enkele doel te ontsnappen aan de toepassing van het door deze wet aangewezen recht. Uitzonderingsclausule Art. 19.§ 1. Het door deze wet aangewezen recht is uitzonderlijk niet van toepassing wanneer uit het geheel van de omstandigheden kennelijk blijkt dat het geval slechts een zeer zwakke band heeft met de Staat waarvan het recht is aangewezen maar zeer nauw is verbonden met een andere Staat. In dit geval wordt het recht van deze andere Staat toegepast. Bij de toepassing van het eerste lid wordt inzonderheid rekening gehouden met : - de nood aan voorspelbaarheid van het toepasselijk recht, en - de omstandigheid dat de betrokken rechtsverhouding geldig tot stand kwam volgens de regels van internationaal privaatrecht van Staten waarmee die rechtsverhouding verbonden was bij haar totstandkoming. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing in geval van rechtskeuze door de partijen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, of in geval de aanwijzing van het toepasselijk recht steunt op de inhoud ervan. Voorrangsregels Art. 20.De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan de toepassing van de dwingende bepalingen of bepalingen van openbare orde van Belgisch recht die erop gericht zijn een internationale situatie te regelen ongeacht het door de verwijzingsregels aangewezen recht, krachtens de wet of wegens hun kennelijke strekking. Bij de toepassing, krachtens deze wet, van het recht van een Staat kan aan de dwingende bepalingen of bepalingen van openbare orde van het recht van een andere Staat waarmee het geval nauw is verbonden, gevolg worden toegekend indien en voor zover die bepalingen, volgens het recht van die andere Staat, toepasselijk zijn ongeacht het door de verwijzingsregels aangewezen recht. Bij de beslissing of die bepalingen moeten worden toegepast, wordt rekening gehouden met de aard en strekking ervan, alsmede met de gevolgen die uit de toepassing of niet-toepassing ervan zouden voortvloeien. Openbare orde-exceptie Art. 21.De toepassing van een bepaling uit het door deze wet aangewezen buitenlands recht wordt geweigerd voor zover zij tot een resultaat zou leiden dat kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. Bij de beoordeling van deze onverenigbaarheid wordt inzonderheid rekening gehouden met de mate waarin het geval met de Belgische rechtsorde is verbonden en met de ernst van de gevolgen die de toepassing van dat buitenlands recht zou meebrengen. Wanneer een bepaling van buitenlands recht niet wordt toegepast wegens deze onverenigbaarheid, wordt een andere relevante bepaling van dat recht of, indien nodig, van Belgisch recht toegepast. Afdeling 6. - Uitwerking van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten Erkenning en uitvoerbaarverklaring van buitenlandse rechterlijke beslissingen Art. 22.§ 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing die uitvoerbaar is in de Staat waar zij werd gewezen, wordt in België geheel of gedeeltelijk uitvoerbaar verklaard overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23. Een buitenlandse rechterlijke beslissing wordt in België geheel of gedeeltelijk erkend zonder dat hiervoor de procedure bedoeld in artikel 23 moet worden gevolgd. Indien de erkenning incidenteel wordt aangevoerd voor een Belgische rechter, is deze bevoegd daarvan kennis te nemen. De beslissing mag alleen erkend of uitvoerbaar verklaard worden indien zij de voorwaarden gesteld in artikel 25 niet schendt. § 2. Elke persoon die een belang heeft en, in zaken die de staat van personen betreffen, eveneens het openbaar ministerie, kan overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23 doen vaststellen dat de beslissing al dan niet, geheel of gedeeltelijk, moet worden erkend of uitvoerbaar verklaard. § 3. In de zin van deze wet : 1° betekent het begrip rechterlijke beslissing de beslissingen die worden gewezen door een instantie die een rechtsmacht uitoefent;2° verleent de erkenning rechtskracht aan de buitenlandse beslissing. Bevoegdheid en procedure voor de erkenning of de uitvoerbaarverklaring Art. 23.§ 1. De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 121, om kennis te nemen van vorderingen tot erkenning of uitvoerbaarverklaring van een buitenlandse rechterlijke beslissing. § 2. Behalve voor het geval bedoeld in artikel 31, is de territoriaal bevoegde rechtbank die van de woonplaats of van de gewone verblijfplaats van de verweerder; bij gebreke van woon- of verblijfplaats in België, is dit de rechtbank van de plaats van de uitvoering. Wanneer de vordering tot erkenning niet kan worden ingeleid voor de rechtbank bedoeld in het eerste lid, mag de verzoeker de zaak brengen voor de rechtbank van zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats; bij gebreke van woonplaats of verblijfplaats in België mag hij de zaak brengen voor de rechtbank van het arrondissement Brussel. § 3. De vordering wordt ingesteld en behandeld volgens de procedure bedoeld in de artikelen 1025 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek. De verzoeker moet woonplaats kiezen in het rechtsgebied van de rechtbank. De rechter moet op korte termijn uitspraak doen. § 4. De buitenlandse rechterlijke beslissing waartegen een gewoon rechtsmiddel is aangewend of die daarvoor vatbaar is, kan voorlopig ten uitvoer worden gelegd. De rechter kan de tenuitvoerlegging afhankelijk maken van een zekerheidstelling. § 5. In afwijking van artikel 1029 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen, tijdens de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die tenuitvoerlegging toestaan en tot over dat beroep uitspraak is gedaan, alleen bewarende maatregelen worden genomen op de goederen van de partij tegen wie tenuitvoerlegging wordt gevorderd. De beslissing die tenuitvoerlegging toestaat, houdt de toelating in om die maatregelen te nemen. Stukken over te leggen met het oog op de erkenning of de uitvoerbaarverklaring Art. 24.