← België

Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties

In het kort

Deze wet stelt een algemeen kader in voor de erkenning van beroepskwalificaties die zijn behaald in andere lidstaten van de Europese Unie, zodat personen met deze kwalificaties in België een gereglementeerd beroep kunnen uitoefenen. Het doel is om het vrije verkeer van personen en diensten binnen de EU te vergemakkelijken.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
13 DECEMBER 2007. - Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Definities Art. 2.§ 1. In deze wet wordt verstaan onder : a) "gereglementeerd beroep" : een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of één van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties;met name het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening. Wanneer de eerste zin niet van toepassing is, wordt het in § 2 bedoelde beroep met een gereglementeerd beroep gelijkgesteld; b) "beroepskwalificaties" : kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest zoals bedoeld in artikel 13, a), eerste streepje en/of beroepservaring;c) "opleidingstitel" : een diploma, certificaat of andere titel die door een volgens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat aangewezen autoriteit, is afgegeven ter afsluiting van een overwegend in de Europese Gemeenschap gevolgde beroepsopleiding. Wanneer de eerste zin niet van toepassing is, wordt de in § 3 bedoelde opleidingstitel met een opleidingstitel gelijkgesteld; d) "bevoegde autoriteit" : ieder gemachtigde autoriteit of instelling die met name bevoegd is bewijsstukken van opleiding en andere documenten of informatie af te geven, respectievelijk aan te nemen, alsmede aanvragen te ontvangen en besluiten te nemen zoals bedoeld in deze wet;e) "gereglementeerde opleiding" : elke opleiding die specifiek op de uitoefening van een bepaald beroep gericht is en die uit een studiecyclus bestaat die eventueel met een beroepsopleiding, een beroepsstage of praktijkervaring wordt aangevuld; De structuur en het niveau van de beroepsopleiding, de beroepsstage of de praktijkervaring worden in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de betrokken lidstaat vastgesteld of door een daartoe aangewezen autoriteit gecontroleerd of erkend; f) "beroepservaring" : de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;g) "aanpassingsstage" : de uitoefening van een gereglementeerd beroep in België onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het betrokken beroep, eventueel gekoppeld aan een aanvullende opleiding.De stage wordt beoordeeld. De nadere regels voor de aanpassingsstage en de beoordeling alsmede de status van de migrerende stagiair worden door de bevoegde autoriteit van België vastgesteld. De status van de stagiair in België, met name wat betreft het verblijfsrecht en de sociale plichten, rechten en voordelen, alsmede vergoedingen en bezoldiging, wordt door de bevoegde autoriteiten van België vastgesteld overeenkomstig het toepasselijk Gemeenschapsrecht; h) "proeve van bekwaamheid" : een controle, uitsluitend de beroepskennis van de aanvrager betreffende, die door de bevoegde autoriteit wordt verricht en die tot doel heeft te beoordelen of deze de bekwaamheid bezit om in België een gereglementeerd beroep uit te oefenen.Ten behoeve van deze controle stellen de bevoegde autoriteiten op basis van een vergelijking tussen de in België vereiste opleiding en de opleiding die de aanvrager heeft ontvangen, een lijst op van de vakgebieden die niet bestreken worden door het diploma of andere opleidingstitels die de aanvrager overlegt. Bij de proeve van bekwaamheid moet in aanmerking worden genomen dat de aanvrager in de lidstaat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is. De proef heeft betrekking op de vakgebieden die moeten worden gekozen uit die welke op de lijst staan en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om het beroep in België te kunnen uitoefenen. Deze proef kan ook betrekking hebben op de kennis van de beroepsregels die in België op de betrokken activiteiten van toepassing is. De nadere regelingen voor de proeve van bekwaamheid alsook de status, die de aanvrager die zich op de proeve van bekwaamheid wil voorbereiden in België heeft, worden vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van België; i) "bedrijfsleider" : eenieder die in een onderneming van de bedrijfstak in kwestie werkzaam is geweest : - hetzij als bedrijfsleider of als leider van een filiaal van een onderneming; - hetzij als plaatsvervanger van de ondernemer of van de bedrijfsleider indien deze functie, wat verantwoordelijkheid betreft, met die van de vertegenwoordigde ondernemer of bedrijfsleider overeenstemt, of - hetzij als lid van het leidinggevend personeel, belast met commerciële en/of technische taken en verantwoordelijk voor één of meer afdelingen van de onderneming. j) "Bevoegde Belgische autoriteit" : autoriteit waarvan de bevoegdheid steunt op een wet of een reglementering genomen krachtens de wet; k) "Richtlijn" : de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Publicatieblad van de Europese Unie L/255/22 van 30 september 2005) zoals gewijzigd bij de richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië (Publicatieblad van de Europese Unie van 20 december 2006, bladzijde 141 e.v); l) "Lidstaat" : lidstaat van de Europese Unie alsook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland vanaf het ogenblik dat de richtlijn op deze landen van toepassing is;m) "Aanvrager" : onderdaan van een lidstaat. § 2. Met een gereglementeerd beroep wordt gelijkgesteld een beroep dat door de leden van een van de in bijlage I genoemde verenigingen of organisaties wordt uitgeoefend. De in het eerste lid bedoelde verenigingen of organisaties hebben met name ten doel een hoog niveau in het betrokken beroepsgebied te bevorderen en te handhaven; daartoe genieten zij een specifieke erkenning door een lidstaat, geven zij aan hun leden een opleidingstitel af, onderwerpen zij hun leden aan beroepsregels die zij uitvaardigen, en geven zij hun het recht op een titel, afkorting of status die met de opleidingstitel overeenstemt. § 3. Met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke in een derde land afgegeven opleidingstitel, wanneer de houder ervan in het betrokken beroep een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel heeft erkend en indien die lidstaat deze beroepservaring bevestigt. Doel Art. 3.Wanneer de bevoegde Belgische autoriteiten de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep afhankelijk stellen van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, stelt deze wet, in toepassing van de richtlijn, de regels vast volgens welke zij de in een andere lidstaat of andere lidstaten verworven beroepskwalificaties die de houder van die kwalificaties het recht verlenen er hetzelfde beroep uit te oefenen, erkennen voor de toegang tot en de uitoefening van dit beroep. Toepassingsgebied Art. 4.