📄 Wettekst
5 FEBRUARI 2015. - Decreet betreffende de handelsvestigingen (1)
Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : BOEK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° « kleinhandelsvestiging » of « vestiging » de distributie-eenheid die gewoonlijk in eigen naam en voor eigen rekening handelswaar aan consumenten verkoopt zonder dat de handelswaar andere bewerkingen dan de in de handel gebruikelijke manipulaties ondergaat;2° « netto-handelsoppervlakte » : de oppervlakte die bestemd is voor de verkoop en toegankelijk is voor het publiek, de niet-overdekte oppervlakten inbegrepen.Bij uitbreiding is de netto-handelsoppervlakte die voor de toepassing van dit decreet in overweging wordt genomen, de totale oppervlakte na uitvoering van het project voor een handelsvestiging. Die oppervlakte bevat meer bepaald de kassazones, de zones gelegen achter de kassa's en de voorhal wanneer deze zones ook voor het uitstallen en de verkoop van handelswaar worden gebruikt; 3° « project voor een handelsvestiging » : a) een nieuwbouwproject waarin een kleinhandelsvestiging met een netto-handelsoppervlakte van meer dan 400 m2 gevestigd moet worden;b) een winkelcentrumproject dat beantwoordt aan de oppervlakte omschreven onder a), namelijk een verzameling kleinhandelsvestigingen die al dan niet in afzonderlijke gebouwen gelegen zijn, ongeacht of de promotor, eigenaar, uitbater of vergunningshouder ervan éénzelfde persoon is of niet, die op één zelfde plaats gelegen zijn en tussen welke er een juridische of feitelijke band bestaat, met name op financieel, commercieel of materieel vlak of die onderworpen zijn aan een gemeenschappelijke overlegprocedure voor stedenbouwkundige, leefmilieu of globale vergunningen;c) een uitbreidingsproject voor een kleinhandelsvestiging of een winkelcentrum dat reeds de oppervlakte onder a) bereikt heeft of deze oppervlakte zal overschrijden door de uitvoering van het project;d) een project voor de uitbating van één of meerdere kleinhandelsvestigingen of een winkelcentrum dat beantwoordt aan de oppervlakte omschreven onder a) in een bestaand pand dat voorheen niet was gebruikt voor een handelsactiviteit;e) een project voor de ingrijpende wijziging van de aard van de handelsactiviteit van een kleinhandelsvestiging of een winkelcentrum in een pand dat reeds voor handelsdoeleinden wordt gebruikt en dat gelijk is aan de oppervlakte omschreven onder a);4° « vergunning voor een handelsvestiging » : de beslissing van de bevoegde overheid voor een project voor een handelsvestiging, afgeleverd na afloop van de procedure bedoeld in Titel I van Boek III, hoofdstukken V en VI uitgezonderd;5° « geïntegreerd project » : het project waarvoor op het ogenblik van de indiening van de vergunningsaanvraag blijkt dat er voor de uitvoering ervan nodig is, ofwel : a) een vergunning voor een handelsvestiging en een globale vergunning in de zin van artikel 1, 12°, van het decreet betreffende de milieuvergunning;b) een vergunning voor een handelsvestiging en een milieuvergunning in de zin van artikel 1, 1°, van het decreet betreffende de milieuvergunning;c) een vergunning voor een handelsvestiging en een stedenbouwkundige vergunning in de zin van de artikelen 84 en 127 van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie;6° « geïntegreerde vergunning » : de beslissing van de bevoegde overheid voor een geïntegreerd project, afgeleverd na afloop van de procedure bedoeld in Titel II van Boek III, die in de plaats treedt van : a) ofwel een vergunning voor een handelsvestiging in de zin van dit decreet en voor een globale vergunning in de zin van artikel 1, 12°, van het decreet betreffende de milieuvergunning;b) ofwel een vergunning voor een handelsvestiging en een milieuvergunning in de zin van artikel 1, 1°, van het decreet betreffende de milieuvergunning;c) ofwel een vergunning voor een handelsvestiging en een stedenbouwkundige vergunning in de zin van de artikelen 84 en 127 van het Wetboek;7° « project voor een tijdelijke handelsvestiging » : project voor een handelsvestiging die beperkt is tot twee maanden;8° « herstel in oorspronkelijke staat » : reeks verrichtingen met het oog op de wederopname van de vestiging in haar omgeving, gelet op de herbestemming ervan voor functioneel gebruik en/of, in voorkomend geval, op het wegnemen van de risico's op vervuiling voortvloeiende uit laatstgenoemde.Voor de bodem betreft het herstel in oorspronkelijke staat het herstel voortvloeiend uit de verplichtingen van artikel 18 van het decreet betreffende het bodembeheer; 9° « dossier van de milieueffectenbeoordeling » : de korte uiteenzetting of het milieueffectenonderzoek vereist krachtens de wetgeving tot organisatie van de milieueffectenbeoordeling in het Waalse Gewest;10° « bevoegde overheid » : overheid die gemachtigd is om de aanmelding in ontvangst te nemen, de vergunning voor een handelsvestiging of de geïntegreerde vergunning af te leveren;11° « ambtenaar bevoegd voor handelsvestigingen » : de door de Regering aangewezen ambtenaar die gemachtigd is voor de doeleinden nader bepaald bij dit decreet;12° « decreet betreffende de milieuvergunning » : het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning;13° « technisch ambtenaar » : de ambtenaar of de ambtenaren, aangewezen door de Regering in de zin van het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning;14° « Wetboek » : het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie;15° « gemachtigd ambtenaar » : de ambtenaar of de ambtenaren gemachtigd door de Regering in de zin van het Wetboek. HOOFDSTUK II. - Waarnemingscentrum voor de handel Afdeling 1. - Rol
Art. 2.§ 1. Er wordt een Waarnemingscentrum voor de Handel opgericht. § 2. Het Waarnemingscentrum voor de Handel heeft als opdracht het uitbrengen van verslagen, adviezen, bemerkingen, suggesties en voorstellen in de hypotheses bedoeld in dit decreet. Art. 3.§ 1. De Regering wint het advies in van het Waarnemingscentrum voor de Handel op de voorontwerpen van decreet, evenals op de ontwerp-besluiten betreffende de aangelegenheden bedoeld in dit decreet, behoudens bijzonder gemotiveerd geval van dringende noodzakelijkheid. Het Waarnemingscentrum voor de Handel brengt zijn advies uit binnen de dertig dagen na aanvraag ervan. Wordt er geen advies verzonden in de toegekende termijn, dan wordt het advies gunstig geacht. § 2. Onverminderd de andere opdrachten die het Waarnemingscentrum voor de Handel bij of krachtens dit decreet toevertrouwd worden, worden volgende verslagen in overleg met de ambtenaar bevoegd voor handelsvestigingen uiterlijk zes maanden voor het einde van elke legislatuur of op verzoek van de Regering voorgelegd : 1° een activiteitenverslag;2° een gemotiveerd verslag over de evolutie van het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling;3° een gemotiveerd verslag over de gemeentelijke plannen voor handelsontwikkeling. Afdeling 2. - Samenstelling en werking
Art. 4.§ 1. De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling en de werking van het Waarnemingscentrum voor de handel door de toepassing van volgende principes vast te leggen : 1° de vertegenwoordiging van de adviesverlenende instanties bevoegd voor economische, sociale zaken, leefmilieu, huisvesting en mobiliteit waarvan de lijst door de Regering is vastgesteld;2° een vertegenwoordiger van het bestuur bevoegd voor handelsvestigingen;3° de aanwijzing van twee onafhankelijke deskundigen voor elk criterium voor de aflevering bedoeld in artikel 44. § 2. De gewone en plaatsvervangende leden van het Waarnemingscentrum voor de Handel worden door de Regering aangewezen op de voordracht van de "Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-Economische Raad van Wallonië). Elk mandaat heeft een duur van zes jaar te rekenen van het benoemingsbesluit en is hernieuwbaar. Bij openvallen van een mandaat voor afloop ervan wordt de opvolger voor de resterende looptijd van het mandaat benoemd. Art. 5.Het Waarnemingscentrum voor de handel wordt bijgestaan door een vast secretariaat. Tot de opdrachten van laatstgenoemde behoort de voorbereiding van de verslagen bedoeld in artikel 3, § 2. Art. 6.§ 1. De Regering kan de inrichting en de werkingsregels van het Waarnemingscentrum vastleggen, evenals de bezoldiging van zijn leden, de besprekings- en beslissingsregels en de onverenigbaarheidsregels. § 2. De Regering bepaalt de samenstellings- en werkingsregels van het vast secretariaat. HOOFDSTUK III. - Beroepscommissie Afdeling 1. - Rol
Art. 7.Er wordt een beroepscommissie opgericht, bevoegd voor de overeenkomstig dit decreet ingestelde beroepen. Afdeling 2. - Samenstelling en werking
Art. 8.§ 1. De beroepscommissie is samengesteld uit de Ministers bevoegd voor economie, tewerkstelling, K.M.O.'s, leefmilieu, ruimtelijke ordening, stedenbouw en mobiliteit of hun gemachtigden.
