📄 Wettekst
8 APRIL 2003. - Koninklijk besluit betreffende het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent
VERSLAG AAN DE KONING Sire, De wet van 21 februari 1985 houdende hervorming van het bedrijfsrevisoraat (Hoofdstuk IV) heeft het Instituut der accountants opgericht en onder andere de fundamentele principes voor de toegang tot het beroep van accountant vastgesteld. Twee koninklijke besluiten met betrekking tot de toegang tot het beroep werden genomen in uitvoering van deze wet : het koninklijk besluit van 20 april 1990 betreffende de stage van de kandidaat-accountants en het koninklijk besluit van 20 april 1990 houdende vaststelling van het programma en de voorwaarden voor het bekwaamheidsexamen van accountant.
Sinds de integratie in 1999 van de belastingconsulenten in het Instituut der accountants, ondertussen omgedoopt tot Instituut van de accountants en de belastingconsulenten, valt dit Instituut onder de bepalingen van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (Titel II tot V). Het artikel 63 van genoemde wet heeft onder meer het Hoofdstuk IV van de wet van 21 februari 1985 opgeheven.
De vervanging van de basiswet toepasselijk op de accountants en de uitbreiding van de bevoegdheden van het Instituut der accountants met de belastingconsulenten heeft de opstelling van een nieuw koninklijk besluit, dat de toegang tot het beroep van accountant en/of belastingconsulent regelt, noodzakelijk gemaakt.
Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft tot doel de twee hoger vermelde koninklijke besluiten van 20 april 1990 te vervangen.
Het nieuwe koninklijk besluit stelt de bepalingen vast die vanaf heden de toegang tot het beroep van accountant zullen regelen en waarvan de algemene voorwaarden vastgesteld werden door het artikel 19 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen.
Dit ontwerp heeft, wat de belastingconsulenten betreft, tot doel de nieuwe bepalingen vast te stellen die de toegang tot het beroep van belastingconsulent regelen en waarvan de algemene voorwaarden eveneens vastgelegd zijn door artikel 19 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten.
Er wordt naar gestreefd om de zekerheid te krijgen dat de vorming van accountants en belastingconsulenten, door de wetgever sinds 1985 en 1999 opgedragen aan het Instituut voor de accountants en de belastingconsulenten, aangepast zal zijn rekening houdende met de verscheidene opdrachten die aan hen werden toevertrouwd. Met het oog daarop zal het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten erover blijven waken dat het kwaliteitsniveau van de personen die de titel van accountant en/of belastingconsulent verkrijgen beantwoordt aan de verwachtingen van de ondernemingen en van de belanghebbende derden inzake de boekhoudkundige en de fiscale informatie.
Dit ontwerp bevat de bijzondere kenmerken van het beroep van belastingconsulent en de wettelijke opdrachten waarmee ze belast zijn (in de huidige stand van de wetgeving essentieel bepaald in artikel 38 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten) met inachtneming van de veelvuldige activiteiten en opdrachten die door de wetgever werden toevertrouwd aan de accountants (zie artikel 34 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten alsmede andere wetteksten zoals het Wetboek van vennootschappen of andere wettelijke bepalingen die een bijzondere opdracht toevertrouwen aan de accountants).
Tijdens de parlementaire werkzaamheden betreffende de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten werd een toenadering op middellange termijn vooropgesteld tussen het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten en het Instituut der Bedrijfsrevisoren. In een eerste fase zou de toenadering tussen deze twee Instituten gebeuren door de instelling van een toelatingsexamen en een gedeelte van de stage die gemeenschappelijk zijn voor de stagiairs van deze Instituten.
Dit ontwerp heeft er daarom voor gezorgd dat geen enkele bepaling de toenadering op termijn tussen de twee Instituten zou schaden. Daartoe werden de bepalingen die van toepassing zijn op de kandidaat- bedrijfsrevisoren onderzocht en indien mogelijk werden de vroegere bepalingen van de koninklijke besluiten van 20 april 1990, betreffende de stage van de kandidaat-accountant nauwer aangesloten bij deze van het koninklijk besluit van 13 oktober 1987 betreffende de stage van de kandidaat-bedrijfsrevisoren.
In antwoord op de bezorgdheid ter zake van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen, zoals uitgedrukt in het advies van 2 april 2003, wordt benadrukt dat een eerste gemeenschappelijk stagejaar voor stagiairs van beide Instituten een prioritaire doelstelling blijft in het licht van een verdere toenadering. Behoudens een beperkt aantal verschilpunten, die de organisatie van een eerste gemeenschappelijk stagejaar geenszins in de weg staan, werd gewaakt over een maximale overeenstemming tussen de examen- en stageregeling van beide Instituten.
De door de wetgever in 1985 toegekende (en in 1999 hernieuwde) bijzondere kenmerken inzake het niveau van de studies vereist om toegang te krijgen tot het beroep van accountant en/of belastingconsulent werden geëerbiedigd, meer bepaald wat betreft de diploma's van hoger onderwijs met twee studiecycli afgeleverd door een universitaire instelling of een instelling van hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli, of de diploma's van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus, zoals voorzien in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten.
Het is daarenboven volstrekt noodzakelijk dat de kennis van de kandidaat-accountants- en/of belastingconsulenten opgedaan tijdens hun vroegere vorming in aanmerking zou genomen worden bij de vaststelling van de opleidingsinhouden die in het kader van het toelatingsexamen, dat toegang verleent tot de stage van accountant en/of belastingconsulent, afgelegd worden.
Het is van belang dat het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten, bij de toekenning van vrijstellingen, rekening houdt met de opleidingen voorzien in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten.
Dit rechtvaardigt het invoeren, in dit besluit, van een systeem van vrijstellingen waarvan al de kandidaten-accountants en/of belastingconsulenten zoals vermeld in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten kunnen genieten.