§ 1. Onverminderd de bevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten, is deze wet van toepassing op alle onderdanen van een lidstaat, met inbegrip van beoefenaren van de vrije beroepen, die in België, een gereglementeerd beroep willen uitoefenen, hetzij als zelfstandige, hetzij als werknemer. § 2. Deze wet is van toepassing op de gereglementeerde beroepen die niet het voorwerp uitmaken van een verticale omzetting van de richtlijn. § 3. Deze wet is niet van toepassing op de zeven zogenaamde sectorale beroepen, namelijk de beroepen van arts, verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, tandarts, dierenarts, vroedvrouw, apotheker en architect, behalve indien de omzettingsbepalingen betreffende deze beroepen uitdrukkelijk verwijzen naar de bepalingen van deze wet. § 4. Indien voor een bepaald gereglementeerd beroep in een afzonderlijk communautair rechtsinstrument een andere specifieke regeling die in rechtstreeks verband staat met de erkenning van beroepskwalificaties, is vastgesteld, zijn de overeenkomstige bepalingen van deze wet niet van toepassing. Gevolgen van de erkenning Art. 5.§ 1. Erkenning van de beroepskwalificaties geeft de begunstigde toegang tot hetzelfde beroep als dat waarvoor hij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezit en stelt hem in staat dit beroep uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als die welke voor Belgische onderdanen gelden. § 2. Voor de toepassing van deze wet is het beroep dat de aanvrager in België wenst uit te oefenen hetzelfde als dat waarvoor hij in de lidstaat van oorsprong de kwalificaties bezit, indien hieronder vergelijkbare werkzaamheden vallen. TITEL II. - Vrije dienstverrichting Toepassingsgebied Art. 6.De bepalingen van deze titel zijn uitsluitend van toepassing wanneer de dienstverrichter zich naar het grondgebied van België begeeft om er tijdelijk en incidenteel het in artikel 7, § 1, bedoelde beroep uit te oefenen. Het tijdelijke en incidentele karakter van de dienstverrichting wordt per geval beoordeeld, met name in het licht van de duur, frequentie, regelmaat en continuïteit van de verrichting. Beginsel van het vrij verrichten van diensten Art. 7.§ 1. Onverminderd de artikelen 8 en 9, kunnen om redenen van beroepskwalificatie geen beperkingen worden gesteld aan het vrij verrichten van diensten : a) indien de dienstverrichter op wettige wijze is gevestigd in een lidstaat (hierna "lidstaat van vestiging" genoemd) om er hetzelfde beroep uit te oefenen, en b) wanneer de dienstverrichter zich naar België begeeft, indien hij dat beroep tijdens de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend in de lidstaat van vestiging, waar het beroep niet gereglementeerd is. Deze voorwaarde van twee jaar beroepsuitoefening is niet van toepassing wanneer het beroep of de opleiding die toegang verleent tot het beroep, gereglementeerd is. § 2. Als de dienstverrichter zich naar België begeeft, valt hij onder de professionele, wettelijke of administratieve beroepsregels die rechtstreeks verband houden met beroepskwalificaties, zoals de definitie van het beroep, het gebruik van titels en de ernstige wanprestatie bij de uitoefening van het beroep die rechtstreeks en specifiek verband houdt met de bescherming en de veiligheid van consumenten, alsook de tuchtrechtelijke bepalingen, die in België van toepassing zijn op de personen die er hetzelfde beroep uitoefenen. Vrijstellingen Art. 8.Overeenkomstig artikel 7, § 1, wordt een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter vrijgesteld van de eisen die worden gesteld aan op Belgisch grondgebied gevestigde beroepsbeoefenaren met betrekking tot : a) een vergunning, de inschrijving of de aansluiting bij een beroepsorganisatie.Om overeenkomstig artikel 7, § 2, toepassing van de geldende tuchtrechtelijke bepalingen mogelijk te maken, kan de bevoegde Belgische autoriteit voorzien in automatische tijdelijke inschrijving of aansluiting pro forma bij een beroepsorganisatie, voorzover dit de dienstverrichting op geen enkele wijze vertraagt of bemoeilijkt en voor de dienstverrichter geen extra kosten meebrengt. De bevoegde Belgische autoriteit stuurt een kopie van de in artikel 9, § 1, bedoelde verklaring en eventueel verlenging ervan, en daarnaast, voor beroepen die verband houden met de volksgezondheid en de openbare veiligheid genoemd in artikel 9, § 4, een kopie van de in artikel 9, § 2, bedoelde documenten aan de betrokken beroepsorganisatie, hetgeen gelijkstaat met een automatische tijdelijke inschrijving of aansluiting pro forma voor dit doel; b) de inschrijving bij een publiekrechtelijke instelling voor de sociale zekerheid om de rekeningen inzake de ten gunste van sociaal verzekerden verrichte werkzaamheden op een verzekeringsinstelling te kunnen verhalen. De dienstverrichter stelt evenwel de onder b) bedoelde instelling vooraf, of in dringende gevallen achteraf, van de door hem verrichte dienst in kennis. Vooraf af te leggen verklaring in geval de dienstverrichter zich naar België begeeft Art. 9.§ 1. De bevoegde Belgische autoriteit kan eisen dat de dienstverrichter, wanneer hij zich voor het eerst van een lidstaat naar België begeeft om er diensten te verrichten, haar vooraf door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid, in kennis stelt. Deze verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in België tijdelijke of incidentele diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren. § 2. Voor de eerste dienstverrichting, of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, kan de bevoegde Belgische autoriteit eisen dat de verklaring vergezeld gaat van de volgende documenten : a) een bewijs van de nationaliteit van de dienstverrichter, b) een attest dat de houder ervan rechtmatig in een lidstaat gevestigd is om er de betrokken werkzaamheden uit te oefenen, en dat hem op het moment van afgifte van het attest geen beroepsuitoefeningsverbod is opgelegd, ook al is het maar tijdelijk, c) bewijs van beroepskwalificaties, d) voor gevallen zoals bedoeld in artikel 7, § 1, onder b), enig bewijsmiddel dat de dienstverrichter de betrokken werkzaamheden in de tien voorafgaande jaren gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend, e) voor beroepen in de veiligheidssector, een bewijs dat de desbetreffende persoon nooit strafrechtelijk is veroordeeld, indien de bevoegde Belgische autoriteit zulks ook van zijn eigen onderdanen eist. § 3. De dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging, wanneer voor de betrokken beroepswerkzaamheid in die lidstaat een dergelijke titel bestaat. Deze titel wordt vermeld in de officiële taal of één van de officiële talen van de lidstaat van vestiging, teneinde verwarring met de Belgische beroepstitel te vermijden. Wanneer de betrokken beroepstitel in de lidstaat van vestiging niet bestaat, vermeldt de dienstverrichter zijn opleidingstitel in de officiële taal of één van de officiële talen van die lidstaat. § 4. In het geval van de gereglementeerde beroepen die verband houden met de