📄 Wettekst
26 JANUARI 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones en tot wijziging van het
koninklijk besluit van 18 november 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit waarvan ik de eer heb het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen beoogt de uitvoering van artikel 106 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
sluiten betreffende de Civiele veiligheid.
De toepassing van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones sedert 1 januari 2015 heeft aangetoond dat het noodzakelijk is de tekst op een aantal punten aan te passen.
Artikel 1 Dit artikel voegt een begrip, gebruikt in het voorliggend ontwerp, toe in de definities.
Artikel 2 Dit artikel voegt toe dat de raad ook kan kiezen om een vacature in te vullen door een procedure van overgang van het brandweerpersoneel naar het ambulancepersoneel, of omgekeerd. Deze overgang wordt uitgewerkt in het koninklijk besluit van 26 januari 2018 betreffende de overgang van het operationeel personeel van de hulpverleningszones van het brandweerpersoneel naar het ambulancepersoneel en vice versa.
Artikel 3 Dit artikel regelt de hiërarchie ingeval van gelijke graadanciënniteit.
Artikel 4 Dit artikel strekt ertoe rekening te houden met personeelsleden die werken in een gemiddelde arbeidsduurregeling van meer dan 38 uur per week (uitdovend systeem). In dergelijk geval moeten de 76 prestatie-uren gelezen worden als 10 x 1/5 van de arbeidsregeling per week.
Artikel 5 Sommige gelegenheden vallen buiten de diensturen, maar de commandant moet zijn toestemming geven voor het dragen van het uitgaanstenue. Het gaat bvb. over activiteiten van de vriendenkring of de vereniging van brandweerlieden, opendeurdag, sportcompetitie/spelen, activiteiten van de jeugdbrandweer, trouwfeest, begrafenis-ceremonie, ...
Wanneer er gesproken wordt van de "commandant of zijn afgevaardigde" dan moet dit als volgt begrepen worden. Er is geen procedure vastgelegd voor de aanduiding van de afgevaardigde van de zonecommandant. De zonecommandant kan zelf één of meerdere personen aanduiden. Hij kan dit doen in functie van de materie waarover het gaat. B.v. hij kan iemand als afgevaardigde aanduiden voor de operationele kant en iemand voor administratieve zaken. Hij doet dit zo transparant en duidelijk mogelijk, b.v. via dienstnota. Het is ook mogelijk dat hij voor bepaalde aspecten iemand van het administratief personeel aanduidt als zijn afgevaardigde.
Artikel 6 Dit artikel verduidelijkt het feit dat de officieren verplicht zijn om deel te nemen aan een wachtrol in functie van de organisatie van de dienst.
Zo een oproepbaarheidsdienst geeft geen recht op een toelage of premie. Enkel de daadwerkelijke prestaties geleverd tijdens een oproepbaarheidsdienst worden geteld per minuut en geven recht op de betaling van de premie voor operationaliteit en voor onregelmatige prestaties.
Artikel 7 Er wordt voorzien in de mogelijkheid om aan te werven in het middenkader in de graad van sergeant. Deze bijkomende instroommogelijkheid kan enkel gebruikt worden ingeval er onvoldoende laureaten zijn via een procedure van bevordering om te beschikken over het nodige aantal sergeanten. De zone kan uiteraard ook eerst kandidaten zoeken via mobiliteit of professionalisering, maar is hiertoe niet verplicht.
Artikel 8 Een aantal wijzigingen zijn vereist ten gevolge van de mogelijkheid tot aanwerving in de graad van sergeant.
Dit artikel bepaalt ook dat indien de zone zelf de federale geschiktheidsproeven (FGA) organiseert, zij een aantal plaatsen kan reserveren voor kandidaten voor haar eigen vacatures. Dit om te vermijden dat de financiële inspanning van een zone die op korte termijn wil aanwerven en niet kan wachten op de organisatie van het FGA door een opleidingscentrum, haar doel voorbij schiet.
Dit artikel wijzigt ook een aantal bepalingen inzake het FGA. De testen van het FGA worden georganiseerd in twee modules : de competentietest en de operationele handvaardigheidstest vormt een module, de lichamelijke geschiktheidsproeven vormt een andere module.
Indien men geslaagd is voor de testen van de ene module, zal men deze niet meer opnieuw moeten afleggen, rekening houdend met de beperkte geldigheid van de lichamelijke geschiktheidsproeven.
Bovendien wordt de termijn voor inschrijving op 30 dagen gebracht voor alle procedures.
Artikel 9 Indien iemand niet deelneemt aan een geschiktheidsproef waarvoor hij zich ingeschreven heeft, wordt hij als niet-geslaagd beschouwd en geldt de wachttermijn van 6 maanden. Enerzijds kan het gebeuren dat een kandidaat niet kan deelnemen aan een proef omwille van een plotse en onverwachte gebeurtenis (b.v. ziekte, ongeval, ...), anderzijds kan het gebeuren dat hij wel kan deelnemen aan de proef, maar niet slaagt omwille van een plotse en onverwachte gebeurtenis (b.v. ziekte, ongeval, ...). Indien men niet deelgenomen heeft of niet geslaagd is wegens overmacht, vastgesteld door de directeur van het opleidingscentrum, geldt de wachttermijn van 6 maanden niet.
Artikel 10 Dit artikel bevat een wijziging vereist door de mogelijkheid tot aanwerven in de graad van sergeant.
Dit artikel bevat ook twee technische verduidelijkingen : enerzijds worden de verplichte vermeldingen bij een oproep tot kandidaten en de termijn voor inschrijving zo veel mogelijk gelijk gesteld bij een procedure tot aanwerving, bevordering, mobiliteit en professionalisering; anderzijds kan de zone ook een aanwervingsprocedure starten voor de loutere aanleg van een reserve.