§ 1. De partij die een beroep doet op de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing, of de uitvoerbaarverklaring ervan vordert, moet de volgende stukken overleggen : 1° een uitgifte van de beslissing die volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen, voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid ervan;2° in geval van een verstekbeslissing, het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift van het document waaruit blijkt dat het stuk dat het geding heeft ingeleid of een gelijkwaardig stuk volgens het recht van de Staat waar de beslissing is gewezen aan de niet verschenen partij is betekend of ter kennis gebracht;3° enig document op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de beslissing, volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen, uitvoerbaar is en betekend of ter kennis gebracht is. § 2. Bij gebreke van overlegging van de in § 1 vermelde documenten kan de rechter een termijn voor de overlegging ervan bepalen, of gelijkwaardige documenten aanvaarden of, indien hij zich voldoende voorgelicht acht, van overlegging vrijstellen. Gronden voor weigering van de erkenning of de uitvoerbaarverklaring Art. 25.§ 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing wordt niet erkend of uitvoerbaar verklaard indien : 1° het gevolg van de erkenning of van de uitvoerbaarverklaring kennelijk onverenigbaar zou zijn met de openbare orde;bij de beoordeling van deze onverenigbaarheid wordt inzonderheid rekening gehouden met de mate waarin het geval met de Belgische rechtsorde is verbonden en met de ernst van de gevolgen die aldus worden veroorzaakt; 2° de rechten van de verdediging zijn geschonden;3° de beslissing alleen is verkregen om te ontsnappen aan de toepassing van het door deze wet aangewezen recht, in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken;4° zij, onverminderd artikel 23, § 4, overeenkomstig het recht van de Staat waar zij werd gewezen, nog vatbaar is voor een gewoon rechtsmiddel;5° zij onverenigbaar is met een in België gewezen beslissing of met een voordien in het buitenland gewezen beslissing die in België kan worden erkend;6° de vordering in het buitenland werd ingesteld na het instellen in België van een vordering die nog steeds aanhangig is tussen dezelfde partijen en met hetzelfde onderwerp;7° de Belgische rechters exclusief bevoegd waren om kennis te nemen van de vordering;8° de bevoegdheid van de buitenlandse rechter uitsluitend gegrond was op de aanwezigheid van de verweerder of van goederen zonder rechtstreeks verband met het geschil in de Staat waartoe die rechter behoort;9° de erkenning of de uitvoerbaarverklaring in strijd zou zijn met de weigeringsgronden bedoeld in de artikelen 39, 57, 72, 95, 115 en 121. § 2. In geen geval mag de buitenlandse rechterlijke beslissing ten gronde worden herzien. Bewijskracht van buitenlandse rechterlijke beslissingen Art. 26.§ 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing strekt in België tot bewijs van de vaststellingen gedaan door de rechter indien zij voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid ervan volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen. De vaststellingen gedaan door de buitenlandse rechter worden niet in aanmerking genomen voorzover zij een gevolg zouden hebben dat kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. § 2. Het tegenbewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse rechter mag met alle bewijsmiddelen worden aangebracht. Erkenning en uitvoerbare kracht van buitenlandse authentieke akten Art. 27.§ 1. Een buitenlandse authentieke akte wordt in België door alle overheden erkend zonder dat een beroep moet worden gedaan op enige procedure indien haar rechtsgeldigheid wordt vastgesteld overeenkomstig het krachtens deze wet toepasselijk recht, en meer bepaald met inachtneming van de artikelen 18 en 21. De akte moet voldoen aan de voorwaarden die volgens het recht van de Staat waar zij is opgesteld, nodig zijn voor haar echtheid. Artikel 24 is, voorzover nodig, van toepassing. Ingeval de overheid weigert de geldigheid van de akte te erkennen, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg, onverminderd artikel 121, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23. § 2. Een buitenlandse authentieke akte die uitvoerbaar is in de Staat waarin zij is opgesteld, wordt in België uitvoerbaar verklaard door de rechtbank van eerste aanleg, onverminderd artikel 121, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23 en na onderzoek van de voorwaarden bedoeld in § 1. § 3. Een gerechtelijke schikking aangegaan voor een buitenlandse rechter, die uitvoerbaar is in de Staat waar zij tot stand is gekomen, kan in België onder dezelfde voorwaarden als een authentieke akte uitvoerbaar verklaard worden. Bewijskracht van buitenlandse authentieke akten Art. 28.§ 1. Een buitenlandse authentieke akte strekt in België tot bewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse overheid die de akte heeft opgesteld, indien zij tegelijk voldoet : 1° aan de voorwaarden die deze wet stelt aan de vorm van de akten;en 2° aan de voorwaarden voor de echtheid ervan volgens het recht van de Staat waar zij is opgesteld. De vaststellingen gedaan door de buitenlandse overheid worden niet in aanmerking genomen voorzover zij een gevolg zouden hebben dat kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. § 2. Het tegenbewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse overheid mag met alle bewijsmiddelen worden aangebracht. Feitelijk gevolg van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten Art. 29.Met het bestaan van een buitenlandse rechterlijke beslissing of van een buitenlandse authentieke akte kan in België rekening worden gehouden zonder onderzoek van de voorwaarden nodig voor de erkenning, de uitvoerbaarverklaring of de bewijskracht ervan. Legalisatie Art. 30.