📄 Wettekst
28 NOVEMBER 2021. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2020, gesloten in het Paritair Comité voor de landbouw, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de landbouw;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2020, gesloten in het Paritair Comité voor de landbouw, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 november 2021.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de landbouw Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2020 Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 (Overeenkomst geregistreerd op 17 december 2020 onder het nummer 162411/CO/144) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders die ressorteren onder het Paritair Comité nr. 144 voor de landbouw die, in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw (hierna de collectieve arbeidsovereenkomst 5 februari 2008), niet zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel. § 2. Met "arbeiders" worden alle arbeiders bedoeld zonder onderscheid naar gender. HOOFDSTUK II. - Pensioenreglement Art. 2.Het pensioenreglement opgenomen in bijlage 1 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 wordt vervangen door het pensioenreglement in bijlage 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK III. - Solidariteitsreglement Art. 3.Het solidariteitsreglement opgenomen in bijlage 2 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 wordt vervangen door het solidariteitsreglement in bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK IV. - Financieringsreglement Art. 4.Het financieringsreglement opgenomen in bijlage 3 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 wordt vervangen door het financieringsreglement in bijlage 3 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.
Commentaar: Wat de tweede pensioenpijler betreft, werd in het sectorakkoord 2019-2020 afgesproken om de werkgeversbijdrage van 1,87 pct. (inclusief de 0,05 pct. voor de solidariteit) te verhogen met 0,13 pct. en dit met ingang van het eerste kwartaal van 2020.
De sociale partners zijn zich bewust van de problematiek van harmonisatie aanvullende pensioenen arbeiders-bedienden, en zijn overgegaan tot de toekenning van de verhoging van de bijdragevoet op basis van een duidelijk zicht op de concrete situatie in de ondernemingen behorend tot de sector, en met de nodige verantwoordelijkheid. HOOFDSTUK V. - Begrippenlijst Art. 5.De begrippenlijst opgenomen in bijlage 4 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 wordt vervangen door de begrippenlijst in bijlage 4 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Geldigheidsduur Art. 6.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2019 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij wijzigt de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw (registratienummer 87811) en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019, geregistreerd onder het nummer 157166/CO/144. § 2. Zij kan door één der partijen worden opgezegd mits een opzegging van zes maanden, bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de landbouw en aan de erin vertegenwoordigde organisaties. De opzegging is alleen geldig voor zover artikel 10, § 1, 3° van de WAP is nageleefd. Art. 7.Overeenkomstig artikel 14 van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités worden, voor wat betreft de ondertekening van deze collectieve overeenkomst, de handtekeningen van de personen die deze aangaan namens de werknemersorganisaties enerzijds en namens de werkgeversorganisaties anderzijds, vervangen door de notulen van de vergadering die door de voorzitter en de secretaris zijn ondertekend en door de leden goedgekeurd.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2021.
De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2020, gesloten in het Paritair Comité voor de landbouw, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 Pensioenreglement 1. Doel en voorwerp van de pensioentoezegging 1.1. Het pensioenreglement wordt opgemaakt in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal sectoraal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw, alsook in voorkomend geval, van de collectieve arbeidsovereenkomst tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenplan, hierna "collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008" genoemd. 1.2. Het pensioenreglement bepaalt de aansluitingsvoorwaarden, de regels en modaliteiten inzake de uitvoering van de pensioentoezegging, alsook de rechten en plichten van de inrichter, de pensioeninstelling, de aangeslotenen en hun begunstigden. 1.3. Het doel van de pensioentoezegging is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioen en ter verhoging ervan aan: - De aangeslotene zelf, een kapitaal of een levenslange lijfrente indien hij in leven is op de einddatum. - De begunstigden voorzien door onderhavig reglement, een kapitaal of een levenslange overlevingsrente in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum. 1.4. Het sectoraal pensioenstelsel betreft met ingang van 1 juli 2017 een multi-sectoraal pensioenstelsel waarvan de inrichters zijn: - Het "Fonds tweede pijler PC 132"; - Het "Fonds tweede pijler PC 144"; - Het "Fonds tweede pijler PC 145".
De voormelde inrichters hebben een overeenkomst tot overname van rechten en verplichtingen gesloten die als doel heeft de opheffing van de gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, wanneer de aangeslotene een werkgever verlaat die deelneemt aan het sectoraal pensioenstelsel van een van deze inrichters en een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit met een nieuwe werkgever die deelneemt aan hetzelfde sectoraal pensioenstelsel maar waarvan de inrichter een andere inrichter is dan deze onder de vorige werkgever.
Een kopie van deze overeenkomst is gehecht als bijlage bij het pensioenreglement. Deze overeenkomst treedt in werking op 1 juli 2017. 2. Beheer 2.1. Binnen de juridische structuur van de pensioeninstelling kan de inrichter ervoor opteren één of meerdere deelaspecten van het beheer aan derden uit te besteden. 2.2. Het beheer van de pensioentoezegging omvat de volgende deelaspecten : administratief, financieel, boekhoudkundig en actuarieel beheer. Dit beheer wordt door de inrichter toevertrouwd aan AG Insurance, naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53 (toegelaten door de FSMA onder code 0079), hierna "de pensioeninstelling" genoemd. 3. Werking in de tijd 3.1. De pensioentoezegging vangt aan op 1 januari 2008. Het voortbestaan ervan gaat samen met de solidariteitstoezegging, ingesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008. 3.2. Met respect voor de geldende wettelijke bepalingen kan de beheersovereenkomst bij de pensioeninstelling opgezegd worden in geval van niet-betaling der premies, in gemeenschappelijk akkoord tussen de inrichter en de pensioeninstelling, of door beslissing van één der partijen. De opzegging moet gebeuren door middel van een aangetekende brief en zal automatisch ook de opzegging van de beheersovereen-komst van de solidariteitstoezegging inhouden. 3.3. De individuele rekening van de deelnemer treedt automatisch in werking op het moment dat voldaan werd aan de onder punt 5 gedefinieerde aansluitingsvoorwaarden, doch ten vroegste vanaf de aanvangsdatum van het sociaal sectoraal aanvullend pensioenplan. 