Het voorzitterschap wordt uitgeoefend door de Minister bevoegd voor Economie. § 2. De beroepscommissie wordt bijgestaan door een secretariaat. Art. 9.De Regering bepaalt de inrichting, de werkingsregels en de besprekings- en beslissingsregels van de beroepscommissie.
De Regering bepaalt de samenstellings- en werkingsregels van het secretariaat bedoeld in artikel 8, § 2.
BOEK II. - Plannen voor handelsontwikkeling TITEL I. - Plannen Art. 10.De doelstellingen inzake handelsontwikkeling en de programmering ervan worden volgens twee ontwikkelingsplannen opgevat : 1° het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling voor Wallonië;2° het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling voor het gehele gemeentelijke grondgebied. TITEL II. - Gewestelijk plan voor handelsontwikkeling HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving Art. 11.Het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling bepaalt de beleidsinstrumenten voor de handelsontwikkeling, bestaande uit zowel kwantitatieve als kwalitatieve diagnoses en referenties waarmee de criteria voor de toekenning van de machtigingen voor handelsvestigingen objectief beoordeeld kunnen worden, evenals aanbevelingen voor de uitvoering en bijwerking ervan voor het gehele Waalse grondgebied. HOOFDSTUK II. - Inhoud Art. 12.Het plan bevat : 1° een diagnose van de handel in Wallonië;2° een analyse van de ontwikkelingsscenario's met of zonder regulering van de handel voor Wallonië ten opzichte van : (i) de bescherming van de consumenten en de dienstenontvangers; (ii) de bescherming van de stedelijke omgeving; (iii) de doelstellingen van het sociaal beleid; (iv) de bijdrage tot een duurzamere mobiliteit; 3° een beoordeling van de relevantie, de gepastheid en de proportionaliteit van de criteria voor de aflevering van machtigingen voor handelsvestigingen;4° aanbevelingen;5° de nadere uitvoeringsregels;6° de maatregelen voor de opvolging en de beoordeling van de uitvoering van het plan;7° een niet-technische samenvatting met de verschillende documenten. De Regering kan de inhoud van het plan nader bepalen en er andere elementen in vervatten inzake context, analyse, actualisering en uitvoering van de projecten voor handelsvestigingen, met inbegrip van relevante evaluerende kaart- of schaaldocumenten. HOOFDSTUK III. - Procedure Art. 13.§ 1. Het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling wordt door de Regering opgemaakt.
Het Waarnemingscentrum voor de Handel wordt ingelicht over de voorafgaande studies en kan te allen tijde de opmerkingen of voorstellen die zij nuttig acht, uitbrengen. § 2. De Regering neemt het ontwerp-plan aan dat aan de evaluatieprocedures van de milieugevolgen wordt onderworpen overeenkomstig de artikelen D.52 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek. § 3. De Regering onderwerpt het ontwerp-plan en het verslag over de milieueffecten aan een openbaar onderzoek volgens de modaliteiten van Titel III van Deel III van Boek I van het Milieuwetboek, en legt ze ter advies voor aan het Waarnemingscentrum van de Handel, de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable", de "Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-economische raad van Wallonië), de "Commission régionale d'Aménagement du Territoire" (gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening), de gemeenteraden en aan de personen en instanties die zij nodig acht te raadplegen. § 4. De adviezen worden binnen de vijfenveertig dagen na het einde van de termijn van het openbaar onderzoek aan de Regering overgemaakt.
Wordt er geen advies verzonden in de toegekende termijn, dan wordt het advies gunstig geacht. § 5. De Regering neemt het plan definitief aan, samen met de milieuverklaring bedoeld in artikel D.60 van Boek I van het Milieuwetboek. Voor het regeringsbesluit worden de bekendmakingsmaatregelen bedoeld in artikel D.29-21 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek genomen. HOOFDSTUK IV. - Opvolging van de effecten Art. 14.Het Waarnemingscentrum voor de Handel dient periodiek een verslag over de opvolging van de significante effecten die de tenuitvoerlegging van het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling heeft op het milieu en over de eventueel te treffen correctiemaatregelen bij de Regering in.
Het publiek wordt over het verslag bedoeld in vorig lid ingelicht volgens de nadere regels bedoeld in artikel L1133-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie. HOOFDSTUK V. - Herziening Art. 15.De bepalingen tot regeling van de opmaak van het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling zijn van toepassing op de herziening ervan.
Het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling wordt heronderzocht en desnoods om de vier jaar herzien. Het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling blijft tot aan de herziening ervan van kracht.