Artikel 11 Dit artikel bevat een wijziging vereist door de mogelijkheid tot aanwerven in de graad van sergeant.
Dit artikel bevat een technische verbetering met betrekking tot de inhoud van het vergelijkend examen bij aanwerving. De zone krijgt meer autonomie om de inhoud van de proeven te bepalen. De zone kan kiezen om enkel een interview te doen, of ook andere proeven te organiseren.
Indien de zone dit wil kunnen de proeven eliminerend zijn, zodanig dat kandidaten die niet slagen voor een eerste proef niet meer kunnen deelnemen aan de volgende proef. Een vergelijkende selectie kan dus meerdere opeenvolgende proeven omvatten waarbij de kandidaat enkel tot de volgende proef wordt toegelaten op voorwaarde dat hij geslaagd is voor de vorige. In dit geval wordt de rangschikking enkel vastgelegd op basis van de resultaten van de proeven die niet eliminerend waren.
Het is niet de bedoeling dat de zone dezelfde competenties test als deze die reeds getest werden bij het afleggen van het FGA. De aanwervingsprocedure moet niet onnodig verzwaard worden door de bijkomende proeven.
Artikel 12 Dit hoofdstuk bevat de nodige bepalingen voor de aanwervingsprocedure in de graad van sergeant.
Artikel 13 Dit artikel bevat een technische verbetering met betrekking tot de inhoud van het vergelijkend examen bij aanwerving. De zone krijgt meer autonomie om de inhoud van de proeven te bepalen.
Artikel 14 Dit artikel heeft als doel enkel de kandidaten die toegelaten worden tot de stage aan het eliminerend medisch onderzoek te onderwerpen. Het doel is om het moment van het medisch onderzoek te verplaatsen zodat het plaatsvindt juist voor de indiensttreding.
Dit artikel bevat ook een verduidelijking dat de stagiairs die volgens hun graad, m.n. de kapitein en sergeant, de leiding van de operaties kunnen nemen, dit slechts kunnen doen voor zover hun theoretische en praktische opleiding dat toelaat. De stagiair sergeant of de stagiair kapitein kan in elk geval nooit alleen verantwoordelijk zijn voor de leiding van de operaties, maar kan dit wel opnemen onder toezicht. Het is dus niet de bedoeling dat een stagiair-sergeant de leiding zal nemen tijdens een brandinterventie, maar wel bij een kleinere interventie, b.v. een eenvoudige technische hulpverleningsopdracht.
Artikel 15 Dit artikel bevat een technische verbetering die rekening houdt met het werken in continudienst.
Artikel 16 Dit artikel bevat een wijziging vereist door de mogelijkheid tot aanwerven in de graad van sergeant.
Het is ten zeerste aangeraden dat er in het zonale personeelsplan een afstemming gebeurt tussen de voorwaarden bij bevordering en de voorwaarden bij aanwerving met betrekking tot het beschikken/behouden van een rijbewijs C en een brevet ambulancier.
Artikel 17 Dit artikel bevat een verduidelijking dat de stagiairs die volgens hun graad de leiding van de operaties kunnen nemen, dit slechts kunnen doen voor zover hun theoretische en praktische opleiding dat toelaat.
Artikel 18 Dit artikel bevat een technische verbetering. De geheime stemming is niet compatibel met de doorslaggevende stem van de voorzitter.
Bovendien is het ook niet noodzakelijk en bijgevolg wordt het geschrapt.
Artikel 19 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 20 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 21 Dit artikel bevat twee technische verduidelijkingen : enerzijds worden de verplichte vermeldingen bij een oproep tot kandidaten en de termijn voor inschrijving zo veel mogelijk gelijk gesteld bij een procedure tot aanwerving, bevordering, mobiliteit en professionalisering; anderzijds kan de zone ook een bevorderingsprocedure starten voor de loutere aanleg van een reserve.
Daarnaast wordt niet meer vereist dat een kandidatuur formeel moet gemotiveerd worden.
Artikelen 22 en 23 Artikel 22 strekt ertoe de diplomavoorwaarde van niveau A te schrappen voor wat betreft de bevordering in de graden van kapitein, majoor en kolonel. De diplomavoorwaarde wordt nog steeds gesteld voor de aanwerving als kapitein en als sergeant, maar voor de verdere administratieve loopbaan wordt geen diplomavoorwaarde meer gesteld.
Personeelsleden moeten hun loopbaan kunnen vervolgen op basis van ervaring, opleiding en capaciteiten.
Niettemin moet ervoor gezorgd worden dat de voorwaarden voor bevordering en aanwerving gelijkwaardig zijn. Daarom wordt bepaald dat het bevorderingsexamen minstens de federale competentietest bedoeld in artikel 35, § 3 van het overeenstemmend kader moet bevatten. Wie wil bevorderen tot sergeant moet dus slagen in de federale competentietest voor het middenkader. Wie wil bevorderen tot kapitein moet dus slagen in de federale competentietest voor het hoger kader bedoeld. De luitenanten die rechtstreeks willen bevorderen tot majoor, moeten eerst de competentietest afleggen alvorens ze kunnen deelnemen aan de bevorderingsproef, aangezien zij niet eerder geslaagd zijn in deze test.
Bijkomend wordt verduidelijkt dat de deelname aan het bevorderingsexamen voor de beroepspersoneelsleden onder de arbeidstijd valt. Voor de vrijwilligers wordt dit geregeld via wijziging van artikel 174 van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten.