4. Definities De begrippen die in het vervolg van dit reglement opgenomen zijn, worden toegelicht in de begrippenlijst, dewelke als bijlage is gehecht aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2020.De begrippen moeten in elk geval worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in de wet betreffende de aanvullende pensioenen, hierna "WAP" genoemd. 5. Aansluiting 5.1. Het pensioenreglement is verplicht van toepassing op alle arbeiders die op of na 1 januari 2008 verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst met een werkgever ressorterend onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 en waarvan het loon onderworpen is aan de sociale zekerheidsbijdragen, met uitzondering van: - Vóór 1 januari 2016: de arbeiders die al een wettelijk pensioen ontvangen, maar hun activiteiten blijven uitoefenen in het kader van de toegelaten arbeid als gepensioneerde zonder schorsing van het wettelijk rustpensioen; - Vanaf 1 januari 2016: de gepensioneerde arbeiders. De arbeider die op 31 december 2015 gepensioneerd is en aangesloten is aan het sociaal sectoraal pensioenplan krachtens onderhavig pensioenreglement, blijft evenwel aangesloten bij dit pensioenplan zolang hij tewerkgesteld blijft bij een werkgever onderworpen aan onderhavig pensioenreglement. 5.2. Zijn echter uitdrukkelijk uitgesloten, de arbeiders dewelke worden uitgesloten door de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008. 5.3. Elke arbeider die voormelde aansluitingsvoorwaarden vervult, wordt automatisch en verplicht aangesloten. De aansluiting houdt op vanaf het moment dat bovenstaande aansluitingsvoorwaarden niet gerespecteerd zijn. 5.4. Een deelnemer die de vereffening van zijn verzekerde bedragen in het kader van zijn pensioentoezegging heeft verkregen en die nadien opnieuw wordt aangesloten, wordt als een nieuwe deelnemer beschouwd. 5.5. Een deelnemer die ervoor gekozen heeft zijn verworven reserves in kader van zijn pensioentoezegging over te dragen naar een andere pensioeninstelling en die nadien opnieuw wordt aangesloten, wordt eveneens als een nieuwe deelnemer beschouwd. 6. Pensioentoezegging 6.1. De pensioentoezegging is een toezegging van het type vaste bijdrage. 6.2. De bijdrage tot de pensioentoezegging wordt per trimester berekend door de inrichter op basis van het voor dat trimester bij de RSZ aangegeven loon. Deze bijdragen worden door de inrichter medegedeeld aan de pensioeninstelling. 6.3. De bijdragen worden geput uit het met dit doel ingericht financieringsfonds, dat integraal deel uitmaakt van deze pensioentoezegging. 6.4. De bijdragen worden als koopsom op de individuele rekening van elk der deelnemers gestort met als datum van waarde de eerste dag van het tweede trimester volgend op het trimester waarop de bijdrage betrekking had. 6.5. Overeenkomstig de bepalingen van het pensioenreglement zullen aanvullende koopsommen op de individuele rekening van de deelnemer gestort kunnen worden. 6.6. De betaling van de bijdragen houdt op in geval van overlijden van de deelnemer vóór de einddatum of ingeval de arbeider de aansluitingsvoorwaarden niet meer vervult. 6.7. De verzekeringstechniek die aangewend wordt om de uitkering bij in leven zijn op de eindleeftijd te financieren is deze van "Uitgesteld Kapitaal Met terugbetaling van de opgebouwde Reserve bij overlijden voor de einddatum" (UKMR). 6.8. De uitkering in geval van overlijden voor de einddatum is gelijk aan de op dat moment verworven reserve, eventueel verhoogd met de door de pensioeninstelling toegekende verdeling der resultaten. 7. Tarificatie 7.1. Technische rentevoet 7.1.1. Het financieringsfonds geniet eveneens van de technische rentevoet van toepassing op de bijdragen voor de pensioentoezegging, vanaf de storting van de bijdragen. 7.1.2. Bij wijziging van de technische rentevoet, zal de nieuwe rentevoet toegepast worden op de bijdragen gestort vanaf de inwerkingtreding van de wijziging van de technische rentevoet. 7.1.3. Met ingang van 1 juli 2015 is de toegekende technische rentevoet de rentevoet van de tarieven groepsverzekering neergelegd bij de toezichthoudende overheid. Geen garantie wordt verleend op toekomstige premies. Bij wijziging van het tarief verwittigt de pensioeninstelling de inrichter via een gewone brief. 7.2. Winstdeelname 7.2.1. Het pensioenstelsel wordt door de pensioeninstelling beheerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit 69 voor wat betreft de reserves opgebouwd vóór 1 januari 2009. De bijdragen met betrekking tot de periode vanaf 1 januari 2009 tot 30 juni 2015 worden door de pensioeninstelling geïnvesteerd in een gepersonaliseerd sectoraal gekantonneerd fonds. De bijdragen met betrekking tot de periode vanaf 1 juli 2015 worden door de pensioeninstelling geïnvesteerd in een algemeen fonds. 7.2.2. Naast de technische rentevoet genieten de individuele rekeningen alsook het financieringsfonds van een winstdeelname in overeenstemming met artikel 32, § 1, 2° van de WAP overeenkomstig het winstdeelnameplan neergelegd bij de toezichthoudende overheid. 7.2.3. De toegekende winstdeelname komt boven op de verworven reserves wat de individuele rekeningen betreft. De winstdeelnamevoet komt boven op de technische rentevoet wat het financieringsfonds betreft. 7.2.4. Het winstdeelnameplan zal de rentevoet voorzien die toegepast wordt om de pro rata te bepalen van de contracten vereffend in de loop van het jaar. 7.2.5. De pensioeninstelling deelt de wijze van bepaling en het niveau van deze verdeling van het resultaat mee aan de inrichter alsmede aan de aangeslotenen op eenvoudig verzoek. 7.3. Beheerskost De beheerskost bedraagt maximaal het wettelijk toegestane. 8. Reservefonds 8.1. Het batig saldo van de resultaatsrekening wordt aangewend voor de samenstelling van een reservefonds en een omslagfonds. 8.2. Het reservefonds moet, rekening gehouden met het deel van het batig saldo van het boekjaar dat aangewend wordt voor de vestiging van het reservefonds, minstens gelijk zijn aan het hoogste van de volgende twee bedragen: 8.2.1. 5 pct. van de voorziening voor de verzekering leven op 31 december van het bedoelde boekjaar; 8.2.2. Het bedrag dat nodig is om de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 18, c van het
koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/02/1991
pub.
08/09/2005
numac
2005000468
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling
sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, per 31 december van dat boekjaar samen te stellen met betrekking tot de door dit besluit bedoelde verrichtingen. 8.3. Ieder jaar, en voor zover nodig, zal een percentage van de jaarlijkse winst aangewend worden als dotatie aan het reservefonds. Te dien einde, zal door de pensioeninstelling een percentage voorgesteld worden op basis van een simulatie die rekening zal houden in het bijzonder met het jaarlijks boekhoudkundig rendement van de financiële activa alsook met de evolutie van de premies. 9. Verworven rechten van de deelnemer 9.1. De verworven reserves die opgebouwd zijn op de individuele rekeningen, met inbegrip van de toegekende verdelingen van het resultaat van de pensioeninstelling, zijn de eigendom van de aangeslotene vanaf het moment dat de aangeslotene ten minste 132 dagen gecumuleerde tewerkstelling als arbeider bij één of meerdere werkgevers ressorterend onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 kan aantonen, te tellen vanaf 1 januari 2008.