TITEL III. - Gemeentelijke plannen voor handelsontwikkeling HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving Art. 16.Het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling is een beleidsbepalend, evaluerend, beherend en programmerend document voor de handelsontwikkeling op het gehele gemeentelijk grondgebied. HOOFDSTUK II. - Inhoud Art. 17.Voor het geheel van het grondgebied van de gemeente vermeldt het plan : 1° een inventaris van de bestaande toestand, en hoe dan ook de inventaris van de leegstaande handelsruimtes op het gehele gemeentelijk grondgebied, en de beoordeling van het handelspotentieel, evenals de op het gemeentelijk grondgebied aangetroffen zwakke punten en drukfactoren;2° de opties en aanbevelingen voor de handelsontwikkeling van het gehele of gedeeltelijke gemeentelijk grondgebied;a) de doelstellingen van de ontwikkeling van de handel volgens de vastgestelde prioriteiten;b) de prioritaire vestiging van de handelsuitrustingen en -infrastructuren met het oog met name op een betere integratie ervan in de stedelijke omgeving;c) de algemene oriëntaties bestemd om de verkeersstromen op elkaar af te stemmen en een duurzame mobiliteit te begunstigen;d) de algemene oriëntaties om kwaliteitsvolle tewerkstelling in de gemeente voorrang te geven;e) een omschrijving van het verband met andere relevante plannen of programma's;3° de programmering van de ontsluiting van sommige gebieden en/of de uitvoering van inrichtingsmaatregelen, de ligging van de hoofduitrustingen en -infrastructuren en het beheer van de plaatselijke verkeersbewegingen;4° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals de vermoedelijke evolutie ervan indien het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling niet ten uitvoer wordt gebracht;5° de relevante doelstellingen in functie van de criteria voor het afleveren van de handelsvestigingsvergunningen en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opmaak van het plan;6° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;7° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 6° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;8° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de gerezen problemen;9° de maatregelen die in overweging worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling;10° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. Het gemeentelijke plan voor handelsontwikkeling kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en, in het bijzonder, bij de aanneming van andere planologische instrumenten.
In voorkomend geval wordt de milieueffectenrapportage, uitgevoerd in het kader van de procedure bedoeld in artikel 19, opgenomen in de inhoud van het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling en vervangt hij de maatregelen bedoeld in lid 1, 6° en 7°.
De Regering kan de inhoud van de gemeentelijke plannen voor handelsontwikkeling nader bepalen. Art. 18.Wanneer de omstandigheden het vereisen, kunnen meerdere gemeenten in overleg, elk voor wat haar betreft, een gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling opmaken. In dat geval is het milieueffectenrapport bedoeld in artikel 19 gemeenschappelijk en heeft het betrekking op de effecten van de verschillende ontwerp-plannen. De gemeenteraden wijzen dezelfde persoon aan voor de opmaak van de ontwerpplannen. Het openbaar onderzoek en de raadplegingen, bedoeld in artikel 19, gebeuren tegelijk voor de verschillende plannen.
Daarnaast kunnen de betrokken gemeenten hun adviesverlenende commissies inzake ruimtelijke ordening en mobiliteit verzoeken om gezamenlijke werkvergaderingen te houden. HOOFDSTUK III. - Procedure Art. 19.§ 1. Het plan wordt op grond van een diagnose opgemaakt op initiatief van de gemeenteraad. § 2. De gemeenteraad stelt de natuurlijke dan wel de privaat- of publiekrechtelijke rechtspersonen aan, onder de personen erkend overeenkomstig artikel 22, die hij belast met de opmaak van het ontwerp-plan en de natuurlijke dan wel de privaat- of publiekrechtelijke rechtspersonen die hij belast met het opstellen van het milieueffectenrapport overeenkomstig artikelen D.52 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek.
De gemeenteraad kan eenzelfde persoon aanwijzen die belast is met de opmaak van het ontwerp-plan en het opstellen van het milieueffectenrapport.
De Regering kan de gevallen bepalen waarin de projectontwerper niet noodzakelijk over de erkenning bedoeld in artikel 22 beschikt. § 3. De gemeenteraad neemt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport voorlopig aan, en maakt ze over aan het gemeentecollege. § 4. Het ontwerp-plan en het milieueffectenverslag worden door het gemeentecollege aan een openbaar onderzoek onderworpen volgens de nadere regels van Titel III van deel III van Boek I van het Milieuwetboek. § 5. Het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport worden tegelijkertijd door het gemeentecollege voor advies voorgelegd aan het Waarnemingscentrum voor de Handel, aan de "'Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" (Waalse milieuraad voor duurzame ontwikkeling), aan de gemachtigd ambtenaar, aan de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen, aan de adviesverlenende Commissie inzake Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit van de betrokken gemeente en aan de personen en instanties die hij nodig acht te raadplegen.
De adviezen bedoeld in lid 1 worden binnen vijfenveertig dagen na het verzoek van het gemeentecollege overgemaakt. Wordt er geen advies verzonden in de toegekende termijn, dan wordt het advies gunstig geacht. § 6. De gemeenteraad neemt het plan definitief aan, samen met de milieuverklaring bedoeld in artikel D.60 van Boek I van het Milieuwetboek.
De gemeenteraad richt het plan samen met het volledige dossier aan de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen. Binnen dertig dagen na ontvangst van de verzending van het plan maakt de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen het dossier over aan de Regering en richt hij een afschrift van zijn verzending aan het gemeentecollege. § 7. De Regering keurt het plan goed of af.
De goedkeuring van het plan wordt verricht rekening houdend met : 1° de regelmatigheid van de procedure;2° de overeenstemming met het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling. § 8. Vooraleer de Regering een beslissing neemt, kan zij het gemeentecollege verzoeken om wijzigingsdocumenten voor te leggen, evenals een aanvullend vervolg op het milieueffectenrapport van het plan.
De wijzigingsdocumenten en het aanvullend vervolg op het milieueffectenrapport, voorlopig aangenomen door de gemeenteraad, worden door het gemeentecollege aan een openbaar onderzoek onderworpen volgens de nadere regels van Titel III van deel III van Boek I van het Milieuwetboek, aan het advies van de diensten of commissies bedoeld in paragraaf 5 behalve indien ze een antwoord bieden op een voorstel geopperd in de bemerkingen of bezwaren te berde gebracht in het openbaar onderzoek of in een advies geformuleerd door de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen of een adviesverlenende instantie.
Die adviezen worden aan het gemeentecollege overgemaakt binnen de termijnen bedoeld in paragraaf 5, lid 2. Wordt er geen advies verzonden in de toegekende termijn, dan wordt het advies gunstig geacht.
De gemeenteraad neemt de wijzigingsdocumenten en het aanvullend vervolg op het milieueffectenverslag definitief aan. Het gemeentecollege maakt de wijzigingsdocumenten en het aanvullend vervolg op het milieueffectenverslag over aan de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen. Binnen dertig dagen na ontvangst van de wijzigingsdocumenten en het aanvullend vervolg op het milieueffectenverslag maakt de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen het dossier over aan de Regering en richt hij een afschrift van zijn verzending aan het gemeentecollege.
Indien het afschrift van de overmaking van het dossier door de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen binnen zestig dagen na zijn verzending niet is ontvangen, kan het gemeentecollege de wijzigingsdocumenten en het aanvullend vervolg op het milieueffectenverslag zelf aan de Regering richten.
De procedure bepaald in deze paragraaf kan enkel twee maal opgestart worden. § 9. Het regeringsbesluit tot goedkeuring of weigering van goedkeuring van het plan wordt naar het gemeentecollege gestuurd binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag van ontvangst, door de Regering, van het plan en van het volledige dossier in de gevallen bedoeld in paragraaf 6, leden 2 en 3, of van de wijzigingsdocumenten en het aanvullend vervolg op het milieueffectenverslag in de gevallen bedoeld in paragraaf 8, leden 4 en 5.