Bovendien wordt er als bevorderingsvoorwaarde voor alle graden toegevoegd dat men geen lopende tuchtsancties mag hebben. Met andere woorden, alle tuchtsancties moeten doorgehaald zijn.
Er wordt ook toegevoegd dat de laureaten die opgenomen werden in een reserve niet kunnen worden aangesteld door de raad als ze, tijdens of na de bevorderingsprocedure, een tuchtsanctie krijgen die anders is dan de blaam of de berisping.
In afwachting van een eventueel ministerieel besluit waarin de inhoud en de modaliteiten van de bevorderingsproeven bepaald worden, kunnen, indien de zone dit wil, de proeven eliminerend zijn, zodanig dat kandidaten die niet slagen voor een eerste proef niet meer kunnen deelnemen aan de volgende proef. Een vergelijkende selectie kan dus meerdere opeenvolgende proeven omvatten waarbij de kandidaat enkel tot de volgende proef wordt toegelaten op voorwaarde dat hij geslaagd is voor de vorige. In dit geval wordt de rangschikking enkel vastgelegd op basis van de resultaten van de proeven die niet eliminerend waren.
Artikel 24 Dit artikel bevat een technische verbetering die rekening houdt met het werken in continudienst.
Artikelen 25 tot 27 Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de procedure voor mobiliteit voor beroepsleden en de procedure voor mobiliteit voor vrijwillige personeelsleden.
In overeenstemming met het samenwerkingsakkoord tot uitvoering van artikel 306, § 2, van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten, wordt ook de mobiliteit voor personeelsleden met tussenliggende graden van de Brusselse brandweer geregeld.
Artikel 28 Dit artikel bevat twee technische verduidelijkingen : enerzijds worden de verplichte vermeldingen bij een oproep tot kandidaten en de termijn voor inschrijving zo veel mogelijk gelijk gesteld bij een procedure tot aanwerving, bevordering, mobiliteit en professionalisering; anderzijds kan de zone ook een mobiliteitsprocedure starten voor de loutere aanleg van een reserve.
Daarnaast wordt niet meer vereist dat een kandidatuur formeel moet gemotiveerd worden.
Artikel 29 Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de procedure voor mobiliteit voor beroepsleden en de procedure voor mobiliteit voor vrijwillige personeelsleden.
Bovendien wordt er als mobiliteitsvoorwaarde toegevoegd dat men geen lopende tuchtsancties mag hebben. Met andere woorden, alle tuchtsancties moeten doorgehaald zijn.
Artikel 30 De mobiliteitsproef wordt een vergelijkend examen met de mogelijkheid tot aanleg van een reserve.
Er wordt ook toegevoegd dat de laureaten die opgenomen werden in een reserve niet kunnen worden aangesteld door de raad als ze, tijdens of na de bevorderingsprocedure, een tuchtsanctie krijgen die anders is dan de blaam of de berisping.
Artikel 31 Dit artikel bevat een technische verbetering die rekening houdt met het werken in continudienst en een aanpassing die het gevolg is van het creëren van een specifieke mobiliteitsprocedure voor vrijwillige brandweerlieden.
Artikel 32 Er wordt een specifieke mobiliteitsprocedure uitgewerkt voor vrijwillige personeelsleden. Vrijwilligers maken meestal gebruik van mobiliteit in geval van een verhuis. De uitgewerkte procedure heeft als doel om de vrijwilligers zo vlot mogelijk over te plaatsen van de ene zone naar de andere, op hun verzoek. Zodoende wordt de ervaring en opleiding van het vrijwillig personeel zo maximaal mogelijk gerecupereerd binnen de zones.
Er kan geen proef voorzien worden, maar er is wel een stage die inhoudelijk dezelfde is als voor het beroepspersoneel.
Een vrijwilliger kan kiezen voor mobiliteit in dezelfde of in een lagere graad.
Deze bepaling is niet van toepassing op een zone of post van een zone die enkel met beroepsleden werkt.
Artikel 33 Dit artikel bevat twee technische verduidelijkingen : enerzijds worden de verplichte vermeldingen bij een oproep tot kandidaten en de termijn voor inschrijving zo veel mogelijk gelijk gesteld bij een procedure tot aanwerving, bevordering, mobiliteit en professionalisering; anderzijds kan de zone ook een mobiliteitsprocedure starten voor de loutere aanleg van een reserve.
Daarnaast wordt niet meer vereist dat een kandidatuur formeel moet gemotiveerd worden.
Artikel 34 Er wordt als voorwaarde voor bevordering door mobiliteit toegevoegd dat men geen lopende tuchtsancties mag hebben. Met andere woorden, alle tuchtsancties moeten doorgehaald zijn.
Artikel 35 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 36 Dit artikel strekt ertoe professionalisering ook toe te laten vanuit een hogere graad. Dat betekent bijvoorbeeld dat een vrijwillig sergeant zich kandidaat kan stellen voor een plaats van brandweerman opengesteld via professionalisering.
Artikel 37 Dit artikel bevat twee technische verduidelijkingen : enerzijds worden de verplichte vermeldingen bij een oproep tot kandidaten en de termijn voor inschrijving zo veel mogelijk gelijk gesteld bij een procedure tot aanwerving, bevordering, mobiliteit en professionalisering; anderzijds kan de zone ook een professionaliseringsprocedure starten voor de loutere aanleg van een reserve.
Daarnaast wordt niet meer vereist dat een kandidatuur formeel moet gemotiveerd worden.
Artikel 38 De eerste wijziging is het gevolg van de mogelijkheid tot professionalisering vanuit een hogere graad.