De tewerkstelling wordt vastgesteld op basis van de bij de RSZ aangegeven arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen. De periode van 132 dagen hoeft niet ononderbroken te zijn. 9.2. Is deze minimum aansluitingstermijn ten tijde van de uittreding niet voldaan, dan worden, in voorkomend geval, het aantal dagen gecumuleerde tewerkstelling bij onderstaande sociale sectorale pensioenplannen meegeteld teneinde na te gaan of de minimum aansluitingstermijn is voldaan of niet: a) Het sociaal sectoraal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in het tuinbouwbedrijf;b) Het sociaal sectoraal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de ondernemingen van de technische land- en tuinbouw. 9.3. Vanaf 1 januari 2019 vervalt de in punt 9.1. vermelde voorwaarde van 132 dagen tewerkstelling. Dit heeft tot gevolg dat: - Reserves opgebouwd vanaf 1 januari 2019 onmiddellijk verworven zijn; - Reserves opgebouwd vóór 1 januari 2019 verworven zijn indien de deelnemer vóór 1 januari 2019 132 dagen gecumuleerde tewerkstelling als arbeider bij één of meerdere werkgevers ressorterend onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 kan aantonen, te tellen vanaf 1 januari 2008.
De tewerkstelling wordt vastgesteld op basis van de bij de RSZ aangegeven arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen. Voor de deelnemer in dienst van een werkgever onderworpen aan onderhavig pensioenreglement, in de loop van het vierde kwartaal 2018, wordt deze voorwaarde tevens als vervuld beschouwd en de vóór januari 2019 opgebouwde reserves als verworven indien deze deelnemer in de loop van het eerste kwartaal van 2019 nog steeds in dienst is van een werkgever onderworpen aan onderhavig pensioenreglement. 9.4. De verworven reserves worden bepaald door de pensioeninstelling en zullen in geen geval lager zijn dan de reserves die krachtens de WAP en de uitvoeringsbesluiten van de WAP moeten worden opgebouwd. 9.5. Indien het bedrag van de opgebouwde reserve kleiner zou zijn dan het bedrag van de verworven reserve die voortvloeit uit de WAP, worden de ontbrekende reserves geput uit het financieringsfonds. Indien de middelen van het financieringsfonds ontoereikend zouden zijn, kan de aangeslotene zich enkel richten tot de inrichter. De pensioeninstelling kan niet verplicht worden om dit tekort aan te zuiveren in de plaats van de inrichter. 9.6. Zolang de deelnemer tewerkgesteld is bij een werkgever die ressorteert onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008, kan de aangeslotene geen uitbetaling van de verworven aanspraken krijgen. 9.7. Afkoop der verworven rechten vóór de einddatum of vervroeging, voorschotten op de contracten en in pandgevingen zijn niet toegelaten, tenzij anders bepaald in onderhavig reglement. 9.8. Indien de aangeslotene overeenkomstig dit artikel geen recht heeft op de reserve die werd opgebouwd en de toegekende verdelingen van het resultaat van de pensioeninstelling worden deze bedragen in het financieringsfonds gestort. Deze bepaling houdt op uitwerking te hebben voor reserves opgebouwd vanaf 1 januari 2019. 10. Begunstigden en formaliteiten bij vereffening 10.1. Het verzekerde bedrag op de einddatum: - Indien de aangeslotene in leven is op de einddatum van het verzekeringscontract, wordt de verworven reserve verhoogd met de toegekende verdelingen van het resultaat van de pensioeninstelling uitgekeerd aan de aangeslotene zelf. - In dit geval maakt de aangeslotene aan de pensioeninstelling een door hem of zijn wettelijke vertegenwoordiger ingevuld en ondertekend formulier over, zoals dit met dit doel is opgesteld door de pensioeninstelling ter vereffening van de voordelen. - Het ingevuld en ondertekend document van vereffening betekent een kwijting voor de uitbetaalde som. - De inrichter en de pensioeninstelling kunnen ieder bijkomend document opvragen om de identiteit van de aangeslotene te verifiëren. 10.2. Het verzekerd bedrag bij overlijden van de aangeslotene voor de einddatum: - In geval van overlijden van de deelnemer voor de einddatum worden de aanspraken uitgekeerd aan de begunstigde(n) in volgende rangorde: - De echtgeno(o)t(e) van de aangeslotene voor zover die niet gerechtelijk van tafel en bed of feitelijk gescheiden is, of die zich niet in aanleg tot scheiding van tafel en bed of echtscheiding bevindt. De echtgenoten worden geacht feitelijk gescheiden te zijn wanneer uit de bevolkingsregisters blijkt dat zij een verschillende woonplaats hebben; - Bij ontstentenis, de wettelijk samenwonende partner van de aangeslotene in de zin van artikelen 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek, uitgezonderd indien deze een bloedverwant van de aangeslotene is of indien de wettelijke samenwoning officieel beëindigd werd of indien zulke procedure lopende is; - Bij ontstentenis, de kinderen van de aangeslotene, waarvan de afstamming vaststaat of zijn adoptieve kinderen, of bij plaatsvervulling, de erfgenamen van deze kinderen in rechte lijn, voor het gedeelte dat zou toegekomen zijn aan de begunstigde in wiens plaats ze treden; - Bij ontstentenis, de feitelijk samenwonende partner van de aangeslotene; - Bij ontstentenis, de ouders van de aangeslotene, elk voor de helft.
