← België

Ministeriële omzendbrief PLP 43 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2008 ten behoeve van de politiezones

Kort samengevat

Deze omzendbrief geeft richtlijnen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2008 voor de politiezones, met specifieke instructies voor het toezicht en de goedkeuring van deze begrotingen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN 12 OKTOBER 2007. - Ministeriële omzendbrief PLP 43 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2008 ten behoeve van de politiezones Aan Mevrouw en de Heren Provinciegouverneurs, Aan Mevrouw de Gouverneur van het Administratief Arrondissment Brussel-Hoofdstad, Ter informatie : Aan de Dames en Heren Burgemeesters, Aan de Heer Commissaris-generaal van de federale politie, Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie van de Lokale Politie, Aan de Dames en Heren Bijzondere Rekenplichtigen. INLEIDING Onderhavige omzendbrief heeft een tweedelig karakter. De cursieve delen zijn richtlijnen op langere termijn en beperken zich dus niet tot het begrotingsjaar 2008. De niet-cursieve delen hebben rechtstreeks betrekking op de begroting 2008 of op de wijzigingen met betrekking tot de instructies die eerder werden meegedeeld en waarmee rekening dient te worden gehouden met het opmaken van de begroting 2008. De cijfers in grijze kleur binnen de tabel onder punt 2.1.2.1. zijn wijzigingen t.o.v. vorig jaar. De concrete cijfers m.b.t. de dotaties zijn op dit moment nog niet beschikbaar en zullen voorwerp uitmaken van een navolgende publicatie, maar de huidige toelichtingen en de meegedeelde technische parameters volstaan om met de nodige omzichtigheid de begroting 2008 realistisch te ramen. Terminologie : - WGP : wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus; - ARPC : koninklijk besluit van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 26/09/2001 numac 2001000961 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 12/10/2001 numac 2001001013 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie sluiten houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de Lokale Politie; - NGW : Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988; - RAAD : gemeenteraad in de eengemeentezones - politieraad in de meergemeentezones; - COLLEGE : college van burgemeester en schepenen in de eengemeentezones - politiecollege in de meergemeentezones; - DIENSTJAAR N : het jaar waarop de begroting slaat; - DIENSTJAAR N-1 : het jaar voorafgaand; 1. ONDERRICHTINGEN VAN ALGEMENE AARD 1.1. SPECIFIEK TOEZICHT EN GOEDKEURINGSTOEZICHT 1.1. SPECIFIEK TOEZICHT OP DE BEGROTING EN BEGROTINGSWIJZIGINGEN EN OP DE FINANCI"LE BIJDRAGE VAN DE GEMEENTEN TOT DE MEERGEMEENTEZONE Voor een overzicht in verband met de toezichtprocedures en de desbetreffende termijnen verwijs ik naar mijn omzendbrief PLP 12 van 8 oktober 2001. Het specifiek toezicht op de begroting en begrotingswijzigingen en op de financiële bijdrage van de gemeenten tot de meergemeentezone wordt geregeld in de artikelen 71 tot en met 76 van de WGP. 1.1.1. Goedkeuringstoezicht op de begroting en de begrotingswijzigingen Krachtens artikel 66 van de WGP kan de goedkeuring slechts worden geweigerd omwille van de schending van de bepalingen vervat in de WGP of genomen krachtens de WGP. De gouverneur als commissaris van de federale regering is in eerste aanleg de bevoegde instantie om de begroting te toetsen aan de door de federale overheid uitgevaardigde normen. Krachtens artikel 71 van de WGP dienen de besluiten van de raad betreffende de begroting en de begrotingswijzigingen binnen de twintig dagen voor goedkeuring naar de gouverneur te worden verstuurd. Krachtens artikel 72 van de WGP spreekt de gouverneur zich uit over de goedkeuring binnen een termijn die wordt berekend door de termijn die is vastgesteld voor het toezicht op de begroting van de gemeenten van de zone te verminderen met vijf dagen. Indien de raad ontvangsten of verplichte uitgaven, die krachtens de WGP dienen te worden voorzien, geheel of gedeeltelijk weigert op de begroting te brengen, schrijft de gouverneur de vereiste bedragen ambtshalve in. Indien de raad ontvangsten voorziet die krachtens de wet geheel of gedeeltelijk niet aan de zone toekomen gaat de gouverneur naargelang het geval over tot de schrapping van het bedrag of tot de ambtshalve inschrijving van het juiste bedrag. In het geval van een meergemeentezone wijzigt de gouverneur gelijktijdig met de ambtshalve inschrijving of schrapping het bedrag van de financiële bijdrage van elk der gemeenten die deel uitmaken van de betrokken meergemeentezone. De gouverneur brengt zijn besluit ter kennis van de gemeente of de overheid van de meergemeentezone uiterlijk de laatste dag van de voormelde goedkeuringstermijn. Wanneer die termijn is verstreken, wordt de gouverneur geacht zijn goedkeuring aan de begroting te hebben verleend. Het besluit van de gouverneur wordt aan de raad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering. De artikelen 73 en 74 van de WGP regelen het beroep bij de minister van Binnenlandse Zaken tegen de niet-goedkeuring of tegen de ambtshalve aanpassing van een begrotingsbeslissing door de gouverneur. Krachtens artikel 73 van de WGP kan de raad bij de minister van Binnenlandse Zaken hoger beroep instellen tegen het besluit van de gouverneur houdende niet-goedkeuring of ambtshalve aanpassing van de politiebegroting binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het versturen door de gouverneur van zijn besluit naar de gemeenteoverheid of de overheid van de lokale politie. Krachtens artikel 74 van de WGP spreekt de minister van Binnenlandse Zaken zich uit over het ingesteld beroep binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het inkomen ervan. Hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn naar de gouverneur en naar de raad. Wanneer die termijn is verstreken, is het beroep ingewilligd. Het besluit van de minister wordt aan de raad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering. Krachtens artikel 75 zijn de begrotingswijzigingen eveneens onderworpen aan het goedkeuringstoezicht zoals hierboven beschreven. De termijn wordt berekend door de termijn die vastgesteld is voor het toezicht op de begrotingswijzigingen van de gemeenten van de zone, te verminderen met vijf dagen. Alle door de toezichthoudende overheid getroffen beslissingen in verband met de begroting en de begrotingswijzigingen worden door het college aan de raad meegedeeld (artikelen 7 en 14 van het ARPC). 