De tweede wijziging maakt van het modulecertificaat "Competentiemanagement en evaluatie" een attestopleiding, zodat personeelsleden die deze opleiding volgen buiten een brevetopleiding dit niet hoeven te hernieuwen na 10 jaar. De personeelsleden die het brevet MO1 of OFF2 behalen waarvan het modulecertificaat een onderdeel uitmaakt, genieten al een onbeperkte geldigheid van de opleiding.
Bovendien laat dit toe dat administratief personeel van de hulpverleningszones de attestopleiding kan volgen, en desgevallend de functie van procesbewaker inzake evaluatie kan uitoefenen.
Ten derde wordt als voorwaarde voor professionalisering toegevoegd dat men geen lopende tuchtsancties mag hebben. Met andere woorden, alle tuchtsancties moeten doorgehaald zijn.
Artikel 39 De professionaliseringsproef wordt een vergelijkend examen met de mogelijkheid tot aanleg van een reserve.
Er wordt ook toegevoegd dat de laureaten die opgenomen werden in een reserve niet kunnen worden aangesteld door de raad als ze, tijdens of na de bevorderingsprocedure, een tuchtsanctie krijgen die anders is dan de blaam of de berisping.
Artikel 40 Dit artikel bevat een technische verbetering die rekening houdt met het werken in continudienst.
Artikel 41 Dit artikel bevat twee technische verduidelijkingen : enerzijds worden de verplichte vermeldingen bij een oproep tot kandidaten en de termijn voor inschrijving zo veel mogelijk gelijk gesteld bij een procedure tot aanwerving, bevordering, mobiliteit en professionalisering; anderzijds kan de zone ook een professionaliseringsprocedure starten voor de loutere aanleg van een reserve.
Daarnaast wordt niet meer vereist dat een kandidatuur formeel moet gemotiveerd worden.
Artikel 42 Dit artikel bevat een technische verduidelijking vanaf wanneer het personeelslid een aanvraag voor eindeloopbaanregime kan indienen.
Artikel 43 Dit artikel strekt ertoe de berekening van het wachtgeld te verduidelijken indien de betrokkene tijdens de laatste 5 jaar een vervangingsinkomen genoot. Het gaat o.m. om de volgende gevallen : vergoeding voor tijdelijke ongeschiktheid voor arbeidsongeval, disponibiliteit wegens ziekte, of andere onbetaalde verloven, ...
Dit artikel verduidelijkt dat de ontvangen premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties ontvangen voor de bijkomende uren (opt-out) bedoeld in artikel 7 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
23/07/2014
numac
2014000570
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot vaststelling van bepaalde aspecten van de arbeidstijd van de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones en van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp en tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
30/10/2014
numac
2014000783
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot vaststelling van bepaalde aspecten van de arbeidstijd van de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones en van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp en tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid. - Duitse vertaling
sluiten tot vaststelling van bepaalde aspecten van de arbeidstijd niet in aanmerking genomen wordt voor de berekening van het wachtgeld.
Artikel 44 Het personeelslid heeft de mogelijkheid om vrijstelling te vragen voor reeds gevolgde uren voortgezette opleiding bij een andere zone. Het is aangewezen dat het personeelslid dat beroeps en vrijwilliger is in twee zones, de opleiding volgt in zijn arbeidstijd als beroeps en de vrijstelling aanvraagt in de zone waar hij vrijwilliger is. Indien het personeelslid vrijwilliger is in twee verschillende zones, kan het personeelslid kiezen waar hij zijn aanvraag wil indienen.
Daarnaast wordt een oplossing geboden voor de personeelsleden die langdurig afwezig zijn (wegens ziekte, loopbaanonderbreking, voltijdse detachering, politiek verlof,...) en moeilijk aan hun verplichtingen inzake permanente en voortgezette opleiding kunnen voldoen.
Personeelsleden die minder dan drie maanden afwezig zijn, dienen wel hun volledige aantal uren voortgezette opleiding voor dat jaar te volgen. De zone kan eventueel in een aangepast opleidingstraject voorzien indien zij dit nodig acht.
Personeelsleden die meer dan drie maanden afwezig zijn, worden pro rata van hun afwezigheid vrijgesteld van voortgezette opleiding, maar moeten deze wel het daaropvolgende jaar inhalen, dus bovenop de verplichte uren voor dat jaar. Niettemin geldt de verplichting om in te halen slechts maximaal voor de helft van het aantal verplichte uren voortgezette opleiding per jaar.
Personeelsleden die meer dan zes maanden afwezig zijn, worden ook pro rata van hun afwezigheid vrijgesteld van permanente opleiding, zonder dat deze uren moeten ingehaald worden, maar op voorwaarde dat men een aangepast permanent opleidingstraject volgt, afgesloten met een operationaliteitstest, alvorens weer ingezet te kunnen worden voor interventies.
Het te volgen opleidingstraject en de afsluitende operationaliteitstest moeten gebaseerd zijn op de functiebeschrijvingen van de betrokkene en moeten rekening houden met de duur van de afwezigheid. Het gaat eigenlijk om maatwerk dat afgestemd wordt op de noden van de zone en van het betrokken personeelslid, zodat deze laatste opnieuw kan ingezet worden mits respect van alle veiligheidsnormen. Het "inhaal"traject moet dus redelijk en proportioneel zijn.