Bij overlijden van één van hen komt het kapitaal toe aan de langstlevende; - Bij ontstentenis, het financieringsfonds van de pensioentoezegging. - Indien er meerdere rechthebbenden zijn, wordt het voorziene kapitaal in gelijke delen onder hen verdeeld. - Ingeval de aangeslotene en de rechthebbende overlijden zonder dat de volgorde van overlijden kan bepaald worden, wordt het kapitaaloverlijden uitgekeerd aan de plaatsvervanger(s) van de rechthebbende(n). - Indien het overlijden van de aangeslotene het gevolg is van een opzettelijke daad te wijten aan of aangezet door één van de begunstigde(n), wordt/worden deze automatisch als begunstigde geschrapt. - Met respect voor de wettelijke bepalingen en zonder dat de inrichter of de pensioeninstelling aansprakelijk kan worden gesteld voor een eventuele betwisting kan de aangeslotene schriftelijk per aangetekende brief aan de inrichter de bovengenoemde rangorde wijzigen of zelf een begunstigde aanduiden, waarbij de laatst bij de inrichter aangekomen betekende brief doorslaggevend zal zijn. - De begunstigde(n) maakt of maken aan de pensioeninstelling een uittreksel uit de overlijdensakte over alsmede een door de begunstigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger ingevuld en ondertekend formulier, zoals dit met dit doel is opgesteld door de pensioeninstelling ter vereffening van de voordelen. - In alle gevallen betekent het ingevuld en ondertekend document van vereffening een kwijting voor het gedeelte van het kapitaal, dat aan iedere begunstigde toekomt. - De inrichter en de pensioeninstelling kunnen ieder bijkomend document opvragen om de identiteit van de begunstigde te verifiëren. 11. Vereffening 11.1. Bij vereffening kan de begunstigde kiezen tussen, hetzij de éénmalige uitbetaling van de aanspraken in kapitaal, hetzij een omzetting in een levenslange lijfrente. 11.2. Een keuze voor een vereffening in lijfrente moet door de begunstigde schriftelijk meegedeeld worden aan de pensioeninstelling, gedateerd en getekend door de begunstigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger. Wanneer de begunstigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger geen voorkeur aankruist op het formulier zoals dit met dit doel is opgesteld door de pensioeninstelling ter vereffening van de voordelen, wordt verondersteld dat hij kiest voor de éénmalige uitkering van de aanspraken in kapitaal. 11.3. Naar keuze van de begunstigde kan het gaan om een lijfrente die enkel aan hem of haar betaald wordt of om een lijfrente die in geval van later overlijden van de begunstigde voor maximaal 80 pct. overdraagbaar is op de overlevende echtgeno(o)t(e) of de wettelijk samenwonende partner van de begunstigde. De begunstigde kan kiezen voor een jaarlijkse vaste indexatie van de lijfrente met ten hoogste 2 pct. 11.4. De omzetting geschiedt overeenkomstig de verzekeringstarieven van kracht op het moment van vereffening, de leeftijd van de begunstigde en de eventuele echtgeno(o)t(e), of de wettelijk samenwonende partner en de gekozen percentages van overdraagbaarheid en indexatie. 11.5. De renten worden in maandelijkse delen betaald op de laatste dag van elke maand, tot en met de laatste vervaldag die voorafgaat aan het overlijden van de aangeslotene of de rechthebbende(n). 11.6. Wanneer de jaarlijks bedrag van de lijfrente bij aanvang: - lager is dan 500 EUR per jaar, wordt het pensioenkapitaal uitgekeerd en heeft/hebben de aangeslotene of de rechthebbende(n) geen optie tot omzetting in lijfrente; - wanneer het jaarbedrag van de rente gelegen is tussen 500 EUR en 800,01 EUR, dan wordt ze betaald in vier gelijke delen op het einde van ieder trimester.
Deze drempels worden geïndexeerd volgens de bepalingen van de
wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/1971
pub.
20/02/2009
numac
2009000070
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist geïndexeerd worden. 11.7. Het recht tot opvragen van het verzekerde bedrag vervalt, overeenkomstig de WAP, na 5 jaar in geval van leven en na 5 jaar in geval van overlijden. Indien het verzekerd bedrag niet wordt opgevraagd door de aangeslotene/de rechthebbende(n) binnen de door de WAP bepaalde termijnen, wordt dit bedrag in het financieringsfonds gestort. 12. Uittreding In geval van uittreding gelden volgende bepalingen: 12.l. Binnen een termijn van één jaar stelt de inrichter, dan wel de deelnemer zelf, alvorens de inrichter dit heeft gedaan, de pensioeninstelling schriftelijk van de uittreding in kennis. 12.2. De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de dertig dagen na deze kennisgeving aan de inrichter de volgende gegevens mee: - Het bedrag van de verworven reserves, aangevuld met de reeds toegekende verdelingen van de resultaten van de pensioeninstelling; - Het bedrag van de verworven prestaties; - De verschillende keuzemogelijkheden overeenkomstig artikel 32, § 1 van de WAP. 12.3. De inrichter stelt de deelnemer hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis. 12.4. De deelnemer stelt binnen de dertig dagen na de mededeling vermeld onder punt 12.3. hierboven de inrichter van zijn keuze in kennis. Bij ontstentenis wordt hij verondersteld te hebben gekozen bij het sectoraal stelsel van aanvullend pensioen aangesloten te blijven, met behoud van de opties voorzien in artikel 32, § 3, lid 3 van de WAP en uitvoeringsbesluiten. 12.5. De modaliteiten van de overdracht worden bepaald overeenkomstig artikel 32, § 4 van de WAP en uitvoeringsbesluiten. 12.6. Indien de deelnemer alvorens de kennisgeving vanwege de inrichter bedoeld onder punt 12.1., de pensioeninstelling in kennis stelt en meedeelt dat hij bij het sectoraal stelsel van aanvullend pensioen aangesloten blijft, is de procedure vermeld onder punten 12.2. tot 12.5. hierboven niet van toepassing. 12.7. Na het verstrijken van de termijn van dertig dagen vermeld in punt 12.4. kan de aangeslotene te allen tijde vragen om zijn reserves over te dragen naar een andere pensioeninstelling. 12.8. In afwijking van het voorgaande blijft het bedrag van de verworven reserves op de datum van uittreding bij de pensioeninstelling, zonder wijziging van de pensioentoezegging, wanneer dit bedrag lager is dan of gelijk aan 150 EUR. Dit bedrag van 150 EUR wordt geïndexeerd overeenkomstig artikel 32, § 1, laatste lid van de WAP. 13. Financieringsfonds 13.1. In uitvoering van dit reglement wordt een financieringsfonds opgericht. 13.2. Werking van het financieringsfonds 13.2.1. Inkomsten van het financieringsfonds: - De globale stortingen en aanvullende stortingen bij onderfinanciering, geïnd door de RSZ en overgemaakt via de inrichter; - De aanvullingen vanuit het stelsel van solidariteitstoezegging, overeenkomstig de voor dit stelsel geldende bepalingen vastgelegd in het solidariteitsreglement; - De niet verworven reserves overeenkomstig punt 9 hierboven; - De kapitalen in uitvoering van punt 11.7. hierboven; - De rendementen toegekend door de pensioeninstelling, verhoogd met het aandeel in de verdeling van de resultaten van de pensioeninstelling. 13.2.2. Uitgaven van het financieringsfonds: - De individuele bijdragen, zoals deze overeenkomstig de bepalingen van punt 6 hierboven, die op de individuele rekeningen van de deelnemers worden gestort; - De eventuele aanvullingen op de individueel opgebouwde reserves bedoeld in punt 9.5. hierboven; - Elk ander bedrag beslist door de inrichter, voor zover dit is toegewezen aan een verhoging van de voordelen van de aangeslotenen. 