1.1.2. Goedkeuringstoezicht in meergemeentezone op de besluiten van de gemeenteraad houdende stemming van de financiële bijdrage tot de meergemeentezone en de erin aangebrachte wijzigingen Krachtens artikel 40 van de WGP komt de begroting van een meergemeentezone ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en de federale Staat. Wanneer de meergemeentezone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken. Elke gemeenteraad van de zone stemt de toelage die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort. De toelage wordt in de uitgaven van elke gemeentebegroting ingeschreven. De toelage vermeld in het besluit van de gemeenteraad, de toelage ingeschreven in de uitgaven van de gemeentebegroting en de toelage ingeschreven in de ontvangsten van de politiebegroting dienen overeen te stemmen. Krachtens artikel 71 van de WGP worden de gemeenteraadsbesluiten betreffende de bijdrage aan de politiezone en de gemeenteraadsbesluiten betreffende de wijzigingen van de toelage voor goedkeuring naar de gouverneur gestuurd. Krachtens artikel 76 van de WGP spreekt de gouverneur zich uit binnen een termijn van vijfentwintig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van deze beslissing bij de gouverneur. Krachtens artikel 72 van de WGP wijzigt de gouverneur gelijktijdig met de ambtshalve inschrijving of schrapping in de politiebegroting het bedrag van de bijdrage van elk van de gemeenten die deel uitmaken van de betrokken meergemeentezone. De gouverneur brengt zijn besluit ter kennis van de gemeenteoverheid uiterlijk de laatste dag van de voormelde goedkeuringstermijn. Wanneer die termijn is verstreken, wordt de gouverneur geacht zijn goedkeuring aan de beslissing te hebben verleend. Het besluit van de gouverneur wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering. De artikelen 73 en 74 van de WGP regelen eveneens het beroep bij de minister van Binnenlandse Zaken tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of niet-goedkeuring. Krachtens artikel 73 van de WGP kan de gemeenteraad tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of tegen zijn besluit houdende niet-goedkeuring hoger beroep instellen bij de minister van Binnenlandse Zaken binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het versturen van het besluit naar de gemeenteoverheid. Krachtens artikel 74 van de WGP spreekt de minister van Binnenlandse Zaken zich uit over het ingesteld beroep binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het inkomen ervan. Hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn naar de gemeenteraad. Wanneer die termijn is verstreken, is het beroep ingewilligd. Het besluit van de minister wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering. Krachtens artikel 75 zijn de artikelen 72 tot 74 eveneens van toepassing op de besluiten van de gemeenteraad houdende wijziging van de gemeentelijke bijdrage aan de politiezone. De goedkeuringstermijn ingeval van wijziging is echter, conform artikel 75, tweede lid, gelijk aan de termijn die is vastgesteld voor het toezicht op de begrotingswijzigingen van de gemeenten van de zone, te verminderen met vijf dagen. 1.2. TOTSTANDKOMING VAN DE BEGROTING 1.2.1. ALGEMENE BEPALINGEN In de kolom "Rekening 'dienstjaar N-2' - Vastleggingen" worden de cijfers van de door de raad vastgestelde rekening 'dienstjaar N-2' vermeld. Indien de rekening 'dienstjaar N-2', ongeacht om wat voor reden, nog niet werd vastgesteld, kunnen de door de raad laatst goedgekeurde begrotingskredieten ter informatie worden vermeld. In de kolom "Begroting 'dienstjaar N-1'" worden de begrotingskredieten vermeld conform de politiebegroting 'dienstjaar N-1' rekening houdend met de op dat ogenblik laatst goedgekeurde begrotingswijziging van het 'dienstjaar N-1' en rekening houdend met de laatste interne herschikking of aanwending binnen elke economische groep. Vooraleer de raad beraadslaagt, geeft het college een toelichting bij de inhoud van het verslag. Van de regel dat elk lid van de politieraad over één stem beschikt (artikel 25 WGP) wordt afgeweken bij de stemmingen over de vaststelling van de begroting, de begrotingswijzigingen en de jaarrekeningen (artikel 26 WGP). In die gevallen bekomt elke groep van vertegenwoordigers van één gemeente uit de politiezone evenveel stemmen als waarover de burgemeester van diezelfde gemeente beschikt in het politiecollege, zoals bepaald in artikel 24 van de WGP. Het aantal stemmen waarover de burgemeester in het politiecollege beschikt wordt bij de stemming over de vaststelling van de begroting/begrotingswijzigingen gelijk verdeeld over de groep verte-genwoordigers van een gemeente. Ieder politieraadslid beschikt het hele jaar over een identiek aantal stemmen, wat ook het aantal vertegenwoordigers van zijn gemeente is tijdens de zitting(en) van de raad waar een beslissing wordt genomen inzake begrotings(wijziging) of jaarrekening. Bijgevolg is de stem van een afwezig raadslid onherroepelijk verloren en kan deze niet tussen de aanwezige vertegenwoordigers van de gemeente waartoe hij behoort, worden herverdeeld. Zie ter zake eveneens punt V van mijn omzendbrief PLP 32 van 15 oktober 2003 betreffende de werking van de politieraad en het politiecollege ( Belgisch Staatsblad van 27 oktober 2003) en infra punt 1.2.3. Het koninklijk besluit van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 26/09/2001 numac 2001000961 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 12/10/2001 numac 2001001013 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie sluiten houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale politie (ARPC) bepaalt de begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige voorschriften van de politiezones, evenals de nadere regels voor de uitoefening van de taken van de bijzondere rekenplichtige, dit in uitvoering van artikel 34 van de WGP waarbij ondermeer artikel 239 van de nieuwe gemeentewet van toepassing wordt verklaard op de lokale politie. Conform artikel 11 van het ARPC maakt het college het begrotingsontwerp op na het advies te hebben ingewonnen van een commissie waarin tenminste één daartoe aangeduid lid van het college, de korpschef van de lokale politie en de bijzondere rekenplichtige zetelen. Het advies van de commissie slaat uitsluitend op de wettelijkheid en de te verwachten financiële weerslag. Het advies van de begrotingscommissie is niet noodzakelijk eenparig en is een beheersinstrument dat kan leiden tot de opstelling van een betere begroting. Het is meer dan aanbevolen dat de bijzondere rekenplichtige actief betrokken wordt bij de voorbereiding van de begroting van de politiezone. Krachtens artikel 5 van het ARPC omvat de begroting de precieze raming van alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan, met uitzondering van de geldverrichtingen voor rekening van derden of die slechts de thesaurie treffen. Elk begrotingsartikel dient in uitvoering van artikel 5 van het ARPC te worden getoetst aan de realiteit en precies te worden geraamd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een mogelijke vermindering van bepaalde kosten ingevolge een ontegensprekelijk schaalvoordeel dat leidt tot een mogelijk rationelere organisatie. Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en de buitengewone dienst en, binnen elk van die diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren. Het financieel dienstjaar van de politiezone komt overeen met het burgerlijk jaar krachtens artikel 34 van de WGP, waarbij artikel 238 van de NGW van toepassing werd verklaard. Conform artikel 10 van het ARPC mogen de uitgavenkredieten slechts worden gebruikt voor het door de begroting vooropgestelde doel en zijn ze beperkt. Voor de uitgaven van de gewone dienst geldt die beperking echter voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele code dragen (beperkt tot de eerste drie cijfers) én die behoren tot dezelfde economische groep De economische groepen van de uitgaven van de gewone dienst zijn : Personeel : 70; Werkingskosten : 71; Overdrachten : 72; Schuld : 7X; Vorige dienstjaren : 76; Overboekingen : 78. M.a.w. binnen elke economische groep kunnen de begrotingskredieten zonder begrotingswijziging worden herschikt over de begrotingsartikelen die eerder werden opgenomen in de begroting (of begrotingswijziging) en dit binnen het totaal goedgekeurde krediet per economische groep. We vestigen hierbij nogmaals de aandacht op het beduidend verschil tussen enerzijds artikel 10 van het ARPC en anderzijds artikel 10 van het Algemeen Reglement op de Gemeentelijke Comptabiliteit (ARGC), dat voorziet in een beperking voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele en economische code dragen, elk beperkt tot de eerste drie cijfers. Deze ruimere uitzondering (nl. niveau economische groep) op het algemeen principe van de beperktheid van de kredieten voor de uitgaven van de gewone dienst laat toe de begrotingskredieten in de politiebegroting scherper te ramen. Er dient alleen nog een reserve te worden voorzien op niveau van de economische groep. Hetgeen normaal zou moeten leiden tot scherpere begrotingsramingen en tot minder ongebruikte begrotingskredieten op niveau van de rekening. Het ARPC voorziet de mogelijkheid om zonder begrotingswijziging - binnen het totaal goedgekeurde krediet per economische groep - de begrotingskredieten te herschikken. In voorkomend geval dient de bijzondere rekenplichtige en/of de korpschef tijdig het (politie)college er op te attenderen dat er zich een herschikking binnen een economische groep opdringt. Het is het college dat de finale beslissing neemt en de herschikking definieert. Deze beslissing wordt ingeschreven in de notulen en moet worden meegedeeld aan : 1. de korpschef, zodat hij de nodige interne schikkingen kan treffen en de betrokken diensten kan instrueren.2. de bijzonder rekenplichtige, zodat hij rekening kan houden met de gewijzigde situatie.Bij de voorbereiding van de begroting voor het volgende jaar zal hij de raming van de begrotingsartikelen overeenkomstig kunnen bijstellen. Deze specifieke bevoegdheid tot herschikking kan niet worden gedelegeerd (bv. aan de bijzondere rekenplichtige of de korpschef), omdat dit in strijd is met het algemeen rechtsbeginsel dat bepaalt dat een delegatie van de bevoegdheid van de gemeentelijke organen alleen mogelijk is, mits dit uitdrukkelijk is voorzien door de wetgever. In onderhavig geval heeft de wetgever geen delegatiemogelijkheid voorzien. We vestigen bijkomend de aandacht op het feit dat de begrippen "verplichte/niet-verplichte uitgaven" en "uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen" momenteel niet voorkomen in het ARPC. Conform artikel 34 van de WGP, waarbij onder andere artikel 241 van de NGW van toepassing wordt verklaard, vergadert de raad normaal ieder jaar in de maand oktober om te beraadslagen en te besluiten over de politiebegroting voor het volgende dienstjaar. We vestigen hierbij bijkomend de aandacht op artikel 27 van de WGP houdende de bepaling dat de artikelen 84, 86, 87, 87bis, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95 tweede lid, 96, 97, 98, 99, 100 en 101 van de NGW van overeenkomstige toepassing zijn op de politieraad. Conform voormeld artikel 96 van de NGW doet het college aan elk raadslid een exemplaar toekomen van het ontwerp van begroting/begrotingswijziging uiterlijk zeven vrije dagen vóór de vergadering gedurende dewelke de raad dient te beraadslagen over de begroting/begrotingswijziging. Het ontwerp wordt overgemaakt zoals het zal onderworpen worden aan de beraadslagingen van de raad, in de voorgeschreven vorm en vergezeld van de bijlagen die vereist zijn voor de definitieve vaststelling. Het ontwerp van begroting is vergezeld van een verslag. Het verslag bevat een synthese van het ontwerp van begroting. Bovendien geeft het verslag het algemeen en financieel beleid van de politiezone aan en een overzicht van de toestand van het bestuur en de politiezaken, alsook alle nuttige informatiegegevens. De vergadering van de raad is openbaar. In het koninklijk besluit van 20 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2000 pub. 29/12/2000 numac 2000001132 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de berekeningswijze van het aantal stemmen waarover een burgemeester beschikt in het politiecollege sluiten ( Belgisch Staatsblad van 29 december 2000) wordt meer informatie verstrekt over de precieze berekeningswijze van het aantal stemmen waarover een burgemeester beschikt in het politiecollege, verder verduidelijkt door de ministeriële omzendbrief PLP 6 van 19 maart 2001 ( Belgisch Staatsblad van 13 april 2001). In uitvoering van artikel 34 van de WGP, waarbij onder andere artikel 242 van de NGW van toepassing wordt verklaard, wordt de politiebegroting neergelegd op de zetel van de politiezone waar eenieder er altijd ter plaatse kennis van kan nemen. Op die mogelijkheid van inzage wordt gewezen door middel van aanplakbiljetten die door de zorg van het college worden aangebracht binnen een maand nadat de politiebegroting door de raad is aangenomen. Het bericht blijft tenminste tien dagen aangeplakt. 1.2.2. MEERJARENPLANNING De opstelling van een meerjarenplanning werd de voorgaande jaren reeds gesignaleerd, maar nog niet opgelegd. Gezien de weerslag van de politiebegroting op de gemeentebegroting(en) is dergelijke planning echter meer dan wenselijk. 1.2.3. BEREKENING VAN HET STEMGEWICHT IN HET POLITIECOLLEGE EN DE POLITIERAAD In het politiecollege beschikt elke burgemeester over een aantal stemmen naar evenredigheid van de minimum politiedotatie die zijn gemeente in de meergemeentezone inbrengt (art. 24 WGP). In de politieraad volgt de stemmenverdeling bij de stemmingen over de vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen en de jaarrekeningen eveneens hetzelfde principe (art. 26 WGP). Het begrip « minimum politiedotatie » verwijst naar de bijdrage die elke gemeente stort aan de meergemeentepolitiezone voor de verwezenlijking door de lokale politie van de basispolitiezorg samen met de minimale dienstverlening die wordt gewaarborgd aan de overheden en de burgers (art. 3 WGP). Door te verwijzen naar de minimum politiedotatie heeft de wetgever duidelijk gewenst dat een eventuele verhoging van de bijdrage van een gemeente aan de begroting van het ZVP met het oog op de uitvoering van de opdrachten en doelstellingen die eigen zijn aan de gemeente (art. 36, 4°, en 40, derde lid WGP), geenszins de verdeling van de stemmen binnen het politiecollege mag beïnvloeden en bij extensie : de politieraad (1). Een gemeente die dergelijke bijzondere doelstellingen nastreeft (bijvoorbeeld : een verscherpt toezicht in de omgeving van de scholen in sommige wijken van de gemeente; oprichten van een hondenbrigade, zelfs indien de andere gemeenten er geen wensen...) mag zich hier dus niet op beroepen om een groter stemmenaantal te