Concreet betekent dit in een regime van 24u voortgezette opleiding : o iemand die 2 maand afwezig is in jaar X, moet 24u voortgezette opleiding volgen in jaar X en ook 24u permanente opleiding; o iemand die 4 maand afwezig is in jaar X, moet 16u voortgezette opleiding en 24u permanente opleiding volgen in jaar X. Hij dient in jaar X+1 (bijkomend op de 24u voor dat jaar) nog 8u voortgezette opleiding te volgen; o iemand die 8 maand afwezig is in jaar X, moet 8u voortgezette opleiding en 8u permanente opleiding volgen in jaar X, met een inhaaltraject en een operationaliteitstest bij zijn terugkeer. Hij dient in jaar X+1 (bijkomend op de 24u voor dat jaar) nog 12u (=16u, maar verminderd tot 12u) voortgezette opleiding te volgen.
Artikel 45 Dit artikel preciseert dat de verplaatsingstijd van de kazerne tot de plaats van de opleiding arbeidstijd is voor het beroepspersoneel, maar geen diensttijd is voor het vrijwillig personeel. Dit neemt niet weg dat een vrijwillig personeelslid toch gedekt wordt door de verzekering bij een ongeval op weg van of naar de opleiding, op basis van artikel 298 van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten. Dat betekent ook dat hij, op basis van artikel 3 van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones, een vergoeding krijgt voor de verplaatsingsonkosten, net als voor verplaatsingen voor vergaderingen, zendingen, ... binnen of buiten de zone.
Artikel 46 Volgens de artikelen 169 en 302, eerste lid, 3° van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten volgt ambtshalve ontslag na 2 negatieve evaluaties in een periode van 3 jaar. In dit artikel wordt verduidelijkt dat een lange afwezigheid na een eerste negatieve evaluatie deze periode van 3 jaar opschort.
Artikel 47 tot en met 50 Deze artikelen bevatten technische wijzigingen in het kader van de federale beroepskamer Artikel 51 Dit artikel strekt ertoe de deelname aan het bevorderingsexamen onder de diensttijd van de vrijwilligers te brengen. Voor het beroepspersoneel wordt dit geregeld in artikel 22 dat artikel 57 van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten wijzigt.
Artikel 52 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 53 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 54 Dit artikel bevat een technische correctie met retroactieve werking tot 1 januari 2015 of de datum van oprichting van de zone, indien die na 1 januari 2015 plaatsvond. De correctie verduidelijkt dat in geval van een loopbaanonderbreking van een beroepspersoneelslid de regels uit hoofdstuk IV van het KB van 7 mei 1999 betreffende de vervanging door een werkloze niet van toepassing zijn. Gelet op de risico's en de noodzakelijke opleiding verbonden aan het beroep van brandweerman is de vervanging door een werkloze immers niet realistisch.
Artikel 55 De erkenning als ernstige en langdurige ziekte wordt een bevoegdheid van Medex.
Artikel 56 Er wordt verduidelijkt dat het systeem van de verminderde prestaties wegens medische redenen in principe slechts één keer opeenvolgend (d.i. na een nieuwe afwezigheid van minimum 30 kalenderdagen) kan toegekend worden voor afwezigheid wegens dezelfde ziekte. Het systeem is bedoeld als overgangsperiode tussen een periode van ziekte en een voltijdse herinschakeling in zijn functie. Het systeem veronderstelt dus dat de maximumperiode van 6 maanden voldoende is om na afloop ervan terug het normale arbeidsregime aan te kunnen.
In zeer uitzonderlijke gevallen, waarin de genezing niet het normale verloop volgt of als er zich complicaties voordoen, kan het systeem een tweede keer toegekend worden, voor zover het wel zal leiden tot een herinschakeling in het voltijdse arbeidsritme. Indien het betrokken personeelslid het normale arbeidsregime niet terug zou kunnen opnemen na deze periode, moet onderzocht worden of het betrokken personeelslid nog medisch geschikt is om zijn functie uit te oefenen.
Artikel 57 Om rekening te houden met verschillende aanvragen in die zin, krijgt de raad de mogelijkheid om opschorting toe te laten voor kortere periodes dan 6 maanden.
Artikelen 58 en 63 Deze artikelen heffen de zin op : "de inhouding [van wedde] mag ook niet als effect hebben dat de wedde wordt teruggebracht tot een bedrag dat lager is dan het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen waarop het personeelslid recht zou hebben indien hij zou vallen onder het sociale zekerheidsregime van de loontrekkenden." Het is in de praktijk haast onmogelijk om het bedrag van deze theoretische werkloosheidsuitkeringen te berekenen. Bovendien is de bepaling vermeld in artikel 23, tweede lid, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers, waarnaar de artikelen 249, eerste zin, en 292, tweede lid, eerste zin, van het gewijzigde besluit verwijzen voldoende.
Artikel 59 Dit artikel verduidelijkt dat een informatieverslag niet altijd noodzakelijk is. De commandant kan rechtstreeks op de hoogte zijn van de feiten doordat hij bijvoorbeeld zelf getuige was van de feiten, op de hoogte gebracht wordt door het parket, ...
Artikel 60 In dit artikel wordt verduidelijkt dat een formele oproeping voor het verhoor bedoeld in artikel 262 nodig is bij het opstarten van een tuchtprocedure.
Artikel 61 Tot de inwerkingtreding van dit ontwerp van besluit bepaalde het tuchtstelsel dat als er een strafprocedure aan de gang was gelijktijdig met de tuchtprocedure, deze laatste automatisch opgeschort moest worden. Deze bepaling bracht in de praktijk zeer grote vertragingen met zich mee voor het verloop van de tuchtprocedures, hoofdzakelijk wegens de lange duur van de strafprocedures, die verbonden was aan de ernst van de feiten. Daaruit volgde dat het personeelslid tijdens het verloop van de strafprocedure enkel geschorst kon worden in het belang van de dienst, wat de enige mogelijke "bewarende" maatregel was die de overheid kon nemen. Het was pas na afloop van de strafprocedure dat de tuchtprocedure hervat mocht worden.