§ 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte moet worden gelegaliseerd om in België geheel of bij uittreksel, in origineel of bij afschrift, te worden voorgelegd. De legalisatie bevestigt slechts de echtheid van de handtekening, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van het stuk heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van het zegel of de stempel op het stuk. § 2. De legalisatie wordt gedaan : 1° door een Belgische diplomatieke of consulaire ambtenaar die geaccrediteerd is in de Staat waar de beslissing is gewezen of de akte is opgesteld;2° bij gebreke hiervan, door een diplomatieke of consulaire ambtenaar van de buitenlandse Staat die de belangen van België in die Staat behartigt;3° bij gebreke hiervan, door de Minister van Buitenlandse Zaken. § 3. De Koning bepaalt de nadere regels van de legalisatie. Vermelding en overschrijving van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten inzake staat en bekwaamheid Art. 31.§ 1. Een buitenlandse authentieke akte betreffende de burgerlijke stand kan slechts worden vermeld op de kant van een akte van de burgerlijke stand, worden overgeschreven in een register van de burgerlijke stand of als basis dienen voor de inschrijving in een bevolkingsregister, een vreemdelingenregister of een wachtregister, na onderzoek van de voorwaarden bedoeld in artikel 27, § 1. De vermelding of overschrijving van een buitenlandse rechterlijke beslissing kan slechts plaatsvinden na onderzoek van de voorwaarden bedoeld in de artikelen 24 en 25 en, naargelang van het geval, in de artikelen 39, 57 en 72. Ingeval de bewaarder weigert over te gaan tot de vermelding of tot de overschrijving, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waarin het register wordt gehouden, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23. § 2. Dit onderzoek gebeurt door de bewaarder van de akte of van het register. De Minister van Justitie kan richtlijnen opstellen die de eenvormige toepassing waarborgen van de voorwaarden bedoeld in § 1. De bewaarder van de akte of van het register kan bij ernstige twijfel bij de beoordeling van de voorwaarden bedoeld in § 1, de akte of de beslissing voor advies overzenden aan het openbaar ministerie dat, indien nodig, aanvullend onderzoek verricht. § 3. De Koning kan een register aanleggen en zijn werking regelen, voor beslissingen en akten die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 1, wanneer zij betrekking hebben op een Belg of op een vreemdeling die in België verblijft. HOOFDSTUK II. - Natuurlijke personen Afdeling 1. - Staat, bekwaamheid, ouderlijk gezag en bescherming van onbekwamen Internationale bevoegdheid inzake staat en bekwaamheid Art. 32.Behalve in aangelegenheden waar deze wet anders bepaalt, zijn de Belgische rechters bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de staat of de bekwaamheid van een persoon, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet, indien : 1° die persoon bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft;of 2° die persoon bij de instelling van de vordering Belg is. Internationale bevoegdheid inzake ouderlijk gezag, voogdij en bescherming van onbekwamen Art. 33.De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende het ouderlijk gezag of de voogdij, de vaststelling van de onbekwaamheid van een volwassene of de bescherming van een onbekwame persoon, in de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet en in artikel 32. De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende het beheer van de goederen van een onbekwame persoon, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet en in artikel 32, indien de vordering goederen betreft die in België gelegen zijn. De Belgische rechters zijn eveneens bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de uitoefening van het ouderlijk gezag en van het recht op persoonlijk contact van ouders met hun kinderen die minder dan volle achttien jaar oud zijn, wanneer een vordering tot nietigverklaring van het huwelijk, tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed bij hen aanhangig wordt gemaakt. In dringende gevallen zijn de Belgische rechters eveneens bevoegd om, ten aanzien van een persoon die zich in België bevindt, alle maatregelen te nemen die de situatie vereist. Recht toepasselijk inzake staat en bekwaamheid Art. 34.§ 1. Behalve in aangelegenheden waar deze wet anders bepaalt, worden de staat en de bekwaamheid van een persoon beheerst door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft. De bekwaamheid wordt evenwel beheerst door het Belgisch recht indien het buitenlands recht tot de toepassing van dit recht leidt. De bekwaamheid verworven volgens het recht dat krachtens het eerste en het tweede lid van toepassing is, wordt niet verloren ten gevolge van een nationaliteitsverandering. § 2. Onbekwaamheden betreffende een bepaalde rechtsverhouding worden beheerst door het recht toepasselijk op die verhouding. Recht toepasselijk inzake ouderlijk gezag, voogdij en bescherming van onbekwamen Art. 35.§ 1. Het ouderlijk gezag en de voogdij, de vaststelling van de onbekwaamheid van een volwassene en de bescherming van een onbekwame persoon of diens goederen worden beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied die persoon zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip van de feiten die aanleiding geven tot de bepaling van het ouderlijk gezag, tot het openvallen van de voogdij of tot de goedkeuring van beschermingsmaatregelen. In geval van wijziging van de gewone verblijfplaats wordt de vaststelling van het ouderlijk gezag of van de voogdij in hoofde van een persoon die deze verantwoordelijkheid nog niet draagt, beheerst door het recht van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats. De uitoefening van het ouderlijk gezag of van de voogdij wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip waarop die uitoefening wordt aangevoerd. § 2. Ingeval het in § 1 aangewezen recht niet de mogelijkheid biedt de bescherming te waarborgen die de persoon of diens goederen vereisen, wordt de bescherming beheerst door het recht van de Staat waarvan de persoon de nationaliteit heeft. Het Belgisch recht is van toepassing indien het materieel of juridisch onmogelijk blijkt om de maatregelen te nemen waarin het toepasselijk buitenlands recht voorziet. Afdeling 2. - Naam en voornamen Internationale bevoegdheid inzake naam en voornamen Art. 36.De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tot vaststelling van de naam of de voornamen