verkrijgen. Sinds 1 januari 2005 (2) moet de verdeling van de stemmen binnen het politiecollege worden herzien tijdens de eerste politieraad van elk jaar en moet deze zich baseren op de bijdrage van elk van de gemeenten zoals bepaald in de zonale rekeningen die werden goedgekeurd door de toezichthoudende overheid. De stemmenverdeling dient immers een weerspiegeling te zijn van de financiële bijdrage die elke gemeente reëel investeert ten gunste van de politiezone, vandaar de verwijzing naar de zonale rekeningen. Bovendien moet het stemmenaantal jaarlijks worden aangepast om rekening te houden met een eventuele wijziging in de financiële bijdrage van de verschillende gemeenten van een meergemeentepolitiezone. Door de afwezigheid van de boekhoudstukken die nodig zijn voor het afsluiten van de rekeningen (die door de CDVU moeten worden aangeleverd), heb ik aan de politiezones de keuze gelaten om hun rekeningen al dan niet af te sluiten. Hierdoor hebben bepaalde zones tot op heden nog geen enkele rekening afgesloten, andere hebben er slechts één of twee afgesloten en nog andere hebben jaarlijks afgesloten. Opdat de stemmenverdeling niet gebaseerd zou zijn op te oude gegevens en dus zo goed mogelijk de reële bijdrage zou weergeven van elke gemeente, is het noodzakelijk om een alternatieve oplossing te vinden voor de eerste twee categorieën, met name de zones die geen enkele rekening hebben afgesloten en de zones die één of andere rekening hebben afgesloten. Bij ontstentenis van het afsluiten van de rekening 2006, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid, zal de stemmenverdeling tijdens de eerste politieraad van 2008 worden herzien en gebaseerd zijn op de financiële bijdrage van elk van de gemeenten van de meergemeentezone, zoals bepaald in de laatste gemeentelijke rekening, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid. (1) Zie Memorie van toelichting rekening houdend met art.24 WGP. (2) Vóór 1 januari 2005, werd het aantal stemmen toegekend naar evenredigheid van de nettolast voor de functie Justitie en Politie onder de statistische code 399 van de laatst vastgestelde en goedgekeurde jaarrekeningen van elke gemeente (art 24 tweede lid WGP). 1.3. HET GEBRUIK VAN VOORLOPIGE KREDIETEN IN AFWACHTING VAN DE GOEDKEURING VAN DE BEGROTING DOOR DE TOEZICHTHOUDENDE OVERHEID Zolang de begroting 'dienstjaar N' nog niet is goedgekeurd door de gouverneur, kunnen, conform artikel 13 van het ARPC, via, voorlopige kredieten' of, voorlopige twaalfden' uitgaven worden verricht in dienstjaar N', echter alleen op de gewone dienst. Er kunnen zich hierbij twee mogelijkheden voordoen : - De begroting 'dienstjaar N' werd door de raad NIET goedgekeurd vóór 1 januari 'dienstjaar N' : - de raad dient in dit geval in 'dienstjaar N-1' de voorlopige kredieten 'dienstjaar N' uitdrukkelijk vast te stellen via een afzonderlijk raadsbesluit, het is mogelijk om één of meerdere, voorlopige twaalfden' goed te keuren; - de aanwending van voorlopige kredieten op de gewone dienst mag per verlopen of begonnen maand niet meer bedragen dan één twaalfde van het begrotingskrediet van het vorige 'dienstjaar ('dienstjaar N-1'); deze beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor de bezoldiging van het personeel, voor de betaling van verzekeringspremies, voor de betaling van belastingen en voor de betaling van aflossingen en interesten op leningen. - De begroting 'dienstjaar N' werd door de raad goedgekeurd vóór 1 januari 'dienstjaar N', maar werd nog niet door de gouverneur goedgekeurd vóór 1 januari 'dienstjaar N' : - de raad dient GEEN afzonderlijk raadsbesluit te treffen; - de aanwending van voorlopige kredieten op de gewone dienst mag per verlopen of begonnen maand niet meer bedragen dan één twaalfde van het begrotingskrediet van het lopende 'dienstjaar ('dienstjaar N') of van het begrotingskrediet van het vorige 'dienstjaar ('dienstjaar N-1') als dit kleiner is dan het krediet van het lopende 'dienstjaar ('dienstjaar N'); deze beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor de bezoldiging van het personeel, voor de betaling van verzekeringspremies, voor de betaling van belastingen en voor de betaling van aflossingen en interesten op leningen. 1.4. DOORZENDING VAN DE BEGROTING EN DE BIJLAGEN Wanneer de begroting krachtens de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, haar uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende teksten, in twee talen moet worden opgesteld, wordt ze in de twee talen voorgelegd. Hetzelfde geldt voor de stukken die aan de begroting zijn gevoegd en die in twee talen zijn opgesteld. De begroting en de bijlagen worden in drie papieren exemplaren naar de Gouverneur verstuurd. Daarnaast dient aan de Gouverneur een elektronisch bestand te worden overgemaakt, hetwelk kan gedownload worden via de website van de Directie van de Relaties met de Lokale Politie, CGL onder de rubriek Documentatie [www.infozone.be]. Politiezones die problemen hebben met de gebruikte software kunnen contact opnemen met de Helpdesk van CGL, Federale politie, Directie van de relaties met de lokale politie, Fritz Toussaintstraat 8, 1050 Elsene, Tel. : 02-644 89 00 fax : 02-644 89 40, e-mail : cgl@ibz.fgov.be Het elektronisch bestand wordt aan de Gouverneur overgemaakt via e-mail of, indien toegestaan, via cd-rom : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De Gouverneur ziet er op toe dat het elektronisch bestand en de papieren versie van de goedgekeurde begroting, uitsluitend de door hem goedgekeurde en gecontroleerde cijfers bevat, eventueel aangevuld met de gemaakte opmerkingen en stuurt dit door naar CGL. Er dienen bij de verzending van de begroting aan de toezichthoudende overheid diverse stukken te worden toegevoegd ter controle. Deze documenten moeten gelijktijdig aan de toezichthoudende overheid worden gestuurd, met uitzondering van het bewijs van aanplakking en van bepaalde bewijsstukken waarover de zone nog niet beschikt bij het overmaken van de begroting (cfr. PLP 42bis ) : 1. Besluit in extenso van de gemeente- of politieraad met de samenvatting van de totalen van de economische groepen; 2. Verslag met een synthese van de begroting, het algemeen en financieel beleid van de politiezone (met name wat het aanwervingsplan betreft) en een overzicht van alle gegevens die van invloed kunnen zijn op de organisatie en de werking van de politiezone : meerjarenplan, actieplan inzake verkeersveiligheid, enz.; 3. Gedetailleerd advies van de begrotingscommissie (artikel 11 van het ARPC );4. Bewijs van aanplakking;5. Tabellen van het personeel met vermelding van de loonschaal, de geldelijke anciënniteit, de bedragen van de vaste vergoedingen en toelagen, de berekening van de onregelmatige prestaties en/of de berekeningsmodule van de personeelskosten door de federale overheid ter beschikking gesteld van de politiezones;6. Banktabellen van de leningen en de evolutie van de schuld en wijze van berekening van de interesten voor de nieuwe leningen;7. Financieringstabel van de buitengewone dienst (financieringswijze en middelen);8. Tabel met de bewegingen van de voorschotten en