Wordt het besluit niet verstuurd, dan kan het gemeentecollege de Regering daarop wijzen. Als het gemeentecollege bij verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen ingaand op de datum van versturen van de herinneringsbrief, het besluit niet gekregen heeft, dan wordt het gemeentelijk ruimtelijk ontwikkelingsplangeacht goedgekeurd te zijn. § 10. Voor het plan worden de bekendmakingsmaatregelen bedoeld in de artikelen D.29-21 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek genomen. HOOFDSTUK IV. - Opvolging van de effecten Art. 20.Het gemeentecollege richt op gezette tijden een verslag aan de gemeenteraad over de opvolging van de significante milieu-effecten van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling alsook over de eventueel te treffen correctiemaatregelen.
Het publiek wordt voorgelicht volgens de nadere regels bedoeld in artikel L1133-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie. HOOFDSTUK V. - Herziening en opheffing Art. 21.§ 1. De bepalingen voor de opmaak van de gemeentelijke plannen gelden ook voor de herziening ervan. In het herzieningsdossier worden evenwel enkel de elementen i.v.m. de geplande herziening opgenomen. § 2. Wanneer de doelstellingen, opties en aanbevelingen van het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling voorbijgestreefd zijn, kan de gemeenteraad een deel of het geheel ervan opheffen volgens de procedure omschreven in paragraaf 1.
In afwijking van het eerste lid wordt de beslissing van de gemeenteraad niet aan de goedkeuring van de Regering onderworpen als het opheffingsvoorstel door de Regering is goedgekeurd bij de goedkeuring van een nieuw gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling. HOOFDSTUK VI. - Erkenning Afdeling 1. - Afgifte
Art. 22.De Regering erkent, op basis van de criteria en volgens de procedure die ze zelf vastlegt, de privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen die belast kunnen worden met de opmaak of de herziening van de gemeentelijke plannen.
De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de erkenningsaanvraag.
Er wordt een Erkenningscommissie opgericht die advies zal uitbrengen over de erkenningsaanvragen. Het advies van de Erkenningscommissie wordt geacht gunstig te zijn als het niet verzonden wordt binnen de termijn die door de Regering wordt vastgelegd. De Regering bepaalt de samenstelling van de Erkenningscommissie en de modaliteiten van haar werking. Afdeling 2. - Intrekking
Art. 23.De Regering bepaalt de voorwaarden, de modaliteiten en de procedure van de intrekking.
TITEL IV. - Juridische gevolgen en hiërarchie HOOFDSTUK I. - Juridische gevolgen Art. 24.Alle plannen hebben een indicatieve waarde.
De autoriteiten belast met de afgifte van de vergunningen voor handelsvestigingen en de geïntegreerde vergunningen motiveren hun beslissingen ten opzichte van de gewestelijke en gemeentelijke plannen voor handelsontwikkeling als ze bestaan.
De vergunningen voor handelsvestigingen en de geïntegreerde vergunningen mogen afwijken van de doelstellingen en aanbevelingen van het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling alsook van de doelstellingen, opties en aanbevelingen van het gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling mits motivering waaruit blijkt dat de afwijkingen de doelstellingen noch de essentiële elementen van het plan m.b.t. het project bedreigen en dat genoemd project specificiteiten vertoont die de afwijkingen wettigen. HOOFDSTUK II. - Hiërarchie Art. 25.De doelstellingen en aanbevelingen van het gewestelijk plan worden nader bepaald door de gemeentelijke plannen, die gecoördineerd worden met de maatregelen tot uitvoering van het gewestelijk plan.
In afwijking van het eerste lid mogen de gemeentelijke plannen voor handelsontwikkeling afwijken van de aanbevelingen en doelstellingen van het gewestelijk plan voor handelsontwikkeling die ze nader bepalen mits motivering waaruit blijkt dat de afwijkingen de doelstellingen noch de essentiële elementen van het gewestelijk structuurplan m.b.t. het gemeentelijk plan bedreigen en dat genoemd gemeentelijk plan specificiteiten vertoont die de afwijkingen wettigen. Art. 26.Als het achteraf in werking getreden gewestelijk plan voor handelsontwikkeling overenigbaar is met de doelstellingen, aanbevelingen en opties van een gemeentelijk plan voor handelsontwikkeling, wordt laatstgenoemd plan binnen vier jaar herzien om in overeenstemming met het gewestelijk plan te worden gebracht. Zo niet houdt het gemeentelijk plan op zijn gevolgen te hebben die niet conform het gewestelijk plan zijn.
BOEK III. - Vergunningen en aanmeldingen TITEL I. - Vergunning voor handelsvestigingrn en aanmeldingen HOOFDSTUK I. - Feiten waarvoor een vergunning voor handelsvestigingen verkregen moet worden Art. 27.De projecten voor handelsvestigingen bedoeld in artikel 1, 3°, van dit decreet zijn onderworpen aan een vergunning voor handelsvestigingen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 28. HOOFDSTUK II. - Feiten waarvoor een aanmelding verplicht is Art. 28.De projecten tot uitbreiding van een handelsvestiging die niet meer dan 20 percent van de bestaande netto-handelsoppervlakte bedragen, met maximum 300 m[00b2] bijkomende netto-handelsoppervlakte, zijn onderworpen aan een schriftelijke en uitdrukkelijke voorafgaande aanmelding, op voorwaarde dat de bestaande handelsvestiging op het tijdstip van de uitbreiding beschikt over een vergunning die is afgegeven op basis van de wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen, of op basis van de
wet van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/08/2004
pub.
05/10/2004
numac
2004011378
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de vergunning van handelsvestigingen
sluiten betreffende de vergunning van handelsvestigingen, of op grond van dit decreet.
De projecten tot verhuizing van een handelsvestiging binnen een straal van 1 000 meter op het grondgebied van dezelfde gemeente die niet meer dan 400 m2 netto-handelsoppervlakte innemen, zijn onderworpen aan een schriftelijke en uitdrukkelijke voorafgaande aanmelding. HOOFDSTUK III. - Bevoegde autoriteiten Art. 29.§ 1. Het gemeentecollege van de gemeente op het grondgebied waarvan het project voor een handelsvestiging gepland wordt, is bevoegd om kennis te nemen van de aanmeldingen en de aanvragen voor vergunningen voor handelsvestigingen.
In afwijking van het eerste lid is de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen bevoegd om kennis te nemen van de aanmeldingen en de aanvragen voor vergunningen voor handelsvestigingen betreffende : 1° elk handelsvestigingsproject gelegen op het grondgebied van verschillende gemeenten;2° elk handelsvestigingsproject met een netto-handelsoppervlakte boven 2 500 m2;3° elk project tot uitbreiding van een kleinhandelsinrichting of van een handelsgeheel dat een netto-handelsoppervlakte van meer dan 2 500 m2 kan doen ontstaan, na uitvoering van het project. § 2. De Beroepscommissie is bevoegd om kennis te nemen van de beroepen tegen beslissingen betreffende de vergunningen voor handelsvestigingen afgegeven door de autoriteit bedoeld in paragraaf 1. HOOFDSTUK IV. - Procedure tot toekenning van de vergunning voor een handelsvestiging Afdeling 1. - Aanvraag
Art. 30.De aanvraag van een vergunning voor een handelsvestiging wordt door elk middel dat een vaste datum verleent gericht aan het gemeentecollege van de gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is.
Als de inrichting op het grondgebied van verschillende gemeenten gevestigd zal zijn, wordt de aanvraag, naar keuze van de aanvrager, gericht aan één van de gemeenten op het grondgebied waarvan ze gepland wordt. Art. 31.De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de aanvraag, alsook het aantal verplicht in te dienen exemplaren, de schaal en de inhoud van de verschillende bijgevoegde plannen.