Deze wijziging neemt het ambtshalve karakter van de schorsing van de tuchtprocedure tijdens het verloop van de strafprocedure weg. De verantwoordelijkheid om de tuchtprocedure al dan niet voort te zetten behoort voortaan de tuchtoverheid toe. Voor zover de tuchtoverheid vindt dat de vastgestelde feiten voldoende duidelijk en voldoende bewezen zijn om een tuchtsanctie op te leggen kan ze autonoom beslissen om de tuchtprocedure verder te zetten en is het niet meer nodig te wachten op het resultaat van de strafprocedure. Als de overheid van mening is dat de feiten onvoldoende duidelijk of onvoldoende bewezen zijn, met als gevolg en risico dat er een verkeerde maatregel genomen wordt, kan ze steeds beslissen de tuchtprocedure te schorsen en te wachten op het resultaat van de strafprocedure.
Het doel van de maatregel is uiteraard om het, zelfs al er een strafvordering werd ingesteld, mogelijk te maken om de tuchtprocedures voort te zetten als er geen twijfel bestaat over de feiten die een tuchtstraf rechtvaardigen.
Artikel 62 Dit artikel verduidelijkt dat een nieuwe tuchtprocedure kan starten wanneer nieuwe feiten zich voordoen in de loop van een tuchtprocedure.
Artikel 64 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 65 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 66 Dit artikel bevat een technische verbetering. Aangezien er zowel in art. 304 als art. 305 van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten sprake is van eervol ontslag, moeten deze beide artikelen vermeld worden in de verwijzingen in art. 300 en 301 van hetzelfde besluit.
Artikel 67 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 68 Dit artikel is het gevolg van het invoegen van een aanwervingsmogelijkheid op het niveau sergeant.
Ontslag tijdens de stage zoals bedoeld in artikel 49 van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten zal ook volgen wanneer de stagiair zonder succes het maximum aantal keren examen afgelegd heeft zoals bedoeld in artikel 44, eerste lid van het
koninklijk besluit van 18 november 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten.
Artikel 69 Dit artikel voorziet dat een beroepslid dat vrijwillig ontslag neemt of via mobiliteit naar een andere zone gaat, kan vragen om benoemd te worden in zijn oorspronkelijke zone als vrijwillig personeelslid in dezelfde graad of een lagere graad. De voorwaarden en de verplichting om een stage te volbrengen zijn dezelfde als in het geval van een procedure van mobiliteit als vrijwilliger.
Artikel 70 In dit artikel wordt geregeld in welke uitzonderlijke gevallen een eervol ontslagen personeelslid zijn uitgangsuniform nog mag dragen.
Artikel 71 Dit artikel is het gevolg van het invoegen van twee extra evaluatieresultaten door het
koninklijk besluit van 8 oktober 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten1 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones.
Artikel 72 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikelen 73, 79, 80 en 85 Door de opheffing van de bevorderingsvoorwaarde om te beschikken over een diploma van niveau A, zijn de bepalingen betreffende de sociale promotie overbodig geworden en bijgevolg worden deze opgeheven.
Artikelen 74, 75 en 81 tot en met 84 Deze artikelen zijn het gevolg van het invoegen van een aanwervingsmogelijkheid op het niveau sergeant.
Artikelen 76 en 78 In deze artikelen wordt verduidelijkt dat de opleidingen die voorafgaand nodig zijn om toegang te krijgen tot de opleiding tot het behalen van respectievelijk het brevet BO2 en het brevet M02 ("delta-opleidingen"), dienen beschouwd te worden als brevetopleidingen. De regels inzake subsidiëring van de brevetten zijn dus ook van toepassing.
Artikel 77 Dit artikel is het gevolg van het invoegen van een aanwervingsmogelijkheid op het niveau sergeant. Dit artikel voegt een apart opleidingstraject in voor de personen die aangeworven worden op het niveau van sergeant.
Artikel 79 De eerste wijziging is identiek aan deze in art. 74 en de tweede aan deze in art. 38.
Artikel 86 Enerzijds behoudt dit artikel de gelijkstelling van het modulecertificaat van de module instructeur van het brevet van sergeant voor de stagedoende onderluitenants en het modulecertificaat van de module instructeur van het brevet van officier met het getuigschrift FOROP-1. Inhoudelijk en qua aantal uren zijn deze twee cursussen immers gelijkaardig aan het getuigschrift FOROP-1. Een gelijkstelling van deze twee cursussen met ook het getuigschrift FOROP-2 is dus niet volledig correct. Daarom wordt de gelijkstelling beperkt tot de personeelsleden die deze modulecertificaten reeds hadden voor de inwerkingtreding van het
koninklijk besluit van 18 november 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten.
Anderzijds voegt dit artikel een gelijkstelling toe. De attestopleiding "SAH Binnenbrandbestriiding" wordt gelijk gesteld met het modulecertificaat van de module Binnenbrandbestrijding van het brevet M Delta. De attestopleiding "SAH Technische hulpverlening" wordt gelijk gesteld met het modulecertificaat van de module Technische hulpverlening van het brevet M Delta." Deze opleidingen zijn immer qua inhoud en aantal uren zeer gelijklopend.