reservefondsen;9. Projectie van de evolutie van de kredieten op 3 jaar (meerjarenplan);10. Lijst van de aan derden door de politiezone toegekende subsidies;11. Elektronische versie bevattende de pagina met algemene gegevens over de politiezone en met name het minimale en reële effectief (cfr. bijlage 4); 12. Elk nuttig bewijsstuk : enkele voorbeelden (dit is geen beperkende lijst) : - overeenkomst inzake verkeersveiligheid en/of tabel van de toekenning van kredieten (3) - document ter rechtvaardiging van het bedrag in het kader van de procedure inzake transfer van gebouwen - berekening van de sociale toelage II (met name voor het plafond dat afgetrokken moet worden van de sociale bijdragen op de toelagen) - documenten opgestuurd door andere instanties (bijvoorbeeld het Gewest) waarbij de inschrijving van de ontvangsten wordt gemotiveerd (3) In de begroting zullen de aan de overeenkomst inzake verkeersveiligheid verbonden budgettaire artikelen voor de uitgaven door de bewoordingen ofwel door de functionele code verduidelijkt worden 1.5. MODEL VAN DE BEGROTING Het model van de politiebegroting is deze van de gemeentebegroting. Ik verzoek u dit model strikt te willen respecteren. Het titelblad en de eerste bladzijde van de politiebegroting staan ter beschikking op de website van de Directie van de Relaties met de Lokale Politie, CGL (www.infozone.be). Krachtens artikel 41 van het ARPC zijn de functionele en de economische classificatie welke van toepassing zijn op de politiebegroting deze die vastgelegd zijn in de bijlage bij het ministerieel besluit van 30 oktober 1990 tot uitvoering van het artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit (ARGC), zoals gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 maart 1994. De uitgaven en de ontvangsten van de lokale politie worden bij voorkeur ingeschreven onder de functionele code 330xx te lezen als "Lokale Politie". De inhoud/betekenis van de economische codes dient strikt te worden gerespecteerd, enkel de omschrijving mag vervangen worden door een duidelijkere omschrijving aangepast aan de lokale politiezone. 1.6. BEGROTINGSWIJZIGINGEN Het verdient aanbeveling om de begrotingswijzigingen tijdig op te maken zodat een regelmatige vastlegging van de uitgaven niet in het gedrang komt. Naar analogie met de gemeenten wordt een uiterste datum vastgelegd voor het versturen van een begrotingswijziging 'dienstjaar 'dienstjaar N' naar de gouverneur, namelijk 15 november 'dienstjaar N'. Conform artikel 15 van het ARPC moeten op de begrotingswijzigingen zonder verwijl de begrotingskredieten worden uitgetrokken die nodig zijn om de uitgaven die door dwingende en onvoorziene omstandigheden worden vereist te dekken. In toepassing van artikel 86, 2° van de WGP dient een voor eensluidend verklaard afschrift van de betreffende besluiten van de raad, alsook desgevallend van het college, naar de gouverneur te worden gestuurd, onverminderd de bepalingen van artikel 85 van de WGP houdende de verzending aan de gouverneur van een lijst van de beslissingen van de raad met een beknopte omschrijving van de geregelde aangelegenheden. Conform artikel 15 van het ARPC dienen eveneens de begrotingskredieten die betrekking hebben op niet-geraamde ontvangsten zonder verwijl via een begrotingswijziging te worden voorzien. De politiezones hebben er alle belang bij de laatste begrotingswijziging zeer nauwkeurig te ramen zodat de laatste begrotingscijfers zo dicht mogelijk de begrotingsrekening benaderen, dit laat toe de volgende begroting realistischer op te stellen. Immers conform artikel 9, eerste lid, van het ARPC, wordt het resultaat van de begroting van het voorgaande 'dienstjaar, inclusief eventuele begrotingswijzigingen, als geraamd overschot of tekort van de vorige dienstjaren op de volgende begroting gebracht. We vestigen uw aandacht op het feit dat conform artikel 9, tweede lid, van het ARPC er GEEN begrotingswijziging vereist is om het vermoedelijk resultaat van het voorgaand 'dienstjaar dat in de volgende begroting werd gebracht te vervangen door het werkelijk resultaat van de afgesloten begrotingsrekening. Wanneer echter het inbrengen van het werkelijk resultaat van de afgesloten begrotingsrekening een tekort veroorzaakt of vergroot, neemt de raad wel de passende maatregelen om het begrotingsevenwicht te herstellen. In de meergemeentezone kan dit slechts gebeuren na overleg met en akkoord van de afzonderlijke gemeenteraden. Zie terzake artikel 9, derde en vierde lid, van het ARPC. De begrotingswijzingen zijn onderworpen aan dezelfde procedures als deze die toepasbaar zijn op de begroting. Zo is het specifiek toezicht dat van toepassing is op de begrotingen van de politiezone onverkort van toepassing op de wijzigingen die de politiezone aan de politiebegroting aanbrengt. Het specifiek toezicht kwam reeds aan bod in punt 1.1.1. van huidige omzendbrief. Inzake doorzending van de begrotingswijziging(en) dient de begrotingswijziging vergezeld te zijn van, naargelang het geval, volgende documenten : 1° een verslag bevattende een synthese van de begrotingswijziging;het verslag bevat conform artikel 14 van het ARPC een behoorlijke rechtvaardiging voor elk krediet en bevat eventueel de wijzigingen inzake het algemeen en financieel beleid van de politiezone; 2° het advies van de begrotingscommissie zoals bedoeld in artikel 11 van het ARPC;3° ingeval van wijziging van de personeelskosten, een gewijzigde tabel bevattende alle personeelsgegevens die de nieuwe begrotingscijfers verantwoorden;zij bevat minstens de vermelding van de loonschaal, de geldelijke anciënniteit en de vergoedingen en toelagen van elk personeelslid (desgevallend volgens stamnummer, intern nummer...); hierbij kan de berekeningsmodule voor de raming van de personeelskosten, welke federaal ter beschikking wordt gesteld als basis dienen; 4° ingeval van wijziging van de leningen of leningslast, een gewijzigde tabel van de leningen en de evolutie van de schuld;5° ingeval van wijziging van de buitengewone uitgaven of van de voorziene financiering, een aangepaste financieringstabel;6° het bewijs dat de aanplakking waarbij inzagemogelijkheid van eenieder in de begrotingswijziging aan het publiek kenbaar gemaakt werd, werd uitgevoerd zoals bepaald in de WGP - artikel 34 (mag afzonderlijk worden verzonden, maar in elk geval vóór het verstrijken van de toezichttermijn). Inzake verzending en doorzending van de papieren exemplaren en het elektronisch bestand zijn de bepalingen vermeld onder punt 1.4. onverkort van toepassing op de begrotingswijzigingen. 2. ONDERRICHTINGEN BETREFFENDE DE GEWONE DIENST Wat de minimale begrotingsnormen betreft, verzoek ik u om in de gewone uitgaven-begroting 'dienstjaar N' minimaal de begrotingskredieten in te schrijven die noodzakelijk zijn voor de correcte bezoldiging van het personeel en voor een goede werking van de politiezone. 