van een persoon, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet, indien die persoon bij de instelling van de vordering Belg is of zijn gewone verblijfplaats in België heeft. De Belgische overheden zijn eveneens bevoegd om kennis te nemen van vorderingen tot verandering van de naam of de voornamen van een persoon indien deze bij de instelling van de vordering Belg is. Recht toepasselijk op de vaststelling van de naam en de voornamen Art. 37.De vaststelling van de naam en de voornamen van een persoon wordt beheerst door het recht van de Staat waarvan die persoon de nationaliteit heeft. De gevolgen van een nationaliteitsverandering op de naam en de voornamen van een persoon worden beheerst door het recht van de Staat van zijn nieuwe nationaliteit. Recht toepasselijk op de verandering van naam of voornamen Art. 38.De vrijwillige of uit de wet voortvloeiende verandering van naam of voornamen van een persoon wordt beheerst door het recht van de Staat waarvan die persoon op het tijdstip van de verandering de nationaliteit heeft. Wanneer het recht van de Staat waarvan een van de echtgenoten de nationaliteit heeft, hem toestaat om ter gelegenheid van het huwelijk een naam te kiezen, vermeldt de ambtenaar van de burgerlijke stand deze naam in de akte van huwelijk. Vaststelling of verandering van naam of voornamen in het buitenland Art. 39.Een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing betreffende de vaststelling of de verandering van naam of voornamen van een persoon, wordt in België niet erkend, ingeval naast het bestaan van een weigeringsgrond bedoeld in artikel 25 : 1° deze persoon in geval van vrijwillige verandering op het tijdstip van de verandering Belg was, tenzij de verkregen naam overeenstemt met de regels betreffende de vaststelling van de naam, van toepassing in de lid-Staat van de Europese Unie waarvan de persoon eveneens de nationaliteit bezit;of 2° de vaststelling van de naam of voornamen niet overeenstemt met het Belgisch recht indien deze persoon Belg was op het tijdstip van de vaststelling;of 3° in de andere gevallen, deze vaststelling of deze verandering niet erkend wordt in de Staat waarvan deze persoon de nationaliteit bezit. Afdeling 3. - Afwezigheid Internationale bevoegdheid inzake afwezigheid Art. 40.De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tot vaststelling van afwezigheid of tot bepaling van de gevolgen ervan, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet met uitsluiting van artikel 5, indien : 1° de verdwenen persoon bij zijn verdwijning Belg was of zijn gewone verblijfplaats in België had;of 2° de vordering betrekking heeft op goederen van de afwezige die zich bij de instelling van de vordering in België bevinden. Recht toepasselijk op de afwezigheid Art. 41.De afwezigheid wordt beheerst door het recht van de Staat waarvan de persoon bij zijn verdwijning de nationaliteit had. Het voorlopig beheer van de goederen van de afwezige wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de persoon zijn gewone verblijfplaats had bij zijn verdwijning of, indien dit recht niet in die mogelijkheid voorziet, door het Belgisch recht. HOOFDSTUK III. - De huwelijksrelatie Afdeling 1. - Internationale bevoegdheid Internationale bevoegdheid inzake de huwelijksrelatie Art. 42.De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende het huwelijk of zijn gevolgen, het huwelijksvermogensrecht, de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet, indien : 1° in geval van gezamenlijke vordering, een van de echtgenoten bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft;2° de laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de echtgenoten zich in België bevond, niet meer dan twaalf maanden voorafgaand aan de instelling van de vordering;3° de echtgenoot die de vordering instelt, bij haar instelling sedert ten minste twaalf maanden zijn gewone verblijfplaats in België heeft; of 4° beide echtgenoten bij de instelling van de vordering Belg zijn. Uitbreiding van de bevoegdheid inzake huwelijk en echtscheiding Art. 43.De Belgische rechters zijn eveneens bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen : 1° tot omzetting in echtscheiding van een in België uitgesproken scheiding van tafel en bed of tot herziening van een in België gewezen beslissing betreffende de gevolgen van het huwelijk, van de echtscheiding of van de scheiding van tafel en bed;2° ingesteld door het openbaar ministerie, die betrekking hebben op de rechtsgeldigheid van een huwelijk, indien dit in België is gesloten of indien een van de echtgenoten bij de instelling van de vordering Belg is of zijn gewone verblijfplaats in België heeft. Bevoegdheid van de Belgische overheden om het huwelijk te voltrekken Art. 44.Het huwelijk kan in België worden voltrokken indien een van de toekomstige echtgenoten bij de voltrekking Belg is, zijn woonplaats of sinds meer dan drie maanden zijn gewone verblijfplaats in België heeft. Afdeling 2. - Recht toepasselijk op de huwelijksbelofte Recht toepasselijk op de huwelijksbelofte Art. 45.De huwelijksbelofte wordt beheerst : 1° door het recht van de Staat op wiens grondgebied beide toekomstige echtgenoten op het tijdstip van de huwelijksbelofte hun gewone verblijfplaats hebben;2° bij gebreke van gewone verblijfplaats op het grondgebied van een zelfde Staat, door het recht van de Staat waarvan beide toekomstige echtgenoten de nationaliteit hebben bij de huwelijksbelofte;3° in de andere gevallen, door het Belgisch recht. Afdeling 3. - Recht toepasselijk op het huwelijk Recht toepasselijk op de totstandkoming van het huwelijk Art. 46.Onder voorbehoud van artikel 47 worden de voorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk voor elke echtgenoot beheerst door het recht van de Staat waarvan hij bij de voltrekking van het huwelijk de nationaliteit heeft. Een bepaling van het door het eerste lid toepasselijk verklaard recht, die het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht verbiedt, is niet van toepassing indien een van de personen de nationaliteit bezit van een Staat waarvan het recht een dergelijk huwelijk toestaat of op het grondgebied van een dergelijke Staat zijn gewone verblijfplaats heeft. Recht toepasselijk op de vormvereisten voor de voltrekking van het huwelijk Art. 47.