Artikel 87 Dit artikel vervangt bijlage 1 van het
koninklijk besluit van 18 november 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten. De aanpassingen zijn technisch van aard, ze hebben betrekking op de benaming van de brevetten B Delta en M Delta of hebben betrekking op de invoering van de mogelijkheid tot aanwerving op het niveau van de graad sergeant.
Artikel 88 Dit artikel vereist geen commentaar.
Artikel 89 Op het moment van de inwerkingtreding van het besluit mogen de nieuwe voorwaarden niet toegepast worden op de lopende procedures van bevordering, mobiliteit of professionalisering.
Artikel 90 In de jaren 2015 en 2016 bedroeg het aantal uren voortgezette opleiding slechts 6. In de praktijk leverde dit weinig problemen op wanneer iemand langdurig afwezig was. De 6u konden vrij eenvoudig worden ingehaald of het niet behalen kon omwille van overmacht worden gerechtvaardigd. Aangezien dit aantal uren vanaf 2017 verdubbeld werd en zal blijven stijgen om vanaf 2019 24u te bedragen, zal het moeilijker worden om aan deze verplichting te blijven voldoen wanneer men lang afwezig is. Daarom is het voordeliger voor de personeelsleden die lang afwezig zijn in 2017 om de maatregel met terugwerkende kracht toe te passen.
Artikel 91 Dit artikel vereist geen commentaar.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON
ADVIES 62.443/2 VAN 6 DECEMBER 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `TOT WIJZIGING VAN HET
KONINKLIJK BESLUIT VAN 19 APRIL 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten TOT BEPALING VAN ADMINISTRATIEF STATUUT VAN HET OPERATIONEEL PERSONEEL VAN DE HULPVERLENINGSZONES EN TOT WIJZIGING VAN HET
KONINKLIJK BESLUIT VAN 18 NOVEMBER 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten BETREFFENDE DE OPLEIDING VAN DE LEDEN VAN DE OPENBARE HULPDIENSTEN' Op 9 november 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eersteminister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones en tot wijziging van het
koninklijk besluit van 18 november 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 6 december 2017 .
De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en Wanda Vogel, staatsraden, Christian Behrendt en Marianne Dony, assessoren, en Charles-Henri Van Hove, toegevoegd griffier.
Het verslag is uitgebracht door Roger Wimmer, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot .
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 december 2017 .
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Onderzoek van het ontwerp 1. Het advies van de hoge raad voor opleiding bevindt zich niet in het dossier dat aan de Raad van State is overgezonden.Zoals de gemachtigde van de minister stelt, is dat advies geen verplicht vormvereiste.
De gemachtigde van de minister is het ermee eens dat het tiende lid van de aanhef moet worden weggelaten. 2. Aangezien het tweede lid van het ontworpen artikel 83/3, § 1 (artikel 32 van het ontwerp) zo is gesteld dat het personeelslid dat voor een mobiliteitsmaatregel in aanmerking wil komen rechtstreeks een aanvraag kan richten aan "de zone van zijn keuze", dient in de tweede zin van het eerste lid te worden gepreciseerd welke zoneraad zich uitspreekt. Dezelfde opmerking geldt voor het ontworpen artikel 303, § 2, (artikel 69 van het ontwerp). 3. In de Franse tekst van het ontworpen artikel 134, tweede lid (artikel 43 van het ontwerp) moet het woord "reçue" in de tweede en de derde zin worden ingevoegd na het woord "irrégulières". Voorts moet uit de presentatie van de Nederlandse tekst duidelijk blijken dat deze volledig binnen het tweede lid van het gewijzigde artikel 134 valt. 4. In het ontworpen artikel 162, § 2, zoals aangevuld bij artikel 46, dient de vermelding "302, 3° " te worden vervangen door de woorden "302, eerste lid, 3° ".5. Bij artikel 58 van het ontwerp wordt de volgende zin opgeheven in artikel 249 van het besluit van 19 april 2014: "De inhouding [van wedde] mag ook niet als effect hebben dat de wedde wordt teruggebracht tot een bedrag dat lager is dan het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen waarop het personeelslid recht zou hebben indien hij zou vallen onder het sociale zekerheidsregime van de loontrekkenden", en bij artikel 63 van het ontwerp wordt de volgende zin opgeheven in artikel 292, tweede lid, van het besluit van 19 april 2014: "Deze vermindering [van de wedde] mag de wedde ook niet terugbrengen tot een bedrag dat lager is dan het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen waarop het personeelslid recht zou hebben als het genoot van het socialezekerheidsstelsel van de werknemers". Volgens de gemachtigde van de minister blijkt het bedrag van die werkloosheidsuitkeringen zo goed als onmogelijk te berekenen.
Bovendien volstaat volgens hem de bepaling van artikel 23, tweede lid, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten `betreffende de bescherming van het loon der werknemers', waarnaar de artikelen 249, eerste zin, en 292, tweede lid, eerste zin, van het besluit dat gewijzigd wordt verwijzen.
Het verslag aan de Koning zou op dat punt moeten worden aangevuld. 6. In de Franse tekst van artikel 77 van het ontwerp schrijve men "Gestion des compétences" in plaats van "Management de compétence(s)", zoals in deel 5, punt 1, van de tabel "Formation en vue de l'obtention du brevet du cadre moyen MO1 par recrutement" die zich in de ontworpen bijlage bevindt. De griffier, Ch.H. VAN HOVE De voorzitter, P. VANDERNOOT
26 JANUARI 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones en tot wijziging van het
koninklijk besluit van 18 november 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
sluiten betreffende de civiele veiligheid, artikel 106;
Gelet op het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones;
Gelet op het
koninklijk besluit van 18 november 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/11/2015
pub.