Rekening houdende met de draagwijdte van artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten, gelden vrijstellingen zowel voor de kandidaten met een universitair diploma of een diploma van hoger onderwijs met twee studiecycli als voor de kandidaten met een diploma van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus, evenals voor alle andere opleidingstitels voorzien in artikel 19 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten.
Deze bepaling verschilt van de reglementering die van toepassing is op de bedrijfsrevisoren waar enkel de universitair gediplomeerden of gelijkgestelden kunnen genieten van vrijstellingen voor het toelatingsexamen. Een oplossing die tegemoet komt aan de wettelijke regels die van toepassing zijn op de betrokken beroepen zal op termijn moeten gevonden worden met het oog op een gedeeltelijk gemeenschappelijke stage voor de leden van beide Instituten.
Door dit ontwerp wordt het vertrouwen, dat sinds 1985 werd gegeven aan het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten inzake de organisatie van de toegang van zijn leden tot het beroep, hernieuwd.
Het ontwerp legt nochtans de nadruk op het belang dat gehecht wordt aan de openstelling van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten naar de academische wereld en de verhoging van de transparantie inzake de werkwijze van de procedures van toegang tot het beroep en met name wat de toekenning van de vrijstellingen betreft.
Het koninklijk besluit regelt zowel de toegang tot het beroep van accountant als tot dat van belastingconsulent.
Inzake de toegang tot het beroep van accountant is het ontwerp gebaseerd op de vroeger reeds aangenomen bepalingen (de wet van 21 februari 1985) aangepast aan de wijzigingen die voortvloeien uit de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. Sommige bepalingen werden eveneens nader uitgelegd en aangevuld; dit is bijvoorbeeld het geval met de modaliteiten met betrekking tot de instelling van een systeem van vrijstellingen.
Daarentegen neemt het ontwerp, wat de toegang tot het beroep van belastingconsulent betreft, nieuwe bepalingen aan die voortvloeien uit de sinds 1999 erkende titel van belastingconsulent en hun integratie in het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten.
De Raad van State meent dat er voor de in artikel 4, 2°, c), opgenomen bijdrage in de administratieve kosten die door de Raad jaarlijks wordt vastgesteld geen rechtsgrond is aangezien artikel 14 van de wet, dat de inkomsten van het Instituut vermeldt, dit niet voorziet.
Aangezien echter artikel 25 van de wet het Instituut de opdracht geeft het toelatingsexamen te organiseren en artikel 14, 2°, van dezelfde wet toelaat om diverse inkomsten te verkrijgen uit activiteiten die eigen zijn aan de opdracht is de wettelijke basis wel degelijk aanwezig, en is het Instituut gerechtigd om aan de deelnemers van het examen een bijdrage te vragen in de administratieve kosten.
De Raad van State stelt dat de ongelijke behandeling van de twee onderwijsniveau's wat de vrijstellingen betreft, zou moeten verantwoord worden zodat de personen die een universitair diploma hebben niet gediscrimineerd worden, en dat hij zich, bij gebrek aan inzicht in alle feitelijke gegevens, niet kan uitspreken over dergelijke verantwoording.
Overeenkomstig het advies van 17 mei 2001 van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen is het logisch te kiezen voor een verschillende behandeling naargelang de kandidaat houder is van een diploma van universitair en hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli of een diploma van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus, rekening houdend met het verschil in benadering en de beoogde doelstellingen van die twee soorten onderwijsinstellingen. Er moet echter binnen deze voorwaarden, tevens gestreefd worden naar een evenwichtige behandeling van de twee verschillende soorten opleiding bij de uitvoering van een systeem van vrijstellingen.
Ten behoeve van de transparantie zal het Instituut een examenreglement opstellen dat ten minste twee maanden voor de datum van het examen zal gepubliceerd worden op de website. Dit reglement regelt minstens de samenstelling van de examencommissie, het inzagerecht, de procedure waarbij klachten over de toekenning van vrijstellingen, de examens of examenresultaten en geschillen tussen kandidaten en leden van de examencommissie voor of na het bekendmaken van de examenresultaten kunnen behandeld worden, het maximumcijfer dat aan elk examen gegeven wordt, de criteria om te slagen met inbegrip van het gewicht dat aan elk examen gegeven wordt, de procedure voor de beraadslaging over de resultaten.
De aanvraag van de vrijstellingen die niet automatisch worden toegekend gebeurt, analoog aan de procedure die door het Instituut der Bedrijfsrevisoren wordt toegepast, op basis van een individueel dossier « aanvraag vrijstellingen » dat door de betrokken onderwijsinstellingen wordt geattesteerd.
Tenslotte meent de Raad van State dat het initieel voorstel dat aan de Raad van het Instituut de bevoegdheid toevertrouwd om criteria vast te leggen inzake vrijstellingen een te ruime delegatie van bevoegdheid toekent.
Hoewel deze bepaling bestaat in het koninklijk besluit van 20 april 1990 alsmede in de reglementering van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, wordt het advies wel gevolgd zodat de criteria in dit koninklijk besluit worden vastgesteld.
De volgende vernieuwende bepalingen van het koninklijk besluit worden hierna toegelicht : 1. Opleidingsinhouden voor het toelatingsexamen De zeventien opleidingsinhouden van het toelatingsexamen voor accountant werden tot op heden bepaald in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 20 april 1990 houdende vaststelling van het programma en de voorwaarden voor het bekwaamheidsexamen van accountant. De opleidingsinhouden die behoren tot het toelatingsexamen voor belastingconsulent moeten, ten gevolge van de erkenning in 1999 van de titel van belastingconsulent en de integratie van de belastingconsulenten in het Instituut van de accountants, wettelijk bepaald worden en meer bepaald in dit koninklijk besluit.