2.1. DE GEWONE UITGAVEN - PERSONEEL (70) 2.1.1. Het minimaal effectief Het koninklijk besluit van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 26/09/2001 numac 2001000961 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 12/10/2001 numac 2001001013 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie sluiten houdende de bepaling voor elke politiezone van het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie, rekening houdend met de specifieke kenmerken van die zone, blijft onverkort van toepassing. Ik vestig uw aandacht op het feit dat er voldoende inspanningen moeten worden geleverd om het minimale effectief te halen. De nodige kredieten hiertoe moeten dus worden voorzien. 2.1.2. Raming van de personeelsuitgaven 2.1.2.1. Algemeen De personeelsuitgaven dienen realistisch te worden geraamd rekening houdend met volgende factoren : - Inachtneming van het koninklijk besluit van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 26/09/2001 numac 2001000961 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie type koninklijk besluit prom. 05/09/2001 pub. 12/10/2001 numac 2001001013 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie sluiten. - Toekenning van periodieke verhogingen en het tijdstip ervan. - De reële of de waarschijnlijke stijging of daling van het aantal personeelsleden. - De maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex : voor de meest actuele informatie hierover kan u terecht op de site van het Federaal Planbureau (http://www.plan.be). - Inzake wedden en niet-prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies, bevat de begroting 'dienstjaar N' de nodige begrotingskredieten voor de volgende maanden, teneinde te voldoen aan de verplichtingen/uitgaven in de loop van het 'dienstjaar 'dienstjaar N' : * december 'dienstjaar N-1' tot en met november 'dienstjaar N' voor wat betreft : - de gewezen personeelsleden van de federale politie; - de gewezen gemeentelijke personeelsleden die niet het statuut hadden van personeelslid van het operationeel korps van de gemeentepolitie op 31 maart 2001; - alle nieuwe, sinds 1 april 2001, aangeworven personeelsleden (zij hebben immers het recht van voorafbetaling niet verworven vóór 1 april 2001); * bij overgangsregeling, januari 'dienstjaar N' tot en met december 'dienstjaar N' voor wat betreft de gewezen leden van het operationeel korps van de gemeentepolitie die het recht op voorafbetaling verworven hadden vóór 1 april 2001. Dit in uitvoering van artikel XII.XI.59. van het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol) (4). Op termijn zullen alle personeelsleden van de geïntegreerde politie, in uitvoering van artikel XI.II.13.§ 1. RPPol, betaald worden na vervallen termijn en volgens hetzelfde tijdschema als de ambtenaren van de federale ministeries. De kredieten voor de wedden december 'dienstjaar N-1' en de niet-prestatie-gebonden toelagen, vergoedingen en premies december 'dienstjaar N-1' dienen niet te worden begroot binnen de vorige dienstjaren, zij mogen worden begroot binnen het eigenlijk financieel 'dienstjaar 'dienstjaar N'. - Inzake de prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies (die NIET maandelijks samen met de wedde worden uitbetaald) bevat de begroting 'dienstjaar N' de nodige begrotingskredieten voor de laatste referentieperiode 'dienstjaar N-1' tot en met de voorlaatste referentieperiode 'dienstjaar N'. In uitvoering van het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol) situeert de verplichting tot uitbetaling van prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies zich in de tweede maand volgend op de referentieperiode waarin de prestaties werden verricht. De prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies met betrekking tot prestaties verricht in de laatste referentieperiode 'dienstjaar N-1' dienen niet te worden begroot binnen de vorige dienstjaren, zij mogen worden begroot binnen het eigenlijk financieel 'dienstjaar 'dienstjaar N'. - De personeelsuitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel werkzaam in het kader van de samenlevings- en veiligheidscontracten worden niet gebudgetteerd in de politiebegroting maar in de desbetreffende gemeentebegroting. De specifieke toelage 'dienstjaar N', waarmede de overheid haar engagement tegenover de gemeenten met een samenlevings- en veiligheidscontract nakomt, wordt toegekend aan de gemeente en niet aan de zone. Niets belet echter dat dit burgerpersoneel kan werken ten behoeve van de zone. In dit geval kan dit verrekend worden in de intrazonale verdeling. - De personeelsuitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel dat belast wordt met taken die niet behoren tot de politionele opdrachten (vb. Strafregister) mogen evenmin in de politiebegroting worden gebudgetteerd. - De "Mededelingen van R.S.Z.P.P.O. betreffende de politiehervorming", waarin de onderwerping van de verschillende bezoldigingselementen aan sociale zekerheids- en pensioenbijdragen wordt behandeld; deze mededelingen kunnen worden geraadpleegd op de site van R.S.Z.P.P.O. (http ://www.rszppo.fgov.be). De percentages sociale zekerheids- en pensioenbijdragen die van toepassing zijn in 'dienstjaar N' op respectievelijk de vastbenoemden, de contractuelen en de Gesco's : (4) « In afwijking van artikel XI.II.13.§ 1., en ongeacht of men gebruik maakt van de keuzemogelijkheid voor het behoud van zijn oorspronkelijk statuut, behoudt het actueel personeelslid van het operationeel kader dat het statuut had van personeelslid van het operationeel korps van een korps van de gemeentepolitie daags vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, het recht op voorafgaande betaling van zijn wedde indien dit op hem van toepassing was vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Hetzelfde geldt voor toelagen en eender welk ander, samen met de wedde betaald, onderdeel van de bezoldiging. De betaling van kinderbijslag wordt echter niet bedoeld door dit artikel. » De percentages sociale zekerheids- en pensioenbijdragen die van toepassing zijn in 2008 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld In september 2006 werd de spilindex voor de overheidswedden en sociale uitkeringen overschreden. Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex zou de volgende overschrijding van de spilindex (momenteel 106,22) plaatsvinden in januari 2008. Als gevolg daarvan zouden de sociale uitkeringen in februari 2008 en de wedden van het overheidspersoneel in maart 2008 met 2 % aangepast worden aan de gestegen levensduurte. Voor de meest actuele informatie hierover kan u terecht op de site van het Federaal Planbureau [http://www.plan.be]. Ik wil er u tevens op wijzen dat m.b.t. de percentages sociale zekerheids- en pensioenbijdragen die van toepassing zijn in 2008 er een nieuwe bijdrage ten laste van de werkgevers is verschuldigd ter financiering van het Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers. Deze nieuwe patronale bijdrage tot financiering van het Asbestfonds is verschuldigd vanaf 1 april 2007 en bedraagt 0,01 % van het aan sociale zekerheidsbijdragen onderworpen loon. Dit is verschuldigd voor alle personen onderworpen aan werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid en voor studenten. Meer informatie kan u tevens terugvinden in Mededeling 2007/10 van 30/07/2007 op de site van RSZPPO [http://www.rszppo.fgov.be]. 