De Regering bepaalt de modaliteiten en de voorwaarden tot indiening van de in artikel 30, eerste lid, bedoelde aanvraag vergunning voor een handelsvestiging langs elektronische weg. Art. 32.Binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op de datum van ontvangst van de aanvraag, stuurt het gemeentebestuur een exemplaar van de vergunningsaanvraag aan de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen en licht hij gelijktijdig de aanvrager in, hetzij in een gewone brief als de aanvraag per post aan de gemeente wordt gestuurd, hetzij langs elektronische weg de aanvraag op die wijze is ingediend.
Als het gemeentebestuur de aanvraag niet heeft toegestuurd binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, kan de aanvrager zich rechtstreeks richten tot de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen via een afschrift van de aanvraag die hij aanvankelijk aan het gemeentecollege heeft gericht, in de gevallen bepaald bij artikel 29, § 1, tweede lid.
Zodra de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen het afschrift van de vergunningsaanvraag heeft ontvangen, maakt hij dit afschrift over aan het Waarnemingscentrum voor de handel. Art. 32bis.De aanvraag is onvolledig als krachtens artikel 31, eerste lid, vereiste gegevens of documenten ontbreken.
De aanvraag is onontvankelijk : 1° als ze niet overeenkomstig artikel 31, tweede lid, of artikel 30 is ingediend;2° als ze tweemaal onvolledig bevonden wordt;3° als de aanvrager de aanvullende gegevens niet verstrekt binnen de termijn bedoeld in artikel 33, § 2, eerste lid. Art. 33.§ 1. De bevoegde autoriteit stuurt haar beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk wordt verklaard, aan de aanvrager binnen twintig dagen na ontvangst van de vergunningsaanvraag, hetzij in een gewone brief als de aanvraag per post aan de gemeente wordt gericht, hetzij langs elektronische weg als ze op die wijze wordt ingediend.
De beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk wordt verklaard vermeldt o.a. : 1° de bevoegde autoriteit;2° de geraadpleegde adviesinstanties, in voorkomend geval, en de desbetreffende termijnen;3° de duur van het openbaar onderzoek;4° de termijn waarin de beslissing wordt betekend. Als de aanvraag onvolledig wordt bevonden, stuurt de bevoegde autoriteit binnen twintig dagen na ontvangst ervan een overzicht van de ontbrekende gegevens toe, hetzij in een gewone brief als de aanvraag per post aan de gemeente wordt gericht, hetzij langs de elektronische weg als ze op die wijze wordt ingediend. De aanvullende gegevens worden verstrekt in evenveel exemplaren als de oorspronkelijke vergunningsaanvraag er telt indien ze per post aan de gemeente wordt gestuurd. § 2. De aanvrager stuurt de gevraagde aanvullende gegevens toe binnen een termijn van zes maanden, die ingaat op de datum van verzending van de aanvraag van ontbrekende gegevens, hetzij in een gewone brief als de aanvraag per post aan de gemeente wordt gericht, hetzij langs elektronische weg als ze op die wijze wordt ingediend. § 3. De bevoegde autoriteit richt de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk wordt verklaard, aan de aanvrager binnen twintig dagen na ontvangst van de ontbrekende gegevens. Art. 34.Als de bevoegde autoriteit de in artikel 33, § 1, eerste lid, of in artikel 33, § 3, eerste lid, bedoelde beslissing niet aan de aanvrager heeft gestuurd binnen de termijn waarin de bepalingen voorzien, wordt de aanvraag ontvankelijk geacht. De procedure wordt voortgezet. Afdeling 2. - Openbaar onderzoek
Art. 35.Elk project waarvoor een vergunning is aangevraagd voor handelsvestigingen wordt aan een openbaar onderzoek onderworpen.
Voor de netto-handelsoppervlaktes van meer dan 20 000 m2 gelegen op minder dan twintig kilometer afstand van een ander gewest of van meerdere andere gewesten geeft de Regering kennis van het project voor die handelsvestiging aan de Regering van elk betrokken gewest. Er wordt door de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen een niet-beslissend verslag van het overleg opgemaakt.
De Regering kan de projecten vastleggen die niet aan een openbaar onderzoek onderworpen moeten worden wanneer ze niet van aard zijn een aanzienlijk gevaar, aanzienlijke hinder of een aanzienlijk nadeel te vormen voor de mens of het leefmilieu in functie van de omvang en de ligging van het project en van de relevante criteria bedoeld bij artikel D.66, § 1, van deel V van Boek I van het Milieuwetboek. Art. 36.Het openbaar onderzoek wordt gevoerd overeenkomstig de bepalingen van Titel III van deel III van Boek I van het Milieuwetboek. Afdeling 3. - Effectenbeoordeling
Art. 37.Behoudens afwijkingen waarin het Milieuwetboek voorziet, wordt elk project dat het voorwerp is van een aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning voor een handelsvestiging aan een milieueffectbeoordeling onderworpen overeenkomstig Boek I van Boek I van het Milieuwetboek. Afdeling 4. - Advies
Art. 38.De bevoegde autoriteit stuurt het aanvraagdossier alsook de eventuele aanvullende gegevens voor advies aan de verschillende instanties die ze aanwijst de dag waarop ze haar beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevonden wordt overeenkomstig artikel 33 of na afloop van de termijn bedoeld in artikel 34. Art. 39.De aangrenzende gemeenten brengen advies uit als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een handelsvestigingsproject met een netto-handelsoppervlakte gelijk aan of van meer dan 1 000 m2.
De gemeente(n) op het grondgebied waarvan het geheel of een gedeelte van de handelsvestiging gepland wordt, brengt (brengen) advies uit in de gevallen bedoeld in artikel 29, § 1, tweede lid.
De ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen brengt advies uit op verzoek van de bevoegde autoriteit in de gevallen bedoeld in artikel 29, § 1, eerste lid.
De ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen kan advies uitbrengen op eigen initiatief in de gevallen bedoeld in artikel 29, § 1, eerste lid, voor de handelsvestigingsprojecten netto-handelsoppervlakte gelijk aan of van meer dan 1 000 m2.
Het Waarnemingscentrum voor de Handel brengt advies uit op verzoek van de bevoegde autoriteit in de gevallen bedoeld in artikel 29, § 1, eerste lid.
Het Waarnemingscentrum voor de Handel brengt advies uit als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een handelsvestigingsproject zoals bepaald bij artikel 29, § 1, tweede lid, 1° en 2°. Art. 40.De geraadpleegde instanties versturen hun advies binnen een termijn van dertig dagen als de aanvraag slaat op een handelsvestigingsproject met minder dan 2 500 m2 netto-handelsoppervlakte, of van zestig dagen als ze een handelsvestigingsproject gelijk aan of van meer dan 2 500 m2 netto-handelsoppervlakte betreft, te rekenen van de datum van ontvangst van het verzoek om adviesverlening.
Als het advies niet verstuurd wordt binnen de termijnen bedoeld in het eerste lid, wordt het geacht gunstig te zijn.
De Regering wijst de adviesautoriteiten en -instanties aan, onverminderd artikel 45, en de minimale inhoud van de adviezen.