Twee belangrijke elementen die voortvloeien uit de nieuwe bepalingen die in de toekomst van toepassing zijn op de accountants en/of belastingconsulenten zijn de uitbreiding van de fiscale opleidingsinhouden en de herformulering van de opleidingsinhoud « juridische en beroepsnormen ». 1.1. Fiscale opleidingsinhouden De aandacht moet gevestigd worden op een grondige wijziging van de reglementering met betrekking tot de toegang van het beroep van accountant op het vlak van de opleidingsinhouden voorzien in het toelatingsexamen, voortvloeiende uit de integratie in 1999 van de belastingconsulenten in het Instituut van de accountants.
Voor het toelatingsexamen tot de stage wordt geacht dat de kandidaat-belastingconsulenten vooraleer de stage te kunnen beginnen kennis moeten hebben van acht fiscale basisopleidingsinhouden : de algemene beginselen van het fiscaal recht, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de belasting op de toegevoegde waarde, de beginselen van de registratie en sucessierechten, de beginselen van regionale en locale belastingen, de beginselen van het Europees en internationaal fiscaal recht en de fiscale procedure.
Rekening houdende met de activiteiten van de accountant en/of belastingconsulent zoals respectievelijk bepaald in de artikelen 34 en 38 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, werd de opleidingsinhoud « fiscaal recht », opgenomen voorheen in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 20 april 1990 houdende vaststelling van het programma en de voorwaarden voor het bekwaamheidsexamen van accountant, onderverdeeld in acht opleidingsinhouden zoals dit van toepassing is voor de kandidaat belastingconsulenten.
Nochtans is het gewenst om een verzwaring van het toelatingsexamen van accountants tegenover vroeger te vermijden. Twee maatregelen werden met dat doel getroffen : de ene bepaalt nader de praktische modaliteiten die aan de kandidaat-accountants toelaten van nu af te genieten van vrijstellingen voor het toelatingsexamen (zie infra punt 2), de andere laat een bijkomende termijn aan de accountants om te slagen in het theoretische examen over alle fiscale opleidingsinhouden, met uitzondering van « Algemene beginselen van fiscaal recht ». 1.2. Juridische en beroepsnormen Rekening houdende met het verschil in draagwijdte van de activiteiten van accountant en belastingconsulent zoals bepaald in de artikelen 34 en 38 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, wordt vastgesteld dat de opleidingsinhoud « juridische en beroepsnormen » voor de accountants breder is dan deze voor de belastingconsulenten.
Zodoende werd voor de opleidingsinhoud « juridische en beroepsnormen » beslist dat het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten in de toekomst een afzonderlijk examen moet organiseren naargelang de kandidaten wensen om de titels van accountant en belastingconsulent te voeren of dat zij enkel de titel van belastingconsulent wensen.
Er wordt benadrukt dat de omvorming van de bewoordingen van de opleidingsinhoud « juridische en beroepsnormen inzake de accountancy en de wettelijke controle van de boekhoudbescheiden alsmede de personen die deze controle uitvoeren » met betrekking tot de accountants naar « juridische en beroepsnormen inzake de accountancy, de belastingconsultancy en de andere wettelijke opdrachten van de accountant en van de belastingconsulent », voor de accountants geenszins een wijziging betekent wat de draagwijdte van de betrokken opleidingsinhoud betreft.
De bewoordingen van de opleidingsinhoud « juridische en beroepsnormen » werden echter aangepast teneinde dichter de Belgische realiteit te benaderen. Het parallellisme tussen de bewoordingen die van toepassing zijn op de accountants enerzijds en op de belastingconsulenten anderzijds zou moeten toelaten om de specificiteiten van elk beroep te identificeren. Daarom werd een van de twee door de Hoge Raad voor de Economische Beroepen in zijn advies van 17 mei 2001 voorgestelde benaderingen - namelijk de benadering de lege lata - gevolgd.
Daarenboven vertoont deze herformulering van de opleidingsinhoud « juridische en beroepsnormen » voor de accountants a priori geen onverenigbaarheid met de formule gebruikt voor de bedrijfsrevisoren, in de mate dat nogal wat bijzondere opdrachten door de wetgever (vooral sinds 1991) zowel aan de accountants als aan de bedrijfsrevisoren werden toevertrouwd. Alleen de specifieke opdrachten voor bedrijfsrevisoren, zoals de in artikel 142 en 146 van het Wetboek van vennootschappen voorziene wettelijke controle op de jaarrekening of nog de attesten afgeleverd in geval van inbreng in natura vallen niet onder de opleidingsinhoud « juridische en beroepsnormen » dat van toepassing is op de accountants.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de uitdrukking « juridische en beroepsnormen inzake de accountancy, de belastingconsultancy en de andere wettelijke opdrachten van de accountant en van de belastingconsulent » toch wettelijke opdrachten van controle van de jaarrekening inhoudt in de mate dat de wetgever deze opdrachten aan de accountants toevertrouwt.
Zo voorziet het artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen dat in een vennootschap, die niet verplicht is om een commissaris te benoemen, elke vennoot over een onderzoeks- en controlebevoegdheid van de rekeningen beschikt en dat deze zich kan laten vertegenwoordigen of bijstaan door een accountant.
De herformulering van zekere opleidingsinhouden van het toelatingsexamen tot de stage van kandidaat accountants verandert zodoende op geen enkele wijze de draagwijdte van de 17 opleidingsinhouden, zoals opgenomen in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 20 april 1990, houdende vaststelling van het programma en de voorwaarden voor het bekwaamheidsexamen van accountant.
Alleen de onderverdeling van de opleidingsinhoud « fiscaal recht » in acht verschillende opleidingsinhouden dient bijgevolg beschouwd te worden als een wijziging naar de inhoud van de vroegere bepalingen.