volksgezondheid of de openbare veiligheid, kan de bevoegde Belgische autoriteit vóór de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren. Zo'n controle vooraf is alleen mogelijk indien de controle bedoeld is om ernstige schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting ingevolge een ontoereikende beroepskwalificatie van de dienstverrichter te voorkomen en indien de controle niet meer omvat dan voor dit doel noodzakelijk is. De bevoegde Belgische autoriteit tracht de dienstverrichter binnen een termijn van ten hoogste een maand na ontvangst van de verklaring en de begeleidende documenten in kennis te stellen van ofwel haar besluit om zijn kwalificaties niet te controleren ofwel van het resultaat van de verrichte controle. Wanneer er zich problemen voordoen die een vertraging meebrengen, stelt de bevoegde Belgische autoriteit de dienstverrichter voor het einde van de eerste maand in kennis van de reden van de vertraging en van de termijn voor het nemen van een besluit, dat uiterlijk twee maanden na ontvangst van de aanvullende documenten moet zijn vastgesteld. Wanneer de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in België vereiste opleiding, en wel in die mate dat dit verschil de volksgezondheid of de openbare veiligheid schaadt, dient de bevoegde Belgische autoriteit de dienstverrichter de mogelijkheid te bieden om in het bijzonder door middel van een proeve van bekwaamheid te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven. De dienstverrichting dient in ieder geval te kunnen plaatsvinden in de maand die volgt op die waarin het overeenkomstig de vorige alinea genomen besluit is getroffen. Indien de bevoegde Belgische autoriteit binnen de in de vorige leden vermelde termijnen niet reageert, kan de dienst worden verricht. In de gevallen waarin de kwalificaties overeenkomstig deze paragraaf zijn geverifieerd, wordt de dienst verricht onder de Belgische beroepstitel. Administratieve samenwerking Art. 10.§ 1. Voor iedere dienstverrichting kunnen de bevoegde Belgische autoriteiten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging verzoeken om alle informatie over de rechtmatigheid van de vestiging en het goede gedrag van de dienstverrichter, alsmede het ontbreken van eventuele tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen terzake van de beroepsuitoefening. De bevoegde Belgische autoriteiten verstrekken op hun beurt deze informatie overeenkomstig artikel 27. § 2. De bevoegde Belgische autoriteiten zorgen voor de uitwisseling van alle nodige informatie opdat een klacht van een afnemer van een dienst tegen een dienstverrichter correct kan worden afgehandeld. De afnemer wordt van het resultaat van de klacht in kennis gesteld. Informatie ten behoeve van de afnemers van de dienst Art. 11.Wanneer de dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging of onder de opleidingstitel van de dienstverrichter, kunnen de bevoegde Belgische autoriteiten eisen dat de dienstverrichter in aanvulling op de overige informatievoorschriften van het Gemeenschapsrecht, aan de afnemer van de dienst een van de volgende gegevens of al de volgende gegevens verstrekt : a) wanneer de dienstverrichter in een handelsregister of een vergelijkbaar openbaar register is ingeschreven, het register waar hij is ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer, of een vergelijkbaar middel ter identificatie in dat register;b) wanneer voor uitoefening van de betrokken werkzaamheid in de lidstaat van vestiging een vergunning vereist is, de naam en het adres van de bevoegde toezichthoudende instantie;c) de beroepsordes of soortgelijke organisaties waarbij de dienstverrichter is aangesloten;d) de beroepstitel of, wanneer een dergelijke titel niet bestaat, de opleidingstitel van de dienstverrichter en de lidstaat waar deze werd verleend;e) wanneer de dienstverrichter een onder de BTW vallende werkzaamheid uitoefent, het identificatienummer, zoals bedoeld in artikel 50 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde ingevolge artikel 22, § 1, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag;f) gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid. TITEL III. - Vrijheid van vestiging HOOFDSTUK I. - Algemeen stelsel van erkenning van opleidingstitels Toepassingsgebied Art. 12.Dit hoofdstuk is van toepassing op alle beroepen die niet onder hoofdstuk II van deze titel vallen en in onderstaande gevallen waarin de aanvrager, om een bijzondere en uitzonderlijke reden, niet voldoet aan de in dat hoofdstuk opgenomen voorwaarden : a) voor de werkzaamheden van bijlage IV, wanneer de aanvrager niet voldoet aan de eisen van de artikelen 19, 20 en 21;b) voor aanvragers die voldoen aan de eisen van artikel 2, § 3. Kwalificatieniveaus Art. 13.Voor de toepassing van artikel 15 worden de beroepskwalificaties in de volgende niveaus ingedeeld : a) een bekwaamheidsattest dat is afgegeven door een overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aangewezen bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong, nadat men : - hetzij een opleiding heeft genoten die niet wordt afgesloten met een certificaat of diploma zoals bedoeld onder b), c), d) of e), hetzij een specifiek examen zonder voorafgaande opleiding heeft afgelegd, hetzij het beroep tijdens de voorafgaande tien jaren gedurende drie opeenvolgende jaren voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds in een lidstaat heeft uitgeoefend, - hetzij op het niveau van het primair of secundair onderwijs een algemene opleiding heeft genoten, waaruit blijkt dat de houder over een zekere algemene ontwikkeling beschikt;b) een certificaat ter afsluiting van een cyclus van secundair onderwijs : - hetzij van algemene aard, aangevuld met een andere dan de onder c) bedoelde studiecyclus of beroepsopleiding en/of met de beroepsstage of praktijkervaring die als aanvulling op deze studiecyclus vereist is, - hetzij van technische of beroepsmatige aard, in voorkomend geval aangevuld met een studiecyclus of beroepsopleiding zoals bedoeld onder i), en/of met de beroepsstage of praktijkervaring die als aanvulling op deze studiecyclus vereist is;c) een diploma ter afsluiting van : - hetzij een opleiding op het niveau van postsecundair onderwijs dat verschilt van het onder d) en e) bedoelde niveau en ten minste 1 jaar duurt, dan wel, in geval van een deeltijdse opleiding, een daaraan gelijkwaardige duur heeft, en waarvoor als een van de toelatingsvoorwaarden in de regel geldt dat men de studiecyclus van secundair onderwijs moet hebben voltooid die voor de toegang tot het universitair of hoger onderwijs vereist is of een volledige equivalente schoolopleiding van secundair niveau, alsook de beroepsopleiding die eventueel als aanvulling op deze cyclus van postsecundair onderwijs vereist is, - hetzij, in het geval van een gereglementeerd beroep, een opleiding met een bijzondere structuur vermeld in bijlage II die gelijkwaardig is aan het onder het eerste streepje vermelde opleidingsniveau, en die opleidt tot