§ 1. De vormvereisten voor de voltrekking van het huwelijk worden beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied het huwelijk voltrokken wordt. § 2. Dit recht bepaalt met name of en volgens welke nadere regels : 1° het huwelijk in die Staat vooraf moet worden aangegeven en afgekondigd;2° de akte van huwelijk in die Staat moet worden vastgesteld en overgeschreven;3° het voor een godsdienstige instantie gesloten huwelijk rechtsgevolgen heeft;4° het huwelijk bij volmacht kan plaatsvinden. Recht toepasselijk op de gevolgen van het huwelijk Art. 48.§ 1. Onder voorbehoud van de artikelen 49 tot 54, worden de gevolgen van het huwelijk beheerst : 1° door het recht van de Staat op wiens grondgebied beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben op het tijdstip dat die gevolgen worden ingeroepen of indien het ingeroepen gevolg een rechtshandeling beïnvloedt, op het tijdstip waarop deze handeling heeft plaatsgevonden;2° bij gebreke van gewone verblijfplaats op het grondgebied van een zelfde Staat, door het recht van de Staat waarvan beide echtgenoten de nationaliteit hebben op het tijdstip dat die gevolgen worden ingeroepen of indien het ingeroepen gevolg een rechtshandeling beïnvloedt, op het tijdstip waarop deze handeling heeft plaatsgevonden;3° in de andere gevallen, door het Belgisch recht. § 2. Het in § 1 aangewezen recht bepaalt met name : 1° de plichten tot samenwonen en getrouwheid;2° de bijdrage van de echtgenoten in de lasten van het huwelijk;3° de ontvangst van inkomsten door elke echtgenoot en de besteding ervan;4° de toelaatbaarheid van contracten en giften tussen echtgenoten en de herroeping ervan;5° de nadere regels inzake de vertegenwoordiging van een echtgenoot door de andere;6° de rechtsgeldigheid, ten aanzien van een echtgenoot, van een voor de belangen van het gezin schadelijke handeling verricht door de andere echtgenoot, evenals het herstel van de schadelijke gevolgen ervan ten aanzien van die echtgenoot. § 3. In afwijking van de §§ 1 en 2, wordt de uitoefening door een echtgenoot van de rechten betreffende het onroerend goed dat het gezin tot hoofdverblijf dient of inzake de roerende goederen die zich daarin bevinden, geregeld door het recht van de Staat op wiens grondgebied het onroerend goed is gelegen. Afdeling 4. - Recht toepasselijk op het huwelijksvermogen Keuze van het recht toepasselijk op het huwelijksvermogen Art. 49.§ 1. Het huwelijksvermogen wordt beheerst door het recht dat de echtgenoten kiezen. § 2. De echtgenoten kunnen slechts een van de volgende rechtsstelsels aanwijzen: 1° het recht van de Staat op wiens grondgebied zij na de voltrekking van het huwelijk hun eerste gewone verblijfplaats vestigen;2° het recht van de Staat op wiens grondgebied een van hen op het tijdstip van de keuze zijn gewone verblijfplaats heeft;3° het recht van de Staat waarvan een van hen op het tijdstip van de keuze de nationaliteit heeft. Nadere regels inzake de rechtskeuze Art. 50.§ 1. De rechtskeuze kan worden gedaan voor de voltrekking van het huwelijk of tijdens het huwelijk. Zij kan een eerdere keuze wijzigen. § 2. De keuze moet gebeuren overeenkomstig artikel 52, eerste lid. Zij moet het gehele vermogen van de echtgenoten betreffen. § 3. De uit de keuze van de echtgenoten voortvloeiende wijziging van het toepasselijk recht heeft slechts gevolg voor de toekomst. De echtgenoten kunnen anders beslissen, maar mogen de rechten van derden niet schaden. Recht toepasselijk bij gebreke van keuze Art. 51.Bij gebreke van rechtskeuze door de echtgenoten wordt het huwelijksvermogen beheerst : 1° door het recht van de Staat op wiens grondgebied beide echtgenoten na de voltrekking van het huwelijk hun eerste gewone verblijfplaats vestigen;2° bij gebreke van gewone verblijfplaats op het grondgebied van een zelfde Staat, door het recht van de Staat waarvan beide echtgenoten de nationaliteit hebben bij de voltrekking van het huwelijk;3° in de andere gevallen, door het recht van de Staat op wiens grondgebied het huwelijk is gesloten. Recht toepasselijk op de vorm van de keuze van een huwelijksvermogensstelsel Art. 52.De keuze van een huwelijksvermogensstelsel is naar de vorm geldig indien zij in overeenstemming is ofwel met het op het huwelijksvermogen toepasselijk recht ten tijde van de keuze, ofwel met het recht van de Staat op wiens grondgebied zij is gedaan. Zij moet ten minste in een gedateerd en door beide echtgenoten ondertekend geschrift worden vastgesteld. De wijziging van het huwelijksvermogensstelsel gebeurt volgens de vormvereisten voorgeschreven door het recht van de Staat op wiens grondgebied de wijziging plaatsvindt. Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op het huwelijksvermogen Art. 53.§ 1. Onverminderd artikel 52 bepaalt het op het huwelijksvermogen toepasselijk recht met name : 1° de geldigheid van de instemming met de keuze van het toepasselijk recht;2° de toelaatbaarheid en de geldigheid van het huwelijkscontract;3° de mogelijkheid tot, en de omvang van een keuze van een huwelijksvermogensstelsel;4° of en in welke mate de echtgenoten hun huwelijksvermogensstelsel mogen wijzigen, en of het nieuwe stelsel met terugwerkende kracht geldt of de echtgenoten daaraan terugwerkende kracht kunnen geven;5° de samenstelling van de vermogens en de toekenning van de bestuursbevoegdheden;6° de ontbinding en de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel, alsmede de regels voor de verdeling. § 2. De wijze van samenstelling en van toebedeling van de loten wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de goederen zich op het tijdstip van de verdeling bevinden. Bescherming van derden Art. 54.