07/12/2015
numac
2015000715
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten
sluiten betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijke besluiten;
Gelet op de betrokkenheid van de gewesten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 juni 2017;
Gelet op het akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 5 juli 2017;
Gelet op het protocol nr. 2017/06 van 29 juni 2017 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de
wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/2013
pub.
31/12/2013
numac
2013021138
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging
sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op advies 62.443/2 van de Raad van State, gegeven op 6 december 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones Artikel 1.Artikel 1, § 1, van het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000409
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
19/04/2014
pub.
01/10/2014
numac
2014000407
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones wordt aangevuld als volgt : "18° diploma van niveau B : diploma of getuigschrift dat toegang geeft tot de functies van niveau B binnen de federale overheidsdiensten bedoeld in bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel." Art. 2.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "of door professionalisering" vervangen door de woorden ", door professionalisering of door overgang bedoeld in het koninklijk besluit van 26 januari 2018 betreffende de overgang van het operationeel personeel van de hulpverleningszones van het brandweerpersoneel naar het ambulancepersoneel en vice versa ". Art. 3.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : "Ingeval van gelijke graadanciënniteit wordt het gezag uitgeoefend door het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit." Art. 4.In boek 1 van hetzelfde besluit wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. 7/1.Voor de toepassing van artikelen 40, § 2, eerste en tweede lid, 59, § 2, eerste en tweede lid, 74, § 2, eerste en tweede lid, 96, § 2, eerste en tweede lid en 190, derde lid, moet onder zesenzeventig prestatieuren begrepen worden tien keer de duur gelijk aan een vijfde van de arbeidsregeling per week." Art. 5.Artikel 8, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : "Het dragen van het uitgaanstenue buiten de diensturen is onderworpen aan de goedkeuring van de commandant of zijn afgevaardigde." Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 18/1 ingevoegd, luidende : "Art. 18/1.De personeelsleden die bekleed zijn met de graad van officier worden verplicht oproepbaarheidsdiensten uit te voeren in functie van de organisatie van de dienst." Art. 7.In artikel 34 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "in de graad van sergeant, voor wat betreft het middenkader" ingevoegd tussen de woorden "het basiskader," en "en in de graad van kapitein"; 2° er wordt een lid toegevoegd luidend als volgt : "De aanwerving in de graad van sergeant kan pas gebeuren bij gebrek aan voldoende laureaten in een procedure tot bevordering door verhoging in graad, bedoeld in titel 1 van boek 5." Art. 8.In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijke besluiten van 18 november 2015 en 9 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "voor het basis- en hoger kader als vermeld in artikel 5, 1° en 3° " vervangen door de woorden "voor het basis-, midden- en hoger kader als vermeld in artikel 5";2° in paragraaf 1/1, worden de woorden "voor het basis- en hoger kader als vermeld in artikel 5, 1° en 3° " vervangen door de woorden "voor het basis-, midden- en hoger kader als vermeld in artikel 5"; 3° in paragraaf 1/1, wordt het eerste lid aangevuld als volgt : "De zone kan voorrang geven aan kandidaten voor vacante betrekkingen van deze zone voor maximum twee derde van het aantal inschrijvingsplaatsen."; 4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "twintig" vervangen door het woord "dertig"; 5° in paragraaf 2, derde lid, wordt een bepaling onder een nieuw punt 1° /1 ingevoegd, luidende : 1° /1 voor het middenkader : de voorwaarden, vermeld in artikel 37/1, § 1, 1° tot 6° ;" 6° in paragraaf 3, 1°, wordt een streepje ingevoegd, tussen het eerste en het tweede streepje, dat het derde wordt, luidende "- gelijkwaardig aan deze vereist voor een diploma van niveau B, voor het middenkader;"; 7° in paragraaf 6, waarvan de bestaande tekst het eerste lid wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1) de woorden ", het middenkader" ingevoegd tussen de woorden "van het basiskader" en "of het hoger kader";2) een tweede lid wordt ingevoegd, luidend als volgt : "De geschiktheidsproeven worden georganiseerd onder de vorm van twee modules : 1) module 1 : de competentietest en de operationele handvaardigheidstest;2) module 2 : de lichamelijke geschiktheidsproeven. De kandidaten ontvangen een bewijs van deelname met vermelding "geslaagd" of "niet geslaagd" na elke module, met daarop de vermelding van de datum van het afleggen van de test."; 8° in paragraaf 8 worden de woorden "voor een betrekking van sergeant zoals bedoeld in artikel 37/1 of" ingevoegd tussen de woorden "die kandidaat is" en "voor een betrekking van kapitein zoals bedoeld in artikel 38"; 9° paragraaf 8 wordt aangevuld met een lid, luidende : "De kandidaat die een federaal geschiktheidsattest voor het middenkader behaald heeft en die kandidaat is voor een betrekking van kapitein zoals bedoeld in artikel 38, wordt vrijgesteld van de operationele handvaardigheidstest en de lichamelijke geschiktheidsproeven bedoeld in artikel 35, § 3, 2° en 3°, onverminderd de beperkte geldigheid van de lichamelijke geschiktheidsproeven, zoals bedoeld in artikel 35, § 6.". Art. 9.Artikel 35/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij
koninklijk besluit van 9 mei 2016Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2016
pub.
23/05/2016
numac
2016000319
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2016
pub.
23/05/2016
numac
2016000317
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones
sluiten, wordt aangevuld met de volgende woorden "behoudens overmacht beoordeeld door de directeur van het opleidingscentrum voor de civiele veiligheid.". Art. 10.In artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.