een vergelijkbare beroepsbekwaamheid en voorbereidt op een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en taken.De lijst van bijlage II kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 28; d) een diploma ter afsluiting van een opleiding op het niveau van het postsecundaire onderwijs met een duur van ten minste drie jaar en ten hoogste vier jaar, dan wel, in geval van een deeltijdse opleiding, een daaraan gelijkwaardige duur heeft, die wordt verstrekt aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau, alsook de beroepsopleiding die eventueel als aanvulling op deze cyclus van postsecundair onderwijs vereist is;e) een diploma ter afsluiting van een postsecundaire opleiding met een duur van minstens vier jaar of, in geval van een deeltijdse opleiding, met een daaraan gelijkwaardige duur, aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of aan een andere instelling met hetzelfde opleidingsniveau, alsook eventueel ter afsluiting van de beroepsopleiding die als aanvulling op deze cyclus van postsecundair onderwijs vereist is. Gelijke behandeling van kwalificaties Art. 14.Met een opleidingstitel ter afsluiting van een in artikel 13 bedoelde opleiding, met inbegrip van het betrokken niveau, wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die, ofwel elk geheel van opleidingstitels dat door een bevoegde autoriteit in een lidstaat is afgegeven, wanneer daarmee een in de Europese Gemeenschap gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door deze lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en wanneer daaraan dezelfde rechten inzake de toegang tot of uitoefening van een beroep zijn verbonden, dan wel een voorbereiding vormt op de uitoefening van dat beroep. Onder dezelfde voorwaarden als die in het eerste lid wordt met een dergelijke opleidingstitel ook gelijkgesteld elke beroepskwalificatie die weliswaar niet voldoet aan de eisen die in de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaat van oorsprong voor de toegang tot of uitoefening van een beroep zijn vastgesteld, maar die de houder ervan krachtens deze bepalingen verworven rechten verleent. Dit geldt met name indien de lidstaat van oorsprong het niveau verhoogt van de opleiding die vereist is voor de toegang tot een beroep of de uitoefening ervan, en indien een persoon die vroeger een opleiding heeft genoten die niet meer voldoet aan de eisen van de nieuwe kwalificatie, verworven rechten geniet uit hoofde van nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen; in dat geval wordt de vroeger genoten opleiding door de bevoegde Belgische autoriteit beschouwd - met het oog op de toepassing van artikel 15 - als overeenkomend met het niveau van de nieuwe opleiding. Voorwaarden inzake erkenning Art. 15.§ 1. Wanneer de toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, staat de bevoegde Belgische autoriteit de toegang tot en uitoefening van dit beroep onder dezelfde voorwaarden als die welke voor eigen onderdanen gelden, toe aan aanvragers die in het bezit zijn van het bekwaamheidsattest dat of de opleidingstitel die in een andere lidstaat verplicht wordt gesteld voor de toegang tot of uitoefening van dat beroep op zijn grondgebied. De bekwaamheidsattesten of opleidingstitels moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : a) zij moeten afgegeven zijn door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen;b) zij moeten blijk geven van een beroepskwalificatieniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau onmiddellijk voorafgaand aan het door België vereiste niveau, zoals omschreven in artikel 13. § 2. De in § 1 bedoelde toegang tot en uitoefening van het beroep worden eveneens toegestaan aan aanvragers die het in die paragraaf bedoelde beroep tijdens de voorafgaande tien jaar gedurende twee jaar voltijds hebben uitgeoefend in een andere lidstaat waar dat beroep niet is gereglementeerd en die een of meer bekwaamheidsattesten of een of meer opleidingstitels bezitten. De bekwaamheidsattesten of opleidingstitels moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : a) zij moeten afgegeven zijn door een bevoegde autoriteit in een lidstaat die overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat is aangewezen;b) zij moeten blijk geven van een beroepskwalificatieniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau onmiddellijk voorafgaand aan het in België vereiste niveau, zoals beschreven in artikel 13;c) zij moeten aantonen dat de houder op de uitoefening van het betrokken beroep is voorbereid. De in het eerste lid bedoelde beroepservaring van twee jaar kan echter niet worden geëist wanneer de aanvrager met de opleidingstitel(s) een gereglementeerde opleiding in de zin van artikel 2, § 1, onder e), van de in artikel 13, onder b), c), d) of e), beschreven kwalificatieniveaus heeft afgesloten. Als gereglementeerde opleidingen van het niveau dat beschreven is in artikel 13, onder c), worden de in bijlage III bedoelde opleidingen beschouwd. § 3. In afwijking van § 1, b, en § 2, b, zal de bevoegde Belgische autoriteit de toegang tot en uitoefening van een gereglementeerd beroep toestaan, wanneer de toegang tot dit beroep op zijn grondgebied afhankelijk wordt gesteld van het bezit van een opleidingstitel die een opleiding van hoger of universitair onderwijs met een duur van vier jaar afsluit en de aanvrager een opleidingstitel van het niveau bezit waarnaar in artikel 13, onder c), wordt verwezen. Compenserende maatregelen Art. 16.§ 1. De bevoegde Belgische autoriteit kan in een van de volgende gevallen van de aanvrager eisen dat hij een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorloopt of een proeve van bekwaamheid aflegt : a) wanneer de duur van de opleiding waarvan de aanvrager overeenkomstig artikel 15, §§ 1 of 2, melding maakt, ten minste één jaar korter is dan de duur van de in België vereiste opleiding;b) wanneer de door hem gevolgde opleiding betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in België vereiste opleidingstitel;c) wanneer het in België gereglementeerde beroep een of meer gereglementeerde beroepswerkzaamheden omvat die niet bestaan in het overeenkomstige beroep in de lidstaat van oorsprong van de aanvrager in de zin van artikel 5, § 2, en dit verschil wordt gekenmerkt door een specifieke opleiding die in België vereist is en betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke vallen onder het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel die de aanvrager overlegt. § 2. Indien de bevoegde Belgische autoriteit van de mogelijkheid van § 1 gebruikmaakt, moet zij de aanvrager de keuze laten tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid. Wanneer de bevoegde Belgische autoriteit meent dat het voor een bepaald beroep noodzakelijk is van de eerste alinea af te wijken en de aanvrager niet de keuze te laten tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid, stelt zij de andere lidstaten en de Commissie vooraf hiervan in kennis, waarbij zij deze afwijking afdoende