Deze wijziging vloeit, enerzijds, voort uit de in 1999 door de wetgever genomen beslissing om de belastingconsulenten op te nemen in het Instituut der accountants en, anderzijds, uit de definitie van de activiteiten van de accountants en de belastingconsulenten zoals opgenomen in de artikelen 34 en 38 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. 2. Het systeem van vrijstellingen voor het toelatingsexamen Bij de herziening van de bepalingen met betrekking tot de toegang tot het beroep van accountant en de voorziening van gelijkaardige bepalingen voor de belastingconsulenten, worden duidelijker de modaliteiten vastgelegd volgens dewelke alle kandidaat-accountants en/of belastingconsulenten kunnen genieten van vrijstellingen voor het toelatingsexamen dat voorafgaat aan de stage, op basis van objectieve criteria die zowel in dit besluit als in de roosters in bijlage worden omschreven. Rekening houdende met het advies van 17 mei 2001 van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen, stelt het ontwerp een systeem van vrijstellingen vast, rekening houdende met de verscheidenheid van opleidingen die in aanmerking kunnen komen voor het toelatingsexamen van accountant en/of belastingconsulent.
In zijn advies van 2 april 2003, stelt de Hoge Raad voor de Economische Beroepen de vraag of het systeem van vrijstellingen de beoogde samenhang tussen de verschillende onderwijsrichtingen verzekert. Teneinde aan deze bemerking tegemoet te komen, werd - analoog aan hetgeen het geval is voor de kandidaten met een diploma van het hoger economisch onderwijs van het korte type of van één cyclus en de kandidaten die er in het kader van de vrijstellingsregeling worden mee gelijkgesteld - ook voor kandidaten met een universitair diploma of een diploma van het hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli, het criterium « studiepunten » toegevoegd. Bijgevolg, zullen alle kandidaten, ongeacht de onderwijsrichting die zij hebben gevolgd, vrijstellingen per opleidingsinhoud genieten op basis van contacturen of studiepunten.
Daarenboven dient de belangrijkheid van het opzetten van een systeem van vrijstellingen benadrukt te worden dat een evenwichtige behandeling waarborgt tussen de diploma's, afgeleverd door de universiteiten en instellingen van hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli en anderzijds door de instellingen van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus, evenals alle andere opleidingstitels voorzien in artikel 19, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten.
Bij het bepalen van het aantal contacturen alsook het aantal studiepunten werd, op basis van zeer grondig overleg met, enerzijds, de vertegenwoordigers van de diverse types van onderwijs en, anderzijds, het Instituut, terdege rekening gehouden met het relatieve belang van de diverse vakken in het doorlopen van de stage en in de uitoefening van de beroepen. Dit neemt niet weg dat de bijlagen in de toekomst steeds zullen moeten aangepast worden volgens de evoluties in de onderwijsprogramma's, onder andere als gevolg van de akkoorden van Bologna. 2.1. Universitair onderwijs en hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli zoals voorzien in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen De kandidaten met een diploma van het universitair onderwijs of van het hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli, worden vrijgesteld van het examen met betrekking tot de opleidingsinhouden die uitdrukkelijk worden vermeld op hun diploma, in voorkomend geval diploma-supplement, in de mate waarin een minimum aantal uren of studiepunten werd besteed aan de studie van een opleidingsinhoud, zoals wordt vastgelegd in een rooster in bijlage.
Om te bepalen of een kandidaat aan het vereiste aantal contacturen of studiepunten, zoals bepaald in het rooster in bijlage, voldoet, komen ook seminaries waarin de opleidingsinhouden aangereikt en verworven worden, in aanmerking, indien deze aanleiding geven tot hetzij een schriftelijk en/of mondeling examen dat met een cijfer beoordeeld wordt, hetzij het opstellen van een schriftelijk werk (individueel of in groep) dat met een cijfer wordt beoordeeld.
De andere didactische vormen maken deel uit van het overleg betreffende de concordantietabellen, dat jaarlijks tussen het Instituut en de vertegenwoordigers van de betrokken onderwijsinstellingen wordt georganiseerd. 2.2. Hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus en andere opleidingstitels zoals voorzien in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen In de mate dat de onderwezen opleidingsinhouden en het aantal uren of studiepunten besteed aan het onderwijs van elk van deze opleidingsinhouden verschillen van de ene instelling van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus tot de andere, werd een systeem van vrijstellingen in twee fasen aangenomen.
Voor de toepassing van deze vrijstellingsregeling worden alle opleidingstitels voorzien in artikel 19, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten gelijkgesteld met diploma's van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus. 2.2.1. Ambtshalve vrijstelling voor alle kandidaten met een diploma van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus en andere opleidingstitels voorzien in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten De in dit ontwerp opgenomen vrijstellingen dienen gegeven te worden aan de houders van alle hoger onderwijsdiploma's van het korte type of van één cyclus zoals voorzien in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen en dit onafhankelijk van het aantal contact uren of het aantal studiepunten dat aan deze opleidingsinhouden werd besteed.
Deze vrijstellingen worden beperkt tot de basisopleidingsinhouden die in alle instellingen van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus, zoals voorzien in artikel 19, eerste lid, 3°, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten, worden onderwezen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de graduaten boekhouding, fiscaliteit en rechten.
Voor de toepassing van deze vrijstellingsregeling, worden de opleidingen in bedrijfsbeheer, optie « accountancy-fiscaliteit » en in boekhouding, optie « fiscaliteit » met de opleidingen in boekhouding gelijkgesteld. Bijkomende vrijstellingen zullen echter kunnen bekomen worden op individuele vraag luidens artikel 3, § 5, tweede lid. Te veel inhoudsverschillen werden namelijk opgemerkt tussen deze opleidingen om een automatische vrijstelling te kunnen geven voor de fiscale basisopleidingsinhouden « personenbelasting », « vennootschapsbelasting » en « belasting over de toegevoegde waarde ». 2.2.2. Bijkomende vrijstellingen voor de gediplomeerden van de instellingen die de instemming hebben verkregen van de stagecommissie van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten Bepaalde opleidingsinhouden die deel uitmaken van opleidingen van het hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus geven recht op bijkomende vrijstellingen op voorwaarde dat het aantal contacturen of studiepunten dat aan de studie ervan werd besteed, ten minste gelijk is aan het aantal dat vastgelegd wordt in een tweede rooster in bijlage.