§ 1. De tegenwerpbaarheid van het huwelijksvermogensstelsel aan derden wordt beheerst door het op het huwelijksvermogen toepasselijk recht. Wanneer evenwel de derde en de echtgenoot van wie hij schuldeiser is, bij het ontstaan van de schuld hun gewone verblijfplaats op het grondgebied van dezelfde Staat hadden, is het recht van die Staat van toepassing, tenzij : 1° de voorwaarden inzake publiciteit of registratie voorgeschreven door het recht toepasselijk op het huwelijksvermogen zijn vervuld;of 2° de derde bij het ontstaan van de schuld het huwelijksvermogensstelsel kende of het alleen niet kende wegens zijn eigen onzorgvuldigheid;of 3° de voorschriften inzake publiciteit zijn nageleefd, die in verband met onroerende zakelijke rechten worden voorgeschreven door het recht van de Staat op wiens grondgebied het onroerend goed is gelegen. § 2. Het recht toepasselijk op het huwelijksvermogen bepaalt of en in welke mate een schuld die een van de echtgenoten heeft aangegaan voor de behoeften van het huishouden of de opvoeding van de kinderen, de andere echtgenoot verbindt. Wanneer echter de derde en de echtgenoot van wie hij schuldeiser is, bij het ontstaan van de schuld hun gewone verblijfplaats op het grondgebied van dezelfde Staat hadden, is het recht van die Staat van toepassing. Afdeling 5. - Huwelijksontbinding en scheiding van tafel en bed Recht toepasselijk op de echtscheiding en de scheiding van tafel en bed Art. 55.§ 1. De echtscheiding en de scheiding van tafel en bed worden beheerst : 1° door het recht van de Staat op wiens grondgebied beide echtgenoten bij de instelling van de vordering hun gewone verblijfplaats hebben;2° bij gebreke van gewone verblijfplaats op het grondgebied van een zelfde Staat, door het recht van de Staat op wiens grondgebied de laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de echtgenoten zich bevond wanneer een van hen zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van die Staat bij de instelling van de vordering;3° bij gebreke van gewone verblijfplaats van één van de echtgenoten op het grondgebied van de Staat waar zich de laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats bevond, door het recht van de Staat waarvan ieder van de echtgenoten de nationaliteit heeft bij de instelling van de vordering;4° in de andere gevallen, door het Belgisch recht. § 2. De echtgenoten kunnen evenwel kiezen welk recht op de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed toepasselijk is. Zij kunnen slechts een van de volgende rechtsstelsels aanwijzen : 1° het recht van de Staat waarvan zij beiden bij de instelling van de vordering de nationaliteit hebben;2° het Belgisch recht. De keuze moet bij de eerste verschijning worden uitgedrukt. § 3. De toepassing van het door § 1 aangewezen recht wordt uitgesloten voorzover dat recht de instelling van de echtscheiding niet kent. In dat geval wordt het recht toegepast dat is aangewezen op grond van het criterium dat op subsidiaire wijze in § 1 is vastgesteld. Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op de echtscheiding en de scheiding van tafel en bed Art. 56.Het recht van toepassing op de echtscheiding en op de scheiding van tafel en bed bepaalt met name : 1° de toelaatbaarheid van de scheiding van tafel en bed;2° de gronden van en de voorwaarden voor de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed of, in geval van een gezamenlijke vordering, de voorwaarden voor de toestemming, daaronder begrepen de wijze van uitdrukking ervan;3° de verplichting voor de echtgenoten om een overeenkomst te sluiten over de maatregelen betreffende de persoon, het onderhoud en de goederen van de echtgenoten en van de kinderen waarvoor zij de verantwoordelijkheid hebben;4° de ontbinding van de huwelijksband of, in geval van scheiding, de afzwakking van die band. Buitenlandse ontbinding van het huwelijk gegrond op de wil van de man Art. 57.§ 1. Een in het buitenland opgestelde akte die de wilsverklaring van de man om het huwelijk te ontbinden vaststelt, zonder dat de vrouw een zelfde recht had, kan in België niet worden erkend. § 2. Een zodanige akte kan evenwel in België worden erkend nadat is nagegaan of aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan : 1° de akte is gehomologeerd door een rechter in de Staat waarin zij is opgemaakt;2° geen van de echtgenoten had op het tijdstip van de homologatie de nationaliteit van een Staat waarvan het recht die vorm van huwelijksontbinding niet kent;3° geen van de echtgenoten had op het tijdstip van de homologatie zijn gewone verblijfplaats in een Staat waarvan het recht die vorm van huwelijksontbinding niet kent;4° de vrouw heeft de ontbinding van het huwelijk op ondubbelzinnige wijze en zonder enige dwang aanvaard;5° tegen de erkenning geldt geen enkele weigeringsgrond als bedoeld in artikel 25. HOOFDSTUK IV. - De relatie van samenleven Begrip « relatie van samenleven » Art. 58.Het begrip « relatie van samenleven » in deze wet betekent een toestand van samenleven die registratie bij een openbare overheid vraagt en tussen de samenwonende personen geen band schept die evenwaardig is aan het huwelijk. Internationale bevoegdheid inzake de relatie van samenleven Art. 59.Artikel 42 is naar analogie van toepassing op de vorderingen betreffende een relatie van samenleven. De registratie van het sluiten van een relatie van samenleven kan in België alleen dan worden gedaan ingeval de partijen op het ogenblik van het sluiten een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben in België. De registratie van de beëindiging van de relatie van samenleven kan in België alleen dan worden gedaan als het sluiten van de relatie in België is geregistreerd. Recht toepasselijk op de relatie van samenleven Art. 60.De relatie van samenleven wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied zij voor het eerst is geregistreerd. Dit recht bepaalt inzonderheid de voorwaarden van de vaststelling van de relatie, de gevolgen van de relatie voor de goederen van de partijen, alsmede de oorzaken en de voorwaarden inzake de beëindiging van de relatie. Artikel 54 is naar analogie van toepassing. Ingeval de relatie van samenleven evenwel niet bestaat in het aangewezen recht, wordt het recht toegepast van de Staat op wiens grondgebied de relatie is geregistreerd. HOOFDSTUK V. - Afstamming Afdeling I. - Oorspronkelijke afstamming Internationale bevoegdheid inzake afstamming Art. 61.De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de vaststelling of betwisting van vaderschap of moederschap, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet, indien : 1° het kind bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft;2° de persoon van wie het vaderschap of moederschap wordt aangevoerd of betwist, bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft;of 3° het kind en de persoon van wie het vaderschap of moederschap wordt aangevoerd of betwist, bij de instelling van de vordering Belg zijn. Recht toepasselijk op de afstamming Art. 62.