Elk advies wordt met redenen omkleed. Art. 41.Op verzoek van de bevoegde autoriteit of van één van de geraadpleegde instanties wordt minstens één keer overleg gepleegd.
De overlegmodaliteiten kunnen door de Regering vastgelegd worden. Afdeling 5. - Wijzigingen in de behandelde aanvraag in de loop van de
procedure Art. 42.§ 1. Voordat de bevoegde autoriteit beslist, kan de aanvrager met haar toestemming wijzigingsplannen overleggen en, desgevallend, een aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of -studie. § 2. Het gemeentecollege alsook de overige bevoegde autoriteiten via de gemeente kunnen de wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of -studie aan nieuwe bekendmakingsmaatregelen en aan het advies van de geraadpleegde instanties onderwerpen. In dat geval licht de bevoegde autoriteit de aanvrager in.
De bijzondere maatregelen tot bekendmaking en tot raadpleging van de autoriteiten en instanties bedoeld in het eerste lid worden niet vereist : 1° als de overwogen wijziging voorvloeit uit een voorstel vervat in de bemerkingen of bezwaren geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek of in een advies van de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen of van een adviesinstantie;2° als de overwogen wijziging slechts een beperkte draagwijdte heeft en geen afbreuk doet aan het voorwerp of aan de algemene structuur van het project, noch aan de substantiële kenmerken ervan. § 3. Als de overwogen wijziging voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 2, tweede lid, en als geen wijzigingsplannen overgelegd moeten worden, legt de vergunning die wijziging op als duidelijke, nauwkeurige en niet toevallige voorwaarde. Art. 43.De overlegging van de wijzigingsplannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of -studie is het voorwerp van een bericht van ontvangst of van een ontvangstbewijs dat in de plaats komt van hetgene bedoeld in artikel 33, § 1, of § 2. Afdeling 6. - Afgiftecriteria
Art. 44.Onverminderd artikel 24, motiveert de bevoegde autoriteit of de beroepscommissie haar beslissing ten opzichte van de volgende criteria : 1° de bescherming van de consument;2° de bescherming van het stedelijke leefmilieu;3° de doelstellingen inzake sociaal beleid;4° de bijdrage tot een duurzamere mobiliteit. De Regering kan subcriteria aannemen voor elk van de criteria bedoeld in het eerste lid en de modaliteiten vastleggen volgens welke de resultaten van het door haar bepaalde middel tot hulpverlening bij de besluitvorming die zij vastlegt en bepaalt in overweging genomen worden. Afdeling 7. - Beslissing
Art. 45.§ 1. De bevoegde autoriteit stuurt haar beslissing aan de aanvrager, aan de ambtenaar bevoegd voor de handelsvestigingen en, in geval van toepassing van artikel 30, tweede lid, aan elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gelegen is, alsook, per gewone post, aan elke geraadpleegde instantie binnen een termijn van : 1° tachtig dagen als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een handelsvestigingsproject met minder dan 2 500 m2 netto-handelsoppervlakte;2° honderd en tien dagen als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een handelsvestigingsproject gelijk aan of van meer dan 2 500 m2 netto-handelsoppervlakte. § 2. De procedure- en besluitvormingstermijnen gaan in : 1° op de dag na die waarop de bevoegde autoriteit haar beslissing heeft verstuurd waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk verklaard wordt; 2° zoniet, op de dag volgend op de termijn die haar toegestaan werd om haar beslissing m.b.t. het ontvankelijke karakter van de aanvraag te versturen. § 3. Als de beslissing niet verstuurd wordt binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1, wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd. HOOFDSTUK V. - Stelsel van de aanmelding Art. 46.§ 1. Voor de in artikel 28 bedoelde projecten wordt de aanmelding bij de overeenkomstig artikel 29, § 1, bepaalde bevoegde overheid ingediend aan de hand van een formulier waarvan de inhoud, het model en de communicatiewijze door de Regering worden bepaald. § 2. De bevoegde overheid gaat de ontvankelijkheid van de aanmelding na volgens de door de Regering bepaalde procedure. De Regering legt de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de aanmelding vast.
De beslissing waarbij de aanmelding ontvankelijk wordt verklaard, wordt aangeplakt op de plaatsen van het project voor een handelsvestiging waarvoor de aanmelding wordt vereist, vóór de opening van de werf en tijdens de duur ervan.
De projecten voor een handelsvestiging kunnen uitgevoerd worden vanaf de dag volgend op de eerste dag van de aanplakking bedoeld in het tweede lid. § 3. De gemeente en de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar houden een register van de aanmeldingen bij. De Regering bepaalt er de vorm en de inhoud van. De gemeente stuurt de aanmeldingen die ze als bevoegde overheid in ontvangst heeft genomen, bij gewone brief ter informatie aan de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar. HOOFDSTUK VI. - Wijziging en uitbreiding Art. 47.Elke aanvraag tot uitbreiding van een handelsvestiging die niet bedoeld is in artikel 27, en elke niet-belangrijke wijziging van de aard van de activiteit die de beschrijving of de bij de vergunning of bij de aanmelding gevoegde plannen betreft, wordt door de houder van de vergunning of door de persoon die de in artikel 46 bedoelde aanmelding heeft ingediend, in een register vermeld.
Overeenkomstig hoofdstuk 10 hebben de door de Regering aangewezen ambtenaren en personeelsleden op gewoon verzoek toegang tot het register.
De Regering bepaalt de periodiciteit en de termijn waarin de in het eerste lid bedoelde persoon een afschrift van de lijst van de verbouwingen of uitbreidingen stuurt aan de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar en aan het gemeentecollege van de gemeente(n) op het grondgebied waarvan de inrichting gelegen is.
Binnen vijftien dagen na ontvangst van de in het derde lid bedoelde lijst verzoekt de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar of een gemeentecollege de in het eerste lid bedoelde persoon om zo spoedig mogelijk een aanvraag om vergunning voor een handelsvestiging in te dienen, indien hij/het van mening is dat een in de lijst vermelde verbouwing of uitbreiding met een in artikel 33 of in artikel 1, 3°, e) bedoelde verbouwing of uitbreiding overeenstemt. HOOFDSTUK VII. - Beroepen Art. 48.§ 1. Tegen de beslissing van de bevoegde overheid wanneer ze binnen de in artikel 45, § 1, bedoelde termijnen is gestuurd, of tegen de in artikel 45, § 3, bedoelde weigering wordt er een beroep bij de Beroepscommissie ingesteld : 1° voor de verzoeker;2° voor de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar en voor het gemeentecollege van de gemeente op het grondgebied waarvan het geheel of een gedeelte van de inrichting is gelegen. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het beroep binnen twintig dagen overgemaakt : 1° ofwel na ontvangst van de beslissing van de bevoegde overheid wanneer ze binnen de in artikel 45, § 1, bedoelde termijnen is gestuurd;2° ofwel na het verstrijken van de in artikel 45, § 1, bedoelde termijn. § 3. Het beroep schorst de betwiste beslissing niet behalve indien het door de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar ingediend wordt. § 4. De Regering bepaalt : 1° de inlichtingen vermeld in het beroep, de vorm van het beroep en het aantal ingediende exemplaren;2° de modaliteiten volgens welke het beroep meegedeeld wordt aan het publiek;3° de modaliteiten voor de behandeling van het beroep, de geraadpleegde instanties en de termijnen waarin de adviezen worden uitgebracht;bij gebrek aan zending van advies binnen de voorgeschreven termijnen wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Het advies van het Waarnemingscentrum voor de handel kan door de Beroepscommissie aangevraagd worden. § 5. De Beroepscommissie stuurt haar beslissing aan de verzoeker binnen een termijn van : 1° zeventig dagen indien het beroep een project voor een handelsvestiging met een netto-handelsoppervlakte van minder dan 2 500 m2 betreft;2° honderd dagen indien het beroep een project voor een handelsvestiging met een netto-handelsoppervlakte gelijk aan of van meer dan 2 500 m2 betreft. De termijn begint te lopen op de eerste dag volgend op de ontvangst van het beroep. Indien meerdere beroepen worden ingediend, begint de termijn te lopen op de eerste dag volgend op de ontvangst van het laatste beroep. § 6. Indien de beslissing niet verstuurd wordt binnen de termijn bedoeld in § 5, wordt de in eerste instantie genomen beslissing bevestigd. HOOFDSTUK VIII. - Berekening van de termijnen voor vergunningen en beroepen Art. 49.Op straffe van nietigheid moet elke zending met vaste dagtekening van de verzending en de ontvangst van de akte gebeuren, ongeacht de uitreikingsdienst die gebruikt wordt.