motiveert. Wanneer binnen drie maanden geen reactie van de Commissie is ontvangen, kan de afwijking worden toegepast. § 3. In afwijking van het in § 2 neergelegde beginsel op grond waarvan de aanvrager het recht heeft te kiezen, kan de bevoegde Belgische autoriteit ofwel een aanpassingsstage, ofwel een proeve van bekwaamheid voorschrijven met betrekking tot beroepen waarvoor de uitoefening een precieze kennis van het nationale recht veronderstelt en waarvan het verstrekken van advies of het verlenen van bijstand op het gebied van het nationale recht een essentieel en constant element is. Dit geldt ook voor de gevallen genoemd in artikel 12, onder b). In de gevallen bedoeld in artikel 12, onder a), mag de bevoegde Belgische autoriteit een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid opleggen indien de aanvrager voornemens is als zelfstandige dan wel als bedrijfsleider beroepsactiviteiten uit te oefenen waarvoor kennis en toepassing van de vigerende specifieke nationale voorschriften noodzakelijk zijn, mits de bevoegde Belgische autoriteit ook van de eigen onderdanen de kennis en toepassing van deze voorschriften eist als voorwaarde voor toegang tot een dergelijke activiteit. § 4. Voor de toepassing van § 1, onder b) en c), wordt onder "vakgebieden die wezenlijk verschillen" verstaan vakgebieden waarvan de kennis van essentieel belang is voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua duur of inhoud in belangrijke mate afwijkt van de in België vereiste opleiding. § 5. § 1 wordt toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Indien de bevoegde Belgische autoriteit overweegt van de aanvrager een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid te eisen, moet zij met name eerst nagaan of de door de aanvrager in het kader van zijn beroepservaring in een lidstaat of derde land verworven kennis het in § 4 bedoelde wezenlijke verschil geheel of gedeeltelijk kan overbruggen. Vrijstelling van compenserende maatregelen op basis van gemeenschappelijke platforms Art. 17.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een "gemeenschappelijk platform" een reeks criteria voor beroepskwalificaties verstaan waarmee de wezenlijke verschillen die zijn geconstateerd tussen de opleidingseisen die in de verschillende lidstaten voor een bepaald beroep gelden, kunnen worden gecompenseerd. Deze wezenlijke verschillen worden geconstateerd middels vergelijking tussen de duur en de inhoud van de opleiding in ten minste twee derde van de lidstaten, waaronder alle lidstaten waar dit beroep is gereglementeerd. Het verschil in opleidingsinhoud kan het gevolg zijn van wezenlijke verschillen in de draagwijdte van de beroepsactiviteiten. § 2. Wanneer de beroepskwalificaties van de aanvrager voldoen aan de criteria die in het kader van de overeenkomstig artikel 15, § 2, van de richtlijn inzake gemeenschappelijke platforms aangenomen maatregel zijn vastgesteld, ziet de bevoegde Belgische autoriteit af van de toepassing van compenserende maatregelen uit hoofde van artikel 16. HOOFDSTUK II. - Erkenning van beroepservaring Eisen inzake beroepservaring Art. 18.Wanneer de toegang tot of uitoefening van een van de in bijlage IV vermelde werkzaamheden afhankelijk wordt gesteld van het bezit van algemene kennis, handels- of vakkennis en -bekwaamheid, beschouwt de bevoegde Belgische autoriteit als genoegzaam bewijs van die kennis en bekwaamheid het feit dat de werkzaamheid in kwestie voorafgaandelijk in een andere lidstaat is uitgeoefend. Deze werkzaamheid moet overeenkomstig de artikelen 19, 20 en 21 zijn uitgeoefend. Werkzaamheden van lijst I van bijlage IV Art. 19.§ 1. Bij werkzaamheden van lijst I van bijlage IV moet de voorafgaande werkzaamheid zijn uitgeoefend : a) hetzij gedurende zes opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider;b) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die dooreen bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;c) hetzij gedurende vier opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste twee jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;d) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij de betrokken werkzaamheid gedurende ten minste vijf jaar als werknemer heeft uitgeoefend;e) hetzij gedurende vijf opeenvolgende jaren als lid van het leidinggevend personeel, waarvan gedurende ten minste drie jaar belast met technische taken en verantwoordelijk voor ten minste een afdeling van de onderneming, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend. § 2. In de onder a) en d) bedoelde gevallen mag deze werkzaamheid niet meer dan tien jaar vóór de datum van indiening van het volledige dossier van de betrokkene bij de bevoegde Belgische autoriteit zijn beëindigd. § 3. § 1, onder e), is niet van toepassing op de werkzaamheden van groep Ex 855 van de ISIC-nomenclatuur, Kapsalons. Werkzaamheden van lijst II van bijlage IV Art. 20.§ 1. Bij werkzaamheden van lijst II van bijlage IV moet de voorafgaande werkzaamheid zijn uitgeoefend : a) hetzij gedurende vijf opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider;b) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;c) hetzij gedurende vier opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste twee jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;d) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij de betrokken werkzaamheid gedurende ten minste vijf jaar als werknemer heeft uitgeoefend;e) hetzij gedurende vijf opeenvolgende jaren als werknemer, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste drie jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;f) hetzij gedurende zes opeenvolgende jaren als werknemer, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding van ten minste twee jaar heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend. § 2. In de onder a) en d) bedoelde gevallen mag deze werkzaamheid niet meer dan tien jaar vóór de datum van indiening van het volledige dossier van de betrokkene bij de bevoegde Belgische autoriteit zijn beëindigd. Werkzaamheden van lijst III van bijlage IV Art. 21.§ 1. Bij werkzaamheden van lijst III van bijlage IV moet de voorafgaande werkzaamheid zijn uitgeoefend : a) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider;b) hetzij gedurende twee opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend;c) hetzij gedurende twee opeenvolgende jaren als zelfstandige of als bedrijfsleider, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij de betrokken werkzaamheid gedurende ten minste drie jaar als werknemer heeft uitgeoefend;d) hetzij gedurende drie opeenvolgende jaren als werknemer, wanneer de begunstigde kan aantonen dat hij voor de betrokken werkzaamheid een voorafgaande opleiding heeft gevolgd, die met een door de lidstaat erkend certificaat is afgesloten of die door een bevoegde beroepsorganisatie als volwaardig is erkend. § 2. In de onder a) en c) bedoelde gevallen mag deze werkzaamheid niet meer dan tien jaar vóór de datum van indiening van het volledige dossier van de betrokkene bij de bevoegde Belgische autoriteit zijn beëindigd. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake vestiging Documenten en formaliteiten Art. 22.§ 1. Wanneer de bevoegde Belgische autoriteiten overeenkomstig deze titel over een aanvraag tot uitoefening van het betrokken gereglementeerde beroep beslissen, kunnen zij de in § 5 genoemde documenten eisen. De in § 5, onder d), e) en f), bedoelde documenten mogen bij overlegging niet ouder dan drie maanden zijn. De bevoegde Belgische autoriteiten dragen er zorg voor dat de inhoud van de verstrekte informatie geheim blijft. § 2. Ingeval van gegronde twijfel kan de bevoegde Belgische autoriteit de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat vragen om bevestiging van de echtheid van de in die andere lidstaat afgegeven getuigschriften en opleidingstitels. § 3. In geval van gegronde twijfel, wanneer opleidingstitels zoals omschreven in artikel 2, § 1, c), zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in een lidstaat en een opleiding omvatten die geheel of gedeeltelijk is gevolgd in een rechtmatig op het grondgebied van een andere lidstaat gevestigde instelling, mag de bevoegde Belgische autoriteit bij de bevoegde autoriteit in de lidstaat waar het diploma vandaan komt, nagaan : a) of de opleidingscyclus aan de instelling die de opleiding heeft verzorgd, officieel is gecertificeerd door de onderwijsinstelling die gevestigd is in de lidstaat vanwaar het diploma afkomstig is, b) of de opleidingstitel dezelfde is als de titel die zou zijn verleend indien de opleiding in zijn geheel was gevolgd in de lidstaat vanwaar het diploma afkomstig is, en c) of de opleidingstitel dezelfde beroepsrechten verleent op het grondgebied van de lidstaat vanwaar het diploma afkomstig is. § 4. Wanneer de bevoegde Belgische autoriteit eist dat zijn onderdanen voor de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep een eed of gelofte afleggen en de formule van deze eed of gelofte niet door onderdanen van de andere lidstaten kan worden gebruikt, ziet zij erop toe dat de betrokkenen een passende gelijkwaardige formule kunnen gebruiken. § 5. Volgens § 1 opvraagbare documenten : a) Nationaliteitsbewijs.b) Kopie van de bekwaamheidsattesten of van de opleidingstitel die toegang verleent tot het beroep in kwestie plus eventueel een bewijs van beroepservaring van de persoon in kwestie. De bevoegde Belgische autoriteiten kunnen van de aanvrager eisen informatie omtrent zijn opleiding te verstrekken, voorzover dat noodzakelijk is om vast te stellen of er eventuele wezenlijke verschillen met de vereiste nationale opleiding bestaan, zoals bedoeld in artikel 16, § 5. Indien de aanvrager deze informatie niet kan verstrekken, richt de bevoegde Belgische autoriteit zich tot het contactpunt, de bevoegde autoriteit of iedere andere relevante instelling van de lidstaat van oorsprong. c) Voor de in artikel 18 bedoelde gevallen : een verklaring aangaande de aard en de duur van de werkzaamheden, afgegeven door de bevoegde autoriteit of instelling in de lidstaat van oorsprong of herkomst van de betrokkene.d) Een bevoegde Belgische autoriteit die de toegang tot een gereglementeerd beroep afhankelijk maakt van de indiening van bewijzen dat de betrokkene van goed zedelijk gedrag is of nooit failliet is gegaan, of die de uitoefening van zo'n beroep in geval van ernstige beroepsfouten of strafrechtelijke inbreuken tijdelijk of permanent verbiedt, aanvaardt voor onderdanen van de lidstaten die het beroep op Belgisch grondgebied willen uitoefenen als genoegzaam bewijs documenten afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong of herkomst van de betrokkene, waaruit blijkt dat aan die voorwaarden is voldaan. Indien de in het eerste lid bedoelde documenten niet door de in de lidstaat van oorsprong of herkomst bevoegde autoriteiten worden afgeven, worden ze vervangen door een verklaring onder ede - of, in de lidstaten waar de eed niet bestaat, door een plechtige verklaring - door de betrokkene afgelegd tegenover een bevoegde gerechtelijke of overheidsautoriteit of eventueel tegenover een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in de lidstaat van oorsprong of herkomst, die een attest verstrekt waaruit blijkt dat de verklaring onder ede of de plechtige verklaring is afgelegd. e) Indien de bevoegde Belgische autoriteit voor de toegang tot een gereglementeerd beroep van zijn onderdanen een document aangaande de geestelijke of lichamelijke gezondheid van de aanvrager eist, aanvaardt zij als genoegzaam bewijs het document dat in de lidstaat van oorsprong wordt geëist.Indien de lidstaat van oorsprong dergelijke documenten niet eist, aanvaardt België een getuigschrift afgegeven door een bevoegde autoriteit van die lidstaat. f) Indien de bevoegde Belgische autoriteit voor de toegang tot een gereglementeerd beroep van zijn onderdanen : - een bewijs van de financiële draagkracht van de aanvrager eist, of - een bewijs eist dat de aanvrager is verzekerd tegen de financiële risico's die verband houden met de beroepsaansprakelijkheid volgens de wettelijke voorschriften betreffende de voorwaarden en de omvang van deze garantie in België, dan aanvaardt zij als genoegzaam bewijs een getuigschrift terzake afgegeven door de banken en verzekeringsmaatschappijen van een andere lidstaat. § 6. Met betrekking tot de in § 5, d) en e) bedoelde documenten moet de bevoegde Belgische autoriteit de gevraagde documenten binnen twee maanden verstrekken aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat. Procedure voor de onderlinge erkenning van beroepskwalificaties Art. 23.§ 1. De bevoegde Belgische autoriteit bevestigt binnen één maand de ontvangst van het dossier van de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welke documenten ontbreken. § 2. De procedure voor de behandeling van een aanvraag om een gereglementeerd beroep te mogen uitoefenen, moet uiterlijk drie maanden na de indiening van het volledige dossier van de aanvrager door een met redenen omkleed besluit van de bevoegde Belgische autoriteit worden afgesloten. Deze uiterste datum kan echter met één maand worden verlengd voor de beroepen die onder deze wet vallen. Voeren van een beroepstitel Art. 24.