§ 1. De vaststelling en de betwisting van het vaderschap of moederschap van een persoon worden beheerst door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft bij de geboorte van het kind of, indien de vaststelling het resultaat is van een vrijwillige handeling, bij het verrichten van die handeling. Wanneer het door dit artikel aangewezen rechtsstelsel geen toestemming van het kind eist, worden de vereiste van en de voorwaarden voor diens toestemming evenals de wijze waarop zij wordt uitgedrukt, beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied het kind op het tijdstip van de toestemming zijn gewone verblijfplaats heeft. § 2. Wanneer een afstammingsband volgens het recht toepasselijk uit hoofde van deze wet rechtsgeldig wordt vastgesteld tegenover meerdere personen van hetzelfde geslacht, bepaalt het recht toepasselijk op de afstamming die van rechtswege uit de wet voortvloeit welk gevolg een erkenning hierop heeft. In geval van conflict tussen meerdere afstammingen die van rechtswege uit de wet voortvloeien, wordt tussen de aangewezen rechtsstelsels het recht toegepast van de Staat waarmee het geval de nauwste banden heeft. Wanneer het kind volgens het recht toepasselijk uit hoofde van deze wet rechtsgeldig wordt erkend door meerdere personen van hetzelfde geslacht, bepaalt het recht toepasselijk op de eerste erkenning het gevolg van een latere erkenning op die eerste. Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op de afstamming Art. 63.Het recht dat krachtens artikel 62 van toepassing is, bepaalt met name : 1° aan wie het toegelaten is een afstammingsband te doen vaststellen of te betwisten;2° de bewijslast en de te bewijzen elementen inzake de afstammingsband, alsook de vaststelling van de bewijsmiddelen;3° de voorwaarden voor en de gevolgen van het bezit van staat;4° de termijnen voor de instelling van de vordering. Recht toepasselijk op de vormvereisten van de erkenning Art. 64.De akte van erkenning wordt opgesteld volgens de vormvereisten voorgeschreven door het recht dat krachtens artikel 62, § 1, eerste lid, op de afstamming van toepassing is of door het recht van de Staat op wiens grondgebied zij wordt opgesteld. Bevoegdheid om de erkenning te ontvangen Art. 65.De akte van erkenning kan in België worden opgesteld, indien : 1° de persoon die de erkenning verricht Belg is of zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in België heeft bij het opstellen van de akte;2° het kind in België geboren is;of 3° het kind zijn gewone verblijfplaats in België heeft bij het opstellen van de akte. Afdeling 2. - Adoptieve afstamming Internationale bevoegdheid inzake adoptie Art. 66.In afwijking van de algemene bepalingen van deze wet, zijn de Belgische rechters slechts bevoegd om een adoptie uit te spreken indien de adoptant, een van de adoptanten of de geadopteerde bij de instelling van de vordering Belg is of zijn gewone verblijfplaats in België heeft. De Belgische rechters zijn bevoegd om de omzetting in een volle adoptie uit te spreken van een adoptie die niet leidt tot de verbreking van de bestaande band van afstamming onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, of indien de adoptie in België is vastgesteld. De Belgische rechters zijn bevoegd om de adoptie te herroepen indien de voorwaarden bedoeld in het eerste lid zijn vervuld of indien de adoptie in België is vastgesteld. De Belgische rechters zijn bevoegd om de herziening uit te spreken van een adoptie onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid ingeval de adoptie in België is vastgesteld of ingeval een rechterlijke beslissing waaruit de adoptie blijkt in België is erkend of uitvoerbaar is verklaard. Recht toepasselijk op de voorwaarden voor de totstandkoming van de adoptie Art. 67.Onverminderd de toepassing van artikel 357 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de totstandkoming van de adoptieve afstamming beheerst door het recht van de Staat waarvan de adoptant of beide adoptanten op dat ogenblik de nationaliteit hebben. Wanneer de adoptanten niet de nationaliteit van een zelfde Staat hebben, wordt de totstandkoming van de adoptieve afstamming beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied beide op dat ogenblik hun gewone verblijfplaats hebben of, bij gebreke van hun gewone verblijfplaats in dezelfde Staat, door het Belgisch recht. De rechter past evenwel het Belgisch recht toe indien hij oordeelt dat de toepassing van buitenlands recht kennelijk het hogere belang van de geadopteerde zou schaden en de adoptant of de adoptanten kennelijk nauwe banden met België hebben. Recht toepasselijk op de toestemming Art. 68.Onverminderd de toepassing van artikel 358 van het Burgerlijk Wetboek, worden de toestemming van de geadopteerde en van zijn ouders of wettelijke vertegenwoordigers, evenals de wijze waarop zij wordt uitgedrukt, beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de geadopteerde zijn gewone verblijfplaats heeft onmiddellijk voorafgaand aan de overbrenging ter adoptie of, bij afwezigheid van zo een overbrenging, ten tijde van de adoptie. Het Belgisch recht beheerst evenwel de toestemming van de geadopteerde indien het recht dat krachtens het eerste lid van toepassing is, niet voorziet in de noodzaak van een dergelijke toestemming of de instelling van de adoptie niet kent. Recht toepasselijk op de wijze van de totstandkoming van de adoptie Art. 69.De wijze van de totstandkoming van een adoptie in België wordt beheerst door het Belgisch recht. Wanneer een adoptieakte in het buitenland is opgesteld volgens het recht van de Staat waar zulks heeft plaatsgevonden en dit recht een gerechtelijke procedure voorschrijft, kan deze in België worden gevoerd overeenkomstig de door het Belgisch recht voorgeschreven procedure. Aard van de door de adoptie geschapen band Art. 70.Het recht toepasselijk krachtens artikel 67 bepaalt de aard van de door de adoptie geschapen band en of de geadopteerde ophoudt lid te zijn van zijn oorspronkelijke familie. Recht toepasselijk op de omzetting, de herroeping en de herziening van de adoptie Art. 71.