Om te bepalen of een kandidaat aan het vereiste aantal contacturen of studiepunten, zoals bepaald in de tabel in bijlage, voldoet, komen ook seminaries waarin de opleidingsinhouden aangereikt en verworven worden, in aanmerking indien deze aanleiding geven tot hetzij een schriftelijk en/of mondeling examen dat met een cijfer beoordeeld wordt, hetzij het opstellen van een schriftelijk werk (individueel of in groep) dat met een cijfer wordt beoordeeld.
De andere didactische vormen maken deel uit van het overleg betreffende de concordantietabellen, dat jaarlijks tussen het Instituut en de vertegenwoordigers van de betrokken onderwijsinstellingen wordt georganiseerd. 2.3. Onderzoek van de individuele dossiers Om van de vrijstellingen te kunnen genieten, moeten de kandidaten bedoeld in bovenvermelde punten 2.1. en 2.2. een individueel dossier tot aanvraag van vrijstellingen indienen.
In overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken onderwijsinstellingen stelt het Instituut jaarlijks per instelling een concordantietabel op waarin de vrijstellingen per opleidingsinhoud worden aangegeven.
Het Instituut maakt jaarlijks voor eind mei de concordantietabellen bekend, behalve voor het jaar 2003 waarin het Instituut deze tabel ten laatste eind juni bekend zal kunnen maken.
Hoewel de Hoge Raad voor de Economische Beroepen in zijn advies van 2 april 2003, stelt dat de studenten bij aanvang van hun studies de vrijstellingen zouden moeten kennen waarop zij recht zullen hebben, moet er op gewezen worden dat de rechtszekerheid voldoende verzekerd is indien de kandidaten in mei het aantal af te leggen examens kennen, i.e. meerdere maanden voor de datum van het examen. Overigens belet niets een student die zijn studies aanvangt ten indicatieve titel de voor het betrokken jaar geldende concordantietabel te raadplegen, zelfs indien de mogelijkheid bestaat dat de studieprogramma's in lichte mate zouden worden aangepast tussen het moment waarop hij zijn studies aanvangt en waarop hij afstudeert. Er moet tenslotte opgemerkt worden dat verschillende scholen te kennen hebben gegeven dat zij hun onderwijsprogramma's wensen aan te passen aan de vereisten van dit besluit, en dit in het belang van hun studenten.
Het onderzoek van de individuele dossiers wordt uitgevoerd door de stagecommissie op grond van deze criteria voor het verlenen van vrijstellingen.
Deze benadering is vergelijkbaar met deze gebruikt voor het Instituut der Bedrijfsrevisoren en zou de toenadering tussen de twee Instituten op termijn moeten vergemakkelijken. 3. Wijziging van de bevoegdheden van de stagecommissie De bevoegdheden van de stagecommissie werden herzien rekening houdende met de wijzigingen inzake de organisatie van de toegang tot het beroep en meer bepaald ten gevolge van de invoering van een systeem van vrijstellingen. Deze wijzigingen hebben tot doel de onafhankelijkheid van deze commissie te vergroten door haar bevoegdheden te verruimen en dit, met het oog op het toekomstige streven naar een eventuele gemeenschappelijke stage tussen accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren, door een maximale coherentie te waarborgen met de bevoegdheden van de stagecommissie bij het Instituut der Bedrijfsrevisoren. 4. Draagwijdte van de stage Rekening houdende met de verhoging van het aantal verschillende wettelijke opdrachten - vooral sinds 1991 - toegekend aan de accountants, bepaalt het ontwerp voortaan uitdrukkelijk dat de stagiair tijdens zijn stage de activiteiten van accountant en/of belastingconsulent moet uitvoeren inbegrepen de verschillende bijzondere opdrachten die door de wetgever werden toevertrouwd aan de accountants en/of de belastingconsulenten. De stagemeester zal er terzelfder tijd over moeten waken dat zijn stagiair tijdens zijn stage een voldoende ervaring kan verwerven in deze bijzondere opdrachten.
De stagecommissie moet zodoende nagaan dat het stagedagboek van elke stagiair een voldoende ervaring voorziet in de verschillende bijzondere opdrachten.
Bij gebreke daaraan zal de stagiair zich tijdens zijn stage tot een andere accountant en/of belastingconsulent wenden die voldoet aan de voorwaarden om stagemeester te zijn, met het oog op het verwerven van de noodzakelijke ervaring in de gebieden waar zijn stagemeester minder beslagen is. 5. Herziening van het koninklijk besluit van 22 november 1990 De bepalingen van het koninklijk besluit van 22 november 1990 betreffende de diploma's van de kandidaat accountants en de kandidaat-belastingconsulenten moeten op korte termijn worden herzien. Dit besluit omvat de lijst van de diploma's (in de bijlagen) die vastlegt welke opleidingen de mogelijkheid geven om zich aan te bieden voor het toelatingsexamen van accountant en/of belastingconsulent.
Het past dat de lijst van de onderwijsinstellingen en van de diploma's die hiermede verbonden zijn in de toekomst regelmatig zou worden herzien zodat de coherentie van de lijst gewaarborgd blijft.
Dit onderzoek van het koninklijk besluit van 22 november 1990 zou moeten leiden tot een nieuw besluit, na advies van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen, en na een overgangsperiode tot de opheffing van het genoemde koninklijk besluit.