§ 1. Wanneer voorschriften gelden voor het voeren van de beroepstitel voor een van de werkzaamheden van het betrokken beroep, voeren de onderdanen van de andere lidstaten die op grond van titel III gerechtigd zijn een gereglementeerd beroep uit te oefenen, de beroepstitel die in België met dit beroep overeenkomt, en maken zij gebruik van de eventuele afkorting van deze titel. § 2. Wanneer een beroep is gereglementeerd door een vereniging of organisatie zoals bedoeld in artikel 2, § 2, mogen de onderdanen van de lidstaten de door die organisatie of vereniging verleende beroepstitel of de afkorting daarvan uitsluitend gebruiken indien zij het bewijs overleggen dat zij lid van die organisatie of vereniging zijn. Wanneer de vereniging of organisatie het lidmaatschap afhankelijk stelt van bepaalde kwalificaties, mag zij deze kwalificaties slechts overeenkomstig de bepalingen van deze wet eisen van onderdanen van andere lidstaten die over beroepskwalificaties beschikken. TITEL IV. - Wijze van uitoefening van het beroep Talenkennis Art. 25.De begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties moeten beschikken over de talenkennis die voor de uitoefening van hun beroep in België vereist is. Voeren van de academische titels Art. 26.Onverminderd de artikelen 9 en 24, ziet de bevoegde Belgische autoriteit erop toe dat de betrokkenen het recht hebben gebruik te maken van academische titels die hun verleend zijn in de lidstaat van oorsprong, en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van de lidstaat van herkomst. De bevoegde Belgische autoriteit kan voorschrijven dat deze titel wordt gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend. Wanneer een academische titel van de lidstaat van oorsprong in België kan worden verward met een titel waarvoor in België een aanvullende opleiding is vereist die de begunstigde niet heeft gevolgd, kan de bevoegde Belgische autoriteit voorschrijven dat de begunstigde een academische titel van de lidstaat van oorsprong voert in een door haar aangegeven passende vorm. TITEL V. - Administratieve samenwerking Bevoegde autoriteiten Art. 27.§ 1. De bevoegde Belgische autoriteiten werken nauw samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong bij de toepassing van de richtlijn. Zij zien toe op de vertrouwelijkheid van de uitgewisselde informatie. § 2. De bevoegde Belgische autoriteiten wisselen informatie uit met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong over tuchtrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke sancties die genomen zijn, en over alle andere specifieke ernstige feiten die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van werkzaamheden in het kader van deze wet, met inachtneming van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens sluiten tot omzetting van de richtlijn 95/46/ EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens en van de wet van 24 augustus 2005 voor wat betreft de bepalingen inzake de omzetting van de richtlijn privacy en elektronische communicatie (richtlijn 2002/58/EG). In het omgekeerde geval, op aanvraag van de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat, gaan de bevoegde Belgische autoriteiten de juistheid van deze feiten na, bepalen de aard en de omvang van het in te stellen onderzoek en stellen de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat in kennis van de consequenties die zij daaruit trekken ten aanzien van de verstrekte informatie. TITEL VI. - Slotbepalingen Art. 28.De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan de bijlagen van deze wet, teneinde ze in overeenstemming te brengen met de toekomstige wijzigingen in de Europese regelgeving. Art. 29.De wet tot instelling van het algemeen kader voor de wederzijdse erkenning van beroepsopleidingen van 10 mei 2006 wordt opgeheven. Inwerkingtreding Art. 30.Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 13 december 2007. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Mobiliteit, Y. LETERME De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Justitie, J. VANDEURZEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, J. VANDEURZEN _______ Nota's (1) Zitting 2007-2008 : Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - Wetsontwerp, 52-282 - Nr. 1. - Amendementen, 52-282 - Nr. 2. - Verslag, 52-282 - Nr.3. - Tekst aangenomen door de commissie, 52-282 - Nr. 4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 52-282 - Nr. 5. Integraal Verslag : 13 december 2007. Senaat. Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 4473 - Nr. 1. BIJLAGE 1 Lijst van beroepsverenigingen of -organisaties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 2, § 2 IERLAND (1) 1. The Institute of Chartered Accountants in Ireland (2) 2.The Institute of Certified Public Accountants in Ireland (2) 3. The Association of Certified Accountants (2) 4.Institution of Engineers of Ireland 5. Irish Planning Institute VERENIGD KONINKRIJK 1.Institute of Chartered Accountants in England and Wales 2. Institute of Chartered Accountants of Scotland 3.Institute of Chartered Accountants in lreland 4. Chartered Association of Certified Accountants 5.Chartered Institute of Loss Adjusters 6. Chartered Institute of Management Accountants 7.Institute of Chartered Secretaries and Administrators 8. Chartered Insurance Institute 9.Institute of Actuaries 10. Faculty of Actuaries 11.Chartered Institute of Bankers 12. Institute of Bankers in Scotland 13.Royal Institution of Chartered Surveyors 14. Royal Town Planning Institute 15.Chartered Society of Physiotherapy 16. Royal Society of Chemistry 17.British Psychological Society 18. Library Association 19.Institute of Chartered Foresters 20. Chartered Institute of Building 21.Engineering Council 22. Institute of Energy 23.Institution of Structural Engineers 24. Institution of Civil Engineers 25.Institution of Mining Engineers 26. Institution of Mining and Metallurgy 27.Institution of Electrical Engineers 28. Institution of Gas Engineers 29.Institution of Mechanical Engineers 30. Institution of Chemical Engineers 31.Institution of Production Engineers 32. Institution of Marine Engineers 33.Royal Institution of Naval Architects 34. Royal Aeronautical Society 35.Institute of Metals 36. Chartered Institution of Building Services Engineers 37.Institute of Measurement and Control 38. British Computer Society _______ Nota's (1) Ierse onderdanen zijn eveneens lid van de volgende verenigingen of organisaties in het Verenigd Koninkrijk : - Institute of Chartered Accountants in England and Wales - Instftute of Chartered Accountants of Scotland - Institute of Actuaries - Faculty of Actuaries - The Chartered Institute of Management Accountants - Institute of Chartered Secretaries and Administrators - Royal Town Planning Institute - Royal Institution of Chartered Surveyors - Chartered Institute of Building.