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 359-2 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de omzetting van een adoptie beheerst door het recht toepasselijk krachtens de artikelen 67 tot 69. § 2. De herroeping van een adoptie wordt beheerst door het recht toepasselijk krachtens de artikelen 67 tot 69. De aanknopingsfactoren worden evenwel beoordeeld naar gelang van de concretisering ervan op het tijdstip van de totstandkoming van de adoptie. § 3. De herziening van een adoptie wordt beheerst door het Belgisch recht. Erkenning van adopties vastgesteld in het buitenland Art. 72.In afwijking van de bepalingen van deze wet wordt een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte houdende totstandkoming, omzetting, herroeping, herziening of vernietiging van een adoptie niet erkend in België ingeval de bepalingen van de artikelen 365-1 tot 366-3 van het Burgerlijk Wetboek niet werden in acht genomen en een beslissing bedoeld in artikel 367-1 van hetzelfde Wetboek niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 367-2 van dat Wetboek. HOOFDSTUK VI. - Onderhoudsverplichtingen Internationale bevoegdheid inzake onderhoudsverplichtingen Art. 73.§ 1. De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende een onderhoudsverplichting, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet, indien : 1° de onderhoudsgerechtigde bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft;of 2° de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige bij de instelling van de vordering Belg zijn. § 2. Indien het een bijkomende vordering betreft bij een vordering inzake de staat van de personen, is de Belgische rechter die bevoegd is om kennis te nemen van deze vordering, ook bevoegd om kennis te nemen van de vordering tot onderhoud. Recht toepasselijk op de onderhoudsverplichting Art. 74.§ 1. De onderhoudsverplichting wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de onderhoudsgerechtigde op het tijdstip dat ze wordt ingeroepen zijn gewone verblijfplaats heeft. De onderhoudsverplichting wordt evenwel beheerst door het recht van de Staat waarvan de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige op het tijdstip dat deze wordt ingeroepen de nationaliteit hebben indien de onderhoudsplichtige op dat tijdstip zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van die Staat heeft. § 2. Wanneer het door § 1 aangewezen rechtsstelsel geen recht op onderhoudsgeld aan de onderhoudsgerechtigde toekent, wordt de onderhoudsverplichting tussen echtgenoten of jegens een minderjarig kind beheerst door het recht van de Staat waarvan de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige de nationaliteit hebben op het tijdstip dat zij wordt ingeroepen. Indien dat recht geen onderhoudsgeld toekent, wordt het Belgisch recht toegepast. Overeenkomst tot verstrekking van onderhoud Art. 75.§ 1. De overeenkomst tot verstrekking van onderhoud voortvloeiend uit ouderschap, huwelijk of verwantschap wordt, naar keuze van de partijen, beheerst door het recht van de Staat waarvan op het tijdstip van die keuze een van hen de nationaliteit heeft of op wiens grondgebied op dat tijdstip een van hen zijn gewone verblijfplaats heeft. § 2. Bij gebreke van keuze wordt de overeenkomst beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de onderhoudsgerechtigde bij het sluiten van de overeenkomst zijn gewone verblijfplaats heeft. Zij wordt evenwel beheerst door het recht van de Staat waarvan de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige bij het sluiten van de overeenkomst de nationaliteit hebben, wanneer de onderhoudsplichtige op dat ogenblik zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van die Staat heeft. § 3. De overeenkomst is vormelijk geldig indien zij in overeenstemming is met het recht dat krachtens de §§ 1 en 2 van toepassing is of met het recht van de Staat op wiens grondgebied zij is gesloten. Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op de onderhoudsverplichting Art. 76.§ 1. Het op de onderhoudsverplichting toepasselijk recht bepaalt met name : 1° in welke mate en van wie de onderhoudsgerechtigde onderhoud kan vorderen;2° wie de vordering tot onderhoud kan instellen en binnen welke termijn zulks moet geschieden;3° of en onder welke voorwaarden het onderhoud kan worden gewijzigd;4° de oorzaken voor het eindigen van het recht op onderhoud;5° de grenzen van de verplichtingen van de onderhoudsplichtige wanneer de persoon die onderhoud aan de onderhoudsgerechtigde heeft verschaft, hiervan terugbetaling vordert. § 2. De subrogatie in de rechten van de schuldeiser ten voordele van een derde die hem heeft vergoed, wordt beheerst door het recht toepasselijk op de verbintenis van de derde om die schuldeiser te vergoeden, onverminderd § 1, 5°. HOOFDSTUK VII. - Erfopvolging Internationale bevoegdheid inzake erfopvolging Art. 77.De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende erfopvolging, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet met uitsluiting van artikel 5, indien : 1° de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats in België had;of 2° de vordering goederen betreft die zich bij de instelling van de vordering in België bevinden. Recht toepasselijk op de erfopvolging Art. 78.§ 1. De erfopvolging wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats had. § 2. De vererving van onroerende goederen wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied het onroerend goed is gelegen. Indien evenwel buitenlan …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.