13.3. Eigendom en beheer van het financieringsfonds. 13.3.1. Het financieringsfonds behoort ontegensprekelijk toe aan de aangeslotenen. 13.3.2. Het financieringsfonds wordt beheerd door de pensioeninstelling en ontvangt hetzelfde globaal rendement (pro rata temporis de geldende waardedata), dat aan de reserves toegekend wordt. 13.3.3. Wanneer de pensioentoezegging bij de pensioeninstelling wordt stopgezet, zonder verderzetting van de pensioentoezegging bij een andere pensioeninstelling, worden de eventueel achterstallige bijdragen aangezuiverd en wordt het financieringsfonds daarna verdeeld onder de aangeslotenen en renteniers in verhouding tot hun individuele reserve. 13.3.4. Indien een werkgever of werknemer om één of andere reden ophoudt deel uit te maken van het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008, kan hij op geen enkele wijze aanspraak maken op de tegoeden van het financieringsfonds. 14. Toezichtscomité 14.1. In overeenstemming met artikel 41 van de WAP bestaat er binnen de pensioeninstelling een toezichtscomité. 14.2. Het toezichtscomité is samengesteld voor de helft uit leden die het personeel vertegenwoordigen aan wie de pensioentoezegging wordt gedaan, en voor de andere helft uit werkgevers. 14.3. Het toezichtscomité ziet toe op de goede uitvoering van de pensioentoezegging door de pensioeninstelling en wordt door de pensioeninstelling jaarlijks in het bezit gesteld van het verslag omtrent het beheer van de pensioentoezegging alvorens zij dit aan de inrichter ter beschikking stelt. 14.4. Het toezichtscomité beslist jaarlijks over het percentage van de verdeling van het resultaat dat aan de aangeslotene wordt toegekend. 14.5. Het toezichtscomité adviseert over het toegepaste percentage van de jaarlijkse winst dat als dotatie aan het reservefonds wordt aangewend. 15. Verplichtingen van de betrokken partijen 15.1. Rechten en plichten van de inrichter: - De inrichter zal alle beschikbare gegevens die vereist zijn voor de uitvoering van de pensioentoezegging op elektronische wijze aan de pensioeninstelling overmaken. - De inrichter zal de bijdragen voor de pensioentoezegging, zoals die door de RSZ worden geïnd en aan de inrichter globaal worden overgemaakt, onmiddellijk aan de pensioeninstelling doorstorten. - De inrichter zal aan de aangeslotenen op eenvoudig verzoek het pensioenreglement ter beschikking stellen. - De inrichter zal aan de aangeslotenen op eenvoudig verzoek het verslag van de pensioeninstelling ter beschikking stellen. - De inrichter zal aan de aangeslotene op eenvoudig verzoek het verslag omtrent het beheer van de pensioentoezegging ter beschikking stellen. - De inrichter zal alle afspraken uitvoeren, zoals vastgelegd in een wederzijds aanvaarde en ondertekende beheersovereenkomst tussen de inrichter en de pensioeninstelling. - De inrichter zal alle andere door de WAP aan de inrichter opgelegde verplichtingen nakomen. 15.2. Rechten en plichten van de pensioeninstelling : - De pensioeninstelling zal de bijdragen zonder verwijl aan het financieringsfonds doorstorten. - De pensioeninstelling zal de verzekeringstarieven met respect voor de geldende wettelijke bepalingen waarborgen. - De pensioeninstelling zal afspraken uitvoeren, zoals vastgelegd in een wederzijds aanvaarde en ondertekende beheersovereenkomst tussen de inrichter en de pensioeninstelling. - De pensioeninstelling zal alle verplichtingen nakomen, zoals deze door de WAP aan de pensioeninstelling worden opgelegd en in uitvoering van voorgaand punt eventueel nader zijn aangevuld. Deze omvatten onder meer en zonder limitatief te zijn: - het jaarlijks verstrekken aan alle deelnemers van de in artikel 26, § 1 van de WAP bepaalde informatie door middel van een pensioenfiche.
De informatieverstrekking kan, met naleving van de in artikel 26 van de WAP voorziene voorwaarden, ook op elektronische wijze gebeuren; - het jaarlijks aan de inrichter bezorgen van een verslag over het beheer van de pensioentoezegging, met de in artikel 42 van de WAP bedoelde informatie. 15.3. Rechten en plichten van de aangeslotene en de begunstigde(n): - De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van het pensioenreglement. - De aangeslotene machtigt de inrichter om aan de pensioeninstelling alle inlichtingen en bewijsstukken over te maken die nodig zijn ter nakoming van verplichtingen van de pensioeninstelling tegenover de aangeslotene of tegenover zijn begunstigde(n). - De aangeslotene of zijn begunstigde(n) maakt/maken in voorkomend geval de ontbrekende inlichtingen en bewijsstukken over aan de inrichter of de pensioeninstelling. - Indien de aangeslotene of zijn begunstigde(n) een hem of hen door dit pensioenreglement opgelegde voorwaarde niet zou(den) nakomen en indien daardoor voor hem of hen enig verlies van recht zou ontstaan, dan zullen de inrichter en de pensioeninstelling in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene of zijn begunstigde(n) in verband met de bij dit pensioenreglement geregelde prestaties. 16. Onbetwistbaarheid van de gegevens 16.1. De pensioeninstelling dekt de deelnemer op basis van de gegevens overgemaakt door de inrichter. 16.2. De inrichter staat in voor de nauwkeurigheid van de inlichtingen en is verantwoordelijk voor de gevolgen die voortvloeien uit alle onnauwkeurige onvolledige, onjuiste of laattijdige inlichtingen, die verstrekt worden aan de pensioeninstelling, voor zover deze inlichtingen door de werkgever nauwkeurig, juist, volledig en tijdig verstrekt werden. 16.3. De pensioeninstelling houdt uitsluitend rekening met de laatst meegedeelde gegevens. 17. Bescherming en verwerking van de persoonsgegevens 17.1. De inrichter en de pensioeninstelling hechten een bijzonder belang aan de bescherming van persoonsgegevens en verwerken deze conform de toepasselijke reglementering, onder meer de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR) en de privacy verklaringen van de inrichter en de pensioeninstelling. 17.2. Verwerkingsdoeleinden De inrichter ontvangt de persoonsgegevens van de deelnemers en hun rechthebbenden van de Vereniging van Sectorale Instellingen.
De inrichter deelt met het oog op het beheren en uitvoeren van het pensioenreglement persoonsgegevens mee aan de pensioeninstelling.
De inrichter en de pensioeninstelling verwerken de persoonsgegevens van de deelnemers en hun begunstigden ("de betrokkenen") met het oog op de uitvoering van dit reglement, met uitsluiting van elk commercieel oogmerk, en dit op basis van een wettelijke verplichting (de WAP).
In deze context hebben zij allen het statuut van verwerkingsverantwoordelijke.
Daarnaast kunnen de verwerkingsverantwoordelijken de persoonsgegevens verwerken voor de volgende doeleinden: - Het voldoen aan wettelijke en reglementaire verplichtingen zoals fiscale verplichtingen en dit op grond van een wettelijke bepaling; - Het beheer van het personenbestand voor de uitvoering van het verzekeringscontract; - De opmaak van statistieken, de detectie en preventie van misbruiken en fraude, het samenstellen van bewijzen, de beveiliging van goederen, personen, informaticanetwerken en -systemen van de verwerkingsverantwoordelijke, de optimalisatie van de processen, en dit op grond van het gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke; - De adviesverlening op grond van het gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke, tenzij de betrokkene zich hiertegen verzet.