Onderhavig besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2002.
De inwerkingtreding met terugwerkende kracht is noodzakelijk teneinde voor een aanzienlijk aantal personen een geldige aanvang van de stage op 1 mei 2002 te waarborgen. De
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, die kandidaat-accountants en/of -belastingconsulenten verplicht een toelatingsexamen tot de stage af te leggen, drie jaar stage te volgen en in een bekwaamheidsexamen op het einde van de stage te slagen, trad reeds in werking op 29 juni 1999. De procedure om de concrete modaliteiten en voorwaarden van de examens en de stage bij koninklijk besluit te regelen en de noodzakelijke adviesvragen, namen een aanzienlijke periode in beslag. Vanuit een bekommernis van behoorlijk bestuur, en teneinde een belangrijk aantal kandidaten voor het toelatingsexamen, die sinds de inwerkingtreding van de wet wachtten op deelname aan het aangepaste toelatingsexamen tot de stage, te vrijwaren van al te grote hinder als gevolg van de duur van de reeds aangehaalde procedure, organiseerde het Instituut op 2 en 16 maart 2002 een aangepast toelatingsexamen tot de stage.
De kandidaat-belastingconsulenten konden voor de eerste keer deelnemen aan een specifiek toelatingsexamen, en er werden voor kandidaat-accountants een aantal aanpassingen aan het examen doorgevoerd op basis van de nieuwe wettelijke context. Bovendien kende het Instituut aan kandidaten vrijstellingen toe naargelang van het door hen behaalde onderwijsdiploma. De juridische basis voor de organisatie van deze examensessie waren de vigerende besluiten van 20 april 1990. De aanpassingen aan het bestaande toelatingsexamen werden doorgevoerd na advies van de Hoge Raad voor Economische Beroepen en met instemming van de voogdijministers van het Instituut.
Teneinde de stage te beginnen, dient de stagiair een stageovereenkomst te hebben afgesloten met een stagemeester, waarvan het profiel in onderhavig besluit wordt aangepast. Maar een aanzienlijk aantal stagiairs blijkt reeds een dergelijke overeenkomst te hebben afgesloten met een stagemeester die beantwoordt aan het vernieuwde profiel, zodat inwerkingtreding van het besluit op 1 mei 2002 noodzakelijk blijkt teneinde de feitelijke toestand waarin deze personen zich bevinden, te regulariseren.
Er dient echter te worden benadrukt dat de retroactieve inwerkingtreding in geen geval kandidaten benadeelt of individuele rechten schendt. Ze leidt evenmin tot een ongelijke behandeling van kandidaten.
Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer trouwe dienaars, De Minister belast met Middenstand, R. DAEMS De Minister van Economie, Ch. PICQUE
ADVIES 32.619/3 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, derde kamer, op 28 november 2001 door de Minister van Economie verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent », heeft op 11 juni 2002 het volgende advies gegeven : Strekking van het ontwerp 1. De
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen bevat o.m. bepalingen in verband met de vereisten waaraan kandidaten moeten voldoen, opdat het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten (hierna : het Instituut) hen de hoedanigheid van accountant of belastingconsulent zou kunnen toekennen.
Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het vaststellen van de nadere regels m.b.t. het toelatingsexamen (zie artikel 25, 2°, van de wet), de stage (zie artikel 19, eerste lid, 4°, van de wet) en het bekwaamheidsexamen (zie artikel 19, eerste lid, 5°, van de wet).
Het ontwerp bestaat uit zeven titels, die achtereenvolgens de volgende onderwerpen behandelen : - definities (titel I); - het toelatingsexamen (titel II); - de stage (titel III); - het bekwaamheidsexamen (titel IV); - de toegang tot de titel van accountant voor leden die uitsluitend op de lijst der belastingconsulenten zijn ingeschreven, en de toegang a priori tot de titel van belastingconsulent voor accountants die uitsluitend op de lijst der accountants zijn ingeschreven (titel V); - overgangsbepalingen (titel VI); - slotbepalingen (titel VII).
De inhoud van het ontwerp blijkt in belangrijke mate geïnspireerd te zijn door de bepalingen van het koninklijk besluit van 20 april 1990 betreffende de stage van de kandidaat-accountants en die van het koninklijk besluit van dezelfde datum houdende vaststelling van het programma en de voorwaarden voor het bekwaamheidsexamen van accountants. Het ontwerp voorziet trouwens in de opheffing van die besluiten.
Algemene opmerking 2. In het ontwerp wordt op verscheidene plaatsen verwezen naar artikel 19bis van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten.Op dit ogenblik bestaat een dergelijk artikel niet. Het is wel de bedoeling om in de wet een artikel 19bis in te voegen, dat betrekking heeft op de erkenning van diploma's en opleidingstitels die in een lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn verworven. Over een daartoe strekkend ontwerp van koninklijk besluit geeft de Raad van State heden advies 32.305/3 (1). (1) Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. Het spreekt vanzelf dat het voorliggende ontworpen koninklijk besluit niet eerder in werking mag treden dan het ontworpen besluit 32.305/3.
Onderzoek van de tekst Aanhef 3. In het eerste lid van de aanhef dient inzonderheid verwezen te worden naar de artikelen van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten die rechtsgrond bieden aan het ontworpen besluit.Het gaat om de volgende artikelen : 7, § 1, 19, 24 en 26.
Omwille van een goed begrip van de context van de ontworpen regeling, zou bovendien verwezen kunnen worden naar artikel 25 van de wet.