(2) Uitsluitend voor de controle van rekeningen. BIJLAGE II Lijst van opleidingen met een bijzondere structuur bedoeld in artikel 13, onder c), tweede streepje) 1. Opleidingen op paramedisch en sociaal-pedagogisch gebied De volgende opleidingen : Duitsland : - kinderverpleegkundige (« Kinderkrankenschwester/Kinderkrankenpfleger »); - fysiotherapeut (« Krankengymnast(in)/Physiotherapeut(in) ») (1); - bezigheids- en arbeidstherapeut/ergotherapeut (« Beschäftigungs- und Arbeitstherapeut/Ergotherapeut »); - logopedist (« Logopaede/Logopädin »); - orthoptist (« Orthoptist(in) »; - van staatswege erkend pedagogisch werker (« staatlich anerkannte(r) Erzieher(in) »); - van staatswege erkend orthopedagogisch werker (« staatlich anerkannte(r) Heilpädagoge(-in) »); - medisch laborant (« medizinisch-technische(r) Laboratoriums-Assistent(in) »); - radiologisch laborant (« medizinisch-technischer) Radiologie-Assistent(in) »); - medisch-technisch assistent functionele diagnostiek (« medizinisch-technische(r) Assistent(in) für Funktionsdiagnostik »); - diergeneeskundig-technisch assistent (« veterinär-medizinisch-technische(r) Assistent(in) »); - diëtist (« Diätassistent(in) »); - farmaceutisch technicus (« Pharmazieingenieur »), gegeven voor 31 maart 1994 op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratjsche Republiek of van de nieuwe Länder, - psychiatrisch verpleegkundige (« psychiatrische(r) Krankenschwester/Krankenpflegen »); - spraaktherapeut (« Sprachtherapeut(in) »); Tsjechische Republiek : - assistent zorg (« zdravotnicky asistent »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste 13 jaar, waarvan gedurende ten minste acht jaar basisonderwijs en gedurende vier jaar een beroepsopleiding in een secundaire school voor medisch onderwijs wordt gevolgd, afgesloten met het « maturitní zkouska »-examen; - voedingsassistent (« nutricí asistent »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste 13 jaar, waarvan gedurende ten minste acht jaar basisonderwijs en gedurende vier jaar een beroepsopleiding in een secundaire school voor medisch onderwijs wordt gevolgd, afgesloten met het « maturitní zkouska »-examen. Italië - tandtechnicus (« odontotecnico »); - opticien (« ottico »); Cyprus : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Letland : - tandheelkundig verpleegkundige (« zobarstniecibas masa »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste 13 jaar, waarvan gedurende ten minste tien jaar algemeen onderwijs en gedurende twee jaar een beroepsopleiding in een school voor medisch onderwijs wordt gevolgd, gevolgd door drie jaar beroepservaring, waarna een examen wordt afgelegd om een certificaat in dit specialisme te behalen; - biomedisch laboratoriummedewerker (« biomedicinas laborants »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste twaalf jaar, waarvan gedurende ten minste tien jaar algemeen onderwijs en gedurende twee jaar een beroepsopleiding in een school voor medisch onderwijs wordt gevolgd, gevolgd door twee jaar beroepservaring, waarna een examen wordt afgelegd om een certificaat in dit specialisme te behalen; - tandtechnicus (« zobutehnikis »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste twaalf jaar, waarvan gedurende ten minste tien jaar algemeen onderwijs en gedurende twee jaar een beroepsopleiding in een school voor medisch onderwijs wordt gevolgd, gevolgd door twee jaar beroepservaring, waarna een examen wordt afgelegd om een certificaat in dit specialisme te behalen; - assistent fysiotherapeut (« fizioterapeita asistents »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste 13 jaar, waarvan gedurende ten minste tien jaar algemeen onderwijs en gedurende drie jaar een beroepsopleiding in een school voor medisch orderwijs wordt gevolgd, gevolgd door twee jaar beroepservaring, waarna een examen wordt afgelegd om een certificaat in dit specialisme te behalen; Luxemburg : - radiologisch laborant (« assistant(e) technique médical(e) en radiologie »); - medisch laborant (« assistant(e) technique médical(e) de laboratoire »); - psychiatrisch.verpleegkundige (« infirmier(ière) psychiatrique »); - chirurgieassistent (« assistant(e) technique médical(e) en chirurgie »); - kinderverpleegkundige (« infirmier(ière) puériculteur/trice »); - anesthesieverpleegkundige (« infirmier/ière anesthésiste »); - gediplomeerd masseur (« masseur/euse diplômé(e) »); - pedagogisch werker (« éducateur/trice »); Nederland : - dierenartsassistent, overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste 13 jaar, waarvan : i) hetzij ten minste drie jaar beroepsopleiding aan een gespecialiseerde school, afgesloten met een examen, eventueel aangevuld met een specialisatiecyclus van een of twee jaar, afgesloten met een examen; ii) hetzij ten minste tweeënhalf jaar beroepsopleiding aan een gespecialiseerde school, afgesloten meteen examen en aangevuld met een praktijkervaring van ten minste zes maanden of een beroepsstage van ten minste zes maanden aan een erkende instelling; iii) hetzij ten minste twee jaar beroepsopleiding aan een gespecialiseerde school, afgesloten met een examen en aangevuld met een praktijkervaring van ten minste een jaar of een beroepsstage van ten minste een jaar aan een erkende instelling; iv) of, in het geval van de dierenartsassistent, drie jaar beroepsopleiding aan een gespecialiseerde school (MBO-stelsel) of drie jaar beroepsopleiding in het leerlingwezen (LLW), die beide worden afgesloten met een examen; Oostenrijk : - speciale basisopleiding kinder- en jeugdzorg (« spezielle Grundausbildung in der Kinder- und Jugendlichenpflege »); - speciale basisopleiding psychiatrische gezondheids- en ziekenzorg (« spezielle Grundausbildung in der psychiatrischen Gesundheits- und Krankenpflege »); - contactlenzenopticien (« Kontaktlinsenoptiker »; - pedicure (« Fusspfleger »); - audicien (« Hörgeräteakustiker »); - drogist (« Drogist »), overeenkomende met een onderwijs- en studiecyclus met een totale duur van minstens 14 jaar, waarvan ten minste vijf jaar opleiding in een gestructureerd kader, verdeeld in een leerlingschap van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk in een instelling voor beroepsonderwijs, en een praktische opleiding in het bedrijf, afgesloten met een beroepsexamen dat het recht verleent het beroep uit te oefenen en leerlingen op te leiden; - masseur (« Masseur », overeenkomende met een onderwijs- en studiecyclus met een totale duur van 14 jaar, waarvan vijf jaar opleiding in een gestructureerd kader, bestaande uit een leerlingschap van twee jaar, een praktische opleiding van twee jaar in het bedrijf en een opleidingscursus van een jaar die wordt afgesloten met een beroepsexamen dat het recht verleent het beroep uit te oefenen en leerlingen op te leiden; - kleuterleider (« Kindergärtnerin »); - pedagogisch werker (« Erzieher », overeenkomende met een onderwijs- en studiecyclus met een totale duur van 13 jaar, waarvan vijf jaar beroepsopleiding aan een gespecialiseerde school, afgesloten met een examen; Slowakije : - leraar afdeling dans in basisscholen voor kunstonderwijs (« ucitel' v tanecnom odbore na zàkladnych umeleckych « skolàch »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste 14,5 jaar, waarvan gedurende acht jaar basisonderwijs, gedurende vier jaar een opleiding in een gespecialiseerde secundaire school en een studiecyclus danspedagogie van vijf semesters wordt gevolgd; - educatief medewerker in educatieve en sociale centra (« vychovàvatel' v speciàlnych vychovnych zariadeniach a v zariadeniach sociàlnych sluzieb »), overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van ten minste 14 jaar, waarvan gedurende acht à negen jaar basisonderwijs en gedurende vier jaar een opleiding in een secundaire school voor pedagogie of een andere secundaire school en twee jaar aanvullend deeltijds pedagogisch onderwijs wordt …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.