Voor het vervullen van deze doeleinden kan de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens ontvangen van de betrokkene zelf of van derden.
In voorkomend geval kunnen deze verwerkingsdoeleinden gebaseerd zijn op de toestemming van de betrokkene. 17.3. Categorieën van verwerkte persoonsgegevens en mogelijke ontvangers Volgende categorieën van persoonsgegevens kunnen worden verwerkt : identificaties contactgegevens, financiële gegevens, persoonlijke kenmerken, beroep en betrekking, samenstelling van het gezin, gerechtelijke gegevens.
Deze gegevens kunnen worden meegedeeld aan een verwerker van de verwerkingsverantwoordelijken, aan een expert, een advocaat, een technisch adviseur, een verzekeraar.
Zij kunnen tevens worden meegedeeld aan om het even welke persoon of instantie in het kader van een wettelijke verplichting of een administratieve of rechterlijke beslissing of indien er een gerechtvaardigd belang bestaat.
Deze persoonsgegevens kunnen, indien dit noodzakelijk is voor de voornoemde doeleinden en in overeenstemming met de privacywetgeving, door de verwerkingsverantwoordelijke worden meegedeeld aan andere tussenkomende verzekeringsmaatschappijen, hun vertegenwoordigers in België, hun contactpunten in het buitenland, de betrokken herverzekeringsmaatschappijen.
De persoonsgegevens kunnen door de pensioeninstelling getransfereerd worden buiten de Europese Economische Unie. Indien zij getransfereerd worden naar een land dat geen adequaat beschermingsniveau kan garanderen, dan zal de pensioeninstelling de persoonsgegevens beschermen door de IT-beveiliging te verhogen en door contractueel een verhoogd beschermingsniveau te eisen van haar internationale tegenpartijen. 17.4. Rechten van betrokkenen De deelnemers en hun begunstigden kunnen een gedateerde en ondertekende aanvraag richten tot een verwerkingsverantwoordelijke voor de uitoefening van hun recht op toegang, rechtzetting, wissing, beperking en overdracht van persoonsgegevens. Dergelijke aanvraag voor het "Fonds tweede pijler PC 144" dient gericht te worden aan de DPO, Porta Secura, bereikbaar via e-mail op: michael.boeynaems@portasecura.com. 17.5. Meer informatie betreffende de bescherming en verwerking van persoonsgegevens is beschikbaar in de privacyverklaring/het privacybeleid van de verwerkingsverantwoordelijken beschikbaar op hun website. 18. Invoering, wijziging en opheffing en overdracht van de pensioentoezegging 18.1. Met respect voor de bepalingen van de WAP kan de pensioentoezegging enkel worden gewijzigd, stopgezet en/of overgedragen naar een andere pensioeninstelling door wijziging of stopzetting van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008. 18.2. In geval van stopzetting of overdracht van de pensioentoezegging naar een andere pensioeninstelling zal de pensioeninstelling de pensioenrekeningen premievrij maken op basis van de tot het moment van stopzetting of overdracht effectief ontvangen bijdragen. 18.3. De eventuele wijziging zal in geen geval een vermindering van de verworven prestaties of van de verworven reserves voor verlopen dienstjaren tot gevolg hebben. 18.4. Geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen zal ten laste worden gelegd van de aangeslotenen of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserve worden afgetrokken. 19. Fiscale bepalingen en bruto bedragen 19.1. Wanneer de deelnemer en de begunstigde hun woonplaats in België hebben, is op basis van de situatie geldend bij aanvang van deze pensioentoezegging de Belgische wetgeving van toepassing op zowel de premies als de uitkeringen. Indien dit niet het geval is, dan zouden de fiscale en/of sociale lasten kunnen toegepast worden op basis van wetgeving, in uitvoering van de internationale verdragen die ter zake gelden. 19.2. Op basis van de Belgische fiscale wetgeving van kracht op de ingangsdatum van de pensioentoezegging vormen de werkgeversbijdragen aftrekbare beroepskosten voor zover het totaalbedrag van de door dit reglement naar aanleiding van pensionering gewaarborgde uitkeringen, de wettelijke pensioenen en enige andere uitkering van dezelfde aard de 80 pct. van het laatste normale brutoloon niet overschrijdt.
Hierbij wordt rekening gehouden met de normale duur van de beroepswerkzaamheid, de overdraagbaarheid ten gunste van de overlevende echtgeno(o)t(e) (met een maximum van 80 pct.) en de voorziene indexatie van de rente (met een maximum van 2 pct.). 19.3. Alle bedragen, voordelen en uitkeringen die voortvloeien uit dit pensioenreglement en uit het sociaal sectoraal pensioenplan zijn bruto bedragen, waarop alle bij wet verschuldigde inhoudingen, heffingen, bijdragen en belastingen in mindering gebracht worden. Al deze inhoudingen, heffingen, bijdragen en belastingen zijn ten laste van de aangeslotene(n) of de begunstigde(n). 20. Overdracht van reserves van een andere pensioeninstelling Elke aangeslotene kan de verworven aanspraken die opgebouwd werden bij een andere pensioeninstelling in het kader van een andere beroepsactiviteit overdragen naar de pensioeninstelling.De pensioeninstelling zal hiertoe een specifieke informatiefiche opstellen en deze aan de aangeslotene bezorgen. 21. Toepasselijk recht 21.1. Op het pensioenreglement en alles ermee verband houdende is het Belgisch recht van toepassing. Eventuele geschillen tussen de partijen in dit verband behoren tot de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken. 21.2. De bepalingen van dit pensioenreglement worden aangevuld met de algemene voorwaarden van de pensioeninstelling, een beheersovereenkomst afgesloten tussen de inrichter en de pensioeninstelling, met de verplichtingen van de betrokken partijen, de administratieve procedures en de tariferingsregels. In geval van strijdigheid primeren de bepalingen van het pen-sioenreglement. 22. Slotbepaling Onderhavig reglement wordt overeengekomen op basis van de thans gekende bepalingen en toepassingen van de WAP en haar uitvoeringsbesluiten. Overeenkomst tot overname van rechten en verplichtingen Tussen Het "Fonds tweede pijler PC 132", met zetel gevestigd te 1070 Anderlecht, Birminghamstraat 225, inrichter van het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor de arbeiders tewerkgesteld in ondernemingen van de technische land- en tuinbouw;
Het "Fonds tweede pijler PC 144", met zetel gevestigd te 1070 Anderlecht, Birminghamstraat 225, inrichter van het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw;
Het "Fonds tweede pijler PC 145", met zetel gevestigd te 1070 Anderlecht, Birminghamstraat 225, inrichter van het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor de arbeiders tewerkgesteld in het tuinbouwbedrijf.