Artikel 3 4. De paragrafen 4 en 5 voorzien in vrijstellingen van het examen over bepaalde vakken voor kandidaten met een diploma respectievelijk van het universitair onderwijs of van het hoger onderwijs van het lange type (paragraaf 4) en van het hoger onderwijs van het korte type (paragraaf 5).Het valt op dat de vrijstellingsregeling voor de eerste categorie minder gunstig is dan die voor de tweede categorie : voor de eerste categorie is er slechts een vrijstelling « in de mate waarin het aantal uren dat werd besteed aan de studie van een vak of het aantal studie-uren dat hiervoor werd toegekend, als voldoende (wordt) beschouwd », terwijl voor de tweede categorie de vrijstelling wordt verleend, ongeacht het aantal uren dat tijdens de opleiding aan het vak werd besteed.
Die ongelijke behandeling moet in het licht van de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie verantwoord worden. Bij gebreke van een inzicht in alle feitelijke gegevens, kan de Raad van State zich over het bestaan van een zodanige verantwoording niet uitspreken. 5. Volgens de paragrafen 4, tweede lid, en 5, tweede lid, dient de Raad van het Instituut de criteria te bepalen op grond waarvan vrijstellingen kunnen worden verleend. Het komt de Raad van State voor dat het hier niet gaat om maatregelen van louter bijkomstige of detailmatige aard. In die omstandigheden gaat de delegatie van verordenende bevoegdheid te ver. Het is de Koning die zelf de bedoelde criteria dient vast te stellen. 6. De regeling bedoeld in paragraaf 7 vloeit reeds voort uit het ontworpen artikel 19bis van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten (zie opmerking 2).Paragraaf 7 kan dan ook beter geschreven worden als volgt : « § 7. Overeenkomstig artikel 19bis van de wet, worden de houders van een van de diploma's of opleidingstitels bedoeld in dat artikel, vrijgesteld van het toelatingsexamen. » Mutatis mutandis geldt deze opmerking eveneens voor de artikelen 28, § 1, en 49, § 2, eerste lid, van het ontwerp.
Artikel 4 7. Volgens c) dient de kandidaat voor het toelatingsexamen een bijdrage in de administratieve kosten te betalen, waarvan het bedrag jaarlijks door de Raad wordt vastgesteld. Voor het opleggen van een dergelijke bijdrage biedt de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten geen rechtsgrond. Meer in het bijzonder is van zulke bijdrage geen sprake in artikel 14 van de wet, dat de inkomsten van het Instituut opsomt.
Punt c) dient bijgevolg weggelaten te worden.
Artikel 5 8. In paragraaf 1, eerste lid, wordt verwezen naar « de door artikel 4 van dit besluit gestelde voorwaarden ». Die verwijzing is te ruim. Het lijkt beter om te verwijzen naar de voorwaarden bedoeld in artikel 19, eerste lid, 1° tot 3°, van de wet.
Artikel 8 9. De bepalingen vervat in paragraaf 1, eerste lid, 8°, en tweede lid tot vijfde lid, hebben betrekking op tussentijdse proeven, in de loop van de stage. Het tweede tot het vijfde lid horen niet thuis in een hoofdstuk dat over « de stagecommissie » gaat. Het is beter die bepalingen op te nemen in een afzonderlijk hoofdstuk.
Artikel 9 10. De structuur van dit artikel is voor verbetering vatbaar.De Raad van State stelt voor om de tekst als volgt in paragrafen in te delen : - paragraaf 1 : alle bepalingen i.v.m. de effectieve leden (d.w.z. de bepalingen die in het ontwerp voorkomen in paragraaf 1, eerste lid, met uitzondering van de tweede volzin, en in paragraaf 2); - paragraaf 2 : alle bepalingen i.v.m. de voorzitter en de ondervoorzitter (d.w.z. de bepalingen die in het ontwerp voorkomen in paragraaf 1, eerste lid, tweede volzin, en in paragraaf 3); - paragraaf 3 : de bepaling i.v.m. de secretarissen (thans in paragraaf 4 van het ontwerp); - paragraaf 4 : de bepaling i.v.m. de plaatsvervangende leden (thans in paragraaf 1, tweede lid, van het ontwerp).
Die laatste paragraaf zou geredigeerd kunnen worden als volgt : « § 4. Onder dezelfde voorwaarden als bepaald in § 1 wijst de Raad ook vijf Nederlandstalige en vijf Franstalige plaatsvervangende leden aan.
De plaatsvervangende leden mogen met raadgevende stem aan de vergaderingen van de stagecommissie deelnemen. Een plaatsvervangend lid is slechts stemgerechtigd wanneer het een effectief lid vervangt, dat verhinderd is de vergadering bij te wonen en dat hem en de voorzitter, overeenkomstig artikel 11, derde lid, daarvan verwittigd heeft. » Artikel 16 11. Uit paragraaf 2 kan worden afgeleid dat de aanvraag om toegelaten te worden tot de stage pas ingediend kan worden nadat de kandidaat geslaagd is in het toelatingsexamen, of althans in die vakken waarvoor het slagen vereist is. Dit zou beter kunnen blijken uit paragraaf 1. De Raad van State stelt voor die paragraaf de volgende tekst voor : « § 1. Een kandidaat die geslaagd is in het toelatingsexamen, of die valt onder de toepassing van artikel 3, § 1, tweede lid, kan een aanvraag indienen om toegelaten te worden tot de stage.
Voordat de kandidaat een aanvraag indient, moet hij een stageovereenkomst gesloten hebben met een stagemeester. » Artikel 18 12. In paragraaf 1 wordt enkel verwezen naar de vereisten voor de ontvankelijkheid van de aanvraag.Het spreekt echter vanzelf dat een kandidaat pas tot de stage toegelaten kan worden als hij voldoet aan de vereisten die artikel 25 van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten daartoe stelt.