De Regering kan een lijst opstellen van de verzendingsprocédés die zij aanvaardt om elke verzending en elke ontvangst van een vaste dagtekening te voorzien.
Elk schrijven moet ten laatste op de vervaldag van de voorgeschreven termijn verzonden worden. Art. 50.De dag van ontvangst van de akte, die als begindatum van de termijn geldt, wordt niet meegerekend. Art. 51.De vervaldag is in de termijn inbegrepen. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag uitgesteld tot de volgende werkdag. HOOFDSTUK IX. - Inhoud en effecten van de vergunning voor de handelsvestiging Afdeling 1. - Inhoud van de beslissing
Art. 52.§ 1. De beslissing tot toekenning van de vergunning vermeldt minstens : 1° de identiteit van de houder van de vergunning;2° de toestand, de identificatie en de beschrijving van het toegelaten project van handelsvestiging;3° de duur van de vergunning en de datum van de afgifte ervan;4° de termijn waarin de vergunning wordt uitgevoerd;5° dat de vergunning begint te lopen vanaf de dag waarop ze overeenkomstig artikel 53 uitvoerbaar wordt;6° de maatregelen en de termijn voor het herstel op het einde van de uitbating. In voorkomend geval vermeldt de beslissing ook : 1° de voorwaarden, de technische en financiële garanties die door de bevoegde overheid noodzakelijk worden geacht;2° de dag waarop de vergunning uitvoerbaar wordt in het geval waarin ze na een beroep wordt toegekend;3° de gewijzigde of aangevulde elementen van de oorspronkelijke vergunning wanneer de beslissing tot toekenning van de vergunning de uitbreiding van een handelsvestiging of de belangrijke wijziging van de aard van de activiteit van een handelsvestiging als doel heeft. § 2. De Regering kan elke andere vermelding die in de vergunning opgenomen moet worden, bepalen. Afdeling 2. - Effecten van de vergunning
Art. 53.Onverminderd de artikelen 48, § 3, 62, § 3, en 101, § 3, wordt de beslissing tot toekenning van de vergunning uitvoerbaar vanaf de dag volgend op de kennisgeving daarvan aan de verzoeker of, bij gebrek, vanaf de dag volgend op de termijn waarover de beroepsoverheid beschikte om te beslissen indien de vergunning na een beroep wordt afgegeven. Art. 54.Voor zover de door de Regering bepaalde bekendmakingsmodaliteiten nageleefd worden, heeft de vergunning als gevolg de erfdienstbaarheden vanwege de mens en de verbintenissen uit overeenkomst vermeld in de aanvraag ten laste van de aanvrager teniet te doen of te wijzigen onverminderd de schadeloosstelling van de houders van de rechten. Art. 55.De afgegeven vergunning vervalt indien het vergunde project voor een handelsvestiging tijdens twee opeenvolgende jaren niet significant voor het publiek geopend wordt.
De vergunninghouder is aansprakelijk voor de ontmanteling van de handelsvestiging en het herstel van de bij de handelsvestigingen betrokken gronden als er geen enkele heropening voor het publiek plaatsvindt op dezelfde plaats binnen de twee jaar na het vervallen van de vergunning.
Is de vergunninghouder niet solvabel, dan is (zijn) de houder(s) van zakelijke rechten op de bij handelsvestiging betrokken gronden aansprakelijk voor de verplichtingen opgelegd in lid 2.
Wanneer de ontmanteling van de handelsvestiging en het herstel van de bij de handelsvestiging betrokken gronden niet binnen de overeenkomstig lid 2 vastgestelde termijn worden uitgevoerd, kunnen het gemeentecollege of de voor de handelsvestiging bevoegde ambtenaar van ambtswege op kosten van de in gebreke gebleven persoon tot de uitvoering van de werken overgaan.
Het gemeentecollege of de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar hebben het recht om de materialen en de voorwerpen afkomstig van de ontmanteling en het herstel van de plaats in oorspronkelijke staat te vervoeren, op te slaan en te vernietigen op een door hen gekozen plaats.
De overtreder is gehouden tot de terugbetaling van alle uitvoeringskosten, na aftrek van de verkoopprijs van de materialen en voorwerpen op vertoon van een door de beslagrechter uitvoerbaar verklaarde en begrote staat.
De vervallenverklaring bedoeld in lid 1 kan geakteerd worden in een door de overheid opgesteld proces-verbaal. Art. 56.De krachtens dit decreet afgegeven vergunningen doen geen afbreuk aan de rechten van de derden. Afdeling 3. - Geldigheidsduur van de vergunning
Art. 57.§ 1. De vergunning wordt voor een onbepaalde duur toegekend. § 2. De Regering kan voor vergunningen een maximale geldigheidsduur vaststellen in verband met de door haar aangewezen projecten voor handelsvestigingen.
De bevoegde overheid kan de bijzondere bedrijfsvoorwaarden vastleggen, die voor verstrijken van de vergunning herzienbaar zijn, evenals de datum waarop de aanvraag tot verlenging wordt ingediend.
De geldigheidsduur van de vergunning wordt berekend vanaf de dag waarop de beslissing tot toekenning van de vergunning uitvoerbaar wordt, overeenkomstig artikel 53. Art. 58.Wanneer de vergunning de verbouwing of de uitbreiding van een inrichting als doel heeft, wordt bedoelde vergunning toegekend voor een termijn die uiterlijk op de vervaldatum van de oorspronkelijke vergunning m.b.t. de oorspronkelijke inrichting vervalt. Art. 59.§ 1. Behalve in het geval van een tijdelijke inrichting kan de geldigheidsduur van de vergunning niet verlengd worden.