Zij worden hierna de "inrichters", of elk afzonderlijk "een inrichter" genoemd.
Wordt het volgende overeengekomen: 1. Voorwerp en doel van de overeenkomst Deze overeenkomst betreft een overeenkomst in de zin van artikel 33/2 van de
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen. De overeenkomst beoogt de opheffing van de gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een aangeslotene bij een werkgever die deelneemt aan het sectoraal pensioenstelsel van een inrichter, anders dan door overlijden of pensionering, wanneer deze werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit met een andere werkgever die deelneemt aan het sectoraal pensioenstelsel van een andere inrichter.
De overeenkomst regelt de overname van de rechten en de verplichtingen van de inrichters ten aanzien van de aangeslotenen alsook de modaliteiten van de overname.
Deze overeenkomst is uitsluitend van toepassing op de overnames vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.
Deze overeenkomst wordt aan het pensioenreglement gehecht en kan op eenvoudig verzoek bij één van de inrichters worden verkregen. 2. Definities - Multi-inrichterspensioenstelsel : Een identiek pensioenstelsel ingevoerd door de inrichters waarvan de uitvoering toevertrouwd wordt aan AG Insurance n.v., hierna AG Employee Benefits, die hierna "de pensioeninstelling" wordt genoemd. - Overname: De beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, van een aangeslotene bij een werkgever die deelneemt aan het sectoraal pensioenstelsel van één van de inrichters (vorige inrichter), wanneer die beëindiging gevolgd wordt door het afsluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst bij een andere werkgever die deelneemt aan het sectoraal stelsel van een andere inrichter (nieuwe inrichter) dan onder de vorige werkgever. De betrokken aangeslotene wordt beschouwd als een actieve aangeslotene van de nieuwe inrichter en dit voor zijn volledige loopbaan bij de inrichters.
Voorbeeld: Een werkgever A, ressorterende onder het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken, neemt deel aan het sectoraal pensioenstelsel ingericht door het "Fonds tweede pijler PC 132". Een werknemer treedt in dienst bij werkgever A en wordt aangesloten bij dit sectoraal pensioenstelsel. Vervolgens verlaat hij werkgever A en sluit een nieuwe arbeidsovereenkomst met werkgever B die ressorteert onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf. Werkgever B neemt deel aan het sectoraal pensioenstelsel ingericht door het "Fonds tweede pijler PC 145".
In dit geval zal er een overname zijn, wanneer de werknemer op basis van zijn tewerkstelling bij werkgever B aangesloten wordt bij het sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf. De vorige inrichter is het "Fonds tweede pijler PC 132" en de nieuwe inrichter is het "Fonds tweede pijler PC 145". - Vorige inrichter: De inrichter bij wiens sectoraal pensioenstelsel de aangeslotene was aangesloten vóór de overname en die door de aangeslotene verlaten wordt ingevolge de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene bij een werkgever die deelneemt aan het sectoraal pensioenstelsel van die inrichter, anders dan door overlijden of pensionering van de aangeslotene. - Nieuwe inrichter: De inrichter bij wiens sectoraal pensioenstelsel de aangeslotene wordt aangesloten na de overname ingevolge het sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst bij een werkgever die deelneemt aan het sectoraal pensioenstelsel van die inrichter. 3. Overname van rechten en verplichtingen a.Rechten en verplichtingen bij overname Bij de overname worden alle rechten en verplichtingen van de vorige inrichter ten opzichte van de aangeslotene overgenomen door de nieuwe inrichter.
Onder "verplichtingen" dient te worden verstaan : alle verplichtingen die voortvloeien uit het pensioenreglement en uit de toepasselijke wet- en regelgeving. Bij de bepaling van de verplichtingen wordt rekening gehouden met de gegevens die bekend zijn op het ogenblik van de overname. Het betreft in het bijzonder de verplichting tot aanzuivering van eventuele tekorten ten opzichte van de verworven reserves en de minimumwaarborg zoals die zou bestaan in het geval van uittreding op dat ogenblik. b. Solidariteit in hoofde van de inrichters ten aanzien van de aangeslotenen In het geval de nieuwe inrichter na de overname zijn verplichtingen ten aanzien van de aangeslotene niet nakomt, kan de aangeslotene zich richten tot de vorige inrichter.Deze zal dan hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de nakoming van alle verplichtingen die betrekking hebben op de periode van aansluiting bij het sectoraal pensioenstelsel van de vorige inrichter, alsook, in voorkomend geval, voor de periodes van aansluiting van de aangeslotene bij het sectoraal pensioenstelsel van een andere inrichter voorafgaand aan de periode van aansluiting bij het sectoraal pensioenstelsel van de vorige inrichter.
De vorige inrichter kan evenwel niet worden aangesproken voor de nakoming van de verplichtingen die betrekking hebben op de periode van tewerkstelling na de overname bij de nieuwe inrichter.
In het geval de vorige inrichter het multi-inrichterspen-sioenstelsel verlaten heeft en geen partij meer is bij deze overeenkomst, blijft hij ten aanzien van de aangeslotenen die in het verleden aangeslotenen waren bij het sectoraal pensioenstelsel op een ogenblik waarop hij nog inrichter was van multi-inrichterspensioen-stelsel en nog partij was bij deze overeenkomst hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van alle verplichtingen die betrekking hebben op de periode van aansluiting bij het sectoraal pensioenstelsel van de vorige inrichter, alsook, in voorkomend geval, voor de voorafgaande periodes van aansluiting bij het sectoraal pensioenstelsel van de andere inrichters.
De vorige inrichter kan zich onder geen beding van deze hoofdelijke aansprakelijkheid bevrijden. 4. Bijzondere informatieverplichtingen Binnen de dertig dagen na de overname brengt de nieuwe inrichter de aangeslotene schriftelijk op de hoogte van de overname en van de gevolgen ervan. Deze informatie betreft in het bijzonder: - De mededeling dat de overname voor de aangeslotene geen enkele wijziging van het sectoraal pensioenstelsel met zich meebrengt; - De mededeling dat de nieuwe inrichter alle rechten en verplichtingen die uit het sectoraal pensioenstelsel voortvloeien overneemt vanaf de overname; - De vorige inrichter hoofdelijk aansprakelijk blijft in geval van niet-nakoming van de verplichtingen door de nieuwe inrichter. 5. Wijziging of opheffing van het multi-inrichters-pensioenstelsel De inrichters kunnen in onderling akkoord het pensioenstelsel wijzigen of opheffen mits naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn. De wijziging of opheffing is van toepassing op alle inrichters.
Indien een inrichter, enkel voor wat hem en zijn aangeslotenen betreft, het pensioenstelsel wijzigt of opheft, zijn de bepalingen van artikel 7, a. van deze overeenkomst van toepassing. 6. Verandering van pensioeninstelling De inrichters kunnen in onderling akkoord veranderen van pensioeninstelling mits naleving van wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn.De verandering van pensioeninstelling is van toepassing op alle inrichters.