Men schrijve dan ook : « Onverminderd de vereisten bedoeld in artikel 25 van de wet, kan tot de stage enkel worden toegelaten de kandidaat ... ». 13. In de eerste volzin van paragraaf 2 kan beter geschreven worden : « ... volgend op de datum van ontvangst van de toelatingsaanvraag, bedoeld in artikel 16, § 1, of binnen de maand na het verstrijken van de termijn, vastgesteld met toepassing van artikel 17. » Artikel 19 14. Volgens dit artikel kan een beroep « met schorsende kracht » worden ingesteld tegen een weigering van toelating tot de stage. Het is de Raad van State niet duidelijk welk concreet effect kan uitgaan van de schorsende werking. Het lijkt beter om de woorden « met schorsende kracht » weg te laten.
Artikel 33 15. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid van schrapping van een stagiair, « op grond van andere dan tuchtmaatregelen ». Omwille van de rechtszekerheid zou enige aanduiding gegeven moeten worden omtrent de kenmerken van de maatregelen die beoogd worden. HOOFDSTUK VI 1 6. De bepalingen van hoofdstuk VI lijken enkel op plichten, niet op rechten, betrekking te hebben. Het opschrift van hoofdstuk VI kan zich dan ook beter beperken tot een verwijzing naar « plichten », of naar « verplichtingen » (zie artikel 16, § 2, 2°, van het ontwerp).
Artikel 35 17. De bepaling van de eerste volzin vormt een herhaling van wat reeds bepaald is in artikel 4, tweede lid, van de
wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016119
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen
type
wet
prom.
22/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999016118
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
sluiten.Men schrijve dan ook : « Overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van de wet, is de stagiair geen lid van het Instituut, maar is hij onderworpen aan het toezicht en aan de tuchtbevoegdheid ervan ».
Artikel 49 18. In paragraaf 2, tweede en derde lid, wordt de regeling overgenomen vervat in het ontworpen artikel 19bis, § 2, van de wet.Met betrekking tot die bepaling heeft de Raad van State in zijn advies 32.305/3 van heden (2) inhoudelijke opmerkingen gemaakt (opmerkingen 10.1 en 10.2 van dat advies). De tekst van het voorliggende ontwerp zal in voorkomend geval aangepast moeten worden aan de wijzigingen die artikel 19bis ten gevolge van die opmerkingen zal ondergaan. (2) Zie hiervoor, opmerking 2. Artikel 50 19. Volgens het vierde lid moet ten minste de helft van de leden van de examencommissie ingeschreven zijn, hetzij op de lijst van accountants, hetzij op die van belastingconsulenten, afhankelijk van het antwoord op de vraag welke lijst het minste aantal leden telt. Het is de Raad van State niet duidelijk of er voor dit verschil in behandeling, ten nadele van de beroepsgroep die het grootste aantal leden telt, een verantwoording bestaat die verenigbaar is met de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie.
Artikel 55 20. In dit artikel is sprake van een ondervraging door een examencommissie.Er wordt echter niet bepaald waarover de ondervraging van de kandidaat gaat. Dit zou gepreciseerd moeten worden.
Artikel 57 21. In verband met de wettigheid van de bepalingen waarbij aan het Instituut een verordenende bevoegdheid is opgedragen (artikel 3, § 4, tweede lid, en § 5, tweede lid), heeft de Raad van State hiervóór een voorbehoud gemaakt (opmerking 5).De tekst van artikel 57 zal in voorkomend geval aangepast moeten worden aan de wijzigingen die de bedoelde bepalingen ten gevolge van die opmerking zullen ondergaan.
Opmerkingen van wetgevingstechnische en formele aard Algemeen 22. De indeling van een artikel dient te gebeuren in « 1° », « 2° », « 3° »,... en vervolgens in « a », « b », « c »,... 23. Het is wetgevingstechnisch af te raden een artikel in paragrafen in te delen, wanneer elke paragraaf slechts uit een lid bestaat.24. Bij verwijzingen naar andere artikelen van het ontworpen besluit wordt meermaals gepreciseerd dat het gaat om artikelen « van dit besluit ».Bij verwijzingen naar andere onderdelen van het betrokken artikel zelf, wordt gepreciseerd dat het gaat om een paragraaf of een lid « van artikel x van dit besluit ». Die preciseringen zijn overbodig. 25. De voegwoordcombinatie « en/of » dient in een normatieve tekst te worden vermeden. Aanhef 26. In het vijfde lid van de aanhef kunnen het nummer en de datum van het voorliggende advies worden vermeld. Artikel 3 27. In paragraaf 1, tweede lid, is sprake van de « fiscale vakken » bedoeld in het eerste lid (niet : « lid 1 »).Het verdient aanbeveling om uitdrukkelijk te verwijzen naar de vakken bedoeld in het eerste lid, elfde tot achttiende streepje (lees : 11° tot 18°) (zie de toelichting in het verslag aan de Koning, onder nr. 1.1).
Nog beter zou het zijn om, gelet op het voorbehoud dat blijkt uit het laatste zinsdeel van het bedoelde lid, dat lid te redigeren als volgt : « Onverminderd §§ 4 en 5, kan de kandidaat-accountant die niet geslaagd is voor alle vakken bedoeld in het eerste lid, 12° tot 18°, toegelaten worden tot de stage, voorzover hij geslaagd is in het examen over de algemene principes van het fiscaal recht, bedoeld in het eerste lid, 11°. » 28. In verband met de term « fiscale vakken » in paragraaf 1, derde lid, wordt verwezen naar de opmerking hiervoor.29. In de Nederlandse tekst van paragraaf 6, eerste lid, dient het woord « toegangsexamen » vervangen te worden door « toelatingsexamen » (zie de term gedefinieerd in artikel 1, 6°, van het ontwerp). Deze opmerking geldt eveneens voor sommige andere bepalingen van het ontwerp.
Artikel 5 30. In paragraaf 1, derde lid, kan waarschijnl …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.