De duur van de voor een tijdelijke inrichting toegekende vergunning kan één keer verlengd worden zodat de totale duur van de vergunning de vier maanden niet kan overschrijden. § 2. De Regering bepaalt de procedure die van toepassing is op de aanvraag tot verlenging van een voor een tijdelijke inrichting toegekende vergunning. Afdeling 4. - Lasten ten gunste van de gemeenschap
Art. 60.Naast de voorwaarden betreffende de naleving van de in artikel 44 bedoelde afgiftecriteria en de voorwaarden bedoeld in artikel 52, § 1, tweede lid, 1°, kan de bevoegde overheid het verstrekken van de vergunningen ondergeschikt maken aan de lasten die ze nuttig acht, de verzoeker op te leggen, mits inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
De lasten worden overgenomen door de aanvrager en dekken de aanleg of de hernieuwing van wegen, openbare groengebieden, de uitvoering of de renovatie van bouwwerken of openbare of gemeenschappelijke voorzieningen, met inbegrip van verscheidene ondergrondse leidingen en kabels, evenals elke maatregel gunstig voor één van de in artikel 44 bedoelde afgiftecriteria. Afdeling 5. - Verplichting van de houder van de vergunning
Art. 61.De houder van de vestigingsvergunning deelt de voor de uitvoering van de vergunning bepaalde datum minstens vijftien dagen voor bedoelde uitvoering mede aan het gemeentecollege en aan de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar.
Een bericht waarin staat vermeld dat de vergunning voor een handelsvestiging afgegeven is, wordt door de houder van de vergunning aangeplakt op de plaatsen van het project voor een handelsvestiging waarvoor de vergunning wordt vereist, binnen acht dagen na de kennisgeving van de beslissing en vóór de opening van de werf en tijdens de duur ervan.
Tijdens de termijn zijn de vergunning alsook de erbij gevoegde dossiers of een afschrift van de documenten dat door de verstrekkende overheid voor eensluidend wordt verklaard, voortdurend ter beschikking van de in artikel 67 bedoelde personeelsleden op de plaatsen van het project voor een handelsvestiging waarvoor de vergunning wordt vereist.
De Regering kan de uitvoeringsmodaliteiten van dit artikel bepalen. Afdeling 6. - Verval van de vergunning
Art. 62.§ 1. Binnen drie jaar na de kennisgeving ervan vervalt de vergunning voor de gedeelten die nog niet voor het publiek geopend worden.
De vergunning vervalt van rechtswege.
Op verzoek van de verzoeker kan de vergunning nochtans voor twee jaar verlengd worden. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de aanvraag tot verlenging bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, aan het gemeentecollege overgemaakt binnen minstens twee maanden voor het aflopen van de in het eerste lid bedoelde termijn.
In de in artikel 29, § 1, tweede lid, bedoelde gevallen stuurt het gemeentebestuur de aanvraag tot verlenging aan de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar binnen een termijn van drie werkdagen na ontvangst ervan.
Overeenkomstig artikel 29, § 1, wordt de verlenging door de overheid toegekend die oorspronkelijk bevoegd was om de vergunning toe te kennen. § 2. Wanneer de opening voor het publiek gefaseerd toegekend wordt, bepaalt de vergunning voor elke andere fase dan de eerste de vervaldatum van de in § 1 bedoelde termijn. Die andere fasen kunnen in aanmerking komen voor de in § 1, tweede lid, bedoelde verlenging. § 3. De vervaltermijn wordt van rechtswege opgeschort gedurende de hele procedure, namelijk vanaf de indiening van het verzoek tot aan de kennisgeving van de eindbeslissing, wanneer tegen de vergunning een beroep tot nietigverklaring werd ingediend voor de Raad van State of wanneer een verzoek tot onderbreking van de vergunde uitbating hangende is bij een rechtbank van de gerechtelijke orde. Als de houder van de omstreden vergunning niet de hoedanigheid van partij in het geding heeft, geeft de vergunning verstrekkende overheid de houder kennis van de aanvang en van het einde van de periode waarin de vervaltermijn opgeschort is. Afdeling 7. - Afzien van de vergunning
Art. 63.§ 1. De houder van een niet-uitgevoerde vergunning voor een handelsvestiging kan ervan afzien.
Het afzien van de vergunning mag niet afgeleid worden. § 2. Wanneer de vergunning betrekking heeft op een goed dat eigendom is van meerdere eigenaren, kan er enkel van worden afgezien na instemming van alle eigenaars. Art. 64.De houder van de vergunning deelt het afzien van de vergunning bij schrijven aan het gemeentecollege dat de vergunning heeft toegekend en aan de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar mede. Afdeling 8. - Overdracht van de vergunning
Art. 65.§ 1. Bij overdracht van de vergunning voor de handelsvestiging, geven de overdrager en de verkrijger gezamenlijk kennis ervan aan de overheid die bevoegd is om de vergunning in eerste aanleg te verstrekken.
De kennisgeving bevat de schriftelijke bevestiging van de verkrijger dat hij kennis heeft genomen van de vergunning en van de eventuele voorwaarden en lasten, opgelegd door de bevoegde overheid.
De bevoegde overheid verstrekt een bericht van ontvangst van de kennisgeving en licht er de voor de handelsvestigingen bevoegde ambtenaar over in. § 2. Bij ontstentenis blijven de overdrager of diens rechtverkrijgenden hoofdelijk aansprakelijk met de overdrager voor de stedenbouwkundige lasten. HOOFDSTUK X. - Toezicht, straffen en administratieve maatregelen Afdeling 1. - Overtredingen
Art. 66.§ 1. Begaan een overtreding, degenen die bij de uitbating van een kleinhandelsinrichting of op welke wijze dan ook : 1° zonder voorafgaande aanmelding of vergunning, na het verval ervan of na de akte of het besluit tot opschorting van de vergunning of nog zonder overeenstemming met de vergunning of met de aanmelding een project voor een handelsvestiging uitvoeren;2° zonder vergunning, na de geldigheidsduur van de vergunning of na het verval ervan of na de akte of het besluit tot opschorting van de vergunning of nog zonder overeenstemming met de vergunning of met de aanmelding doorgaan met de uitvoering van een project voor een handelsvestiging;3° overtredingen bedoeld in 1° en 2° handhaven;4° de voorwaarden bedoeld in de beslissing waarbij de handelsvestiging wordt toegelaten, niet naleven. § 2. Begaan ook een overtreding, de personen die onjuiste of onvolledige inlichtingen hebben verstrekt om de vergunning voor de uitvoering van het project voor een handelsvestiging ten onrechte te krijgen. Afdeling 2. - Toezicht en inspectie
Art. 67.§ 1. Onverminderd de plichten van de ambtenaren van gerechtelijke politie, zijn de door de provinciegouverneur aangewezen technische ambtenaren en beambten van de gemeenten, alsmede de ambtenaren en beambten die daartoe door de Regering zijn aangewezen, bevoegd om de in artikel 66 omschreven overtredingen op te sporen en vast te stellen door proces-verbaal.
Het proces-verbaal beschrijft de vastgestelde overtreding(en) en vermeldt de overtreden bepaling(en) van het decreet. Bedoeld proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegendeel is bewezen. Een afschrift daarvan wordt aan de overtreder overgemaakt of betekend bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, binnen tien dagen na de vaststellingen. Het personeelslid of de ambtenaar die de overtreding heeft vastgesteld, stuurt binnen tien dagen na de vaststelling van de overtreding het originele exemplaar van die overtreding bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, aan de territoriaal bevoegde Procureur des Konings.
De Regering kan de vorm en de inhoud van het proces-verbaal bepalen. § 2. In de uitoefening van hun opdracht kunnen de in § 1 bedoelde pe …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.