2.1.2.2. Berekeningsmodule personeelskosten Om de politiezones te helpen bij het realistisch ramen van de personeelsuitgaven wordt u de berekeningsmodule « BudgPersPZAutom-n » ter beschikking gesteld via de website www.ssgpi.be (zie rubriek « Handleidingen »). De gegevens, nodig om de berekeningsmodule in te vullen, worden eveneens via de website in de beschermde omgeving « VERA » door SSGPI/CDVU aangeleverd aan de bijzondere rekenplichtigen en eventuele andere gemachtigden. De berekeningsmodule en de in te lezen bestanden worden aangeleverd onder de vorm van een zip-bestand en dienen « uitgepakt » te worden. Sedert september 2006 is het mogelijk deze aangeleverde gegevens automatisch in te lezen. De tweede ingebouwde procedure « verwerking van de gegevens » berekent, ventileert en totaliseert per economische code in de voorziene tabbladen, zoals beschreven in de handleiding onder hoofdstuk 1 : « Laden van de bestanden ». Toevoegingen, schrappingen en andere noodzakelijke tussenkomsten eigen aan de zone van de gebruiker, om tot een correcte begroting inzake personeelskosten te komen, worden beschreven in hoofdstuk 5 : « Interventies ». Eventueel bijkomende ondersteuning kan aangevraagd worden via het Contactcenter van het SSGPI op het nummer 02/554 43 16 of via e-mail : ssgpi.helpdesk@police.be. Opmerkingen en beperkingen : - Het programma berekent voor elk personeelslid, op basis van een of twee loonschalen en anciënniteiten, een gemiddelde wedde, rekening houdend met de evolutie van de geldelijke anciënniteit. De eventuele baremische bevorderingen of de bevorderingen in graad moeten worden ingebracht (eventueel met een geldigheidsdatum). De mogelijkheid om de afzonderlijke kostprijs van deze bevordering per lid of van (gefilterde) groepen te berekenen werd ingebouwd vanaf de versies die sedert maart 2007 ter beschikking werden gesteld. - De extractie "Budget baremische elementen" die werd aangeleverd eind augustus 2007, bevat voor de eerste maal, voor de leden van het administratief en logistiek kader, de nieuwe loonschalen waarvan het verloop terug te vinden is op het blad « NewBarCal » van de Module. - Het werkregime en/of de aanwezigheidstermijn binnen het te begroten jaar moet waar nodig worden aangepast. - Bijna alle mogelijke toelagen en vergoedingen werden voorzien. Deze gegevens aangeleverd via VERA in het blad « Budget supplementen » bevatten de aantallen of bedragen lopende over een referentieperiode van 1 jaar. Hierdoor wordt bij de verwerking een werkelijkheidsgetrouwe berekening voor het volgende te begroten jaar benaderd. Eventuele beleidsopties inzake verhoogde of verminderde prestaties moeten worden ingebracht. - De wedde, het vakantiegeld, de eindejaarspremie en alle voorziene toelagen en vergoedingen evenals de patronale bijdragen werden onderverdeeld per economische code met eventuele toevoeging van een ondercode. Zij worden als rij- of kolomhoofden hernomen op de tabbladen met de individuele berekeningen en de bladen met de getotaliseerde bedragen. Voor de eventueel nog ontbrekende toelagen en vergoedingen zal men een afzonderlijke inschatting dienen te maken. - De berekeningsmodule personeelskosten voorziet in de mogelijkheid van een her-groepering van de verschillende detaillijnen volgens de economische codes op het blad « totaal euro code », dat uit twee delen bestaat. - Lege kolommen of rijen (geen te verwerken gegevens of nul resultaat) worden via het standaard excelmenu « verborgen » zowel voor schermweergave als voor outprints. Het verwijderen van deze rijen of kolommen veroorzaakt foutmeldingen. - De opgegeven index voor het jaar 2008 op het blad « Para » dient zo nodig na publicatie van het Planbureau aangepast te worden. Wil men de correcte berekening bekomen moeten bepaalde parameters eigen aan de zone op dit blad aangepast worden. Meer informatie kan u tevens terugvinden in Memo 83 van 16/07/2007 op de site van CGL [http://www.infozone.be]. 2.1.2.3. Mogelijke subfuncties inzake personeelsuitgaven Conform de ter beschikking gestelde berekeningmodule zijn de subfuncties 33001 tot en met 33069 voorbehouden voor de budgettering van de personeelsuitgaven van het operationeel kader. De marge laat toe om in afwachting van een volwaardige analytische boekhouding een eventuele analytische uitsplitsing te maken volgens de behoeften van de zone. De subfuncties 33070 tot en met 33097 worden voorbehouden voor het administratief en logistiek personeel (CALOG). De personeelsuitgaven in verband met de Gesco's die naar de politiezones werden overgeheveld dienen in de politiebegroting te worden gebudgetteerd, evenals de eraan verbonden premie. De premie van de hogere overheden voor de Gesco's dient te worden gebudgetteerd onder artikel 330/465-05. De subfunctie 33098 wordt voorbehouden voor de budgettering van de toelage aan de secretaris van de politiezone. De toelage aan de secretaris is facultatief en kan conform artikel 32 bis van de WGP worden vast gesteld door de raad binnen de voorwaarden van het koninklijk besluit van 29 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001001254 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone sluiten tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone ( Belgisch Staatsblad van 12 december 2001). De toelage is alleen onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen, dus niet aan een pensioenbijdrage. De subfunctie 33099 wordt voorbehouden voor de budgettering van de verplichte toelage aan de bijzondere rekenplichtige. Het betreft hier het geval waarbij een gemeenteontvanger, een ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) of een personeelslid van een gemeente of OCMW, conform artikel 30 van de WGP, optreedt als bijzondere rekenplichtige. Indien een gewestelijke ontvanger optreedt als bijzondere rekenplichtige, zie punt 2.3. van huidige omzendbrief De toelage wordt conform artikel 32 van de WGP vastgesteld door de raad binnen de voorwaarden van het koninklijk besluit van 29 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001001254 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone sluiten tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone ( Belgisch Staatsblad van 12 december 2001). De toelage is alleen onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen, dus niet aan een pensioenbijdrage. De subfunctie 33000 mag niet worden gebruikt. 2.1.2.4. De economische codes inzake personeelsuitgaven De economische codes inzake de personeelsuitgaven zijn eenduidig vastgelegd. Het resultaat, meegedeeld in omzendbrief PLP 28, blijft onverkort van toepassing, mits de aanpassing dat vakantiegeld en Copernicuspremie op één en dezelfde economische code (112-01 of 112-02 voor Gesco) dienen te worden geboekt. Inzake de terugbetaling van de loonkosten (d.i. wedden, toelagen, werkgeversbijdragen e.a.) van het bij de politiezone gedetacheerd personeel is de economische code 122-06 van toepassing. Met betrekking tot de tegen betaling gedetacheerde federale politieambtenaren bij de politiezones werd eind 2003 een federaal organiek begrotingsfonds opgericht voor de verrichtingen voortvloeiend uit de betaling door de federale politie en hun terugbetaling door de betreffende politiezones. 