Indien een inrichter de uitvoering van het geheel of een deel van het pensioenstelsel niet meer zou toevertrouwen aan de pensioeninstelling, zijn de bepalingen van artikel 7, b. van deze overeenkomst van toepassing. 7. Inrichter verlaat het multi-inrichterspensioenstelsel a.Wijziging of opheffing van het sectoraal pensioenstelsel door één inrichter Indien een inrichter, enkel voor wat hem en zijn aangeslotenen betreft, het sectoraal pensioenstelsel wijzigt of opheft en het bijgevolg niet meer identiek is aan het sectoraal pensioenstelsel van toepassing bij de andere inrichters, houdt hij op inrichter te zijn van het multi-inrichterspensioenstelsel vanaf de datum van de wijziging of opheffing. Dit wordt geakteerd in een bijlage bij het pensioenreglement.
De inrichter houdt op partij te zijn bij deze overeenkomst vanaf de datum van wijziging of opheffing. Dit wordt geakteerd in een bijlage bij deze overeenkomst.
De individuele contracten van de aangeslotenen bij de inrichter die het multi-inrichterspensioenstelsel verlaat, worden gereduceerd.
De inrichter blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de naleving van de verplichtingen die hij, als inrichter van het multi-inrichterspensioenstelsel, heeft aangegaan vóór de wijziging of opheffing. De reserves van de aangeslotenen blijven bij de pensioeninstelling die het multi-inrichterspensioenstelsel beheert.
In geval van éénzijdige wijziging zal het gewijzigde sectoraal pensioenstelsel vanaf de datum van wijziging, worden beschouwd als een nieuw pensioenstelsel ingevoerd door de inrichter. b. Verandering van pensioeninstelling door één inrichter Indien een inrichter de uitvoering van het geheel of een deel van het sectoraal pensioenstelsel niet meer zou toevertrouwen aan de pensioeninstelling, en het pensioenstelsel bijgevolg niet meer identiek is aan het sectoraal pensioenstelsel van toepassing bij de andere inrichters, houdt hij op inrichter te zijn van het multi-inrichterspensioenstelsel vanaf de datum van verandering van pensioeninstelling.Dit wordt geakteerd in een bijlage bij het pensioenreglement.
De inrichter houdt op partij te zijn bij deze overeenkomst vanaf de datum van wijziging. Dit wordt geakteerd in een bijlage bij deze overeenkomst.
De individuele contracten van de aangeslotenen bij de inrichter die het multi-inrichterspensioenstelsel verlaat, worden gereduceerd.
De inrichter blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de naleving van de verplichtingen die hij, als inrichter van het multi-inrichterspensioenstelsel, heeft aangegaan vóór de wijziging. De reserves van de aangeslotenen blijven bij de pensioeninstelling die het multi-inrichterspensioenstelsel beheert. c. De inrichter houdt op partij te zijn bij deze overeenkomst Indien een inrichter niet langer partij is bij deze overeenkomst, houdt hij op inrichter te zijn van het multi-inrichterspensioenstelsel vanaf de datum waarop hij geen partij meer is bij de overeenkomst.Dit wordt geakteerd in een bijlage bij het pensioenreglement.
De individuele contracten van de aangeslotenen bij de inrichter die het multi-inrichterspensioenstelsel verlaat, worden gereduceerd.
De inrichter blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de naleving van de verplichtingen die hij, als inrichter van het multi-inrichterspensioenstelsel, heeft aangegaan zolang hij partij was bij deze overeenkomst. De reserves van de aangeslotenen blijven bij de pensioeninstelling die het multi-inrichterspensioenstelsel beheert. 8. Gevolgen voor het multi-inrichterspensioenstelsel bij het verdwijnen van een inrichter a.Verdwijnen van een inrichter met overname van de verplichtingen door een derde In het geval van de verdwijning van een inrichter waarbij al zijn verplichtingen, met inbegrip van zijn verplichtingen in het kader van het multi-inrichterspensioenstelsel, worden overgenomen door een derde die geen inrichter is van het multi-inrichterspensioenstelsel, wordt deze derde inrichter van het multi-inrichterspensioenstelsel. Hij is gehouden tot naleving van alle verplichtingen die in hoofde van de overgenomen inrichter bestonden, met inbegrip van de regels inzake solidariteit.
Hij treedt toe tot de overeenkomst vanaf de datum van overname van de verplichtingen van de inrichter. Hij kan desgevallend beslissen om de uitvoering van het geheel of een deel van het sectoraal pensioenstelsel niet langer toe te vertrouwen aan de pensioeninstelling. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7, b. van toepassing. b. Verdwijnen van de inrichter zonder overname van de verplichtingen door een derde In het geval van de verdwijning van een inrichter zonder dat al zijn verplichtingen, met inbegrip van zijn verplichtingen in het kader van het multiinrichterspensioenstelsel worden overgenomen, houdt de inrichter op partij te zijn van deze overeenkomst vanaf de datum van zijn verdwijning.Dit wordt geakteerd in een bijlage bij deze overeenkomst.
De individuele contracten van de aangeslotenen bij de betrokken inrichter worden gereduceerd en de reserves van deze aangeslotenen blijven verder beheerd door de pensioeninstelling. 9. Inwerkingtreding Deze overeenkomst treedt in werking op 1 juli 2017. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2021.
De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE
Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2020, gesloten in het Paritair Comité voor de landbouw, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 Solidariteitsreglement 1. Doel en voorwerp van de solidariteitstoezegging 1.1. Het solidariteitsreglement wordt opgemaakt in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 tot invoering van een sociaal sectoraal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in de landbouw, alsook in voorkomend geval, van de collectieve arbeidsovereenkomst tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenplan, hierna "CAO van 5 februari 2008" genoemd. 1.2. Het solidariteitsreglement bepaalt de aansluitingsvoorwaarden, de regels en modaliteiten inzake de uitvoering van de solidariteitstoezegging, alsook de rechten en plichten van de inrichter, de solidariteitsinstelling, de aangeslotenen en hun begunstigden. 2. Beheer 2.1. Het beheer van de solidariteitstoezegging omvat de volgende deelaspecten : administratief, financieel, boekhoudkundig en actuarieel beheer. Dit beheer wordt door de inrichter toevertrouwd aan het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw", met maatschappelijke zetel te 1040 Brussel, Trierstraat 61, hierna "solidariteitsinstelling" genoemd. 2.2. Binnen de juridische structuur van de solidariteitsinstelling kan de inrichter ervoor opteren om één of meerdere deelaspecten van het beheer aan derden uit te besteden. 3. Werking in de tijd De solidariteitstoezegging vangt aan op 1 januari 2008.Het voortbestaan ervan gaat samen met de pensioentoezegging, zoals ingesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.