2.1.3. Verantwoordelijkheden CDVU - SSGPI - Politiezone 2.1.3.1. Opdrachten CDVU Artikel 478 van de Programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten herformuleert artikel 140 ter van de WGP als volgt : De Centale Dienst voor Vaste Uitgaven (CDVU) is belast met de berekening van de vaste uitgaven die betrekking hebben op de personeelsleden van de federale politie en die met betrekking tot de personeelsleden van de lokale politie van de gemeente of van de meergemeentezone. Onder vaste uitgaven wordt verstaan : 1° de geldelijke verplichtingen van de federale politie en van de politiezones die ontstaan uit hoofde van hun hoedanigheid van werkgever;2° de pensioenen, renten en pensioencomplementen. Deze opdracht omvat : 1° de berekening van de wedden, van de aanverwante rechten en van de pensioenen;2° het vervullen van de sociale en fiscale aangifteverplichtingen;3° het berekenen van de wettelijke en reglementaire inhoudingen en bijdragen;4° de betaling van de pensioenen, renten en pensioencomplementen;5° voor wat de federale politie betreft, de betaling van de wedden, van de aanverwante rechten en van de sociale en fiscale inhoudingen aan de diverse rechthebbenden, overeenkomstig de algemene bepalingen die gelden voor de federale overheidsdiensten;6° voor wat de lokale politie betreft, het uitvoeren van de betaling voor rekening van de zone of het aanleveren van de vereiste betalingselementen aan (het SSGPI bedoeld in artikel 149quater);7° de afhandeling van de geschillendossiers;8° het opmaken van de boekhoudkundige stukken, van de betalingsstukken en van de nodige verantwoordingsstukken. De CDVU voert, voor wat de wedden en de aanverwante rechten betreft, de beslissingen uit die de personeelsdienst van de federale politie of deze van de lokale politie nemen, elk voor wat hun personeel betreft. Deze beslissingen worden hem overgemaakt door (het SSGPI). Wat de pensioenen, renten en pensioencomplementen betreft, voert de CDVU de beslissingen genomen door de Administratie der Pensioenen uit. 2.1.3.2. Oprichting van een secretariaat van de geïntegreerde politie, gestructureerd op 2 niveaus Artikel 140 quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2001 pub. 14/04/2001 numac 2001000333 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet op het politieambt, de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, en tot wijziging van overige wetten inzake de inplaatsstelling van de nieuwe politiestructuren type wet prom. 02/04/2001 pub. 18/04/2001 numac 2001000403 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus en tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 sluiten, wordt opgeheven en er wordt een titel V bis ingevoegd, die de artikelen 149 quater tot 149 nonies omvat, luidende : "Titel V bis. - Het Secretariaat van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus ». Er wordt een "Secretariaat van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus" opgericht, afgekort "SSGPI". Het SSGPI staat onder het gezag van de minister van Binnenlandse Zaken die de algemene principes inzake zijn organisatie, zijn werking en zijn algemeen beheer vastlegt. Het dagelijks beheer van het SSGPI wordt toegewezen aan een directeur-diensthoofd die rechtstreeks verantwoording aflegt aan de minister van Binnenlandse Zaken. De directeur-diensthoofd van het SSGPI behoort tot het administratief en logistiek kader. De personeelsleden van het SSGPI behoren tot het personeel van de federale politie of, met toepassing van artikel 96, tot de lokale politie. De Koning kan voor het ambt van directeur-diensthoofd van het SSGPI, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, specifieke statutaire regels bepalen. De minister van Binnenlandse Zaken stelt de personeelsformatie van het SSGPI vast. Na de vaststelling van de personeelsformatie van het SSGPI gaat het personeel van de dienst Sociaal Secretariaat van de directie van de Financiën, van de algemene directie Materiële Middelen van de federale politie (DMFS) ernaar over ten belopen van het aantal betrekkingen. Tot die datum worden zijn taken uitgevoerd door voornoemde dienst. - De opdrachten van het SSGPI Om het de CDVU mogelijk te maken zijn opdracht te vervullen, delen de in artikel 140 ter, vierde lid, bedoelde personeelsdiensten of de personen aan wie zij hiertoe delegatie verlenen, de nodige gegevens mee aan het SSGPI. Hiervoor heeft het SSGPI inzonderheid de volgende opdrachten : 1° instaan voor de correcte toepassing van het statuut op alle personeelsleden.Elke niet conforme toepassing wordt onverwijld gemeld aan de verantwoordelijke personeelsdienst. De algemene directie personeel van de federale politie kan een gemotiveerd advies voorleggen aan de minister van Binnenlandse Zaken; 2° voor wat de lokale politie betreft, het meedelen van het resultaat van de berekeningen en de gegevens nodig om tijdig de wedden, de aanverwante rechten en de sociale en fiscale inhoudingen aan de rechthebbenden te kunnen betalen;3° de verwerking van de terugvordering van onverschuldigde betalingen of de mededeling van de daartoe vereiste basisgegevens aan de werkgever;4° het bijhouden van een kopie van het weddedossier betreffende elk verloond personeelslid;5° een algemene informatieopdracht;6° instaan voor de verdere verwerking van de door de personeelsdiensten of de personen aan wie zij hiertoe delegatie verlenen verstrekte gegevens.De aard, de vorm en de periodiciteit van de mee te delen gegevens worden door het SSGPI, in samenwerking met de CDVU, bepaald. De minister van Binnenlandse Zaken kan het SSGPI machtigen gelijkaardige opdrachten te vervullen voor andere personen die uitbetalingen ontvangen ten laste van de begroting van hetzij de federale politie, hetzij een korps van lokale politie. Het SSGPI kan, in de diensten van de federale politie of in de korpsen van de lokale politie of zo nodig bij de gemeentebesturen die ze bewaren, alsook bij de algemene inspectie, alle documenten en stukken die nodig zijn voor de uitvoering van zijn opdracht raadplegen en er kopie van maken. Het SSGPI kan de betrokken administraties in gebreke stellen. Ingeval van vaststelling van onregelmatigheden in de toepassing van het statuut licht het SSGPI onverwijld de bevoegde overheden hiervan in. In afwachting van een definitieve beslissing kan het SSGPI bewarende maatregelen nemen. - Het Comité SSGPI De werking van het SSGPI, wordt opgevolgd door een gemengd "Toezichthoudend en raadgevend comité", hierna "het Comité SSGPI" genoemd, waarin vertegenwoordigers van zowel de federale als van de lokale politie - pro rata het aantal behandelde personeelsdossiers - als van de representatieve vakverenigingen van het personeel van de politiediensten zetelen. De vertegenwoordigers van de vakverenigingen zijn niet-stemgerechtigde leden. De vertegenwoordigers van de federale politie worden aangewezen door de minister van Binnenlandse Zaken op voordracht van de commissaris-generaal en na advies van de minister van Justitie. De vertegenwoordigers van de lokale politie - …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.